CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024-2027 (2)

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente OssBij agendapunt: Programmabegroting 2024-202739.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Programmabegroting 2024-2027

1

Aanbiedingsbrief Beste leden van de gemeenteraad, Met een ietwat dubbel gevoel bieden wij de programmabegroting 2024–2027 aan. Aan de ene kant zijn wij trots dat wij onder onzekere omstandigheden erin geslaagd zijn onze bestendige lijn van uitvoering en vernieuwing voort te zetten. Op een aantal terreinen zetten wij zelfs een tandje erbij. Aan de andere kant gaat het om een begroting die in de laatste jaren niet sluitend is. We zijn daarin zeker niet de enige gemeente in Nederland: er is ook wel wat aan de hand met de gemeente financiën. Graag lichten we beide kanten toe. Vol in de uitvoering en ontwikkeling Zoals we in de kadernota 2024 al schreven, zijn het onzekere tijden. Van inflatie, personeelstekorten, stikstofvraagstuk tot de kosten van energie. We kunnen niet aangeven welke kant het op gaat. In Oss volgen we al jaren de bestendige lijn dat we niet euforisch worden als we wat meer geld krijgen en niet in de kramp schieten als het een keer minder is. We spelen er wel op in. Zowel wat meer als wat minder gaat in de periode 2024–2027 plaats vinden. Vanuit onze eigen bestendige lijn hebben wij alle middelen gemobiliseerd om zo veel mogelijk voor de samenleving te blijven doen. In de directe uitvoering en dienstverlening, in de projecten, in maatschappelijk vastgoed en voorzieningen, in de ambities van de 100.000 gemeente.

Niet alleen voor vandaag, maar ook met het oog op de noodzakelijke investeringen voor de toekomst. We zien momenteel fors stijgende rentes en kosten. Onze huidige projecten worden hierdoor fors duurder. Daarom stellen wij voor om € 15 miljoen uit onze algemene reserve te halen om de kostenstijgingen voor ruimtelijke en overige ambities op te vangen. Denk aan woningbouw, aan de nieuwe Lievekamp of het Golfbad. Daarmee kunnen deze projecten doorgaan. Naar ons idee hebben we een uitgebalanceerd pakket van uitvoering en investeringen samengesteld, dat strak is gebudgetteerd én recht doet aan wat nodig is in onze samenleving. De laatste jaren een tekort en risico’s In gemeenteland worden 2026 en 2027 de ravijnjaren genoemd. Het Rijk verlaagt dan de uitkering aan gemeenten in het Gemeentefonds met circa € 3 miljard. Hoewel in de septembercirculaire de pijn enigszins verlicht is, merken we dit in Oss ook. De laatste twee jaar zijn niet sluitend. Dit heeft ook met onze bestendige lijn te maken. De komende jaren zijn er tal van onzekerheden, waarvoor wij onze ogen niet sluiten. Er is een Landelijke Hervormingsagenda Jeugd, die beleidsmatig van alles voorstelt dat z’n werking nog moet bewijzen, maar ons tegelijkertijd confronteert met een lokaal op te vangen korting van bijna € 2 miljoen. We zien hogere investeringskosten voor onderwijshuisvesting op ons afkomen.

We weten niet met zekerheid of het Rijk de gelden voor de versnelling klimaat- en energiebeleid structureel maakt en we houden er rekening mee dat de culturele instellingen een beroep op ons blijven doen. Wij vinden het gepast om in ieder geval de helft van deze reële risico’s in onze begroting te verwerken. Dat doen we vanaf 2026 en dat leidt tot tekorten in de laatste 2 jaren, die door de daling van het Gemeentefonds al een flink onder druk staan. Daarnaast heeft de VNG gemeenten opgeroepen om transparant te zijn en de tekorten zichtbaar te maken. Ook onze toezichthouder – de provincie Noord-Brabant – heeft zijn begrip uitgesproken over de financiële situatie waarin gemeenten in Nederland dreigen te belanden. Per saldo presenteren we daarmee een begroting die niet sluit en meer risico’s kent dan we gewoon zijn. Dat is de concrete vertaling van de ambitie van het college om een bestendige lijn te varen, uit welke hoek de wind ook waait. Waar richten we ons op de komende jaren? Onze algemene reservepositie is op orde en kent een vrije ruimte van circa € 18 miljoen. Dit stelt ons in staat om incidenteel problemen op te lossen, zoals de storting van € 15 miljoen om stijgende bouw- en rentekosten het hoofd te bieden. Daarnaast stellen wij een beperkte stijging van de OZB en de afvalstoffenheffing voor om structurele middelen beschikbaar te hebben.

Met deze verhogingen blijven we overigens ruim onder de gemiddelde lastendruk in Nederland. We combineren het bovenstaande met de middelen die al in onze exploitatie zitten en dit zorgt ervoor dat wij de komende jaren fors kunnen inzetten op de uitvoering en ontwikkelingen voor de toekomst in onze gemeente. Wij lichten er een aantal zaken uit:

2

-

De verstedelijkingsopgave met woningbouw en mobiliteit. Denk aan Amsteleind, de plannen rond de Raadhuislaan, het Euterpepark. Maar ook de grote investeringen in bereikbaarheid via de weg en het spoor. Met Spooragenda van de toekomst en extra capaciteit voor mobiliteit. De doorontwikkeling van de Haven Elzenburg. Maar ook extra geld voor flexwoningen.

-

De klimaatopgave en energie transitie. We zijn in staat om de uitvoering van klimaatadaptatie te versnellen. Daarnaast aandacht van de duurzame polder tot het voorbereiden om de eerste 7.500 bestaande woningen gasloos te maken. We bouwen aan een klimaat adaptief Oss van de toekomst, waarin bewoners, bedrijven, flora en fauna minder kwetsbaar zijn voor de effecten van klimaatverandering, zoals de hogere kans op wateroverlast door extreme neerslag, hitte, droogte en overstromingen van de Maas.

-

Goede dienstverlening en transformatie van het sociaal domein. We werken aan de Hervormingsagenda Jeugd, met daarbij aandacht voor financiële risico’s, aan de realisatie van het Integrale Zorg Akkoord en Gezond en Actief Leven Akkoord. Maar ook aan het nieuwe beleidskader armoede en schulden, jeugdpreventie via Halt en aan de vernieuwing en professionalisering van onze dienstverlening. En structurele aandacht voor participatie.

-

Stedelijke voorzieningen voor een aantrekkelijke stad. De nieuwe Lievekamp, het Walkwartier met het Warenhuis en het nieuwe zwembad zijn hier aansprekende voorbeelden van. We evalueren de Koers Stadshart. Vanwege de forse rentestijgingen zijn de al gereserveerde budgetten minder waard geworden. Dat trekken we nu recht. Maar ook aandacht voor evenementen, recreatie en toerisme en cultuur.

-

Duurzaam houdbare voorzieningen voor vitale dorpen en wijken. Forse investeringen in onderwijs, sport en ontmoeten. Ussen met de nieuwe Hille, de voorziening in de NOK dorpen en Ravenstein zijn voorbeelden van in stenen investeren om sociale cohesie te bevorderen.

-

Veilig en schoon. Hierbij gaat het onder andere om extra capaciteit om overbewoning tegen te gaan, capaciteit voor Veiligheid en extra toezichthouders om afvalproblemen aan te pakken. Maar ook in onze eigen organisatie noodzakelijke investeringen in informatieveiligheid.

-

Een uitstekende 100.000+organisatie in een passende huisvesting. Onze positie op de arbeidsmarkt verbeteren met een verhoging van de reiskostenvergoeding en opleidingen budget. Daarnaast aandacht voor werving en selectie en snel thuis voelen in onze organisatie. Maar ook aanpassing van het gemeentehuis aan hybride werken en akoestiek problemen en het tekort aan samenwerkplekken oplossen. En tenslotte een impuls aan subsidieverwerving en lobby werk.

Tenslotte Ondanks de twee genoemde kanten bieden wij u met volle overtuiging deze meerjarenbegroting aan. We hebben lang gewikt en gewogen en zijn blij dat wij onze beloften naar de samenleving kunnen waarmaken. In zowel het werk van iedere dag als in de noodzakelijke investeringen voor de toekomst. Die toekomst is echter niet zonder risico’s. Gecombineerd met de teruglopende bijdragen in het gemeentefonds leidt dit tot tekorten in de laatste 2 jaar. Wij vinden dit verantwoord én het verplicht ons om continue de vinger aan de pols te houden. Om bij te sturen, vanuit een weloverwogen analyse wat nodig is voor Oss en financieel acceptabel is op de lange termijn. Graag gaan wij de komende weken met u het gesprek aan over deze begroting en werken wij de komende jaren met u samen aan het welbevinden en groei van onze gemeente.

Burgemeester en wethouders van Oss.

De secretaris,

De burgemeester,

drs. H. Mensink

drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans

3

Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief

2

Inhoudsopgave

4

Leeswijzer

5

Financiën in één oogopslag

7

Financiële positie

8

Kaders en uitgangspunten

19

Programma 1. Welzijn en zorg

22

Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs

39

Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur

60

Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte

79

Programma 5. Economie

93

Programma 6. Centrum

103

Programma 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit

110

Programma 8. Veilige omgeving

124

Programma 9. Besturen in verandering van tijden

137

Programma 10. Financieel beleid

159

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

169

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen

187

Paragraaf financiering

193

Paragraaf verbonden partijen

198

Paragraaf grondbeleid

218

Paragraaf lokale heffingen

227

Paragraaf bedrijfsvoering

232

Paragraaf Integraal Voorzieningenbeleid (IVB)

236

Paragraaf Investeringsplan

243

1. Voortgangsrapportage Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) openbare ruimte

254

2. Overzicht incidentele baten en lasten

256

3. Budgettair neutrale wijzigingen

265

4. Uitkomst septembercirculaire 2023

271

5. Financieel overzicht totale begroting

275

6. Financieel overzicht totale begroting volgens taakvelden

279

7. Totaaloverzicht subsidies

282

4

Leeswijzer Leeswijzer De programmabegroting bestaat uit diverse onderdelen. In deze leeswijzer wordt bij alle onderdelen een korte uitleg gegeven. Aanbiedingsbrief In de aanbiedingsbrief geeft het college van burgemeester en wethouders de hoofdlijnen van deze programmabegroting weer. Financiën programma’s in één oogopslag In dit onderdeel laten we in een figuur zien hoe onze uitgaven over de programma’s verdeeld zijn. Financiële positie In dit hoofdstuk worden de financiële gegevens die bij de afzonderlijke programma’s zijn opgenomen gebundeld. Zo wordt in één oogopslag inzichtelijk hoe de gemeente er financieel voor staat. Vervolgens wordt daar een korte toelichting op gegeven. Verder staan we stil bij het structurele begrotingssaldo en geven we aan welke financiële uitgangspunten zijn gehanteerd bij het opstellen van de begroting. Programma’s Per programma wordt beschreven wat de doelstellingen zijn en wat er wordt gedaan om deze te realiseren (onderdelen 1, 2 en 3). Daarna worden per programma het nieuw beleid en de 3O-ontwikkelingen toegelicht. Tenslotte wordt een overzicht gegeven van de financiën en subsidies van het programma (onderdelen 4 en 5). Na het vaststellen van de programmabegroting worden alle financiële ontwikkelingen binnen de programma’s via een begrotingswijziging in de administratie verwerkt. Daarmee worden de budgetten in de administratie geactualiseerd.

Paragrafen De opgenomen paragrafen zijn op grond van wetgeving een verplicht onderdeel van de begroting. Het gaat bij de paragrafen telkens om onderwerpen met een groot financieel belang. Door deze op een centrale plek in de begroting op te nemen wordt een goede informatievoorziening over deze onderwerpen gewaarborgd en is de informatie inzichtelijk. Daarnaast hebben we ervoor gekozen een paragraaf over het Integraal Voorzieningenbeleid toe te voegen. Bij IVB gaat het om schoolgebouwen, sportaccommodaties en wijk- en dorpshuizen. Hierin worden de uitgangspunten, actuele ontwikkelingen, visie en aanpak toegelicht. Verder hebben we een paragraaf investeringsplan toegevoegd, met een totaaloverzicht van de lopende investeringen, vervangingsinvesteringen en nieuwe investeringen. Bijlage 1.

Voortgangsrapportage Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) openbare ruimte

De gemeente voert elk jaar een groot aantal projecten uit in het kader van het Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) voor de openbare ruimte. Het gaat dan om werkzaamheden aan bijvoorbeeld wegen, fietspaden, riolering en openbaar groen. In de voortgangsrapportage wordt inzicht gegeven in de stand van zaken van deze werkzaamheden. Bijlage 2.

Overzicht incidentele baten en lasten

In deze bijlage wordt een overzicht van de incidentele baten en lasten gegeven. Incidenteel houdt in dat het gaat om baten en lasten die een tijdelijk karakter hebben. Deze zitten slechts één of enkele jaren in de begroting. Dit overzicht geeft niet alleen inzicht in de incidentele baten en lasten, maar is ook een hulpmiddel bij het beoordelen van het structurele begrotingssaldo. De baten en lasten die niet incidenteel zijn, zijn immers structureel van aard. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht. In het hoofdstuk over de financiële positie, aan het begin van de programmabegroting, voeren we deze toets uit.

5

Bijlage 3.

Budgettair neutrale wijzigingen

In meerdere programma’s zijn in de tabel bij onderdeel 6 budgettair neutrale wijzigingen opgenomen. Dit zijn wijzigingen die niet inhoudelijk van aard zijn en per saldo geen geld kosten. Soms gaat het over wijzigingen binnen één programma, in andere gevallen zijn de wijzigingen programma-overstijgend. Volgens de voorschriften van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) moeten deze wijzigingen zichtbaar worden gemaakt en gerapporteerd. Om dat op een overzichtelijke manier te doen hanteren we hiervoor de volgende werkwijze: In de programma’s waarbij budgettair neutrale wijzigingen voorkomen is steeds één totaalregel in de tabel bij onderdeel 6 opgenomen. In deze bijlage is een totaaloverzicht opgenomen, waarbij wijzigingen boven de € 100.000 worden toegelicht. Bijlage 4.

Uitkomsten septembercirculaire 2023

In deze bijlage is een uitgebreide toelichting op de uitkomsten van de septembercirculaire opgenomen. De afzonderlijke effecten zijn ook als 3O-ontwikkelingen bij de desbetreffende programma’s opgenomen. Bijlage 5 en 6. Financieel overzicht bestaande begroting In de programma’s zijn de cijfers van het totale programma op hoofdlijnen weergegeven. Meer gedetailleerde cijfers zijn in bijlage 5 opgenomen. In bijlage 7 is deze zelfde begroting weergegeven op basis van landelijk vastgestelde taakvelden. Bijlage 7. Totaaloverzicht subsidies In deze bijlage is een totaaloverzicht weergegeven van alle uitgaande subsidies. Daarnaast geven we een overzicht van de belangrijkste inkomende subsidies.

6

Financiën in één oogopslag In de volgende figuur hebben we voor 2024 de totale lasten per programma in beeld gebracht (bedragen x € 1.000).

7

Financiële positie Degelijk financieel beleid in onzekere tijden- meerjarenbegroting onder druk In de programmabegroting 2024- 2027 concretiseren we de kadernota 2024. In deze kadernota is de volgende koers vastgesteld: -

Alle kracht en inzet op de uitvoering;

-

Geen bezuinigingen met behoud van degelijk financieel beleid;

-

Prioritering in ambities.

Onze ambitie op onze eigen financiële huishouding blijft gelijk ten opzichte van voorgaande jaren. We houden ons huishoudboekje blijvend op orde door een stabiel financieel beleid, heldere afspraken en financiële lenigheid om in te spelen op nieuwe omstandigheden. We willen de lokale lastendruk voor onze inwoners en bedrijven laag houden. Deze ambitie staat in deze begroting meerjarig onder druk. We presenteren een sluitende begroting voor de jaren 2024 en 2025. Voor de jaren 2026 en 2027 is de begroting niet sluitend en krijgen we te maken met jaarlijkse tekorten. Deze tekorten ontstaan voornamelijk door een sterke afname van de algemene uitkering (het zogenaamde “ravijn”) en door het zelf opnemen van een aantal onderbouwde risicoposten. Dit beeld van de programmabegroting 2024-2027 sluit aan bij het oproep vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de provincie om een realistische meerjarenbegroting op te stellen. Dit versterkt de positie van de VNG in het gesprek met het Rijk om te komen tot een rechtvaardig, duurzaam en solide meerjarig financieel perspectief. Samen met de VNG zetten we in op de volgende punten: -

Ophogen van het gemeentefonds en herstel van het accres vanaf 2026;

-

De opschalingskorting definitief te schrappen;

-

Een toereikende en stabiele indexering van het gemeentefonds om loon-, prijs- en volume- ontwikkelingen op te kunnen vangen, inclusief de stijging van de zorgvraag.

In een apart hoofdstuk staan we nadrukkelijk stil bij de kaders en uitgangspunten voor deze begroting. Een stabiele koers is noodzakelijk in deze tijden van grote onzekerheid. We beginnen dit hoofdstuk met een overzicht van het saldo van deze programmabegroting. Dit lichten we vervolgens kort toe. Verder staan we stil bij de incidentele baten en lasten en ons structurele begrotingssaldo. Tenslotte geven we aan welke financiële uitgangspunten we hebben gehanteerd bij het opstellen van de begroting.

8

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

Lasten

391.470

346.047

343.127

334.979

328.469

Baten

-386.254

-358.167

-360.132

-336.494

-327.921

Saldo

5.216

-12.119

-17.005

-1.516

548

Stortingen reserves

30.234

17.304

20.860

6.642

3.476

Onttrekkingen reserves

-39.041

-6.601

-4.919

-4.424

-4.292

Saldo mutaties reserves

-8.808

10.703

15.940

2.218

-816

-3.592

-1.417

-1.065

703

-268

Nieuw beleid

5.331

2.019

2.443

5.014

7.695

3O-ontwikkelingen

-1.295

-841

-1.497

-1.365

-17

Septembercirculaire

1.633

201

-128

-313

-4.329

Saldo programmabegroting

2.078

-38

-247

4.039

3.081

Bestaand beleid

Totaal bestaand beleid

Conclusies uit de tabel We presenteren een sluitende begroting voor de jaren 2024 en 2025. Voor de jaren 2026 en 2027 zijn er tekorten ter hoogte van respectievelijk circa € 4 en € 3 miljoen. Dit zijn naar onze mening acceptabele tekorten. Het tekort vanaf het jaar 2027 wordt veroorzaakt door het opnemen van een aantal concrete risicoposten, die we later in dit hoofdstuk toelichten. Start van de begroting De start van de begroting begint met de financiële positie zoals deze in de kadernota 2024 is weergegeven. Hierin was de financiële positie als volgt: - is voordeel + is nadeel Bedragen x € 1.000 Omschrijving

2023

2024

2025

2026

Programmabegroting 2023-2026

5

-759

-232

-28

-133

Structurele compensatie ravijnjaar

0

0

0

0

-1.145 489

Eerste financiële tussenrapportage 2023

2027

-179

489

490

489

Meicirculaire 2023

-3.418

-1.146

-1.323

241

521

Financieel kader Kadernota

-3.592

-1.416

-1.065

702

-268

De ruimte in de kadernota was beperkt. In de kadernota zagen we al dat we grotere ambities hadden dan de aanwezige financiële ruimte en werkten we toen met tekorten voor de jaren 2026 en 2027 van ruim € 1 miljoen. Dit financiële kader is het vertrekpunt van deze programmabegroting. Vervolgens zijn er mutaties geweest op dit kader in de vorm van posten nieuw beleid, risicoposten, 3O-ontwikkelingen en de septembercirculaire 2023. Deze lichten we afzonderlijk toe.

9

Financiële effecten programmabegroting 2023-2026 Nieuw beleid In deze programmabegroting 2024-2027 zijn de speerpunten uit het coalitieakkoord "Samen Duurzaam Vooruit" vertaald. We beoordelen jaarlijks in hoeverre we financiële ruimte hebben om plannen te versnellen of bij de stellen. In deze begroting hebben we voor belangrijke prioriteiten extra financiële ruimte vrijgemaakt. In totaal nemen we nieuw beleid op ter hoogte van: -

2023: € 5,3 miljoen;

-

2024: € 2 miljoen;

-

2025: € 2,4 miljoen;

-

2026: € 5 miljoen;

-

2027: € 7,7 miljoen.

Onderstaand een samenvattend overzicht hiervan. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Progr Omschrijving 2

Investeringen onderwijshuisvesting 2024-

2023

2024

2025

2026

2027

0

-11

145

194

521

450

0

0

0

0

0

0

0

0

520

0

0

247

347

397

2027 2

Onderzoek- en voorbereidingskosten scholen Schadewijk, scholen en sporthal Amsteleind en De Nolder

2

Toekomstige investeringen onderwijshuisvesting

2

Nieuw beleidskader Armoede en Schulden 2024-2027

3

Investeringen (MIP) Sport 2024-2027

0

-18

102

83

293

3

Investeringen (MIP) Ontmoeten 2024-2027

0

-107

-106

-105

128

3

Hogere investeringskosten nieuw theater De

0

0

-850

440

440

Lievekamp 3

Tijdelijke kosten onder d'n Plag

0

600

0

0

0

3

Inzet algemene reserve voor tijdelijke

0

-600

0

0

0

0

0

0

270

270

323

287

0

0

0

201

246

0

0

0

0

334

334

334

334

kosten Onder d'n Plag 3

Rentestijging zwembad van de toekomst

3

Extra subsidie Cultuurpodium Groene Engel 2023 en 2024

3

Extra subsidie Muzelinck 2023 en 2024

3

Extra capaciteit voor uitvoering investeringen voor onderwijs, sport en ontmoeten

3

Professionalisering evenementen VTH

0

60

90

90

90

4

Versnelling klimaat- en energiebeleid

0

373

373

373

373

0

115

0

0

0

3.800

0

0

0

0

(CDOKE) 5

Impuls recreatie en toerisme

5

Doorontwikkeling industriehaven Elzenburg

7

Rentestijging ruimtelijke ambities

0

15.000

0

0

350

7

Voorbereidingskosten spooragenda

0

1.400

0

0

0

7

Flexwoningen

0

549

0

0

0

10

Progr Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

7

Inzet algemene reserve

0

-16.949

0

0

0

7

Beleidscapaciteit Mobiliteit

0

76

114

114

114

7

Capaciteit overbewoning en handhaving

0

23

193

193

193

8

Capaciteit Veiligheid en professionalisering

0

105

135

135

135

0

92

125

125

125

evenementen 9

Intern kennis en expertisecentrum participatie

9

Regiesysteem en data analist sociaal domein

0

160

185

185

185

9

Verhogen opleidingsbudget en

0

150

200

200

200

0

114

114

114

114

reiskostenvergoeding organisatie 9

P&O: werving & selectie, onboarding en verzuim

9

Secretariaat bedrijfsvoering

0

122

134

134

134

9

Monitoring & Response en Identity

0

262

262

262

262

Accesmanagement 9

Programma Digitale dienstverlening

0

150

0

0

0

9

Inzet algemene reserve voor programma

0

-150

0

0

0

0

136

204

204

204

500

284

903

53

52

0

127

192

282

282

dienstverlening 9

Lobbyist en subsidiewerving

9

Nieuwe kantoorinrichting gemeentehuis / commissiezaal

9

Adviseur digitalisering, communicatie en procesadviseur

10

OZB stijging van 6,2%

0

-1.409

-1.409

-1.409

-1.409

10

Stelpost voor risico's

0

0

300

1.950

2.910

-

Overige posten

57

496

453

445

475

5.331

2.019

2.443

5.014

7.695

Totaal nieuw beleid

Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting lichten we het nieuwe beleid toe (onderdeel 4.1).

11

Risicoposten Onder nieuw beleid hebben we een stelpost opgenomen voor risico’s ter hoogte van structureel € 2,9 miljoen. De volgende risico’s zijn via een stelpost vertaald in de begroting: a)

Hervormingsagenda Jeugdhulp

b)

Investeringen Onderwijs

c)

Versnelling klimaat- en energiebeleid/CDOKE

d)

Cultuur

Het opnemen van deze stelpost betekent overigens alleen dat we hierin in financiële zin deels rekening houden, maar dat gelden pas definitief beschikbaar komen na concrete uitwerking en besluitvorming van onderliggende plannen. We lichten de posten kort toe: a)

Hervormingsagenda Jeugdzorg

Rijk en gemeenten zijn beiden van mening dat de huidige financieringssystematiek voor het jeugddomein niet houdbaar is en niet goed past bij de interbestuurlijke verhoudingen in het jeugddomein. Daarom gaan we samen voortvarend aan de slag met een beter passend en bestendig financieringsmodel, waarin sturingsmogelijkheden, medebewind/beleidsvrijheid, financiële verantwoordelijkheden en de wijze van financieren in balans zijn. Een nieuw financieringsmodel moet meer duidelijkheid en voorspelbaarheid voor beide partijen bieden, een passende verdeling van risico’s weerspiegelen, en voorkomen dat financiële discussies de inhoudelijke domineren. Ook moet rekening worden gehouden met de toekomstige (en bijbehorende) bekostiging van de jeugdbescherming, zoals deze wordt uitgewerkt in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Kernpunten van de agenda zijn: -

De reikwijdte van de Jeugdwet wordt afgebakend, meer aandacht voor een domeinoverstijgende aanpak.

-

De gemeentelijke toegang met stevige lokale teams wordt versterkt.

-

Verbeteren regionale samenwerking en landelijke contractering specialistische zorg.

-

Kwaliteitsverbetering en versterking zicht op effectiviteit van zorg.

-

Afbouw van de residentiële jeugdhulp: inzet op zo thuis mogelijk.

-

Eenvoudiger uitvoering en inkoop, aanpak negatieve effecten van marktwerking.

-

Verbeteren van het inzicht in het jeugdstelsel met data en monitoring.

In financiële zin speelt hier het volgende: -

Aanvullend budget op basis van de commissie van Wijzen. Deze commissie heeft geoordeeld dat de gemeenten onvoldoende budget hebben ontvangen voor de uitvoering van jeugdhulp. Op basis van dit advies hebben de gemeenten extra geld ontvangen.

-

Maatregelen hervormingsagenda (korting). Deze commissie heeft ook geoordeeld dat er in de komende jaren een besparing gerealiseerd moet worden. De maatregelen zoals opgenomen in deze gezamenlijke agenda (zie hiervoor genoemde kernpunten) zijn zo goed als mogelijk kwantitatief gevalideerd. Voor 2/3 deel van de maatregelen (ruim € 650 miljoen) is landelijk overeenstemming over de mogelijke haalbaarheid van deze maatregelen. Voor de overige 1/3 deel (circa € 380 miljoen) is de raming van een aantal voornemens en maatregelen meer onzeker.

-

Extra maatregelen voormalig coalitieakkoord. In het voormalige landelijke coalitieakkoord is vanaf 2025 een besparing opgenomen op jeugdzorg. Dit is aanvullend op het advies van de Commissie van Wijzen. Afgesproken is dat dit een rijksverantwoordelijkheid is. Concreet betekent dit dat het aan het Rijk is om de besparing in te vullen met wettelijke maatregelen. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico van deze maatregelen als deze niet of niet volledig doorgang kunnen vinden.

-

Uitvoeringskosten hervormingsagenda ministerie: we krijgen een korting voor de landelijke uitvoeringskosten.

12

We hebben deze financiële ontwikkelingen vanuit de hervormingsagenda vertaald naar onze budgetten die we beschikbaar hebben voor jeugdzorg. Op termijn daalt het beschikbare budget van € 30,7 miljoen in 2023 naar € 25,7 miljoen in 2027. De verwachte kosten in 2023 bedragen € 30,3 miljoen. De eerste jaren 2023-2024 verwachten we nog (beperkte) overschotten op het budget. De jaren erna ontstaan er tekorten. Structureel verwachten we op basis van huidige prognoses een jaarlijks tekort van circa € 4,6 miljoen. Hiervan moet: -

€ 2,8 miljoen gerealiseerd worden door landelijke maatregelen. Van deze extra landelijke taakstelling uit het coalitieakkoord is afgesproken dat het Rijk hiervoor de verantwoordelijkheid draagt.

-

€ 1,8 miljoen gerealiseerd worden door lokale maatregelen uit de hervormingsagenda jeugd. Hier ligt dus een grote opgave.

We zien vooral in de laatste categorie een groot risico. In de begroting houden we rekening met een stelpost waarbij we het risico inschatten op 50% (€ 900.000). b)

Investeringskosten onderwijs

Voor de toekomst na 2027 zien we kostenstijgingen door een aantal grote investeringen in onderwijshuisvesting. In het investeringsplan voor maatschappelijk vastgoed (MIP) schuiven drie grote investeringen (specialistische voorzieningen SO en VSO en basisschool Schadewijk) door in tijd. Het gaat om een investeringsbedrag van ruim € 40 miljoen. Deels reserveren we hier investeringslasten voor (€ 0,5 miljoen), maar een bedrag van € 1,2 miljoen structureel kan nog niet worden opgenomen omdat het buiten de meerjarenbegroting valt. Omdat plannen nog uitgewerkt moeten worden, houden we rekening met een risicopost van 80%, zijnde een bedrag van € 960.000. c)

Versnelling klimaat- en energiebeleid/CDOKE

We ontvangen uitvoeringsmiddelen voor het klimaat- en energiebeleid voor de jaren 2023 tot en met 2025. Jaarlijks gaat het om een bedrag van € 1,5 miljoen. Dit bedrag is bestemd voor personele en bijbehorende materiële kosten (onderzoekskosten e.d.). De provincies hebben aangegeven dat we rekening mogen houden dat we dit bedrag structureel ontvangen. We hebben dit bedrag dan ook structureel als opbrengst vanuit het Rijk begroot. Ook hebben we kosten structureel begroot. Het is wel een risico dat dit bedrag toch niet structureel wordt vanuit het Rijk. Daarom hebben we een risicopost opgenomen in de begroting van 50% (€ 750.000). d)

Extra subsidie culturele instellingen (Muzelinck en Groene Engel)

In deze begroting is voor deze culturele instellingen extra subsidie opgenomen voor de jaren 2023 en 2024. In totaal een bedrag van circa € 0,6 miljoen per jaar Dit is noodzakelijk om deze instellingen in deze jaren overeind te houden. Daarbij is afgesproken om op basis van een nieuwe subsidiesystematiek te kijken naar de opdracht en activiteiten/ projecten van deze instellingen en de daarbij passende jaarlijkse subsidie. We nemen een risicopost op van 50% (€ 0,3 miljoen) als op basis van deze nieuwe systematiek en bijbehorende opdracht structureel hogere subsidie noodzakelijk is. Samengevat bestaat de risicopost uit: Bedrag x € 1.000 Bedrag

%

Bedrag

Mogelijk tekort jeugdzorg

€ 1.800

50%

€ 900

Investeringskosten onderwijs

€ 1.200

80%

€ 960

Versnelling klimaat- en energiebeleid

€ 1.500

50%

€ 750

Hogere subsidie culturele instellingen

€ 600

50%

Totaal

€ 300 € 2.910

13

Algemene reserve De omvang van de algemene vrije reserve is per 1 januari 2023 afgerond € 43,4 miljoen (inclusief saldobestemming jaarrekening 2022). Van dit bedrag is € 3,6 miljoen bestemd voor concrete projecten, waarover reeds besloten is. De minimale norm van deze reserve is 10% van de algemene uitkering. Op basis van de meicirculaire 2023 is dat € 22,6 miljoen. Dit betekent dat de vrije ruimte binnen de algemene reserve circa € 17 miljoen is. In deze begroting doen we voorstellen voor besteding van deze vrije ruimte (nieuw beleid). Na deze besteding sluit de hoogte van de algemene reserve aan bij de noodzakelijke omvang.

14

3O-ontwikkelingen Samengevat geven de 3O-ontwikkelingen het volgende beeld: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Progr Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

1

Lagere kosten huishoudelijke verzorging

-550

0

0

0

0

1

Hogere kosten individuele begeleiding en

900

0

0

0

0

dagbesteding 2

Aanpassing investeringsplan Onderwijs (MIP)

198

182

-549

-741

-286

2

Egalisatiereserve Wsw

-271

0

0

0

0

2

Vrijval Peuteropvang 2023

-100

0

0

0

0

2

Huurkosten tijdelijke huisvesting Aventurijn

176

0

0

0

0

2

Lagere kosten participatiebudget

-250

0

0

0

0

2

Hogere huuropbrengsten kinderopvang

0

0

0

0

-104

2

Hogere kosten bijzondere bijstand

100

100

100

100

100

3

Hogere gemeentelijke bijdrage GGD

0

197

197

197

197

3

Verkoop groene Engel

-682

-44

12

12

12

3

Aanpassing investeringsplan Sport (MIP)

-18

-351

-381

-340

-306

3

Aanpassing investeringsplan Ontmoeten (MIP)

0

0

0

-56

-56

4

Hogere inkomsten nutsbedrijven

-200

0

0

0

0

4

Hogere kosten begraafplaatsen

0

55

62

65

65

4

Uitvoeringskosten klimaatakkoord (CDOKE)

-1.321

-1.321

-1.321

-1.321

-1.321

6

Kermis

97

97

0

0

0

8

Hogere gemeentelijke bijdrage Veiligheidsregio

0

349

373

420

525

Brabant Noord 9

Hogere kosten wagenpark

9

Bijstelling standenregister 2023

9

Hogere kosten vervangingsinvesteringen ICT

9

Beheerder bodem- en stortplaatsen

9

Tweede kamer verkiezingen 22 november 2023

9

Bijdrage BrabantStad

10

Afbouw inzet reserves Maaslandgas en deposito

0

54

94

104

117

111

111

111

111

111

0

-133

77

61

225

0

103

103

103

103

300

0

0

0

0

65

65

65

65

65

0

0

0

0

129

BNG 10

Extra OZB opbrengsten

-133

-133

-130

-130

-130

10

Voordeel doorbelasting personele kosten

0

-400

-650

-450

0

10

Stijging rentekosten

0

0

100

250

360

10

Hogere bijdrage BSOB 2023

211

0

0

0

0

-

Diversen

74

229

241

186

178

-1.295

-841

-1.497

-1.365

-17

Totaal 3O-ontwikkelingen

15

Belangrijke 3O ontwikkelingen waarbij reserves worden ingezet zijn in onderstaande tabel opgenomen: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Progr Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

1

Plan van aanpak dak- en thuisloosheid

152

0

0

0

0

1

Inzet reserve dak- en thuisloosheid

-152

0

0

0

0

1

Transformatieproject jeugd

600

0

0

0

0

1

Inzet algemene reserve

-600

0

0

0

0

1

Opvang Vluchtelingen 2024

0

-8.300

0

0

0

1

Extra storting in reserve opvang vluchtelingen

0

8.300

0

0

0

2

Bijzondere bijstand en armoedebeleid

490

0

0

0

0

2

Inzet reserve Bestaanszekerheid

-490

0

0

0

0

2

Opvang vluchteling leefgeld 2024

0

300

0

0

0

2

Inzet reserve opvang vluchtelingen

0

-300

0

0

0

3

Aanpakken klimaatproblemen MFA Lith en de

289

14

0

0

0

-289

-14

0

0

0

0

108

0

0

0

-108

0

0

0

250

0

0

0

-250

0

0

0

3.900

0

0

0

0

-3.900

0

0

0

0

380

0

0

0

0

-380

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Meteoor 3

Inzet reserve verduurzaming gemeentelijk vastgoed

4

Programmamanager energietransitie

4

Inzet investeringsfonds duurzaamheid

5

Verduurzaming Moleneind

5

Inzet reserve economie

7

Voorbereidingskosten gebiedsontwikkelingen

0

(IMVA's) 7

Inzet algemene reserve grondbedrijf

9

Bestedingsplan reserve Versterken gemeentelijke dienstverlening kwetsbare groepen (POK)

9

Inzet reserve versterken gemeentelijke dienstverlening Totaal

Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting benoemen we alle 3O-ontwikkelingen en lichten we deze toe (onderdeel 4.2).

16

Investeringen Via deze programmabegroting stellen we ook investeringskredieten vast. De kapitaallasten van de investeringen zijn verwerkt in de lasten per programma. Als er sprake is van nieuwe investeringen hebben we dat gedaan via de 3O-ontwikkelingen of nieuw beleid bij de programma’s. In de paragraaf investeringsplan zijn alle investeringen opgenomen. Samengevat geeft dit het volgende beeld per programma: Bedragen * € 1.000 Investeringsplan 2. Werk, inkomen en onderwijs 3. Ontmoeten, sport en cultuur

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

205

2.673

9.365

14.500

13.465

40.208

880

5.248

6.441

11.537

2.100

26.206

7.618

5.749

7.323

7.238

7.313

35.241

-

638

898

-

-

1.536

7. Verstedelijking, wonen & mobiliteit

413

477

885

291

681

2.747

9. Besturen in verandering van tijden

4.266

3.688

3.906

2.625

1.919

16.404

10. Financieel beleid

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

5.500

14.482

19.573

29.918

37.291

26.578

127.842

4. Klimaat, energie en openbare ruimte 5. Economie

Totaal geplande investeringen

Naast de reguliere investeringen voorzien we grote investeringen in het Walkwartier en TBL (lopend), het Golfbad, de Lievekamp en op het gebied van ruimtelijke ambities. Deze verhogen bovenstaand investeringsplan aanzienlijk. Voor een specificatie van de reguliere investeringen wordt verwezen naar betreffende paragraaf investeringsplan. Het vaststellen van de programmabegroting is de basis voor het uitvoeren van de investeringen. Daarbij is het totale investeringsbedrag per programma leidend. In een apart raadsvoorstel stellen we voor welke investeringskredieten beschikbaar worden gesteld aan het college voor de uitvoering en voor welke investeringskredieten het mandaat bij de gemeenteraad blijft. Dit conform de nota investeringsbeleid 2023. Septembercirculaire Samengevat is de uitkomst van de septembercirculaire als volgt: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 2023

2024

2025

2026

2027

Septembercirculaire 2023

-225.710

-241.216

-243.660

-225.494

-227.985

Meicirculaire 2023

-225.739

-238.816

-241.147

-223.313

-221.446

29

-2.400

-2.513

-2.181

-6.539

Af te zonderen posten

1.604

2.601

2.385

1.868

2.210

Netto voordeel

1.633

201

-128

-313

-4.329

Totale stijging

Conclusie: De algemene uitkering stijgt in alle jaren. In 2024 € 2,4 miljoen extra en dit loopt op tot € 6,5 miljoen in 2027. Wanneer we hiervan de noodzakelijke afzonderingen afhalen ontstaat er in 2023 een tekort van € 1,6 miljoen. De jaren erna (2024-2026) zijn de mutaties beperkt. Opvallend is dat het laatste jaar 2027 een positieve ontwikkeling kent van € 4,3 miljoen. Dit is positief voor het meerjaren beeld van onze begroting. Belangrijkste punten uit de circulaire zijn: Algemene ontwikkelingen: −

De accressen zijn voor de jaren 2023 tot en met 2025 bevroren. Dit bekent dat naast alle specifieke mutaties, we alleen loon- en prijscorrectie krijgen over deze jaren.

−

De verwachte inflatie over 2024 is hoger dan in mei werd verwacht. Dit betekent een hogere accres voor de prijsontwikkeling vanaf 2024.

17

−

In het landelijke coalitieakkoord is besloten om het accres vanaf 2026 niet langer te koppelen aan de hoogte van de rijksuitgaven. Dus niet langer “samen de trap op- samen de trap af”. Dit betekent een fors nadeel in 2026 ten opzichte van het jaar 2025. De algemene uitkering is voor ons dan € 18 miljoen lager. “Het ravijn” wordt versterkt doordat de zogenaamde opschalingskorting tot en met het 2025 verdwijnt, maar dat deze in 2026 weer terugkomt. Ter compensatie van dit ravijnjaar in 2026 heeft het kabinet een bedrag van € 1 miljard extra beschikbaar in 2026/ 2027. Dit is verwerkt in bovenstaande saldi.

−

Het kabinet heeft besloten dat het gemeentefonds vanaf 2027 geïndexeerd wordt op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Dit op basis van een 8-jarig historisch gemiddelde om te komen tot meer stabiliteit. De indexatie volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar, zodat het gemeentefonds reëel op niveau blijft.

−

Voor het jaar 2027 ontstaat door deze nieuwe systematiek een voordeel door een hoger volumeaccres van ruim € 700 miljoen. Dit is voor onze gemeente een bedrag van circa € 3,6 miljoen extra in 2027.

Voor een uitgebreide toelichting van de septembercirculaire 2023 verwijzen we naar bijlage 4. Structureel saldo programmabegroting Om een goed oordeel te kunnen vormen over de begroting is het van belang om het saldo te corrigeren met incidentele baten en lasten. De baten en lasten die niet incidenteel zijn, zijn immers structureel van aard. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht. In de volgende tabel berekenen we het structurele saldo van de programmabegroting. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Omschrijving

2022

2023

Resultaat

-19.065

2.078

Incidentele baten en lasten

-12.016

8.726

-7.049

-6.648

-12.692

Structureel begrotingssaldo

2024

2025

2026

2027

-38

-247

4.039

3.081

12.654

15.606

1.152

0

-15.853

2.887

3.081

Voor de specificatie van het jaar 2022 verwijzen we naar de jaarrekening 2022. De conclusie hieruit is dat de begroting in 2024 structureel sluitend is. Meerjarig is in 2026 het structurele saldo afgerond € 3 miljoen nadelig, dit komt door het ravijnjaar. Het saldo van incidentele baten en lasten wordt vooral veroorzaakt door grote, incidentele investeringen die opgenomen zijn voor mobiliteit, binnenstedelijke transformatie, stadscentrum, waterveiligheid en verschuivingen van investeringen in het MIP. In bijlage 2 staat een specificatie van de incidentele baten en lasten.

18

Kaders en uitgangspunten Inleiding Zoals we in de kadernota 2024 aangaven is het zoeken naar een eenduidige koers voor de begroting. Aan de ene kant biedt het Rijk op de korte termijn duidelijkheid: tot en met 2025 werken we met een bevroren accres, dat alleen verhoogd wordt met de inflatie correctie en enkele incidentele posten. Dat geeft rust en zekerheid. Aan de andere kant dreigt vanaf 2026 het ravijnjaar, met een ingrijpende teruggang van de financiële slagkracht van alle gemeenten in Nederland. Daarnaast is er ook in onze samenleving en wereld veel onzekerheid. De gevolgen van een nieuw kabinet? Wat gaan de energieprijzen in 2024 doen? Is er een pijl te trekken op de ontwikkeling van de inflatie? Hoe zit het met de arbeidsmarkt, blijft er door de stikstofcrisis van alles op slot? Hoe zit het met de asielinstroom? Gratis geld is voorbij, maar hoe hoog wordt de rente? Goed om vooraf stil te staan wat voor ons belangrijke kaders en uitgangspunten zijn voor deze programmabegroting. Inflatie raakt steeds meer mensen, economische groei valt terug Het centraal planbureau heeft in augustus de zogenaamde concept macro economische verkenning 2024 uitgebracht. Kernpunten hieruit zijn: -

De Nederlandse economie heeft grote schokken verrassend goed doorstaan. De economische groei vertraagt.

-

Tijdelijke inkomensondersteunende maatregelen vallen in 2024 weg, waardoor zonder aanvullend beleid de koopkracht van huishoudens met de laagste inkomens daalt en de armoede stijgt;

-

De overheidsfinanciën verslechteren op de korte en de middellange termijn. Prudent begrotingsbeleid is daarom geboden. Dit betekent concreet dat het Rijk middelen moet vrijmaken via bezuinigingen of door lastenverzwaringen;

-

De inflatie blijft dit jaar hoger dan eerder gedacht. Ook in 2024 blijft de inflatie hoger dan normaal.

Koers voor de begroting Alle kracht en inzet op de uitvoering In de programmabegroting 2023-2026 hebben we het coalitieakkoord ‘Samen duurzaam vooruit’ vertaald. We hebben de speerpunten benoemd. Voor het jaar 2023 hebben we de activiteiten concreet uitgewerkt en voor de jaren daarna de speerpunten meerjarig weggezet. Zo hebben we de grote lijnen voor de komende jaren geschetst. Daarnaast is er in die programmabegroting fors geld beschikbaar gesteld om voortvarend aan de slag te kunnen met het uitvoeren van het coalitieakkoord. Het gaat om de volgende hoofdlijnen: -

De verstedelijkingsopgave met woningbouw en mobiliteit. Denk aan Amsteleind, de plannen rond de Raadhuislaan, het Euterpepark. Maar ook de grote investeringen in bereikbaarheid via de weg en het spoor.

-

De klimaatopgave en energie transitie. Van de duurzame polder tot het voorbereiden om de eerste 7.500 bestaande woningen gasloos te maken. We bouwen aan een klimaatadaptief Oss van de toekomst, waarin bewoners, bedrijven, flora en fauna minder kwetsbaar zijn voor de effecten van klimaatverandering, zoals de hogere kans op wateroverlast door extreme neerslag, hitte, droogte en overstromingen van de Maas. Zo beperken we de risico’s voor de economie, onze gezondheid, natuur en veiligheid.

-

Goede dienstverlening en transformatie en kostenbewustzijn van het sociaal domein. We werken aan de Hervormingsagenda Jeugd, aan de realisatie van het Integrale Zorg Akkoord en Gezond en Actief Leven Akkoord en aan de vernieuwing en professionalisering van onze dienstverlening.

-

Stedelijke voorzieningen voor een aantrekkelijke stad. De nieuwe Lievekamp, het Walkwartier met het Warenhuis en het nieuwe zwembad zijn hier aansprekende voorbeelden van. Vanwege de forse rentestijgingen zijn de al gereserveerde budgetten minder waard geworden. Dat trekken we nu recht.

-

Duurzaam houdbare voorzieningen voor vitale dorpen. Ussen met de nieuwe Hille, de voorziening in de NOK dorpen en Ravenstein zijn voorbeelden van in stenen investeren om sociale cohesie te bevorderen.

-

Een uitstekende 100.000+organisatie. Denk aan onze positie op de arbeidsmarkt en informatieveiligheid.

19

Vanuit deze begroting is de focus gericht op het uitvoeren van de plannen en speerpunten die we eerder hebben opgenomen. We zijn daar heel blij mee: in tijden van onzekerheid en hoge inflatie zijn we in staat om volop de investeren in de samenleving. Ook in sociale cohesie, ontmoeten en de transformatie van het sociaal domein. Daarnaast hebben we oog voor nieuwe ontwikkelingen: soms wettelijke verplichtingen, toetreden tot BrabantStad of aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Geen bezuinigingen, wel een kritische blik Gezien de financiële ruimte de afgelopen jaren en de economische ontwikkelingen willen we geen bezuinigingsoperatie opzetten. Wel moeten we kritisch zijn in de wensen voor nieuw beleid. We kunnen gelukkig vooruit en het zal al een hele opgave worden om ons bestaande beleid uit te voeren. Met de maatschappelijke onzekerheden, het fors duurder worden van geld, dat snel verdampt als gevolg van inflatie en stijgende rente, is het goed om kritisch te blijven op onze uitgaven. Moet alles in dezelfde omvang en reikwijdte doorgaan, zoals we ooit dachten. Of mag het een ons minder, mogen we meer van de samenleving vragen, willen we strakker inzetten op samenwerking of fusies van verenigingen om het op de lange termijn vol te houden. Dit is geen pleidooi om overal voor de goedkoopste variant te kiezen. Zeker bij bouwprojecten leggen ons soms vast voor 40 tot 100 jaar.

Maar kritisch kijken of ons voorzieningen niveau in de breedste zin van het woord nog past bij maatschappelijke ontwikkelingen en onze portemonnee is op zijn plaats. Onze financiële uitgangspunten Onze ambitie is om ons huishoudboekje blijvend op orde te houden door een stabiel financieel beleid, heldere afspraken en financiële lenigheid om in te spelen op nieuwe omstandigheden. We willen de lokale lastendruk voor onze inwoners en bedrijven laag houden. De begroting 2024 en de meerjarenramingen 2025-2027 hebben we opgesteld op basis van de volgende uitgangspunten: -

In het algemeen werken we met een begroting die meerjarig (structureel) sluitend is. Dit jaar kiezen we ervoor om de eerste 2 jaar sluitend te hebben en verwachten we in 2026 en 2027 een tekort. Dit sluit aan bij de oproep van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) om tekorten te laten zien. Ook onze toezichthouder – de provincie - heeft zich hierbij aangesloten. We houden zo druk op het nieuwe kabinet in de lobby voor het terugdraaien van de grote greep uit het gemeentefonds vanaf 2026.

-

Het tekort voor de jaren 2026 en 2027 houden we beperkt omdat we beseffen dat in het slechtste geval we deze later moeten gaan bezuinigen. De rijksfinanciën staan ook onder druk. Het tekort is die jaren is vrijwel gelijk aan de risicoposten die we voorzien.

-

We hebben een algemene reserve die voldoet aan de gestelde normen (minimaal 10% van de algemene uitkering). Binnen onze algemene reserve is er incidentele begrotingsruimte. We zetten deze ruimte in om de plannen van het coalitieakkoord en noodzakelijke actuele onderwerpen te realiseren en rentestijging en inflatie op te vangen.

-

We kijken jaarlijks kritisch naar alle reserves. In de nota reserves, die de gemeenteraad tegelijk met de programmabegroting behandelt, lichten we de reserves uitgebreid toe.

-

Nieuw beleid wordt integraal afgewogen bij de vaststelling van de begroting. Het politieke debat over de inhoud wordt vooral integraal gevoerd bij de kadernota in het voorjaar.

-

De winsten uit het grondbedrijf zetten we in voor onze omvangrijke ruimtelijke opgaves (ontsluitingswegen, spoorzone, mobiliteitsplan, wonen). Daarnaast vragen we bijdragen aan ontwikkelende partijen, die op deze manier hier ook aan meebetalen. De winsten vanuit het grondbedrijf nemen komende jaren af, ook door stijgende prijzen.

-

Via actieve lobby en netwerken zetten we in op actief geld van derden te verwerven zoals bijdragen uit landelijke, regionale en Europese fondsen. De landelijke fondsen voor woningbouwimpulsen, volkshuisvesting en klimaat & energie bieden nadrukkelijk kansen.

-

We blijven lobbyen voor een robuuste financiering vanuit het gemeentefonds en voor voldoende compensatie van het zogenaamde ravijnjaar vanaf 2026. Dit in combinatie met de afschaffing van de zogenaamde opschalingskorting. Aanvullend hierop lobbyen we voor voldoende compensatie van de hogere kosten voor jeugdhulp en Wmo.

20

-

We blijven vasthouden aan een lastendruk van minimaal € 22,50 onder het landelijke gemiddelde. Voor het jaar 2024 verhogen we de OZB met 6,2%. Dit bestaat uit een reguliere inflatiecorrectie over 2024 en een (beperkte) correctie door ene hogere werkelijke inflatie in2023. We blijven uitgaan van 100% kostendekking van tarieven en heffingen.

-

Voor subsidies 2024 wordt voorgesteld om uit te gaan van een inflatie voor 2024 van 3,9%, zoals vastgesteld in de kadernota. Bij gesubsidieerde professionele instellingen is in zijn algemeenheid sprake van een 80/20-verhouding tussen het loongevoelige en prijsgevoelige deel van de uitgaven. Voor budgetsubsidies wordt voor de compensatie van loonstijging uitgegaan van de specifieke CAOontwikkelingen per sector en voor de compensatie van prijsstijging wordt dan uitgegaan van een inflatie van 3,9% (% overheidsconsumptie netto materieel 2024). Bij de overige subsidies zoals professionele instellingen zonder budgetovereenkomst en niet-professionele organisaties wordt ook dit percentage van 3,9% voor prijscompensatie gehanteerd.

-

De rekenrente stellen we in principe vast op 1,1%. De rente voor de grondexploitaties bedraagt in de begroting 1,17%. Dit is gebaseerd op landelijke verslagleggingsvoorschriften. We verwachten dat deze rente stijgt in de toekomst.

-

De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds hebben we gebaseerd op de septembercirculaire 2023.

-

In programma 10 hebben we een jaarlijkse post onvoorzien van € 300.000 opgenomen. Deze post is bedoeld om incidentele tegenvallers op te vangen. Het college besluit over de inzet van deze post. Daarbij geldt de voorwaarde dat inzet past binnen de criteria: onuitstelbaar, onvermijdbaar en onvoorzienbaar. De verantwoording hierover nemen we op in de reguliere planning- en controldocumenten met vaststelling door de gemeenteraad.

21

Programma 1. Welzijn en zorg

22

1. Inleiding De begrotingsprogramma’s 1, 2 en 3 gaan over het sociaal domein in Oss. In de drie hoofdstukken staan veel verschillende deelonderwerpen. In de alinea’s hier direct onder staat wat ons bindt in het sociaal domein. Vanuit het sociaal domein werken wij aan een veerkrachtige en inclusieve samenleving in Oss. Wij streven ernaar dat iedere inwoner mag meedoen. Wij doen dat vanuit de volgende waarden: •

Mens centraal. We stellen de mens centraal, we sluiten aan bij wat mensen zelf willen en kunnen. We doen hierbij recht aan de waardigheid van iedere inwoner van Oss. Inwoners willen zoveel mogelijk eigen regie en verantwoordelijkheid over hun leven en hun leefomgeving. Zij doen en kunnen veel zelf en samen met hun omgeving. Het vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld bij sportclubs, scholen en culturele instellingen, is van grote meerwaarde voor de gemeenschap.

•

Nabijheid. We weten wat er leeft en speelt in buurten, wijken, dorpen, stadjes. We kennen de inwoner en de inwoner kent ons. Daarom zijn we makkelijk benaderbaar. Ondersteuning is nabij en waar mogelijk ingebed in de sociale structuur in de dorpen en wijken. Zodat we bijdragen aan actieve en verantwoordelijke gemeenschappen.

•

Eenvoud. We werken vanuit de bedoeling en doen wat nodig is, passend bij de inwoner en zijn mogelijkheden. We maken steeds de afweging hoe we administratieve processen voor inwoners, onze samenwerkingspartners en de gemeentelijke organisatie kunnen vereenvoudigen.

•

Vakmanschap en partnerschap. Onze medewerkers zijn deskundig, hebben de juiste competenties en blijven leren. Ze zijn hierbij in staat waarderend en zonder vooroordeel het gesprek aan te gaan. Goede ondersteuning voor onze inwoners kan de gemeente niet alleen. We hebben de partners in het sociaal domein nodig om hieraan bij te dragen. Daarom bouwen we aan netwerken en participeren hier actief in. Professionals vanuit verschillende afdelingen en organisaties en inwoners werken waar nodig integraal samen. Hierbij is de Samenwerkwijze uitgangspunt.

Binnen het sociaal domein werken we vanuit deze waarden aan ons dienstverleningsconcept, onze werkprocessen, aan de vakmanschapsontwikkeling van onder andere onze consulenten, en aan onze digitaliseringsagenda. Inhoudelijk onderschrijven we de landelijke agenda voor het sociaal domein. Dat betekent investeren in herstellen van bestaanszekerheid, vergroten kansengelijkheid en gezond leven makkelijker te maken. Naast passende dienstverlening aan onze inwoners en de transformatie van het sociaal domein sturen we op de betaalbaarheid van het geheel. We sluiten aan bij de talenten, mogelijkheden en behoeften van inwoners. Wanneer het niet vanzelf gaat, bieden we ondersteuning, zorg en opvang. Deze ondersteuning is gericht op zoveel mogelijk zelf en samen doen: in netwerken in de buurt of wijk. Waar nodig zorgen we voor (specialistische) ondersteuning en zorg. We kijken integraal naar de hulpvraag van inwoners, bijvoorbeeld in een combinatie van welzijn, zorg, werk, schuldhulpverlening en armoede-ondersteuning. Meer gebruik maken van de mogelijkheden van de inwoner en aansluiting bij de leefwereld vraagt een andere houding en andere manier van werken van professionals. Dit is een langdurig verandertraject. Om te komen tot een integrale oplossing voor de inwoner werken we vanuit de disciplines werk en inkomen, welzijn, zorg, veiligheid, schuldhulpverlening samen.

23

2. Programma-onderdelen 2.1 Ondersteuning en zorg in de Wmo Wat willen we bereiken? De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) geeft gemeenten de opdracht mensen te ondersteunen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Daarbij gaan we altijd uit van de talenten en mogelijkheden die inwoners hebben. We zorgen daarbij dat voorzieningen toegankelijk zijn, zodat iedereen kan meedoen. Maatschappelijke ontwikkelingen We hebben te maken met een aantal maatschappelijke ontwikkelingen. Denk aan de krapte op de arbeids- en woningmarkt, vergrijzing en de groei van (complexe) hulpvragen van inwoners. Deze vraagstukken van schaarste onderstrepen het belang van een sociale basis en de transformatie van het sociaal domein. Dit vraagt ook van de samenleving het besef dat we een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben. Lokale ontwikkelagenda Wmo Oss We stellen een nieuwe ontwikkelagenda Wmo Oss op voor de periode 2024-2028. De hoofdopgave is zorgen dat onze ondersteuning toekomstbestendig is, inwoners de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben en de meest kwetsbaren gezien en geholpen worden. De maatschappelijke uitdagingen waar we momenteel voor staan vragen om scherpere keuzes en meer sturing op de transformatie van het sociaal domein. Meer samen werken met de gemeenschap, en meer innovatie in de gemeentelijke organisatie en bij onze partners.

We breiden het collectieve aanbod waar mogelijk uit waardoor er meer mogelijkheid tot elkaar ontmoeten en helpen ontstaat. Ook willen we inwoners inspireren en mogelijkheden bieden om eigen ideeën uit te voeren. Denk aan het faciliteren van zorgcoöperaties en initiatieven die al een waardevolle bijdrage leveren aan deze beweging, of het versterken van informele zorg en mantelzorg. Daarnaast kijken we naar lichtere en andere vormen van dagbesteding, hulp bij het huishouden en ondersteuning. Tot slot blijven we investeren in het bieden van passende ondersteuning van mensen met een psychische kwetsbaarheid en het mogelijk maken van de uitstroom uit beschermd wonen. Landelijke akkoorden zoals het IZA, het GALA en het Woon-zorgakkoord sluiten hier op aan. Hierbij ligt de focus op een domeinoverstijgende samenwerking tussen het medische en sociale domein, een gezonde en actieve leefstijl en langer thuis wonen. Daarnaast zoeken we ook steeds meer de samenwerking met het fysieke domein, een gezonde leefomgeving en plekken voor ontmoeting dragen immers bij aan onze sociale doelen. Sociale basis Een solide sociale basis helpt bij het realiseren van de transformatieopgave.

Bij de sociale basis gaat het over gemeenschapsvorming en een fijne leefomgeving waar mensen kunnen samenleven, elkaar kunnen ontmoeten, meedoen en in staat zijn om zelf (met hulp van omgeving/netwerk) hun leven vorm te geven. Aansluitend op onze visie Thuis in de Buurt, faciliteren we de sociale basis op een houdbare en duurzame manier. Innovatie en transformatie: proeftuin Oss Een voorbeeld van innovatie om onze ondersteuning toekomstbestendig te maken, is de Proeftuin Oss. De proeftuin levert een belangrijke bijdrage aan nieuwe manieren van samenwerken, gemeenschapsgericht werken, financieren en netwerksturing. We transformeren en innoveren in de Proeftuin op basis van anders doen, anders mogelijk maken en anders samen leren. Een belangrijk onderdeel van de Proeftuin Oss is het werken met gebiedsgebonden lumpsum financiering middels subsidie. Eind 2022 heeft de raad besloten om de Proeftuin Oss voor 5 jaar te verlengen, uit te breiden met een 2e proeftuinwijk en vanaf 2024 jaarlijks een subsidiebedrag voor de twee proeftuinwijken vast te stellen. Daarbij wordt er een vast wijkbudget vastgesteld dat door de proeftuin-partners gezamenlijk wordt gebruikt t.b.v. de doelen én transformatie van zorg en welzijn in de twee Proeftuinwijken. We gaan nu een spannende fase in: functioneert de in de proeftuin ontwikkelde werkwijze ook in de praktijk?

24

Complexe ondersteuningsvragen en wonen (regionaal en lokaal) In de regio Brabant Noordoost-Oost organiseren wij gezamenlijk de opvang en ondersteuning voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Gemeenten, rijk en andere partijen werken al jaren aan de transitie ‘van beschermd wonen naar een beschermd thuis’. Dit moet het mogelijk maken dat mensen met psychische problemen vaker thuis of in hun eigen woonplaats kunnen blijven wonen, waarbij ze thuis ondersteuning krijgen. Daardoor groeit de groep inwoners met complexe problematiek in onze buurten en dorpen. Voor hen en hun buurtgenoten is het essentieel dat de benodigde ondersteuning beschikbaar is. Dat vraagt lokaal een basisniveau van voorzieningen, geschikte woningen, en samenwerking tussen en met gemeenten, ketenpartners, zorgverzekeraars en Centrum Indicatiestelling Zorg (Wlz). Daarnaast ligt er een grote opgave rondom wonen en huisvesting. Voor specifieke aandachtsgroepen ontwikkelen we voor Oss een visie voor de opgaven rondom wonen, welzijn en zorg: de woonzorgvisie. We werken aan de volgende doelstelling(en):

-

In Oss helpen we elkaar en kan iedereen meedoen (sociale basis) Inwoners van Oss die dat nodig hebben, krijgen passende ondersteuning Voorzieningen zijn vindbaar, toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief goed

Wat gaan we hiervoor doen? Activiteit

Wanneer gereed (kwartaal/jaar)?

-

We werken de Visie sociale basis Oss 2040 uit in een ontwikkelagenda sociale

Q1/2024

basis. Deze visie en ontwikkelagenda reiken verder dan programma 1, en hebben een relatie met de lokale ontwikkelagenda Wmo en het plan van aanpak GALA. -

Op basis van de regionale Wmo-kaders, de Visie Sociale Basis en ervaringen in

Q1/2024

de uitvoering, actualiseren we onze ontwikkelagenda 2024-2028 voor Oss. De focus ligt op toekomstbestendigheid van de Wmo en substitutie van zware ondersteuning naar lichte, collectieve of informele ondersteuning. Hierbij leggen we de verbinding met inkoop en regionale afspraken. -

De druk op mantelzorgers neemt toe. In 2023 werken we aan een

Q1/2024

uitvoeringsplan mantelzorg, samen met mantelzorgers zelf, lokale partners en ONS welzijn (vanuit de GALA middelen). -

In 2024 stappen we fasegewijs volledig over naar de nieuwe financieringsvorm

2024-2025

voor de 2 proeftuinwijken. We verwachten dat in 2024 in Proeftuinwijk Ruwaard vanuit de reguliere Wmo-middelen een bedrag van € 3.932.505 nodig is voor individuele begeleiding, dagbesteding en hulp bij huishouden, en in Proeftuinwijk Ussen een bedrag van € 2.558.616. Deze middelen verstrekken we middels subsidie en maken we vrij vanuit de bestaande begroting voor Wmo. De bovenstaande bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil 2023. In de begroting 2024 wordt een algemene index toegepast, deze post is daar onderdeel van. Parallel aan de proeftuin werken we aan een visie op de inkoop Wmo. Keuzes die we maken op basis van de ervaringen in de proeftuin, hebben invloed op onze regionale inkoopsystematiek. -

Voor de regio Noordoost Brabant komt jaarlijks structureel € 5,5 miljoen

2024

beschikbaar voor de uitvoering van het Integraal Zorgakkoord (IZA). De gemeente Den Bosch gaat deze middelen als mandaatgemeente aanvragen en beheren. Gezamenlijk dragen we zorg voor het opstellen en uitvoeren van een regioplan in samenwerking met de zorgverzekeraar en partners. De uitwerking hiervan heeft een sterke verbinding met ons lokale plan voor het Gezond en actief leven akkoord (GALA, programma 3).

25

Activiteit

Wanneer gereed (kwartaal/jaar)?

-

Op basis van de woonzorgvisie (deze wordt naar verwachting eind 2024

2024

vastgesteld) gaan we samen met de collega's van wonen aan de slag met onze opgaven rondom wonen, welzijn en zorg voor verschillende aandachtsgroepen. -

Beschermd wonen (regionaal Brabant Noordoost-Oost en lokale vertaling): o

2024-2025

Regionaal koersdocument psychisch kwetsbaar 2024-2028: volgen van de ontwikkeling voorzieningen regionaal specialistisch vangnet. Zoals de Time out voorziening (Verdihuis), Verslaafden in herstel en Skeve Huuse.

o

We bereiden de (financiële) gevolgen doordecentralisatie beschermd wonen en woonplaatsbeginsel voor (beide rijksmaatregelen gaan in per 11-2025).

o

We vertalen het koersdocument voor mensen met psychische kwetsbaarheid in Oss: o.a. GGZ Consultatie, Psychisch kwetsbaar in de wijk, Straatdokter, herstel- en zelfregiecentrum en tussenvoorzieningen Beschermd Thuis.

-

We stellen een regionaal plan van aanpak dakloosheid op (Wonen eerst), op

2024

basis van het nationaal actieplan. Hierbij benutten we de resultaten van het Ethos-telonderzoek naar de omvang van dak- en thuisloosheid in de regio Noordoost-Brabant. Dat doen we op basis van de middelen die we de afgelopen jaren in de algemene uitkering ontvangen hebben en de middelen uit de meicirculaire 2023. -

We werken verder aan de regionale transformatie van de maatschappelijke

2024

opvang in Brabant Noordoost-Oost gericht op organisatorische en financiële toekomstbestendigheid. Deze opgave betreft de verbetering van producten (inkoop), de huidige locatie (Verdihuis) en uitbreiding van voorzieningen. -

In het kader van zorg en veiligheid werken we aan: o

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=7f552a47-fb8b-4b76-908b-cd65c3bea6a5