CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

P06355 RO Opvanglocatie Oss 20231201

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente OssBij agendapunt: B Verklaring van geen bedenkingen tijdelijke opvanglocatie vluchtelingen, Spitsbergerweg in Oss23.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het rekenresultaat voor de aanleg- en gebruiksfase is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Hiermee kunnen significante negatieve effecten op Natura 2000gebieden vanwege stikstofdepositie worden uitgesloten. Hiermee is ook een voortoets met betrekking tot Natura 2000, als bedoeld in de door Regelink uitgevoerde ecologische quickscan (d.d. 3 maart 2023; zie onder ‘soortenbescherming’) niet noodzakelijk. Planologische gebiedsbescherming

Figuur 13: Kaart natuur en stiltegebieden Interim omgevingsverordening NoordBrabant (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Op grond van artikel 1.12, tweede lid, Wet natuurbescherming, wijzen de gedeputeerde staten van de provincie in hun provincie gebieden aan die

Uit de hiervoor weergegeven kaartuitsnede volgt dat het besluitgebied niet

behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De gedeputeerde staten

gelegen is binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of Natuurnetwerk

van de provincie Noord-Brabant hebben in dat kader het Natuurnetwerk

Brabant (NNB). Wel behoren de gronden, welke op korte afstand het be-

Brabant (NNB) aangewezen in de Interim omgevingsverordening Noord-

sluitgebied gelegen zijn, tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Zoals is

Brabant. In deze verordening is in artikel 3.16 tevens geregeld dat er een

geconcludeerd in de ecologische quickscan uitgevoerd door Regelink (d.d.

menten uit dit onderzoek zijn beschreven in de volgende alinea.

Opvanglocatie Oss

31

4.9

Bodem

gebied. Tevens is een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimte-

4.9.1

Toetsingskader

wordt gebracht of en, zo ja, welke effecten er op de kernkwaliteiten van

lijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden. De uitkomsten van dit

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald

het NNB te verwachten zijn. De effectenanalyse (d.d. 13 september 2023)

laatste zijn reeds beschreven in het voorgaande deel van deze subpara-

dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet wor-

is als separate bijlage opgenomen. In het kader van de effectenanalyse is

graaf. In het vervolg van deze subparagraaf zullen de uitkomsten van de

den met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen

door De Roever ook een akoestisch onderzoek verricht (d.d. 12 septem-

toetsing aan wetgeving ten aanzien van soortenbescherming worden sa-

dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de be-

ber 2023). Dit onderzoek is eveneens als bijlage opgenomen.

mengevat. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen.

oogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel

3 maart 2023; zie onder ‘soortenbescherming’) dient wel rekening te wor-

Aan de hand van de ecologische quickscan is beoordeeld welke be-

den gehouden met de externe werking van het NNB. Vanwege de ligging

schermde soorten daadwerkelijk (kunnen) voorkomen binnen het besluit-

het NNB is door BRO een effectenanalyse NNB opgesteld, waarin in beeld

saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat Uit de effectenanalyse en het akoestisch onderzoek blijkt dat bij de ontwik-

Uit de resultaten, de effectbeoordeling en toetsing aan de Wnb volgt dat

indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de

keling een toename aan geluidsverstoring plaatsvindt. Uit akoestisch on-

met de geplande ingreep de Wet natuurbescherming niet wordt overtre-

beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan

derzoek blijkt dat een toename van 114 m2 verstoring op het NNB plaats-

den. In het plangebied zijn namelijk geen beschermde soorten of functies

worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren).

vindt na de realisatie van het plan, welke dient te worden gecompenseerd.

van beschermde soorten te verwachten. De conclusies ten aanzien van

Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden ge-

Voor het overige zijn er geen negatieve effecten op de kernkwaliteiten van

soortenbescherming zijn weergegeven in de navolgende tabel:

realiseerd. Derhalve is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 richtlijnen noodzakelijk.

het NNB aan de orde. De compensatie kan fysiek of financieel worden gedaan. Indien voor een fysieke compensatie wordt gekozen moet er 38 m2 worden gecompenseerd, binnen nog in te richten NNB. Indien voor finan-

4.9.2

Onderzoek

ciële compensatie wordt gekozen bedraagt deze (38x10,17=) € 386,46.

Onderbouwd dient te worden of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde opvanglocatie voor vluchtelingen. Om die reden is door MILON

De gemeente heeft gekozen voor financiële compensatie. Dit aspect vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plan. Soortenbescherming Regelink heeft een ecologische quickscan uitgevoerd, bestaande uit een bureauonderzoek en een verkennend veldbezoek (d.d. 3 maart 2023). Het veldonderzoek is uitgevoerd door een ecoloog van Regelink die het besluitgebied op 27 februari 2023 heeft bezocht. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest- en/of verblijfsmogelijkheden. Het bu-

een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740. In dit 4.8.3

Conclusie

kader is tevens een vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725.

Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot de deelaspecten

Voor het volledige onderzoeksrapport (d.d. 21 februari 2023) wordt verwe-

soortenbescherming en wettelijke gebiedsbescherming. In het kader van

zen naar de bijlagen. De belangrijkste elementen uit de onderzoek zijn op-

het deelaspect planologische gebiedsbescherming, is blijkens nader on-

genomen in de navolgende alinea’s.

derzoek sprake van negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het NNB in de vorm van geluidverstoring. De toename ten opzichte van de be-

De onderzoekslocatie is gelegen in Zone A van de Notitie gebiedsspeci-

staande situatie is beperkt en betreft een omvang van 114 m². Deze toe-

fiek beleid DDT/DDD/DDE en is verdacht op het voorkomen van ver-

name wordt financieel gecompenseerd. Dit vormt geen belemmering voor

hoogde gehalten aan DDT, DDD en DDE. Daarom is de bovengrond on-

de realisatie van het plan.

derzocht volgens de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, dif-

reauonderzoek is uitgevoerd aan de hand van waarnemingen uit de Natio-

fuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van

nale Databank Flora en Fauna (NDFF) en gegevens uit recente versprei-

monsterneming (VED-HE) en zijn de grondmonsters aanvullend op het

dingsatlassen en actuele websites.

standaardpakket onderzocht op organochloorbestrijdingsmiddelen. Voor de analyses van de ondergrond en het grondwater is aangesloten bij de

Opvanglocatie Oss

32

onderzoeksstrategie voor een onverdachte, grootschalige locatie (ONV-

Er is middels het uitgevoerde onderzoek een goed beeld verkregen van de

vergunning over te gaan tot het tot afvoer naar een oppervlaktewaterli-

GR).

milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

chaam te laten komen van regenwater. In artikel 15 van de Algemene Re-

Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

gels is vervolgens een bepaling opgenomen aan de hand waarvan in be-

Vanwege de voormalige stortplaats zuid/zuidoostelijk van de locatie zijn

paalde gevallen vrijstelling kan worden verleend van het in artikel 3.6 van

diepe boringen verricht aan de oostzijde van het perceel om uit te sluiten

4.9.3

dat stortmateriaal aanwezig is op de onderzoekslocatie. Op verzoek van

Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect bo-

worden verleend is wanneer de toegevoegde verharde oppervlakte maxi-

de gemeente Oss is grondwater uit de peilbuizen geplaatst aan de zuid-

dem.

maal 500 m2 is.

oostelijke zijde van het perceel (stroomafwaarts van de stortplaats) geanalyseerd op het STER-pakket (ook bekend als TerraTest of Soil2control). Tijdens de veldwerkzaamheden zijn, met uitzondering van boring 7 waar de bovengrond zwak kolengruishoudend is, geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de zwak kolengruishoudende bovengrond ter plaatse van boring 7 zijn diverse zware metalen, PAK, organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen, DDD en DDE in een gehalte boven de achtergrondwaarde aangetoond. Ook is een matig verhoogd gehalte aan DDT aangetoond. In de overige mengmonsters van de bovengrond zijn geen verhogingen of lichte verhogingen aan diverse zware metalen, PAK en DDD aangetoond. In de mengmonsters van de ondergrond zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond. In het grondwater ter plaatse van alle peilbuizen is een concentratie barium aangetoond boven de streefwaarde. Daarnaast is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 6 ook een concentratie nikkel en cadmium aangetoond boven de streefwaarde. Dit betreffen naar alle waarschijnlijkheid verhoogde achtergrondconcentraties. Geen van de parameters van het STER-pakket, met uitzondering van barium, zijn boven de rapportagegrens aangetoond in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 en 2.

Geconcludeerd kan worden dat het voormalig stortplaats ten zuiden/zuidoosten van de locatie geen invloed heeft op de onderzoekslocatie. Dit wordt ook bevestigd door het ontbreken van bodemvreemde bijmenging in

Conclusie

4.10

Water

4.10.1

Toetsingskader

Op grond van het besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Dat wordt gedaan middels een watertoets. Hierin dient inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente (water)advies in te winnen bij de waterbeheerder. De gemeente en het waterschap kunnen praktische afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. De watertoets is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Waterschap

de Keur vastgelegde verbod. Een voorbeeld van wanneer vrijstelling kan

Naast bovengenoemde is voor ruimtelijke ontwikkelingen relevant dat het uitgangspunt is dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal moeten worden uitgevoerd. Dit is als zodanig vastgelegd in de ‘Tweede partiële herziening Hydrologische uitgangspunten voor afvoeren van hemelwater’ van Waterschap Aa en Maas. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding of afkoppelen van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. In dit kader wordt door waterschappen in zijn algemeenheid de volgende voorkeursvolgorde aangehouden met betrekking tot hemelwater dat op verharde oppervlakten, waarbij de eerste optie het meest en de vijfde optie het minst wenselijk wordt bevonden: 1. hergebruik; 2. vasthouden / infiltreren; 3. bergen en afvoeren; 4. afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect); 5. afvoeren naar de riolering.

Keur Sinds maart 2015 bestaat er een gezamenlijke Keur die opgesteld is door

Waterbeheerplan

de Brabantse Waterschappen. Voor waterschap Aa en Maas, waaronder

Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa

de gemeente Oss valt, zijn de regels uit deze gezamenlijke keur formeel

en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het

ondergebracht in de ‘Keur Waterschap Aa en Maas 2015’ (Keur). Op

waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen

grond van de Keur zijn algemene regels (‘Algemene regels Waterschap

wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 de-

Aa en Maas’; Algemene Regels) en een aantal beleidsdocumenten opge-

cember 2027.

steld. Relevant voor woningbouw is de kwestie van het afvoeren van hemelwater. In artikel 3.6 van de Keur is een verbod opgenomen om zonder

de grond op de zuid- en zuidoostelijke grens van de onderzoekslocatie.

Opvanglocatie Oss

33

Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s:

de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze

en Klimaatrobuust Oss, zorgt dit WRP zo dat Oss goed voorbereid wordt

1. Waterveiligheid: Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de be-

kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermings-

op het veranderende klimaat.

scherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale wa-

zones aangegeven. 4.10.2

tersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem: Het programma ‘Klimaat-

Onderzoek

Provincie

Aeres Milieu heeft in het kader van onderhavige vergunningsaanvraag een

bestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend

De provincie Noord-Brabant heeft het ‘Regionaal Water- en Bodem pro-

watertoets uitgevoerd (d.d. 30 juni 2023). Hierin wordt onder andere inge-

watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: kli-

gramma (RWP), Provincie Noord-Brabant 2022 – 2027’ opgesteld. Doel

gaan op de deelaspecten hemelwater, grondwater, oppervlaktewater en

maatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het wa-

van dit nieuwe RWP is een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en

klimaatadaptatie, afvalwater en veiligheid en waterkeringen. Voor de volle-

terschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van

voldoende water en een vitale bodem. In dit document verwoordt de pro-

dige waterparagraaf wordt verwezen naar de bijlagen. De belangrijkste

water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit

vincie hoe ze de komende jaren gaat werken aan voldoende water,

elementen uit de waterparagraaf zijn opgenomen in de navolgende ali-

van het water (chemisch en ecologisch).

schoon water, veilig water, vitale bodem en klimaatadaptatie. Het RWP

nea’s.

3. Schoon Water: In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren

biedt waterschappen en gemeenten een kader voor hun eigen beleid. Het RWP staat niet op zichzelf, maar wordt in samenhang gezien met andere

Grondwater

provinciale opgaven op het gebied van leefbaarheid, cultuur en vrije tijd,

Regionaal gezien bevindt het besluitgebied zich volgens de grondwater-

Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen gefor-

wonen en werken, leefbaarheid, energie, landbouw en voedsel, natuur en

trappenkaart van bodematlast provincie Noord-Brabant in grondwatertrap

muleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatro-

biodiversiteit, archeologie en cultuurhistorie, en duurzame circulaire eco-

VII. Bij deze grondwatertrap is de gemiddelde hoogste grondwaterstand

buust watersysteem waarin:

nomie. Op deze manier draagt het bij aan een integrale benadering van de

(GHG) op 0,8 – 1,4 m -mv. te verwachten. De gemiddelde laagste grond-

schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt;

duurzame (fysieke) leefomgeving. Het opgenomen beleid in dit RWP is

waterstand is ter plaatse op meer dan 1,2 m -mv. te verwachten.

de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en ge-

een doorontwikkeling van het beleid zoals opgenomen in het Provinciaal

schikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook

Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP). De urgentie is echter afgelopen

Binnen de onderzoekslocatie zijn er geen grondwatermonitoringsputten

voor recreatie en evenementen;

jaren sterk toegenomen.

bekend binnen het dinoloket. Circa 600 meter westelijk van het plangebied

van afvalwater een centrale rol.

 

zijn er wel recente grondwatermonitoringsputten aanwezig. Hieruit blijkt

de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is;

Gemeente

dat er ter plaatse een gemiddelde grondwaterstand voorkomt van ca. 4,4

de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en

De gemeente Oss verwijst in hun recent algemeen beleid omtrent water

m +NAP en een GHG van ca. 4,6 m +NAP.

andere stedelijke partners is toegenomen.

naar diverse gemeentelijke beleidsuitgangspunten. De gemeente heeft voor haar stedelijk waterbeheer een Water- en Rioleringsprogramma vast-

Het besluitgebied ligt tevens binnen een peilgebied waarbij het oppervlak-

Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doel-

gesteld voor de periode 2023- 2029. Dit WRP beschrijft hoe uitvoering ge-

tewater gestuurd wordt middels stuwen. Binnen peilgebied BIF wordt er

stellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in

geven wordt aan de gemeentelijke zorgplichten voor het inzamelen en

een zomerpeil en winterpeil aangehouden van respectievelijk 4,6 m +NAP

de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communi-

transporteren van afvalwater en het verwerken van afvloeiend hemelwater

en 4,3 m +NAP. De lokale GHG is derhalve op ca. 4,6-4,7 m +NAP te ver-

catie en stimuleringsmiddelen.’

en overtollig grondwater. Daarnaast gaat het programma in op nodige

wachten.

maatregelen als gevolg van klimaatverandering. Daar is in voorgaande beLegger

leids- en uitvoeringsplannen al mee gestart. Met dit WRP worden de in-

Om grondwateroverlast te voorkomen hanteert de gemeente een ontwate-

De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de leg-

spanningen versneld om overlast door extreme neerslag te beperken en

ringsdiepte van minimaal 70 cm -mv bij nieuwbouwontwikkelingen. Voor

ger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van

schade te voorkomen. In samenspel met de komende beleidsnota Groen

Opvanglocatie Oss

34

de weg geldt dat de ontwateringsdiepte minimaal 50 cm -mv moet bedra-

In of direct nabij het plangebied zijn geen waterkeringen of leggerzones

De toename van het verhard oppervlak bedraagt 9.938 m² (zie figuur 14).

gen. Om te voldoen aan de ontwateringsdiepte van 0,7 m -mv dient het

van de keringen aanwezig. Het plangebied bevindt zich in een laaggele-

Uitgaande van het bergen van 60 mm regenwater per m² verhard opper-

maaiveld bij de bebouwing minimaal +5,3 m NAP te zijn. Voor de wegen

gen gebied. Indien een overstroming optreedt vanuit de primaire keringen

vlakte is de benodigde capaciteit 596 m³. Rekening houdend met een

wordt reeds grotendeels voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte.

(het hoofdwatersysteem) bedraagt de maximale overstromingsdiepte in

overstort bedraagt de inhoud van de wadi 670 m³. De overstort van de

Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de verdere planinvulling.

het plangebied tussen 0,5 en 1 meter. De overstromingskans is met eens

wadi gebeurt oppervlakkig via een greppel naar de bermsloot. De bodem

per 1.000 jaar laag met beperkte gevolgen.

van de wadi ligt op 4.85+ NAP en de overstort van de wadi (bodem van de

West- en oostelijk van het besluitgebied is een beschermd gebied aanwe-

greppel) ligt op 5.00+ NAP. Een en ander is schetsmatig weergegeven in

zig. De beschermde gebieden zoals deze zijn vastgelegd in de Keur van

Hemel- en afvalwater

het waterschap, komen overeen met de beschermde gebieden waterhuis-

Ter plaatse van het besluitgebied is geen infiltratieonderzoek uitgevoerd.

houding uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De gebie-

Op basis van de verwachte bodemsamenstelling (leemarm en zwak lemig

Op de beschreven wijze wordt het initiatief hydrologische neutraal gereali-

den omvatten de NNN- en de NNB-gebieden (Natuur Netwerk Nederland

fijn zand) is infiltratie binnen het plangebied echter naar verwachting be-

seerd.

en -Brabant), zowel nat als droog. Ingrepen met een negatief effect op de

perkt mogelijk (voornamelijk horizontaal). Volgens de bodematlas van de

waterhuishouding van het beschermd gebied zijn niet toegestaan en acti-

provincie is ter plaatse lichte kwel te verwachten (0,5-1 mm/dag).

figuur 14.

viteiten in deze gebieden zijn meestal vergunningplichtig. Er wordt binnen het besluitgebied op dit moment geen afvalwater geproVolgens de kwel- en infiltratiekaart van de provincie Noord-Brabant kan er

duceerd. Noordelijk bij de woning bevindt zich een drukrioolstelsel. Door

binnen het plangebied soms kwel optreden.

de voorgenomen ontwikkeling neemt de vuilwaterhoeveelheid toe. Deze dient op het gemeentelijk rioolstelsel aangesloten te worden. Er is in het

Uitgangspunt is hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige grond-

plan sprake van een aanzienlijke hoeveelheid vrijkomend afvalwater in het

waterstanden en het oppervlaktewatersysteem in het gebied worden ge-

kader van de Wet Milieubeheer, of afvalwater met een specifieke samen-

handhaafd. Door net als bestaand een vloerpeil van minimaal 30 cm bo-

stelling. In dergelijke gevallen heeft het waterschap adviesrecht.

ven de kruin van de weg aan te houden is geen grondwateroverlast te verwachten bij de nieuwbouw en wordt voor de toekomstige ontwikkeling vol-

Vanuit de gemeente dient een eigenaar van ver- of nieuwbouw op eigen

daan aan de benodigde ontwateringsdiepte.

terrein 25 mm vasthouden. Voor ontwikkelingen groter dan 500 m2 geldt een eis van 60 mm (geen vermindering op Algemene Regel van toepas-

Oppervlaktewater

sing).

Aanliggend noordelijk van het besluitgebied bevindt zich een primaire watergang met beschermingszone van 5 meter. Zuidelijk aan de overkant

De totale toename van verhard oppervlak wordt in de openbare ruimte ge-

van de Spitsbergerweg en op circa 60 meter westelijk van het besluitge-

compenseerd met een bergingseis van 60 mm uit de Keur van het water-

bied stromen ook primaire watergangen. Oostelijk en zuidelijk zijn op de

schap. Hiermee kunnen extreme buien verwerkt worden. Het vasthouden

perceelsgrens een droogvallende watergang aanwezig die noordelijk en

van water op eigen terrein biedt extra bergingscapaciteit. Bij een T=100

westelijk afwateren

(70 mm in één uur) mag water niet in gebouwen stromen. Een landelijke afvoer van 2 l/s/ha wordt gehanteerd. Om de hittestress te verkleinen zijn in de openbare ruimte schaduwplekken noodzakelijk geacht.

Opvanglocatie Oss

35

4.11

Archeologie

4.11.2

Archeologiebeleid

Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgeErfgoedwet en overgangsregeling Omgevingswet

vingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinci-

De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet

ale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de be-

staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en be-

scherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische land-

houden.

schappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gede-

4.11.1

tailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat

daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid.

met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt.

Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw

Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te ver-

vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met

wachten monumenten (lees: archeologische resten) net als de bescher-

Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisa-

ming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omge-

tie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische be-

vingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel

leidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn,

van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving gere-

2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld

geld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet.

zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande

Het gaat om:

tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is

vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten;

van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijge-

verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen

steld.

op het gebied van archeologie; 

bescherming van stads- en dorpsgezichten.

Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Figuur 14: schetsmatige weergave waterhuishoudkundige situatie

Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen

4.10.3

Conclusie

die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het

Er is geen belemmeringen met betrekking tot het aspect water.

Opvanglocatie Oss

Bro.

36

Verwachting/waarde

Vrijstellingsgrenzen

Op basis van de conclusies uit het verkennend onderzoek is nader arche-

4.12.2

0 m2 / 30 cm -mv

ologisch onderzoek uitgevoerd door Archol in de vorm van een karterend

Aan de hand van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de pro-

Archeologisch beschermd rijksmo-

en waarderend proefsleuvenonderzoek. Deze rapportage is eveneens op-

vincie Noord-Brabant is bepaald of in en rondom het plangebied relevante

genomen in de bijlagen. Uit het proefsleuvenonderzoek blijkt duidelijk dat

cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Een uitsnede van de CHW is

het onderzochte gebied geen archeologische behoudenswaardige sporen

opgenomen in de navolgende figuur.

nument Archeologisch (AMK-) monument

Onderzoek

bevat. De (middelhoge) archeologische verwachting wordt daarom naar

Beschermde stadsgezichten

35 m2 / 30 cm -mv

beneden bijgesteld. Het onderzoeksgebied kan worden vrijgegeven voor

Historische stads-/dorpskern

50 m2 / 30 cm -mv

de realisatie van het project. De gemeente Oss heeft hiertoe op 29 no-

Hoge verwachtingswaarde

100 m 2 / 30 cm -mv

Hoge verwachtingswaarde – be-

1000 m2 / 30 cm -mv

vember 2023 een selectiebesluit genomen (kenmerk MP23a71). 4.11.4

Conclusie

Het besluitgebied is uitvoerig onderzocht op de aanwezigheid van archeo-

drijventerrein

logische waarden. Uit het proefsleuvenonderzoek blijkt dat er geen archeMiddelhoge verwachtingswaarde

ologische behoudenswaardige sporen aanwezig zijn. Het onderzoeksge-

Lage verwachtingswaarde

5 hectare / 30 cm -mv

bied is op basis van deze conclusies vrijgegeven.

Reeds onderzocht

Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.

4.12

Cultuurhistorie

Verstoord

Geen onderzoeksplicht

4.12.1

Toetsingskader

4.11.3

Archeologietoets

Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een middelhoge verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 1.000 m².

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In

Figuur 15: Uitsnede CHW (besluitgebied rood omlijnd; bron: Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant).

het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan.

Uit de CHW volgt dat binnen het besluitgebied geen objecten aanwezig zijn van cultuurhistorische waarde. Wel is ten oosten van het besluitgebied een lijnobject van redelijk hoge waarde aanwezig. Het betreft hierbij de bo-

De ontwikkeling is groter dan 1000 m 2 en overschrijdt daarmee de vrijstellingsgrenzen. Vandaar dat door Archol een bureau- en booronderzoek is uitgevoerd voor het gehele plangebied (Duivenvoorden, D.D. en E. Heunks, 2023, zie bijlage). Op basis hiervan is besloten dat er, voorafgaand aan de realisatiewerkzaamheden ten behoeve van de opvanglocatie, een proefsleuvenonderzoek en eventuele doorstart naar een opgra-

De Erfgoedwet bevat de wet en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

menrij/bomenlaan langs de Macharenseweg. Gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkelingen kan aantasting van deze bomenrij/bomenlaan redelijkerwijs worden uitgesloten. Ook vanwege het realiseren van een ontsluiting van het besluitgebied zal geen aantasting plaatsvinden van de cultuurhistorisch waardevolle lijnobject.

ving moet worden uitgevoerd (zie bijlage voor dit besluit).

Opvanglocatie Oss

37

Zoals reeds beschreven in subparagraaf 3.2.2 wordt het besluitgebied in

reldoorlog. Op basis van de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsres-

beantwoord. In de jurisprudentie zijn echter wel aanknopingspunten te vin-

de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangemerkt als ‘Cultuur-

ten en het daaraan gekoppelde vooronderzoek van AVG uit 2016 kan wor-

den die kunnen worden gebruikt in de beoordeling of al dan niet sprake is

historisch waardevol gebied’. In de instructieregels die zijn opgenomen in

den geconcludeerd dat het gehele besluitgebied onverdacht is op het

van een stedelijk ontwikkelingsproject. Deze aanknopingspunten worden

de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, meer specifiek in artikel

voorkomen van OO. Dit wil zeggen dat de kans dat tijdens grondwerk-

beschreven in de navolgende alinea’s.

3.29 van deze verordening, is het volgende bepaald:

zaamheden binnen het plangebied explosieven of munitie wordt gevonden zeer klein is. Daarnaast is er een minimale bodemverstoring. Het is niet

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘ABRvS’; ‘Afde-

Artikel 3.29 Cultuurhistorische waarden

nodig om munitieonderzoek te doen.

ling’) heeft in haar uitspraak van 18 juli 2018 duidelijk gemaakt dat ook

Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol ge-

Het kan, ondanks het hierboven beschrevene, toch voorkomen dat bij toe-

een behoorlijke wijziging niet gekwalificeerd hoeft te worden als een ste-

bied:

val toch objecten worden aangetroffen die er uitzien als explosieven of

delijk ontwikkelingsproject (ECLI:NL:RVS:2018:2414). Ook de ABRvS

a. is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van

munitie. In dat geval geldt het protocol toevalsvondsten: stop de werk-

spreekt uit dat het begrip ruimte laat voor interpretatie en afhankelijk is van

de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de

zaamheden, iedereen verlaat lopend het werkterrein (i.v.m. trillingen door

de concrete omstandigheden van het geval. Volgens de ABRvS spelen

Cultuurhistorische Waardenkaart;

voertuigen en machines) en bel de politie op 0900-8844. De Explosieven

onder andere de aard en omvang van een ontwikkeling een rol bij de

Verkenner (EV) of Teamleider Explosieven Veiligheid (TEV) van de politie

vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Bij de beant-

komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat die moet worden ge-

woording van deze vraag is niet doorslaggevend of er sprake is van aan-

ruimd. Indien dit laatste het geval is, wordt de Explosieven Opruimings-

zienlijke negatieve milieugevolgen (zie ABRvS 15 maart 2017,

Uit de CHW volgt dat het besluitgebied onderdeel is van cultuurhistorisch

dienst van Defensie (EODD) ingeschakeld. Wanneer dit niet het geval

ECLI:NL:RVS:2017:694). De Afdeling bevestigt dit laatste nog eens in een

landschap ‘Beerse en Baardwijkse Overlaat’. Uit bijbehorende beschrijving

blijkt, kunnen de werkzaamheden worden hervat.

uitspraak van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348).

4.14

In aanvulling op bovenstaande blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank

b. stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.

volgt dat dit gebied bestaat uit laaggelegen terreinen en hogere ruggen. De laagten waren vanouds onbebouwd. Op de hogere terreinen lagen de

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

boerderijen en landgoederen. Het gebied maakte deel uit van de Beerse

OostBrabant echter wel dat het feit dat milieugevolgen van een project be-

Maas. Delen van de Peel-Raamstelling liggen in het gebied. Voor een ver-

Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoorde-

perkt zijn kan worden meegenomen in een onderbouwing dat geen sprake

antwoording ten aanzien van de ligging binnen cultuurhistorisch waardevol

len of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is

is van een stedelijk ontwikkelingsproject (zie Rechtbank OostBrabant 6

gebied wordt verwezen naar subparagraaf 3.2.2.

dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook

november 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:5778). Daarnaast is het ook van

bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een

belang in hoeverre er sprake is van een functiewijziging en een toename

m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het be-

in de bebouwde oppervlakte (zie ABRvS 2 januari 2018,

voegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige mili-

ECLI:NL:RVS:2018:348; ABRvS 18 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1297;

Er is geen sprake van belemmeringen ten aanzien van het aspect cultuur-

eugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke

ABRvS 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3055). Ten aanzien van dit

historie.

nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure

laatste kiest de Afdeling dus voor een planologische vergelijking van de

worden doorlopen. Met andere woorden is het opstellen van een milieuef-

nieuwe situatie ten opzichte van de oude. Indien er sprake is van een toe-

fectrapport (MER) dan nodig.

name in bebouwde oppervlakte, kan het niet of slechts beperkt optreden

4.12.3

4.13

Conclusie

Explosieven

van milieugevolgen worden aangevoerd als grond waarom er geen sprake De gemeente Oss heeft verkend in hoeverre het besluitgebied verdacht is

In hoeverre een ontwikkeling als een stedelijk ontwikkelingsproject in de

is van een stedelijk ontwikkelingsproject (zie ABRvS 17 april 2019,

op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten (OO) uit de Tweede We-

zin van categorie D11.2 te kwalificeren is, kan niet in algemene zin worden

ECLI:NL:RVS:2019:3055).

Opvanglocatie Oss

38

Doorwerking besluitgebied Er wordt in onderhavig geval voorzien in een opvanglocatie voor maximaal 500 vluchtelingen. Functioneel gezien past deze functie niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. Ook wordt, ten opzichte van de huidige juridisch-planologische situatie, voorzien in nieuw planologisch ruimtebeslag. Ook in feitelijke zin neemt de bebouwde oppervlakte toe ten opzichte van de huidige situatie. Hiermee is aannemelijk dat sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zijn van in onderdeel D 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Ook uit de lagere rechtspraak, niet zijnde jurisprudentie van de ABRvS, leert dat een nieuw te bouwen tijdelijk huisvestingscomplex voor 250 tot 350 vluchtelingen een stedelijk ontwikkelingsproject (Rechtbank NoordNederland 28 december 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:5015) is. Aangezien in onderhavig geval sprake is van de opvang van maximaal 500 vluchtelingen, is in onderhavig geval nog aannemelijker dat sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Aangezien naar verwachting wel sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, is in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling een aanmeldnotitie m.e.r opgesteld. Deze notitie is opgenomen als bijlage bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

Opvanglocatie Oss

39

5 5.1

Uitvoerbaarheid

De gemeente heeft 48 reacties (zienswijzen) ontvangen. Hiervan zijn 47

periode kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen de omgevings-

zienswijzen ontvankelijk verklaard. In de Nota van zienswijzen, die in de

vergunning bij de rechtbank en later in hoger beroep bij de Afdeling be-

Economische uitvoerbaarheid

bijlagen is opgenomen, zijn de zienswijzen samengevat en van een reac-

stuursrechtspraak van de Raad van State. Indien binnen de beroepster-

tie voorzien. Per zienswijze is aangegeven of deze tot aanpassingen van

mijn geen beroep wordt ingesteld, is de omgevingsvergunning na het ver-

de ruimtelijke onderbouwing heeft geleid.

strijken van de beroepstermijn onherroepelijk. Belanghebbenden kunnen

Er wordt een bouwplan mogelijk gemaakt als bedoeld in artikel 6.2.1 van

eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevings-

het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het is daarom noodzakelijk dat de kosten van de grondexploitatie zijn verzekerd. Kosten kunnen worden ver-

Vooroverleg

zekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt,

De ontwerpbeschikking is door de gemeente tevens aan de vaste voor-

wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de ge-

overlegpartners toegestuurd.

vergunning.

meente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realiseren een anterieure overeenkomst sluiten. Aangezien de gronden die on-

Door de brandweer en het waterschap zijn vooroverlegreacties ingediend.

derdeel uitmaken van onderhavig plan in eigendom van de gemeente zijn,

De reactie van het waterschap heeft aanleiding gegeven tot aanpassing

is het opstellen van een exploitatieplan (of anterieure overeenkomst) niet

van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

aan de orde. De gemeente zal de kosten verzekeren door deze op te nemen in de begroting.

Ambtshalve wijzigingen Er zijn enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. De belangrijkste zijn

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

de volgende.

De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking

In de Ladderonderbouwing (bijlage 2 van de ruimtelijke onderbouwing) is

op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend bestem-

de tekst bij “Concept Beleidsnotitie vluchtelingenbeleid (2022)” geschrapt

mingsplan. Op de onderhavige aanvraag is (ex artikel 3.10, lid 1, onder a,

en is nader getoetst aan de “Raadinformatiebrief Draagkracht en Draag-

Wabo) de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. In deze

last (2023)”.

paragraaf wordt de procedure rondom de omgevingsvergunning toegeIn paragraaf 4.4.2 van de ruimtelijke onderbouwing (‘Bedrijven en milieu-

licht.

zonering’) zijn de juiste afstanden opgenomen. 5.2.1

Terinzagelegging

Zienswijzen

Definitieve beschikking

De ontwerpbeschikking tot verlening van de omgevingsvergunning is ge-

Op basis van het voorgaande neemt de gemeente een definitieve beschik-

durende een periode van zes weken ter inzage gelegd van 28 september

king over het verlenen van de omgevingsvergunning.

2023 tot en met 8 november 2023. De aanvraag, de bijlagen en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing zijn onderdeel van de (ontwerp)omge-

5.2.2

vingsvergunning. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kon een-

Na verlening van de omgevingsvergunning wordt deze voor de tweede

ieder een zienswijze indienen.

maal voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze

Opvanglocatie Oss

Beroep/hoger beroep

40

SEPARATE BIJLAGEN: Bijlage 1: Ladderonderbouwing Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 4: Stikstofonderzoek Bijlage 5: Quickscan flora en fauna Bijlage 6: Effectenanalyse NNB Bijlage 7: Memo akoestische effecten NNB Bijlage 8: Bodemonderzoek Bijlage 9: Verkennend archeologisch onderzoek Bijlage 10: Aanvullend archeologisch onderzoek Bijlage 11: Selectiebesluit Bijlage 12: Watertoets Bijlage 13: Landschapsplan Bijlage 14: Aanmeldnotitie m.e.r. Bijlage 15: Nota van zienswijzen

Opvanglocatie Oss

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Opvanglocatie Oss

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=cf41d3f4-ffa8-4b1e-98c4-e57e52f10b54