P06355 RO Opvanglocatie Oss 20231201
Tekst van het document
creatie nabij de stad Oss, en het verbinden van stedelijke groene
gekeken naar locaties binnen stedelijk gebied, worden de binnenstedelijke
ruimte met deze uitloopgebieden;
het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en re-
Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een
locaties door de gemeente om verschillende redenen beschouwd als min-
functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er
der geschikt dan de geselecteerde locatie aan de Spitsbergerweg/Macha-
talisering, herstructurering en intensivering van de bestaande terrei-
ook ontwikkelvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwings-
renseweg.
nen en het verder benutten van de omgeving van de N329 als bedrij-
concentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied
het voorzien in ruimte voor ontwikkeling van de bedrijvigheid door revi-
venas voor het regionale bedrijfsleven in de vorm van uitbreidingen
gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mo-
3.3.2
gelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. Er wordt beschreven
De gemeente Oss heeft op 1 maart 2006 de gemeentelijke structuurvisie
voor welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen
vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de ge-
bereikbaarheid van de kern Oss en de dorpen in de naaste toekomst
onder voorwaarden ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast wordt er aange-
meente op lange termijn, tot 2020. De visie is het vervolg op het Ruimtelijk
en op de langere termijn te garanderen. Daaronder valt ook de bereik-
geven welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Het buitengebied
Ontwikkelingsplan 1996 – 2015.
baarheid van de kernen onderling;
heeft geen volkshuisvestelijke opgave.
De gemeente benoemt onderstaande doelen en overwegingen met be-
Doorwerking
aan deze as;
het faciliteren van de toenemende mobiliteit met maatregelen om de
een impuls voor de recreatie in het landelijk gebied, naast het behou-
trekking tot de kwaliteiten van de gemeente Oss:
den, versterken en waar mogelijk benutten van de andere kwaliteiten
behouden, uitbouwen en versterken van Oss als regionaal centrum
van het landelijk gebied van Oss op het gebied van natuur en land-
met regionaal verzorgingsgebied;
schap. Een blijvende ruimte voor de landbouw, met name in het kom-
het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe gemeente
gebied;
De locatie Spitsbergerweg/Macharenseweg, Oss maakt onderdeel uit van het buitengebied van Oss. Hierdoor valt het besluitgebied binnen de Struc-
Structuurvisie Oss
tuurvisie Buitengebied Oss – 2015. In deze structuurvisie is geen concreet
Oss. Een nieuwe gemeente die bestaat uit een vitale stad en levende
beleid opgenomen omtrent (de realisatie van) huisvesting voor vluchtelin-
dorpenclusters, gelegen in groots en aantrekkelijk landschap;
beeld, dat bijdraagt aan het behouden van de groene en landschappe-
het opvangen van de groei van de woningbehoefte en het versterken
lijke kwaliteiten, dat voldoet aan de eisen die vanuit het water worden
van de kwaliteit en diversiteit aan woonmilieus in de gemeente Oss.
gesteld, dat het ruimtebeslag beperkt, en dat de leefbaarheid vergroot.
Eén van de doelstellingen uit de structuurvisie is behoud, herstel en of ont-
Enerzijds door investering (inbreiding, herstructurering en transforma-
Een flexibel ontwikkelingsbeeld, dat geen blauwdruk is maar inzet op
wikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische struc-
tie) op strategisch gelegen locaties, en anderzijds door uitbreiding van
een stapsgewijze ontwikkeling, procesgericht en met mogelijkheden
turen en elementen. In onderhavig geval is, gelet op de Interim omge-
woonmilieus gekoppeld aan infrastructuur en aansluitend aan het be-
voor bijsturing.
vingsverordening Noord-Brabant, sprake van ligging binnen ‘Cultuurhisto-
staande bebouwde gebied met oog voor het onderliggende landschap.
risch waardevol gebied’. Voor een toelichting op hoe wordt omgegaan met
De positie van de stad Oss als compacte woonstad wordt versterkt;
gen.
de ligging binnen dit ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’ wordt verwezen naar subparagraaf 3.2.2.
het nastreven van een robuust en duurzaam ruimtelijk ontwikkelings-
het bieden van een toekomstrichting voor de kernen in het landelijk gebied, door levende dorpenclusters na te streven met oog voor leefbaarheid en ontwikkelruimte op oeverwal en flank. Onder condities
De gemeente Oss heeft in de structuurvisie voor het buitengebied aange-
moet daarmee selectief bouwen in en bij de dorpen mogelijk zijn. Het
geven dat er in het buitengebied geen volkshuisvestelijke opgave ligt. Uit-
uitgangspunt is daarbij niet het getalscriterium van migratiesaldo nul
gangspunt is dat nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst
maar de leefbaarheid en vitaliteit van de dorpen;
zijn. Wonen is in beginsel een stedelijke functie en hoort in de stad Oss en de andere kernen van de gemeente thuis. In onderhavig geval is echter
Opvanglocatie Oss
18
Doorwerking In de ‘Structuurvisie Oss 2020’ is geen concreet beleid opgenomen omtrent de realisatie van huisvesting voor vluchtelingen. Relevant is wel de opgave om het woningaanbod op peil te houden en het voorzien in de woningbehoefte. In dit kader is de realisatie van een opvanglocatie voor vluchtelingen relevant. Door het realiseren van een opvanglocatie voor vluchtelingen kan namelijk worden bewerkstelligd dat het aantal reguliere woningen dat aan vluchtelingen wordt toegewezen kan worden beperkt, waarmee extra druk op de woningmarkt wordt zoveel mogelijk wordt beperkt.
Opvanglocatie Oss
19
4
Omgevingsaspecten
door het maken van een reële inschatting van het aantal verkeersbe-
De nieuwe opvanglocatie aan de Spitsbergerweg/Macharenseweg zal, in
wegingen op basis van het aantal werknemers dat gelijktijdig aanwe-
tegenstelling tot de huidige locatie aan de Lievekamplaan, niet worden ge-
zig zal zijn op de locatie en de overige verkeersbewegingen van bij-
realiseerd binnen het centrumgebied van Oss maar aan de rand van het
voorbeeld toeleverende bedrijven en bezoekers; of
stedelijk gebied van Oss. Vanwege het amoveren van de opvanglocatie
door uit te gaan van een functie waarvan de te verwachten verkeers-
naar de rand van het stedelijk gebied is de verwachting dat het aantal ver-
generatie in belangrijke mate representatief kan worden geacht voor
keersbewegingen van en naar de opvanglocatie in beperkte mate zal toe-
de verkeersgeneratie van de opvanglocatie en waarvoor wel CROW-
nemen ten opzichte van het huidige aantal verkeersbewegingen. Om een
kengetallen beschikbaar zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld worden uitge-
reële inschatting te maken van het aantal verkeersbewegingen is het hui-
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bepaald
gaan van de kengetallen voor de functie ‘kantoor (zonder baliefunc-
dige aantal verkeersbewegingen opgehoogd met 20%. Het aantal ver-
wat de verkeersaantrekkende werking van het besluitgebied is. Om te be-
tie)’.
keersbewegingen komt hiermee uit op het aantal zoals hieronder bere-
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.
4.1 4.1.1
Verkeer en parkeren Toetsingskader
kend.
palen wat de effecten van de ontwikkeling op de verkeersaantrekkende werking van het besluitgebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de
Aangezien in onderhavig geval gegevens beschikbaar zijn over de ver-
CROW-kengetallen (publicatie 381). Deze kengetallen geven een indicatie
keersgeneratie voor de huidige opvanglocatie in het voormalige belasting-
van de ontwikkeling gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Ook bieden
kantoor aan de Lievekamplaan in Oss, is ervoor gekozen de verkeersge-
ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. Gemeenten
neratie te berekenen aan de hand van een reële inschatting van het aantal
kunnen echter kiezen om zelf parkeernormen vast te stellen.
verkeersbewegingen.
Verkeersbewegingen
63 mvt/etmaal
Aantal extra verkeersbewegingen
15,6 mvt/etmaal
i.v.m. amoveren opvanglocatie Inclusief toename van 20%
75,6 mvt/etmaal
De gemeente Oss legt haar parkeernormen vast in het document ‘Nota
‘Thuis in Oss’ is de stichting die voor de huidige en de nieuwe opvangloca-
Parkeernormen Oss 2023’. Dit document is op 30 mei 2023 vastgesteld
tie het beheer uitvoert en zorgt voor de begeleiding van de bewoners.
Hierdoor betreft de verkeersgeneratie in totaal 75,6 mvt/etmaal. Deze toe-
door het college van burgemeester en wethouders. De parkeernormen
‘Thuis in Oss’ heeft de volgende input geleverd over de verkeersgeneratie
name kan goed worden opgevangen op de Spitsbergerweg en omlig-
zijn, met uitzondering van de parkeernormen voor woonfuncties, geba-
met betrekking tot de huidige opvanglocatie aan de Lievekamplaan:
gende wegen. Op deze wegen is nog voldoende capaciteit beschikbaar.
Verkeer
Bewegingen
Parkeren
Bewoners (vluchtelingen)
30 mvt/etmaal
Medewerkers en vrijwilligers
24 mvt/etmaal
voor de bewoners. Aannemelijk is wel dat een deel van het personeel met
Thuis in Oss bus
4 mvt/etmaal
de auto naar de opvanglocatie zal komen. Bovendien zal een deel van de
Leveranciers
5 mvt/etmaal
Totaal
63 mvt/etmaal
seerd op CROW-kencijfers (publicatie 381). 4.1.2
Onderzoek
Een opvanglocatie voor circa 500 vluchtelingen is een functie die verkeer genereert. Een deel van de vluchtelingen beschikt over een eigen auto. Daarnaast zal er ook personeel en vrijwilligers naar de locatie komen. Het is van belang om in beeld te brengen welke verkeersgeneratie ten gevolge hiervan te verwachten valt.
Slechts een beperkt deel van de vluchtelingen beschikt over een eigen auto. Daardoor zal er sprake zijn van een relatief kleine parkeerbehoefte
bezoekers met de auto komen en zal er ruimte moeten zijn voor laden en lossen.
Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van een opvanglocatie zijn
Het is van belang in beeld te brengen welke parkeerbehoefte gepaard
geen kencijfers opgenomen in de CROW-publicatie. Het berekenen van
gaat met de realisatie van de opvanglocatie. Hierbij dient indien mogelijk
de verkeersgeneratie kan echter op twee alternatieve manieren plaatsvinden:
Opvanglocatie Oss
20
4.2
Geluid
realiseerd binnen het centrumgebied van Oss maar aan de rand van het
4.2.1
Toetsingskader
nen van de parkeerbehoefte kan echter op twee alternatieve manieren
stedelijk gebied van Oss. Vanwege het amoveren van de opvanglocatie
Op grond van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestem-
plaatsvinden:
naar de rand van het stedelijk gebied is de verwachting dat er, ten op-
mingsplan of een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking een akoes-
door het maken van een reële inschatting van de parkeerbehoefte op
zichte van wat op dit moment het geval is bij de locatie aan de Lievekamp-
tisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt
basis van het aantal werknemers dat gelijktijdig aanwezig zal zijn op
laan, meer mensen met de auto naar de opvanglocatie zullen komen.
voor:
de locatie en de overige parkeerbehoefte vanuit bijvoorbeeld toeleve-
Hierdoor neemt de parkeerbehoefte toe ten opzichte van de parkeerbe-
rende bedrijven en bezoekers;
hoefte voor de huidige opvanglocatie. Om een reële inschatting te maken
door uit te gaan van een functie waarvan de parkeerbehoefte in be-
van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor de nieuwe opvanglocatie
de aanleg van een nieuwe weg;
langrijke mate representatief kan worden geacht voor de parkeerbe-
is de parkeerbehoefte van de huidige opvanglocatie aan de Lievekamp-
de reconstructie van een bestaande weg.
hoefte van de opvanglocatie en waarvoor wel gemeentelijke parkeer-
laan opgehoogd met 20%. De parkeerbehoefte komt hiermee uit op het
normen beschikbaar zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld worden uitgegaan
aantal zoals hieronder berekend.
te worden uitgegaan van de gemeentelijke parkeernormen. In de gemeen-
De nieuwe opvanglocatie aan de Spitsbergerweg-Macharenseweg zal, in
telijke parkeernormen zijn echter geen specifieke parkeernormen opgeno-
tegenstelling tot de huidige locatie aan de Lievekamplaan, niet worden ge-
men met betrekking tot een opvanglocatie van vluchtelingen. Het bereke-
bracht wat de parkeerbehoefte is op basis van het daadwerkelijke gebruik. Deze parkeerbehoefte is als volgt:
ken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onParkeerbehoefte
31 pp
Aantal extra verkeersbewegingen
6,2 pp
i.v.m. amoveren opvanglocatie
Breedte geluidszones langs wegen
37,2 pp Aantal rijstro-
Groep
Parkeerbehoefte
Bewoners (vluchtelingen)
15 pp
Vrijwilligers Thuis in Oss
5 pp
sen. Dit betekent dat zal moeten worden voorzien in (ten minste) 38 par-
Medewerkers Thuis in Oss
5 pp
keerplaatsen. In het inrichtingsplan is rekening gehouden met minimaal 40
1 pp
Medewerkers andere instanties
2 pp
derzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten.
Inclusief toename van 20%
Thuis-in-Ossbus
functie binnen de zone van een weg;
De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstro-
van de kengetallen voor de functie ‘kantoor (zonder baliefunctie)’. Voor de huidige opvanglocatie aan de Lievekamp in Oss is in beeld ge-
de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige
De parkeerbehoefte voor de nieuwe opvanglocatie komt, uitgaande van de hiervoor vermelde gegevens en uitgangspunten, uit op 37,2 parkeerplaat-
parkeerplaatsen. Dit betekent dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
ken Stedelijk gebied
1 of 2
200 meter
3 of meer
350 meter
Buiten stedelijk ge-
1 of 2
250 meter
bied
3 of 4
400 meter
5 of meer
600 meter
In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbe-
(COA, Vluchtelingenwerk, huisart-
4.1.3
sen, e.d.)
Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect ver-
lasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmin-
keer en parkeren.
gen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48
Leveranciers, onderhoudsmede-
3 pp
werkers, etc. Totaal
Conclusie
Zone breedte
dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen
31 pp
Opvanglocatie Oss
aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschap-
21
pelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting ho-
garanderen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ook het aspect
plaatse van de oostgevel van het oostelijke blok op de eerste etage. De
ger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient middels een onthef-
geluid in de belangenafweging dient te betrekken. Het toetsingskader uit
voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt nergens overschreden. Het vol-
fing een hogere waarde te worden vastgesteld.
de Wgh, dat hier formeel gezien niet van toepassing is, kan hierbij worden
gen van een hogerewaardeprocedure voor de Macharenseweg is niet aan
gebruikt als indicatief toetsingskader.
de orde.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai m.b.t. geluidsbelasting op op-
Met betrekking tot wegverkeerslawaai afkomstig van de Spitsbergerweg
vanglocatie
geldt dat de geluidsbelasting op zijn hoogst 43 dB bedraagt. Dit is ter
De locatie Spitsbergerweg/Macharenseweg Oss ligt binnen de geluids-
plaatse van de zuidgevel van de middelste en oostelijke blok op de eerste
zone van een of meerdere wegen. In het kader van een goede ruimtelijke
etage. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt nergens overschreden.
ordening zal de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat ter
Het volgen van een hogerewaardeprocedure voor de Spitsbergerweg is
plaatse van de opvangeenheden met betrekking tot wegverkeerslawaai
niet aan de orde.
Maximale ontheffingswaarden Situatie
Maximale onthef-
Artikel
fingswaarde Stedelijk gebied
Nieuwe woningen
63 dB
Artikel 83, lid 2 Wgh
Vervangende nieuwbouw
68 dB
Artikel 83, lid 5 Wgh
Buiten stedelijk gebied
Nieuwe woningen
53 dB
Artikel 83, lid 1 Wgh
Agrarische bedrijfsbebouwing
58 dB
Artikel 83, lid 4 Wgh
Vervangende nieuwbouw
58 dB
Artikel 83, lid 7 Wgh
Vervangende nieuwbouw* binnen
63 dB
Artikel 83, lid 6 Wgh
de zone van een autoweg of autosnelweg
mede daarom in beeld moeten worden gebracht. Om die reden heeft De Roever Omgevingsadvies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Ook de gecumuleerde geluidsbelastingen zijn berekend. Hierbij is tevens
uitgevoerd. Voor het volledige onderzoeksrapport (d.d. 12 juni 2023) wordt
het wegdeel van de Macharenseweg waarvoor geen geluidszone geldt
verwezen naar de bijlagen. De belangrijkste elementen uit het onderzoek
(maximumsnelheid 30 km/uur) betrokken. De gecumuleerde geluidbelas-
zijn uitgelicht in de navolgende alinea’s.
ting bedraagt ten hoogste 43 dB ter plaatse van de zuidgevel van de middelste en oostelijke blok op de eerste etage.
*Met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur en een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogte 100 woningen.
4.2.2
Onderzoek
Een huisvestingslocatie voor vluchtelingen dient in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) gelijk te worden gesteld aan een woning wanneer bewoning binnen deze huisvestingslocatie is toegestaan. In onderhavig geval wordt beoogd bewoning toe te staan. Hiermee is sprake van de toevoeging van een geluidsgevoelige functie in de zin van artikel 1 Wgh. In onderhavig geval zal er een omgevingsvergunning voor afwijken van het vigerende bestemmingsplan worden verleend die tijdelijk van aard is. De afwijking van het vigerende bestemmingsplan zal worden toegestaan voor een periode van 5 jaar. Bij een tijdelijke afwijking van ten hoogste 10 jaar zijn de geluidsnormen uit de Wgh formeel gezien niet van toepassing. Ook in situaties waarin de Wgh niet van toepassing is zal in het kader van een goede ruimtelijke ordening echter een (beperkte) akoestische beoordeling moeten plaatsvinden. Dit betekent dat het bevoegd gezag voor het
Opvanglocatie Oss
Verkeersgegevens (intensiteiten en verdelingen) voor vrijwel alle betrok-
Voor het beoordelen van het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de
ken wegen in de omgeving zijn verkregen uit het regionaal verkeersmodel
te realiseren woningen wordt gebruik gemaakt van de ‘kwaliteitsindicatie
(2040), aangeleverd door de gemeente Oss. Hierbij zijn de intensiteiten
geluid’ van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De
van de Macharenseweg (ri. zuid), Spitsbergerweg en de Macharenseweg
geluidniveaus ter plaatse van de gewenste opvangeenheden variëren van
(ri. noord) verhoogd met respectievelijk 56, 14 en 7 voertuigen per weekdag om de verkeersgeneratie van en naar het besluitgebied mee te ne-
29 tot 43 dB. De milieukwaliteit wordt daarom over het algemeen gekwalificeerd als ‘Zeer goed’. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de
men.
opvangeenheden wordt als acceptabel aangemerkt.
De rekenpunten zijn aangebracht op de locaties en hoogten waar zich ook
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai m.b.t. extra effecten op omlig-
verblijfsruimtes kunnen bevinden. De rekenpunten zijn aangebracht op de
gende woningen
gevels van de te realiseren opvangeenheden. Voor verblijfruimtes op de
De gemeente Oss heeft besloten om, aanvullend op het hiervoor vermelde
begane grond en 1e etage is uitgegaan van een rekenhoogte van respec-
akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, door De Roever Omgevingsad-
tievelijk 1,5 en 4,5 meter boven het maaiveld.
vies nog een aanvullend onderzoek wegverkeerslawaai te laten uitvoeren ten aanzien van de geluidsbelastingen op geluidsgevoelige objecten in de
Ten aanzien van de wegverkeerslawaai afkomstig van de Macharenseweg
omgeving. Hierbij is onderzocht of het extra verkeer ten gevolge van de
(gezoneerd deel buiten bebouwde kom met maximumsnelheid van 60
beoogde ontwikkelingen in de omgeving tot een onaanvaardbare toename
km/uur) geldt dat de geluidsbelasting ten hoogte 38 dB bedraagt. Dit is ter
22
van de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai leidt. Voor het
gegaan van het wettelijk toetsingskader dat wordt aangehouden bij de re-
volledige onderzoeksrapport (d.d. 12 juni 2023) wordt verwezen naar de
constructie van een weg. Uitgaande van dit kader is sprake van een
bijlagen. De belangrijkste elementen uit het onderzoek zijn beschreven in
akoestisch relevante aanpassing van een weg wanneer de geluidbelasting
de navolgende alinea’s.
op omliggende woningen (afgerond) 2 dB of hoger is dan de huidige
Het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging.
Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.
waarde en de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan
Voor het onderzoeksgebied is aangesloten bij het gebied waar de toename van verkeer het grootste effect zal hebben. Aangenomen is dat ver-
Uit een vergelijking tussen de resultaten voor referentiemodel A en plan-
luchtverontreiniging is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in bete-
keer vanuit het plangebied zal worden afgewikkeld via de Macharenseweg
model B volgt dat de toename in de geluidsbelasting maximaal 0,10 dB
kenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Rege-
ri. zuid, de Spitsbergerweg ri. west en de Macharenseweg ri. noord.
bedraagt. Dit is ruim onder de toename van 1,50 dB die als akoestisch re-
ling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een
levant wordt beschouwd. De realisatie van de opvanglocatie en de hier-
project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:
Voor alle wegen geldt dat het wegdeel is beschouwd waar de maatge-
mee gepaard gaande toename in de verkeersgeneratie hebben hiermee
vende woningen aan zijn gelegen. Voor de Macharenseweg (ri. zuid) is dit
geen onaanvaardbare invloed op de akoestische situatie ter plaatse van
het gedeelte tot aan de Rusheuvelstraat, en voor de Spitsbergerweg is dit
de omliggende woningen.
nomen te zijn in het heersende verkeersbeeld. Voor de Macharenseweg
4.2.3
(ri. noord) is alleen het eerste deel tot de huidige woning met huisnummer
Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect geluid
32 aangehouden. Verder naar het noorden liggen er over een grote af-
(wegverkeer).
stand geen andere gevoelige bestemmingen. Er zijn twee modellen gemaakt. In referentiemodel A is de toekomstige situatie gemodelleerd wanneer het plan niet uitgevoerd wordt. In planmodel B is de toekomstige situatie gemodelleerd wanneer het plan wel uitgevoerd is. In beide modellen is de geluidbelasting berekend op omliggende woningen op hoogtes van respectievelijk 1,5 meter, 4,5 meter, 7,5 meter en 10,5 meter (voor zover van toepassing). Hierbij is per woning voor de maatgevende gevel(s) de geluidsbelasting berekend. Het geluid van alle wegen is hierbij gecumuleerd, omdat zo de beste inschatting kan worden gegeven van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen die zijn meegenomen in de toetsing. Er bestaat geen wettelijk toetsingskader om de verandering van de geluidsbelastingen bij omliggende woningen als gevolg van ontwikkelingen op nabijgelegen percelen te beschouwen. In het onderzoek is daarom uit-
Opvanglocatie Oss
gen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM.
het deel tot de Oijenseweg. Hierna wordt het extra verkeer geacht opge-
4.3
Conclusie
Luchtkwaliteit
Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtin-
Het project zorgt voor een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3).
4.3.2
Onderzoek
NIBM De voorgestane ontwikkeling betreft de realisatie c.q. legalisatie van huisvesting voor maximaal 500 vluchtelingen. Degelijke huisvesting kan in dit
4.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.
Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
geval gelijk worden gesteld aan een project als bedoeld in de lijst met categorieën van gevallen die is opgenomen in Bijlage 3a van de Regeling NIBM. Met de beoogde ontwikkeling wordt ruimschoots onder de aantallen voor woningen gebleven die in deze regeling zijn opgenomen voor woningbouwlocaties. Dat houdt in dat het project in kwestie niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Gelet op het hiervoor beschrevene is het niet noodzakelijk om middels de NIBM-tool te bepalen of voldaan wordt aan de gestelde norm voor de toename van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 van 3%. Zorgvuldigheidshalve is toch besloten om een berekening uit te voeren middels de NIBM-tool.
23
Voor het jaar van planrealisatie is uitgegaan van 2023. Aangezien in de
Uit de data uit het CIMLK volgt dat de achtergrondwaarden significant la-
systematiek van de NIBM-tool wordt uitgegaan van een ‘maximale bij-
ger zijn dan de gestelde normen. Gelet op de ‘Maximale bijdrage extra
drage extra verkeer’ die elk navolgend ‘Jaar van planrealisatie’ steeds la-
verkeer’ als berekend met de NIBM-tool zullen deze normen ook niet wor-
ger wordt in vergelijking met de voorgaande jaren van planrealisatie, is het
den overschreden vanwege de toename in de verkeersgeneratie. Hiermee
niet problematisch wanneer de planrealisatie later plaatsvindt.
is aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit ter plaatse van het projectge-
Onderdeel van de NIBM-tool is dat aangegeven wordt wat het aandeel
bied.
vrachtverkeer in de totale verkeersgeneratie is naar verwachting een aandeel vrachtverkeer van maximaal 5%. Uitgaande van een worstcasebena-
4.3.3
dering is echter een aandeel vrachtverkeer van 10% gehanteerd.
Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect bedrij-
Conclusie
ven en milieuzonering. De resultaten uit de berekening met de NIBM-tool zijn weergegeven in de
4.4
Bedrijven en milieuzonering
Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat geen sprake is van in bete-
4.4.1
Toetsingskader
kende mate bijdragen aan luchtvervuiling. Hiermee is sprake van een
Milieuzonering is het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke
NIBM-project. Nader onderzoek op dit vlak is daarom niet noodzakelijk.
scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies
hierna weergegeven tabel.
Toetspun-
NO2 μg/m3
ten
PM10
PM10 over-
PM2.5
μg/m3
schrij-
μg/m3
dingsdagen X: 164902
14.06
17.85
6.84
10.79
en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikAanvaardbaar woon- en leefklimaat
keling moet rekening gehouden worden met milieuzonering om zo de kwa-
Het is in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang om ook
liteit van het woon en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daar-
te bekijken of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aan-
naast moeten bedrijven echter ook voldoende zekerheid hebben dat zij
vaardbaar woon-en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit. Hierover
hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uit-
Y: 420437
kunnen uitspraken gedaan worden aan de hand van achtergrondwaarden
voeren.
X: 164715
voor NO2, PM10 en PM2.5. Die konden tot voorkort worden bepaald aan de
14.06
17.85
6.66
10.79
hand van de NSL-monitoringstool. Vanaf 1 januari 2023 is het Centraal In-
Y: 420450
strument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) echter het te gebruiken instruX: 163181
12.38
17.13
6.07
10.27
Y: 421194 Norm
3
ment voor de monitoring van luchtkwaliteit3. Voor drie van de meest nabijgelegen toetspunten is bekeken wat de achtergrondwaarden voor NO2,
40
40
35
25
PM10 en PM2.5 zijn en wat het aantal PM10-overschrijdingsdagen is.
https://www.cimlk.nl/kaart
Opvanglocatie Oss
24
Richtafstanden
echter dat sprake is van een milieubelastende functie die qua milieubelas-
Voor de omliggende functies ten noorden/westen van het besluitgebied
Bij milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van
ting vergelijkbaar is met een functie van milieucategorie 3.1, namelijk met
geldt een milieucategorie tussen de 1 en 4.1. Voor deze functies geldt in
Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en mili-
de functie ‘Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)’. In rustig
rustig woongebied/rustig buitengebied een richtafstand van maximaal 200
euzonering’. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen.
woongebied/rustig buitengebied geldt voor deze functie een richtafstand
meter. Alle betreffende functies omliggend het besluitgebied met deze
Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de mili-
van 50 meter voor geluid en 30 meter voor geur.
richtafstanden bevinden zich op een afstand van meer dan 200 meter, met
euaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een in-
uitzondering van het dagrecreatiebedrijf aan de Spitsbergerweg 23. Aan-
dicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de
Gemeten vanaf de grens van het besluitgebied tot en met de grens van de
gezien het hier echter gaat om een functie van milieucategorie 1 of 2,
nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend
bestemmingen die milieugevoelige functies toelaten wordt in alle gevallen
waarvoor in rustig woongebied/rustig buitengebied een richtafstand van
is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemoti-
voldaan aan de richtafstand, met uitzondering van de stand tot de woon-
maximaal 10 of 30 meter geldt, wordt ook ten aanzien van deze functie
veerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelas-
bestemming vrijwel direct ten noordoosten van het besluitgebied. Gelet op
voldaan aan de aan te houden richtafstand. Gelet op het hiervoor beschre-
ting (in plaats van de richtafstanden).
de omvang van het besluitgebied bestaan er echter voldoende mogelijkhe-
vene is aannemelijk dat de aanwezigheid van deze milieubelastende func-
den om de opvanglocatie en bijbehorende voorzieningen waar milieube-
ties ten noorden/westen van het besluitgebied niet voor onaanvaardbare
Omgevingstype
lasting van uitgaat zo te situeren dat wordt voldaan aan de maximale richt-
milieueffecten zorgt. Voor het onderdeel ‘geur’ met betrekking tot de vee-
De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt
afstand van 50 meter.
houderijen in de omgeving wordt tevens verwezen naar paragraaf 4.5.
(zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een
Effecten omgeving op besluitgebied
Ten zuiden van het besluitgebied zijn een aantal milieubelastende functies
rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van
In de omgeving van het besluitgebied liggen een aantal milieubelastende
gevestigd. Dit betreft diverse sportverenigingen met sportvelden inclusief
functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel
bestemmingen die in meer of mindere mate milieubelastend zijn. Verschil-
verlichting, deze sportvelden zijn onderdeel van sportcomplex de Rusheu-
geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen ge-
lende soorten milieubelastende bestemmingen zijn gelegen rondom het
vel. De afstand van het dichtstbijzijnde sportveld tot de voorste perceels-
mengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieuge-
besluitgebied.
grens van het projectgebied betreft 35 meter. Veldsportcomplexen (met
nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype
voelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct
verlichting) zijn milieubelastende functies van milieucategorie 3.1, waar-
naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en
Inventarisatie en toetsing omliggende functies
voor in rustig woongebied/rustig buitengebied een richtafstand geldt van
kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn hore-
Ten noordwesten van het besluitgebied zijn enkele bedrijven gelegen met
50 meter. Aan deze richtafstand wordt niet voldaan. Tevens is er een mu-
caconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van
bedrijfswoningen. Hieronder een opsomming van de bedrijven ten noord-
ziekvereniging gevestigd op circa 25 meter van het besluitgebied. Dit be-
dorpskernen, woonwerkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrij-
westen van het besluitgebied, de gemeten afstanden zijn hemelsbreed
treft een functie van milieucategorie 2, waarvoor een maximale richtaf-
vigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en
van rand van de betreffende functies tot de rand van de opvanglocatie:
stand van 30 meter geldt.
lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvig-
dagrecreatiebedrijf (Spitsbergerweg 23) op circa 115 meter;
heid.
pluimveehouderij (Noordstraat 11) op circa 370 meter;
Hoewel er naar verwachting voldoende mogelijkheden zijn om de opvang-
veehouderij (Noordstraat 13) op circa 280 meter;
locatie op een grotere afstand dan de richtafstand van het sportcomplex
veehouderij (Noordstraat 1) op circa 560 meter;
en de muziekvereniging te situeren, is door De Roever Omgevingsadvies
Effecten besluitgebied op omgeving
golfbaan (Oijenseweg 272) op circa 750 meter;
zorgvuldigheidshalve toch een akoestisch onderzoek industrielawaai uit-
Een huisvestingslocatie voor vluchtelingen komt niet als zodanig expliciet
veehouderij/ kaasmakerij (Oijenseweg 284) op circa 760 meter.
gevoerd ten aanzien van dit sportcomplex. Voor het volledige onderzoeks-
4.4.2
Onderzoek
voor in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Aannemelijk is
Opvanglocatie Oss
25
rapport (d.d. 12 juni 2023) wordt verwezen naar de bijlagen. De belangrijk-
die kunnen optreden zijn zodanig kortstondig en niet veelvuldig aanwezig
hoogste milieucategorie 3. Hiervoor geldt in rustig woongebied een richtaf-
ste elementen uit het onderzoek zijn opgenomen in de navolgende ali-
dat het toepassen van de toeslag K2 tijdens het optreden hiervan niet zal
stand van maximaal 100 meter. Aangezien het besluitgebied zich op ten
nea’s.
bijdragen tot een verhoging van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
minste circa 150 meter van gronden met deze bestemming ligt, kunnen
bij de beoordelingspunten.
belemmeringen in verband met de hier aanwezige bedrijven op voorhand
Ter plaatse van het sportpark bevinden zich verschillende functies met elk
redelijkerwijs worden uitgesloten.
verschillende mogelijke geluidbronnen. Het gaat hierbij om Honkbalvereni-
Aangezien aan de waarden uit de VNG-handreiking wordt voldaan, kan
ging Cardinals (geluidsbronnen: velden, parkeerplaats en kantine), Mu-
worden gesteld dat ook wordt voldaan aan de (ruimere) grenswaarden uit
Binnen andere delen van het bedrijventerrein, die zich op ten minste 200
ziekvereniging Hartog (geluidsbronnen: repetitiegebouw en parkeer-
het Activiteitenbesluit (zowel langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als
meter bevinden, geldt op grond van het hier vigerende bestemmingsplan
plaats), Voetbalvereniging Deso (geluidsbronnen: parkeerplaats en kan-
maximaal geluidsniveau). Hiermee zijn niet alleen belemmeringen ter
‘Bedrijventerreinen Elzenburg-De Geer-Oss-2011’ de bestemming de be-
tine) en een tafeltennis- en petanquevereniging (geluidsbron: parkeer-
plaatse van de opvanglocatie uitgesloten maar kan ook worden uitgeslo-
stemming ‘Bedrijf – 1’. Binnen deze bestemming zijn bedrijven toegestaan
plaats).
ten dat er belemmeringen voor de aanwezige verenigingen optreden voor
van maximaal milieucategorie 5. Hiervoor geldt een maximale richtafstand
het uitvoeren van hun activiteiten.
van 1000 meter. Wanneer enkel naar de juridisch-planologische mogelijk-
In het kader van toetsing aan een goede ruimtelijke ordening worden alle
heden wordt gekeken, wordt niet voldaan aan de richtafstanden ten aanzien van de gronden met de bestemming ‘Bedrijf – 1’.
geluidsbronnen meegenomen. Voor het beoordelen van het woon- en ver-
Bedrijventerrein Elzenburg
blijfsklimaat ter plaatse van de beoogde opvanglocatie. In het kader van
Ten oosten van het besluitgebied is bedrijventerrein Elzenburg gevestigd.
toetsing aan een goede ruimtelijke ordeningen worden alle geluidbronnen
Op dit bedrijventerrein zijn diverse bedrijven gevestigd met een milieucate-
Indien wordt gekeken naar de feitelijk gezien aanwezige bedrijven en hun
meegenomen. Voor het beoordelen van het woon- en verblijfsklimaat ter
gorie van 1 t/m 5. Hieronder worden enkele bedrijven, gevestigd op het
bijbehorende milieucategorieën, blijkt dat de bedrijven met de hoogste mi-
plaatse van de gewenste woningen moet worden aangesloten bij de be-
bedrijventerrein, opgesomd:
lieucategorie bedrijven (puin)recyclingsbedrijven zijn. Het betreft hierbij be-
oordelingsmethodiek uit de Handreiking Bedrijven en milieuzonering.
houtverwerkingsbedrijf (Dommelstraat 36) op circa 200 meter;
drijven van maximaal milieucategorie 5.2, waarvoor een maximale richtaf-
groothandel in technische toebehoren (Dommelstraat 12) op circa 205
stand geldt van maximaal 700 meter (voor geluid). De richtafstanden voor
meter;
geur en stof zijn kleiner, namelijk maximaal respectievelijk 30 en 200 me-
autohandel (Dommelstraat 33, Dommelstraat 24 en Maaskade 39A)
ter. Aan de richtafstanden voor geur en stof wordt voldaan, aangezien de
op circa 270, 215 en 710 meter;
afstand vanuit de grens van de bestemming ‘Bedrijf – 1’ tot het besluitge-
Ten aanzien van het langtijdgemiddelde geluidsniveau wordt opgemerkt dat ter plaatse van alle toetspunten wordt voldaan aan de richtwaarde van
45 dB(A) etmaalwaarde uit de Handreiking Bedrijven en milieuzonering. Met betrekking tot het maximale geluidsniveau wordt voldaan aan de richt-
afvalverwerkingsbedrijf (Dommelstraat 46) op circa 225 meter;
bied minstens 200 meter bedraagt. Aan de richtafstand voor geluid (maxi-
waarden uit de Handreiking Bedrijven en milieuzonering, zijnde 65 dB(A)
automatiseringsbedrijf (Dommelstraat 10) op circa 265 meter;
maal 700 meter) wordt echter niet in alle gevallen voldaan.
in de dagperiode, 60 dB(A) in de avondperiode en 55 dB(A) in de nachtpe-
autosloopbedrijf (Diezestraat 10) op circa 300 meter;
riode. Voor wat betreft indirecte hinder geldt dat er plaatse van alle beoor-
fabrikant van zeep, wasmiddelen, poets- en reinigingsmiddelen (Dom-
Er is sprake van een geluidsgezoneerd bedrijventerrein. Deze geluidszone
melstraat 1) op circa 320 meter;
is ook opgenomen op de verbeelding van het voor het voor het besluitge-
puinrecyclingbedrijf (Maaskade 21) op circa 490 meter.
bied vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’. Zoals reeds
delingspunten aan de 50 dB(A) etmaalwaarde uit de Handreiking Bedrijven en milieuzonering. Hiermee is ter plaatse van de beoogde opvang-
units sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
aangegeven in paragraaf 1.3 ligt enkel het uiterst oostelijke deel van het Bedrijventerrein Elzenburg is een inwaarts gezoneerd bedrijventerrein. In
besluitgebied binnen de geluidszone van het bedrijventerrein. Er zijn vol-
De aard van het materieel en van de activiteiten geeft geen aanleiding om
het meest westelijke deel van het bedrijventerrein, waar op grond van het
doende mogelijkheid om de opvanglocatie buiten deze geluidzone te situ-
te veronderstellen dat ter plaatse van de beoordelingspunten sprake zal
hier vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Elzenburg-De Geer-
zijn van geluid met een tonaal of impulsachtig karakter. De piekniveaus
Oss’ de bestemming ‘Bedrijf – 2’ geldt, zijn bedrijven toegestaan van ten
Opvanglocatie Oss
26
eren. Wanneer sprake is van situering buiten de geluidszone, zal de ge-
een goed woon en leefklimaat – en vice versa. Een gemeente zal per ge-
luidsbelasting de waarde van 50 dB(A) niet overschrijden4. Dit betekent
val moeten beoordelen of er sprake is van een goed woon en leefklimaat.
dat de voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai in dat geval niet wordt
In de Wgv zijn voor verschillende dieren geuremissienormen opgenomen
overschreden. Indien (een deel) van de opvanglocatie wel binnen de ge-
die de maximale geurbelasting op een gevoelig object bepalen. Als de
luidszone wordt gesitueerd, is het noodzakelijk een akoestisch onderzoek
geuremissie van een dier niet bekend is, stelt de wet minimumafstanden
industrielawaai uit te voeren ten aanzien van het bedrijventerrein.
tussen een veehouderij en een geurgevoelig object. Als die geuremissie wel bekend is, dan moet de geurbelasting worden berekend. De emissie
4.4.3
Conclusie
van geurstoffen uit een veehouderijbedrijf wordt uitgedrukt in geureenhe-
Er is geen sprake van belemmeringen ten aanzien van het aspect bedrij-
den. De berekende geurbelasting wordt getoetst aan de norm (de maxi-
ven en milieuzonering.
male belasting die het bedrijf mag veroorzaken). Gemeenten mogen, bin-
4.5
Geur agrarisch
4.5.1
Toetsingskader
Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en de Regeling geurhinder veehouderij (Rgv). De hierin opgenomen geurnormen hebben betrekking op de toevoeging van veehouderijen in de buurt van geurgevoelige objecten. Bij nieuwe planologische projecten anders dan veehouderijen dient in het kader van de Wet ruimtelijke ordening te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Daarbij moeten twee zaken worden aangetoond:
Er is sprake van een aanvaardbaar woon en leefklimaat bij de toegevoegde geurgevoelige objecten; en
Veehouderijen worden niet onevenredig in hun belangen wordt geschaad.
nen bepaalde bandbreedten, van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastgesteld. Gemeenten hebben de mogelijkheid om middels een eigen geurverordening af te wijken van de in de Wgv gestelde normen. De gemeente Oss heeft een eigen geurverordening, namelijk de ‘Verordening geurhinder en
Figuur 10: Kaart achtergrondbelasting geur, het besluitgebied is aangegeven met een blauwe ster (bron: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant)
veehouderij gemeente Oss 2017’. Daarom dient, daar waar regels omtrent geurhinder met betrekking tot veehouderijen afwijken van hetgeen is op-
Uit de kaart ‘Achtergrondbelasting geur’ volgt dat de kwaliteit van de leef-
genomen in de Wgv, te worden uitgegaan van de regels uit de gemeente-
omgeving met betrekking tot geur afkomstig van agrarische bedrijven als
lijke geurverordening.
‘zeer goed’ wordt beoordeeld. Hierdoor is er geen sprake van te verwachten geurhinder.
4.5.2
Onderzoek
Onderzocht is of er sprake kan zijn van te ervaren geurhinder van een of
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat uit op de kaart ‘Veehouderijen in
meerdere veehouderijen op de te ontwikkelingen opvanglocatie. Dit is ge-
Noord-Brabant’ van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant6 volgt dat ter
daan door het raadplegen van de kaart ‘Achtergrondbelasting geur’ van de
plaatse van de Spitsbergerweg 23, vrijwel direct ten westen van het be-
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant5. Een voor het besluitgebied relevante
sluitgebied, nog een veehouderij (zeugenbedrijf) aanwezig zou zijn. Op
uitsnede uit deze kaart is weergegeven in de navolgende figuur.
28 april 2021 zijn alle rechten voor het houden van varkens echter ingetrokken voor deze inrichting. Dit is gedaan omdat het bedrijf heeft meege-
Bij een en ander moet worden uitgegaan van de cumulatie van geurhinder
daan aan de stoppersregeling in het kader van het Besluit emissiearme
van alle veehouderijen in de omgeving. Daarnaast is het niet automatisch
huisvesting. Uit een controle van de Omgevingsdienst Brabant. Er hoeft
zo dat wanneer geurnormen overschreden worden, er geen sprake is van
4 5 6
Zie ook artikel 38.132 van bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2022’. https://atlas.odzob.nl/portal/apps/webappviewer/index.html?id=504c14413ebc4c3e89640fd2be05d167. https://atlas.odzob.nl/portal/apps/webappviewer/index.html?id=db4986b27d914413b2d0e52d3678c70d.
Opvanglocatie Oss
27
hiermee geen rekening (meer) te worden houden met de aanwezigheid
4.7
Externe veiligheid
4.7.1
Toetsingskader
van een veehouderij aan de Spitsbergerweg 23.
met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is
In aanvulling op het voorgaande dient te worden aangetoond dat veehou-
Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de op-
een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Onderdeel
derijen niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. In onderhavig
slag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben
van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale
geval worden de veehouderijen in de omgeving van het plangebied niet
op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is lan-
brandweer.
onevenredig in hun belangen geschaad, omdat op kortere afstand deze
delijke wet en regelgeving van toepassing. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd
veehouderijen al andere geurgevoelige objecten aanwezig zijn. Deze reeds aanwezige geurgevoelige objecten zijn daarom in dit geval maatge-
In de landelijke wet en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het
individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een
vend.
gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's,
persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een
waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aan-
persoon feitelijk is.
vaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral
Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld
Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect geur
samen met:
10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
agrarisch.
activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;
Het groepsrisico wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrich-
transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;
ting.
transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water.
4.5.3
Conclusie
4.6
Kabels en leidingen
4.6.1
Onderzoek
Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van
Aan de hand van de ‘Netkaart’ van het RIVM kan achterhaald worden of het besluitgebied zich bevindt in een magneetveldzone7 van een of
vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen.
meerde hoogspanningslijnen. Uit deze kaart volgt dat ter plaatse van het besluitgebied geen planologisch gezien relevante kavels en leidingen aan-
De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsge-
wezig zijn.
bonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten
Op een afstand van circa 720 meter van het besluitgebied bevindt zich de
verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden
dichtstbijzijnde 150 kV hoogspanningslijn. Uit de Netkaart volgt dat ten
risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Bij het groepsri-
aanzien van deze hoogspanningslijn kan worden uitgegaan van een mag-
sico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in
neetveldzone van 55 meter aan weerszijden van de hoogspanningslijn.
de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grens-
Het besluitgebied is niet gelegen binnen deze magneetveldzone. 4.6.2 Conclusie
waarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veran-
Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect ka-
deringen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen
bels en leidingen.
7
https://data.rivm.nl/apps/netkaart/.
Opvanglocatie Oss
28
4.7.2
Onderzoek
Ten zuiden van het besluitgebied is tevens een aardgasleiding gelegen.
Toxisch scenario
Een opvanglocatie voor vluchtelingen is een (beperkt) kwetsbaar object in
Dit betreft een ‘Aardgasleiding NEN 3650-leiding’, deze aardgasleidingen
Het relevante scenario is in dit geval bij het vrijkomen van toxische stoffen
de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierdoor is het
hebben een maximaal invloedsgebied van 580 meter. Aangezien de feite-
in de vorm van een plan (bij vloeistoffen) of een wolk (bij gas). Ten ge-
van noodzaak om te achterhalen in hoeverre er sprake is van externe vei-
lijke afstand tot deze aardgasleidingen ten minste 1.850 meter bedraagt, is
volge van dit eerste kan een plasbrand ontstaan. Deze ontstaat doordat
ligheidsrisico’s. De locaties van de risicovolle inrichtingen en transportrou-
per definitie sprake van ligging buiten het invloedsgebied van deze leidin-
een tank van een tankwagen of tankwagon openscheurt na bijvoorbeeld
tes zijn achterhaald door middel van de kaarten met betrekking tot de ex-
gen. Het opstellen van een verantwoording van het groepsrisico ten aan-
een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de brandbare vloeistof in
terne veiligheid die zijn opgenomen in de ‘Atlas Leefomgeving’. De kaart
zien van de betreffende transportleiding is hiermee niet aan de orde.
korte tijd uit. De brandbare vloeistof verspreidt zich over de grond. Ontste-
met betrekking tot de externe veiligheid wordt hieronder weergegeven.
king van de plas leidt tot een korte, hevige brand. Ten noorden van het besluitgebied, op een afstand van circa 2.500 meter,
Figuur 11: Kaart externe veiligheid, bij de blauwe stip bevindt zich het plangebied (bron: atlasleefomgeving.nl)
Ten zuiden van het besluitgebied, op een afstand van circa 1700 meter is het spoorlijn gelegen. Dit betreft de spoorlijn met de code 64B.1. Over dit spoor worden gevaarlijke stoffen getransporteerd van de volgende stofcategorieën: A, B2, C3, D3, D4. Het invloedsgebied van de stofcategorie D4 betreft meer dan 4.000 meter. Het besluitgebied is gelegen binnen dit invloedsgebied. Daarom dient er een verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld. Aangezien sprake is van ligging buiten de zogenoemde 200-meterzone, kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Deze verantwoording is opgenomen in de volgende subparagraaf.
Opvanglocatie Oss
is een binnenvaartroute gelegen. Het gaat hier om de Maascorridor. Over
De effecten van een plasbrand zij hitte-uitstraling en rook. Hierdoor kun-
deze binnenvaartroute worden de volgende gevaarlijke stoffen getranspor-
nen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. Hittestraling
teerd: LF1, LF2, LT1, GF3 en GT3. Voor deze stofcategorieën geldt een
is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer-
maximum invloedsgebied van 1.070 meter. Het besluitgebied is gelegen
en schadebeeld. Dichtbij de bron kunnen personen overlijden. Verder van
buiten dit invloedsgebied. Het opstellen van een verantwoording van het
de bron af kan een plasbrand leiden tot (ernstige) brandwonden. Verder
groepsrisico ten aanzien van de binnenvaartroute is daarom niet aan de
dient opgemerkt te worden dat toxische vloeistoffen (deels) kunnen ver-
orde.
dampen, waardoor mogelijkerwijs ook een toxische wolk ontstaat.
Tot slot is, op een afstand van circa 5.800 meter, ten zuiden van het be-
Ingeval van een toxische wolk kunnen mensen potentieel komen te overlij-
sluitgebied een wegtraject met PAG-indicatie gelegen. Dit betreft de Rijks-
den ten gevolge van de blootstelling aan de vrijgekomen toxische stof. Af-
weg A50 (wegvak B79: A50: Knp. Bankhoef - Knp. Paalgraven). Over
hankelijk van de windrichting kan de toxische wolk al dan niet richting het
deze weg worden gevaarlijke stoffen getransporteerd van de categorieën:
besluitgebied bewegen. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden ten
LF1, LF2, LT1, LT2, GF2, GF3. Hiervoor geldt een maximum invloedsge-
gevolge van blootstelling aan een toxische wolk is afhankelijk van de dosis
bied van 880 meter. Het besluitgebied ligt buiten deze richtafstand. Het
van de toxische stof waaraan ze blootgesteld worden. Deze dosis is af-
opstellen van een verantwoording van het groepsrisico ten aanzien van
hankelijk van de blootstellingsduur en de concentratie van de stof. Perso-
het wegvak is daarom niet aan de orde.
nen die zich in een van de buitenlucht afgesloten ruimte bevinden hebben naar verwachting een ongeveer 10 keer zo lage kans om daadwerkelijk te
4.7.3
Beperkte verantwoording groepsrisico m.b.t. spoorlijn 64B.1
overlijden als personen die zich in de buitenlucht bevinden.
Het besluitgebied is gelegen binnen het invloedsgebied van spoorlijn 64B.1. Daarom dient er een verantwoording van het groepsrisico te wor-
Bestrijdbaarheid
den opgesteld. Aangezien het besluitgebied is gelegen binnen de zoge-
In geval van een calamiteit zal de brandweer ingezet worden ter beperking
noemde 200-meterzone kan hierbij worden volstaan met een beperkte
van de effecten van de calamiteit. Het bestrijdbaarheidsvraagstuk in relatie
verantwoording van het groepsrisico. Deze verantwoording is opgenomen
tot de ontwikkeling op deze grote afstand van de risicobron wordt daar-
in deze subparagraaf.
door niet verder geschouwd.
29
Zelfredzaamheid
en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura
Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben
Gezien de aard van de ontwikkeling kan aangenomen worden dat de zelf-
2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimte-
op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplich-
redzaamheid goed is en de aanwezige personen in staat zijn om zelfstan-
lijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het
tig.
dig op een dreiging te reageren. Er bestaan voldoende mogelijkheden om
Rijk bevoegd gezag. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
van de genoemde risicobronnen te vluchten. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel
Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is een samenhangend net-
Risicocommunicatie
van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische
werk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt
De zelfredzaamheid van personen aanwezig in de opvanglocatie kan wor-
Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd ge-
gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische
den verbeterd door het treffen van maatregelen. Het is hierbij noodzakelijk
zag.
verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met
dat er wordt gezorgd voor heldere risicocommunicatie. Van belang is dat
het omringende agrarisch gebied te verbinden.
de aanwezige personen tijdig gewaarschuwd worden ingeval van een inci-
Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming
dent. Daarnaast is het van belang dat vluchtroutes op een heldere wijze
De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde
worden aangeduid. Hierbij is het van belang om te benoemen dat wordt
betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Als er
staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding
voorzien in een opvanglocatie voor vluchtelingen. Aannemelijk is dat een
naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in
van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuur-
aanzienlijk deel van hen de Nederlandse taal niet of slechts in beperkte
combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante ef-
netwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die
mate machtig is. Hiermee dient rekening te worden gehouden in de risico-
fecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een bestemmings-
tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsre-
communicatie.
plan in kaart te worden gebracht en beoordeeld.
gimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de pro-
4.7.4
Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen
Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activi-
Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot externe veilig-
die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken,
teiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve ef-
heid. Er dient wel advies te worden gevaagd aan de veiligheidsregio/regio-
moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habi-
fecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kun-
nale brandweer. Dit advies moet worden overgenomen in voorliggende
tats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een
nen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.
ruimtelijke onderbouwing.
Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een pas-
vinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Conclusie
4.8
Ecologie
4.8.1
Toetsingskader
De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier-
Opvanglocatie Oss
sende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke
Soortenbescherming
kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet
De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soor-
is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan
ten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die
de volgende drie voorwaarden:
vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de
1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden.
Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie
2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang,
soorten:
met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.
30
soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);
externe werking uitgaat van het NNB. Dat betekent dat regelingen met be-
soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (ar-
trekking tot NNB-gebieden niet alleen in acht genomen moeten worden bij
tikel 3.5);
ontwikkelingen in NNB-gebieden maar mogelijk ook bij ontwikkelingen bui-
andere soorten (artikel 3.10).
ten deze gebieden. Dat laatste is het geval wanneer er sprake is van een
aantasting van ecologische waarden en kernmerken van NNB-gebied. Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door
In de volgende figuur is de ligging van het besluitgebied ten opzichte van
het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de
het NNN/NNB weergegeven. Het betreft hierbij een uitsnede uit de kaart
artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn be-
‘Kaart 4: Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’.
schreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. 4.8.2
Onderzoek
Wettelijke gebiedsbescherming Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, ‘Rijntakken’, bevindt zich op
Figuur 12: Ligging besluitgebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator).
een afstand van circa 10 kilometer van het besluitgebied. De ligging van het besluitgebied ten opzichte van dit Natura 2000-gebied is weergegeven in de navolgende figuur. De effecten die eventueel in Natura 2000-gebieden kunnen optreden betreffen externe effecten. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om een toename van geluid, licht of stikstofdepositie. Gezien de afstand tussen het besluitgebied en het Natura 2000-gebied kunnen de externe effecten licht en geluid worden uitgesloten. Een significante toename van stikstofdepositie in dit gebieden die ontstaat tijdens de aanleg- en/of gebruiksfase kan daarentegen niet reeds vóór het uitvoeren van stikstofdepositieberekeningen met de AERIUS Calculator worden uitgesloten. BRO heeft een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase. Voor het onderzoeksrapport dat hierop betrekking heeft (d.d. 29 november 2023) wordt verwezen naar de bijlagen. De belangrijkste ele-