P06355 RO Opvanglocatie Oss 20230713
Tekst van het document
Brabant (NNB). Wel behoren de gronden, welke op korte afstand het be-
Brabant (NNB) aangewezen in de Interim omgevingsverordening Noord-
sluitgebied gelegen zijn, tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Zoals is
Brabant. In deze verordening is in artikel 3.16 tevens geregeld dat er een
geconcludeerd in de ecologische quickscan uitgevoerd door Regelink (d.d.
menten uit dit onderzoek zijn beschreven in de volgende alinea.
Opvanglocatie Oss
30
3 maart 2023; zie onder ‘soortenbescherming’) dient wel rekening te wor-
Voor het volledige onderzoeksrapport (d.d. 21 februari 2023) wordt verwe-
den gehouden met de externe werking van het NNB. Vanwege de ligging
zen naar de bijlagen. De belangrijkste elementen uit de onderzoek zijn op-
het NNB wordt een effectenanalyse NNB opgesteld, waarin in beeld wordt
genomen in de navolgende alinea’s.
gebracht of en, zo ja, welke effecten er op de kernkwaliteiten van het NNB te verwachten zijn. Deze effectenanalyse is op dit moment in uitvoering. Soortenbescherming Regelink heeft een ecologische quickscan uitgevoerd, bestaande uit een bureauonderzoek en een verkennend veldbezoek (d.d. 3 maart 2023). Het veldonderzoek is uitgevoerd door een ecoloog van Regelink die het besluitgebied op 27 februari 2023 heeft bezocht. Tijdens het veldbezoek is
4.8.3
Conclusie
Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot de deelaspecten soortenbescherming en wettelijke gebiedsbescherming. In het kader van het deelaspect planologische gebiedsbescherming is op dit moment een effectenanalyse NNB in uitvoering.
4.9
Bodem
gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis
De onderzoekslocatie is gelegen in Zone A van de Notitie gebiedsspecifiek beleid DDT/DDD/DDE en is verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan DDT, DDD en DDE. Daarom is de bovengrond onderzocht volgens de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE) en zijn de grondmonsters aanvullend op het standaardpakket onderzocht op organochloorbestrijdingsmiddelen. Voor de analyses van de ondergrond en het grondwater is aangesloten bij de
van het aanwezige habitat en nest- en/of verblijfsmogelijkheden. Het bu-
4.9.1
reauonderzoek is uitgevoerd aan de hand van waarnemingen uit de Natio-
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald
nale Databank Flora en Fauna (NDFF) en gegevens uit recente versprei-
dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet wor-
dingsatlassen en actuele websites.
den met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen
Vanwege de voormalige stortplaats zuid/zuidoostelijk van de locatie zijn
dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de be-
diepe boringen verricht aan de oostzijde van het perceel om uit te sluiten
Aan de hand van de ecologische quickscan is beoordeeld welke be-
oogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel
dat stortmateriaal aanwezig is op de onderzoekslocatie. Op verzoek van
schermde soorten daadwerkelijk (kunnen) voorkomen binnen het besluit-
saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat
de gemeente Oss is grondwater uit de peilbuizen geplaatst aan de zuid-
gebied. Tevens is een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimte-
indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de
oostelijke zijde van het perceel (stroomafwaarts van de stortplaats) geana-
lijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden. De uitkomsten van dit
beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan
lyseerd op het STER-pakket (ook bekend als TerraTest of Soil2control).
laatste zijn reeds beschreven in het voorgaande deel van deze subpara-
worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren).
graaf. In het vervolg van deze subparagraaf zullen de uitkomsten van de
Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden ge-
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn, met uitzondering van boring 7 waar
toetsing aan wetgeving ten aanzien van soortenbescherming worden sa-
realiseerd. Derhalve is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 richt-
de bovengrond zwak kolengruishoudend is, geen bodemvreemde bijmen-
mengevat. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen.
lijnen noodzakelijk.
gingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een
Toetsingskader
onderzoeksstrategie voor een onverdachte, grootschalige locatie (ONVGR).
bodemverontreiniging. In de zwak kolengruishoudende bovengrond ter Uit de resultaten, de effectbeoordeling en toetsing aan de Wnb volgt dat
4.9.2
met de geplande ingreep de Wet natuurbescherming niet wordt overtre-
Onderbouwd dient te worden of de bodemkwaliteit voldoende is voor de
dende bestrijdingsmiddelen, DDD en DDE in een gehalte boven de achter-
den. In het plangebied zijn namelijk geen beschermde soorten of functies
beoogde opvanglocatie voor vluchtelingen. Om die reden is door MILON
grondwaarde aangetoond. Ook is een matig verhoogd gehalte aan DDT
van beschermde soorten te verwachten. De conclusies ten aanzien van
een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740. In dit
aangetoond. In de overige mengmonsters van de bovengrond zijn geen
soortenbescherming zijn weergegeven in de navolgende tabel:
kader is tevens een vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725.
verhogingen of lichte verhogingen aan diverse zware metalen, PAK en
Onderzoek
plaatse van boring 7 zijn diverse zware metalen, PAK, organochloorhou-
DDD aangetoond. In de mengmonsters van de ondergrond zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond.
Opvanglocatie Oss
31
In het grondwater ter plaatse van alle peilbuizen is een concentratie ba-
Waterschap
Waterbeheerplan
rium aangetoond boven de streefwaarde. Daarnaast is in het grondwater
Keur
Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa
ter plaatse van peilbuis 6 ook een concentratie nikkel en cadmium aange-
Sinds maart 2015 bestaat er een gezamenlijke Keur die opgesteld is door
en Maas vastgesteld.
toond boven de streefwaarde. Dit betreffen naar alle waarschijnlijkheid
de Brabantse Waterschappen. Voor waterschap Aa en Maas, waaronder
In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in
verhoogde achtergrondconcentraties. Geen van de parameters van het
Land van Cuijk valt, zijn de regels uit deze gezamenlijke keur formeel on-
de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het
STER-pakket, met uitzondering van barium, zijn boven de rapportage-
dergebracht in de ‘Keur Waterschap Aa en Maas 2015’ (Keur). Op grond
plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027.
grens aangetoond in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 en 2.
van de Keur zijn algemene regels (‘Algemene regels Waterschap Aa en Maas’; Algemene Regels) en een aantal beleidsdocumenten opgesteld.
Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s:
Geconcludeerd kan worden dat het voormalig stortplaats ten zuiden/zuid-
Relevant voor woningbouw is de kwestie van het afvoeren van hemelwa-
1. Waterveiligheid: Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de be-
oosten van de locatie geen invloed heeft op de onderzoekslocatie. Dit
ter. In artikel 3.6 van de Keur is een verbod opgenomen om zonder ver-
scherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale wa-
wordt ook bevestigd door het ontbreken van bodemvreemde bijmenging in
gunning over te gaan tot het tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam
tersysteem;
de grond op de zuid- en zuidoostelijke grens van de onderzoekslocatie.
te laten komen van regenwater. In artikel 15 van de Algemene Regels is
2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem: Het programma ‘Klimaat-
Er is middels het uitgevoerde onderzoek een goed beeld verkregen van de
vervolgens een bepaling opgenomen aan de hand waarvan in bepaalde
bestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend
milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
gevallen vrijstelling kan worden verleend van het in artikel 3.6 van de Keur
watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: kli-
Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
vastgelegde verbod. Een voorbeeld van wanneer vrijstelling kan worden
maatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het wa-
verleend is wanneer de toegevoegde verharde oppervlakte maximaal 500
terschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van
m2 is.
water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit
4.9.3
Conclusie
Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect bodem.
van het water (chemisch en ecologisch); Naast bovengenoemde is voor ruimtelijke ontwikkelingen relevant dat het
3. Schoon Water: In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren
uitgangspunt is dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal moeten
4.10
Water
4.10.1
Toetsingskader
van afvalwater een centrale rol.
worden uitgevoerd. Dit is als zodanig vastgelegd in de ‘Tweede partiële
Op grond van het besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Dat wordt gedaan middels een watertoets. Hierin dient inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente (water)advies in te winnen bij de waterbeheerder. De gemeente en het waterschap kunnen praktische afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. De watertoets is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.
Opvanglocatie Oss
herziening Hydrologische uitgangspunten voor afvoeren van hemelwater’
Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen gefor-
van Waterschap Aa en Maas. Het doel van dit uitgangspunt is om te voor-
muleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatro-
komen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding of afkoppelen van het
buust watersysteem waarin:
verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. In dit ka-
schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt;
der wordt door waterschappen in zijn algemeenheid de volgende voor-
de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en ge-
keursvolgorde aangehouden met betrekking tot hemelwater dat op ver-
schikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook
harde oppervlakten, waarbij de eerste optie het meest en de vijfde optie
voor recreatie en evenementen;
het minst wenselijk wordt bevonden: 1. hergebruik; 2. vasthouden / infiltreren; 3. bergen en afvoeren; 4. afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect); 5. afvoeren naar de riolering.
de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is;
de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.
32
Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doel-
voor haar stedelijk waterbeheer een Water- en Rioleringsprogramma vast-
Het besluitgebied ligt tevens binnen een peilgebied waarbij het oppervlak-
stellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in
gesteld voor de periode 2023- 2029. Dit WRP beschrijft hoe uitvoering ge-
tewater gestuurd wordt middels stuwen. Binnen peilgebied BIF wordt er
de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communi-
geven wordt aan de gemeentelijke zorgplichten voor het inzamelen en
een zomerpeil en winterpeil aangehouden van respectievelijk 4,6 m +NAP
catie en stimuleringsmiddelen.’
transporteren van afvalwater en het verwerken van afvloeiend hemelwater
en 4,3 m +NAP. De lokale GHG is derhalve op ca. 4,6-4,7 m +NAP te ver-
en overtollig grondwater. Daarnaast gaat het programma in op nodige
wachten.
Legger
maatregelen als gevolg van klimaatverandering. Daar is in voorgaande be-
De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de leg-
leids- en uitvoeringsplannen al mee gestart. Met dit WRP worden de in-
Om grondwateroverlast te voorkomen hanteert de gemeente een ontwate-
ger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van
spanningen versneld om overlast door extreme neerslag te beperken en
ringsdiepte van minimaal 70 cm -mv bij nieuwbouwontwikkelingen. Voor
de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze
schade te voorkomen. In samenspel met de komende beleidsnota Groen
de weg geldt dat de ontwateringsdiepte minimaal 50 cm -mv moet bedra-
kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermings-
en Klimaatrobuust Oss, zorgt dit WRP zo dat Oss goed voorbereid wordt
gen. Om te voldoen aan de ontwateringsdiepte van 0,7 m -mv dient het
zones aangegeven.
op het veranderende klimaat.
maaiveld bij de bebouwing minimaal +5,3 m NAP te zijn. Voor de wegen wordt reeds grotendeels voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte.
Provincie
4.10.2
De provincie Noord-Brabant heeft het ‘Regionaal Water- en Bodem pro-
Aeres Milieu heeft in het kader van onderhavige vergunningsaanvraag een
Onderzoek
gramma (RWP), Provincie Noord-Brabant 2022 – 2027’ opgesteld. Doel
watertoets uitgevoerd (d.d. 30 juni 2023). Hierin wordt onder andere inge-
West- en oostelijk van het besluitgebied is een beschermd gebied aanwe-
van dit nieuwe RWP is een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en
gaan op de deelaspecten hemelwater, grondwater, oppervlaktewater en
zig. De beschermde gebieden zoals deze zijn vastgelegd in de Keur van
voldoende water en een vitale bodem. In dit document verwoordt de pro-
klimaatadaptatie, afvalwater en veiligheid en waterkeringen. Voor de volle-
het waterschap, komen overeen met de beschermde gebieden waterhuis-
vincie hoe ze de komende jaren gaat werken aan voldoende water,
dige waterparagraaf wordt verwezen naar de bijlagen. De belangrijkste
houding uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De gebie-
schoon water, veilig water, vitale bodem en klimaatadaptatie. Het RWP
elementen uit de waterparagraaf zijn opgenomen in de navolgende ali-
den omvatten de NNN- en de NNB-gebieden (Natuur Netwerk Nederland
biedt waterschappen en gemeenten een kader voor hun eigen beleid. Het
nea’s.
en -Brabant), zowel nat als droog. Ingrepen met een negatief effect op de
RWP staat niet op zichzelf, maar wordt in samenhang gezien met andere
Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de verdere planinvulling.
waterhuishouding van het beschermd gebied zijn niet toegestaan en acti-
provinciale opgaven op het gebied van leefbaarheid, cultuur en vrije tijd,
Grondwater
wonen en werken, leefbaarheid, energie, landbouw en voedsel, natuur en
Regionaal gezien bevindt het besluitgebied zich volgens de grondwater-
biodiversiteit, archeologie en cultuurhistorie, en duurzame circulaire eco-
trappenkaart van bodematlast provincie Noord-Brabant in grondwatertrap
Volgens de kwel- en infiltratiekaart van de provincie Noord-Brabant kan er
nomie. Op deze manier draagt het bij aan een integrale benadering van de
VII. Bij deze grondwatertrap is de gemiddelde hoogste grondwaterstand
binnen het plangebied soms kwel optreden.
duurzame (fysieke) leefomgeving. Het opgenomen beleid in dit RWP is
(GHG) op 0,8 – 1,4 m -mv. te verwachten. De gemiddelde laagste grond-
een doorontwikkeling van het beleid zoals opgenomen in het Provinciaal
waterstand is ter plaatse op meer dan 1,2 m -mv. te verwachten.
Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP). De urgentie is echter afgelopen
viteiten in deze gebieden zijn meestal vergunningplichtig.
Uitgangspunt is hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige grondwaterstanden en het oppervlaktewatersysteem in het gebied worden ge-
Binnen de onderzoekslocatie zijn er geen grondwatermonitoringsputten
handhaafd. Door net als bestaand een vloerpeil van minimaal 30 cm bo-
bekend binnen het dinoloket. Circa 600 meter westelijk van het plangebied
ven de kruin van de weg aan te houden is geen grondwateroverlast te ver-
Gemeente
zijn er wel recente grondwatermonitoringsputten aanwezig. Hieruit blijkt
wachten bij de nieuwbouw en wordt voor de toekomstige ontwikkeling vol-
De gemeente Oss verwijst in hun recent algemeen beleid omtrent water
dat er ter plaatse een gemiddelde grondwaterstand voorkomt van ca. 4,4
daan aan de benodigde ontwateringsdiepte.
naar diverse gemeentelijke beleidsuitgangspunten. De gemeente heeft
m +NAP en een GHG van ca. 4,6 m +NAP.
jaren sterk toegenomen.
Opvanglocatie Oss
33
Oppervlaktewater
De totale toename van verhard oppervlak wordt in de openbare ruimte ge-
Aanliggend noordelijk van het besluitgebied bevindt zich een primaire wa-
compenseerd met een bergingseis van 60 mm uit de Keur van het water-
tergang met beschermingszone van 5 meter. Zuidelijk aan de overkant
schap. Hiermee kunnen extreme buien verwerkt worden. Het vasthouden
van de Spitsbergerweg en op circa 60 meter westelijk van het besluitge-
van water op eigen terrein biedt extra bergingscapaciteit. Bij een T=100
bied stromen ook primaire watergangen. Oostelijk en zuidelijk zijn op de
(70 mm in één uur) mag water niet in gebouwen stromen. Een landelijke
perceelsgrens een droogvallende watergang aanwezig die noordelijk en
afvoer van 2 l/s/ha wordt gehanteerd. Om de hittestress te verkleinen zijn
westelijk afwateren
in de openbare ruimte schaduwplekken noodzakelijk geacht.
Het gaat om:
vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten.
verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie.
bescherming van stads- en dorpsgezichten.
Door het lokaal verwerken van hemelwater wordt hydrologisch neutraal
Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk
ontwikkeld, mits de juiste milieuhygiënische maatregelen worden getroffen
deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
gen gebied. Indien een overstroming optreedt vanuit de primaire keringen
4.10.3
Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten
(het hoofdwatersysteem) bedraagt de maximale overstromingsdiepte in
Er is geen belemmeringen met betrekking tot het aspect water. Hierbij
passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen
het plangebied tussen 0,5 en 1 meter. De overstromingskans is met eens
wordt opgemerkt dat de definitieve uitwerking van de hemelwatervoorzie-
die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het
per 1.000 jaar laag met beperkte gevolgen.
ning nog moet plaatsvinden.
Bro.
4.11
Archeologie
4.11.2
4.11.1
Erfgoedwet en overgangsregeling Omgevingswet
In of direct nabij het plangebied zijn geen waterkeringen of leggerzones van de keringen aanwezig. Het plangebied bevindt zich in een laaggele-
Hemel- en afvalwater Ter plaatse van het besluitgebied is geen infiltratieonderzoek uitgevoerd. Op basis van de verwachte bodemsamenstelling (leemarm en zwak lemig fijn zand) is infiltratie binnen het plangebied echter naar verwachting beperkt mogelijk (voornamelijk horizontaal). Volgens de bodematlas van de provincie is ter plaatse lichte kwel te verwachten (0,5-1 mm/dag). Er wordt binnen het besluitgebied op dit moment geen afvalwater geproduceerd. Noordelijk bij de woning bevindt zich een drukrioolstelsel. Door de voorgenomen ontwikkeling neemt de vuilwaterhoeveelheid toe. Deze dient op het gemeentelijk rioolstelsel aangesloten te worden. Er is in het plan sprake van een aanzienlijke hoeveelheid vrijkomend afvalwater in het kader van de Wet Milieubeheer, of afvalwater met een specifieke samenstelling. In dergelijke gevallen heeft het waterschap adviesrecht. Vanuit de gemeente dient een eigenaar van ver- of nieuwbouw op eigen terrein 25 mm vasthouden. Voor ontwikkelingen groter dan 500 m2 geldt een eis van 60 mm (geen vermindering op Algemene Regel van toepas-
Conclusie
Archeologiebeleid
Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de beDe Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden.
scherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid.
In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt.
Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met
Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees: archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet.
Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is
sing).
Opvanglocatie Oss
34
van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijge-
Heunks, 2023, zie bijlage). Op basis hiervan is besloten dat er, vooraf-
4.12.2
Onderzoek
steld.
gaand aan de realisatiewerkzaamheden ten behoeve van de opvangloca-
Aan de hand van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de pro-
tie, een proefsleuvenonderzoek en eventuele doorstart naar een opgra-
vincie Noord-Brabant is bepaald of in en rondom het plangebied relevante
Verwachting/waarde
Vrijstellingsgrenzen
ving moet worden uitgevoerd (zie bijlage voor dit besluit). De werkzaam-
cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Een uitsnede van de CHW is
0 m2 / 30 cm -mv
heden zullen pas starten na afronding van dit onderzoek en vrijgave van
opgenomen in de navolgende figuur.
Archeologisch beschermd rijksmo-
het terrein door de gemeentelijk archeoloog.
nument
4.11.4
Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten
35 m2 / 30 cm -mv
Historische stads-/dorpskern
50 m2 / 30 cm -mv
Hoge verwachtingswaarde
100 m 2 / 30 cm -mv
Hoge verwachtingswaarde – be-
1000 m2 / 30 cm -mv
drijventerrein
Conclusie
Er dient een archeologisch onderzoek in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek te worden uitgevoerd. Alvorens dit onderzoek wordt uitgevoerd dient er eerst een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld en ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag.
4.12
Cultuurhistorie
4.12.1
Toetsingskader
Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde
5 hectare / 30 cm -mv
Reeds onderzocht
Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.
Verstoord
Geen onderzoeksplicht
4.11.3
Archeologietoets
Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een middelhoge verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 1.000 m². De ontwikkeling is groter dan 1000 m 2 en overschrijdt daarmee de vrijstellingsgrenzen. Vandaar dat door Archol een bureau- en booronderzoek is
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige
Figuur 14: Uitsnede CHW (besluitgebied rood omlijnd; bron: Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant).
waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan.
Uit de CHW volgt dat binnen het besluitgebied geen objecten aanwezig zijn van cultuurhistorische waarde. Wel is ten oosten van het besluitgebied
De Erfgoedwet bevat de wet en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
een lijnobject van redelijk hoge waarde aanwezig. Het betreft hierbij de bomenrij/bomenlaan langs de Macharenseweg. Gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkelingen kan aantasting van deze bomenrij/bomenlaan redelijkerwijs worden uitgesloten. Ook vanwege het realiseren van een ontsluiting van het besluitgebied zal geen aantasting plaatsvinden van de cultuurhistorisch waardevolle lijnobject.
uitgevoerd voor het gehele plangebied (Duivenvoorden, D.D. en E.
Opvanglocatie Oss
35
Zoals reeds beschreven in subparagraaf 3.2.2 wordt het besluitgebied in
4.13
Explosieven
de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangemerkt als ‘Cultuur-
worden doorlopen. Met andere woorden is het opstellen van een milieueffectrapport (MER) dan nodig.
historisch waardevol gebied’. In de instructieregels die zijn opgenomen in
De gemeente Oss heeft verkend in hoeverre het besluitgebied verdacht is
de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, meer specifiek in artikel
op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten (OO) uit de Tweede We-
In hoeverre een ontwikkeling als een stedelijk ontwikkelingsproject in de
3.29 van deze verordening, is het volgende bepaald:
reldoorlog. Op basis van de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsres-
zin van categorie D11.2 te kwalificeren is, kan niet in algemene zin worden
ten en het daaraan gekoppelde vooronderzoek van AVG uit 2016 kan wor-
beantwoord. In de jurisprudentie zijn echter wel aanknopingspunten te vin-
Artikel 3.29 Cultuurhistorische waarden
den geconcludeerd dat het gehele besluitgebied onverdacht is op het
den die kunnen worden gebruikt in de beoordeling of al dan niet sprake is
Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol ge-
voorkomen van OO. Dit wil zeggen dat de kans dat tijdens grondwerk-
van een stedelijk ontwikkelingsproject. Deze aanknopingspunten worden
bied:
zaamheden binnen het plangebied explosieven of munitie wordt gevonden
beschreven in de navolgende alinea’s.
a. is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van
zeer klein is. Daarnaast is er een minimale bodemverstoring. Het is niet
de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de
nodig om munitieonderzoek te doen.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘ABRvS’; ‘Afdeling’) heeft in haar uitspraak van 18 juli 2018 duidelijk gemaakt dat ook
Cultuurhistorische Waardenkaart; Het kan, ondanks het hierboven beschrevene, toch voorkomen dat bij toe-
een behoorlijke wijziging niet gekwalificeerd hoeft te worden als een ste-
val toch objecten worden aangetroffen die er uitzien als explosieven of
delijk ontwikkelingsproject (ECLI:NL:RVS:2018:2414). Ook de ABRvS
munitie. In dat geval geldt het protocol toevalsvondsten: stop de werk-
spreekt uit dat het begrip ruimte laat voor interpretatie en afhankelijk is van
Uit de CHW volgt dat het besluitgebied onderdeel is van cultuurhistorisch
zaamheden, iedereen verlaat lopend het werkterrein (i.v.m. trillingen door
de concrete omstandigheden van het geval. Volgens de ABRvS spelen
landschap ‘Beerse en Baardwijkse Overlaat’. Uit bijbehorende beschrijving
voertuigen en machines) en bel de politie op 0900-8844. De Explosieven
onder andere de aard en omvang van een ontwikkeling een rol bij de
volgt dat dit gebied bestaat uit laaggelegen terreinen en hogere ruggen.
Verkenner (EV) of Teamleider Explosieven Veiligheid (TEV) van de politie
vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Bij de beant-
De laagten waren vanouds onbebouwd. Op de hogere terreinen lagen de
komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat die moet worden ge-
woording van deze vraag is niet doorslaggevend of er sprake is van aan-
boerderijen en landgoederen. Het gebied maakte deel uit van de Beerse
ruimd. Indien dit laatste het geval is, wordt de Explosieven Opruimings-
zienlijke negatieve milieugevolgen (zie ABRvS 15 maart 2017,
Maas. Delen van de Peel-Raamstelling liggen in het gebied. Voor een ver-
dienst van Defensie (EODD) ingeschakeld. Wanneer dit niet het geval
ECLI:NL:RVS:2017:694). De Afdeling bevestigt dit laatste nog eens in een
antwoording ten aanzien van de ligging binnen cultuurhistorisch waardevol
blijkt, kunnen de werkzaamheden worden hervat.
uitspraak van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348).
b. stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.
gebied wordt verwezen naar subparagraaf 3.2.2. 4.12.3
4.14
Vormvrije mer-beoordeling
Conclusie
In aanvulling op bovenstaande blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank OostBrabant echter wel dat het feit dat milieugevolgen van een project be-
Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordeEr is geen sprake van belemmeringen ten aanzien van het aspect cultuur-
len of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is
historie.
dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure
Opvanglocatie Oss
perkt zijn kan worden meegenomen in een onderbouwing dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject (zie Rechtbank OostBrabant 6 november 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:5778). Daarnaast is het ook van belang in hoeverre er sprake is van een functiewijziging en een toename in de bebouwde oppervlakte (zie ABRvS 2 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348; ABRvS 18 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1297; ABRvS 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3055). Ten aanzien van dit laatste kiest de Afdeling dus voor een planologische vergelijking van de
36
nieuwe situatie ten opzichte van de oude. Indien er sprake is van een toename in bebouwde oppervlakte, kan het niet of slechts beperkt optreden van milieugevolgen worden aangevoerd als grond waarom er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject (zie ABRvS 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3055). Doorwerking besluitgebied Er wordt in onderhavig geval voorzien in een opvanglocatie voor maximaal 500 vluchtelingen. Functioneel gezien past deze functie niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. Ook wordt, ten opzichte van de huidige juridisch-planologische situatie, voorzien in nieuw planologisch ruimtebeslag. Ook in feitelijke zin neemt de bebouwde oppervlakte toe ten opzichte van de huidige situatie. Hiermee is aannemelijk dat sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zijn van in onderdeel D 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Ook uit de lagere rechtspraak, niet zijnde jurisprudentie van de ABRvS, leert dat een nieuw te bouwen tijdelijk huisvestingscomplex voor 250 tot 350 vluchtelingen een stedelijk ontwikkelingsproject (Rechtbank NoordNederland 28 december 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:5015) is. Aangezien in onderhavig geval sprake is van de opvang van maximaal 500 vluchtelingen, is in onderhavig geval nog aannemelijker dat sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject.
Aangezien naar verwachting wel sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, is in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling een aanmeldnotitie m.e.r opgesteld. Deze notitie is opgenomen als bijlage bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing.
Opvanglocatie Oss
37
5
Uitvoerbaarheid
5.2.2
5.1
Economische uitvoerbaarheid
maal voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze
Beroep/hoger beroep
Na verlening van de omgevingsvergunning wordt deze voor de tweede periode kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen de omgevings-
Er wordt een bouwplan mogelijk gemaakt als bedoeld in artikel 6.2.1 van
vergunning bij de rechtbank en later in hoger beroep bij de Afdeling be-
het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het is daarom noodzakelijk dat de
stuursrechtspraak van de Raad van State. Indien binnen de beroepster-
kosten van de grondexploitatie zijn verzekerd. Kosten kunnen worden ver-
mijn geen beroep wordt ingesteld, is de omgevingsvergunning na het ver-
zekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt,
strijken van de beroepstermijn onherroepelijk. Belanghebbenden kunnen
wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de ge-
eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevings-
meente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realise-
vergunning.
ren een anterieure overeenkomst sluiten. Aangezien de gronden die onderdeel uitmaken van onderhavig plan in eigendom van de gemeente zijn, is het opstellen van een exploitatieplan (of anterieure overeenkomst) niet aan de orde. De gemeente zal de kosten verzekeren door deze op te nemen in de begroting.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend bestemmingsplan. Op de onderhavige aanvraag is (ex artikel 3.10, lid 1, onder a, Wabo) de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. In deze paragraaf wordt de procedure rondom de omgevingsvergunning toegelicht. 5.2.1
Terinzagelegging
De ontwerpomgevingsvergunning wordt gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. De aanvraag, de bijlagen en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing zijn onderdeel van de (ontwerp)omgevingsvergunning. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. Op basis van de zienswijzen neemt het college van burgemeester en wethouders een definitief besluit over het al dan niet afgeven van de omgevingsvergunning.
Opvanglocatie Oss
38
SEPARATE BIJLAGEN: Bijlage 1: Ladderonderbouwing Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 4: Stikstofonderzoek Bijlage 5: Quickscan flora en fauna Bijlage 6: Bodemonderzoek Bijlage 7: Watertoets Bijlage 8: Acheologisch onderzoek Bijlage 9: Aanmeldnotitie m.e.r. Bijlage 10: Landschapsplan
Opvanglocatie Oss
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Opvanglocatie Oss