Osse Maatlat_17_6_2025
Tekst van het document
De groene structuren bestaan uit de groene gebieden en de verbindingen daartussen. Dit kan hoogwaardig stedelijk groen zijn maar ook bijvoorbeeld een bomenlaan. De groene hoofdstructuur is niet een begrenst oppervlak met een planologische bescherming. In plaats daarvan wordt uitgegaan van het functioneren. In de Osse maatlat wordt beoordeeld of een ontwikkeling geen negatief effect heeft op het functioneren van de groene hoofdstructuur.
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 28/52
De hoofdstructuren van de andere kernen zullen op een later tijdstip nog in kaart worden gebracht.
Figuur 4-4 Groene hoofdstructuur (GHS) Oss en Berghem.
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 29/52
4.6
Doelsoorten
Doelsoorten staat symbool voor de biodiversiteit van een gebied. Door het leefgebied van deze soorten te versterken, worden vele andere soorten geholpen, en daarmee de algehele biodiversiteit. Maatregelen voor deze soorten zijn dus veelal ook gunstig voor andere soorten. Om de soorten effectief te helpen, wordt geadviseerd om de 5 V's te hanteren. De 5 V's vormen de basisbehoefte van soorten: • • • • •
Verbinding Veiligheid Voedsel Voorplanting Vocht
Bij ontwikkelingen zijn er grote verschillen in de mogelijkheden en ambities om het leefgebied van diersoorten te versterken. Daarom zijn er voor drie categorieën doelsoorten geselecteerd. In de maatlat wordt gevraagd minimaal de doelsoorten basis te stimuleren. Het plus-niveau is voor meer ambitieuze projecten en grotere gebiedsontwikkelingen. Met ruimte, middelen en de wil om het leefgebied van specifiekere soorten te versterken. Omdat aanwezigheid en mogelijkheden voor soorten bepaald worden door zowel de locatie in het landschap als de functie en aard van het gebied, zijn de specifieke doelsoorten geselecteerd voor zowel de deelgebieden en de landschapszones. • •
•
Doelsoort basis: Dit zijn basissoorten die op eenvoudige wijze in de gehele bebouwde kom gestimuleerd kunnen worden. Het stimuleren van deze soorten is het minimale criteria in de maatlat. Specifieke doelsoorten deelgebieden: Dit zijn doelsoorten die passen bij een specifieke functie en aard van het gebied. Ze zijn dan ook onderverdeeld in de zes verschillende deelgebieden. Verschil tussen de geschiktheid van de doelsoorten in de deelgebieden zit namelijk met name in het type bebouwing, het aandeel groen, potentie voor vergroening en ruimte voor natuurlijke vegetaties. Zo kunnen egels en eekhoorns wel geholpen worden in groene en zeer groene woonwijken, maar niet zozeer in het centrum, en voelen soorten als zwarte roodstaart zich juist thuis op bedrijventerreinen. Specifieke doelsoorten landschapszones: Deze soorten zijn afhankelijk van de locatie van de ontwikkeling. Want ook de landschapszones verschillen in de diersoorten die er van nature voorkomen. Zo broeden ooievaars graag op bebouwing op de oeverwallen en komgebieden, zijn De selectie aan doelsoorten betreffen soorten die voorkomen in de landschapszones en ook gestimuleerd kunnen worden in de bebouwde kom.
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 30/52
Categorie
Deelgebied/zone
Doelsoorten
Doelsoort basis
Overal
Gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw, wilde bijen, vlinders
Doelsoort specifiek deelgebied
Centrum/Spoorzone
Slechtvalk, spreeuw, zwarte roodstaart, koolmees, laatvlieger, steenhommel, grote wolbij, gehoornde metselbij, dagpauwoog, boomblauwtje
Woonwijk versteend
Zwarte roodstaart, spreeuw, koolmees. laatvlieger, dagpauwoog, citroenvlinder, rosse metselbij, tuinhommel
Woonwijken groen
Eekhoorn, egel, laatvlieger, pimpelmees, roodborstje, vink, merel, groenling, lindepijlstaart, grote bladsnijder
Woonwijken zeer groen
Eekhoorn, egel, grote bonte specht, bosuil, zwartkop, bonte vliegenvanger, gewone grootoorvleermuis, citroenvlinder, gehakkelde aurelia, zweefvliegen
Bedrijventerreinen
Zwarte roodstaart, scholekster, huiszwaluw, laatvlieger, wezel, bunzing, gewone pad, teunisbloempijlstaart, vroeg avondrood, wormkruidbij
Dorpen
Egel, steenuil, kerkuil, ooievaar, huiszwaluw, boerenzwaluw, heggenmus, veldparelmoervlinder, koninginnenpage, zandbijen, weidehommel
Dekzandrug
Zoogdieren: eekhoorn, egel, vos, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis,
Doelsoort specifiek landschapszones
Vogels: grote bonte specht, bosuil, merel, roodborstje, vink, pimpelmees, boomklever Amfibieën: kamsalamander, alpenwatersalamander, gewone pad Insecten: citroenvlinder, boomblauwtje, kleine vuurvlinder boomhommel, zandbijen, klokjesbijen Dekzandrand
Zoogdieren: egel, wezel, konijn, laatvlieger, gewone dwergvleermuis Vogels: ijsvogel, zanglijster, putter, keep, kneu Amfibieën: Alpenwatersalamander, kleine watersalamander, bastaardkikker Insecten: gehakkelde aurelia, iepenpage, icarusblauwtje, distelvlinder, blauwe glazenmaker, kattenstaartdikpoot, slobkousbij
Komgebied
Zoogdieren: konijn, laatvlieger, wezel Vogels: scholekster, ooievaar, rietzanger, wilde eend, witte kwikstaart Amfibieën: bastaardkikker, kleine watersalamander Insecten: oranjetipje, hooibeestje, blauwe glazenmaker, gewone oeverlibel, lantaarntje, grasbij
Oeverwal
Zoogdieren: watervleermuis, ruige dwergvleermuis, bever, bunzing Vogels: steenuil, kerkuil, huiszwaluw, boerenzwaluw, heggenmus, ooievaar Amfibieën: bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad Insecten: sleedoornpage, hooibeestje, icarusblauwtje, veldparelmoervlinder, weidehommel, akkerhommel
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 31/52
5
Behoud bestaand groen en compensatie (bestaand) groen
Een belangrijk uitgangspunt bij planontwikkeling is het behouden van waardevol groen dat al aanwezig is in het plangebied. Vooral bij bomen en bos duurt het jaren voordat deze volwassen zijn en optimaal kunnen functioneren. Het behouden van bestaand waardevol groen is de meest effectieve maatregel om groene waarden in projecten te realiseren. Afwegingen rondom behoud*, verplaatsen of compenseren van bestaand groen maken we volgens de onderstaande volgorde. De afweging leggen we vast en is onderdeel van een ruimtelijke afweging die wordt gemaakt. Volgorde rond afwegingen behoud en compensatie bestaand waardevol groen in plangebied: A. Behoud door inpassing in ontwikkeling B. Verplaatsen naar andere plek in plangebied of buiten plangebied C. Compenseren met nieuw groen in plangebied of buiten plangebied Uitgangspunt voor verplaatsen en compenseren is altijd eerst binnen het plangebied, daarna buiten dichtbij het plangebied. Compensatie kan in natura of financieel via het groencompensatiefonds van de gemeente Oss. Te doorlopen stappen behoud en compensatie bestaand waardevol groen 1. Huidig groen in kaart brengen. Het bestaande groen door de initiatiefnemer in kaart gebracht. Het gaat hierbij om het areaal aan groen, opgedeeld in lage vegetatie (laag gemaaid gras), middelhoge vegetatie (hoge grassen, struiken, heesters, struweel) en hoge vegetatie (bomen).
Tevens wordt een beschrijving gegeven van de waarde van het groen voor biodiversiteit, recreatie en beleving. Ook wordt de toekomstwaarde beoordeeld. 2. Behouden: Het waardevolle groen moet zoveel mogelijk behouden worden. Er moet gezocht worden naar oplossingen om aantasting van bestaand groen te voorkomen. Indien het behouden van (een deel van) het groen niet mogelijk is, moet dit worden onderbouwd. Deze onderbouwing moet ook een alternatievenafweging en onderbouwing van het belang van de ontwikkeling bevatten. De gemeente zal deze onderbouwing beoordelen. Behoud waardevol groen
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 32/52
3. Verplaatsen: Als behoud van (een deel van) waardevol groen op de huidige plek in het plangebied niet mogelijk is en er geen reële alternatieven zijn, moet gekeken worden naar mogelijkheden om het waardevolle groen binnen of in de directe nabijheid van het plangebied te verplaatsen. Hiertoe wordt door de initiatiefnemer een verplaatsingsplan (inclusief haalbaarheid bij verplaatsing buiten het plangebied) aan de gemeente ter beoordeling voorgelegd. Indien verplaatsen niet mogelijk is, moet dit onderbouwd worden. De gemeente zal deze onderbouwing beoordelen. Bij verplaatsen buiten het plangebied dient dit ook op haalbaarheid te zijn getoetst. Verplaatsen waardevol groen binnen het plangebied
Verplaatsen waardevol groen buiten het plangebied
4. Compenseren: Als behoud en verplaatsen onderbouwd niet mogelijk is of geen reële optie is, dan is compensatie de volgende stap. Het waardevolle groen dat verdwijnt moet binnen of in de directe nabijheid van het plangebied worden gecompenseerd. Dit wordt door de initiatiefnemer in een plan voorgelegd en door de gemeente beoordeeld. Hierbij moeten de hiervoor genoemde stappen 1 tot en met 3 zorgvuldig zijn doorlopen en door de gemeente zijn beoordeeld. Voor compenseren geldt dat de financiële waarde van het bestaand waardevol groen minstens moet terugkomen in de nieuwe situatie. Voor de compensatie van bomen geldt dat voor elke boom 2 nieuwe bomen moeten terugkomen (ter compensatie van de bladmassa/kroonprojectie). In overleg met de gemeente wordt hier invulling aan gegeven. De gemeente beoordeelt de voorgestelde compensatie. De realisatie van compensatiegroen wordt geborgd in de wijziging van het omgevingsplan en indien van toepassing opgenomen in de anterieure overeenkomst. Het compensatiegroen wordt binnen 1 jaar na realisatie van de ruimtelijke ontwikkeling (na realisatie van de laatste woning of niet-woning) aangelegd, tenzij anders wordt vastgelegd in het omgevingsplan en indien van toepassing de anterieure overeenkomst.
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 33/52
Compenseren waardevol groen binnen plangebied
Compenseren waardevol groen buiten plangebied 5. Financiële compensatie: Financieel compenseren van bestaand groen is alleen mogelijk wanneer de stappen 1 tot en met 4 aantoonbaar niet mogelijk zijn en in overleg met de gemeente akkoord is. De financiële compensatie bestaat uit 1,5 x de kosten van het opnieuw aanleggen van de bestaande kwaliteit groen op een andere locatie. Initiatiefnemer dient hiertoe een groenplan met financiële onderbouwing ter goedkeuring in bij de gemeente. De financiële compensatie wordt opgenomen in de anterieure overeenkomst. * Deze criteria rondom het behoud van bestaand groen staat los van het kapvergunningenbeleid. Indien er bomen aanwezig zijn die kapvergunningplichtig zijn, dient ook aan dit beleid te worden voldaan.
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 34/52
6
Realisatie criteria Osse Maatlat buiten plangebied
Als in het plangebied niet aan de criteria voor groen en biodiversiteit voldaan kan worden, dan is het mogelijk om buiten het plangebied maatregelen te nemen om toch aan de criteria te voldoen. We onderscheiden daarbij twee situaties: • Het gaat om een project-/plangebied; • Het gaat om een gebiedsontwikkeling. Project-/plangebied: Als realisatie van de groencriteria van de Osse Maatlat deels niet lukt dan is realisatie van de criteria buiten het plangebied mogelijk een goed alternatief. 1. Onderbouwing: Indien volledig voldoen aan de groencriteria Osse Maatlat niet mogelijk is, moet dit onderbouwd worden. De gemeente zal deze onderbouwing beoordelen. 2. Compensatie in de directe nabijheid van het plangebied*. Als geheel voldoen aan de Osse criteria niet kan binnen het plangebied, is compensatie mogelijk voor dat deel van de criteria waar niet aan voldaan kan worden. Deze compensatie zal dan in de directe nabijheid van het plangebied plaatsvinden. Hiertoe wordt door de initiatiefnemer een plan voorgelegd en door de gemeente beoordeeld. Voor deze vorm van compensatie gelden dezelfde criteria voor groen (kwantitatief en kwalitatief) zoals de Osse Maatlat voorschrijft. 3.
Compensatie deels buiten plangebied en deels financiële compensatie: Als fysieke compensatie van groen in de directe nabijheid van het plangebied* deels niet mogelijk is, is de volgende stap financiële compensatie voor dit resterende deel. Voor het deel fysieke compensatie gelden dezelfde criteria voor groen (kwantitatief en kwalitatief) zoals de Osse Maatlat. Het hiertoe door de initiatiefnemer aangeleverde groencompensatieplan wordt ter beoordeling voorgelegd aan de gemeente. Voor het gedeelte waar financiële compensatie voor nodig is, gelden de voorwaarden als hieronder genoemd bij financiële compensatie. 4. Financiële compensatie Als compensatie in de nabijheid van het plangebied* (deels) niet mogelijk is, kan als laatste stap financieel gecompenseerd worden. Met deze financiële compensatie wordt de opgave elders of later in de tijd in de gemeente Oss gerealiseerd. De concrete financiële waarde is het totaal van de maatregelen die nog nodig zijn om aan alle criteria te voldoen. Hierbij worden de aanlegkosten, grondkosten (indien nodig) en de beheerkosten voor 10 jaar meegenomen. Voor financiële compensatie geldt een compensatiefactor van 1,5. Dit dient als prikkel om vooral in te zetten op fysieke compensatie ter plaatse. Bijvoorbeeld met innovatieve oplossingen.
Voor groenarme gebieden, inclusief het centrum, zullen bijkomende kosten hoger zijn en geldt daarom een factor 2. Dit komt door het intensievere ruimtegebruik bovengronds en ondergronds. Werkzaamheden in deze gebieden, en het claimen van (ondergrondse) ruimte voor beplanting brengen extra kosten met zich mee. Groenarme gebieden zijn centrum/ spoorzone en versteende woonwijk (Fig 4-2). Deze stadsdelen hebben weinig groen en zijn gevoeliger zijn voor wateroverlast en hittestress en daarom extra aandacht voor groen vragen.
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 35/52
*Toelichting op ‘in de directe nabijheid van’: Dit is bij voorkeur direct aangrenzend aan het plangebied of de gebiedsontwikkeling, maar kan ook ruimer zijn (tot ca. 300 m afstand) inden dit een beter en/of wenselijker resultaat oplevert. Dit wordt door de initiatiefnemer onderbouwd in het compensatieplan en ter beoordeling aan de gemeente voorgelegd.
Gebiedsontwikkeling: Bij een gebiedsontwikkeling is er sprake van een grote ontwikkeling, die veelal in fases wordt gerealiseerd. Binnen zo’n gebiedsontwikkeling worden vaak diverse projecten gerealiseerd. Met de Osse Maatlat is het mogelijk om de aparte projecten te toetsen aan de hand van het plan van de overkoepelende gebiedsontwikkeling. Op deze manier kan bijvoorbeeld gezamenlijk met meerdere ontwikkelingen worden bijgedragen aan een centraal gelegen groengebied. Gebiedsontwikkelingen in de gemeente Oss zijn onder andere: • • • •
Amsteleind Euterpepark Spoorzone/centrum Raadhuislaan
Voor (gefaseerde) gebiedsontwikkelingen worden de volgende stappen in chronologische volgorde doorlopen: 1. Voor een gebiedsontwikkeling wordt een gebiedsvisie of programma opgesteld. Deze gebiedsvisie/programma geeft invulling aan de criteria Osse Maatlat. Dit geeft de mogelijkheid om met een aantal ontwikkelingen gezamenlijk aan de criteria te voldoen, bijvoorbeeld door bij te dragen aan een centraal gelegen park. Hierdoor worden zowel de projecten als de centrale ontwikkeling van openbaar groen mogelijk gemaakt. 2. Onderbouwing: Voor projecten in een gebiedsontwikkeling wordt eerst beoordeeld of binnen de projectgrenzen voldaan kan worden aan de criteria van de Osse Maatlat. Dit moet onderbouwd worden door de initiatiefnemer. De gemeente zal deze onderbouwing beoordelen. 3. Indien voor een project in de gebiedsontwikkeling dat aantoonbaar niet haalbaar is, is compensatie binnen de gebiedsontwikkeling mogelijk. Hiertoe wordt een groencompensatieplan ter beoordeling aan de gemeente voorgelegd. 4. Indien directe compensatie genoemd onder 3 in de gebiedsontwikkeling aantoonbaar niet haalbaar is, is financiële compensatie mogelijk. Met deze financiële compensatie wordt het groen als onderdeel van de gebiedsontwikkeling gerealiseerd.
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 36/52
Gebiedsontwikkeling: verschillende projecten in verschillende fasen dragen bij aan gezamenlijk groen binnen de gebiedsontwikkeling.
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 37/52
Bijlage 1: Visualisaties groene biodiverse en klimaatrobuuste wijken Aparte bijlage
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 38/52
Bijlage 2: Folderboekje Criteriatabel Aparte bijlage
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 39/52
Bijlage 3: Biodiversiteit en nulmeting met natuurpunten Biodiversiteit staat voor de diversiteit aan leven. Het omvat de variatie aan ecosystemen, soorten en de genetische diversiteit van populaties.
Mensen zijn onderdeel van de natuur en biodiversiteit. Natuur en biodiversiteit zijn de basis van ons bestaan en hun ecosysteemdiensten zijn van onschatbare waarde. Helaas staan de natuur en biodiversiteit wereldwijd onder druk. De reguliere wet- en regelgeving is niet voldoende om de achteruitgang van biodiversiteit te stoppen, laat staan te herstellen. Daarom is het ook zo belangrijk om maatregelen te nemen die biodiversiteit stimuleren. Naast acties in natuurgebieden en agrarische gebieden zijn ook juist de bebouwde kommen belangrijk. Daar kan veel impact gemaakt worden en kunnen mensen dagelijks een stukje natuur ervaren. Voor het versterken van biodiversiteit geldt: denk globaal, doe lokaal. Iedereen kan een steentje bijdragen en een stukje natuur teruggeven. Van het planten van inheemse planten in de tuin, met natuurinclusief bouwen, natuurvriendelijke landbouw, ecologisch beheer tot natuurontwikkelingsprojecten. Door lokaal te handelen, wordt biodiversiteit zichtbaar en beleefbaar en versterken we het karakter van de gemeente. Daarnaast is een groenere gemeente weerbaarder bij extremer klimaat. Groen zorgt voor verkoeling, een goede waterafvoer en juist een waterbufferend vermogen bij droogte. Op deze manier dragen de natuur en biodiversiteit bij aan een veilige en gezonde leefomgeving
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 40/52
Nulmeting biodiversiteit Het landschap in gemeente Oss kenmerkt zich door een overgang van een dekzandlandschap met bossen, heide en vennen in het zuiden, via een dekzandrug naar een open polderlandschap in het komgebied met rivierduinen, tot aan de oeverwallen en de uiterwaarden van de Maas. Dit biedt een verscheidenheid aan wateren, met de Maas, wetering, kanalen, meren, wielen, poelen en vijvers, en een mix van vegetaties van de uiterwaarden, dijken, akkers, weilanden, graslanden, bossen, bomenlanen, bermen en tuinen. Al deze blauwe en groene elementen, klein én groot, vormen het leefgebied voor allerlei soorten planten en dieren. De blauwe en groene elementen met hun bodem en vegetatie vormen de basis voor het voedselweb voor alle soorten planten en dieren die voorkomen in Oss. Natuur is niet beperkt tot natuurgebieden, maar strekt zich uit tot in de haarvaten van de bebouwde kommen. Oss en de dorpskernen worden steeds belangrijker als leefgebied voor veel planten en diersoorten.
Flora en fauna In gemeente Oss worden allerlei bijzondere en algemene soorten aangetroffen. We hebben gekeken naar de waarnemingen en soorten in de bebouwde kommen. In totaal zijn de aflopen vijf jaar bijna 6000 waarnemingen ingevoerd in de Nationale Databank Flora en Fauna. Dit is de meest complete bron voor verspreiding van soorten.
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 41/52
Waarnemingen van planten, dieren en paddenstoelen in de bebouwde kommen van gemeente Oss. Waarnemingen als punten en aantal waarnemingen per buurt.
Buurten met de meeste ingevoerde waarnemingen. Er zijn ook veel buurten waar weinig waarnemingen worden ingevoerd. Van belang is om die buurten te inventariseren om een beter beeld van de soortenrijkdom te krijgen De waarnemingen bestonden uit 2210 verschillende soorten, waarvan 62 rode lijstsoorten (exclusief vogels). De meeste soorten behoren tot de soortgroep vogels en insecten. De meest waargenomen in ingevoerde soorten betreffen met name vogels. Meer waarnemingen betekent overigens niet meteen meer soorten. Zo heeft
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 42/52
de wijk Koortfoort het hoogste aantal soorten, maar staat 6e in de ranglijst van wijken met de meeste waarnemingen.
Aantallen soorten per wijk, ranglijst per buurt, per soortgroep en top 10 meest waargenomen soorten
Natuurpunten Natuurpunten geven een score aan biodiversiteit. Dit wordt op een objectieve, wetenschappelijk onderbouwde en uniforme wijze berekend. Gebieden krijgen een score, die we weergeven in eenvoudig te interpreteren kaarten, om zo in één oogopslag de stand van de biodiversiteit inzichtelijk te krijgen. Verschillende
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 43/52
gebieden, natuurtypen, wijken en buurten kunnen met elkaar vergeleken worden. Door jaarlijks een berekening uit te voeren kan de biodiversiteit op eenvoudige en eenduidige wijze gemonitord worden. Het landschap, de natuurtypen en de flora en fauna vormen samen de natuurwaarden in Oss. Deze natuurwaarden kunnen worden gescoord met natuurpunten. De systematiek is ontwikkeld door PBL. Sweco heeft het natuurpuntensysteem verder ontwikkeld in opdracht van het Platform Biodiversiteit, Ecosystemen & Economie (BEE)]. Sweco heeft hierna de natuurpuntencalculator ontwikkeld, die met software en gebruik van (semi)openbare data de ingewikkelde berekeningen op uniforme en navolgbare wijze en eenduidige wijze uitvoert. De systematiek is getoetst en/of toegepast door onder meer de WUR, Deltares, RUG, RWS en Sweco. De rekenformule is eenvoudig: Natuurpunten = Weegfactor * Kwaliteit * Oppervlakte. De weegfactor wordt bepaald door het natuurtype en is en vaste waarde. Hoe unieker het natuurtype, hoe hoger de weegfactor. De kwaliteit wordt bepaald door het percentage aan aanwezige doelsoorten van dat specifieke natuurtype. Hoe meer doelsoorten aanwezig, hoe hoger de kwaliteit van het natuurtype. Het oppervlakte spreekt voor zich. Voor natuurtypen en hun specifieke doelsoorten wordt gebruikt gemaakt de IndexNL en onderzoek van de WUR.
Natuurtypen In de bebouwde kom van gemeente Oss zijn de volgende natuurtypen aanwezig: • • • • • • • • • •
Stedelijk groen en gebouwen Park Zoete plas Bloemdijk Kruiden- en faunarijk grasland Haagbeuk- en essenbos Dennen- eiken- en beukenbos Droog bos met productie Vochtig bos met productie Wilgengriend
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 44/52
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 45/52
Natuurpunten Van alle vlakken zijn de natuurpunten berekend. Deze zijn in onderstaande kaart als gemiddelde per buurt weergegeven. De hoogste scores in natuurpunten zijn te vinden in groene wijken in het zuiden van Oss. De lagere scores bevinden zich in het noordwesten van Oss en een aantal dorpskernen. Opgemerkt wordt dat de scores berekend zijn op basis van bestaande en beschikbare data. Als data van soorten niet ingevoerd of verwerkt zijn in de Nationale Databank Flora en Fauna, worden deze dus ook niet meegenomen in de toekenning van natuurpunten.
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 46/52
Figuur 1: Natuurpunten per buurt in kaart en ranglijst in tabel (
Discussie Biodiversiteit is lastig te kwantificeren en in een score uit te drukken. Er is echter een groot behoefte om inzicht te krijgen in de biodiversiteitswaarden van gebieden. De natuurpuntensystematiek is een objectieve, uniforme en wetenschappelijk onderbouwde wijze om dit voor elkaar te krijgen. Met de natuurpuntencalculator is met relatief weinig inspanning gemeentebreed de biodiversiteitswaarde van Oss en de kernen in beeld gebracht. De kaarten zijn door het kleurenspectrum makkelijk te begrijpen en geven en één oogopslag een beeld van de biodiversiteit. De berekeningen en de kaarten zijn een nulmeting en vormen de basis om de biodiversiteit van de gemeente te monitoren in de komende jaren. Belangrijk om op te merken is dat de natuurpuntencalculator uitgaat van bestaande data van natuurtypen en aanwezigheid van soorten planten en dieren. Voor soorten is gebruik gemaakt van de NDFF. Dit zijn alle gevalideerde waarnemingen en de meest complete databron voor verspreiding van soorten. Het betreffen echter meestal geen volledige inventarisaties, maar opportuun verzamelde waarnemingen. De meeste waarnemingen in de NDFF zijn dan ook van de meer zichtbare soortgroepen, met name vogels. Bij de natuurpuntencalculator is hier rekening mee gehouden. In de methodiek wordt het zogenaamde waarnemingseffect verminderd.
Onder meer door het niet meenemen van lastig te identificeren en waar te nemen soortgroepen, waar veel specialistische kennis voor nodig is. Daarnaast wordt
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 47/52
uitgegaan van de aan- of afwezigheid van soorten en niet van hoeveelheden individuen. Toch zal door het gebruik van (semi)openbare data sprake zijn van een waarnemingseffect; hoe beter er gekeken wordt in een gebied, hoe groter de kans is dat een locaties een hoge score krijgt. Openbaar toegankelijke gebieden zijn doorgaans beter vertegenwoordigd in de NDFF dan niet - of moeilijk - toegankelijke terreinen. Delen van de stad kunnen daardoor ondergewaardeerd worden. Hierdoor kan bij er het inzoomen op polygonen een vertekend beeld uit komen ten opzichte van de werkelijkheid. Daarnaast kan een plek met weinig natuurpunten, voor bepaalde soorten wel degelijk van (groot) belang zijn. Monitoring De kaarten geven een nulmeting. De basis en uitgangspunt om verder aan het verhogen van biodiversiteit te werken. Door de berekening ieder jaar te herhalen kan de biodiversiteit gemeentebreed, gebiedsdekkend of per wijk gemonitord worden op een uniforme en eenvoudige wijze. Het verzamelen van data is essentieel in de methodiek. Hoe meer soorten er geïnventariseerd worden in ingevoerd in de NDFF, hoe betrouwbaarder de kaarten en het beeld wordt. Daarom is het belangrijk onderzoeksbureaus, organisaties, overheden, bewoners en bezoekers aan te sporen om hun waarnemingen van soorten in te voeren in de NDFF.
Voor bewoners kan dit het makkelijkste via waarneming.nl en bijhorende apps Apps - Waarneming.nl zoals de app OBSIdentify. Voor onderzoeksbureaus organisaties en overheden is het van belang meer te geven dat ze niet enkel kijken naar beschermde soorten, maar ook breder kijken naar rode lijssoorten en ook algemene soorten opnemen tijdens veldbezoeken en deze invoeren in de NDFF. Natuurpunten geven een gebiedsdekkend beeld, maar voor lokaal inzicht is maatwerk nodig en specifieke inventarisaties. Daarnaast is het van belang om naast monitoring met natuurpunten, ook monitoring uit te blijven voeren die specifieke soorten en soortgroepen inventariseren in het veld. Dit geeft zeer waardevolle en gedetailleerde informatie. Zoals de jarenlange monitoring en de meer specifieke wilde bijenmonitoring die periodiek wordt uitgevoerd.
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 48/52
Bijlage 5: Landelijke Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving Het doel van de landelijke maatlat is zorgen voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving in elk project. De maatlat geeft richting voor overheden en voor bouwende en ontwikkelende partijen over wat groen en klimaatadaptief bouwen is. Uiteindelijk krijgen we zo een groen, biodivers en klimaatbestendig Nederland in 2050. De maatlat is bedoeld om een basis te bieden voor groen en klimaatbestendig bouwen, door zowel een duidelijke ondergrens te stellen als hogere ambities te stimuleren. Dat maakt de maatlat ook gebaat bij een “lerende” (dynamische) insteek, om te kunnen meebewegen met ontwikkelingen. De landelijke maatlat is echter nog niet zo concreet uitgewerkt dat het ook concrete normen bevat. Daarom is een lokale doorvertaling nodig per gemeente. Om die reden is de Osse Maatlat ontwikkeld.
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 49/52
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 50/52
Bijlage 6: Tabel data Groene stad Challenge
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 51/52
Bijlage 7: Excel tabel toetsing Osse maatlat Aparte Bijlage
Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie
Versie 52/52