CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Osse Maatlat_17_6_2025

Adviescommissie Ruimte 4 september 2025, gemeente OssBij agendapunt: Beleidsregel Osse Maatlat12.173 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsregel Osse Maatlat Criteria voor een groene, klimaatadaptieve en biodiverse leefomgeving 17-06-2025

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Documentreferentie

Handelsregister 30129769 Osse Maatlat 51019254 Gemeente Oss Carl Geuljans, Gijs Meijer, Joeri Meliefste Renske ter Horst 17-6-2025

2/52

1

Inleiding .........................................................................................................................4 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................4 1.2 Hoe werkt de Osse maatlat?.............................................................................4 1.3 Leeswijzer .........................................................................................................7

2

Thema’s en onderbouwing criteria van de Osse Maatlat ..............................................8 2.1.1 Klimaatadaptatie: ..............................................................................8 2.2 Vergroening ......................................................................................................9 2.3 Biodiversiteit....................................................................................................11

3

Criteriatabel Osse maatlat ...........................................................................................14 3.1 Groencriteria ...................................................................................................14 3.2 Biodiversiteit....................................................................................................15 3.3 Klimaatadaptatie .............................................................................................17

4

Doelsoorten, deelgebieden, landschapszones, groene hoofdstructuur ......................20 4.1 Inleiding...........................................................................................................20 4.2 Verdeling deelgebieden ..................................................................................20 4.3 Deelgebieden, huidige situatie groen en doelsoorten .....................................21 4.3.1 Inleiding ..........................................................................................21 4.3.2 Uitbreidingen ..................................................................................22 4.3.3 Centrum/Spoorzone .......................................................................22 4.3.4 Woonwijken versteend ...................................................................23 4.3.5 Woonwijken groen ..........................................................................23 4.3.6 Woonwijken zeer groen ..................................................................24 4.3.7 Bedrijventerreinen ..........................................................................24 4.3.8 Dorpen ............................................................................................25 4.4 Landschapszones ...........................................................................................26 4.4.1 Landschapszone Dekzandrug

........................................................26 4.4.2 Landschapszone Dekzandrand ......................................................27 4.4.3 Landschapszone Komgebied .........................................................27 4.4.4 Landschapszone Oeverwal ............................................................28 4.5 Groenblauwe hoofdstructuur...........................................................................28 4.6 Doelsoorten.....................................................................................................30

5 6

Behoud bestaand groen en compensatie (bestaand) groen .......................................32 Realisatie criteria Osse Maatlat buiten plangebied .....................................................35

Bijlage 1: Visualisaties groene biodiverse en klimaatrobuuste wijken...................................38 Bijlage 2: Folderboekje Criteriatabel .....................................................................................39 Bijlage 3: Biodiversiteit en nulmeting met natuurpunten .......................................................40 Nulmeting biodiversiteit ...............................................................................................41 Flora en fauna .............................................................................................................41 Natuurpunten ..............................................................................................................43 Natuurtypen ......................................................................................................44 Natuurpunten ....................................................................................................46 Bijlage 5: Landelijke Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving .......................49 Bijlage 6: Tabel data Groene stad Challenge ........................................................................51 Bijlage 7: Excel tabel toetsing Osse maatlat .........................................................................52

3/52

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Voor u ligt de beleidsregel Osse maatlat. De Osse maatlat is een beleidsinstrument dat inzichtelijk maakt in welke mate een ruimtelijk plan voldoet aan de doelen rondom klimaatadaptatie. Bovendien leggen we een ondergrens vast waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. De criteria in de Osse maatlat zijn de lokale uitwerking van de in 2023 gepubliceerde landelijke maatlat: Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving (zie bijlage 5). De landelijke maatlat is echter nog niet zodanig uitgewerkt dat het ook concrete criteria bevat. In de landelijke maatlat zijn richtlijnen opgenomen die voor de lokale situaties nog concreet moeten worden gemaakt met criteria of uitgangspunten. Hierbij is bijvoorbeeld de bebouwingsdichtheid (mate van verstening) of de aanwezigheid van groen in een wijk of de bodemsoort van belang. Daarom is een lokale doorvertaling nodig per gemeente. Om die reden is de Osse Maatlat ontwikkeld. De Osse maatlat zorgt voor integratie van de thema’s klimaatadaptatie, vergroenen en biodiversiteit. Aangezien de maatregelen in deze thema's sterk in elkaars verlengde liggen, zorgt dit voor een samenhangend maatregelenpakket waarbij gebruik wordt gemaakt van de synergie van de maatregelen. De methodiek geeft daarnaast ruimte voor maatwerk zodat er ruimte blijft voor vernieuwende en onderscheidende plannen.

In de Osse maatlat is het bebouwde gebied van de gemeente Oss in kenmerkende deelgebieden verdeeld. Per type deelgebied is een kader gedefinieerd waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten voldoen. Het kader bevat de criteria voor de transitie naar een groene en gezonde gemeente, met een stedelijk gebied dat robuust is ingericht tegen het veranderende klimaat en bijdraagt aan het herstel van biodiversiteit. Met de maatlat willen we zorgen dat Oss een nog mooiere, groene en toekomstbestendige gemeente wordt. Zodat ook de komende generaties veilig en prettig kunnen wonen en kunnen genieten van al het moois dat Oss te bieden heeft.

1.2

Hoe werkt de Osse maatlat?

De Osse maatlat bestaat uit verschillende thema’s met specifieke criteria. Door projecten langs de maatlat te leggen, wordt getoetst of en hoe ze voldoen aan deze criteria. Initiatiefnemers kunnen dit doen door de maatlat in te vullen, hiervoor is een separaat excel-bestand beschikbaar. In dit bestand kunnen eenvoudig alle criteria en toelichting daarop ingevuld worden en getoetst in hoeverre eraan voldaan wordt. De thema's en criteria zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3 en opgenomen in het folderboekje van bijlage 2. Waarop is de Osse maatlat van toepassing? De criteria van de Osse maatlat gelden in principe voor alle ruimtelijke ontwikkelingen met een projectgebied groter dan 500m2 of projecten vanaf 2 woningen. De criteria zijn van toepassing voor de gemeente zelf, maar ook voor projectontwikkelaars, wooncorporaties en initiatiefnemers. Het zijn regels voor

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 4/52

de openbare ruimte, maar ook voor panden en particuliere gronden. Niet alle criteria zijn van toepassing voor elk type ontwikkeling, dit is maatwerk per locatie. De Osse Maatlat wordt in verschillende fases van projecten en ruimtelijke ontwikkelingen toegepast. Vanaf de initiatieffase, via de definitiefase en ontwerpfase tot en met de uitvoering en oplevering. In elke fase wordt de Osse Maatlat door de initiatiefnemer ingevuld en onderbouwd op welke wijze er invulling aan wordt gegeven en voldaan aan de criteria. In elke fase is er contact met de gemeente en wordt de maatlat gezamenlijk doorlopen en besproken. Zo kan klimaatadaptatie, vergroening en biodiversiteit vanaf het begin tot aan de oplevering en beheerfase geborgd worden. Er zullen altijd lokale en specifieke kenmerken zijn die elke ontwikkeling anders maken. In de maatlat is daarom ook ruimte voor maatwerk.

Figuur 1-1 Schematische weergave van het processchema als een nieuw initiatief wordt gestart.

Minimaal en plus niveau Veel criteria zijn opgedeeld in een minimaal te behalen niveau en hoger ambitieniveau (plus niveau). Alle ontwikkelingen moeten in principe voldoen aan het minimale niveau. Het plusniveau geeft criteria voor meer ambitieuze projecten. Het plusniveau kan ook worden ingezet als op andere criteria het te behalen niveau niet wordt gehaald. Wat als één of meer criteria niet worden gehaald? Niet alle criteria zullen voor alle projecten van toepassing zijn. Ook kan het voorkomen dat criteria niet behaald kunnen worden. Afwijkingen moeten wel goed onderbouwd worden. Hiervoor geldt dan ook het principe van ‘pas toe of leg uit’: als wordt afgeweken van deze criteria moet goed uitgelegd worden waarom. Als het minimumniveau voor een criterium niet wordt behaald is maatwerk nodig. Voor groencriteria die niet (helemaal) worden gehaald geldt de afwegings- en compensatieregeling van hoofdstuk 5 en 6. Voor de andere criteria moet onderbouwd worden door de initiatiefnemer waarom het niet mogelijk is aan het criterium te voldoen. De gemeente toetst deze onderbouwing en in gesprek met initiatiefnemer wordt gezocht naar een oplossing of compensatie buiten het projectgebied of financiële compensatie (zie hoofdstuk 5 en 6). Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 5/52

Uiteindelijk vormt de onderbouwing van de Osse Maatlat als onderdeel van de totale ruimtelijke onderbouwing waarover besluitvorming plaatsvindt. Deelgebieden en landschapszones De criteria van de Osse maatlat verschillen per deelgebied waar je aan de slag gaat. Bij de deelgebieden wordt rekening gehouden met het type wijk, aandeel van bestaand groen en potentie voor biodiversiteit. De criteria zijn deels aangepast aan wat per deelgebied mogelijk is. Zo zorgen we ervoor dat we geen onhaalbare eisen stellen. We onderscheiden twee soorten woningbouw-ontwikkelingen: uitbreidingen en inbreidingen. Bij uitbreidingen (nieuw stedelijk gebied) gelden ambitieuzere criteria dan bij inbreidingen (herontwikkelingen in de bestaande stad). Deze worden in de hoofdstukken hierna toegelicht. De gemeente is onderverdeeld in 7 deelgebieden, deze worden in hoofdstuk 4 verder toegelicht: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Uitbreidingen (nieuwbouw in buitengebied) Centrum/spoorzone Woonwijken versteend Woonwijken groen Woonwijken zeer groen Bedrijventerreinen Dorpen

De deelgebieden bevinden zich ook in verschillende landschapszones van de gemeente Oss. Er wordt onderscheid gemaakt in de landschapszones dekzandrug, dekzandrand, komgebied en oeverwal. De landschapszones zijn bepalend op welke wijze maatregelen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie het beste getroffen kunnen worden. Meer uitleg en een kaartje van de deelgebieden en de landschapszones zijn uitgewerkt in hoofdstuk 4. Evaluatie We evalueren de Osse maatlat na één jaar en passen deze aan waar nodig: welke criteria zijn moeilijker haalbaar en welke minder moeilijk. Maatwerk blijft nodig (compensatie toepassen), maar de kaders en bandbreedte waarbinnen de ontwikkeling wordt uitgewerkt op gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit zijn helder en vastgelegd. Overgangsregeling Voor lopende ruimtelijke plannen is een overgangsregeling van toepassing. Deze overgangsregeling houdt in dat de beleidsregel Osse Maatlat niet van toepassing is op ruimtelijke plannen waarvoor: • • • •

Een bestuurlijk besluit is genomen over een ruimtelijke ontwikkeling waarbij de uitgangspunten voor de ontwikkeling zijn voordat deze beleidsregel in werking treedt. Een overeenkomst is gesloten en getekend ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling voordat deze beleidsregel in werking treedt. Een omgevingsvergunning bouwen of omgevingsplanactiviteit is aangevraagd voordat deze beleidsregel in werking treedt. Een ontwerpwijziging van het omgevingsplan ter inzage is gelegd voordat deze beleidsregel in werking treedt.

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 6/52

Initiatiefnemer(s) kunnen in afwijking van de overgangsregeling als bedoeld hierboven zelf ervoor kiezen om de beleidsregel Osse Maatlat toch van toepassing te verklaren op hun ruimtelijk initiatief.

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de verschillende thema’s van de Osse Maatlat. Hoofdstuk 3 bevat de criteria die gelden per thema voor de ontwikkelingen in Gemeente Oss. Hoofdstuk 4 beschrijft de deelgebieden, de landschapszones en de groene hoofdstructuur (GHS). Hoofdstuk 5 omvat de afweeg- en compensatieregeling bestaand groen en in hoofdstuk 6 gaat in op compensatie van de criteria buiten het plangebied.

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 7/52

2

Thema’s en onderbouwing criteria van de Osse Maatlat

De Osse maatlat richt zich op 3 thema’s: Klimaatadaptatie, vergroening en biodiversiteit. Hieronder volgt met thema een beschrijving en de onderbouwing van de criteria:

2.1.1

Klimaatadaptatie:

Beschrijving Nederland heeft een grote opgave om toekomstbestendig te worden. Door klimaatverandering krijgen we ook in Oss te maken met steeds extremere buien, langdurige droogte en meer en intensere hittegolven. Om ons tegen de gevolgen hiervan te beschermen, is het nodig dat we onze fysieke leefomgeving aanpassen. Dit betekent dat we anders moeten gaan bouwen en inrichten. We moeten bijvoorbeeld meer waterberging realiseren tegen wateroverlast, meer regenwater lokaal vasthouden tegen droogte, en meer schaduw creëren voor perioden met extreme hitte. Hoe doen we dat, anders bouwen en inrichten? De Osse maatlat geeft hier invulling aan. Deze maatlat is nu nodig, omdat de gemeente op dit moment grote investeringen doet in woningbouw, waarbij we willen zorgen dat die daadwerkelijk toekomstbestendig zijn. Aan de hand van de Osse maatlat wordt geïnvesteerd in de stedelijke kwaliteit en voorkomen we hiermee hogere uitgaven in de toekomst, wetende dat goede investeringen meer toekomstige kosten voorkomen dan ze zelf kosten. Met de Osse Maatlat zorgen we ervoor dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen de bebouwde kom en uitbreidingen gaan voldoen aan de gestelde doelen uit de Koersnota Klimaatadaptatie 2050 Oss (vastgesteld 21 september 2023).

Hoe we omgaan met de bestaande situatie en het buitengebied staat in het Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2024-2027 (vastgesteld 27 juni 2024). Osse Maatlat en de Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie van de gemeente Oss is klimaatadaptatie een belangrijk uitgangspunt. Bij verdichting in de stad is klimaatadaptatie een randvoorwaarde (waterberging, schaduw, ecologisch waardevol groen), die we borgen met een Osse vertaling van de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving, om zo een robuust en biodivers stedelijk landschap te creëren. De beleidsregel Osse Maatlat nemen we hiertoe op in het Omgevingsplan.

Subthema’s en criteria Klimaatadaptatie is opgedeeld in 5 sub-thema’s. Dit zijn de standaard subthema’s van klimaatadaptatie. De criteria in deze sub-thema’s komen voort uit de landelijke maatlat en de reeds bestaande regionale klimaatconvenanten van Provincie Utrecht, Zuid-Holland en Metropoolregio Amsterdam. Deze zijn verder toegespitst op de situatie in de gemeente Oss. •

Wateroverlast: Met het veranderend klimaat neemt de kans op, de intensiteit en de geografische omvang van hevige neerslag toe. Schade en overlast ten gevolge van hevige neerslag willen we zoveel mogelijk

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 8/52

voorkomen met nieuwe criteria voor ontwikkelingen. Deze sluiten deels aan op bestaande regels en zijn deels geactualiseerd op basis van landelijke ontwikkelingen zoals buienstatistieken. •

Droogte: Droogte komt onder andere tot uiting in de daling van de grondwaterstand. De bodem en bodemafhankelijke functies als groen hebben dan meer water nodig dan er beschikbaar is. Droogte kan leiden tot schade aan groen, funderingen, infrastructuur en biodiversiteit. Droogte en verdroging worden versterkt door klimaatverandering. Met name in bebouwd gebied speelt ook mee dat (hemel)water afgelopen decennia steeds meer versneld wordt afgevoerd (o.a. door toename van verhard oppervlak waardoor hemelwater wordt afgevoerd en het grondwater niet wordt aangevuld). De criteria zijn er vooral op gericht om meer hemelwater lokaal te infiltreren zo dicht mogelijk bij de plek waar het is gevallen.

•

Hitte: Door het stedelijk hitte-eilandeffect is de temperatuur in gebouwde gebieden op hete dagen bovendien gemiddeld 7 graden hoger dan in het buitengebied. De gemiddelde temperatuur neemt toe, maar voor overlast en gezondheid is vooral de toename van warme en tropische dagen een groot risico. Toenemende hitte heeft grote impact op de gezondheid, slaapkwaliteit en productiviteit. Vooral bij kwetsbare groepen leidt hitte tot extra overlijdensgevallen. De criteria zijn erop gericht om meer schaduw te creëren in de openbare ruimte en door hittebestendig te bouwen.

•

Gevolgbeperking overstromingen: De waterveiligheid en beperking van overstromingen is via normering van overstromingsrisico’s reeds geborgd als taak van de Rijksoverheid en waterschappen. Dit is laag 1 van het principe van meerlaagsveiligheid. Daarnaast is er een opgave voor de gezamenlijke overheden en private partijen om de gevolgen te beperken, indien een overstroming optreedt door dijkdoorbraken of in buitendijks gebied. Laag 2 en 3 meerlaagsveiligheid spelen hierbij een centrale rol: het beperken van de gevolgen via ruimtelijke inrichting (laag 2) en zorgen voor veilig schuilen en evacueren (laag 3).

•

Bodemdaling: Klei- en veenhoudende bodempakketten kunnen inklinken (zakken) door daling van de grondwaterstanden en extra belasting door ophoging op infrastructuur. Dit proces is onomkeerbaar en dit leidt vaak tot bodemdaling en zetting. Deze vormen van bodemdaling zijn deels het gevolg van droogte door het veranderend klimaat en kunnen worden beheerst met maatregelen die ook voor droogte en wateroverlast genomen worden.

2.2

Vergroening

Beschrijving Met ruimte voor water, meer groen en meer biodiversiteit zorgen we in Oss samen voor een cruciale kwaliteitsimpuls. De inwoners van de gemeente kunnen hierdoor nu én in de toekomst veilig en prettig wonen in een aantrekkelijke omgeving, die goed is voor gezondheid en welbevinden, die uitnodigt om elkaar te ontmoeten en die de gemeente aantrekkelijk maakt.

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 9/52

Een groene leefomgeving is meer uitnodigend om in te verblijven, verhoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied en draagt bij aan de doelen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Bomen houden water vast, zorgen voor schaduw en bieden een schuilplaatsen voor dieren. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt ook dat groen een positief effect heeft op de fysieke en mentale gezondheid van mensen.1 Groen zet aan tot beweging, heeft een verkoelende werking, zorgt voor minder eenzaamheid en voor sneller herstel van stress en vermoeidheid. Dit leidt ertoe dat mensen in een groene omgeving gezonder zijn. Criteria Voor het vergroenen van Oss maken we gebruik van nieuwe criteria voor groen. Deze criteria zijn gebaseerd op de huidige situatie van groen en de wijktypologie. Deze twee aspecten zijn bepalend hoeveel ruimte er is voor het toevoegen van groen. Zo kan bij een uitbreiding eenvoudiger gezorgd worden voor voldoende groen dan bij ontwikkelingen in een verdichte binnenstad. En is de ruimte in dichtbebouwde woonwijken schaarser dan in ruime opgezette en zeer groene wijken. Data van de Groene Stad Challenge (GSC) heeft op buurtniveau inzicht gegeven in aandeel groen (percentage) en verhouding van hoge vegetatie (bomen), middelhoge vegetatie (struiken, kruiden, vaste planten) en lage vegetatie (gazon). Zie hiervoor ook Bijlage 6: Overzichtstabel data GSC.

Op basis van deze data en inzichten zijn we gekomen tot realistische en haalbare criteria voor verschillende deelgebieden. Zo liggen de criteria voor uitbreiding en groene wijken hoger dan voor verdichte deelgebieden met minder ruimte voor groen. De criteria gaan in op: •

•

•

•

1

Minimaal oppervlakte groen per inwoner: Dit criterium is van belang zodat de inwoners voldoende groen in hun woonomgeving hebben. Bij uitbreidingen geldt dit criterium voor het plangebied van de nieuwe ontwikkeling. Bij inbreidingen geldt dit als een streefwaarde van de gemeente op buurtniveau. Door hier rekening mee te houden bij ontwikkelingen worden stappen gezet om het percentage groen per inwoner te halen. De verschillende deelgebieden hebben maatwerk criteria met een realistische en haalbare ambitie. Minimaal percentage groene oppervlakte: Nieuwe ontwikkelingen moeten binnen het plangebied genoeg groene oppervlakte hebben. De criteria verschillen per deelgebied, afhankelijk van de ruimte voor vergroening. Gelaagdheid in groen: In Oss zijn in het openbaar gebied vooral veel bomen in gazon aanwezig. Voor de beleving van groen en functionaliteit voor klimaatadaptatie en biodiversiteit is het van belang dat er meer gelaagdheid in het groen komt, Ofwel boomlaag, struiklaag en kruidlaag. Dus naast voldoende ook struiken en vaste planten en niet alleen laag gras. Criteria verschillend per deelgebied. Behoud bestaand groen: Uitgangspunt is zorgvuldig omgaan met bestaand waardevol groen. Dit gebeurt door aan het begin het bestaande groen in kaart te brengen en te waarderen.

Hiermee moet dan rekening worden gehouden bij de planvorming en de waarde moet worden meegewogen op een navolgbare manier. Dit moet terugkomen in de ruimtelijke onderbouwing. Indien behoud niet (helemaal) mogelijk

https://klimaatadaptatienederland.nlwhitepaper-voorkomen-beter-dan-genezen

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 10/52

is moet de compensatie worden toegepast zoals in hoofdstuk 5 is beschreven.

2.3

Biodiversiteit

Beschrijving Biodiversiteit is de variatie aan ecosystemen, soorten en de genetische diversiteit van populaties. Het is slecht gesteld met de biodiversiteit in Nederland. In Nederland is de biodiversiteit, afgemeten aan kwaliteit en kwantiteit van natuur, afgenomen tot ca. 15% van de oorspronkelijke situatie. Het verlies aan biodiversiteit is daarmee aanzienlijk groter dan elders in Europa en de wereld.2 Gemeente Oss wil, zoals is opgenomen in de Koersnota Klimaatadaptatie 2050 en de Europese natuurherstelwet, bijdragen aan het herstel van biodiversiteit. Hiervoor zijn maatregelen nodig in natuurgebieden, het landelijk gebied én in de bebouwde omgeving. We verbeteren dit door natuurinclusief bouwen de standaard te maken en de groene ruimtes natuurinclusief in te richten en ecologisch te beheren. Ook sluiten we aan op het lokale landschapstype, en versterken we de groene hoofdstructuur tussen de wijken. Dit kan bijvoorbeeld door het toepassen van verschillende vegetatietypen en het gebruik van inheemse beplanting en voor dieren zorgen voor de 5 V’s: verbinding, veiligheid, voortplanting, voedsel en vocht. Het verbeteren van de biodiversiteit is naast een belangrijk doel op zich ook een belangrijke kwaliteit voor het stedelijk groen. Het versterkt ook de positieve effecten die het groen heeft. Biodiversiteit kunnen we daarom zien als doel en als middel.

Criteria: Het thema biodiversiteit bestaat uit: •

•

•

2

Natuurinclusief bouwen: In de bebouwde omgeving zijn veel soorten afhankelijk van onze gebouwen om te nestelen. Met natuurinclusief bouwen wordt bewust ruimte gecreëerd voor planten en dieren, concreet met nestelplekken in gevels en daken, met groene daken en groene gevels. Minimaal moeten projecten zorgen voor nestelplekken voor basissoorten. Faunavoorzieningen voor specifiekere soorten, groene daken en groene gevels voldoen aan het plusniveau. Natuurinclusief inrichten: Dit betreft het biodivers inrichten van de groene ruimte. De criteria betreffen het nemen van de landschapszone als uitgangspunt voor de inrichting en vegetatie, toepassen van inheemse planten. Het inrichten van de groene ruimte voor dieren (doelsoorten), zorgen voor een gezonde bodem en het groen natuurvriendelijk onderhouden en beheren. Voor deze aspecten zijn minimale criteria en plusniveau’s uitgewerkt. Groene hoofdstructuur (GHS): In de bebouwde kommen van Oss zijn groene structuren aanwezig. Zeer waardevol voor mens, plant en dier. Door aan te sluiten bij deze structuren worden ze sterker en robuuster.

https://www.clo.nl/indicatoren/nl144002-biodiversiteitsverlies-in-nederland-europa-en-de-wereld1700-2010

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 11/52

Uitgangspunt is dat de groene hoofdstructuur functioneel behouden blijft en bij voorkeur versterkt met ontwikkelingen in de bebouwde kom.

Groene hoofdstructuren in Oss en Berghem, zie ook paragraaf 4.5

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 12/52

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 13/52

3

Criteriatabel Osse maatlat

De onderstaande tabel is de basistabel voor criteria voor gebiedsontwikkelingen in Oss. Een aantal criteria zijn afhankelijk van waar in de gemeente Oss de ontwikkeling plaats gaat vinden. Hoofdstuk 5 bevat de gebiedsprofielen waarin is aangegeven wat de verschillen zijn per deelgebied.

3.1

Groencriteria

Thema

Minimaal niveau

Plus niveau

Voorkeursmaatregelen

Vergroenen Criterium 1: Oppervlakte groen per Groennorm inwoner. per inwoner Afhankelijk van deelgebied: Uitbreidingen: 60m2 Centrum/Spoorzone: 30m2 Woonwijk versteend: 30m2 Woonwijk groen: 60m2 Woonwijk zeer groen: 100m2 Bedrijventerrein: n.v.t. Dorpen: 60m2

Oppervlakte groen per inwoner. Afhankelijk van deelgebied: Uitbreidingen: 100m2 Centrum/Spoorzone: 60m2 Woonwijk versteend: 60m2 Woonwijk groen: 100m2 Woonwijk zeer groen: 140m2 Bedrijventerrein: n.v.t. Dorpen: 140m2

Criterium 2: % groene oppervlakte in het Minimaal plangebied. oppervlakte Afhankelijk van deelgebied: groen Uitbreidingen: 30% Centrum/Spoorzone: 20% Woonwijk versteend: 15% Woonwijk groen: 20% Woonwijk zeer groen: 45% Bedrijventerrein: 30% Dorpen: 20%

% groene oppervlakte in het plangebied.

Criterium 3: % hoge vegetatie (bomen) en Gelaagdheid % middelhoge vegetatie in vegetatie (struiken, (ruigte)kruiden, vaste planten) in het gehele plangebied.

% hoge vegetatie (bomen, houtsingels) en % middelhoge vegetatie (struiken, kruiden, vaste planten) in het gehele plangebied.

Afhankelijk van deelgebied: Uitbreidingen: 50% Centrum/Spoorzone: 40% Woonwijk versteend: 35% Woonwijk groen: 40% Woonwijk zeer groen: 65% Bedrijventerrein: 50% Dorpen: 40%

Afhankelijk van deelgebied Afhankelijk van deelgebied (%hoog – %middelhoog groen (%hoog – %middelhoog groen in plangebied): in plangebied): Uitbreidingen: 10% - 10% Uitbreidingen: 20% - 20% Centrum/Spoorzone: 10% - 5% Centrum/Spoorzone: 15% - 10% Woonwijk versteend: 5% - 5% Woonwijk versteend: 5% - 5% Woonwijk groen: 15% - 5% Woonwijk groen: 20% - 10% Woonwijk zeer groen: 25%-10% Woonwijk zeer groen: 35%-15% Bedrijventerrein: 10% - 10% Bedrijventerrein: 20% - 20% Dorpen: 10% - 5% Dorpen: 15% - 10%

Criteria gelden voor uitbreidingen binnen het plangebied. Dit is openbaar en particulier groen samen. Voor inbreidingen gelden de criteria op buurtniveau, als streefwaarde. Al het groen hoeft dus niet binnen het plangebied gerealiseerd worden.

Uitgangspunten: • Openbaar en particulier groen telt mee in de oppervlakte; • Oppervlakte groen onder bomen telt naast boomkroon mee in oppervlakte; • Halfverharding telt voor 50% mee als groen. Indien niet haalbaar op maaiveld, dan mogen ook groene daken en groene gevels meegeteld worden Streef naast bomen ook vooral een struiklaag, daarna naar andere middelhoge vegetatie en pas als laatste naar lage vegetatie,

Breng gelaagdheid in beplanting aan met een boomlaag, struiklaag en kruidlaag). Geef bomen de ruimte (onder- en bovengronds) om oud te kunnen worden.

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 14/52

Criterium 4: Bij uitbreidingen: Maximaal Behoud behoud bestaande waardevolle bestaand bomen groen Bij inbreidingen: aanwezig waardevol groen behouden. Bij aantasting geldt afweging- en compensatieregeling (zie hoofdstuk 5)

3.2

Bij uitbreidingen: Behoud waardevolle bomen en ecologisch waardevol groen verbeteren kwaliteit.

Boombeschermingsplan, boven en ondergronds. Groeiplaatsverbetering bomen

Bij inbreidingen: Aanwezig Ecologisch waardevol groen waardevol groen behouden, zoals struweel, kruidenrijk uitbreiden en kwaliteit grasland, ruigte. verbeteren. Bij aantasting geldt afweging- en compensatieregeling (hoofdstuk 5)

Biodiversiteit

Thema

Minimaal niveau

Plus niveau

Voorkeursmaatregelen

Natuurinclusief bouwen (gebouwen) Criterium 1: Elk gebouw of Faunawoonblok voorzieningen faunavoorzieningen voor basissoorten (huismus, gierzwaluw, vleermuizen)

Nestel- en verblijfsplekken voor andere soorten vogels, specifieke vleermuissoorten of andere diersoorten.

Integreer faunavoorzieningen in gevels en daken en in ontwerp en inrichting van groene ruimte

Criterium 2: Geen minimaal Groene daken niveau. Mogelijk toepassing bij compensatie

Geen eis voor uitbreidingen.

Toepassen van inheemse planten.

Groene kruidenrijke daken, natuurdaken of bruine daken. Met waterbuffer en substraatdikte van minimaal 15 cm. Enkel indien niet mogelijk afschalen naar sedumdaken

Toepassen faunavoorzieningen op daken (nestelplekken insecten en vogels en drinkvoorziening)

Grote verblijfplaatsen voor vleermuizen

Sluit aan bij eigenschappen en doelsoorten van landschapszone en specifiek deelgebied

Waar mogelijk in lijn met landschapzone

Toepassen op zichtbare daken

Minimaal 30% van bruikbaar dakoppervlakte** Criterium 3: Geen minimaal Groene gevels niveau. Mogelijk toepassing bij compensatie

Geen eis voor uitbreidingen.

Inheemse klimplanten en/of ecologische interessante cultivars in volle grond

Per gebouw of bouwblok minimaal 20% groene gevels van geschikt geveloppervlak***

** Plat dak zonder dakramen en installaties, zonnepanelen zijn geen installaties *** Geveloppervlakte zonder puien deuren, ramen en zonnepanelen

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 15/52

Thema

Minimaal niveau

Plus niveau

Voorkeursmaatregelen

Versterken functionaliteit groene hoofdstructuur.

Bij voorkeur GHS fysiek vergroten

Groene hoofdstructuur Criterium 1: Groene hoofdstructuur

Behoud van functionaliteit groene hoofdstructuur.

Kwaliteit verbeteren door ecologische inrichting en beheer. In lijn met landschapszone Rekening houden met habitatseisen en levenscyclus aanwezige soorten.

Thema

Minimaal niveau

Plus niveau

Voorkeursmaatregelen

Criterium 1: Bij bomen en struiken Landschaps- rekening houden met zone bodem en vocht (zand/klei, droog/vochtig)

Landschapszone als uitgangspunt voor inrichting. Landschaps-elementen, vegetatietypen en plantensoorten in lijn met eigenschappen landschapszone, zie hoofdstuk 4.

Trek waardevolle elementen uit de omgeving door in het plangebied

Criterium 2: Gemengd assortiment. Flora In openbaar gebied dekking van 20-60% inheemse en cultuurhistorische soorten*

Gemengd assortiment.

Plantgoed herkomst ecologische verantwoord geteeld

Natuurinclusief inrichten (groene ruimte)

Percentage afhankelijk van deelgebied: Centrum/Spoorzone: 20% Woonwijk versteend: 20% Woonwijk groen: 40% Woonwijk zeer groen: 50% Bedrijventerreinen: 60% Dorpen: 40%

In openbaar gebied dekking van 50-80% inheemse en cultuurhistorische soorten* passend bij de landschapszone Percentage afhankelijk van deelgebied: Uitbreidingen: 80% Centrum/Spoorzone: 50% Woonwijk versteend: 50% Woonwijk groen: 60% Woonwijk zeer groen: 70% Bedrijventerreinen: 80% Dorpen: 60%

Voor plusniveau: Afhankelijk van landschapstypen: Bosjes, houtwallen, struweel, poelen, fruitboomgaarden, vogelakkertjes

Inheemse soorten zoveel mogelijk autochtone herkomst Toepassing van landschapselementen, gemengde bomenrijen, gemengde hagen, inheemse vaste planten in borders, bloemenweiden, kruidenrijk grasland, bloemrijk gazon

Criterium 3: Groene ruimte inrichten als Fauna leefgebied voor doelsoorten basis die in stedelijk gebied passen (vogels, vleermuizen, vlinders, wilde bijen)

Groene ruimte inrichten als leefgebied voor specifieke doelsoorten deelgebied/ landschapszone en/of andere specifieke soorten of soortgroepen

Toepassen 5V’s: Verbinding, Veiligheid, Voortplanting, Voedsel, Vocht

Criterium 4: Bodemverbetering bij Bodem aanplant of inzaaien

Bodemplan opnemen in project (verdichting voorkomen, grond luchtig maken, bodemverbetering, toevoegen mineralen en bodemleven)

(blad)compost, micro-organismen, turfvrije bodemverbetering Bij inzaaien kruiden, voedselrijke toplaag verwijderen Rijplaten gebruiken Boombeschermingsplan

Criterium 5: Opstellen Beheer groenbeheerplan, rekening houden met flora en fauna

Ecologisch beheerplan. Passend beheer, specifiek toegespitst op flora en fauna

Een samenhangend inrichtingsen beheerplan voor gebouw en buitenruimte gericht op een

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 16/52

natuurinclusieve inrichting en beheer van de gekozen soorten. * Inheems, streekeigen, cultuurhistorisch: Inheemse bomen en planten zijn soorten die van nature voorkomen in Nederland en omliggende regio’s. Streekeigen planten en bomen zijn soorten die in de regio veel voorkomen. Streekeigen planten zijn ook veelal inheems, maar dan specifieker. Cultuurhistorische planten zijn ingeburgerde soorten die hier al eeuwen voorkomen, zoals fruitbomen en stinzenplanten.

3.3

Klimaatadaptatie

Thema

Minimaal niveau

Plus niveau

Voorkeursmaatregelen

Wateroverlast Criterium 1: beschermingsniveau extreme neerslag

De ontwikkeling bevat een ‘Weging van het Waterbelang’ waarin wordt beschreven hoe voldoende rekening wordt gehouden met wateroverlast, het principe ‘water en bodem sturend’, en de watergerelateerde eisen van het gemeentelijk WRP en het Waterschap Aa en Maas. Dit gaat onder andere om 60 mm berging per m2 nieuw verhard oppervlak (zie criterium 4).

De ontwikkeling wordt modelmatig getoetst op een bui van 70 mm per uur. Dit is een hydrodynamische berekening die aantoont dat er geen schade optreedt aan panden. Bij meer dan 5 cm water tegen meer dan 10% van het pand, is het een risicopand waar waarschijnlijk waterschade optreedt. Vitale en kwetsbare functies voldoen hieraan bij 90 mm per uur. Individuele panden worden aan de stresstestkaart getoetst. Berging moet binnen het plangebied opgelost worden om afwenteling naar andere gebieden te voorkomen.

Criterium 2: vloerpeil

Nieuwe ontwerpen hebben een minimaal verschil tussen weg- en vloerpeil van 30 cm. zie RIBOR 2.10 Vaststellen bouwpeil Gemeente Oss

Minimaal 40 cm tussen weg- en Maaiveldinrichting aanpassen vloerpeil

Criterium 3: oppervlakkige afstroming en infiltratie

Wegen liggen wanneer mogelijk op-één-oor richting verlaagd groen of oppervlaktewater. Het toepassen van een infiltratievoorziening met bodempassage (zoals een wadi) heeft de voorkeur. Bij het toepassen van opsluitbanden van bestrating moeten uitsparingen worden gerealiseerd om oppervlakkige afstroming naar groen te faciliteren.

Bovengrondse afstroming naar wadi, verlaagd groen of oppervlaktewater. Niet afwentelen op het watersysteem van het waterschap.

Criterium 4: berging op particulier terrein

Bij nieuwbouw binnen de bebouwde kom met een toename van 500 m2 of meer verhard oppervlak moet minimaal 60 mm hemelwater op het eigen terrein kunnen worden verwerkt. Ontwikkelingen met een toename onder de

Bovengrondse afstroming naar wadi, verlaagd groen of oppervlaktewater. Niet afwentelen op het watersysteem van het waterschap.

In zandige gebieden is infiltratie het uitgangspunt: liefst bovengronds in bijv. een wadi, of ondergronds in bijvoorbeeld een infiltratieriool of -put. Het aanbrengen van infiltratiekratten heeft nadrukkelijk niet de voorkeur. Minimaal 70 mm op eigen terrein bij >500m2 en bij <500m2

Waterberging op eigen terrein door zoveel mogelijk bovengrondse berging en maaiveldverlaging. Ruimte voor water in de openbare ruimte bij voorkeur bovengronds en groen.

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 17/52

500 m2 verhard oppervlak moeten minimaal 25 mm op eigen terrein verwerken.

Halfverharding telt als 100% onverhard. Voor private kavels gaan we uit van de volgende percentages in het berekenen van benodigde ruimte voor water:

Echter, als de ontwikkeling bestaat uit meerdere particuliere percelen, is het niet gewenst om op elk perceel berging op eigen terrein te realiseren. De gewenste waterberging moet dan in een robuust ingerichte openbare ruimte gezocht worden.

Criterium 5: grondwaterbestendig bouwen

Thema

• •

Perceel < 200 m2: 90% verharding Perceel 200-400 m2: 75% verharding

•

Perceel 400-600 m2: 60% verharding

•

Perceel >600 m2: 40% verharding

Bouw grondwaterbestendig en waterdicht. In gebieden met een hoge grondwaterstand (GHG <0,5 m-mv) bij voorkeur zonder kruipruimte of kelder bouwen of met grondwaterdichte laag. Zorg dat de inrichting van tuinen (beplanting, vlonders) tegen natte situaties kan.

Minimaal niveau

Plus niveau

Voorkeursmaatregelen

Hitte Criterium 1: schaduw

Er moet binnen het plangebied 40% 50% Bomen aanplanten/behouden met een schaduw zijn op verblijfsplekken, schaduw grote boomkroonbedekking belangrijke loop- en fietsroutes en verblijfsplekken (Hiermee bedoelen wel plekken die zijn ontworpen om mensen te laten verblijven, recreëren en spelen, zoals pleinen en parken). Dit wordt getoetst met een schaduwberekening en schaduwkaart.

Criterium 2: Elk pand ligt binnen loopafstand (300 m) koele plekken van een koele groene verblijfsplek. Dit wordt getoetst met een looproutekaart met alle panden en koele groen plekken.

Criterium 3: voorkeursvolgorde

Het ontwerp houdt rekening met de ladder van koeling door OSKA: koele omgeving -> warmte weren -> passief koelen -> actief koelen. Bij actieve koeling, wordt de warme lucht via het dak geloosd of aan de zijde niet aangrenzend aan een buitenruimte met verblijfsfunctie (openbaar én privaat).

Koele groene plek is > 300 m2

Koele groene verblijfsplekken creëren binnen het plangebied. Een koele groene verblijfsplek is een plek met meer dan 200 m2 aaneengesloten schaduw in openbaar groen, en waarbij naast goede toegankelijkheid en veiligheid ook uitnodigend is om te kunnen verblijven (bijv. door plaatsen van bankjes, picknicktafel of speelelementen). Voldoende groene openbare verblijfsruimtes, schaduw creëren met bomen, panden zo inrichten dat warmte weren of passieve koeling mogelijk is, bijvoorbeeld door zonwering en overstekken.

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 18/52

Thema

Minimaal niveau

Voorkeursmaatregelen

Droogte Criterium 1: voorkeursvolgorde

Hemelwater infiltreert zoveel mogelijk lokaal. De voorkeursvolgorde is: Bij nieuwbouw worden afval- en regenwater altijd gescheiden en bij voorkeur geleid naar een infiltratievoorziening met bodempassage (zoals een wadi). Indien water lokaal wordt geïnfiltreerd, wordt rekening gehouden met vervuiling van het afstromend oppervlak.

Meer infiltreren (bij zandige ondergrond), door wadi’s, (verlaagd) groen, of ondergrondse infiltratievoorzieningen in de openbare ruimte (infiltratiekratten hebben nadrukkelijk niet de voorkeur!)

Indien dit niet mogelijk is wordt afgekoppeld naar (verlaagd) groen, als dat niet mogelijk is wordt direct afgekoppeld op oppervlaktewater, als dat niet mogelijk is wordt er afgekoppeld naar een hemelwaterstelsel, als dat niet mogelijk is wordt aangesloten op het gemengde stelsel. In kleiige gebieden wordt een constructie aangelegd die vertraagd afvoert, zoals een infiltratieriool met overstort, of sloot met stuw. Criterium 2: drinkwaterbesparing

In het ontwerp wordt ingezet op het opvangen en benutten van hemelwater of andere vormen van drinkwaterbesparing in of rond het huis.

Criterium 3: grondwater

In het ontwerp wordt niet onnodig grondwater afgevoerd. Drainage wordt niet lager aangelegd dan het huidige grondwaterpeil (GHG).

Thema

Minimaal niveau

Opvang regen in (ondergrondse) watertank en hergebruik voor doorspoelen toilet en sproeien tuin

Voorkeursmaatregelen

Overstromingen Criterium 1: De lokale overstromingsrisico’s worden beoordeeld vanuit het waterveiligheid Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO) en https://mijnwaterrisicoprofiel.nl/. Op basis van de verwachte overstromingsdieptes, overstromingsfrequenties en aankomsttijd wordt afgewogen of (doelmatige) maatregelen genomen dienen te worden.

Thema

Waterbewustzijn vergroten, verhoogd aanleggen, waterdicht bouwen, herstelcapaciteit vergroten, adaptief bouwen.

Minimaal niveau

Bodemdaling Criterium 1: zettingsrisico

Bij ontwikkelingen op kleiige ondergrond wordt een geotechnische analyse uitgevoerd door de ontwikkelaar om zettingen in beeld te brengen. Hieruit volgen eventuele maatregelen (zoals voorbelasting en ophoging) waar de ontwikkeling rekening mee moet houden. Er wordt een gebiedsspecifieke restzettingseis en maatregelenset opgesteld. Dit zorgt voor een maatschappelijk kosteneffectieve investering over een levensduur van 60 jaar.

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 19/52

4

Doelsoorten, deelgebieden, landschapszones, groene hoofdstructuur

4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de deelgebieden, landschapszones, groene hoofdstructuur en doelsoorten beschreven. • • • •

4.2

Deelgebieden: de gemeente Oss is onderverdeeld in 7 deelgebieden, zie Figuur 4-1, en 4-2. Landschapszones: de gemeente Oss is onderverdeeld in 4 landschapszones, zie Figuur 4-3. Groene hoofdstructuur: voor Oss en Berghem is de groene hoofdstructuur in kaart gebracht, zie Figuur 4-4. Doelsoorten: er zijn op drie verschillende niveaus doelsoorten geselecteerd voor de bebouwde kom. Paragraaf 4-6 geeft een overzicht van de verschillende doelsoorten: o Doelsoorten basis o Doelsoorten specifiek deelgebieden o Doelsoorten specifiek landschapszones

Verdeling deelgebieden

De criteria verschillen per deelgebied omdat we rekening houden met de lokale situatie: landschapszone, zandige of kleiige ondergrond en het huidige niveau van vergroening. De ambitie is aangepast aan wat per deelgebied mogelijk is. Zo zorgen we ervoor dat we geen onhaalbare eisen stellen. We onderscheiden twee soorten woningbouw-ontwikkelingen: uitbreidingen en inbreidingen. Bij uitbreidingen (nieuw stedelijk gebied) ligt het ambitieniveau hoger dan bij inbreidingen (herontwikkelingen in de bestaande stad). Uitbreidingen zijn in de Osse maatlat een losse categorie. Inbreidingen zijn onderverdeeld in deelgebieden binnen de bestaande stad. De criteria van de Osse maatlat verschillen per deelgebied waar je aan de slag gaat. Deze worden in de hoofdstukken hierna toegelicht. De gemeente is onderverdeeld in 7 deelgebieden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Uitbreidingen (Nieuwbouw en ruimtelijke ontwikkelingen in buitengebied) Centrum/spoorzone Woonwijken versteend Woonwijken groen Woonwijken zeer groen Bedrijventerreinen Dorpen

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 20/52

Figuur 4--1 Overzicht deelgebieden binnen Gemeente Oss. Voor uitbreidingen zijn al 2 ontwikkelingen ingetekend die bekend/ in ontwikkeling zijn, dit is een momentopname.

Figuur 4--2 Overzicht deelgebieden binnen kern Oss en Berghem.

4.3

Deelgebieden, huidige situatie groen en doelsoorten

4.3.1

Inleiding

Onderstaande paragrafen geven schematisch per deelgebied:

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 21/52

• •

• • •

4.3.2

Beschrijving Huidige situatie groen: De huidige situatie van groen, vormt de basis voor de criteria. Data van de Groene Stad Challenge (GSC) heeft op buurtniveau inzicht gegeven in aandeel groen (percentage) met groenlabel (A t/m G) en verhouding van hoge vegetatie (bomen), middelhoge vegetatie (struiken, ruigte, kruidenrijk grasland, vaste planten) en lage vegetatie (gazon). De criteria voor vergroening in de maatlat, zijn gebaseerd op de huidige groensituatie, om zo tot realistische en haalbare criteria te komen. Zie hiervoor ook Bijlage 6: Overzichtstabel data GSC 1. Doelsoorten basis: Dit zijn basissoorten die op eenvoudige wijze in de gehele bebouwde kom gestimuleerd kunnen worden: gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw, wilde bijen en vlinders. 2. Specifieke doelsoorten deelgebieden: Dit zijn doelsoorten die specifiek zijn voor het deelgebied. 3. Landschapszones: Deze zijn bepalend voor de vegetatietypen en plantensoorten die gewenst zijn. In paragraaf 5.2 staan de typerende natuurtypen, vegetaties, planten- en diersoorten beschreven. Deze typen en soorten zijn ook prima toepasbaar en/of te stimuleren in de bebouwde kom. De diersoorten zijn ter aanvulling op de specifieke doelsoorten van de deelgebieden en de basis doelsoorten van stedelijk gebied.

Uitbreidingen

Profiel Uitbreidingen Beschrijving

Uitbreidingen betreffen nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen en sportterreinen aan de rand of buiten de bebouwde kom. Bij uitbreidingen kunnen de criteria makkelijker gehaald worden. Daarom geldt hier het plusniveau als ambitie.

Groen huidige situatie

n.v.t.

Landschapszone

Afhankelijk van locatie, zie kaart

Doelsoorten basis

Gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw, wilde bijen, vlinders

Doelsoorten specifiek

Afhankelijk van landschapszone

4.3.3

Centrum/Spoorzone

Profiel Centrum/spoorzone Beschrijving

Groen

Kenmerkend door overwegend versteend oppervlak en hoge bebouwingsdichtheid en ook hoogbouw/gestapelde bouw aanwezig. Er is een beperkte hoeveelheid groen aanwezig. Hierdoor is dit gebiedstype kwetsbaar voor hitte en/of wateroverlast. Er is daarom behoefte aan vergroening terwijl de ruimte schaars blijft. Daarom zijn de groencriteria lager dan gemiddeld. Het bewust kiezen voor een hoogwaardige invulling van de openbare ruimte met hoogwaardig groen en innovatieve oplossingen zoals gevelgroen en dakgroen zijn hiervoor oplossingen om aan de criteria te voldoen. GSC (Groene Stad Challenge) label E en X: 25-35% groen, bestaat uit 10-15% bomen, 2,5-5% middelhoog en 11-17% laag

Landschapszone

Dekzandrug en dekzandrand, zie paragraaf 4.4 voor beschrijving en typering

Doelsoorten basis stedelijk

Gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw, wilde bijen, vlinders

Doelsoorten specifiek deelgebied

Slechtvalk, spreeuw, zwarte roodstaart, koolmees, laatvlieger, steenhommel, grote wolbij, rosse metselbij, dagpauwoog, boomblauwtje

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 22/52

Foto

4.3.4

Woonwijken versteend

Profiel Woonwijken versteend Beschrijving

Dichte en veelal aaneengesloten bebouwing met vaak verharde buitenruimten met weinig groen. Ook is niet altijd een voortuintje aanwezig. De hoge bebouwingsdichtheid kenmerkt zich door kleine rijwoningen en smalle straten met weinig ruimte voor groen. De openbare ruimte bestaat vaak uit versteende oppervlakten (stoepen, straat, parkeervakken) en weinig groen (vaak een klein perkje of grasveldje). Door de jaren heen is het groen in de openbare ruimte en tuinen namelijk veelal vervangen door verharding en parkeerplaatsen. Hierdoor ontstaan er knelpunten met hittestress en waterberging. Het ontbreken van groen in de wijk heeft ook invloed op de leefbaarheid. Groene plekken in de wijk fungeren als (spontane) ontmoetingsplek, en het nodigt uit tot spelen en bewegen. Het gaat hierbij om oudere wijken dichtbij/rond het stadscentrum.

Groen

GSC label E en F:<30% groen, bestaat uit 8-10% bomen, 2-6% middelhoog en 12-16% laag

Landschapszone

Dekzandrug en dekzandrand, zie paragraaf 4.4 voor beschrijving en typering

Doelsoorten basis stedelijk

Gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw, wilde bijen, vlinders

Doelsoorten specifiek

Zwarte roodstaart, spreeuw, koolmees. laatvlieger, dagpauwoog, citroenvlinder, rosse metselbij, tuinhommel

Foto

4.3.5

Woonwijken groen

Profiel Woonwijken groen Beschrijving

In deze wijken is in de openbare ruimte meer plaats voor groen en waterberging. Het openbaar groen bestaat vaak uit groene elementen zoals grasveldjes, bomen, plantsoentjes. Er is meer ruimte voor wegen en parkeerplaatsen. De bebouwing bestaat veelal uit open bouwblokken. Bomen zijn aanwezig in bomenlanen.

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 23/52

Groen

GSC label D en E:50-30% groen, bestaat uit 6-25% bomen, 3-8% middelhoog en 1530% laag

Landschapszone

Dekzandrug en dekzandrand, zie paragraaf 4.4 voor beschrijving en typering

Doelsoorten basis stedelijk

Gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw, egel, wilde bijen, vlinders

Doelsoorten specifiek

Eekhoorn, egel, laatvlieger, pimpelmees, roodborstje, vink, merel, groenling, lindepijlstaart, grote bladsnijder

Foto

4.3.6

Woonwijken zeer groen

Profiel Woonwijken zeer groen Beschrijving

Dit is meestal een ruimer opgezette wijk, losstaande bebouwing met veel groen in de openbare ruimte, ook privégroen. Hier veel bomenlanen, vaak met grote bomen. Ook de aanwezigheid van een park direct in de wijk geeft deze wijken een extra groen karakter. In deze wijken is meer plaats voor groen, zowel in als rondom de wijk. Door de ruimere opzet is er meer plaats voor groen en waterberging. De groenstructuur is in deze wijken een belangrijke drager in de opzet van de wijken.

Groen

GSC label A, B en C:>50% groen, bestaat uit 13-50% bomen, 3-8% middelhoog en 1942% laag

Landschapszone

Dekzandrug en dekzandrand, zie paragraaf 4.4 voor beschrijving en typering en aanvullende doelsoorten

Doelsoorten basis stedelijk

Gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw, wilde bijen, vlinders

Doelsoorten specifiek

Eekhoorn, egel, grote bonte specht, bosuil, zwartkop, bonte vliegenvanger, gewone grootoorvleermuis, citroenvlinder, gehakkelde aurelia, zweefvliegen

Foto

4.3.7

Bedrijventerreinen

Profiel Bedrijventerreinen

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 24/52

Beschrijving

De bedrijventerreinen zijn erg versteend. Deels gaat het om terreinen met verouderde bedrijfspanden op een grijs en onaantrekkelijk bedrijventerrein met weinig groen. Deels zijn er terreinen met nieuwere bedrijfspanden, maar ook hier is weinig groen en is er veel ruimte voor wegen en parkeren. Deze terreinen zijn hierdoor kwetsbaar voor hitte en wateroverlast.

Groen

GSC label X: <30% groen, bestaat uit 2-10% bomen, 1-2% middelhoog en 6-24% laag

Landschapszone

Dekzandrug en dekzandrand, zie paragraaf 4.4 voor beschrijving en typering en aanvullende doelsoorten

Doelsoorten specifiek

Zwarte roodstaart, scholekster, huiszwaluw, laatvlieger, wezel, bunzing, gewone pad, teunisbloempijlstaart, vroeg avondrood, wormkruidbij

Foto

4.3.8

Dorpen

Profiel dorpen Beschrijving

In de dorpen en kernen vinden we karakteristieke bomen, groene straatjes en verbindingen naar het polderlandschap. De vorm van het dorp/de kern is vaak ontstaan uit noodzaak: wonen waar het veilig en droog was. De Osse dorpen en kernen zijn duidelijk ‘dorp aan de rivier’ of juist ‘dorp op het zand’. Uitzonderingen hierop zijn Deursen-Dennenburg, Haren en Teeffelen, die op een hoger gelegen rivierduin zijn ontstaan. Zij vormen een soort van ‘eilanden’ in de grote leegte van de polder. Door deze geschiedenis is een kenmerkend dorpenlandschap ontstaan, met boerderijen, boomgaarden, weiland, bosschages enzovoort. Groen en natuur zijn belangrijke kwaliteiten in de dorpen en stadjes. Het zorgt voor het dorpse karakter, biodiversiteit, een prettig leefklimaat (verkoeling, infiltratie), een eigen identiteit en is in belangrijke mate medebepalend voor de waarde van de woningen.

Groen

GSC label A en B:>40% groen, bestaat uit 7-25% bomen, 3-11% middelhoog en 24-49% laag

Landschapszone

Oeverwal, komgebied, dekzandrug en dekzandrand, zie paragraaf 4.4 voor beschrijving en typering en aanvullende doelsoorten

Doelsoorten basis stedelijk

Gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw, wilde bijen, vlinders

Doelsoorten specifiek

Egel, steenuil, kerkuil, ooievaar, huiszwaluw, boerenzwaluw, heggenmus, veldparelmoervlinder, koninginnepage, zandbijen, weidehommel

Foto

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 25/52

4.4

Landschapszones

Gemeente Oss ligt in de overgang van hogere, droge dekzandgronden, via het natte polders in het komgebied met klei tot aan de dynamische uiterwaarden van de Maas met oeverwallen. Deze landschapszones en de abiotische factoren zijn bepalend voor de natuur en biodiversiteit en kennen hun eigen typerende natuur, flora en fauna. Dit loopt ook door in de bebouwde kom. Door bij ontwikkelingen aan te sluiten bij deze eigenschappen van de landschapszones, blijft dit landschap herkenbaar en wordt de identiteit versterkt. Tevens versterkt dit het leefgebied van de flora en fauna die hier van nature voorkomen en bepaalt het de mogelijkheden voor klimaatadaptieve inrichting. De landschapszones geven dus aan op welke wijze het beste vergroend kan worden, welke vegetaties en planten het beste toegepast kunnen worden ook voor de vorm van waterberging met wadi’s of oppervlaktewater.

Figuur 4-3 De vier landschapszones waarmee de biodiversiteits-criteria rekening houden

4.4.1 • • • •

Landschapszone Dekzandrug Deze landschapszone betreft de hogere zandgronden en bevindt zich in het zuiden van de gemeente. Met over het algemeen relatief lage grondwaterstanden en een bodem van goed waterdoorlatend zand. Typerende natuurtypen en landschapselementen zijn droge bossen, bosranden met mantel- en zoomvegetatie en vennen. Ook met houtwallen, poelen en droge (schrale) kruidenrijke graslanden en bermen. Typerende boom- en struiksoorten die ook in de bebouwde kom goed toepasbaar zijn: o grove den, ruwe berk, zomereik, winterlinde, ruwe iep, wilde lijsterbes, meidoorn, sporkehout, wilde appel, egelantier hazelaar en gele kornoelje.

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 26/52

•

4.4.2 • • • •

•

4.4.3 • • • •

•

Typerende diersoorten die ook in de bebouwde kom voorkomen zijn: o Zoogdieren: eekhoorn, egel, vos, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, o Vogels: grote bonte specht, bosuil, merel, roodborstje, vink, pimpelmees, boomklever o Amfibieën: kamsalamander, alpenwatersalamander, gewone pad o Insecten: citroenvlinder, boomblauwtje, kleine vuurvlinder boomhommel, zandbijen, klokjesbijen

Landschapszone Dekzandrand Deze landschapszone betreft de overgang van dekzand naar de polder en raakt het noorden van de bebouwde kom van Oss en Berghem. Met over het algemeen relatief hoge grondwaterstanden en een bodem van zand met meer klei in richting het noorden. Typerende natuurtypen en landschapselementen zijn vochtige bosjes met bosranden met mantel- en zoomvegetatie, houtsingels, sloten, poelen, vochtige hooilanden en -ruigtes, weiden en graslanden. Typerende boom en struiksoorten die ook goed toepasbaar zijn in de bebouwde kom zijn: o Zwarte els, wilgen, fladderiep, gewone es, gewone vogelkers, zoete kers, zachte berk, sleedoorn, wilde kardinaalsmuts, sporkehout, wilde liguster, meidoorn, Gelderse roos, aalbes. Typerende diersoorten die ook in de bebouwde kom voorkomen zijn: o Zoogdieren: egel, wezel, konijn, laatvlieger, gewone dwergvleermuis o Vogels: ijsvogel, zanglijster, putter, keep, kneu o Amfibieën: Alpenwatersalamander, kleine watersalamander, bastaardkikker o Insecten: gehakkelde aurelia, iepenpage, icarusblauwtje, distelvlinder, blauwe glazenmaker, kattenstaartdikpoot, slobkousbij

Landschapszone Komgebied Tussen de oeverwallen van de Maas en de dekzandrand ligt het komgebied. Komgronden zijn de laaggelegen, natte gebieden in het rivierenlandschap die altijd in combinatie met oeverwallen optreden. Hoge grondwaterstand en de bodem bestaat uit rivierklei. Richting de dekzanden en oeverwallen is er een overgangsfase met meer zand. Typerend van het komgebied is de openheid van het landschap met weidse graslanden en hooilanden, een netwerk aan sloten, rietvelden, wilgengrienden, vochtige bossen en eendenkooien. Typerende boom- en struiksoorten die ook goed toepasbaar zijn in de bebouwde kom zijn: o Zwarte populier, wilgen, fladderiep, gewone es, zwarte els, vlier, sleedoorn, rode kornoelje, zwarte bes, Gelderse roos, Typerende diersoorten die ook in de bebouwde kom voorkomen: o Zoogdieren: konijn, laatvlieger, wezel o Vogels: scholekster, ooievaar, rietzanger, wilde eend, witte kwikstaart o Amfibieën: bastaardkikker, kleine watersalamander o Insecten: oranjetipje, hooibeestje, blauwe glazenmaker, gewone oeverlibel, lantaarntje, grasbij

Sweco | Beleidsregel Osse Maatlat Projectnummer N/A Datum 20-03-2024 Documentreferentie

Versie 27/52

4.4.4 • • •

•

•

4.5

Landschapszone Oeverwal Deze landschapszone ligt parallel aan de Maas. Vele dorpen zijn gebouwd op de oeverwal of zandruggen in het komgebied. De grondwaterstand is dynamisch de bodem bestaat uit rivierklei en zand op de oeverwallen en zandruggen. Typerende natuurtypen en landschapselementen zijn de uiterwaarden, rivierbegeleidende bossen, ooibossen, wilgenstruweel, bloemdijken en kleinschalige landbouwpercelen met weiden en boomgaarden, omzoomd met hagen en houtsingels Typerende boom en struiksoorten die ook goed toepasbaar zijn in de bebouwde kom zijn: o Zwarte populier, wilgen, fladderiep, zomereik, zoete kers, fruitbomen (appels, peren, kersen), okkernoot, winter- en zomerlinde, veldesdoorn, sleedoorn, meidoorn, wilde kardinaalsmuts, wegedoorn, hondsroos, wilde liguster Typerende diersoorten die ook in de bebouwde kom voorkomen: o Zoogdieren: watervleermuis, ruige dwergvleermuis, bever, bunzing o Vogels: steenuil, kerkuil, huiszwaluw, boerenzwaluw, heggenmus, pimpelmees o Amfibieën: bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad o Insecten: sleedoornpage, hooibeestje, icarusblauwtje, veldparelmoervlinder, weidehommel, akkerhommel

Groenblauwe hoofdstructuur

Binnen de bebouwde kommen van de gemeente Oss zijn robuuste groene structuren aanwezig. Deze structuren verbinden groene gebieden met elkaar en met het buitengebied. Het zorgt ervoor dat de groenblauwe gebieden gezamenlijk een netwerk vormen voor zowel mens als natuur. Het groenblauwe netwerk is bovendien belangrijk voor de groene identiteit en kwaliteit van Oss en de kernen. Dit netwerk is essentieel voor het opvangen en vasthouden van regenwater en het koelen van de stad en dorpen in de zomer. Ook vormen ze leefgebieden en ecologische verbindingen, veel planten en dieren leven in en verspreiden zich via deze structuren. Bewoners waarderen het groene netwerk hoog. Voor een groene, klimaatadaptieve en biodiverse omgeving zijn deze ecologische structuren van essentieel belang. Daarom gaat de Osse Maatlat ook in op het functioneel behouden en versterken van deze structuren. In eerste instantie door ze niet aan te tasten, maar ook door ze te vergroten en de ecologische kwaliteit ervan te verhogen. Bijvoorbeeld door meer ecologisch beheer toe te passen en het biodiverser in te richten. Projecten kunnen ook van toegevoegde waarde zijn door aan te sluiten op de groene en ecologische kwaliteiten van de structuren en aanwezige soorten planten en dieren. In onderstaande kaart is de groene hoofdstructuur van de kernen Oss en Berghem weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=8f865b68-22cc-4bd1-8abb-59701afaf45c