CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Oss - Rapport Rekenkameronderzoek energietransitie

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: B Rapport Rekenkameronderzoek energietransitie19.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hierin wordt op hoofdlijnen benoemd wat er voor welk kwartaal of einde jaar wordt uitgevoerd, dit is in de tabel hieronder weergegeven. Project

Deadline

Aanpak energiearmoede Actualisatie Transitievisie Warmte Elzenburg de Geer – projectmanagement Zonnevelden – projectmanagement Duurzame Polder – vergunning Uitvoering Energiebesparingsagenda

Q4 2023 Q4 2023 Q3 of Q4 2024 Q3 of Q4 2024 Q1 2025 Q4 2026

Onderzoek collectieve warmtenetten Verduurzamen gemeentelijk vastgoed Wijkuitvoeringsplannen warmtetransitie

Q4 2026 Q4 2026 en daarna Q4 2026 en daarna

3.1.3. Afspraken over informatievoorziening Binnen RES NOB is afgesproken dat jaarlijks de voortgang wordt gemonitord, per gemeente en voor de gehele regio. De monitor wordt gebaseerd op de Klimaatmonitor en loopt daarom – net als de Klimaatmonitor - één kalenderjaar achter. Deze monitor wordt ook betrokken in de terugkoppeling over de voortgang aan de raad 14. In het Programmaplan energietransitie 2023 is aangegeven dat de gemeente zelf de CO2-reductie gaat monitoren. Het is nog onbekend welke monitoringssystematiek hiervoor gehanteerd wordt.

12

Programmaplan energietransitie 2023

13

Programmabegroting 2023-2026, vastgesteld 10 november 2023

14

Raadsinformatiebrief Duurzame Polder, vastgesteld 29 januari 2021

22 / 50

Bij het besluit over windturbines in de Duurzame Polder zijn de onderstaande sturingsmogelijkheden aangegeven bij de raad15. Dit ging over de fase na het besluit in januari 2021. Wel of niet energie opwekken in de Duurzame Polder Meer of minder energie opwekken in de Duurzame Polder Wel of niet doorkijken naar de mogelijkheden vanaf 2030 tot 2050 Wel of niet gemandateerd worden als bevoegd gezag voor het grootschalige windmoleninitiatief Wel of niet verder gaan in samenwerking met de gemeente ‘s-Hertogenbosch en provincie Wel of niet verder gaan volgens het voorgestelde perspectief van integrale gebiedsontwikkeling dan wel het perspectief van autonome ontwikkeling (referentieperspectief) Bereidheid om mensen en middelen ter beschikking te stellen Het meegeven van voorwaarden, aanbevelingen en suggesties voor het vervolg, zowel procedureel als inhoudelijk. In de Transitievisie Warmte is aangegeven dat er wordt gerapporteerd over de geboekte resultaten van de verschillende projecten in de TVW én het Energiebesparingsprogramma, zoals de campagne ‘Oss schakelt door’, het stimuleren van energiebesparing door inwoners en bedrijven en het verduurzamen van het eigen vastgoed 16. Om de twee jaar worden alle bereikte resultaten gemonitord door CE Delft.

Bij het vaststellen van de Transitievisie Warmte is de raad gevraagd om een keuze te maken tussen drie verschillende scenario’s met een verschillend ambitieniveau. Het ging om 1) beperkte ambitie: we doen wat we moeten doen, 2) pragmatische ambitie: ervaringsgewijs gaan we verder, en 3) tussensprint ambitie: snel grote sprongen maken. Het tweede scenario is gekozen. Op deze manier wordt er ervaring opgedaan en alvast gestart met een uitvoeringsprogramma. Dit bood een basis voor het nieuw te vormen college en de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen om op voort te kunnen bouwen. Naast de bovengenoemde specifieke rapportages over de energietransitie wordt er regulier gerapporteerd via de vaste P&C-cyclus. Deze cyclus bestaat uit een jaarlijkse begroting, een voorjaarsnota, een najaarsrapportage en een jaarverslag.

3.2. Analyse Ambities en doelen In het Coalitieakkoord 2022-2026 zijn de doelen uit de RES Noordoost-Brabant opgenomen. Deze zijn verder uitgewerkt in het programmaplan energietransitie. In 2016 heeft de gemeente al een koers uitgezet voor de stip op de horizon om in 2050 energieneutraal te zijn. Dit komt overeen met de landelijke doelstelling. De energietransitie doelen voor 2030 zijn bijgesteld in 2020 om de concrete RES-doelen leidend te laten zijn binnen deze opgave. De RES NOB heeft de opgave voor duurzame opwek van elektriciteit verdeeld over de individuele gemeenten. Voor Oss gaat het om 0,28TWh, de raad heeft deze opgave bevestigd. Er wordt nog niet verder gekeken dan 2030 voor het duurzaam opwekken van elektriciteit. Gezien de huidige problematiek van netcongestie, beperkte arbeidscapaciteit en schaarse ruimte is het verstandig om dit wel te gaan doen. De elektriciteitsvraag zal in de toekomst alleen maar toenemen, niet alleen voor het huidige verbruik, maar ook door het elektrificeren van de mobiliteitssector en doordat voor een deel van de woningen de aardgasvrije warmteoplossing een all-electric oplossing is. Dus om de benodigde investering in het netwerk op tijd voor elkaar te krijgen en te voorkomen dat er te weinig stroom beschikbaar is in de toekomst, moet

15

Raadsinformatiebrief Duurzame Polder, vastgesteld 29 januari 2021

16

Transitievisie Warmte 2021, vastgesteld 16 december 2021

23 / 50

er nu al nagedacht worden over de duurzame opwek doelen voor ná 2030. Er wordt binnenkort gestart met een nieuwe energievisie waarin hier aandacht aan besteed wordt. Ook in het Uitvoeringsprogramma Energiebesparing en de Transitievisie Warmte zijn meerdere meetbare doelen gesteld. Er wordt ingezet op het aardgasvrij maken van 7500 woningen voor 2030, ongeveer 20% van de gebouwde omgeving – aansluitend op de landelijke doelstelling. Regionaal wordt er ingezet op het duurzaam opwekken van warmte, hier heeft Oss geen eigen concrete doelstelling op geformuleerd. Oss werkt voor het aardgasvrij maken van woningen samen met woningcorporaties, woningeigenaren en bedrijven. De ambtelijke organisatie geeft aan dat er uit het opstellen van een regionale warmtestrategie blijkt dat er weinig warmtebronnen zijn die de gemeenten samen kunnen ontwikkelen. Desondanks heeft de provincie de wens om ook op dit vlak meer samen te werken, maar dat is nog niet goed van de grond gekomen. Aanvullend hierop is nog een aantal ‘zachte’ doelen gesteld, het gaat dan bijvoorbeeld over het stimuleren van energiebesparing door woningeigenaren in de gehele gemeente, het vergroten van de bewustwording en het ontwikkelen van ondersteuningsacties op basis van de behoeften van bedrijven en inwoners.

Dergelijke doelen vragen een langdurige inzet van de gemeente, omdat het voor een deel gaat over aanpassingen in gedrag en het verduurzamen van eigen bezit. Gemeenten beschikken (nog) niet over instrumenten om inwoners te dwingen aardgasvrij te worden en zullen dus andere manieren moeten verzinnen om inwoners te verleiden energie te besparen en hun gebouwen met alternatieve bronnen te verwarmen. Acties en maatregelen Er zijn verschillende projecten opgezet om de doelen in de energietransitie te bereiken. Voor warmte, energiebesparing en duurzame opwek van elektriciteit gaat het om ongeveer 30 projecten. Oss werkt samen met gemeente ’s-Hertogenbosch aan het windproject Duurzame Polder. In de interviews is aangegeven dat, vanwege de omvang, het project eigenlijk onder bevoegdheid van het Rijk valt. Zij hebben dit echter neergelegd bij de provincie Noord-Brabant en die heeft het op haar beurt gedelegeerd aan de gemeenten. Ook zet de gemeente zich in voor het realiseren van windpark Elzeburg de Geer, een beperkt aantal zonnevelden en grootschalige zon-op-dak projecten. Er is door de raad bewust gekozen voor een beperkte inzet op zonnevelden, met name in de Duurzame Polder. Het heeft de voorkeur om dit in eerste instantie buiten beschouwing te laten, pas als het nodig is om de opgave te realiseren, wordt het eventueel bespreekbaar.

Hoewel dit vanuit politiek-bestuurlijk oogpunt wellicht logisch lijkt, is dat vanuit energietransitie en technisch oogpunt niet logisch. Voor het elektriciteitsnetwerk is de balans tussen windparken en zonneprojecten van groot belang. Doordat de opwek van wind- en zonne-energie andere piekmomenten kent, vraagt dit op andere momenten capaciteit van het netwerk. Daarmee creëer je een efficiënte belasting van het net. Gezien de huidige netschaarste is dat zeer aan te bevelen. Voor de energiebesparingsopgave werkt de gemeente aan de campagne ‘Oss schakelt door’ en heeft zij een energieloket ontwikkeld voor inwoners en bedrijven. Hierbinnen zijn meerdere laagdrempelige projecten opgepakt, zoals keukentafelgesprekken, collectieve inkoopacties en het beschikbaar maken van leningen en subsidies. Dergelijke laagdrempelige acties zijn zeer arbeidsintensief, maar resultaten laten ook zien dat het nodig is om inwoners in beweging te krijgen en energie te besparen. Dit plaatst gemeenten voor een dilemma: hoe kan een dergelijke kleinschalige aanpak opgeschaald worden naar de gehele gemeente? In 2022 is er een team opgezet voor de uitvoering van de Transitievisie Warmte en zij gaan aan de slag in de Schadewijk om ervaring op te doen met de warmtetransitie. De bedoeling is om eind 2023/begin 2024 een eerste wijkuitvoeringsplan gereed te hebben.

Deze wordt ook aangeboden ter vaststelling aan de raad. In vergelijking met andere gemeenten in Nederland is Oss redelijk laat met het opstellen van een eerste wijkuitvoeringsplan. Veel gemeenten zijn in ieder geval in één wijk al aan de slag met verdiepende onderzoeken en participatieprocessen met bewoners. In enkele gemeenten worden ook al warmtenetten aangelegd en woningen verduurzaamd.

24 / 50

Financiële kaders De gemeente heeft vastgesteld wat de financiële kaders zijn voor de verschillende thema’s en projecten. In beide interviews is aangegeven dat de raad vanwege het belang van de opgave eerder middelen uit de gemeentelijke begroting beschikbaar heeft gesteld dan dat er middelen vanuit het Rijk zijn vrijgekomen. De raad wil een actieve rol vervullen, met name in de warmtetransitie en heeft daarom ook middelen en capaciteit vrijgemaakt. De gemeente kan daarmee de regierol goed vervullen, maar het is niet voldoende voor bijvoorbeeld het opzetten van een eigen warmtebedrijf. Vanuit het Rijk zijn met name middelen beschikbaar gesteld voor energiearmoede, isolatie en uitvoering van klimaatbeleid. In de interviews is benoemd dat er een Duurzaamheidsfonds is ingericht, waaruit uitvoeringskosten betaald kunnen worden. Er zijn veel verschillende geldstromen die in potjes terechtkomen voor de diverse programmaonderdelen. Een deel, zoals het windpark, wordt gefinancierd vanuit reserves. Alle gemeenten hebben te maken met de verschillende geldstromen voor onderdelen van de energietransitie, dit is een algemeen bekend probleem. Het belangrijkste is om goed overzicht te houden op de verschillende stromen, en daar waar mogelijk combinaties te maken zodat projecten gecontinueerd kunnen worden over de langere termijn.

Planning In het Programmaplan energietransitie 2023 is een totale planning gemaakt voor alle projecten en deelonderwerpen binnen de energietransitie. Deze verschillen echter sterk in detailniveau, voor sommige projecten zijn tussentijdse mijlpalen aangegeven, voor andere projecten is er alleen een deadline gesteld. In het interview met de ambtelijke organisatie is aangegeven dat de projectenplanning wekelijks met het kernteam wordt doorgenomen en geactualiseerd, waarbij rekening wordt gehouden met toezeggingen aan en besluitvorming door de raad. De geactualiseerde planning wordt ook met de portefeuillehouder besproken. Als er projectmatig gewerkt wordt, is het belangrijk om tussentijdse mijlpalen te stellen, zodat makkelijk bijgehouden kan worden of het doel op koers ligt om gerealiseerd te worden. Uit de stukken en de interviews is onvoldoende gebleken of er tussentijdse mijlpalen gesteld zijn in Oss en of de planning regelmatig bijgesteld wordt. Afspraken over informatievoorziening Er is afgesproken hoe en wanneer de Raad geïnformeerd wordt over de energietransitie. De RES NOB stelt jaarlijks een monitor op die gebruikt wordt om de raad te informeren over de voortgang in de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit en energiebesparing. Voor warmte en energiebesparing wordt de raad op projectniveau geïnformeerd over de geboekte resultaten. Dat gebeurt o.a.

door middel van raadsinformatiebrieven. Aanvullend op de bovenstaande specifieke rapportages wordt de raad geïnformeerd via de reguliere P&C-cyclus. Gezien de veelheid aan projecten en diversiteit in manieren van rapporteren, kan er voor de raad onduidelijkheid ontstaan over de doelrealisatie van de energietransitie. Per onderwerp en soms ook per project is afgesproken hoe de raad geïnformeerd wordt. Er ontbreekt een overzichtelijke monitor waar in één oogopslag te zien is, welke voortgang er geboekt is in de verschillende projecten en waar extra aandacht aan besteed moet worden.

25 / 50

3.3. Toetsing aan het normenkader Groen: aan de vastgestelde norm is geheel voldaan Blauw: aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan Rood: aan de vastgestelde norm is niet voldaan Norm De raad heeft controleerbare ambities en doelen geformuleerd met betrekking tot de energietransitie. De gemeentelijke ambities en doelen en de ambities en doelen uit de RES zijn consistent en sluiten geheel op elkaar aan. Er zijn in Oss concrete en meetbare doelen geformuleerd voor het duurzaam opwekken van elektriciteit, het aardgasvrij maken van woningen en het besparen van energie. Dit maakt het mogelijk om op deze doelstellingen te monitoren. Daarmee is aan de eerste norm geheel voldaan. Na het vaststellen van de RES NOB zijn de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit bijgesteld in het nieuwe Coalitieakkoord 2022-2026. Ook de gemeentelijke doelen voor energiebesparing komen overeen met de doelen in de RES NOB. De regionale doelen voor warmte zijn echter gericht op het duurzaam opwekken van warmte en het gemeentelijke doel is gericht op het aardgasvrij maken van 7500 woningen. Daarmee is gedeeltelijk aan deze norm voldaan. Norm De doelen en ambities zijn volledig en consistent uitgewerkt in acties en maatregelen. Daarbij is duidelijk afgesproken wie wat doet, ook op regionaal niveau. Er zijn heldere financiële kaders vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen.

Er is een duidelijke planning vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen waarbij tussentijdse mijlpalen zijn benoemd. De opgave voor het duurzaam opwekken van elektriciteit binnen de RES NOB is verdeeld over de individuele gemeenten. Oss pakt dit op met het windproject Duurzame Polder, windpark Elzeburg de Geer en een beperkt aantal zonnevelden. Voor het stimuleren van energiebesparing wordt gewerkt met energieloketten en een campagne ‘Oss schakelt door’. De warmte opgave is gestart met het opstellen van een wijkuitvoeringsplan in de Schadewijk. Aan de norm over het uitwerken van doelen in acties met bijbehorende verantwoordelijkheid is voldaan. Op projectniveau zijn heldere financiële budgetten gesteld voor het realiseren van de doelen. Deze budgetten zijn opgenomen in het Programmaplan energietransitie 2023 en op hoofdlijnen in de Begroting 2023 onder Programma Klimaat, energie en openbare ruimte. Ook is aangegeven welke capaciteit er nodig is voor het uitvoeren van de projecten voor het duurzaam opwekken van elektriciteit, energiebesparing en de warmtetransitie. Aan de norm over heldere financiële kaders is daarmee voldaan. Bij de start van het Programma energietransitie is een planning opgesteld waarin alle projecten voor duurzame opwek, warmte en energiebesparing zijn opgenomen, inclusief subonderdelen.

Dit is nogmaals aangegeven in de begroting van 2023, maar zonder een koppeling te maken naar de financiën. De deadline voor de doelen is 2030, voor veel projecten wordt afronding beoogd in 2026, maar voor een aantal projecten zelfs al in 2023 of 2024. Echter is niet

26 / 50

uitgesplitst welke tussentijdse mijlpalen behaald moeten worden. Aan de norm over een duidelijke planning met mijlpalen is gedeeltelijk voldaan. Norm Duidelijk is afgesproken op welke momenten en op welke wijze de raad wordt geïnformeerd over en wordt betrokken bij de uitvoering van de energietransitie. Jaarlijks ontvangt de raad zoals afgesproken de RES NOB-monitor over de duurzame opwek van elektriciteit en updates over de geboekte resultaten in energiebesparing en het aardgasvrij maken van woningen via raadsinformatiebrieven. Aanvullend wordt de raad geïnformeerd via de reguliere P&C-cyclus. De informatievoorziening vindt daarmee plaats volgens de afspraak. Het is echter de vraag of het duidelijke afspraken zijn en de informatievoorziening voldoende inzicht biedt aan de raad. De huidige verschillende afspraken per onderwerp en manieren van informeren dragen niet bij aan een overzichtelijke monitoring. Aan deze norm is daarmee gedeeltelijk voldaan.

27 / 50

4. Uitvoering en doelrealisatie In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de uitvoering en doelrealisatie. Daarbij gaat het om de realisatie van de acties en maatregelen, de mate waarin dit ook leidt tot het realiseren van de doelen en of de uitvoering ook plaatsvindt binnen de gestelde inhoudelijke en financiële kaders. Ook wordt gekeken naar de wijze waarop de uitvoering wordt gemonitord. Het hoofdstuk is opgebouwd in drie paragrafen: de beschrijving waarin wordt ingegaan op de kaders (paragraaf 1), de analyse aan de hand van de documenten en interviews (paragraaf 2) en tot slot de toetsing aan de normen (paragraaf 3).

4.1. Uitvoering en doelrealisatie 4.1.1. Uitvoering Voor het windproject Duurzame Polder is in de planning aangegeven dat er in Q2 van 2022 een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) wordt opgeleverd17. Een NRD beschrijft welke milieueffecten van de windturbines onderzocht gaan worden. De NRD is in juni 2022 voorgelegd aan de gemeenteraad. De volgende stap in de planning is een tussenrapportage ter verkenning van een aantal varianten voor het windproject. Deze staat gepland voor Q1 van 2023 en inmiddels is het Tussenrapport Denkrichtingen en varianten Duurzame Polder aangeboden aan de raad ter bespreking in april 2023. In het programmaplan energietransitie 2023 is aangegeven dat de acties vanuit de gemeente voor het realiseren van zonnevelden al gereed waren. Dit ging om de evaluatie van het kader voor zonnevelden en het toewijzen van locaties voor zonnevelden. Inmiddels is er een zonneveld gerealiseerd door het rioolwaterzuiveringsbedrijf Oijen en ondersteunt de gemeente de realisatie van zonneveld De Mun en een zonneveld bij geluidswal Wilgendaal Herpen. Het stimuleren van grootschalige zonnedaken is stil gelegd in juni 2022, omdat deze projecten niet meer op het elektriciteitsnet aangesloten kunnen worden. Het net moet eerst verzwaard worden voordat nieuwe projecten weer aangesloten kunnen worden18.

De projecten in de Agenda Energiebesparing zijn voor het merendeel doorlopend. De campagne ‘Oss schakelt door’ beoogt een wegwijzer te zijn voor inwoners en bedrijven bij het besparen van energie. De campagne zorgt er o.a. voor dat inwoners, VvE’s en bedrijven hun weg weten te vinden naar de voor hen ingerichte energieloketten. Zowel het energieloket voor inwoners ‘Brabant woont slim’, het VvE loket ‘VvE Transitie Centrum Brabant’ als het zakelijk loket is in de lucht. Voor het bestrijden van energiearmoede is regionaal een aanpak opgezet en deze is van start gegaan in november 2022. De planning was om hier vóór het stookseizoen een aanbod te hebben liggen. Voor een isolatieaanpak met financiering vanuit het Nationaal Isolatieprogramma moet begin 2023 een plan van aanpak zijn opgesteld en ingediend. Hiervoor ligt er tot nu toe alleen een hele ruwe versie. Voor de Schadewijk wordt in Q4 2023/Q1 2024 een concept wijkuitvoeringsplan verwacht, dit wordt momenteel nog opgesteld. Wat betreft het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed wordt er een plan opgesteld om de multifunctionele accommodaties aan te pakken. In de planning is ook benoemd dat er een fonds voor wordt opgezet, in de interviews is bevestigd dat dit is gedaan.

17

Plan van Aanpak Duurzame Polder Oss – ‘s-Hertogenbosch

18

Raadsinformatiebrief Maximale capaciteit bereikt op het elektriciteitsnetwerk in Brabant en Limburg, 15 juni 2022

28 / 50

4.1.2. Doelrealisatie In december 2021 heeft Oss een raadsinformatiebrief gestuurd over de herijking van de resterende RES-opgave voor duurzame energie opwek. Hierin is de toenmalige gerealiseerde energieopwekking via grootschalige zon-op-dak, zonnevelden en windturbines gerapporteerd. Dit geeft het volgende overzicht: 0TWh windenergie met 0,059TWh in pijplijn 0TWh energie uit zon-op-land met 0,01TWh in pijplijn 0,041TWh energie uit zon-op-dak met 0,005TWh in pijplijn. Hierbij is alleen rekening gehouden met de concrete initiatieven windpark Elzenburg de Geer, zonneveld de Mun en het zonneveld van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Voor de resterende opgave wordt ingezet op 2 extra windturbines in Elzenburg de Geer (totale opwek van 0,05TWh), een zonneveld bij geluidswal Wilgendaal Herpen en windpark Duurzame Polder. Daar wil Oss de gehele resterende opgave van 0,143TWh elektriciteit opwekken19. Oss heeft door CE Delft voor de periode 2017 en 2020 hun energieverbruik en CO2-uitstoot laten monitoren. Ook de jaarlijkse totale broeikasgasemissies zijn gerapporteerd. In deze periode is de CO2-uitstoot met 164kton gedaald, omgerekend een daling van ongeveer 20%. Er wordt verwacht dat deze reductie verder op zal lopen, in 2030 moet het zijn opgelopen naar 44% om de doelen uit het Klimaatakkoord te halen.

Het energieverbruik is in beeld gebracht voor de drie categorieën uit de Energiebesparingsagenda: wonen, werken, verkeer. Hieruit blijkt dat dat het energieverbruik is afgenomen met 10% in 2020 t.o.v. 2017. Eerst nam het in 2018 licht toe, maar in 2019 daalde het energieverbruik weer met 2,2%. Richting 2020 nam het energieverbruik relatief sterk af, waarschijnlijk doordat er minder vervoersbewegingen waren vanwege de coronapandemie. Het is nog niet duidelijk in hoeverre deze reductie structureel is. Tegelijkertijd is de productie van hernieuwbare elektriciteit toegenomen met 147% in deze periode. Deze sterke toename kan in zijn geheel worden toegeschreven aan de productie van zonne-energie, met name op woningen en grote daken. In 2020 wordt er 0,04TWh aan elektriciteit op grootschalige daken geproduceerd. Er waren in 2020 nog geen zonnevelden gerealiseerd in Oss. Oss was in 2020 voor 5,7% energieneutraal, in 2017 was dat 2,4%. Wat betreft de warmtetransitie wordt er ook warmte gewonnen uit ondiepe bodemenergie en uit biomassa. Na een toename tussen 2017 en 2018 nam het gebruik van biomassa voor de productie van hernieuwbare warmte af in 2019. Het elektriciteitsverbruik van woningen is in deze periode sterk toegenomen met 13,9% – in plaats

19

Raadsinformatiebrief Voorlopige Herijking van de resterende restopgave grootschalige energieopwekking, 1 december 2021

29 / 50

van afgenomen. Deels komt dit doordat de warmtevraag gelijk is gebleven, en het aardgasgebruik licht is afgenomen met 1,4%20. De RES NOB-monitor van april 2022 laat zien dat er in januari 2021 nog geen windenergie is gerealiseerd in Oss. Zonne-energie is daarentegen wel gerealiseerd, ongeveer 0,037TWh. Beide zijn in de afbeelding hiernaast weergegeven. Er is bijna 5% bespaard op het elektriciteitsgebruik t.o.v. 2017 en net iets meer dan 5% bespaard op de warmtevraag 21.

4.1.3. Financiële kaders In het jaarverslag van de P&C-cyclus rapporteert Oss of doelen binnen de vastgestelde financiële kaders gehaald worden. Het jaarverslag van 2022 is gepubliceerd op 24 mei 2023. Uit het jaarverslag van 2022 blijkt dat er geen verontrustende afwijkingen zijn in het uitvoeren van de doelen binnen het programma Klimaat, energie en openbare ruimte. Het overzicht van de baten en lasten laat zien dat de begrote lasten van € 47.897.000,-- met een verschil van € 3.996.000,-- uitgekomen zijn op een totaal van € 43.901.000,--. Door vertragingen in projecten of het niet tijdig kunnen vinden van medewerkers blijft geld soms langer op de plank liggen dan verwacht. O.a. bij projecten die nog niet in uitvoering zijn of waarvoor nog plannen opgesteld moeten worden. De begrote baten van € 28.307.000,-komen met een negatief verschil van € 72.000,-- uit op € 28.236.000,--. Er was in 2022 een lagere onttrekking uit het investeringsfonds duurzaamheid dan verwacht, voor de kosten van warmtetransitie, energietransitie en het project Duurzame Polder. Dit gaat om het bedrag van € 478.000,--22.

4.1.4. Monitoring Oss heeft CE Delft in 2016 een nulmeting uit laten voeren naar het energieverbruik in de gemeente, om vanaf dat jaar de voortgang van de energiebesparing te monitoren. In 2019 en in 2021 is er een geactualiseerd rapport uitgebracht over energiebesparing en het opwekken van hernieuwbare energie. Dit gebeurt op basis van de gegevens uit de landelijke Klimaatmonitor, waardoor de monitoring één tot twéé jaar achterloopt op het jaar waarin het rapport is uitgebracht. In de recentste monitoringsrapportage wordt de stand van zaken weergegeven voor het energieverbruik, de energieproductie, de energiebalans en de CO2-uitstoot en de broeikasgasemissies in Oss. Vervolgens wordt er onderscheid gemaakt tussen de hoofdsectoren wonen, werken en verkeer – naar indeling van de Energiebesparingsagenda. Hiervoor wordt het energieverbruik en de CO2-emissies gerapporteerd. Tenslotte worden de

20

CE Delft Energie- en CO2-monitor Oss, Periode 2017-2020

21

Raadsinformatiebrief 3de RES-monitor, 8 december 2022

22

Jaarverslag 2022, gepubliceerd 24 mei 2023

30 / 50

overige broeikasgasemissies en de hernieuwbare energieproductie gerapporteerd, om te eindigen met een benchmark van een aantal Brabantse gemeenten. De doelstellingen voor duurzame opwek van elektriciteit, energiebesparing en warmtebesparing worden ook gemonitord op RES-niveau. RES NOB publiceert jaarlijks een monitor over de voortgang voor de gehele regio en per gemeente. In de Transitievisie Warmte is aangegeven dat er wordt gerapporteerd over de geboekte resultaten van de verschillende projecten, zoals de campagne ‘Oss schakelt door’, het stimuleren van energiebesparing door inwoners en bedrijven en het verduurzamen van het eigen vastgoed. In de hoofdsector wonen van de CE Delft monitoringsrapportage staan de kwantitatieve resultaten van de warmtetransitie. Ook dit gaat de gemeente binnenkort zelf oppakken.

4.2. Analyse Uitvoering Het windproject Duurzame Polder en de zonnevelden lopen volgens de vooropgestelde planning. De NRD en Tussenrapportage varianten zijn op tijd aan de raad toegestuurd. Het project ligt daarmee nog op koers voor het verstrekken van de vergunning voor januari 2025. De gemeente spant zich in om de afstand tussen de bebouwde kom en de windturbines zo groot mogelijk te laten zijn, met als uitgangspunt 2 km 23. Als dat niet mogelijk is, volgt beraadslaging in de gemeenteraad. Dat uitgangspunt kan een risico worden, afhankelijk van de normen die het Rijk gaat stellen. Tevens verschilt het ook van het uitgangspunt in ’s-Hertogenbosch en dat kan een heikel punt worden. Richting bewoners is het moeilijk uit te leggen dat er verschillende afstandsnormen gehanteerd worden in hetzelfde windproject. Ook het windpark Elzenburg de Geer is goed gevorderd en ligt nu voor bij de Raad van State. Er wordt een positief besluit verwacht. Uit de interviews blijkt dat als er geen zware tegenvallers ontstaan, Oss de doelen voor duurzame opwek gaat halen met de huidige projecten. Een bepalende factor hierin is op tijd beginnen: er zijn al vroeg discussies gevoerd over wind én óf zon waardoor grote stappen gezet konden worden en er voldoende tijd is voor de vergunningenprocedures. Ook wordt een aantal grote zonneveldprojecten door de gemeente ondersteund.

De inzet op zonnevelden is beperkt vanuit de raad, met name als het gaat om zonnevelden op landbouwgrond. Een grotere inzet is bespreekbaar als het nodig is om de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit te halen. Echter kan het bij uitval van andere wind of zonprojecten mogelijk te laat zijn om nog op tijd (voor 2030) zonnevelden te realiseren. Voor vergunningenprocedures is veel tijd nodig en de beperkte netcapaciteit maakt het lastig om nieuwe projecten aan te kunnen sluiten. Het grootste risico bij het behalen van de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit is het tijdig oplossen van de netcongestie. Dit heeft met name consequenties voor projecten van grootschalige opwek met zonne- en windenergie die geen capaciteit hebben gereserveerd voor juni 2022. Voor zonneparken de Mun en de geluidswal in Herpen betekent dit dat deze projecten wél doorgang kunnen vinden, maar voor het eventuele zonnepark in windpark Elzenburg de Geer heeft het wellicht nadelige gevolgen. Voor de windturbines bij Elzenburg de Geer is de aansluiting geregeld en ook het nieuwe tussenstation in de Duurzame Polder kan worden aangesloten. Om de netcongestie op te

23

Raadsinformatiebrief Duurzame Polder, vastgesteld 29 januari 2021

31 / 50

lossen, worden gesprekken gevoerd in regionaal verband, met gemeente ‘s-Hertogenbosch, provincie Noord-Brabant en de netbeheerder. Doelrealisatie Uit de regionale én gemeentelijke raadsinformatiebrief bij de RES NOB-monitor van april 2022 blijkt dat ondanks dat gemeente Oss op koers ligt in het behalen van haar doelen voor duurzame opwek van elektriciteit, de RES-regio achterloopt in het realiseren van de doelen24. Het gaat dan zowel om het doel van 1,6TWh voor duurzame opwek, als de 11% energiebesparing. Er zijn in de RES-regio door geen enkele gemeente doelen geformuleerd voor de opwek van duurzame warmte waardoor de doelrealisatie voor deze opgave niet inzichtelijk kan worden gemaakt. Uit de interviews blijkt dat er een aantal gemeenten binnen de RES-regio alleen het hoogstnoodzakelijke oppakt en dat dit onvoldoende is om de doelen tijdig te realiseren. Een aantal gemeenten is nog bezig met zoekgebieden selecteren, i.p.v. concrete wind- of zonprojecten. In één van de interviews is een nadeel van de RES-structuur benoemd, die zo is opgezet dat gemeenten elkaar onderling niet aan kunnen spreken op het leveren van een bijdrage aan het gezamenlijk doel. Provincie en het Rijk hebben hier meer mogelijkheden voor, maar het Rijk heeft de taak uitbesteed aan de regio.

Een ander nadeel is dat de meeste gemeenten binnen RES NOB alleen realiseren wat nodig is voor het eigen deel van de RES-opgave. Dit geldt ook voor gemeente Oss. De raad heeft opdracht gegeven voor 0,28TWh en daar wordt op ingezet. Met als resultaat dat de regio mogelijk haar opgave niet gaat halen. Andere gemeenten zoals ’s-Hertogenbosch staan er anders in en willen eventueel meer realiseren dan het eigen deel van de RES-opgave. Ook wordt er niet verder gekeken dan 2030, terwijl er ook daarna meer opwek van elektriciteit nodig is en daarmee ook aanpassingen in het elektriciteitsnetwerk. De doelen voor energiebesparing zijn lastiger te realiseren. Het doel is 11%, maar dat gaat niet in een lineaire lijn. Er is een substantiële energiebesparing gerealiseerd bij woningen. Een succesfactor daarin is het organiseren van laagdrempelige acties, zoals keukentafelgesprekken over wat inwoners in hun huis kunnen doen. Aan de andere kant brengt dit ook een dilemma met zich mee. De inzet van keukentafelgesprekken werpt haar vruchten af, inwoners zijn meer bereid om aanpassingen in hun huis te doen, maar het is erg arbeidsintensief om deze aanpak op te schalen naar de gehele gemeente. Inwoners worden niet alleen via reguliere kanalen bereikt zoals de pers of informatieavonden, maar er wordt ook volop ingezet op sociale media zoals Twitter, Facebook en Instagram.

Daardoor weten bewoners de gemeente en nuttige informatie over energiebesparing beter te vinden. Dat is belangrijk, omdat de gemeente afhankelijk is van bewoners voor het realiseren van de doelen in energiebesparing en warmte. Het bewustzijn en de urgentie bij bewoners vergroten om hiermee aan de slag te gaan, is essentieel voor de doelrealisatie. Ook op landelijk niveau kan dit nog beter aangepakt worden. Aan de andere kant wordt de besparing bij woningen deels teniet gedaan door de gebruiksgroei bij bedrijven. Gemiddeld blijft er dan maar een kleine energiebesparing over van ongeveer 1% in 2022 t.o.v. 2021. Er is wel een flinke afname te zien van het gasverbruik o.a. door de energiecrisis, daar staat echter een toename in het elektriciteitsverbruik tegenover. Uit de interviews blijkt dat, tenzij het tempo op gasbesparing afneemt, Oss verwacht 11% energie te kunnen besparen in 2030. Voor de warmtetransitie moet de kwantitatieve monitoring nog opgestart worden, qua duurzame warmte en het aardgasvrij maken van gebouwen. Er is net een start gemaakt met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen voor de Schadewijk en Herpen en er is nog geen complete wijk van het gas afgehaald. Gemeente Oss is redelijk laat met het starten met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen. De meeste gemeenten zijn hiermee al verder gevorderd en zetten ook al stappen in de uitvoering.

Er zijn tot nu toe alleen kleine stappen gezet in de gemeente, o.a. door individuele woningeigenaren en door woningcorporaties bij duurzame renovatie en sloop/nieuwbouw. Daar gaat het bijvoorbeeld om 500 woningen die aardgasvrij herbouwd worden. Voor bestaande woningen is het lastiger. Afhankelijk

24

Raadsinformatiebrief 3de RES-monitor, 8 december 2022 en raadsinformatiebrief inzake 3de Monitor RES NOB, 2 mei 2022

32 / 50

van de aanstaande Rijkswetgeving kan in het wijkuitvoeringsplan ook een concrete datum worden opgenomen voor het compleet aardgasvrij maken van de Schadewijk en Herpen. Momenteel heeft de gemeente daar nog geen instrumenten voor. Volgens de ambtelijke organisatie is het haalbaar – maar wel heel ambitieus – om 20% van de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken, als het lukt om voor 2030 één wijk aardasvrij te maken en flink te starten met twee andere wijken. Dit vraagt wel om een versnelling én aanpassing van de wetgeving. Inwoners komen waarschijnlijk eerder in beweging als gemeente kan zeggen in jaar X wordt het aardgas afgesloten in wijk Y. Dit beeld wordt ook bevestigd door de monitor van CE Delft. Dit rapport laat zien dat in de meeste sectoren de beoogde doelstelling niet bereikt wordt met het vastgestelde en voorgenomen beleid, met name in gebouwde omgeving moet meer energie bespaard worden en woningen op grotere schaal verduurzaamd worden. In de Programma-evaluatie van 2022 is kwalitatief gerapporteerd over de voortgang van de doelen. Hierin wordt aangegeven welke acties gerealiseerd zijn25. Het gaat dan o.a. om: Versterking en uitbreiding campagne ‘Oss schakelt door’ Advies, gesprekken en acties door energieloket Brabant Woont Slim Voucheracties, duurzaamheidsleningen en inkoopacties t.b.v.

isolatie en warmtepompen Informatieavonden en beurzen om kennis te vergroten Aanpak energiearmoede door de regionale klusbus en energiebespaarboxen Advies en toezicht om bedrijven te stimuleren energie te besparen. Financiële kaders In de jaarrekening wordt niet op projectniveau inzichtelijk gemaakt of de individuele projecten (Duurzame Polder, Elzenburg de Geer, wijkuitvoeringsplan Schadewijk en Herpen, energiebesparingsprojecten) binnen de vastgestelde financiële budgetten gehaald worden26. Op hoofdlijnen verloopt de realisatie van de doelen binnen de begroting. Door vertragingen in projecten of het niet tijdig kunnen vinden van medewerkers blijft geld soms langer op de plank liggen dan verwacht. O.a. bij projecten die nog niet in uitvoering zijn of waarvoor nog plannen opgesteld moeten worden. Bovendien worden er vanuit het Rijk steeds meer middelen beschikbaar gesteld. Oss heeft middelen ontvangen voor de voorbereidingskosten van het windproject Duurzame Polder, energiearmoede en voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid. Ook is er geld toegekend voor energiebesparing in de vorm van isolatie vanuit het Nationaal Isolatie Programma. Voor de toekomst wordt in de interviews uitgesproken dat de groei van middelen alleen maar toeneemt en dat dit ook nodig is om de doelen te realiseren, zeker voor de opgave na 2030.

Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving vraagt grote bedragen, en afhankelijk van welke rol je als gemeente wil innemen, is er aanvullende financiering nodig. De raad ontvangt de financiële resultaten op hoofdlijnen via de reguliere P&C-cyclus. In de interviews wordt aangegeven dat de raad – waarschijnlijk - niet op detailniveau wil weten hoe het financieel gaat. Echter is er ook een tussenvorm mogelijk tussen op hoofdlijnen rapporteren en op detailniveau. Daarom is het goed om nieuwe afspraken te maken over de behoefte van de raad over het rapporteren van financiële resultaten. Financiering van energietransitie loopt integraal door de gehele organisatie, het is ingewikkeld en tijdrovend om al deze bedragen voor de raad apart inzichtelijk te maken. Aan de andere kant biedt dit wel meer inzicht in de omvang van de opgave en kan op deze manier ook een realistischere inschatting gemaakt worden van de middelen die nog nodig zijn in de toekomst.

25

Programma-evaluatie 2022, gepubliceerd op 22 maart 2023

26

Jaarverslag 2022, gepubliceerd op 24 mei 2023

33 / 50

Monitoring Er wordt in Oss elke twee jaar een monitoringsrapportage uitgebracht door CE Delft over de voortgang in het realiseren van duurzame opwek van elektriciteit, energiebesparing en warmte. Hierin wordt ook gekeken naar de effecten daarvan op de CO2-uitstoot en andere broeikasgasemissies. Binnenkort gaat de gemeente deze monitoring zelf oppakken, zodat de raad beter en met actuelere data geïnformeerd kan worden. Aanvullend wordt er jaarlijks een RES NOB monitor uitgebracht voor de gehele RES-regio, met de resultaten voor duurzame opwek, energiebesparing en warmte. Bovendien ontbreekt er momenteel een overzichtelijke monitor waar in één oogopslag te zien is, welke voortgang er geboekt is op de verschillende doelen. De informatie moet uit verschillende rapporten gehaald worden en het is moeilijk om voortgang te zien doordat er in verschillende jaren doelen gemonitord worden.

4.3. Toetsing aan het normenkader Groen: aan de vastgestelde norm is geheel voldaan Blauw: aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan Rood: aan de vastgestelde norm is niet voldaan Norm De acties en maatregelen worden uitgevoerd conform planning. De gemeentelijke organisatie geeft aan dat de grote projecten volgens planning verlopen. Dit is voor het windproject Duurzame Polder, het windpark Elzenburg de Geer en de zonnevelden de Mun en de geluidswal in Herpen ook daadwerkelijk op te maken uit de raadsstukken. Netcongestie belemmert het eventuele zonneveld in Elzenburg de Geer en nieuw te ontwikkelen initiatieven voor grootschalig zon-op-dak. Voor de energiebesparingsdoelen zijn er verschillende doorlopende projecten opgezet, dit is deels conform planning, want er ontbreken tussentijdse mijlpalen waaraan de voortgang getoetst kan worden. Voor de warmtetransitie wordt er gewerkt aan wijkuitvoeringsplannen voor de Schadewijk en Herpen, deze moeten in Q4 2023/Q1 2024 worden opgeleverd en dat is haalbaar. Echter zijn de bovengenoemde planningen op hoofdlijnen opgesteld, zonder tussentijdse mijlpalen. Het is daarom moeilijk inzichtelijk te maken of de grote projecten daadwerkelijk conform planning verlopen.

Zonder gedefinieerde mijlpalen waar tussentijds aan getoetst kan worden of het project nog volgens planning loopt, is de voortgang meer een inschatting dan bepaald aan de hand van objectieve factoren. Daarmee is aan deze norm gedeeltelijk voldaan. Norm De doelen en ambities zijn bereikt of liggen op koers om bereikt te worden. Indien er geen grote tegenvallers ontstaan, gaat gemeente Oss de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit halen. Er speelt nog wel een aantal risico’s, namelijk de normering van het Rijk bij windturbines die mogelijk niet overeenkomen met de wensen van de raad, uitspraken van de Raad van State over windpark Elzenburg de Geer en zonneveld de Mun die anders uitvallen dan verwacht en netcongestie. Over netcongestie worden gesprekken gevoerd binnen de regio. De energiebesparingsdoelen zijn moeilijk haalbaar en ook moeilijk inzichtelijk te maken. Er wordt bespaard in een aantal sectoren, maar dit wordt teniet gedaan door toenames van energiegebruik op andere vlakken. Waarschijnlijk wordt pas in 2030 duidelijk of dit doel gehaald zal worden. Het behalen van de doelen uit de Transitievisie Warmte is bestempeld als heel ambitieus. Er is nog een flinke versnelling nodig om 20% van de gebouwde omgeving voor 2030 aardgasvrij te maken. Er worden stappen gezet, maar nog niet op wijkniveau. Aan deze norm wordt gedeeltelijk voldaan.

34 / 50

Norm De doelen en ambities worden bereikt binnen de vastgestelde financiële kaders. Er wordt alleen op hoofdlijnen gerapporteerd over de financiële kaders voor de energietransitie. Uit de jaarrekening en het jaarverslag van 2022 komen geen grote afwijkingen naar voren. De raad heeft vanwege het belang van de opgave al vroeg middelen vrijgemaakt voor de energietransitie. Vanuit het Rijk volgen inmiddels aanvullende middelen. Er is benoemd dat middelen vanwege vertraging in projecten of het ontbreken van voldoende capaciteit langer op de plank blijven liggen dan verwacht. Dit duidt erop dat er geen tekorten zijn voor de uitvoering van projecten. Aan de andere kant is er – met name voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving – in de toekomst meer financiering nodig dan nu beschikbaar is gesteld. Voor de raad is niet op projectniveau inzichtelijk gemaakt hoe de uitvoering loopt binnen de financiële kaders. Het is dus nog niet inzichtelijk in welke mate de doelen en ambities binnen de vastgestelde financiële kaders worden bereikt. Al zijn er geen aanwijzingen dat de kaders worden overschreden. Daarmee is aan de norm gedeeltelijk voldaan. Norm De realisatie van de doelen en ambities worden periodiek gemonitord op basis waarvan zo nodig tot bijsturing wordt overgegaan.

De monitoring door CE Delft om de twee jaar wordt binnenkort vervangen door jaarlijkse monitoring vanuit de gemeente. Het is nog onduidelijk welke sturingsmogelijkheden dit met zich meebrengt. De jaarlijkse RES-monitor maakt bijsturing mogelijk op de doelen voor duurzame opwek, energiebesparing en in mindere mate warmte. Voor de warmtetransitie worden nog geen concrete resultaten gemonitord. Door het ontbreken van tussentijdse mijlpalen waaraan de voortgang getoetst kan worden en het ontbreken van inzicht in welke mate de doelen en ambities bereikt worden binnen de financiële kaders kan de raad niet tijdig overgaan op bijsturing. Daarmee is aan deze norm niet voldaan.

35 / 50

5. Rol van de raad In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de rol van de raad. Daarbij gaat het om de informatievoorziening aan de raad en de mate waarin de raad met deze informatie in stelling wordt gebracht om te kunnen sturen. Het hoofdstuk is opgebouwd in drie paragrafen: de beschrijving waarin wordt ingegaan op de kaders (paragraaf 1), de analyse aan de hand van de documenten en interviews (paragraaf 2) en tot slot de toetsing aan de normen (paragraaf 3).

5.1. Rol van de raad Informatievoorziening en betrokkenheid raad Om de twee jaar ontvangt de raad een monitoringsrapportage van CE Delft over het energieverbruik, de (hernieuwbare) energieproductie, de energiebalans, de CO 2-uitstoot en andere broeikasgasemissies. Dit rapport maakt ook onderscheid in de verschillende sectoren wonen, werken en verkeer uit de energiebesparingsagenda. Ten slotte worden de resultaten van Oss vergeleken met een aantal Brabantse gemeenten. Jaarlijks levert de RES NOB een monitor op met daarin de voortgang over de duurzame opwek van elektriciteit, de elektriciteits- en warmtebesparing voor de gehele RES-regio en per gemeente. Dit wordt een-op-een doorgezet naar de raad met een raadsinformatiebrief vanuit de gemeente. Hierin worden de aandachtspunten aangestipt. Met deze rapportages krijgt de raad inzicht in de voortgang van de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit en energiebesparing en in enige mate inzicht op de uitvoering van de projecten binnen de financiële kaders en de planning. Aanvullend ontvangt de raad informatiebrieven over belangrijke deelonderwerpen zoals het windpark Duurzame Polder, netcongestie, onderzoek naar de mogelijkheden voor geothermie en de resterende opgave voor grootschalige energieopwekking27.

Vooral de risico’s worden veelvuldig voorgelegd aan de raad, bijvoorbeeld dat door netcongestie geen zonnepanelen op daken aangesloten kunnen worden bij grootverbruikers, wat maakt dat er ook gekeken moet worden naar windturbines. Bijsturingsmogelijkheden De gemeenteraad kan bijsturen op basis van de bovenstaande stukken en de reguliere stukken uit de P&C-cyclus. Ook heeft de raad de mogelijkheid om raadsvragen te stellen, zowel over de rapportages als over onderwerpen die leven in de samenleving. Er komen bijvoorbeeld signalen binnen over bepaalde projecten en daarop stelt de raad vragen aan de ambtelijke organisatie omtrent participatie of het breder ondersteunen van groepen in de samenleving. Er wordt met name gereageerd op incidenten is de ervaring van de geïnterviewden. Voor het windproject in de Duurzame Polder worden regelmatig bijeenkomsten georganiseerd om de raad op de hoogte te houden. Vanwege het belang en de grootte van het project wil de raad erbij betrokken zijn, ondanks dat het eigenlijk een collegebevoegdheid is. Zo wordt er binnenkort nog een opiniërende raadsbijeenkomst georganiseerd om de raad te informeren over de voortgang en het proces van Duurzame Polder. Daarna volgt dan het

27

Voorbeelden raadsinformatiebrieven Duurzame Polder, Maximale capaciteit bereikt op het elektriciteitsnetwerk in Brabant en Limburg, Geothermie

procedure vergunningverlening, Voorlopige herijking van de resterende restopgave grootschalige energieopwekking

36 / 50

besluitvormingsproces. Ook bij het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen in de warmtetransitie wordt deze aanpak gevolgd. Bij grote projecten wordt er met de portefeuillehouder afgestemd in welke vormen de raad betrokken wordt.

5.2. Analyse Oss heeft verschillende manieren om de raad te betrekken bij de uitvoering van de energietransitie, daarnaast is er ook nog een aantal in ontwikkeling. Er lopen ongeveer 30 projecten die te maken hebben met de energietransitie en dat levert veel informatie op. Het is ingewikkeld om overzicht te houden op alle details, zeker aangezien de raad niet dagelijks bezig is met dit onderwerp. De raad wil op allerlei vlakken actie ondernemen en daarover informatie ontvangen. Er zit spanning tussen het gevraagde detailniveau en het niveau van informatie dat werkbaar is om te leveren voor de ambtelijke organisatie. Er gaat veel energie zitten in het betrekken van de raad, het beantwoorden van vragen, voldoen aan moties en de dagelijkse gang van zaken. Daar komt bij dat er bij een aantal partijen weerstand zit op sommige aspecten van de energietransitie. Er is begrip voor de energietransitie doelen, maar er is niet altijd overeenstemming over de invulling van het behalen van de doelen. Dat vergroot het belang om de raad in voldoende mate en op de juiste momenten te betrekken. De ambtelijke organisatie is zich daarvan bewust en schakelt daarover regelmatig met de portefeuillehouder. Een van de redenen dat er een nieuwe monitoringsmethodiek wordt geïntroduceerd is, om beter in te kunnen spelen op de vragen van de raad.

Op de daadwerkelijke implementatie van de nieuwe monitoringsmethodiek zal scherp zicht gehouden moeten worden, zodat het ook voldoet aan de informatiebehoefte van de raad én het de juiste sturingsmogelijkheden biedt. De warmtetransitie is nog in de opstartfase en staat daarom nog minder vaak op de agenda bij de raad. De informatievoorziening hierover aan de raad moet nog op gang komen. Dit wordt o.a. gedaan met de bovengenoemde opiniërende raadsbijeenkomsten. Bovendien is het belangrijk om scherp te hebben welke informatie (bijvoorbeeld plan van aanpak, planning, financiën, voortgangsresultaten) en op welke termijn nuttig is om te delen met de raad. In de interviews wordt benadrukt dat er wel ontwikkelingen moeten zijn geweest waarover geïnformeerd kan worden. In de warmtetransitie zijn er nog veel keuzes die gemaakt moeten gaan worden. De raad heeft aangegeven een actieve regierol te willen pakken door te kiezen voor scenario 2 ‘pragmatische ambitie’ bij het vaststellen van de Transitievisie Warmte in 2021. Daarbij kan gedacht worden aan duurzaamheidsleningen, een gemeentelijke verduurzamingsregeling of het toegankelijker maken van het nationaal warmtefonds en inkoopacties voor isolatie, glas en warmtepompen.

Als de raad een stap verder wil en bijvoorbeeld een warmtebedrijf gaat opzetten voor het ontwikkelen van een collectief warmtenet vraagt dat een grotere rol en betrokkenheid. Oss is echter op dit thema nog aan het onderzoeken welke mogelijkheden er zijn. Uit interviews blijkt vertrouwen in het behalen van de doelen voor duurzame opwek voor 2030. Hierin zit wel enige afhankelijkheid van een aantal externe risico’s, zoals netcongestie, afstandsnormen bij windturbines en uitspraken van de Raad van Staten. De doelen voor energiebesparing en warmte zijn complexer om te behalen en vooral de warmtetransitie vraagt een versnelling van de gemeentelijke organisatie. In de begroting van de gemeente is geen onderscheid gemaakt welke lasten en baten precies gekoppeld zijn aan de energietransitie, het is ondergebracht onder het programma Klimaat, energie en openbare ruimte. Dit wordt bevestigd in de interviews: op projectniveau wordt de financiële informatie met de raad gedeeld, maar niet over het geheel aan projecten. Dat is te tijdrovend om uit te werken, omdat energietransitie integraal speelt binnen de organisatie en er veel projecten zijn waarin een component voor de energietransitie is opgenomen. Ook wordt er aangegeven dat er in de toekomst meer middelen nodig zullen zijn om de energietransitie doelen te realiseren, vooral voor de periode na 2030.

Het is de vraag of raadspartijen en individuele raadsleden daarvan op de hoogte zijn. Al is het ook een opgave die niet alleen uitgevoerd moet worden door de gemeenten.

37 / 50

5.2.1. Enquête Bijna alle raadsleden in Oss hebben een goed beeld van de lokale doelen (92%; grafiek 1) en ook een goed beeld van de regionale doelen (62%; grafiek 2) die zijn vastgesteld voor energie en warmte. Ongeveer evenveel raadsleden (62%) hebben een goed beeld van de wijze waarop deze doelen op elkaar aansluiten (grafiek 3). Relatief weinig raadsleden (16%) geven aan dat de doelen niet goed op elkaar aansluiten.

Grafiek 1 - stelling: ik weet welke lokale doelen voor energie en warmte wij als raad hebben vastgesteld

Grafiek 2 - stelling: ik weet welke regionale doelen voor energie en warmte in onze RE(K)S zijn vastgesteld

38 / 50

Grafiek 3 - stelling: onze lokale doelen sluiten goed aan op de regionale doelen

Doelen zijn vaak niet in één visiestuk gevat, maar in meerdere. De raadsleden die hebben deelgenomen aan de enquête verschillen van mening in de mate waarin zij goed weten hoe de doelen uit de verschillende visiestukken zich tot elkaar verhouden (grafiek 4). 31% van de raadsleden stelt dat zij weten hoe de doelen uit de visies zich tot elkaar verhouden. 38% van de raadsleden stelt dat zij minder goed weten hoe de doelen zich tot elkaar verhouden en 15% weet het niet of heeft er geen mening over.

Grafiek 4 - stelling: ik weet hoe de doelen uit de verschillende visies over energie en warmte in mijn gemeente zich tot elkaar verhouden

Opvallend is dat er benoemd wordt door enkele raadsleden dat er geen warmtevisie is voor Oss en de RES-doelen voor warmte onbekend zijn. Tevens wordt er ook aangegeven dat de RES-opgave geactualiseerd zou moeten worden, op basis van de behaalde landelijke resultaten, de ontwikkeling van nieuwe vormen van energie opwekking en de aandachtspunten bij wind- en zonne-energie. Raadsleden zijn redelijk eensgezind in hun beeld van de activiteiten die lokaal worden uitgevoerd om de doelen te realiseren. 75% van de respondenten heeft een goed beeld bij deze activiteiten (grafiek 5). Er ontstaat een nogal vertekend beeld onder de deelnemende raadsleden van de activiteiten die in de regio worden uitgevoerd. 17% van de raadsleden geeft aan niet/minder te weten van de activiteiten in de regio, 42% is neutraal en 33% is op de hoogte (grafiek 6). Van de planning zijn meer raadsleden op de hoogte. 41% geeft aan goed op de hoogte te zijn van de planning van activiteiten, 42% is neutraal (grafiek 7).

39 / 50

Grafiek 5 - stelling: ik weet welke activiteiten mijn gemeente lokaal uitvoert om onze doelen te realiseren

Grafiek 6 - stelling: ik weet welke activiteiten in de regio worden uitgevoerd om de doelen te realiseren.

Grafiek 7 - stelling: ik ben goed op de hoogte van de planning van de verschillende activiteiten

40 / 50

De respondenten zijn positief over de vraag of er duidelijke inhoudelijke kaders zijn gesteld voor de uitvoering. 16% geeft aan dat er beperkt duidelijke kaders zijn gesteld, terwijl 59% vindt dat de raad wel duidelijke inhoudelijke kaders heeft gesteld voor de uitvoering (grafiek 8). Respondenten zijn relatief een stuk negatiever over de duidelijkheid van de financiële kaders. Een kwart van de respondenten geeft aan dat de raad duidelijke kaders heeft meegegeven voor de financiën, terwijl 50% de gestelde financiële kaders niet duidelijk vindt. 17% is neutraal in zijn of haar mening (grafiek 9). Uit de enquête blijkt dat een aantal van de deelgenomen raadsleden een gebrek aan inhoudelijke discussie over de kaderstelling heeft ervaren. Zij ervaren hun betrokkenheid en invloed marginaal en merken op dat het college sterk bepalend is in het nemen van besluiten. Deze raadsleden geven aan dat de focus van de uitvoering van de energietransitie vooral ligt op windturbines (zonder financiële participatie) en dat er weinig aandacht is voor energiebesparing en de energietransitie bij bedrijven.

Grafiek 8 - stelling: wij hebben als raad duidelijke inhoudelijke kaders gesteld voor de uitvoering van de energietransitie

Grafiek 9 - stelling: wij hebben als raad duidelijke financiële kaders gesteld voor de uitvoering van de energietransitie

Een relatief groot deel van de respondenten (36%, grafiek 10) geeft aan dat er duidelijke afspraken zijn met het college over de informatievoorziening. Echter hebben een stuk minder raadsleden (18%) daarbij ook het beeld dat de afspraken díe zijn gemaakt, worden nageleefd (grafiek 11). 27% van de raadsleden vindt dat er beperkt duidelijke afspraken zijn met het college over de informatievoorziening en 45% vindt dat het niet verloopt volgens afspraak.

41 / 50

Grafiek 10 - stelling: wij hebben als raad duidelijke afspraken gemaakt met het college over de informatievoorziening over de energietransitie

Grafiek 11 - stelling: de informatievoorziening over de energietransitie verloopt volgens afspraak

Eenzelfde beeld komt naar voren als het gaat om de afspraken over de betrokkenheid van de raad bij de uitvoering. 45% van de respondenten geeft aan dat er duidelijke afspraken zijn gemaakt met het college (grafiek 12). Ruim een kwart (27%) geeft aan het er niet mee eens te zijn dat er duidelijke afspraken zijn over de betrokkenheid bij de uitvoering. Nogmaals 45% geeft aan dat de afspraken die zijn gemaakt worden nageleefd, terwijl ook 45% het daarmee oneens is (grafiek 13).

42 / 50

Grafiek 12 - stelling: wij hebben als raad duidelijke afspraken gemaakt met het college over onze betrokkenheid (bijvoorbeeld met informatiesessies of werkgroepen) bij de uitvoering

Grafiek 13 - stelling: het betrekken van onze raad verloopt volgens afspraak

Ruim een kwart (27%) van de respondenten geeft aan goed te kunnen zien of de doelen behaald worden (grafiek 14). 18% staat hier neutraal tegenover en 54% geeft aan geen goed zicht te hebben. Ook geeft een meerderheid van de respondenten (72%) aan dat zij niet goed kunnen zien of de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde kaders (grafiek 15). Tegenover slechts 9% van de respondenten die vinden dat met de informatie wél goed gezien kan worden of de uitvoering binnen de kaders plaatsvindt.

43 / 50

Grafiek 14 - stelling: met de aangeleverde informatie kan ik goed zien of onze doelen gehaald (gaan) worden

Grafiek 15 - stelling: met de aangeleverde informatie kan ik goed zien of de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde inhoudelijke en financiële kaders

Raadsleden weten zeer goed (82%) welke sturingsmogelijkheden zij hebben (grafiek 16), en deze worden ook benut 64% (grafiek 17). Sturingsmogelijkheden die raadsleden vooral gebruiken zijn technische vragen en artikel 41 vragen, een nota voor een opiniërende bijeenkomst of het indienen van moties en amendementen. Een enkele respondent voert ook gesprekken met de projectgroep en portefeuillehouder. Opvallend is dat er aangegeven wordt door één respondent dat de raad van Oss geen sturingsmogelijkheden heeft. Een andere respondent deelt dat de gestelde vragen en moties nog niet leiden tot het gewenste resultaat, namelijk aanpassing van de plannen op verzoek van de oppositie.

44 / 50

Grafiek 16 - stelling: ik weet welke sturingsmogelijkheden ik heb als raadslid

Grafiek 17 - stelling: ik benut de sturingsmogelijkheden die ik als raadslid heb

Minder dan een kwart van de raadsleden (18%) geeft aan dat zij goed kunnen sturen met de informatie en voorstellen die zij nu ontvangen van het college (grafiek 18). 27% staat hier neutraal in en 54% vindt dat zij niet goed kunnen sturen met de informatie die zij ontvangen. Als toelichting hierbij wordt aangegeven dat er weinig gedaan wordt aan participatie met bewoners. Een aantal respondenten geeft aan dat de belangen van bewoners weinig invloed hebben op de uitvoering van de projecten. Ook politieke partijen hebben aangegeven dat zij vragen hebben bij de haalbaarheid van een aantal projecten, maar de ingezette koers (o.a. bij de Duurzame Polder) wordt aangehouden.

45 / 50

Grafiek 18 - stelling: met de informatie en voorstellen die ik van het college ontvang over energie en warmte kan ik goed sturen

Er wordt een aantal zaken benoemd die de deelnemende raadsleden graag anders zouden willen zien. Er zijn verschillende meningen over de RES-doelstellingen en het bijstellen daarvan op basis van voortschrijdend inzicht in de technieken en kanttekeningen. Er wordt benoemd dat er naar de lange termijn gekeken moet worden. Inwonersparticipatie is zowel bij het aanscherpen van doelen als bij de uitvoering van belang. Ook wordt aangegeven dat de raad graag meer betrokken wil worden bij de wijze waarop doelen worden gehaald. Hierbij wordt o.a. energiebesparing en een grotere rol bij bedrijven benoemd. Ook de wijze waarop de raad betrokken wordt, ziet één respondent graag anders. De huidige werklast zorgt ervoor dat raadsleden (onnodig) worden belast of onderwerpen moeten negeren. Een aantal respondenten benoemt hun beleving dat er vooral uitgevoerd wordt wat er landelijk en regionaal afgesproken is, zonder oog voor de lokale omgeving. Andere doelen zoals veiligheid en haalbaarheid moeten niet uit het oog verloren worden.

5.3. Toetsing aan het normenkader Groen: aan de vastgestelde norm is geheel voldaan Blauw: aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan Rood: aan de vastgestelde norm is niet voldaan Norm De informatievoorziening aan en betrokkenheid van de raad is conform de gemaakte afspraken. Met de jaarlijkse RES-monitor, de tweejaarlijkse monitor van CE Delft en de raadsinformatiebrieven wordt de raad periodiek geïnformeerd over de energietransitie. Aanvullend ontvangt de raad de reguliere stukken uit de P&C-cyclus. Voor een aantal onderwerpen – duurzame opwek en warmte - wordt er opiniërende raadsbijeenkomsten georganiseerd. Dit beeld wordt slechts gedeeltelijk bevestigd vanuit de enquête. Ruim een derde van de respondenten vindt dat er duidelijke afspraken over de informatievoorziening zijn, maar bijna de helft van de respondenten vindt dat de afspraken niet nageleefd worden. Hieruit kan óf de conclusie getrokken worden dat de afspraken die zijn gemaakt over informatievoorziening niet voldoende duidelijk zijn, of het kan ook zo zijn dat de afspraken niet voldoen aan de behoefte van de raad aan informatie. Eerder werd al duidelijk dat er spanning zit tussen het gevraagde detailniveau van informatie door de raad en het niveau van informatie dat werkbaar is om te leveren voor de ambtelijke organisatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=a44b13d7-63a2-4dc8-b9f2-b56cb6eea895