Oss - Rapport Rekenkameronderzoek energietransitie
Tekst van het document
RAPPORT
De energietransitie in Oss In opdracht van de Rekenkamercommissie Oss
Roel Lauwerier, Floor hooge Venterink en Carmen Hendriks
23 juni 2023
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
1. Inleiding
4
1.1. Aanleiding en doelstelling 1.2. Onderzoeksvragen 1.3. Normenkader 1.4. Aanpak 1.5. Leeswijzer 1.6. Begrippenlijst
2. Conclusies en aanbevelingen 2.1. Conclusies 2.1.1. Beantwoording hoofdvraag 2.1.2. Beantwoording deelvragen 2.2. Aanbevelingen
3. Kaderstelling 3.1. Kaderstelling 3.1.1. Ambities en doelen 3.1.2. Acties en maatregelen 3.1.3. Afspraken over informatievoorziening 3.2. Analyse 3.3. Toetsing aan het normenkader
4 4 5 6 7 8
10 10 10 11 17
19 19 19 20 22 23 26
4. Uitvoering en doelrealisatie
28
4.1. Uitvoering en doelrealisatie 4.1.1. Uitvoering 4.1.2. Doelrealisatie 4.1.3. Financiële kaders 4.1.4. Monitoring 4.2. Analyse 4.3. Toetsing aan het normenkader
28 28 29 30 30 31 34
5. Rol van de raad
36
5.1. Rol van de raad
36
2 / 50
5.2. Analyse 5.2.1. Enquête 5.3. Toetsing aan het normenkader
37 38 46
Bijlage 1 | Overzicht van geïnterviewde personen
48
Bijlage 2 | Bronnenlijst
49
3 / 50
1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doelstelling Iedere gemeente heeft de opdracht een bijdrage te leveren aan de energietransitie en werkt aan gemeentelijke doelen, maar ook samen met andere partijen binnen een energieregio (de Regionale Energiestrategie, RES). De energietransitie omvat de overgang van een systeem waarin de energievoorziening draait op fossiele brandstoffen naar een systeem op basis van duurzame energiebronnen. Ook is er aandacht voor energiebesparing en -opslag. De urgentie van de energietransitie is de afgelopen tijd toegenomen, o.a. door de stijgende energieprijzen. In dat kader is het waardevol voor gemeenteraden om de stand van zaken ten aanzien van de energietransitie in de gemeente inzichtelijk te maken. Welke kaders, doelen, middelen en tijdlijn zijn afgesproken en hoe staat het met de realisatie daarvan. Bovendien is het interessant voor gemeenteraden om de mogelijkheden tot sturing en controle op het terrein van de energietransitie te kennen en inzicht te krijgen in hoe sturings- en controlemogelijkheden door de eigen raad wel of niet worden ingezet. De rekenkamer(commissie)s van Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg hebben besloten om gezamenlijk onderzoek te verrichten naar de energietransitie. Zij hebben TwynstraGudde gevraagd om dit onderzoek namens hen uit te voeren.
Met dit onderzoek willen de rekenkamer(commissie)s inzicht krijgen in de stand van zaken van de energietransitie bij andere gemeenten, de aanpak van sturing en controle van andere raden en inzicht in wat bij de deelnemende gemeenten goed werkt en wat minder of niet. Daarvan kan elke raad leren. De doelstelling van het onderzoek is hiermee tweeledig. 1.
2.
De Rekenkamer(commissie)s beogen de gemeenteraden inzicht te geven in de stand van zaken van de energietransitie in hun gemeente. Er wordt gekeken naar de doelen die door de gemeenten zijn vastgesteld in relatie tot de resultaten van de RES. Daarbij worden gehanteerde sturings- en controlemogelijkheden voor de gemeenteraden in beeld gebracht. Op basis van de ‘good practices’ - de sterke punten van de verschillende aanpakken van de deelnemende gemeenten - worden zo mogelijk aanbevelingen voor versterking van sturing en controle door de raad bij de energietransitie gedaan.
1.2. Onderzoeksvragen Vanuit de bovenstaande doelstellingen van het onderzoek is de volgende hoofdvraag geformuleerd: Wat is de voortgang van de energietransitie in de gemeenten Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg, welke sturings- en controlemogelijkheden hebben de verschillende gemeenteraden hiervoor ingezet en hoe effectief zijn deze, en wat kan men in dit opzicht van elkaar leren?
4 / 50
Deze hoofdvraag is uitgewerkt in een aantal deelvragen die we hebben geclusterd per onderzoeksaspect. Kaderstelling 1. Welke doelen en ambities t.a.v. de energietransitie hebben de gemeenteraden van Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg vastgesteld? 2. Hoe verhouden de ambities ten aanzien van de energietransitie, die zijn opgenomen in het meest recente Bestuurs- of Coalitieakkoord van de gemeenten, zich tot de ambities opgenomen in de RES? Uitvoering en doelrealisatie 3. Liggen de gemeenten op koers om de gestelde doelen binnen de daarvoor afgesproken termijnen en beschikbare middelen te halen? Welke doelen zijn bereikt/gedeeltelijk bereikt/niet bereikt (beknopt overzicht)? Rol van de raad 4. Hoe wordt over de voortgang van de realisatie van de doelen aan de raad gerapporteerd? 5. Welke sturings- en controlemogelijkheden hebben de gemeenteraden in het kader van de gemeentelijke ambities t.a.v. energietransitie tot nu toe ingezet? Met welk effect/hoe effectief was dit? 6. Wat kunnen de gemeenteraden ten aanzien van de sturing op en controle van de energietransitie van elkaar leren? Afbakening Voor dit onderzoek beperkt het begrip energietransitie zich tot de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit, energiebesparing en de warmtetransitie.
De meeste gemeenten hebben ook doelen voor biodiversiteit, circulariteit, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit etc., maar deze zijn voor dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Op deze manier kan er in het onderzoek gekeken worden naar de verhouding tussen de gemeentelijke doelen en de regionale doelen van de RES-regio’s.
1.3. Normenkader Ten behoeve van het onderzoek is een normenkader vastgesteld. Het normenkader is het referentiekader voor de beoordeling. In de gemeentelijke nota’s beantwoorden we de onderzoeksvragen en geven we per norm een oordeel over in hoeverre de gemeente voldoet aan de norm. Een scherp oordeel zal de raad houvast bieden bij de interpretatie van het onderzoeksrapport. Bij de beoordeling van de normen, gebruiken we de volgende categorieën: De gemeente voldoet volledig of grotendeels aan de norm. De gemeente voldoet gedeeltelijk aan de norm. De gemeente voldoet niet/nauwelijks aan de norm. In het onderzoeksrapport wordt de score geëxpliciteerd en onderbouwd.
5 / 50
Aspect
Norm De raad heeft controleerbare ambities en doelen geformuleerd met betrekking tot de energietransitie. De gemeentelijke ambities en doelen en de ambities en doelen uit de RES zijn consistent en sluiten geheel op elkaar aan.
Kaderstelling
De doelen en ambities zijn volledig en consistent uitgewerkt in acties en maatregelen. Daarbij is duidelijk afgesproken wie wat doet, ook op regionaal niveau. Er zijn heldere financiële kaders vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen. Er is een duidelijke planning vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen waarbij tussentijdse mijlpalen zijn benoemd. Duidelijk is afgesproken op welke momenten en op welke wijze de raad wordt geïnformeerd over en wordt betrokken bij de uitvoering van de energietransitie. De acties en maatregelen worden uitgevoerd conform planning.
Uitvoering en doelrealisatie
De doelen en ambities zijn bereikt of liggen op koers om bereikt te worden.
De doelen en ambities worden bereikt binnen de vastgestelde financiële kaders. De realisatie van de doelen en ambities worden periodiek gemonitord op basis waarvan zo nodig tot bijsturing wordt overgegaan. De informatievoorziening aan en betrokkenheid van de raad is conform de gemaakte afspraken.
Rol van de raad
De informatievoorziening aan de raad is zodanig dat de raad tijdig kan zien of de ambities en doelen gehaald gaan worden en biedt inzicht in eventuele bijsturingsmogelijkheden.
1.4. Aanpak De aanpak van dit onderzoek wordt gekenmerkt door drie fasen: Informatie-uitvraag bij de organisatie en documentonderzoek. Hierin zijn documenten gerelateerd aan de energie- en warmtetransitie en RES, geanalyseerd. Dit zijn documenten over de beleidskaders, de uitvoering in projecten en de verantwoording hierover aan het college en de raad. Ook zijn raadsdocumenten zoals moties en amendementen geanalyseerd.
6 / 50
-
-
Gesprekken en raadsenquête. Vervolgens zijn er gesprekken gevoerd met ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen bij de energietransitie en is met medewerkers van concern control van alle gemeenten gesproken. Er is een enquête uitgezet onder de raadsleden van alle gemeenten. Rapportage. Ten slotte is de rapportage opgesteld waarin de onderzoeksvragen worden beantwoord en de toetsing op het normenkader plaatsvindt. De rapportage is voor wederhoor teruggelegd bij de ambtelijke organisatie en de colleges.
Representativiteit survey De enquête is door de griffie uitgezet bij de raadsleden en burgerraadsleden van de vier gemeenten. De antwoorden zijn anoniem en het invullen was niet verplicht. De enquête is door 71 raadsleden en burgerraadsleden ingevuld. Hieronder is per gemeente het responspercentage aangegeven: Breda: 19 respondenten van 39 raadsleden en 24 burgerraadsleden = 30,2% ’s-Hertogenbosch: 16 respondenten van 39 raadsleden en 40 commissieleden-niet raadsleden = 20,3% Oss: 13 respondenten van 37 raadsleden en 16 burgerraadsleden = 24,5% Tilburg: 23 respondenten van 45 raadsleden en 28 burgerraadsleden = 31,5%. Zoals hierboven te zien is, is de enquête niet door alle raadsleden van de vier gemeenten ingevuld. De resultaten geven wel inzicht in de ervaringen en beelden van raadsleden. De bevindingen uit de enquête zijn meegenomen per gemeente in de gemeentelijke nota’s (het hoofdstuk ‘Rol van de raad’). De raadssessie om de resultaten van de enquête te bespreken, is komen te vervallen vanwege een gebrek aan aanmeldingen. In het algemeen deel is de totale respons verwerkt, dus voor de vier gemeenten gezamenlijk.
1.5. Leeswijzer De rapportage is opgedeeld in twee delen: 1. De gezamenlijke rapportage met de overkoepelende conclusies en aanbevelingen 2. Vier gemeentelijke nota’s a. Inleiding (hoofdstuk 1) b. Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 2) c. Nota van bevindingen per gemeente waarin de deelvragen gedetailleerd uitgewerkt worden. (hoofdstukken 3, 4 en 5) Het algemeen deel bevat de gezamenlijke rapportage met de overkoepelende conclusies en aanbevelingen. In de gemeentelijke nota’s worden na een inleiding de conclusies geformuleerd waarmee de hoofdvraag en deelvragen op hoofdlijnen worden beantwoord. Daarbij wordt onder andere ingegaan op de vraag wat de gemeenten van elkaar kunnen leren. Ook worden aanbevelingen gedaan die gelden voor die specifieke gemeente. In de daarna volgende hoofdstukken worden de deelvragen gedetailleerd uitgewerkt. Het normenkader biedt de structuur voor de nota van bevindingen. Deze hoofdstukken zijn opgebouwd aan de hand van dezelfde drieslag: beschrijving, analyse en toetsing op de norm(en). In hoofdstuk 3 gaan we in op de kaderstelling van de gemeentelijke en regionale doelen voor de energietransitie. In §3.2. volgt een analyse en in §3.3. sluiten we af met een toetsing op de normen. In hoofdstuk 4 kijken we naar de uitvoering doelrealisatie. In §4.2. volgt een analyse en in §4.3. ronden we af met een toetsing op normen.
In hoofdstuk 5 gaan we in op de positie van de raad, met aandacht voor de informatievoorziening aan de raad en de invulling van de eigen rol. In §5.2. volgt een analyse en we ronden af met een toetsing op de normen in §5.3.
7 / 50
1.6. Begrippenlijst Deze begrippenlijst geeft uitleg over de veelgebruikte termen rondom de energietransitie. Aardgasvrij
Een andere energiebron voor opwekking van elektriciteit en warmte in plaats van aardgas. De term wordt meestal gebruikt om aan te geven dat in een woning of wijk geen aardgasaansluitingen (meer) zijn.
Broeikasgassen
Bij de opwekking van energie komen broeikasgassen vrij (uitstoot/emissie) door verbranding van fossiele brandstoffen. Bij energie is dat voornamelijk CO 2. Er zijn andere broeikasgassen (methaan, lachgas) die vrijkomen bij andere bronnen, zoals landbouw.
Biomassa
Biomassa verwijst naar alle planten en dieren op aarde (zowel dood als levend). Biomassa is een belangrijke bron voor het opwekken van groene stroom of duurzame warmte. Wanneer we het hebben over energie uit biomassa, dan bedoelen we dus energie uit planten(resten) en dieren(resten).
CO2-neutraal
Uitstoot bij de opwekking en gebruik van energie wordt gecompenseerd door opname van CO 2 zodat de netto CO2-emissie nul is.
CO2-uitstoot
CO2-uitstoot is het vrijkomen van koolstofdioxide CO2 in de lucht. Mensen en dieren stoten CO2 uit. In het verleden werd deze uitstoot gecompenseerd door de opname van dezelfde hoeveelheid CO 2 door bomen en planten. De afgelopen 150 jaar is de uitstoot van CO 2 echter sterk gestegen. Onder andere omdat wij fossiele brandstoffen (zoals aardgas) zijn gaan verbranden voor industrie en vervoer.
Energieneutraal
Een begrip dat te maken heeft met de opwekking en het gebruik van energie in een bepaald gebouw of bepaald gebied. Als er evenveel energie wordt opgewekt als gebruikt is het gebied of gebouw energieneutraal.
Energiebesparingsplicht
De plicht voor bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Deze plicht is vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Energiecoöperatie
Een groep bewoners die samen duurzame energie opwekken, energie besparen en stappen zetten om de wijk te verduurzamen.
Energietransitie
Voor Oss omvat de energietransitie het vergroten van een tijdig aanbod van duurzame energie, het verminderen van energiegebruik door besparing en het aardgasvrij maken van bestaande woningen.
Hernieuwbare energie
Energie opgewekt met behulp van hernieuwbare, niet-fossiele energiebronnen. De meest voorkomende bronnen in dit rapport zijn windenergie, zonne-energie, biomassa, biogas.
Klimaatakkoord
Het is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt. Het belangrijkste doel is om de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn.
Klimaatneutraal
Proces van energieopwekking en -gebruik waarbij geen klimaatverandering optreedt door (netto) emissie van broeikasgassen.
Nationaal Isolatie
Het doel van het Nationaal Isolatieprogramma is om 2,5 miljoen woningen te isoleren in de periode
Programma
tot en met 2030. De nadruk ligt daarbij op de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen (label D, E, F en G).
Netcapaciteit
Hoeveel elektriciteit er door een net getransporteerd kan worden.
PJ
Petajoule is een eenheid van energie. 1 petajoule, is voldoende om ongeveer 15.000 huishoudens een jaar lang van energie te voorzien.
8 / 50
Programma Aardgasvrije
In het Programma Aardgasvrije Wijken doen 66 gemeenten mee met de proeftuinen voor
Wijken (PAW)
aardgasvrije wijken. Zij krijgen een bijdrage van de Rijksoverheid om te starten met en gezamenlijk te leren van het aardgasvrij maken van een wijk.
Regionale Energiestrategie
Er zijn 30 Regionale Energiestrategieën in Nederland; 30 regio’s waarin gemeenten, provincies,
(RES)
netbeheerders, waterschappen, bedrijven, inwoners en maatschappelijke organisaties samenwerken aan het opwekken van duurzame energie.
Revolverend fonds
Bij een revolverend fonds wordt geld beschikbaar gesteld voor investeringen met een langere terugverdientijd. De aflossingen van verstrekte leningen vloeien terug in de kas van het fonds, soms inclusief rente. Het fonds vult zichzelf dus weer aan tot (bijna) volledige sterkte.
Transitievisie Warmte
Een visiedocument die elke gemeente moet opstellen voor eind 2021. Hierin staat per wijk een
(TVW)
tijdspad en plan beschreven voor een duurzame oplossing voor de warmtevraag.
TWh
Terawattuur: 1.000.000.000.000 wattuur (tera is miljoen keer miljoen), eenheid van energie.
GWh
Gigawattuur: 1.000.000.000 wattuur (giga is een miljard), eenheid van energie.
Warmtenet
Een netwerk van leidingen onder de grond waar warm water doorheen stroomt. Het warme water verwarmt huizen en andere gebouwen.
Warmtetransitie
De overgang van aardgas naar andere verwarmingsmethoden voor gebouwen. Dit betekent in Nederland dat de warmtevoorziening in zo’n zeven miljoen huishoudens moet worden aangepast.
9 / 50
2. Conclusies en aanbevelingen 2.1. Conclusies 2.1.1. Beantwoording hoofdvraag In dit onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal: Wat is de voortgang van de energietransitie in de gemeenten Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg, welke sturings- en controlemogelijkheden hebben de verschillende gemeenteraden hiervoor ingezet en hoe effectief zijn deze, en wat kan men in dit opzicht van elkaar leren? De gemeente Oss ligt nog beperkt op koers om de doelen te behalen. De gemeente heeft vooral voor de opwek van duurzame elektriciteit nog veel projecten in de pijplijn, met een aantal grote risico’s. Bij windpark Duurzame Polder verschilt de gemeente Oss van uitgangspunt over de afstandsnorm voor de windturbines van de gemeente ’s-Hertogenbosch en ook netcongestie moet tijdig opgelost worden om de opwek van duurzame elektriciteit te kunnen realiseren. Bovendien is het nog onduidelijk of de dalende lijn die is ingezet in het besparen van elektriciteit en warmte blijft doorzetten. Er zijn afspraken gemaakt over de informatievoorziening over de energietransitie aan de raad, maar dit biedt de raad onvoldoende inzicht om tijdig bij te kunnen sturen.
Voor het realiseren van het duurzaam opwekken van elektriciteit heeft Oss een aantal belangrijke projecten in de pijplijn, zoals het windpark Duurzame Polder, windpark Elzenburg de Geer en er wordt ingezet op de realisatie van zonneveld De Mun en een zonneveld bij geluidswal Wilgendaal Herpen. Hiermee is het doel van duurzame opwek haalbaar, maar niet zonder risico’s. Netcongestie belemmert het realiseren van een zonneveld in windpark Elzenburg de Geer en ook voor de windparken is er nog een aantal obstakels te nemen. Als dit niet lukt vóór 2030 dan wordt het nagenoeg onmogelijk om het doel voor duurzame opwek op tijd te halen. Wat betreft energiebesparing is nog onvoldoende helder of de gemeente op koers ligt om dit doel te halen. Er wordt energie bespaard, momenteel ongeveer 5% elektriciteit en 5% warmte. Er is met name een daling te zien in het gasverbruik, maar het elektriciteitsverbruik neemt toe. Er zijn verschillen tussen sectoren te zien: bij woningen neemt het energieverbruik af, terwijl het bij bedrijven toeneemt. Dit laat de afhankelijkheid zien van de gemeente van haar inwoners in het behalen van de energiebesparingsdoelen. Met de doelen voor de warmtetransitie is Oss pas net begonnen. Voor één wijk en een kern wordt een wijkuitvoeringsplan opgesteld, deze wordt verwacht in Q4 2023/Q1 2024.
Op kleine schaal worden woningen verduurzaamd, ofwel door woningeigenaren ofwel door de woningcorporatie via duurzame renovatie of sloop/nieuwbouw. Door het ontbreken van tussentijdse mijlpalen én concrete monitoring van het aardgasvrij maken van woningen is niet met zekerheid te zeggen of en hoeveel Oss achterblijft met de doelen voor de warmtetransitie. Er kan wel geconcludeerd worden dat er een flinke versnelling nodig is om het doel van 7500 woningen aardgasvrij voor 2030 te halen. Naast de reguliere sturingsinstrumenten zoals moties, amendementen en het stellen van schriftelijke vragen zijn de opiniërende raadsbijeenkomsten een belangrijk instrument in Oss. Voor grote projecten zoals het windpark Duurzame Polder, maar ook het opstellen van wijkuitvoeringsplannen voor de warmtetransitie worden deze bijeenkomsten georganiseerd. Hierin heeft de raad de kans om kennis op te doen over het specifieke onderwerp, vragen te stellen en hun mening te vormen voorafgaand aan het besluitvormingsproces. Deze bijeenkomsten worden gewaardeerd, maar
10 / 50
worden niet door alle raadsleden die deel hebben genomen aan de enquête als effectief ervaren. Deze raadsleden ervaren dat zij onvoldoende gehoord worden door het college. Wat betreft de aangeleverde informatie vanuit de ambtelijke organisatie is het nog de vraag of de informatie die wordt aangeleverd voldoet aan de informatiebehoefte en sturingsmogelijkheden van de raad. De huidige informatievoorziening vindt plaats volgens afspraak, maar hieruit kan niet goed gehaald worden of de uitvoering van de energietransitie plaatsvindt binnen de gestelde kaders. De informatie biedt de raad daardoor onvoldoende inzicht om tijdig bij te kunnen sturen.
2.1.2. Beantwoording deelvragen Welke doelen en ambities t.a.v. de energietransitie heeft de gemeenteraad van Oss vastgesteld? Oss heeft de RES-opgave als leidend bestempeld in de energietransitie en zet vol in op het realiseren van deze doelen (zie onderstaande tabel). RES-doelen Opwek Besparing Warmte
0,28TWh (gemeente aandeel) 11% energiebesparing tot 2030 0,83TWh opwek duurzame warmte (regio)
Gemeentelijke doelen 0,28TWh 11% energiebesparing tot 2030 7.500 woningen aardgasvrij voor 2030
In het Coalitieakkoord 2022-2026 heeft Oss uitgesproken om vol in te zetten op de realisatie van de RES-afspraken. Dit gaat om doelen voor opwek, besparing en warmte: - het duurzaam opwekken van 0,28TWh elektriciteit door wind- en zonne-energie voor 2030 - het besparen van 11% energie voor 2030 - het aardgasvrij maken van 7500 woningen voor 2030 - het opstellen van uitvoeringsplannen voor de warmtetransitie voor alle wijken en kernen voor 2050 - en een pilot voor de warmtetransitie in de Schadewijk. Dit is bevestigd in het Programmaplan Energietransitie 2023 door de RES-opgave als leidend te bestempelen. Het doel voor opwek wil de gemeente realiseren met het windproject Duurzame Polder (waarin Oss samenwerkt met ’s-Hertogenbosch), met windpark Elzenburg de Geer en met een beperkte inzet op zonnevelden. Naast de kwantitatieve doelen heeft de gemeente ook aangegeven in te willen zetten op bewustwording en educatie. Er wordt in Oss nog niet vooruit gekeken naar opwekdoelen in de periode na 2030. Een aantal van de huidige risico’s, zoals netcongestie, schaarse ruimte en beperkte arbeidscapaciteit geven de urgentie aan om wél verder te kijken dan 2030 en aanvullende doelen te gaan bespreken. Voor de doelen in de warmtetransitie heeft Oss een Transitievisie Warmte opgesteld.
Hierin sluit zij aan op de landelijke doelstelling om in 2030 20% van de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken en in 2050 alle bestaande gebouwen. De gemeente heeft uitgesproken de regierol te willen pakken in de warmtetransitie en heeft de Schadewijk aangewezen als pilotwijk om ervaring op te doen. Ook heeft Oss een Uitvoeringsagenda Energiebesparing opgesteld voor 2020-2023. Deze omvat energiebesparingsdoelen voor wonen, werken en mobiliteit. Voor ‘wonen’ gaat het, naast de 7500 aardgasvrije woningen, om het ondersteunen van 7 VvE’s in verduurzaming en het ondersteunen van monumenten. Voor deze doelgroep is de campagne ‘Oss schakelt door’ ingericht, een energieloket, en inmiddels ook een aanpak voor energiearmoede. Voor ‘werken’ gaat het om het bieden van ondersteuning via het zakelijk loket aan 400 unieke bedrijven en bijbehorende acties. De doelen voor ‘mobiliteit’ worden in de volgende Uitvoeringsagenda 2023-2026 nader uitgewerkt.
11 / 50
Hoe verhouden de ambities ten aanzien van de energietransitie, die zijn opgenomen in het meest recente Coalitieakkoord van Oss, zich tot de ambities opgenomen in de RES? De gemeentelijke doelen voor het opwekken van duurzame elektriciteit en energiebesparing zijn gelijk aan de RES NOB. De doelen voor warmte verschillen. In de RES NOB is een doel gesteld voor de opwek van duurzame warmte, het gemeentelijke doel is om 7500 woningen aardgasvrij te maken voor 2030. De ambities uit de RES NOB zijn als leidend bestempeld in het Programmaplan Energietransitie 2023, opvolging gevend aan het Coalitieakkoord 2022-2026. In het Coalitieakkoord is namelijk aangegeven dat de gemeente haar volle inzet gaat leveren om de ambities uit de RES NOB te realiseren. De gemeentelijke doelen voor duurzame opwek van elektriciteit en energiebesparing zijn daarom gelijk aan de regionale doelen. Wat betreft warmte zijn er geen warmtebronnen met regionale potentie, dit betekent dat er geen bronnen zijn die over gemeentegrenzen heen geëxploiteerd kunnen worden. De gemeenten in de regio hebben daarom in hun eigen Transitievisie Warmte aangegeven hoe zij hun gebouwde omgeving aardgasvrij gaan maken en met welke bronnen. Ook Oss heeft aangegeven dat zij 7500 woningen aardgasvrij willen maken voor 2030, maar niet hoeveel duurzame warmte opwek hiervoor nodig is.
In de RES NOB is wél aangegeven hoeveel duurzame warmte er opgewekt moet worden voor 2030. Ligt Oss op koers om de gestelde doelen binnen de daarvoor afgesproken termijnen en beschikbare middelen te halen? Welke doelen zijn bereikt/gedeeltelijk bereikt/niet bereikt (beknopt overzicht)? Oss ligt nog beperkt op koers om de doelen in de energietransitie te behalen. Er wordt op meerdere projecten ingezet, maar elk project brengt een aantal risico’s met zich mee. Voor energiebesparing en warmte is een daling ingezet, maar er is een versnelling nodig om de doelen voor 2030 te halen. Met het huidige vastgestelde en voorgenomen beleid in de gebouwde omgeving worden de energiebesparings- en warmtetransitie doelen niet gehaald. In onderstaande tabel zijn de meest recente monitoringsresultaten voor opwek van duurzame elektriciteit, energiebesparing en warmtebesparing weergegeven. RES-doelen
Gemeentelijke doelen
Realisatie
Pijplijn
Prognose buiten pijplijn
Restopgave
Opwek
0,28TWh (gemeente aandeel)
0,28TWh
0,041TWh
0,217TWh
-
0,022TWh
Besparing
11% energiebesparing tot 2030
11% energiebesparing tot 2030
5% elektriciteit bespaard
Warmte
0,83TWh opwek duurzame warmte (regio)
7.500 woningen aardgasvrij voor 2030
5% warmte bespaard
Voortgang niet kwantitatief inzichtelijk Voortgang niet kwantitatief inzichtelijk
Voortgang niet kwantitatief inzichtelijk Voortgang niet kwantitatief inzichtelijk
Voortgang niet kwantitatief inzichtelijk Voortgang niet kwantitatief inzichtelijk
Voor windenergie wordt er gewerkt aan twee grote projecten, namelijk het windproject Duurzame Polder en windpark Elzenburg de Geer. In Duurzame Polder wil Oss 0,143TWh elektriciteit opwekken en in Elzenburg de Geer 0,05TWh elektriciteit. Het laatste project ligt momenteel voor bij de Raad van State en voor Duurzame Polder beoogt de gemeente om de vergunningen te verlenen voor 2025. Voor zonne-energie is er beleid opgesteld om randvoorwaarden mee te geven in het realiseren van zonnevelden. Dit wordt echter beperkt toegestaan, zonnevelden op primaire landbouwgronden worden niet gestimuleerd. Vanuit technisch en energietransitie oogpunt is dit niet logisch, omdat een goede balans tussen zon- en windprojecten nodig is voor een stabiel elektriciteitsnetwerk. In Oss is besloten dat zonnevelden pas bespreekbaar zijn als het nodig is om de opgave te realiseren. Echter als er projecten uitvallen, is het waarschijnlijk te laat om dit nog tijdig te kunnen realiseren. Samen met de zonnevelden zit er 0,217TWh in de pijplijn voor het opwekken van duurzame elektriciteit. Zonder grote tegenvallers zou volgens de ambtelijke organisatie het gemeentelijke doel voor duurzame opwek van elektriciteit gehaald moeten worden. Er zijn echter een aantal risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat deze optreden.
Het grootste risico is het tijdig verstrekken van vergunningen voor het benodigde tussenstation om de netcongestie op te
12 / 50
lossen. Zonder dit tussenstation is er onvoldoende ruimte op het net om het doel voor duurzame opwek te halen. Een ander knelpunt is het uitgangspunt van gemeente Oss in het windproject Duurzame Polder dat er minimaal 2 km tussen de windturbines en de bebouwde kom wordt gerealiseerd. ’s-Hertogenbosch heeft deze ruimte niet voor de 16 beoogde windturbines en het is moeilijk om uit te leggen aan bewoners dat er binnen hetzelfde project twee verschillende afstanden worden aangehouden tussen de turbines en de gebouwde omgeving. Het doel van 1,6TWh voor de RES NOB is niet binnen handbereik. Oss zet flink in op het realiseren van haar eigen aandeel, maar kijkt niet verder dan dat, met als resultaat dat de regio mogelijk haar opgave niet gaat halen. ’s-Hertogenbosch staat er anders in en wil eventueel meer realiseren dan alleen het eigen deel van de RES-opgave. Voor het besparen van elektriciteit is een dalende trend te zien, het is echter onduidelijk of deze lijn doorzet de komende jaren. Er is tot nu toe ongeveer 5% elektriciteit bespaard, met name door een grote besparing bij woningen. Aan de andere kant is een toename in elektriciteitsverbruik bij bedrijven te zien. De gemeente verwacht dat de 11% haalbaar is, mits de ingezette vaart op gasbesparing doorzet. Hierin is de gemeente ook sterk afhankelijk van haar bewoners, organisaties en bedrijven.
Dit vraagt echter wel om een aanvullende inspanning van de gemeente, want het is onwaarschijnlijk dat het energiebesparingsdoel wordt gehaald zonder voortdurende inzet hierop. Om dit goed te monitoren, helpt het om meer tussentijdse mijlpalen vast te stellen, zowel voor energiebesparing als voor de warmtetransitie. Als er projectmatig gewerkt wordt, is het met tussentijdse mijlpalen makkelijker om bij te houden of het doel op koers ligt om gerealiseerd te worden. Zonder gedefinieerde mijlpalen waar tussentijds aan getoetst kan worden of het project nog volgens planning loopt, is de voortgang meer een inschatting dan bepaald aan de hand van objectieve factoren. Ook voor warmte is het uit de monitoringsresultaten moeilijk te bepalen of de gemeente op schema ligt met het behalen van de doelen, maar uit het onderzoek ontstaat het beeld dat er een flinke versnelling nodig is. Met het huidige vastgestelde en voorgenomen beleid in de gebouwde omgeving worden de energiebesparings- en warmtetransitie doelen niet gehaald. De warmtetransitie zit in de opstartfase waarin veel ontwikkeld en gepionierd wordt. Dit geldt ook voor de kwantitatieve monitoring die de gemeente nog wil inrichten. Er is net een start gemaakt met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen voor de Schadewijk en Herpen, maar er is nog geen complete wijk van het gas afgehaald.
Gemeente Oss is in vergelijking met andere gemeenten redelijk laat met het opstellen van de eerste wijkuitvoeringsplannen. In veel gemeenten liggen er al één of meerdere plannen klaar en zijn sommigen al (ver-) gevorderd in de uitvoering. In Oss zijn alleen enkele kleine stappen gezet, o.a. door individuele woningeigenaren en door woningcorporaties bij sloop/nieuwbouw. Het scheppen van duidelijkheid over wanneer welke wijk van het aardgas wordt afgesloten, kan helpen om inwoners in beweging te krijgen wat betreft het verduurzamen van hun woningen. Aanvullend is er door Oss geen doel gesteld voor het duurzaam opwekken van warmte, zoals regionaal wel gedaan is voor Noordoost-Brabant, waardoor de doelrealisatie voor dit deel van de opgave niet inzichtelijk kan worden gemaakt. In het monitoringsrapport van CE Delft voor de periode 2017 tot 2020 wordt er op een flink aantal factoren gerapporteerd. Tussen 2017 en 2020 is een daling van de CO2-uitstoot te zien van 20%, een daling in het energieverbruik van 10% en een toename van de hernieuwbare elektriciteitsproductie van 147%. De warmtevraag is ongeveer gelijk gebleven, het aardgasgebruik is met 1,4% gedaald, maar daartegenover staat een toename in het elektriciteitsverbruik van 13,9%. Hiermee is Oss voor 5,7% energieneutraal in 2020. Het rapport bevestigt dat er een versnelling nodig is in de warmtetransitie.
In de meeste sectoren wordt de beoogde doelstelling niet bereikt met het vastgestelde en voorgenomen beleid, met name in gebouwde omgeving zal meer energie bespaard moeten worden en zullen woningen op grotere schaal verduurzaamd moeten worden.
13 / 50
Qua financiën zijn er op hoofdlijnen geen duidelijke afwijkingen te zien in de jaarrekening en het jaarverslag van 2022 voor de energietransitie-doelen. Deze worden voor de raad met name op hoofdlijnen inzichtelijk gemaakt. In het jaarverslag 2022 vallen deze doelen onder Klimaat, energie en openbare ruimte. Op projectniveau wordt niet inzichtelijk gemaakt voor de raad welke bedragen besteed of nog beschikbaar zijn voor de realisatie van de doelen. Naast middelen die door de gemeenteraad beschikbaar zijn gesteld, zijn er ook op Rijksniveau subsidies toegekend of middelen toegewezen. Dit biedt meer ruimte in de realisatie van de doelen. Aan de andere kant blijft budget om verschillende redenen soms langer op de plank liggen, o.a. door vertragingen in projecten of het niet tijdig kunnen vinden van medewerkers. Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving vraagt grote bedragen, en afhankelijk van welke rol je als gemeente wil innemen, is er aanvullende financiering nodig. Exacte bedragen zijn hiervoor nog niet te benoemen. Waarschijnlijk zijn niet alle raadsleden ervan op de hoogte dat er in de toekomst meer middelen nodig zullen zijn om de energietransitie-doelen te realiseren.
Hoe wordt over de voortgang van de realisatie van de doelen aan de raad gerapporteerd? Er is afgesproken dat op hoofdlijnen de resultaten in de energietransitie gerapporteerd worden in de P&Ccyclus, aanvullend is er een monitor gepubliceerd door CE Delft met specifieke cijfers over de voortgang in o.a. energieverbruik, energieproductie en CO2-uitstoot. Op regionaal niveau levert de RES NOB een jaarlijkse monitoring over het duurzaam opwekken van elektriciteit, energiebesparing en warmtebesparing. Oss heeft verschillende manieren om de voortgang van de doelrealisatie in beeld te brengen. Allereerst wordt er over de doelen gerapporteerd in de reguliere P&C-cyclus met een jaarlijkse begroting waarin energietransitie is opgenomen, een voorjaarsnota, een najaarsrapportage en een jaarverslag. Dit gaat vooral over de resultaten op hoofdlijnen. Verdiepende informatie over de energietransitie wordt gerapporteerd in de monitor van CE Delft. Hierin wordt het energieverbruik gerapporteerd, de energieproductie, de energiebalans en de CO2-uitstoot en andere broeikasgasemissies. Daarnaast wordt ook apart voor ‘wonen’, ‘werken’ en ‘mobiliteit’ het energieverbruik en de CO2emissies gemonitord, wordt aangegeven hoeveel hernieuwbare energie er wordt geproduceerd en ten slotte wordt Oss vergeleken met een aantal andere Brabantse gemeenten.
Binnenkort gaat de gemeente deze monitoring zelf oppakken, om beter te kunnen voldoen aan de wensen en vragen van de raad. Vanuit de RES NOB wordt er jaarlijks gemonitord op duurzaam opwekken van elektriciteit, energiebesparing en warmtebesparing voor de gehele regio en per gemeente. Ten slotte wordt via raadsinformatiebrieven aan de raad gerapporteerd over de voortgang van de projecten t.b.v. de warmtetransitie en energiebesparing. Ook worden voor belangrijke deelonderwerpen raadsinformatiebrieven verstuurd, het gaat dan bijvoorbeeld om windproject Duurzame Polder, netcongestie, geothermie en de gehele opgave van duurzame opwek van elektriciteit. Welke sturings- en controlemogelijkheden heeft de gemeenteraad van Oss in het kader van de gemeentelijke ambities t.a.v. energietransitie tot nu toe ingezet? Met welk effect/hoe effectief was dit? De raad kan door de huidige invulling van de informatievoorziening beperkt sturen op budgetten of planningen, vooral voor de doelen op energie- en warmtebesparing is dit nog onvoldoende inzichtelijk. De raad stuurt daarom vooral globaler op de doelrealisatie. Dit doet hij vooral door het indienen van moties en amendementen, een aantal raadsleden ervaart dit niet als effectief, omdat weinig moties worden aangenomen.
Er zijn meerdere sturingsinstrumenten die de raad kan inzetten bij de energietransitie, zoals het indienen van moties of amendementen bij raadsvoorstellen, het stellen van (technische) raadsvragen en het bijwonen van opiniërende raadsbijeenkomsten. Deze bijeenkomsten worden met name voor grote projecten georganiseerd, zoals de Duurzame Polder, maar binnenkort ook voor de opgave voor warmtetransitie. De bedoeling is om kennis te delen met de raad over deze onderwerpen ter voorbereiding op het besluitvormingsproces. Uit de raadsstukken valt op te maken dat er weinig moties en amendementen zijn aangenomen als het gaat om duurzame opwek van elektriciteit, energiebesparing en warmtetransitie. Bij het vaststellen van de Transitievisie Warmte heeft de raad het ambitieniveau
14 / 50
bepaald, namelijk het tweede niveau, pragmatisch en ervaring opdoen door aan de slag te gaan in minimaal een wijk. Bij energiearmoede zijn er ook twee moties aangenomen, met als doel om energiearmoede nu en in de toekomst te voorkomen en het mogelijk maken van de ondersteuning bij verduurzaming voor inwoners tot 130% van het bestaansminimum i.p.v. 120%. In de enquête is door een aantal raadsleden aangegeven dat zij hun betrokkenheid en invloed als marginaal ervaren. De respondenten ervaren dat er weinig moties worden aangenomen en beleven het college als sterk bepalend bij het vaststellen van ambities en plannen. Wat kunnen de gemeenteraden ten aanzien van de sturing op en controle van de energietransitie van elkaar leren? Wat kunnen andere gemeenten leren van Oss? Door de doelen van de RES NOB als leidend te bestempelen voor de gemeentelijke doelen voor opwek van duurzame elektriciteit, energiebesparing en warmte is voor alle partijen duidelijk waar Oss op inzet, zowel intern als extern. De gemeentelijke organisatie weet concreet wat ze moeten realiseren de komende periode en kan scherp formuleren welke acties nodig zijn om daartoe te komen. Gemeente Oss is vroeg gestart met het realiseren van de opgave voor duurzame opwek van elektriciteit.
Op deze manier heeft de gemeente voldoende tijd gehad om het gesprek te voeren over wind- en zonne-energieprojecten, en onder welke voorwaarden de gemeente mogelijkheden zag om dit te realiseren. Een belangrijke voorwaarde voor de gemeente is bijvoorbeeld om bij zonnevelden geen initiatieven te stimuleren die gebruik willen maken van primaire landbouwgronden. In plaats daarvan ligt de focus op reststroken en gemengde gronden waar sprake is van meervoudig ruimtegebruik. Door dit vroegtijdig duidelijk te maken, zijn er al meerdere zonneveldprojecten in een gevorderde fase. Met name de vergunningenprocedures voor wind- en zonne-energieprojecten nemen veel tijd in beslag. In Oss is hier voldoende tijd voor door de tijdige start. Voor het besparen van energie is een gemeente grotendeels afhankelijk van haar inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het is daarom belangrijk om deze doelgroepen goed te stimuleren om aan de slag te gaan met energiebesparing. Oss heeft binnen de campagne ‘Oss schakelt door’ meerdere laagdrempelige acties opgezet om energiebesparing te stimuleren. Zo voert de gemeente keukentafelgesprekken met bewoners over wat zij in hun huis kunnen doen, organiseren ze voucheracties, zetten ze duurzaamheidsleningen op en worden er inkoopacties t.b.v. isolatie en warmtepompen opgezet.
Ook is er een energieloket ingericht specifiek voor bewoners én specifiek voor bedrijven. Door dichtbij de doelgroep te komen, vergroot de gemeente de kans dat haar inwoners energie gaan besparen. Dergelijke laagdrempelige acties zijn zeer arbeidsintensief, maar resultaten laten ook zien dat het nodig is om inwoners in beweging te krijgen en energie te besparen. Dit plaatst gemeenten voor een dilemma: hoe kan een dergelijke kleinschalige aanpak opgeschaald worden naar de gehele gemeente? Aanvullend op de laagdrempelige acties zet Oss ook in op verschillende kanalen om deze doelgroepen te bereiken. Door niet alleen de gedrukte pers in te zetten en informatieavonden te organiseren, maar ook Twitter, Instagram en Facebook te gebruiken, vergroot Oss haar bereik. In een enquête onder haar inwoners is gebleken dat hierdoor meer inwoners bereikt worden. Wat kan Oss leren van de andere gemeenten? Breda De klimaatbegroting kan een goed instrument zijn voor andere gemeenten. Het geeft namelijk direct zicht op de acties en maatregelen die rondom de opgave moeten worden gerealiseerd. Klimaat is in de gehele organisatie verweven en komt op alle plekken terug. Een apart document kan de inzichtelijkheid in deze grote opgave versterken. De integraliteit van de opgave wordt verder geborgd doordat er wordt gewerkt met een regieteam, waarin ambtenaren uit meerdere domeinen samenkomen.
15 / 50
De gemeente is verder gestart met het werven van personeel - vooruitlopend op middelen vanuit het Rijk - om capaciteitsschaarste op te vangen. Vroeg werven betekent dat er geen projecten stop hoeven te worden gezet. ’s-Hertogenbosch ’s-Hertogenbosch is vroeg begonnen met het gesprek over de mogelijkheden voor wind- en zonne-energieprojecten. Door het opstellen van een Visie Energielandschap is direct gestart met het bespreken van mogelijke locaties voor wind- en zonne-energieprojecten en onder welke voorwaarden de gemeente dit mogelijk wil maken. De uitspraak van de raad om voor het realiseren van windturbines te gaan, heeft hierin sterk bijgedragen. Op deze manier was voor alle partijen direct duidelijk waar zij aan toe waren en is er later in het proces geen tijd meer verloren gegaan aan discussies hierover. De raad beaamt ook de positieve invloed van de vooruitstrevendheid van de gemeente en de relatieve vaart die er in een aantal projecten zit. Ook waarderen zij het dat er concrete plannen worden uitgevoerd en de raad hier periodiek over geïnformeerd wordt. Dit is van belang voor de transparantie, het houden van overzicht en het draagvlak onder inwoners.
Door het gelijk trekken van de gemeentelijke doelen voor opwek van duurzame elektriciteit, energiebesparing en warmte met de doelen van de RES NOB is voor alle partijen duidelijk waar ’s-Hertogenbosch op inzet, zowel intern als extern. De gemeentelijke organisatie weet concreet wat ze moeten realiseren de komende periode en kan scherp formuleren welke acties nodig zijn om daartoe te komen. Om nog meer helderheid te creëren, start de gemeente alvast de gesprekken over doelen voor de periode na 2030. Dit is zeer verstandig gezien de huidige knelpunten inzake netcongestie, de krappe arbeidsmarkt en de schaarse ruimte, zodat hier tijdig rekening mee gehouden kan worden. Het is belangrijk om inzichtelijk te krijgen welke impact projecten hebben op opwek, energiebesparing, warmte of CO 2uitstoot. Dan wordt duidelijk welke projecten cruciaal zijn om te realiseren en kan daar extra aandacht aan besteed worden. In ’s-Hertogenbosch wordt voor duurzame opwek van elektriciteit met name gefocust op windpark Duurzame Polder. Als het gerealiseerd wordt, maakt de gemeente in één keer een grote slag in het realiseren van de opgave duurzame opwek van elektriciteit. Door de omvang van het project hangt er veel van af, maar als het project slaagt, is het heel effectief.
Ten slotte heeft ’s-Hertogenbosch een stevige samenwerking met woningcorporaties ingericht door het sluiten van een duurzaamheidsakkoord. Dit zijn afspraken over het besparen van energie en het verduurzamen van woningen van woningcorporaties en gespikkeld bezit. Als gemeente is dit één van de weinige mogelijkheden om te kunnen sturen op energiebesparing in vastgoed waarvan de gemeente géén eigenaar is. Door deze afspraken weet de gemeente wat zij kan verwachten van haar woningcorporaties en kan zij hierop sturen. Tilburg De gemeente werkt met een programma waarin overzichtelijk is opgenomen welke projecten worden uitgevoerd en wat de invloed hiervan is op de projecten. Daarmee kan je prioriteren als gemeente: eerst dit project met veel impact, en dan pas dit project. Zo is het ook mogelijk voor de organisatie om de beperkte capaciteit en expertise efficiënt en effectief in te zetten. De wijze van monitoring maakt dat de raad regelmatig kan inzien hoe de gemeente er voorstaat, in plaats van één keer per jaar. In Tilburg is de opgave van de regio niet vertaald naar de gemeenten. In de andere drie gemeenten is dat wel gedaan. Beide aanpakken hebben voordelen en nadelen.
Het nadeel van een gemeentelijke opgave is dat gemeenten zich soms terug kunnen trekken op eigen grondgebied, of lastig kunnen uitleggen waarom in de ene gemeente de energietransitie anders vorm krijgt dan in de andere gemeente. Het voordeel van een gemeentelijke opgave is dat
16 / 50
iedere gemeente weet waar zij aan toe is. Breda, ’s-Hertogenbosch en Oss, die ieder een lokale opgave hebben vanuit de RES, kunnen wel een regionaal ontwikkelbedrijf gebruiken om toch over gemeentegrenzen heen projecten te realiseren. Zoals Tilburg dat in de toekomst ook wil doen.
2.2. Aanbevelingen Op basis van de bovenstaande conclusies doen wij de volgende aanbevelingen: 1.
Geef als raad opdracht aan het college om de doelen voor opwek van duurzame elektriciteit voor de periode na 2030 te bespreken. Oss focust bij het realiseren van de doelen voor opwek van duurzame elektriciteit op haar ‘eigen’ deel van de opgave tot 2030 en kijkt daarbij niet naar de periode na 2030. Na 2030 zal de vraag naar elektriciteit toenemen, ook voor een gemeente als Oss met een stad en een flink aantal kernen. Gezien de huidige netcongestie, de schaarse ruimte en de krappe arbeidsmarkt is het essentieel om hierbij ook alvast na te gaan denken over de toekomstige ontwikkelingen en voor zover mogelijk hierop alvast voor te sorteren. Wij raden de raad aan om hierover in gesprek te gaan met elkaar en trends en knelpunten daarbij in ogenschouw te nemen. Binnen de RES-regio wordt gesproken over het herijken van de samenwerkingsstrategie, als opmaat voor het gesprek over de doelen na 2030. Gemeentelijke gesprekken kunnen in aansluiting hierop georganiseerd worden. Bovendien is het van belang om ruimte te geven voor een goede balans tussen winden zonprojecten, zodat het elektriciteitsnet en de schaarse ruimte optimaal benut kan worden.
2.
Bouw voort als college op de ingezette koers om in de Transitievisie Warmte 2.0 meetbare en navolgbare doelen te stellen en geef als raad opdracht tot een versnelling van de warmtransitie. Momenteel is onduidelijk of de doelen in de warmtetransitie behaald gaan worden. Met het opstellen van de Transitievisie Warmte 2.0 worden doelen meer SMART geformuleerd zodat er beter gemonitord kan worden en duidelijk wordt of en welke versnelling er eventueel nodig is. Wij bevelen aan om meetbare en navolgbare doelen te stellen voor de warmtetransitie zodat in de nabije toekomst kwantitatief gerapporteerd kan worden over het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Tevens raden wij de raad aan om zodra duidelijk is geworden welke versnelling er nodig is om 7500 woningen aardgasvrij te maken voor 2030 hiertoe opdracht te geven aan het college.
3.
Kijk als raad scherp mee op de implementatie van de nieuwe CO2-monitoringssystematiek. De ambtelijke organisatie is van plan om de monitoring van CO2-reductie zelf op te gaan pakken, het is nog onbekend welke systematiek hiervoor gehanteerd gaat worden. Het doel is om de raad beter en met actuelere data te informeren. Wij raden de raad aan om de implementatie scherp in de gaten te houden, zodat dit ook aan de informatiebehoefte van de gemeenteraad voldoet. Ook is het belangrijk om duidelijk te krijgen welke sturingsmogelijkheden de nieuwe monitoringssystematiek met zich meebrengt en te bespreken als raad of dit voldoende is.
4.
Ga als college vroegtijdig met gemeente ‘s-Hertogenbosch in gesprek over de verschillende uitgangspunten over de afstandsnorm in het windproject Duurzame Polder. Momenteel hanteert de gemeente Oss het uitgangspunt dat er minimaal 2 km afstand tussen de windturbines in de Duurzame Polder en de bebouwde kom komt. ’s-Hertogenbosch heeft aangegeven dat zij sturen op minimaal 1 km. Over het algemeen leveren windturbines en de afstand tot woningen weerstand op onder inwoners. Twee verschillende afstandsnormen in hetzelfde windproject is voeding voor dergelijke discussies –
17 / 50
nog afgezien van de bestuurlijke en juridische onduidelijkheid - en zou daarom zo veel als mogelijk voorkomen moeten worden. Wij raden daarom aan om met gemeente ’s-Hertogenbosch in gesprek te gaan en te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om tot één afstandsnorm te komen en welke gevolgen een verschillende afstandsnorm kan hebben. 5.
Maak als college scherp welke stappen (aanvullend) gezet moeten worden om de doelen voor energiebesparing te halen. Voor energiebesparing heeft de gemeente nog niet scherp of zij de doelen gaan halen met de huidige projecten. Wij raden aan om scherp in beeld te krijgen wat er nodig is om deze doelen te behalen, en een plan B te maken dat uitgevoerd kan worden wanneer de doelen dreigen niet behaald te gaan worden. Daarbij is het belangrijk onderscheid te blijven hanteren tussen de verschillende doelgroepen: bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De gemeente geeft aan zelf de CO2-reductie te gaan monitoren. Wij bevelen sterk aan om de impact op de CO2-uitstoot ook inzichtelijk te maken op projectniveau zodat scherp gemaakt kan worden of de doelen voor besparing, maar ook opwek en warmte gerealiseerd worden. Dan kan prioriteit gegeven worden aan projecten met de meeste impact op de doelen en komt scherp in beeld wanneer de projecten onvoldoende zijn om de doelen te realiseren.
6.
Ga als raad in gesprek over de behoefte aan informatievoorziening over financiën per project en het detailniveau van planning per project. Financiële informatie en planningen op projectniveau zijn momenteel niet inzichtelijk voor de raad. Nu hoeft de raad geen detailinformatie over faseringen en financiën te ontvangen, maar een globaal beeld kan de raad wel helpen in de sturing. Welke tussentijdse resultaten kan de raad verwachten? Welke budgetten worden daarvoor besteed en is dat binnen de gestelde kaders of is extra budget nodig? Het ontbreken van inzicht in het uitvoeren van de projecten binnen de financiële kaders en een planning zonder tussentijdse mijlpalen maakt het moeilijk om te bepalen of er sturing nodig is. Om dit mogelijk te maken, raden wij het college aan om in overleg met de raad duidelijke afspraken te maken welke financiële informatie en detailniveau van planning gedeeld wordt met de raad. Om scherp te kunnen sturen op de voortgang in verschillende projecten is een planning met tussentijdse mijlpalen essentieel.
18 / 50
3. Kaderstelling In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de kaders die zijn gesteld voor de energietransitie. Daarbij gaat het om de doelstellingen en ambities van de gemeente en de RES-regio, de uitwerking hiervan in acties en maatregelen, de financiële kaders die zijn gesteld en de afspraken die zijn gemaakt met de raad over informatievoorziening. Het hoofdstuk is opgebouwd in drie paragrafen: de beschrijving waarin wordt ingegaan op de kaders (paragraaf 1), de analyse aan de hand van de documenten en interviews (paragraaf 2) en tot slot de toetsing aan de normen (paragraaf 3).
3.1. Kaderstelling 3.1.1. Ambities en doelen Gemeentelijke doelen Uit het Coalitieakkoord 2022-2026 komt naar voren dat de gemeente Oss vol inzet op de realisatie van de afspraken in de Regionale Energiestrategie (RES)1. Dit betekent dat de gemeente haar verantwoordelijkheid pakt in het vergroten van de opwekcapaciteit van duurzame energie en het verminderen van energiegebruik. Aanvullend zet Oss zich in om bestaande woningen aardgasvrij te maken. Inwoners, bedrijven en instellingen worden gestimuleerd en gefaciliteerd om energiebesparende maatregelen te nemen. Concreet vertaalt zich dit in: het duurzaam opwekken van 0,28TWh elektriciteit door wind- en zonne-energie voor 2030 11% energiebesparing voor 2030 het aardgasvrij maken van 7500 woningen voor 2030 het opstellen van uitvoeringsplannen voor de warmtetransitie voor alle wijken en kernen voor 2050 en een pilot voor de warmtetransitie in de Schadewijk. De doelen van de gemeente zijn verder uitgewerkt in het Programmaplan energietransitie 2023. Hierin is opgenomen dat de opgave in het kader van de RES-regio Noordoost-Brabant (RES NOB) leidend is. Verder wil de gemeente dat in 2030 11% energiebesparing is gerealiseerd (t.o.v. 2017). Bovendien werkt de gemeente aan bewustwording en educatie m.b.t. energiebesparing, maar ook in het zelf opwekken van duurzame elektriciteit2.
Voor de doelen in de warmtetransitie heeft Oss een Transitievisie Warmte opgesteld. Hierin sluiten zij aan op de landelijke doelstelling om in 2030 20% van de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken (ongeveer 7500 woningen) en in 2050 alle bestaande gebouwen3. Ten slotte heeft Oss een Uitvoeringsagenda Energiebesparing opgesteld voor 2020-2023. Deze sluit nauw aan op de Transitievisie Warmte en omvat energiebesparingsdoelen voor wonen, werken en mobiliteit. Voor ‘wonen’ gaat het naast de 7500 aardgasvrije woningen om het ondersteunen van 7 VvE’s in verduurzaming en het ondersteunen van monumenten. Voor ‘werken’ gaat het om het bieden van ondersteuning via het zakelijk loket aan 400 unieke bedrijven en bijbehorende acties4. De doelen voor ‘mobiliteit’ worden in de volgende Uitvoeringsagenda 2023-2026 nader uitgewerkt.
1
Coalitieakkoord 2022-2026
2
Programmaplan energietransitie 2023
3
Transitievisie Warmte 2021, vastgesteld 16 december 2021
4
Agenda Energiebesparing Oss 2020-2023, vastgesteld 10 maart 2020
19 / 50
Regionale doelen en aansluiting Oss behoort tot de RES-regio Noordoost-Brabant. In dit verband zijn er afspraken gemaakt over de op te wekken hoeveelheid duurzame elektriciteit, energiebesparing en het opwekken van duurzame warmte. In de RES NOB is tot doel gesteld dat de regio 49% CO2-reductie wil realiseren, middels 11% energiebesparing (1,1% per jaar) in 2030 en 21% in 2050. Daarnaast gaat de regio 1,6TWh hernieuwbare elektriciteit bijdragen aan de landelijke opgave van 35TWh5. Daarbij gaat de regio uit van 0,4 TWh aan ‘pijplijnprojecten’, 0,4 TWh aan grootschalige zon-op-dakprojecten, 0,7 TWh aan wind en zon-op-veld en 0,1 TWh is reeds gerealiseerd. Wat betreft warmte wordt er gestreefd naar het opwekken van 3PJ (0,83TWh) duurzame warmte in 2030, als opmaat naar 12,2PJ (3,38TWh) in 2050. Voor Oss heeft zich dit vertaald in een opgave van 0,28TWh opwek van duurzame elektriciteit. De regionale doelen voor opwek van duurzame elektriciteit zijn gelijk aan de lokale doelen. Van deze opgave is 0,04TWh gerealiseerd en zit 0,07TWh in de pijplijn (Klimaatmonitor 2020). Bij het opstellen van de RES NOB had de gemeente 2,5% energiebesparing gerealiseerd (Klimaatmonitor 2020). Voor de regio Noordoost-Brabant zijn er geen warmtebronnen in beeld met bovengemeentelijke potentie.
Dit betekent dat er geen warmtebronnen zijn die in meerdere gemeenten gebruikt kunnen worden voor het verwarmen van gebouwen.
3.1.2. Acties en maatregelen Uitwerking in acties en maatregelen Voor het realiseren van de doelen voor duurzame opwek houdt Oss de regierol i.p.v. het ontwikkelen van projecten op eigen initiatief. Hiervoor wordt gekeken naar zonne-energie door middel van zonnevelden en windenergie voor de resterende opgave. Voor zonnevelden heeft de raad in 2021 het vastgestelde beleid geëvalueerd en worden zonnevelden met name toegestaan op reststroken en gemengde gronden waar sprake is van meervoudig ruimtegebruik. Initiatieven voor zonnevelden op primaire landbouwgronden worden niet in behandeling genomen. Aanvullend wordt er ingezet op grootschalige zon-op-dak installaties. Daarnaast werkt Oss aan een windpark op Elzenburg de Geer en werkt zij samen met gemeente ’s-Hertogenbosch aan windproject Duurzame Polder 6. Voor Duurzame Polder is een gezamenlijk plan van aanpak opgesteld. Zowel voor wind- als zonne-energie is het uitgangspunt dat de lusten en lasten in balans zijn. Met deze projecten realiseert de gemeente ook de doelen voor duurzame opwek uit de RES NOB. Binnen deze regio is afgesproken om de verantwoordelijkheid voor de RES-opgave voor opwek van elektriciteit en energiebesparing per gemeente te verdelen. Met de Agenda Energiebesparing Oss wil de gemeente aandacht geven energiebesparing bij verschillende doelgroepen.
Er is een campagne opgezet, genaamd ‘Oss schakelt door’ die zich richt op bewoners, bedrijven en mobiliteit. Ook zijn er energieloketten ingericht voor bewoners, Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) en bedrijven, er worden advies- en inkoopacties opgezet en onderzoeken uitgevoerd. De activiteiten in het programma worden steeds meer afgestemd op de warmtetransitie. Ook de aanpak van energiearmoede valt hieronder, net als het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. In de warmtetransitie pakt Oss de regierol: de gemeente bepaalt vanuit het (toekomstig) wettelijk kader de randvoorwaarden waaronder de gebouwde omgeving aardgasvrij wordt, in welk tempo dit gebeurt en welke partijen hierbij betrokken worden. Voor de uitvoering kiest de gemeente voor een wijk-voor-wijkaanpak, waarbij de Schadewijk als pilotwijk is geselecteerd om van te leren voor de rest van de gemeente. Daarbovenop stimuleert de gemeente
5
RES Noordoost-Brabant 1.0, vastgesteld 9 juni 2021
6
Raadsinformatiebrief Duurzame Polder, vastgesteld 29 januari 2021
20 / 50
woningeigenaren om alvast aan de slag te gaan met het verduurzamen van hun eigen woning en is in een duurzaamheidsakkoord met de woningcorporaties afgesproken om sociale huurwoningen duurzaam te maken 7. Financiële kaders Voor de uitvoering van de gemeentelijke doelen is voor 2023 een begroting opgesteld voor de externe kosten. Dit is opgenomen in het programmaplan 8. Daarbij gaat het zowel om doelen vanuit de RES als vanuit de Transitievisie Warmte. Actie Extern advies Duurzame Polder Externe projectleider Elzenburg de Geer Extern advies t.b.v. warmtetransitie
Post € 400.000,-€ 25.000,-€ 150.000,--
Energiebesparingsactiviteiten Programmamanagement, communicatie en monitoring Totaal
€ 500.000,-€ 275.000,-€ 1.350.000,--
Voor 2023 heeft de gemeente aangegeven dat de kosten voor de uitvoering gedekt zijn. Voor de warmtetransitie is nog € 360.000,-- beschikbaar en voor energiebesparing nog € 260.000,--, dit is resterend budget van 2022. Voor de overige kosten is financiering voorzien uit het Duurzaamheidsfonds. Voor de verduurzaming van het eigen Osse vastgoed zijn er in 2022 extra middelen à € 4 miljoen ter beschikking gesteld om de verduurzaming van het eigen en maatschappelijk vastgoed te versnellen9. Voor de voorbereiding van het windpark Duurzame Polder – ruimtelijke besluitvormingsprocedures – heeft de gemeente zich bereid gesteld om € 250.000,-- voor te financieren, net als gemeente ‘s-Hertogenbosch en provincie Noord-Brabant10. Oss heeft dit gefinancierd vanuit de reserves. De partijen zetten zich in om deze kosten te verhalen bij de ontwikkelaar van het park. Indien het verhalen van de kosten niet lukt, worden de kosten gelijkelijk verdeeld over de drie partijen. Bovendien heeft de provincie aangegeven maximaal € 2 miljoen voor te financieren tot en met de uitvoering van de plan-MER. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat is bereid om aan de gemeente een bedrag van € 125.000,-- beschikbaar te stellen in het kader van een doelmatige energievoorziening.
Oss ontvangt vanaf 2023 ongeveer € 1,5 miljoen aan Rijksmiddelen voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid voor een periode tot en met 2025. Het (voorlopige) voorstel is om dat te besteden aan: het opschalen van de huidige projecten in het Energiebesparingsprogramma het opzetten van nieuwe energiebesparingsprojecten waarmee een versnelling van de warmtetransitie wordt gerealiseerd een reservepost voor de duurzame energie opwek projecten extra capaciteit om opschaling te kunnen realiseren onvoorziene kosten. Daarbovenop kan Oss aanspraak maken op € 300.000,-- uit het Nationaal Isolatieprogramma. Daarnaast is er in 2022 een bijdrage van € 536.000,-- toegezegd voor de uitvoering van het Klimaatakkoord en ongeveer € 1,7 miljoen voor de bestrijding van energiearmoede11.
7
Duurzaamheidsakkoord 2019-2025, 28 november 2019
8
Programmaplan energietransitie 2023
9
Jaarverslag 2022, gepubliceerd 24 mei 2023
10
Raadsinformatiebrief Duurzame Polder, vastgesteld 29 januari 2021
11
Programmaplan energietransitie 2023
21 / 50
Naast de financiële begroting is in het programmaplan ook opgenomen wat de benodigde capaciteit is. Met de bestaande formatie kan Oss werken aan de doelen voor energiebesparing, duurzame opwek van elektriciteit, de samenwerking binnen de RES NOB en de warmtetransitie. Planning Voor de projecten Duurzame Polder, Elzenburg de Geer, zonnedaken, zonnevelden, onderzoek aardwarmte en de acties uit de Energiebesparingsagenda is in het Programmaplan energietransitie 2023 een planning opgesteld. Het detailniveau van de deelplanning verschilt. Zo is voor windpark Elzenburg de Geer alleen het streven naar de bouw voor 2022 aangegeven, terwijl voor windpark Duurzame Polder een aantal stappen is gespecificeerd en voor het opstellen van de Transitievisie Warmte data zijn genoemd voor het aanbieden van stukken aan het college en de raad. Subonderdelen zoals een nota over financiële participatie bij grootschalige opwekking en het verduurzamen van monumenten zijn apart in de planning opgenomen. Voor enkele projecten is de deadline en planning nog nader te bepalen en sommige acties zijn doorlopend12. In de begroting is voor de thema’s duurzame opwek, warmtetransitie en energiebesparing ook een aantal deadlines aangegeven13. Per thema is voor een aantal projecten deadlines gesteld.