Oss_Corellistraat_10_BP_TOELICHTING_Hoofdrapport_231123 (2)
Tekst van het document
Bestemmingsplan Corellistraat 10 Oss – 2023 Vastgesteld Toelichting
Gemeente Oss IDENTIFICATIECODE: NL.IMRO.0828.BPcorellistross10-VG01 STATUS: ONTWERP VASTGESTELD
DATUM: 6 JUNI 2023 25 JANUARI 2024
1
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING 1
2
3
4
5
6
7
8 9
INLEIDING 4 1.1 Aanleiding 4 1.2 Plangebied 4 1.3 Geldend bestemmingsplan 5 BESTAANDE SITUATIE 7 2.1 Bedrijventerrein Euterpelaan 7 2.2 Plangebied Corellistraat 10 9 BEOOGDE SITUATIE 11 3.1 Euterpepark Oss 11 3.1.1 Wenkend perspectief gemeente Oss ....................................... 11 3.1.2 Ruimtelijke karakteristiek ................................................... 11 3.1.3 Functionele karakteristiek ................................................... 14 3.2 Plangebied Corellistraat 10 15 3.2.1 Ruimtelijke karakteristiek ................................................... 15 3.2.2 Functionele karakteristiek ................................................... 19 RUIMTELIJK BELEIDSKADER 23 4.1 Wettelijk kader 23 4.2 Rijksbeleid 24 4.3 Provinciaal beleid 27 4.4 Gemeentelijk beleid 29 4.5 Verantwoording 36 4.5.1 Wonen .......................................................................... 36 4.5.2 Ladder voor duurzame verstedelijking .....................................
43 OMGEVINGS- EN MILIEUASPECTEN 45 5.1 Bedrijven en milieuzonering 45 5.2 Mobiliteit en parkeren 51 5.3 Geluid 57 5.4 Trillingen 64 5.5 Luchtkwaliteit 65 5.6 Geurhinder 67 5.7 Externe veiligheid 68 5.8 Straling 74 5.9 Bodem 74 5.10 Water 75 5.11 Archeologie en cultuurhistorie 77 5.12 Natuur 78 5.13 Defensie 81 5.14 Milieueffectrapportage (m.e.r.) 82 TOELICHTING OP DE REGELS 83 6.1 Algemeen 83 6.2 Regels 83 HANDHAVING 86 7.1 Beleidskader 86 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma 86 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht 87 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 88 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 89 9.1 Maatschappelijke aspecten 89 9.2 Procedurele aspecten 91
2
REGELS VERBEELDING BIJLAGEN 1.
GELUID – AKOESTISCH ONDERZOEK WEG- EN RAILVEKEER
2.
GELUID – AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI
3.
GEUR – TOETSING GEURIMMISSIE CONCENTRATIE
4.
TRILLINGEN – ONDERZOEK TRILLINGSHINDER SPOOR
5.
BODEM – VERKENNEND- EN EINDSITUATIE BODEMONDERZOEK EN ASBESTONDERZOEK IN BODEM
6.
ECOLOGIE – QUICKSCAN FLORA & FAUNA
7.
ECOLOGIE – NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN
8.
ECOLOGIE - STIKSTOFBEREKENING AERIUS 2023.0.1
9.
EXTERNE VEILIGHEID – KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA)
10.
NOTA VAN ZIENSWIJZEN EN WIJZIGINGEN
3
1
1.1
INLEIDING
Aanleiding
Corellistraat Oss BV is voornemens om de percelen van de (voormalige) laboratoriumschool en het aangrenzende groothandelsbedrijf Van Dijk, gelegen op het bedrijventerrein Euterpelaan in Oss, te transformeren naar een gebied met zowel woningen als ruimten voor – met de woonfunctie verenigbare – werkzaamheden en voorzieningen. Concreet is het plan om de bestaande opstallen te slopen en op de vrijkomende gronden een aantal woongebouwen te realiseren met daarbinnen in totaal 201 appartementen en een (bruto) vloeroppervlak van in totaal circa 2.032 m2 ten behoeve van kleinschalige (ambachtelijke) werkzaamheden alsmede commerciële en/of maatschappelijk georiënteerde voorzieningen, een en ander inpasbaar binnen de lichte bedrijfs- c.q. milieucategorieën. Voornoemd oppervlak is met inbegrip van circa 490 m2 werk-aan-huis ruimte, gekoppeld aan 10 woonunits, waarbinnen de combinatie van wonen en werken mogelijk wordt gemaakt. Het plan biedt bij dit alles geen ruimte voor vestiging van zelfstandige kantoren en/of detailhandel. Aansluitend zullen binnen het plangebied de bijbehorende bestemmingen als groen en parkeren worden aangelegd. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Euterpelaan Oss 2013’. Een herziening van dit bestemmingsplan is dan ook nodig om het initiatief te kunnen realiseren.
Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling in juridisch-planologische zin mogelijk.
1.2
Plangebied
Het plangebied ‘Corellistraat 10’ bevindt zich in de westelijke zone van het bedrijventerrein Euterpelaan, gelegen ten zuiden van de spoorlijn Nijmegen - ’s-Hertogenbosch. Het plangebied wordt aan ontsloten door de Corellistraat aan de westelijke zijde en door de Sweelinckstraat aan de oostelijke zijde. Binnen het plangebied betreft de laboratoriumschool de percelen aan de Corellistraat 6-10 en is het bedrijf Van Dijk georiënteerd op de Sweelinckstraat 3-5. Een topografisch overzicht van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. Figuur 1.1: Topografisch overzicht plangebied Corellistraat 10 (Bron: PDOK).
4
1.3
Geldend bestemmingsplan
Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan ‘Corellistraat 10 Oss – 2022’ geldt binnen het plangebied het volgende (en daarmee vigerende) bestemmingsplan: Naam bestemmingsplan
Datum vaststelling
Bedrijventerrein Euterpelaan Oss 2013
4 juni 2015
Op grond van het vigerende bestemmingsplan geldt voor de percelen aan de Corellistraat 6-10 de bestemming ‘Gemengd-1’ met inbegrip van de functieaanduiding ‘Kantoor uitgesloten’ en is voor het deelgebied aan de Sweelinckstraat 3-5 de bestemming ‘Gemengd-2’ van toepassing. Bestemming ‘Gemengd-1’ De bestemming ‘Gemengd-1’ is bedoeld voor de buitenste schil van het bedrijventerrein Euterpelaan. Binnen deze schil is een diversiteit aan functies toegestaan. Specifiek voor het deelgebied Corellistraat 6-10 zijn in beginsel de volgende functies bij recht mogelijk: ˗ Detailhandel (in ABC goederen, reguliere detailhandel is niet toegestaan). ˗ Dienstverlening. ˗ Cultuur en ontspanning. ˗ Maatschappelijk, waarbij theorieonderwijs niet is toegestaan maar praktijkonderwijs wel. ˗ Bedrijven genoemd in de categorieën 1 en 2 van de milieuzoneringslijst, zijnde geluidzoneringplichtige en risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven, zijn uitgesloten. ˗ Vestiging zelfstandig kantoor is uitgesloten. ˗ Parkeervoorzieningen Aansluitend zijn binnen Gemengd-1 de volgende functies toegestaan: ˗ Nutsvoorzieningen. ˗ Aan de hoofdfunctie ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Afgestemd op de bestemmingsdoeleinden mag het bestemmingsvlak, tevens bouwvlak, tot maximaal 75% worden bebouwd.
Als maximum bouwhoogte geldt hier een hoogte van 12 m., met een maximum goothoogte van 6,5 m. Bestemming ‘Gemengd-2’ De bestemming ‘Gemengd-2’ is bedoeld voor het binnengebied van het bedrijventerrein Euterpelaan. Op dit binnenterrein zijn bedrijvigheid, de bestaande bedrijfswoningen en perifere detailhandel toegestaan. Specifiek voor het deelgebied Sweelinckstraat 3-5 zijn in beginsel de volgende functies bij recht mogelijk: ˗ Detailhandel (in ABC goederen, reguliere detailhandel is niet toegestaan). ˗ Dienstverlening, waarbij uitsluitend een afhaalpunt internetverkoop is toegestaan. ˗ Bedrijven genoemd in de categorieën 1 t/m 3.1 van de milieuzoneringslijst, waarbij risicovolle en geluidzoneringsplichtige inrichtingen, vuurwerkbedrijven en zelfstandige kantoren zijn uitgesloten. ˗ Parkeervoorzieningen. Aansluitend zijn binnen Gemengd-1 de volgende functies toegestaan: ˗ Nutsvoorzieningen. ˗ Aan de hoofdfunctie ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Afgestemd op de bestemmingsdoeleinden mag het bestemmingsvlak, tevens bouwvlak, tot maximaal 75% worden bebouwd. Als maximum bouwhoogte geldt hier een hoogte van 12 m., met een maximum goothoogte van 6,5 m.
5
Aansluitend laat het vigerend bestemmingsplan geen functies binnen de sector gezondheidszorg toe. Kort samengevat omvat de beoogde ontwikkeling strijdigheden met zowel de vigerende bestemmingsdoeleinden, als de binnen het plangebied toegestane positioneringen (bouwvlakken) en maatvoeringen met betrekking tot de toegestane bebouwing. De strijdigheid met vigerende bestemmingsdoeleinden betreft met name het toevoegen van (reguliere) woningen binnen het plangebied en vormt de beoogde inbreng van commerciële en/of maatschappelijk georiënteerde voorzieningen, een en ander inpasbaar binnen de lichte bedrijfs- c.q. milieucategorieën, in beginsel geen planologische strijdigheid. Om het plan Corellistraat 10 als totale ontwikkeling mogelijk te maken is het noodzakelijk het bestemmingsplan voor de betreffende gronden te herzien. Na inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest het vigerende bestemmingsplan, binnen het plangebied Corellistraat 10, haar rechtskracht.
6
2
2.1
BESTAANDE SITUATIE
Bedrijventerrein Euterpelaan
Grenzend aan de spoorlijn Den Bosch – Nijmegen bevindt zich het bedrijventerrein Euterpelaan e.o.. Het bedrijventerrein vormt in zijn ruimtelijke positionering onderdeel van de ‘centrale spoorzone’ van Oss. Het terrein heeft een gemêleerd karakter, waar plaats is voor zowel lichte als zwaardere bedrijvigheid, woon-werkpercelen, logistiek, perifere en grootschalige detailhandel en enkele maatschappelijke functies, zoals fitness en een kinderdagverblijf. De bebouwing op het bedrijventerrein stamt overwegend uit de jaren ‘70 en ’80 van de vorige eeuw. Vanaf deze periode zijn in de daaropvolgende jaren op individuele kavels enkele nieuwe panden herrezen. Hoewel deze panden in combinatie met enkele oudere panden weliswaar een meer gemêleerd straatbeeld opleveren, kan de algehele beleving van het gebied als rommelig en verouderd worden ervaren. Ruimtelijke karakteristiek Bedrijventerrein Euterpelaan e.o. heeft een orthogonale opzet die haaks op de spoorlijn staat. De kavel- en plotstructuur ontlenen hun vorm niet aan de historische onderlaag, maar zijn opgezet vanuit een functioneel gedachtegoed. Ter hoogte van de Obrechtstraat, in de noordoostelijke hoek van het bedrijventerrein, vormt de oude niet-orthogonale laanstructuur nog een relict uit de periode van voor de ontwikkeling van het gebied. Figuur 2.1: Bestaande kavelstructuren en morfologische opbouw (Bron: KCAP).
Het bedrijventerrein heeft een aantal zones met een eigen beeldmerk en identiteit. De oostkant (zone 4) wordt gevormd door grote bedrijfskavels met kloeke bebouwing. Het beeld aan de spoorzijde (zone 1) vertaalt zich daarentegen naar kleinschalige individuele woon/werk kavels met bedrijfsgebouwen op het achterterrein. De woonbebouwing in deze eerste lijn aan het spoor, kenmerkt zich voornamelijk door laagbouw (1-2 lagen met kap). Het kerngebied (zone 2) wordt gekenmerkt door een sterke dynamiek in kavel-/korrelgrootte. Aan de Euterpelaan (zone 3) wordt het beeld gedomineerd door een reeks aaneengeschakelde platte volumes, die de weg flankeren.
7
Figuur 2.2: Zones binnen het bedrijventerrein Euterpelaan (Bron: KCAP).
Het bedrijventerrein ligt ingebed tussen spoor en woonwijken, die voornamelijk in de jaren ’70 van de vorige eeuw zijn ontwikkeld. De hoogteopbouw van zowel het bedrijventerrein als de omliggende woonwijken is relatief monotoon, een enkele uitzondering daar gelaten. Een beperkt aantal doorzichten borgen de visuele connectiviteit van het bedrijventerrein met de omgeving. Figuur 2.3: Bestaande hoogteopbouw en doorzichten bedrijventerrein Euterpelaan (Bron: KCAP).
Met de auto is het centrale deel van het bedrijventerrein te bereiken via drie entrees: ˗ Corellistraat, ˗ Rossinistraat. ˗ Palestrinastraat. Omdat er geen doorgaande routes door het bedrijventerrein lopen is het gebied relatief verkeersluw en is hier vooral bestemmingsverkeer. Het hoofdnetwerk binnen het bedrijventerrein wordt gevormd door een 2-tal verkeerslussen; [1] de lus Corellistraat, Rossinistraat, Palestrinastraat en Willaertstraat en [2] de lus Olbrechtstraat, Palestrinastraat. Het fietsnetwerk vormt een fijnmazig geheel dat het plangebied met omliggende woonwijken verbindt. Parallel aan de Euterpelaan ligt de snelfietsroute (F59) van waaraf het bedrijventerrein te bereiken is.
8
Figuur 2.4: Netwerk van auto-, fiets,- en looproutes met parkeren in openbare ruimte (Bron: KCAP).
Aanpalend aan de inkadering van infrastructuren wordt het bedrijventerrein Euterpelaan omringd door woonwijken die voornamelijk in de jaren ’70 van de vorige eeuw zijn ontwikkeld. Door het bedrijventerrein lopen geen doorgaande routes en is het verkeer binnen dit gebied voornamelijk bestemmingsverkeer. Functionele karakteristiek Het bedrijventerrein Euterpelaan e.o. huisvest een breed pallet aan functies, variërend van (bedrijfs)woningen tot aan bedrijfsmatig georiënteerde functies als logistiek, industrie en ambacht alsmede leisure, zorg en dienstverlening. Er is geen sprake van een duidelijke clustering van functies, maar meer van een ‘confetti aan bedrijvigheid in een rommelige ruimte’. Het bedrijventerrein kent daarnaast weinig tot geen kwalitatief groen. Ruimte om water te bufferen en/of te laten infiltreren is niet of nauwelijks aanwezig.
2.2
Plangebied Corellistraat 10
Het plangebied ‘Corellistraat 10’ bevindt zich in het westelijke deel van zone 1 van het bedrijventerrein Euterpelaan e.o.. Het plangebied wordt aan ontsloten door de Corellistraat aan de westelijke zijde en door de Sweelinckstraat aan de oostelijke zijde. De ligging van het plangebied en omgeving is weergegeven in figuur 2.5. Figuur 2.5: Luchtfoto plangebied Corellistraat 10 (Bron: Google Earth).
9
Binnen het plangebied betreft de laboratoriumschool de percelen aan de Corellistraat 6-10 en is het bedrijf Van Dijk georiënteerd op de Sweelinckstraat 3-5. Gerelateerd aan het plangebied bevinden zich in de huidige situatie 8 parkeerplaatsen, gelegen op het perceel van Van Dijk. Figuur 2.6: Luchtfoto plangebied, gezien vanaf de zijde van de Sweelinckstraat (Bron: KCAP).
Het plangebied ‘Corellistraat 10’ staat kadastraal bekend als Oss, sectie L, nummers 2072 en 2074 met een gezamenlijk oppervlak van circa 13.934 m2. De kadastrale kaart van het plangebied is opgenomen in figuur 2.7. Figuur 2.7: Kadastraal overzicht plangebied (Bron: PDOK).
10
3
BEOOGDE SITUATIE
3.1
Euterpepark Oss
3.1.1
Wenkend perspectief gemeente Oss
De gemeenteraad van Oss heeft op 27 januari 2022 de gebiedsvisie Euterpepark1 vastgesteld, met als subtitel ‘Wenkend perspectief: het nieuwe wonen en werken’. Hiermee heeft de gemeente haar ambities vastgelegd om het bedrijventerrein Euterpelaan ingrijpend te gaan transformeren. Tot de vertrekpunten voor deze visie behoort dat een groot deel van het huidige terrein verouderd is en er is sprake van zwaardere bedrijven, die daar eigenlijk niet op hun plek zijn. Daarnaast is binnen het bedrijventerrein, met zowel woon- als werkpercelen, de component wonen ondergeschikt, terwijl daar in Oss juist veel vraag naar is. Sinds 2011 wordt er al gesproken over een revitalisering van het bedrijventerrein Euterpelaan e.o., maar dienden zich nog geen concrete plannen aan bij de gemeente Oss. In 2018 kwam er schot in de zaak toen er een initiatiefplan kwam voor (in eerste instantie) de locatie van de laboratoriumschool. Dit initiatiefplan, geworden tot het voorliggende plan Corellistraat 10, is meegenomen in de totaalvisie voor het beoogde Euterpepark, zoals dat nu op tafel ligt. Met het vaststellen van de gebiedsvisie bevestigt de gemeente dat het toevoegen van een hoogwaardig programma van woon- en werkfuncties, naast ruimtelijke kwaliteit, essentieel zijn voor de toekomst van Euterpepark.
De beoogde – en door de gemeente Oss ook gewenste transformatie van het bedrijventerrein naar een gemengd stedelijk gebied zal geleidelijk plaatsvinden. De gebieds- c.q. ontwikkelvisie is dan ook vastgesteld voor de langere termijn. Een ‘wenkend perspectief’ dat verandering mogelijk maakt en zelfs stimuleert. Een nadere uiteenzetting van de gebiedsvisie Euterpepark is opgenomen in navolgende subparagrafen en in paragraaf 4.4 ‘Gemeentelijk beleid’.
3.1.2
Ruimtelijke karakteristiek
Via de gebiedsvisie geeft de gemeente Oss aan dat het Euterpepark niet vraagt om een traditioneel stedenbouwkundig plan met blauwdruk hoe het gebied er over 20 jaar uit ziet. Er is dan ook geen sprake van een eindbeeld, maar van een streefbeeld waarin het gebied zich telkens blijft ontwikkelen en vernieuwen binnen het raamwerk, waarin ambities en uitgangspunten zijn vastgesteld. Het is niet alleen een raamwerk, het gebiedsconcept is bovenal een richtinggevend toekomstperspectief voor de transformatie naar een aantrekkelijk woon- en werkgebied in Oss. Ondanks dat de gebiedsvisie nog geen exacte verschijningsvorm omvat, biedt de visie wel inzicht in de voorgestane identiteit, korrel en globale programmering van het beoogde Euterpepark. Het voorgestane raamwerk vertrekt vanuit de huidige hoofdstructuur van het gebied. In dit raamwerk zijn onder andere de ontsluiting voor de auto en de entrees van het gebied vastgelegd. Een bijzonder onderdeel van het raamwerk wordt de Groene loper, de ruggengraat van Euterpepark. Het betreft hier een groen netwerk, ofwel een fijnmazige samenspel van verblijfsplekken, straatjes, pleinen, parken, plantsoenen, gelegen tussen station Oss West en het Sibeliuspark.
1 De gebiedsvisie ‘Gebiedsconcept Euterpepark Oss [NL], Raamwerk transformatie bedrijventerrein Euterpelaan e.o.’ is
opgesteld door KCAP Architects & Planners, in opdracht van de gemeente Oss.
11
Figuur 3.1: Groene loper Euterpepark (Bron: KCAP).
Het Euterpepark zal zich op organische wijze en in meerdere opeenvolgende fasen ontwikkelen, waarbij het ‘verkleuren’ binnen het beoogde raamwerk dient plaats te vinden. Belangrijk is dat de in het raamwerk opgenomen doorwaadbaarheid geborgen blijft door het continueren van de groene loper c.q. de groene ruggengraat van Euterpepark. De in de gebiedsvisie opgenomen (indicatieve) fasen van de voorgestane gebiedsontwikkeling is weergegeven in figuur 3.2, gevolgd door het zogenoemde ‘wenkend perspectief’ in figuur 3.3. Zoals uit figuur 3.2 blijkt, maakt het voorliggende plan ‘Corellistraat 10’ deel uit van fase 1 in de vorming van Euterpepark. Figuur 3.2: Eerste (indicatieve) fasen gebiedsontwikkeling Euterpepark (Bron: KCAP).
12
Figuur 3.3: Wenkend perspectief Wonen en Werken Euterpepark (Bron: KCAP).
Hoogteopbouw en hoogteaccenten Aan de realisatie van de in de gebiedsvisie benoemde ambities en doelstellingen hecht de gemeente een groot en algemeen dienend maatschappelijk belang. Het realiseren van het niet alleen gewenste maar ook noodzakelijk geachte programma binnen het beschikbare gebied brengt op voorhand met zich mee dat bebouwing, hoger dan nu aanwezig, onvermijdelijk is. Met inachtname van het voorgaande is in de gebiedsvisie opgenomen dat beoogde hoogteopbouw van het Euterpepark vertrekt vanuit het huidige, kleinschalige woonmilieu aan de spoorzone. Vanuit dit front volgt een subtiele hoogteopbouw, die zich als apotheose uit aan de brede opzet van de Euterpelaan. De hoogteopbouw - met enkele hoogteaccenten als uitzondering - volgt de maat, schaal en korrel van de eveneens in de visie opgenomen karaktergebieden (zie paragraaf 3.1.3). De in de gebiedsvisie voorgestane hoogteopbouw is nader gevisualiseerd in figuur 3.4. Figuur 3.4: Voorgestane hoogteopbouw Euterpepark (Bron: KCAP).
13
Aansluitend hierop heeft de gemeente in de gebiedsvisie, onder het aspect ‘Landmark & hoogteaccent’, aangegeven dat op prominente plekken binnen Euterpepark hoogteaccenten mogelijk en ook gewenst zijn. Dit om de gebieds- en stedenbouwkundige waarde van de betreffende plek te markeren. In haar gebiedsvisie is de gemeente in dit opzicht op basis van zorgvuldige overwegingen vanuit verschillende invalshoeken, zowel functionele als ruimtelijke, gekomen tot de nu voorliggende opbouw van massa en hoogte binnen Euterpepark. Dit met inbegrip van het positioneren van enkele hoogteaccenten op prominente plekken binnen Euterpepark, waartoe de gebiedsentree aan de Corellistraat behoort. De hoogteopbouw binnen Euterpepark volgt in basis de maat, schaal en korrel van de voorgestane karaktergebieden binnen dit park, maar zijn in de gebiedsvisie enkele hoogteaccenten op specifiek genoemde plekken als uitzondering opgenomen. Deze uitzonderingen verbinden, zoals gemotiveerd in de gebiedsvisie, de bebouwing op een kwalitatieve wijze met de openbare ruimte in dit gebied. Concreet heeft de gemeente onder meer de gebiedsentree aan de Corellistraat, deel uitmakend van het plan Corellistraat 10, in haar gebiedsvisie benoemd als plek waar een hoogteaccent gewenst is (zie figuur 3.5). Figuur 3.5: Hoogteaccenten gebiedsvisie Euterpepark.
3.1.3
Functionele karakteristiek
Binnen het ruimtelijke raamwerk worden in de gebiedsvisie Euterpepark drie functionele zones c.q. karaktergebieden onderscheiden: 1. De Stedelijke Etalage Deze zone vormt de meest stedelijke en gemengde rand langs de Saal van Zwanenbergsingel en de Euterpelaan. In deze zone bevinden zich naast woon en werkprogramma’s ook publieke en commerciële voorzieningen. De bebouwing is georganiseerd in een plint met voorzieningen met daarop verticale volumes met woningen en kantoren. De bouwhoogte kan variëren van 4-8 lagen. Hoogteaccenten zijn voorzien op de hoek van de Saal van Zwanenbergsingel en de Euterpelaan, en bij de entree aan de Rossinistraat. 2. Kleinschalig Gemengd Deze zone vormt het kerngebied van het Euterpepark. De kavels hebben een optimale maat om een divers programma van kleine en grotere gebouwen en blokken te huisvesten. Hoogte is in het kerngebied variëren tussen de 3 en de 6 lagen met uitzondering van incidentele hoogteaccenten.
14
3. De Willaertstraat zone Deze zone bestaat voornamelijk uit bestaande woningen en kleinschalige bedrijven langs het spoor aan de Willaertstraat. In deze zone is de overwegende bouwhoogte beperkt tot circa 3 lagen. Ontwikkeling op deze locatie zal naar verwachting beperkt blijven, maar ook binnen deze zone is vernieuwing zeker denkbaar. De positionering van de 3 zones, met inbegrip van de gewenste hoogteaccenten, is weergegeven in figuur 3.6. Figuur 3.6: Karaktergebieden Euterpepark: programmatische zonering (Bron: KCAP).
3.2
Plangebied Corellistraat 10
3.2.1
Ruimtelijke karakteristiek
Het plan Corellistraat 10 betreft de sloop van de bestaande opstallen binnen het plangebied, gevolgd door nieuwbouw van meerdere bouwvolumes met verschillende bouwhoogten binnen de plangrenzen. Basis voor de concrete invulling van het voorliggende plan vormt de gebiedsvisie Euterpepark, zoals vastgesteld door de gemeente Oss, met inachtname van de daarin opgenomen en gewenste hoogteaccenten. De projectie van het plangebied Corellistraat 10 op de (groene) onderlegger uit deze gebiedsvisie is weergegeven in figuur 3.7.
15
Figuur 3.7: Locatieaanduiding plangebied Corellistraat 10 op (groene) onderlegger gebiedsvisie Euterpepark.
De planvorming betreft de realisatie van 4 bouwvolumes met daarbinnen in totaal 201 appartementen en een (bruto) vloeroppervlak van circa 2.032 m2 voor het beroepsmatig uitvoeren van werkzaamheden alsmede voor maatschappelijke en/of commercieel georiënteerde voorzieningen. In de plint van de gebouwen is binnen dit alles voorzien in 10 (gecombineerde) woon-werk units. De concrete invulling van het inrichtings- en bouwplan voor het plangebied Corellistraat 10 is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: ˗ Creëren van leesbare en samenhangende bouwdelen c.q. -volumes. ˗ Bouw van afzonderlijke bouwdelen op kelderbak. ˗ Bouwdelen onderling verbinden via doorwaadbare binnentuin (geen gesloten binnengebied). ˗ Realisatie van losstaand bouwdeel (D, zie figuur 3.8) met sociale-sector woningen. ˗ Vorming van een eenduidig karakter, ondanks verschillen in programma en marktsegmenten. ˗ Ondergronds parkeren vormt een nadrukkelijk doel. ˗ Positionering bouwvolumes op passende wijze afgestemd op heersende milieucontouren.
16
Figuur 3.8: Opzet inrichtings- en bouwplan Corellistraat 10 (Bron: Ingenieursburo AKM).
Een nadere specificatie van de in het bouwplan opgenomen differentiatie in bouwhoogten is weergegeven in figuur 3.9. Figuur 3.9: Differentiatie bouwhoogten (aantal bouwlagen) bouwplan Corellistraat 10.
Bron: Ingenieursburo AKM.
17
Getoetst aan de gebiedsvisie kan worden gesteld dat de basisopzet van het plan Corellistraat 10 in lijn is met de beoogde invulling van planlocaties, in de gevallen waarbij de component Wonen dominant is in de planvorming (zie figuur 3.10). Figuur 3.10: Gebiedsvisie Euterpepark: woning dominant (Bron: KCAP).
Figuur 3.11: Hoogteopbouw plan Corellistraat 10 (Bron: Ingenieursburo AKM).
Wanneer de voorgenomen hoogteopbouw van het plan Corellistraat 10 (zie figuur 3.11) wordt vergeleken met de in de gebiedsvisie voorgestane opbouw inclusief gewenste hoogteaccenten (zie eerder figuur 3.4 en figuur 3.5), kan worden gesteld dat het plan in lijn is met de visie, met begrip van de daarin opgenomen visie op bouwhoogten en de positionering van hoogteaccenten. Tot slot zijn in figuur 3.12 een tweetal impressies opgenomen, waarmee de beeldkwaliteit van de beoogde invulling van het plangebied, gezien vanaf de zijde van de Corellistraat (links) en de Sweelinckstraat (rechts), is weergegeven. Figuur 3.12: Eerste impressies beeldkwaliteit plan Corellistraat 10 (Bron: Ingenieursburo AKM). Zijde Corellistraat
Zijde Sweelinckstraat
18
3.2.2
Functionele karakteristiek
De voorgenomen gebruiksfuncties binnen het plan Corellistraat 10 betreffen wonen, werken en voorzieningen. De beoogde voorzieningen, die commercieel en/of maatschappelijk georiënteerd kunnen zijn, dienen – net als het werken - verenigbaar te zijn met de woningen in hetzelfde bouwvolume c.q. deel van het plangebied. Daarnaast dient (uiteraard) ook de woonfunctie binnen het plan verenigbaar te zijn met de beoogde gebruiksfuncties op het vlak van werken en voorzieningen. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 201 woningen en in een vloeroppervlak van in totaal circa 2.032 m2 vbo ten behoeve van de zowel maatschappelijk als commercieel georiënteerde gebruiksfuncties. Meer concreet is voorzien in de volgende gebruiksfuncties: ˗ Sport Medisch Centrum: een medische trainingsinstelling waar verschillende vormen van zorg te krijgen zijn zoals fysiotherapie, manuele therapie en revalidatietraining en fitness. ˗ Daghoreca, zoals bijvoorbeeld een lunchroom of theehuis. ˗ Licht-ambachtelijke activiteiten op kleinschalig niveau, zoals bijvoorbeeld een kunstatelier al dan niet direct verbonden aan de eigen woning. In de plint van de beoogde gebouwen is in dit opzicht voorzien in 10 woon-werk units.
De maatschappelijk en commercieel georiënteerde gebruiksfuncties zijn, naast de eveneens aldaar geboden mogelijkheden tot wonen, geprojecteerd in de plint van de gebouwen binnen het plan Corellistraat 10. Een nader overzicht van het inrichtingsplan met betrekking tot voornoemde plint is gegeven in figuur 3.13. Figuur 3.13: Inrichtingsplan begane grondniveau (plint) (Bron: Ingenieursburo AKM).
Functie 1: Sport Medisch Centrum. Functie 2: Horeca categorie-3. Functie 3: Wonen / Werken, alleen mét wonen. Functie 4: Klein ambacht mogelijk zonder Wonen. Functie 5: Alleen Wonen.
Wonen De woningen betreffen zowel koop- als huurwoningen, gericht op de marktsegmenten ‘goedkoop’, ‘midden’ en ‘duur’. Van de 201 beoogde woningen komen 53 woningen op de markt als koopwoning en zijn 148 woningen gericht op de huursector, waarvan 67 in de sociale sector. Van het totale aantal woningen binnen het plan Corellistraat komt daarmee 33% beschikbaar als sociale huurwoning. Ten aanzien van de betaalbaarheid van de woningen kan tevens worden vermeld dat de categorie middenhuur binnen dit plan (25 woningen, circa 12,5%) een kale huur
19
betreft van minder dan € 1.000,00 per maand (prijspeil 2023). Het planconcept richt zich daarmee op een brede doelgroep, waarin zowel jongeren (starters) als kleinere huishoudens, waaronder ouderen (doorstromers) zijn vertegenwoordigd. Als totaal is de doelgroep daarbij verdeeld over alle inkomensgroepen. Tabel 3.1 geeft een overzicht van de verschillende typen woningen, gekoppeld aan het (gemiddeld) gebruiksoppervlak per woningtype. Een nadere differentiatie van het aspect ‘Wonen’ binnen het plan Corellistraat 10 is gegeven in tabel 3.1 en figuur 3.14. Tabel 3.1: Onderverdeling aspect Wonen binnen het plan Corellistraat 10. Onderdeel plan Corellistraat 10
Aantal
Wonen
Oppervlak (gemiddeld)
Aandeel in plan
(m2 GBO)
(% van totaal) 4%
Koop Klein*
9
59
Koop Middel*
20
82
10%
Koop Groot
24
96
12%
Huur Sociale sector**
67
59
33%
25
75
12%
46
90
23%
Woon-Werk eenheden (Huur)****
10
98
TOTAAL: Wonen
201
Huur Middel*** Huur Groot
* ** *** ****
5% 100%
Koopwoningen onder NHG-grens (9+20=29) overeenkomend met 55% van het totaal aantal koopwoningen. Waarvan 51 in Blok D (Brabant Wonen) en 16 in Blok C met clausule van 15 jaar verhuur onder grens. Categorie middenhuur onder de € 1.000,- huur per maand. Waarvan gemiddeld 49 m2 wonen en 49 m2 werken.
Figuur 3.14: Onderverdeling aspect Wonen binnen het plan Corellistraat 10.
Werken Aansluitend op en verenigbaar met de woningen binnen het plangebied komt in de plint van de bouwvolumes A, B en C een ruimte van in totaal circa 2.032 m2 bvo beschikbaar voor maatschappelijk en/of commercieel gebruik. Het betreft hier op voorhand werkfuncties en voorzieningen, die qua milieucategorie ruimtelijke en functioneel verenigbaar zijn met c.q. inpasbaar zijn tussen de woningen. Bij dit alles kan worden gedacht aan kleinschalige
20
ambachtelijke bedrijvigheid (bijvoorbeeld: atelier) en voorzieningen in de categorieën gezondheid en (medische) begeleiding in sport en zorg. Beoogd wordt de vestiging van een Sport Medisch Centrum: een medische trainingsinstelling waar verschillende vormen van zorg te krijgen zijn zoals fysiotherapie, manuele therapie en revalidatietraining en fitness. De beoogde horecavoorziening betreft hier daghoreca, waarbij gedacht kan worden aan een lunchroom, een voorziening die door de gemeente Oss in haar (overige) bestemmingsplannen is opgenomen als Horeca categorie 3. Aansluitend is deze horecacategorie in de gemeentelijke milieuzoneringslijst conform de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgenomen als bedrijfsactiviteit in milieucategorie 1. Horeca van categorie 3 een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide snacks, ijs en kleine maaltijden voor consumptie, zowel ter plaatse als elders, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken, zoals een snackbar, cafetaria, maaltijdafhaalcentrum, lunchroom en ijssalon.
Een nadere differentiatie van het aspect ‘Werken’ binnen het plan Corellistraat 10 is gegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2: Onderverdeling aspect Werken/voorzieningen binnen het plan Corellistraat 10. Onderdeel plan Corellistraat 10
Aantal
Werken Plintfunctie voorzieningen: Sport Medisch Centrum
Oppervlak m2 BVO
15 behandelkamers
1.175
Plintfunctie: Klein ambacht
227
Plintfunctie: Woon/werk
490
Plintfunctie: Daghoreca
140
TOTAAL: Werken
Buitengebied: ‘Groene ruggengraat’ Het planconcept voorziet in een centraal tussen de bouwvolumes A, B en C gelegen en openbaar toegankelijke binnentuin, aan weerszijden verbonden met de twee centraal door het plangebied lopende groene assen (zie eerder figuur 3.9). Dit binnenplein wordt op maaiveldniveau aangelegd, op het dak van de half-verdiept aangelegde inpandige parkeergarage (zie ook paragraaf 5.2). Middels deze gemeenschappelijke, open en doorwaadbare binnentuin wordt een groene buffer gecreëerd en voorkomen dat een gesloten binnengebied ontstaat. De aanleg van de binnentuin draagt niet alleen bij aan het creëren van een geluidluwe buitenruimte, maar ontstaat hierdoor ook een kwalitatief hoogwaardige ontmoetingsplek voor de toekomstige bewoners. De groene ruggengraat van het plan Corellistraat 10, met (zoveel mogelijk) het behoud van de bestaande bomen, is nader weergegeven in figuur 3.15.
21
Figuur 3.15: Inrichtingsplan begane grondniveau (Bron: Ingenieursburo AKM).
Klimaatbestendig en duurzaam bouwen In het plan Corellistraat 10 is voorzien in de volgende elementen, gericht op een meer duurzame en klimaatbestendige toekomst: ˗ Aanleg groene daken en een groene binnentuin, waardoor onder meer hemelwater langer wordt vastgehouden. Concreet wordt een oppervlak van circa 1.260 m2 aan groene daken aangelegd en omvat de beoogde binnentuin een oppervlak van circa 2.130 m2. ˗ Aanleg verblijfkasten, met name voor vleermuizen, ter bescherming van beschermde diersoorten. ˗ Zoveel mogelijk behoud van bestaande bomen en het upgraden van bestaande groenstructuren. ˗ Realisatie van gasloze woningen, werkruimten en maatschappelijk/commercieel georiënteerde voorzieningen.
22
4
4.1
RUIMTELIJK BELEIDSKADER
Wettelijk kader
Wet ruimtelijke ordening Het op- en vaststellen van het voorliggende bestemmingsplan vindt zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), zoals deze op 1 juli 2008 in werking is getreden. De Wro is een belangrijke wet in de ruimtelijke besluitvorming van Nederland en vormt het instrument om ruimtelijke behoeften als wonen, werken, recreëren, mobiliteit, water en natuur in een samenhangende benadering te verdelen. De Wro brengt bij dit alles een duidelijk onderscheid aan tussen beleid en normstelling. Zo is in de Wro onder meer opgenomen dat iedere gemeente een structuurvisie vaststelt, waarin het ruimtelijk ontwikkelingsbeeld wordt beschreven. De juridische borging van de doorwerking van het beleid vindt plaats in bestemmingsplannen, inpassingsplannen en beheersverordeningen. Kort samengevat zijn de hoofdlijnen van de Wro als volgt: Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt. Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening. Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing.
Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan. Er is een drempel voor planschade van 2%. Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking Duurzame verstedelijking wordt vanuit de Rijksoverheid gezien als doelstelling én als belangrijk instrument bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als instrument doelt men dan op toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het doel van deze Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang, gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In april 2017 is het Bro gewijzigd in verband met de aanpassing van deze Ladder.
Concreet is vanaf dat moment ten aanzien van de Ladder het volgende in het Bro (artikel 3.1.6) opgenomen: ˗ De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. ˗ De eerder van toepassing zijnde «actuele regionale behoefte» wordt vervangen door «behoefte». Als de planvorming voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. Het plan Corellistraat 10 brengt een substantiële uitbreiding van het aantal woningen binnen het plangebied met zich mee en is daarmee aan te merken als nieuwe stedenbouwkundige ontwikkeling binnen het bestaand stedelijke gebied van Oss. Het toetsen aan de ‘Ladder’ is in onderhavige situatie dan ook gericht op de beschrijving van de behoefte en is een verzwaarde c.q. ruimtelijke motivering in beginsel niet nodig. De verantwoording van het beoogde aantal woningen aan de behoefte is opgenomen in paragraaf 4.5.1 van deze Toelichting.
23
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het actuele nationaal ruimtelijk beleid. Het Barro bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In lijn met de Rijksbelangen, beschreven in de actuele Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en – vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet – in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), betreft het Barro onderwerpen op het gebied van de hoofdinfrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) en de waterveiligheid. De regels in het Barro zijn normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van lokale besluitvorming. Voor de gemeente Oss zijn met name de Barro-titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. Ten aanzien van defensie geldt daarbij dat de enige mogelijke beperking binnen het gemeentelijk grondgebied wordt gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. De verantwoording met betrekking tot het aspect defensie is opgenomen in paragraaf 5.13 van deze Toelichting.
Grondexploitatiewet Tegelijk met de Wro is de Grondexploitatiewet (Grex-wet) in werking getreden. Deze wet is als afdeling 6.4 in de Wro opgenomen. De Grex-wet bleek noodzakelijk omdat eerdere wettelijke instrumenten voor het kostenverhaal, te weten de exploitatieverordening en de baatbelasting, niet toereikend bleken. Doelstelling van de wet is een goede regeling voor het kostenverhaal, de binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Eén van de belangrijkste punten uit deze wet is het verplichtende karakter van kostenverhaal. Privaatrechtelijke afspraken hebben daarbij de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wro nodig.
Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. Voorliggend bestemmingsplan Corellistraat 10 voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grexwet is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Voor onderhavig plan is in samenspraak met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst overeengekomen met daarin afspraken over het kostenverhaal. Het kostenaspect is hiermee verzekerd en kan worden geconcludeerd dat dit bestemmingsplan financieel uitvoerbaar is.
4.2
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In maart 2012 is de landelijke Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Hierin schetst het Kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Tot de essenties van de SVIR kunnen worden gerekend dat de Rijksoverheid zich vooral
24
gaat richten op nationale belangen en dat meer bewegingsvrijheid geboden zal worden aan provincies en gemeenten op het gebied van ruimtelijke ordening. Het Rijk stelt hierbij dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de situatie in hun regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Zij kunnen dan ook beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. De visie van ‘decentraal wat kan en centraal wat moet’ vormt dan ook een essentieel beleidsaspect binnen de SVIR.In de SVIR heeft het Rijk de volgende drie doelen gesteld om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de termijn tot 2028: Rijksdoelen 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland. 2. Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat. 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving, waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Vanuit de rijksdoelen geeft de SVIR 13 nationale belangen aan. Voor die belangen stelt het Rijk zich verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. De 13 nationale belangen zijn: Nationale belangen 1. Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren. 2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie. 3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen. 4. Efficiënt gebruik van de ondergrond. 5. Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen. 6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem. 7. Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen. 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s. 9. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling. 10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. 11.
Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten. 12. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. 13. Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Binnen dit kader maakt de gemeente Oss deel uit van de MIRT2-regio Brabant en Limburg. Opgaven van nationaal belang in deze regio zijn onder meer het verbeteren van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost-Nederland en het tot stand brengen en beschermen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), inclusief de Natura2000-gebieden. Vanaf 1 januari 2014 vormt het beleid voor het NNN geen onderdeel meer van het rijksbeleid en zijn de provincies verantwoordelijk voor het natuurbeleid voor deze gebieden.
2
MIRT: Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport.
25
Toetsing planvorming Corellistraat 10 Het plan Corellistraat 10 vertoont geen strijdigheden met de Rijksdoelen en nationale belangen uit de SVIR. Ten aanzien van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost-Nederland kan worden gesteld dat het verbeteren hiervan het realiseren van een aantrekkelijk woon-, leef- en vestigingsklimaat, al dan niet op regionaal niveau, met zich meebrengt. Het is dan ook vanuit dit nationaal belang dat initiatieven als het onderhavige tot stand worden gebracht. Toetsing van het initiatief op het NNN en Natura2000 is opgenomen in paragraaf 5.12 van deze Toelichting, onder het aspect ‘Natuur’. Op voorhand kan worden gesteld dat het plangebied niet is gelegen binnen één van deze natuurgebieden met een beschermde status. Nationale Omgevingsvisie De Rijksoverheid werkt momenteel aan een nieuwe Omgevingswet, welke alle huidige wetten over de leefomgeving bundelt. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in gaat. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in gaat zal de NOVI gelden als instrument, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. Op 11 september 2020 is de NOVI naar de 2e Kamer gestuurd.
Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Het gaat daarbij om grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI richt zich vooral op ontwikkelingen, waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes tussen die belangen in samenhang moeten worden gemaakt. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in de volgende 4 prioriteiten: Prioriteiten NOVI 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
In de NOVI geeft het Rijk aan dat er tot 2030 circa 900.000 woningen gebouwd moeten worden. Om deze woningbouw een impuls te geven, zijn in de NOVI gebieden benoemd waar overheden samenwerken aan goed bereikbare grootschalige woningbouw. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De gebieden zijn onderdeel van de regionale verstedelijkingsstrategieën uit de NOVI. Binnen de provincie Noord-Brabant gaat het hier om het Stedelijk Gebied Eindhoven en de Brabantse Stedenrij (Breda-Den Bosch-Tilburg). Oss is (vooralsnog) niet aangemerkt als specifiek ‘NOVI-aandachtsgebied’. Toetsing planvorming Corellistraat 10 Het plan Corellistraat 10 anticipeert op de toekomstige omgevingsvisie van het Rijk door via sloop en nieuwbouw op een binnenstedelijke locatie een passend antwoord te creëren op een structureel aanwezige vraag naar woningen (voor een nadere analyse van de woonbehoefte wordt verwezen naar paragraaf 4.5.1 van deze Toelichting). Het bieden van ruimte voor (ambachtelijke) werkzaamheden alsmede commerciële en/of maatschappelijke voorzieningen, een en ander inpasbaar binnen de lichte bedrijfs- c.q. milieucategorieën, maakt dat het plan tevens invulling geeft aan de ambitie van de gemeente om het huidige bedrijventerrein Euterpelaan e.o.
te transformeren tot het gewenste woon-werkgebied Euterpepark (voor een nadere uiteenzetting van de gebiedsvisie Euterpepark wordt verwezen naar paragraaf 4.4 van deze Toelichting).
26
Conclusie Rijksbeleid Het plan Corellistraat 10 is inpasbaar binnen de ambities en doelstellingen van het Rijksbeleid.
4.3
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie In december 2018 heeft de provincie Noord-Brabant de Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin benoemt de provincie haar belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Deze ambities zijn met name gelegen op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en het komen tot een concurrerende, duurzame economie. Meer concreet formuleert de provincie haar ambitie als “Hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uitzien?” Als mobiliserend tussendoel stelt de provincie de vraag wat in 2030 voor elkaar moet zijn gebracht om die ambitie te verwezenlijken. Het doel voor 2050 en gestelde tussendoel voor 2030 zijn weergegeven in onderstaand kader. Doel 2030: Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevings- kwaliteit doordat voor alle aspecten wordt voldaan aan wettelijke normen. Doel 2050: Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat op alle aspecten beter wordt gepresteerd dan wettelijk als minimumniveau is bepaald.
In de Omgevingsvisie geeft de provincie aan dat de afgelopen decennia het op zorgvuldige wijze accommoderen van de groei van de bevolking, de economie en de mobiliteit centraal stond. Voor de komende decennia stelt de provincie dat de kernopgave gelegen is in het toekomstbestendig maken van de dorpen en steden binnen de provincie. Transformatie van het stedelijk gebied wordt een belangrijke opgave. Het ‘up to date’ houden van het bestaand stedelijk gebied ziet de provincie daarbij als essentieel voor een duurzame, sociale en economische ontwikkeling van de steden en dorpen van Brabant. De provincie wil het gesprek over stedelijke ontwikkeling, dat in de afgelopen decennia werd gedomineerd door de vraag: ‘wat moeten we nog toevoegen’, ombuigen naar het gesprek over ‘welke opgave en kansen liggen er in het bestaand stedelijk gebied en de bestaande gebouwenvoorraad?’ Om haar doelen te bereiken zet de provincie in op een samenhangende ruimtelijke koers. Tot de speerpunten behoort duurzame verstedelijking. In dit kader stelt de provincie dat herbestemmen het nieuwe bouwen is; als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied.
Hier liggen kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor onder meer woningbouw. In dit opzicht ligt er de komende 10 jaar een forse woningbouwopgave van circa 120.000 woningen, daarna loopt de opgave volgens prognoses in omvang terug. Dat betekent dat er komende 10 jaar dé kans ligt om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. Toetsing planvorming Corellistraat 10 In lijn met de nieuwe omgevingsvisie op Rijksniveau (NOVI) anticipeert het plan Corellistraat 10 tevens op de omgevingsvisie van de provincie door via sloop en nieuwbouw op een binnenstedelijke locatie een passend antwoord te creëren op een structureel aanwezige vraag naar woningen. Het bieden van ruimte voor (ambachtelijke) werkzaamheden alsmede commerciële en/of maatschappelijke voorzieningen, een en ander inpasbaar binnen de lichte bedrijfs- c.q. milieucategorieën, maakt dat het plan tevens invulling geeft aan de provinciale doelstelling om in dit deel van Oss een toekomstbestendig woon-werkgebied te creëren.
27
Interim Omgevingsverordening In aansluiting op de Omgevingsvisie hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de Interim Omgevingsverordening3 vastgesteld. De Omgevingsverordening is een instrument van de Provincie om haar ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. Ten aanzien van duurzame stedelijke ontwikkeling is in de Interim Omgevingsverordening vastgelegd dat een bestemmingsplan, dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen, binnen stedelijk gebied ligt en een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en het – in lijn met de ‘Ladder’ - een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Aansluitend is in de verordening opgenomen dat een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: ˗ Een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving bevordert. ˗ Zorgvuldig ruimtegebruik bevordert, waaronder transformatie van verouderde stedelijke gebieden. ˗ Optimaal invulling geeft aan mogelijkheden voor productie en gebruik duurzame energie. ˗ Rekening houdt met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water. ˗ Optimaal invulling geeft aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit. ˗ Bijdraagt aan een duurzame, concurrerende economie. De omgevingsverordening treedt gelijk met de Omgevingswet in werking, op 1 januari 2024.
Vooralsnog is de Interim Omgevingsverordening van toepassing, laatstelijk geconsolideerd op 1 oktober 2022. Binnen het hier aan de orde zijnde thema Verstedelijking is in de Interim Omgevingsverordening onder meer de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit vastgelegd. Dit betekent dat een bestemmingsplan het kader dient te vormen voor een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Dit betekent dat aandacht moet worden besteed aan: ˗
Zorgvuldig ruimtegebruik. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag (stedelijk gebied of bestaand bouwperceel) voor bebouwing en is bij stedelijke ontwikkelingen invulling gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
˗
Gebiedswaarden. Bij gebiedswaarden gaat het om de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype, die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Het in beeld brengen van (de impact op) de gebiedswaarden vindt plaats met toepassing van de lagenbenadering. Hierbij maakt de provincie onderscheid in de volgende lagen: o Ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden. o Netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen. o Bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Het effect van de ontwikkeling op voornoemde lagen wordt bij de lagenbenadering in onderlinge wisselwerking met elkaar in beeld gebracht met daarbij tevens het actief benutten van de factor tijd. Door deze factor actief te benutten wordt rekening gehouden
3 De Interim omgevingsverordening vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening
Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. Het ontwerp van de toekomstige Omgevingsverordening is op 23 maart 2021 vastgesteld en heeft van 9 april tot en met 20 mei 2021 ter inzage gelegen. Anno april 2023 is de Omgevingsverordening nog niet vastgesteld.
28
met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. ˗
Meerwaardecreatie. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: o de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; o de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
Toetsing planvorming Corellistraat 10 Het plan Corellistraat 10, waarmee een binnenstedelijke bedrijfs- en schoollocatie wordt omgevormd tot een woongebied met inbegrip van hierbij passende (commerciële) voorzieningen, vormt een ontwikkeling waarmee via zuinig ruimtegebruik wordt bijgedragen aan de realisatie van het gewenste woon-werkgebied Euterpepark. De aan het aspect ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ gekoppelde toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in paragraaf 4.5.2 van deze Toelichting. Ten aanzien van de Gebiedswaarden, zoals benoemd in de Interim Omgevingsverordening, kan worden gesteld dat de Netwerklaag hier het meest onderscheidend is. Toetsing aan deze laag is daarbij vooral gericht op de volgende punten: ˗ Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. ˗ Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met functionele zwaartepunten. ˗ Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Vooruitlopend op de gemeentelijke gebieds- c.q. toekomstvisie voor Euterepark (zie paragraaf 4.4 van deze Toelichting) kan worden gesteld dat het plan Corellistraat 10 op passende wijze anticipeert op de beoogde gebiedswaarden in dit deel van Oss.
Gelet op het creëren van meerwaarde kan worden gesteld dat het plan Corellistraat 10 op positieve wijze bijdraagt aan de vorming van een aangename omgeving met veel groen, waarin voor een brede doelgroep ruimte is voor zowel permanent (wonen) als tijdelijk (werken) verblijf. Conclusie provinciaal beleid Het plan Corellistraat 10 is inpasbaar binnen de ambities en doelstellingen van het provinciale beleid.
4.4
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie 2020 Op 1 maart 2006 heeft de gemeente Oss de Structuurvisie 2020 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente voor de gestelde beleidsperiode tot 2020. Op dit moment (voorjaar 2023) wordt een nieuwe omgevingsvisie voorbereid. In de (nog vigerende) Structuurvisie 2020 zijn op het gebied van het wonen en voorzieningen de volgende opgaven geformuleerd: ˗ Het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus. ˗ Het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen. ˗ Het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren. ˗ Het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus. ˗ Het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens.
29
Kerndoel van de visie is het opvangen van de groei van de woningbehoefte en het versterken van de kwaliteit en diversiteit aan woonmilieus in de gemeente Oss. Enerzijds door intensivering (inbreiding, herstructurering en transformatie) op strategisch gelegen locaties, anderzijds door uitbreiding van woonmilieus gekoppeld aan infrastructuur en aansluitend op het bestaande bebouwde gebied met oog voor het onderliggende landschap. De waardering voor een ruim opgezette stad in een groene setting is bij dit alles groot. Het provinciale uitgangspunt van zuinig en duurzaam ruimtegebruik bij de opgave voor wonen wordt in de structuurvisie door de gemeente Oss onderschreven. In dit kader gaat Oss uit van een tweesporenbeleid, waarbij naast de ontwikkeling van uitbreidingslocaties gelijktijdig gestreefd wordt naar een duurzame inbreiding en herstructurering binnen bestaand bebouwd gebied. Aansluitend op dit alles geldt voor Oss een opgave om in te spelen op de ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Door concurrentie, internationalisatie en snelle technologische ontwikkelingen neemt de behoefte aan vernieuwing in het bedrijfsleven toe. Dit kan van invloed zijn op de vestigingsplaats en de werkgelegenheid. Het is belangrijk voor Oss om haar aantrekkelijkheid als vestigingsplaats te behouden en te verbeteren.
Er zullen voldoende ruimtelijke mogelijkheden moeten zijn voor het bedrijfsleven dat wil uitbreiden of dat zich wil vestigen in Oss. Toetsing planvorming Corellistraat 10 Het plan Corellistraat 10 geeft invulling aan de gemeentelijke Structuurvisie door via sloop en nieuwbouw op een binnenstedelijke locatie een passend antwoord te creëren op een structureel aanwezige vraag naar woningen. Het bieden van ruimte voor (ambachtelijke) werkzaamheden en commerciële en/of maatschappelijke voorzieningen, een en ander inpasbaar binnen de lichte bedrijfs- c.q. milieucategorieën, maakt dat het plan tevens invulling geeft aan de ambitie van de gemeente om in dit deel van Oss een aangenaam woonmilieu met bijpassende (maatschappelijke en commerciële) voorzieningen te creëren. Impliciet is het plan hiermee tevens in lijn met het provinciale beleid van zuinig en duurzaam ruimtegebruik. Omgevingsvisie Oss Momenteel (voorjaar 2023) loopt binnen de gemeente het proces van plan- en besluitvorming, dat moet leiden tot de Omgevingsvisie Oss. Met deze omgevingsvisie maakt de gemeente plannen voor de toekomst van haar leefomgeving. Onderwerpen hierbij zijn onder meer duurzaamheid, vergrijzing, klimaatverandering, nieuwe vormen van vervoer, ruimte voor nieuwe woningen en bedrijven.
De omgevingsvisie zal worden gevormd via drie gebiedsvisies voor Oss: één voor het Buitengebied, één voor het Stedelijk gebied en één voor de Stadjes & kernen. Deze gebiedsvisies worden daarna samengevoegd tot de eerste Omgevingsvisie Oss. Met inachtname van de nationale en provinciale omgevingsvisies alsmede de uitgangspunten, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Oss, ligt momenteel de opgavenotitie ‘Kwaliteiten en opgaven voor de gebiedsvisies’ voor als kader voor de vorming van de Omgevingsvisie Oss. In deze opgavenotitie zijn onder meer de volgende punten opgenomen, gericht op de vorming van een sterke en gezonde stad en regio: ˗ Samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid en kwaliteit leefomgeving. ˗ Kwaliteit leefomgeving bevordert een actieve gezonde levensstijl en maatschappelijke participatie. ˗ Afweging bij complexe projecten: vaker op de ‘bedoeling’ in plaats van beleidsregels afwegingen maken. ˗ De omgevingsvisie wordt geen blauwdruk, maar een ontwikkelingsgericht document dat uitdaagt tot initiatieven en ruimte biedt aan ontwikkelingen. De omgevingsvisie is flexibel, maar biedt ook een afwegingskader waaraan nieuwe initiatieven getoetst kunnen worden. ˗ Groene stad: de stad is verrassend groen. Een veelheid aan parken, groenstroken, bomen, mogelijkheden voor wateropslag en wandelmogelijkheden in de eigen omgeving.