Oss_Corellistraat 10_BP_Aanmeldnotitie mer-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan ‘Corellistraat 10 Oss - 2023’ Gemeente Oss
6 juni 2023
1
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
INLEIDING
3
1.1
Aanleiding en doel
3
1.2
Juridisch kader
3
1.3
Planvorming versus m.e.r.
4
1.4
Leeswijzer
4
KERNMERKEN VAN HET PLAN CORELLISTRAAT 10
5
2.1
Planbeschrijving
5
2.2
Cumulatie met andere projecten
8
KENMERKEN VAN DE PLANLOCATIE
9
3.1
Plangebied Corellistraat 10
9
3.2
Omgeving plangebied Corellistraat 10
10
KENMERKEN POTENTIELE EFFECTEN
11
4.1
Bedrijven en milieuzonering
11
4.2
Geluid
14
4.3
Trillingen
20
4.4
Luchtkwaliteit
21
4.5
Geurhinder
23
4.6
Externe veiligheid
23
4.7
Straling
27
4.8
Bodem
28
4.9
Water
29
4.10
Archeologie en cultuurhistorie
31
4.11
Natuur
31
CONCLUSIE
34
2
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel Corellistraat Oss BV is voornemens om de percelen van de (voormalige) laboratoriumschool en het aangrenzende groothandelsbedrijf Van Dijk, gelegen op het bedrijventerrein Euterpelaan in Oss, te transformeren naar een gebied met zowel woningen als ruimten voor – met de woonfunctie verenigbare – werkzaamheden en voorzieningen. Concreet is het plan om de bestaande opstallen te slopen en op de vrijkomende gronden een aantal woongebouwen te realiseren met daarbinnen in totaal 201 appartementen en een (bruto) vloeroppervlak van in totaal circa 2.032 m2 ten behoeve van kleinschalige (ambachtelijke) werkzaamheden alsmede commerciële en/of maatschappelijk georiënteerde voorzieningen, een en ander inpasbaar binnen de lichte bedrijfs- c.q. milieucategorieën. Voornoemd oppervlak is met inbegrip van circa 490 m2 werk-aan-huis ruimte, gekoppeld aan 10 woonunits, waarbinnen de combinatie van wonen en werken mogelijk wordt gemaakt. Het plan biedt bij dit alles geen ruimte voor vestiging van zelfstandige kantoren en/of detailhandel. Aansluitend zullen binnen het plangebied de bijbehorende bestemmingen als groen en parkeren worden aangelegd. De voorgenomen herontwikkeling van de planlocatie Corellistraat 10 in Oss is niet inpasbaar binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Euterpelaan Oss 2013’.
Een partiële herziening van dit bestemmingsplan is dan ook nodig om het initiatief te kunnen realiseren. Op basis van de voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling kan de gemeente Oss als bevoegd gezag besluiten of er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’, die het doorlopen van een eventuele (bijkomende) m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.
1.2
Juridisch kader Milieueffectrapportage (m.e.r.) is een procedure met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r.procedure is daarbij gekoppeld aan de ‘moederprocedure’ c.q. de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt. In dit geval is de besluitvorming over het Bestemmingsplan Corellistraat 10 Oss – 2023 de moederprocedure. In formele zin is m.e.r. geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. Zo is in artikel 7.2 Wm het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten, die verbonden zijn aan de eveneens in dit Besluit opgenomen activiteiten. Het Besluit m.e.r. regelt wanneer een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen en wanneer er een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. Het Besluit m.e.r. bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten, waarvoor het uitvoeren van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling nodig is, staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen gelden per geval drempelwaarden. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een plan c.q.
project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. Deze wijziging brengt met zich mee dat voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is, de initiatiefnemer een aanmeldnotitie moet schrijven. Het bevoegd gezag bepaalt op basis van deze notitie of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is sprake wanneer:
3
˗ ˗ ˗
1.3
een activiteit is opgenomen in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r.; en deze activiteit onder de drempelwaarde in kolom 2 van de D-lijst blijft; en hiervoor een besluit nodig is volgens kolom 4 van de D-lijst.
Planvorming versus m.e.r. In relatie tot woningbouw stelt het Besluit m.e.r. dat er sprake kan zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, gekoppeld aan de omschrijving onder D-11.2, kolom 1: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Als de ontwikkeling ook voldoet aan kolom 2 (de drempelwaarde), dan is er sprake van een m.e.r.-plicht. Dit is het geval als de activiteit betrekking heeft op: ˗ Oppervlakte van 100 hectare of meer, ˗ Aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of ˗ Bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De drempelwaarden in het Besluit m.e.r. zijn indicatieve waarden. Dit betekent dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Op grond van artikel 2 lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom een zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.
1.4
Leeswijzer Om te kunnen beoordelen of voor de beoogde herontwikkeling van de locatie Corellistraat 10 een m.e.r.-procedure dient te worden doorlopen is, conform het Beluit m.e.r., voorliggende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Vanuit wet- en regelgeving is de aanmeldnotitie in beginsel vormvrij, maar zijn er wel een aantal inhoudelijke voorwaarden gesteld. De notitie moet in ieder geval informatie bevatten over de kenmerken van het plan, de planlocatie en de kenmerken van de potentiële effecten van de activiteit. Na dit inleidende hoofdstuk is deze Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling met betrekking tot de herontwikkeling van de locatie Corellistraat 10 in Oss als volgt opgebouwd: ˗ In hoofdstuk 2 volgt een beschrijving van de kenmerken van het voorgenomen plan. ˗ In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van de planlocatie en de directe omgeving. ˗ In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de potentiële effecten van het plan. ˗ De notitie wordt in hoofdstuk 5 afgesloten met een conclusie over het vraagstuk van de m.e.r.-beoordeling.
4
2
KERNMERKEN VAN HET PLAN CORELLISTRAAT 10
2.1
Planbeschrijving Het plan Corellistraat 10 betreft de sloop van de bestaande opstallen binnen het plangebied, gevolgd door nieuwbouw van meerdere bouwvolumes met verschillende bouwhoogten binnen de plangrenzen. Basis voor de concrete invulling van het voorliggende plan vormt de gebiedsvisie Euterpepark, zoals vastgesteld door de gemeente Oss op 27 januari 2022. De planvorming betreft de realisatie van 4 bouwvolumes met daarbinnen in totaal 201 appartementen en een (bruto) vloeroppervlak van circa 2.032 m2 voor het beroepsmatig uitvoeren van werkzaamheden alsmede voor maatschappelijke en/of commercieel georiënteerde voorzieningen. In de plint van de gebouwen is binnen dit alles voorzien in 10 (gecombineerde) woon-werk units. Figuur 2.1: Opzet inrichtings- en bouwplan Corellistraat 10 (Bron: Ingenieursburo AKM).
Een nadere specificatie van de in het bouwplan opgenomen differentiatie in bouwhoogten is weergegeven in figuur 2.2.
5
Figuur 2.2: Differentiatie bouwhoogten (aantal bouwlagen) bouwplan Corellistraat 10.
Bron: Ingenieursburo AKM.
De voorgenomen gebruiksfuncties binnen het plan Corellistraat 10 betreffen wonen, werken en voorzieningen. De beoogde voorzieningen, die commercieel en/of maatschappelijk georiënteerd kunnen zijn, dienen – net als het werken - verenigbaar te zijn met de woningen in hetzelfde bouwvolume c.q. deel van het plangebied. Daarnaast dient (uiteraard) ook de woonfunctie binnen het plan verenigbaar te zijn met de beoogde gebruiksfuncties op het vlak van werken en voorzieningen. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 201 woningen en in een vloeroppervlak van in totaal circa 2.032 m2 vbo ten behoeve van de zowel maatschappelijk als commercieel georiënteerde gebruiksfuncties. Meer concreet is voorzien in de volgende gebruiksfuncties: ˗ Sport Medisch Centrum: een medische trainingsinstelling waar verschillende vormen van zorg te krijgen zijn zoals fysiotherapie, manuele therapie en revalidatietraining en fitness. ˗ Daghoreca, zoals bijvoorbeeld een lunchroom of theehuis. ˗ Licht-ambachtelijke activiteiten op kleinschalig niveau, zoals bijvoorbeeld een kunstatelier al dan niet direct verbonden aan de eigen woning. In de plint van de beoogde gebouwen is in dit opzicht voorzien in 10 woon-werk units.
De maatschappelijk en commercieel georiënteerde gebruiksfuncties zijn, naast de eveneens aldaar geboden mogelijkheden tot wonen, geprojecteerd in de plint van de gebouwen binnen het plan Corellistraat 10. Wonen De woningen betreffen zowel koop- als huurwoningen, gericht op de marktsegmenten ‘goedkoop’, ‘midden’ en ‘duur’. Van de 201 beoogde woningen komen 53 woningen op de markt als koopwoning en zijn 148 woningen gericht op de huursector, waarvan 67 in de sociale sector. Van het totale aantal woningen binnen het plan Corellistraat komt daarmee 33% beschikbaar als sociale huurwoning. Ten aanzien van de betaalbaarheid van de woningen kan tevens worden vermeld dat de categorie middenhuur binnen dit plan (25 woningen, circa 12,5%) een kale huur betreft van minder dan € 1.000,00 per maand (prijspeil 2023). Het planconcept richt zich
6
daarmee op een brede doelgroep, waarin zowel jongeren (starters) als kleinere huishoudens, waaronder ouderen (doorstromers) zijn vertegenwoordigd. Als totaal is de doelgroep daarbij verdeeld over alle inkomensgroepen. Figuur 2.3: Onderverdeling aspect Wonen binnen het plan Corellistraat 10.
Werken Aansluitend op en verenigbaar met de woningen binnen het plangebied komt in de plint van de bouwvolumes A, B en C een ruimte van in totaal circa 2.032 m2 bvo beschikbaar voor maatschappelijk en/of commercieel gebruik. Het betreft hier op voorhand werkfuncties en voorzieningen, die qua milieucategorie ruimtelijke en functioneel verenigbaar zijn met c.q. inpasbaar zijn tussen de woningen. Bij dit alles kan worden gedacht aan kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid (bijvoorbeeld: atelier) en voorzieningen in de categorieën gezondheid en (medische) begeleiding in sport en zorg. Beoogd wordt de vestiging van een Sport Medisch Centrum: een medische trainingsinstelling waar verschillende vormen van zorg te krijgen zijn zoals fysiotherapie, manuele therapie en revalidatietraining en fitness. De beoogde horecavoorziening betreft hier daghoreca, waarbij gedacht kan worden aan een lunchroom, een voorziening die door de gemeente Oss in haar (overige) bestemmingsplannen is opgenomen als Horeca categorie 3. Aansluitend is deze horecacategorie in de gemeentelijke milieuzoneringslijst conform de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgenomen als bedrijfsactiviteit in milieucategorie 1.
Buitengebied: ‘Groene ruggengraat’ Het planconcept voorziet in een centraal tussen de bouwvolumes A, B en C gelegen en openbaar toegankelijke binnentuin, aan weerszijden verbonden met de twee centraal door het plangebied lopende groene assen. Dit binnenplein wordt op maaiveldniveau aangelegd, op het dak van de half-verdiept aangelegde inpandige parkeergarage. Middels deze gemeenschappelijke, open en doorwaadbare binnentuin wordt een groene buffer gecreëerd en voorkomen dat een gesloten binnengebied ontstaat. De aanleg van de binnentuin draagt niet alleen bij aan het creëren van een geluidluwe buitenruimte, maar ontstaat hierdoor ook een kwalitatief hoogwaardige ontmoetingsplek voor de toekomstige bewoners. De groene ruggengraat van het plan Corellistraat 10, met (zoveel mogelijk) het behoud van de bestaande bomen, is weergegeven in figuur 2.4.
7
Figuur 2.4: Inrichtingsplan begane grondniveau (Bron: Ingenieursburo AKM).
Klimaatbestendig en duurzaam bouwen In het plan Corellistraat 10 is voorzien in de volgende elementen, gericht op een meer duurzame en klimaatbestendige toekomst: ˗ Aanleg groene daken en een groene binnentuin, waardoor onder meer hemelwater langer wordt vastgehouden. Concreet wordt een oppervlak van circa 1.260 m2 aan groene daken aangelegd en omvat de beoogde binnentuin een oppervlak van circa 2.130 m2. ˗ Aanleg verblijfkasten, met name voor vleermuizen, ter bescherming van beschermde diersoorten. ˗ Zoveel mogelijk behoud van bestaande bomen en het upgraden van bestaande groenstructuren. ˗ Realisatie van gasloze woningen, werkruimten en maatschappelijk/commercieel georiënteerde voorzieningen.
2.2
Cumulatie met andere projecten De voorgenomen herontwikkeling van de planlocatie vindt plaats zonder de actuele impact van andere nabijgelegen plannen of projecten. In lijn met de gebiedsvisie Euterpepark, op 27 januari 2022 vastgesteld door de gemeenteraad van Oss, is het aannemelijk te veronderstellen dat andere percelen op dit bedrijventerrein in de nabije toekomst getransformeerd zullen worden. De door de gemeente in de gebiedsvisie gewenste transformatie voorziet onder andere in de toevoeging van woningen, een functie die nu niet of nauwelijks in het gebied aanwezig is. Een en ander is daarbij gericht op de vorming van een gemengd milieu van stedelijk wonen in hogere dichtheden met werken, zowel op pand- als gebiedsniveau. Vanuit dit vertrekpunt is het dan ook reëel om te stellen dat eventueel toekomstige ontwikkelingen in de nabijheid van de planlocatie in lijn zullen zijn met de gebiedsvisie Euterpepark en daarmee (op voorhand) planologisch verenigbaar met plannen als het onderhavige.
8
3
KENMERKEN VAN DE PLANLOCATIE
3.1
Plangebied Corellistraat 10 Het plangebied ‘Corellistraat 10’ bevindt zich in de westelijke zone van het bedrijventerrein Euterpelaan, gelegen ten zuiden van de spoorlijn Nijmegen - ’s-Hertogenbosch. Het plangebied wordt aan ontsloten door de Corellistraat aan de westelijke zijde en door de Sweelinckstraat aan de oostelijke zijde. Binnen het plangebied betreft de laboratoriumschool de percelen aan de Corellistraat 6-10 en is het bedrijf Van Dijk georiënteerd op de Sweelinckstraat 3-5. Een topografisch overzicht van het plangebied is weergegeven in figuur 3.1. Figuur 3.1: Topografisch overzicht plangebied Corellistraat 10 (Bron: PDOK).
Binnen het plangebied betreft de laboratoriumschool de percelen aan de Corellistraat 6-10 en is het bedrijf Van Dijk georiënteerd op de Sweelinckstraat 3-5. Figuur 3.2: Luchtfoto plangebied, gezien vanaf de zijde van de Sweelinckstraat.
9
3.2
Omgeving plangebied Corellistraat 10 De omgeving van de planlocatie wordt in hoofdzaak bepaald door het bedrijventerrein Euterpelaan e.o., welke grenst aan de spoorlijn Den Bosch – Nijmegen. Het bedrijventerrein vormt in zijn ruimtelijke positionering onderdeel van de ‘centrale spoorzone’ van Oss. Het terrein heeft een gemêleerd karakter, waar plaats is voor zowel lichte als zwaardere bedrijvigheid, woon-werkpercelen, logistiek, perifere en grootschalige detailhandel en enkele maatschappelijke functies, zoals fitness en een kinderdagverblijf. Het bedrijventerrein Euterpelaan e.o. huisvest een breed pallet aan functies, variërend van (bedrijfs)woningen tot aan bedrijfsmatig georiënteerde functies als logistiek, industrie en ambacht alsmede leisure, zorg en dienstverlening. Er is geen sprake van een duidelijke clustering van functies, maar meer van een ‘confetti aan bedrijvigheid in een rommelige ruimte’. Het bedrijventerrein kent daarnaast weinig tot geen kwalitatief groen. Ruimte om water te bufferen en/of te laten infiltreren is niet of nauwelijks aanwezig. Het plangebied ‘Corellistraat 10’ bevindt zich in het westelijke deel van het bedrijventerrein Euterpelaan e.o.. Een overzicht van de bestaande functies binnen het bedrijventerrein Euterpelaan, met inbegrip (nog) van Dalco Food, is gegeven in figuur 3.3.
Figuur 3.3: Bestaande functies en programma bedrijventerrein Euterpelaan (Bron: KCAP).
De directe omgeving van het bedrijventerrein Euterpelaan e.o., meer specifiek de omgeving grenzend aan het plangebied Corellistraat 10, betreft vooral woonbestemmingen.
10
4
KENMERKEN POTENTIELE EFFECTEN
4.1
Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Milieuzonering legt een relatie tussen de milieuaspecten van een bedrijf en de omgeving. Het gaat hierbij vooral om de vraag welke afstand aanvaardbaar is tussen (nieuwe) bedrijven en (nieuwe) woningen. In dit kader wordt aangesloten bij de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009). Voor het bepalen van de aan te houden afstand tussen woningen en bedrijven zijn hierin richtafstanden opgenomen. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning (of andere milieugevoelige functie) die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. Tabel 4.1 geeft de relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype weer. Tabel 4.1: Richtafstanden versus omgevingstypen (Bron: VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’).
Toetsing plan Corellistraat 10 Het plangebied Corellistraat 10 is gelegen op het bedrijventerrein Euterpelaan, een terrein dat zich kenmerkt door een menging van functies. Binnen dit gemêleerde karakter is plaats voor zowel lichte als zwaardere bedrijvigheid, woon-werkpercelen en sociaalmaatschappelijke functies. Langs de oost-, zuid- en westkant van het bedrijventerrein bevinden zich de meer representatieve functies uit verhoudingsgewijs lagere milieucategorieën. Op het binnenterrein liggen vooral bedrijven uit de verhoudingsgewijs hogere milieucategorieën, waaronder (nog) het verhoudingsgewijs grootschalige bedrijf Dalco Food. Begin januari 2022 kondigde dit bedrijf via een artikel in het Brabants Dagblad haar vertrek uit de gemeente Oss aan. In principe bestaat de mogelijkheid dat een ander (vergelijkbaar) bedrijf de plaats van Dalco Food inneemt en daarmee invulling blijft geven aan de planologisch beschikbare milieuruimte. Meer aannemelijk is echter dat de locatie Dalco Food een toekomstige invulling krijgt in lijn met de gebiedsvisie Euterpepark, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Oss. Aan het plangebied Corellistraat 10 en omgeving is in het vigerende bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Gemengd’ toegekend.
De verschillende percelen binnen het bedrijventerrein Euterpelaan verschillen echter van elkaar als het gaat om de aldaar toegestane (maximale) milieucategorieën. Kort samengevat hanteert het bestemmingsplan het volgende onderscheid tussen de verschillende Gemengd-bestemmingen: ˗ Gemengd-1 (G1): bedrijven uit categorieën 1 en 2 van de milieuzoneringslijst. ˗ Gemengd-2 (G2): bedrijven uit categorieën 1 t/m 3.1 van de milieuzoneringslijst. ˗ Gemengd-3 (G3): bedrijven uit categorieën 1 en 2 van de milieuzoneringslijst. De directe omgeving van het bedrijventerrein Euterpelaan, meer specifiek de omgeving grenzend aan het plangebied Corellistraat 10, betreft vooral woonbestemmingen. De op het
11
bedrijventerrein aanwezige woningen zijn meestal bedrijfswoningen c.q. woningen op eigen bedrijfsperceel, maar er zijn ook reguliere c.q. burgerwoningen die niet bij een bedrijf horen. Resumerend kan worden vastgesteld dat het bedrijventerrein Euterpelaan, mede door de aanwezigheid van (bedrijfs)woningen, een gemengd gebied vormt. Dit betekent dat tussen de beoogde woningen en omliggende bedrijven in beginsel de VNG-richtafstanden voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’ gehanteerd kunnen worden. Planvorming Corellistraat 10 versus richtafstanden Het plangebied Corellistraat 10 wordt omgeven door zowel (reguliere) woonbestemmingen als percelen waarop bedrijven zijn toegestaan, variërend van (maximaal) categorie 2 tot categorie 3.1 (oostzijde) en categorie 3.2 (oost/zuidoostzijde). Dit betekent dat tussen de grenzen van de bedrijfslocaties en de gevels van de beoogde woningen (appartementen zonder tuin) richtafstanden gelden, variërend van 10 meter (categorie 2) tot 30 meter (categorie 3.1) en 50 meter (categorie 3.2). De vestiging van bedrijven uit categorie 3.2 is in deze situatie mogelijk door een specifieke functieaanduiding binnen de bestemmingen Gemengd-1 en Gemengd-2 voor de betreffende locaties. Een en ander is nader weergegeven in figuur 4.1. Figuur 4.1: Milieucategorieën en richtafstanden percelen, grenzend aan plangebied Corellistraat 10.
Richtafstanden vormen in eerste instantie indicaties voor de aan te houden afstand tussen milieugevoelige bestemmingen en milieubelastende (bedrijfs)activiteiten. Aan de hand van aanvullend (concreet) maatwerk kan nader inzicht worden verkregen in de feitelijke en uiteindelijk maatgevende situatie. Op voorhand en in algemene zin gaat het daarbij om de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Voor de locaties met zwaardere bedrijvigheid rondom het plangebied kan worden gesteld dat het aspecten Geluid, Geur en Gevaar c.q. Externe Veiligheid als meest sturend kunnen worden gezien voor de gewenste realisatie van woningen. Geluid Getoetst aan reguliere c.q. burgerwoningen dan wel bedrijfswoningen maakt de Wet geluidhinder
12
(Wgh) geen onderscheid tussen deze twee woonvormen. De Wgh ziet een bedrijfswoning, net als een reguliere woning, als een geluidsgevoelige functie. Uitzondering hierop is de inrichting waarbij de bedrijfswoning specifiek hoort. Binnen de eigen inrichting is de bedrijfswoning formeel dan ook geen geluidgevoelige functie. Andere bedrijven in de omgeving moeten wèl rekening houden met deze bedrijfswoning, aangezien deze voor hen wel als een geluidgevoelig object geldt. In onderhavige situatie is voor de bedrijven uit categorie 3.1 en 3.2 een richtafstand van respectievelijk 30 en 50 meter van toepassing. Rondom de betreffende bedrijfsactiviteiten bevinden zich woningen aan de Willaertstraat (noordkant), Rossinistraat (zuidkant) en Orlando di Lassostraat (oostkant). De woningen aan de Willaertstraat zijn burgerwoningen en de overige woningen betreffen bedrijfswoningen. In figuur 4.2 is de afstand tussen het plan Corellistraat 10, meer specifiek blok B en blok D, ten opzichte van de perceelsgrens van het aangrenzende Dalco Food (categorie 3.2) weergegeven. Figuur 4.2: Afstanden tussen plan Corellistraat 10, bestaande bedrijfswoningen en Dalco Food.
Figuur 4.2 toont aan dat de kortste afstand tussen Dalco Food en de dichtbijgelegen woning (Orlando di Lassostraat 10) circa 17 meter bedraagt. De kortste afstand tussen blok B en D van het plan Corellistraat 10 en de perceelsgrens van Dalco Food bedraagt respectievelijk circa 26 en 24 meter. Deze situatie toont aan dat de afstand tot de bestaande woning, een en ander mede afgestemd op het activiteitenbesluit en de aan Dalco Food verleende milieuvergunning, als maatgevend kan worden gezien ten opzichte van de geplande nieuwbouw woningen. Geurhinder Het aspect ‘Geurhinder’ is met name gekoppeld aan de bedrijven Dalco Food en het, ten opzichte van het plangebied Corellistraat 10, daarachter gelegen Oss Halal Food. In maart 2022 verscheen het rapport ‘Toets geurimmissie concentratie Corellistraat 10 te Oss’. Het betreft hier de resultaten van een onderzoek naar de geurbelasting ter hoogte van de beoogde woningen veroorzaakt door voornoemde bedrijven. Rekening houdend met de van toepassing c.q. aanwezig zijnde geurreducerende maatregelen bij deze bedrijven toont het onderzoek aan dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter hoogte van het plangebied. Gevaar Het aspect ‘Gevaar’ is gekoppeld aan de ligging van de planlocatie binnen de invloedzone van de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen en het tankstation met LPG, gelegen aan de Euterpelaan 33.
De mogelijke impact van dit tankstation is nader beschreven in paragraaf 4.6, onder het aspect ‘Externe veiligheid’. Vooruitlopend op deze beschrijving kan worden gesteld dat dit aspect geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
13
Conclusie Het aspect ‘Bedrijven en milieuzonering’ vormt geen aanleiding voor het uitvoeren van een milieueffectrapportage (m.e.r.) met inbegrip van het opstellen van een Milieu Effect Rapport (MER).
4.2
Geluid Toetsingskader Het aspect ‘Geluid’ is primair geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh richt zich vooral op een verantwoorde ruimtelijke inpassing van geluidsgevoelige objecten, zoals woningen en scholen, ten opzichte van geluidsbronnen, zoals (rail)verkeer en industrie. Om te komen tot een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat kent de Wgh een voorkeursgrenswaarde en een maximale ontheffingswaarde. In tabel 4.2 zijn de normen voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen per bronsoort weergegeven. Tabel 4.2: Geluidnormen Wgh.
In situaties met nieuwe woningen en/of nieuwe wegen moet in beginsel voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting op een geluidgevoelige bestemming hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, dient de toepassing van geluidreducerende maatregelen te worden onderzocht. De Wgh geeft aan dat hogere grenswaarden pas kunnen worden vastgesteld indien toepassing van maatregelen, gericht op terugdringing van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde, onvoldoende doeltreffend zijn of op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. Wegverkeer Ten aanzien van wegverkeerslawaai is de Wgh alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde geluidzone van een weg. De Wgh geeft aan dat alle wegen een zone hebben, uitgezonderd wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt en wegen gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied. In de Wgh worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidbelasting op de gevels van nieuwe en bestaande woningen langs nieuwe en bestaande wegen binnen en buiten de bebouwde kom. In tabel 4.3 zijn de voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden voor de verschillende situaties nader gespecificeerd. Tabel 4.3: Voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden wegverkeerslawaai
14
Railverkeer Voor spoorwegen maakt de Wgh geen onderscheid tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. In tabel 4.4 zijn de voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden weergegeven voor nieuwe geluidgevoelige objecten in zones van spoorwegen. Tabel 4.4: Voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden railverkeerslawaai
Industrielawaai Ten aanzien van industrielawaai maakt, naast de Wgh, het Activiteitenbesluit deel uit van het voorliggende toetsingskader. Het Activiteitenbesluit is een besluit waarin regels zijn opgenomen voor bedrijven die worden aangemerkt als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (Wm). Op basis van het Activiteitenbesluit zijn de in tabel 4.5 weergegeven geluidgrenswaarden mogelijk: Tabel 4.5: Inrichtingen op een bedrijventerrein (art. 2.17, lid 3 Activiteitenbesluit)
Cumulatie van geluidbronnen Wanneer een geluidgevoelige bestemming gelegen geprojecteerd is in de zone van meerdere geluidbronnen (wegverkeer, spoorwegverkeer, industrielawaai) en waarvoor een hogere grenswaarde moet worden vastgesteld, dient de gecumuleerde geluidbelasting inzichtelijk te worden gemaakt. Voor de gecumuleerde geluidbelasting Lcum zijn geen wettelijke grenswaarden vastgesteld maar kan aan de hand van de in tabel 4.6 gepresenteerde classificering conform de methode Miedema de geluidbelasting worden beoordeeld in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Tabel 4.6: Classificering milieukwaliteit methode Miedema.
Geluidnota Oss 2012 In de vigerende geluidnota Oss ‘Geluidskwaliteit in de leefomgeving’ uit 2012 is het bedrijventerrein Euterpelaan aangemerkt als ‘Bedrijventerrein, niet-gezoneerd’. Navolgende passages uit de Geluidnota Oss vormen (mede) het toetsingskader voor het plan Corellistraat 10. Bedrijfswoningen Bedrijventerreinen hebben tot doel om binnen een bepaalde begrenzing bedrijvigheid mogelijk te maken. De ondernemer moet daarbij niet onnodig worden beperkt door belemmeringen, zoals
15
woningen, op dit terrein. Jurisprudentie laat dan ook zien dat ten aanzien van woningen op bedrijventerreinen soepelheid kan worden betracht. In deze geluidsnota hebben bedrijfswoningen ten aanzien van geluidshinder een aparte positie, waarvoor onder meer het volgende geldt: ˗ Op bedrijventerreinen (gezoneerd en niet-gezoneerd) zullen minder vaak woningen worden gerealiseerd. Toch kan het zijn dat hier en daar een bedrijfswoning voorkomt. Voor deze gebieden is het niet realistisch om voorwaarden te stellen ten aanzien van hogere grenswaarden, omdat het geluid van alle kanten kan komen. De eisen van het bouwbesluit zijn hier van kracht om een acceptabel akoestisch binnenklimaat te garanderen. Beleidsuitspraak 9: ˗ Aan bedrijfswoningen of bedrijventerreinen worden geen nadere eisen gesteld ten aanzien van hogere grenswaarden. Wanneer de woningen op het bedrijventerrein zouden worden gekenmerkt als een woonwijk met hoge geluidsdruk (bedoeld voor de mogelijkheid om wonen en werken te combineren) worden in de Geluidnota Oss de volgende maximale ontheffingswaarden weergegeven, zie tabel 4.7. Tabel 4.7: Maximale ontheffingswaarden bij woningen in een woonwijk met hoge geluidsdruk.
Resumerende maakt de Geluidnota Oss het mogelijk om ten aanzien van industrielawaai een maximale ontheffingswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT van 55 dB(A) toe te staan c.q. te vergunnen. De Geluidnota voorziet in beginsel niet in de ontwikkeling van woningen op het bedrijventerrein Euterpelaan. Met inachtname van de gebiedsvisie Euterpepark en in het kader van onderhavige planvorming heeft de gemeente Oss op ambtelijk niveau echter aangegeven uit te gaan van algemene uitgangspunten voor het verlenen van hogere grenswaarden uit haar beleid. Onder meer de volgende voorwaarden zijn daarbij aan de orde: Voorwaarde geluidsluwe gevel ˗ Een woning heeft ten minste één gevel met een lager (luw) geluidsniveau. Het geluidsniveau op deze gevel is niet hoger dan de streefwaarde voor elk van de te onderscheiden geluidsbronnen. ˗ Bij vervangende nieuwbouw zijn de inpassingsmogelijkheden van de woningen in de bestaande geluids-situatie vaak beperkter dan voor een nieuwe situatie. Daarom wordt hier voor een geluidsluwe gevel een ruimere marge aangehouden: 5 dB boven de streefwaarde. ˗ De eisen van het Bouwbesluit blijven van kracht om een acceptabel akoestisch binnenklimaat te garandere.; Voorwaarde woningindeling ˗ De woning bevat voldoende verblijfsruimte(n) aan de zijde van de geluidsluwe gevel.
16
Voorwaarde geluidsluwe buitenruimte ˗ Indien een woning beschikt over een buitenruimte, dan is deze bij voorkeur gelegen aan de geluidsluwe zijde. Het geluidsniveau mag in ieder geval niet meer dan 5 dB hoger zijn dan bij de geluidsluwe gevel. Deze eis geldt voor maximaal één buitenruimte per woning. Toetsing plan Corellistraat 10 Het plan Corellistraat 10 betekent een uitbreiding van een geluidgevoelige bestemming binnen het plangebied. Derhalve is het plan onderworpen aan akoestisch onderzoek, waarbij gekeken is naar de geluidbelasting van zowel weg- en railverkeer als industrielawaai op de gevels van de beoogde appartementen. Het navolgende vormt een resumé van de belangrijkste bevindingen uit deze onderzoeken (Voortman ingenieurs, mei 2023). Wegverkeerslawaai Ten aanzien van wegverkeerslawaai bevinden de beoogde appartementen zich binnen de geluidzone van de Gerbrandylaan, Braakstraat, Corellistraat, Willaertstraat, Sweelinckstraat, Orlando di Lassostraat, Rossinistraat en Euterpelaan en de invloedsfeer van enkele 30 km/h wegen. Het akoestisch onderzoek resulteerde in de volgende punten: ˗ De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Gerbrandylaan, Braakstraat en Sweelinkstraat bedraagt ten hoogste respectievelijk 51 dB, 50 dB en 52 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh1.
Deze geluidbelastingen zijn hoger dan de voorkeursgrenswaarde va 48 dB, maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB, incl. aftrek art. 110g Wgh; ˗ De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Corellistraat, Marchantstraat, Willaertstraat, Orlando di Lassostraat, Rossinistraat en Euterpelaan is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, incl. aftrek art. 110g Wgh. ˗ De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle voornoemde wegen bedraagt ten hoogste 54 dB, incl. aftrek art. 110g Wgh. Railverkeerslawaai Ten aanzien van railverkeerslawaai zijn de beoogde appartementen gelegen binnen de geluidzone van het spoortraject ’s-Hertogenbosch - Nijmegen. Het akoestisch onderzoek resulteerde voor het railverkeer in het volgende punt: ˗ De berekende geluidbelasting bedraagt ten hoogste 66 dB en is daarmee hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB, maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 68 dB. Gecumuleerde geluidbelasting weg- en railverkeer ˗ De gecumuleerde geluidbelasting Lcum ten gevolge van weg- en railverkeerslawaai bedraagt (omgerekend naar wegverkeerslawaai) ten hoogste 61 dB, excl. aftrek art. 110g Wgh. ˗ De gecumuleerde geluidbelasting voor de appartementen valt hoofdzakelijk in de geluidklasse goed, redelijk en matig en in slechts enkele gevallen in de geluidklasse tamelijk slecht.
De onderzochte maatregelen om de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde voor zowel weg- als railverkeer zijn onvoldoende doeltreffend en/of ondervinden overwegende bewaren van civieltechnische, stedenbouwkundige en financiële aard. Gesteld kan worden dat er conform de Wgh geen onacceptabele samenloop van geluid is. Door het binnenniveau in de appartementen op basis van de gecumuleerde geluidbelasting door wegen railverkeerslawaai te borgen op 33 dB is er sprake van een goed woon- en leefklimaat.
1 Conform artikel 110g van de Wgh mag het resultaat van de berekende geluidbelasting met maximaal 5 dB worden
verminderd voordat de geluidbelasting wordt getoetst aan de (voorkeurs) grenswaarden. Deze correctie biedt de mogelijkheid om rekening te houden met het afnemen van de geluidproductie van de motorvoertuigen.
17
Conform het gemeentelijk beleid dient een nieuw te bouwen woning, wanneer de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, over een geluidluwe gevel(deel) en buitenruimte te beschikken. Omdat de exacte indeling van de beoogde appartementen nog niet bekend is zal dit onderdeel nader uitgewerkt en bij de bouwaanvraag getoetst moeten worden. Industrielawaai Ten aanzien van industrielawaai kan worden gesteld dat het bedrijf Dalco Food bv vooralsnog als maatgevend kan worden gesteld voor dit deelaspect. De term ‘vooralsnog’ is hier genoemd, aangezien Dalco Food op afzienbare termijn vertrekt uit Oss en een ander (vergelijkbaar) bedrijf invulling blijft geven aan de beschikbare milieuruimte. Meer aannemelijk is echter dat de percelen van Dalco Food een toekomstige invulling krijgen in lijn met de gebiedsvisie Euterpepark, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Oss. Dit zou in ieder geval een (sterke) reductie van de toegestane milieucategorisering met zich mee kunnen brengen, ofwel meer mogelijkheden voor het realiseren van woon- en werkfuncties op korte afstand van elkaar. Vanuit het vertrekpunt dat Dalco Food maatgevend is voor het deelaspect Industrielawaai vormt de oorspronkelijke milieuvergunning van Dalco Food, verleend op 21 maart 2006, de basis van het akoestisch toetsingskader voor het plan Corellistraat 10.
In deze milieuvergunning is aangegeven dat de woonomgeving van Dalco Food wordt getypeerd als ‘Burgerwoningen op een nietgezoneerd industrieterrein’, een en ander conform tabel 5 uit hoofdstuk 5.9 van de ‘Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening 1998’. Onderstaand is deze tabel, waarnaar verwezen wordt, weergegeven. Tabel 4.8: Richtwaarden woningen op een industrieterrein (HMRI 1998).
De huidige (veranderings)milieuvergunning van Dalco Food bv is gedateerd op 12 juli 2011. Onderdeel van deze vergunning is het “Akoestisch onderzoek Dalco Food bv te Oss”, opgesteld door Tauw bv van 29 september 2010 met projectnummer 4733852. Uit dat onderzoek blijkt dat op de beschouwde beoordelingspunten ten aanzien van geluid in de representatieve en regelmatig afwijkende bedrijfssituatie kan voldaan kan worden aan de vergunningsvoorschriften voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT van 50/55 dB(A) etmaalwaarde en voor het maximale geluidniveau LAmax aan 70 dB(A) etmaalwaarde. Op basis van het gebruikte rekenmodel uit 2010 is anno 2023 de geluidbelasting ten gevolge van Dalco Food bv bepaald op de geplande nieuwbouw woningen aan de westkant van de Sweelinckstraat. Op basis van het in voornoemd onderzoek gehanteerde rekenmodel is in mei 2023 de geluidbelasting ten gevolge van Dalco Food bepaald op de geplande woningen binnen het plan Corellistraat 10, meer specifiek de appartementen aan de westkant van de Sweelinckstraat. Het navolgende vormt een resumé van de belangrijkste bevindingen.
Langtijd gemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) Uit de berekeningen blijk dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) op de nieuwbouw ontwikkeling ten gevolge van Dalco Food bv in de representatieve bedrijfssituatie op basis van het bestaande rekenmodel ten hoogste 55 dB(A) bedraagt en voldaan kan worden aan de grenswaarden voor woningen op een bedrijventerrein. Piekgeluidniveau LAmax Voor de piekniveaus LAmax zijn de piekgeluiden door verkeersbewegingen bij de laaddoks aan de Sweelinckstraat in de avond- en nachtperiode aan de kant van de geplande nieuwbouw ten westen van de Sweelinckstraat bepalend. Op basis van het bestaande akoestisch model uit 2011 wordt op de naar de Sweelinckstraat gerichte gevel van de nieuwbouw van blok B, C en D een
18
geluidbelasting LAmax van respectievelijk 72, 68 en 64 dB(A) door piekniveau’s ten gevolge van verkeersbewegingen van vrachtauto’s berekend in de nachtperiode en wordt de maximale ontheffingswaarde uit de vergunning overschreden. De geluidbelasting door de maximale geluidniveaus LAmax op de geplande nieuwbouw van blok B en C is dan maximaal respectievelijk 7 en 3 dB(A) hoger dan maximaal toelaatbaar volgens het Activiteitenbesluit. Opgemerkt wordt dat in het akoestisch onderzoek uit 2011 het piekgeluidniveau LAmax op de zijgevel van de woning Rossinistraat 23 niet meegenomen. Op de zijgevel van deze woning bedraagt het maximale geluidniveau door verkeersbewegingen van vrachtauto’s in de in de nachtperiode 64 dB(A), waardoor de vergunningsvoorschriften 70/65/60 dB(A) met 4 dB(A) worden overschreden. De geluidbelasting LAmax overschrijdt de maximale ontheffingswaarde maar omdat: ˗ het een tijdelijke situatie betreft (tot dat Dalco Food bv verhuist is); ˗ Niet zeker is of een eventuele opvolgend bedrijf ook in de avond- en nachtperiode gebruikt maakt van de laad- en loskuil; is een mogelijke praktische oplossing het toepassen van een 7 dB(A) betere geluidwering van de gevel waardoor het binnenniveau ten gevolge van het maximale geluidniveau in de appartementen via een maatwerkvoorschrift wordt gewaarborgd op 45 dB(A) in de nachtperiode.
De benodigde geluidwering van de gevel bedraagt dan derhalve (72-45=) 27 dB(A). Een gevel van een woning/appartement heeft bij de toepassing van een ventilatiesysteem met natuurlijke toevoer en mechanische afvoer in de basis een minimale geluidwering van 20 dB(A). Door toepassen een gebalanceerd ventilatiesysteem wordt in de regel al een geluidwering van de gevel van 25 dB(A) bereikt. Gecumuleerde geluidbelasting weg-, rail- en industrielawaai De gecumuleerde geluidbelasting LCUM ten gevolge van wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai bedraagt (omgerekend naar wegverkeerslawaai) ten hoogste 61 dB, excl. aftrek art. 110g Wgh ter plaatse van de dichtst bij het spoor gelegen appartement. Afgestemd op de methode ‘Miedema’ valt de gecumuleerde geluidbelasting voor de appartementen hoofdzakelijk in de geluidklasse goed, redelijk en matig en in enkele gevallen in de geluidklasse tamelijk slecht.
Samengevat worden op grond van het uitgevoerde onderzoek met betrekking tot industrielawaai de volgende conclusies worden getrokken: ˗ Uit de berekeningen blijkt dat de etmaalwaarde van het langtijd gemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT van Dalco Food bv in de in 2011 vergunde representatieve bedrijfssituatie ter plaatse van de gevels van de nieuw te bouwen appartementen kan voldoen aan de gestelde grenswaarde van 55 dB(A) voor woningen op een bedrijventerrein; ˗ Rekening houdend met de modelaanpassingen, zoals aangegeven door de omgevingsdienst Brabant-Noord, bedraagt de etmaalwaarde van het langtijd gemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT van Dalco Food bv in de in 2011 vergunde representatieve bedrijfssituatie ten hoogste 57 dB(A). ˗ Het maximale geluidniveau LAmax ter plaatse van de naar de Sweelinckstraat gerichte gevel van de nieuw te bouwen appartementen van blok B, C en D overschrijden de maximale ontheffingswaarden door verkeersbewegingen van vrachtauto’s in de nachtperiode. Opgemerkt wordt dat vrachtauto’s die over de Sweelinckstraat rijden hogere maximale geluidniveaus veroorzaken door de kleinere afstand tot de appartementen en daarmee maatgevend zijn voor de hinderbeleving ten opzichte van de vrachtauto’s op het terrein van de inrichting.
˗ Omdat het een tijdelijke situatie betreft (tot dat Dalco Food bv verhuist is) en het niet zeker is of een eventuele opvolgend bedrijf ook in de avond- en nachtperiode verkeersbewegingen heeft ter plaatse van de laad- en loskuil aan de Sweelinckstraat is een mogelijke praktische oplossing aanwezig. Het betreft hierbij het toepassen van een betere geluidwering van de gevel waardoor het binnenniveau in de appartementen (via maatwerkvoorschriften) wordt gewaarborgd, in het geval de appartementen eerder worden gerealiseerd dan duidelijk is dat
19
˗
Dalco vertrokken is naar een andere locatie of een ander bedrijf dezelfde activiteiten ontplooit. Om het binnenniveau in de appartementen te waarborgen bedraagt de benodigde geluidwering van de gevel ten gevolge van het langtijd gemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT 22 dB(A) en ten gevolge van het maximale geluidniveau LAmax 27 dB(A). Maatgevend voor de geluidwering van de gevel zijn derhalve de dan de maximale geluidniveaus veroorzaakt door de verkeersbewegingen in de nachtperiode.
Resumerend wordt de gemeente Oss verzocht medewerking te verlenen aan het vaststellen van de benodigde hogere geluidgrenswaarden. Voor woningen waarvoor een hogere grenswaarde wordt aangevraagd dient voorafgaand aan de bouwaanvraag een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevels te worden uitgevoerd om daarmee de karakteristieke geluidwering van de gevel te bepalen en deze te toetsen aan het Bouwbesluit. Conclusie Met inachtname van de benodigde hogere grenswaarden vormt het aspect ‘Geluid’ geen aanleiding voor het uitvoeren van een milieueffectrapportage (m.e.r.) met inbegrip van het opstellen van een Milieu Effect Rapport (MER).
4.3
Trillingen Toetsingskader Het plangebied Corellistraat 10 ligt nabij de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen. Het treinverkeer over deze spoorlijn kan gepaard gaan met trillingen. Realisatie van het plan Corellistraat 10 brengt de bouw van woningen met zich mee, die worden aangemerkt als trillingsgevoelige objecten. In Nederland bestaat geen wet voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Het aspect trillingshinder is echter wel een aandachtspunt in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ in de zin van de Wro. Hiervoor wordt een aantal richtlijnen en beleidsregels gebruikt. Voor het plan Corellistraat 10 is de richtlijn van de Stichting Bouwresearch (SBR) van augustus 2006 van belang, meer specifiek Richtlijn deel B ‘Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet-en beoordelingsrichtlijn’ (SBR B). Deze richtlijn is ook de basis van de toetsing zoals voorgesteld in de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen van het Ministerie van I&W van mei 2019. Tabel 4.9 toont de van toepassing zijnde streef- en grenswaarden conform de SBR B (nieuwe situaties, herhaald voorkomende trillingen). Tabel 4.9: Overzicht streefwaarden conform SBR B.
Volgens de SBR dient de maximale trillingssterkte Vmax in eerste instantie getoetst te worden aan A1. Indien hieraan voldaan wordt is sprake van een acceptabele situatie. Indien niet wordt voldaan aan A1 dient de maximale trillingssterkte getoetst te worden aan A2. Bij overschrijding van A2 is sprake van een conform SBR hinderlijke situatie. In het geval dat wordt voldaan, dient de trillingssterkte over de beoordelingsperiode voor de betreffende ruimte (Vper) getoetst te worden aan A3. Bij overschrijding van A3 is wederom sprake van een conform SBR hinderlijke situatie. Opgemerkt wordt dat de streefwaarden van de SBR in principe geen wettelijke grenswaarden zijn. Volledigheidshalve de kanttekening dat het voldoen aan de streefwaarden van de SBR niet inhoudt dat geen sprake zal zijn van voelbare trillingen. De waarde van 0,1 wordt normaliter gezien als de voelbaarheidsgrens. Een streefwaarde van Vmax van 0,2 in woningen sluit derhalve niet uit dat bepaalde passages voelbaar kunnen zijn.
20
Toetsing plan Corellistraat 10 Het plan Corellistraat 10 is gesitueerd op circa 70 m. afstand van de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen en bevindt zich daardoor binnen het standaard aandachtsgebied, waar conform de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen van het Ministerie van I&W (mei 2019) nader onderzoek naar trillinghinder wenselijk is. In oktober 2022 heeft het ingenieurs- en adviesbureau Peutz het onderzoek naar mogelijke trillingshinder uitgevoerd met inbegrip van trillingsmetingen ter hoogte van de dichtstbij het spoor geprojecteerde gevel. Voor de beoordeling van de in de woning te verwachten trillingen is, zoals gebruikelijk, uitgegaan van de streefwaarden voor de maximaal optredende trillingssnelheden, zoals opgenomen in voornoemde Richtlijn deel B. Zoals hierin aangegeven geldt voor woningen een zogenaamde onderste streefwaarde A1 van 0,1. Getoetst aan het plan Corellistraat 10 wordt deze waarde, gezien de worst case maximale trillingsterkte tot 0,4 in de geprojecteerde woningen, overschreden. Bij overschrijding van de onderste streefwaarde wordt in eerste instantie toetsing aan de bovenste streefwaarde A2 relevant. Omdat ook in de nacht sprake is van passerende treinen geldt een maatgevende A2 van 0,2.
Aan deze waarde zal juist worden voldaan zodat daarmee toetsing van de trillingsterkte Vper aan de orde is, ofwel de verwachte (gemiddelde) trillingsterkte over de beoordelingsperiode (V per) in de woningen. Uitgaande van een vergelijkbare verhouding als bij de maximale trillingsterkte tussen bodem en woning wordt een (gemiddelde) trillingsterkte over de beoordelingsperiode (V per) in de woning verwacht van maximaal 0,022, waarmee voldaan wordt aan de streefwaarde A3 van 0,05. Op basis van het door Peutz verrichte onderzoek kan worden geconcludeerd dat de in het kader van trillinghinder in woningen na te streven waarden, zoals aangegeven in de Richtlijn deel B ‘Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn’ van de Stichting Bouwresearch (SBR) van augustus 2006, kan worden voldaan. Daarmee is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat op het aspect trillingen. Als randvoorwaarde bij deze conclusie stelt Peutz dat het plan Corellistraat 10 voorziet in de toepassing van voldoende stijve vloeren (eigenfrequenties hoger dan circa 12 Hz).
Conclusie Het aspect ‘Trillingen’ vormt geen aanleiding voor het uitvoeren van een milieueffectrapportage (m.e.r.) met inbegrip van het opstellen van een Milieu Effect Rapport (MER).
4.4
Luchtkwaliteit Toetsingskader De Rijksoverheid werkt samen met provincies en gemeenten om te voldoen aan de Europese normen voor luchtkwaliteit. In Europees verband zijn normen vastgelegd voor de maximum concentratie van een aantal stoffen, zoals fijn stof en stikstofoxiden, in de buitenlucht. Kort samengevat hebben luchtkwaliteitsregels gevolgen voor het uitvoeren van (ruimtelijke) projecten. Uitgangspunt is dat een project niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Als er wel een overschrijding is, dan mag een project de luchtkwaliteit niet ‘in betekenende mate’ verslechteren. Huidige luchtkwaliteit Om inzicht te krijgen in de heersende luchtkwaliteit zijn met name stikstofoxide (NO2) en fijn stof belangrijke componenten. De twee belangrijkste ‘maten’ voor fijnstof zijn PM10 (Particulate Matter, met een grootte tot 10 micrometer) en PM2,5 (fijnstof met een grootte tot maximaal 2,5 micrometer). PM2,5 is daarmee een deel uit de fractie PM10. Bij het bepalen van de luchtkwaliteit zijn voor de genoemde componenten de volgende grenswaarden van toepassing: ˗ NO2: 40 µg/m3 als jaargemiddelde (sinds 2015). ˗ PM10: 40 µg/m3 als jaargemiddelde. ˗ PM2.5: 25 µg/m3 als jaargemiddelde (sinds 2015).
21
Besluit ‘Niet In Betekenende Mate bijdrage’ (NIBM) Het Besluit ‘Niet In Betekenende Mate bijdrage (NIBM)’ betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ leiden tot een verslechtering van de heersende luchtkwaliteit, niet afzonderlijk getoetst hoeven te worden op de grenswaarden. Elk project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit kan dus worden uitgevoerd. Op Rijksniveau is de definitie van ‘in betekenende mate’ vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur (AMvB). In deze AMvB, te zien als luchtkwaliteitseisen, is vastgelegd dat projecten die leiden tot een toename van (concentratie-)grenswaarden van een stof met meer dan 3%, in betekenende mate bijdragen aan de luchtvervuiling. Onder deze 3% grens is dus sprake van NIBM. Toetsing plan Corellistraat 10 Via monitoring van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) volgt de Rijksoverheid de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in Nederland. Hiertoe heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) de Monitoringstool ontwikkeld.
De Monitoring NSL-2021 geeft aan dat nabij het plangebied Corellistraat 10 de volgende luchtkwaliteitsgegevens zijn gemeten: ˗ NO2: <35 µg/m3 ˗ PM10: <35 µg/m3 ˗ PM2.5: <20 µg/m3 Op grond van de bovenstaande gegevens kan worden gesteld dat de concentraties van de componenten NO2, PM10 en PM2.5 (ruim) onder de betreffende grenswaarden liggen. De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is dus goed te noemen en is hier in dit opzicht sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het is niet aannemelijk te veronderstellen dat het plan in dit deel van Oss een overschrijding van deze grenswaarden tot gevolg zal hebben. Besluit ‘Niet In Betekenende Mate bijdrage’ (NIBM) Aangezien het plan Corellistraat 10 de realisatie van minder dan 1.500 woningen betreft (algemeen gezien als ‘bovengrens’ van een NIBM-ontwikkeling in relatie tot woningbouw), kan op voorhand worden gesteld dat dit plan als een NIBM-ontwikkeling kan worden benaderd. Ondanks dat is de NIBM-tool toegepast om de impact van het plan op de luchtkwaliteit nader te bepalen. Vanuit een (gemiddelde) verkeersgenererende werking van het plan Corellistraat 10 is invulling gegeven aan de NIBM-tool (zie tabel 4.10). Tabel 4.10: Worst-case berekening bijdrage extra verkeer op luchtkwaliteit.
Bron: NIBM-tool 2022, Rijkswaterstaat, Ministerie IenW.
De omvang alsmede de potentiële bijdrage van het plan Corellistraat 10 aan de luchtkwaliteit kan als ‘NIBM’ worden beschouwd. Conclusie Het aspect ‘Luchtkwaliteit’ vormt geen aanleiding voor het uitvoeren van een milieueffectrapportage (m.e.r.) met inbegrip van het opstellen van een Milieu Effect Rapport (MER).
22
4.5
Geurhinder Toetsingskader Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. Het gemeentelijk geurbeleid bestaat uit twee delen: de ‘Geurgebiedsvisie 2013’ en de ‘Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017’. De ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder’ van de gemeente Oss is van belang als het gaat om de vraag of op een bepaalde locatie een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft daarbij aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aansluitend zijn in de ‘Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017’ de maximale waarden voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente vastgelegd. Geurhinder: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: ˗ als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; ˗ als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; ˗ de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is.
Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. Toetsing plan Corellistraat 10 Geurhinder: agrarisch Er bevinden zich in de nabije omgeving van het plangebied Corellistraat 10 geen veehouderijen met een eventuele impact op het aspect ‘agrarische geurhinder’. Geurhinder: industrieel In maart 2022 verscheen het rapport ‘Toets geurimmissie concentratie Corellistraat 10 te Oss’, uitgevoerd door Bureau Blauw. Het betreft hier de resultaten van een onderzoek naar de geurbelasting ter hoogte van de beoogde woningen veroorzaakt door de bedrijven Dalco Food en het iets daarachter gelegen Oss Halal Food. Rekening houdend met de van toepassing c.q. aanwezig zijnde geurreducerende maatregelen bij deze bedrijven toont het onderzoek aan dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter hoogte van het plangebied.
Conclusie Het aspect ‘Geurhinder’ vormt geen aanleiding voor uitvoering van een milieueffectrapportage (m.e.r.) met inbegrip van het opstellen van een Milieu Effect Rapport (MER).
4.6
Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over de risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het externe veiligheidsbeleid in Nederland is gericht op het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving. Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er nabij
23
kwetsbare bestemmingen (zoals woningen) activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Concreet kan het aspect externe veiligheid relevant zijn vanwege bedrijven (inrichtingen) die met gevaarlijke stoffen werken en vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en door buisleidingen. Toetsingskaders binnen het aspect ‘Externe Veiligheid’ zijn het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (Bevi), het ‘Besluit externe veiligheid transportroutes’ (Bevt) en het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen’ (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. Bij de ruimtelijke afwegingen c.q. risicobenaderingen biedt de wet- en regelgeving twee begrippen om het risiconiveau voor activiteiten met gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Het betreft hier het persoons- c.q. plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Toetsing plan Corellistraat 10 Inventarisatie EV-risicobronnen nabij plangebied Corellistraat 10 Op grond van de algemeen door gemeenten gehanteerde Signaleringskaart EV kan worden geconstateerd dat het plangebied Corellistraat 10 binnen de invloedzone ligt van de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen en het tankstation met LPG, gelegen aan de Euterpelaan 33.
De afstand van de perceelgrens van het plangebied tot de spoorlijn bedraagt circa 75 meter, tot het tankstation circa 80 meter. Spoorlijn Het plangebied ligt binnen de EV-invloedzones van het Basisnet Spoor, zoals deze geldt voor de spoorlijn s’-Hertogenbosch – Nijmegen. De Signaleringskaart EV geeft aan dat de volgende gegevens van toepassing zijn op deze spoorlijn, ter hoogte van het plangebied: ˗ Het PR-plafond (10-6) bevindt zich op een afstand van 0 meter van de spoorlijn. ˗ Het GR-plafond (10-7) bevindt zich op een afstand van 4 meter van de spoorlijn. ˗ Het GR-plafond (10-8) bevindt zich op een afstand van 29 meter van de spoorlijn. ˗ Een plasbrandaandachtsgebied is niet aanwezig. Tankstation met LPG LPG-autogastankstations vallen onder de werking van het Bevi. In de van toepassing zijnde Circulaire effectafstanden LPG tankstations is opgenomen dat voor zeer kwetsbare objecten, zoals ziekenhuizen en andere zorginstellingen, een effectafstand geldt van 160 meter. Voor overige (beperkt) kwetsbare objecten geldt een effectafstand van 60 meter. Bedrijfsgebouwen, voor zover zij geen gebouwen zijn waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn, gelden in dit opzicht als beperkt kwetsbare objecten. Reguliere woningen vormen binnen dit EV-kader kwetsbare objecten.
Tegen deze achtergrond geeft de Circulaire effectafstanden LPG tankstations aan dat zelfredzame personen vanaf 60 meter afstand in beginsel voldoende beschermd zijn tegen de mogelijke EV-effecten vanuit LPGautogastankstations. Het plangebied Corellistraat 10 grenst op een afstand van circa 80 meter tot de bron van het LPG-tankstation en voorziet het plan in de realisatie van appartementen c.q. reguliere woningen alsmede ruimten voor arbeidsextensieve/bezoekersextensieve bedrijvigheid. Advies Veiligheidsregio Noord-Brabant (Brandweer) Op 5 september 2022 heeft de Veiligheidsregio Brabant Noord (Brandweer) op een eerdere conceptversie van het ontwerpbestemmingsplan per brief advies uitgebracht over het aspect externe veiligheid. Basis voor haar advies vormt het gegeven dat de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in het invloedsgebied van de spoorlijn Nijmegen - ’s-Hertogenbosch, waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en binnen het invloedsgebied van het LPG tankstation aan de Euterpelaan 35. Kort samengevat geven artikel 8 BEVT en artikel 13 BEVI aan dat het groepsrisico (GR) verantwoord dient te worden.
24
Het navolgende vormt een weergave van het gegeven advies, dat start met een korte beschrijving van relevante scenario's, de effecten in het plangebied. Vervolgens volgen een beoordeling over de mate van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Tot slot komt de Veiligheidsregio Brabant Noord (Brandweer) met een concreet advies, gericht op het nemen van maatregelen om de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen. Scenario's De relevante scenario’s in relatie tot het plangebied zijn: een BLEVE en een toxische wolk. In algemene zin geldt dat de kans op het plaatsvinden van dit type incidenten als gevolg van veiligheidsmaatregelen rondom het vervoer bijzonder klein is. Beoordeling zelfredzaamheid Beide risicobronnen (spoor en LPG tankstation) liggen aan weerszijde van het plangebied. Dit betekent dat men afhankelijk vanaf de BLEVE-locatie in een andere richting moet vluchten. De Veiligheidsregio Brabant Noord (Brandweer) constateert echter dat er voldoende mogelijkheden zijn om het plangebied in verschillende richtingen te ontvluchten. Ook ligt het plangebied binnen het bereik van een WAS-sirene (waarschuwing- en alarmeringssysteem) en kunnen alarmering en instructies ook via NL Alert en andere social media worden gegeven. Voor het scenario toxische wolk is schuilen het beste handelingsperspectief.
Nieuwe gebouwen bieden als gevolg van energieprestatie een prima bescherming tegen het binnen dringen van toxische stoffen. Het is wel van belang dat ventilatieopeningen afgesloten kunnen worden. Gezien de aard en de activiteiten van de bestemming mag worden aangenomen dat de mate van zelfredzaamheid van de personen binnen het plangebied voldoende is. Beoordeling bestrijdbaarheid ˗ Om effectief en efficiënt hulp te kunnen bieden ten tijde van een incident, zijn de opkomsttijd, de bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid van belang. De opkomsttijd van de brandweer bedraagt circa 6 minuten. Het plangebied kan via twee onafhankelijke routes bereikt worden. Indien met de inrichting van het plangebied rekening wordt gehouden met de richtlijnen, beschreven in de Handreiking bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen is er ook sprake van voldoende bereikbaarheid voor de hulpdiensten binnen het plangebied. ˗ Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. ˗ Tankwagens die LPG aanleveren zijn voorzien van een isolerende bekleding. Dit betekent dat afhankelijk van de vulgraad van de tank een explosie na 75 minuten kan plaats vinden.