CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Antwoord zienswijzen (NvA) Meanderende Maas

Gemeenteraad 11 april 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan Meanderende Maas - 202229.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

1 zie bijvoorbeeld ABRvS 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1561

er nog zijn. Vervolgens wordt nagegaan of deze punten ingepast kunnen worden in het uitvoeringsontwerp. Het uitvoeringsontwerp moet klaar zijn voor de start van de werkzaamheden. Deze start van de werkzaamheden verschilt per dijkvak. In sommige dijkvakken wordt bijvoorbeeld in 2025 een start gemaakt met de werkzaamheden en in andere vakken pas in 2026. Bewoners worden hierover verder geïnformeerd via de omgevingsmanager van het waterschap Aa en Maas. Zie ook de volgende paragraaf.

2.8.2

Communicatie over de realisatie

De uitvoeringswerkzaamheden in het projectgebied zijn voorzien vanaf de tweede helft 2024 tot 2030, dit is de realisatiefase. In deze realisatiefase wordt de planning van de uitvoering en de te verwachten hinder steeds concreter. Het is van belang de omwonenden en bedrijven hierin mee te nemen. Daarnaast zal zoveel mogelijk worden voorkomen dat werkzaamheden onaangekondigd starten of dat werkzaamheden onaangekondigd langer duren dan eerder aangegeven. Uitgangspunt is dat belanghebbenden uiterlijk 8 weken voorafgaand aan werkzaamheden worden geïnformeerd. Afhankelijk van het soort gebruik (wonen, bedrijvigheid, recreatie) treft het project maatregelen om hinder te minimaliseren. Bewoners en omgevingsgroepen zijn tijdens de uitvoering belangrijke stakeholders om te kunnen toetsen of deze maatregelen ook effectief zijn of dat wellicht moet worden bijgestuurd.

3 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET DIJKVERSTERKING RAVENSTEIN-LITH

3.1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen

3.1.1

Wijzigingen op de kaarten

Naar aanleiding van de zienswijzen zijn aanpassingen gedaan op het ontwerp van de dijkversterking: • Op de ruimtelijke inrichtingskaart is naar aanleiding van zienswijze 1 het onderscheid tussen wandelpaden, fietspaden en gecombineerde paden (wandelen in combinatie met fietsen) duidelijker afgebeeld. De ruimtelijke inrichtingskaart is een bijlage bij het projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein-Lith. • Mede naar aanleiding van zienswijze 11 en zienswijze 13 blijven twee treurwilgen behouden: ter plaatse van de Megense dijk 8, te Macharen en de Kasteeldijk 5, te Macharen. Dit is aangepast op de plankaart bij het projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein-Lith en op de ‘Overzichtskaart te kappen bomen’ bij de Omgevingsvergunning Kappen en Herplant Oss. • Een wandelpad is naar aanleiding van zienswijze 11 en 21 verplaatst naar het binnentalud in plaats van over de kruin van de dijk. Dit is aangepast op de plankaart bij het projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein-Lith. • Mede naar aanleiding van zienswijze 18 en 104 is het projectplan aangepast, omdat uit aanvullend onderzoek is gebleken dat klei-inkassing en heaveschermen op bepaalde locaties niet meer noodzakelijk zijn (zie tevens paragraaf 3.2). • Naar aanleiding van twee zienswijzen (92 en 107) is de constructiezone vergroot ter plaatse van dijkpaal A459 (Haren) en dijkpaal A498 (Megen).

Door het vergroten van de constructiezone is het mogelijk om in het uitvoeringsontwerp de inpassing nader te onderzoeken en te kijken of de langsconstructie dusdanig is in te passen dat er rekening kan worden gehouden met de zienswijzen. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met andere aspecten zoals kosten, milieukundige effecten etc. In Bijlage I is bij de individuele zienswijzen aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot een aanpassing en zo ja tot welke aanpassing.

3.1.2

Wijzigingen in teksten

Mede naar aanleiding van de zienswijzen 3, 6, 18, 37, 51, 66 over nulopnames zijn aanpassingen gedaan in de tekst van het projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein-Lith: • In paragraaf 8.8.1 en 12.7.3 van het projectplan is een nadere toelichting opgenomen met betrekking tot het uitvoeren van nulopnames.

3.2

Ambtshalve wijzigingen

3.2.1

Klei-inkassingen en vervallen heaveschermen

In het ontwerp-projectplan Waterwet is op diverse locaties aangegeven dat de dijk wordt versterkt door middel van een klei-inkassing. Tevens is gesteld dat op een aantal locaties een klei-inkassing zeer kansrijk is. Zie Figuur 3.

Figuur 3 Projectgebied met daarin de locaties met de klei-inkassingen (rood) en ruimte reserveringen voor nog te detailleren kleiinkassingen (paars) uit het ontwerp-projectplan Waterwet

Na de terinzagelegging van het ontwerp-projectplan zijn er nog twee sporen doorlopen. In het eerste spoor is onderzocht of een klei-inkassing op de kansrijke locaties ook daadwerkelijk een geschikte oplossing tegen piping is. Uit dit spoor volgt dat alle locaties geschikt zijn voor een klei-inkassing. Op deze locaties komen de heaveschermen te vervallen en worden deze niet in het definitieve projectplan opgenomen. In het tweede spoor is aanvullend grondonderzoek uitgevoerd naar de dikte en continuïteit van kleilaag in het voorland, om te beoordelen of deze al als klei-inkassing kan fungeren. Deze situatie is van toepassing ter plaatse van zienswijze 18 en 104. Uit dit nadere grondonderzoek volgt dat er op grote strekkingen reeds van nature een klei-inkassing van voldoende dikte en continuïteit aanwezig is. Op 1,8 km is dit niet het geval en zal een klei-inkassing aangelegd moeten worden. In het definitieve projectplan worden alleen de resterende klei-inkassingen aangegeven. In het definitieve projectplan wordt tevens in delen van dijkvak 9b-5 en dijkvak 5b-2 een grofzandbarriere toegepast in plaats van een stalen heavescherm als pipingmaatregel. De aanpassingen in het ontwerp worden ook aangepast in de ontgrondingsvergunning Noord-Brabant en tekstueel in het definitieve projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein-Lith.

3.2.2

Constructiezones en voorkeurslocatie constructie

In het ontwerp-projectplan Waterwet voor de dijk zijn langsconstructies voorzien om de dijk te laten voldoen op piping en/of stabiliteit. In het ontwerp-projectplan is de voorkeurslocatie van deze langsconstructies bepaald. Omdat richting de uitvoering er in meer detail naar de exacte locatie van het scherm wordt gekeken is in het ontwerp-projectplan een constructiezone aangehouden waarbinnen de detaillering van de langsconstructie kan worden uitgevoerd. Na de terinzagelegging van het ontwerp-projectplan is er in meer detail naar de langsconstructies gekeken. Hierbij zijn de volgende zaken aangepast: • Op locaties waar een klei-inkassing een adequate pipingmaatregel is gebleken komt het heavescherm en daarmee de constructiezone te vervallen • De voorkeurslocaties van de langsconstructies is opnieuw bepaald. Deze valt nagenoeg overal binnen de constructiezone. Op de volgende locaties is dit niet het geval: o Nabij dijkpaal A440+050: het heavescherm is hier circa 50m buiten de constructiezone doorgezet om te voorkomen dat grondwater om de damwand heen loopt (achterloopsheid). Het heavescherm wordt geplaatst op percelen van waterschap Aa en Maas. Er zijn geen significante aanvullende effecten voor deze locatie; o Traject A444+060-A448+020: het heavescherm wordt hier verplaatst van buitendijks naar binnendijks.

Het heavescherm kan hierbij beter worden ingepast binnen het ruimtebeslag van de toekomstige dijk. Er is geen aanvullende grondverwerving nodig. De constructie komt hierdoor iets dichter bij “Huis te Dieden” te liggen echter de afstand tot de bebouwing blijft meer dan 50m. Verder worden er geen aanvullende significante effecten verwacht;

o

o

o

o

Nabij dijkpaal A459+000: het heavescherm is hier circa 10m buiten de constructiezone doorgezet in verband met achterloopsheid. Het heavescherm wordt geplaatst op percelen van waterschap Aa en Maas. Er zijn geen significante aanvullende effecten voor deze locatie; Torenstraat Megen: de constructie wordt hier parallel aan de Torenstraat gezet in plaats van kruisend met de Torenstraat. De constructie betreft een L-wand die niet geheid of getrild hoeft te worden. Er zijn dan ook geen aanvullende significante effecten; Nabij dijkpaal A498: het combischerm gaat hier van de teen van de tuimelkade naar de binnenteen van de dijk. De constructiezone wordt hier verruimd om de overgang beter te kunnen inpassen in de omgeving. Dijkvak 6-1 bij sluis Macharen: zie nadere uitwerking in het projectplan voor deze locatie;

Er zijn op een aantal locaties zettingsschermen toegevoegd aan het ontwerp om te voorkomen dat de dijkversterking tot schade aan panden leidt door vervormingen in de ondergrond. Deze schermen zijn uit voorzorg opgenomen en de noodzaak wordt in een latere fase nog in detail beschouwd. De uitkomst daarvan wordt gedeeld met bewoners. De locaties van de zettingsschermen, de bijbehorende constructiezones en het tijdelijke ruimtebeslag zijn: • Kapelstraat 51 en 53 bij de oprit naar de dijk • Oijense Bovendijk 55 bij oprit naar de dijk • Kasteel van Oijen

3.2.3

Tijdelijk ruimtebeslag

In het ontwerp-projectplan Waterwet voor de dijk zijn zones voor tijdelijk ruimtebeslag opgenomen. Op de locaties waar met grondonderzoek is aangetoond dat er reeds voldoende klei aanwezig is wordt geen kleiinkassing aangelegd. Hierdoor is de zone voor het tijdelijk ruimtebeslag opgeschoven, zodanig dat deze direct aansluit op de zone voor de dijk. Hiervoor is ook gekozen om het tijdelijk ruimtebeslag voor de stakeholders zoveel mogelijk te beperken.

3.2.4

Antigraverij maatregelen

Door de toename van de populatie van bevers en dassen zijn er meer zorgen ten aanzien van het ondermijnen van de dijk door dierlijke graverij. Om het risico op ondermijning te verkleinen en om de herstelkosten van dierlijke graverijen te beperken zijn in het definitieve projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein-Lith antigraverijmaatregelen opgenomen die nog ontbraken in het ontwerp-projectplan. De antigraverij maatregelen zijn onder te verdelen in maatregelen ten behoeve van de dagelijkse situatie en maatregelen ten behoeve van hoogwatersituaties. Voor de dagelijkse situaties betreft het verticale maatregelen bij plassen en watergangen langs de dijk om graverij door bevers vanuit de oever naar de dijk te voorkomen. Voor hoogwatersituaties betreft het gaas op het buitentalud op dijkgedeelten die het meest kwetsbaar zijn voor het graven van nieuwe holen door bevers waarvan de burcht door het opkomende water ondergelopen is. De antigraverij maatregelen worden binnen het ruimtebeslag van de nieuwe dijk geplaatst. Zoveel mogelijk zullen de maatregelen gelijktijdig met de dijkversterking worden aangebracht.

3.2.5 • •

• • •

Overige aanpassingen

Op enkele locaties wordt het permanente ruimtebeslag aangepast op de grond van de gebiedspartners. Dit zijn geen grote wijzigingen en worden onderling met de projectpartners opgelost. Op diverse locaties in de Hemelrijkse Waard zijn sloten aanwezig in de buitenteen van de dijk. Deze sloten zijn vanuit het beheer van de dijk niet wenselijk. Vanuit het oogpunt van de nieuwe natuurfunctie van het gebied zijn deze sloten niet noodzakelijk. Deze sloten worden in het definitieve projectplan gedempt. Ten westen van Megen ligt een A-watergang die gedempt wordt. Per abuis was dit niet in het ontwerpprojectplan opgenomen. Langs de Voorstraat te Dieden wordt de sloot aan de noordkant van de weg gedempt. Per abuis was dit niet in het ontwerp-projectplan opgenomen. De flexibiliteitsparagraaf is aangepast op een aantal aspecten. In de flexibiliteitsparagraaf staat een aantal bepalingen waar in het uitvoeringsontwerp rekening mee kan worden gehouden qua maatvoering. Bijvoorbeeld het inpassen van gedetailleerde hoogtemetingen waardoor de aansluiting van de dijk met het maaiveld op locaties kan verspringen. Een ander voorbeeld is de hoogte van de dijk bij grote ophogingen van meer dan 2m tijdelijk na oplevering.

De teksten en figuren van het definitieve projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein-Lith zijn consistent gemaakt met de wijzigingen zoals in deze Nota van Antwoord zijn geduid. Bijlage XII Participatieverslag is geactualiseerd, dit betreft een aanvulling met de participatiemomenten na september 2022, zoals onder meer de gehouden inloopbijeenkomsten tijdens de ter inzage periode in september 2023. In hoofdstuk 6.1 is aangegeven dat het waterschap een beheerdocument heeft laten opstellen. Dit document heeft bij het ontwerp projectplan Waterwet ook ter inzage gelegen, maar is soms strijdig met afspraken die inmiddels tussen Rijkswaterstaat en andere beheerders al gemaakt zijn. Daarom is het verwijderd als bijlage in het definitief projectplan. Het dijkbeheer wordt later vastgelegd door het waterschap.

• •

•

3.3

Samenvatting wijzigingen projectplan dijkversterking Ravenstein-Lith

In onderstaande tabel is aangegeven welke bijlagen bij het definitieve projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein-Lith zijn gewijzigd ten opzichte van het ontwerp. Producten

Wijzigingen

Projectplan Waterwet

Wijzigingen doorgevoerd conform hoofdstuk 3

Bijlage I - Dijkontwerp

Wijzigingen doorgevoerd conform hoofdstuk 3

Bijlage II – Technische profielen

Wijzigingen doorgevoerd conform hoofdstuk 3

Bijlage IIIa – ProjectMER Bijlage IIIb – Aanvulling MER Bijlage IV – Factsheets Redeneerlijn dijkoplossing

Geen wijziging, zie hoofdstuk 13 voor de MER-validatie Nieuwe bijlage, zie hoofdstuk 13. Wijzigingen doorgevoerd conform Hoofdstuk 3

Bijlage V – Beheerdocument Meanderende Maas

Is vervallen

Bijlage VI - Grondverwervingstekening

Wijzigingen doorgevoerd conform hoofdstuk 3

Bijlage VII – Programma van Eisen Archeologie

Geen wijziging

Bijlage VIII – Kaarten inventarisatie Kabels en Leidingen

Geen wijziging

Bijlage IX

Was reeds vervallen

Bijlage X – Watercompensatie binnen project Meanderende Maas

Geen wijziging

Bijlage XI – Rivierkundige beoordeling

Geen wijziging

Bijlage XII – Participatie verslag

Aangevuld met participatiemomenten na september 2022.

Bijlage XIII – Conditionerend onderzoek Conventionele explosieven

Geen wijziging

Bijlage XIV a – Ruimtelijke inrichtingskaart exclusief zelfrealisatiegebieden

Wijzigingen doorgevoerd conform hoofdstuk 3 en 4

Bijlage XIV b – Recreatieve voorzieningen en routenetwerken exclusief zelfrealisatiegebieden Bijlage XV – Doorsnedes beschrijving

Wijzigingen doorgevoerd conform hoofdstuk 3 en 4

Bijlage XVI – Ruimtelijk Kwaliteitsbeeld Meanderende Maas

Geen wijziging

Bijlage XVII – Onderbouwing buitendijks ruimtebeslag

Geen wijziging

Wijzigingen doorgevoerd conform hoofdstuk 3

4 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET GEULEN EN WEERDVERLAGING MEANDERENDE MAAS

4.1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen

Naar aanleiding van zienswijze 109 is op kaart een aanpassing gedaan aan het ontwerp van de geulen en weerdverlaging. Het betreft het behoud van een nog zichtbaar relict van een zomerdijkje aan het noordeinde van de zomerdijk die vroeger langs de Maasakker lag. De zienswijze pleit voor het behoud van het bestaande elementen in het landschap. Gewijzigde bijlagen

Wijziging

Bijlage IV: Kaarten ontwerphoogten en technische dwarsprofielen kaart Diedensche Uiterdijk

Kleine verhoging ter plaatse van het damrelict is toegevoegd in de buurt van DWP-01

4.2

Ambtshalve wijzigingen

4.2.1

Wijzigingen op kaarten

De ambtshalve wijzigingen worden onderstaand beschreven. Daar vallen enkele aanpassingen onder die doorwerken vanuit wijzigingen onder één van de andere besluiten, zoals elders in deze nota beschreven. Werkweg bij Megen in het ontwerp-projectplan geulen en weerdverlaging kruiste een belangrijke route voor de werkwegen het fietspad en de veerweg Megen-Appeltern. Tevens werd er in het ontwerp-projectplan gebruik gemaakt van de Rulstraat op een traject waar ook veel fietsers passeren. In de nieuwe kaart is een andere route opgenomen, zodat het gebruik van dit traject vermeden wordt. Geohydrologie Naar aanleiding van een analyse van de effecten op het resterende kleipakket in de ondergrond van het projectplan voor geulen en weerdverlaging is in overleg met het betrokken bevoegd gezag voor de ontgrondingsvergunning (de provincie Noord-Brabant en adviseur Waterschap Aa en Maas) besloten het ontwerp op één locatie minder laag op te leveren, te weten 0,5 tot 1 ha in de Diedensche Uiterdijk. Dit is ter plaatse van een laagte ten Noordoosten van de beverterp bij dwarsprofiel DWP-05 en net ten Noordwesten van DWP-05. Vegetatiekaart Op de watervergunning voor vegetatie in de uiterwaarden zijn zienswijzen ingediend die geleid hebben tot een aanpassing.

Deze werken door in sommige van de figuren en bijlagen van het projectplan geulen en weerdverlaging: • Wijziging van het vegetatieontwerp voor het bos in de Diedensche Uiterdijk vanwege een zienswijze op de watervergunning voor vegetatie met betrekking tot zichtlijnen. • Wijziging van het vegetatieontwerp voor het bos in de Diedensche Uiterdijk vanwege een zienswijze op de watervergunning voor vegetatie ten behoeve van de grondverwerving. Deze komen tot uiting in sommige informatieve figuren en bijlagen bij het projectplan.

Steenbekledingen (bestortingen) Er is een extra steenbekleding toegevoegd in de Oeverzone Megen, ter plaatse van de uitmonding in de Maas van een watergang die daar gedempt wordt. Zonder steenbekleding zou de grond uit de gedempte monding weer wegspoelen. Een tekening is hiertoe gewijzigd. Wijzigen fietspad ter plaatse van de haven Megen In de waterwetvergunning voor de haven bij Megen wordt de kruising voor fietsers met de Noord-Zuid anders ingericht: er komt een kruising die in twee richtingen bereden kan worden. Het rivierkundig model (vegetatie, c.q. ruwheid van de oppervlakken) en de tekeningen zijn hierop aangepast. De wijzigingen in de kaarten/figuren zijn onderstaand opgesomd. Gewijzigde kaarten

Wijziging

Bijlage IIIa Ruimtelijke inrichtingskaart

Andere layout van de fietspaden en de vegetatie ter plaatse van de haven bij Megen en in de Diedensche Uiterdijk in de buurt van Rulstraat 3, en ter hoogte van Onderweg 2 en 4, alsmede een ander tracé voor een struinpad (mede n.a.v. zienswijze 53) bij Maasbommel West Over ongeveer 0,5 tot 1 ha ter plaatse van een laagte in het ontwerp op een plek ten Noordoosten van de beverterp bij DWP05 en net ten Noordwesten van DWP-05 wordt er minder diep ontgraven De bestorting van de monding van een op te vullen watergang in oeverzone Megen wordt toegevoegd Vervangen door ontwerp met veiliger oversteek van de NoordZuid voor werkverkeer

Bijlage IV: Kaarten ontwerphoogten en technische dwarsprofielen kaart Diedensche Uiterdijk

Bijlage 9b Overzichtskaart Erosiebeschermende maatregelen totaal Figuur 22 en 23 in het projectplan geulen en weerdverlaging

4.2.2

Wijzigingen in de teksten

In de tekst van bijlage 9a Erosiebeschermende maatregelen is de bestorting bij het fietspad Maasbommel aangepast. Dat leidt echter ook tot een andere dikte en specificatie van die bestortingen (=steenbekledingen). De tekst in deze bijlage wordt aangepast. In de hoofdtekst van het projectplan zijn er geen wijzigingen. in de ontheffing voor soortbescherming worden aan takkenrillen als compensatie voor marterachtigen en poelkikkers eisen gesteld over de duur van de instandhouding. De tekst van het projectplan geulen en weerdverlaging is hiermee in lijn gebracht. Ook is de ‘aanvulling op het MER’ naar aanleiding van het voorlopige toetsingsadvies van de Commissie mer toegevoegd. Verder is het Participatieverslag geactualiseerd, dit betreft aanvulling met de participatiemomenten na september 2022, zoals onder meer de gehouden inloopbijeenkomsten tijdens de ter inzage periode in september 2023. De wijzigingen in tekst zijn in onderstaande tabel samengevat. Gewijzigde teksten

Wijziging

Bijlage 9a Erosiebeschermende maatregelen

Aanpassing figuur 5.24

Hoofdstuk 2.2.2 Chemische kwaliteit en waterbodemkwaliteitskaart

Aangepaste tekst als gevolg van gewijzigde Nota Bodembeheer (zie hoofdstuk 10) Tabellen met hoeveelheden zijn aangepast als gevolg van ontwerpwijzigingen in het ontwerp van de dijk Aanvulling Participatieverslag met de participatiemomenten na september 2022 Aanvulling MER

Hoofdstuk 3.2 grondstromen Bijlage I5 Bijlage I7b

5 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP-BESTEMMINGSPLAN GEMEENTE OSS

5.1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen

Er is een beperkt aantal zienswijzen ingediend op het ontwerp-bestemmingsplan herziening buitengebied van de gemeente Oss. Deze hebben vooral betrekking op de gevolgen voor de (agrarische) bedrijfsvoering van de bestemmingswijziging naar ‘Natuur’. Deze zienswijzen zijn in de Nota van Antwoord behandeld, de ingebrachte zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassing van de planregels, de verbeelding en/of de toelichting van het bestemmingsplan.

5.2

Ambtshalve wijzigingen

De titel van het bestemmingsplan is aangepast naar ‘bestemmingsplan Meanderende Maas – 2022’, om deze in overeenstemming te brengen met de gehanteerde titel in de besluitvorming door de gemeente en op de website www.ruimtelijkeplannen.nl • In de waterparagraaf (paragraaf 4.3 van de toelichting op het bestemmingsplan) is toegevoegd: o een beschrijving van het proces om te komen tot aanpassing van de beschermingszone van de dijk. In het bestemmingsplan wordt nog uitgegaan van de huidige ligging van de beschermingszone. Na afronding van de dijkversterking wordt de aangepaste beschermingszone vastgelegd in de legger van het waterschap en planologisch verankerd in het gemeentelijke omgevingsplan; o een verwijzing naar de Keur van het waterschap Aa en Maas ten behoeve van beheer en onderhoud in een strook van 5 meter langs A-watergangen. In de Keur is onder andere een vergunningplicht (met voorwaarden) opgenomen voor het plaatsen van werken en objecten in de watergang en de beschermingszone. • In de planregels is de bestemming Waterstaat-Waterkering toegevoegd (artikel 13). Deze bestemming stond op de Verbeelding, maar was per abuis niet opgenomen in de planregels van het ontwerpbestemmingsplan. De overige artikelen zijn hernummerd vanwege deze toevoeging.

Daarnaast is in de planregels de bepaling vervallen dat werkzaamheden ten behoeve van het project vrijgesteld worden van een omgevingsvergunningplicht aanleggen. Voor de aanlegwerkzaamheden zullen afzonderlijke omgevingsvergunningen worden aangevraagd. • In de verbeelding is ten opzichte van het ontwerp-bestemmingsplan de grens tussen land en water bij de uitstroomopening van het burgemeester Delenkanaal op de Maas aangepast. Dit als gevolg van een ontwerpoptimalisatie ter verbetering van de nautische veiligheid. De kanaalbreedte is recht doorgetrokken: de breedte van de opening is nu gelijk aan de kanaalbreedte. De bestemming van de vervallen landgedeeltes is gewijzigd naar Water. • De aanvulling op het project-MER is als Bijlage IB opgenomen. Daarnaast is bijlage 7, het Participatieverslag, geactualiseerd. Dit betreft aanvulling met de participatiemomenten na september 2022, zoals onder meer de gehouden inloopbijeenkomsten tijdens de ter inzage periode in september 2023. De overige bijlagen zijn ongewijzigd.

6 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN ONTWERP-WATERVERGUNNING VEGETATIE UITERWAARDEN

6.1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen

De zienswijzen 70 en 115 leiden tot twee wijzigingen op de kaarten: • Het verleggen van een areaal bos in de Diedensche Uiterdijk in verband met grondverwerving: aanpassing van de vegetatiekaart, ten gevolge van een zienswijze van waterschap Aa en Maas. • Het verleggen van een areaal bos in de Diedensche Uiterdijk in verband met verbetering van de zichtlijnen; deze aanpassing van de vegetatiekaart is het gevolg van een zienswijze van een particulier. Te besluiten en vast te leggen in nader overleg met de indiener. Ook is beoordeeld of deze wijzigingen invloed hebben op de rivierkundige beoordeling die is opgesteld als onderbouwing voor alle besluiten volgens de Waterwet tezamen. De effecten zijn nihil. Dat geldt tevens voor de effecten die in het MER beschreven zijn. Gewijzigde kaarten

Wijziging

Bijlage II bij de beschikking; vegetatiekaart

Gewijzigde arealen bos in de buurt van Rulstraat 3, en in de Diedensche Uiterdijk ter hoogte van Onderweg 2 en 4 Gewijzigde arealen bos in de buurt van Rulstraat 3, en in de Diedensche Uiterdijk ter hoogte van Onderweg 2 en 4

Vegetatiekaart in de bijlage en de afbeelding en bijlagen 3.2 en 3.5 in de toelichting bij de aanvraag

6.2

Ambtshalve wijzigingen

Bij de haven van Megen wordt de kruising voor fietsers met de Noord-Zuid anders ingericht: er komt een kruising die in twee richtingen bereden kan worden. Het rivierkundig model (vegetatie, c.q. ruwheid van de oppervlakken) en de tekeningen zijn hierop aangepast. Gewijzigde kaarten

Wijziging

Bijlage II bij de beschikking; vegetatiekaart

Andere lay-out van de fietspaden en de vegetatie ter plaatse van de haven bij Megen Andere lay-out van de fietspaden en de vegetatie ter plaatse van de haven bij Megen

Vegetatiekaart in bijlage en afbeelding en bijlagen 3.2 en 3.5 in de toelichting bij de aanvraag

7 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP-BESLUIT ONTGRONDINGENWET NOORD-BRABANT

7.1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen

Er is één zienswijze ingediend op het ontwerpbesluit Ontgrondingenwet. Dit heeft niet geleid tot wijzigingen in de ontgrondingsvergunning.

7.2

Ambtshalve wijzigingen

In voorschrift 4.5 van het ontwerp besluit zijn standaardvoorschriften opgenomen over eisen die gelden ter voorkoming van piping. Deze zijn echter niet van toepassing, omdat in overleg met het waterschap (bevoegd gezag voor de dijkversterking) voor het ontwerp van dijk en uiterwaard een andere werkwijze is gevolgd, namelijk middels een modelinstrumentarium (Geohydrologische Aanpak Piping). Daarom is er naar aanleiding van de ontwerp-beschikking nader onderzoek uitgevoerd dat is gerapporteerd in bijlage R bij de beschikking. Dit leidt tot een beperkte afwijking in de opleverhoogtes op één locatie van één hectare in de Diedensche Uiterdijk. De kaarten van de ontgrondingsvergunning en de tekst van paragraaf 4.5 zijn hierop aangepast. Daarnaast is verder onderzoek gedaan naar de kleivoorkomens in het voorland van de dijk. Daardoor kan op veel locaties een voorgenomen klei-inkassing vervallen. De kaarten zijn hierop aangepast. In die kaarten zijn ook diverse andere wijzigingen opgenomen, zoals een andere damwand en andere taluds en technische voorzieningen. Tot slot leiden diverse andere wijzigingen in andere besluiten (doorwerking) tot ambtshalve wijzigingen op informatieve bijlagen en figuren. Het ontgravingsprofiel verandert hierdoor niet. De wijzigingen in kaarten en tekst zijn in onderstaande tabel opgenomen. Gewijzigde kaarten

Wijziging

Afbeelding 4-4 en 4-5 in de toelichting bij de aanvraag

Aangepast wegens wijziging in werkwegen in projectplan Waterwet geulen en weerdverlaging Over ongeveer 0,5 tot 1 hectare ter plaatse van een laagte in het ontwerp op een plek ten Noordoosten van de beverterp en ten Zuidoosten van de Maasakkerweg wordt er minder diep ontgraven Over ongeveer 0,5 tot 1 hectare ter plaatse van een laagte in het ontwerp op een plek ten Noordoosten van de beverterp bij DWP05 en net ten Noordwesten van DWP-05 wordt er minder diep ontgraven Nieuwe kaarten met nog slechts 1,8 kilometer aan klei-inkassingen

Bijlage A: Hoogtekaart ontwerphoogte Brabantse zijde

Bijlage D: E1 ontgrondingstekening Diedensche Uiterdijk blad 1

Bijlage F: technische tekeningen van de dijk – inclusief dwarsprofielen Bijlage A: meanderende maas ruimtelijke inrichtingskaarten

Veranderd vegetatiebeeld en diverse andere wijzigingen als gevolg van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen in de uiterwaarden

Gewijzigde teksten

Wijziging

voorschrift 4.5 van de beschikking wordt aangepast

voorschrift 4.5 Dijkstabiliteit Op basis van uitgevoerde studies wordt dit voorschrift aangepast. 32858-MEM-00417-Memo onderbouwing kleidikte buitendijks Brabantse zijde Tabellen met hoeveelheden zijn aangepast als gevolg van ontwerpwijzigingen in het ontwerp van de dijk.

Toevoegen nieuwe bijlage: R Tabellen met de hoeveelheden grond worden aangepast

Paragraaf 4.9 Bodemkwaliteit Nieuwe bijlage L2 Aanvulling MER

Wijziging als gevolg van gewijzigde Nota Bodembeheer (zie hoofdstuk 10). Aanvulling op het MER (zie hoofdstuk 13).

Bijlage P beheerdocument

Dit document vervalt,, zie paragraaf 3.2.5 voor toelichting

8 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN DE ONTWERP-WATERVERGUNNING HAVEN MEGEN

8.1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen

Er zijn geen wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen.

8.2

Ambtshalve wijzigingen

Bij de haven van Megen wordt de kruising voor fietsers met de Noord-Zuid anders ingericht: er komt een kruising die in twee richtingen bereden kan worden. Tevens is besloten de voetpaden van ander materiaal te maken. Dit is overzichtelijker en bovendien goedkoper. De technische tekening en de overzichtstekening worden hierop aangepast. Ook is beoordeeld of deze wijziging invloed heeft op de rivierkundige beoordeling die is opgesteld als onderbouwing voor alle besluiten volgens de Waterwet tezamen. De effecten zijn nihil. Dat geldt tevens voor de effecten die in het MER beschreven zijn. Gewijzigde kaarten

Wijziging

Figuur 2.1 inrichtingskaart haven Megen

Ligging fietspaden

Gewijzigde technische tekening definitief ontwerp met nummer 00205 toegevoegd

Ligging fietspaden, materiaalkeuze

9 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP-BESLUIT ONTGRONDINGENWET GELDERLAND

9.1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen

Er zijn geen wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen.

9.2

Ambtshalve wijzigingen

9.2.1

Wijzigingen in de kaarten

Er zijn geen ambtshalve wijzigingen op de kaarten met betrekking tot de ontgrondingsvergunning. Wel leiden twee andere wijzigingen uit het projectplan waterwet geulen en weerdverlaging tot ambtshalve wijziging van het ontwer-besluit Ontgrondingenwet Gelderland. Deze staan in onderstaande tabel benoemd. Gewijzigde kaarten

Wijziging

Doc. nr. 03789403, Bijlage 02a_WSB.4.6-ONT-00043_DO_RIK Het Project (deel Rivier)_versie4.0 Meanderende Maas, Ruimtelijke inrichtingskaart, Definitieve versie 4.0, d.d. 14-10- 2022, tekeningnummer 32858-ONT-00043; Doc. nr. 03789404, Bijlage 02b_WSB.4.6-ONT-00095_DO_RIK Het Werk (deel Rivier)_versie4.0, Meanderende Maas, Ruimtelijke inrichtingskaart (exclusief zelfrealisatie), Definitieve versie 4.0, d.d. 14-10-2022, tekeningnummer 32858-ONT00043;

Een struinpad bij geul Maasbommel west wordt oostelijk verplaatst

9.2.2

Een struinpad bij geul Maasbommel west wordt oostelijk verplaatst

Wijzigingen in de teksten

1. In de toelichting bij de vergunningaanvraag werd in H 4.9 en in de ontwerp-beschikking aangegeven dat er in Maasbommel Oost en Maasbommel West verontreinigde locaties zouden zijn. Dat is niet het geval, zoals ook is onderbouwd in de bijlage met de waterbodemkwaliteitskaart. In de nieuwe versie van de toelichting is deze passage verwijderd, evenals in de beschikking. 2. In de ontwerp-beschikking werd in hoofdstuk 5.3 in de conclusies en bevindingen aangegeven dat de geohydrologische afdichtingslaag ongeveer 1 m dik zal zijn, terwijl in de voorgaande tekst, het projectplan Waterwet geulen en weerdverlaging en in de technische onderbouwing (bijlage VIII bij het MER) werd aangeven dat de dikte afhankelijk van de uitvoeringsmethode 0,5 tot 1 m dient te zijn. De tekst in de conclusie van het plan wordt aangepast naar een dikte van 0,5 tot 1 m. 3. Uit de stukken bij de aanvraag is verwijderd het beheerdocument. Zie toelichting bij H 3.2.5. Tot slot is voor de volledigheid de aanvulling op het MER toegevoegd (bijlage L2). Deze aanvulling heeft alleen betrekking op het grondgebied van Noord-Brabant. Zie hoofdstuk 13. Gewijzigde teksten

Wijziging

Hoofdstuk 4.9 van de aanvraag

Enkele verwijderde en gewijzigde passages met betrekking tot de onjuist indicatie omtrent verontreinigde locaties Bijlage beheerplan vervalt uit de opsomming

Hoofdstuk 5 van de aanvraag Hoofdstuk 2 van de ontwerp-beschikking Hoofdstuk 5.7 van de ontwerp-beschikking, op bladzijden 37 en 38 onder het kopje Maasbommel-West en Maasbommel-Oost Hoofdstuk 5.3 van de ontwerp-beschikking, op bladzijde 31 onder conclusies en bevindingen

Diverse verwijzingen naar ingediende stukken wijzigen, en de verwijzing naar het beheerdocument vervalt Deze teksten kunnen vervallen Nieuwe tekst: Na aanleg van de geul bij Maasbommel West wordt een kleilaag aangebracht van 0,5 tot 1 meter dik

10 WIJZIGINGEN IN HET ONTWERP-BESLUIT NOTA BODEMBEHEER EN WATERBODEMKWALITEITSKAART

10.1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen

Naar aanleiding van zienswijze 114 wordt een voorschrift geschrapt omtrent het niet verwerken van bovengrond uit de uiterwaarden onder grondwaterpeil, omdat er in het gebied van de vastgestelde waterbodemkwaliteitskaart aantoonbaar geen sprake is van uitschieters in de PFAS gehaltes. De Nota Bodembeheer en ‘het Besluit ex. artikel 45 jo. 35 en artikel 57; vaststelling (water)bodemkwaliteitskaart’ en ‘Nota bodembeheer gebiedsspecifiek beleid Project Meanderende Maas Besluit bodemkwaliteit’ zijn gewijzigd. Gewijzigde teksten

Wijziging

Nota Bodembeheer H4.3

Deze paragraaf is vervangen door tekst in lijn met de zienswijze

Nota Bodembeheer bijlage 6 wordt toegevoegd

Het voorstel uit zienswijze 114 is toegevoegd alszijnde Bijlage 6

Ontwerp-besluit ex art 45 jo. 35 en artikel 57 Besluit bodemkwaliteit

Een vaststellingsbesluit met onder punt 5 PROCEDURE de reactie op de zienswijze

10.2

Ambtshalve wijzigingen

Er zijn geen ambtshalve wijzigingen.

11 WIJZIGINGEN IN DE ONTWERP-ONTHEFFING SOORTBESCHERMING WET NATUURBESCHERMING (WNB)

11.1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijze

Er is één zienswijze (zienswijze 113) ingediend met betrekking tot de bescherming van de poelkikker, de das, de bever, de grote modderkruiper, de roek, de buizerd en de ransuil, alsmede over de hoogwatervluchtplaatsen. Dat heeft geleid tot een aangepaste beschikking voor de ontheffing. Gewijzigde teksten

Wijziging

De zienswijze moet gelezen worden als een aanvulling op het activiteitenplan bij de aanvraag om ontheffing

Voorschrift ooo met betrekking tot hoogwaterplaatsen

Bevat een nadere analyse van de leefomgeving van genoemde soorten en beschrijft de invloed van de uitvoeringswijze van het werk op die soorten Er wordt voor de maanden mei en juni geëist dat het achtergrondgeluidsniveau tijdens de kooractiviteiten van de poelkikker niet wordt overschreden Er wordt een ecologisch werkprotocol voorgeschreven ter behoud en toegankelijkheid van bestaande wissels tijdens de werkzaamheden. Er dienen natuurvriendelijke oevers te worden gerealiseerd langs de nieuwe geulen, waar mogelijk aansluitend op bestaande wissels Een plan van aanpak voor de bever bij Appeltern dient 4 jaar voor het weghalen van het territorium te worden ontwikkeld. Gewijzigde voorschriften met betrekking tot tijdig gereed zijn van locatie G4 uit het activiteitenplan, alsmede andere locaties. Een minimum aantal vluchtplaatsen per territorium

Voorschrift w met betrekking tot de buizerd

Voorschriften omtrent het beperken van verstoring van de nesten

Voorschrift x met betrekking tot de Roek

Voorschriften met betrekking tot het beperken van verstoring van de nesten

Voorschrift yy ontheffing: gewijzigde tekst met betrekking tot poelkikker Voorschrift jjj ontheffing: gewijzigde tekst met betrekking tot de das Voorschrift ppp ontheffing, gewijzigde tekst met betrekking tot das Voorschrift ii met betrekking tot de bever Voorschrift fff met betrekking tot de grote modderkruiper

11.2

Ambtshalve wijzigingen

Er zijn geen ambtshalve wijzigingen.

12 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN DE ANDERE ONTWERP-BESLUITEN Besluiten

Wijziging?

Ontwerp-omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan aanleg wegen Oss

Naar aanleiding van zienswijzen 20 en 36 m.b.t. de keuze voor een vestingmuur bij Ravenstein is in de ruimtelijke onderbouwing een toetsing opgenomen aan het bestemmingsplan Beschermd Stadsgezicht Ravenstein 2013. De aanvulling op het MER is toegevoegd aan bijlage I Bijlage VII Participatieverslag is geactualiseerd, dit betreft aanvulling met de participatiemomenten na september 2022, zoals de gehouden inloopbijeenkomsten tijdens de ter inzage periode in september 2023. Naar aanleiding van zienswijze 11 blijft een treurwilg op de Megense dijk in Macharen behouden Naar aanleiding van zienswijze 13 blijft een treurwilg behouden bij Kasteeldijk 5, Macharen Geen wijzigingen

Ontwerp-omgevingsvergunning kappen en herplant Oss

Ontwerp-watervergunning verleggen Maasbommelse Veerweg Ontwerp-watervergunning watergang Diedensche Uiterdijk

Ontwerp-verkeersbesluit afwaarderen Maasakkerstraat Oss Ontwerp-omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan (geul Maasbommel-west, maaiveldverlaging, drempel Appeltern, fietspad Maasbommel) – West Maas en Waal Ontwerp-omgevingsvergunning kappen en herplant West Maas en Waal Ontwerp-watervergunning fietspad Maasbommel Vergunning Wet natuurbescherming gebiedsbescherming

Wegens de aanpassing naar aanleiding van zienswijzen 70 en 115 met betrekking tot de watervergunning vegetatie uiterwaarden is een figuur vervangen Geen wijzigingen Bijlage VII Participatieverslag is geactualiseerd, dit betreft aanvulling met de participatiemomenten na september 2022, zoals de gehouden inloopbijeenkomsten tijdens de ter inzage periode in september 2023. Geen wijzigingen Een ambtshalve wijziging: de technische tekening is consistent gemaakt met het ontwerp van de steenbestorting Uit berekeningen met de nieuwste versie van de AERIUS-calculator blijkt dat het project in de aanlegfase niet leidt tot toename van stikstofdepositie. Het ministerie van LNV concludeert dat een vergunning daarom niet nodig is.

13 PROJECT-MER1

13.1

Voorlopig toetsingsadvies Commissie voor de milieueffectrapportage (8 november 2023)

De Commissie vindt dat het rapport veel relevante informatie geeft en goed leesbaar is. Onder andere de bodemkwaliteitskaart en de onderzoeken naar archeologie en nautische veiligheid zijn goed uitgewerkt. De keuze voor het ontwerp van de vestingmuur bij Ravenstein is (in de ontwerp-nota) goed onderbouwd. Ook de positieve effecten voor de natuur zijn nu goed in beeld. De Commissie adviseerde eerder om te onderzoeken of de dijk minder ruimte kon innemen, om zo de effecten op het landschap te beperken. Het ontwerp van de dijk is daarom aangepast. De dijk neemt nu, over grote delen van het traject, minder ruimte in. Het rapport beschrijft echter nog onvoldoende de effecten van het dijkontwerp op het landschap, aldus de Commissie. Daarom is nog niet duidelijk welke mogelijkheden er zijn om de dijk minder ruimte in te laten nemen op delen van het traject. Ook mist de Commissie een analyse van de cultuurhistorische waarden van de Lelyzone en de effecten daarop. De Commissie adviseert om eerst het rapport op deze twee punten aan te vullen en daarna pas een besluit te nemen. De provincie Noord-Brabant (coördinerende bevoegd gezag) neemt deze aanbeveling over en heeft een aanvulling laten opstellen, die door de Commissie is getoetst, zie paragraaf 13.2. In haar advies formuleert de Commissie een aantal aanbevelingen voor de verdere besluitvorming.

Deze zijn hieronder samengevat en aangegeven is hoe bevoegde gezagen hier in de besluitvorming rekening mee houden.

1

Par.

Onderwerp

Aanbeveling

Reactie

2.1

Dijkontwerp en hoogwaterveiligheid

De Commissie beveelt aan na te gaan of verdere optimalisatie van het dijkontwerp mogelijk is, zodat op een aantal dijkvakken sprake is van forse profielen.

2.2

Zelfrealisatie en doelbereik natuur

De Commissie beveelt aan om aan te geven wat de effecten zijn op de natuurdoelstelling als de zelfrealisatie niet of niet spoedig voltooid wordt. De Commissie vraagt daarbij mogelijke mitigerende maatregelen te ontwikkelen die in dat geval noodzakelijk zijn om de natuurdoelen te halen.

Deze aanbeveling is betrokken in de aanvulling op het MER. In het op te stellen uitvoeringsontwerp worden de beschreven optimalisatiemogelijkheden afgewogen. Als dit leidt tot aanpassing van het dijkontwerp, wordt ook gekeken of wijziging van het projectplan Waterwet of andere besluiten nodig is/zijn. Zelfrealisatie is niet af te dwingen, wel te stimuleren; om die reden is het ook integraal onderdeel van het project Meanderende Maas en voorziet het bestemmingsplan in de wijziging van de bestemming. In afstemming met (mogelijke) toekomstige beheerders is voor het hele projectgebied een integraal ontwerp opgesteld, wat uitgaat van optimale inrichting van het gebied voor robuuste natuur. De gestelde KRW-doelen worden binnen ‘het werk’ (lichtgroene gebieden) gehaald. Binnen het werk wordt actief invulling gegeven aan Natuurnetwerk Brabant.

Naast de Commissie voor de mer (zie 12.1 ) heeft de provincie Noord-Brabant advies over het MER gevraagd aan Brabant Advies. Brabant Advies heeft aangegeven geen advies uit te brengen.

2.3. 2.4

Natuurbeheer na inrichting

De Commissie formuleert enkele aanbevelingen voor het toekomstige beheer van het natuurgebied ten aanzien van introductie van bepaalde vegetaties via bijvoorbeeld maaisel, afvoer van nutriënten door lokaal hooien en aanbrengen van rasters voor jaarrond grazers.

Landschap en cultureel erfgoed Nautische veiligheid

De Commissie adviseert de genoemde maatregelen ten behoeve van de nautische veiligheid (plaatsing waarschuwingsborden voor kruisende recreatievaart, maaiveldverlaging bij de uitvaarten naar de Maas en vegetatiebeheer) te borgen bij de besluitvorming.

Hieraan zijn geen ‘harde doelen’ gesteld. Er wordt ook voor de zelfrealisatiegebieden actief gestreefd naar het realiseren van het Natuurnetwerk Brabant. Zonder de zelfrealisatie worden de PAGWdoelen niet gehaald. Op dit gestuwde traject kunnen begroeiingen met “stroomdalflora” voorkomen op een zandige ondergrond > NAP+ 5,5 m. Stroomdalgrasland is een vegetatietype dat zich kan ontwikkelen op (kalkrijke) zandige tot zavelige grond die zelden/ niet zo vaak overstroomt. Van nature komt dit ‘klassieke stroomdalgrasland’ in Nederland vooral voor op oeverwallen en rivierduinen van de Rijn. Op dit traject van de Maas ontbreekt echter veelal kalkrijk zand en bestaat de stroomdalflora uit een wat andere mix van soorten. Er ontstaat eerder een soort zandige pioniersvegetatie met kenmerkende soorten zoals Dwergviltkruid, Duits vilkruid en Zacht vetkruid. Het actief stimuleren van dit stroomdalgrasland wordt actief gestimuleerd door afvoer van nutriënten en maaisel. Wat betreft de bosontwikkeling: Er is voorzien in zo min mogelijk rasters. De bossen moeten tot stand gaan komen middels spontane ontwikkeling (geen aanplant). Indien de ontwikkeling anders gaat dan de contouren die nu zijn aangegeven, is het aan beheerder om hier al dan niet op in te grijpen.

Binnen de vegetatielegger is gewerkt met mengklassen buiten de boscontouren, zodat er ook enige ruimte is voor opgaande vegetatie buiten de boscontouren. De intensiteit van beheer en de beheervorm worden afgestemd op de gewenste natuurdoelen, groeisnelheid en voeding. De aanbevelingen van de Commissie zijn aandachtspunten bij het toekomstig beheer. Borden (“waarschuwingstekens”) zijn als maatregel opgenomen in het projectplan Waterwet geulen en weerdverlaging. De maaiveldverlaging is onderdeel van het project en is derhalve ook geregeld in het projectplan Waterwet geulen en weerdverlaging. Het vegetatiebeheer wordt te zijner tijd geregeld in het beheer- en onderhoudsplan.

Het voorlopige toetsingsadvies van de Commissie mer is opgenomen als Bijlage II bij de Nota van Antwoord.

13.2

Definitief toetsingsadvies Commissie voor de milieueffectrapportage

Naar aanleiding van het voorlopig toetsingsadvies is een aanvulling op het milieueffectrapport opgesteld1 en voorgelegd aan de Commissie mer. De Commissie is van oordeel dat het MER en de aanvulling daarop de

1

Aanvulling milieueffectrapport, 22 december 2023.

essentiële informatie bevatten om een besluit te kunnen nemen over het project Meanderende Maas waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. De Commissie vindt dat met de aanvulling voor landschap een grote slag is gemaakt die veel relevante informatie oplevert. Het aangevulde MER beschrijft nu op een duidelijke manier de effecten van het dijkontwerp op het landschap. Ook is inzichtelijk gemaakt op welke plekken de taluds mogelijk minder flauw gemaakt kunnen worden zonder aan waterveiligheid in te boeten. De Commissie heeft waardering voor de voorgestelde maatregelen en optimalisaties. De Commissie vindt dat met de onderbouwing in de aanvulling op het MER de erfgoedwaarden van de Lelyzone en de effecten daarop nog niet volledig zijn beschreven, omdat niet wordt ingegaan op de cultuurhistorische waarde die de genoemde elementen vertegenwoordigen. Daarom blijven er onzekerheden bestaan over de onderbouwing van de effecten op de Lelyzone. De Commissie beveelt aan bij de verdere uitwerking van het ontwerp de waardering van de Lelyzone aan te vullen. Vanaf het begin van het project Meanderende Maas is het uitgangspunt geweest om met de gebiedsontwikkeling het evenwicht te bewaren tussen de natuur- en landschapsontwikkeling enerzijds en het gegeven van de Maaskanalisatie uit de jaren ’30 anderzijds.

De weer opengemaakte meanderbogen en de gekanaliseerde vaargeul vormen samen de basis voor een bijzonder ruimtelijk samenspel dat zeer kenmerkend is voor het landschap van de Meanderende Maas. Ten aanzien van de Maaskanalisatie is er daarom voor gekozen om een vaste maat van de vaargeul aan de te houden en ook de begeleidende structuur van bakenbomen te behouden: op die manier is de door Cornelis Lely ontwikkelde lijn prominent in het landschap aanwezig. Het is verheugend dat de Commissie mer de betekenis van deze balans onderschrijft, getuige het belang dat zij hecht aan de waarde van de zogenoemde Lelyzones: de maaiveldverlagingen die de gekanaliseerde loop plaatselijk flankeren. Weliswaar zijn deze zones in de landschapsbeleving ondergeschikt ten opzichte van de gekanaliseerde loop die door de bakenbomen begeleid wordt, maar niettemin vormen ze wel een wezenlijk onderdeel van de plannen uit de jaren ’30 ter bevordering van de rivierafvoer bij hoogwater. Bij de verdere uitwerking van de plannen naar de uitvoering zal daarom de aanbeveling van de Commissie worden meenemen. De zones worden al geaccentueerd vanwege een diepere maaiveldligging, maar bij het vormgeven van bijvoorbeeld de terreinsprong of de structuren van wandelroutes (beleefbaarheid) kan het ontwerp mogelijk nog geoptimaliseerd worden.

Het toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop is opgenomen als Bijlage III bij de Nota van Antwoord. De aanvulling op het MER is tevens als bijlage toegevoegd bij de volgende documenten: • Toelichting bestemmingsplan Meanderende Maas 2022 Oss • Ruimtelijke onderbouwing afwijken bestemmingsplan buitengebied Oss • Projectplan Waterwet geulen en weerdverlaging Meanderende Maas • Projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein – Lith • Toelichting bij de aanvraag ontgrondingsvergunning Gelderland (ter informatie) • Toelichting bij de aanvraag ontgrondingsvergunning Noord-Brabant

13.3

MER-validatie

Op grond van artikel 7.36a Wet milieubeheer moet bij de vaststelling van de besluiten beoordeeld worden of de gegevens die in het milieueffectrapport zijn opgenomen redelijkerwijs nog aan het besluit ten grondslag kunnen worden gelegd. In de voorgaande hoofdstukken zijn de wijzigingen in het ontwerp als gevolg van zienswijzen of voortschrijdend inzicht (ambtshalve wijzigingen) beschreven. Dit betreft vooral optimalisaties van het (dijk)ontwerp en kleinere aanpassingen aan bijvoorbeeld watergangen en al dan niet te behouden bomen. Op sommige locaties zijn de damwanden langer geworden. Er is geen sprake van grote ontwerpwijzigingen die leiden tot andere inzichten in de effectbeoordelingen zoals opgenomen in het MER. Lokaal kunnen de aanpassingen leiden tot iets andere effecten, maar leidt niet andere conclusies. De informatie die in het MER

is opgenomen is bruikbaar voor de besluiten. De wijzigingen zijn in de voorgaande hoofdstukken van deze Nota van Antwoord toegelicht en onderbouwd en de relevante besluiten zijn erop aangepast. De wijzigingen hebben gezien het voorgaande geen aanleiding gegeven effectonderzoeken te actualiseren of nieuwe effectstudies te doen. Daarnaast is geen nieuwe informatie beschikbaar gekomen of zijn effectstudies uitgevoerd die tot andere inzichten in milieueffecten leiden. Ook de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanvulling of aanpassing van het MER. Ten behoeve van de definitieve besluitvorming is een berekening gedaan met de nieuwste versie van de AERIUS-calculator. In het MER was een tijdelijke toename van stikstofdepositie van 0,02 hectare/mol/jaar in het maatgevende jaar van aanleg berekend. Blijkens de uitgevoerde passende beoordeling leidt deze kleine, tijdelijke toename niet tot significante negatieve effecten op het Natura 2000 gebied Rijntakken. Het effect is daarom in het MER beoordeeld als neutraal (0). Met de nieuwste versie van de AERIUS-calculator is geen toename meer berekend in de aanlegfase. Het effect op het Natura 2000 gebied blijft daarmee neutraal (0). De aanvulling op het MER geeft meer navolgbare informatie op twee onderdelen (cultuurhistorische waarden van de Lelyzone en landschappelijke effecten van het dijkontwerp.

De aanvulling op het MER geeft aanleiding in de volgende fase van het ontwerp te onderzoeken of het dijkontwerp en de inrichting van de Lelyzones geoptimaliseerd kunnen worden. Gezien het voorgaande luidt de conclusie dat het MER tezamen met de aanvulling op het MER en de geactualiseerde AERIUS-berekeningen ten grondslag kan worden gelegd aan de besluiten die nu worden genomen.

14 RCE ADVIES De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft op verzoek van gemeente Oss een preadvies uitgebracht over de voorgenomen aanpassingen in het beschermd stadsgezicht Ravenstein (realisatie van de vestingmuur). Beoordeeld is of het plan voldoende rekening houdt met de cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht. Het is een voorlopig oordeel; het definitieve advies wordt uitgebracht in het kader van de (nog aan te vragen) omgevingsvergunning. Het preadvies is positief. Het ontwerp is volgens RCE een sprekend voorbeeld van balanceren tussen functie (waterveiligheid) en vorm (ruimtelijke kwaliteit en erfgoed). Daarnaast geeft het nieuwe stadsgezicht aan de Maas invulling aan het standpunt ‘behoud door ontwikkeling’, dat RCE huldigt. In het preadvies is een aantal opmerkingen gemaakt. In onderstaande tabel zijn deze samengevat en is aangegeven hoe het project ermee omgaat in het verdere proces van uitwerking van het ontwerp. Opmerking

Reactie

Aanbeveling om de term ‘eigentijdse vestingmuur’ te vervangen door ‘keermuur’, omdat zowel qua locatie als functie de muur weinig tot niets van doen heeft met een vesting. Advies om een archeoloog mee te laten kijken gedurende de uitvoering, zodat er niets gemist wordt en/of geen archeologische informatie verloren gaat. Advies is om in het ontwerp meer onderscheid te maken tussen de kleur en materialisering van de keermuur (waterkerende functie) en de rondelen (historisch bestaand gegeven).

Wij vinden dit een goede suggestie. We hanteren deze term in het vervolg en zullen dit waar mogelijk aanpassen in bestaande stukken. De inzet van een archeoloog is steeds uitgangspunt geweest in het proces, dit advies wordt dus opgevolgd. Bij de verdere uitwerking van het ontwerp worden bewoners van Ravenstein, de gemeentelijke Monumentencommissie en personen met vakkennis betrokken. Daarbij zal ook een aantal proefopstellingen van het metselwerk worden gemaakt, waarin het onderscheid tussen rondelen en de muur meegenomen kan worden.

Bijlagen

I

BIJLAGE: BEANTWOORDING INDIVIDUELE ZIENSWIJZEN

Ziens wijze num mer

1

Sub num mer

Inhoud zienswijze

Antwoord

Wijzigingen t.o.v. ontwerp -besluiten Aanpassing ruimtelijke inrichtskaart bij het projectplan dijkversterking Ravenstein-Lith

1.1

De indiener kan op de tekeningen De ruimtelijke inrichtingskaart in het projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein-Lith niet zien wat wandelpad en wat wordt hierop aangescherpt. fietspad is.

1.2

De indiener is het er niet mee eens dat er op de dijk bij Megen een gecombineerd wandel/fietspad komt.

Het scheiden van wandel- en fietspad zou betekenen dat de dijk fors in omvang toeneemt. Dit sluit niet aan bij de uitgangspunten van het project. De huidige wandel- en fietspaden worden daarom een gecombineerd wandel-/fietspad van 2,5 meter breed op de dijk rondom Megen, met uitzondering van het wandelpad bij de kloostermuur. Er zijn meerdere zienswijzen over wandel-/fietspaden ingediend. Zie paragraaf 2.4 van deze Nota van Antwoord voor de onderbouwde redeneerlijn.

Nee

1.3

De indiener wil graag een wandelverbinding tussen het Patersgas en het nieuwe verhoogde wandelpad aan de dijk.

In deze wandelverbinding is voorzien; vanaf de Patersgas zal een wandelpad de Diedensche Uiterdijk ingaan. Ter plaatse van de N329 wordt een veilige oversteek gecreëerd, dit zal opgenomen worden in het nog vast te stellen uitvoeringsontwerp. Voor meer informatie over de nadere detaillering, zie paragraaf 2.8.1 van deze Nota van Antwoord.

Nee

Ziens wijze num mer

Sub num mer

Inhoud zienswijze

Antwoord

Wijzigingen t.o.v. ontwerp -besluiten

1.4

De indiener vraagt of het mogelijk is om het olifantenpad vanaf het tankstation tot en met de kruising van de N329 en de Harensedijk te asfalteren.

Dit gedeelte langs de N329 valt buiten de scope van het project Meanderende Maas. Het olifantenpad wordt dan ook niet geasfalteerd.

2

2

De indiener wil graag dat de eerder gedane toezegging (dat de grasmat langs dijk zo kort mogelijk wordt gehouden in verband met het uitzicht van de bewoners van dit dijkvak), wordt vastgelegd.

Dit specifieke gedeelte valt buiten de "achteromlegging", waarover in het verleden afspraken zijn gemaakt aangaande het meerdere keren per jaar maaien van de kruin van de dijk. De zorg van de indiener is bekend bij het bevoegd gezag. Het beheer en onderhoud na de Nee dijkversterking wordt vastgelegd in het "beheer- en onderhoudsplan waterkeringen" van waterschap Aa en Maas, dat in 2024 wordt geactualiseerd.

3

3.1

De indiener verzoekt om een De betreffende woning bevindt zich binnen de 50 meter zone en krijgt daarom een nulmeting aan de in de zienswijze nulmeting. Voor meer duidelijkheid over de nulmetingen, zie paragraaf 2.1.2 van deze Nota genoemde woning. van Antwoord.

Nee

het projectplan is verduidelijkt m.b.t. de nulopname

Ziens wijze num mer

Sub num mer

3.2

Inhoud zienswijze

De indiener verzoekt om het aanbrengen van trillings/versnellingsmeters, geruime tijd voor de realisatie van de transportweg en de dijk. De resultaten van de metingen zullen periodiek worden uitgelezen, gedeeld en met de indiener geëvalueerd, zo nodig met inschakeling van deskundige derden. Kosten zijn voor het project Meanderende Maas

Antwoord

Wijzigingen t.o.v. ontwerp -besluiten

Trillingsmeters worden geplaatst op de representatieve en gevoelige woningen waar damwanden ingebracht worden. Op de betreffende locatie worden geen damwanden geplaatst. Om die reden worden er dan ook geen trillings-/versnellingsmeters in de woning geplaatst. Voor meer duidelijkheid over het plaatsen van trillingsmeters, zie paragraaf 2.1.2 van deze Nota van Antwoord. Nee Zetting is voor deze locatie beschouwd, en in verband met de zeer geringe ophoging en het hoge maaiveld aan de binnenzijde, worden er op dit vlak geen problemen verwacht. Het uitvragen van een second opinion op basis van de beschikbare gegevens staat vrij. Kosten daarvoor zijn wel voor eigen rekening.

Ziens wijze num mer

4

Sub num mer

4.1

Inhoud zienswijze

De indiener maakt bezwaar tegen de aanleg van het fietspad grenzend aan de Bergsestraat, vanwege: 1) vuilnis dat bij de schapen kan komen 2) de aanwezigheid van de foerageerroute van dassen die hier ligt. Dassen hebben een vier meter brede strook met bebossing nodig.

Antwoord

Bij het ontwerp en het bepalen van de ligging van het fietspad, zoals opgenomen in het besluit Omgevingsvergunning Afwijking Bestemmingsplan van de Gemeente West Maas en Waal, is rekening gehouden met het beheer. De gemeente is verantwoordelijk beheerder voor het verwijderen van afval. De zorg voor de foerageerroute van dassen wordt geregeld in de ontheffing soortenbescherming (Wet natuurbescherming). Het hele foerageergebied van de dassenfamilie wordt daarbij in beschouwing genomen en wordt voldoende behouden.

Wijzigingen t.o.v. ontwerp -besluiten

Nee

Ziens wijze num mer

5

Sub num mer

Wijzigingen t.o.v. ontwerp -besluiten

Inhoud zienswijze

Antwoord

4.2

De indiener verzoekt om de aan te leggen geul in open verbinding met de Maas te blijven houden, eventueel middels een duiker. Als reden noemt de indiener dat de geul bij Maasbommel Oost stilstaand water heeft, vaak stinkt, geen levende biotopen bevat en het water daar te weinig wordt ververst.

De geul krijgt geen open verbinding met de Maas omdat de ecologische doelstellingen van het watersysteem (volgens de Kaderrichtlijn Water) worden bereikt. De nieuwe geul heeft een lagere instroomdrempel waardoor vaker waterverversing plaatsvindt dan bij de bestaande geul. Tot slot is geurhinder geen toetsingsgrond bij de beoordeling van de besluiten die voorliggen.

Nee

5.1

De betreffende zienswijze heeft geen betrekking op de planologische besluiten. De indiener vindt het bedrag voor Onderhandelingen over de schadeloosstelling horen thuis in het grondverwervingstraject. de opkoop van de grond te laag Voor de opmerkingen over de grondverwerving zij verwezen naar de grondverwerver. Voor en weet niet waar het op meer informatie over het grondverwervingsproces, zie paragraaf 2.1.3. van deze Nota van gebaseerd is. Antwoord.

Nee

5.2

Er wordt gewerkt volgens de redeneerlijn zoals die voor die project is opgesteld en vastgesteld, zie ook paragraaf 3.1 van het projectplan Waterwet dijkversterking RavensteinLith. Waar met grond kan worden versterkt zonder panden te raken wordt, om de kosten te beperken, met grond gewerkt. Waar mogelijk worden tuinen ontzien. In het ontwerp is bewust gekozen om de tuin bij de woning maximaal te ontzien ten opzichte van eerdere ontwerpen. Voor meer informatie over het grondverwervingsproces, zie paragraaf 2.1.3. van deze Nota van Antwoord.

Nee

De indiener wil de grond niet kwijt en geeft aan dat het niet noodzakelijk is voor het project.

Ziens wijze num mer

6

Sub num mer

6.1

Inhoud zienswijze

Het profiel van de dijk ter plaatse van de in de zienswijze genoemde woning, alsmede de impact op de woon- en leefsituatie zijn onduidelijk.

Antwoord

Wijzigingen t.o.v. ontwerp -besluiten

Bij het projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein-Lith is een bijlage gevoegd met bovenaanzicht en dwarsprofielen. De verdere detaillering wordt gemaakt in het uitvoeringontwerp, de toegang wordt hierin geborgd. Hierover zal met de indiener het Nee gesprek worden gevoerd. Voor meer informatie over de nadere detaillering van het nog vast te stellen uitvoeringsontwerp zie paragraaf 2.8.1 van deze Nota van Antwoord.

6.2

De indiener geeft aan onvoldoende duidelijkheid te hebben over de effecten van de dijkverzwaring op de waterhuishouding, grondslag en verdere gebruiksmogelijkheden van de aanliggende eigenaren. Er wordt gevreesd voor waardevermindering en verminderde geschiktheid. Dit gaat over het gehele traject ter hoogte van Lithoijen en de Hemelrijk waard.

Voor de gemiste duidelijkheid over de effecten op de waterhuishouding kunnen hoofdstuk 7 (milieueffecten ontwerp en gebruik) en paragraaf 8.2 (hinder tijdens aanleg) van het 'projectmer' geraadpleegd worden. In het projectplan Waterwet dijkversterking Ravenstein-Lith (paragraaf 4.3.9, dijksectie 9) is een toelichting op het ontwerp te vinden. In deze specifieke situatie wordt er een damwand aangebracht. De betreffende woning bevindt zich binnen de 50 meter zone en krijgt daarom een nulmeting. Voor meer duidelijkheid over de nulmetingen, het monitoren van trillen en het vergoeden van (uitvoerings)schade/nadeelcompensatie zie paragraaf 2.1 van deze Nota van Antwoord. Er worden geen significant negatieve effecten verwacht op de waterhuishouding gegeven de versterkingsmaatregel, de grondslag en de geohydrologie ter plaatse. Voor wat betreft de grondslag wordt gewezen op de tekeningen in het projectplan Waterwet dijkversterking, waarop is te zien tot waar de wijzigingen van het ontwerp reiken. Detailuitwerking ten aanzien van bijvoorbeeld aansluitingen met verhardingen worden in het vast te stellen uitvoeringsontwerp gedetailleerd uitgewerkt en met aanwonenden besproken. Voor meer informatie over de nadere detaillering van het nog vast te stellen uitvoeringsontwerp zie paragraaf 2.8.1 van deze Nota van Antwoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=27feee3a-3c54-4807-8890-4d4d0150eb4f