CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota reserves 2025

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente OssBij agendapunt: Programmabegroting 2026-202926.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

14.396

0

5.000

-1.390

18.007

2026

18.007

0

0

-100

17.907

2027

17.907

0

0

-50

17.857

2028

17.857

0

0

0

17.857

2029

17.857

0

0

0

17.857

31 december

72

Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 Storting: Bij de programmabegroting 2023 is besloten om in 2025 € 5,0 miljoen te storten in de reserve binnenstedelijke transformatie. Dit was vooralsnog de laatste van de drie tranches. 2025 Onttrekking: a. € 150.000 opstellen integrale gebiedsvisie en ontwikkelstrategie Spoorzone We ramen de kosten voor het opstellen van een integrale gebiedsvisie en ontwikkelstrategie spoorzone op € 300.000. Het betreft een groot gebied (van Schadewijk tot Amsteleind) waar al veel woningen, werklocaties en voorzieningen zijn, maar waar er nog vele bij komen tot 2040. Voor het jaar 2025 is dit geraamd op € 150.000, in 2026 op € 100.000 en € 50.000 tot slot in 2027. b. Externe kosten gebiedsvisie Euterpepark € 440.000 c. Inhuur projectleiders en interne vergoeding uren Euterpepark € 153.690 d. Interne vergoeding uren Euterpepark VG € 17.640 e. Interne vergoeding uren Euterpepark RO € 25.725 f. Tijdelijke stroomvoorziening flexwoningen Gewandeweg € 302.500 g. Extra kosten grondwerkzaamheden en ontsluiting flexwoningen Gewandeweg € 300.000. Het uitgavenpatroon per jaar kan mogelijk afwijken. Bij afwijking verrekenen we dit tekort/overschot met de reserve binnenstedelijke transformatie. 2026 Onttrekking: a.

€ 100.000 opstellen integrale gebiedsvisie en ontwikkelstrategie spoorzone We ramen de kosten voor het opstellen van een integrale gebiedsvisie en ontwikkelstrategie spoorzone op € 300.000. Het betreft een groot gebied (van Schadewijk tot Amsteleind) waar al veel woningen, werklocaties en voorzieningen zijn, maar waar er nog vele bij komen tot 2040. Voor het jaar 2025 is dit geraamd op € 150.000, in 2026 op € 100.000 en € 50.000 tot slot in 2027. Het uitgavenpatroon per jaar kan mogelijk afwijken. Bij afwijking verrekenen we dit tekort/overschot met de reserve binnenstedelijke transformatie. 2027 Onttrekking: a. € 50.000 opstellen integrale gebiedsvisie en ontwikkelstrategie spoorzone We ramen de kosten voor het opstellen van een integrale gebiedsvisie en ontwikkelstrategie spoorzone op € 300.000. Het betreft een groot gebied (van Schadewijk tot Amsteleind) waar al veel woningen, werklocaties en voorzieningen zijn, maar waar er nog vele bij komen tot 2040. Voor het jaar 2025 is dit geraamd op € 150.000, in 2026 op € 100.000 en € 50.000 tot slot in 2027. Het uitgavenpatroon per jaar kan mogelijk afwijken. Bij afwijking verrekenen we dit tekort/overschot met de reserve binnenstedelijke transformatie. Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

73

Bovenwijkse voorzieningen (742047) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling reserve Met deze reserve sparen we om een aantal grote ruimtelijke ambities op het gebied van mobiliteit te realiseren. Het gaat hierbij om de Noordelijke ontsluitingsweg en een bedrag van € 2 miljoen voor het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit. Deze projecten vormen hierbij de onderlegger van de berekening van de bijdrage bovenwijkse voorzieningen. In het jaar 2022 heeft deze bijdrage voor het eerst plaatsgevonden op basis van de Nota Kostenverhaal 2022 – 2026. Voeding reserve De reserve wordt vooral gevoed vanuit: a.

bijdrage bovenwijkse voorzieningen op basis van de Nota Kostenverhaal 2022-2026;

b.

sparen structurele gelden vanuit onze begroting (€ 250.000 structureel mobiliteitsgeld en € 245.000

vanuit het Parkeerbedrijf voor mobiliteit). Actualisatie bijdrage bovenwijkse voorzieningen Vanuit de projecten wordt voor nieuwe woningen een afdracht gedaan aan de bovenwijkse voorzieningen. De afdrachten zijn bepaald in de Nota Kostenverhaal Gemeente Oss. De projecten betalen op basis van het PPTcriteria (Profijt, Proportionaliteit en Toerekenbaarheid) mee aan de aanleg van bovenwijkse voorzieningen (voorzieningen op het gebied van infrastructuur). Het tarief verschilt per kern, al naar gelang het voorzieningenniveau. De huidige bijdrage voor de bovenwijkse voorzieningen is gebaseerd op de nota Kostenverhaal 2022-2026. De nota Kostenverhaal wordt in 2026 geactualiseerd om in 2027 in werking te kunnen treden. We gaan dan de cijfers actualiseren en nemen de nieuwe bovenwijkse voorzieningen in deze berekening mee. We sluiten hierbij aan bij het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Omvang reserve en actuele stand van zaken Het project Noordelijke ontsluitingsweg is opgestart, uitvoering wordt verwacht in 2026-2027. In deze reserve is rekening gehouden met een bijdrage van € 7,4 mln aan de Noordelijke ontsluitingsweg (fase 1 en 2). Aan de westzijde van Oss wordt de nieuwe wijk Amsteleind gebouwd. Om de ontsluiting ook hier goed te regelen worden de werkzaamheden vanaf 2025 opgepakt.

Buiten zullen deze werkzaamheden naar planning vanaf 2026 zichtbaar worden met de aanleg van de Parkway. In februari 2025 is het uitvoeringsprogramma Mobiliteit vastgesteld. Doorkijk reserve We hebben bovenstaande ontwikkelingen in het meerjarenbeeld verwerkt. In dit overzicht zijn de afdrachten van de bovenwijkse voorzieningen uit de ABR van de IMVA's nog niet opgenomen, deze plannen zijn immers nog niet door de raad geactiveerd. De afdracht van de bovenwijkse voorzieningen van de BIE's is een prognose op basis van de geplande woningaantallen en brutovloeroppervlakte. Deze wordt elk jaar geactualiseerd.

74

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

15.240

0

1.636

-400

16.476

2026

16.476

0

1.326

0

17.802

2027

17.802

0

737

-7.400

11.139

2028

11.139

0

649

-11.500

288

2029

288

0

539

0

827

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 850.159 afdracht bovenwijkse voorzieningen van BIE (BouwgrondInExploitatie) - Najaarsbericht 2025

-

€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 250.224 als gevolg van latere realisatie fase 1 Noordelijke Ontslutingsweg. Vrijval van beschikbare post 2025 ter afdekking van kapitaallasten van fase 1 (Eerste financiële tussenrapportage 2023)

-

€ 9.844 prijsstijging 2024 (Eerste financiële tussenrapportage 2024)

De onttrekking van € 400.000 is bestemd voor de voorbereidingskosten van de Noordelijke Ontsluitingsweg. In dit bedrag zijn ook de grondaankopen opgenomen. 2026 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 370.383 afdracht bovenwijkse voorzieningen van BIE - Najaarsbericht 2025

-

€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 9.844 prijsstijging 2024 ( Eerste financiële tussenrapportage 2024)

-

€ 250.224 als gevolg van latere realisatie fase 1 Noordelijke Ontslutingsweg. Vrijval van beschikbare post 2025 ter afdekking van kapitaallasten van fase 1

-

€ 161.000 vrijval van beheer- en onderhoudsgelden Noordelijke Ontsluitingweg ivm latere realisatie. Bestemd voor prijsstijging af te dekken

2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 201.000 afdracht bovenwijkse voorzieningen van BIE - Najaarsbericht 2025;

-

€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025);

-

€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 9.844 prijsstijging 2024 (Eerste financiële tussenrapportage 2024)

Voor de aanleg van de Noordelijke Ontsluitingsweg onttrekken we een bedrag van € 7,4 miljoen (prognose). We verwachten dat deze in 2027 is aangelegd (prognose). Deze onttrekking is in het meerjarenbeeld verwerkt. Echter deze behoort nog formeel aan de gemeenteraad te worden voorgelegd.

75

2028 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025);

-

€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 9.844 prijsstijging 2024 (Eerste financiële tussenrapportage 2024)

-

€ 113.000 afdracht bovenwijkse voorzieningen van BIE - Najaarsbericht 2025

In 2028 wordt een bedrag € 11,5 miljoen onttrokken en gestort naar de reserve fysieke kwaliteit leefomgeving. 2029 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025);

-

€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 9.844 prijsstijging 2024 (Eerste financiële tussenrapportage 2024)

-

€ 3.000 afdracht bovenwijkse voorzieningen van BIE - Najaarsbericht 2025

We dragen vanuit deze reserve voor een bedrag van € 2 miljoen bij aan de mobiliteitsopgave. Deze is onderdeel van de berekening van de bovenwijkse voorzieningen. Dit bedrag betalen we uit de afdrachten van de IMVA's. Deze zijn in dit overzicht niet geraamd. Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

76

Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving (742048) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling Met deze reserve sparen we om de majeure projecten op het gebied van de ambities voor verbetering van de fysieke kwaliteit van de leefomgeving te kunnen uitvoeren. Deze ambities zijn vertaald in de Spooragenda 2025-2040 – Oss op het goede spoor”. We dragen met deze reserve voor € 1,3 miljoen ook bij aan de projecten Groen, Blauw en Natuur. Deze reserve laat zien hoeveel gelden hiervoor naar verwachting beschikbaar komen en waaraan deze gelden besteed worden. Voeding reserve De reserve wordt gevoed door: a. Bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen Op basis van de Nota kostenverhaal, welke eind 2021 door uw raad is vastgesteld, betalen projecten waarbij nieuw vastgoed wordt ontwikkeld een bijdrage voor bovenwijkse netwerkvoorzieningen. Dit geldt zowel voor eigen grondexploitaties als projecten van derden (kostenverhaal) in het kader van faciliterend grondbeleid. Netwerkvoorzieningen betreffen investeringen op het gebied van infrastructuur en openbare ruimte waarvan de gehele gemeente profijt heeft. b. Bijdrage vanuit Programmabegroting 2022-2025. In de Programmabegroting 2022-2025 is voor de ambities van de spooragenda jaarlijks een structureel bedrag van € 750.000 beschikbaar gesteld c. Beschikbare mobiliteitsgelden In de begroting is een structureel bedrag van € 495.000 beschikbaar.

Dit bedrag wordt ingezet om de grote mobiliteitsopgave van de spooragenda te betalen. d. Bijdrage vanuit Programmabegroting 2025-2028 In de Programmabegroting 2025-2028 is een rentestijging naar 2,8 % ingerekend. De rente voor langjarige leningen is opgelopen naar 3,3 %. Deze rente wordt momenteel ingerekend bij de investeringen voor het nieuwe theater en het nieuwe zwembad. De investeringen voor de spooragenda zitten veel verder in de tijd. We verwachten dat de langetermijnrente de komende jaren -door de inflatie beheersing- wat gaat dalen. We ramen deze rente daarom op 2,8 %. e. Sparen structurele gelden In de programmabegroting 2023 is vastgelegd dat we structureel sparen voor de grote investeringen in de stad. Op het moment dat deze investeringen plaats vinden, wordt het gespaarde geld ingezet om de (structurele) kapitaallasten van de investeringen te dragen. f. Incidentele winsten van het grondbedrijf De incidentele winsten van het grondbedrijf worden -als deze boven de maximale norm van de Algemene Bedrijfsreserve van het grondbedrijf komen- in deze reserve gestort. In 2025 is dit niet aan de orde. Inzet reserve – instemming raad Deze reserve draagt bij aan een aantal grote, fysieke ingrepen binnen de gemeente.

Als er een bijdrage vanuit deze reserve wordt voorgesteld, wordt dit altijd integraal bij de Programmabegroting, of middels een afzonderlijk raadsvoorstel voorgelegd. Een bijdrage is alleen mogelijk als de middelen aanwezig zijn en de uitvoering past binnen de totale planning.

77

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bestemming en omvang reserve De reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving wordt deels gebruikt om het programma Groen, Blauw en Natuur mede te financieren. Voor het programma Groen, Blauw en Natuur wordt een programma opgesteld aan de hand waarvan de bijdragen worden verantwoord. Hiervoor is € 1,3 miljoen gereserveerd in de periode 2022-2031. Voor de ambities van de Spooragenda 2025-2040 gaan we vooralsnog uit van een gemeentelijke investeringsbijdrage van € 125 miljoen. Om de ambities daadwerkelijk te kunnen uitvoeren zullen ook het Rijk en de provincie hieraan moeten bijdragen Een eerste financiële verkenning is heel grof geraamd op € 350 miljoen. We gaan hierbij ervan uit dat de gemeente voor circa 35 % hieraan bijdraagt. Met deze reserve maken we een aanvang om gelden vrij te maken om deze ambities te kunnen realiseren. Het traject wat hiermee wordt ingezet is een traject van een lange adem. De opzet is om het benodigde bedrag van € 125 miljoen te sparen op een termijn 15 jaar, waarin ook de uitvoering van de plannen ter hand wordt genomen. De Spooragenda staat uit de onderdelen: •

Aanpakken van barrièrewerking van het spoor;

•

Kwaliteitsverbetering van de stations;

•

Faciliteren van groei van het reizigersvervoer;

•

Inpassing van de tri-modale goederenoverslag.

Hiervoor zijn projecten ingedeeld die opgepakt worden op de korte, middellange en lange termijn. Op dit moment worden de projecten die daar invulling aan moeten geven verder uitgewerkt. Het accent ligt in de uitwerking op de aanpassingen in het stedelijk gebied van Oss omdat de ingrepen een voorwaarde zijn voor de verstedelijking in dat gebied. De middelen in deze reserve worden ingezet voor het aanpakken van de barrièrewerking van het spoor en de kwaliteitsverbetering van de stations. Onderdeel van de korte en middellange termijn agenda zijn onder andere de onderdoorgang aan de Heihoeksingel, herinrichten Heihoeksingel, onderdoorgang Braakstraat en het upgraden van de omgeving bij station Oss-West. Voor deze werkzaamheden is een WoKT-subsidie aangevraagd bij het rijk. Op het moment van schrijven is nog niet bekend of deze ook daadwerkelijk wordt toegekend. Voorbereidingskosten spooragenda De reserve fysieke kwaliteit leefomgeving is in 2024 verhoogd met een bedrag van € 1,4 miljoen. Het bedrag is bestemd om de eerste voorbereidingen tot en met 2027 van de spooragenda te kunnen opstarten. We verwachten dat de totale voorbereiding voor een periode van circa 10 jaar uit zal komen op circa € 3,5 miljoen (1 % van de geschatte investering van € 350 miljoen). We gaan uit van een jaarlijks bedrag van € 350.000.

Eventuele overschotten of tekorten in een jaar worden met deze reserve verrekend. Deze voorbereidingskosten worden afzonderlijk bewaakt en afgescheiden van de uitvoeringskosten. Het voorbereidingskrediet is bestemd om de voorbereidingswerkzaamheden van de eerste 4 jaar van de spooragenda te betalen. Deze gelden worden ingezet voor het opstellen van uitvoeringsplannen en het ontwerpen van de ingrepen. Er is specialistische kennis nodig van bureaus die erkend worden door onze partners NS en ProRail. Na deze 4 jaar wordt bezien wat we nog meer nodig hebben.

78

Financiële doorkijk a. Stand van zaken investeringen spoor en stations We hebben onze investeringsbijdrage voor de aanpak van de barrièrewerking van het spoor en het upgrade van de stations destijds berekend op een bedrag van circa € 125 miljoen. Voor deze investeringsbijdrage zijn structurele middelen opzij gezet en sparen wij. In de Spooragenda 2025-2040 hebben we de gemeentelijke bijdrage

voor de onderdoorgang van de

Heihoeksingel, Braakstraat en upgrade station West geraamd op € 25 miljoen. Voor de overige ambities van de spooragenda, waarvan het zwaartepunt ligt tussen Euterpepark en station Oss, resteert dan een bedrag van €100 miljoen. Deze willen we inzetten bij de MIRT aanvraag. We hebben voor de maatregelen in de Heihoeksingel, Braakstraat en upgrade station West eind augustus een WoKT (Woningbouw op Korte Termijn) ingediend. Bij deze WoKT aanvraag hebben we € 25 miljoen vanuit deze reserve als eigen middelen ingezet. Tevens hebben we vanuit de reserve mobiliteit € 8 miljoen ingezet voor de herinrichting Heihoeksingel. De totale kostenraming voor deze maatregelen komt uit op € 62,2 miljoen. In het najaar krijgen we te horen of onze aanvraag wordt gehonoreerd. b. Stand van zaken financiële mogelijkheden voor investeringsopgave We hebben alle posten op dit gebied geactualiseerd. Er is hierbij rekening gehouden met: a. laatste doorrekeningen van de BIE's (bouwgrond in exploitatie) en IMVA (lees toekomstige grondexploitatie). Cijfers uit Najaarsbericht grondbedrijf 2025; b. geen winstbijdrage van de grondexploitatie Amsteleind. De grondexploitatie is door bijgestelde plannen naar het spoor voor een bedrag van € 11,5 miljoen negatief bijgesteld; c.

de lagere winstafdracht van de grondexploitatie Amsteleind wordt opgevangen door het wegvallen van de kosten voor de Westelijke ontsluitingsweg en fase 3 van de Noordelijke ontsluitingsweg. Het bedrag hiervoor wordt uit de reserve bovenwijkse voorzieningen overgeheveld naar deze reserve; d. toegekende prijsstijgingen 2023, 2024 en 2025; e. renteverhoging van 1,1 % naar 2,8 %; f. sparen van de structurele gelden zolang deze nog niet worden ingezet om de structurele kapitaallasten van de investeringen te betalen (tot en met het jaar 2040); g. looptijd sparen en uitgaven van investeringen tot en met het jaar 2040; Op basis van deze uitgangspunten is voor deze opgave een totale investeringsbijdrage van circa € 125 miljoen beschikbaar. c. Risico's Een drietal risico's kunnen grote impact hebben op onze investeringsambities, te weten: 1. Stijging rentekosten Als de rente gaat stijgen kunnen we minder investeren. 2. Prijsstijgingen De projectkosten liggen ver in de tijd. Op basis van de huidige doorrekeningen gaan we uit van een investeringsbijdrage van € 125 miljoen 3. Bijdrage Rijk en provincie De bijdrage van het Rijk en provincie vormen de belangrijkste dekkingsbronnen (BO MIRT en WoKT aanvraag).

79

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

8.800

0

1.681

-1.410

9.071

2026

9.071

0

7.021

-350

15.742

2027

15.742

0

1.900

-350

17.293

2028

17.293

0

13.341

-5.000

25.634

2029

25.634

0

1.768

-10.000

17.402

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Doorkijk meerjarenbeeld We hebben in deze doorkijk ook de bijdrage voor de voorgenomen investeringen voor de ondertunneling Heihoeksingel opgenomen. Deze behoort nog aan de gemeenteraad te worden voorgelegd. Dit wordt gedaan als we zicht hebben op de WoKT aanvraag en de kostenraming hebben ontvangen. Momenteel lopen deze voorbereidingen. In de reserve zijn niet de toekomstige bijdrage van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen van de IMVA's (toekomstige grondexploitaties) opgenomen. Alleen van de Bouwgrond In Exploitatie (BIE's) zijn de bijdragen geraamd. Dit is nog wat onzeker omdat de bijdragen gebaseerd zijn op het realiseren van woningen. 2025 Stortingen We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 757.000 Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit BIE's - Najaarsbericht 2025

-

€ 750.000 Structurele bijdrage vanuit PB 2022-2025

-

€ 93.750 Prijsstijging 2023 - PB 2023-2026

-

€ 29.531 Prijsstijging 2024 - Eerste financiële tussenrapportage 2024

-

€ 51.000 Prijsstijging 2025 - Eerste financiële tussenrapportage 2025

Onttrekking Voor het jaar 2025 worden de volgende bedragen onttrokken: -

€ 350.000 Voorbereidingskosten van de Spooragenda;

-

€ 1.060.000 Voorbereidingskrediet voor de onderdoorgang van de Heihoeksingel.

2026 Stortingen We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 588.000. Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit BIE's - Najaarsbericht 2025

-

€ 750.000. Structurele bijdrage vanuit PB 2022-2025

-

€ 93.750. Prijsstijging 2023 - PB 2023-2026

-

€ 29.531. Prijsstijging 2024 - Eerste financiële tussenrapportage 2024

-

€ 258.808. Vrijval gelden Noordelijke ontsluitingsweg voor afvangen winstafdracht ABR

-

€ 250.000. Rentestijging naar 2,8 % (PB 2025-2028)

-

€ 5.000.000. Eenmalige storting vervangt een structurele storting van € 100.000 in deze reserve

-

€ 51.000. Prijsstijging 2025 - Eerste financiële tussenrapportage 2025

Onttrekking Voor het jaar 2026 wordt een bedrag van € 350.000 onttrokken om de voorbereidingskosten voor het jaar 2026 te betalen.

80

2027 Stortingen We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 217.000 Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit BIE's - Najaarsbericht 2025

-

€ 750.000 Structurele bijdrage vanuit PB 2022-2025

-

€ 93.750 Prijsstijging 2023 - PB 2023-2026

-

€ 350.000 Structureel bedrag ter afdekking van rentestijging van 1,1 % naar 1,9 % in 2027

-

€ 258.808 Vrijval gelden Noordelijke ontsluitingsweg voor afvangen winstafdracht ABR

-

€ 29.531 Prijsstijging 2024 - Eerste financiële tussenrapportage 2024

-

€ 250.000 Rentestijging naar 2,8 % (PB 2025-2028)

-

€ 51.000 Prijsstijging 2025 - Eerste financiële tussenrapportage 2025

-

-/- € 100.000. Verlaging structurele bijdrage - PB 2026-2029

(PB 2024-2027).

Onttrekking Voor het jaar 2027 wordt een bedrag van € 350.000 onttrokken om de voorbereidingskosten voor het jaar 2027 te betalen. 2028 Stortingen We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 158.000 Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit BIE's - Najaarsbericht 2025

-

€ 750.000 Structurele bijdrage vanuit PB 2022-2025

-

€ 93.750 Prijsstijging 2023 - PB 2023-2026

-

€ 350.000 Structureel bedrag ter afdekking van rentestijging van 1,1 % naar 1,9 % in 2027 (PB 2024-2027).

-

€ 29.531 Eerste financiële tussenrapportage 2024

-

€ 828.000 Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit IMVA's/toekomstige grondexploitaties

-

€ 258.808 Vrijval gelden Noordelijke ontsluitingsweg voor afvangen winstafdracht ABR

(prognose) -

€ 11,5 miljoen lagere kosten ontsluitingswegen ingezet om winstafdracht Amsteleind op te vangen. Bedrag afkomstig uit reserve bovenwijkse voorzieningen

-

€ 250.000 Rentestijging naar 2,8 % (PB 2025-2028)

-

€ 51.000 Prijsstijging 2025 - Eerste financiële tussenrapportage 2025

-

-/- € 100.000 Verlaging structurele bijdrage - PB 2026-2029

Onttrekking We verwachten dat we in het jaar 2028 de eerste werkzaamheden voor de aanleg van de Heihoek tunnel zijn gestart. We ramen hier heel globaal een bedrag van € 5 miljoen (prognose). Dit wordt nog aan de gemeenteraad voorgelegd. Voor de doorkijk is voorlopig hier mee gerekend.

81

2029 Stortingen We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 85.000 Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit BIE's - Najaarsbericht 2025

-

€ 750.000 Structurele bijdrage vanuit PB 2022-2025

-

€ 93.750 Prijsstijging 2023 - PB 2023-2026

-

€ 350.000 Structureel bedrag ter afdekking van rentestijging van 1,1 % naar 1,9 % in 2027 (PB 2024-2027)

-

€ 29.531 Eerste financiële tussenrapportage 2024

-

€ 258.808 Vrijval gelden Noordelijke ontsluitingsweg voor afvangen winstafdracht ABR

-

€ 11,5 miljoen lagere kosten ontsluitingswegen ingezet om winstafdracht Amsteleind op te vangen. Bedrag afkomstig uit reserve bovenwijkse voorzieningen

-

€ 250.000. Rentestijging naar 2,8 % (PB 2025-2028)

-

€ 51.000. Prijsstijging 2025 - Eerste financiële tussenrapportage 2025

-

-/- € 100.000. Verlaging structurele bijdrage - PB 2026-2029

Onttrekking We verwachten dat we in het jaar 2029 een bijdrage van € 10 miljoen te hebben verricht voor de ondertunneling van de Heihoeksingel. Dit is nog een grove raming en wordt nog aan de gemeenteraad voorgelegd. Voor de doorkijk is voorlopig hier mee gerekend. Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

82

Omgevingswet (742045) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve wordt ingezet ter dekking van implementatiekosten van de Omgevingswet binnen de organisatie. Dit betekent onder andere het ‘Omgevingswet-proof’ opstellen van processen, tools en documenten, het inzetten van extra capaciteit en het inrichten van ICT/techniek en systemen. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet passen we de nieuwe wet toe op nieuwe ruimtelijke initiatieven. De Omgevingswet is onlosmakelijk en voorwaardelijk verbonden aan de duurzame (stedelijke en landelijke) ontwikkeling van Oss en Oss als Stad met Toekomst. Deze wet is het integrale fundament hiervoor. Daarom moeten we deze wet goed eigen maken en borgen binnen de organisatie. We geven de transitie van het tijdelijke naar het nieuwe Omgevingsplan vorm voor 2032 (wettelijke verplichting). Hiervoor zetten we ruim 200 bestemmingsplannen en lokale (beleids)regels en verordeningen om naar het nieuwe omgevingsplan. Daarnaast stemmen we Rijksregels af op de lokale situatie in Oss en nemen deze op in het nieuwe Omgevingsplan. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1,5 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

2.083

0

1.888

-1.247

2.724

2026

2.724

0

0

-1.170

1.554

2027

1.554

0

0

0

1.554

2028

1.554

0

0

0

1.554

2029

1.554

0

0

0

1.554

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Tijdelijke capaciteit werkzaamheden Omgevingswet:

€ 1.015.000

-

Materieel budget diverse afdelingen:

€ 232.000

We hebben de volgende stortingen begroot: -

Meicirculaire 2025:

€ 388.000

-

Aanvulling van € 1,5 miljoen van deze reserve voor toekomstige kosten

2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Tijdelijke capaciteit werkzaamheden Omgevingswet:

€ 965.000

-

Materieel budget diverse afdelingen

€ 205.000

De begrote mutaties van de reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening onttrekken- en storten we de werkelijke lasten en baten ten laste/gunste van de reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

83

Bouwleges (742065) Beleidsdoel/noodzaak reserve De egalisatiereserve heeft als doel om de mismatch op te vangen in de baten en lasten rondom bouwleges. De pieken in de leges opbrengsten ontstaan voornamelijk door het toenemen van grote (bouw)initiatieven. De bijbehorende lasten vallen soms in een eerdere periode en soms in een latere periode dan de baten worden ontvangen. Met de egalisatiereserve vangen we pieken en dalen in de begroting op en kunnen afwijkingen in het rekeningresultaat worden verminderd. Prognosemodel We hebben een prognosemodel ontwikkeld waarmee de baten en lasten van grote initiatieven worden voorspeld. Deze worden vergeleken met de historische gemiddelde bedragen in de begroting. Deze werkzaamheden maken deel uit van een groter onderzoek naar de structuur en kostendekkendheid van de leges. We werken de kaders van deze reserve verder uit in 2026. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Vanwege de aard van de reserve (egalisatie) is de noodzakelijke omvang gelijk aan het saldo aan het einde van de meerjarenraming. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

0

0

0

0

0

2026

0

0

915

0

915

2027

915

0

0

-915

0

2028

0

0

0

0

0

2029

0

0

0

0

0

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2026 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 915.000 op basis van het prognosemodel

2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

We onttrekken € 915.000 uit de reserve om de lasten in 2027 te verlagen

Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

84

Woonwagens (742039) Beleidsdoel/noodzaak reserve We hebben bij de programmabegroting de reserve 'Brutering Woonwagens' aangepast naar deze reserve: 'Woonwagens'. De reserve brutering woonwagens is gevormd op basis van de Regeling afkoop geldelijke steun woonwagens en standplaatsen. We hebben daarvoor een afkoopsom van het rijk gekregen. Daarmee heeft het rijk de langlopende verplichtingen rondom kapitaallasten en onderhoud van woonwagens afgekocht. We hadden deze afkoopsom in deze reserve gestort. Voorheen hebben we de reserve ingezet om de kapitaallasten en onderhoudskosten van woonwagens en standplaatsen voor een deel af te dekken. Het bedrag is echter niet meer nodig voor de kapitaallasten en onderhoudskosten. Daarom willen we het bedrag reserveren voor woonwagens algemeen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 250.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

501

0

0

0

501

2026

501

0

0

-63

438

2027

438

0

0

-63

375

2028

375

0

0

-63

313

2029

313

0

0

-63

250

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Medewerker grondzaken focusgebied woonwagenzaken: € 63.000

2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Medewerker grondzaken focusgebied woonwagenzaken: € 63.000

2028 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Medewerker grondzaken focusgebied woonwagenzaken: € 63.000

2029 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Medewerker grondzaken focusgebied woonwagenzaken: € 63.000

Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

85

Verstrekken leningen volkshuisvesting (742022) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve gebruiken we om de beheers- en rentekosten van de leningen volkshuisvesting te betalen. De reserve volkshuisvestiging is samengevoegd met reserve kosten verstrekken leningen volkshuisvestiging. Voorheen heette deze reserve beheerskosten startersleningen. De naam is aangepast naar kosten verstrekken leningen volkshuisvesting. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 531.000 Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

960

0

0

-231

729

2026

729

0

200

-353

575

2027

575

0

0

-298

277

2028

277

0

0

-160

117

2029

117

0

0

-73

44

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Rentekosten starterslening uitbreiding € 2,5 miljoen eerste drie jaar

€ 91.500

-

Beheerskosten starterslening uitbreiding € 2,5 miljoen

€ 19.500

-

Rentekosten huidige starterslening eerste drie jaar

€ 72.000

-

Beheerskosten bestaande SVN leningen

€ 50.000

2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Rentekosten starterslening uitbreiding € 3,5 miljoen eerste drie jaar

€ 73.000

-

Beheerskosten starterslening uitbreiding € 3,5 miljoen eerste drie jaar

€ 16.000

-

Rentekosten starterslening uitbreiding € 2,5 miljoen eerste drie jaar

€ 91.500

-

Beheerskosten starterslening uitbreiding € 2,5 miljoen

€ 19.500

-

Rentekosten huidige starterslening derde jaar

€ 108.500

-

Beheerskosten bestaande SVN leningen

€ 44.500

We hebben een storting van € 200.000 euro begroot in 2026 om de uitbreiding van de starterslening met € 3,5 miljoen mogelijk te maken. 2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Rentekosten starterslening uitbreiding € 3,5 miljoen eerste drie jaar

€ 128.000

-

Beheerskosten starterslening uitbreiding € 3,5 miljoen eerste drie jaar

€ 25.000

-

Rentekosten starterslening uitbreiding € 2,5 miljoen eerste drie jaar

€ 91.500

-

Beheerskosten starterslening uitbreiding € 2,5 miljoen

€ 19.500

-

Beheerskosten bestaande SVN leningen

€ 34.000

86

2028 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Rentekosten starterslening uitbreiding 3,5 miljoen eerste drie jaar

€ 128.000

-

Beheerskosten starterslening uitbreiding 3,5 miljoen eerste drie jaar

€ 25.000

-

Beheerskosten bestaande SVN leningen

€ 7.000

2029 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Rentekosten starterslening uitbreiding € 3,5 miljoen eerste drie jaar

€ 48.000

-

Beheerskosten starterslening uitbreiding € 3,5 miljoen eerste drie jaar

€ 25.000

Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

87

Meekoppelkansen dijkversterking Maas (742040) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor het financieren van meekoppelkansen rondom de waterveiligheid van de Maas. Plannen voor de verbetering van de waterveiligheid van de Maas worden de komende jaren in integrale gebiedsopgaven voorbereid. Hiervoor hebben we ingestemd met een bestuursovereenkomst voor het koploperproject Ravenstein-Lith. Voor Oss zijn er belangrijke meekoppelkansen, zoals het verbeteren van de toegang tot de haven in het Burgemeester Delenkanaal tussen de Maas en de sluis bij Macharen. Daarnaast is het koploperproject een impuls voor de vrijetijdseconomie in de zone langs de Maas en ondersteunt het een strategie voor de bakenbomen. Met het beschikbaar stellen van deze middelen zullen andere projectpartners extra middelen inbrengen waardoor de opbrengsten van onze bijdrage naar verwachting sterk vermeerderd worden. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 760.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

2.160

0

826

-2.009

977

2026

977

0

0

-303

675

2027

675

0

0

0

675

2028

675

0

0

0

675

2029

675

0

0

0

675

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -

een storting van € 400.000 voor het traject Lith-Bokhoven

-

een storting vanuit de resultaatbestemming 2024 van € 426.000

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Bestuurs- en realisatieovereenkomst € 1.790.000

-

€ 205.000 voor de inhuur van een Landschapsontwerper, strategisch coördinator en projectleider dijkversterkingen.

-

€ 14.000 voor voorbereidingskosten omtrent de standaardovereenkomst

2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 40.000 voor een Landschapsontwerper Meanderende Maas (RO)

-

€ 263.000 voor het dijkversterkingsproject 2025-2035

De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

88

Versterken gemeentelijke dienstverlening kwetsbare groepen (POK) (742052) Beleidsdoel/noodzaak reserve Naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) heeft het kabinet voorstellen gedaan om de dienstverlening vanuit de overheid fundamenteel te verbeteren. Het kabinet stelt onder andere voor om de uitvoeringscapaciteit bij de overheid te versterken en extra ondersteuning te bieden aan mensen in kwetsbare posities. Dit is een gezamenlijke opdracht voor het rijk, de uitvoeringsorganisaties en de medeoverheden. Voor gemeenten is tot en met 2027 per jaar € 150 miljoen beschikbaar. De middelen hebben we ontvangen via de algemene uitkering. We zetten de middelen in op drie thema’s: 1.

Vakmanschapsontwikkeling bestaande uit vier actielijnen; boost geven aan de basistraining

Samenwerkwijze (SWW), ontwikkelen van en in pilot zetten van een verdiepende module SWW, werven van een opleidingscoördinator en het werven van een professioneel en geaccrediteerde intervisior binnen het sociaal domein. 2.

Rechtsbescherming bestaande uit drie stappen; verkenning wat nodig is, uitwerken plan van aanpak

en implementatie & uitvoering. Concreet gaat het (inmiddels) om uitbreiding inzet Ons Welzijn met 2 fte Sociaal Raadsliedenwerk. 3.

Digitalisering bestaande uit drie actielijnen; digitale vindplaats, regiesysteem en datagedreven werken

en cultuur & structuur/vakmanschap. De middelen zijn in één keer beschikbaar gesteld, echter de uitvoering vindt gefaseerd over de jaren plaats. Hier maken we jaarlijks een bestedingsplan voor. Via de vorming van een aparte reserve blijven de gelden beschikbaar voor de realisatie van deze projecten. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming t/m 2029 is € 405.000. Het bestedingsplan vanaf 2025 tot en met 2029 is hierin verwerkt. Ieder jaar actualiseren we, waar nodig, het meerjarige bestedingsplan. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

1.036

0

412

-520

928

2026

928

0

443

-591

780

2027

780

0

443

-501

722

2028

722

0

0

-235

487

2029

487

0

0

-83

405

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2025-2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 412.000 middelen 2025 versterken gemeentelijke dienstverlening

-

€ 443.000 middelen 2026 versterken gemeentelijke dienstverlening

-

€ 443.000 middelen 2027 versterken gemeentelijke dienstverlening

89

2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 234.000 voor vakmanschapsontwikkeling (opleidingscoördinator, administratieve ondersteuning, trainingen en inkoop van expertise)

-

€ 191.000 voor rechtsbescherming (2 fte sociaal raadslieden voor 12 maanden)

-

€ 95.000 voor digitalisering (implementatie van het regiesysteem)

2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 285.000 voor vakmanschapsontwikkeling (opleidingscoördinator, administratieve ondersteuning, trainingen en inkoop van expertise)

-

€ 191.000 voor rechtsbescherming (2 fte sociaal raadslieden voor 12 maanden)

-

€ 115.000 voor digitalisering (implementatie van het regiesysteem en digitale vindplaats)

2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 290.000 voor vakmanschapsontwikkeling (opleidingscoördinator, administratieve ondersteuning,

-

trainingen en inkoop van expertise)

-

€ 191.000 voor rechtsbescherming (2 fte sociaal raadslieden voor 12 maanden)

-

€ 20.000 voor digitalisering (implementatie van het regiesysteem en digitale vindplaats)

2028 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 235.000 voor vakmanschapsontwikkeling (opleidingscoördinator, administratieve ondersteuning, trainingen en inkoop van expertise)

2029 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 83.000 voor vakmanschapsontwikkeling (opleidingscoördinator, administratieve ondersteuning, trainingen en inkoop van expertise)

De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

90

Schadewijk (742061) Beleidsdoel/noodzaak reserve Extra investeren in Schadewijk en daarmee een gezond en goed leefklimaat realiseren. Denk hierbij o.a. aan ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, onderwijs, openbare ruimte etc. Met deze reserve willen we de komende jaren extra investeren in Schadewijk en daarmee incidentele kosten afdekken. We verwachten extra kosten voor onder andere participatie- en communicatietrajecten, het opwaarderen van de openbare ruimte naar een plek met meer groen en het dekken van restposten bij het behouden of vernieuwen van voorzieningen in de wijk. Daarnaast willen we zorgen van voldoende gezichten in de buurten vanuit ONS welzijn en de gemeente. De koers en kaders van het programma staan in de Integrale Gebiedsvisie Schadewijk welke in oktober 2024 door de gemeenteraad is vastgesteld. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bij de programmabegroting 2025 is besloten om incidenteel € 1.000.000 te storten in de reserve Schadewijk. Hiermee willen we de komende jaren extra investeren in Schadewijk en daarmee incidentele kosten afdekken. Dit om bovenstaand beleidsdoel te realiseren. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

1 januari

bijschrijven

Storting

Onttrekking

Saldo

2025

100

0

1.000

-118

982

2026

982

0

0

-100

882

2027

882

0

0

-100

782

2028

782

0

0

-100

682

2029

682

0

0

-100

582

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 In de programmabegroting 2025-2028 is besloten om in 2025 € 1 miljoen te storten in de reserve Schadewijk. Daarnaast is er € 118.000 beschikbaar gesteld voor uitvoeringskosten 2025 ten behoeve van bovengenoemd beleidsdoel. Vanuit de programmabegroting 2026 is het voorstel om voor de jaren na 2025 € 100.000 per jaar uitvoeringsbudget beschikbaar te stellen. De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

91

ICT (742031) Beleidsdoel/noodzaak reserve Vanaf 2014 tot en met 2019 is de reserve ICT (voorheen: egalisatie automatisering / ICT gesloten circuit) alleen gebruikt voor vervangingsinvesteringen. Het gebruik van het ‘gesloten circuit’ is opgeheven. Dat betekent dat we vanaf 2020 begrotingsaanvragen voor investeringen doen waarbij prijsstijgingen en -dalingen direct ten laste/gunste komen van de exploitatie. De opgebouwde reserve is noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Met ingang van 2020 hebben we de doelstellingen van de reserve geactualiseerd zodat deze aansluiten bij de huidige ontwikkelingen. Deze reserve zetten we als volgt in: -

Het opvangen van incidentele lasten én voor zover deze niet passen in de exploitatie. Denk aan technische afwaardering van hardware.

-

Frictiekosten als gevolg van onvoorzienbare gebeurtenissen.

-

Het financieren van innovatie, strategische ontwikkeling en -samenwerking.

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is nihil. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

1 januari

bijschrijven

Storting

Onttrekking

Saldo

2025

812

0

0

-441

370

2026

370

0

0

-23

347

2027

347

0

0

0

347

2028

347

0

0

0

347

2029

347

0

0

0

347

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld De begrootte mutatie van deze reserve is een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. 2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Projectleiding operating systems en vervanging rekencentrum

€ 48.000

-

Proeftuin Office 365 (incl. restant 2024)

€ 70.000

-

Programma Data

€ 145.000

-

AV Analyse

€ 26.000

-

Onderzoek data classificatie

€ 40.000

-

AI kennisgroep

€ 25.000

-

MDM Beleid

€ 30.000

-

Cloud strategie (restant 2024)

€ 57.000

We hebben geen stortingen begroot.

92

2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Programma Data

€ 23.000

We hebben geen stortingen begroot. De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

93

WGA (742032) Beleidsdoel/noodzaak reserve Op 1 januari 2006 is de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) ingegaan. Onderdeel van deze wet is de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). De lasten voor de WGA mogen gelijk verdeeld worden tussen de werkgever en werknemer. Het college heeft in overleg met de Ondernemingsraad (OR) besloten om de kosten voor de werknemer te betalen door de vrije maandagmiddag van carnaval te laten vervallen. Dit komt neer op een bedrag van € 47.805. Als in een bepaald jaar dit bedrag niet nodig is voor de regeling (dat is afhankelijk van het aantal aanmeldingen in een jaar) blijven de middelen wel beschikbaar voor de WGA. Het gaat hierbij namelijk om een zogenaamde gesloten exploitatie. Dat betekent dat we restantgelden direct in de reserve storten. Daarnaast storten we vanaf 2016 eventuele overschotten op het arbeidsvoorwaardenbudget van de OR in deze reserve. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang is € 213.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

263

0

0

0

263

2026

263

0

0

0

263

2027

263

0

0

0

263

2028

263

0

0

0

263

2029

263

0

0

0

263

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld We hebben geen stortingen of onttrekkingen begroot.

Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

94

Reserve WW-lasten (742019) Beleidsdoel/noodzaak reserve Medewerkers betalen voor de reparatie-uitkering WW vanaf 1 januari 2018 een kostendekkende werknemerspremie, om daarmee toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. De stortingen betreffen de begrote premies. Bij de jaarrekening storten we de werkelijk inhouden premie. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Dit reserve wordt beëindigd en het saldo wordt teruggestort. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

190

0

0

-190

0

2026

0

0

0

0

0

2027

0

0

0

0

0

2028

0

0

0

0

0

2029

0

0

0

0

0

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld We onttrekken in 2025 het volledig beschikbare saldo van 190.000. Hierna is de reserve leeg en kan deze opgeheven worden. Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

95

Organisatie ontwikkelingen (742033) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve organisatie ontwikkelingen is bedoeld voor: -

achtervang banenafspraken

-

kosten procesoptimalisaties

-

organisatiekosten

-

achtervang kosten RVU regeling

-

achtervang bij inzet "onderuitputting salarissen" voor incidentele formatieknelpunten

Achtervang banenafspraken We proberen de banenafspraak uit onze reguliere middelen af te dekken. Als de reguliere middelen niet voldoende zijn vormt deze reserve de achtervang. Eenmalige kosten procesoptimalisaties Voor een toekomstbestendige organisatie is fors geïnvesteerd in procesoptimalisatie en extra formatie ICT. Deze structurele kosten betalen we door een aantal efficiency maatregelen en een digitaliseringsoperatie bij het archief. Om deze besparing binnen de organisatie te realiseren is een bedrag van € 1 miljoen in deze reserve gestort. Dit bedrag is in de Programmabegroting 2020-2023 beschikbaar gesteld. In de Programmabegroting 2022-2025 is dit bedrag in het jaar 2022 aangevuld met € 380.000 voor de digitaliseringsoperatie (projectleiderskosten). Dit bedrag wordt de komende jaren aangewend voor de eenmalige kosten van de procesoptimalisatie en digitaliseringsoperatie. De uitgaven op dit gebied wordt de komende jaren uit deze reserve betaald. Organisatiekosten We betalen met deze reserve eenmalige frictiekosten die -als gevolg van de efficiency maatregelen- bij het personeel ontstaan. Door de krapte op de arbeidersmarkt investeren we voor drie jaar extra voor de werving en selectie.

Achtervang afdekken kosten RVU regeling In de CAO 2023 is een afspraak opgenomen over vervroegd uittreden en een recht op een RVU regeling (bij 43 ABP- jaren en 10 jaar in dienst bij gemeenten). In onze organisatie kunnen circa 30 collega’s hiervan gebruik maken. De kosten hiervan zijn € 24.000 per persoon. We ramen de kosten op circa € 700.000. Achtervang bij inzet "onderuitputting salarissen" voor incidentele formatieknelpunten We zien door de krappe arbeidsmarkt dat we onze vacatures niet tijdig kunnen invullen. We willen deze incidentele financiële ruimte (onderuitputting salarissen) in het begin van het jaar al inzetten voor incidentele formatieknelpunten, achterstanden weg werken en inzet voor de bijdragen om onze speerpunten uit onze organisatievisie te realiseren. Deze incidentele ruimte wordt in februari berekend en aan de directeuren beschikbaar gesteld. We lopen hiermee een financieel risico dat deze incidentele vacatureruimte er in de praktijk onvoldoende aanwezig is. Indien onverhoopt mocht blijken dat bij de jaarrekening op onze totale salarispost een overschrijding ontstaat dan zal deze overschrijding ten laste van deze reserve worden gebracht. Deze reserve dient dus bij de jaarrekening als achtervang. Voor het jaar 2024 is het bedrag berekend op € 1,5 miljoen.

Dit bedrag is dus in deze reserve geoormerkt om als achtervang voor de jaarrekening 2024 hiervoor te dienen.

96

Egaliseren kosten project organisatievisie "Wij zijn één Oss" We hebben een nieuwe organisatievisie: ‘Wij zijn één Oss’. Een visie die richting geeft, verbindt en uitnodigt. Om aan deze organisatievisie handen en voeten te geven starten we een organisatie-ontwikkelprogramma “Wij zijn één Oss”. We betalen circa € 0,94 miljoen betalen uit de reserve organisatieontwikkeling. We egaliseren de kosten voor de nieuwe organisatievisie via de reserve Organisatieontwikkeling. Egaliseren kosten project "integraal Digitaliseren" We stellen voor om de kansen die digitalisering biedt integraal op te pakken voor de hele organisatie. Dit doen we door te investeren en te sturen op (implementatie van) digitalisering. We egaliseren de kosten voor het project Ïntegraal Digitaliseren" via de reserve Organisatieontwikkeling. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Voeding reserve We hebben de reserve in het verleden door een aantal incidentele bijdragen vanuit de Programmabegrotingen gevoed. Daarnaast wordt de reserve gevoed door efficiency maatregelen in de bedrijfsvoering. Deze efficiency maatregelen dragen bij een realisatie van de opgelegde taakstellingen voor de organisatie. Een tekort in enig jaar wordt onttrokken uit deze reserve en een surplus wordt gestort in deze reserve (taakstelling kostenplaat DT).

Noodzakelijk omvang We hebben deze middelen nodig om de doelstellingen van deze reserve te borgen. De reserve fungeert namelijk vooral als achtervang functie. We hebben hiervan geen onttrekkingen in de begroting opgenomen. Het is op voorhand namelijk niet bekend hoe de maatregelen in de praktijk uitpakken. Als de situatie zich voordoet zullen we bij de jaarrekening het werkelijke bedrag uit de reserve onttrekken. Op deze wijze is geborgd dat we geen tekorten van deze maatregelen op de algemene dienst van de gemeente af wentelen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

3.967

0

0

-479

3.488

2026

3.488

0

0

-268

3.220

2027

3.220

0

0

-64

3.156

2028

3.156

0

0

-231

2.925

2029

2.925

0

0

-174

2.751

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. 2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Verbetering incidentele communicatie

-

Extra inzet werving & selectie

€ 145.000 € 86.000

-

Kosten bovenformatieven

€ 6.000

-

Kosten project organisatievisie "Wij zijn één Oss"

€ 243.000

97

2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Extra inzet werving & selectie

€ 43.000

-

Kosten project organisatievisie "Wij zijn één Oss"

€ 225.000

2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Kosten project organisatievisie "Wij zijn één Oss"

€ 64.000

2028 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Kosten project organisatievisie "Wij zijn één Oss"

€ 231.000

2029 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Kosten project organisatievisie "Wij zijn één Oss"

Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

€ 174.000

98

Wachtgeld wethouders (742034) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld om toekomstige financiële verplichtingen van de huidige wethouders op te kunnen vangen. Na een wethouderschap ontvangt een wethouder een ontslaguitkering, tenzij de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. Dat is geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Voor de voormalige wethouders hebben we een voorziening wachtgeld wethouders. Indien de voorziening wachtgeld wethouders te hoog (door het vinden van een (nieuwe) baan) of te laag is dan vindt verrekening met deze reserve plaats voor zover deze toereikend is. Ter egalisatie van kosten wordt jaarlijks € 102.898 gestort in deze reserve. Bij bestemming van het jaarrekeningresultaat 2023 is het bestedingsdoel van deze reserve verruimd. Dit omdat toen € 750.000 vanuit vrijval voorziening pensioenen wethouders in deze reserve is gestort. De reserve is niet alleen meer voor verplichtingen wachtgeld wethouders maar ook voor de pensioenverplichtingen wethouders. Bij de jaarrekening 2024 hebben we deze reserve nagenoeg volledig leeg moet trekken op basis van pensioenverplichtingen 2024. Hierdoor beperken we het doel van deze reserve weer tot alleen wachtgeld. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De noodzakelijke omvang van de reserve is onder andere afhankelijk van het wel of niet vinden van een nieuwe baan.

Dat is vooraf moeilijk of niet in te schatten. Als een wethouder nieuwe (andere) inkomsten heeft dan worden deze met de wachtgelduitkering verrekend. De systematiek is dat het meerdere verrekend wordt als de som van de nieuwe inkomsten en de wachtgeld uitkering hoger is dan het laatst genoten salaris. Als compensatie voor de onzekere toekomstige wachtgeldverplichtingen storten we jaarlijks een bedrag van € 102.898 in deze reserve. De toereikendheid van dit bedrag is afhankelijk van de op te treden wethouderswisselingen. De maximale wachtgeldverplichting voor de huidige vijf wethouders is afgerond € 1,25 miljoen. De pensioenverplichtingen worden elk jaar berekend via actuariële waardeberekening. Als gemeente fungeren wij als pensioenfonds voor wethouders en ex-wethouders. Als dekking van de verwachte pensioenverplichtingen hebben we een voorziening pensioenen wethouders. Wanneer deze voorziening te hoog of te laag is dan verrekenen we dit ook met de reserve wachtgeld. Een berekening van de minimale noodzakelijke omvang van deze reserve is niet te maken. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2025

8

0

103

0

111

2026

111

0

103

0

214

2027

214

0

103

0

316

2028

316

0

103

0

419

2029

419

0

103

0

522

31 december

99

Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 t/m 2029 We doen een jaarlijkse storting van € 102.898 in deze reserve. Dit bedrag is niet onderbouwd. Zit er voldoende geld in de reserve?

Is niet aan te geven. Dit is afhankelijk van welke wethouders na de

gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 weer terugkomen als wethouder. Omdat het reservebedrag beperkt is wordt verwacht dat er extra bijgestort zal moeten worden om de voorziening wachtgeld wethouder op peil te krijgen. Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f652e26a-5bf0-4431-bbca-bc4763c2993f