Nota reserves 2025
Tekst van het document
Nota reserves 2025
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
Samenvatting
5
Overzichten reserves
8
ALGEMENE RESERVES
9
Algemene vrije reserve (740001)
10
Algemene bedrijfsreserve grondbedrijf (740002)
11
RESERVES DEKKING ALGEMENE DIENST
13
Afloop gaswinstuitkering Maaslandgas (741001)
14
Deposito BNG inzake opheffing HNG (741002)
15
Gemeentehuis (743001)
16
Gemeentehuis toekomst bestendig (742057)
17
BESTEMMINGSRESERVES
18
Wonen, welzijn en zorg (742002)
19
Beschermd Wonen (742003)
20
Kostenbeheersing sociaal domein (742064)
22
GALA / IZA (742063)
24
Dak- en thuisloosheid (742058)
25
Opvang Vluchtelingen (742053)
27
Bestaanszekerheid (742038)
29
Integraal Voorzieningenbeleid (742005)
31
Verduurzaming maatschappelijk vastgoed ( 742056)
33
Lievekamp (742050)
34
Rust Roest (742060)
35
Integraal uitvoeringsprogramma (IUP) (742011)
36
Baggeren Haven (742049)
40
Egalisatie rioolbeheer (742008)
41
Afvalstoffenheffing (742015)
42
Groenfonds landelijk gebied (742017)
43
Klimaatadaptatie (742054)
45
Bodemsanering (742018)
47
Ontwikkeling windpark (742026)
48
Risicoreserve waardering lening Wachtmeesters (742059)
49
2
Energietransitie (742020)
50
Quick wins binnenhavens (742029)
52
Economie (742028)
53
Walkwartier en omgeving (742024)
55
Investeringsfonds Stadshart Oss (742025)
58
Heesch-West (742030)
60
Mobiliteit (742010)
61
Parkeren (742009)
65
Maasveren (742062)
67
Openbare verlichting (742012)
68
Geluid (742016)
69
Strategische aankopen (742027)
70
Binnenstedelijke transformaties (742046)
72
Bovenwijkse voorzieningen (742047)
74
Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving (742048)
77
Omgevingswet (742045)
83
Bouwleges (742065)
84
Woonwagens (742039)
85
Verstrekken leningen volkshuisvesting (742022)
86
Meekoppelkansen dijkversterking Maas (742040)
88
Versterken gemeentelijke dienstverlening kwetsbare groepen (POK) (742052)
89
Schadewijk (742061)
91
ICT (742031)
92
WGA (742032)
94
Reserve WW-lasten (742019)
95
Organisatie ontwikkelingen (742033)
96
Wachtgeld wethouders (742034)
99
Dienstverlening (742036)
101
Adviezen fiscaal gebied (742037)
102
Vennootschapsbelasting (742044)
103
Egalisatie renteomslag (742041)
104
Budgetoverheveling (742001)
105
RESERVES DEKKING AFSCHRIJVINGSLASTEN
106
3
Reserves dekking afschrijvingslasten
107
Bijlage 1 – Overzicht reserves
109
4
Samenvatting Inleiding In onze financiële verordening (artikel 212 van de Gemeentewet) staat dat we elk jaar een nota reserves opstellen. Dat doen we altijd tegelijk met de programmabegroting, zodat de bestuurlijke processen van deze producten op elkaar aansluiten. De nota reserves geeft inzicht in het doel, het meerjarig verloop en de omvang van de reserves. Soorten reserves De reserves zijn het eigen vermogen van de gemeente. Het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) onderscheidt twee soorten reserves: -
algemene reserves
-
bestemmingsreserves
De algemene reserves zijn bedoeld voor het opvangen van risico's en incidentele tekorten zoals jaarrekeningtekorten. De algemene reserve is de financiële buffer van de gemeente. Bestemmingsreserves zijn geoormerkt voor een bepaalde doelstelling. We onderscheiden twee soorten bestemmingsreserves: 'gewone' bestemmingsreserves en bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten. Een aantal reserves zijn egalisatiereserves. Hiermee vangen we schommelingen op in kosten en opbrengsten op bepaalde activiteiten. In deze nota zijn de stortingen en onttrekkingen begroot op basis van het verwachte saldo op de bijbehorende activiteiten zoals deze in de programmabegroting 2025-2028 zijn geraamd. Bij de jaarrekening verwerken we de stortingen of onttrekkingen op dit soort reserves op basis van het werkelijke saldo op de betreffende activiteiten. Rente We schrijven alleen rente bij op de algemene reserves. Daarmee zorgen we ervoor dat deze reserves op peil blijven. We gebruiken de volgende rentepercentages voor de diverse reserves: -
1,5% voor de algemene reserve.
-
1,1% voor de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf (ABR). Dit percentage is gekoppeld aan het rentepercentage dat we aan grondcomplexen toerekenen. We houden hiermee ook rekening met de verwachte rentestijging binnen de grondexploitaties.
Voor de bestemmingsreserves voor de afdekking van investeringslasten rekenen we geen rente meer toe. We halen uit deze reserve alleen nog maar de jaarlijkse afschrijvingslasten. Wijzigingen reserves We hebben een aantal reserves gewijzigd:
De reserve startersleningen en volkshuisvesting zijn samengevoegd. Deze reserve heet nu verstrekken leningen volkshuisvesting.
Het bestedingsdoel van de reserve wachtgeld wethouders is verruimd. De reserve is niet alleen meer voor verplichtingen wachtgeld wethouders maar ook voor de pensioenverplichtingen wethouders.
De naam van de reserve investeringsfonds duurzaamheid is gewijzigd naar energietransitie.
De naam van de algemene reserve risico's grondbedrijf is gewijzigd naar algemene bedrijfsreserve grondbedrijf.
In de reservestaten verderop staat een uitgebreide toelichting.
5
Vervallen reserves Met ingang van 1 januari 2025 zijn de volgende reserves vervallen: -
Huisvestingskosten Schoolgebouwen
-
Carnavalsloodsen
-
Volkshuisvesting
Nieuwe reserves In 2025 hebben we de volgende nieuwe reserves gevormd: -
Reserve kostenbeheersing sociaal domein
-
Reserve kunstgrasveld Onder d'n Plag
-
Reserve vervanging luchtbehandeling Meteoor
-
Reserve voorbereiding Heihoeksingel
-
Reserve voorbereiding spoorkruising Amsteleind
Voorstel (wijzigingen in) toevoegingen en onttrekkingen Deze nota reserves bevat een aantal (wijzigingen in) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves die de gemeenteraad nog niet heeft vastgesteld. Deze hebben we allemaal als voorstel in de programmabegroting 2026–2029 opgenomen. Bij de reserves waar de onttrekkingen specifiek gekoppeld zijn aan bepaalde kosten/uitgaven voor projecten of activiteiten hebben we in deze nota de verwachte bedragen verwerkt. Bij de jaarrekening onttrekken we de werkelijke uitgaven in deze reserves. Dit betreft de algemene reserves en de bestemmingsreserves. Ontwikkelingen reserves De volgende tabel laat de meerjarige ontwikkeling van de reserves zien. Een gedetailleerd overzicht per reserve staat in de afzonderlijke reservestaatjes hierna en in de bijlage aan het eind. Bedragen x € 1.000 Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Algemene reserves
39.738
43.867
44.417
44.547
44.081
Reserves ter dekking van de algemene dienst
18.305
16.594
15.027
13.283
11.695
Bestemmingsreserves
188.273
186.996
181.119
181.301
187.550
25.004
24.368
23.537
22.741
21.945
271.320
271.825
264.100
261.871
265.271
Bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten Totaal reserves
Algemene reserves De algemene reserves stijgen van afgerond € 40 miljoen naar € 44 miljoen. Dit komt omdat we de algemene reserve inzetten komende jaren om verschillende kosten af te dekken. Hieronder vallen de algemene vrije reserve en de algemene reserve risico's grondbedrijf (ABR). 6
De algemene reserve voldoet elk jaar minimaal aan de norm van 10% van de algemene uitkering (afgerond € 26,2 miljoen). In het kader van de strategische heroriëntatie zetten we 10% van het surplus van de algemene reserve in als structurele dekking. Dit betekent dat we vanaf 2028 tien jaar lang een bedrag van € 560.000 inzetten ten gunste van de reguliere begroting. De algemene bedrijfsreserve is op 1 januari 2025 circa € 2 miljoen en stijgt de komende jaren naar afgerond € 13,3 miljoen. Reserves ter dekking van de algemene dienst Deze reserves dalen van € 18,3 miljoen in 2025 naar € 11,7 miljoen in 2029. De daling zit vooral in de reserve afloop gaswinstuitkering Maaslandgas. Met het geld in deze reserve vangen we het vervallen van de dividenduitkering van NV Maaslandgas stapsgewijs op. Daarnaast zetten we de reserve gemeentehuis jaarlijks in om de investeringskosten van de eerder uitgevoerde renovatie af te dekken (jaarlijks circa € 500.000). Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves dalen per saldo van € 188,2 miljoen naar € 187 miljoen. De mutatie van de reserves zijn heel wisselend. We lichten de grootste hieronder toe. De reserves met de grootste stijgingen zijn tot en met 2029: -
Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving: € 22,3 miljoen
-
Parkeren: € 6,7 miljoen
-
Mobiliteit: € 2,5 miljoen
-
Kostenbeheersing sociaal domein € 2,1 miljoen
-
Egalisatie renteomslag: € 1,7 miljoen
-
Omgevingswet: € 1,5 miljoen
De reserves met de grootste dalingen zijn t/m 2029: -
Beschermd Wonen: € 15 miljoen
-
Bovenwijkse voorzieningen: € 8,5 miljoen
-
Kostenbeheersing sociaal domein: € 1,8 miljoen
-
Groenfonds landelijk gebied: € 1,4 miljoen
-
Omgevingswet: € 1,1 miljoen
-
Klimaatadaptatie: € 0,8 miljoen
-
Opvang vluchtelingen: € 0,8 miljoen
-
Bestaanszekerheid: € 0,8 miljoen
-
Organisatie-ontwikkelingen: € 0,7 miljoen
Bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten De reserves voor de afdekking van afschrijvingslasten laten een licht dalend verloop zien. Dit hangt samen met de afnemende boekwaarde van de bijbehorende investeringen.
7
Overzichten reserves
8
ALGEMENE RESERVES
9
Algemene vrije reserve (740001) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bestemd voor het opvangen van algemene risico’s en fluctuaties in de rekeningresultaten. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De norm voor de algemene reserve is 10% van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Op basis van de meicirculaire 2025 is deze norm afgerond € 26,2 miljoen. In het kader van de strategische heroriëntatie zetten we 10% van het surplus van de algemene reserve in als structurele dekking. Dit betekent dat we vanaf 2028 tien jaar lang een bedrag van € 560.000 inzetten ten gunste van de reguliere begroting. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2025
25.862
388
7.634
-1.309
32.575
2026
32.575
0
0
-750
31.825
2027
31.825
0
0
0
31.825
2028
31.825
0
0
-560
31.265
2029
31.265
0
0
-560
30.705
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Resultaatbestemming jaarrekening 2024: € 7.367.000
-
Terugstorten bedrag vanuit ontmoeten Oss Noord-West: € 267.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Onder de Plag: € 702.000
-
Realisatie flex woningen: € 411.000
-
Transformatieagenda jeugd: € 195.000
Daarnaast hebben we in deze reserve nog een bedrag van € 750.000 gereserveerd voor Ontmoeten Noord West. Vanaf het jaar 2028 zetten we jaarlijks € 560.000 ter dekking van de reguliere begroting. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
bestuurlijke keuze, vrije ruimte € 2,8 miljoen.
10
Algemene bedrijfsreserve grondbedrijf (740002) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze algemene bedrijfsreserve (ABR) is specifiek bestemd voor de mutaties en risico's die zich binnen het grondbedrijf voordoen. Dat kunnen winsten en verliezen van grondexploitaties, maar ook project specifieke risico’s (zoals een vervuiling in de grond) of conjuncturele risico’s (bijvoorbeeld een hogere rente of een lagere grondprijs) zijn. Voor het berekenen van risico's maken we gebruik van de Monte Carlo-methode binnen het grondbedrijf. Deze methode voert een risicoanalyse uit waarbij allerlei scenario’s duizenden keren worden doorgerekend. Door de vele kansberekeningen krijgen we een betrouwbare uitkomst. Deze analyse doen we tweemaal per jaar, te weten bij het Najaarsbericht Grondbedrijf en bij het Meerjaren Programma Grondbedrijf (MPG). Daarbij wordt de minimaal gewenste omvang van de algemene reserve (ABR) bepaald. Hierbij is het uitgangspunt dat niet alle risico’s zich in volle omvang tegelijkertijd manifesteren en derhalve geen complete afdekking aanwezig hoeft te zijn. Binnen het grondbedrijf kennen we ook diverse beheercomplexen. Dit betreffen onder meer verhuurde panden en gebouwen, gronden en erfpachtgronden met of zonder boekwaarde alsmede gronden die worden ingebracht in vastgoedprojecten van ontwikkelaars (faciliterend grondbeleid).
Indien zich hierbij financiële mutaties voordoen, met eventuele winst dan wel verlies, dan verrekenen we dit met de algemene reserve (ABR). De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Met ingang van 2026 is de ABR tevens de begunstigde reserve voor de landelijke subsidiegelden in het kader van de Realisatiestimulans. Dit vanwege de sterke verwevenheid tussen de kosten die Oss via deze reserve maakt versus de beleidsdoeleinden van de subsidieregeling. Separate besluitvorming wordt hiervoor nog voorgelegd. De Realisatiestimulans kent drie bestedingsdoelen: -
bestemd voor woningbouwstimulering
-
betaalbare woningbouw
-
uitvoeringskracht.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Op basis van de risicomethode is de minimale ondergrens van de ABR per 1 januari 2026 op € 11,9 miljoen berekend. De verwachting is dat de stand van de ABR op 1 januari 2026 uit zal komen op € 7,2 miljoen. In de jaren daarna loopt de ABR steeds wat verder op met voor zover nu ingeschat kan worden tot € 13,4 miljoen per eind 2029. Belangrijke opmerking hierbij is dat de IMVA’s geen onderdeel uitmaken van het saldo van de ABR en het minimale weerstandsvermogen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
2.375
26
9.955
-5.193
7.163
2026
7.163
0
5.838
-958
12.043
2027
12.043
0
968
-418
12.592
2028
12.592
0
960
-271
13.282
2029
13.282
0
183
-88
13.377
31 december
11
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
winstnemingen grondexploitaties woningbouw
€ 4,6 miljoen
-
winstnemingen grondexploitaties industrie
€ 0,05 miljoen
-
vrijval van voorziening te verwachten exploitatieverliezen
€ 1,1 miljoen
-
verkoop grond t.b.v. faciliterend project
€ 0,4 miljoen
-
resultaatbestemming jaarrekeningresultaat 2024
€ 3,8 miljoen
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
aanvulling voorziening IMVA (aanvullend krediet)
€ 3,3 miljoen
-
stortingen in reserve bovenwijks en netwerkvoorzieningen
€ 1,6 miljoen
-
storting in voorziening te verwachten exploitatieverliezen
€ 0,15 miljoen
-
dekking rentekosten aankoop grond Amsteleind
€ 0,1 miljoen
2026 We hebben de volgende stortingen begroot: -
winstnemingen grondexploitaties woningbouw
€ 4,0 miljoen
-
winstnemingen grondexploitaties herstructurering
€ 0,05 miljoen
-
winstnemingen grondexploitaties industrie
€ 1,0 miljoen
-
verkoop gronden t.b.v. faciliterende projecten
€ 0,8 miljoen
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
stortingen in reserve bovenwijks en netwerkvoorzieningen
€ 1,0 miljoen
2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -
winstnemingen grondexploitaties woningbouw
€ 1,0 miljoen
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
stortingen in reserve bovenwijks en netwerkvoorzieningen
€ 0,4 miljoen
2028 We hebben de volgende stortingen begroot: -
winstnemingen grondexploitaties woningbouw
€ 1,0 miljoen
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
stortingen in reserve bovenwijks en netwerkvoorzieningen
€ 0,3 miljoen
2029 We hebben de volgende stortingen begroot: -
winstnemingen grondexploitaties woningbouw
€ 0,2 miljoen
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
stortingen in reserve bovenwijks en netwerkvoorzieningen
€ 0,1 miljoen
Bij het Najaarsbericht Grondbedrijf 2025 wordt vanaf 2026 geen jaarlijkse rentebijschrijving meer op de ABR geraamd. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
12
RESERVES DEKKING ALGEMENE DIENST
13
Afloop gaswinstuitkering Maaslandgas (741001) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bestemd voor de afdekking van de vervallen dividenduitkering van NV Maaslandgas met ingang van 2009. Tot en met 2008 ontvingen we jaarlijks dividend. In 2008 heeft Essent de jaarlijkse uitkering afgekocht. Dat geld hebben we in deze reserve gestort. Jaarlijks onttrekken we de dividenduitkering aan deze reserve, waarbij we het bedrag dat we onttrekken jaarlijks afbouwen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We bouwen de reserve jaarlijks af. De onttrekking wordt elk jaar € 105.000 lager. Dit betekent dat we de laatste onttrekking in 2037 kunnen doen. We zetten de reserve in voor de reguliere begroting. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2025
8.864
133
0
-1.369
7.628
2026
7.628
0
0
-909
6.719
2027
6.719
0
0
-804
5.916
2028
5.916
0
0
-1.049
4.867
2029
4.867
0
0
-944
3.923
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld In 2026 onttrekken we een bedrag van € 909.000 ten gunste van de reguliere begroting. Dit bedrag bouwen we jaarlijks af met € 105.000. Vanaf 2026 voegen we geen jaarlijkse rente meer toe. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
14
Deposito BNG inzake opheffing HNG (741002) Beleidsdoel/noodzaak reserve In het verleden kregen we jaarlijks een bedrag van de HNG. Het HNG heeft de gekapitaliseerde bijdrage als deposito weggezet bij de BNG. Om administratief-technische redenen moeten we dit deposito als een reserve aanmerken. Jaarlijks halen we een bedrag uit deze reserve ten gunste van de reguliere begroting. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We bouwen de reserve jaarlijks af met € 24.000. Dit betekent dat we de laatste onttrekking in 2030 kunnen doen. Dan is de reserve volledig besteed en is de onttrekking ook afgebouwd naar € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
434
7
0
-136
305
2026
305
0
0
-112
193
2027
193
0
0
-88
106
2028
106
0
0
-64
42
2029
42
0
0
-27
15
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld In 2026 onttrekken we een bedrag van € 112.000 ten gunste van de reguliere begroting. Dit bedrag bouwen we jaarlijks af met € 24.000. Vanaf 2026 voegen we geen jaarlijkse rente meer toe. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
15
Gemeentehuis (743001) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om extra lasten in de begroting af te dekken die in 2011 zijn ontstaan bij de verbouwing van het gemeentehuis af te dekken. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De reserve is volledig nodig om de lasten in de begroting te dekken. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
8.301
125
0
-578
7.848
2026
7.848
0
0
-563
7.285
2027
7.285
0
0
-548
6.737
2028
6.737
0
0
-533
6.204
2029
6.204
0
0
-518
5.686
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld In 2026 onttrekken we een bedrag van € 563.000 ten gunste van de reguliere begroting. Dit bedrag bouwen we jaarlijks af met € 15.000. Vanaf 2026 voegen we geen jaarlijkse rente meer toe. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
16
Gemeentehuis toekomst bestendig (742057) Beleidsdoel/noodzaak reserve We staan voor een ambitieuze opgave om ons vastgoed te verduurzamen. Met vrijgevallen middelen vanuit de onderhoudsvoorzieningen is deze reserve Verduurzaming maatschappelijk vastgoed gevormd. We passen het gemeentehuis aan met het oog op hybride werken en het stimuleren van ontmoeten en samenwerking met collega's en externen. Daarnaast lossen we bestaande knelpunten op in het gebouw, zoals akoestiek en extra ruimte voor overleg met externen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De bestemmingsreserve gemeentehuis toekomstbestendig heeft per 31-12-2024 een saldo van € 1.649.000. We storten in 2025 nog een extra bedrag van € 875.000, waardoor het totale saldo van de reserve € 2.524.000 bedraagt. Met deze reserve dekken we een deel van de beschikbaar gestelde investeringskredieten voor de verbouwing van het gemeentehuis, naast de al in de begroting aanwezige middelen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
1.649
25
850
0
2.524
2026
2.524
0
0
-128
2.396
2027
2.396
0
0
-127
2.268
2028
2.268
0
0
-99
2.169
2029
2.169
0
0
-99
2.070
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage in reserve gemeentehuis toekomstbestendig:
€ 850.000
2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Dekking kapitaallasten:
€ 128.000
2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Dekking kapitaallasten:
€ 127.000
2028 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Dekking kapitaallasten:
€ 99.000
2029 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Dekking kapitaallasten:
€ 99.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
17
BESTEMMINGSRESERVES
18
Wonen, welzijn en zorg (742002) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor het verbeteren van de samenwerking tussen inwoners, welzijn, zorg en gemeenten binnen het sociaal domein en voor de kanteling van zorg naar welzijn. Dit netwerk van partners versterkt de gemeenschap en geeft inwoners zelf regie en initiatief over hun leven. Door de vele bezuinigingen en de groeiende groep die zorg nodig heeft is innovatie steeds belangrijker. Daar hebben we via deze reserve nog beperkt budget voor. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Er is geen minimaal noodzakelijke omvang bij deze reserve aan het einde van de meerjarenraming. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2025
61
0
0
-61
0
2026
0
0
0
0
0
2027
0
0
0
0
0
2028
0
0
0
0
0
2029
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 61.000 verlenging pilot participatie kwetsbare internationale werknemers
De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
19
Beschermd Wonen (742003) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is noodzakelijk voor een sluitende aanpak voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid in de regio. De nieuwe koers voor de transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang is uitgewerkt en vastgesteld, inclusief bijbehorende regionale ontwikkelagenda. Voor de financiering van de acties in het kader van de transformatie wordt een deel van de reserve ingezet. Na de doordecentralisatie van Beschermd Wonen (ingangsjaar nog onbekend) ontvangt iedere gemeente zelf een deel van de middelen voor beschermd wonen. Dit wordt gefaseerd ingevoerd in een periode van 10 jaar waarbij de centrumgemeenten geleidelijk minder geld krijgen ten gunste van de regiogemeenten. Regionaal is afgesproken dat Oss het specialistisch palet van voorzieningen blijft inkopen. Hiermee is Oss langjarige financiële verplichtingen aangegaan. Daarbij is nog onduidelijk welke financiële consequenties de invoering van het woonplaatsbeginsel heeft voor de regio. In onze regio is het scheiden van wonen en zorg doorgevoerd, terwijl het woonplaatsbeginsel met name geldt voor vormen waarbij de woonfunctie is inbegrepen. In de Centrumregeling Wmo 2024 zijn regionale financiële afspraken gemaakt over de reserve beschermd wonen en een investeringsfonds.
Gezien de cumulatie van al deze ontwikkelingen heeft de regio ingestemd met het centraal beschikbaar houden van de reserve Beschermd wonen. Daarbij is afgesproken dat we voor de centrumgemeente een plafond van de reserve aanhouden: 15% van de regionale begroting. Op basis daarvan investeren we in de periode 2024-2028 lokaal vanuit de regionale reserve. Dat doen we in het kader van de doordecentralisatie en op basis van afspraken in de centrumregeling 2024. De uitbetaling uit de reserve in deze periode is tweeledig: -
Lokale gemeenten krijgen middelen om verder te kunnen bouwen aan de basis op orde.
-
Lokale gemeenten kunnen een beroep doen op een investeringsfonds om ambities uit het koersdocument en de ontwikkelagenda te kunnen realiseren.
Het regionale portefeuillehoudersoverleg Wmo heeft op 5 juli 2024 besloten in 2025 € 5 miljoen extra uit de reserve te onttrekken en aan de lokale gemeenten uit te keren. Ondanks de financiële afspraken uit de centrumregeling zien we de omvang van de reserve namelijk toch weer groeien. Zo hadden we in 2023 meer geld over dan verwacht en hadden we ook in 2024 geld over. Eind 2024 is besloten om het bedrag van € 5 miljoen te verhogen naar € 7,5 miljoen. Het overschot kan zonder vastgesteld bestedingsdoel vrijvallen, met het advies van het regionale portefeuillehoudersoverleg om de middelen ten goede te laten komen aan de brede doelgroep binnen het sociaal domein. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Met de regio is structureel een maximaal percentage afgesproken: 15% van de regionale begroting. Ook zijn in de centrumregeling Wmo afspraken gemaakt als er tekorten gaan ontstaan na de doordecentralisatie. Zoals onder het kopje beleidsdoel omschreven zullen overschotten terugbetaald worden aan de regiogemeenten om de transformatiedoelen lokaal te kunnen bekostigen en de middelen in te zetten voor een kwetsbare doelgroep en om de toenemende grootstedelijke problematiek in de regio het hoofd te bieden. De gelden moeten dus gereserveerd blijven.
Daarom is eerder al besloten om van de reserve beschermd wonen een gesloten systeem te maken en eventuele overschotten/tekorten rechtstreeks met de reserve te verrekenen.
20
Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
30.612
0
5.000
-11.900
23.712
2026
23.712
0
0
-5.000
18.712
2027
18.712
0
0
-5.000
13.712
2028
13.712
0
0
-5.000
8.712
2029
8.712
0
0
0
8.712
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 5 miljoen. Dit is het verwachte budgetoverschot in 2025.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 4 miljoen. Dit is de uitbetaling aan de regiogemeenten om de lokale basis verder op orde te brengen.
-
€ 0,4 miljoen. Dit zijn de uitbetalingen voor het investeringsfonds. In 2025 hebben 2 van de 5 regiogemeenten een aanvraag ingediend.
-
€ 7,5 miljoen. Zoals hierboven aangegeven onttrekken we in 2025 € 7,5 miljoen extra uit de reserve, conform besluitvorming in het regionale portefeuillehoudersoverleg Wmo. Dit bedrag betalen we uit aan de lokale gemeenten. Het aandeel van Oss hierin is afgerond € 2,5 miljoen.
2026-2029 Op basis van de laatste versie van de meerjarenbegroting beschermd wonen, de stand van de reserve per 1 januari 2025, de afspraken over het plafond van de reserve en de centrumregeling verwachten we in de periode 2026-2028 in totaal € 15 miljoen uit de reserve te gaan terugbetalen aan lokale gemeenten. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: -
€ 12 miljoen is bedoeld om de lokale basis verder op orde te brengen (€ 4 miljoen per jaar)
-
€ 3 miljoen is bedoeld voor het investeringsfonds (€ 1 miljoen per jaar)
Deze bedragen zijn gebaseerd op de huidige begroting en worden jaarlijks geactualiseerd. Ze zijn dus indicatief. De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
21
Kostenbeheersing sociaal domein (742064) Beleidsdoel/noodzaak reserve We stellen voor om een reserve van € 2,1 miljoen te vormen ten behoeve van de kostenbeheersing in het sociaal domein. Dit betreft de helft van de extra vergoeding die we hebben ontvangen in de algemene uitkering voor de tekorten van Jeugdzorg over de jaren 2023 en 2024. We ontvangen dit geld met de achterliggende gedachte om dit in te zetten ter ondersteuning van de transformatie van de jeugdhulp conform de afspraken uit de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige sociale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein. We hebben in deze programmabegroting voor jeugdzorg en Wmo autonome kostenstijgingen (volumestijgingen en prijsstijgingen) en een bezuinigingstaakstelling opgenomen. Om deze taakstelling te kunnen realiseren zijn investeringen nodig. Het gaat met name om tijdelijke aanvullende capaciteit. We stellen voor om de investeringen uit deze reserve te betalen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimale noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 136.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
0
0
2.100
-133
1.967
2026
1.967
0
0
-816
1.151
2027
1.151
0
0
-535
615
2028
615
0
0
-239
376
2029
376
0
0
-239
136
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 2,1 miljoen om deze reserve te vormen.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 123.000 voor benodigde investeringen voor minder meerkosten Wmo. Het gaat om 3 fte consulenten en 1 kwaliteitsmedewerker (voor 1 kwartaal).
-
€ 10.000 voor jeugd voor de ontwikkeling van een plan voor de aansluiting van zorgaanbieders bij lokale teams.
22
2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 492.000 voor Wmo voor benodigde investeringen voor minder meerkosten Wmo. Het gaat om 3 fte consulenten en 1 kwaliteitsmedewerker.
-
€ 324.000 voor benodigde investeringen voor jeugdhulp. Het gaat om: -
€ 239.000 voor formatie. Het gaat om 0,8 fte beleidsmedewerker, een uitvoerend beleidsmedewerker en 0,5 fte extra jongerenconsulent.
-
€ 35.000 voor de ontwikkeling van een plan voor de aansluiting van zorgaanbieders bij lokale teams.
-
€ 25.000 voor trainingen kostenbewust handelen voor jeugdprofessionals en backoffice jeugd.
-
€ 25.000 voor trainingen Samenwerkwijze Jeugd voor alle jeugdprofessionals bij Ons Welzijn en zorgaanbieders.
2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 246.000 voor Wmo voor benodigde investeringen voor minder meerkosten Wmo. Het gaat om 3 fte consulenten en 1 kwaliteitsmedewerker voor een half jaar.
-
€ 289.000 voor benodigde investeringen voor jeugdhulp. Het gaat om: -
€ 239.000 voor formatie. Het gaat om 0,8 fte beleidsmedewerker, een uitvoerend beleidsmedewerker en 0,5 fte extra jongerenconsulent.
-
€ 25.000 voor trainingen kostenbewust handelen voor jeugdprofessionals en backoffice jeugd.
-
€ 25.000 voor trainingen Samenwerkwijze Jeugd voor alle jeugdprofessionals bij Ons Welzijn en zorgaanbieders
2028 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 239.000 voor benodigde investeringen voor jeugdhulp. Het gaat om formatie voor 0,8 fte beleidsmedewerker, een uitvoerend beleidsmedewerker en 0,5 fte extra jongerenconsulent.
2029 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 239.000 voor benodigde investeringen voor jeugdhulp. Het gaat om formatie voor 0,8 fte beleidsmedewerker, een uitvoerend beleidsmedewerker en 0,5 fte extra jongerenconsulent.
De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
23
GALA / IZA (742063) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2023 hebben we rijksmiddelen aangevraagd uit de specifieke uitkeringen (SPUK) voor het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en Gezond Actief Leven Akkoord (GALA). Het Rijk heeft een deel van de middelen pas in het najaar 2023 toegekend. We hebben daardoor in zeer korte tijd bestedingsplannen moeten opstellen, waardoor in 2023 € 0,9 miljoen niet besteed is. We hebben deze in de nieuwe reserve voor GALA/IZA gestort. De ambities in het IZA en GALA zijn groot: om de (medische) zorg toekomstbestendig te houden, wordt veel verwacht van het sociale domein. Tegelijkertijd betreft een groot deel van de middelen in de SPUK GALA incidenteel geld, en is nog niet duidelijk hoe de SPUK IZA na 2026 ingericht gaat worden. We streven naar een duurzame systeemverandering. In 2024 hebben we geen middelen onttrokken aan de reserve. Het bestedingsplan is aan wijzigingen onderhevig. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 85.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
900
0
0
-221
679
2026
679
0
0
-265
414
2027
414
0
0
-329
85
2028
85
0
0
0
85
2029
85
0
0
0
85
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 147.000 personele inzet mantelzorg en ondersteuning sport, cultuur en ontmoeten.
-
€ 24.000 subsidieregeling Sociale Basis.
-
€ 50.000 Proeftuin lopende indicaties.
2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 111.000 personele inzet
-
€ 55.000 subsidieregeling Sociale Basis
-
€ 100.000 aanpak obesitas en overgewicht.
2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 329.000 aanpak obesitas en overgewicht, welzijn op recept, én versterken sociale basis
De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
24
Dak- en thuisloosheid (742058) Beleidsdoel/noodzaak reserve Het geld in deze reserve gebruiken we voor de aanpak van dak- en thuisloosheid in onze regio. Het Rijk zet met het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een thuis in op het voorkomen van dakloosheid en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze jongeren en volwassenen. We hebben dit vertaald naar een regionaal plan van aanpak. In dit plan hebben we de resultaten van de ETHOS telling meegenomen. Deze telling heeft de omvang van daken thuisloosheid in de regio Noordoost-Brabant in kaart gebracht. Voor het uitvoeren van het meerjarige plan van aanpak maken we gebruik van de incidentele middelen die we de afgelopen jaren in de algemene uitkering ontvangen hebben. Daarnaast hebben we sinds 2024 duidelijkheid over structurele middelen die we hiervoor krijgen. We hebben de inzet van de middelen globaal verdeeld over 6 actielijnen. Er zijn werkgroepen samengesteld uit gemeenten en andere stakeholders zoals de Maatschappelijke Opvang. Zij zijn actief op het uitwerken van deze actielijnen. Eind 2025 zullen we rapporteren over de voortgang op deze actielijnen en een geactualiseerd bestedingsplan voorleggen aan het regionaal portefeuillehoudersoverleg Wmo.
Verder heeft het Rijk in samenwerking met de VNG, een aantal gemeenten, Valente, Aedes en vertegenwoordigers uit de coalitie dakloosheid een dashboard voor gemeenten ontwikkeld. Het dashboard heeft als doel om de transformatie van de aanpak van dakloosheid inzichtelijk te maken, conform de doelen die in het landelijke actieplan staan. We sluiten hier met het regionale plan van aanpak op aan en zullen de monitor gebruiken om de stand van zaken in de toekomst te volgen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1.463.000. We hebben al wel een globaal beeld van de besteding van de middelen, maar kunnen nu nog geen verdeling over de jaren maken. Eind 2025, als we een geactualiseerd bestedingsplan voorleggen aan het regionaal portefeuillehoudersoverleg Wmo, kunnen we per jaar aangeven hoeveel middelen we gaan besteden. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
1.573
0
0
-110
1.463
2026
1.463
0
0
0
1.463
2027
1.463
0
0
0
1.463
2028
1.463
0
0
0
1.463
2029
1.463
0
0
0
1.463
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Pilot Eerst Een Thuis
€ 90.000
-
Kosten urgentieplus
€
-
Antistigma
€ 15.000
5.000
25
2026-2029 We hebben een grove verdeling gemaakt voor de besteding van de middelen. Deze is gebaseerd op de verhoudingen die het Rijk hanteert in het landelijk actieplan. Samen met lokale en regionale partners zijn we de verschillende actielijnen verder aan het uitwerken en prioriteren. Naar aanleiding daarvan wordt eind dit jaar de inzet van de middelen dak- en thuisloosheid op de verschillende actielijnen geactualiseerd en over de jaren verdeeld. De globale besteding van de middelen is als volgt: -
Actielijn 1: Bestaanszekerheid
€
72.000
-
Actielijn 2: Preventie
€
73.000
-
Actielijn 3: Wonen Eerst
€ 880.000
-
Actielijn 4: Integraal werken
€
71.000
-
Actielijn 5: Ervaringskennis
€
35.000
-
Actielijn 6: Aandachtsgroepen
€
47.000
-
Overhead
€ 285.000
De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
26
Opvang Vluchtelingen (742053) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2022 kregen we te maken met de vluchtelingenstroom afkomstig uit Oekraïne. Tot 1 oktober 2024 hadden we de beschikking over het oude belastingkantoor aan de Lievekamplaan voor de opvang van vluchtelingen. Vanaf 1 oktober 2024 hebben we de nieuwe opvanglocatie aan de Spitsbergerweg in gebruik genomen. Het rijk heeft een bekostigingsregeling ontwikkeld waarmee gemeenten in beginsel schadeloos gesteld worden voor de kosten die zij maken. Vanaf 2022 hebben we het overschot van de exploitatie van de vluchtelingenlocatie gestort in deze reserve Opvang Vluchtelingen. De oorzaak is dat gemeente Oss, anders dan andere gemeenten, tijdelijke huisvesting niet had gehuurd of gekocht, maar vrij ter beschikking had staan. Er is afgelopen jaren sprake geweest van snel veranderende omstandigheden waarop we kunnen inspelen. De reserve wordt ingezet om zorg voor vluchtelingen in brede zin te organiseren. Het kan dienen ter dekking van (incidentele) lasten ten aanzien van de opvang van vluchtelingen en aanverwante uitgaven. Daarnaast kunnen kapitaallasten van investeringen worden gedekt evenals eenmalige waardeverminderingen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De verwachte omvang van de reserve ultimo boekjaar 2029 bedraagt € 25 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
25.711
0
4.658
-4.440
25.929
2026
25.929
0
4.158
-8.375
21.712
2027
21.712
0
2.776
-4.375
20.113
2028
20.113
0
2.790
-375
22.528
2029
22.528
0
2.981
-375
25.134
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 4.3 miljoen verwacht exploitatie overschot huisvesting vluchtelingen.
-
€ 380.000 kapitaallasten
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 4 miljoen inzet reserve vluchtelingenopvang ten gunste van de Gemeente Oss.
-
€ 350.000 Leefgelden vluchtelingen Oekraïne.
-
€ 65.000 Extra inrichtingskosten woningen vergunninghouders
-
€ 25.000 Gratis taallessen - laaggeletterdheid.
27
2026 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 3.7 miljoen verwacht exploitatie overschot huisvesting vluchtelingen.
-
€ 430.000 kapitaallasten
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 8.0 miljoen inzet reserve vluchtelingenopvang ten gunste van de Gemeente Oss.
-
€ 350.000 Leefgelden vluchtelingen Oekraïne.
-
€ 25.000 Gratis taallessen - laaggeletterdheid.
2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 2.3 miljoen verwacht exploitatie overschot huisvesting vluchtelingen.
-
€ 450.000 kapitaallasten.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 4.0 miljoen inzet reserve vluchtelingenopvang ten gunste van de Gemeente Oss.
-
€ 350.000 Leefgelden vluchtelingen Oekraïne.
-
€ 25.000 Gratis taallessen - laaggeletterdheid.
2028 en 2029 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 2.3 miljoen verwacht exploitatie overschot huisvesting vluchtelingen.
-
€ 460.000 (2028) € 650.000 (2029) kapitaallasten
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 350.000 Leefgelden vluchtelingen Oekraïne.
-
€ 25.000 Gratis taallessen - laaggeletterdheid.
De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
28
Bestaanszekerheid (742038) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve Bestaanszekerheid dient twee doelen, namelijk: inkomenszekerheid en werkzekerheid. De reserve is bedoeld om inwoners te ondersteunen bij geldzorgen, te ondersteunen bij het vinden en behouden van werk en het stimuleren van andere vormen van participatie in de samenleving. Daarvoor hebben we professionals nodig, die kijken en vragen naar interesses en wensen van inwoners en deze kunnen vertalen naar mogelijkheden en kansen in én voor de Osse samenleving. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 506.000. Het meerjarige bestedingsplan van 2024 tot en met 2028 is hierin verwerkt. Ieder jaar actualiseren we, waar nodig, het meerjarige bestedingsplan. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
1.942
0
0
-681
1.261
2026
1.261
0
0
-424
837
2027
837
0
0
-215
622
2028
622
0
0
-116
506
2029
506
0
0
0
506
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Nieuw beleidskader aanpak geldzorgen (programma begroting 2024-2027) € 109.000
-
Uitvoering i.v.m. bestandsstijging (Inkomen), toename doelgroep (Werk) & bedrijfsvoering € 282.000
-
Uitvoering inburgering € 210.000
-
Uitvoering gemeentelijk schuldenbeleid € 80.000
2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Nieuw beleidskader aanpak geldzorgen (programma begroting 2024-2027) € 109.000
-
Uitvoering i.v.m. bestandsstijging (Inkomen) en toename doelgroep (Werk) € 110.000
-
Uitvoering gemeentelijk schuldenbeleid € 97.000
-
Uitvoering inburgering € 95.000
-
Teamontwikkeling € 13.000
2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Nieuw beleidskader aanpak geldzorgen (programma begroting 2024-2027) € 109.000
-
Uitvoering i.v.m. bestandsstijging (Inkomen) € 80.000
-
Uitvoering inburgering € 26.000
29
2028 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Nieuw beleidskader aanpak geldzorgen (programma begroting 2024-2027) € 109.000
-
Uitvoering inburgering € 7.000
De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
30
Integraal Voorzieningenbeleid (742005) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve wordt ingezet voor het dekken van de volgende zaken: -
Proces-, advies- en inhuurkosten bij de uitwerking van vraagstukken rondom maatschappelijke voorzieningen. Kosten welke niet direct zijn toe te rekenen aan de bouw van een voorziening.
-
Niet planmatige uitgaven aan accommodaties om aanpassingen te kunnen doen, welke niet worden gedekt vanuit onderhoudsbudget.
-
Het oplossen van incidentele knelpunten.
-
Het uitvoeren en versnellen van een aantal majeure projecten.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 553.000. In de onderstaande tabel is de bijdrage aan inrichtingskosten van € 250.000 van het nieuwe wijkcentrum Ussen niet meegenomen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2025
1.653
0
201
-889
966
2026
966
0
12
-311
667
2027
667
0
12
-380
299
2028
299
0
12
-10
301
2029
301
0
12
-10
303
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage vanuit dorpshuis Haren:
€ 12.000
-
Boekwinst verkoop Rust Roest:
€ 189.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Uitvoering quickscans gebouwen:
€ 153.000
-
Aandachtsexploitaties wijk- en dorpshuizen:
€ 125.000
-
Sloop Germanenweg schuur:
€ 31.000
-
Voorbereiding scouting Oss Zuid:
€ 11.000
-
Voorbereiding Ussenstelt, Polderhof, Lockaert:
€ 30.000
-
Energie Kennedyschool tijdelijke huisvesting:
€ 40.000
-
Voorbereidingsbudget scholen Schadewijk:
€ 60.000
-
Voorbereidingskosten scholen, gym, ontmoeten Amsteleind:
€ 74.000
-
Voorbereidingskosten De Nolder
€ 20.000
-
Tijdelijke huisvesting ontmoeten Overlangel:
€ 7.000
-
Vangnet De Nolder:
€ 20.000
-
Instandhoudingsonderhoud IKC De Regenboog:
€ 59.000
-
Monumentale tuinhuizen Ravenstein:
€ 14.000
-
Voorbereiding Onder d'n Plag:
€ 40.000
-
Voorbereiding SO en VSO:
€ 25.000
31
-
Onderzoek energie casus MFA Oijen:
€ 30.000
-
Voorbereiding SO vervolgonderwijs Staringstraat:
€ 20.000
-
Voorbereiding sportpark Megen:
€ 25.000
-
Aanpassing De Kleine Weide Oijen:
€ 45.000
-
Voorbereiding herijken voorzieningen Geffen:
€ 30.000
-
Voorbereiding Ontmoeten Ravenstein (Vidi Reo):
€ 30.000
2026 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage vanuit dorpshuis Haren:
€ 12.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Uitvoering quickscans gebouwen:
€ 54.000
-
Uitvoering quickscans gebouwen ontmoeten en sport:
€ 42.000
-
Energie Kennedyschool tijdelijke huisvesting:
€ 20.000
-
Voorbereidingsbudget scholen Schadewijk:
€ 75.000
-
Voorbereidingskosten scholen, gym, ontmoeten Amsteleind:
€ 75.000
-
Vangnet De Nolder:
€ 20.000
-
Instandhoudingsonderhoud IKC De Regenboog:
€ 10.000
-
Voorbereiding SO en VSO:
€ 10.000
-
Voorbereiding SO vervolgonderwijs Staringstraat:
€ 5.000
2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage vanuit dorpshuis Haren:
€ 12.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Voorbereidingsbudget scholen Schadewijk:
€ 50.000
-
Voorbereidingskosten scholen, gym, ontmoeten Amsteleind:
€ 50.000
-
Instandhoudingsonderhoud IKC De Regenboog:
€ 10.000
-
Vangnet De Nolder:
€ 20.000
-
Inrichtingskosten nieuwe wijkcentrum Ussen:
€ 250.000
2028 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage vanuit dorpshuis Haren:
€ 12.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Instandhoudingsonderhoud IKC De Regenboog:
€ 10.000
2029 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage vanuit dorpshuis Haren:
€ 12.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Instandhoudingsonderhoud IKC De Regenboog:
€ 10.000
De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
32
Verduurzaming maatschappelijk vastgoed ( 742056) Beleidsdoel/noodzaak reserve We staan voor een ambitieuze opgave om ons vastgoed te verduurzamen. Met vrijgevallen middelen vanuit de onderhoudsvoorzieningen is deze reserve Verduurzaming maatschappelijk vastgoed gevormd. De reserve heeft als doel het verduurzamen van onze gebouwen die niet op korte termijn vanuit het meerjaren investeringsplan (MIP) voor verbouw of vervangende nieuwbouw staan ingepland. Hiermee houden de vrijgevallen middelen vanuit de onderhoudsvoorzieningen hun bestemming maatschappelijk vastgoed. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Met de bestemmingsreserve worden specifieke kosten gefinancierd. Namelijk het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Enkele verduurzamingsprojecten zijn al gestart. Voordat tot uitvoering van verdere verduurzamingsprojecten en het mogelijk aanvragen van subsidie kan worden gekomen dient onderzoek plaats te vinden naar oa technische mogelijkheden, rendement en technische kwaliteit (isolatie van-) bestaand vastgoed. Na uitvoering van de onderzoeken kunnen concrete plannen voor uitvoering in 2025 (en verder) worden opgesteld. Vooralsnog is de stand van de reserve eind 2029 € 1.675.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
2.348
0
0
-673
1.675
2026
1.675
0
0
0
1.675
2027
1.675
0
0
0
1.675
2028
1.675
0
0
0
1.675
2029
1.675
0
0
0
1.675
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: - Onderzoekskosten verduurzaming maatschappelijk vastgoed:
€ 75.000
- Installaties/koeling/luchtbehandeling Meteoor:
€ 475.000
- Afwikkeling voorzetbeglazing Jan Cunen:
€ 28.680
- Afwikkeling verduurzaming MFA Lith:
€ 29.000
- Meerkosten verduurzaming Volksuniversiteit isolatie en constructie:
€ 65.000
De begrote mutaties van deze reserve zijn een inschatting. Bij het opstellen van de jaarrekening bekijken we welke werkelijke kosten of opbrengsten er zijn geweest en dit storten we in/onttrekken we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
33
Lievekamp (742050) Beleidsdoel/noodzaak reserve We reserveren geld voor de ontwikkeling van theater De Lievekamp en Centrum voor de Kunsten Muzelinck. We treffen voorbereidingen voor ingrijpende (ver)nieuwbouw van het theater en het omliggende gebied. Vanuit ons risicomanagement voorzien we risico's en eenmalige lasten. De reserve kan worden ingezet ter dekking hiervan. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1,5 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
1.500
0
0
0
1.500
2026
1.500
0
0
0
1.500
2027
1.500
0
0
0
1.500
2028
1.500
0
0
0
1.500
2029
1.500
0
0
0
1.500
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We hebben geen stortingen of onttrekkingen geraamd. Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
34
Rust Roest (742060) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2024 kochten wij rijhal/manage Rust Roest in maren-Kessel vanuit een contractuele verplichting. Er werd toen geen koper gevonden voor het gebouw en in de akte van het recht van opstal (voormalige gemeente Lith) is vastgelegd dat bij beëindiging stichting het bouwwerk (tegen een door partijen vast te stellen prijs) door de gemeente wordt overgenomen. Van de aankoopsom hebben wij een gedeelte in depot gehouden, welke we wilden gebruiken ter overbrugging van de exploitatielasten tot nadere verkoop of herbestemming. Dit hebben we gestort in een bestemmingsreserve. In 2025 verkochten wij de multifunctionele rijhal aan een derde. Hierdoor zullen wij na verkoop geen lasten meer hebben aan dit pand. We oriënteren hoe we het geld van deze reserve in gaan zetten. Deze moet bijdragen aan de gemeenschap Maren-Kessel. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Er zit eind 2025 nog circa € 88.000 in de reserve. In de toekomst moeten we deze middelen ten goede laten komen aan ontwikkelingen/de gemeenschap Maren-Kessel. De komende periode inventariseren we dit. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
123
0
0
-35
88
2026
88
0
0
0
88
2027
88
0
0
0
88
2028
88
0
0
0
88
2029
88
0
0
0
88
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Onderhoud en overige exploitatiekosten:
€ 24.000
-
Kapitaallasten Rust Roest:
€ 11.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
35
Integraal uitvoeringsprogramma (IUP) (742011) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve heeft een drieledig doel, te weten: 1. Verzorgen voor jaarovergang van onderhanden werken; 2. Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte; 3. Opvangen projectresultaten en het afdekken van kleine functionele verbeteringen. Op deze drie niveaus wordt de reserve gespecificeerd. 1.
Verzorgen voor jaarovergang van onderhanden werken
1.1
Definitie
De projecten uit het Integraal UitvoeringsPlan (IUP) worden uit de beschikbare vervangingsgelden en groot onderhoudsgelden betaald. Hierbij wordt o.a. de vervanging met het groot onderhoud afgestemd. Deze projecten hebben vaak een meerjarig karakter. Dit betekent dat de beschikbare middelen voor de projecten over het jaar heen gaan. Tevens kunnen projecten o.a. door het bestuurlijke- en inspraakproces soms later in uitvoering worden genomen en worden dan ook aan het eind van het jaar overgeheveld. Het aandeel van deze nog niet uitgevoerde werkzaamheden aan het eind van het jaar benoemen wij als “onderhanden werken”. Op basis van de voorschriften BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) worden deze restant groot onderhoudsgelden aan het eind van het jaar tijdelijk in deze reserve gestort en in het begin van het jaar uit deze reserve gehaald om de projecten te betalen. Deze storting in de reserve wordt onder de rubriek “onderhanden werken” opgenomen. 1.2
Maximale omvang
In het integrale beheerplan openbare ruimte wordt om de vier jaar de vervangingsopgave voor de openbare ruimte berekend en aan het bestuur voorgelegd. Onder deze vervangingsopgave wordt de verdere stijging van de vervangingsinvesteringen bedoeld. Deze stijgen omdat delen/objecten van de openbare ruimte aan het eind van de levensduur komen en vervangen behoren te worden. Deze vervangingsopgave wordt in de Programmabegroting (offertes – nieuw beleid) voorgelegd. Deze vervangingsopgave kan aan het bestuur worden voorgelegd mits de werkvoorraad van de IUP projecten niet boven een bedrag van € 6,5 miljoen uit komt. Deze norm is gebaseerd op een bedrag van € 3,5 miljoen voor “onderhanden werken” (groot onderhoudsgelden) en een bedrag van € 3 miljoen restant investeringsgelden (vervangingsgelden). Deze norm is op basis van ervaringsgegevens tot stand gekomen en worden als communicerende vaten beschouwd. Het totaal mag niet boven deze maximale norm uitkomen. Als aan het eind van het jaar een overschrijding heeft plaatsgevonden kan het komende jaar geen vervangingsopgave aan het bestuur worden voorgelegd. Dit om te voorkomen dat de werkvoorraad te hoog oploopt.
36
2.
Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte
2.1
Definitie
In de begroting is voor elk discipline (wegen, groen, VRI, OV, riolering, parkeren, haven) groot onderhoudsgeld aanwezig. Deze groot onderhoudsgelden worden ingezet voor: a. Regulier groot onderhoud; b. Groot onderhoud samen met vervangingsinvesteringen uitvoeren (IUP-projecten); c. Meerjarig sparen voor groot onderhoudsprojecten. Het regulier groot onderhoudsbudget is een zeer beperkt budget (circa 1 %). De groot onderhoudsgelden worden nagenoeg geheel ingezet voor de onderdelen b en c. Het groot onderhoud wordt gebaseerd op de beheerplannen Wegen, Groen, VRI (VerkeersRegelInstallatie), OV (Openbare Verlichting), riolering, parkeren en haven. De beheerplannen Wegen, Groen, VRI en OV zijn met ingang van het jaar 2021 samengevoegd tot 1 integraal beheerplan openbare ruimte. Het meerjarig sparen voor deze groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte worden onder deze noemer in deze reserve gestort. Deze projecten worden in het IUP expliciet met het spaarbedrag benoemd. Op het moment dat het project wordt uitgevoerd worden deze gelden uit deze reserve gehaald. Bijvoorbeeld: het groot onderhoud aan de N329. Deze kunnen zo’n grote omvang hebben dat er eerst hiervoor jaren gespaard behoort te worden. 2.2
Maximale omvang
Dit deel van de reserve IUP kent geen maximale omvang. Op basis van het vastgestelde IUP kan dit bedrag voor het benoemde groot onderhoudsproject in deze reserve worden opgenomen. 3.
Opvangen projectresultaten
3.1
Definitie
Uitgangspunt is om de tegenvallers van de IUP projecten af te dekken uit de meevallers van de IUP projecten, we hebben dit nog niet begroot. We doen dit op basis van de werkelijke resultaten bij de jaarrekening. We stellen twee keer per jaar een voortgangsrapportage op omtrent de IUP projecten. (programmabegroting en jaarrekening). Hierbij wordt ingegaan op de voortgang van de projecten en de (voorlopige) projectresultaten. De projecten worden binnen deze kaders financieel bijgesteld zodat de projectleiders over het juiste budget kunnen beschikken. Een tekort of overschot op totaalniveau van alle projecten wordt met de reserve IUP verrekend. 3.2
Maximale omvang
De omvang van het opvangen van projectresultaten en het afdekken van kleine functionele verbeteringen mag in deze reserve maximaal € 750.000 bedragen. De tegenvallers bij de IUP projecten worden uit dit deel van de reserve opgevangen. Tevens mogen de kleine functionele verbeteringen in het bestek van het IUP projecten – mits deze financiële middelen aanwezig zijn- uit deze reserve worden betaald.
37
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Saldo reserve Het saldo reserve IUP bedraagt € 9.797.239 en is als volgt opgebouwd: 1.
Jaarovergang onderhanden werken: € 8.175.109
2.
Sparen groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte: € 872.130
3.
Opvangen projectresultaten: € 750.000
Het onderdeel hiervan "saldo jaarovergang onderhanden projecten" is € 8.175.109. Dit bedrag ligt hoger dan de norm van € 6.500.000. Nieuwe vervangingsopgaven zullen worden voorgelegd nadat het saldo weer onder de norm van € 6.500.000 uitkomt. Specificatie Reserve IUP 1. Jaarovergang / onderhanden werk projecten
8.175.109
2. Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte
872.130
3. Opvang projectresultaten en afdekken functionele verbeteringen
750.000
Nieuwe projecten
0 Totaal
9.797.239
Specificatie spaardeel Groot onderhoud projecten Aanpassingen aansluitende Infra van de Noordelijke Randweg
432.130
Prijsstijgingen wereldwijde marktsituatie
440.000 Totaal
872.130
Specificatie functionele zaken beginstand functionele zaken
250.000
Toevoeging / onttrekking projectresultaten
0 Totaal
250.000
Specificatie opvang projectresultaten Beginstand projectresultaten
500.000
Toevoeging / onttrekking projectresultaten
0 Totaal
Specificatie nieuwe projecten
500.000 0
Totaal
0
38
Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
9.797
0
68
-240
9.625
2026
9.625
0
23
0
9.647
2027
9.647
0
23
0
9.670
2028
9.670
0
23
0
9.692
2029
9.692
0
23
0
9.715
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 68.000 voor herstel van straatwerk na aanleg van glasvezel.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 185.000 afkoopsom Graafsebaan beheer - en onderhoud Bernheze (traject tussen bebouwde kom Heesch knooppunt Paalgraven)
-
€ 55.000 vrijval resultaat eerste voortgangsrapportage IUP.
2026 en verder We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 23.000 voor herstel van straatwerk na aanleg van glasvezel.
Zit er voldoende geld in de reserve?
Ja
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
39
Baggeren Haven (742049) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2020 zijn er onverwachte ondieptes in de haven van Oss, het Burgemeester Delenkanaal, de Oude Maasarm en de Lithse Ham geconstateerd. Daarnaast blijkt de kleilaag op plaatsen geërodeerd en heeft deze nadere inspectie en reparatie nodig. We willen de haven en het kanaal in een staat van onderhoud brengen zodat de havenbedrijven en de beroepsvaart op een economische, ecologische en veilige manier in de haven en het kanaal kan werken. Dit geldt ook voor de watergebieden waarbij het hier niet alleen om werken maar aanvullend ook om recreëren gaat. We gaan aanvullende metingen verrichten om de werkzaamheden en hoeveelheden goed in een bestek/opdracht op te nemen. Op basis hiervan krijgen we inzicht in de kosten. De kosten van deze baggeroperatie zullen we meenemen in de Eerste financiële tussenrapportage van 2022. Op basis van het eerste onderzoek zijn de kosten geraamd tussen € 1,7 en € 3,6 miljoen. In de voorziening van de haven is een bedrag van € 0,75 miljoen aanwezig voor het baggeren waardoor het tekort uit zal komen tussen € 0,95 en € 2,85 miljoen. We vormen hier een reserve voor. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimale omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2025
1.122
0
0
0
1.122
2026
1.122
0
0
0
1.122
2027
1.122
0
0
0
1.122
2028
1.122
0
0
0
1.122
2029
1.122
0
0
0
1.122
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We geen stortingen of onttrekkingen begroot. Zit er voldoende geld in de reserve?