CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota reserves 2024

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente OssBij agendapunt: Programmabegroting 2025-2028 en Nota reserves25.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bij deze posten is vermeld dat het gaat om een prognose.

75

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2024

8.647

0

5.320

0

13.967

2025

13.967

0

1.877

0

15.844

2026

15.844

0

1.526

-7.400

9.970

2027

9.970

0

1.691

0

11.661

2028

11.661

0

2.055

-13.500

216

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 471.000 afdracht bovenwijkse voorzieningen van BIE (BouwgrondInExploitatie) - Najaarsbericht 2024

-

€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 31.250 prijsstijging 2023 component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 20222025)

-

€ 250.224 als gevolg van latere realisatie fase 1 Noordelijke Ontslutingsweg. Vrijval van beschikbare post 2024 ter afdekking van kapitaallasten van fase 1 (marap 1 - 2023)

-

€ 2.856.366 ter afdekking van de rentestijging van de investering van de ontsluitingswegen. We verwachten dat de rente van 1,1 % naar 1,9 % zal stijgen. Hiermee wordt dit probleem financieel afgedekt (PB 2024-2027)

-

€ 1.206.000 resultaat bestemming jaarrekening 2023

-

€ 9.844 prijsstijging 2024 (marap 1 - 2024)

2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 1.086.000 afdracht bovenwijkse voorzieningen van BIE (BouwgrondInExploitatie) - Najaarsbericht 2024

-

€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 250.224 als gevolg van latere realisatie fase 1 Noordelijke Ontslutingsweg. Vrijval van beschikbare post 2025 ter afdekking van kapitaallasten van fase 1 (marap 1 - 2023)

-

€ 9.844 prijsstijging 2024 (marap 1 - 2024)

-

€ 5.000 afdracht bovenwijkse voorzieningen IMVA/toekomstige grondexploitaties (prognose(

2026 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 44.000 afdracht bovenwijkse voorzieningen van BIE - Najaarsbericht 2024

-

€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 9.844 prijsstijging 2024 (marap 1 - 2024)

-

€ 946.000 afdracht bovenwijkse voorzieningen IMVA/toekomstige grondexploitaties (prognose)

Voor de aanleg van de Noordelijke Ontsluitingsweg onttrekken we een bedrag van € 7,4 miljoen (prognose). We verwachten dat deze in 2026 is aangelegd (prognose)

76

2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 37.000 afdracht bovenwijkse voorzieningen van BIE - Najaarsbericht 2024;

-

€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025);

-

€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 9.844 prijsstijging 2024 (marap 1 - 2024)

-

€ 1.119.000 afdracht bovenwijkse voorzieningen IMVA/toekomstige grondexploitaties (prognose)

2028 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025);

-

€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)

-

€ 9.844 prijsstijging 2024 (marap 1 - 2024)

-

€ 123.000 afdracht bovenwijkse voorzieningen van BIE - Najaarsbericht 2024

-

€ 1.396.000 afdracht bovenwijkse voorzieningen IMVA/toekomstige grondexploitaties (prognose)

In 2028 wordt een bedrag € 11,5 miljoen onttrokken en gestort naar de reserve fysieke kwaliteit leefomgeving. Tevens houden wij rekening met een bijdrage vanuit deze reserve voor de investeringen op het gebied van de mobiliteitsopgave voor een bedrag van € 2 miljoen (prognose). Zit er voldoende geld in de reserve?

nee

Moet de reserve aangevuld worden?

ja

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

77

Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving (742048) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling Met deze reserve sparen we om de majeure ambities op het gebied van de verbetering van de fysieke kwaliteit van de leefomgeving te kunnen uitvoeren. Dit zijn de ambities die voortkomen uit de spooragenda van het programma verstedelijking spoorzone Oss en de projecten Groen, Blauw en Natuur. Deze reserve laat zien hoeveel gelden hiervoor beschikbaar komen en waaraan deze gelden besteed worden. Voeding reserve De reserve wordt gevoed door: a.

Bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen

Op basis van de nota kostenverhaal, welke eind 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld, betalen projecten waarbij nieuw vastgoed wordt ontwikkeld een bijdrage voor bovenwijkse netwerkvoorziening. Netwerkvoorzieningen betreffen investeringen op het gebied van infrastructuur en openbare ruimte waarvan de gehele gemeente profijt heeft. b.

Bijdrage vanuit Programmabegroting 2022-2025.

In de Programmabegroting 2022-2025 is voor de ambities van de spooragenda een structureel bedrag van € 750.000 beschikbaar gesteld, ingaand in 2025. Dit structurele bedrag staat voor een investeringsbedrag van € 45 miljoen (rentepercentage 1,1%) b.

Beschikbare mobiliteitsgelden

In de begroting is een structureel bedrag van € 495.000 beschikbaar. Dit structureel bedrag staat voor een investeringsbedrag van € 30 miljoen (rentepercentage 1,1%). Dit bedrag wordt ingezet om de grote mobiliteitsopgave van de spooragenda te betalen. c.

Bijdrage vanuit de Programmabegroting 2023-2026

In de Programmabegroting 2023-2026 is een rentestijging naar 1,9 % als structurele last opgenomen waardoor het investeringsbedrag van € 75 miljoen (€ 45 miljoen + € 30 miljoen) kan worden gehandhaafd. Tevens is in deze Programmabegroting een prijsstijging verwerkt. e.

Bijdrage vanuit Programmabegroting 2025-2028

In de Programmabegroting 2025-2028 is een rentestijging naar 2,8 % ingerekend. De rente voor langjarige leningen is opgelopen naar 3,3 %. Deze rente wordt momenteel ingerekend bij de investeringen voor het nieuwe theater en het nieuwe zwembad. De investeringen voor de spooragenda zitten veel verder in de tijd. We verwachten dat de langetermijnrente de komende jaren -door de inflatie beheersing- wat gaat dalen. We ramen daarom deze rente op 2,8 %. f.

Sparen structurele gelden

De structurele gelden worden de komende jaren gespaard tot het moment dat de investeringen daadwerkelijk gaan plaatsvinden. Dan worden deze gelden ingezet om de structurele kapitaallasten van de investeringen te betalen. g.

Incidentele winsten van het grondbedrijf

De incidentele winsten van het grondbedrijf worden -als deze boven de maximale norm van de Algemene Bedrijfsreserve van het grondbedrijf komen- in deze reserve gestort Inzet reserve – instemming raad De uitvoering van de projecten worden altijd eerst integraal bij de Programmabegroting afgewogen of in een afzonderlijk raadsvoorstel voorgelegd. Dit is alleen mogelijk als er voldoende financiële middelen in deze reserve aanwezig zijn.

78

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bestemming en omvang reserve De reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving wordt deels gebruikt om het programma Groen, Blauw en Natuur mede te financieren. Voor het programma Groen, Blauw en Natuur wordt een programma opgesteld aan de hand waarvan de bijdragen worden verantwoord. Hiervoor is € 1,3 miljoen gereserveerd in de periode 2022-2031. Voor de ambities van de spooragenda in het stedelijk gebied gaan we vooralsnog uit van een gemeentelijke investeringsbijdrage van € 125 miljoen. Om de ambities daadwerkelijk te kunnen uitvoeren zullen ook het Rijk en de provincie hieraan moeten bijdragen Een eerste financiële verkenning is heel grof geraamd op € 350 miljoen. We gaan hierbij ervan uit dat de gemeente voor circa 35 % hieraan bijdraagt. In de spooragenda worden de projecten concreet gemaakt. Deze agenda maakt onderdeel uit van de binnenstedelijke verdichtingsopgave die Oss kent. Met deze reserve willen we een aanvang maken om gelden vrij te maken om deze ambities te kunnen realiseren. Het traject wat hiermee wordt ingezet is een traject van een lange adem. De opzet is om het benodigde bedrag van € 125 miljoen te sparen op een termijn 15 jaar, waarin ook de uitvoering van de plannen ter hand wordt genomen. De spooragenda die voortkomt uit het programma verstedelijking spoorzone Oss bestaat uit de onderdelen: •

Aanpakken barrièrewerking spoor.

•

Upgraden van stations.

•

Groei reizigersverkeer mogelijk maken.

•

Toekomstvast inpassen goederenvervoer.

Op dit moment worden de projecten die daar invulling aan moeten geven uitgewerkt. Het accent ligt in de uitwerking op de aanpassingen in het stedelijk gebied van Oss omdat de ingrepen een voorwaarde zijn voor de verstedelijking in dat gebied. De middelen in deze reserve worden ingezet voor het aanpakken van de barrièrewerking van het spoor en het upgraden van de stations. Voorbereidingskosten spooragenda De reserve fysieke kwaliteit leefomgeving is verhoogd met een bedrag van € 1,4 miljoen. Het bedrag is bestemd om de eerste voorbereidingen in de jaren 2023 tot en met 2027 van de spooragenda te kunnen opstarten. We verwachten dat de totale voorbereiding voor een periode van circa 10 jaar uit zal komen op circa € 3,5 miljoen (1 % van de geschatte investering van € 350 miljoen). We gaan uit van een jaarlijks bedrag van € 350.000. Eventuele overschotten of tekorten in een jaar worden met deze reserve verrekend. Deze voorbereidingskosten worden afzonderlijk bewaakt en afgescheiden van de uitvoeringskosten. Het voorbereidingskrediet is bestemd om de voorbereidingswerkzaamheden van de eerste 4 jaar van de spooragenda te betalen. Deze gelden worden ingezet voor het opstellen van uitvoeringsplannen en het ontwerpen van de ingrepen. Er is specialistische kennis nodig van bureaus die erkend worden door onze partners NS en ProRail.

Na deze 4 jaar wordt bezien wat we nog meer nodig hebben. Financiële doorkijk a. Stand van zaken investeringen spoor en stations We hebben onze investeringsbijdrage voor de aanpak van de barrièrewerking van het spoor en het upgrade van de stations destijds berekend op een bedrag van circa € 125 miljoen. Voor deze investeringsbijdrage zijn structurele middelen opzij gezet en sparen wij. In het najaar hebben we meer zicht op de cijfers. We presenteren met behulp van externe bureaus een aantal scenario's die ingaan op de ruimtelijke- en financiële verkenningen. Bij elk scenario is een tunnel bij Heihoeksingel voorzien. Deze is rand voorwaardelijk om de volledige woningbouw ambities in Amsteleind te realiseren. De insteek is hierbij om deze voor 1 januari 2030 te hebben aangelegd zodat met de bouwlocatie groot Amsteleind kan worden gestart

79

We ramen nu deze kosten inclusief grondaankopen op circa € 35 miljoen. In het najaar verwachten een beter cijfer hierover te kunnen geven. b. Stand van zaken financiële mogelijkheden voor investeringsopgave We hebben alle posten op dit gebied geactualiseerd. Er is hierbij rekening gehouden met: a. laatste doorrekeningen van de BIE's (bouwgrond in exploitatie) en IMVA (lees toekomstige grondexploitatie). Cijfers uit Najaarsbericht grondbedrijf 2024; b. geen winstbijdrage van de grondexploitatie Amsteleind. De grondexploitatie is door bijgestelde plannen naar het spoor voor een bedrag van € 11,5 miljoen negatief bijgesteld; c. de lagere winstafdracht van de grondexploitatie Amsteleind wordt opgevangen door het wegvallen van de kosten voor de Westelijke ontsluitingsweg en fase 3 van de Noordelijke ontsluitingsweg. Het bedrag hiervoor wordt uit de reserve bovenwijkse voorzieningen overgeheveld naar deze reserve; d. toegekende prijsstijgingen 2023 en prijsstijgingen 2024; e. renteverhoging van 1,1 % naar 1,9 %; f. sparen van de structurele gelden zolang deze nog niet worden ingezet om de structurele kapitaallasten van de investeringen te betalen (tot en met het jaar 2040); f. uitvoering van aanleg tunnel in de Heihoek voor een bedrag van € 35 miljoen in de periode 2028 en 2029; g. looptijd sparen en uitgaven van investeringen tot en met het jaar 2040; h.

overige investeringsuitgaven vanaf het jaar 2035. Grove aanname. i. investeringen voor de periode 2035-2040 ingerekend tegen een rentepercentage van 2,8% Op basis van deze uitgangspunten is voor deze opgave een totale investeringsbijdrage van circa € 125 miljoen beschikbaar. c. Risico's Een viertal risico's kunnen grote impact hebben op onze investeringsambities, te weten: 1. Stijging rentekosten Als de rente gaat stijgen kunnen we minder investeren. 2. Prijsstijgingen De projectkosten liggen ver in de tijd. Op basis van de huidige doorrekeningen gaan we uit van een investeringsbijdrage van € 125 miljoen 3. Bijdrage Rijk en provincie De bijdrage van het Rijk en provincie vormen de belangrijkste dekkingsbronnen (BO MIRT). 4. Bijdrage voor tunnel Heihoeksingel De investering voor de tunnel Heihoeksingel kan waarschijnlijk niet worden meegenomen bij de BO MIRT aanvraag. Dit vanwege de eerdere aanleg van deze tunnel. Deze tunnel is wel onderdeel van onze investeringsbijdrage van € 125 miljoen. Indien deze niet kan worden meegenomen bij de BO MIRT aanvraag zullen andere subsidie bronnen worden onderzocht. Deze zullen waarschijnlijk lager zijn. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2024

607

0

7.831

-350

8.088

2025

8.088

0

1.604

-350

9.342

2026

9.342

0

2.129

-350

11.120

2027

11.120

0

2.525

-350

13.296

2028

13.296

0

14.183

-20.000

7.478

31 december

80

Toelichting op het meerjarenbeeld Doorkijk meerjarenbeeld We hebben alle ontwikkelingen in het meerjarenbeeld verwerkt. We maken hierbij een onderscheid tussen de bedragen die door de gemeenteraad zijn besloten en maatregelen met bedragen die nog aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Deze laatste zijn opgenomen om een doorkijk te kunnen geven van deze reserve. Bij deze posten is vermeld dat het gaat om een prognose. 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 357.000. Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit de BouwInExploitatie (BIE) - Najaarsbericht 2024

-

€ 6.073.855 ter afdekking van de rentestijging van de investering van de spooragenda. We verwachten dat de rente van 1,1 % naar 1,9 % zal stijgen. Met deze eenmalige storting en een structureel bedrag van € 350.000 met ingang van 2027 kunnen we vasthouden aan het geraamde investeringsbedrag van € 125 miljoen (PB 2024-2027)

-

€ 1.400.000 voorbereidingsbudget voor spooragenda 2024 -2027 (PB 2024-2027)

Onttrekking Voor het jaar 2024 wordt een bedrag van € 350.000 onttrokken om de voorbereidingskosten voor het jaar 2024 te betalen. 2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 731.000. Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit BIE's - Najaarsbericht 2024

-

vanuit de grondexploitaties gemeente - Najaarsbericht 2023

-

€ 750.000. Structurele bijdrage vanuit PB 2022-2025

-

€ 93.750. Prijsstijging 2023 - PB 2023-2026

-

€ 29.531. Prijsstijging 2024 - Eerste financiële tussenrapportage 2024

Onttrekking Voor het jaar 2025 wordt een bedrag van € 350.000 onttrokken om de voorbereidingskosten voor het jaar 2025 te betalen. 2026 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 164.000. Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit BIE's - Najaarsbericht 2024

-

€ 750.000. Structurele bijdrage vanuit PB 2022-2025

-

€ 93.750. Prijsstijging 2023 - PB 2023-2026

-

€ 29.531. Prijsstijging 2024 - Eerste financiële tussenrapportage 2024

-

€ 258.808. Vrijval gelden Noordelijke ontsluitingsweg voor afvangen winstafdracht ABR

-

€ 582.000. Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit de IMVA's/toekomstige grondexploitaties (prognose);

-

€ 250.000. Rentestijging naar 2,8 % (PB 2025-2028)

Onttrekking Voor het jaar 2026 wordt een bedrag van € 350.000 onttrokken om de voorbereidingskosten voor het jaar 2026 te betalen.

81

2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 95.000. Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit BIE's - Najaarsbericht 2024

-

€ 697.000. Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit IMVA's/toekomstige grondexploitaties (prognose)

-

€ 750.000. Structurele bijdrage vanuit PB 2022-2025

-

€ 93.750. Prijsstijging 2023 - PB 2023-2026

-

€ 350.000. Structureel bedrag ter afdekking van rentestijging van 1,1 % naar 1,9 % in 2027. PB 2024-

-

€ 258.808. Vrijval gelden Noordelijke ontsluitingsweg voor afvangen winstafdracht ABR

-

€ 29.531. Prijsstijging 2024 - Eerste financiële tussenrapportage 2024

-

€ 250.000. Rentestijging naar 2,8 % (PB 2025-2028)

2027

Onttrekking Voor het jaar 2027 wordt een bedrag van € 350.000 onttrokken om de voorbereidingskosten voor het jaar 2027 te betalen. 2028 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 123.000. Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit BIE's - Najaarsbericht 2024

-

€ 750.000. Structurele bijdrage vanuit PB 2022-2025

-

€ 93.750. Prijsstijging 2023 - PB 2023-2026

-

€ 350.000. Structureel bedrag ter afdekking van rentestijging van 1,1 % naar 1,9 % in 2027 (PB 20242027)

-

€ 29.531 - Eerste financiële tussenrapportage 2024

-

€ 828.000. Afdracht bovenwijkse netwerkvoorzieningen vanuit IMVA's/toekomstige grondexploitaties

-

€ 258.808. Vrijval gelden Noordelijke ontsluitingsweg voor afvangen winstafdracht ABR

-

€ 11,5 miljoen. Lagere kosten ontsluitingswegen ingezet om winstafdracht Amsteleind op te vangen. Bedrag

(prognose)

afkomstig uit reserve bovenwijkse voorzieningen -

€ 250.000. Rentestijging naar 2,8 % (PB 2025-2028)

Onttrekking We verwachten dat we in het jaar 2028 werkzaamheden voor de aanleg van de Heihoek tunnel hebben verricht. We ramen hier heel globaal een bedrag van € 20 miljoen (prognose). Dit wordt nog aan de gemeenteraad voorgelegd. Voor de doorkijk is voorlopig hier mee gerekend. Zit er voldoende geld in de reserve?

nee

Moet de reserve aangevuld worden?

ja

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

82

Volkshuisvesting (742021) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld om initiatieven op het gebied van volkshuisvesting te kunnen betalen. We betalen uit deze reserve voortaan ook de jaarlijkse beheerkosten van duurzaamheidsleningen. We hebben deze reserve in 2024 samengevoegd met de reserve kosten verstrekken leningen volkshuisvesting. Deze reserve kan worden opgeheven. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is nihil. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2024

201

0

0

-201

0

2025

0

0

0

0

0

2026

0

0

0

0

0

2027

0

0

0

0

0

2028

0

0

0

0

0

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

We voegen de reserve volkshuisvestiging samen met de reserve kosten verstrekken leningen volkshuisvestiging. We onttrekken € 201.000 uit de reserve volkshuisvestiging en storten dit in de reserve kosten verstrekken leningen volkshuisvesting.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

83

Omgevingswet (742045) Beleidsdoel/noodzaak reserve We reserveren een bedrag voor de implementatie van de omgevingsvisie/-wet. Dit is nodig voor: -

De voorbereiding op de komst van de Omgevingswet, zodat we goed van start gaan bij inwerkingtreding van de nieuwe wet. Dit betekent onder andere het Omgevingswetproof opstellen van processen, tools en documenten, maar ook het inrichten van ICT/techniek en systemen. Dit zorgt voor tijdelijk extra werk/tijdsinvestering vooraf, hiervoor is extra capaciteit benodigd. Er moeten toepasbare regels worden opgesteld. Vanaf de invoeringsdatum sluiten gemeente verplicht aan bij het landelijke DSO (Digitaal stelsel omgevingswet). Voor de publicatie van plannen en voor het aanvragen van vergunningen en doen van meldingen. Gemeenten moeten zorgdragen dat de eigen informatie via het loket zichtbaar is én actueel blijft. Het is de bedoeling van inwoners zoveel mogelijk zelf via het loket kunnen checken of een vergunning nodig is en welke vereisten daaraan gesteld worden. Dat kan door het invoeren van zogenaamde vragenbomen of toepasbare regels. Naarmate wij ons omgevingsplan ontwikkelen, kunnen we ook meer regels omzetten in toepasbare regels zodat de dienstverlening zo optimaal mogelijk is (natuurlijk blijft persoonlijk contact ook mogelijk).

-

Na inwerkingtreding van de Omgevingswet, gaan we verder met de implementatie van de nieuwe wet: o

We gaan de nieuwe wet toepassen op nieuwe ruimtelijke initiatieven.

o

We gaan de transitie van het Omgevingsplan vormgeven, zodat we aan de wettelijke verplichting voldoen om binnen 8 jaar van een tijdelijk Omgevingsplan een nieuw Omgevingsplan te gaan. Hiervoor gaan we bestemmingsplannen omzetten naar het omgevingsplan en we gaan Rijksregels en lokale (beleids)regels afstemmen op de lokale situatie in Oss en opnemen in het Omgevingsplan.

Ook de implementatie en het werken onder de nieuwe Omgevingswet zorgt voor tijdelijk extra werk/tijdsinvestering, hiervoor is extra capaciteit benodigd. Verwacht wordt dat na een paar jaar de hoeveelheid werk afneemt door opgedane ervaring. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1.003.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2024

1.675

0

845

-1.271

1.249

2025

1.249

0

0

-246

1.003

2026

1.003

0

0

0

1.003

2027

1.003

0

0

0

1.003

2028

1.003

0

0

0

1.003

31 december

84

Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -

Aanvullende middelen vanuit decembercirculaire 2023: € 500.000

-

Aanvullende middelen vanuit meicirculaire 2024: € 345.000

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Inzet project Omgevingsvisie: € 296.000

-

Inzet projectleider Omgevingswet: € 141.000

-

Inzet informatie manager: € 100.000

-

Vervanging omgevingsplan: € 124.000

-

BRO: € 65.000

-

Vervanging samenloopcoördinatoren: € 75.000

-

Jurist, planoloog, stedenbouwkundige omgevingsplan: € 141.000

-

Overige onderdelen RO: € 107.000

-

Implementatie OW vergunningsverleners: € 70.000

-

Inzet implementatiemanager: € 77.000

-

Overige onderdelen VTH: € 75.000

2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Jurist, planoloog, stedenbouwkundige omgevingsplan: € 141.000

-

Implementatie OW vergunningsverleners: € 50.000

-

Inzet implementatiemanager: € 55.000

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

85

Woonwagens (742039) Beleidsdoel/noodzaak reserve We hebben bij de programmabegroting de reserve 'Brutering Woonwagens' aangepast naar deze reserve: 'Woonwagens'. De reserve brutering woonwagens is gevormd op basis van de Regeling afkoop geldelijke steun woonwagens en standplaatsen. We hebben daarvoor een afkoopsom van het rijk gekregen. Daarmee heeft het rijk de langlopende verplichtingen rondom kapitaallasten en onderhoud van woonwagens afgekocht. We hadden deze afkoopsom in deze reserve gestort. Voorheen hebben we de reserve ingezet om de kapitaallasten en onderhoudskosten van woonwagens en standplaatsen voor een deel af te dekken. Het bedrag is echter niet meer nodig voor de kapitaallasten en onderhoudskosten. Daarom willen we het bedrag reserveren voor woonwagens algemeen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De benodigde omvang is € 501.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2024

501

0

0

0

501

2025

501

0

0

0

501

2026

501

0

0

0

501

2027

501

0

0

0

501

2028

501

0

0

0

501

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Er zijn geen stortingen of onttrekkingen begroot. De reserve zal in de toekomst worden ingezet voor woonwagenstandplaatsen 't Veld Geffen en Ravenstein en mogelijke toekomstige standplaatsen. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

86

Verstrekken leningen volkshuisvesting (742022) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve gebruiken we om de beheers- en rentekosten van de leningen volkshuisvesting te betalen. De reserve volkshuisvestiging is samengevoegd met reserve kosten verstrekken leningen volkshuisvestiging. Voorheen heette deze reserve beheerskosten startersleningen. De naam is aangepast naar kosten verstrekken leningen volkshuisvesting. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 531.000 Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2024

850

0

201

-89

963

2025

963

0

0

-130

832

2026

832

0

0

-173

659

2027

659

0

0

-64

595

2028

595

0

0

-64

531

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -

het beginsaldo (€ 201.000) van de reserve volkshuisvestiging storten we in de reserve kosten verstrekken leningen huisvesting.

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Rente- en beheerkosten verzilverlening € 49.600

-

Beheerskosten bestaande leningen SVN € 47.000

-

Rentekosten starterslening eerste drie jaar € 36.100

-

Beheerskosten startersleningen € 5.700

2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Rentekosten starterslening eerste drie jaar € 72.200

-

Rente- en beheerkosten verzilverlening € 49.600

-

Beheerskosten bestaande leningen SVN € 47.000

-

Beheerskosten startersleningen € 11.000

2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Rentekosten starterslening eerste drie jaar € 108.300

-

Rente- en beheerkosten verzilverlening € 49.600

-

Beheerskosten bestaande leningen SVN € 47.000

-

Beheerskosten startersleningen € 17.100

87

2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Rente- en beheerkosten verzilverlening € 49.600

-

Beheerskosten bestaande leningen SVN € 47.000

-

Beheerskosten startersleningen € 17.100

2028 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Rente- en beheerkosten verzilverlening € 49.600

-

Beheerskosten bestaande leningen SVN € 47.000

-

Beheerskosten startersleningen € 17.100

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

88

Meekoppelkansen dijkversterking Maas (742040) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor het financieren van meekoppelkansen rondom de waterveiligheid van de Maas. Plannen voor de verbetering van de waterveiligheid van de Maas worden de komende jaren in integrale gebiedsopgaven voorbereid. Hiervoor hebben we ingestemd met een bestuursovereenkomst voor het koploperproject Ravenstein-Lith. Voor Oss zijn er belangrijke meekoppelkansen, zoals het verbeteren van de toegang tot de haven in het Burgemeester Delenkanaal tussen de Maas en de sluis bij Macharen. Daarnaast is het koploperproject een impuls voor de vrijetijdseconomie in de zone langs de Maas en ondersteunt het een strategie voor de bakenbomen. Met het beschikbaar stellen van deze middelen zullen andere projectpartners extra middelen inbrengen waardoor de opbrengsten van onze bijdrage naar verwachting sterk vermeerderd worden. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 760.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2024

2.200

0

0

-50

2.150

2025

2.150

0

400

-1.790

760

2026

760

0

0

0

760

2027

760

0

0

0

760

2028

760

0

0

0

760

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben geen stortingen begroot. We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

projectleider dijkversterkingen € 50.000

2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -

een storting van € 400.000 voor het traject Lith-Bokhoven

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

bestuurs- en realisatieovereenkomst € 1.790.000

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

89

Ontwikkeling Geffense plas (742043) Beleidsdoel/noodzaak reserve We zetten in op het realiseren van een hoogwaardig concentratiepunt voor recreatie van de Geffense Plas. We hebben de erfpacht beëindigd met de vorige uitbater en de opstallen overgenomen. We geven deze speerpuntlocatie opnieuw uit om nieuwe en betere recreatieve voorzieningen mogelijk te maken. We dekken de eenmalige kosten voor de vergoeding voor bedrijfsbeëindiging en bijkomende kosten uit de reserve. Voor de periode dat we als gemeente de opstal in eigendom hebben missen we erfpachtopbrengsten en berekenen we kapitaallasten over de opstallen. Ook deze dekken we uit deze reserve. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming bedraagt nihil. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2024

13

0

0

-13

0

2025

0

0

0

0

0

2026

0

0

0

0

0

2027

0

0

0

0

0

2028

0

0

0

0

0

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Afwikkeling ontwikkeling Geffense Plas van € 13.000.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

90

Versterken gemeentelijke dienstverlening kwetsbare groepen (POK) (742052) Beleidsdoel/noodzaak reserve Naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) heeft het kabinet voorstellen gedaan om de dienstverlening vanuit de overheid fundamenteel te verbeteren. Het kabinet stelt onder andere voor om de uitvoeringscapaciteit bij de overheid te versterken en extra ondersteuning te bieden aan mensen in kwetsbare posities. Dit is een gezamenlijke opdracht voor het rijk, de uitvoeringsorganisaties en de medeoverheden. Voor gemeenten is tot en met 2027 per jaar € 150 miljoen beschikbaar. De middelen hebben we ontvangen via de algemene uitkering. We zetten de middelen in op drie thema’s: 1.

Vakmanschapsontwikkeling bestaande uit vier actielijnen; boost geven aan de basistraining

Samenwerkwijze (SWW), ontwikkelen van en in pilot zetten van een verdiepende module SWW, werven van een opleidingscoördinator en het werven van een professioneel en geaccrediteerde intervisior binnen het sociaal domein. 2.

Rechtsbescherming bestaande uit drie stappen; verkenning wat nodig is, uitwerken plan van aanpak

en implementatie & uitvoering. 3.

Digitalisering bestaande uit drie actielijnen; digitale vindplaats, regiesysteem en datagedreven werken

en cultuur & structuur/vakmanschap. De middelen zijn in één keer beschikbaar gesteld, echter de uitvoering vindt gefaseerd over de jaren plaats. Hier maken we jaarlijks een bestedingsplan voor. Via de vorming van een aparte reserve blijven de gelden beschikbaar voor de realisatie van deze projecten. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming t/m 2028 is € 146.000. Het bestedingsplan vanaf 2024 tot en met 2028 is hierin verwerkt. Het bestedingsplan voor 2029 is hierin nog niet verwerkt. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2024

1.091

0

407

-612

887

2025

887

0

412

-679

619

2026

619

0

443

-505

558

2027

558

0

443

-510

491

2028

491

0

0

-345

146

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2024-2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 407.000 middelen 2024 versterken gemeentelijke dienstverlening

-

€ 412.000 middelen 2025 versterken gemeentelijke dienstverlening

-

€ 443.000 middelen 2026 versterken gemeentelijke dienstverlening

-

€ 443.000 middelen 2027 versterken gemeentelijke dienstverlening

91

2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 193.000 voor vakmanschapsontwikkeling (opleidingscoördinator, administratieve ondersteuning,

trainingen en inkoop van expertise) -

€ 110.000 voor rechtsbescherming (2 fte sociaal raadslieden voor 6 maanden)

-

€ 309.000 voor digitalisering (implementatie van het regiesysteem en verbetering van digitale dienstverlening)

2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 279.000 voor vakmanschapsontwikkeling (opleidingscoördinator, administratieve ondersteuning,

trainingen en inkoop van expertise) -

€ 220.000 voor rechtsbescherming (2 fte sociaal raadslieden voor 12 maanden)

-

€ 180.000 voor digitalisering (implementatie van het regiesysteem en verbetering van digitale dienstverlening)

2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 285.000 voor vakmanschapsontwikkeling (opleidingscoördinator, administratieve ondersteuning,

trainingen en inkoop van expertise) -

€ 220.000 voor rechtsbescherming (2 fte sociaal raadslieden voor 12 maanden)

2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 290.000 voor vakmanschapsontwikkeling (opleidingscoördinator, administratieve ondersteuning,

trainingen en inkoop van expertise) -

€ 220.000 voor rechtsbescherming (2 fte sociaal raadslieden voor 12 maanden)

2028 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 235.000 voor vakmanschapsontwikkeling (opleidingscoördinator, administratieve ondersteuning,

trainingen en inkoop van expertise) -

€ 110.000 voor rechtsbescherming (2 fte sociaal raadslieden voor 6 maanden)

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

92

Schadewijk (742061) Beleidsdoel/noodzaak reserve Extra investeren in Schadewijk en daarmee een gezond en goed leefklimaat realiseren. Denk hierbij o.a. aan ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, onderwijs, openbare ruimte etc. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bij de kadernota 2025 is voorgesteld om incidenteel € 500.000 op te nemen voor het vormen van een nieuwe reserve Schadewijk. Hiermee willen we de komende jaren extra investeren in Schadewijk en daarmee incidentele kosten afdekken. We verwachten extra kosten voor onder andere participatie- en communicatietrajecten, het opwaarderen van de openbare ruimte naar een plek met meer groen en het dekken van restposten bij het behouden of vernieuwen van voorzieningen in de wijk. Daarnaast willen we zorgen van voldoende gezichten in de buurten vanuit ONS welzijn en de gemeente. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

1 januari

bijschrijven

Storting

Onttrekking

Saldo

2024

0

0

100

0

100

2025

100

0

1.000

0

1.100

2026

1.100

0

0

0

1.100

2027

1.100

0

0

0

1.100

2028

1.100

0

0

0

1.100

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We verwachten van het jaarlijkse werkbudget Schadewijk dit jaar € 100.000 niet te besteden. Het voorstel is om dit bedrag ook te storten in de reserve Schadewijk om dit de komende jaren te kunnen besteden.

2025 In de programmabegroting 2025-2028 wordt voorgesteld om in 2025 € 1 miljoen te storten in de reserve Schadewijk. Dit bedrag kan gebruikt worden voor programmakosten. Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

93

ICT (742031) Beleidsdoel/noodzaak reserve Vanaf 2014 tot en met 2019 is de reserve ICT (voorheen: egalisatie automatisering / ICT gesloten circuit) alleen gebruikt voor vervangingsinvesteringen. Het gebruik van het ‘gesloten circuit’ is opgeheven. Dat betekent dat we vanaf 2020 begrotingsaanvragen voor investeringen doen waarbij prijsstijgingen en -dalingen direct ten laste/gunste komen van de exploitatie. De opgebouwde reserve is noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Met ingang van 2020 hebben we de doelstellingen van de reserve geactualiseerd zodat deze aansluiten bij de huidige ontwikkelingen. Deze reserve zetten we als volgt in: -

Het opvangen van incidentele lasten én voor zover deze niet passen in de exploitatie. Denk aan technische afwaardering van hardware.

-

Frictiekosten als gevolg van onvoorzienbare gebeurtenissen.

-

Het financieren van innovatie, strategische ontwikkeling en -samenwerking.

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is nihil. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

1 januari

bijschrijven

Storting

Onttrekking

Saldo

2024

698

0

0

-417

281

2025

281

0

0

-258

23

2026

23

0

0

-23

0

2027

0

0

0

0

0

2028

0

0

0

0

0

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Ontwikkeltraject ICT € 85.000

-

Projectleiding operating systems en vervanging rekencentrum € 57.953

-

Voorbereidingen cloud € 57.145

-

Informatiebeveiliging € 52.000

-

Identity en Accesmangement € 50.000

-

Proeftuin Office 365 € 45.000

-

Inrichting Identity en Accesmanagement tool € 40.000

-

Doorontwikkeling cloudstrategie € 30.000

We hebben geen stortingen begroot.

94

2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Projectleiding operating systems en vervanging rekencentrum € 48.343

-

Proeftuin Office 365 € 25.000

-

Informatiebeveiliging € 23.472

-

Identity en Accesmanagement € 16.400

-

Programma Data € 145.000

We hebben geen stortingen begroot. 2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Programma Data € 22.842

We hebben geen stortingen begroot. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

95

WGA (742032) Beleidsdoel/noodzaak reserve Op 1 januari 2006 is de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) ingegaan. Onderdeel van deze wet is de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). De lasten voor de WGA mogen gelijk verdeeld worden tussen de werkgever en werknemer. Het college heeft in overleg met de Ondernemingsraad (OR) besloten om de kosten voor de werknemer te betalen door de vrije maandagmiddag van carnaval te laten vervallen. Dit komt neer op een bedrag van € 47.805. Als in een bepaald jaar dit bedrag niet nodig is voor de regeling (dat is afhankelijk van het aantal aanmeldingen in een jaar) blijven de middelen wel beschikbaar voor de WGA. Het gaat hierbij namelijk om een zogenaamde gesloten exploitatie. Dat betekent dat we restantgelden direct in de reserve storten. Daarnaast storten we vanaf 2016 eventuele overschotten op het arbeidsvoorwaardenbudget van de OR in deze reserve. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang is € 213.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2024

263

0

0

0

263

2025

263

0

0

0

263

2026

263

0

0

0

263

2027

263

0

0

0

263

2028

263

0

0

0

263

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld We hebben geen stortingen of onttrekkingen begroot.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

96

Reserve WW-lasten (742019) Beleidsdoel/noodzaak reserve Medewerkers betalen voor de reparatie-uitkering WW vanaf 1 januari 2018 een kostendekkende werknemerspremie, om daarmee toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. De stortingen betreffen de begrote premies. Bij de jaarrekening storten we de werkelijk inhouden premie. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Dit reserve wordt beëindigd en het saldo wordt teruggestort. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2024

190

0

35

0

225

2025

225

0

0

-225

0

2026

0

0

0

0

0

2027

0

0

0

0

0

2028

0

0

0

0

0

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld We onttrekken in 2025 het volledig beschikbare saldo van 225.000. Hierna is de reserve leeg en kan deze opgeheven worden. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

97

Organisatie ontwikkelingen (742033) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve organisatie ontwikkelingen is bedoeld voor: -

achtervang banenafspraken

-

kosten procesoptimalisaties

-

organisatiekosten

-

achtervang kosten RVU regeling

-

achtervang bij inzet "onderuitputting salarissen" voor incidentele formatieknelpunten

Achtervang banenafspraken We proberen de banenafspraak uit onze reguliere middelen af te dekken. Als de reguliere middelen niet voldoende zijn vormt deze reserve de achtervang. Eenmalige kosten procesoptimalisaties Voor een toekomstbestendige organisatie is fors geïnvesteerd in procesoptimalisatie en extra formatie ICT. Deze structurele kosten betalen we door een aantal efficiency maatregelen en een digitaliseringsoperatie bij het archief. Om deze besparing binnen de organisatie te realiseren is een bedrag van € 1 miljoen in deze reserve gestort. Dit bedrag is in de Programmabegroting 2020-2023 beschikbaar gesteld. In de Programmabegroting 2022-2025 is dit bedrag in het jaar 2022 aangevuld met € 380.000 voor de digitaliseringsoperatie (projectleiderskosten). Dit bedrag wordt de komende jaren aangewend voor de eenmalige kosten van de procesoptimalisatie en digitaliseringsoperatie. De uitgaven op dit gebied wordt de komende jaren uit deze reserve betaald. Organisatiekosten We betalen met deze reserve eenmalige frictiekosten die -als gevolg van de efficiency maatregelen- bij het personeel ontstaan. Door de krapte op de arbeidersmarkt investeren we voor drie jaar extra voor de werving en selectie.

Achtervang afdekken kosten RVU regeling In de CAO 2023 is een afspraak opgenomen over vervroegd uittreden en een recht op een RVU regeling (bij 43 ABP- jaren en 10 jaar in dienst bij gemeenten). In onze organisatie kunnen circa 30 collega’s hiervan gebruik maken. De kosten hiervan zijn € 24.000 per persoon. We ramen de kosten op circa € 700.000. Achtervang bij inzet "onderuitputting salarissen" voor incidentele formatieknelpunten We zien door de krappe arbeidsmarkt dat we onze vacatures niet tijdig kunnen invullen. We willen deze incidentele financiële ruimte (onderuitputting salarissen) in het begin van het jaar al inzetten voor incidentele formatieknelpunten, achterstanden weg werken en inzet voor de bijdragen om onze speerpunten uit onze organisatievisie te realiseren. Deze incidentele ruimte wordt in februari berekend en aan de directeuren beschikbaar gesteld. We lopen hiermee een financieel risico dat deze incidentele vacatureruimte er in de praktijk onvoldoende aanwezig is. Indien onverhoopt mocht blijken dat bij de jaarrekening op onze totale salarispost een overschrijding ontstaat dan zal deze overschrijding ten laste van deze reserve worden gebracht. Deze reserve dient dus bij de jaarrekening als achtervang. Voor het jaar 2024 is het bedrag berekend op € 1,5 miljoen.

Dit bedrag is dus in deze reserve geoormerkt om als achtervang voor de jaarrekening 2024 hiervoor te dienen.

98

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Voeding reserve We hebben de reserve in het verleden door een aantal incidentele bijdragen vanuit de Programmabegrotingen gevoed. Daarnaast wordt de reserve gevoed door efficiency maatregelen in de bedrijfsvoering. Deze efficiency maatregelen dragen bij een realisatie van de opgelegde taakstellingen voor de organisatie. Een tekort in enig jaar wordt onttrokken uit deze reserve en een surplus wordt gestort in deze reserve (taakstelling kostenplaat DT). Noodzakelijk omvang We hebben deze middelen nodig om de doelstellingen van deze reserve te borgen. De reserve fungeert namelijk vooral als achtervang functie. We hebben hiervan geen onttrekkingen in de begroting opgenomen. Het is op voorhand namelijk niet bekend hoe de maatregelen in de praktijk uitpakken. Als de situatie zich voordoet zullen we bij de jaarrekening het werkelijke bedrag uit de reserve onttrekken. Op deze wijze is geborgd dat we geen tekorten van deze maatregelen op de algemene dienst van de gemeente af wentelen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2024

4.028

0

0

-112

3.916

2025

3.916

0

0

-92

3.824

2026

3.824

0

0

-43

3.781

2027

3.781

0

0

0

3.781

2028

3.781

0

0

0

3.781

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

extra inzet werving & selectie € 43.000

-

kosten bovenformatieven € 6.000

-

kosten procesmanagement € 63.000

2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

extra inzet werving & selectie € 86.000

-

kosten bovenformatieven € 6.000

2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

extra inzet werving & selectie € 43.000

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

99

Wachtgeld wethouders (742034) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld om toekomstige financiële verplichtingen van de huidige wethouders op te kunnen vangen. Na een wethouderschap ontvangt een wethouder een ontslaguitkering, tenzij de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. Dat is geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Voor de voormalige wethouders hebben we een voorziening wachtgeld wethouders. Indien de voorziening wachtgeld wethouders te hoog (door het vinden van een (nieuwe) baan) of te laag is dan vindt verrekening met deze reserve plaats voor zover deze toereikend is. Ter egalisatie van kosten wordt jaarlijks € 102.898 gestort in deze reserve. Bij bestemming van het jaarrekeningresultaat 2023 is het bestedingsdoel van deze reserve verruimd. De reserve is niet alleen meer voor verplichtingen wachtgeld wethouders maar ook voor de pensioenverplichtingen wethouders. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De noodzakelijke omvang van de reserve is onder andere afhankelijk van het wel of niet vinden van een nieuwe baan. Dat is vooraf moeilijk of niet in te schatten. Als een wethouder nieuwe (andere) inkomsten heeft dan worden deze met de wachtgelduitkering verrekend. De systematiek is dat het meerdere verrekend wordt als de som van de nieuwe inkomsten en de wachtgeld uitkering hoger is dan het laatst genoten salaris.

Als compensatie voor de onzekere toekomstige wachtgeldverplichtingen storten we jaarlijks een bedrag van € 102.898 in deze reserve. De toereikendheid van dit bedrag is afhankelijk van de op te treden wethouderswisselingen. De maximale wachtgeldverplichting voor de huidige vijf wethouders is afgerond € 1,25 miljoen. De pensioenverplichtingen worden elk jaar berekend via actuariële waardeberekening. Als gemeente fungeren wij als pensioenfonds voor wethouders en ex-wethouders. Als dekking van de verwachte pensioenverplichtingen hebben we een voorziening pensioenen wethouders. Wanneer deze voorziening te hoog of te laag is dan verrekenen we dit ook met de reserve wachtgeld. Een berekening van de minimale noodzakelijke omvang van deze reserve is niet te maken. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

1 januari

bijschrijven

Storting

Onttrekking

Saldo

2024

90

0

853

0

943

2025

943

0

103

0

1.046

2026

1.046

0

103

0

1.149

2027

1.149

0

103

0

1.252

2028

1.252

0

103

0

1.354

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 t/m 2028 In het jaar 2024 is eenmalig € 750.000 gestort in deze reserve als bestemming jaarrekeningresultaat 2023. Dit op basis van raadsbesluit van 27 juni 2024. Verder doen we een jaarlijkse storting van € 102.898 in deze reserve. Dit bedrag is niet onderbouwd.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=1f44d70f-82b7-4e39-85b5-c6e6d6b5c1e3