Nota reserves 2024
Tekst van het document
Nota reserves 2024
Inhoudsopgave Samenvatting
3
Overzichten reserves
7
ALGEMENE RESERVES
8
Algemene vrije reserve (740001)
9
Algemene reserve risico's grondbedrijf (740002)
11
RESERVES DEKKING ALGEMENE DIENST
14
Afloop gaswinstuitkering Maaslandgas (741001)
15
Deposito BNG inzake opheffing HNG (741002)
16
Gemeentehuis (743001)
17
Gemeentehuis toekomst bestendig (742057)
18
BESTEMMINGSRESERVES
19
Wonen, welzijn en zorg (742002)
20
Beschermd Wonen (742003)
21
GALA / IZA (742063)
23
Dak- en thuisloosheid (742058)
25
Opvang Vluchtelingen (742053)
27
Huisvestingskosten Schoolgebouwen (743002)
29
Bestaanszekerheid (742038)
30
Integraal Voorzieningenbeleid (742005)
32
Verduurzaming maatschappelijk vastgoed ( 742056)
34
Lievekamp (742050)
35
Carnavalsloodsen (742006)
36
Rust Roest (742060)
37
Integraal uitvoeringsprogramma (IUP) (742011)
39
Baggeren Haven (742049)
43
Egalisatie rioolbeheer (742008)
44
Afvalstoffenheffing (742015)
45
Groenfonds landelijk gebied (742017)
46
Klimaatadaptatie (742054)
48
Bodemsanering (742018)
50
Ontwikkeling windpark (742026)
51
Risicoreserve waardering lening Wachtmeesters (742059)
52
Investeringsfonds Duurzaamheid (742020)
53
Quick wins binnenhavens (742029)
54
Economie (742028)
55
Walkwartier en omgeving (742024)
57
Investeringsfonds Stadshart Oss (742025)
59 2
Heesch-West (742030)
61
Mobiliteit (742010)
62
Parkeren (742009)
65
Maasveren (742062)
67
Openbare verlichting (742012)
69
Geluid (742016)
70
Strategische aankopen (742027)
71
Binnenstedelijke transformaties (742046)
73
Bovenwijkse voorzieningen (742047)
75
Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving (742048)
78
Volkshuisvesting (742021)
83
Omgevingswet (742045)
84
Woonwagens (742039)
86
Verstrekken leningen volkshuisvesting (742022)
87
Meekoppelkansen dijkversterking Maas (742040)
89
Ontwikkeling Geffense plas (742043)
90
Versterken gemeentelijke dienstverlening kwetsbare groepen (POK) (742052)
91
Schadewijk (742061)
93
ICT (742031)
94
WGA (742032)
96
Reserve WW-lasten (742019)
97
Organisatie ontwikkelingen (742033)
98
Wachtgeld wethouders (742034)
100
Dienstverlening (742036)
102
Adviezen fiscaal gebied (742037)
104
Vennootschapsbelasting (742044)
105
Egalisatie renteomslag (742041)
106
Budgetoverheveling (742001)
107
RESERVES DEKKING AFSCHRIJVINGSLASTEN
108
Reserves dekking afschrijvingslasten
109
3
Samenvatting Inleiding In onze financiële verordening (artikel 212 van de Gemeentewet) staat dat we elk jaar een nota reserves opstellen. Dat doen we altijd tegelijk met de programmabegroting, zodat de bestuurlijke processen van deze producten op elkaar aansluiten. De nota reserves geeft inzicht in het doel, het meerjarig verloop en de omvang van de reserves. Soorten reserves De reserves zijn het eigen vermogen van de gemeente. Het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) onderscheidt twee soorten reserves: -
algemene reserves
-
bestemmingsreserves
De algemene reserves zijn bedoeld voor het opvangen van risico's en incidentele tekorten zoals jaarrekeningtekorten. De algemene reserve is de financiële buffer van de gemeente. Bestemmingsreserves zijn geoormerkt voor een bepaalde doelstelling. We onderscheiden twee soorten bestemmingsreserves: 'gewone' bestemmingsreserves en bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten. Een aantal reserves zijn egalisatiereserves. Hiermee vangen we schommelingen op in kosten en opbrengsten op bepaalde activiteiten. In deze nota zijn de stortingen en onttrekkingen begroot op basis van het verwachte saldo op de bijbehorende activiteiten zoals deze in de programmabegroting 2025-2028 zijn geraamd. Bij de jaarrekening verwerken we de stortingen of onttrekkingen op dit soort reserves op basis van het werkelijke saldo op de betreffende activiteiten. Rente We schrijven alleen rente bij op de algemene reserves. Daarmee zorgen we ervoor dat deze reserves op peil blijven. We gebruiken de volgende rentepercentages voor de diverse reserves: -
1,5% voor de algemene reserve.
-
1,1% 2024 en 2025 en vanaf 2026 1,9% voor de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf (ABR). Dit percentage is gekoppeld aan het rentepercentage dat we aan grondcomplexen toerekenen. We houden hiermee ook rekening met de verwachte rentestijging binnen de grondexploitaties.
Voor de bestemmingsreserves voor de afdekking van investeringslasten rekenen we geen rente meer toe. We halen uit deze reserve alleen nog maar de jaarlijkse afschrijvingslasten. Wijzigingen reserves We hebben een aantal reserves gewijzigd:
De reserve startersleningen en volkshuisvesting zijn samengevoegd. Deze reserve heet nu verstrekken leningen volkshuisvesting.
Het bestedingsdoel van de reserve wachtgeld wethouders is verruimd. De reserve is niet alleen meer voor verplichtingen wachtgeld wethouders maar ook voor de pensioenverplichtingen wethouders.
In de reservestaten verderop staat een uitgebreide toelichting. Vervallen reserves Met ingang van 1 januari 2025 kunnen de volgende reserves vervallen: -
Huisvestingskosten Schoolgebouwen
4
Nieuwe reserves In 2024 hebben we de volgende nieuwe reserves gevormd: -
IZA/GALA
-
Rust Roest
-
Maasveren
-
Schadewijk
Voorstel (wijzigingen in) toevoegingen en onttrekkingen Deze nota reserves bevat een aantal (wijzigingen in) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves die de gemeenteraad nog niet heeft vastgesteld. Deze hebben we allemaal als voorstel in de programmabegroting 2025–2028 opgenomen. Bij de reserves waar de onttrekkingen specifiek gekoppeld zijn aan bepaalde kosten/uitgaven voor projecten of activiteiten hebben we in deze nota de verwachte bedragen verwerkt. Bij de jaarrekening onttrekken we de werkelijke uitgaven in deze reserves. Dit betreft de algemene reserves en de bestemmingsreserves. Ontwikkelingen reserves De volgende tabel laat de meerjarige ontwikkeling van de reserves zien. Een gedetailleerd overzicht per reserve staat in de afzonderlijke reservestaatjes hierna en in de bijlage aan het eind. Bedragen x € 1.000 Omschrijving
2024
2025
2026
2027
2028
Algemene reserves
28.234
30.766
31.442
32.796
34.251
Reserves ter dekking van de algemene dienst
19.249
18.305
16.518
14.849
13.328
Bestemmingsreserves
165.821
167.208
157.119
154.433
135.337
29.231
29.007
28.131
27.175
26.254
242.535
245.286
233.211
229.254
209.170
Bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten Totaal reserves
Algemene reserves De algemene reserves stijgen van afgerond € 28 miljoen naar € 34 miljoen. Dit komt omdat we de algemene reserve inzetten komende jaren om verschillende kosten af te dekken. Hieronder vallen de algemene vrije reserve en de algemene reserve risico's grondbedrijf (ABR). De algemene reserve voldoet elk jaar minimaal aan de norm van 10% van de algemene uitkering (afgerond € 24,7 miljoen). In 2024 zetten we de algemene reserve in voor onder andere het opvangen van de rentestijging van de ruimtelijke ambities (€ 15 miljoen), voorbereidingen spoorzone (€ 1,4 miljoen) en flexwoningen (€ 524.000). De algemene bedrijfsreserve is op 1 januari 2024 circa € nul en stijgt de komende jaren weer naar afgerond € 8,1 miljoen. Reserves ter dekking van de algemene dienst Deze reserves dalen van € 19 miljoen in 2024 naar € 13,3 miljoen in 2028. De daling zit vooral in de reserve afloop gaswinstuitkering Maaslandgas. Met het geld in deze reserve vangen we het vervallen van de dividenduitkering van NV Maaslandgas stapsgewijs op. Daarnaast zetten we de reserve gemeentehuis jaarlijks in om de investeringskosten van de eerder uitgevoerde renovatie af te dekken (jaarlijks circa € 600.000).
5
Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves dalen per saldo van € 165,8 miljoen naar € 135 miljoen. De mutatie van de reserves zijn heel wisselend. We lichten de grootste hieronder toe. De reserves met de grootste stijgingen zijn t/m 2028: -
Opvang vluchtelingen: € 10,5 miljoen
-
Reserve mobiliteit: € 21,3 miljoen
-
Binnenstedelijke transformaties: € 9 miljoen
-
Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving: € 6,1 miljoen
-
Reserve wachtgeld wethouders: € 1,2 miljoen
-
Schadewijk: € 1,1 miljoen
De reserves met de grootste dalingen zijn t/m 2028: -
Beschermd Wonen: € 24,4 miljoen
-
Bestaanszekerheid: € 1,7 miljoen
-
integraal voorzieningenbeleid: € 2,1 miljoen
-
Baggeren haven: € 1,5 miljoen
-
Quick wins binnenhaven: € 7,5 miljoen
-
Walkwartier en omgeving: € 4,4 miljoen
-
Bovenwijkse voorzieningen: € 8,4 miljoen
Bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten De reserves voor de afdekking van afschrijvingslasten laten een licht dalend verloop zien. Dit hangt samen met de afnemende boekwaarde van de bijbehorende investeringen.
6
Overzichten reserves
7
ALGEMENE RESERVES
8
Algemene vrije reserve (740001) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bestemd voor het opvangen van algemene risico’s en fluctuaties in de rekeningresultaten. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De norm voor de algemene reserve is 10% van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Op basis van de meicirculaire 2024 is deze norm afgerond € 24,7 miljoen. Na de begrote onttrekkingen in de jaren 2024 en 2025 sluit het saldo van de algemene reserve aan bij deze norm. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2024
41.002
615
2.359
-18.950
25.026
2025
25.026
375
267
-903
24.765
2026
24.765
371
0
0
25.137
2027
25.137
377
0
0
25.514
2028
25.514
383
0
0
25.896
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Resultaatbestemming 2024: € 2,1 miljoen
-
Terugstorten bedrag vanuit ontmoeten Oss Noord-West: € 242.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Rentestijging ruimtelijke ambities: € 15 miljoen
-
Voorbereiding Spoorzone: € 1.400.000
-
Vorming reserve IZA/GALA: € 900.000
-
Realisatie flexwoningen: € 549.000
-
Transformatieagenda Jeugdhulp: € 464.000
-
Eigen bijdrage proeftuin Ruwaard: € 200.000
-
Programma dienstverlening: € 150.000
-
Subsidie Dtv: € 80.000
-
Energiescans: € 26.000
9
2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Terugstorten bedrag vanuit ontmoeten Oss Noord-West: € 267.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Eigen bijdrage proeftuin Ruwaard: € 200.000
-
Onder de Plag: € 703.000
Daarnaast hebben we in deze reserve nog een bedrag van € 750.000 gereserveerd voor Ontmoeten Noord West. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
10
Algemene reserve risico's grondbedrijf (740002) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze algemene reserve (ABR) is specifiek bestemd voor de mutaties en risico's die zich binnen het grondbedrijf voordoen. Dat kunnen winsten en verliezen van grondexploitaties, maar ook project specifieke risico’s (zoals een vervuiling in de grond) of conjuncturele risico’s (bijvoorbeeld een hogere rente of een lagere grondprijs) zijn. Voor het berekenen van risico's maken we gebruik van de Monte Carlo-methode binnen het grondbedrijf. Deze methode voert een risicoanalyse uit waarbij verkregen resultaten steeds opnieuw worden berekend. Door simulatie en de vele kansberekeningen krijgen we een betrouwbare uitkomst. Deze analyse doen we tweemaal per jaar, te weten bij het Najaarsbericht Grondbedrijf en bij het Meerjaren Programma Grondbedrijf (MPG). Daarbij wordt de minimale omvang van de algemene reserve (ABR) bepaald. Binnen het grondbedrijf kennen we ook diverse beheercomplexen, zoals weergegeven in het MPG 2024. Dit betreffen onder meer verhuurde panden en gebouwen, gronden en erfpachtgronden met of zonder boekwaarde die worden ingebracht in vastgoedprojecten van derde ontwikkelaars. Indien zich hierbij financiële mutaties voordoen, met eventuele boekwinst dan wel verlies, dan verrekenen we dit met de algemene reserve (ABR).
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Op basis van de risicomethode is de minimale ondergrens van de ABR per 1 januari 2025 op € 8,1 miljoen berekend. De verwachting is dat de stand van de ABR op 1 januari 2025 uit zal komen op € 3,2 miljoen. In de jaren na 2025 loopt de ABR steeds wat verder op met voor zover nu ingeschat kan worden tot € 7,9 miljoen per eind 2028. Belangrijke opmerking hierbij is dat de IMVA’s geen onderdeel uitmaken van de ABR en het minimale weerstandsvermogen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
0
0
6.032
-2.824
3.208
2025
3.208
35
6.122
-3.364
6.001
2026
6.001
114
398
-208
6.305
2027
6.305
120
990
-132
7.283
2028
7.283
138
1.094
-161
8.355
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: - winstnemingen grondexploitaties woningbouw
€ 2,0 miljoen
- winstnemingen grondexploitaties herstructurering
€ 1,0 miljoen
- winstnemingen grondexploitaties industrie
€ 2,6 miljoen
- verkoop grond t.b.v. faciliterend project
€ 0,4 miljoen
11
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: - bijstelling voorziening IMVA
€ 1,8 miljoen
- aanvulling voorziening te verwachten exploitatieverliezen
€ 33.000
- afboeking bouwclaim
€ 24.500
- dekking rentekosten aankoop grond Amsteleind
€ 147.000
- stortingen in reserve bovenwijks en netwerkvoorzieningen
€ 828.000
2025 We hebben de volgende stortingen begroot: - winstnemingen grondexploitaties woningbouw
€ 4,5 miljoen
- winstnemingen grondexploitaties herstructurering
€ 0,5 miljoen
- winstnemingen grondexploitaties industrie
€ 1,0 miljoen
- verkoop grond t.b.v. faciliterend project
€ 84.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: - aanvulling voorziening IMVA (aanvullend krediet)
€ 1,4 miljoen
- stortingen in reserve bovenwijks en netwerkvoorzieningen
€ 1,8 miljoen
- dekking rentekosten aankoop grond Amsteleind
€ 147.000
2026 We hebben de volgende stortingen begroot: - winstnemingen grondexploitaties woningbouw
€ 0,4 miljoen
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: - stortingen in reserve bovenwijks en netwerkvoorzieningen
€ 0,2 miljoen
2027 We hebben de volgende stortingen begroot: - winstnemingen grondexploitaties woningbouw
€ 1,0 miljoen
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: - stortingen in reserve bovenwijks en netwerkvoorzieningen
€ 0,1 miljoen
2028 We hebben de volgende stortingen begroot: - winstnemingen grondexploitaties woningbouw
€ 1,1 miljoen
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: - stortingen in reserve bovenwijks en netwerkvoorzieningen
€ 0,2 miljoen
Bij het Najaarsbericht Grondbedrijf 2024 wordt geen rekening gehouden met jaarlijkse rentebijschrijving op de ABR.
12
Zit er voldoende geld in de reserve?
nee
Moet de reserve aangevuld worden?
nee, niet alle risico's zullen zich tegelijkertijd voordoen. Verder neemt
het tekort van het benodigde weerstandsvermogen naar verwachting af. Vanaf 2026 tot en met 2028 is het tekort nog een relatief beperkt bedrag en vanaf 2029 wordt aan het weerstandsvermogen voldaan. Uitgangspunt hierbij is wel dat er geen onverwachte onttrekkingen plaatsvinden en opmerking verdient dat de toekomstige exploitaties (IMVA’s) nog niet in het berekende weerstandsvermogen zijn meegenomen. Verder zal vermoedelijk een deel van de voorziening IMVA terugvloeien naar de ABR als de beide IMVA's Amsteleind grondexploitaties worden. Dit omdat door de verwachte winstgevendheid van deze complexen de bijbehorende voorzieningen dan niet nodig zijn. Kan de reserve verlaagd worden?
nee
13
RESERVES DEKKING ALGEMENE DIENST
14
Afloop gaswinstuitkering Maaslandgas (741001) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bestemd voor de afdekking van de vervallen dividenduitkering van NV Maaslandgas met ingang van 2009. Tot en met 2008 ontvingen we jaarlijks dividend. In 2008 heeft Essent de jaarlijkse uitkering afgekocht. Dat geld hebben we in deze reserve gestort. Jaarlijks onttrekken we de dividenduitkering aan deze reserve, waarbij we het bedrag dat we onttrekken jaarlijks afbouwen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We bouwen de reserve jaarlijks af. De onttrekking wordt elk jaar € 110.000 lager. Dit betekent dat we de laatste onttrekking in 2037 kunnen doen. We zetten de reserve in voor de reguliere begroting. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2024
10.190
153
0
-1.479
8.864
2025
8.864
133
0
-1.369
7.628
2026
7.628
114
0
-1.259
6.484
2027
6.484
97
0
-1.154
5.427
2028
5.427
81
0
-1.049
4.460
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld In 2024 onttrekken we een bedrag van € 1.479.000 ten gunste van de reguliere begroting. Dit bedrag bouwen we jaarlijks af met € 110.000. Vanaf het jaar 2027 is de jaarlijks afbouw € 105.000. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
15
Deposito BNG inzake opheffing HNG (741002) Beleidsdoel/noodzaak reserve In het verleden kregen we jaarlijks een bedrag van de HNG. Het HNG heeft de gekapitaliseerde bijdrage als deposito weggezet bij de BNG. Om administratief-technische redenen moeten we dit deposito als een reserve aanmerken. Jaarlijks halen we een bedrag uit deze reserve ten gunste van de reguliere begroting. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We bouwen de reserve jaarlijks af. De onttrekking wordt vanaf 2019 elk jaar € 28.000 lager. Vanaf het jaar 2023 is de afbouw jaarlijks € 24.000. Dit betekent dat we de laatste onttrekking in 2030 kunnen doen. Dan is de reserve volledig besteed en is de onttrekking ook afgebouwd naar € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2024
585
9
0
-160
434
2025
434
7
0
-136
305
2026
305
5
0
-112
198
2027
198
3
0
-88
113
2028
113
2
0
-64
51
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld In 2024 onttrekken we een bedrag van € 160.000 ten gunste van de reguliere begroting. Het bedrag wordt jaarlijks afgebouwd. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
16
Gemeentehuis (743001) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om extra lasten in de begroting af te dekken die in 2011 zijn ontstaan bij de verbouwing van het gemeentehuis af te dekken. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Het bedrag van € 7.356.000 is volledig nodig om de lasten in de begroting te dekken. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
8.763
131
0
-593
8.301
2025
8.301
125
0
-578
7.848
2026
7.848
118
0
-563
7.403
2027
7.403
111
0
-548
6.966
2028
6.966
104
0
-533
6.538
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld In 2024 onttrekken we een bedrag van € 593.000 ten gunste van de reguliere begroting. Het bedrag wordt jaarlijks afgebouwd. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
17
Gemeentehuis toekomst bestendig (742057) Beleidsdoel/noodzaak reserve We staan voor een ambitieuze opgave om ons vastgoed te verduurzamen. Met vrijgevallen middelen vanuit de onderhoudsvoorzieningen is deze reserve Verduurzaming maatschappelijk vastgoed gevormd. We passen het gemeentehuis aan met het oog op hybride werken en het stimuleren van ontmoeten en samenwerking met collega's en externen. Daarnaast lossen we bestaande knelpunten op in het gebouw, zoals akoestiek en extra ruimte voor overleg met externen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De bestemmingsreserve gemeentehuis toekomstbestendig heeft per 31-12-2024 een saldo van € 1.628.369. We storten in 2025 nog een extra bedrag van € 850.000, waardoor het totale saldo van de reserve € 2.478.369 bedraagt. Met deze reserve dekken we een deel van de beschikbaar gestelde investeringskredieten voor de verbouwing van het gemeentehuis, naast de al in de begroting aanwezige middelen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
1.398
21
230
0
1.649
2025
1.649
25
850
0
2.524
2026
2.524
38
0
-128
2.434
2027
2.434
37
0
-127
2.343
2028
2.343
35
0
-99
2.279
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage in reserve gemeentehuis toekomstbestendig: € 230.000
2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage in reserve gemeentehuis toekomstbestendig: € 850.000
2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Dekking kapitaallasten: € 128.000
2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Dekking kapitaallasten: € 127.000
2028 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Dekking kapitaallasten: € 99.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
18
BESTEMMINGSRESERVES
19
Wonen, welzijn en zorg (742002) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor het verbeteren van de samenwerking tussen inwoners, welzijn, zorg en gemeenten binnen het sociaal domein en voor de kanteling van zorg naar welzijn. Dit netwerk van partners versterkt de gemeenschap en geeft inwoners zelf regie en initiatief over hun leven. Door de vele bezuinigingen en de groeiende groep die zorg nodig heeft is innovatie steeds belangrijker. Daar hebben we via deze reserve nog beperkt budget voor. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Er is geen minimaal noodzakelijke omvang bij deze reserve aan het einde van de meerjarenraming. Afhankelijk van initiatief voorstellen kan het restant bedrag ingezet worden. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
61
0
0
0
61
2025
61
0
0
-61
0
2026
0
0
0
0
0
2027
0
0
0
0
0
2028
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben geen stortingen of onttrekkingen begroot. 2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 61.000 verlenging pilot participatie kwetsbare internationale werknemers
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
20
Beschermd Wonen (742003) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is noodzakelijk voor een sluitende aanpak voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid in de regio. De nieuwe koers voor de transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang is uitgewerkt en vastgesteld, inclusief bijbehorende regionale ontwikkelagenda. Voor de financiering van de acties in het kader van de transformatie wordt een deel van de reserve ingezet. Na de doordecentralisatie van Beschermd Wonen (ingangsjaar nog onbekend) ontvangt iedere gemeente zelf een deel van de middelen voor beschermd wonen. Dit wordt gefaseerd ingevoerd in een periode van 10 jaar waarbij de centrumgemeenten geleidelijk minder geld krijgen ten gunste van de regiogemeenten. Regionaal is afgesproken dat Oss het specialistisch palet van voorzieningen blijft inkopen. Hiermee is Oss langjarige financiële verplichtingen aangegaan. Daarbij is nog onduidelijk welke financiële consequenties de invoering van het woonplaatsbeginsel heeft voor de regio. In onze regio is het scheiden van wonen en zorg doorgevoerd, terwijl het woonplaatsbeginsel met name geldt voor vormen waarbij de woonfunctie is inbegrepen. In de Centrumregeling Wmo 2024 zijn regionale financiële afspraken gemaakt over de reserve beschermd wonen en een investeringsfonds.
Gezien de cumulatie van al deze ontwikkelingen heeft de regio ingestemd met het centraal beschikbaar houden van de reserve Beschermd wonen. Daarbij is afgesproken dat we voor de centrumgemeente een plafond van de reserve aanhouden: 15% van de regionale begroting. Op basis daarvan investeren we in de periode 2024-2028 lokaal vanuit de regionale reserve. Dat doen we in het kader van de doordecentralisatie en op basis van afspraken in de centrumregeling 2024. De uitbetaling uit de reserve in deze periode is tweeledig: -
Lokale gemeenten krijgen middelen om verder te kunnen bouwen aan de basis op orde.
-
Lokale gemeenten kunnen een beroep doen op een investeringsfonds om ambities uit het koersdocument en de ontwikkelagenda te kunnen realiseren.
Het regionale portefeuillehoudersoverleg Wmo heeft op 5 juli besloten in 2025 € 5 miljoen extra uit de reserve te onttrekken en aan de lokale gemeenten uit te keren. Ondanks de financiële afspraken uit de centrumregeling zien we de omvang van de reserve namelijk toch weer groeien. Zo hadden we in 2023 meer geld over dan verwacht en verwachten we ook dit jaar weer geld over te houden. Het overschot kan zonder vastgesteld bestedingsdoel vrijvallen, met het advies van het regionale portefeuillehoudersoverleg om de middelen ten goede te laten komen aan de brede doelgroep binnen het sociaal domein. Eind 2024 wordt bekeken of het bedrag van € 5 miljoen verhoogd kan worden naar € 11 miljoen. Dit geeft ruimte om meer duidelijkheid over de ontwikkeling van een nieuw product Beschermd Thuis en eventuele andere ontwikkelingen af te wachten of een bestedingsplan te maken. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Met de regio is structureel een maximaal percentage afgesproken: 15% van de regionale begroting. Ook zijn in de centrumregeling Wmo afspraken gemaakt als er tekorten gaan ontstaan na de doordecentralisatie.
Zoals onder het kopje beleidsdoel omschreven zullen overschotten terugbetaald worden aan de regiogemeenten om de transformatiedoelen lokaal te kunnen bekostigen en de middelen in te zetten voor een kwetsbare doelgroep en om de toenemende grootstedelijke problematiek in de regio het hoofd te bieden. De gelden moeten dus gereserveerd blijven. Daarom is eerder al besloten om van de reserve beschermd wonen een gesloten systeem te maken en eventuele overschotten/tekorten rechtstreeks met de reserve te verrekenen.
21
Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
29.128
0
5.200
-4.600
29.728
2025
29.728
0
0
-10.000
19.728
2026
19.728
0
0
-5.000
14.728
2027
14.728
0
0
-5.000
9.728
2028
9.728
0
0
-5.000
4.728
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 5,2 miljoen. Dit is het verwachte budgetoverschot in 2024.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 4 miljoen. Dit is de uitbetaling aan de regiogemeenten om de lokale basis verder op orde te brengen.
-
€ 0,6 miljoen. Dit zijn de uitbetalingen voor het investeringsfonds. In 2024 hebben 3 van de 5 regiogemeenten een aanvraag ingediend.
2025-2028 Op basis van de laatste versie van de meerjarenbegroting beschermd wonen, de stand van de reserve per 1 januari 2024, de afspraken over het plafond van de reserve en de nieuwe centrumregeling verwachten we in de periode 2024-2028 in totaal € 25 miljoen uit de reserve te gaan terugbetalen aan lokale gemeenten. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: -
€ 20 miljoen is bedoeld om de lokale basis verder op orde te brengen (€ 4 miljoen per jaar)
-
€ 5 miljoen is bedoeld voor het investeringsfonds (€ 1 miljoen per jaar)
Deze bedragen zijn gebaseerd op de huidige begroting en worden jaarlijks geactualiseerd. Ze zijn dus indicatief. Zoals hierboven is aangegeven onttrekken we in 2025 daarnaast € 5 miljoen extra uit de reserve, conform besluitvorming in het regionale portefeuillehoudersoverleg Wmo. Dit bedrag betalen we uit aan de lokale gemeenten. Het aandeel van Oss hierin is € 1,65 miljoen. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
ja, tot en met 2028, dat is in het overzicht verwerkt
22
GALA / IZA (742063) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2023 hebben we rijksmiddelen aangevraagd uit de specifieke uitkeringen (SPUK) voor het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en Gezond Actief Leven Akkoord (GALA). Het Rijk heeft een deel van de middelen pas in het najaar 2023 toegekend. We hebben daardoor in zeer korte tijd bestedingsplannen moeten opstellen, waardoor in 2023 € 0,9 miljoen niet besteed is. We storten deze in de nieuwe reserve voor GALA/IZA . De ambities in het IZA en GALA zijn groot: om de (medische) zorg toekomstbestendig te houden, wordt veel verwacht van het sociale domein. Tegelijkertijd betreft een groot deel van de middelen in de SPUK GALA incidenteel geld, en is nog niet duidelijk hoe de SPUK IZA na 2026 ingericht gaat worden. We streven naar een duurzame systeemverandering. We hebben een bestedingsplan opgesteld. Op basis van hiervan onttrekken we in 2024 € 235.000, 2025 € 176.000 en 2026 tot en met 2027 € 489.000 uit deze reserve. I Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Op basis van de verwachte uitnutting 2024 bedraagt de reserve eind 2024 € 665.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2024
0
0
900
-235
665
2025
665
0
0
-176
489
2026
489
0
0
-160
329
2027
329
0
0
-329
0
2028
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 900.000 storting vanuit de algemene reserve ter dekking van activiteiten Gezond Actief Leven Akkoord (Gala) en Integraal Zorgakkoord (IZA).
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 235.000 Proeftuin Ruwaard, initiatieven dag ontmoeting én personele inzet mantelzorg en ondersteuning sport, cultuur en ontmoeten.
2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 176.000 personele inzet mantelzorg en ondersteuning sport, cultuur en ontmoeten.
2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 160.000 aanpak obesitas en overgewicht én personele inzet mantelzorg en ondersteuning sport, cultuur en ontmoeten.
2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 329.000 aanpak obesitas en overgewicht, welzijn op recept, én versterken sociale basis
23
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
24
Dak- en thuisloosheid (742058) Beleidsdoel/noodzaak reserve Het geld in deze reserve gebruiken we voor de aanpak van dak- en thuisloosheid in onze regio. Het kabinet zet met het Nationaal Actieplan Dakloosheid in op het voorkomen van dakloosheid en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze jongeren en volwassenen. Hiervoor hebben we een meerjarig en regionaal plan van aanpak dat eind 2024 wordt vastgesteld. Daarmee vervangen we het plan ‘brede aanpak dakloosheid’ dat we in 2021 hebben opgesteld. In het nieuwe plan hebben we de resultaten van de ETHOS telling meegenomen. Deze telling heeft de omvang van dak- en thuisloosheid in de regio Noordoost-Brabant in kaart gebracht. Voor het uitvoeren van het meerjarige plan van aanpak maken we gebruik van de incidentele middelen die we de afgelopen jaren in de algemene uitkering ontvangen hebben. Daarnaast hebben we sinds 2024 duidelijkheid over structurele middelen die we hiervoor krijgen. Verder heeft het Rijk in samenwerking met de VNG, een aantal gemeenten, Valente, Aedes en vertegenwoordigers uit de coalitie dakloosheid een dashboard voor gemeenten ontwikkeld. Het dashboard heeft als doel om de transformatie van de aanpak van dakloosheid inzichtelijk te maken, conform de doelen die in het landelijke actieplan staan.
We sluiten hier met het regionale plan van aanpak op aan en zullen de monitor gebruiken om de stand van zaken in de toekomst te volgen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1.477.000. We hebben al wel een globaal beeld van de besteding van de middelen, maar kunnen nu nog geen verdeling over de jaren maken. Eind 2024, als het regionale plan van aanpak is vastgesteld, kunnen we per jaar aangeven hoeveel middelen we gaan besteden. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
1.266
0
493
-282
1.477
2025
1.477
0
0
0
1.477
2026
1.477
0
0
0
1.477
2027
1.477
0
0
0
1.477
2028
1.477
0
0
0
1.477
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben dit jaar € 493.000 in de reserve gestort. Dit was de resultaatbestemming vanuit de jaarrekening 2023 van resterende regionale middelen voor COVID-19 compensatie bij maatschappelijke opvang. We verwachten dit jaar € 282.000 uit de reserve te onttrekken. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: Overhead -
ambtelijke inzet regionale aanpak dak- en thuisloosheid
€ 61.000
-
vernieuwen van de maatschappelijke opvang
€ 13.500
Wonen Eerst -
kosten urgentieplus
€ 7.500
-
pilot/scholing Housing first
€ 60.000
-
verwacht tekort maatschappelijke opvang 2024
€ 140.000 25
2025-2028 We hebben een grove verdeling gemaakt voor de besteding van de middelen. Deze is gebaseerd op de verhoudingen die het Rijk hanteert in het landelijk actieplan. Samen met lokale en regionale partners gaan we de verschillende actielijnen verder uitwerken en prioriteren. Naar aanleiding daarvan wordt de inzet van de middelen dak- en thuisloosheid eind dit jaar verder gespecificeerd over de actielijnen en ook over de jaren. De globale besteding van de middelen is als volgt: -
Actielijn 1: Bestaanszekerheid
€ 72.000
-
Actielijn 2: Preventie
€ 73.000
-
Actielijn 3: Wonen Eerst
€ 894.000
-
Actielijn 4: Integraal werken
€ 71.000
-
Actielijn 5: Ervaringskennis
€ 35.000
-
Actielijn 6: Aandachtsgroepen
€ 47.000
-
Overhead
€ 285.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
26
Opvang Vluchtelingen (742053) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2022 kregen we te maken met de vluchtelingenstroom afkomstig uit Oekraïne. De gemeente Oss heeft tot 1 oktober 2024 de beschikking over het oude belastingkantoor aan de Lievekamplaan voor de opvang van vluchtelingen. Wij zijn nu bezig met voorbereidende werkzaamheden voor een nieuwe opvanglocatie. Deze nieuwe opvanglocatie wordt gerealiseerd aan de Macharenseweg / Spitsbergerweg en opent per 1 oktober 2024. Het rijk heeft een bekostigingsregeling ontwikkeld waarmee gemeenten in beginsel schadeloos gesteld worden voor de kosten die zij maken. In 2022 hebben we het overschot van de exploitatie van het voormalig belastingkantoor gestort in de reserve. Op basis van onze prognoses houden we in 2023 wederom geld over. De oorzaak is dat gemeente Oss, anders dan andere gemeenten, tijdelijke huisvesting niet heeft gehuurd of gekocht, maar vrij ter beschikking had staan. De opgebouwde reserve willen we inzetten ter dekking van (de kapitaallasten van de) nieuwe huisvesting (raadsbesluit 20 januari 2023) en om zorg voor vluchtelingen in brede zin duurzaam en structureel te organiseren. Daarnaast gebruiken we de reserve om lasten welke zich uitstrekken over meerdere begrotingsprogramma's, te financieren.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De verwachte omvang van de reserve ultimo boekjaar 2024 bedraagt € 24,6 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
16.330
0
8.850
-525
24.655
2025
24.655
0
3.936
-4.525
24.066
2026
24.066
0
3.928
-4.325
23.669
2027
23.669
0
3.928
-4.325
23.272
2028
23.272
0
3.928
-325
26.875
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 8.8 miljoen verwacht exploitatie overschot huisvesting vluchtelingen.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 300.000 Leefgelden vluchtelingen Oekraïne.
-
€ 200.000 Extra inrichtingskosten woningen vergunninghouders
-
€ 25.000 Gratis taallessen - laaggeletterdheid.
27
2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 3.9 miljoen verwacht exploitatie overschot huisvesting vluchtelingen.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 4.000.000 inzet reserve vluchtelingenopvang ten gunste van de Gemeente Oss.
-
€ 300.000 Leefgelden vluchtelingen Oekraïne.
-
€ 200.000 Extra inrichtingskosten woningen vergunninghouders
-
€ 25.000 Gratis taallessen - laaggeletterdheid.
2026 en 2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 3.9 miljoen verwacht exploitatie overschot huisvesting vluchtelingen.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 4.000.000 inzet reserve vluchtelingenopvang ten gunste van de Gemeente Oss.
-
€ 300.000 Leefgelden vluchtelingen Oekraïne.
-
€ 25.000 Gratis taallessen - laaggeletterdheid.
2028 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 3.9 miljoen verwacht exploitatie overschot huisvesting vluchtelingen.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 300.000 Leefgelden vluchtelingen Oekraïne.
-
€ 25.000 Gratis taallessen - laaggeletterdheid.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
28
Huisvestingskosten Schoolgebouwen (743002) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om extra lasten in de begroting af te dekken voor huisvestingskosten van schoolgebouwen. Eind 2024 laten we het saldo van de reserve ad 80k vrijvallen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming In 2024 doen we nog de geraamde onttrekking van € 26.000. Het resterende saldo van de reserve van € 54.000 laten wij vrijvallen. Hierna kan de reserve opgeheven worden. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
80
0
0
-80
0
2025
0
0
0
0
0
2026
0
0
0
0
0
2027
0
0
0
0
0
2028
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Bijdrage in kosten huisvesting onderwijs € 26.000.
-
Vrijval reserve: € 54.000.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
29
Bestaanszekerheid (742038) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve Bestaanszekerheid dient twee doelen, namelijk: inkomenszekerheid en werkzekerheid. De reserve is bedoeld om inwoners te ondersteunen bij geldzorgen, te ondersteunen bij het vinden en behouden van werk en het stimuleren van andere vormen van participatie in de samenleving. Daarvoor hebben we professionals nodig, die kijken en vragen naar interesses en wensen van inwoners en deze kunnen vertalen naar mogelijkheden en kansen in én voor de Osse samenleving. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 757.000. Het meerjarige bestedingsplan van 2024 tot en met 2027 is hierin verwerkt. Ieder jaar actualiseren we, waar nodig, het meerjarige bestedingsplan. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
2.496
0
385
-1.319
1.562
2025
1.562
0
0
-486
1.076
2026
1.076
0
0
-211
866
2027
866
0
0
-109
757
2028
757
0
0
0
757
-
Middelen inburgering (resultaatbestemming jaarrekening 2023)
€ 265.000
-
Middelen project processen sociaal domein (resultaatbestemming jaarrekening 2023) € 120.000
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot:
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Nieuw beleidskader armoede en schulden (programma begroting 2024-2027) € 373.000
-
Uitvoering i.v.m. bestandsstijging (Inkomen), toename doelgroep (Werk) & bedrijfsvoering € 297.000
-
Vergroten doelgroep eenmalige energietoeslag € 190.000
-
Project processen Sociaal Domein € 120.000
-
Uitvoering gemeentelijk schuldenbeleid € 97.000
-
Vrijval middelen AJOSS (Aanpak Jongeren met schulden gemeente Oss) € 75.000
-
Inburgering € 65.000
-
Pilot Budgetcoaching € 44.000
-
Teamontwikkeling € 30.000
-
Vrijval middelen Pilot digitaal samenwerkplan t.b.v. Samenwerkwijze € 29.000
-
Correctie onttrekking Team Geldzorgen 2022 -€ 18.000
2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Nieuw beleidskader armoede en schulden (programma begroting 2024-2027) € 109.000
-
Uitvoering i.v.m. bestandsstijging (Inkomen), toename doelgroep (Werk) & bedrijfsvoering € 347.000
-
Uitvoering gemeentelijk schuldenbeleid € 30.000
30
2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Nieuw beleidskader armoede en schulden (programma begroting 2024-2027) € 109.000
-
Uitvoering i.v.m. bestandsstijging € 102.000
2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Nieuw beleidskader armoede en schulden (programma begroting 2024-2027) € 109.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
31
Integraal Voorzieningenbeleid (742005) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve wordt ingezet voor het dekken van de volgende zaken: -
Proces-, advies- en inhuurkosten bij de uitwerking van vraagstukken rondom maatschappelijke voorzieningen. Kosten welke niet direct zijn toe te rekenen aan de bouw van een voorziening.
-
Niet planmatige uitgaven aan accommodaties om aanpassingen te kunnen doen, welke niet worden gedekt vanuit onderhoudsbudget.
-
Het oplossen van incidentele knelpunten.
-
Het uitvoeren en versnellen van een aantal majeure projecten.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 136.000. In de onderstaande tabel is de bijdrage aan inrichtingskosten van € 250.000 van het nieuwe wijkcentrum Ussen niet meegenomen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2024
2.557
0
177
-2.007
728
2025
728
0
12
-240
500
2026
500
0
12
-130
382
2027
382
0
12
-10
384
2028
384
0
12
-10
386
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage vanuit dorpshuis Haren: € 12.000
-
Bijdrage instandhoudingsonderhoud en herstel lood in leidingen IKC de Regenboog: € 165.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Uitvoering quickscans gebouwen: € 145.000
-
Cultuureducatie Muziek in de klas: € 27.000
-
Aandachtsexploitaties wijk- en dorpshuizen: € 125.000
-
Voorbereidingskosten en sloop mbt Scouting Oss Zuid: € 45.000
-
Voorbereidingsbudget De Lievekamp: € 367.761
-
Voorbereidingsbudget scholen Oss Noordwest en Ussenstelt: € 350.000
-
Voorbereidingsbudget scholen Schadewijk: € 75.000
-
Voorbereidingskosten scholen, gym, ontmoeten Amsteleind: € 75.000
-
Voorbereidingskosten De Nolder € 30.000
-
Interne verbouwing HUB € 35.000
-
Aanpassen lokalen Maasland College tijdelijk gebruik Hertogin Johanna (Vianenstraat) € 18.000
-
Locatieonderzoek sportpark Vesta '19 € 25.000
-
Locatieonderzoek sportpark VITA: € 12.000
-
Tijdelijke huisvesting ontmoeten Overlangel: € 18.000
-
Herstel lood in leidingen IKC De Regenboog: € 15.000
32
-
Instandhoudingsonderhoud IKC De Regenboog: € 90.000
-
Monumentale tuinhuizen Ravenstein: 14.000
-
Voorbereidingskosten Ontmoeten Oss-Zuid: € 22.000
-
Burgerinitiatief van voetbalvereniging Herpinia en tennisvereniging VIP (Herpen): € 34.000
-
Voorbereidingskosten herijken voorzieningen Geffen: € 65.000
-
Voorbereidingskosten nieuwbouw Vidi Reo: € 199.000
-
Vangnet De Nolder: € 20.000
-
Voorbereidingskosten MFA Macharen: € 50.000
-
Programma en inrichting Warenhuis: € 68.000
-
Projectleider voor projecten investeringsplan: € 82.000
2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage vanuit dorpshuis Haren: € 12.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Uitvoering quickscans gebouwen: € 30.000
-
Voorbereidingsbudget scholen Schadewijk: € 75.000
-
Voorbereidingskosten scholen, gym, ontmoeten Amsteleind: € 75.000
-
Voorbereidingskosten De Nolder € 20.000
-
Inrichtingskosten nieuwe wijkcentrum Ussen: € 250.000
-
Vangnet De Nolder: € 20.000
-
Instandhoudingsonderhoud IKC De Regenboog: € 20.000
2026 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage vanuit dorpshuis Haren: € 12.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Voorbereidingsbudget scholen Schadewijk: € 50.000
-
Voorbereidingskosten scholen, gym, ontmoeten Amsteleind: € 50.000
-
Vangnet De Nolder: € 20.000
-
Instandhoudingsonderhoud IKC De Regenboog: € 10.000
2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage vanuit dorpshuis Haren: € 12.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Instandhoudingsonderhoud IKC De Regenboog: € 10.000
2028 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bijdrage vanuit dorpshuis Haren: € 12.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Instandhoudingsonderhoud IKC De Regenboog: € 10.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
33
Verduurzaming maatschappelijk vastgoed ( 742056) Beleidsdoel/noodzaak reserve We staan voor een ambitieuze opgave om ons vastgoed te verduurzamen. Met vrijgevallen middelen vanuit de onderhoudsvoorzieningen is deze reserve Verduurzaming maatschappelijk vastgoed gevormd. De reserve heeft als doel het verduurzamen van onze gebouwen die niet op korte termijn vanuit het meerjaren investeringsplan (MIP) voor verbouw of vervangende nieuwbouw staan ingepland. Hiermee houden de vrijgevallen middelen vanuit de onderhoudsvoorzieningen hun bestemming maatschappelijk vastgoed. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Met de bestemmingsreserve worden specifieke kosten gefinancierd. Namelijk het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Enkele verduurzamingsprojecten zijn al gestart. Voordat tot uitvoering van verdere verduurzamingsprojecten en het mogelijk aanvragen van subsidie kan worden gekomen dient onderzoek plaats te vinden naar oa technische mogelijkheden, rendement en technische kwaliteit (isolatie van-) bestaand vastgoed. Na uitvoering van de onderzoeken kunnen concrete plannen voor uitvoering in 2025 worden opgesteld. Vooralsnog is de stand van de reserve eind 2028 € 2.117.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
3.477
0
0
-1.360
2.117
2025
2.117
0
0
0
2.117
2026
2.117
0
0
0
2.117
2027
2.117
0
0
0
2.117
2028
2.117
0
0
0
2.117
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Onderzoekskosten verduurzamingsplan: € 91.000
-
Aanpakken klimaatklachten MFA Lith: € 122.000
-
Energiecompensatie MFA Lith: € 14.000
-
Aanpakken klimaatklachten De Meteoor: € 81.000
-
Avanti verduurzaming: € 316.000
-
Jan Cunen voorzetbeglazing: € 110.000
-
Oude klooster voorzetbeglazing: € 53.000
-
Volksuniversiteit verduurzaming: € 573.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
34
Lievekamp (742050) Beleidsdoel/noodzaak reserve We reserveren geld voor ontwikkeling van theater De Lievekamp. Momenteel werken we aan de voorbereidingen voor ingrijpende (ver)nieuwbouw van het theater, de muziekschool en het omliggende gebied. Dit zal forse financiële consequenties hebben. We willen hiervoor vast gaan sparen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1,5 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
1.200
0
300
0
1.500
2025
1.500
0
0
0
1.500
2026
1.500
0
0
0
1.500
2027
1.500
0
0
0
1.500
2028
1.500
0
0
0
1.500
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We storten in 2024 € 300.000 voor toekomstige ontwikkelingen van De Lievekamp. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
35
Carnavalsloodsen (742006) Beleidsdoel/noodzaak reserve Het budget in deze reserve is nodig om de uitgaven voor carnavalsloodsen te kunnen dekken. We keren pas geld uit als er een concrete oplossing is voor een specifiek huisvestingsprobleem en als daar ook daadwerkelijk kosten voor gemaakt zijn of op korte termijn gemaakt worden. Op dit moment loopt een initiatief voor een carnavalsloods in Haren, waarvoor we de reserve willen inzetten. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We ramen in 2024 de onttrekking uit de reserve van € 57.000 voor het initiatief van een carnavalsloods in Haren op de voormalige voetbalvelden. Hiervoor loopt momenteel een onderzoek. Na de onttrekking uit deze reserve is deze leeg en wordt deze afgesloten. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
57
0
0
-57
0
2025
0
0
0
0
0
2026
0
0
0
0
0
2027
0
0
0
0
0
2028
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We onttrekken in 2024 € 57.000 voor het initiatief voor de carnavalsloods Haren. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
36
Rust Roest (742060) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2024 kochten wij rijhal/manage Rust Roest in maren-Kessel vanuit een contractuele verplichting. Er is geen koper gevonden voor het gebouw en in de akte van het recht van opstal (voormalige gemeente Lith) is vastgelegd dat bij beëindiging stichting het bouwwerk (tegen een door partijen vast te stellen prijs) door de gemeente wordt overgenomen. Van de aankoopsom hebben wij een gedeelte in depot gehouden, waar we de komende perioden de exploitatiekosten uit betalen. Dit hebben we gestort in een bestemmingsreserve. De komende tijd onderzoeken we of de hal voor een ander, dan wel maatschappelijk doel - passend binnen Maren-Kessel - kan worden ingezet. Hiervoor gaan we diverse scenario's uitwerken. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Op basis van de hoogte van de reserve en de geschatte exploitatiekosten verwachten wij deze te kunnen dekken tot medio 2028. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
0
0
138
-12
126
2025
126
0
0
-35
91
2026
91
0
0
-35
56
2027
56
0
0
-35
21
2028
21
0
0
-21
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Bedrag in depot gehouden van de aankoop: € 138.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Onderhoud en overige exploitatiekosten: € 12.000
-
Kapitaallasten Rust Roest: € -
2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Onderhoud en overige exploitatiekosten: € 24.000
-
Kapitaallasten Rust Roest: € 11.000
2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Onderhoud en overige exploitatiekosten: € 24.000
-
Kapitaallasten Rust Roest: € 11.000
2027 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Onderhoud en overige exploitatiekosten: € 24.000
-
Kapitaallasten Rust Roest: € 11.000
37
2028 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Onderhoud en overige exploitatiekosten: € 10.000
-
Kapitaallasten Rust Roest: € 11.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
38
Integraal uitvoeringsprogramma (IUP) (742011) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve heeft een drieledig doel, te weten: 1. Verzorgen voor jaarovergang van onderhanden werken; 2. Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte; 3. Opvangen projectresultaten en het afdekken van kleine functionele verbeteringen. Op deze drie niveaus wordt de reserve gespecificeerd. 1.
Verzorgen voor jaarovergang van onderhanden werken
1.1
Definitie
De projecten uit het Integraal UitvoeringsPlan (IUP) worden uit de beschikbare vervangingsgelden en groot onderhoudsgelden betaald. Hierbij wordt o.a. de vervanging met het groot onderhoud afgestemd. Deze projecten hebben vaak een meerjarig karakter. Dit betekent dat de beschikbare middelen voor de projecten over het jaar heen gaan. Tevens kunnen projecten o.a. door het bestuurlijke- en inspraakproces soms later in uitvoering worden genomen en worden dan ook aan het eind van het jaar overgeheveld. Het aandeel van deze nog niet uitgevoerde werkzaamheden aan het eind van het jaar benoemen wij als “onderhanden werken”. Op basis van de voorschriften BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) worden deze restant groot onderhoudsgelden aan het eind van het jaar tijdelijk in deze reserve gestort en in het begin van het jaar uit deze reserve gehaald om de projecten te betalen. Deze storting in de reserve wordt onder de rubriek “onderhanden werken” opgenomen. 1.2
Maximale omvang
In het integrale beheerplan openbare ruimte wordt om de vier jaar de vervangingsopgave voor de openbare ruimte berekend en aan het bestuur voorgelegd. Onder deze vervangingsopgave wordt de verdere stijging van de vervangingsinvesteringen bedoeld. Deze stijgen omdat delen/objecten van de openbare ruimte aan het eind van de levensduur komen en vervangen behoren te worden. Deze vervangingsopgave wordt in de Programmabegroting (offertes – nieuw beleid) voorgelegd. Deze vervangingsopgave kan aan het bestuur worden voorgelegd mits de werkvoorraad van de IUP projecten niet boven een bedrag van € 6,5 miljoen uit komt. Deze norm is gebaseerd op een bedrag van € 3,5 miljoen voor “onderhanden werken” (groot onderhoudsgelden) en een bedrag van € 3 miljoen restant investeringsgelden (vervangingsgelden). Deze norm is op basis van ervaringsgegevens tot stand gekomen en worden als communicerende vaten beschouwd. Het totaal mag niet boven deze maximale norm uitkomen. Als aan het eind van het jaar een overschrijding heeft plaatsgevonden kan het komende jaar geen vervangingsopgave aan het bestuur worden voorgelegd. Dit om te voorkomen dat de werkvoorraad te hoog oploopt.
2.
Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte
2.1
Definitie
In de begroting is voor elk discipline (wegen, groen, VRI, OV, riolering, parkeren, haven) groot onderhoudsgeld aanwezig. Deze groot onderhoudsgelden worden ingezet voor: a. Regulier groot onderhoud; b. Groot onderhoud samen met vervangingsinvesteringen uitvoeren (IUP-projecten); c. Meerjarig sparen voor groot onderhoudsprojecten. Het regulier groot onderhoudsbudget is een zeer beperkt budget (circa 1 %). De groot onderhoudsgelden worden nagenoeg geheel ingezet voor de onderdelen b en c. Het groot onderhoud wordt gebaseerd op de beheerplannen Wegen, Groen, VRI (VerkeersRegelInstallatie), OV (Openbare Verlichting), riolering, parkeren en haven.
39
De beheerplannen Wegen, Groen, VRI en OV zijn met ingang van het jaar 2021 samengevoegd tot 1 integraal beheerplan openbare ruimte. Het meerjarig sparen voor deze groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte worden onder deze noemer in deze reserve gestort. Deze projecten worden in het IUP expliciet met het spaarbedrag benoemd. Op het moment dat het project wordt uitgevoerd worden deze gelden uit deze reserve gehaald. Bijvoorbeeld: het groot onderhoud aan de N329. Deze kunnen zo’n grote omvang hebben dat er eerst hiervoor jaren gespaard behoort te worden. 2.2
Maximale omvang
Dit deel van de reserve IUP kent geen maximale omvang. Op basis van het vastgestelde IUP kan dit bedrag voor het benoemde groot onderhoudsproject in deze reserve worden opgenomen.
3.
Opvangen projectresultaten
3.1
Definitie
Uitgangspunt is om de tegenvallers van de IUP projecten af te dekken uit de meevallers van de IUP projecten, we hebben dit nog niet begroot. We doen dit op basis van de werkelijke resultaten bij de jaarrekening. We stellen twee keer per jaar een voortgangsrapportage op omtrent de IUP projecten. (programmabegroting en jaarrekening). Hierbij wordt ingegaan op de voortgang van de projecten en de (voorlopige) projectresultaten. De projecten worden binnen deze kaders financieel bijgesteld zodat de projectleiders over het juiste budget kunnen beschikken. Een tekort of overschot op totaalniveau van alle projecten wordt met de reserve IUP verrekend. 3.2
Maximale omvang
De omvang van het opvangen van projectresultaten en het afdekken van kleine functionele verbeteringen mag in deze reserve maximaal € 750.000 bedragen. De tegenvallers bij de IUP projecten worden uit dit deel van de reserve opgevangen. Tevens mogen de kleine functionele verbeteringen in het bestek van het IUP projecten – mits deze financiële middelen aanwezig zijn- uit deze reserve worden betaald. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Saldo reserve Het saldo reserve IUP bedraagt € 8.443.502 en is als volgt opgebouwd: 1.
Jaarovergang onderhanden werken: € 6.821.372
2.
Sparen groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte: € 872.130
3.
Opvangen projectresultaten: € 750.000
Het onderdeel hiervan "saldo jaarovergang onderhanden projecten" is € 6.821.372. Dit bedrag ligt hoger dan de norm van € 6.500.000. Nieuwe vervangingsopgaven zullen worden voorgelegd nadat het saldo weer onder de norm van € 6.500.000 uitkomt.
40
Specificatie Reserve IUP 1. Jaarovergang / onderhanden werk projecten
6.821.372
2. Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte
872.130
3. Opvang projectresultaten en afdekken functionele verbeteringen
750.000
Nieuwe projecten
0 Totaal
8.443.502
Specificatie spaardeel Groot onderhoud projecten Aanpassingen aansluitende Infra van de Noordelijke Randweg
432.130
Prijsstijgingen wereldwijde marktsituatie
440.000 Totaal
872.130
Specificatie functionele zaken beginstand functionele zaken
250.000
Toevoeging / onttrekking projectresultaten
0 Totaal
250.000
Specificatie opvang projectresultaten Beginstand projectresultaten
500.000
Toevoeging / onttrekking projectresultaten
0 Totaal
500.000
Specificatie nieuwe projecten
0 Totaal
0
Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
8.444
0
53
-276
8.220
2025
8.220
0
23
0
8.242
2026
8.242
0
23
0
8.265
2027
8.265
0
23
0
8.287
2028
8.287
0
23
0
8.310
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 53.000 voor herstel van straatwerk na aanleg van glasvezel.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 185.000 afkoopsom Graafsebaan beheer - en onderhoud Bernheze (traject tussen bebouwde kom Heesch - knooppunt Paalgraven)
-
€ 80.000 vrijval resultaat eerste voortgangsrapportage IUP
-
€ 11.000 aanplant Vossehol Berghem
41
2025 en verder We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 23.000 voor herstel van straatwerk na aanleg van glasvezel.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
42
Baggeren Haven (742049) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2020 zijn er onverwachte ondieptes in de haven van Oss, het Burgemeester Delenkanaal, de Oude Maasarm en de Lithse Ham geconstateerd. Daarnaast blijkt de kleilaag op plaatsen geërodeerd en heeft deze nadere inspectie en reparatie nodig. We willen de haven en het kanaal in een staat van onderhoud brengen zodat de havenbedrijven en de beroepsvaart op een economische, ecologische en veilige manier in de haven en het kanaal kan werken. Dit geldt ook voor de watergebieden waarbij het hier niet alleen om werken maar aanvullend ook om recreëren gaat. We gaan aanvullende metingen verrichten om de werkzaamheden en hoeveelheden goed in een bestek/opdracht op te nemen. Op basis hiervan krijgen we inzicht in de kosten. De kosten van deze baggeroperatie zullen we meenemen in de Eerste financiële tussenrapportage van 2022. Op basis van het eerste onderzoek zijn de kosten geraamd tussen € 1,7 en € 3,6 miljoen. In de voorziening van de haven is een bedrag van € 0,75 miljoen aanwezig voor het baggeren waardoor het tekort uit zal komen tussen € 0,95 en € 2,85 miljoen. We vormen hier een reserve voor. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimale omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
1.516
0
0
-1.500
16
2025
16
0
0
0
16
2026
16
0
0
0
16
2027
16
0
0
0
16
2028
16
0
0
0
16
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 1.500.000 voor baggerwerkzaamheden
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
43
Egalisatie rioolbeheer (742008) Beleidsdoel/noodzaak reserve Vanuit de boekhoudvoorschriften (BBV) maken we onderscheid in een voorziening en een reserve rioolbeheer. In het tarief mogen spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen worden meegenomen. Deze worden in de exploitatie als last aan de voorziening rioolbeheer toegevoegd. Daarnaast hebben we een bestemmingsreserve egalisatie rioolbeheer. Afwijkingen ten opzichte van de begroting, zoals efficiency- en aanbestedingsverschillen, kunnen we aan de bestemmingsreserve riolering toevoegen of onttrekken. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We hebben afgesproken dat er maximaal € 250.000 in de reserve mag zitten. Als er meer geld in de reserve zit kijken we of de tarieven voor de rioolheffing verlaagd kunnen worden. In de komende jaren worden structureel bedragen onttrokken tot het niveau van € 250.000 behaald is. Met deze reserve kunnen we nog een aantal jaar het tarief gelijk houden. Op termijn is dit echter niet meer mogelijk en moeten we rekening houden met een jaarlijkse stijging van het tarief met minimaal de inflatiecorrectie. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2024
1.015
0
38
0
1.052
2025
1.052
0
0
-138
914
2026
914
0
0
-138
777
2027
777
0
0
-138
639
2028
639
0
0
-138
501
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Overschot op basis van de bijgestelde begroting 2024 van € 38.000.
2025-2028 We houden rekening met een onttrekking van € 138.000 om kosten te kunnen betalen. Hierdoor kunnen we de tarieven voor rioolheffing gelijk houden. De reserve is hiervoor toereikend. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?