Nadere regels en Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oss 2021.DOCX
Tekst van het document
beperking die men heeft. Nederlanders verhuizen gemiddeld zeven keer in hun leven. Dat is ongeveer één keer in de tien jaar. Verhuizen behoort voor een ieder dus tot het normale leven en een ieder heeft dus enkele malen in het leven te maken met verhuiskosten.
Als men ten gevolge van plotseling opgetreden beperkingen onvoorzien met een verhuizing wordt
geconfronteerd en men niet in staat is zelf voor een oplossing te zorgen, dan kan mogelijk ondersteuning worden geboden bij de verhuizing en (her)inrichting.
3.9 Vervoersvoorziening Om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer is het een vereiste dat iemand zich kan verplaatsen. Vervoer speelt hierbij een belangrijk rol. Een inwoner moet zich met een of ander
vervoermiddel binnen zijn eigen woonplaats en het direct daaromheen gelegen gebied kunnen verplaatsen. Uit jurisprudentie blijkt dat om te kunnen participeren de inwoner de mogelijkheid moet hebben jaarlijks 1500 tot 2000 kilometer te reizen binnen een straal van 15 tot 20 kilometer van de woning. Buiten dit
gebied kan gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden van het bovenregionale vervoer, dat Valys in opdracht van het Ministerie van VWS verricht.
Wanneer een inwoner gebruik kan maken van reguliere vervoersmogelijkheden (openbaar vervoer) of een
vervoersvoorziening op grond van een andere wet, dan geldt dat de inwoner in het kader van eigen kracht
het probleem zelf op kan lossen. Zo kan voor medisch vervoer bijvoorbeeld een beroep gedaan worden op 43
de Zvw. Voor vervoer in het kader van arbeid kan met het UWV gekeken worden naar oplossingen en voor vervoer in het kader van onderwijs kan een beroep gedaan worden op de WIA of leerlingenvervoer.
Als er na het optreden van beperkingen geen sprake is van een andere situatie op vervoersgebied dan daarvoor (de inwoner heeft al een auto en is gewend daar alles mee te doen) is er geen noodzaak te
compenseren, omdat er geen probleem is of omdat de inwoner het zelf op kan lossen. Dat kan anders zijn als door het optreden van de beperkingen ook het inkomen daalt.
3.9.1 Vervoersbehoefte Om vast te stellen of de inwoner in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening en zo ja welke
voorziening de beperkingen compenseert, moet onderzoek gedaan worden naar de vervoersbehoefte.
Daarbij wordt ook gekeken in hoeverre men zelf in de vervoersbehoefte kan voorzien (bijvoorbeeld door gebruik te maken van het openbaar vervoer of de eigen auto) en/of hulp kan inschakelen van het eigen
netwerk. Er wordt beoordeeld of gebruik kan worden gemaakt van een algemene voorziening. Daarnaast wordt ook beoordeeld of algemeen gebruikelijke voorzieningen een oplossing kunnen bieden zoals een fiets met elektrische trapondersteuning of een bromfiets.
3.9.2 Vervoersvoorzieningen Wanneer uit het onderzoek blijkt dat er een noodzaak is voor een maatwerkvoorziening, zal afgewogen
moeten worden met welke voorziening(en) de zelfredzaamheid of de deelname aan het maatschappelijk
verkeer bereikt wordt. Hieronder volgt een, niet limitatief, overzicht van mogelijke vervoersvoorzieningen.
Collectief vraagafhankelijk vervoer
Collectief vraagafhankelijk vervoer is vervoer van deur tot deur en wordt uitgevoerd door de Regiotaxi. De
Regiotaxi is voor iedere OV-reiziger toegankelijk, maar is ook specifiek toegankelijk voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Met een Wmo-regiotaxipas kan 3000 kilometer per jaar worden gereisd. Voor
deelname aan het collectief vervoer wordt geen inkomensafhankelijke eigen bijdrage gevraagd. Wel betalen gebruikers een (gereduceerd) tarief per zone. Er kan medische begeleiding worden geboden tijdens het vervoer. Er moet dan sprake zijn van:
Een medische noodzaak voor begeleiding onderweg. De begeleider moet kunnen ingrijpen, bijvoorbeeld bij een epilepsieaanval.
Een medische noodzaak waardoor er toezicht nodig is onderweg. Bijvoorbeeld bij mensen met een
psychiatrisch ziektebeeld (bijvoorbeeld dementie) of mensen met gedragsstoornissen (bijvoorbeeld als gevolg van een hersenbeschadiging).
Als medische begeleiding is geïndiceerd, kan niet zonder begeleider worden gereisd. Een medisch noodzakelijke begeleider reist gratis.
Scootmobiel
Een scootmobiel kan worden verstrekt als er sprake is van een substantiële vervoersbehoefte in de directe omgeving van de woning, bijvoorbeeld om zelf de boodschappen te kunnen doen, familie te bezoeken of deel nemen aan vrije tijdsbesteding en waarvoor andere vervoermiddelen (eigen auto, (brom)fiets (met 44
trapondersteuning) onvoldoende oplossing bieden. De inwoner dient over voldoende verkeersinzicht en rijvaardigheid te beschikken om veilig aan het verkeer deel te kunnen nemen.
Autoaanpassing
Als een inwoner zonder autoaanpassingen geen gebruik kan maken van zijn auto en er geen andere
mogelijkheden zijn om in de vervoersbehoefte te voorzien, kan een noodzakelijke autoaanpassing worden vergoed. Gelet hierop zal het in de praktijk slechts in incidentele gevallen nodig zijn om een auto aan te passen of hiervoor een persoonsgebonden budget te verstrekken. Andere oplossingen zullen veelal goedkoper zijn. Omstandigheden die bij de afweging ook een rol spelen zijn bijvoorbeeld:
het algemeen gebruikelijk zijn van aanpassingen zoals cruise controle, automatisch versnelling, stuur- en rembekrachtiging of een hoge instap.
hoe het staat met de ouderdom en technische staat van de auto. Het is redelijk om van de inwoner te verlangen dat hij aantoont dat de aan te passen auto de investering nog waard is (technische keuring door garage of onafhankelijke instantie).
Een persoonsgebonden budget voor de kosten van het gebruik van een eigen auto of een taxi is
mogelijk in het geval de inwoner door de beperkingen extra ritten met de eigen auto of een taxi
maakt én er geen andere vervoersmogelijkheden zijn én de inwoner daardoor meer kosten maakt in relatie tot het eerdere verplaatsingspatroon. Het budget dient ter dekking van de werkelijke kosten tot een vastgesteld maximum per jaar.
3.10 Rolstoelvoorziening Zichzelf kunnen verplaatsen is essentieel bij zelfredzaamheid en participatie. Het gaat hier om inwoners die voor het zich dagelijks verplaatsen zijn aangewezen op een rolstoel.
Bij de beoordeling moet eerst worden bekeken of er voorliggende oplossingen zijn. Wanneer slechts incidenteel gebruik wordt gemaakt van een rolstoel, zoals wanneer de rolstoel in de auto wordt
meegenomen om elders, bij het winkelen of bij uitstapjes, te gebruiken, kan de inwoner worden verwezen naar de uitleenservice van de thuiszorg.
Wij onderscheiden de volgende rolstoelvoorzieningen:
Handmatig voortbewogen rolstoel Elektrisch voortbewogen rolstoel Aanpassingen aan de rolstoel
Als er een noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks gebruik dan wordt hiervoor een programma
van eisen opgesteld. Een rolstoel kan door de gemeente worden verstrekt in natura of in de vorm van een
pgb. Bij verstrekking in natura vallen alle kosten van onderhoud en verzekering onder de verstrekking. Bij een verstrekking als pgb wordt de rolstoel die de inwoner zou hebben gekregen als voorziening in natura als uitgangspunt genomen. Voor rolstoelen is geen eigen bijdrage in de kosten verschuldigd.
Indien nodig kunnen er aanpassingen worden gedaan aan de rolstoel. Met aanpassingen wordt bedoeld; extra onderdelen die niet standaard op een rolstoel zitten (zoals comfort beensteunen, een werkblad of een houder voor een zuurstoffles), maar wel noodzakelijk zijn voor de inwoner. Tijdens het onderzoek wordt door de gemeente rekening gehouden met de belangen van mantelzorgers.
45
3.11 Sportvoorziening Een van de maatwerkvoorzieningen die kan bijdragen aan het actief kunnen deelnemen aan de
maatschappij is een sportvoorziening, zoals bijvoorbeeld een sportrolstoel. De inwoner moet aantonen dat
er sprake is van een actieve sportbeoefening en is zonder sportvoorziening niet in staat tot uitoefening van die sport. Omdat de sportvoorziening moet bijdragen aan de participatie, wordt deze alleen verstrekt voor sporten in verenigingsverband.
Voor sportvoorzieningen – sportrolstoelen uitgezonderd - wordt een bijdrage in de kosten gevraagd.
Hoofdstuk 4 Bijdrage in de kosten 4.1 Bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen in natura Voor een maatwerkvoorziening die in natura wordt verstrekt wordt een bijdrage in de kosten van de inwoner gevraagd. Hulpmiddelen voor minderjarigen, rolstoelen en woningaanpassingen in
gemeenschappelijke ruimten zijn hierbij uitgezonderd. Voor woningaanpassingen voor minderjarigen geldt wel dat een bijdrage in de kosten is verschuldigd.
De bijdrage in de kosten mag niet de kostprijs van de voorziening overstijgen. De kostprijs voor een
naturaverstrekking wordt gebaseerd op de gemeentelijke kosten voor de diverse soorten voorzieningen
inclusief de kosten voor onderhoud, reparatie en eventuele verzekering. Er wordt een bijdrage in de kosten opgelegd zolang gebruik gemaakt wordt van de voorziening, maar stopt als de kostprijs is betaald.
4.2 Bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen verstrekt met een pgb Voor een pgb wordt op dezelfde wijze als bij maatwerkvoorzieningen in natura een bijdrage in de kosten gevraagd van de inwoner. De kostprijs van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
Hoofdstuk 5 Kwaliteitseisen (artikel 11 en 17 Wmo-verordening 2020)
Op grond van de Wmo-verordening mag het college nadere eisen stellen met betrekking tot de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning, ook als de ondersteuning wordt ingekocht met een pgb. In dat kader is een kwaliteitskader opgesteld.
46
5.1 Kwaliteitskader In het kwaliteitskader is aangegeven aan welke eisen de Wmo-ondersteuning moet voldoen. Het gaat om
de volgende ondersteuning: individuele ondersteuning, gespecialiseerde dagbesteding, kortdurend verblijf, beschermd wonen en wonen met ondersteuning.
De aanbieders die een overeenkomst met de gemeente hebben, stemmen via de overeenkomst in met de
eisen. Bij inkoop via een pgb maakt de budgethouder afspraken met de zorgaanbieder. In de wet staat, dat bij inkoop via een pgb het college moet toetsen of de geleverde ondersteuning veilig, doeltreffend en
cliëntgericht wordt verstrekt. Het college heeft dus een beoordelingsvrijheid. De manier waarop het college deze beoordelingsvrijheid uitoefent, kan vastgelegd worden in beleidsregels. De eisen kunnen dan vervolgens opgenomen worden in de beschikking tot toekenning van het pgb.
Het kwaliteitskader is opgenomen in Bijlage 2 van deze nadere regels en beleidsregels.
Hoofdstuk 6 Mantelzorg 6.1 Wat is mantelzorg? Een mantelzorger zorgt langdurig (minstens drie maanden minimaal acht uur per week) en onbetaald voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, familielid, huisgenoot, vriend, kennis of collega. Mantelzorg overstijgt de gebruikelijke zorg voor een naaste. Deze zorg komt voort uit een
familieband of vriendschap die de mantelzorger al met iemand had voordat diegene zorg nodig had.
Mantelzorgers vinden het geven van deze zorg vaak een vanzelfsprekendheid en voelen het zorgen vaak als een morele plicht waar je niet zomaar mee kunt stoppen.
De taken van een mantelzorger kunnen onder andere bestaan uit hulp bij medische verzorging,
persoonlijke verzorging, het regelen van geldzaken en administratie, het verzorgen van maaltijden, hulp
bieden in het huishouden, (begeleiding bij) vervoer en het bieden van gezelschap, troost en afleiding. De intensiteit van mantelzorg verschilt per persoon en is afhankelijk van de kwaliteit van de (veranderende)
relatie(s), de aandoening of beperking van degene voor wie gezorgd wordt, de duur van de zorg, waar de zorg plaatsvindt, de leeftijd van de mantelzorger, de culturele achtergrond en levensovertuiging, de
context (werk, gezin, sociaal netwerk) en de manier waarop over ervaringen en verwachtingen gesproken wordt. De behoefte aan ondersteuning en type ondersteuning is dan ook voor iedere mantelzorger verschillend.
6.2 Mantelzorgondersteuning Mantelzorg hoort bij het leven, zorgen voor je familie of vrienden is normaal en vanzelfsprekend. Er zijn
echter ook grenzen aan wat (jonge) mantelzorgers kunnen doen. Soms is de zorg meer dan deze persoon (emotioneel, lichamelijk of financieel) kan dragen, dan kan de mantelzorger overbelast raken. Dit kan lichamelijke en/of emotionele klachten veroorzaken.
47
Iedere inwoner van Oss (waaronder ook de mantelzorger) die behoefte heeft aan ondersteuning kan terecht bij de gebruikelijke plekken binnen ons zorgsysteem: de sociale teams van ONS welzijn, de afdeling Zorg van de gemeente, de basisteams Jeugd en Gezin, de zorgaanbieders en huisartsen. Professionals kijken
tijdens het (keukentafel)gesprek niet alleen naar de ondersteuningsvraag van de hulpvrager, maar ook naar de ondersteuningsbehoefte en belastbaarheid van het sociaal netwerk van deze persoon. Samen
verhelderen ze de vraag, bespreken ze de draaglast en draagkracht en zoeken ze naar een passende oplossing. De hulp is erop gericht de balans tussen draaglast en draagkracht te herstellen zodat de mantelzorger(s) en de persoon die zorg nodig heeft sámen de situatie weer aan kunnen.
De diversiteit aan situaties en ondersteuningsvragen van mantelzorgers in Oss en mantelzorgers voor
inwoners van Oss, vraagt om maatwerk en variatie op vorm en inhoud van de ondersteuning. De acht taken zoals benoemd door het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), de Vereniging
Nederlandse Gemeenten (VNG) en Mezzo zijn de basis voor het vormgeven van passende ondersteuning aan mantelzorgers:
verstrekken van informatie; advies en begeleiding; emotionele steun; educatie;
praktische hulp; respijtzorg;
financiële tegemoetkoming en materiële hulp.
6.3 Mantelzorgwaardering
(artikel 23 Wmo-verordening 2020) Door de rol die mantelzorgers innemen dragen zij bij aan de zelfredzaamheid en participatie van mensen
die hulp nodig hebben. De gemeente Oss vindt het belangrijk om haar waardering hiervoor te laten blijken. De waardering van mantelzorgers dient meerdere doelen; het is een blijk van respect, begrip en
waardering naar de mantelzorger, het biedt een vorm van ondersteuning en het is een manier om
mantelzorgers in beeld te krijgen, contact te leggen en de eventuele ondersteuningsbehoefte in kaart te brengen. Welzijnsorganisatie ONS Welzijn organiseert de jaarlijkse publieke waardering. Deze wordt in samenhang met de ondersteuning van mantelzorgers vormgegeven.
Naast de publieke waardering kunnen inwoners van Oss die mantelzorg ontvangen, voor hun mantelzorger een mantelzorgcompliment aanvragen bij de gemeente. Dit is een cadeaubon van 50 euro die de inwoner zelf aan zijn mantelzorger geeft. Voorwaarde is dat de mantelzorger langdurig (langer dan drie maanden
en gemiddeld acht uur per week) onbetaald heeft gezorgd voor de inwoner die het mantelzorgcompliment aanvraagt.
48
Hoofdstuk 7 Pgb-tarieven (artikel 11 Wmo-verordening 2020)
7.1 Pgb-tarief huishoudelijke verzorging Omschrijving
Aandachtsgebied
Eenheid
Tarief
Eenpersoons huishouden
1 aandachtsgebied; zwaar
maand
EUR 122,57
1 aandachtsgebied; licht
maand
EUR 81,71
1 aandachtsgebied; was en strijk
maand
EUR 81,71
1 aandachtsgebied; boodschappen
maand
EUR 81,71
1 aandachtsgebied; maaltijden
maand
EUR 204,28
1 aandachtsgebied; advies en instructie
maand
EUR 40,86
Anderen helpen bij zelfverzorging en
maand
Maatwerk
2 of meer aandachtsgebieden
maand
EUR 204,28
1 aandachtsgebied; zwaar
maand
EUR 204,28
1 aandachtsgebied; licht
maand
EUR 81,71
1 aandachtsgebied; was en strijk
maand
EUR 81,71
1 aandachtsgebied; boodschappen
maand
EUR 81,71
1 aandachtsgebied; maaltijden
maand
EUR 204,28
1 aandachtsgebied; advies en instructie
maand
EUR 40,86
Anderen helpen bij zelfverzorging en
maand
Maatwerk
2 of meer aandachtsgebieden
maand
EUR 204,28
seniorenwoning/appartement
maaltijden
Meerpersoonshuishouden én eengezinswoning of grote bungalow
maaltijden
49
7.2 Pgb-tarief individuele ondersteuning (per 1-1-2021)
Omschrijving
Eenheid
Tarief zorgorganisatie
ZZP-tarief
Informeel tarief
Individuele
Waakvlam
maand
EUR 60,99
EUR 51,84
EUR 30,50
Individuele
Basis
maand
EUR 607,69
EUR 516,54
EUR 303,85
Individuele
Extra
maand
EUR 894,91
EUR 760,67
EUR 447,46
ondersteuning
ondersteuning
ondersteuning
7.3 Pgb-tarief gespecialiseerde dagbesteding (per 1-1-2021)
Omschrijving
Eenheid
Tarief zorgorganisatie
ZZP-tarief
Informeel tarief
Dagbesteding
Basis
maand
EUR 690,87
EUR 587,24
-
Dagbesteding
Extra
maand
EUR 1.316,29
EUR 1.118,85
-
Dagbesteding
Toeslag
maand
EUR 144,16
-
-
rolstoelvervoer
7.4 Pgb-tarief kortdurend verblijf (per 1-1-2021)
Omschrijving
Eenheid
Tarief zorgorganisatie
ZZP-tarief
Informeel tarief
Kortdurend verblijf
Basis
maand
EUR 263,36
-
-
Kortdurend verblijf
Extra
maand
EUR 648,17
-
-
50
7.5 Pgb-tarief hulpmiddelen (per 1-1-2021)
Hulpmiddel Handbewogen rolstoel
Maximaal pgb voor 7 jaar1 Incidenteel gebruik
EUR 1.289,40
Duw-kantelrolstoel (semi) permanent; passief
EUR 8.358,84
(Semi) permanent; standaard; actief
EUR 5.093,76
(Semi) permanent; op maat; actief
EUR 8.201,76
Elektrische duw-hoepelondersteuning
EUR 11.670,12
Kinderwagen, buggy
EUR 8.751,96
Eenvoudig
EUR 24.128,16
Complex
EUR 33.334,56
Standaard
EUR 6.635,16
Extra geveerd
EUR 9.432,36
Driewielfiets en handbike
EUR 5.907,72
Driewielfiets, handbike elektrisch ondersteund
EUR 11.066,16
Aangepaste tweewielfiets (géén e-bike)
EUR 9.715,44
Rolstoelfiets met/zonder elektrische ondersteuning
EUR 11.670,12
Tandem met/zonder elektrische ondersteuning
EUR 9.715,44
Vervoersvoorziening
Kinderautostoel
EUR 9.715,44
Tillift
Actief
EUR 8.970,36
Passief
EUR 8.489,04
Eenvoudig, niet in hoogte verstelbaar/kantelbaar
EUR 5.836,32
Complex, in hoogte verstelbaar/kantelbaar
EUR 14.588,28
Elektrische rolstoel
Scootmobiel
Fiets
Bad-douche-toiletvoorziening
1
Het maximale pgb is inclusief BTW, onderhoud/reparatie/verzekering. 51
7.6 Pgb-tarief trapliften (per 1-1-2021)
Hulpmiddel Traplift
Maximaal pgb voor 10 jaar2 Rechte trap met uitloop
EUR 4.403,95
Traplift met 1 bocht
EUR 5.137,93
Traplift met 2 of meer bochten
EUR 5.290,85
7.7 Pgb-tarief beschermd wonen (per 1-1-2021) Omschrijving
Jaartarief
BW 24-uurs fysieke aanwezigheid
EUR 47.825,95
BW met op afroep fysieke aanwezigheid in de nacht
EUR 36.770,10
Wonen met ondersteuning
EUR 21.191,90
Toeslag BW extra
EUR 14% toeslag tarief
7.8 Jaarlijkse indexering van de tarieven Jaarlijks vindt indexering plaats van de door de gemeente verstrekte maatwerkvoorzieningen: 1.
Het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van de
2.
Het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke verzorging, individuele ondersteuning,
3.
indexering door de gecontracteerde hulpmiddelenleveranciers.
gespecialiseerde dagbesteding en kortdurend verblijf wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van de CPI-index van het voorgaande jaar.
Het persoonsgebonden budget voor beschermd wonen wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van het indexcijfer van het voorgaande jaar dat de VNG hanteert voor landelijk gecontracteerde aanbieders.
2
Het maximale pgb is inclusief BTW, onderhoud/reparatie/verzekering. Ook inclusief stroomvoorziening en niet
constructieve bouwkundige werkzaamheden, inclusief noodzakelijke opties, standaard accessoires en noodzakelijke individuele aanpassingen.
52
Bijlage 1 Afschrijvingspercentages hulpmiddelen Afschrijvingspercentage per product
0-6
7-12
13-18
19-24
jaar
jaar
jaar
jaar
jaar
Rolstoel incidenteel
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Rolstoel (semi)permanent
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Rolstoel permanent
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Rolstoel actief
20%
25%
35%
50%
70%
85%
95%
Rolstoel elektrisch
20%
25%
35%
50%
70%
85%
95%
Scootmobiel
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Driewielfiets volwassenen met
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Driewielfiets volwassenen zonder
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Fiets accu trapondersteuning
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Tillift
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Badlift
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Toilet/douchevoorziening
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Kinderrolstoel handbewogen
20%
30%
40%
60%
80%
95%
Kinderrolstoel elektrisch
20%
30%
40%
60%
80%
95%
Kinderdriewielfiets
20%
25%
35%
50%
70%
85%
95%
Kinderbuggy
20%
25%
35%
50%
70%
85%
95%
trapondersteuning
trapondersteuning
mnd.
mnd.
mnd.
53
mnd.
3
4
5
6
7
Bijlage 2 Kwaliteitskader Wmo BNO-O 2021 Dit kwaliteitskader preciseert aan welke eisen de Wmo-ondersteuning moet voldoen. Het vormt de basis om met elkaar te werken aan kwalitatief goede ondersteuning en kwaliteitsontwikkeling, zodat de ondersteuning goed aansluit bij de ondersteuningsvraag van de inwoner.
In dit kader zijn de eisen opgenomen die de regio stelt aan de kwaliteit van de volgende Wmoondersteuning: •
Individuele ondersteuning
•
Gespecialiseerde dagbesteding
•
Kortdurend verblijf
•
Beschermd wonen en Wonen met ondersteuning.
Het kader is van toepassing op alle zorgaanbieders, zowel zorg in natura (ZIN)-aanbieders als pgb-
aanbieders. De aanbieders die een overeenkomst met de gemeente hebben, stemmen via de overeenkomst in met de eisen. Bij inkoop via een pgb toetst de gemeente de cliënt op de pgb-vaardigheden. De
budgethouder maakt afspraken met de zorgaanbieder en moet beoordelen en beargumenteren of de
geleverde ondersteuning passend en kwalitatief goed is en of er een veilige situatie is. De gemeente kan periodiek controleren op de voortgang van de resultaten en kwaliteit van de ondersteuning.
Team Contractmanagement en Inkoop Team Contractmanagement en Inkoop Wmo regio BNO-O gaat over het contractmanagement met de
aanbieders in de regio BNO-O. De contractmanagers toetsen voorafgaand aan de contractering en tijdens
de contractbezoeken de kwaliteit van de aanbieders. Team Contractmanagement en Inkoop bespreekt ook de kwaliteit met pgb-aanbieders beschermd wonen en wonen met ondersteuning. De gemeenten gaan over de verstrekkingen van de overige persoonsgebonden budgetten (pgb’s).
Wmo-Toezicht De gemeente Oss is gemandateerd voor de doorontwikkeling en uitvoering van het Wmo toezicht voor de regio BNO-O. De volgende toezichthouders zijn door het college van burgemeester en wethouders aangewezen:
1. Toezichthouder GGD Hart voor Brabant (GGD HvB) voor toezicht op calamiteiten en geweldsincidenten. 2. Toezichthoudend ambtenaar Wmo (namens alle gemeenten in regio BNO-O) voor algemeen Wmo-
toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid bij gecontracteerde, gesubsidieerde en pgb-aanbieders (zowel signaal gestuurd (reactief) als risico gestuurd (proactief).
De taak van Toezicht is een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de geleverde Wmo-ondersteuning in de
regio Brabant Noordoost-Oost. Deze taak mag breed opgevat worden. Kwaliteit wordt omschreven als: “de
vraag of de geboden hulp, ondersteuning of voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is”. Het betreft toezicht op de kwaliteit en rechtmatigheid. De toezichthouder hanteert verschillende 54
instrumenten om te toetsen, zoals documentonderzoek, observatie, interviews met cliënten, medewerkers en externe samenwerkingspartners, onderzoek van personeels- en cliëntdossiers, onderzoek
zorgovereenkomst Sociale Verzekeringsbank (SVB) en aanvullende afspraken, gesprek vertegenwoordiger cliënt.
Opbouw kwaliteitskader Dit kwaliteitskader bestaat uit twee onderdelen. Onderdeel A:
Dit onderdeel gaat over de kwaliteitseisen die gelden voor zowel zorg in natura als de ondersteuning die is ingekocht met een pgb en die wordt geboden door een andere zorgaanbieder dan een persoon uit het sociaal netwerk (formeel pgb). De kwaliteitseisen zijn onderverdeeld in zes thema’s:
• • • • • •
Veiligheid van de cliënt
Doelmatig, doeltreffend en cliëntgericht
Afstemming op de reële behoefte van de cliënt en andere vormen van zorg of hulp Deskundigheid van de professional Kwaliteitsbeheersing Overige eisen
Elk thema is uitgewerkt in een aantal eisen. Per eis is aangegeven waar de gemeenten onder andere naar kijken om te beoordelen of deze eis behaald wordt.
In een aparte kolom is aangegeven op welke vorm van ondersteuning de eis van toepassing is. Onder
Beschermd wonen wordt in dit document ook Wonen met ondersteuning verstaan. In een aparte kolom is aangegeven of een eis ziet op ondersteuning ingekocht met pgb.
Onderdeel B:
Dit onderdeel bevat de kwaliteitseisen voor de ondersteuning die is ingekocht met een pgb en die wordt geboden door een persoon uit het sociaal netwerk.
55
A. EISEN AANBIEDER EN ONDERSTEUNING ZORG IN NATURA EN FORMEEL PGB VEILIGHEID VAN DE CLIENT De veiligheid van de cliënt is gewaarborgd bij de geboden voorziening. De relatie tussen cliënt en medewerker is voor de cliënt vertrouwd en stabiel, de medewerker neemt de privacy in acht en de medewerker onderneemt actie bij gesignaleerde onveiligheid in de situatie van cliënt. Eis 1.1
De aanbieder onderkent en beperkt veiligheidsrisico’s voor de cliënt.
1.2
Ruimtes waar cliënten worden opgevangen zijn veilig en hygiënisch. De locatie is ingericht voor de doelgroep en in overeenstemming met de voor de functie relevante bepalingen uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Bouwbesluit.
Concrete uitwerking, waar kijkt de toezichthouder onder andere naar? Geldt voor ZIN3 V De aanbieder heeft de veiligheidsrisico’s voor cliënt in kaart gebracht, besproken met cliënt, opgenomen in het cliëntdossier en zij vormen onderdeel van de evaluaties. De aanbieder neemt in samenspraak met de cliënt maatregelen om de veiligheidsrisico’s waar mogelijk te verkleinen of uit te sluiten. De aanbieder treedt bij acute onveiligheid actief op. De aanbieder biedt slechts begeleiding aan cliënten, van wie de problematiek past bij het aanbod en expertise van de aanbieder. Uit het cliëntdossier blijkt dat besproken is of en welke begeleiding bij medicatiegebruik nodig is. BW De aanbieder zorgt voor voldoende aantoonbare en veiligheidsmaatregelen indien verschillende doelgroepen op één DB4 locatie verblijven. De ruimte voldoet aan veiligheids- en hygiëne eisen. De ruimte is voorzien van preventie-/brandpreventiemiddelen. Indien vereist is er een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik aanwezig.
3 Als er een vinkje staat, geldt het voor de volgende Wmo-ondersteuning: Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde Dagbesteding, Kortdurend verblijf, Beschermd
wonen inclusief Wonen met ondersteuning. 4 DB staat voor Gespecialiseerde dagbesteding.
Geldt voor PGB V
BW en DB
1.3
De aanbieder toont aan dat de zorg voor cliëntveiligheid goed is geborgd door het hebben, toepassen en continu onderhouden van beleid op dit terrein.
1.4
De aanbieder zet ter ondersteuning van cliënten uitsluitend medewerkers, stagiaires en vrijwilligers5 in die beschikken over een Verklaring omtrent gedrag (VOG), gericht op het screeningsprofiel ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’.
De ruimte is rolstoeltoegankelijk en geschikt voor cliënten die er in het kader van de ondersteuning gebruik van willen maken. De ruimte is in overeenstemming met de voor de functie relevante bepalingen uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Bouwbesluit. Er is binnen de organisatie een methode geïmplementeerd waarmee in kaart wordt gebracht welke veiligheidsrisico’s er bestaan. De professional werkt volgens relevante veiligheidsprotocollen, zoals een protocol ‘omgaan met suïcidedreiging’ en een protocol ‘omgaan met agressie’. Deze protocollen zijn bij de werknemers bekend en worden up-to-date gehouden. Alle bestuurders, werknemers, stagiaires en vrijwilligers die ingezet worden bij de ondersteuning zijn in het bezit van de vereiste VOG. De VOG is opgenomen in het personeelsdossier. Bij nieuwe medewerkers is de VOG niet ouder dan 3 maanden.
BW
BW
V
V
Voor medewerkers die in dienst treden, geldt dat de VOG op het moment van indiensttreding niet ouder mag zijn dan 3 maanden. De eis van 3 maanden geldt voor zittende medewerkers niet. Als de aanbieder vermoedt dat een medewerker niet voldoet aan de eisen voor het afgeven van een VOG, eist hij dat binnen 4 weken een nieuwe VOG door de medewerker wordt aangevraagd en overgelegd. Als de VOG er niet (op tijd) komt, dient de aanbieder zo snel mogelijk maatregelen te nemen om cliënten te beschermen.
5 Onder ‘vrijwilliger’ wordt verstaan: een persoon die op regelmatige, niet incidentele, basis werkzaam is bij de aanbieder en belast is met de begeleiding, verzorging of
het bijdragen aan de ontwikkeling van cliënten.
57
1.5
Indien de aanbieder gebruik maakt van een onderaannemer, geldt deze eis ook voor de onderaannemer. De VOG is ook verplicht voor bestuurders van aanbieders. De privacy van de cliënt is gewaarborgd.
1.6
1.7
Bij aanmelding van cliënt/cliëntsysteem voert de professional altijd een kindcheck uit, waarin de professional toetst: of er jeugdbeschermingsmaatregelen zijn; de gezagsverhoudingen binnen het gezin; of er kinderen mee komen en of er kinderen niet mee komen; de veiligheidssituatie van kinderen die niet meekomen. De aanbieder/medewerker van aanbieder bij wie de ondersteuning met een PGB wordt ingekocht, mag geen vertegenwoordiger van cliënt zijn ten aanzien van de zaken die te maken hebben met het beheer van het PGB zoals financiën, contract zorgverlener en kwaliteit.
De aanbieder beschikt over een vastgelegd privacybeleid dat voldoet aan wet- en regelgeving. Medewerkers zijn aantoonbaar op de hoogte van de van toepassing zijnde privacyregels en handelen hiernaar. De aanbieder geeft of vraagt alleen informatie aan derden over de cliënt, nadat de cliënt is geïnformeerd, en indien nodig schriftelijk toestemming heeft gegeven. De aanbieder geeft binnen de organisatie slechts toegang tot de gegevens van cliënten aan medewerkers voor wie dit noodzakelijk is voor het uitoefenen van hun taak. De aanbieder legt het uitvoeren van een kindcheck vast in het cliëntdossier.
58
V
V
BW
BW
Nvt
V
Nr. 2
2.1
2.2
DOELMATIG, DOELTREFFEND EN CLIENTGERICHT In samenwerking met de cliënt is een trajectplan opgesteld, waaruit blijkt welke ondersteuning wordt geboden en wat de ondersteuningsbehoeften en de daaraan gekoppelde doelen en resultaten van de cliënt zijn. Ook wordt de ondersteuning regelmatig besproken, geëvalueerd en bijgesteld. De ondersteuning verloopt vervolgens zoals afgesproken om de eigen regie en zelfredzaamheid van de cliënt te stimuleren. Eis Concrete uitwerking, waar kijkt de toezichthouder onder andere naar? De aanbieder geeft aantoonbaar invulling aan het proces van de ‘regie bij de Cliënt’: Aanbieder informeert de cliënt/sociaal netwerk over: - de ondersteuningsmogelijkheden - de keuzevrijheid van de cliënt - indien nodig, het recht op (onafhankelijke) cliëntondersteuning Aanbieder betrekt de cliënt/sociaal netwerk bij - de invulling van de ondersteuning - het opstellen/bijstellen van de doelen en acties in het trajectplan - de evaluatie De aanbieder legt doelen en afspraken met de cliënt schriftelijk vast in een trajectplan. In het trajectplan wordt minimaal ingegaan op: De situatieschets van cliënt De hulpvraag, wensen en doelen van de cliënt De omschrijving van de doelen waaraan wordt gewerkt, aansluitend bij de beschikking en de hulpvraag van de cliënt. Deze doelen zijn SMART geformuleerd
De cliënt (of zijn wettelijk vertegenwoordiger) en zijn naasten zijn aantoonbaar betrokken bij het opstellen van de doelen en acties in het trajectplan. Uit het trajectplan/de evaluatie blijkt dat, en op welke datum, het trajectplan/de evaluatie besproken is met de cliënt en/of zijn wettelijk vertegenwoordiger en dat ermee is ingestemd. De eigen regie en zelfredzaamheid van de cliënt wordt gestimuleerd. Indien nodig, is cliënt op de hoogte gebracht van het recht op (onafhankelijke) cliëntondersteuning en is dit vastgelegd in het cliëntdossier.
De professional werkt voor iedere cliënt met een trajectplan en legt dit vast in het cliëntdossier. Het trajectplan bevat concreet geformuleerde doelen en acties, die met elkaar samenhangen en gericht zijn op het vergroten van de eigen regie en de zelfredzaamheid van de cliënt en op maatschappelijke participatie. De geformuleerde doelen in het trajectplan zijn in overeenstemming met de beschikking, afgegeven door de gemeente, en passend bij de situatie en hulpvraag.
Geldt voor ZIN6 V
Geldt voor PGB V
V
V
6 Als er een vinkje staat, geldt het voor de volgende Wmo-ondersteuning: Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde Dagbesteding, Kortdurend verblijf, Beschermd
wonen inclusief Wonen met ondersteuning. 59
Concrete activiteiten hoe aan doelen wordt gewerkt, wanneer en met wie en, indien van toepassing, wie casusregisseur is Hoe de cliënt/sociaal netwerk/mantelzorg betrokken is bij het opstellen en bijstellen van de doelen en acties in het trajectplan Hoe de cliënt het trajectplan beheert Hoe invulling wordt gegeven aan een periodieke evaluatie van het trajectplan (minimaal 1 keer per jaar en eerder wanneer nodig)
2.3
Het trajectplan wordt zo nodig bijgesteld en bijstelling leidt tot aanpassing van de ondersteuning van cliënt. Op verzoek van de medewerker toegang verstrekt aanbieder een evaluatieverslag. Er is een passend aanbod van activiteiten en ondersteuning gericht op de doelen die passen bij de hulpvraag van de cliënt. Er is voldoende continuïteit in de verleende ondersteuning.
De ondersteuning is aanvullend op wat in de eigen omgeving geleverd kan worden. De wijze waarop het sociaal netwerk/mantelzorg betrokken is wordt vastgelegd. Alle activiteiten en acties (zoals contact en afspraken met derden) rondom de cliënt zijn opgenomen in het cliëntdossier. Het plan wordt regelmatig besproken met de cliënt en diens netwerk en zo nodig bijgesteld. Het plan geeft aan wanneer en hoe dit gebeurt en is passend bij de aard van de indicatie. Indien de ondersteuning afwijkt van het trajectplan, heeft aanbieder dit besproken met de cliënt en, indien van toepassing, zijn of haar sociale netwerk en is dit geregistreerd.
Het aanbod van ondersteuning is gericht op het werken aan doelen die passen bij de hulpvraag, trajectplan en beschikking. Bijv. - Er is ondersteuning bij de dagbesteding; - De ondersteuning is gericht op: - Aanleren/behouden van dagstructuur en ritme; - Handhaven en bevorderen van het zo zelfstandig mogelijk functioneren; - Voorkomen van achteruitgang in fysieke, cognitieve en sociaalemotionele vaardigheden; - Ontwikkelingsgerichte activiteiten, gericht op het hoogst haalbare per cliënt (toeleiding naar vrijwilligerswerk, arbeidsmatige dagbesteding of (begeleid) werk); - Gezondheid bevorderende activiteiten; - Ontlasten van mantelzorgers. De professional signaleert veranderende mogelijkheden bij de cliënt en past de ondersteuning hierop aan.
60
V
V
2.4
Bij Gespecialiseerde dagbesteding: Er is aantoonbaar voldoende toezicht.
2.5
De aanbieder toont aan dat cliënt integrale ondersteuning ontvangt. Er is aandacht voor alle leefgebieden, waaronder: wonen, werk, dagbesteding, inkomen, sociale en maatschappelijke participatie, psychische en fysieke gezondheid, leefstijl, hobby’s, vrije tijd, het sociale netwerk, veiligheid en justitie. Met cliënt zijn op alle voor hem/haar relevante leefgebieden doelen bepaald en afspraken gemaakt. De aanbieder werkt zoveel als mogelijk met vaste contactpersonen voor cliënt voor de duur van het traject. De cliënt wordt respectvol bejegend en zijn rechten worden gewaarborgd.
2.6 2.7
Er is aantoonbaar voldoende toezicht: de verhouding tussen het aantal cliënten en deskundige medewerkers is passend bij de doelgroep en de indicatie. Er is een passend aanbod van ondersteuning/activiteiten per cliënt gericht op het stimuleren en bevorderen van het zelf verrichten van algemene dagelijkse levensverrichtingen, zelfredzaamheid en regie voeren over het eigen leven.
2.8
De aanbieder meet minimaal één keer per twee jaar individuele cliëntervaringen. De aanbieder neemt de volgende vijf vragen op in de vragenlijst: Wat vind ik van de kwaliteit van ondersteuning? Past de ondersteuning die ik krijg bij mijn hulpvraag? Kan ik door de ondersteuning beter de dingen doen die ik wil doen? Kan ik mij door de ondersteuning beter redden? Heb ik door de ondersteuning een betere kwaliteit van leven?
De bejegening van de cliënt door de professional is passend en correct. De cliënt ervaart betrokkenheid, vertrouwen en begrip. De aanbieder waarborgt de rechten van de cliënt. De aanbieder onderzoekt minimaal één keer per twee jaar of cliënten tevreden zijn over de ondersteuning en over de kwaliteit van de organisatie en stelt daarbij de vereiste vragen. De aanbieder legt de resultaten van het onderzoek vast in een rapportage en beschrijft daarbij wat de verbeteringen zijn die zij doorvoeren aan de hand van het onderzoek.
7 DB staat voor Gespecialiseerde dagbesteding
61
DB7
DB
BW
BW
BW
BW
V
V
V
Nvt
Aanbieder toont aan dat hij aantoonbaar verbeteringen doorvoert op basis van de uitkomsten van de meting van individuele cliëntervaringen.
2.9
De aanbieder stelt de centrumgemeente Oss één maal per twee jaar het meest recente cliënttevredenheidsonderzoek beschikbaar, inclusief de hieruit voortvloeiende verbeterplannen. De aanbieder toont aan op welke wijze hij invulling geeft aan het gedachtegoed van ‘instroom, doorstroom en uitstroom’ in de ondersteuning en het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie, het behouden daarvan of vertragen van de achteruitgang daarin.
2.1 0
De aanbieder toont aan dat vroegtijdige uitval wordt geanalyseerd.
De aanbieder brengt jaarlijks schriftelijk de in-, door- en uitstroom in beeld. Hij geeft daarbij aan hoeveel cliënten geen Wmoondersteuning meer nodig hebben of waarvan dit is afgeschaald (niet PGB) De aanbieder geeft in trajectplannen en evaluaties onderbouwd aan of doelen al dan niet behaald zijn. De aanbieder brengt jaarlijks schriftelijk in beeld hoeveel vroegtijdige uitval er heeft plaats gevonden en wat de oorzaak daarvan is. De aanbieder neemt verbetermaatregelen als blijkt dat vroegtijdige uitval is te voorkomen. De aanbieder geeft in trajectplannen en evaluaties, indien van toepassing, een analyse van de vroegtijdige uitval.
62
V
Deels PGB
V
Nvt
Nr. 3
3.1
De voorziening is AFGESTEMD op de reële behoefte van de cliënt en andere vormen van zorg of hulp. Eis
Concrete uitwerking, waar kijkt de toezichthouder onder andere naar?
De aanbieder zorgt voor ondersteuning in samenhang met andere hulp. In overleg met andere betrokken (professionele) partijen wordt vastgelegd welke professional de casusregisseur is.
De professional heeft voldoende kennis van de lokale sociale kaart (verzameling van hulpverleningsinstanties op het gebied van bijvoorbeeld welzijn, gezondheidszorg, (sociale) organisatie en ondersteuning) in de gemeente (en aangrenzende gemeenten) waar de organisatie is gevestigd/ondersteuning wordt geboden. De professional weet de kennis van de sociale kaart waar mogelijk toe te passen. Dit blijkt uit het cliëntdossier. De ondersteuning is aanvullend op wat in het eigen netwerk geleverd kan worden. De professional zorgt dat hij beschikt over relevante informatie van overige hulpverleners en informeert hen binnen de wettelijke kaders over relevante gegevens en bevindingen zodat gezamenlijk verantwoorde ondersteuning, hulp, zorg en behandeling gegeven kan worden. De professional maakt, in samenspraak met de cliënt, duidelijke afspraken met overige betrokken hulp- en zorgverleners over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de geboden ondersteuning aan cliënt. Dit is vastgelegd in het cliëntdossier. De professional stemt, in samenspraak met de cliënt, regelmatig, minimaal één keer per jaar, het trajectplan af met de overige betrokken hulp- en zorgverleners. Dit is vastgelegd in het cliëntdossier.
Geldt voor ZIN8 V
8 Als er een vinkje staat, geldt het voor de volgende Wmo-ondersteuning: Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde Dagbesteding, Kortdurend verblijf, Beschermd
wonen inclusief Wonen met ondersteuning. 63
Geldt voor PGB V
3.2
De aanbieder betrekt, indien van toepassing, met toestemming van de cliënt, de mantelzorger(s) bij het opstellen van het trajectplan voor cliënt, maakt daarbij gebruik van de ervaringsdeskundigheid van de mantelzorger(s) en neemt in het trajectplan op welke informele zorg (mantelzorg) wordt ingezet. Bij een signaal van dreiging tot overbelasting van de mantelzorger verwijst de aanbieder de mantelzorger via een zorgvuldige overdracht door naar voor de mantelzorger passende ondersteuning.
De professional werkt samen met andere partijen in de keten van voor- en natraject. Hij zorgt voor een goede aansluiting en een zorgvuldige overdracht en legt dit vast in het cliëntdossier. De aanbieder blijft verantwoordelijk voor de verlening van de ondersteuning zolang er geen begin is gemaakt met verlening van de alternatieve ondersteuning. De professional gaat na of mantelzorgers ingezet kunnen worden en legt dit vast in het cliëntdossier. De professional heeft aandacht voor de belangen en belastbaarheid van mantelzorgers. Zo nodig verwijst de aanbieder naar passende ondersteuning voor de mantelzorger en legt dit vast in het cliëntdossier.
64
V
V
Nr. 4
4.1
DESKUNDIGHEID VAN DE PROFESSIONAL De ondersteuning is van goede kwaliteit en wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard. De medewerker heeft de vereiste kennis, houding en vaardigheden om passende ondersteuning in te zetten bij de betreffende doelgroep. Eis Concrete uitwerking, waar kijkt de toezichthouder onder andere naar? De aanbieder toont aan dat professionals (betaald en onbetaald) aantoonbaar beschikken en blijven beschikken over de deskundigheid en vakbekwaamheid die nodig is voor het leveren van de ondersteuning en past bij de professionele standaard van de branche. Dit betekent dat het opleidingsniveau en de werkervaring van het in te zetten personeel passen bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en indien van toepassing, een bijdrage leveren aan een structurele verbetering van zijn zelfredzaamheid en participatie. Dit geldt ook voor onderaannemers, ingehuurd personeel en zelfstandigen. Eventuele specifieke extra eisen per ondersteuningsvorm zijn vermeld in bijlage II.
Professionals zijn in het bezit van een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie. Dit is terug te vinden in het personeelsdossier. Professionals hebben competenties en vaardigheden die in lijn liggen met de professionele standaard en die aansluiten bij wat de doelgroep nodig heeft, en houden deze op peil. Dit is terug te vinden in het personeelsdossier. Professionals handelen volgens de professionele standaard. Professionals handelen volgens de afspraken zoals beschreven in protocollen, richtlijnen en handreikingen. Professionals kunnen zo nodig voldoende expertise raadplegen. Professionals kunnen zo nodig opschalen naar iemand met de vereiste deskundigheid. De vereiste professionals zijn aanwezig/kunnen aanwezig zijn gedurende de vereiste tijd. Er zijn voldoende deskundige professionals beschikbaar, afgestemd op de aanwezige cliënten en actuele ondersteuningsvragen. Professionals kennen de grenzen van hun vakgebied. Professionals verwijzen de cliënt, zo nodig en in overleg met de oorspronkelijke verwijzer door. De aanbieder zorgt voor passende bij- en nascholing om de benodigde deskundigheid te kunnen leveren.
Geldt voor ZIN9 V
9 Als er een vinkje staat, geldt het voor de volgende Wmo-ondersteuning: Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde Dagbesteding, Kortdurend verblijf, Beschermd
wonen inclusief Wonen met ondersteuning. 65
Geldt voor PGB V
4.2
4.3
De aanbieder heeft een optimale balans tussen de inzet van professionals, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers. Deze balans is afgestemd op de aanwezige cliënten en de actuele ondersteuningsvragen. Inzet van niet professionele medewerkers (vrijwilligers/ stagiaires/ ervaringsdeskundigen) vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van een deskundig en vakbekwame medewerker. In gemeenten waar het AVE-model is ingevoerd, handelt de professional conform dit model.
De niet professionele inzet staat in redelijke verhouding tot de professionele inzet. De aanbieder laat niet professionele medewerkers adequaat begeleiden door een medewerker die daarvoor bekwaam en bevoegd is.
V
PGB
De aanbieder stelt al zijn medewerkers op de hoogte van het AVEmodel en de bijbehorende afspraken.
V
Nvt
66
Nr. 5
KWALITEITSBEHEERSING De aanbieder zet passende instrumenten in om de kwaliteit van de organisatie systematisch te beheren en te verbeteren. Eis
Concrete uitwerking, waar kijkt de toezichthouder onder andere naar?
5.1
De aanbieder toont aan dat hij werkt met een voor zijn branche geldend kwaliteitskeurmerk of een kwaliteitssysteem dat de kwaliteit van ondersteuning aantoonbaar moet bewaken, beheersen en verbeteren.
5.2
De aanbieder meldt iedere calamiteit11 en ieder geweldsincident12 dat zich heeft voorgedaan bij de uitvoering van de ondersteuning binnen twee werkdagen aan de toezichthoudende ambtenaar van de GGD Hart voor Brabant. De aanbieder handelt conform de factsheet Melding van calamiteiten en geweld Wmo en het protocol van de GGD, te vinden via
De kwaliteit wordt systematisch geborgd door middel van een voor de branche geldend kwaliteitskeurmerk (bijv. HKZ, ISO 9001) of door het aantoonbaar werken met een kwaliteitssysteem. Dit kwaliteitssysteem is een schriftelijk kwaliteitsplan waarmee de kwaliteit in de organisatie duurzaam is geborgd en up-to-date gehouden wordt. De aanbieder schept voorwaarden voor een cultuur gericht op leren en verbeteren. Deze voorwaarden zijn terug te vinden in een kwaliteitsplan. De aanbieder hanteert een adequaat meldingssysteem voor calamiteiten en incidenten. De aanbieder neemt zo nodig verbetermaatregelen n.a.v. de incidentmeldingen.
Geldt voor ZIN10 V
Geldt voor PGB V
V
V
https://www.ggdhvb.nl/professionals/ik-wil-iets-melden/meldpunttoezicht-wmo
10 Als er een vinkje staat, geldt het voor de volgende Wmo-ondersteuning: Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde Dagbesteding, Kortdurend verblijf, Beschermd
wonen inclusief Wonen met ondersteuning. 11 Calamiteit: niet beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de
dood van een cliënt heeft geleid. 12 Geweldsincident: seksueel binnendringen van het lichaam of ontucht met een cliënt, alsmede lichamelijk en geestelijk geweld jegens een cliënt, door een
beroepskracht dan wel door een andere cliënt met wie de cliënt gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van aanbieder verblijft. 67
Na deze melding informeert de aanbieder de centrumgemeente. 5.3
5.4
Aanbieder leert van incidenten. De aanbieder hanteert voor zijn medewerkers aantoonbaar een meldcode waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan. Deze meldcode draagt er toe bij dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. De aanbieder bevordert aantoonbaar de kennis en het gebruik van de meldcode. De aanbieder heeft aantoonbaar een effectieve, laagdrempelige interne en externe klachten- en/of geschillenregeling en maakt duidelijk kenbaar aan cliënten hoe zij een klacht13 kunnen indienen. Dit betekent dat de cliënt op eenvoudige wijze zijn klacht kenbaar kan maken en dat het voor de cliënt helder is wat er met de klacht wordt gedaan.
Binnen de organisatie is een meldcode vastgesteld die voldoet aan de wettelijke voorwaarden. Professionals zijn aantoonbaar op de hoogte van de meldcode en handelen hiernaar.
V
V
De aanbieder heeft een interne en externe klachten en/of geschillenregeling. Cliënten zijn op de hoogte van de klachten en/of geschillenregeling. Aanbieder koppelt de afhandeling van de klacht terug aan cliënt en legt dit vast in het cliëntdossier. De aanbieder treft zo nodig verbetermaatregelen n.a.v. klachten.
V
Deels PGB
Bij Zorg in Natura: De aanbieder levert één maal per jaar een totaalrapportage aan van ontvangen klachten over de dienstverlening naar aard en oorzaak met verbeterpunten volgens een vastgesteld format (te vinden via www.samenwerken.pleio.nl; groep: Bestuurlijk aanbesteden Wmo Brabant Noordoost-Oost).
13 Klacht: elke uiting van ontevredenheid, in welke vorm dan ook, over de uitvoering van de ondersteuning of een door de aanbieder ingeschakelde derde.
68
5.5
5.6
Cliënten hebben medezeggenschap over de manier waarop de ondersteuning wordt georganiseerd en uitgevoerd. De aanbieder zorgt ervoor dat de informatie over medezeggenschap voldoende kenbaar is bij cliënten.
De aanbieder meldt de inzet van een onderaannemer en welke onderdelen van de ondersteuning door de onderaannemer worden uitgevoerd.
De aanbieder beschikt over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de cliënten van belang zijn. De aanbieder zorgt ervoor dat de informatie over medezeggenschap voldoende kenbaar is bij cliënten. Cliënten kunnen daadwerkelijk de medezeggenschap uitoefenen. Indien de aanbieder gebruik maakt van onderaannemer(s) zijn deze gemeld.
69
V
Nvt
V
Nvt
Nr. 6
6.1
6.2
6.3
6.4
OVERIGE EISEN Deze eisen hebben te maken met integriteit en continuïteit van dienstverlening. Eis Concrete uitwerking, waar kijkt de toezichthouder onder andere naar? De aanbieder informeert de centrumgemeente Oss direct bij: financiële problemen het in gevaar zijn van de continuïteit en/of kwaliteit van diensten Er bestaan geen integriteitstwijfels ten aanzien van de aanbieder en eigenaar/bestuurder en aan hen gelieerde vennootschappen (voor verdere uitwerking zie bijlage I). De aanbieder verleent actief alle benodigde medewerking aan een onderzoek van de toezichthouders zoals de gemeentelijke toezichthouder en de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en geeft opvolging aan aanbevelingen die uit deze onderzoeken voortkomen. De aanbieder is verplicht de gemeenten te informeren via zorginkoop@oss.nl over ieder onderzoek bij de aanbieder of bij een door hem voor de uitvoering van de ondersteuning ingeschakelde onderaannemer naar de kwaliteit/veiligheid van de voorziening door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) of door een toezichthouder van een gemeente anders dan van de gemeenten in de regio Brabant Noordoost-Oost. Deze informatieplicht geldt indien er sprake is van een onderzoek naar aanleiding van een signaal over onvoldoende kwaliteit/veiligheid of rechtmatigheid.
Bij Zorg in Natura: Gedragsverklaring aanbesteden die niet ouder is dan 2 jaar
Geldt voor ZIN14 V
Geldt voor PGB Nvt
V
V
V
V
V
V
14 Als er een vinkje staat, geldt het voor de volgende Wmo-ondersteuning: Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde Dagbesteding, Kortdurend verblijf, Beschermd
wonen inclusief Wonen met ondersteuning. 70
Als de aanbieder een verbeterplan moet opstellen om volledig te voldoen aan wet- en regelgeving en/of om risico’s beter te beheersen, stuurt de aanbieder een kopie van dit verbeterplan onmiddellijk naar de gemeente.
71
B. EISEN PGB-AANBIEDER SOCIAAL NETWERK Eis 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8
1.9 1.10 1.11
De ondersteuning is veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht. De ondersteuning is afgestemd op de persoonlijke situatie en behoeften van de cliënt en zijn omgeving. De ondersteuning wordt geleverd door personen die beschikken over de competenties en vaardigheden die nodig zijn om de gevraagde dienstverlening uit te voeren. De ondersteuning voldoet aan alle eisen die voortvloeien uit de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. De cliënt maakt samen met de persoon die de ondersteuning gaat bieden een plan waarin doelen, afspraken en evaluatiemomenten worden vastgelegd. Het plan is afgestemd op door de gemeente gestelde doelen en evaluatiemomenten. Uit het plan blijkt de betrokkenheid van de inwoner en het sociaal netwerk. De persoon die de ondersteuning biedt, doet op verzoek verslag aan de gemeente over de voortgang van de ondersteuning. Als de gemeente dit nodig acht in het kader van de veiligheid van de ondersteuning, kan de gemeente bepalen dat de persoon die de ondersteuning biedt beschikt over een VOG die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop deze persoon is gestart met het bieden van ondersteuning.
De persoon die de ondersteuning levert meldt iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de uitvoering van de ondersteuning binnen twee werkdagen aan de toezichthoudende ambtenaar van de GGD Hart voor Brabant en handelt conform de factsheet Melding van calamiteiten en geweld Wmo en het protocol van de GGD, te vinden via https://www.ggdhvb.nl/professionals/ik-wil-ietsmelden/meldpunt-toezicht-wmo De persoon die de ondersteuning levert mag niet tevens het administratief beheer van het persoonsgebonden budget doen. De persoon die de ondersteuning levert verleent actief alle benodigde medewerking aan een onderzoek van de toezichthouder en verstrekt alle benodigde informatie. De persoon die de ondersteuning levert is verplicht de gemeenten te informeren via zorginkoop@oss.nl over ieder onderzoek naar de kwaliteit/veiligheid van de ondersteuning door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) of door een toezichthouder van een gemeente anders dan van de gemeenten in de regio Brabant Noordoost-Oost. Deze informatieplicht geldt indien er sprake is van een onderzoek naar aanleiding van een signaal over onvoldoende kwaliteit/veiligheid of rechtmatigheid.
72
Kwaliteitskader Wmo: Extra eisen ondersteuning en deskundigheid BESCHERMD WONEN Beschermd wonen met 24-uurs fysieke aanwezigheid van geschoold personeel, dat ingezet wordt bij niet planbare ondersteuning:
De aanbieder kan aantoonbaar voldoende expertise raadplegen op het gebied van psychiatrie en gedragsdeskundigheid binnen de eigen instelling dan wel door middel van vastgelegde afspraken met een andere instelling. Er is 24 uurs fysieke aanwezigheid van geschoold personeel, in de nacht in de vorm van een slaap en/of waakdienst, waarbij personeel direct fysiek nabij en benaderbaar is door de cliënt. Dit personeel kan binnen 5 minuten bij cliënt aanwezig zijn vanuit de fysieke aanwezigheid op locatie, bijvoorbeeld in het geval van gegroepeerde woningen of bij een grote locatie vanuit elders op het terrein. Onder geschoold personeel wordt verstaan medewerkers op minimaal MBO-4 niveau met een zorginhoudelijke opleiding gericht op de doelgroep binnen de instelling. Onder een zorginhoudelijke opleiding op minimaal MBO-4 niveau wordt verstaan: - MBO Agogisch medewerker GGZ- niveau 4 - MBO verpleegkundige GGZ - niveau 4 - MBO Vakopleiding woonbegeleiding - niveau 4 - MBO Sociaal Maatschappelijke Hulp - niveau 4 of een vergelijkbare opleiding. Het personeel moet daarnaast de mogelijkheid hebben om op te schalen naar een minimaal HBO geschoolde professional, BIGgeregistreerd (indien BIG-registratie voor het specialisme van toepassing is), met specialistische kennis van psychiatrische problematiek. Deze professional hoeft niet aanwezig te zijn binnen de instelling.
II Beschermd wonen met overdag fysieke aanwezigheid van geschoold personeel en ‘s nachts op afroep binnen 30 minuten, dat ingezet wordt
bij niet planbare ondersteuning: Er is overdag fysieke aanwezigheid van geschoold personeel op locatie voor de niet planbare zorg, in de nacht is er op afroep geschoold personeel beschikbaar dat, indien noodzakelijk, fysiek binnen 30 minuten op locatie kan komen en tevens goed bereikbaar is. Telefonische bereikbaarheid is niet afdoende. Fysieke aanwezigheid overdag: er is begeleiding bij het opstarten van de dag tot (ten minste) aanvang van de avond zodat cliënten kunnen rekenen op ondersteuning bij ADL indien noodzakelijk. Begeleiding dient passend te zijn bij de ondersteuningsbehoefte van de doelgroep. Indien gedurende de dag alle cliënten afwezig zijn i.v.m. dagbesteding, is aanwezigheid van begeleiding niet verplicht. Onder geschoold personeel wordt verstaan medewerkers op minimaal MBO-4 niveau met een zorginhoudelijke opleiding gericht op de doelgroep binnen de instelling. Onder een zorginhoudelijke opleiding op minimaal MBO-4 niveau wordt verstaan: - MBO Agogisch medewerker GGZ- niveau 4 - MBO verpleegkundige GGZ - niveau 4 73
- MBO Vakopleiding woonbegeleiding - niveau 4 - MBO Sociaal Maatschappelijke Hulp - niveau 4 of een vergelijkbare opleiding. Het personeel moet daarnaast de mogelijkheid hebben op te schalen naar een minimaal HBO geschoolde professional met kennis van psychiatrische problematiek. Deze professional hoeft niet aanwezig te zijn binnen de instelling. WONEN MET ONDERSTEUNING: Wonen met ondersteuning, dat ingezet wordt als de ondersteuningsvraag van cliënt planbaar is doordat cliënt in staat is om de vraag uit te stellen: Naast geplande ondersteuning moet cliënt, in noodsituaties en in geval van incidenten, kunnen rekenen op directe ondersteuning. Dit betekent dat de aanbieder goed bereikbaar is en in geval van noodsituaties en incidenten binnen 30 minuten fysiek op locatie aanwezig kan zijn.
74
Kwaliteitskader Wmo - Bijlage II: Integriteit 1.
Er bestaan geen integriteitstwijfels ten aanzien van de aanbieder en eigenaar/bestuurder en aan hen gelieerde vennootschappen inhoudende dat zij 5 jaar voor het sluiten van de overeenkomst/PGB-zorgovereenkomst: niet betrokken zijn geweest bij een strafbaar feit of strafbare overtredingen hebben begaan; geen verdachten van strafbare feiten zijn geweest of daarvoor zijn veroordeeld; geen bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd hebben gekregen; geen bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd hebben gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of dwangsom; zich niet in het maatschappelijk en/of zakelijk verkeer onaanvaardbaar hebben gedragen; zich niet schuldig hebben gemaakt aan ongeoorloofde afspraken; medewerkers van de gemeenten geen persoonlijke voordelen hebben gegund met als doel om orders of overeenkomsten te krijgen of te houden.
2.
De aanbieder, directie, medewerkers en door aanbieder eventueel in te zetten derden zijn verplicht om zich gedurende de looptijd van de overeenkomst/PGB-zorgovereenkomst integer te gedragen en er mogen geen integriteitstwijfels bestaan of ontstaan. De integriteit van de aanbieder is in ieder geval geschonden of er bestaan integriteitstwijfels indien: De aanbieder en zijn bestuur en/of directie strafbare feiten en/of overtredingen hebben gepleegd, medegepleegd of daaraan medeplichtig zijn of daarvan verdacht zijn of feiten hebben begaan die in het maatschappelijk verkeer als maatschappelijk onaanvaardbaar worden aangemerkt; Sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de aanbieder en/of zijn bestuur en/of directie in relatie staan tot strafbare feiten; Sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen dat de aanbieder op enige wijze bedragen aan de bedrijfsvoering onttrekt ter aanwending van voor de branche niet-gebruikelijke, dan wel niet-integere, dan wel niet-marktconforme, dan wel niet ter ondersteuning van de bedrijfsvoering, bedoelde uitgaven; Sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de aanbieder en/of zijn bestuur en/of directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een (zakelijk) samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot
strafbare feiten of daarvan verdacht worden; Sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van een overeenkomst/PGB-zorgovereenkomst door de aanbieder en/of zijn bestuur en/of directie een strafbaar feit is gepleegd of een overtreding is begaan.
75