Kerkenvisie Oss 2020.PDF
Tekst van het document
voor het voetlicht te brengen. Het verhaal van de katholieke enclaves (Land van Ravenstein en Graafschap Megen) hoort, evenals dat van het militair en industrieel erfgoed, tot het DNA van de regio. Oss kan hier garen bij spinnen, door: themalijnen (o.a. religieus erfgoed en militair erfgoed) te ontwikkelen, waarbij nadrukkelijk ook oog is voor de dwarsverbanden daartussen; storytelling ontwikkelen, gericht op de beleving van het verleden.
De bestaande visie op de Vrijetijdseconomie van Oss richt zich vooral op de natuurkwaliteiten van de Maashorst. Onmiskenbaar een prachtig en zeer waardevol gebied. Bovenstaande opsomming geeft aan dat andere kernkwaliteiten van de gemeente Oss ook focus verdienen. Dit vraagt om een sterk, daadkrachtig en actief gemeentelijke visie op een verscheidenheid van beleidsterreinen. Door een duidelijke visie met een realistisch uitvoeringsprogramma zullen ondernemers zich aangespoord voelen om activiteiten in gang te zetten. De rol van de gemeente ligt met name op het gebied van: 1. visie- en beleidsontwikkeling; 2. kernkwaliteiten benoemen; 3. samenhang en dwarsverbanden naar andere relevante terreinen leggen; de ontwikkelingen met de Zuiderwaterlinie zijn daar voorbeelden van; 4. voorwaarden scheppen: faciliteren van ondernemerschap door het bestemmingsplan / omgevingsplan pro-actief te actualiseren; 5. inspireren en meedenken (bijvoorbeeld met het zoeken naar projectsubsidies); 6. goede informatievoorziening en communicatie tussen stakeholders bevorderen.
kerkgebouwen); de kloostercomplexen in Megen in combinatie met storytelling; de Lodewijkskerk van Oijen (in combinatie met het kasteel van Oijen); de meer dan 300 jaar oude Joodse begraafplaats te Geffen, in combinatie met de industriële ontwikkeling van Oss en het verhaal van de Holocaust ‘40-’45; de Michaëlkerk in Dennenburg met muurwerk in het schip uit de 11e eeuw, een van de oudste kerken van Noord-Brabant. En zo kunnen er nog meer ‘uitstapjes’ worden gemaakt. In de bijlagen staan de vele monumentale religieuze gebouwen in de gemeente Oss vermeld. Het is nu meer dan ooit de tijd dat de kansen die het religieus erfgoed in de gemeente Oss biedt op het gebied van erfgoedtoerisme – in combinatie met andere themalijnen – beter voor het voetlicht worden gebracht.
Kernkwaliteiten religieus erfgoed benoemen
In het kader van het te ontwikkelen gemeentelijk beleid voor wonen, werken, vitaliteit van de samenleving en toerisme is het van belang om de kernkwaliteiten op religieus gebied te benoemen. Wat zijn de pareltjes die moeten worden gekoesterd? Zonder andere objecten / religieuze ensembles tekort te willen doen hieronder een aantal highlights die de gemeente Oss aantrekkelijk maken: de Luciakerk in Ravenstein: de bouwstijl is uniek, het interieur is meer dan waardevol, het historisch verhaal is aansprekend; (nota bene, deze kwalificatie brengt met zich mee dat bepaalde vormen van herbestemming, bijvoorbeeld appartementen in de kerk, niet gewenst zijn); de Garnizoenskerk, vanwege de link naar het militair erfgoed; de Sint Jan de Doperkerk in Neerlangel met de oudste Romaanse toren in onze provincie; de rijksmonumentale dorpskerkenroute langs / nabij de Maasdijk tussen Ravenstein – Megen – Lith; (een stevig toeristisch beleid zal ondernemers eerder aanmoedigen om in een van de kerken langs de dijk een atelier / museale functie / Bed & Breakfast te vestigen. Daarmee wordt een impuls gegeven aan een toekomstbestendige, nieuwe functie voor een aantal van de vrijkomende
Klooster Franciscanen in Megen.
29
11. Leidraad voor herbestemming kerkgebouwen Het aantal kerkgebouwen in de gemeente Oss dat overcompleet raakt, zal de komende jaren alleen maar toenemen. Op dit moment staan van de 25 kerkgebouwen er 3 leeg en in 7 kerkgebouwen vinden nog slechts op beperkte schaal vieringen plaats. Verder is het proces om te komen tot een gebouwenplan binnen de meeste katholieke parochies nog gaande. Verwacht kan worden dat dit op termijn zal resulteren in nog meer kerkgebouwen met een beperkte religieuze functie. Het aantal kerkbezoekers laat immers nog altijd een (sterk) dalende lijn zien. Daarnaast dreigt er een tekort aan priesters, zodat het op een gegeven moment simpelweg fysiek niet meer mogelijk is om voor alle kerkgebouwen een voorganger te vinden voor een kerkdienst. Dit geldt met name voor de katholieke parochies. De wens om parochies te laten fuseren zal alleen om die reden al toenemen. Verder is er de al maar groter wordende financiële problematiek. Als steeds minder mensen de gang naar een kerk maken voor bijwonen van een viering, ontstaat er een negatief kostenplaatje. Op een gegeven moment zal dat leiden tot een ingrijpen van het kerkbestuur om de kosten te beheersen. Het geld dat vrijkomt bij de verkoop van een kerk wordt door de parochies besteed om de overblijvende gebouwen in stand te houden.
Bij de protestantse kerken in de gemeente Oss is de situtatie in het algemeen minder ernstig, maar ook hier speelt de beperkte omvang van de geloofsgemeenschap een rol. Kortom, er staat nog heel wat te wachten in het ontkerkelijkingsproces mét als uitkomst dat meer en meer kerkgebouwen overcompleet raken. Dit vraagt om een proactieve houding. Belangrijk is dat men zo goed mogelijk voorbereid het herbestemmingstraject kan ingaan. De ervaring leert dat dan de beste resultaten kunnen worden geboekt… en dat er draagvlak is. Om hieraan een bijdrage te leveren heeft de Stuurgroep Religieus Erfgoed Oss een leidraad ontwikkeld, die is gebaseerd op het ‘Protocol (her)bestemming kerkelijke gebouwen’ van het Bisdom van Breda. Vertrekpunt is het parochieplan, waarin de pastorale visie voor de toekomst wordt beschreven. Een onderdeel van het parochieplan is het parochieel gebouwenplan.
Totstandkoming parochieel gebouwenplan
Bij het opstellen van een gebouwenplan worden normaliter de volgende stappen doorlopen: 30
De Sint Jan de Doperkerk in Neerlangel staat al een tijd leeg. Het kerkgebouw is formeel nog niet aan de eredienst ontrokken. Dorpsbewoners hebben inmiddels het beheer van de kerk op zich genomen in goed overleg met het parochiebestuur en zorgen er voor dat het kerkgebouw regelmatig open is als plek voor bezinning. 1) Oriëntatiefase • Instellen gebouwenadviescommissie; informeren parochianen over de opdracht aan die commissie; • Verzamelen gegevens ten behoeve van het op te stellen gebouwenplan: - algemene gegevens object: o.a. kadastrale informatie; aanwezigheid bij-ruimten, bijv. een parochiezaal; wordt beschikt over een rapportage van het kerkelijk kunstbezit? - pastoraal-liturgische gegevens: o.a. hoeveel zitplaatsen heeft de kerk? cijfers kerkbezoek; hoeveel vieringen per week? is er bij de kerk een begraafplaats en hoe is die gesitueerd? hoeveel vrijwilligers zijn er? - parochiële gegevens: o.a. hoeveel kerken en kapellen zijn er binnen de parochie? Hoe zit het met de vitaliteit van de verschillende parochiekernen? - bouwkundige gegevens: wat is de huidige bouwkundige staat van de kerk? wat is de monumentale status? is er een meerjaren onderhouds-
plan? is de toren ook in eigendom van de parochie? - financiële gegevens: o.a. wat zijn de instandhoudingskosten voor de komende 10 jaar; wat zijn de energiekosten; zijn er voor het onderhoud van de kerkelijke gebouwen gelden gereserveerd; wat zijn de inkomsten; - gegevens externe partijen: o.a. info gemeentelijk bestemmingsplan. Op basis van het pastoraal plan en de verzamelde gegevens brengt de gebouwenadviescommissie in kaart wat de behoefte van de parochie is aan kerkelijke gebouwen is en wat het beoogd gebruik van de huidige kerkgebouwen is. De commissie overhandigt het concept-gebouwenplan aan het kerkbestuur, waarna het bestuur tot een voorgenomen gebouwenbesluit komt. Dit wordt voorgelegd aan de bisschop. Het is zeer aanbevelenswaardig dat dit voorgenomen gebouwenbesluit – in vertrouwelijkheid – ook ter kennis wordt gebracht aan het college van Burgemeester & Wethouders. Uit oogpunt van een goede omgang met elkaar en een gedeeld belang dat het religieus erfgoed naar de toekomst toe zo goed mogelijk in stand wordt gehouden, is het van belang dat men op dit gebied elkaar vroegtijdig informeert over op handen zijnde veranderingen. Daarom is een goede onderlinge vertrouwensrelatie heel wezenlijk. Daar moet van beide kanten aan gewerkt worden. 2) Vaststellingsfase In geval het een r.k.
kerkgebouw is, is het aan de bisschop om toe te stemmen dat het voorgenomen besluit, al dan niet gewijzigd, inzake de toekomst van de kerkelijke gebouwen wordt voorgelegd aan de parochianen. Deze zouden tenminste tweemaal de gelegenheid moeten krijgen om geïnformeerd en gehoord te worden over de plannen. Nadat de parochianen zijn gehoord stelt het kerkbestuur het gebouwenplan vast. In geval het een r.k. kerkbestuur betreft, kan pas tot uitvoering worden overgegaan nadat de instemming van de bisschop is verkregen. Hierna worden de parochianen en andere belangstellenden geïnformeerd over de genomen besluiten. 3) Uitvoeringsfase Wanneer een kerkgebouw wordt herbestemd, als onderdeel van het uitvoeringsprogramma horende bij het parochieel gebouwenplan, is het aanbevelenswaardig dat er binnen de parochie, met ondersteuning van het bisdom, een commissie wordt gevormd die de herbestemming gaat voorbereiden. Een van de taken van die commissie is het opstellen van een bidbook. Het Bisdom van Breda alsook een aantal grote monumentengemeenten, waaronder de gemeente ’s-Hertogenbosch, hebben hier hele goede ervaringen mee. In het
‘Protocol (her)bestemming kerkelijke gebouwen’ is daarover opgenomen: ‘Twee jaar geleden is voor het eerst een bidbook gehanteerd bij een herbestemming. De ervaringen daarmee waren zo positief, dat we gaandeweg bij alle herbestemmingen met een bidbook zijn gaan werken. Een bidbook is vergelijkbaar met een uitgebreide verkoopbrochure voor een gebouw. Het bevat alle praktische, juridische en feitelijke informatie over een kerkgebouw die voor een nieuwe eigenaar van belang is.’ De inhoud van het bidbook moet worden goedgekeurd door het kerkbestuur, en als een r.k. kerkgebouw betreft, dient ook de bisschop zijn fiat er aan te geven. In het bidbook staat ook de waardebepaling van het kerkgebouw vermeld. De waardebepaling voor het her te bestemmen kerkelijk gebouw wordt opgesteld door een beëdigd en onafhankelijk taxateur. Vanwege de vertrouwelijke informatie wordt het bidbook alleen aan serieuze kandidaat-kopers ter kennis gesteld. Als het bovenbeschreven proces succesvol wordt afgerond, wordt een voorlopige koopovereenkomst opgesteld. Bij herbestemming wordt het kerkgebouw aan de eredienst onttrokken. Onderdeel van de herbestemming is ook een besluit over de inventaris van de kerk. Binnen de r.k. kerk wordt het besluit tot verkoop genomen door de bisschop.
4) Flankerend beleid Als een kerkgebouw wordt afgestoten is het aan het parochiebestuur om de parochianen, die ‘hun’ kerk kwijt raken, vroegtijdig te informeren en zo nodig te begeleiden. Voor nagenoeg alle kerkbesturen is het afstoten van een kerkgebouw een niet-alledaags gebeuren. Het is niet alleen een zeer complex traject, waar heel veel (verschillende) expertise voor nodig is, het brengt meestal ook veel emotie en – begrijpelijk ook – boosheid teweeg.
Actieve ondersteuningsrol bisdom nodig
Vanuit de constatering dat bij veel parochies de herbestemmingsproblematiek hen boven het hoofd groeit, doet de Stuurgroep Religieus Erfgoed Oss een dringend appèl aan het Bisdom van ’s-Hertogenbosch om een diocesane commissie in het leven te roepen die beschikt over de nodige deskundigheden en communicatieve vaardigheden om parochiebesturen bij te staan in het traject van herbestemming en herinrichting van kerkgebouwen. Nu al lopen veel parochiebesturen over; het zou “doodzonde” zijn als ze verdrinken. Om dat te voorkomen is een ondersteuningsstructuur vanuit het bisdom meer dan gewenst. Zeker met het oog op al die herbestemmingen die er nog aan zitten te komen, dienen de parochiebesturen ontzorgd te worden. 31
12. Samenvatting – beleidsaanbevelingen De problematiek van de vrijkomende kerkgebouwen binnen de gemeente Oss staat nog maar in de beginfase. Naar verwachting zullen de komende jaren nog vele kerkgebouwen overcompleet raken. Vanwege het belang van het religieuze erfgoed voor de gemeente en de gemeenschap vraagt dit om een actieve betrokkenheid. Het kerkbestuur is overigens in eerste instantie de probleemeigenaar.
Kerkbestuur
Belangrijk is dat een kerkbestuur een pro-actieve houding aanneemt en niet afwacht. Hieronder een aantal aandachtspunten c.q. aanbevelingen: o stel een gebouwenplan op; o maak een communicatieplan en ga vroegtijdig de dialoog aan (met parochianen, burgerlijk overheid en betrokkenen uit de gemeenschap). De Stuurgroep Religieus Erfgoed heeft tijdens het overleg met dorps- en wijkraden vaak te horen gekregen dat er onvoldoende contacten zijn tussen de kerkgemeenschap en lokale organisaties, terwijl de lokale gemeenschap juist letterlijk en figuurlijk dichtbij is en de verbinding naar de leefgemeenschap kan versterken; o zoek ‘verbreding’ naar de samenleving. Een kerk die midden in de samenleving staat kan rekenen op meer draagvlak. Ga daarom actief op zoek naar nevenactiviteiten die met het gebruik als kerk goed kunnen worden gecombineerd. Bijvoorbeeld een gedeelte van het kerkgebouw inrichten als museum, het verzorgen van rondleidingen in de kerk, het organiiseren van tentoonstellingen, concerten e.d. o stel de kerk met behulp van vrijwilligers dagelijks open. Dit is een belangrijk signaal: de kerk opent haar deuren c.q. stelt zich open. Daarmee wordt de kerk ook meer een ‘Huis van de gemeenschap’; o bevorder dat de kerk weer midden in de gemeenschap komt te staan.
De kerk kan een belangrijke functie vervullen in gemeenschapsopbouw, in het versterken van de leefbaarheid in een dorp en de onderlinge sociale cohesie; o maak een bidbook van de kerkgebouwen die op de nominatie staan om afgestoten te worden; o stel je open voor creatieve oplossingen, bijvoorbeeld met betrekking tot nevenbestemmingen. Natuurlijk zal dit zeer zorgvuldig moeten gebeuren, maar met een goede onderbouwing van een plan kan er wellicht meer dan in eerste instantie wordt gedacht. Ook in andere plaatsen wordt nagedacht over de mogelijkheid van nevenbestemming, zoals in Malden waar het bestuur van de H. Antonius Abtparochie het 32
o o o
kerkgebouw wil splitsen voor drie toekomstige gebruikers; benut de (denk)kracht van jongeren (zie: hoofdstuk 9 ‘Learning community’); zoek samenwerking en overleg met andere parochies: samen ben je sterker en je leert van elkaar. Ga onderling meer de dialoog met elkaar aan; overweeg oecumenisch gebruik van kerkgebouwen. Tijdens het overleg met de kerkgenootschappen is dit een aantal keren naar voren gebracht. Mogelijk kan de Garnizoenskerk in Ravenstein hiervoor worden gebruikt. Daarmee kan dit kerkgebouw wellicht zijn religieuze functie behouden.
Pastorie Deursen met de kerk op de achtergrond.
Bisdom
Als het gaat om herbestemming van religieus erfgoed, blijkt er een grote ondersteuningsbehoefte bij veel kerkbesturen te zijn. Het ontzorgen van de parochiebesturen is een veelgehoorde cri de coeur! Voor het bisdom van ’s-Hertogenbosch is hier een actieve ondersteuningsrol richting de parochiebesturen weggelegd.
Op basis van gesprekken met kerkbesturen, betrokken parochianen en bewogen leden van dorps- en wijkraden wordt vanuit de Stuurgroep Religieus Erfgoed Oss de volgende aanbevelingen aan het Bisdom van ’s-Hertogenbosch gedaan: o ontzorg de parochie en het kerkbestuur. De leden van een kerkbestuur krijgen heel veel op hun bord, op velerlei terrein. Ook voor het (vrijwil- lige) lid van een kerkbestuur zijn er grenzen aan zijn/haar kunnen; o biedt parochiebesturen actief ondersteuning bij herbestemmingsproblematiek aan. Het beleid van het Bisdom van ’s-Hertogenbosch is op dit punt te veel decentraal gericht. Zorg dat de (her)bestemmingsproblematiek en de daarmee gepaard gaande zorgen de paro chie(bestuurders) niet boven het hoofd groeit; o kom onderling – binnen het Nederlandse episcopaat – meer tot afstemming en eenheid. Zo heeft het Bisdom van Breda een protocol opgesteld voor de (her)bestemming van kerkelijke gebouwen (www.bisdomvanbreda.nl/herbestemming), terwijl het Bisdom van ‘s-Hertogenbosch daar op punten weer van afwijkt. Tijdens de gesprekken is verder diverse malen als aandachtspunt genoemd dat sommige parochies zich uitstrekken over meerdere gemeenten. Voor de desbetreffende parochiebesturen maakt dit het er niet gemakkelijker op, zeker als het gaat om (her)bestemmingstrajecten van kerkgebouwen.
Gemeente Oss De gemeente Oss kan een positieve bijdrage leveren aan de instandhouding van
religieus erfgoed, waaronder het herbestemmen van monumentale kerkgebouwen. Als hoeder van het erfgoed (nota bene, het overgrote merendeel van de kerkgebouwen heeft een monumentale status) mag dat ook van haar worden verwacht. Concreet gaat het dan om: o het faciliteren van initiatieven, die gericht zijn op het bevorderen van de dialoog en de ideeënontwikkeling rond de instandhouding van vrij- staande en leegkomende kerkgebouwen; o in dorpen en wijken waar behoefte is aan een dorps-/gemeenschapshuis de mogelijkheid verkennen of een vrijkomend kerkgebouw hiervoor geschikt is. Dit doet zich momenteel voor in Ravenstein en in Overlangel. In beide plaatsen staan kerkgebouwen, respectievelijk de Luciakerk en de H. Antonius Abtkerk, die voor een gemeenschapsfunctie zeker geschikt lijken. Ook hier geldt: kansen zoeken en benutten. Het kan leiden tot verschillende win-win situaties; o religieus ergoed zoveel mogelijk betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingsplannen. Enkele voorbeelden van mogelijke kansen: de leegstaande kerk in Megen biedt kansen voor wonen, verduurzaming en de revitalisering van de stad in zijn algemeen.
in Herpen lijken er mogelijkheden te zijn om het oude school gebouw in het centrum te verbinden met een nieuwe functie van de kerk aan de overzijde van de straat. Extra woningbouw, een adequaat onderkomen voor het verenigingsleven, duurzaam heid, leefbaarheid en het gezichtsbepalende karakter van de kerk worden zo met elkaar gecombineerd en voor de toekomst geborgd. o een gemeentelijke herbestemmingsagenda ontwikkelen. Het zoeken naar nieuwe functies voor de cultuurhistorisch waardevolle objecten die leegstaan of leeg komen is dé uitdaging voor de komende tijd. Enerzijds om cultuurhistorische waarden, identiteit en ruimtelijke kwaliteit te behouden, anderzijds om een bijdrage te leveren aan het vinden van oplossingen voor het probleem van de schaarse ruimte. Door middel van herbestemming en hergebruik van monumentale gebouwen kan hier invulling aan gegeven worden vanuit de visie: behoud door ontwikke- ling. Binnen de gemeente Oss is religieus erfgoed een van de kernkwaliteiten. Een actieve opstelling bij herbestemming is in dezen daarom meer dan gewenst; o het oppakken van de regierol in situaties dat er een impasse ontstaat in het herbestemmingstraject. Dat hoeft niet altijd door ambtelijke inzet, dat kan ook door bepaalde personen in te schakelen die vertrouwen genieten.
Rond de Luciakerk gebeurt dat momenteel door de Dorpsraad Ravenstein met het Monumentenhuis Brabant in een verbindende rol naar een aantal stakeholders toe. De gemeente Oss is ook een van de deelnemers binnen dat ‘helingsproces’. Die (regie)rol zal ook voor toekomstige situaties nodig zijn; o het opstellen van een voucherregeling om het mede mogelijk te maken dat knelpunten worden opgelost en/of dat een impasse wordt doorbroken; o de Garnizoenskerk, in gemeentelijk eigendom, een toekomstbestendige functie geven. Het aantal kerkbezoekers van de Garnizoenskerk is zo klein dat te verwachten is dat op niet al te lange termijn dit gebouw overcompleet raakt. Dit staat los van de vraag of het een over- heidstaak is om een gebouw met een religieuze functie in eigendom te hebben. De Garnizoenskerk is belangrijk uit oogpunt van zowel het religieus als het militair erfgoed van Ravenstein. Momenteel wordt onder regie van de Dorpsraad Ravenstein een onderzoek uitgevoerd naar het gewenste voorzieningenniveau in relatie tot de wens om Ravenstein te vitaliseren. De Garnizoenskerk kan daarin een belangrijke functie krijgen. Dit vraagt om een actieve opstelling van de kant van de gemeente Oss; 33
o
o
het ontwikkelen van een aansprekend gemeentelijk toeristisch beleid, waarbinnen religieus erfgoed een van de themalijnen is. Zoals eerder hier al is vermeld, is het religieus erfgoed in Oss uniek te noemen. Het heeft toeristische potentie. Dit is tot nu toe onvoldoende benut. Door het religieus erfgoed een prominente plaats te geven in het kader van het erfgoedtoerisme wordt bijgedragen aan een verdienmodel voor kerkeigenaren. Een koppeling met de Zuiderwaterlinie kan hierbij tot een wederzijdse versterking leiden; de gemeentelijke kerkenvisie inbedden in de gemeentelijke omgevingsvisie. De kerkenvisie kan ook dienen om (dwars)verbindingen te leggen naar andere beleidsterreinen die voor de gemeente betekenisvol zijn (bijv. leefbaarheid kleine kernen), alsook kan het een bouwsteen vormen voor gemeentelijke activiteiten die verplicht dienen te worden opgepakt (bijv. het opstellen van een Omgevingsvisie en Omgevingsplannen). Op grond van de Omgevingswet is de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving een van de zaken die de gemeente dient te ‘wegen’. Bij de geplande dijkverzwaring kan dit eveneens aan de orde komen.
Taken en rollen overheden
De verschillende overheden (gemeente – provincie – rijk) hebben nog op een andere manier een betrokkenheid bij de instandhouding van (religieus) erfgoed. Het gaat dan met name om vergunningverlening, subsidieverstrekking en het houden van toezicht. In het kort worden die taken en rollen hier benoemd, zodat de verschillende belanghebbenden en betrokkenen hier rekening mee kunnen houden bij toekomstige activiteiten ten behoeve van het behoud van religieus erfgoed.
Gemeente Oss: -
-
aanwijzen gemeentelijke monumenten; verlenen van vergunningen aan de eigenaren van monumenten; toezicht houden op en handhaving van de verleende vergunningen; het instellen van een adviesorgaan op het gebied van de monumentenzorg (monumenten- of erfgoedcommissie), die in elk geval tot taak heeft het college van B&W te adviseren over wijzigingsaanvragen betreffende monumenten; toezicht houden op de instandhoudingsplicht van eigenaren van monumenten; het ontwikkelen van een omgevingsvisie en een omgevingsplan, waar (religieus) erfgoed deel van uitmaakt. Garnizoenskerk, Ravenstein.
34
Provincie Noord-Brabant: -
-
adviseren betreffende rijksmonumentale gebouwen inzake sloop, ingrijpende wijzigingen,reconstructie en herbestemming reconstructie en herbestemming voor zover die buiten de bebouwde kom zijn gelegen; uitvoering ‘Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant’ ; in het kader van het ‘Interbestuurlijk Toezicht’ toezicht houden op de uitvoering van de Monumentenwet door gemeenten.
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: -
-
-
adviseren betr. rijksmonumenten inzake sloop, ingrijpende wijzigingen, reconstructie en herbestemming; uitvoering ‘Subsidieregeling instandhouding monumenten’; beleidsbevordering en -ontwikkeling voor kwetsbare monumentencategorieën. Voor het religieus erfgoed heeft dit een uitwerking gekregen in de ‘Agenda Toekomst Religieus Erfgoed’ en de samenwerkingsovereenkomst van 10 november 2018 tussen overheden, kerkeigenaren en erfgoedorganisaties gericht op het ontwikkelen van een duurzaam toekomstperspectief voor het religieus erfgoed in Nederland; uitvoering ‘Subsidieregeling herbestemming monumenten’.
De (subsidie)regelingen zijn aan verandering onderhevig. Voor de actuele stand van zaken kan contact worden opgenomen met het Monumentenhuis Brabant, dit is het provinciaal steunpunt voor de monumentenzorg in onze provincie.
De St. Michaelskerk in Dennenburg, de oudste kerk in de gemeente Oss (11e eeuw).
35
Bijlage A
Kerkgebouwen in gebruik voor de eredienst
* In het torenportaal van de St. Vincentiuskerk in Deursen bevindt zich een grafzerk, die is aangewezen als rijksmonument. Verder zijn er twee rijksmonumentale kerkklokken. 36
Bijlage B Leegstaande kerkgebouwen
37
Bijlage C Herbestemde / gesloopte kerken
38
Bijlage D Kapellen in de gemeente Oss
39
Bijlage E
40
Kloosters in de gemeente Oss
Bijlage E
Kloosters in de gemeente Oss (vervolg)
41
Bijlage F : Begraafplaatsen en rijksmonumentale grafmonumenten
42
Bijlage F : Begraafplaatsen en rijksmonumentale grafmonumenten (vervolg)
43