CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota Energietransitie

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Kadernota Energietransitie14.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Osse Kadernota Energietransitie 2050

Inhoud Voorwoord

3

5.

Samenvatting

4

5.2

Urgentie: energiesysteem en nieuwe taak gemeente

Het energiesysteem is een randvoorwaarde

21

5.3

De relatie met de Omgevingswet

23

Onze taak als gemeente

1.

Aanleiding: klimaatverandering, leveringszekerheid en betaalbaarheid

6

6. Osse Ambitie en afbakening

2.

Context: internationale en nationale afspraken

8

6.2 Osse afbakening

26

9

7.

Huidige stand van zaken

27

10

7.2

9

2.3

De scope van energie binnen het Klimaatakkoord

9

2.4 Het Nationaal Plan Energiesysteem als kaderstellend beleid

3.

Ontwikkelingen in de energietransitie

3.2

De energietransitie zorgt voor een toenemende vraag naar ruimte

3.1

28

11

8. Prognose opgave in 2050

30

12

8.2 Groei gebouwde omgeving

12

3.3

Toegang tot energie is niet meer vanzelfsprekend

13

3.5

Elektriciteit wordt steeds belangrijker voor mobiliteit

14 14

7.1

8.1

Huidige Osse energieverbruik

9. Organisatie

4.2 Een toekomstbestendig en duurzame energievoorziening is nodig

18

9.2 We hebben 3 instrumenten om onze taken op te pakken

Het energiesysteem bestaat uit opwek, infrastructuur en afnemers

4.3 Het NPE leidt tot 6 lokale randvoorwaarden

17

19

32 33

8.5 Energiebesparing is haalbaar op het warmtegebruik

16

4.1

31

8.4 Energieverliezen bij opslag, conversie en transport

4. De samenhang in het energiesysteem

15

31

8.3 Groei van de vraag naar koeling

14

Nog te verwachten ontwikkelingen

28

Prognose aan de hand van bandbreedte scenario’s

3.6 Energie is onlosmakelijk verbonden met wonen 3.7

26

Huidige Osse opgave tot 2030

Het energiesysteem verandert structureel

3.4 Energie is onlosmakelijk verbonden met de economie

25

Osse ambitie komt overeen met Klimaatakkoord

Het internationale kader: het Parijse Klimaatakkoord en fit for 55 Het nationale kader: Klimaatakkoord

22

6.1

2.1

2.2

20

5.1

33

8.6 Toename aan elektrificatie van mobiliteit

34

8.7 Totale prognose 2050

9.1

35

37

We vervullen 4 verschillende rollen als gemeente

38

40

9.3 Onze partners, bedrijven en inwoners geven

we duidelijkheid met een koers richting 2050

40

Bijlage 1: uitgebreide context afspraken Bijlage 2 wet- en regelgeving voor woningbouw

41 47 2

Voorwoord Energie staat vol in de aandacht. De media belichten de ene keer de klimaatopgave: wat kunnen we doen om

Nederland leefbaar te houden? Het volgende moment staan kranten vol over leveringszekerheid: wat is er

nodig om de verwarming aan te kunnen zetten en de

lampen te laten branden. Sinds de oorlog in Oekraïne

is het belang van betaalbaarheid van energie nog extra zichtbaar geworden. Energie maakt bij ieder van ons

een groter deel uit van het maandelijkse huishoudboekje. Voor een groeiende groep mensen wordt het zelfs

onbetaalbaar. Energie is een ruimtelijk vraagstuk, maar ook steeds meer sociaal. Het is een van de grootste uitdagingen waar de maatschappij voor staat.

De media laten ook zien hoe groot en complex de energietransitie is. De oplossingen zijn niet altijd

‘aaibaar’ en makkelijk. Wat voor de maatschappij als

geheel nodig is, kan op lokaal niveau regelmatig schuren en rekenen op weerstand. Het is daardoor vaak

In het Klimaatakkoord hebben gemeenten een regis-

serende rol in de energietransitie. Ze werken aan het

aardgasvrij maken van de woningen en utiliteit en aan

het opwekken van duurzame elektriciteit. De gemeente Oss draagt daaraan bij met een CO2-uitstoot vrije en

aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Wat gaan

we doen? Deze Kadernota Energietransitie geeft helderheid over onze opgave voor de lange termijn. Dat doel

voor 2050 is nodig, net als de opgave die we onszelf stellen. Dat zorgt ervoor dat partners als de netbeheerder en de wooncorporaties nu besluiten kunnen nemen.

Bijvoorbeeld over investeringen in het elektriciteitsnet of het verduurzamen van de woningen.

Met deze Kadernota Energietransitie zijn we er nog niet. Hoe we onze opgave precies invullen, daar is

verder onderzoek voor nodig. Dat komt later met het de ontwikkelingen ook door. De plannen en koers in

deze Kadernota willen we daarom ook kritisch blijven volgen en aanpassen waar en wanneer dat nodig is.

Deze Kadernota is een kader, een wegwijzer, waarmee

maatschappelijk belang te laten prevaleren boven het

We weten waar we uit willen komen. Op elke splitsing

individuele belang.

Wethouder Energietransitie

Uitvoeringsprogramma Energie. En ondertussen gaan

een complexe belangenafweging, waarbij we voor

ogen moeten houden dat overheden er zijn om het

Kees van Geffen

we samen met onze inwoners en partners op pad gaan. in die route is de gemeenteraad aan zet om gemeente en partners de goede kant op te wijzen, richting dat

einddoel. Op die manier gaan we samen stap voor stap op weg.

3

Samenvatting Aanleiding

ïnvloedt en bezighoudt. Dit noodzaakt Rijk, provincie

1.

De benodigde duurzame energieopwek is afhanke-

energie te komen. Die integrale visie voor Oss beschrij-

2.

Door de variërende vraag naar en opwek van

en gemeenten om met hun eigen integrale visie op ven we in deze Kadernota Energietransitie.

Het onderwerp energie en specifiek het gebruik,

Context

decennia wereldwijd veel aandacht. Energie is een

Klimaatakkoord uit 2015 ondertekend. Het hoofddoel

transport en de opwek van energie heeft de laatste belangrijk onderdeel van ons dagelijks leven. Daarvoor zijn we nog in grote mate afhankelijk van het gebruik van fossiele brandstoffen (NL: circa 88%1 in 2021). Dat

gebruik draagt in belangrijke mate bij aan klimaatverandering: de opwarming van de aarde.

Bovendien is de beschikbaarheid van deze fossiele brandstoffen eindig. Daarnaast is in ons huidige

energiesysteem niet voorzien in alle ruimtelijke ont-

wikkelingen (groei) en verduurzamingsmaatregelen, waardoor de beschikbaarheid van energie niet meer overal vanzelfsprekend is.

Al deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de beschik-

baarheid en betaalbaarheid van energie de afgelopen

In 2016 hebben 197 landen het Parijse

is het beperken van de opwarming van de aarde tot

4.

Akkoord is in Nederland vertaald in het Nationale

5.

1,5 graad, en maximaal 2 graden in 2050. Het Parijs

Klimaatakkoord, dat in 2019 is ondertekend. Daarin staat een totale, inmiddels naar boven bijgestelde, opgave van 60% CO2-reductie in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050. Deze nationale doelen zijn vastgelegd in de nationale Klimaatwet.

handelen van inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen en overheden sterker dan voorheen be1

lager de maatschappelijke kosten voor het energiesysteem zijn.

Vraag en aanbod van energie wordt zo dicht mogelijk bij elkaar gebracht.

Energie wordt zo efficiënt mogelijk gebruikt.

Voor een toekomstbestendig en duurzame lokale energievoorziening is lokaal duurzaam (CO2-

neutraal en hernieuwbaar) en beschikbare energieopwek van belang.

steeds meer aandacht nodig is voor het gehele systeem

een kader vormt voor lagere overheden.

opslag, conversie en afname, komt naar voren dat

schappelijk en politiek onderwerp geworden dat het

Hoe beter het energiesysteem in balans is, hoe

Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) van 2023, dat

teem in 2050 wil komen staat omschreven in het

Nederland, en dus ook onze economie, kwetsbaar om Energiegebruik is daarmee een belangrijk maat-

opslag en eventueel conversie van energie nodig.

Ontwikkelingen in de energietransitie

Het NPE leidt tot 6 lokale randvoorwaarden

voor energie afhankelijk te zijn van het buitenland.

6.

energie in tijd, gedurende de dag en per seizoen, is

Hoe het kabinet tot een duurzaam energiesys-

jaren een belangrijk en bepalend item voor inwo-

ners en bedrijven is geworden. Bovendien maakt het

3.

lijk van de energievraag.

Door naar het geheel te kijken van opwek, transport,

balans van het energiesysteem nodig is. Dit heeft het Rijk ook gesteld in hun NPE, waarin ze 5 richtingge-

vende keuzes maakt. Dat leidt tot de volgende 6 lokale

Het energiesysteem verandert structureel, waarbij er

en de afhankelijkheden van opwek, levering en afname. De veranderingen worden onder andere ingegeven

door van een centraal systeem, naar een decentraal

systeem te gaan en van fossiele naar duurzame energie. Dit leidt op korte termijn tot netcongestie, een toene-

mende vraag naar ruimte en op lange termijn tot een toekomstbestendig en duurzaam energiesysteem.

randvoorwaarden, in willekeurige volgorde:

https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energieneutraal datum van raadpleging 13 maart 2024

4

Urgentie en gemeentelijke taak daarbinnen

de omgeving en daarmee de vraag naar warmte en

ons dat het allemaal niet zo volgordelijk is als op papier

slag te gaan met onze stip op de horizon, onze opgave

gieverliezen bij opslag, conversie en transport, en de

om de Osse eigen strategie te bepalen. Dat vergt een

Bovenstaande ontwikkelingen vragen om nu aan de richting 2050.

Wij zijn als gemeenten niet verantwoordelijk voor

alle onderdelen van de energietransitie, maar hebben

elektriciteit, de toenemende vraag naar koeling, enertoename aan elektrificatie van mobiliteit. De energievraag voor deze opgave komt aan de hand van voor-

spellingen uit op 4.152 TJ , exclusief energiebesparing. 2

vanuit het Klimaatakkoord de verantwoordelijkheid

Met energiebesparing komt het neer op 3.720 TJ aan

gebouwde omgeving. De afspraak is dat gemeenten

met elektriciteit en hoeveel met warmtebronnen hangt

en taak gekregen voor het aardgasvrij maken van de met een wijkaanpak bijdragen aan goed geïsoleerde

woningen en gebouwen, die we met duurzame warm-

energievraag. Hoeveel energie we moeten opwekken af van hoe we in onze warmtevraag gaan voorzien.

te verwarmen en waarin we schone elektriciteit ge-

Rollen, samenwerking en instrumenten

gemeenten een elektriciteitsopgave gekregen binnen

duidelijkheid over de koers van de gemeente Oss rich-

bruiken of zelfs zelf opwekken. Daarnaast hebben de de RES voor 2030, die landelijk moet optellen tot 35

TWh hernieuwbare energie op land met grootschalige opwek van zon en wind.

Osse ambitie en opgave

Binnen de verantwoordelijkheden die wij hebben

gaan we in Oss voor een CO2-uitstoot vrije en aard-

gasvrije gebouwde omgeving in 2050. Deze ambitie

Onze partners, bedrijven en inwoners willen allereerst

2

en bevoegdheden.

Ook zien we dat er naast de bestaande taken extra taken op de gemeenten afkomen om uitvoering te

geven aan het Klimaatakkoord. Dat komt op dit mo-

ment niet overeen met de toegezegde middelen vanuit het Rijk en behoeft dus aandacht.

werking opzoeken met onze partners en inwoners. We zullen daarin zowel kaderstellend, vergunningverle-

nend als handhavend optreden vanuit de taken die we als gemeente hebben.

uitvoeringsprogramma nodig om verdere duidelijkheid

de huidige energievraag door de groei van de gebouw-

strijdige belangen en verdeelde verantwoordelijkheden

In het uitwerken van de opgave zullen we de samen-

energieneutraal en aardgasvrij maken van de gebouw-

De energievraag in 2050 zal toenemen ten opzichte van

niet in een keer vloeiend lopen, vanwege soms tegen-

wij die stip op de horizon en geven we de richting aan.

Vervolg: een uitvoeringsprogramma

de omgeving.

nieuwe en intensieve manier van samenwerken. Dat zal

ting 2050. Met deze Kadernota Energietransitie zetten

kan vertaald worden in een kwantitatieve opgave voor duurzame energieopwek, energiebesparing en het

soms lijkt. We hebben daarom elkaars inbreng nodig

Als vervolg op de Kadernota Energietransitie is een

te kunnen geven aan die invulling van onze opgave.

Onderdelen van het uitvoeringsprogramma zullen zijn: een warmtebronnenonderzoek, een warmtestrategie

en de energiemix 2050. Tegelijkertijd leert de praktijk

1 TJ komt overeen met circa 278.000 kWh of met 31.600 m3 aardgas

5

1. Aanleiding: klimaatverandering , leveringszekerheid en betaalbaarheid

6

Het onderwerp energie, en specifiek het gebruik en

de opwekking van energie, heeft de laatste decennia wereldwijd veel aandacht. Het is een belangrijk on-

Voor fossiele brandstoffen is daarom als doel gesteld dat die in 2050 niet meer worden gebruikt . Dat 7

betekent dat de energievoorziening moet overschake-

derdeel van ons dagelijks leven. We gebruiken energie

len naar duurzame energiebronnen. Hoe eerder dat

en verlichting te gebruiken, voor vervoer en mobili-

mens, dier, natuur en milieu. Het klimaat kent name-

om onze gebouwen te verwarmen, om onze apparaten teit, voor onze landbouw en ook voor onze industrie. Daarvoor zijn we nog in grote mate afhankelijk van

het gebruik van fossiele brandstoffen, zoals steenkool,

olie, benzine en aardgas. In 2021 ging dat in Nederland nog om circa 88%3.

Gebruik van fossiele brandstoffen draagt in belangrijke mate bij aan klimaatverandering: de opwarming van

de aarde. Daarvan ondervinden mens, dier, natuur en

milieu steeds meer de negatieve gevolgen. Het heeft invloed op onze gezondheid, leefomgeving en economie. Door luchtvervuiling leven we bijvoorbeeld gemiddeld negen maanden korter in Nederland , fossiele brand4

stoffen dragen daaraan bij. En de toenemende opwar-

ming van de aarde zorgt ervoor dat de wereldeconomie krimpt, als dat oploopt tot 3 graden is de schade 5 tot 6

keer groter dan bij 2 graden . In Nederland is de gemid5

delde stijging van de temperatuur ±2,2°C. (wereldwijd

gemiddeld ±1,2°C.) ten opzichte van 1850. Daardoor worden ook in Nederland de gevolgen steeds merkbaarder in weersextremen door periodes van hitte, droogte en

extreme neerslag. En we weten al dat op lange termijn een (sterke) zeespiegelstijging onomkeerbaar is . 6

gebeurt des te beter voor het klimaat en dus ook voor lijk kritische kantelpunten (tipping points), waarbij

ons klimaat in korte tijd drastisch en onomkeerbaar kan veranderen. Daarnaast geldt dat hoe eerder

onderdeel van de lasten voor inwoners en bedrijven is

geworden. Bovendien maakt het Nederland, en dus ook onze economie, kwetsbaar om voor energie afhankelijk te zijn van het buitenland. Energiegebruik is daarmee

een belangrijk maatschappelijk en politiek onderwerp geworden dat het handelen van inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen en overheden sterker dan voorheen beïnvloedt en bezighoudt.

wordt overgeschakeld, des te lager de kosten zijn voor die omschakeling.

Bovendien is de levering van deze fossiele brandstoffen niet meer vanzelfsprekend. Het aardgas uit de bodem van Groningen is na zo’n 60 jaar gebruik niet meer

beschikbaar voor het verwarmen van gebouwen en

productieprocessen in de industrie. De aanvoer vanuit andere locaties buiten Nederland is door geopolitieke ontwikkelingen niet vanzelfsprekend en is duurder.

Daarnaast is in het huidige energiesysteem ook niet

voorzien in alle ruimtelijke ontwikkelingen (groei) en verduurzamingsmaatregelen, waardoor de beschik-

baarheid van energie niet meer overal vanzelfsprekend is. Flinke uitbreidingen zijn nodig om de energiesys-

temen voor te bereiden op de energievraag van nu en nabije toekomst. Dat brengt ook de nodige spanning teweeg in relatie met beschikbare ruimte.

Al deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de energierekening in enkele jaren een belangrijk en bepalend

3

https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energieneutraal datum van raadpleging 13 maart 2024

4

Klimaatakkoord: Gevolgen van het uitfaseren van fossiele energie voor veiligheid, gezondheid en stikstofdepositie; een update (rivm.nl)

5

Klimaatverandering leidt tot economische schade, maar beleid kan dat voorkomen | Klimaat | NU.nl

6

https://www.nationalgeographic.nl/natuur-leefomgeving/a45635963/smelt-west-antarctica-onomkeerbaar-zeespiegelstijging

7

Maatregelen Klimaatakkoord per sector | Klimaatverandering | Rijksoverheid.nl

7

2. Context: internationale en nationale afspraken

8

2.1 Het internationale kader: het Parijse Klimaatakkoord en fit for 55

In 2016 hebben 197 landen op een bijeenkomst van de Verenigde Naties het Parijse Klimaatakkoord uit 2015

ondertekend. Dit is per 2020 ingegaan en is ook door alle lidstaten van de EU ondertekend. In dat akkoord hebben de landen met elkaar doelen gesteld en afspraken ge-

maakt om klimaatverandering tegen te gaan. Het hoofddoel is het beperken van de opwarming van de aarde tot

1,5 graad, en maximaal 2 graden in 2050. Een belangrijke afspraak om dat doel te bereiken, is het terugdringen

van de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2. Er is in het Parijse Klimaatakkoord afgesproken dat de CO2-uitstoot 49% (bijstelling EU naar 55%) omlaag moet in 2030 ten

opzichte van 1990 en een CO2-reductie van 95% in 2050. Als reactie daarop is er Europees en nationaal beleid

gemaakt, dat steeds aangescherpt wordt om zicht te

blijven houden op de maximaal 2 graden opwarming

van de aarde. Ondanks die aanscherping brengen ook

nu wetenschappers via het IPCC nog rapporten uit dat

we het Parijse Klimaatakkoord om onder de 1,5 graad te

blijven alleen nog gaan halen als we in de komende jaren echt alles op alles zetten.

2.2 Het nationale kader: Klimaatakkoord Het Parijs Akkoord is in Nederland vertaald in het

Dit is vertaald in een totale, inmiddels bijgestelde,

opgave van 60% CO2-reductie in 2030 en klimaatneu-

traal in 2050. Deze nationale doelen zijn vastgelegd in De overkoepelende opgave is vervolgens onderverdeeld omgeving , Mobiliteit en Landbouw en landgebruik. Per

met ieder hun eigen doelstelling10. Dat is de klimaat-

in vijf sectoren: Elektriciteit, Industrie, Gebouwde 9

sector is er een aparte klimaattafel geweest die verdere

sen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overhe-

daan moet worden. In figuur 1 is de opgave per sector

den hoe Nederland gaat voldoen aan het Parijs Akkoord.

CO2-reductie doelen (bron: ministerie EZK)

2.3 De scope van energie binnen het Klimaatakkoord

de nationale Klimaatwet8.

Nationale Klimaatakkoord, dat in 2019 is ondertekend. Daarin zijn maatregelen en afspraken vastgelegd tus-

Figuur 1 Overzicht van de klimaattafels met bijbehorende

afspraken heeft gemaakt over hoe aan de opgave volweergegeven.

Twee tafels gaan specifiek over de energietransitie,

tafel Gebouwde omgeving met als doelstelling voor

2050: goed geïsoleerde woningen en gebouwen, die

we met duurzame warmte verwarmen en waarin we schone elektriciteit gebruiken of zelfs zelf opwekken.

8 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/klimaatbeleid 9 Woningen, commerciële en publieke dienstverlening (SBI codes G-N / O-U) , exclusief de uitstoot die gerelateerd is aan verkeer en vervoer (deze zit in sector mobiliteit) 10 Het Energieakkoord dat in 2013 werd gesloten is onderdeel van het landelijke klimaatbeleid. De afspraken uit het Energieakkoord zijn dan ook opgenomen in het Klimaatakkoord en terug te vinden in de sectoren gebouwde omgeving en elektriciteit.

9

bestaande woningen moeten worden verduurzaamd en

2.4 Het Nationaal Plan Energiesysteem als kaderstellend beleid

extra moet worden teruggebracht . De tweede klimaat-

(NPE)13 is landelijk kaderstellend beleid. In het NPE staat

De eerste stappen daarvoor tot 2030 zijn dat 1,5 miljoen

CO2-uitstoot in de bestaande utiliteitsbouw met 1 Mton 11

tafel is Elektriciteit. Deze heeft de doelstelling van 35

TWh hernieuwbare energie op land en een, inmiddels

verhoogde, opgave van circa 90 TWh wind op zee. Wind op zee is voornamelijk bedoeld voor het verduurzamen

Het in 2023 vastgestelde Nationaal Plan Energiesysteem de visie van het kabinet omschreven om te komen tot

een duurzaam energiesysteem in 2050. Daarvoor maakt het kabinet 5 richtinggevende keuzes: 1.

Maximaal aanbod: maximale inzet op aanbod van

energieopwekking op land is onder andere bedoeld voor

2.

Energiebesparing: besparen als belangrijke hoek-

omgeving en lokale bedrijven.

3.

van de industriële bedrijvenclusters12. Hernieuwbare

het elektrificeren van de installaties van de gebouwde

Gemeentelijke verantwoordelijkheid in de energieopgave

Vanuit het Klimaatakkoord hebben gemeenten de verantwoordelijkheid en taak gekregen voor het

aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving.

De afspraak is dat gemeenten met een wijkaanpak

4.

5.

duurzame energie en energieinfrastructuur. steen van het energiebeleid.

Slim inzetten energie en infrastructuur: schaarse

energie en infrastructuur worden ingezet waar dit het meest nodig is vanuit systeemperspectief.

Internationale samenwerking: sterke internationale samenwerking en maximaal verbonden energiesysteem.

Samen sturen: met burgers en bedrijven, met ruimte voor participatie en initiatief.

bijdragen aan goed geïsoleerde woningen en gebou-

Deze 5 richtinggevende keuzes bevat ook een aantal

en waarin schone elektriciteit gebruikt wordt of zelfs

niveau. In hoofdstuk 4 komen we daarop terug: wat

wen, die met duurzame warmte verwarmd worden

zelf opwekt wordt. Daarnaast dragen gemeenten bij

aan de opgave van een CO2-vrij elektriciteitssysteem.

randvoorwaarden voor het energiesysteem op lokaal betekent dat voor Oss.

Alle gemeenten samen zijn verantwoordelijk voor en hebben de taak om 35 TWh hernieuwbare energie

op land met grootschalige opwek van zon en wind in 2030 op te wekken, via het instrument RES.

11 Hoofdstuk gebouwde omgeving in het Klimaatakkoord. 12 In Nederland zijn vijf grote industriële clusters: Rotterdam/Rijnmond, Noordzeekanaalgebied, Chemelot, Zeeland en Noord-Nederland. Buiten deze vijf clusters is er verspreid door het land nog een groot aantal CO2-heffingsplichtige bedrijven, zoals de verschillende papierfabrieken door het land. Gemakshalve wordt deze groep niet-regio gebonden industrie aangeduid als het zesde cluster. 13 Nationaal Plan Energiesysteem definitief vastgesteld | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl

10

3. Ontwikkelingen in de energietransitie

11

3.1 Het energiesysteem verandert structureel

hebben op elkaar, zoals in het vorige hoofdstuk is

gesteld, waarin ook afstandsnormen zijn opgenomen14.

ontwikkelingen op energiegebied. We staan voor een

minder we nodig hebben en hoeven te transporteren.

de Nationale Omgevingsvisie omschreven is als kader.

Zoals ook in de aanleiding geschetst zijn er veel

opgave om van fossiele energie naar hernieuwbare

energie over te stappen. Dit heeft invloed op waar onze

elektriciteit en warmte vandaan komt, op hoe we koken, verwarmen, douchen, warm tapwater gebruiken, ons

verplaatsen (mobiliteit) en de manier waarop we pro-

duceren en consumeren. Waar het nu nog vanzelfsprekend is dat we de wasmachine aanzetten wanneer het ons uitkomt, wordt het belangrijker om apparaten als

deze aan te sturen wanneer er veel duurzaam opgewekte energie voorhanden is. Dit wordt mede veroorzaakt

toegelicht. Des te meer energie we besparen, des te

We gaan voor 2050 van het aardgas af, afhankelijk van het gekozen alternatief, wordt het elektriciteitsnet

maximaal verzwaard of komen er warmtebuizen in de grond. Om te voorkomen dat bij een collectief warmtealternatief ook nog losse airco’s geplaatst worden, is het nodig dat er ook aan collectieve koeling wordt gedacht. Al die keuzes hierin bepalen hoe ons ener-

giesysteem eruitziet en bepalen daarmee ook wat de ruimtelijke consequenties zijn.

naar decentrale opwek. Ook consumenten nemen deel

3.2 De energietransitie zorgt voor een toenemende vraag naar ruimte

afnemers van energie, maar ook producenten van

me lokale energie vraagt lokaal ruimte in stedelijk en

door de verschuiving die we zien van centrale opwek in die verschuiving en worden daarmee niet alleen

duurzame lokale energie, ook bekend als prosumenten. Daarnaast speelt in deze ontwikkeling ook mee dat

onze energie niet meer van enkele centrale bronnen

komt zoals aardgas en steenkool, maar van een uiteenlopende mix van bronnen. Dat verandert hoe we onze

huidige energienetten gebruiken. Het continu aanbod via de centrale netten wordt steeds meer vervangen

door sturing op vraag en aanbod in tijd (piek-dal) en sturing van vraag en aanbod in ruimte (efficiëntie).

Beide kaders vragen aan lokale overheden om een visie te hebben op hoe de eigen doelstelling voor grootschalige duurzame elektriciteitsopwekking gerealiseerd

moet worden. Het gaat dan om waar we wat met welke omvang op willen wekken.

Ruimte voor opslag, conversie en distributie van energie

ruimtelijke puzzel, waarin diverse opgaven die allen om ruimte vragen samenkomen, zowel in ondergrond als bovengrond. Een voorbeeld daarvan is het uitbreiden en extra plaatsen van hoogspanning-, middenspan-

ning, - en laagspanningstations om het elektriciteitsnet toekomstbestendig te maken. En de aanleg van warmtenetten in de openbare ruimte.

Deze ontwikkelingen tezamen leiden ook tot een focus

opwek van grootschalige duurzame energie niet hele-

lende thema’s binnen de energietransitie invloed

hun provinciale omgevingsverordening, zie bijlage 1.

landelijk gebied. Het is daarmee ook onderdeel van de

Ruimte voor opwek van duurzame energie

op het energiesysteem als geheel, omdat de verschil-

Door de provincie Noord-Brabant is dat opgenomen in

De opwek, opslag, conversie en distributie van duurza-

Lokale opslag gaat daarin steeds meer een belangrijke rol spelen.

Een ander voorbeeld is een landelijke zonneladder die in

Met de huidige opgave van opslag, conversie en distri-

butie van energie (warmte en elektriciteit) staan we nog

Gemeenten zijn voor het vaststellen van kaders voor

meer dan energieopwekking aan het begin. De verbou-

maal vrij in hoe ze dat willen vormgeven. Het Rijk heeft

ruimtelijke consequenties. Bestaande stations moeten

bijvoorbeeld nieuwe normering voor windenergie op-

wing en uitbreiding van het elektriciteitsnet heeft ook uitgebreid worden of er worden nieuwe bijgeplaatst.

14 Nieuwe normering voor windturbines (rvo.nl)

12

pompen en elektrische mobiliteit, moet ook lokaal het

3.3 Toegang tot energie is niet meer vanzelfsprekend

meer ruimte in de grond nodig is en ook bovengronds

afname van energie van het elektriciteitsnetwerk in

Met de toename aan zonne-energie op daken, warmteelektriciteitsnet verzwaard worden. Dit betekent dat er moeten er meer transformatoren bij, wat extra ruim-

tebeslag betekent. De overstap naar duurzame warmte

vraagt dus ruimte als je het volledig elektrificeert, maar vraagt ook ruimte als je werkt met een warmtenet.

Hoeveel ruimte er ondergronds en bovengronds nodig is, is afhankelijk van de bron die gebruikt wordt en de

temperatuur daarvan. Mogelijk moet die warmte in de

woning nog naar de juiste temperatuur opgewaardeerd worden. Voor dat opwaarderen is een warmtepomp

nodig, die uiteraard elektriciteit verbruikt. Het ordenen van de openbare ruimte is een bevoegdheid van de gemeente . 15

Om energie die je overdag opwekt ook ’s avonds te

kunnen gebruiken is opslag nodig. Dit geldt zeker ook voor warmte en koeling die je seizoensgebonden wilt

kunnen gebruiken en dus ook langdurig moet kunnen opslaan. Voor warmte en koeling is de opslag meestal

ondergronds, voor elektriciteit bovengronds. Naast de

noodzaak van opslag om energie te kunnen gebruiken wanneer daar behoefte aan is, kan het ook bijdragen

aan het verminderen van de huidige netcongestie op het elektriciteitsnetwerk.

uitbreiding daarin geen soelaas biedt, de vraag komt nu al heel dicht bij de capaciteit die er na 2030 bijkomt16.

In juni 2022 kwam er een tijdelijke stop voor opwek en

Bovendien is er veel gelijktijdig gebruik in tijd van ener-

Brabant en Limburg. Dit raakte zowel projecten voor

gelijktijdig terugleveren van energie (vaak een piek ’s

grootschalige duurzame opwek op daken en grond,

als de aansluiting en verduurzaming van bedrijven.

Bedrijven kregen namelijk geen nieuwe grootverbrui-

kersaansluiting meer, of konden een bestaande groot-

verbruikersaansluiting niet uitbreiden. Wat volgde was een periode van congestiemanagement waarin er ge-

keken werd hoe de beperkte ruimte op het elektriciteit-

snetwerk het beste verdeeld kon worden. In die periode zijn de landelijke en regionale netbeheerders gesprek-

ken aangegaan met bedrijven over het flexibel terugleveren en afnemen van elektriciteit tijdens momenten van piekbelasting. Daarvoor zijn speciale contracten

afgesloten. Dit heeft erin geresulteerd dat er weer een aantal nieuwe aanvragen voor opwek en afname in

behandeling werd genomen. Eind juni 2023 werd echter aangekondigd dat de vraag naar grootschalige opwek

gie (vaak een piek ’s ochtends en piek ’s avonds) en veel middags, wanneer de zon schijnt).

Onze regio is daarin niet uniek. De nieuwe werkelijkheid is dat het kunnen afnemen en kunnen terug-

leveren van elektriciteit geen vanzelfsprekendheid

meer is. Het wordt daardoor duidelijk dat we zoveel mogelijk energie moeten besparen én ook anders

moeten omgaan met het elektriciteitsnet, door het

efficiënter te gebruiken. Naast de prioritering op het niveau van netuitbreiding zoals in de Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en

Klimaat (PMIEK)17 is gedaan, zien we ook ontwikkelin-

gen om te komen tot een prioritering op projectniveau. Zodat het elektriciteitsnet en de capaciteit die er is,

efficiënter gebruikt gaat worden. Gemeenten hebben de bevoegdheid om daarvoor ruimtelijk te sturen op

netinpassing18, indien zij daarvoor beleidsregels hebben

en afname van het elektriciteitsnetwerk groter was dan

vastgelegd. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld

de wachtlijsten voor opwek en afname van het elektri-

opwek en afname, al dan niet via directe verbindin-

de gecreëerde beperkte ruimte. Dit resulteert erin dat citeitsnet voor de komende 5 tot 10 jaar niet opgelost

worden en netschaarste dus ook minimaal nog 5 tot 10 jaar duurt. Inmiddels weten we dat ook de geplande

het sturen op het fysiek dicht bij elkaar brengen van gen. Daarnaast kunnen gemeenten ook stimuleren

dat partijen het elektriciteitsnet zo efficiënt mogelijk

gebruiken, door bijvoorbeeld concepten te faciliteren.

15 Dit kunnen en gaan wij onder andere inzetten door een visie op de ondergrond vast te stellen. 16 1823021 ENE N Landkaart wachtlijsten_TOTAAL (adobe.com) 17 Meer informatie in bijlage 1 18 https://atosborne.nl/nieuws/hoe-kan-een-gemeente-of-provincie-ruimtelijk-sturen-op-netinpassing/

13

Netbeheerders sturen daar ook op door het aanbieden van bepaalde contracten ten tijde van netcongestie . 19

3.4 Energie is onlosmakelijk verbonden met de economie De transportschaarste raakt direct onze economie,

doordat het invloed heeft op bedrijven die zich hier

nieuw willen vestigen, bedrijven die willen uitbreiden

en ook bedrijven die willen verduurzamen en daarvoor

een zwaardere aansluiting nodig hebben of elektriciteit

3.5 Elektriciteit wordt steeds belangrijker voor mobiliteit

3.6 Energie is onlosmakelijk verbonden met wonen

Een van de oplossingsrichtingen is het elektrificeren

op wonen.

Mobiliteit staat ook voor een duurzaamheidsopgave. van mobiliteit. In het klimaatakkoord zijn daarvoor

doelstellingen opgenomen21. In 2050 is al het vervoer emissieloos. In 2030 verwacht het Rijk dat er onge-

veer 2 miljoen elektrische auto’s in Nederland rijden.

Bovendien zijn vanaf 2030 alle nieuwe personenauto’s die verkocht worden, elektrisch22.

willen terugleveren. Gezien de hierboven beschreven

Elektrische auto’s kunnen door hun accu’s steeds meer

is het voor bedrijven op bedrijventerreinen logisch om

laden, waarbij je naast de accu op te laden ook via een

situatie en de nieuwe werkelijkheid waar we voorstaan, gezamenlijk te zoeken naar oplossingen hiervoor. Te denken valt aan het opzetten en vastleggen van een

samenwerking om zoveel mogelijk lokaal energie op te wekken, op te slaan en aan elkaar te leveren. Dit soort

constructies zijn bekend als slimme energiesystemen,

smart grids of smart energy hubs en dragen bij aan het efficiënt gebruiken van het elektriciteitsnet .

deel uitmaken van het energiesysteem. Bidirectionaal laadpaal weer kan terug leveren, wordt de standaard.

Hiermee fungeren auto’s als individuele batterijopslag

Energie heeft zowel financieel als ook ruimtelijk invloed Door de oorlog in Oekraïne stegen de energieprijzen,

waardoor de energierekening hoger is geworden. Voor bepaalde type woningen is dit exorbitant toegeno-

men, zoals bij slecht geïsoleerde monumenten. Door

de prijsstijgingen neemt ook de energiearmoede toe24. Inwoners die te maken hebben met energiearmoede

kunnen geen investeringen in hun (huur)woning doen

om die te verduurzamen. Zij kunnen daardoor moeilijk meedoen aan de energietransitie.

Daarnaast zien we dat het energielabel van invloed is op de woningwaarde25. Hoe beter de woning is geïso-

voor bijvoorbeeld woningen of balancering van het

leerd, hoe lager vaak de energierekening is en hoe meer

terijopslag in de buurt, zoals al het geval is in Lombok in

het overstappen op een alternatief voor aardgas. Om

elektriciteitsnet. En mogelijk in de toekomst ook als batUtrecht23.

20

toekomstbestendig de woning is met betrekking tot

te weten tot welk niveau er geïsoleerd moet worden

om van het aardgas af te kunnen is er een standaard

ontwikkeld. Het rendement van de te investeren kosten om tot die standaard te komen en de besparing die dat oplevert, heeft een redelijke grens. Hierdoor is het

19 ACM maakt volledig variabele contracten mogelijk | Netbeheer Nederland 20 Smart Energy Hubs: Slimme energiesystemen zijn energieoplossingen die - veelal gebruikmakend van IT - het mogelijk maken om de vraag naar en/of het aanbod van energie te sturen, energie op te slaan of deze te converteren naar andere energievormen (bron: https://topsectorenergie.nl/documents/375/Handreiking_Slimme_Energiesystemen.pdf) 21 https://www.klimaatakkoord.nl/mobiliteit 22 Overheid stimuleert milieuvriendelijker rijden | Auto | Rijksoverheid.nl 23 https://www.ad.nl/utrecht/elektrische-auto-s-in-lombok-straks-energiefabriek-voor-hele-wijk~a76f4826/ 24 Energiearmoede wordt gedefinieerd als gebrek aan toegang tot (betaalbare) energievoorzieningen in huis (TNO, 2020). 25 De woningwaarde verhogen met duurzame maatregelen (woonbewust.nl)

14

niet waarschijnlijk dat alle woningen tot die nieuwe

standaard geïsoleerd zullen worden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij monumenten. Gemeenten zullen daarmee

Dat zullen in ieder geval de volgende ontwikkelingen zijn:

•

bijgesteld naar 90% CO2 reductie in 2030. Die

natief in de verschillende wijken.

bijstelling is nog niet vastgelegd in de klimaatwet.

Om bestaande en nieuwe woningen klaar te krijgen

Wat het precies gaat betekenen voor Nederland

voor de toekomst zijn er diverse stappen gezet in wet-

is nog onduidelijk. Het Planbureau voor de

en regelgeving, zie bijlage 2.

Leefomgeving (PBL), heeft geconstateerd dat vanuit

Daarnaast speelt ook netcongestie een rol bij het aanslui-

internationale rechtvaardigheid Nederland dit doel minimaal zou moeten overnemen29. Wel stelt zij

ten van nieuwe woonwijken. In onder andere Almere26

ningen niet meteen aangesloten worden op het elektriciteitsnet, waardoor de woningen niet opgeleverd kunnen

•

worden. Naast de woningen zijn vaak ook maatschappe-

ningen hebben geregeld een grootverbruikersaanslui-

ting nodig, die ze vanwege netcongestie voorlopig niet

•

krijgen . Dat betekent dat er naar oplossingen gekeken

We hebben geconstateerd dat het veld van de energietransitie sterk in beweging is. Dat is ook eigen aan een

transitie. Om zelf grip te houden op wat het voor Oss betekent is deze Kadernota Energietransitie nodig, met er-

kenning dat er ook nog ontwikkelingen aan gaan komen.

Klimaatakkoord zijn uitgezet in het NPE. Wat dat

dere uitwerking vanuit het Rijk.

Ondertussen zijn de provincies wel aan zet

om te komen tot een provinciale Kadernota

Energietransitie. Wat daar precies in komt te

moet worden om een gehele gebiedsontwikkeling, inclu-

3.7 Nog te verwachten ontwikkelingen

De eerste strategische lijnen als uitwerking van het

de doorwerking op lokaal niveau, behoeft nog ver-

28

sief voorzieningen, mogelijk te maken.

ook haar vraagtekens bij de haalbaarheid daarvan.

precies gaat betekenen op provinciaal en daarmee

lijke voorzieningen gepland in nieuwe wijken. Te denken valt aan een supermarkt en school. Dit soort voorzie-

bijgesteld om zicht te houden op de 1,5 graad op-

warming. Het klimaatdoel is van 55% CO2 reductie,

rekening moeten houden in het te kiezen warmtealter-

en Nijmegen27 kunnen anno 2024 nu al nieuwbouwwo-

De Europese Unie heeft het klimaatdoel voor 2030

staan en tot welk abstractieniveau dat gaat, is nog •

onduidelijk.

Welke verdere opgaves, taken en bevoegdheden, die nog niet in deze Kadernota Energietransitie

beschreven staan, op gemeenten afkomen, is nog onbekend. Komt er bijvoorbeeld een opgave voor na 2030 via NP RES? En kan een gemeente grootschalig zon-op-dak gaan verplichten? Dat zal de komende jaren pas duidelijk worden.

26 Deel nieuwe huizen Almere niet aangesloten op stroom vanwege vol elektriciteitsnet (nos.nl) 27 77 appartementen zijn klaar om bewoond te worden, maar dat gaat niet: complex niet aangesloten op stroom | Nijmegen Noord | gelderlander.nl 28 Stroomnet slibt verder dicht: wachtlijst grootverbruikers verdrievoudigd (nos.nl) 29 Klimaatdoel 2040 vraagt balans tussen rechtvaardigheid en haalbaarheid | Planbureau voor de Leefomgeving (pbl.nl)

15

4. De samenhang in het energiesysteem

16

4.1 Het energiesysteem bestaat uit opwek, infrastructuur en afnemers

De verschillende onderdelen in het energiesysteem

Dat kan door energiebesparing, maar ook door keuzes

en grootschalige opwek van energie (steenkool, olie en

kabels en leidingen, maar ook tijd en plaats zijn daarin een belangrijke factor.

voorbeeld woningbouw of keuzes te maken voor een

Het huidige energiesysteem is ontstaan vanuit centrale aardgas), die via een energie-infrastructuur in de vorm

zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar, letterlijk met

van aardgas en elektriciteit terechtkomt bij afnemers

Balans opwek en afname

infrastructuur en afnemers, noemen we het energiesys-

te afhankelijkheid ten opzichte van elkaar. Indien er

zoals bedrijven en inwoners30. Dit geheel aan opwek,

teem. Het energiesysteem van de toekomst gaat naast opwek en gebruik van duurzame energie, ook over het

transport, opslag en conversie van energie, zie figuur 2.

De opwek en afname van energie hebben een direcbijvoorbeeld gekozen wordt om niet meer duurzame

energie op te wekken dan dat we nu gepland hebben, moet ook de vraag naar energie worden verminderd.

te maken in onze ambities met betrekking tot bij-

specifiek economisch profiel dat minder energie vraagt. Hierbij geldt: hoe minder energie we gebruiken, hoe

minder we op hoeven te wekken. Ongeveer 70% van ons energieverbruik is bestemd voor warmte en zo’n 30%

voor overige energie zoals elektriciteit. Dit resulteert in

randvoorwaarde 1: De benodigde duurzame energieopwek is afhankelijk van de energievraag.

Daarnaast is opslag van duurzame elektriciteit en

warmte nodig, omdat de vraag op een bepaald mo-

ment niet altijd overeenkomt met het aanbod van dat moment. We zien dat bijvoorbeeld in het verschil in

vraag en aanbod van zowel dag en nacht als tussen de seizoenen. Voor elektriciteit zal dat zijn om met name het verschil tussen dal- en piekbelasting van het elek-

triciteitsnet op te vangen. En voor warmte zal het gaan om met name seizoenen te kunnen overbruggen. Dit

resulteert in randvoorwaarde 2: Vanwege de variërende vraag naar en opwek van energie in tijd, gedurende de

dag en per seizoen, is aandacht nodig voor de opslag en eventueel conversie van energie.

Bovendien zorgt lokale balans van het energiesysteem ervoor, dat niet overal het elektriciteitsnet maximaal

verzwaard moet worden, naast de aanleg van eventuele warmtenetten. De kosten voor de uitbreidingen van

het elektriciteitsnet zijn kosten die wij als maatschappij dragen. Dit resulteert in randvoorwaarde 3: Hoe beter het energiesysteem in balans is, hoe lager de maatFiguur 2 Het gemeentelijk energiesysteem ten behoeve van de gebouwde omgeving

schappelijke kosten voor het energiesysteem zijn.

30 Energiesysteem | Regionale Energiestrategie (regionale-energiestrategie.nl)

17

Bij het opslaan, omzetten en transporteren van energie

4.2 Een toekomstbestendig en duurzame energievoorziening is nodig

Voorbeeld infrastructuur van nationaal belang

omzet en transport, zijn in ons huidige systeem in

huidige energiesysteem naar een toekomstbestendig

wordt als sluitstuk op plekken en momenten waar

Efficiëntie

vinden energieverliezen plaats. Energieverliezen door Nederland ongeveer 20% van het totale energiever-

bruik . Verlies door opslag is daarin niet meegenomen. 31

Het Rijk heeft in het Nationaal Plan Energiesysteem

aangegeven naar een energiesysteem toe te willen dat zo efficiënt mogelijk is.

Enerzijds in het beperken van energietransport. Dat

is een van de redenen voor het Rijk om waar mogelijk aanbod en vraag dichter bij elkaar te brengen. Een

voorbeeld daarvan is de inzet op lokale energiehubs. Dit resulteert in randvoorwaarde 4: vraag en aanbod van energie wordt zo dicht mogelijk bij elkaar gebracht.

Anderzijds in de meest efficiënte afstemming tussen

het soort energieaanbod en energievraag. Bijvoorbeeld

het direct gebruik van duurzame geproduceerde elektriciteit voor elektriciteitsvraag en de inzet van duurzame lokale warmtebronnen voor de lokale warmtevoorziening. Hierdoor maak je zo minimaal mogelijk gebruik

van de omzet van energie in een andere energiedrager

(conversie). Bij conversie vinden er namelijk altijd energieverliezen plaats . Dit resulteert in randvoorwaarde

De energietransitie vraagt om een overgang van het en duurzaam energiesysteem. Dat betekent ook een

overgang van een centraal energiesysteem, naar meerdere lokale energiesystemen die onderling met elkaar verbonden zijn.

Het gehele energiesysteem op nationaal niveau bedient alle sectoren met een energievraag, ook in de toekomst. Als gemeente hebben we daarbinnen een deeltaak,

namelijk het aardgasvrij maken van de gebouwde om-

geving en duurzame opwek. Daar zijn niet alle energiebronnen en bijbehorende energie- infrastructuur voor Oss beschikbaar, omdat die vanwege schaarste alleen ingezet worden waar die het meest nodig zijn van-

“Het kabinet stuurt erop dat waterstof in de

gebouwde omgeving en landbouw alleen ingezet geen re­delijk alternatief is en in principe pas na

2035. De mate waarin waterstof in de gebouwde

omgeving gaat worden ingezet is mede afhankelijk

van de beschikbaarheid van groen gas. Bijvoorbeeld voor gebouwen die heel lastig op een andere

manier te verduurzamen zijn, voor landbouwvoertuigen zo­als tractoren waarvoor elektrificatie niet mogelijk is of de glastuinbouw op momenten dat onvol­doende andere bronnen beschikbaar zijn.” Bron: Nationaal Plan Energiesysteem

uit nationaal systeemperspectief. Duurzame gassen,

Met die beperking, kan er in Oss gekeken worden naar

sluitstuk van de energietransitie gezien en zijn daar-

dig en duurzaam lokaal energiesysteem. Dit resulteert

zoals groen gas en waterstof, worden bijvoorbeeld als mee alleen beschikbaar voor het verduurzamen van de

gebouwde omgeving, waar er echt geen ander alterna-

tief is . Zie ook het kader “voorbeeld infrastructuur van 33

nationaal belang”.

wat er nodig is om te komen tot een toekomstbesten-

in randvoorwaarde 6: voor een toekomstbestendig en duurzame lokale energievoorziening is het belang-

rijk om te gaan voor lokaal duurzaam en beschikbare energieopwekking.

32

5: energie wordt zo efficiënt mogelijk gebruikt, door

zoveel als mogelijk de opgewekte elektriciteit voor elek-

trische toepassingen in te zetten en duurzame warmtebronnen voor gebruik van verwarming, warm tapwater en voor productieprocessen.

31 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/12/01/nationaal-plan-energiesysteem#:~:text=Het%20Nationaal%20Plan%20Energiesysteem%20is,nu%20en%20in%20de%20toekomst. 32 Bij elektriciteit omzet tot waterstof, middels elektrolyse en weer terug naar elektriciteit, verlies je 70% van de beschikbare energie: Routekaart Energieopslag voorjaar 2023 (rvo.nl) 33 Terugkijken webinar: ‘Duurzame gassen: groen gas en waterstof’ | Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (nplw.nl)

18

4.3 Het NPE leidt tot 6 lokale randvoorwaarden Door naar het geheel te kijken van opwek, transport,

5.

opslag, conversie en afname, komt naar voren dat ba-

in te zetten en duurzame warmtebronnen voor

waarin ze 5 richtinggevende keuzes maakt. Dat leidt tot volgorde, die hierboven al genoemd zijn: 1.

De benodigde duurzame energieopwek is afhankelijk van de energievraag. Hiermee zorgen we

op jaarbasis voor een evenwicht tussen opwek en 2.

afname.

Door de variërende vraag naar en opwek van

energie in tijd, gedurende de dag en per seizoen, is opslag en eventueel conversie van energie nodig.

Dit zorgt gedurende het jaar voor een balans tus3.

4.

sen opwek en afname.

Hoe beter het energiesysteem in balans is, hoe

lager de maatschappelijke kosten voor het energiesysteem zijn.

Vraag en aanbod van energie wordt zo dicht mogelijk bij elkaar gebracht. Dit zorgt namelijk voor

zoveel als mogelijk de opgewekte elektriciteit voor

elektrische toepassingen (apparaten en verlichting)

lans nodig is. Dit heeft het Rijk ook gesteld in hun NPE, de volgende lokale randvoorwaarden, in willekeurige

Energie wordt zo efficiënt mogelijk gebruikt, door

gebruik van verwarming, warm tapwater en voor 6.

productieprocessen.

Voor een toekomstbestendig en duurzame lokale energievoorziening is lokaal duurzaam en be-

schikbare energieopwek belangrijk. Onder volledig duurzame energieopwek wordt verstaan:

• CO2-neutraal34. Dat betekent dat er geen CO2

vrij mag komen bij de opwek van elektriciteit en warmte. Dit draagt bij aan het nationale doel

om in 2050 klimaatneutraal te worden en het

tussendoel van een CO2-vrij elektriciteitssysteem in 2035.

• Hernieuwbaar. Dat betekent dat de energiebron niet op raakt, maar constant aangevuld wordt

en op die manier oneindig te gebruiken is. Dit is voor energieopwekking op land het doel.35

minder gebruik van het centrale energiesysteem.

Bovendien leidt dat tot minder ruimtebeslag voor kabels, leidingen en bovengrondse installaties. 34 Nationaal Plan Energiesysteem blz 25 35 Nationaal Plan Energiesysteem blz 7

19

5. Urgentie: energiesysteem en nieuwe taak gemeente

20

5.1 Het energiesysteem is een randvoorwaarde Het verduurzamen van het energieverbruik, bete-

kent naast (grootschalige) duurzame opwek, ook, het grondig aanpassen en uitbreiden van de bestaande

infrastructuur, het aanleggen van nieuwe infrastruc-

tuur, het decentraal opslaan van energie en waar nodig ook het omzetten van energie van bijvoorbeeld elektriciteit naar warmte (conversie). Ook moeten de installaties van gebruikers, zoals voor het verwarmen van

gebouwen, worden aangepast. Het energiesysteem is

daarmee een belangrijke randvoorwaarde voor het rea-

liseren van een lokale energieopgave. Enerzijds zullen er nieuwe leidingen worden aangelegd waardoor warmte getransporteerd wordt, anderzijds zal ook een deel van de warmtevraag geëlektrificeerd worden. Dat brengt

met zich mee dat er aandacht moet zijn voor de ruimte die deze ontwikkelingen vragen, de huidige transport-

schaarste en welke ambitie de gemeente heeft na 2030. Ruimte

De infrastructuur, opwek, opslag én conversie van energie vraagt om ruimte. Dit vraagt om: •

•

•

Aandacht voor meervoudig ruimtegebruik, zoals grootschalig zon op dak, agro PV en combinaties van wind en landbouw.

Een gebiedsgerichte benadering in projecten, met

Transportschaarste

opgave in het totale energievraagstuk, en de bestaan-

bovengronds.

maken hebben met transportschaarste. transport-

De warmtevraag zal namelijk deels geëlektrificeerd

aandacht voor de benodigde ruimte onder- en

En om een visie op de ondiepe en diepe onder-

grond, voor alle energiesystemen, voorzieningen en objecten in de ondiepe en diepe ondergrond.

Het elektriciteitsnet is overbelast, waardoor we te schaarste temporiseert momenteel de snelheid

waarmee grootschalige elektriciteitsopwekking en verduurzaming en uitbreiding van bedrijven, kan

plaatsvinden. En het raakt nu ook al de verstedelijkings-

de gebouwde omgeving in het warmtevraagstuk.

worden. Om transportschaarste aan te pakken wordt er op het volgende ingezet: •

Door netbeheerders wordt ingezet op uitbreidingen van het elektriciteitsnet. Deze worden

21

vastgelegd in de investeringsplannen van de net-

systeem als geheel en ook keuzes maken in welke ener-

Daarnaast dragen gemeenten bij aan de opgave van

van het elektriciteitsnet nadrukkelijker gevoed door

doen met het energiesysteem.

samen zijn verantwoordelijk voor en hebben de taak om

beheerders. Sinds 2023 worden die uitbreidingen de plannen van o.a. de gemeenten via de cycli-

•

•

giemix we wenselijk vinden in Oss en wat die keuzes

35 TWh hernieuwbare energie op land met grootschali-

sche pMIEK en de nog te ontwikkelen provinciale

5.2 Onze taak als gemeente

Daarnaast stellen de netbeheerders netcodewij-

antwoordelijkheid en taak gekregen voor het aardgas-

Kadernota Energietransitie.

een CO2-vrij elektriciteitssysteem. Alle gemeenten

Vanuit het Klimaatakkoord hebben gemeenten de ver-

ge opwek van zon en wind in 2030 op te wekken, via het instrument RES.

vrij maken van de gebouwde omgeving. De afspraak is

Voor elektriciteit betekent het dat gemeenten de

Ruimtelijke ontwikkelingen gaan gestuurd worden

geïsoleerde woningen en gebouwen, die met duurzame

lens en zonnevelden organiseert en faciliteert, zodat

een andere manier van denken hoe we omgaan met

teit gebruikt wordt of zelfs zelf opwekt wordt .

zingen voor bij ACM om het elektriciteitsnet zo efficiënt en effectief mogelijk te benutten36.

door de beschikbaarheid van energie. Dat vraagt om het aanbod van en de vraag naar elektriciteit. Dit

dat gemeenten met een wijkaanpak bijdragen aan goed

warmte verwarmd worden en waarin schone elektrici37

zien we terug in het Nationaal Plan Energiesysteem

grootschalige opwek van elektriciteit met windmo-

de CO2-productie van steenkool- en aardgascentrales wordt beperkt en uiteindelijk wordt beëindigd.

Voor de gebouwde omgeving is de opgave om met

en het concept Provinciaal Ruimtelijk Voorstel. Op lokaal niveau zijn gemeenten daarvoor aan zet,

als onderdeel van hun ruimtelijke ordeningstaak. Deze taak past bij de bevoegdheden van de ge-

meente en zij kan dat opnemen in een Kadernota Energietransitie en daar beleidsregels voor op-

stellen. Naast water en bodemsturend, wordt ook energie op die manier sturend. Blik vooruit ook na 2030

De investeringsplannen van de netbeheerders die ge-

richt zijn op het elektriciteitsnet worden voor de lange termijn gemaakt en kijken minimaal 10 jaar vooruit.

Voor een toekomstbestendig energiesysteem, waar het elektriciteitsnet onderdeel van is, is het nodig dat wij

ook over 2030 heen kijken, richting 2050. En we in het bepalen van onze opgave nadenken over het energie-

36 Voorbeelden zijn het codebesluit niet gebruikte transportrechten (Gotork: gebruik op tijd of raak het kwijt) en het ontwerp codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken. Dat laatste gaat over het maatschappelijk kunnen prioriteren van de aanvragen in plaats van het huidige ‘first come, first serve’ principe. 37 Bron: Klimaatakkoord, C Afspraken in sectoren, C1 Gebouwde omgeving, p29

22

energiebesparing en aardgasvrije energiebronnen

Tot nu toe lag de focus van veel gemeenten vooral

Deze programma’s bieden hulp bij het organiseren en

volledig duurzaam van energie te voorzien. Die duur-

warmtevraag maakt namelijk een groter deel uit van de

we als lokale overheid medeverantwoordelijk worden,

de CO2-uitstoot te beëindigen en uiteindelijk dus

zame energie komt deels uit opwek van elektriciteit met zon en wind. Daarnaast is gebruik van warmte

uit natuurlijk water (aquathermie) en uit aardwarmte een substantieel en duurzaam alternatief. Het

nog op elektriciteit, maar dat zal gaan verschuiven. De energievraag dan elektriciteit. In Oss gaat dat om een

warmtevraag van 68% van het totale energieverbruik van de gebouwde omgeving.

gebruik van restwarmte van industrie en het gebruik

We krijgen die taken en bijbehorende bevoegdheden

lokaal beperkt of niet beschikbaar voor verwarming

Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW) en de Wet

van groengas (gemaakt uit biomassa) en waterstof is van gebouwen. Groengas en waterstof worden door

het Rijk benoemd als sluitstuk van de energietransitie en zijn daardoor alleen mogelijk inzetbaar als er echt geen andere mogelijk is om de gebouwde omgeving van warmte te voorzien38.

via wijzigende én nieuwe wet- en regelgeving, zoals de Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW)

financieren van de opgaves. Daarnaast zien we ook dat samen met de provincie en de regionale netbeheerder,

voor het regionale energiesysteem via programma’s zoals het pMIEK en de provinciale Kadernota Energietransitie. Lokale besluiten over de energietransitie, zoals over opwek en aardgasvrije gebouwen, worden opgeno-

men in gemeentelijke programma’s en indien nodig in het Omgevingsplan.

en via bestaande en nieuwe Rijksprogramma’s, zoals de

5.3 De relatie met de Omgevingswet

(NP RES), Nationaal Isolatie Programma (NIP) en het

om bovenstaande taak te kunnen oppakken. Dit is

het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie

Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW).

Een gemeentelijke Kadernota Energietransitie is nodig een sectorale beleidsvisie en is de paraplu waar we de energieprogramma’s onder ontwikkelen. Zonder de

Kadernota heb je anders geen juridische basis onder je beleid liggen.

De Transitievisie warmte (vastgesteld december 2021) is

door de komst van de Omgevingswet vervallen en wordt

opgenomen in zowel de Kadernota Energietransitie als een warmteprogramma. Dit wordt geregeld in de Wet

Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW)

en daarmee is het warmteprogramma een verplichting. Als we vervolgens gebruik willen maken van de be-

voegdheden die we krijgen met deze nieuwe wet, zoals de aanwijsbevoegdheid waarmee we kunnen bepalen in welk gebied we de gaskraan willen dichtdraaien,

dan moeten we ook nog onderdelen vastleggen in het omgevingsplan. Figuur 2 Schematische weergave van het wetsvoorstel Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (bron: Nota bespreekpunten Wgiw en Bgiw 1-03-2023) 38 Terugkijken webinar: ‘Duurzame gassen: groen gas en waterstof’ | Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (nplw.nl)

Het is voor te stellen dat we ook voor de andere onderde-

len van energie een of meerdere programma’s vaststellen.

23

Figuur 3 Beleidscyclus onder de Omgevingswet (bron: Bijlage RVS nota van uitgangspunten omgevingsplan Oss)

24

6. Osse Ambitie en afbakening

25

6.1 Osse ambitie komt overeen met Klimaatakkoord

opgave en verantwoordelijkheid. Dat betekent niet

6.2 Osse afbakening

mei 2022, heeft het gemeentebestuur van Oss aange-

Bovendien hebben gemeenten daarvoor vooralsnog

geen middelen ontvangen om die taken op te pakken.

opgave voor duurzame energieopwekking, energiebe-

In het coalitieakkoord Samen Duurzaam Vooruit van 19 geven energieneutraal te willen zijn in 2050. Met de

ambitie: “Wij nemen onze verantwoordelijkheid in de

automatisch dat de gemeente daarvoor aan de lat staat.

aanpak van de energieproblematiek. We zetten in op het

Energieneutraal versus klimaatneutraal

(meer opwekken) en het verminderen van energie­gebruik

ver­groten van een tijdig aanbod van duurzame energie door besparing. Daarnaast zetten we in op aardgasvrij maken van bestaande woningen.”

De reden voor deze doelstelling is het structureel ver-

anderende klimaat door het menselijk handelen en de

bijbehorende opgave om dat nog zo veel mogelijk tegen te gaan. Deze ambitie komt overeen met de landelijke

opgave van goed geïsoleerde woningen en gebouwen, die we met duurzame warmte verwarmen en waarin

we schone elektriciteit gebruiken of zelfs zelf opwekken. Deze opgave is via het Klimaatakkoord van 2019 als

taak aan gemeenten gegeven. We dragen hiermee bij

•

Opwek van hernieuwbare warmte voor de gebouw-

volledig energieneutraal te willen zijn betekent dit

•

moet worden. Wanneer een gemeente aangeeft

dat er naar het totale energiegebruik in de gemeente wordt gekeken, dus niet alleen van de gemeente zelf, maar ook van onder andere alle inwoners en

bedrijven binnen de gemeentegrenzen. Dat totale

Hernieuwbare elektriciteitsopwekking tot 2030 in kader van de RES-doelstelling en na 2030 ten behoeve van de gebouwde omgeving;

Om die opgaven te bereiken is het nodig dat we ons niet

verbruik en opwek, vindt op jaarbasis plaats en zal

de energiesystemen als geheel. Dat betekent dat er ook

op nul uit moeten komen.

gassen meer uitgestoten worden, of dat ze uit

vallen naast CO2, onder andere stikstof en methaan.

Wanneer een gemeente aangeeft volledig klimaat-

Naast energiebesparing, het aardgasvrij maken van

het energieverbruik wordt gekeken, maar naar de

en het landelijk kader NPE benoemd als een lokale

de omgeving;

alleen concentreren op het behalen van de individuele

duurzaam worden opwekt. De verrekening tussen

gebouwde omgeving.

tie van duurzame energie via landelijke programma’s

(verlichting, apparaten, verwarmen);

verbruik zal vervolgens op eigen grondgebied

de lucht worden gehaald. Onder broeikasgassen

energieopwek, wordt ook opslag, conversie en distribu-

we aandacht besteden aan de volgende onderdelen:

verbruikt wordt, op jaarbasis, duurzaam opgewekt

Energieneutraliteit betekent dat alle energie die

dit, binnen de verantwoordelijkheid die we hebben, dat

de gebouwde omgeving en grootschalige duurzame

van de gebouwde omgeving. Dit betekent concreet dat Energiebesparing voor de gebouwde omgeving

Klimaatneutraal betekent dat er geen broeikas-

we gaan voor een CO2-uitstoot vrije en aardgasvrije

sparing en het energieneutraal en aardgasvrij maken

•

aan de landelijke opgave voor 2050 om als Nederland Klimaatneutraal te worden. Op Osse schaal betekent

Deze ambitie kan vertaald worden in een kwantitatieve

doelstellingen, maar ook oog hebben voor het effect op

aandacht nodig is voor het energiegebruik (afname), de

energie-infrastructuur en energielevering (opwek) in de gebouwde omgeving en wat dat doet met onze opgave

en vice versa. We hebben daarvoor echter geen formele

taak en middelen gekregen om daar een actievere rol in aan te nemen.

neutraal te willen zijn, betekent dat er niet naar

uitstoot van broeikasgassen. De gemeente zal dan ook naar onder andere de veestapel en mobiliteit

moeten kijken. De uitstoot van de broeikasgassen die daarmee vrij komen zullen tot nul terugge-

bracht moeten worden. Dat kan door ze niet uit te stoten, of door ze af te vangen.

26

7. Huidige stand van zaken

27

7.1 Huidige Osse opgave tot 2030

De huidige doelstellingen voor Oss zijn gericht op 2030. Deze zijn geformuleerd op energiebesparing, aardgasvrije woningen en duurzame elektriciteitsopwekking.

De doelstelling voor energiebesparing is 11% besparing op elektriciteit en warmte in 2030 ten opzichte van

2017. Waarbij voor energiebesparing op warmte een

besparing geldt van 11%. En voor elektriciteit geldt een

besparing van 11% van het elektriciteitsverbruik, exclu-

sief de groei van het elektriciteitsverbruik door de vraag naar koeling, elektrificatie van mobiliteit en de elektrificatie van warmte.

Voor aardgasvrij volgen we de landelijke doelstelling van 20% verduurzaamde bestaande woningen in

2030. Dit heeft zich vertaald in de Osse opgave 7.500

bestaande woningen aardgasvrij in 2030. We beginnen daarmee in Schadewijk en Herpen.

De opwekopgave voor elektriciteit is 1,008 PJ (0,28 TWh) duurzaam op te wekken met grootschalige zonne-energie en windenergie voor 2030.

7.2 Huidige Osse energieverbruik

In PJ

Figuur 4 Energieverbruik per klimaattafel in %.

Het totale Osse energieverbruik in 2021 was 7,576 PJ . 39

De grootste energievrager met 42% is de gebouwde om-

Energieverbruik van warmte

1,998

dienstverlening, scholen en mfa’s. Het grootste energie-

Totaal bekend energieverbruik

2,954

geving, waaronder alle gebouwen vallen zoals woningen, verbruik, namelijk 68% zit op warmte, zie tabel 140.

Energieverbruik van elektriciteit

0,956

Tabel 1 Energieverbruik gebouwde omgeving in PJ in 2022

39 Kerndataset - 2.1 Totaal energieverbruik - Oss (databank.nl) geraadpleegd op 10 april 2024 40 Kerndataset - 2.3 Energieverbruik gebouwde omgeving - Oss (databank.nl) geraadpleegd op 23 april 2024

28

De afgelopen jaren is er natuurlijk al ingezet op de

verduurzaming van de opgave. Dit gebeurt zowel bij mensen thuis als bij de instellingen die bijvoorbeeld

zonnepanelen op hun daken leggen, hun huis of utiliteitsgebouw isoleren, de verwarming minder hoog

zetten en een warmtepomp aanschaffen. Ook vindt er ook grootschalige elektriciteitsopwekking plaats door

middel van grootschalige zonne-energie op gebouwen en grondgebonden zonne-energie. Het gerealiseerde zonnepark bij de RWZI is daar een voorbeeld van en zonnepark de Mun is inmiddels in aanbouw.

29

8. Prognose opgave in 2050

30

Het huidige Osse energieverbruik is hierboven omschre-

het gaat om een hoog temperatuur warmtebron,

warmtealternatieven, zoals onder andere een warm-

ontwikkelen. Hoe groot die opgave precies is, is niet vast

je met geothermie 25 keer minder energie nodig

gas met een hybride warmtepomp. Welke opties in Oss

ven. Uiteraard zal deze opgave richting 2050 zich verder te stellen. Wel kunnen we een prognose geven aan de

hand van een aantal ontwikkelingen die we zien, die in-

vloed hebben op die opgave. We zien ontwikkelingen op het gebied van groei van de gebouwde omgeving (meer woningen en voorzieningen) in relatie tot de energie-

vraag, vraag naar koeling, energieopslag en conversie,

en een toename van energiebesparing en elektrificatie van mobiliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=6a831e03-a9f9-4285-81f7-2bb7e67f1366