Kadernota 2026-2029
Tekst van het document
Kadernota 2026-2029
Aanbiedingsbrief Beste leden van de gemeenteraad, Voor u ligt de Kadernota 2026-2029. De kadernota maken we jaarlijks als voorbereiding op de programmabegroting 2026. Met de kadernota geven we aan wat de speerpunten zijn voor 2026, actualiseren we het financiële beeld en leggen we waar nodig keuzes voor. Een aantal weken geleden presenteerden we u het document Strategische heroriëntatie, waarin we hebben aangegeven hoe we invulling willen geven aan de opdracht om te komen tot een sluitende begroting. Dit document maakt integraal onderdeel uit van deze kadernota. Sinds de presentatie van de voorjaarsnota van het Rijk zijn er verschillende financiële ontwikkelingen geweest die nadrukkelijke invloed hebben op onze financiële positie en de koers richting de programmabegroting. We lichten dit in deze kadernota toe. Financiële ontwikkelingen en de koers naar de begroting Eind april presenteerde het Rijk de voorjaarsnota waarin ze aangaven substantieel geld beschikbaar te stellen voor gemeenten. We waren daarbij optimistisch en hoopten dat we hierdoor minder zouden hoeven te bezuinigen. In de weken daarna bleek dat de realiteit toch wat anders is. We worden voor 2026 en 2027 redelijk gecompenseerd voor de stijgende kosten van jeugdhulp. Echter, vanaf 2028 geeft de Voorjaarnota geen lucht. We kunnen wel zeggen dat het ravijnjaar opschuift van 2026 naar 2028.
Het Rijk boekt dan een stevige extra bezuiniging op jeugdzorg in en houdt ook vast aan de bezuinigingen vanuit de hervormingsagenda. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) vindt deze reeks vanaf 2028 ook te ambitieus en adviseert om een sluitende begroting voor 2026 en 2027 te presenteren en voor daarna in beeld te brengen richting het Rijk welke aanvullende middelen nodig zijn voor jeugdhulp. Dit is immers een taak in medebewind. Dit betekent dat het Rijk de taken vaststelt via de Jeugdwet, maar ook zorgt dat de gemeentes voldoende gefinancierd worden om deze taak uit te voeren. Dat is momenteel niet het geval. We kiezen er daarom voor om te werken naar een sluitende begroting voor 2026 en 2027 en vanaf 2028 werken we met een geaccepteerd tekort. Dit betreft het tekort op jeugdzorg vanaf 2028 waarvan we verwachten dat het Rijk deze extra moet gaan compenseren. Naast het opnemen van een geaccepteerd tekort voor jeugdzorg gaan we zelf, nog meer dan eerder, sturen op het beheersen van de kostenstijgingen. We moeten ingrijpen in jeugdzorg om de kwaliteit van jeugdzorg te verbeteren als ook de betaalbaarheid van deze zorg op de langere termijn. Het stijgend jeugdzorggebruik kost ons de afgelopen jaren namelijk al miljoenen extra. We presenteren hiervoor een set aan maatregelen waar we mee aan de slag gaan.
We nemen, naast extra kostenstijgingen, ook een besparingsdoelstelling (=opdracht) mee, oplopend tot € 4,0 miljoen in 2029. Om te komen tot een sluitende begroting voor 2026 en 2027 zullen we de voorgestelde ombuigingsvoorstellen zoals gepresenteerd in de strategische heroriëntatie door moeten voeren. Met deze ombuigingsvoorstellen willen we weer balans brengen tussen ambities aan de ene kant en mens/middelen/organisatie aan de andere kant. Met de gekozen voorstellen willen we lange lijnen en koers niet verstoren. We willen maatschappelijke schokken vermijden en bezuinigen met een beperkte impact op onze inwoners en partners. Helaas kunnen we richting toekomst aanvullende bezuinigingen niet helemaal uitsluiten.
2
Speerpunten en prioriteiten In maart 2026 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. Het is passend om in het laatste jaar voor de verkiezingen niet meer met grote nieuwe beleidswensen te komen, overigens daar ook geen financiële ruimte voor. Tot die tijd blijven we dus onverminderd inzetten op onze prioriteiten: -
De verstedelijkingsopgave met woningbouw en mobiliteit. De komende jaren ligt de focus voornamelijk op de woningbouwopgave in de spoorzone van Oss en op Amsteleind. In deze gebieden voegen we in de periode tot 2040 ongeveer 8.000 woningen toe. We investeren in een toekomstbestendig mobiliteitssysteem. Hierbij creëren we meer ruimte voor actieve mobiliteit (fietsen, wandelen) en geconcentreerde voorzieningen voor parkeren van zowel fietsen als auto's. Daarnaast continueren we de implementatie van de Omgevingswet en bouwen we onze kennis en ervaring hierin verder op.
-
De klimaatopgave en energie transitie. We zetten in op verdere uitvoering van het programma klimaatadaptatie en het maken van een warmteprogramma. We zijn aangesloten bij de dijkprojecten om te zorgen voor meekoppelkansen op het gebied van infrastructuur en ontwikkeling van natuur.
-
Goede dienstverlening, transformatie en kostenbewustzijn van het sociaal domein. Het beheersen van de kosten van jeugdhulp is het belangrijkste aandachtspunt. Daarnaast zetten we ons in voor een sterke sociale basis. Speerpunten daarbij zijn mantelzorg, inclusie, wonen en zorg, substitutie en de inrichting van het sociale domein Oss op basis van een besluit over de proeftuin.
-
Stedelijke voorzieningen voor een aantrekkelijke stad. We hebben belangrijke stappen gezet op het gebied van de planvorming, ontwerp en financiën van het theater de Lievekamp en het nieuwe zwembad. Nu kunnen we verdere stappen zetten op het gebied van realisatie.
-
Duurzaam houdbare voorzieningen voor vitale dorpen. We blijven investeren in voorzieningen op het gebied van ontmoeten, sport en cultuur in de dorpen en kernen. Op deze manier maken we ontmoeten mogelijk en sport en bewegen toegankelijk voor iedereen.
-
Een professionele organisatie. We willen samen duurzaam vooruit. Om dit te realiseren is een sterke organisatie nodig. Oss groeit en de organisatie groeit mee. Via de nieuwe organisatievisie ‘Wij zijn één Oss’ gaan we aan de slag met begeleiden van deze groei. We investeren in integrale en strategische beleidsmatige sturing en digitalisering. Ook is het noodzakelijk om te investeren op het gebied van veiligheid om de basis op orde te kunnen krijgen, goed te kunnen blijven reageren op crisissituaties en uitvoering te kunnen coördineren.
Deze ambities houden we vast en hebben we uitgewerkt in speerpunten per programma. We zetten in op realisatie en uitvoering. Op enkele plekken vinden we het, ondanks de financiële situatie, van belang om te investeren en geld vrij te maken. Dit doen we nadrukkelijk op het gebied van veiligheid. Daarnaast vinden we het belangrijk om te investeren in versterking van de organisatie. We zien dat hierdoor het tekort vanaf 2028 op zou lopen en hoger is dan het geaccepteerde tekort. Dit moeten we oplossen richting de programmabegroting 2026-2029. Daarom werken we richting de programmabegroting twee sporen uit:
We gaan op zoek naar structurele voordelen naar aanleiding van de voordelige jaarrekeningoverschotten van afgelopen jaren en sturen nadrukkelijk op het halen van ‘lucht uit de begroting’. Met als doel om zo veel mogelijk van de taakstelling op te lossen zonder dat het vastgestelde beleid en de uitvoering daarvan hier onder lijdt. Daarnaast moet dit leiden tot strakker begroten en minder hoge begrotingsoverschotten (over 2024 was het overschot € 14,9 miljoen, dat vinden we té hoog).
Daarnaast gaan we kritisch kijken of een deel van deze taakstelling ingevuld kan worden door een taakstelling op de organisatie. Dit koppelen we dan aan het onderzoek naar het terugbrengen van inhuur, het niet invullen van vacatures bij enkele pensioneringen en het strakker begroten op personeelsbudgetten. De uitvoering van ons beleid mag daar niet onder lijden. Daarnaast maken we nadrukkelijk de kanttekening dat we het onverantwoord vinden om een te grote bezuiniging neer te leggen op de gemeentelijke organisatie. De vraagstukken die voor ons liggen, de groei van de gemeente en de arbeidsmarkt waarin het steeds moeilijker wordt om voldoende en goede medewerkers aan te trekken en te behouden, maken dat wij het van het grootste belang vinden dat we onze organisatie op peil houden.
Op deze manier zetten we in op het vinden van ruimte om de noodzakelijke posten nieuw beleid op te kunnen nemen in de begroting.
3
Ten slotte Samen met het document Strategische heroriëntatie vormt deze kadernota input voor de debatten op 26 juni en 3 juli 2020 in de gemeenteraad. Deze documenten zijn in samenhang met elkaar te bezien. We vragen u zich uit te spreken over de voorgestelde koers richting de begroting, met de voorgenomen ombuigingsvoorstellen, de lijn van begroten vanaf 2028 (met name op gebied van jeugdzorg) en de investeringen die op een aantal onderdelen nodig zijn.
Burgemeester en wethouders van Oss.
De secretaris,
De burgemeester,
H. Reints
F. de Jonge
4
Inhoudsopgave Leeswijzer
6
Financiële positie
7
Ontwikkelingen Jeugdhulp
14
Op weg naar de begroting
21
Programma 1. Welzijn en zorg
28
Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs
35
Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur
40
Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte
46
Programma 5. Economie
51
Programma 6. Stadscentrum
55
Programma 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit
58
Programma 8. Veilige omgeving
61
Programma 9. Besturen in verandering van tijden
69
Programma 10. Financieel beleid
77
Bijlage 1: Meicirculaire 2025
81
Bijlage 2: Overzicht reserves
88
5
Leeswijzer De kadernota geeft beleidsmatige richting en kaders die in de programmabegroting verder uitgewerkt worden, zowel inhoudelijk als financieel. In de kadernota geven we op hoofdlijnen de speerpunten en de financiële uitwerking hiervan weer. We streven er naar om de kadernota compact te houden. Het college legt de kadernota voor de zomer aan de gemeenteraad voor. De gemeenteraad kan het college opdrachten meegeven voor de uitwerking van de kadernota in de begroting. De kadernota bestaat uit diverse onderdelen. In deze leeswijzer wordt bij alle onderdelen een korte uitleg gegeven. Aanbiedingsbrief In de aanbiedingsbrief geeft het college van burgemeester en wethouders de hoofdlijnen van deze kadernota weer. Financiële positie en op weg naar de begroting In dit hoofdstuk beschrijven we de financiële positie van de gemeente Oss. Vervolgens geven we daar een korte toelichting op. Verder staan we stil bij de structurele begrotingsruimte en geven we aan welke financiële uitgangspunten we zullen hanteren bij het opstellen van de begroting. Ontwikkelingen Jeugdhulp In dit hoofdstuk schetsen we meer in detail de belangrijke ontwikkelingen in jeugdzorg en de keuzes die we hierbinnen hebben gemaakt. Programma’s Per programma beschrijven we wat we willen bereiken en wat de speerpunten zijn voor 2026 en verder.
Daarnaast geven we een financiële vertaling van het programma weer en welke ombuigingsvoorstellen voorgesteld worden om door te voeren. Bijlagen In de bijlagen geven we de analyse van de meicirculaire 2025 en een overzicht van de reserves weer.
6
Financiële positie Inleiding In dit hoofdstuk staan we uitgebreid stil bij onze financiële positie bij de start van de kadernota. Dat doen we aan de hand van de volgende onderwerpen: -
Samenvatting en conclusies;
-
De huidige financiële positie;
-
Onze reservepositie.
1. Samenvatting en conclusies In de programmabegroting 2025-2028 presenteerden we voor het jaar 2025 een tekort van circa € 0,4 miljoen. De jaren 2026 en 2027 zijn beide voordelig. Het laatste jaar, en dit jaar laat in principe het structurele tekort zien, sluit met een nadelig saldo van circa € 5,5 miljoen. De saldi in de jaren 2025 tot en met 2027 zijn beperkt doordat we bij de begroting 2025 er voor hebben gekozen om in deze jaren jaarlijks € 4 miljoen vrij te laten vallen uit de reserve opvang vluchtelingen ter dekking van het negatieve exploitatiesaldo. Zonder inzet van deze reserves zouden alle jaren 2025 tot en met 2027 fors nadelig zijn. Daarnaast is bij de programmabegroting het structurele tekort al flink teruggedrongen door het verhogen van de OZB met 10% boven op de inflatiecorrectie. Op basis van dit structurele tekort in 2028 van € 5,5 miljoen hebben we de strategische heroriëntatie (ombuigingsoperatie) gestart. Het huidige financiële beeld, als startsaldo van de kadernota, is als volgt: Bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
358
-679
-534
5.411
5.411
- Tekort jeugdzorg 2024
2.797
2.797
2.797
2.797
2.797
- Overig
-766
-213
-36
-7
-7
3. Meicirculaire 2025
-4.460
-9.037
-7.499
725
-1.362
4a. Autonome groei Jeugdzorg
1.900
3.895
5.990
5.990
5.990
-1.367
-1.377
-1.600
-3.257
-4.000
-882
10.292
7.452
Saldo programmabegroting 1. Programmabegroting 2025-2028 2. Eerste financiële tussenrapportage 2025
4b. Eigen bijdrage jeugdzorg 4c. Taakstelling Jeugdzorg 5. Extra inzet reserve opvang vluchtelingen Financieel kader
-4.000 -171
-7.237
Daarnaast stellen we voor om met een geaccepteerd tekort te gaan werken ter hoogte van € 3,5 miljoen in 2028 en van € 3 miljoen vanaf 2029. Dit betreft het tekort op jeugdzorg vanaf 2028 waarvan we verwachten dat het Rijk deze extra moet gaan compenseren. Dit lichten we toe bij onderdeel 4. Kosten Jeugdzorg.
7
Dit leidt tot volgende financiële kader: Bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Financieel kader
-171
-7.237
-882
10.292
7.452
Geaccepteerd begrotingstekort Huidig tekort start kadernota
0
0
0
3.500
3.000
-171
-7.237
-882
6.792
4.452
Conclusie: De jaren 2025 tot en met 2027 starten met positieve saldo’s. De jaren 2026 en 2027 hebben incidentele overschotten ter hoogte van € 7,2 miljoen en respectievelijk € 0,9 miljoen. Vanaf 2028 ontstaan tekorten. Deze tekorten volgen direct uit de voorgaande programmabegroting 2025-2028 en hiervoor is eerder een strategische heroriëntatie opgestart. De incidentele begrotingsruimte wordt vooral bepaald door de ruimte binnen de algemene reserve en de ruimte binnen reserves van het grondbedrijf. De vrije ruimte binnen de algemene reserve bedraagt op dit moment € 1,7 miljoen. Het saldo van de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf (ABR) is € 2,4 miljoen. Deze reserve gaat in de toekomst stijgen, echter in de komende jaren zal er geen sprake kunnen zijn van afromingen gezien de noodzakelijke weerstandscapaciteit. Binnen de reserve binnenstedelijke transformatie is komende jaren circa € 20 miljoen beschikbaar. 2. Huidige financiële positie Het financieel beeld wordt bepaald door:
De meerjarenraming van de programmabegroting 2025-2028;
Autonome ontwikkelingen vanuit de eerste financiële tussenrapportage over 2025 (met focus op doorwerking vanuit de jaarrekening);
De uitkomsten van de meicirculaire 2025;
Kostenontwikkelingen Jeugdzorg;
Extra inzet reserve opvang vluchtelingen.
Daarnaast komen daar later nog bij de autonome ontwikkelingen die pas bij het maken van de programmabegroting 2026-2029 bekend zijn. Ook voegen we bij de programmabegroting de uitkomsten van de septembercirculaire 2025 toe. In de volgende tabel hebben we de uitkomsten samengevat. Bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
358
-679
-534
5.411
5.411
- Tekort jeugdzorg 2024
2.797
2.797
2.797
2.797
2.797
- Overig
-766
-213
-36
-7
-7
3. Meicirculaire 2025
-4.460
-9.037
-7.499
725
-1.362
4a. Autonome groei Jeugdzorg
1.900
3.895
5.990
5.990
5.990
-1.367
-1.377
-1.600
-3.257
-4.000
-882
10.292
7.452
Saldo programmabegroting 1. Programmabegroting 2025-2028 2. Eerste financiële tussenrapportage 2025
4b. Eigen bijdrage jeugdzorg 4c. Taakstelling Jeugdzorg 5. Extra inzet reserve opvang vluchtelingen Financieel kader
-4.000 -171
-7.237
8
Toelichting op de tabel: 1. Programmabegroting 2025-2028 Bij de begrotingsbehandeling in november 2024 is de meerjarenraming vastgesteld. Deze programmabegroting sloot op de volgende saldo: Bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Saldo programmabegroting
6.858
5.821
5.966
7.911
7.911
Extra OZB verhoging 10%
-2.500
-2.500
-2.500
-2.500
-2.500
Inzet reserve vluchtelingen
-4.000
-4.000
-4.000
358
-679
-534
5.411
5.411
Saldo programmabegroting 2025-2028
Er was vorig jaar sprake van jaarlijkse tekorten, maar via een extra OZB verhoging van 10% en de inzet van de reserve opvang vluchtelingen is dit tekort gedempt.
2. Eerste financiële tussenrapportage 2025 Per saldo geven de uitkomsten van deze financiële tussenrapportage het volgende resultaat: Bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Tekort Jeugdzorg
2.797
2.797
2.797
2.797
2.797
Overig
-766
-213
-36
-7
-7
2.031
2.584
2.761
2.790
2.790
Saldo 1 financiële rapportage 2025 e
Per saldo leidt de eerste rapportage tot een structureel nadeel van € 2,8 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door stijgende kosten van jeugdzorg. De kosten aan jeugdzorg stijgen structureel. Dat is gebaseerd op de jaarrekeningcijfers van 2024. We zien dat er meer jongeren zijn die jeugdhulp nodig hebben en dat de gemiddelde trajectduur langer geworden is. We sluiten een verdere kostenstijging niet uit. We volgen de ontwikkeling van de kosten dit jaar en komen daar zo nodig in de programmabegroting op terug. In deze rapportage hebben we, gezien het positieve jaarrekening resultaat 2024, opdracht gegeven om richting de programmabegroting extra kritisch te kijken naar eventuele structurele voordelen. Dit gaat om mogelijke voordelen op:
Kosten huishoudelijke verzorging;
Voordelen binnen sportaccommodaties (aanvullend op de maatregelen die bij de Strategische heroriëntatie zijn ingediend);
Klimaat en energie (incidenteel of structureel);
Opbrengsten derden bij nutsbedrijven;
Afvalverwijdering bedrijven;
Hondenwacht;
Erfpachtsgronden;
Beheercomplexen;
Verhuurde panden en percelen;
Leges omgevingsvergunningen;
Het is niet zeker of al deze posten een structureel voordeel gaan geven, maar het zal toch enkele ruimte moeten geven richting de begroting.
9
3. Meicirculaire 2025 Samengevat is de uitkomst van de meicirculaire als volgt: Bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten 2025
2026
2027
2028
2029
Meircirculaire 2025
-265.092
-269.689
-267.173
-260.192
-262.158
Septembercirculaire 2024
-256.644
-246.780
-247.148
-248.235
-248.235
-8.448
-22.909
-20.025
-11.957
-13.923
Totale stijging Af te zonderen posten Netto voordeel
3.988
13.872
12.526
12.682
12.561
-4.460
-9.037
-7.499
725
-1.362
Conclusie: De algemene uitkering stijgt in alle jaren. Wanneer we hiervan de noodzakelijke afzonderingen afhalen (nog exclusief jeugdzorg) zijn in principe ook alle jaren positief met uitzondering van het jaar 2028. Het structurele voordeel is ongeveer € 1,4 miljoen positief. De belangrijkste effecten uit de meicirculaire hebben betrekking op jeugdzorg. Het kabinet zet in op goede en beheersbare jeugdzorg en een gezonde financiële positie voor gemeenten. Voor 2025 tot en met 2027 komt daarom in totaal circa € 3 miljard cumulatief beschikbaar voor jeugdzorg en gemeenten, waarvan ook middelen voor de terugval in 2026 in het Gemeentefonds. Verder worden de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt op inhoud en beheersbaarheid en vanaf 2028 worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. Hierover worden met gemeenten afspraken gemaakt, waarbij ook wordt verwacht dat zij werken aan een adequate en doelmatige uitvoering van de Jeugdwet. In financiële zin wordt dit als volgt vertaald: Bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Demping terugval gemeentefonds 2026
0
-2.232
-2.366
-2.327
-2.354
Tekorten voor rekening Rijk Jeugdzorg
-2.388
-2.340
-2.355
-2.368
-2.385
Groeipad hervormingsagenda Jeugd
0
-2.779
-2.521
0
0
Hervormingsagenda Jeugd, aanvullende post
0
-343
-298
-313
-487
Eigen bijdrage Jeugdzorg
0
0
0
1.367
1.377
Sturen op trajectduur Jeugdzorg
0
0
0
357
360
Indexeren opbrengst hervormingsagenda
0
0
0
2.900
3.000
-2.388
-7.694
-7.540
-384
-489
Totale stijging We krijgen dus: -
Structureel circa € 2,4 miljoen extra voor compensatie van het ravijnjaar. Dit wordt in de toelichting gekoppeld voor het deel van het ravijn wat toe te rekenen is aan Jeugd.
-
Structureel circa € 2,4 miljoen extra voor uitvoering jeugdzorg.
-
Incidenteel voor 2026 en 2027 circa € 2,7 miljoen extra voor Jeugdzorg als gevolg van doorschuiven hervormingsagenda.
-
Het Rijk keert een deel van stelpost uit die zij gereserveerd hadden voor de hervormingsagenda. Hiermee hadden we deels al rekening gehouden, maar betekent structureel voordeel van circa € 0,5 miljoen.
-
Daarna structureel ruim € 3,4 miljoen minder voor jeugdzorg door indexering van de besparing en ook besparing door het sturen op de trajectduur van zorg.
-
Vanaf 2028 structureel € 1,4 miljoen minder voor jeugdzorg door de invoering van een eigen bijdrage.
Om het echte effect voor ons als gemeente te kunnen bepalen is leidend hoe we zelf de kosten van jeugdzorg begroten en is dus bepalend: -
Welke kostenstijgingen we zelf reëel verwachten voor jeugdzorg (inclusief volumestijging)?
10
-
Welke besparingen we reëel kunnen opnemen voor jeugdzorg in de meerjarenbegroting?
We lichten dit verder toe in het hoofdstuk Ontwikkelingen Jeugdhulp. Wij vinden de reeks vanaf 2028, zoals deze in de voorjaarsnota vanuit het Rijk is opgenomen, te ambitieus (de besparingen en ook de verhogen van de opbrengst uit de hervormingsagenda). Daarnaast wordt er geen index van de kosten voor jeugdzorg toegepast, zoals de deskundigencommissie had aanbevolen. Concreet is landelijk afgesproken dat de deskundigencommissie van Ark in het eerste kwartaal 2027 een uitspraak doet over de haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028. Andere belangrijke onderdelen uit de meicirculaire 2025 zijn: -
Uitstel van de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo;
-
Extra uitvoeringskosten voor de omgevingswet in 2025;
-
Extra gelden voor om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken.
Voor een uitgebreide analyse van de meicirculaire 2025 verwijzen we naar bijlage. 4. Kosten Jeugdzorg In de meicirculaire 2025 krijgen we dus voor de jaren 2026- 2027 incidenteel extra middelen voor jeugdzorg. Voor de jaren erna worden deze extra middelen verlaagd door een extra bezuinigingstaakstelling vanuit het Rijk. We hanteren in financieel opzicht de volgende uitgangspunten: -
Advies vanuit Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In het kort luidt dit advies: o
Raam de kosten voor jeugdzorg zo reëel mogelijk naar de toekomst. Houdt rekening met een volumestijging op basis van historische ervaring;
o
Zorg voor een sluitende begroting 2026-2027;
o
Neem een vordering op richting het Rijk vanaf 2028 (er vanuit gaande dat de nieuwe commissie van Ark tot dezelfde conclusie komt en dat het Rijk “verplicht” is te zorgen voor extra financiële middelen vanaf 2028).
-
Voor de jaren 2025-2027 verwachten we sowieso geen aanvullende rijksmiddelen meer voor jeugdzorg. Dit betekent dat we kostenstijgingen en volumegroei binnen de bestaande financiële middelen zullen moeten oplossen. Daarom rekenen op dit moment met een verwachte jaarlijkse kostenstijging van 5% per jaar (exclusief reguliere indexering). Bij de programmabegroting toetsen we dit uitgangspunt nogmaals op basis van meest actuele cijfers 2025. Dit doen we voor de jaren 2025 tot en met 2027, vanuit de veronderstelling dat vanaf 2028 er een nieuw (verbeterd) financieel kader komt vanuit het Rijk. stijging. Het huidige jeugdzorg budget bedraagt op dit moment circa € 38 miljoen.
-
We nemen een bezuinigingstaakstelling op onze eigen budgetten ter hoogte van € 1,6 miljoen in 2027, € 3,2 miljoen in 2028 oplopend tot € 4 miljoen in 2029. Dit onderbouwen we met concrete maatregelen en doelstellingen.
-
We ramen de eigen bijdrage gelijk aan het bedrag vanuit het Rijk vanaf 2028 (€ 1,4 miljoen). Dit is uiteraard onzeker omdat we nu niet kunnen bepalen of dit bedrag reëel is, maar op dit moment wel beste mogelijke inschatting.
-
We stellen voor om geen “vordering op het Rijk” op te nemen, maar om dit tekort te laten zien in onze meerjarenbegroting (maximaal geaccepteerd tekort vanaf 2028). Voor het overige sluiten we aan bij het advies vanuit de VNG.
11
Samenvattend leidt dit tot volgende financiële beeld voor jeugdhulp: Bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten Samenvattend
2025
2026
2027
Totaal effect vanuit meicirculaire jeugdzorg
-2.388
-7.694
-7.540
-384
-489
Toe te voegen aan budget jeugdzorg (5%)
4.697
6.692
8.787
8.787
8.787
Raming eigen bijdrage Jeugdzorg Taakstelling budgetten jeugdzorg Totaal nadeel begroten
2.309
-1.002
2028
2029
-1.367
-1.377
-1.600
-3.257
-4.000
-353
3.779
2.921
Samengevat komen we in de jaren 2026 en 2027 uit met de extra gelden die we krijgen vanuit de voorjaarsnota van het Rijk. Voor de jaren erna komen we vanaf 2029 € 3 miljoen tekort, wat we opnemen als geaccepteerd tekort omdat we ervan uitgaan dat het Rijk dit voor die jaren nog gaat compenseren. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar hoofdstuk “Ontwikkelingen Jeugdhulp”. 5. Extra inzet reserve opvang vluchtelingen We zetten de opgebouwde reserve opvang vluchtelingenopvang extra in voor een bedrag van € 4 miljoen in 2026. In 2022 kregen we te maken met de vluchtelingenstroom afkomstig uit Oekraïne. De gemeente Oss had tot 1 oktober 2024 de beschikking over het oude belastingkantoor aan de Lievekamplaan voor de opvang van vluchtelingen. Hierna is er een nieuwe opvanglocatie gerealiseerd aan de Macharenseweg/Spitsbergerweg. Het Rijk heeft een bekostigingsregeling ontwikkeld waarmee gemeenten in principe schadeloos gesteld worden voor de kosten die zij maken. We verwachten in 2025 een voordeel van € 3,9 miljoen, waardoor we in 2026 € 4 miljoen kunnen laten vrijvallen. Er blijft een voldoende buffer in de reserve om eventuele risico’s op te kunnen vangen. 3. Reservepositie De incidentele begrotingsruimte wordt vooral bepaald door de ruimte binnen de algemene reserve en de ruimte binnen reserves van het grondbedrijf.
Algemene reserve De omvang van de algemene vrije reserve is per 1 januari 2025 afgerond € 33,2 miljoen (inclusief saldobestemming jaarrekening 2024). Van dit bedrag is per saldo circa € 2,5 miljoen nog bestemd voor concrete projecten, waarover reeds besloten is. De minimale norm van deze reserve is 10% van de algemene uitkering. Op basis van de meicirculaire 2025 is voor de langere termijn afgerond € 26,2 miljoen. In de strategische heroriëntatie is voorgesteld om over een bedrag van € 2,8 miljoen jaarlijks 10% in te zetten als structureel dekkingsmiddel. Hiermee is dit bedrag geblokkeerd. Dit betekent dat de vrije ruimte op dit moment circa € 1,7 miljoen is. Voor de ontwikkeling van de algemene reserve verwijzen we naar bijlage 2. Reserves grondbedrijf De volgende “belangrijke” reserves zijn beschikbaar: Bedragen x € 1.000 Omschrijving
31 december 2024
Algemene bedrijfsreserve
2.375
Reserve strategische aankopen
5.665
Reserve binnenstedelijke transformaties
14.396
12
Algemene Bedrijfsreserve grondbedrijf Het saldo van de algemene bedrijfsreserve (ABR) is € 2,4 miljoen. De algemene bedrijfsreserve grondbedrijf (ABR) is specifiek bestemd voor de mutaties en risico's die zich binnen het grondbedrijf kunnen voordoen. Met een afdoende saldo van de ABR kunnen we onverwachte situaties opvangen, zodat we geen andere reserves of middelen van de gemeente hoeven te gebruiken. De winstnemingen van positieve grondexploitaties vullen de ABR op natuurlijke wijze aan. De ABR groeit naar verwachting in 2025 door de winstnemingen naar € 4,8 miljoen. Voor de afdekking van alle risico’s van de huidige (actieve) grondexploitaties is een weerstandsvermogen van € 8,5 miljoen nodig. Omdat de gemeente in de tweede helft van 2025 gaat investeren in de gebiedsontwikkelingen van Amsteleind-noord en Raadhuislaan-zuid door het openen van een grondexploitatie, is bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2024 voorgesteld om de ABR aan te vullen met € 3,7 miljoen. Daarmee vullen we het huidig benodigde weerstandsvermogen aan tot 100%. Bij het openen van de grondexploitaties Amsteleind-noord en Raadhuislaan-zuid stijgt het benodigde weerstandsvermogen met € 10,5 miljoen tot € 19 miljoen. Dit betekent dat er de komende jaren er geen sprake meer kan zijn van afromingen.
Reserve binnenstedelijke transformatie Het saldo van deze reserve bedraagt per 1-1-2025 € 14,4 miljoen. In 2025 wordt hieraan nog € 5 miljoen toegevoegd. Hierna bedraagt het totale saldo van deze reserve circa € 20 miljoen. De binnenstedelijke transformaties gaan gepaard met hoge investeringskosten en lange doorlooptijden. Een deel van de kosten is op termijn door de ontwikkeling terug te verdienen en een deel is onrendabel. Bij het terug verdienen wordt o.a. naar de mogelijkheden van meer woningbouw, kostenverhaal, samenwerking met private partijen gekeken. Om de onrendabele toppen af te dekken is deze reserve noodzakelijk. Voor het afdekken van deze onrendabele toppen worden ook mogelijkheden onderzocht om bijdragen/fondsen van o.a. provincie, Rijksoverheid en Europa te ontvangen. Bij deze verzoeken is in beginsel een gemeentelijke bijdrage (cofinanciering) nodig om de onrendabele top mee af te dekken. Overige reserves We hebben ook diverse bestemmingsreserves waar in principe nog bestedingsmogelijkheden zijn. De volgende groepen van bestemmingsreserves zijn beschikbaar: Bestemmingsreserves
Saldo 1-1-2025
Bedrijfsvoering
6.577
Economie
8.194
Egalisatie/ risicoreserve
9.613
Klimaat en Energie
2.105
Maatschappelijke voorzieningen
5.624
Openbare ruimte
15.781
Sociaal
60.798
Stadscentrum
7.069
Wonen & Mobiliteit
66.838
Eindtotaal
182.600
In de bijlage 2 hebben we een overzicht van de grootste bestemmingsreserves opgenomen. Deze reserves geven een beeld van de incidentele investeringsruimte in de komende jaren.
13
Ontwikkelingen Jeugdhulp Inleiding In dit hoofdstuk geven we aan hoe we omgaan met de (financiële) ontwikkelingen op het gebied van jeugdhulp. We zien kostenstijgingen, kostenbeheersingsmaatregelen en ontwikkelingen vanuit de voorjaarsnota (meicirculaire) 2025 van het Rijk. We moeten ingrijpen in jeugdzorg om de kwaliteit van jeugdzorg te verbeteren als ook de betaalbaarheid van deze zorg op de langere termijn. We presenteren in dit hoofdstuk kostenbeheersingsmaatregelen die we na vaststelling van de kadernota gaan uitwerken in een uitvoeringsplan en gaan bespreken met onze partners binnen jeugdzorg. Meedoen mogelijk maken is onze missie in het Sociaal Domein. Al onze inwoners moeten de mogelijkheid hebben om mee te doen in onze samenleving. We werken aan drie grote bewegingen: -
Normaliseren: de beweging naar meer acceptatie van diversiteit, beperkingen en tegenslag;
-
Voorkómen: de beweging om niet pas in actie komen als er een probleem is maar te kiezen voor gezond leven en samenleven;
-
Substitutie: de beweging van individueel aanbod naar meer collectief aanbod, van professionele hulp naar onderlinge ondersteuning, van bijvoorbeeld zorg naar eerst wonen, werk, inkomen of leren, van grootschalig en residentieel naar kleinschalig en ambulant
We zien de volgende ontwikkelingen: 1.
De kostenstijging van jeugdhulp
2.
Financiële compensatie vanuit het Rijk naar aanleiding van het advies van de commissie Van Ark
3.
Kostenraming jeugdhulp naar de toekomst
4.
Kostenbeheersingsmaatregelen
5.
Doorrekening van de kostenbeheersingsmaatregelen
6.
Monitoring van jeugdhulpgebruik
7.
Samenvattend financieel beeld
Hierna lichten we elke ontwikkeling toe. 1. Kostenstijgingen jeugdhulp afgelopen jaren We zien de kosten van jeugdhulp in de afgelopen jaren stijgen. -
In 2022 konden we de kosten nog opvangen binnen het budget, sterker nog, in dat jaar hadden we in de jaarrekening een overschot op jeugdhulp.
-
Vanaf 2023 is dat niet meer het geval. In 2023 hadden we een tekort van € 1,3 miljoen op de Zorg in Natura/ZIN-uitgaven (exclusief indexatie van € 1,5 miljoen). Dat komt neer op een tekort van afgerond 5%. We zagen toen vooral in het laatste deel van het jaar een forse stijging van de uitgaven.
-
Deze trend heeft in 2024 doorgezet en had toen voor een heel jaar impact op de kosten. Daarom hebben we in de afgelopen programmabegroting vanaf 2024 een structureel tekort van € 2 miljoen gemeld. In de afgelopen jaarrekening bleek het uiteindelijke tekort fors hoger uitgevallen te zijn. Daarom melden we in de eerste financiële tussenrapportage 2025 een structureel nadeel van € 2,8 miljoen.
We zien dat er meer jongeren gebruik maken van jeugdhulp. Zoals we in de jaarrekening 2024 al aangaven zien we vooral hoge(re) uitgaven aan begeleiding specialistisch, specialistische GGZ en maatwerk. Het totale structurele tekort op jeugdhulp over 2024 was daarmee € 4,8 miljoen (exclusief indexatie van € 1,9 miljoen, met dit bedrag wordt het budget autonoom verhoogd). Ten opzichte van de begroting 2024 voor ZIN-uitgaven jeugdhulp gaat het om een tekort van 15%. Daarbij geldt dat verwijzingen voor GGZ grotendeels afgegeven worden via huisartsen. Het is realistisch te veronderstellen naar de toekomst toe de kosten voor jeugdhulp blijven stijgen.
14
2. Financiële compensatie n.a.v. commissie Van Ark De commissie Van Ark heeft onlangs een zwaarwegend advies uitgebracht over de Hervormingsagenda. Conclusie in dit advies is dat gemeenten onvoldoende financiële middelen ontvangen (hebben) voor het bieden van jeugdhulp. De commissie stelt voor dat de geplande bezuinigingen vanaf 2026 teruggedraaid worden en dat gemeenten 50% van hun tekorten in 2023 en 2024 gecompenseerd krijgen. Besluitvorming hierover is verwerkt in de Voorjaarsnota van het Rijk en vervolgens in de meicirculaire 2025 en heeft geleid tot de volgende: Landelijke cijfers
Bedragen x € 1 miljoen - is voordeel, + is nadeel
Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
1.Demping terugval gemeentefonds 2026
0
-400
-422
-412
-414
2.Tekorten voor rekening Rijk Jeugdzorg
-414
-414
-414
-414
-414
3a. Groeipad hervormingsagenda Jeugd
0
-498
-447
0
0
3b. Hervormingsagenda Jeugd, aanvullende post
0
pm
pm
pm
pm
4. Eigen bijdrage Jeugdzorg
0
0
0
260
260
5. Sturen op trajectduur Jeugdzorg
0
0
0
68
68
6. Indexeren opbrengst hervormingsagenda
0
0
0
507
507
-414
-1.312
-1.283
9
7
Totale stijging Effecten voor de Osse begroting:
Bedragen x € 1.000 - is voordeel, + is nadeel Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Demping terugval gemeentefonds 2026
0
-2.232
-2.366
-2.327
-2.354
Tekorten voor rekening Rijk Jeugdzorg
-2.385
-2.388
-2.340
-2.355
-2.368
Groeipad hervormingsagenda Jeugd
0
-2.779
-2.521
0
0
Hervormingsagenda Jeugd, aanvullende post
0
-343
-298
-313
-487
Eigen bijdrage Jeugdzorg
0
0
0
1.367
1.377
Sturen op trajectduur Jeugdzorg
0
0
0
357
360
Indexeren opbrengst hervormingsagenda
0
0
0
2.900
3.000
-2.388
-7.694
-7.540
-384
-489
Totale stijging
Ad. 1
Gemeenten krijgen structurele compensatie voor de grote financiële nadelen van het ravijnjaar, ook voor het deel van het Gemeentefonds dat betrekking heeft op jeugd. Niet specifiek voor jeugd, maar in toelichting wordt het wel gekoppeld aan compensatie van het ravijnjaar voor zover dit betrekking heeft op jeugd.
Ad. 2
Het kabinet heeft toegezegd om de komende maanden te zoeken naar middelen om gemeenten voor 50% te compenseren voor de jeugdzorg tekorten over 2023 en 2024, zoals de commissie Van Ark ook geadviseerd had. De structurele doorwerking is verwerkt in deze tabel en betekent structureel extra middelen voor gemeenten. Mogelijk komt er nog een aanvullende incidentele afrekening over 2023 en 2024.
Ad. 3
De beoogde realisatie van de besparingen in de Hervormingsagenda schuift op van 2026 naar 2028. Het Rijk schat in dat hier meer tijd voor nodig is. Dat betekent voor dit onderdeel extra incidentele middelen voor gemeenten in 2026 en 2027. Daarnaast krijgen we een extra nabetaling van een post die al eerder gereserveerd stond bij het Rijk voor jeugdzorg.
Ad. 4-6
Het kabinet wil inzetten op extra maatregelen om de kosten van het jeugdhulpstelsel verder te beheersen. Daarbij denken ze aan het invoeren van een eigen bijdrage en sturen op de duur van hulptrajecten. Daarnaast worden de besparingen uit de Hervormingsagenda geïndexeerd. Het kabinet gaat er dus vanuit dat hogere besparingen mogelijk zijn.
15
Samenvattend komt deze tabel erop neer dat gemeenten in de jaren 2025 tot en 2027 incidenteel extra financiële middelen krijgen en dat het financieel perspectief vanaf 2028 opnieuw onzeker is. De VNG heeft serieuze vraagtekens geplaatst bij de haalbaarheid van de reeks zoals die nu vanaf 2028 in de tabel staat. Het doorvoeren van deze reeks vergt ingrijpende wijzigingen binnen het stelsel en bijbehorende wetswijzigingen. Denk bijvoorbeeld aan de inperking van de reikwijdte van de jeugdhulp. De inwerkingtreding van het desbetreffende wetsvoorstel is voorzien voor midden 2027. Het zal daarna nog de nodige tijd vergen voordat dit werkelijk (financieel) effect sorteert. Voor de overige initiatieven geldt hetzelfde. Bovendien heeft de VNG daar (nog) niet mee ingestemd. De VNG vindt de reeks vanaf 2028 dus te ambitieus. Daarnaast wordt er geen indexatie van de kosten voor jeugdhulp toegepast, zoals de commissie Van Ark wel had geadviseerd (terwijl nu de besparingen wel geïndexeerd worden). Daarom hebben het kabinet en de VNG afgesproken dat de commissie Van Ark in het eerste kwartaal van 2027 een uitspraak gaat doen over de haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028. 3. Kostenraming jeugdhulp naar de toekomst In de meicirculaire 2025 krijgen we dus voor de jaren 2026- 2027 incidenteel extra middelen voor jeugdzorg.
Voor de jaren erna worden deze extra middelen verlaagd door een extra bezuinigingstaakstelling vanuit het Rijk. We hanteren in financieel opzicht de volgende uitgangspunten: -
Advies vanuit Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In het kort luidt dit advies: o
Raam de kosten voor jeugdzorg zo reëel mogelijk naar de toekomst. Houdt rekening met een volumestijging op basis van historische ervaring;
o
Zorg voor een sluitende begroting 2026- 2027;
o
Neem een vordering op richting het Rijk vanaf 2028 (er vanuit gaande dat de nieuwe commissie van Ark tot dezelfde conclusie komt en dat het Rijk “verplicht” is te zorgen voor extra financiële middelen vanaf 2028).
-
Voor de jaren 2025-2027 verwachten we sowieso geen aanvullende rijksmiddelen meer voor jeugdzorg. Dit betekent dat we kostenstijgingen en volumegroei binnen de bestaande financiële middelen zullen moeten oplossen.
-
Daarom rekenen op dit moment met een verwachte jaarlijkse kostenstijging (inclusief volumegroei) van 5% per jaar (exclusief reguliere indexering). Bij de programmabegroting toetsen we dit uitgangspunt nogmaals op basis van meest actuele cijfers 2025. Dit doen we voor de jaren 2025 tot en met 2027, vanuit de veronderstelling dat vanaf 2028 er een nieuw (verbeterd) financieel kader komt vanuit het Rijk. stijging. Het huidige jeugdzorg budget bedraagt op dit moment circa € 38 miljoen.
-
We nemen een bezuinigingstaakstelling op onze eigen budgetten ter hoogte van € 1,6 miljoen in 2027, € 3,2 miljoen in 2028 oplopend tot € 4 miljoen in 2029. Dit onderbouwen we met concrete maatregelen en doelstellingen.
-
We ramen de eigen bijdrage gelijk aan het bedrag vanuit het Rijk vanaf 2028 (€ 1,4 miljoen). Dit is uiteraard onzeker omdat we nu niet kunnen bepalen of dit bedrag reëel is, maar op dit moment wel beste mogelijke inschatting.
-
We stellen voor om geen “vordering op het Rijk” op te nemen, maar om dit tekort te laten zien in onze meerjarenbegroting (maximaal geaccepteerd tekort vanaf 2028). Voor het overige sluiten we aan bij het advies vanuit de VNG.
Als we kijken naar de ontwikkeling en de stijging van het aantal cliënten met jeugdhulp zien we de volgende ontwikkeling: Peildatum
Aantal cliënten
Stijging t.o.v.
% stijging
vorig jaar 1-1-2020
1.437
1-1-2021
1.398
1-1-2022
1.472
74
5%
1-1-2023
1.614
142
10%
1-1-2024
1.937
323
20%
1-1-2025
1.991
54
3%
16
Landelijk is het jeugdhulpgebruik in 2023 ook gestegen; recentere cijfers zijn er nog niet. 465 duizend kinderen en jongeren tot 23 jaar kregen jeugdhulp; 5 duizend meer dan in 2022. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Van alle kinderen en jongeren tot 23 jaar kreeg 10,4 procent jeugdhulp in 2023. Op basis van deze reeks is het lastig om een voorspelling te doen naar de toekomst. Daarbij spelen, naast volumestijging, ook diverse andere ontwikkelingen een rol. We zien vanuit inhoudelijk beleid en kwaliteit van jeugdhulp, genoemd in de Hervormingsagenda, kostenverhogende ontwikkelingen. De kwaliteitsverbetering van JeugdzorgPlus leidt tot fors hogere kosten. Het Rijk stelt de tarieven daarvoor vast. Ook de afbouw van JeugdzorgPlus en de ontwikkeling van kleinschalig verblijf daarvoor in de plaats leidt tot hogere tarieven. Verder wordt ook voor de Gecertificeerde Instellingen gewerkt aan kwaliteitsverbetering. Daarvoor gelden ook hogere en landelijk opgelegde tarieven. Ook voor deze onderdelen verwachten we dus hogere kosten. De omvang daarvan kunnen we op dit moment nog niet goed inschatten. We stellen voor om voor de kadernota uit te gaan van een kostenstijging van 5% per jaar. Richting de programmabegroting 2026 hebben we betere gegevens over het lopende jaar 2025 en op basis daarvan kunnen we dit percentage eventueel bijstellen.
Dit doen we voor de jaren 2025 tot en met 2027. De jaren erna (20282029) rekenen we geen verdere kostenstijging door, omdat voor die jaren opnieuw onderzoek door de commissie van Ark wordt gedaan omtrent de landelijke financiering van jeugdzorg. We krijgen vanuit de voorjaarsnota de volgende extra middelen (direct en indirect gekoppeld aan jeugd): Bedragen x 1.000 - is voordeel, + is nadeel Effect gemeente Oss 1. Demping terugval gemeentefonds 2026 2.Tekorten voor rekening Rijk Jeugdzorg
2025
2026
2027
2028
2029
-
-2.232
-2.366
-2.327
-2.354 -2.385
-2.388
-2.340
-2.355
-2.368
3. Groeipad hervormingsagenda Jeugd
-
-2.779
-2.521
-
-
3b. Hervormingsagenda Jeugd, aanvullend post
-
-343
-298
-313
-487
4/5. Landelijke besparingen Totaal
-
-
-
3.257
3.360
-2.388
-7.694
-7.540
-1.751
-1.866
We hebben nodig voor extra kosten raming jeugdhulp: Bedragen x 1.000 - is voordeel, + is nadeel Noodzakelijk voor:
2025
2026
2027
2028
2029
tussenrapportage 2025)
2.797
2.797
2.797
2.797
2.797
- Autonome groei jeugdzorg
1.900
3.895
5.990
5.990
5.990
-
-
-1.600
-3.257
-4.000
4.697
6.692
7.187
5.530
4.787
2.309
-1.002
-353
3.779
2.921
- Tekort jeugdzorg 2024 (Eerste financiële
- Kostenbeheersingsmaatregelen
Saldo tekort
Dit betekent dat alle extra middelen uit de voorjaarsnota/ meicirculaire naar jeugdhulp gaan en dat we een structureel tekort accepteren van € 3 miljoen vanaf 2029. Daarnaast leggen we een taakstelling op in onze meerjarenbegroting voor jeugdhulp van € 1,6 miljoen in 2027 oplopend tot € 4 miljoen in 2029 (zie volgende paragraaf) en ramen we een extra inkomst uit eigen bijdragen van € 1,4 miljoen.
17
4. Kostenbeheersingsmaatregelen Om de kosten voor jeugdhulp te beheersen, hebben we in aansluiting op de analyse van data en regionale en landelijke ontwikkelingen en voorbeelden, diverse maatregelen geformuleerd. Doel van de maatregelen is het terugdringen van gebruik. Concreet betekent dit verminderen van de instroom en beperken van de omvang van de inzet. De beoogde maatregelen zijn ingedeeld in 2 categorieën. 1.
Sturen op beperken instroom
2.
Sturen op zorgpaden/trajecten (duur/alternatieve zorg)
Wij hebben diverse maatregelen geformuleerd. Maatregel 1.
Acties
Sturen beperken instroom
1.1 Normaliseren
Visie operationaliseren met stakeholders Verwijzers in beweging Publiekscampagne
1.2 Ondersteuningsstructuur
Inzet brugfunctionaris op scholen
rondom onderwijs 1.3 Sterke sociale teams
Normaliseren Meer kortdurende hulp bij jeugdprofessionals Specialist toevoegen? Samenwerkwijze Jeugd
1.4 Integrale gezinsaanpak
Aanscherpen integrale afweging Sterker afbakenen volwassenproblematiek
1.5 Echtscheidingsloket 1.6 POH GGZ jeugd
Meer huisartsen met POH GGZ Jeugd Meer kortdurende hulp voor POH GGZ
1.7 Doorzetten dyslexie instroom
Evaluatie dyslexiepilots
verminderen
Plan samen met regionaal dyslexieteam
2.
Sturen op zorgpaden/trajecten (duur/alternatieve zorg)
2.1 Meer focus aanbrengen op
Analyse zorgpaden en verkorten traject top 25
duurste en urgenste vragen. 2.2 Versterken kostenbewust
Versterken BOJ; check WLZ; GGZ meldingen hulptrajecten strakker
handelen in de toegang
sturen; triage met zorgaanbieders gericht op afschaling
2.3 Doorzetten verminderen
Ontwikkelen nieuwe vormen intensieve ambulante hulp
residentiele hulp 2.4 Doorzetten afbouwen jeugdzorg+ 2.5 Inzet wmo/volwassenzorg
Analyse 18+ overgang: wat is nodig Onderzoek naar inzet andere financiering/wet voor begeleiding ouders complexe echtscheiding
Verbeteren prognosemodel Monitoring
18
Aan alle maatregelen wordt gewerkt, met focus op vijf maatregelen waarvan we verwachten dat deze grootste impact hebben op de kostenbeheersing. Deze zijn: -
Ondersteuningsstructuur rondom onderwijs;
-
Sterke sociale teams;
-
Meer focus aanbrengen op de duurste en urgentste vragen;
-
Versterken kostenbewust handelen in de toegang;
-
Inzet Wmo/ volwassenzorg.
Bij het verder uitwerken van de maatregelen hebben we geconstateerd dat zij gezamenlijk bijdragen aan het beheersen van de kosten. Afzonderlijke opbrengsten per maatregel doorrekenen is niet mogelijk. We werken eraan om de volgende doelen te bereiken, met alle maatregelen. Bij het bepalen van de mogelijke kostenbeheersing daarvan gaan we uit van peildatum eind 2024. 1.
Gesloten jeugdhulp wordt niet meer aangevraagd (afname van 100%), wel alternatieve hulp nodig.
2.
20% minder specialistische jeugdhulp (alle varianten behalve gesloten jeugdhulp).
3.
Specialistische jeugdhulptrajecten (alle varianten) duren 25% korter.
4.
5% meer jeugdigen (m.n. Zorgintensieve Gezinnen) dan in voorgaande jaren gaan over naar WLZ.
We streven naar het realiseren van deze doelen in vanaf 2027 (50%) en vervolgens aanvullend vanaf 2028. We monitoren het gebruik en de kosten voor jeugdhulp het hele jaar door. Specifiek voor deze doelstellingen maken we een aanvullend dashboard. Om een mogelijk bedrag aan kostenbeheersing aan de doelen te koppelen hebben we daar een verdiepingsslag op gemaakt: -
Geen gesloten jeugdhulp betekent weliswaar een besparing op de kosten van deze hulp, maar daar staat tegenover dat alternatieve hulp nodig is. Deze is niet perse goedkoper omdat het meest realistische alternatief een vorm van kleinschalig verblijf is. Dit is dus meer een inhoudelijke doelstelling dan een doelstelling die tot kostenbeheersing leidt.
-
Als je inzoomt op de doelen 20% minder specialistische jeugdhulp en 25% kortere trajecten dan zien we een verschil tussen ambulante jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf. We zien vooral mogelijkheden bij ambulante jeugdhulp en dan specifiek op de onderdelen begeleiding en GGZ. Op deze onderdelen zien we de laatste jaren ook de grootste kostenstijgingen. Daarnaast willen we inzetten op minder trajecten maatwerk zonder verblijf.
5. Doorrekening kostenbeheersingsmaatregelen We hebben een financiële doorrekening gemaakt van bovenstaande kostenbeheersingsmaatregelen. Op basis hiervan stellen we een besparingsdoelstelling (=opdracht) vast ter hoogte van € 5,5 miljoen. Dit is echter gebaseerd op uitgangspunten waarbij doelstellingen niet hard te onderbouwen zijn en hierin zit dus een nadrukkelijk risico. Vandaar de keuze om in financiële zin deze doelstelling als volgt te vertalen in de begroting: -
2026: nog geen besparing
-
2027: besparing te realiseren van € 1,6 miljoen
-
2028: besparing te realiseren van € 3,2 miljoen
-
2029: besparing te realiseren van € 4 miljoen
We hebben de volgende uitgangspunten gehanteerd bij de doorrekening van de maatregelen voor kostenbeheersing: -
Jeugdhulp begeleiding: gaat over begeleiding Basis en begeleiding specialistisch: 20% minder instroom en 25% minder volume.
-
Jeugd GGZ: gaat over Basis GGZ, GGZ Specialistisch 1, GGZ Specialistisch 2, GGZ Hoog specialistisch: 20% minder instroom en 25% minder volume. Bij hoog specialistisch GGZ 15% minder volume.
-
Maatwerk: gaat over Maatwerk zonder verblijf: 50% minder instroom en 25% minder volume.
19
Een paar aandachtspunten daarbij: -
De maatregelen leiden niet direct tot besparing, dit vraagt implementatietijd.
-
De beoogde opbrengsten zijn onzeker. Het gebruik van jeugdhulp wordt beïnvloed door een groot aantal factoren en vindt plaats in een complex systeem op lokaal, regionaal en landelijk niveau.
-
De implementatie van de maatregelen vraagt ook extra investeringen, bijvoorbeeld de ondersteuningsstructuur in het onderwijs, versterking van de backoffice, realtime inzicht in het gebruik van jeugdhulp en trainingen in kostenbewust handelen. Incidentele investeringen werken we uit richting de programmabegroting.
6. Monitoring van jeugdhulpgebruik Toegang meer kostenbewust maken We ontwikkelen een tool die de kosten van een traject (product en duur van de inzet) uitrekent en vervolgens de bijdrage daarvan aan het totaalbudget. Hierdoor krijgen jeugdprofessionals bij het invullen hiervan direct inzicht in het effect op het budget. Monitoren kostenbeheersing Samen met externen werken we aan een tool om de verschillende kostenbeheersingsmaatregelen beter door te kunnen rekenen. Dat is gebaseerd op hun prognosemodel. Daarmee verbeteren we onze huidige eigen rekensystematiek voor prognoses. We bekijken nog of we ook de monitoring van de kostenbeheersingsmaatregelen hieraan kunnen koppelen. 7. Samenvatting financieel beeld Samenvattend financieel beeld is als volgt: Bedragen x 1.000 - is voordeel, + is nadeel Samenvattend
2025
2026
2027
2028
2029
Totaal effect vanuit meicirculaire jeugdzorg
-2.388
-7.694
-7.540
-384
-489
Toe te voegen aan budget jeugdzorg (5%)
4.697
6.692
8.787
8.787
8.787
-1.367
-1.377
-1.600
-3.257
-4.000
-353
3.779
2.921
Raming eigen bijdrage Jeugdzorg Taakstelling budgetten jeugdzorg Totaal nadeel begroten
2.309
-1.002
Samengevat komen we in de jaren 2026 en 2027 redelijk uit met de extra gelden die we krijgen vanuit de voorjaarsnota van het Rijk als onze aanname voor volumestijging tot en met 2027 klopt. Vanaf 2029 komen we jaarlijks afgerond € 3 miljoen tekort, wat we opnemen als geaccepteerd tekort omdat we ervan uitgaan dat het Rijk dit voor die jaren nog gaat compenseren.
20
Op weg naar de begroting In dit hoofdstuk schetsen we de financiële koers richting de programmabegroting. Onze vastgestelde programmabegroting 2025-2028 was meerjarig niet structureel sluitend en ook zagen we diverse risico’s en ontwikkelingen op ons af komen. Daarom zijn we een strategische heroriëntatie gestart. De financiële positie staat dus onder druk. We geven in dit hoofdstuk aan hoe we onze schaarse middelen optimaal in willen zetten. We geven in dit hoofdstuk een samenvatting van de strategische heroriëntatie, en de keuzes die we daarbij gemaakt hebben. Daarnaast vertalen we onze prioriteiten in deze kadernota financieel op hoofdlijnen. De kadernota is nadrukkelijk nog geen begroting. De feitelijke vertaling van deze posten gebeurt bij de programmabegroting 2026-2029. 1. De koers voor de begroting Zoals verwoord in het hoofdstuk financiële positie worden we voor de jaren 2025 tot en met 2027 “redelijk” gecompenseerd voor de stijgende kosten van jeugdzorg. Voor de jaren erna boekt het Rijk een stevige extra bezuiniging op jeugdzorg in en houdt het Rijk ook vast aan de bezuinigingen vanuit de hervormingsagenda. De VNG vind deze reeks vanaf 2028 ook te ambitieus voor gemeenten. Daarnaast wordt er geen indexering van de kosten voor jeugdzorg toegepast, zoals de deskundigencommissie had aanbevolen.
Concreet is afgesproken dat de deskundigencommissie van Ark in het eerste kwartaal 2027 een uitspraak doet over de haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028. Vandaar dat de VNG het volgende advies heeft uitgebracht voor de programmabegroting 2026-2029: -
Raam de kosten voor jeugdzorg zo reëel mogelijk naar de toekomst. Houdt rekening met een volumestijging op basis van historische ervaring;
-
Zorg voor een sluitende begroting 2026- 2027;
-
Neem een vordering op richting het Rijk vanaf 2028 (er vanuit gaande dat de nieuwe commissie Van Ark tot dezelfde conclusie komt en dat het Rijk “verplicht” is te zorgen voor extra financiële middelen vanaf 2028).
We kiezen ervoor om te komen tot een sluitende begroting voor de jaren 2025-2027. In 2028 werken we met een geaccepteerd tekort van € 3,5 miljoen en vanaf 2029 van € 3 miljoen. Dit betreft het tekort op jeugdzorg vanaf 2028 waarvan we verwachten dat het Rijk deze extra moet gaan compenseren. Deze werkwijze sluit goed aan bij het advies vanuit de VNG en laat transparant zien dat er aanvullende middelen voor jeugdzorg noodzakelijk zijn. Het financiële kader (zie eerder hoofdstuk) is als volgt: Bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Financieel kader
-171
-7.237
-882
10.292
7.452
De koers voor de begroting is verder:
Focus op uitvoering
In de programmabegroting 2023-2026 hebben we het coalitieakkoord ‘Samen duurzaam vooruit’ vertaald. We hebben de speerpunten benoemd en zijn daar vol op mee aan de slag. In de afgelopen jaren hebben we hiervoor gelden gereserveerd in de jaarlijkse begrotingen om voortvarend aan de slag te kunnen met het uitvoeren van het coalitieakkoord. Dit betekent dat we ons in deze kadernota en de komende programmabegroting focussen op het uitvoeren van de eerder vastgestelde ambities en speerpunten. We willen hier ook niet te veel aan toevoegen om ons te focussen op de uitvoering. Er is nauwelijks financiële ruimte voor nieuw beleid, maar veel nieuw beleid zou ook niet passend zijn in een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen.
21
Realisatie van de strategische heroriëntatie
We zetten vol in op de feitelijke realisatie van de strategische heroriëntatie. Dit is noodzakelijk voor een gezond financieel meerjarig perspectief.
Financiële vertaling op hoofdlijnen
Als we vanuit het financieel kader de strategische heroriëntatie en onze prioriteiten vertalen ontstaat het volgende totaalbeeld: Bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Huidig tekort start kadernota
-171
-7.237
-882
10.292
7.452
Strategische heroriëntatie
-307
-2.168
-3.339
-5.124
-5.124
Investeren in minder meerkosten
230
410
0
0
0
Nieuw beleid
399
7.908
2.427
-1.439
749
Overschot/ tekort
151
-1.087
-1.794
3.729
3.077
Geaccepteerd tekort
-
-
3.500
3.000
Saldo kadernota
151
-1.794
229
77
-1.087
Conclusie uit deze tabel is dat de jaren tot en met 2027 voordelige saldo's laten zien. Vanaf 2028 zien we ten opzichte van het geaccepteerde tekort een klein nadeel. We vinden het noodzakelijk om op een aantal plekken te investeren. Niet voor alle posten is voldoende financiële ruimte beschikbaar. Vanaf 2028 is het daarom van belang om nog op zoek te gaan naar ruimte. We lichten dit verder toe in dit hoofdstuk bij onderdeel 3 en hoe we hier mee omgaan richting de begroting. 2. Strategische heroriëntatie Voor de strategische heroriëntatie verwijzen we naar aparte notitie die we hierover hebben gepresenteerd. We blijven in deze kadernota hieraan vasthouden. We realiseren de opdracht om ruim € 5 miljoen bezuinigingen als volgt per programma. Bedragen x € 1.000 + is besparing/voordeel Programma
Bedrag 2025
Bedrag 2026
Bedrag 2027
Bedrag 2028
54
144
244
434
2. Werk, Inkomen en Onderwijs
59
125
509
568
3. Ontmoeten, sport en cultuur
344
546
602
743
4. Klimaat, energie en openbare ruimte
0
110
240
280
5. Economie
0
0
0
0
1. Welzijn en Zorg
6. Stadscentrum
0
0
0
0
7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit
0
65
165
165
8. Veilige omgeving
0
14
14
14
-150
225
642
1.117
0
939
923
1.803
307
2.168
3.339
5.124
9. Besturen in verandering van tijden 10. Financieel beleid Eindtotaal
Daarnaast investeren we in 2025 en 2026 in vooral indicaties Wmo om minder meerkosten te voorkomen. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar de Strategische Heroriëntatie.
22
3. Op weg naar de begroting en financiële vertaling van onze prioriteiten We hebben in deze kadernota in beeld gebracht op welke plekken in de organisatie investeringen nodig zijn om onze ambities en speerpunten tot uitvoering te kunnen brengen. Gezien de financiële positie en het meerjarig tekort hebben we alleen posten opgenomen waarvan we echt denken dat ze noodzakelijk zijn. We hebben financiële ruimte voor afgerond € 0,7 miljoen. Deze willen we hoofdzakelijk inzetten voor het versterkingen op het gebied voor veiligheid. Het is essentieel om de formatie uit te breiden om de basis op orde te kunnen krijgen, goed te kunnen blijven reageren op crisissituaties en uitvoering te kunnen coördineren. Deze uitbreiding wordt gefaseerd opgepakt, om uiteindelijk te komen tot een omvang van de formatie voor gemeente Oss die redelijk vergelijkbaar is met de referentiegemeenten, ook in vergelijking tot het aantal inwoners en aan het aantal misdrijven. We vinden het urgent om hier de vrije ruimte voor in te zetten. Daarnaast zien we dat het belangrijk is om te investeren in de versterking van de organisatie. Om te investeren in organisatieontwikkeling en het vormen van een concernstaf. De gemeente Oss groeit en onze organisatie groeit mee. Nieuwe uitdagingen en kansen doen zich voor.
Andere manieren van werken, meer vragen uit de samenleving, grote bestuurlijke ambities: ze vragen allemaal aandacht van ons. Met de organisatievisie “Wij zijn één Oss” zetten we in op het vergroten van de integrale samenwerking, het versterken van onze strategisch vermogen en het investeren in strategisch personeelsbeleid en leiderschaps- en vakmanschapsontwikkeling. Aansluitend op de organisatieontwikkeling is het voor de complexe vraagstukken noodzakelijk om onze integrale en strategische beleidsmatige sturing te versterken. Hiervoor is het gewenst om een beknopte concernstaf vorm te geven. Dit houdt in dat bestuurlijke prioriteiten en beleidsontwikkeling integraal worden benaderd en afgestemd, zodat de gemeente proactief inspeelt op maatschappelijke ontwikkelingen en toekomstbestendige keuzes maakt. Deze beweging komt ten goede aan de hele organisatie en is randvoorwaardelijk voor het adequaat maken en uitvoeren van beleid in alle vakgebieden. Daarom vinden we het nodig om ook te investeren in onze organisatie. Waar mogelijk is gekozen voor incidentele claims. We geven onszelf als college de opdracht om op zoek te gaan naar financiële ruimte richting de programmabegroting ter hoogte van € 0,8 miljoen. Dit is gekoppeld aan het structurele bedrag dat nodig is voor de organisatie op het gebied van de concernstaf en de aanpassingen van de organisatie en bedrijfsvoering.
Hier is namelijk geen financiële ruimte voor. Voor de jaren 2026 en 2027 zijn er voldoende financiële middelen beschikbaar voor de posten nieuw beleid, maar vanaf 2028 niet. Gezien de val van het Kabinet Schoof I zal de septembercirculaire naar verwachting beleidsarm zijn en kunnen we er vanuit gaan dat deze geen financiële ruimte zal bieden. We werken hiervoor 2 sporen uit:
We gaan op zoek naar structurele voordelen naar aanleiding van de voordelige jaarrekeningoverschotten van afgelopen jaren en sturen nadrukkelijk op het halen van ‘lucht uit de begroting’. Met als doel om zo veel mogelijk van de taakstelling op te lossen zonder dat het vastgestelde beleid en de uitvoering daarvan hier onder lijdt.
Daarnaast gaan we kritisch kijken of een deel van deze taakstelling ingevuld worden door een mogelijke taakstelling op de organisatie. Dit koppelen we dan aan het onderzoek naar het terugbrengen van inhuur, het niet invullen van vacatures bij enkele pensioneringen en het strakker begroten op personeelsbudgetten. Daarbij maken we nadrukkelijk de kanttekening dat we het onverantwoord vinden om een te grote bezuiniging neer te leggen op de gemeentelijke organisatie. Tot nu toe hebben wij in alle voorstellen in het kader van de strategische heroriëntatie de lijn aangehouden dat wij niet willen bezuinigen op de ambtelijke organisatie. De vraagstukken die voor ons liggen, de groei van de gemeente en de arbeidsmarkt waarin het steeds moeilijker wordt om voldoende en goede medewerkers aan te trekken en te behouden, maken dat wij het van het grootste belang vinden dat we onze organisatie op peil houden. Daar bovenop zien we een noodzaak voor versterking en uitbreiding op verschillende onderdelen in de organisatie. De hierboven genoemde onderdelen hebben wat ons betreft daarbinnen de hoogste prioriteit. Wij zien dat er in de organisatie in de nabije toekomst echter ook op andere onderdelen uitbreiding wenselijk is, in aantal, in kwaliteit en in deskundigheid.