CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2027-2030 incl. correcties

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente OssBij agendapunt: Vaststelling van de agenda20.458 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Analyse meicirculaire 2026 De belangrijkste verklaringen van de stijging van de algemene uitkering zijn: bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten 2027 2028 2029 2030

Belangrijkste verklaringen

2026

Stijging accres Herverdeling gemeentefonds per 2027 Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Huishoudelijke hulp uit Wmo Vangnetregeling Wmo huishoudelijke hulp Afrekening ruimte BTW compensatiefonds Indexatie Wmo demografie Kinderopvang pleegouders Wet handhaving sociale zekerheid Loon- en prijsbijstelling sociaal domein Uitvoeringskosten klimaat- en energiebeleid Alleenverdienersproblematiek

-980 0 0 0 0 1.217 0 -54 -33 -1.382 -112 -228

-10.966 0 -1.217 0 0 73 0 -54 -9 -1.037 -2.976 0

-11.551 0 0 0 0 73 0 0 -9 -671 -2.976 0

-11.799 0 0 7.430 -2.218 73 0 0 -10 -521 -2.976 0

-16.805 0 0 7.595 -2.267 73 -374 0 -10 73 -2.976 0

Ondersteuning lokale energiehulp Aanpak problematische schulden Re-integratie dienstverlening gericht op jongeren Ondersteuning lokale politieke partijen Overige ontwikkelingen Overige posten

-93 -116

0 0

0 0

0 0

0 0

-51 -27 1.087 403

-51 0 1.411 16

-51 0 1.648 45

-51 0 1.928 51

-63 0 2.241 45

Totale stijging

-369

-14.810

-13.492

-8.093

-12.469

22

Aanvullende toelichting Reservering voor loon- en prijsstijgingen (accres) Het acres stijgt met de inflatie (BBP). Het gemeentefonds volgt de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (BBP). Via het accres en de overige ontwikkelen moeten we ruimte creëren om de loon- en prijsstijgingen voor het jaar 2026 op te kunnen vangen. Het accres is iets hoger omdat de verwachte inflatie hoger is dan eerder ingeschat. We zetten geld apart om loon- en prijsstijgingen te kunnen betalen, vanaf 2027 gaat het om € 10,5 miljoen extra. Gezien de huidige ontwikkelingen in de wereld is het erg lastig in te schatten wat de inflatie in 2027 gaat doen. Dit is voor komende begroting nog een grote risicopost. In deze stelpost hebben we rekening gehouden met onder andere: -

een loonstijging voor 2027 op basis van verwachte loonvoet sector overheid (er is nog geen CAO voor 2027) van 4,25%;

-

een stijging in het sociaal domein (jeugd, Wmo, maatschappelijke opvang) op basis van de OVA van circa 4% in 2027;

-

een stijging van de kosten voor openbare ruimte, vastgoed en diverse investeringen;

-

prijsstijgingen bij gemeenschappelijke regelingen en subsidies.

Herverdeling gemeentefonds per 2027 In 2022/2023 is er een herverdeling van het gemeentefonds geweest. Hierbij is het geld wat binnen het gemeentefonds verdeeld op basis van nieuwe en gewijzigde maatstaven. Dit leidde tot gemeenten die voordeel hadden, maar ook gemeenten die nadeel hiervan hadden. Daarbij is afgesproken dat het voor- en nadeel gefaseerd zou plaatsvinden met een groeipad, waarbij het voordeel is “afgetopt” op € 37,50 per inwoner. Onze gemeente was een voordeel gemeente waarbij we meer dan dit maximale voordeel hadden. Onze aftopping was afgerond € 1,3 miljoen jaarlijks. Dat wil zeggen dat we op basis van deze nieuwe verdeling eigenlijk recht hebben op deze € 1,3 miljoen maar dat we deze nog niet hebben ontvangen. Dit in afwachting op definitieve besluitvorming hierover. Landelijk is nu besloten om dit ingroeipad te bevriezen (we krijgen het geld dus nu nog niet), dit in afwachting op de totale herverdeling van het gemeentefonds. Naast bevriezen zou dit ingroeipad wel geïndexeerd worden. Dit zou voor onze gemeente een voordeel betekenen. Dit voordeel is echter nog niet opgenomen in de meicirculaire omdat ze landelijk het nog niet eens zijn over de wijze waarop dit moment plaatsvinden. In de zomer is de verwachting dat dit alsnog plaatsvinden en we gaan er daarom ook vanuit dat in de septembercirculaire hier nog een voordeel zichtbaar zal zijn.

Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Landelijk is in de Voorjaarsnota 2023 besloten dat het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo wordt ingevoerd. De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 was ingeboekt per 1 januari 2027. Dit blijkt landelijk echter niet haalbaar en schuift door naar 1 januari 2028. Daarom ontvangen we voor 2027 eenmalig € 1,2 miljoen extra omdat deze besparing al was doorgevoerd. Dit bekent dat we onze Wmo budgetten ook hierop moeten aanpassen. Huishoudelijke hulp uit Wmo In het coalitieakkoord van het kabinet Jetten staat dat huishoudelijke hulp uit de Wmo gehaald wordt en dat mensen die dat kunnen, zelf gaan betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp wordt dan als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) geschrapt met ingang van 1 januari 2029 (€ 1,4 miljard). Dit betekent een korting binnen de algemene uitkering van circa € 7,5 miljoen. Onze eigen budgetten worden hiermee dan ook verlaagd. Vangnetregeling Wmo huishoudelijke hulp Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. Hiervoor wordt dan weer geld toegevoegd in de algemene uitkering en dit is een bedrag van circa € 2,3 miljoen.

Per saldo een verlaging van onze Wmo budgetten voor huishoudelijke hulp van € 5,2 miljoen.

23

Afrekening ruimte btw compensatiefonds Gemeenten kunnen (voor een groot deel) kosten van btw declareren bij het btw compensatiefonds. Dit fonds heeft landelijk gezien ene plafond. Wordt er minder gedeclareerd, dan wordt het verschil toegevoegd aan de algemene uitkering. Wordt er meer btw gedeclareerd dan wordt dit ten laste van de algemene uitkering gebracht. Gemeenten hebben in 2025 meer gedeclareerd dan verwacht. Dit betekent dat dit nadeel wordt verrekend met de algemene uitkering. Voor onze gemeente een nadeel van € 1,2 miljoen in 2026. Meerjarig sluiten we de raming aan bij provinciale voorschriften (maximaal de uitkering die in 2025 daadwerkelijk heeft plaatsgevonden). Indexatie Wmo demografie Er is een jaarlijkse indexatie opgenomen voor stijgende zorgkosten binnen de Wmo. Meerjarig is dit al verwerkt in onze begroting. We ontvangen nu ook voor 2030 een bedrag van € 374.000 extra. Dit voegen we toe aan onze eigen Wmo budgetten. We krijgen dit geld in verband met een nog uit te werken alternatieve financieringsvorm van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die beter rekening houdt met de kostenontwikkeling in de Wmo en demografische ontwikkelingen/ vergrijzing. Kinderopvang pleegouders Voor 2026 en 2027 ontvangen we € 54.000 voor kinderopvang pleegouders.

Dit betreft een bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Wet handhaving sociale zekerheid We ontvangen € 33.000 in 2026 en vervolgens jaarlijks € 10.000 voor de wet handhaving sociale zekerheid. Het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid treedt per 1 januari 2027 in werking. De gevolgen voor de uitvoering voor gemeenten zijn inzichtelijk gemaakt. We ontvangen een bijdrage in de uitvoeringskosten van deze nieuwe wet. Loon- en prijsbijstelling sociaal domein Voor een aantal onderdelen krijgen we specifieke loon- en prijsbijstelling voor jaar 2026. We voegen deze toe aan onze budgetten. -

Beschermd wonen: structureel € 782.000 vanaf 2026.

-

Participatie: jaarlijks circa € 0,6 miljoen vanaf 2026. Daarnaast wordt het participatiebudget (WSW) landelijk in 2030 ten opzichte van 2029 gekort. Dit betekent dat meerjarig het totale budget (inclusief prijsinflatie) toch daalt met per saldo € 0,8 miljoen in 2030.

-

Maatschappelijke opvang: betreft een beperkte actualisering van de verdeling van de landelijke gelden (€ 4.000).

Uitvoeringskosten klimaat- en energiebeleid We ontvangen voor 2027 definitief een bedrag van € 2,9 miljoen voor uitvoeringskosten van klimaat- en energiebeleid. We hebben deze inkomsten structureel geraamd tot en met 2030. We voegen dit geld toe aan de budgetten voor klimaat en energie. Alleenverdienersproblematiek We ontvangen in 2026 een bedrag van € 228.000. Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 2025-2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdiener- huishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben. We ontvangen hiervoor voor 2026 een bedrag van € 189.000 en een aanvulling over de jaren 2023-2024 van € 39.000. Deze afrekening is gebaseerd op een analyse vanuit de belastingdienst over het aantal rechthebbende huishoudens. Ondersteuning lokale energiehulp We ontvangen in 2026 een bedrag van € 93.000. Doel hiervan is om gemeenten de mogelijkheid te bieden om de bestaande lokale aanpak van energiearmoede te intensiveren.

24

Aanpak problematische schulden We ontvangen in 2026 een bedrag van € 116.000. Het kabinet heeft een pakket aan maatregelen ingevoerd om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. In 2026 wordt beoogd bestuurlijke afspraken te tekenen tussen alle branches van vastelastenpartners, Divosa, Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde (NVVK) en de VNG en het ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid (SZW). Deze afspraken volgen op de positieve wetsevaluatie van vroegsignalering in 2025 en hebben tot doel om de vroegsignalering van schuldenproblematiek een impuls te geven. Partijen voeren tot en met 2029 verbetermaatregelen door met als doel om het bereik van de doelgroep te verdubbelen en de ongewenste uitval van de deelnemende doelgroep te halveren. Re-integratie dienstverlening gericht op jongeren We ontvangen vanaf 2026 een bedrag van jaarlijks € 51.000. Dit geld is bedoeld voor de arbeidsinschakeling van jongeren tot 27 jaar. Ondersteuning lokale politieke partijen We ontvangen in 2026 een bedrag van € 27.000. Er komt een wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp). Omdat deze wet nog niet in werking is getreden, ontvangen we nu dit bedrag voor ondersteuning van lokale politieke partijen. Gemeenten worden zo in de gelegenheid gesteld om politieke partijen die een zetel hebben in de gemeenteraad te ondersteunen.

Overige ontwikkelingen Binnen de overige ontwikkelingen treden diverse effecten op door onder andere: -

Aanpassing aantallen (eenheden) bij diverse maatstaven en aangepaste maatstaven

-

Diverse overige mutaties.

Het grootste nadeel wordt veroorzaakt door de maatstaf “huishoudens met lage inkomens”. Er is grote onzekerheid over de landelijke data die hierover beschikbaar zijn en de interpretatie hiervan. Overige posten Diverse overige posten zorgen voor beperkte mutaties. Belangrijke posten hierin zijn: -

Wet op de lijkbezorging: de inwerkingtreding van het wetsvoorstel van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) was voorzien op 1 januari 2026. De invoering van deze wet is vertraagd en nu voorzien op 1 januari 2028. Invoeringsgelden schuiven daarom door van 2026 naar 2027 (€ 16.000).

-

Armoedebestrijding kinderen: we ontvangen jaarlijks € 6.000 minder voor armoedebestrijding kinderen.

-

Natuurbrandpreventie: we ontvangen € 6.000 voor 2027 en 2028 extra voor natuurbrandpreventie.

-

Gemeentelijk antidiscriminatievoorziening: we ontvangen € 13.000 extra in 2027 voor deze voorziening.

25

Af te zonderen posten De meicirculaire 2026 laat ten opzichte van de septembercirculaire 2025 voor alle jaren een stijging zien. Van deze bedragen moeten we diverse bedragen afzonderen voor specifieke onderwerpen. Afzonderen als we voor specifieke beleidsvelden extra geld krijgen, maar ook afzonderen in gevallen dat we gekort worden op specifieke beleidsvelden. Dit geeft het volgende beeld: Bedragen x € 1.000 - is voordeel, + is nadeel 2029 2030

Omschrijving

2026

2027

2028

Meicirculaire 2026

-369

-14.810

-13.492

-8.093

-12.469

Af te zonderen posten Loon- en prijsstijging 2026 Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Huishoudelijke hulp uit Wmo Vangnetregeling Wmo huishoudelijke hulp Indexatie Wmo demografie

0 0 0 0 0

10.500 1.217 0 0 0

10.500 0 0 0 0

10.500 0 -7.430 2.218 0

10.500 0 -7.595 2.267 374

Kinderopvang pleegouders

54

54

0

0

0

Wet handhaving sociale zekerheid Participatie Beschermd wonen Maatschappelijke opvang Uitvoeringskosten klimaat- en energiebeleid Alleenverdienersproblematiek Ondersteuning lokale energiehulp Aanpak problematische schulden Re-integratie dienstverlening gericht op jongeren Ondersteuning lokale politieke partijen Wet op de lijkbezorging Armoedebestrijding kinderen Natuurbrandpreventie

33 596 782 4 112 228 93 116

9 251 782 4 2.976 0 0 0

9 -115 782 4 2.976 0 0 0

10 -265 782 4 2.976 0 0 0

10 -859 782 4 2.976 0 0 0

51

51

51

51

63

27 -17 0 6

0 16 -6 6

0 0 -6 6

0 0 -6 0

0 0 -6 0

Gemeentelijk antidiscriminatievoorziening

0

13

0

0

0

Totaal af te zonderen posten

2.085

15.873

14.207

8.840

8.517

Saldo meicirculaire

1.716

1.063

715

747

-3.953

Toelichting af te zonderen posten Van de uitkomsten van de meicirculaire moeten we nog diverse bedragen apart zetten voor specifieke onderwerpen. Voor de toelichting van deze posten verwijzen we naar de eerdere analyse.

26

Bijlage 2: Overzicht reserves Algemene reserve De reserve is bestemd voor het opvangen van algemene risico’s en fluctuaties in de rekeningresultaten. De norm voor de algemene reserve is 10% van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Op basis van de meicirculaire 2026 is deze norm afgerond € 27,5 miljoen. De vrij ruimte binnen de algemene reserve is afgerond € 5 miljoen.

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

1-jan

bijschrijven

Storting

Onttrekking

Saldo

1.161

37.883

31-dec

2026

39.044

0

0

2027

37.883

0

0

0

37.883

2028

37.883

0

0

560

37.323

2029

37.323

0

0

560

36.763

2030

36.763

0

0

560

36.203

Toelichting op het meerjarenbeeld Aanpassing beginsaldo 2026 Het beginsaldo van 2026 van € 33,1 miljoen is verhoogd met de saldobestemming vanuit de jaarrekening 2025. Dit betrof een bedrag van € 5.976.000. 2026 De onttrekking van € 1.161.000 bestaat uit: -

Flex-woningen: € 411.000

-

Box in box constructie Ontmoeten Oss Noord-West

2028 en verder -

10 jaar lang wordt een onttrekking gedaan van € 560.000 ter dekking van de reguliere begroting. In totaal een bedrag van € 5,6 miljoen.

27

Overzicht bestemmingsreserves In deze bijlage geven we een overzicht van de belangrijkste bestemmingsreserves. We geven inzicht in de omvang ervan en lichten toe waar ze voor bedoeld zijn (bedragen x € 1.000). We gebruiken hiervoor de stand 1 januari 2026, inclusief resultaatbestemming van de jaarrekening 2026. Saldo

Soort

Bestemmingsreserves

Toelichting

Bedrijfsvoering

Adviezen fiscaal gebied

Bedoeld voor het inschakelen van specialistische kennis op het gebied van fiscaliteit

73

E-dienstverlening

Het programma dienstverlening richt zich met name op het uitzetten van een gezamenlijke koers naar betrouwbare, toegankelijke, inclusieve omnichannel dienstverlening aan inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden.

157

Opvangen van incidentele ICT kosten, frictiekosten en voor innovatie en ontwikkeling Afdekken van fricties in het kader van personele Organisatieontwikkelingen bezuinigingen en voor organisatie ontwikkelingen. Gelden voor versterking gemeentelijke Versterken gemeentelijke dienstverlening n.a.v. Parlementaire dienstverlening Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) ICT

992

111

WGA

Reserve voor WGA deel werknemers. Gebaseerd op oude afspraken met de OR

235 6.111

Binnenhavens

Bestemd voor het ontwikkelen van de Osse binnenhaven tot hét multimodale goederenknooppunt van de regio NoordoostBrabant.

7.556

Economie

Voor het aanjagen van projecten op sociaaleconomisch terrein en de infrastructuur van Oss.

796 8.352

Afvalstoffenheffing

Voor egalisatie van de kosten en tarieven van afvalinzameling

Budgetoverheveling Egalisatie reserve renteomslag Egalisatie rioolbeheer Parkeren Risico waardering lening wachtmeesters Risico's Heesch West

2.815 43

Opvangen van renteschommelingen. Voor egalisatie van de kosten en tarieven van riolering. Opvangen van fluctuaties in de opbrengsten van betaald parkeren. Risicoreserve gekoppeld aan verstrekte geldleningen Ter dekking van de ontwikkeling van regionaal industrieterrein Heesch-West.

Totaal Egalisatie/ risicoreserve Klimaat en Energie

3.903

Bedoeld om toekomstige financiële verplichtingen van de huidige wethouders op te kunnen vangen.

Totaal Economie Egalisatie/ risicoreserve

640

Wachtgeld wethouders

Totaal Bedrijfsvoering

Economie

1-1-2026

3.950 772 2.451 0 2.513

12.544

Energietransitie

Doel is om investeringen te doen in het kader van de energietransitie en circulaire economie

1.798

28

Soort

Bestemmingsreserves

Klimaatadaptatie

Ontwikkeling windpark

Toelichting Gericht op het bouwen van robuuste ecosystemen. Ook zijn de middelen nodig om directe verlichting te creëren op hittegevoelige plaatsen en plaatsen met veel wateroverlast. Voorbereidingskosten voor ontwikkeling windpark

Totaal Klimaat en Energie

1.510

Lievekamp

Voorbereiding (ver) nieuwbouw

1.835

Rust Roest

Reservering deel aankoopsom voor exploitatiekosten

Verduurzaming gemeentelijk vastgoed

Verduurzamen van ons maatschappelijk vastgoed.

98 1.749

5.192

Baggeren Haven

Reservering voor toekomstige kosten voor het baggeren van de haven

Bodemsanering

Voor bodemonderzoek en bodemsaneringsprojecten.

319

Geluid

Het verminderen van geluidsoverlast en het oplossen van knelpunten op het terrein van geluidshinder.

15

Groenfonds landelijk gebied

Gericht op de versterking van het buitengebied.

2.392

Integraal uitvoeringsprogramma (IUP)

Bestemd voor de uitvoering van projecten in de openbare ruimte (IUP-projecten).

8.774

Meekoppelkansen dijkversterking Maas

Bedoeld voor het financieren van meekoppelkansen rondom de waterveiligheid van de Maas.

1.013

Totaal Openbare ruimte

Totaal Sociaal

608

Voor de realisatie van de IVB-doelstellingen

Totaal Maatschappelijke voorzieningen

Sociaal

1.149

3.555

Maatschappelijke Integraal voorzieningen voorzieningen beleid

Openbare ruimte

Saldo 1-1-2026

1.122

13.635 Beschermd wonen Kostenbeheersing sociaal domein

Aanpak van complexe casuïstiek in de regio.

24.321

Voor investeringen ten behoeve van kostenbeheersing sociaal domein

2.000

Dak- en thuisloosheid

Aanpak van dak- en thuisloosheid in de regio

1.475

GALA & IZA

Besteding gelden voor integraal zorgakkoord en Gezond Actief Leven Akkoord

798

Opvang Vluchtelingen

We reserveren overschot op de rijksgelden om huisvesting en zorg voor vluchtelingen duurzaam te organiseren.

27.224

Bestaanszekerheid

Bestemd om mensen met een bijstandsuitkering met nieuwe dienstverleningen meer te laten meedoen in de maatschappij

1.607

Wonen welzijn en zorg

Voor vernieuwingen (transformatie) in het domein van wonen, welzijn en zorg.

0 57.425

29

Saldo

Soort

Bestemmingsreserves

Toelichting

Stadscentrum

Investeringsfonds Stadshart Oss

Doel is realisatie van de koers Stadshart Oss, gericht op majeure investeringen in stedelijke (vastgoed) ontwikkelingen

4.415

Walkwartier en omgeving

De middelen in deze reserve zijn geoormerkt voor activiteiten in het centrum, centrumontsluiting, de revitalisering van De Wal en omgeving

1.978

Totaal Stadscentrum Wonen & Mobiliteit

6.393 Beheerkosten starterslening Binnenstedelijke transformaties

Totaal Wonen & Mobiliteit Eindtotaal

1-1-2026

De reserve is gevormd voor de dekking van de beheerkosten en risico’s van de startersleningen. Voor het afdekking van onrendabele toppen van binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen.

751 18.643

Bovenwijkse voorzieningen

Sparen voor de ambities op het gebied van de bovenwijkse voorzieningen. De ambities op dit gebied zijn het "mobiliteitsplan in voorbereiding", fase 3 van de Noordelijke Randweg en een ontsluitingsweg Oss West.

Maasveren

Bedoeld voor extra financiële steun aan stichting Maasveren

225

Mobiliteit

Treffen van mobiliteitsmaatregelen op basis van het investeringsprogramma mobiliteit (MIPMO).

25.914

Omgevingswet

Implementatie van de omgevingsvisie en-wet.

3.606

Schadewijk

Extra investeren in Schadewijk en daarmee een gezond en goed leefklimaat realiseren.

1060

Strategische aankopen voor uitbreidingslocaties

Bestemd om komende jaren actief grondbeleid te kunnen voeren

5.950

Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving

Op basis van de nota kostenverhaal betalen projecten waarbij nieuw vastgoed wordt ontwikkeld een bijdrage voor bovenwijkse netwerkvoorziening.

9.101

Woonwagens

Bestemd voor kosten voor woonwagens.

16.742

501 82.493 195.700

30

Bijlage 3: Programma indeling In deze nieuwe bestuursperiode stellen we voor om een nieuwe programma indeling te hanteren. In deze kaderbrief presenteren we de programma indeling. In de programmabegroting voegen we hier ook de onderverdeling in producten aan toe. De voorgestelde programma indeling is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Welzijn en zorg Werk, inkomen en onderwijs Ontmoeten, sport, cultuur en gezondheid Stadsontwikkeling, wonen en mobiliteit Economie Energie, klimaat en openbare ruimte Veilige omgeving Bestuur en organisatie Financieel beleid

31

Bijlage 4: Uitwerking risico’s en ontwikkelingen We zien de volgende belangrijke risico’s en ontwikkelingen: A.

Ontwikkelingen algemene uitkering

B.

Het realiseren van de vastgestelde ombuigingsvoorstellen

C.

Kostenbeheersing jeugd en van Ark 2

D.

Kostenbeheersing Wmo

E.

Ontwikkelingen IZA/GALA

F.

Investeringen onderwijshuisvesting

G.

Realisatie nieuw theater

H.

Realisatie nieuw zwembad

I.

Energie en klimaatopgave

J.

Verstedelijkingsopgave en mobiliteit

K.

Grondbedrijf

L.

Financiering (rente)

A.

Ontwikkeling Algemene uitkering

Omschrijving De algemene uitkering is het geld wat we krijgen vanuit het Rijk voor de uitvoering van onze taken. In 2026 is dit een bedrag van € 274 miljoen. Dit is ongeveer 60% van de totale opbrengsten. We zijn dus voor het merendeel van de financiële ruimte in onze begroting afhankelijk van de ontwikkelingen van deze algemene uitkering. In zijn algemeenheid zien we dat de voorspelbaarheid van deze algemene uitkering door landelijke ontwikkelingen beperkt is en dat er sprake is van schommelingen. Daarnaast zien we dat het Rijk de laatste jaren vaker kiest voor incidentele oplossing van knelpunten, dit zorgt mede voor de schommelingen. Dit maakt het sturen op een langere termijn financiële koers voor ons lastiger. Welke budgetten zijn beschikbaar? De algemene uitkering ontwikkelt zich op basis van de huidige meerjarenbegroting als volgt:

Hoogte algemene uitkering bedragen x € 1.000

284.000 282.000 280.000 278.000 276.000 274.000 272.000 270.000 268.000 266.000 264.000 2026

2027

2028

2029

2030

32

Wat zijn belangrijke ontwikkelingen/risico’s? -

Ontwikkeling budget voor Jeugdzorg: voor de jaren 2026 en 2027 hebben we incidenteel circa € 2,7 miljoen per jaar extra ontvangen. Deze extra bedragen hebben we ontvangen omdat de te realiseren besparingen uit de hervormingsagenda Jeugd zijn uitgesteld. Voor de jaren daarna blijft de hervormingsagenda nog leidend en is dus het financieel kader onzeker. Bovenop deze € 2,7 miljoen heeft het Rijk de taakstelling binnen jeugd verhoogd met circa € 3,4 miljoen vanaf 2028. Dit is ook verwerkt in onze begroting. Deze hogere taakstelling komt doordat het Rijk ervoor gekozen heeft om de bezuinigingsopdracht vanuit de hervormingsagenda te indexeren. Hiermee zijn we het uiteraard niet eens. Er is landelijk afgesproken dat de commissie van Ark 2 in het eerste kwartaal van 2027 een uitspraak doet over de haalbaarheid van het financieel kader voor jeugd vanaf 2028. Dit maakt het financieel kader erg onzeker. Voor de raming van jeugdzorg en de budgetten verwijzen we naar “Kostenbeheersing jeugd en van Ark 2”.

-

Ontwikkeling accres: de ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. Het volumedeel van het accres wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (BBP). Het jaarlijkse indexatie-deel is gebaseerd op het BBP van het lopende jaar. We zien echter dat de komende jaren de werkelijke inflatie hoger zal zijn dan het gemiddelde van BBP. Dus we krijgen de komende jaren waarschijnlijk te weinig middelen voor het opvangen van onze loon- en prijsstijgingen.

-

Mogelijke aparte financiering en indexatie Wmo voor stijgende zorgkosten: de verwachting is dat in de toekomst een (nader te bepalen) deel van de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Het streven was dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zouden zijn. Dit is landelijk niet gerealiseerd. Wanneer dit wel gerealiseerd wordt en wat hiervan de effecten zijn, is op dit moment niet in te schatten.

-

Per 1 januari 2023 heeft er een herverdeling van het gemeentefonds plaatsgevonden. Dit was nodig omdat de verdeling van het rijksgeld over de gemeenten in de loop der jaren was scheefgegroeid. De uitkomsten van de herverdeling waren voor onze gemeente positief. Ons totale voordeel was circa € 51 per inwoner. We ontvingen na het ingroeipad € 37,50 per inwoner extra. Dit was een bedrag van ongeveer jaarlijks € 3,5 miljoen. We hebben theoretisch gezien dus nog recht op € 1,3 miljoen extra. In 2026 komt er een evaluatie van de huidige verdeling van het gemeentefonds. Wat hiervan de effecten zijn, is op dit moment niet in te schatten. Blijft de verdeling grotendeels gelijk kan dit een mogelijk voordeel voor onze gemeente betekenen.

-

Opschoonactie voor specifieke uitkeringen: het aantal specifieke uitkeringen is de laatste jaren fors gestegen. Dit leidt tot extra verantwoordings- en controlekosten bij gemeenten. Afgesproken is dat er een opschoonactie gaat plaatsvinden inclusief een aangekondigde taakstelling van 10%. Tot nu toe is de beleidslijn dat deze korting doorgelegd wordt binnen de betreffende regeling (en dus dat er minder geld is voor de uitvoering van de regeling).

33

B.

Het realiseren van de vastgestelde ombuigingsvoorstellen

Omschrijving In programmabegroting 2026-2029 zijn de ombuigingsvoorstellen vanuit de strategische heroriëntatie verwerkt. In de strategische heroriëntatie zijn ombuigingsvoorstellen opgesteld waarna, op basis van een inhoudelijk kader, bepaald is welke ombuigingen doorgevoerd worden en welke niet. Het gaat om een bedrag van in totaal ruim € 10 miljoen. Dit is inclusief de financiële vertaling hebben gemaakt van de minder- meerkosten op het gebied van Jeugdzorg (taakstellende bezuiniging van € 4 miljoen) en Wmo individuele begeleiding (€ 0,9 miljoen). De taakstellingen voor jeugdzorg en Wmo lichten we toe in aparte ontwikkelingen/risico’s. De volgende ombuigingen zijn per programma opgenomen: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Programma

2025

2026

2027

2028

2029

1. Welzijn en Zorg

-53

-99

-2.167

-4.344

-5.307

2. Werk, Inkomen en Onderwijs

-110

-105

-448

-521

-567

3. Ontmoeten, sport en cultuur

-357

-557

-620

-1.010

-1.010

4. Klimaat, energie en openbare ruimte

-144

-247

-317

-317

-317

5. Economie

0

0

0

0

0

6. Stadscentrum

0

0

0

0

0

7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit

-2

4.998

-232

-272

-272

8. Veilige omgeving

0

0

0

0

0

134

-280

-741

-1.205

-1.205

0

-975

-960

-1.870

-1.870

-532

2.735

-5.485

-9.538

-10.548

9. Besturen in verandering van tijden 10. Financieel beleid Eindtotaal Wat zijn belangrijke ontwikkelingen/risico’s?

Alle voorstellen zijn financieel verwerkt in de begroting. Uitvoering en realisatie vindt verspreid over de komende jaren plaats, gebaseerd om het jaar van ingang van de maatregel. Voor een deel van de maatregelen geldt dat ze door ze te verken in de begroting, ze al meteen gerealiseerd zijn. Voor andere maatregelen geldt dat ze nog verder uitgewerkt en uitgevoerd moeten gaan worden. Hoewel we inzetten op het volledig realiseren van alle maatregelen, bestaat het risico dat niet alle maatregelen uitgevoerd kunnen worden, of niet het volledige bedrag gerealiseerd kan worden. Belangrijke, risicovollere posten hierbij zijn: -

Kostenbeheersing jeugd (zie apart onderdeel): € 4 miljoen

-

Minder meerkosten Wmo (zie apart onderdeel): € 0,9 miljoen

-

Stoppen met de specialistische ontmoetingsfunctie: € 214.000

-

Bijzondere bijstand: inboeken verlaging eigen risico AZOSS (afhankelijk van landelijk beleid): € 342.000. Gezien landelijke ontwikkeling lijkt kans dat deze bezuiniging gerealiseerd gaat worden erg klein.

-

Algemene bezuiniging op subsidies 1% (gekoppeld aan het nieuwe subsidiebeleid): € 250.000

-

Integraal digitaliseren (besparen door te investeren in digitalisering): € 500.000

-

Voordeel hogere doorbelasting aan de regio: € 439.000. Realisatie is afhankelijk van regionale afspraken.

34

We stellen de komende jaren 2 keer per jaar een bezuinigingsmonitor op waarin we aangeven hoe de voortgang is van het realiseren van de bezuinigingen. We geven per maatregel aan hoe de voortgang is op tijd (T) en geld (G) via een stoplichtrapportage (groen/oranje/rood).

C.

Kostenbeheersing Jeugd en van Ark 2

Omschrijving De kosten van jeugdhulp zijn de afgelopen jaren flink gestegen, zowel landelijk als in Oss. Meer jongeren maken gebruik van jeugdhulp en trajecten duren langer. Daarom zijn in het kader van de eerdergenoemde strategische heroriëntatie diverse maatregelen geformuleerd om tot kostenbeheersing te komen. Deze hebben we vertaald in een bezuinigingstaakstelling op onze eigen jeugdhulpbudgetten van € 1,6 miljoen in 2027, € 3,2 miljoen in 2028 en structureel € 4 miljoen vanaf 2029. De maatregelen zijn globaal gezien gericht op het verminderen van de instroom in de jeugdzorg enerzijds en anderzijds willen we meer sturen op zorgpaden: Instroom verminderen -

Normaliseren: Niet ieder probleem heeft professionele ondersteuning nodig.

-

Ondersteuningsstructuur onderwijs versterken: in samenwerking met onderwijs werken met een brugfunctionaris voor het primair onderwijs en jongerenwerk op school bij het voortgezet onderwijs.

-

Doorontwikkelen van de samenwerking met de huisartsen.

-

Echtscheidingsloket

-

Verstevigen van de lokale teams: jeugdprofessionals meer zelf hulp laten bieden, meer integrale gezinsondersteuning (volwassenzorg) en de pilot Samenwerkwijze jeugd (met zorgaanbieders).

-

Minder instroom in dyslexie.

Sturen op zorgpaden -

Versterken van kostenbewust handelen in de toegang

-

Meer focus aanbrengen op de duurste en meest urgente vragen.

-

Inzet van Wmo/volwassenzorg

Met de maatregelen tezamen werken we toe naar de volgende doelstellingen: 1.

Gesloten jeugdhulp wordt niet meer aangevraagd (afname van 100%), wel alternatieve hulp nodig.

2.

20% minder specialistische jeugdhulp (alle varianten behalve gesloten jeugdhulp).

3.

Specialistische jeugdhulptrajecten (alle varianten) duren 25% korter.

4.

5% meer jeugdigen (met name zorgintensieve gezinnen) dan in voorgaande jaren gaan over naar de Wlz (Wet langdurige zorg).

Welke budgetten zijn beschikbaar (exploitatie/reserves)? Om de maatregelen te kunnen uitvoeren zijn diverse investeringen nodig. Deze zijn beschikbaar gesteld in een nieuwe reserve kostenbeheersing sociaal domein. Het gaat voor jeugd om € 10.000 in 2025, afgerond € 324.000 in 2026, afgerond € 289.000 in 2027, afgerond € 239.000 in 2028 en 2029. Daarnaast hebben we in de programmabegroting van vorig jaar in de periode 2025-2027 rekening gehouden met een jaarlijkse kostenstijging/volumestijging van jeugdhulp van 5% (exclusief jaarlijkse reguliere indexering). Dat komt neer op een jaarlijkse kostenstijging van € 1,9 miljoen per jaar in deze periode. Dat hebben we gedaan in lijn met de verwerking van de extra financiële middelen die we voor dezelfde periode van het Rijk gekregen hebben naar aanleiding van het advies van de commissie Van Ark. Daarmee hebben we voor

35

deze jaren een zo goed mogelijke inschatting gemaakt van de kosten(ontwikkeling) van jeugdhulp, conform het advies van de VNG hierover. Het totaal beschikbare budget voor jeugdhulp in 2026 is afgerond € 50 miljoen. Dit bedrag is: -

inclusief onze bijdrage aan de centrumregeling jeugd voor de beschikbaarheid van een aantal vormen van jeugdhulp (bijvoorbeeld JeugdzorgPlus en crisishulp, afgerond € 4 miljoen).

-

inclusief onze bijdragen aan het Centrum voor Jeugd en Gezin en de POH-GGZ jeugd (afgerond € 5 miljoen).

-

exclusief de jaarlijkse indexering van de tarieven. De financiële effecten hiervan verwerken we in de eerste financiële tussenrapportage van 2026.

Wat zijn belangrijke ontwikkelingen/risico’s? -

De maatregelen leiden niet direct tot besparing, dit vraagt implementatietijd.

-

De realisatie van de kostenbeheersingsmaatregelen is onzeker. Het gebruik van jeugdhulp wordt beïnvloed door een groot aantal factoren (waar we als gemeente niet altijd op kunnen sturen) en vindt plaats in een complex systeem op lokaal, regionaal en landelijk niveau.

-

Zoals genoemd in het eerste deel van dit hoofdstuk gaat de deskundigencommissie van Ark in het eerste kwartaal van 2027 een uitspraak doen over de haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028. Dan wordt bekend hoeveel financiële middelen gemeenten vanaf 2028 krijgen voor de uitvoering van jeugdhulp.

D.

Kostenbeheersing Wmo

Omschrijving Net als bij jeugdhulp hebben we bij de Wmo de laatste jaren te maken met flinke kostenstijgingen, vooral bij huishoudelijke hulp en individuele ondersteuning. De samenstelling van de Nederlandse bevolking verandert tot ongeveer 2040 behoorlijk. We zien een toenemende hulpvraag omdat de bevolking groeit en vergrijst. Tegelijkertijd is sprake van voorzieningen in dorpen en wijken die onder druk staan, een oplopende personeelsschaarste en een wooncrisis die (kwetsbare) inwoners raakt. Ook ontwikkelingen (bezuinigingen) in het medische domein hebben invloed op de Wmo. Daarom zijn in het kader van de eerdergenoemde strategische heroriëntatie diverse maatregelen geformuleerd om tot kostenbeheersing binnen de Wmo te komen. Deze zijn gericht op het verminderen van het aantal indicaties en het verkorten van de duur van de indicaties. Het gaat om de volgende maatregelen: 1.

Strenger indiceren van hulp bij huishouden: we streven hier naar een stabilisatie van de uitgaven. Gezien de forse wachtlijsten levert dit geen besparing op. We volgen uiteraard landelijke ontwikkelingen binnen hulp bij huishouden.

2.

Het realiseren van substitutie bij individuele ondersteuning: we streven naar een stabilisatie van de uitgaven. Dit komt neer op een taakstelling van € 300.000 in 2027, € 600.000 in 2028 en structureel € 900.000 vanaf 2029. Er is winst te behalen in het kritischer indiceren en evalueren van de individuele ondersteuning. Daarnaast leert de ervaring dat er meer gebruik gemaakt kan worden van het eigen sociaal netwerk en van voorliggende en/of collectieve voorzieningen. Dit leidt tot minder en/of lichtere indicaties en kortere trajecten.

3.

Het realiseren van substitutie bij dagbesteding: we streven naar een afname van de uitgaven met 10%. Dit komt neer op een taakstelling van € 75.000 in 2026, € 150.000 in 2027 en structureel € 170.000 vanaf 2028. We willen inzetten op een uitbreiding van het aantal initiatieven voor dagontmoeting zodat er meer voorliggende voorzieningen beschikbaar zijn. Daarmee kunnen we indicaties voor dagbesteding voorkomen of uitstellen.

36

Welke budgetten zijn beschikbaar (exploitatie/reserves)? Net als bij jeugdhulp zijn diverse investeringen nodig om de maatregelen te kunnen uitvoeren. De incidentele middelen die we hiervoor nodig hebben zijn beschikbaar in een nieuwe reserve kostenbeheersing sociaal domein. Het gaat om € 123.000 in 2025, € 492.000 in 2026 en € 246.000 in 2027. Hiermee zorgen we voor extra capaciteit zodat we kunnen inzetten op vakmanschapsontwikkeling en scherpere kaders met als doel om het aantal indicaties terug te brengen en de duur van de indicaties te verkorten. Daarnaast zijn in de afgelopen programmabegroting vanaf 2026 structureel extra middelen beschikbaar gesteld voor een uitbreiding van de subsidieregel sociale basis en voor een jaarlijkse uitbreiding van het aantal initiatieven voor dagontmoeting. Daarmee zetten we in op substitutie. Hiervoor zijn in totaal de volgende extra middelen beschikbaar: € 120.000 in 2026, € 135.000 in 2027 en structureel € 150.000 vanaf 2028. Daarnaast hebben we in de programmabegroting van vorig jaar bij het onderdeel individuele ondersteuning vanaf 2026 rekening gehouden met een jaarlijkse kostenstijging/volumestijging van € 300.000 per jaar (exclusief jaarlijkse reguliere indexering). De ontwikkeling van de kosten is altijd moeilijk te voorspellen en hangt van vele factoren af.

\We vonden het belangrijk om wel een meerjarige inschatting te maken omdat we bij de ombuigingsvoorstellen hebben aangegeven dat we streven naar minder meerkosten Wmo, ook bij individuele ondersteuning. We streven er daarom naar om kostenstijgingen/volumegroei vanaf 2029 met de ombuigingsmaatregelen op te vangen. Voor hulp bij huishouden en dagbesteding hebben we voor de komende jaren geen kostenstijging/volumestijging geraamd omdat we op deze onderdelen de kosten in de afgelopen jaren meer hebben zien stabiliseren. De budgetten voor 2026 (exclusief PGB's en inkomsten uit eigen bijdragen) zijn afgerond als volgt: -

Hulp bij huishouden

€ 10,2 miljoen

-

Individuele ondersteuning

€ 10 miljoen

-

Dagbesteding

€ 1,8 miljoen

Deze bedragen zijn exclusief de jaarlijkse indexering van de tarieven. De financiële effecten hiervan verwerken we in de eerste financiële tussenrapportage van 2026. Wat zijn belangrijke ontwikkelingen/risico’s? Net als bij jeugdhulp is de realisatie van de kostenbeheersingsmaatregelen onzeker. Het gebruik van de Wmo wordt beïnvloed door een groot aantal omgevingsfactoren zoals genoemd in de inleiding bij dit onderwerp. Hier kunnen we als gemeente niet op sturen. Daarnaast kunnen op landelijk niveau besluiten worden genomen, die ons beleid en ons budget raken. Een concreet voorbeeld is de mogelijke invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage, die landelijk al een aantal keren is uitgesteld. De vaste lage eigen bijdrage (abonnementstarief) die nu van toepassing is op Wmo-voorzieningen heeft in de afgelopen jaren (landelijk) geleid tot een forse stijging van het gebruik van de Wmo.

37

E.

Ontwikkelingen IZA/GALA

Omschrijving Het Integraal Zorg Akkoord (IZA, september 2022- 2026) is een landelijke afspraak tussen de overheid en de zorgpartijen dat inzet op het goed, toegankelijk en betaalbaar houden van de zorg in Nederland. De Regionale Coalitie IZA Noordoost-Brabant Bommelerwaard (RNOBB) stelde in 2023 een regiobeeld en regioplan op. Aansluitend zijn er in de 3 subregio's Zorgzaam (rond 'sHertogenbosch), Mooi Maasvallei (Land van Cuijck) en Samen in Gezondheid (SiG, rond Oss) transformatieplannen ontwikkeld. Hoewel het SiGTransformatieplan in 2025 inhoudelijk werd goedgekeurd, bleken de financiële middelen uitgeput. Daarna zijn er toch nog middelen beschikbaar gesteld voor bepaalde inhoudelijke onderdelen, waaronder Mentaal Gezond. Momenteel wordt ingezet op de aanvraag en uitvoering van deze programmalijn. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA, 2023-2026) richt zich op het verbeteren van preventie, gezondheid en sociale basis in Nederland en stelt hiervoor tijdelijke middelen ter beschikking voor netwerkaanpakken zoals sociaal verwijzen en kansrijke start. Hierin zit een duidelijke inhoudelijke link met de doelstellingen uit IZA. Zowel IZA als GALA dragen bij aan een transformatie in de zorg en leggen de nadruk op domeinoverstijgende samenwerking en de preventieve beweging naar de voorkant.

Om dit verder te borgen, is in 2025 ingestemd met het AZWA, het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord. Hierin worden ontwikkelingen uit het GALA geborgd als basisfunctionaliteiten en wordt werk gemaakt van een preventie basisinfrastructuur. Welke budgetten zijn beschikbaar? -

Vanuit het RNOBB is in 2026 € 5,9 miljoen beschikbaar voor gemeenten om het regioplan uit te voeren. ‘sHertogenbosch is mandaatgemeente voor dit budget. Een deel van dit bedrag gaat naar de regiogemeenten om lokaal te besteden aan interventies die bijdragen aan doelstellingen uit het regioplan. Voor Oss is deze SPUK-IZA in 2026 € 280.000.

-

De SPUK-GALA voor Oss 2026 is € 1,5 miljoen. Dit is de laatste GALA-SPUK die beschikbaar wordt gesteld. Over de verdeling van de middelen in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is momenteel nog geen duidelijkheid.

-

De lijn Mentaal Gezond is een subregionaal budget voor SiG, waarbij regionaal € 2,6 miljoen beschikbaar is voor gemeenten op basis van behaalde KPI's uit deze programmalijn.

Wat zijn belangrijke ontwikkelingen/risico’s? Het grootste risico zit hem in de tijdelijkheid van SPUK-middelen, terwijl de opgave waar we voor staan structurele activiteiten vraagt. Vanaf 2027 zijn er geen SPUK-GALA middelen meer en momenteel is er nog geen duidelijkheid over de mogelijkheden die het AZWA zal bieden. Daarnaast speelt de onduidelijkheid over de beschikbare middelen voor het volledige SiG-transformatieplan. Inhoudelijk wordt er in de akkoorden veel verwacht van preventie in het sociaal domein. Dat vraagt anders denken en doen. Alertheid over onze rol en verantwoordelijk als gemeente ten opzichte van zorg en zorgverzekeraars blijft gepast.

38

F.

Investeringen Onderwijshuisvesting

Omschrijving De gemeente heeft een zorgplicht om te voorzien in huisvesting voor het onderwijs. We hebben een integraal huisvestingsplan 2026-20241 (IHP) opgesteld. Dit IHP geeft richting en prioritering voor de onderwijshuisvesting voor de komende 16 jaar. Het betreft een langetermijnvisie, die de gemeente in overleg met de schoolbesturen heeft ontwikkeld en die helpt om de onderwijshuisvesting strategisch te plannen. Het IHP bevat een programmering van projecten voor de komende 16 jaar, onderverdeeld in vier termijnen. De programmering is vertaald in een indicatief investeringsoverzicht. De betaalbaarheid van onderwijshuisvesting en de middelen die we krijgen van het Rijk zijn niet in balans. Dit is een landelijk probleem waar nagenoeg alle gemeenten tegen aanlopen. Hierover lopen gesprekken tussen gemeenten en het Rijk. Dit betekent dat we iedere begroting bij het actualiseren van het meerjareninvesteringsplan bekijken welke financiële ruimte er is en voor welke investeringen we voorstellen om geld beschikbaar te stellen op basis van de prioritering. Het totaal van investeringen genoemd in het IHP zorgt voor forse extra jaarlijkse investeringslasten waarvoor we nog geen ruimte gereserveerd hebben in de begroting. Al in de komende programmabegroting zal dit effect hebben, maar nadrukkelijker voor de langere termijn.

De indicatie uit deze tabel geeft aan dat we oplopend tot € 8,3 miljoen jaarlijks extra nodig hebben in 2047. Daarnaast is in onderstaande tabel rekening gehouden met een rentepercentage van 1,1% (de huidige gemiddelde rekenrente). Voor de extra benodigde investeringen zullen we op termijn echter geld moeten aantrekken tegen een fors hogere rente (circa 3,5%). Wanneer je uitgaat van een rente van 3,5% zullen de totale kosten oplopen tot ruim € 14 miljoen in 2047. Het gaat om maximale varianten qua bedragen. Opdracht is om te bekijken waar optimalisatie mogelijk is om te komen tot lagere investeringslasten. Dit IHP is een doorkijk, daadwerkelijk beschikbaar stellen van geld voor investeringen gebeurt via programmabegrotingen. We hebben voor de nieuwe investeringen dus nog geen dekking. Het wordt een grote opgave om dit IHP volledig gefinancierd te krijgen en zal ook extra druk leggen op de rest van de begroting. Tabel met financiële doorkijk Integraal huisvestingsprogramma Onderwijs voor de jaren 2027 tot en met 2047.

Welke budgetten zijn beschikbaar (exploitatie/reserves)? In de huidige meerjarenbegroting hebben we in principe volledige dekking voor alle lopende projecten (termijn 0) en gedeeltelijke dekking voor de financiële doorkijk lopende projecten (termijn 0). Voor de overige termijnen is geen financiële dekking binnen de bestaande begroting.

39

Wat zijn belangrijke ontwikkelingen/risico’s? Bovenstaande betekent dat we een forse opgave hebben om enerzijds kritisch te zijn en te komen tot optimalisatie en anderzijds ruimte te zoeken in de begroting voor deze investeringen. G.

Realisatie nieuw theater

Omschrijving We bouwen een nieuw circulair theater en Centrum voor de Kunsten met de materialen van het Zuiderstrandtheater uit Den Haag. In 2025 heeft de gemeenteraad haar goedkeuring gegeven aan het Definitief Ontwerp, het investeringskrediet, en heeft de structurele middelen beschikbaar gesteld in de begroting om het gebouw te realiseren. Het is een enorm complex en ambitieus project. Tegelijk met het uitwerken van het Technisch Ontwerp, zijn we gestart met de gebiedsontwikkeling. Deze bestaat uit een herinrichting van het openbaar gebied aan de Raadhuislaan, woningbouw (grondexploitatie Raadhuislaan Zuid), de bouw van een parkeergarage van voldoende omvang, en tijdelijke parkeermaatregelen tijdens de bouwperiode in de Raadhuislaan. Welke budgetten zijn beschikbaar (exploitatie/reserves)? In de begroting vanaf 2028 hebben we voor de bijdrage in de subsidie aan het theater en de toegerekende rente voor de financiering in totaal € 4.853.000 beschikbaar. Op dit moment doorlopen we de meervoudige aanbesteding die zal uitwijzen of de markt binnen het budget kan bouwen. Om prijsstijgingen tijdens de bouw op te vangen verhogen we jaarlijks de subsidie met de stijging van het landelijk gemiddeld prijspeil. Vanaf 2026 hebben we eenmalig geld beschikbaar om eenmalige bouwkosten, risico’s en projectorganisatie op te kunnen vangen. Dit zijn: -

De reserve Lievekamp van € 1,8 miljoen.

-

Eenmalige begrotingsruimte in de jaren 2026 tot en met 2028 van respectievelijk € 2,1 miljoen, € 1,5 miljoen en € 1,2 miljoen.

Wat zijn belangrijke ontwikkelingen/risico’s We doorlopen de Europese aanbesteding, deze bestaat uit acht onderdelen. Vier onderdelen zijn afgerond en vallen binnen de verwachting. Voor de andere vier is de uitkomst nog onzeker. Na afronding kunnen we vaststellen in hoeverre we binnen budget blijven, of dat aanpassingen nodig zijn. -

Renteontwikkeling: de rente is gestegen sinds de gemeenteraad heeft besloten het Definitief Ontwerp goed te keuren. Dit kan een negatief effect hebben op de jaarlijkse lasten van het project.

-

Fiscale structuur: We willen zeker zijn dat we alle btw over de bouwkosten kunnen terugvragen bij de belastingdienst. Samenwerken onder een nieuw dak vraagt van partijen een flinke aanpassing in de onderlinge samenwerking en gebruik van het gebouw. De afspraken die we maken leggen we voor aan de Belastingdienst.

-

Gebiedsontwikkeling en overlappende projecten: Niet alle risico’s en eenmalige kosten die van de bouw van het theater kunnen precies binnen het project worden opgelost. Sommige moeten worden opgepakt in de totale gebiedsontwikkeling. Denk aan een WKO, de verplaatsing van een trafo en verplaatsing van bomen. Dit is een complicerende factor voor alle betrokkenen, en ook voor de bewaking van het budget.

-

Planning en bouwplaats: Het aantal (bouw)activiteiten is hoog. Daarmee bestaat risico op overbelasting van het gebied en de infrastructuur tijdens de bouwfase.

-

Projectorganisatie: Er is onvoldoende personeel bij de afdelingen om het project te bemensen. Dat betekent dat externe collega’s worden ingehuurd voor projectleiding en -ondersteuning. Deze kosten maken het project duurder.

40

-

Vertraging: De procedures om de ruimtelijke procedures te doorlopen zijn complex omdat theater- en gebiedsontwikkeling niet tegelijk lopen in de tijd. Vertraging kan zorgen voor een risico op loon- en prijsstijging van het project.

H.

Realisatie nieuw zwembad

Omschrijving We bouwen een nieuw zwembad aan de rand van Oss en Berghem en ontwikkelen het omliggende gebied. In 2025 heeft de raad haar goedkeuring gegeven aan het Definitief Ontwerp, het bijbehorende krediet, en heeft structureel geld beschikbaar gesteld in de begroting. Tegelijk met het uitwerken van het Technisch Ontwerp is gestart met het gebiedsontwerp en de verkeerskundige maatregelen. Op verzoek van de gemeenteraad werkt de projectgroep aan een voorstel voor een tweede glijbaan. Samen met Golfbad Exploitatie BV (GEB) doorlopen we de procedure voor inbesteding. Dat wil zeggen dat GEB gedeeltelijk eigendom van de gemeente wordt (een verbonden partij) zodat de gemeente direct een contract met ze mag sluiten. We hebben daartoe extern advies ingeschakeld. Welke budgetten zijn beschikbaar (exploitatie/reserves)? In de begroting vanaf 2029 is voor de dienstverleningsovereenkomst en de toegerekende rente voor de financiering in totaal € 3.461.000 structureel beschikbaar. Dit bedrag is inclusief een schatting van de prijsstijging tijdens de bouw. Tijdens de bouwperiode zijn geen extra eenmalige middelen beschikbaar om eenmalige bouwkosten, risico’s en projectorganisatie op te kunnen vangen. Deze moeten binnen de begroting worden gedragen. Er zijn tot nu toe geen signalen dat we niet binnen begroting blijven. Wat zijn belangrijke ontwikkelingen/risico’s? -

Vertraging door bezwaarprocedures: de dorpsraad van Berghem is actief en vanuit inwoners zijn zorgen geuit over de voorgestelde verkeerskundige maatregelen. Onafhankelijk onderzoek laat zien dat de voorgestelde maatregelen kloppen met het advies van deskundigen. Vertraging is een enorme kostenpost voor het project.

-

De gemeenteraad heeft gevraagd om een voorstel te doen voor een ontwerp met een tweede glijbaan. Deze kostenverhogende maatregel wordt uitgewerkt. We beoordelen of de extra glijbaan past binnen het beschikbaar gestelde budget of dat extra middelen nodig zijn.

-

Verwerving aanliggend perceel: we zijn in onderhandeling met de verkoper van de grond om het aanliggend perceel te verwerven. Dat is nodig om de verkeersveilige maatregelen te kunnen bouwen.

-

Renteontwikkeling: De rente is gestegen sinds de gemeenteraad het Definitief Ontwerp heeft vastgesteld. Dit kan negatief effect hebben op de financieringslasten van het project.

41

I.

Energie en klimaatopgave

Omschrijving We werken in 2026 verder aan de verduurzaming via het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie, met ruimte voor initiatieven van inwoners en bedrijven. We zetten in op maatregelen op straat- en buurtniveau en koppelkansen bij grotere gebiedsontwikkelingen zoals de spoorzone. De drie dijkversterkingsprojecten (Cuijk-Ravenstein, Meanderende Maas en Lith-Bokhoven) bevinden zich in verschillende stadia. Het Bos van Oss, inclusief herdenkingsbos, wordt afgerond. Binnen de energietransitie ligt de focus op woningisolatie via het meerjarig collectief ontzorgen (MCO-aanpak), realisatie van windpark Elzenburg-De Geer en de vergunningprocedure voor de Duurzame Polder. Bedrijven worden ondersteund via de Grote Oogst-aanpak. Netschaarste vraagt mogelijk om keuzes en investeringen. Het programmaplan energietransitie 2025-2035 vormt de basis voor beleid. Een belangrijk onderdeel is het warmteprogramma en de gemeentelijke rol hierin. De klimaat-, energie- en ruimtelijke opgaven vragen om een zorgvuldige inpassing binnen de stedelijke ontwikkelingen zoals de Spoorzone, Amsteleind en het Euterpepark. Door integraal advies in te zetten wil de gemeente zowel bestaande als nieuwe woongebieden aantrekkelijk en toekomstbestendig maken. Welke budgetten zijn beschikbaar (exploitatie/reserves)? Het programma wordt vooral gefinancierd door: -

Ontvangen subsidies/ rijksuitkeringen

-

Beperkt aanvullend structureel uitvoeringsbudget.

-

Incidentele middelen

Ontvangen subsidies/ rijksuitkeringen We ontvangen verschillende subsidies voor het uitvoeren van onze wettelijke taken en ambities: energiearmoede, lokale aanpak isolatie en CDOKE. Subsidies voor energiearmoede en lokale aanpak isolatie zijn incidenteel en moeten uiterlijk worden besteed op respectievelijk 31 december 2027 en 31 december 2028. Deze middelen worden vooral ingezet voor het MCO (meerjarig collectief ontzorgen) en het soortenmanagementplan. De rijksuitkering CDOKE is bedoeld om extra capaciteit en expertise op klimaat- en energiebeleid op te bouwen. Vanaf 2026 ontvangen we hiervoor jaarlijks € 3 miljoen. Voor klimaatbeleid zijn geen structurele budgetten beschikbaar; incidentele middelen worden beschikbaar gesteld uit de reserve klimaatadaptatie. Aanvullend structureel uitvoeringsbudget Voor de energieopgave is jaarlijkse € 91.000 beschikbaar voor de energietransitie. Daarnaast is er een jaarlijkse algemeen budget voor Natuur, openbare ruimte, milieu en duurzaamheid van € 220.000. Dit wordt besteed aan onder andere Stila, Herperduin, Robuuste ecosystemen, openbare ruimte en milieu en duurzaamheid. Reserves De gepresenteerde saldo betreffen de stand van de reserve per 31-12-2029 (programmabegroting 2026): -

Groenfonds landelijk gebied: € 1.309.000. Het doel van de reserve betreft het verbeteren van de fysieke kwaliteit van het buitengebied en doelstellingen gericht op groen, blauw en natuur binnen het stedelijk gebied. Een bedrag van € 463.000 is gereserveerd voor de stimuleringsregeling ruimte voor bedrijven.

42

-

Klimaatadaptatie: € 225.000. Het doel van deze reserve is om te kunnen anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering.

-

Ontwikkeling windpark: € 48.000. Het doel van deze reserve is het financieren van de voorbereidingskosten van een windmolenpark bij bedrijventerrein Elzenburg – de Geer.

-

Energietransitie: € 1,8 miljoen. Het doel van deze reserve is het in brede zin doen van investeringen in – en het financieren van kosten voor de warmte- en de energietransitie, en het bevorderen van circulaire economie.

Wat zijn belangrijke ontwikkelingen/risico’s? -

Het Rijk legt steeds meer ambities neer bij gemeenten, maar financiert deze opgaven beperkt en grotendeels incidenteel. Dit zorgt voor spanning tussen de lange doorlooptijd van energie- en klimaatprogramma’s en de tijdelijke aard van de beschikbare middelen. Hierdoor ontstaat onzekerheid over continuïteit, planning en capaciteit, en wordt het lastiger om structureel beleid en uitvoering op te bouwen.

-

De klimaat- en energieopgave is sterk afhankelijk van subsidies. We hebben wel plannen om het geld te gebruiken, maar er is een risico dat we dit niet op tijd besteden. Als dat gebeurt, kan het zijn dat we de subsidie moeten terugbetalen.

-

De CDOKE-middelen zijn incidenteel toegekend voor 2026–2030, maar op advies van de VNG structureel in de begroting opgenomen en bedragen € 3 miljoen per jaar. Dit brengt risico’s met zich mee: als de regeling vervalt, ontbreekt financiering voor het hiervoor aangenomen personeel. We voeren een lobby (via de VNG) voor voldoende compensatie en het structureel worden van deze gelden.

-

De energieopgave heeft op dit moment maar een beperkte hoeveelheid structurele middelen (€ 86.000). Voor de klimaatopgave zijn geen structurele middelen beschikbaar gesteld. Dat betekent dat we vooral met tijdelijke budgetten werken. Afhankelijk van de ambities en prioriteiten zijn hiervoor meer structurele middelen nodig.

-

Netschaarste kan de uitvoering van energie- en klimaatprojecten vertragen. Door beperkte beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet kunnen projecten niet of later worden aangesloten. Dit kan leiden tot uitstel van gebiedsontwikkelingen, vertraging van duurzame opwek (zoals wind en zon) en extra investeringskosten of herprioritering binnen projecten.

J.

Verstedelijkingsopgave en mobiliteit

Omschrijving Spooragenda Oss 2025-2040 We bouwen aan een aantrekkelijke stad, waar iedereen op een prettige manier kan wonen, werken en leven. Waar mensen elkaar kunnen ontmoeten in een gezonde, groene en veilige omgeving. Een stad ook waar alle benodigde voorzieningen binnen handbereik zijn en je dankzij goede treinverbindingen in een mum van tijd in Amsterdam, Rotterdam, Zwolle of Maastricht bent. Om dat voor elkaar te krijgen, investeren we de komende jaren flink in de stad. Onder andere in meer woningen, arbeidsplaatsen en groen in de stad, maar vooral ook in verbeteringen aan het spoor en de stations. We willen ervoor zorgen dat het spoor niet langer een barrière vormt tussen noord en zuid. Ook pakken we de stations en hun omgeving aan zodat reizen met de trein van en naar Oss aantrekkelijker wordt. In de spooragenda maken we hiervoor keuzes en wordt geprioriteerd. Dit is noodzakelijk omdat we niet alles tegelijk financieel en organisatorisch aankunnen.

43

Stadsagenda “Oss, Stad met Toekomst” Met de Stadsagenda “Oss, Stad met Toekomst” wordt richting gegeven aan de inhoudelijke koers voor de komende vijftien jaar, met als doel onze stedelijke ambities en doelstellingen te realiseren. We willen zo’n 8100 woningen en 3.000 arbeidsplaatsen tot 2040 toevoegen. De realisatie wordt via een aantal grote gebiedsontwikkelingen en infrastructurele projecten gerealiseerd. Het gaat hierbij om de volgende gebieden: -

Amsteleind

-

Euterpepark

-

Pivot Park/Moleneind

-

Raadhuiskwartier

-

Schadewijk

-

Binnenstad

Koersnota Mobiliteit De Koersnota Mobiliteit is op 6 juli 2023 vastgesteld en bevat de ambities over de toekomstige inrichting van de gemeente Oss op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid. Dit document vormt het vertrekpunt voor de integrale uitwerking binnen individuele projecten en programma's in ons ruimtelijk domein.

Wij willen hierbij

een leefbare, verkeersveilige en bereikbare gemeente zijn die invulling geeft aan de verstedelijksopgave van de stad. Om dat te kunnen bereiken willen wij de kwaliteit van verblijven en ontmoeten in de openbare ruimte centraal stellen. Hierin is veel plaats voor fietsers en voetgangers. Fietsverkeer op korte afstand, zoals binnen de stad, willen wij stimuleren. De auto blijft belangrijk voor de bereikbaarheid van de stad. Op plekken waar de leefbaarheid belangrijk is, zoals in de binnenstad en de kloppende harten in wijk en dorp (zie Koersnota Mobiliteit), streven we naar een verkeersluwe inrichting. Het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit is in april 2025 vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma geeft concreet aan met welke projecten en maatregelen we de komende tien jaar uitvoering geven aan de ambities van de Koersnota Mobiliteit. Voorbeelden zijn de bouw van nieuwe bushaltes, overdekte fietsenstallingen, nieuwe fietsroutes en nieuwe onderdelen van de hoofdweginfrastructuur zoals de Noordelijke Ontsluitingsweg en de herontwikkeling van de Heihoeksingel en diverse wegen in het centrum van de stad. Welke budgetten zijn beschikbaar (exploitatie/reserves)? Reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving We sparen een bedrag van ruwweg € 125 miljoen om de Spooragenda Oss te kunnen realiseren. Dit bedrag wordt op basis van de huidige inzichten in 2040 gerealiseerd.

De renteontwikkeling is hierbij Van groot belang. Als de rente stijgt, dan kunnen we met hetzelfde jaarlijkse geld minder geld lenen bij een bank en hebben we minder geld beschikbaar. We storten hiervoor elk jaar bedragen in de reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving. Ook storten we gelden -die wij als bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen ontvangen- in deze reserve. Een bedrag van € 25 miljoen is hiervan bestemd voor de onderdoorgang in de Heihoeksingel, de onderdoorgang Braakstraat en een upgrade van station Oss West. Het restant bedrag van € 100 miljoen is bestemd voor de onderdoorgangen in Oss Centraal en upgrade station Oss. Reserve binnenstedelijke transformaties In de reserve binnenstedelijke transformaties is nu een bedrag van € 17,8 miljoen aanwezig. Deze is bestemd om gebiedsontwikkelingen waaronder Euterpepark, Raadhuislaan Noord en Zuid, Schadewijk en de huidige zwembadlocatie te transformeren. De reserve is bedoeld om de publieke tekorten van deze gebiedsexploitaties af te dekken en bij te dragen in de kosten van de aanpassingen in de infrastructuur. Het gaat hierbij om de infrastructuur die geen onderdeel is van de directe ontwikkeling van dit gebied, maar die wel noodzakelijk is om dit gebied goed te ontsluiten. Reserve investeringsfonds stadshart Het investeringsfonds draagt bij aan de realisatie van de koers Stadshart Oss.

Het investeringsfonds is hierbij gericht op majeure investeringen in stedelijke (vastgoed) ontwikkeling waarvan parkeren en openbare ruimte & groen onderdeel kunnen zijn. Het betreft investeringen op fysieke plekken die een belangrijke bijdrage leveren

44

aan een toekomstbestendig Stadscentrum, waarin vernieuwen van de vitaliteit, attractiviteit en de economische veerkracht centraal staat. In 2026 wordt de nieuwe Koers Stadshart voorgelegd. In deze reserve is een bedrag van € 2,8 miljoen beschikbaar om de gewenste doelen van de nieuwe Koers Stadshart Oss te realiseren. We gaan een uitvoeringsprogramma opstellen waarin wordt voorgelegd welke projecten met de beschikbare middelen gaan uitvoeren. Reserve bovenwijkse voorzieningen De reserve bovenwijkse voorzieningen is in zijn geheel geoormerkt voor de aanleg van de Noordelijke Ontsluitingsweg. In 2026 wordt de Nota Kostenverhaal geactualiseerd. Deze nota vormt de onderlegger voor de Reserve Bovenwijkse Voorzieningen. Reserve mobiliteit De reserve mobiliteit beschikt over een investeringsbedrag van € 40 miljoen. Dit bedrag wordt met het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2025 ingezet. De focus ligt hierbij op de verstedelijkingsopgave waaronder o.a. herinrichten Heihoeksingel voor € 8 miljoen, herinrichten Raadhuislaan/Lievekamplaan € 8,8 miljoen, fietsroute Amsteleind-Centrum € 1,6 miljoen en bijdrage fiets- en voetgangerstunnel Ravenstein € 2,2 miljoen. Daarnaast realiseren we onder andere ook 3 fietsenstallingen, de rotonde Huizenbeemdweg-Gewandeweg, en het herinrichten van de Oostwal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=1f3e85f5-e3a6-4f04-afe3-ffd7475763ac