Kaderbrief 2027-2030 incl. correcties
Tekst van het document
1
Aanbiedingsbrief Geachte leden van de gemeenteraad, Voor u ligt de kaderbrief 2027-2030. In deze kaderbrief geven we een korte samenvatting uit het coalitieakkoord en geven we een actueel beeld van onze financiële positie. We benoemen de belangrijkste uitgangspunten en de financiële kaders voor het opstellen van de programmabegroting 2027-2030. In mei hebben we ons coalitieakkoord “Met elkaar, aan de slag” gepresenteerd. Hierin hebben we onze ambities op hoofdlijnen voor de komende jaren gepresenteerd. Komende jaren gaan we uitvoering geven aan dit akkoord. We kiezen bewust voor een akkoord op hoofdlijnen met onze ambities en speerpunten, waarmee we richting geven voor de komende jaren. Op hoofdlijnen, zodat we kunnen inspelen op veranderende omstandigheden. Zeker ook als uitnodiging aan de Osse samenleving én aan de gemeenteraad, om samen uitwerking te geven aan onze ambities. De ontwikkeling van de gemeente is onlosmakelijk verbonden met wonen, werken, leren en leven in Oss. In deze context willen we Oss blijven ontwikkelen, met oog voor kwaliteit, toekomstbestendigheid en de mens. We vertalen dit coalitieakkoord in een meerjaren-uitvoeringsagenda. Zo maken we een concretisering en zetten we de ambities weg voor de komende 4 jaar. Dit geeft richting en houvast voor een efficiënte inzet van onze middelen. We nemen dit op in de programmabegroting 2027-2030.
Daarnaast gaan we graag met u in gesprek over de inhoud en prioriteiten van ons coalitieakkoord: -
Welke onderwerpen moeten prioriteit krijgen in de uitvoering en welke lagere prioriteit?
-
Welke onderwerpen mist u?
-
Wilt u op voorhand kaders meegeven bij de uitwerking van prioriteiten?
-
Etc
In de raadsvergadering van 9 juli 2026 bespreekt u het coalitieakkoord “Met elkaar, aan de slag”. Deze kaderbrief geeft hierbij richting over de financiële ruimte die de komende jaren beschikbaar is om dit akkoord uit te werken. Daarbij geven we aan waar we op hoofdlijnen het geld voor willen inzetten, zonder hier al concrete bedragen of posten voor te noemen. Dat volgt bij de programmabegroting 2027-2030. Gezien de verkiezingen presenteren we dit jaar geen kadernota. Het coalitieakkoord en deze kaderbrief vormen samen de basis voor de opmaat richting de programmabegroting 2027-2030. De komende jaren voeren we het coalitieakkoord uit. Voor het overgrote deel van onze ambities hebben we afgelopen jaren reserves gevormd en/of financiële ruimte in de begroting vrijgemaakt. Dankzij onze goede financiële basis kunnen we vol inzetten op de uitvoering. De meerjarenbegroting van Oss staat echter nog steeds onder druk. Mede hierom hebben we afgelopen jaren een strategische heroriëntatie uitgevoerd en ingezet op een solide begroting. Uitvoering van de maatregelen uit deze strategische heroriëntatie, waaronder de ‘minder meerkosten’ voor jeugdhulp en Wmo, zijn essentieel. Dit is iets waar we samen voor aan de lat staan, met de gemeenteraad, onze partners én onze inwoners.
Naast de Osse opgave om de taakstellingen op jeugdhulp te realiseren hebben we ook voldoende compensatie nodig vanuit het Rijk voor onze taken. En daar blijft onzekerheid over. Het vervolg van de herverdeling vanuit het gemeentefonds, waar we nog een voordeel van verwachten, is (wederom) uitgesteld en over de jeugdhulp ontvangen we pas in 2027 duidelijkheid over mogelijke aanvullende middelen. We blijven, samen met andere gemeenten en de VNG, lobbyen voor voldoende compensatie. Dit betekent dat we op basis van de huidige inzichten uit de meicirculaire weinig tot geen ruimte zien voor structureel nieuw beleid vanaf 2027. Voor 2027 betekent dit in financiële zin een pas op de plaats voor structurele nieuwe wensen.
2
Incidenteel is er ruimte in de algemene reserve. Voor nieuwe vragen, die extra geld kosten kijken we hoe we deze vrije ruimte optimaal in kunnen zetten. Voorwaarde daarbij is dat het gaat om eenmalige bedragen zodat we geen structurele verplichtingen aangaan met incidenteel geld. Hoe we deze ruimte inzetten wegen we af bij de programmabegroting 2027-2030, waarbij de prioriteiten uit het coalitieakkoord leidend zijn. We hebben binnen de huidige begroting voldoende ruimte om aan de slag te gaan met onze ambities. In financieel onzekere tijden voeren we toch ons coalitieakkoord uit. Dat is lastig, maar wel haalbaar. We blijven prioriteren en het gesprek hierover voeren, dat is voor ons de kern van besturen. Vanwege alle financiële onzekerheden gaan we nu voorzichtig en zorgvuldig om met nieuwe wensen. Wanneer de financiële positie meer ruimte biedt kijken we waar we kunnen versnellen of intensiveren. We nemen onze verantwoordelijkheid in tijden waar het financieel méé en tegen kan zitten. We houden vast aan de lange lijnen en willen zorgen voor stabiliteit. We kijken er naar uit om met u een goede basis te leggen voor de uitvoering van dit akkoord. En om nu en de komende jaren dit open gesprek met u te blijven voeren.
Burgemeester en wethouders van Oss.
De secretaris,
De burgemeester,
H. Reints
F. de Jonge
3
Inhoudsopgave 1. Samenvatting ambities “Met elkaar, aan de slag”
5
2. Op weg naar de begroting
9
3. Financiële positie
13
Bijlage 1: Meicirculaire 2026
21
Bijlage 2: Overzicht reserves
27
Bijlage 3: Programma indeling
31
Bijlage 4: Uitwerking risico’s en ontwikkelingen
32
A.
Ontwikkeling Algemene uitkering
32
B.
Het realiseren van de vastgestelde ombuigingsvoorstellen
34
C.
Kostenbeheersing Jeugd en van Ark 2
35
D.
Kostenbeheersing Wmo
36
E.
Ontwikkelingen IZA/GALA
38
F.
Investeringen Onderwijshuisvesting
39
G.
Realisatie nieuw theater
40
H.
Realisatie nieuw zwembad
41
I.
Energie en klimaatopgave
42
J.
Verstedelijkingsopgave en mobiliteit
43
K.
Grondbedrijf
46
L.
Financiering (rente)
49
4
1. Samenvatting ambities “Met elkaar, aan de slag” De volgende belangrijke ambities zijn opgenomen in het coalitieakkoord. Wonen en stedelijke voorzieningen In Oss werken we aan voldoende betaalbare en passende woningen in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Tot 2040 realiseren we ongeveer 10.000 woningen, met een goede balans tussen sociale huur, middenhuur en koop. Daarbij richten we ons niet alleen op aantallen, maar ook op kwaliteit en leefomgevingen die aansluiten bij verschillende doelgroepen en levensfasen. We hebben aandacht voor voorzieningen, werk, groen, mobiliteit en energie. Ook verbinden we wonen nadrukkelijk met zorg en welzijn. De focus ligt op binnenstedelijke ontwikkeling via inbreiding en transformatie, met daarnaast oog voor de dorpen en kernen. De woningbouwopgave sturen we strak aan via gebiedsontwikkelingen in onder meer de Spoorzone (zoals Amsteleind, Euterpepark en het Raadhuiskwartier). We monitoren en sturen continu bij en professionaliseren onze aanpak. Naast deze projecten zetten we capaciteit in voor woningbouw in de stad en voor nieuwe ontwikkelingen in omliggende kernen zoals Megen, Haren, Lith, Oijen en Demen-Dieden-Deursen en Dennenburg. Als we extra financiële middelen beschikbaar hebben, zetten we die met voorrang in op het realiseren van de gebiedsontwikkelingen.
Indien mogelijk, vullen we onze reserves aan om gebiedsontwikkelingen in de Spoorzone – Amsteleind, Euterpepark, Raadhuiskwartier, Binnenstad en Schadewijk te kunnen realiseren. We stimuleren breed gebruik van ons erfgoed. We gaan voortvarend aan de slag met de motie ‘Gemeentelijke bijdrage voor de Luciakerk in Ravenstein’. We leggen een voorstel voor waarin we beschrijven hoe een mogelijke gemeentelijke bijdrage eruitziet. Met een uitwerking van de voorwaarden, de verhouding van de gemeentelijke bijdrage tot externe cofinanciering door het Rijk, provincie, fondsen en samenleving. Dit conform de vastgestelde raadsmotie. Daarnaast willen we de Field School voor eerstejaarsstudenten structureel financieren. Mobiliteit We willen dat iedereen zich makkelijk, veilig en betrouwbaar kan verplaatsen. Zo kan iedereen meedoen: naar werk, school en sociale contacten. Ook bij groei van de stad houden we Oss bereikbaar, leefbaar en veilig. Mobiliteit is daarbij geen losse opgave, maar een vast onderdeel in al onze ruimtelijke plannen. We kiezen voor een slimme combinatie van vervoersvormen en het parkeerbeleid maken we duidelijk en voorspelbaar, met oog voor bereikbaarheid van voorzieningen én een sterk ondernemersklimaat. We bouwen aan een stedelijk gebied waar voorzieningen, werk en ontspanning goed bereikbaar zijn.
Daarom investeren we in goede en veilige verkeersroutes, met extra aandacht voor kinderen en jongeren. De Koersnota en het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit zijn in de vorige raadsperiode vastgesteld. We gaan aan de slag met de uitvoering en realisatie hiervan. Hierbij hebben we nadrukkelijke cofinanciering nodig vanuit provincie en Rijk om onze ambities te kunnen realiseren. We bekijken of we richting de programmabegroting een voorstel kunnen doen om de capaciteit voor mobiliteit uit te breiden, waarbij we onderzoeken of dit ten laste van de projecten kan worden gebracht. We passen het parkeerbeleid in de binnenstad aan in lijn met de aangenomen motie, met een goede balans tussen de bereikbaarheid, betaalbaarheid van (parkeer) voorzieningen en een sterk ondernemersklimaat. De financiële gevolgen voor de (voorgenomen) aanleg van parkeergarages voor auto’s en fietsen brengen we in beeld. Het uitgangspunt is dat deze investeringen te realiseren binnen een kostendekkend parkeerbedrijf.
5
Innovatieve Maakstad Oss We bouwen samen aan de economie van morgen. Oss blijft een innovatieve maakstad, met Pharma & Biotech als de motor. Tegelijk versterken we het brede MKB in onder meer bouw, logistiek, techniek, agrifood en dienstverlening. We stimuleren groei, vernieuwing en vestiging van bedrijven, met extra aandacht voor doorgroeiende MKB- en familiebedrijven. Ook zoeken we actief samenwerking in de regio en daarbuiten. Duurzame groei gaat samen met prettig wonen en leven. We benutten ruimte slim en houden rekening met klimaat en gezondheid. We zorgen voor goed bereikbare werklocaties, benutten spoor, water en weg (trimodaal) en versterken het stadscentrum en de bedrijventerreinen. Zo bouwen we aan een economie waarin ondernemers weten waar ze aan toe zijn en waar ze ruimte hebben om te investeren en te groeien. Met het farmaceutische cluster en de campus Pivot Park, hebben we een troef in handen. Het verder ontwikkelen van dit cluster biedt kansen voor het aantrekken van inwoners, ondernemers en studenten. Daarom blijven we dit cluster ondersteunen en verkennen we hoe Moleneind verder is te ontwikkelen als modern bedrijventerrein en campusomgeving. We werken dit verder uit richting de programmabegroting. We werken een voorstel uit of en hoe we hier financieel aan bij kunnen en willen dragen.
Voor zowel de ontwikkeling van Pivot park als de ontwikkeling van Moleneind zoeken we nadrukkelijke (financiële) samenwerking met externe partners, waaronder de provincie Noord-Brabant. Dit is nodig om financieel haalbaar plan te krijgen vanuit de gemeente. De vrijetijdseconomie in Oss vergroot de leefkwaliteit en aantrekkelijkheid van Oss. De verdere ontwikkeling van de Maasoevers, de Lithse Ham, de Geffense Plas, De Maasarm in Lithoijen en Hoessenbosch zijn van belang. De Stichting Oss & Partners zou na de startfase kunnen doorgroeien naar een volwaardige citymarketingorganisatie. Op het gebied van landbouw zetten we in op een pilot voedselproductie. We willen een krachtige impuls geven aan toekomstgerichte landbouw. We werken hiervoor richting de programmabegroting een plan uit inclusief een uitwerking van de benodigde investering. We gaan hierbij uit van het mogelijk vormen van een reserve voor deze ambities. Om een levendig en uitnodigend centrum te blijven hebben werken we aan een sterke programmering van evenementen en verdere vergroening. We werken conform de motie een voorstel uit voor de verlenging van de kermis. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek en een besluit over verlenging, zal dit om extra structureel geld vragen. Participatie We zijn en blijven nadrukkelijk in verbinding met de samenleving. We zijn transparant en zorgvuldig in onze werkwijze.
We geven ruimte en luisteren. We nemen verantwoordelijkheid als bestuur. Dit betekent dat we duidelijk zijn over onze keuzes, open over onze beweegredenen en deze ook uitleggen. We stellen participatiebeleid en een participatieverordening op. Welzijn met ondersteuning nabij Al onze inwoners moeten de mogelijkheid hebben om mee te doen aan de Osse samenleving. We vinden het belangrijk dat ondersteuning beschikbaar blijft voor inwoners die het echt nodig hebben, ook op de lange termijn. We blijven inzetten op het versterken van de sociale basis, om meer zelf- en samenredzaamheid te bevorderen. We bereiden de ‘Osse standaard voor het sociaal domein’ voor en gaan deze gebruiken. We gaan hier komende jaren voortvarend mee aan de slag. De uitvoering hiervan betalen we uit de beschikbare reserve Transformatie Sociaal domein die we hiervoor hebben gevormd. Vanuit de strategische heroriëntatie in 2025 zijn maatregelen opgesteld om de kostenstijging in zowel de Wmo als de jeugdhulp af te remmen. Deze maatregelen zetten we door. Daarbij blijven we ook onverminderd deelnemen aan de lobby om vanuit het Rijk voldoende middelen voor deze wettelijke taken te ontvangen (‘geen taken zonder knaken’). De realisatie van beide trajecten hiervan is bepalend voor onze toekomstige financiële positie.
6
We stellen een lokaal preventieakkoord op. Dat is een samenwerking tussen gemeente, lokale partners (zoals zorgverleners en scholen) en maatschappelijke organisaties. Met het akkoord willen we gezondheidsproblemen waar mogelijk voorkomen. Het is geen doel op zich, het gaat om de coalitie die we met dit akkoord willen bouwen en de ambities die we op langere termijn nastreven. In het lokale preventieakkoord hebben we aandacht voor de intentie, inzet en daden van de deelnemers. Het uitgangspunt is dat we dit betalen uit bestaande middelen en beschikbare capaciteit. Bestaanszekerheid en onderwijs Alle inwoners van Oss moeten de mogelijkheid hebben om mee te doen aan de samenleving, ieder op zijn of haar eigen manier. We zijn ervan overtuigd dat perspectief op ontwikkeling via onderwijs en werk bijdraagt aan welzijn, zelf- en samenredzaamheid. Tegelijk vinden we het belangrijk dat ondersteuning beschikbaar blijft voor inwoners die dit nodig hebben, ook wanneer meedoen via regulier onderwijs of regulier werk niet vanzelfsprekend is. Daarom bouwen we aan een Oss waarin werk het uitgangspunt is, onderwijs de basis vormt voor gelijke kansen en inkomensondersteuning menselijk en toegankelijk is. Onderwijs, in alle vormen, is de sleutel tot kansengelijkheid. Samen met scholen en werkgevers streven we naar inclusief onderwijs en naar een goede verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
Goede onderwijshuisvesting draagt bij aan de kwaliteit van het onderwijs. Via het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs geven we hier uitvoering aan. Richting de programmabegroting actualiseren we het meerjaren investeringsplan voor onderwijshuisvesting. Vooral de eerste jaren vraagt dit een investering in huisvesting voor Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) en Specialistisch onderwijs (SO). Dit sluit aan bij eerder vastgestelde integraal huisvestingsplan onderwijs. Dit betekent extra kosten voor onze meerjarenbegroting. Schadewijk We willen Schadewijk in de komende jaren klaar maken voor de toekomst. In Schadewijk moeten we extra investeren in onderwijs, jeugd en gezinnen, werk en inkomen, sterke voorzieningen, wonen en een veilige, gezonde leefomgeving. Dit hebben we vastgelegd in de Integrale Gebiedsvisie Schadewijk. Deze heeft de gemeenteraad in 2024 vastgesteld. In Schadewijk komt alles samen. We pakken de ontwikkeling samen op vanuit alle portefeuilles en bekijken of we op een slimme manier ons geld beter kunnen inzetten in de wijk. We onderzoeken of we binnen bestaande budgetten geld specifiek voor Schadewijk kunnen toewijzen om meer slagkracht te creëren en ontwikkelingen mogelijk te maken. Hierbij kijken we zowel naar het ruimtelijk als naar het sociaal domein, economie en veiligheid.
Sport, cultuur, ontmoeten en gezondheid In Oss zorgen verenigingen, vrijwilligers en initiatieven van inwoners ervoor dat mensen elkaar ontmoeten, meedoen, bewegen en gezond blijven. Sport, cultuur en ontmoeten vormen samen de basis voor een fijne, betrokken en veerkrachtige gemeenschap. Ze zijn een belangrijk onderdeel van de sociale basis en dragen daarmee bij aan het vergroten van de zelf- en samenredzaamheid van inwoners. Komende periode blijven we voortvarend aan de slag gaan met het realiseren van een nieuw theater/centrum voor de kunsten (Lievekamp/Muzelinck) en een nieuw zwembad (Golfbad). Dit zijn twee grote projecten met een hoog financieel risico, zowel qua investering als in de jaarlijkse exploitatie die hieruit volgt. Ook herijken we komende periode ons subsidiebeleid mede naar aanleiding van het Rekenkameronderzoek uit 2025. Dit moet leiden tot een verbetering van het beleid en tot het realiseren van de taakstelling van 1% vanuit de strategische heroriëntatie. Energie en klimaat Vanuit de nationale doelstellingen werken we in realistische stappen toe naar een gemeente die in 2050 energieneutraal, aardgasvrij en klimaatrobuust is. Zo zijn we opgewassen tegen hitte, droogte en wateroverlast. Deze ambities vragen om een lange adem. Wij zetten daarom de ingezette koers op hoofdlijnen voort, met focus op realisme, draagvlak en uitvoerbaarheid.
Energieneutraal in 2050 vraagt om minder energieverbruik en een tijdige overstap naar hernieuwbare bronnen. Op basis van met name Rijksregelingen stellen we inwoners, bedrijven en instellingen in staat om maatregelen te nemen die leiden tot energiebesparing. Netcongestie is urgent en heeft onze hoogste prioriteit; om deze ‘op te lossen’ staan we open voor innovatie, experimenten en het toepassen van bewezen oplossingen van elders.
7
Voor de realisatie van ambities op het gebied energie en klimaat maken we zo veel mogelijk gebruik van landelijke en provinciale regelingen. Het inwonersinitiatief Noorderpark is een goed voorbeeld van hoe inwoners kunnen meedenken over hun leefomgeving. Bij ontwikkelingen rond het gebied bekijken we of we onderdelen mee kunnen nemen vanuit dit initiatief, zoals bijvoorbeeld bij de gebiedsontwikkeling Schadewijk, waarbij dit niet mag leiden tot fors hogere kosten. Weerbaarheid en veiligheid Iedere inwoner moet zich veilig kunnen voelen in huis, op straat en in de eigen wijk. Dat is een basisvoorwaarde voor een sterke samenleving. Dit vraagt dat we ontwikkelingen zoals jeugdoverlast, onveilige situaties in het verkeer en het vroeg instromen in criminaliteit een halt toeroepen. We combineren we preventie, handhaving en het versterken van vertrouwen. De verbinding tussen zorg en veiligheid versterken we verder. Tegelijk bouwen we aan een weerbare gemeente die voorbereid is op concrete risico’s zoals cybercrime, ondermijning, stroomuitval en maatschappelijke onrust, en die in staat is om de impact daarvan snel te beperken. We zetten toezicht en handhaving in om de zichtbare handhaving in de wijk te vergroten. Dit vraagt wel om scherpte keuzes waar we deze capaciteit inzetten. Waar nodig kijken we of het nodig is om op te schalen.
Bestuur en organisatie We investeren in goed werkgeverschap, zodat we voldoende goede mensen langdurig aan onze organisatie kunnen verbinden. We willen inhuur terugdringen. We sturen op kwaliteit van medewerkers, zorgen voor stevige basiskennis in huis en huren waar nodig specialistische kennis in. Als de bemensing niet past bij onze ambities, brengen we dat in beeld en maken we keuzes. We zetten digitalisering en datagedreven werken in om ons werk te verbeteren.
8
2. Op weg naar de begroting 1. Financiële ruimte voor de begroting We hebben onze financiële positie geactualiseerd met de effecten vanuit de meicirculaire 2026. We lichten dit verder toe in het hoofdstuk over de Financiële positie. Samengevat ziet het financiële beeld er richting de begroting als volgt uit: bedragen x € 1.000 Omschrijving
2026
2027
2028
2029
2030
Programmabegroting 2026-2029 Eerste financiële tussenrapportage 2026
-2.229 3.248
-2.489 1.197
3.683 627
2.989 360
3.005 304
Meicirculaire 2026
1.716
1.063
715
747
-3.953
Financieel kader
2.735
-229
5.025
4.096
-644
Dit betekent dat de op basis van de meicirculaire 2026 de financiële positie onder druk blijft staan. Er is geen c.q. beperkte ruimte voor structureel nieuw beleid. Dit heeft te maken met drie belangrijke punten die we hierna verder toelichten: -
Het jaar 2027 is in bovenstaande tabel voordelig, echter dit voordelige saldo komt vooral door inzet van een reserve. Inzet van een reserve is een incidenteel voordeel. Structureel gezien staat hier de begroting al onder druk.
-
Het jaar 2030 in de meerjarenbegroting is ook voordelig, echter hierin houden we rekening met een structurele taakstelling van € 4 miljoen binnen jeugdhulp.
-
In de cijfers is nog geen rekening gehouden met de gestegen kosten voor jeugdhulp uit de jaarrekening 2025. Dit leidt mogelijk nog tot een structureel nadeel vanaf 2027 van € 1,3 miljoen. Daarbij moet de eerste deel van de taakstelling van € 1,6 miljoen binnen jeugdhulp al in 2027 gerealiseerd worden.
Begrotingsjaar 2027 We stellen een meerjarenbegroting op, maar voor onze toezichthouder ligt de focus op het jaar 2027. Het begrotingsjaar 2027 moet structureel in evenwicht zijn. Dit is een belangrijk kader vanuit onze provinciale toezichthouder. Structureel evenwicht houdt in dat structurele lasten gedekt worden met structurele baten. Bij het beoordelen van onze begroting beoordeelt de provincie dus eerst het begrotingsjaar 2027. Wanneer deze niet structureel sluitend is, dan kijken ze naar onze meerjarenbegroting om hun oordeel te geven. Het saldo van de begroting 2027 is op dit moment voordelig. Dit komt echter vooral door onttrekking aan de reserve vluchtelingen van € 4 miljoen in dat jaar. Een onttrekking aan een reserve is een incidentele post (en dus geen structurele baat). Als we de incidentele lasten en baten uit de begroting 2027 halen, is de conclusie (op basis van de programmabegroting 2026-2029) dat we starten met een ‘structureel’ tekort in jaarschijf 2027 van € 0,5 miljoen. Dit structureel tekort loopt in deze begroting meerjarig op tot € 3 miljoen, wat we het “geaccepteerd” tekort noemen. Op basis van bovenstaande tabel loopt dit ‘structurele tekort’ voor het jaar 2027 verder op.
In het begrotingsjaar 2027 is er dus op basis van dit kader van de provincie geen/ beperkte financiële ruimte en zou de provincie onze begroting van 2027 gaan beoordelen als ‘niet structureel sluitend’. Dit is voor 2027 te accepteren, maar alleen wanneer de meerjarenbegroting van 2030 reëel sluitend is. Dat betekent dat we niet mogen werken met een geaccepteerd tekort en alle taakstellingen voldoende concreet onderbouwd zijn.
9
Geaccepteerd meerjarig tekort Het ravijnjaar is doorgeschoven naar 2028. Dit zien we dan ook terug in de saldi voor 2028 en volgende jaren. Voor de jaren 2025 tot en met 2027 worden we “redelijk” gecompenseerd voor de stijgende kosten van jeugdhulp. Voor de jaren erna boekt het Rijk echter een stevige extra bezuiniging op jeugdhulp in en houdt het Rijk ook vast aan de bezuinigingen vanuit de hervormingsagenda. Deze bezuinigingen vanuit het Rijk zijn te ambitieus voor gemeenten. Daarnaast wordt er geen indexering van de kosten voor jeugdzorg toegepast, zoals de deskundigencommissie had aanbevolen. Tussen het Rijk en gemeenten is afgesproken dat de deskundigencommissie van Ark in het eerste kwartaal 2027 een uitspraak doet over de haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028. Vandaar dat we voor de jaren 2025-2027 een zo realistisch als mogelijke begroting hebben opgesteld voor jeugdhulp, maar dat we voor de jaren erna werken met een geaccepteerd tekort in de programmabegroting, zijnde de tekorten die we op jeugdhulp voorzien. Deze tekorten moeten naar onze mening gecompenseerd worden door het Rijk. Dit ‘geaccepteerd’ tekort is vastgesteld op € 3 miljoen structureel. In onze begroting hebben we op jeugdzorg daarnaast de volgende financiële taakstelling opgenomen: -
2027: € 1,6 miljoen
-
2028: € 3,2 miljoen
-
2029 en verder: € 4 miljoen.
In de programmabegroting 2027-2030 zullen we beoordelen in hoeverre de taakstelling in 2027 al reëel is. De provincie oordeelt dat het niet is toegestaan om vooruit te lopen op een uitspraak van de nieuwe deskundigencommissie en dat bezuinigingstaakstellingen voldoende onderbouwd moeten zijn. Meerjarige financiële ontwikkeling Zoals hiervoor aangegeven is de financiële ruimte voor het jaar 2027 beperkt. Er is alleen beperkt ruimte voor eventuele incidentele posten. Meerjarig loopt het tekort van € 3 miljoen eerst verder op naar € 3,3 miljoen. In dit bedrag is (nog) geen rekening gehouden met extra kostenstijging van jeugdhulp van € 1,3 miljoen vanuit de jaarrekening 2025. Richting de programmabegroting 2027-2030 bekijken we hoe we met dit mogelijke structurele tekort omgaan gekoppeld aan de inzichten uit de prognose die we in de zomer van 2026 maken. Wanneer deze post structureel van aard wordt, dan stijgt het tekort in de meerjarenraming naar € 4,6 miljoen. De meicirculaire laat voor het jaar 2030 echter een groter voordeel zien dan verwacht. Dit ontlast de meerjarenbegroting. Echter biedt het op dit moment geen tot zeer beperkte ruimte voor structurele extra kosten.
De onzekerheid over de realisatie van de bezuinigingen binnen jeugdhulp en ook het zogenaamde ‘geaccepteerd’ tekort (gelden die we vanuit het Rijk extra verwachten voor jeugdhulp) van € 3 miljoen zijn te onzeker en risicovol en betekent dat we geen of nauwelijks structurele ruimte hebben in onze begroting. Conclusie: Dit betekent op basis van deze cijfers dat er geen tot zeer beperkte ruimte is voor nieuwe structurele wensen. Mocht er wel ruimte ontstaan kiezen we voor een nadrukkelijke prioritering op basis van de speerpunten uit ons coalitieakkoord. Incidentele begrotingsruimte De algemene reserve is hoger dan de norm van 10% van de algemene uitkering die we hanteren. Dit betekent dat er vrije ruimte zit in de algemene reserve. Deze ruimte willen we inzetten voor het realiseren van ambities uit het coalitieakkoord. Voor het wensen die extra geld kosten kijken we hoe we deze vrije ruimte optimaal in kunnen zetten. Voorwaarde daarbij is dat het echt gaat om eenmalige bijdrage of reserveringen zodat we geen structurele verplichtingen aangaan met incidenteel geld. Hoe we deze ruimte inzetten wegen we zorgvuldig af bij de programmabegroting 2027-2030.
10
Realisatie strategische heroriëntatie Om de programmabegroting voor 2026-2029 sluitend te maken voerden we een ombuigingsoperatie door. Dit deden we vanuit een inhoudelijke koers. Deze koers had mede als doel om toe te werken naar een duurzaam financieel gezonde gemeente, waarin er op de lange termijn evenwicht is tussen inkomsten en uitgaven. In totaal tellen de ombuigingen op tot een bedrag van ruim € 10 miljoen in 2029, dit is inclusief de taakstelling op jeugd en Wmo. We zetten maatregelen voort om de kostenstijging in zowel de Wmo als de jeugdhulp af te remmen. Daarbij blijven we ook onverminderd deelnemen aan de lobby om vanuit het Rijk voldoende middelen voor deze wettelijke taken te ontvangen (‘geen taken zonder knaken’). De realisatie van beide trajecten hiervan is bepalend voor onze toekomstige financiële positie. 2. De koers voor de begroting Voor de start van de begroting willen we vooraf koers (spelregels) bepalen en op die manier richting geven aan de begroting. Algemene financiële uitgangspunten hebben we later in het hoofdstuk Financiële positie aangegeven. Solide financieel beleid, realistisch en voorspelbaar In ons coalitieakkoord hebben we samengevat de volgende algemene financiële koers bepaald: We gaan de komende jaren voortvarend aan de slag met het uitvoeren van de ambities uit dit coalitieakkoord.
Daarbij hebben we als gemeente een goede financiële uitgangspositie. We hebben een solide basis en een sterke financiële positie voor nu. Maar de vooruitzichten zijn minder gunstig en we beseffen dat we leven in financieel onzekere tijden. Vanaf 2028 krijgen we fors minder geld vanuit het Rijk om onze taken uit te voeren, het zogenoemde ravijnjaar. Om dit op te vangen hebben we eerder een strategische heroriëntatie uitgevoerd. Belangrijk punt blijft ook de onzekerheid rondom de compensatie die we krijgen voor onze stijgende kosten voor jeugdhulp. Kortom, de meerjarige begroting staat onder druk. Toekomstgericht en gezonde gemeentefinanciën zijn daarom ons uitgangspunt. Investeringen in onder meer woningbouw, infrastructuur, duurzaamheid, zorg en maatschappelijke voorzieningen plannen we zorgvuldig en voeren we gefaseerd uit. Daarbij sturen we op noodzaak en toekomstbestendigheid, met een realistische meerjarenplanning om hoge leningen en financiële risico’s te beperken. Dit coalitieakkoord werken we verder uit in de programmabegroting 2027-2030 en de begrotingen de jaren daarna. We actualiseren onze financiële positie jaarlijks. Daarmee wordt duidelijk of er ruimte is om onze plannen volledig uit te voeren, in welk tempo en of herprioriteren en faseren noodzakelijk is. Voor ons staat vast dat we onze ambities en financiële uitdagingen niet alleen voor elkaar krijgen.
We hebben ook de kennis, ervaring en middelen nodig van samenwerkingspartners, waaronder het Rijk en de provincie. Gelukkig hebben we in het verleden al de nodige reserves opgebouwd, wat het gesprek en de samenwerking over onze ambities makkelijker maakt. 2. Risico’s en ontwikkelingen Belangrijke risico’s en ontwikkelingen worden als volgt samengevat: 1.
Ontwikkelingen binnen de algemene uitkering bepalen voor het overgrote deel de financiële ruimte voor de komende 4 jaar. Vanwege landelijke ontwikkelingen, de grote schommelingen van de algemene uitkering en de lopende discussies met het Rijk (over bijvoorbeeld de financiering van jeugdzorg) is het lastig om een stabiele meerjarige koers te bepalen. Dit betekent dat we financieel ‘lenig’ moeten zijn en ons moeten kunnen aanpassen aan gewijzigde omstandigheden.
3.
Ontwikkeling landelijk regeerakkoord: De VNG ziet in het akkoord duidelijke erkenning, waardering en bereidheid tot samenwerking met gemeenten. Hoewel de VNG veel terugziet voor gemeenten, zijn er ook de nodige opmerkingen te maken. De coalitie heeft hoge ambities die niet altijd adequaat financieel worden onderbouwd. Op sommige ambities is nog onvoldoende helderheid, voor andere ambities zijn geen of onvoldoende middelen opgenomen. Wij missen bijvoorbeeld de reservering van de middelen jeugdhulp vanuit adviescommissie Van Ark, is onvoldoende helder hoe de maatregelen van de huishoudelijke hulp uitpakken voor de Wmo en zien wij forse ambities rondom de woningbouw en maatschappelijke weerbaarheid, zonder dat daar toereikende middelen voor zijn opgenomen. We volgen nadrukkelijk de verdere uitwerking van de landelijke plannen en de vertaling hiervan in komende circulaires.
11
4.
Risico’s en ontwikkelingen: Diverse risico’s en ontwikkelingen kunnen een forse impact hebben op onze begroting. De belangrijkste risico’s en ontwikkelingen zijn:
•
Ontwikkelingen algemene uitkering: Deze uitkering vormt ongeveer 60% van onze inkomsten. De schommelingen zijn groot, onder andere door onzekerheid over jeugdzorgbudgetten en het accres (indexering). Dit maakt het lastig om stabiele meerjarenbegrotingen te maken.
•
Het realiseren van de vastgestelde ombuigingsvoorstellen: Oss moet ruim € 10 miljoen aan bezuinigingen realiseren.
•
Kostenbeheersing jeugd en van Ark 2: De vraag naar jeugdzorg stijgt en trajecten duren langer. We hebben een bezuinigingstaakstelling van € 4 miljoen. En pas in 2027 verwachten we duidelijkheid over de mogelijke compensatie vanaf 2027.
•
Kostenbeheersing Wmo: Door toenemende hulpvraag stijgen de kosten. De gemeente wil strenger indiceren, meer gebruikmaken van voorliggende voorzieningen en trajecten inkorten. De kostenontwikkeling is echter lastig te voorspellen.
•
Ontwikkelingen IZA/GALA: Deze akkoorden stimuleren samenwerking en preventie. De beschikbare subsidies zijn echter tijdelijk, terwijl de opgaven structureel zijn. Hierdoor ontstaat onzekerheid over continuïteit van projecten.
•
Investeringen onderwijshuisvesting: Het Integraal Huisvestingsplan laat zien dat grote investeringen nodig zijn tot 2047. De jaarlijkse investeringslast kan oplopen tot € 14 miljoen, hiervoor is nog geen dekking beschikbaar.
•
Realisatie nieuw theater: Grote risico’s liggen in aanbesteding, rentestijgingen, ruimtelijke procedures en capaciteitstekorten. Ook de gebiedsontwikkeling rondom het theater brengt extra risico’s mee.
•
Realisatie nieuw zwembad: Risico’s omvatten bezwaarprocedures, mogelijke extra bouwkosten (zoals een tweede glijbaan), rentestijgingen en gebiedsverwerving.
•
Energie en klimaatopgave: Subsidies zijn deels incidenteel, terwijl de opgaven structureel zijn. Netcongestie kan projecten vertragen en structurele financiering ontbreekt voor een groot deel.
•
Verstedelijkingsopgave en mobiliteit: Oss wil woningen banen toevoegen. Grote projecten zoals de Spooragenda en mobiliteitsmaatregelen zijn afhankelijk van subsidies van Rijk en provincie.
•
Grondbedrijf: veel nieuwe grondexploitaties lijken verlieslatend. De Algemene Bedrijfsreserve staat onder druk. Ook is er een tekort aan uitgeefbare bedrijventerreinen na 2026.
•
Financiering (rente): Oss moet tot 2030 circa € 300 miljoen lenen. Rentestijgingen hebben een groot effect op de begroting. De behoefte aan financiering hangt sterk af van de realisatie van projecten.
5.
Lokale lastendruk: De lokale lastendruk zit in 2026 € 69 onder het landelijk gemiddelde. Dit wordt voor € 67 veroorzaakt door de rioolheffing, de afvalstoffenheffing en de onroerende zaakbelastingen hebben beperkte afwijkingen ten opzichte van het landelijke gemiddelde.
12
3. Financiële positie Inleiding In dit hoofdstuk staan we uitgebreid stil bij onze financiële positie. Dat doen we aan de hand van de volgende onderwerpen: -
Samenvatting en conclusies;
-
De financiële kaders en uitgangspunten;
-
De huidige financiële positie;
-
Incidentele begrotingsruimte;
-
Financiële ontwikkelingen en risico’s;
-
Onze reservepositie.
1. Samenvatting en conclusies De financiële positie wordt bepaald door het startsaldo van de programmabegroting van 2026, de eerste financiële tussenrapportage van 2026 en de meicirculaire 2026. Het financiële beeld richting de begroting ziet er als volgt uit: bedragen x € 1.000 Omschrijving
2026
2027
2028
2029
2030
Programmabegroting 2026-2029 Eerste financiële tussenrapportage 2026
-2.229 3.248
-2.489 1.197
3.683 627
2.989 360
3.005 304
Meicirculaire 2026
1.716
1.063
715
747
-3.953
Financieel kader
2.735
-229
5.025
4.096
-644
Dit betekent dat de op basis van de meicirculaire 2026 de financiële positie onder druk blijft staan. Er is geen c.q. beperkte ruimte voor structureel nieuw beleid. Dit heeft te maken met drie belangrijke punten: -
Het jaar 2027 is in bovenstaande tabel voordelig, echter dit positieve saldo komt vooral door inzet van een reserve.
-
Het jaar 2030 in de meerjarenbegroting is ook voordelig, echter hierin houden we rekening met een structurele bezuinigingstaakstelling van € 4 miljoen binnen jeugdhulp.
-
In de cijfers is nog geen rekening gehouden met de gestegen kosten voor jeugdhulp uit de jaarrekening 2025. Dit leidt mogelijk nog tot een structureel nadeel vanaf 2027 van € 1,3 miljoen. Daarbij moet de eerste deel van de bezuinigingstaakstelling van € 1,6 miljoen binnen jeugdhulp al in 2027 gerealiseerd worden.
13
Risico kostenstijging jeugdhulp 2025 In voorgaande tabel is (nog) geen rekening gehouden met extra kostenstijging van jeugdzorg van € 1,3 miljoen uit 2025. Richting de programmabegroting 2027-2030 bekijken we hoe we met dit mogelijke structurele tekort omgaan gekoppeld aan de inzichten uit de prognose die we in de zomer van 2026 maken. Wordt deze post structureel van aard, dan stijgt het tekort in de meerjarenraming naar € 4,6 miljoen. We hebben in onze huidige begroting een bezuinigingstaakstelling opgenomen van € 1,6 miljoen in 2027 oplopend tot € 4 miljoen in 2029. Realisatie hiervan is belangrijk voor de toekomstige financiële positie. In 2027 doet de deskundigencommissie een uitspraak over het financiële kader voor jeugdhulp vanaf 2028. Deze uitspraak is ook belangrijk voor de toekomstige financiële positie. Dit betekent op basis van deze cijfers dat er geen ruimte is voor nieuwe structurele wensen. Mocht er wel ruimte ontstaan kiezen we voor een nadrukkelijke prioritering op basis van de speerpunten uit ons coalitieakkoord. Op basis van de huidige meerjarenbegroting is er dus: -
Geen tot nauwelijks structurele ruimte binnen de begroting voor nieuwe structurele prioriteiten.
-
Incidentele investeringsruimte binnen al vastgestelde investeringskredieten, zoals voor een nieuw theater en nieuw zwembad.
-
Incidentele investeringsruimte binnen vastgestelde of nog vast te stellen grondexploitaties met een sluitende business case.
-
Incidentele investeringsruimte binnen opgebouwde reserves, met vooral ruimte binnen de algemene reserve als gevolg van het jaarrekeningoverschot 2025. Daarnaast hebben we nog diverse bestemmingsreserves waarvoor voor diverse doeleinden al geld gespaard is.
2. Financiële kaders en uitgangspunten In het coalitieakkoord ‘Met elkaar, aan de slag’ is gekozen voor een solide financieel beleid in onzekere tijden. Onze ambitie is om een gemeente te zijn met toekomstgerichte en gezonde gemeentefinanciën. We voeren een solide financieel beleid, zijn realistisch en voorspelbaar. We gaan voor een zo laag mogelijke, maar realistische lastendruk voor onze inwoners en zijn terughoudend met het verhogen hiervan. Tegen deze achtergrond gelden de volgende algemene financiële kaders en uitgangspunten: -
Onze begrotingen zijn meerjarig sluitend. Structurele kosten betalen we met structurele opbrengsten. We maken verantwoorde keuzes en schuiven lasten niet door naar later.
-
Ons financieel beleid blijven we gedegen en solide vormgeven. We gaan uit van een geaccepteerd tekort van € 3 miljoen, zijnde de tekorten op jeugdzorg waarvan we uitgaan dat deze extra gefinancierd gaan worden door het Rijk vanaf 2028.
-
Nieuw beleid wordt integraal afgewogen bij de vaststelling van de begroting. Het politieke debat over de inhoud wordt vooral integraal gevoerd bij de kadernota in het voorjaar. Voor deze programmabegroting is er géén c.q. nauwelijks ruimte voor nieuwe wensen (nieuw beleid). Nieuwe wensen moeten in principe binnen bestaande budgetten gerealiseerd worden en er is alleen financiële ruimte voor grote prioriteiten waarvan we inschatten dat deze van groot belang voor de ontwikkeling van onze stad c.q. van de organisatie.
-
Als we extra financiële middelen beschikbaar hebben, zetten we die met voorrang in op het realiseren van de gebiedsontwikkelingen en de economische ambities.
-
We kijken extra kritisch naar ruimte in de begroting (begrotingsposten die in jaarrekeningen meerdere jaren niet volledig besteed zijn c.q. waarbij opbrengsten jaarlijks hoger zijn).
-
We realiseren de in de strategische heroriëntatie 2025 vastgestelde ombuigingen. We monitoren en sturen bij waar nodig.
-
De lastendruk houden we zo laag mogelijk en onder het landelijke gemiddelde. We verhogen deze in principe alleen met inflatie. Extra verhogingen voeren we alleen door als het echt nodig is en als deze duidelijk uitlegbaar zijn.
-
We gaan uit van 100% kostendekkende heffingen. ‘De gebruiker betaalt’ is het uitgangspunt.
14
-
We hebben een algemene reserve die voldoet aan de gestelde normen (10% van de algemene uitkering). Eventuele incidentele ruimte binnen de algemene reserve kunnen we inzetten om onze ambities uit het coalitieakkoord waar te maken.
-
We kijken jaarlijks kritisch naar alle reserves. In de nota reserves, die de gemeenteraad tegelijk met de programmabegroting behandelt, lichten we de reserves uitgebreid toe.
-
De reserve van het grondbedrijf is gekoppeld voor onze omvangrijke ruimtelijke opgaves (woningbouw, ontsluitingswegen, spoorzone, mobiliteitsplan). Daarbij merken we op dat de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf weer geleidelijk stijgt, maar dat door nieuwe woningbouwplannen ook het risicoprofiel stijgt en dat als gevolg hiervan deze reserve moet gaan stijgen. Dit betekent ook dat er de komende jaren er geen sprake meer zal kunnen zijn van een afroming ten behoeve van de algemene bedrijfsreserve.
-
Een actieve lobby is van belang om cofinanciering te krijgen voor het realiseren van onze ambities. Dit geldt met name voor onze ruimtelijke ambities op het gebied van mobiliteit, wonen en energie en klimaat. We zetten actief in op het verkrijgen van provinciale, landelijke en Europese fondsen.
-
We blijven lobbyen voor voldoende compensatie bij het Rijk voor onze taken en verantwoordelijkheden (‘balans in taken en middelen voor gemeenten’). We krijgen steeds meer taken en regels toebedeeld vanuit het Rijk. Passende financiering is hiervoor nodig. Dit geldt nadrukkelijk voor jeugdhulp, maar ook voor opgaven rond energie, klimaat en woningbouw. Structurele taken vragen om structureel geld vanuit het Rijk.
Gemeentelijke belastingen en heffingen De lokale lastendruk houden we zo laag mogelijk. We verhogen deze in principe alleen met inflatie. Extra verhogingen voeren we alleen door als het echt nodig is en als deze duidelijk uitlegbaar zijn. We blijven uitgaan van 100% kostendekking van tarieven en heffingen. Voor het jaar 2027 kiezen we voor: -
OZB stijging van 3,2%. Dit betreft de reguliere verwachte inflatiestijging over 2027. Het CPB presenteert regelmatig cijfers over prijsontwikkeling. Uitgangspunt voor ons zijn de cijfers van het Centraal Planbureau afkomstig uit het centraal economisch plan. Dit is de systematiek die we al jaren gebruiken en dus bestendig beleid. Deze cijfers zijn ook opgenomen in de meicirculaire. Uit de gepresenteerde cijfers kiezen we specifieke cijfers die betrekking hebben op de overheid. Deze inflatiecijfers sluiten het beste aan met de loon- en prijsontwikkeling waarmee we als gemeente te maken krijgen. Hierdoor is er een goede koppeling tussen de kosten- en opbrengstontwikkeling.
-
Kostendekkende tarieven voor afval en riolering.
In de Atlas van de lokale lasten heeft het COELO voor 2025 en 2026 het volgende beeld berekend: 2025 Lastendruk standaardwoning
2026
Oss
Landelijk
Oss
Landelijk
Onroerende zaakbelastingen
€ 461
€ 453
€ 464
€ 470
Afvalstoffenheffing
€ 333
€ 364
€ 385
€ 381
Rioolheffing
€ 178
€ 235
€ 178
€ 245
Totaal
€ 972
€ 1.052
€ 1.027
€ 1.096
De gemiddelde koopwoning is volgens het COELO in 2025 gestegen met 10,9% (landelijk 10,8%). De gemiddelde waarde van een koopwoning bedraagt daarmee in 2026 € 507.858. De lokale lastendruk ligt in 2026 € 69 onder het landelijke gemiddelde. Dit wordt vooral veroorzaakt door een lagere rioolheffing dan gemiddeld. De OZB ligt € 6 onder het landelijke gemiddelde.
15
Prijsontwikkeling Het CPB verwacht in 2027 voor de overheidsuitgaven een prijsontwikkeling van 2,1% (prijs overheidsconsumptie netto materieel). Voor de loonontwikkeling gaan we uit van 4,25% (loonvoet sector overheid). Gezien de huidige ontwikkelingen in de wereld zit hierin een grote onzekerheid. In de jaarlijkse meicirculaire van het gemeentefonds krijgen gemeenten in principe geld voor de verwachte loon- en prijsontwikkeling. Vanuit de meicirculaire zetten we daarom de noodzakelijke bedragen apart om loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen. Gesubsidieerde instellingen Bij gesubsidieerde professionele instellingen is in zijn algemeenheid sprake van een 80/20-verhouding tussen het loongevoelige en prijsgevoelige deel van de uitgaven. Voor budgetsubsidies wordt voor de compensatie van loonstijging uitgegaan van de specifieke CAO-ontwikkelingen per sector en voor de compensatie van prijsstijging wordt uitgegaan van een inflatie van 2,1% (% overheidsconsumptie netto materieel 2027). Bij de overige subsidies zoals professionele instellingen zonder budgetovereenkomst en niet-professionele organisaties wordt ook dit percentage van 2,1% voor prijscompensatie gehanteerd. Post onvoorzien In de begroting hebben we een jaarlijkse post onvoorzien van € 200.000 opgenomen. Dit bedrag kan door het college gedurende het jaar ingezet worden voor incidentele tegenvallers.
Criteria daarvoor zijn: -
onuitstelbaar
-
onvermijdbaar
-
onvoorzienbaar
De verantwoording van de inzet van deze post nemen we op in de reguliere planning- en controldocumenten.
16
3. Nadere toelichting huidige financiële positie Het financieel beeld wordt bepaald door: −
De meerjarenraming van de programmabegroting 2026-2029;
−
De uitkomsten van de meicirculaire 2026;
−
Autonome ontwikkelingen vanuit de eerste financiële tussenrapportage over 2026 (met focus op doorwerking vanuit de jaarrekening);
−
Autonome ontwikkelingen die pas bij het maken van de programmabegroting 2027-2030 bekend zijn;
−
De uitkomsten van de septembercirculaire 2026.
In de volgende tabel hebben we de uitkomsten samengevat. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Omschrijving
2026
2027
2028
2029
2030
Programmabegroting 2026-2029 Eerste financiële tussenrapportage 2026
-2.229 3.248
-2.489 1.197
3.683 627
2.989 360
3.005 304
Meicirculaire 2026
1.716
1.063
715
747
-3.953
Financieel kader
2.735
-229
5.025
4.096
-644
Toelichting op de tabel: Programmabegroting 2026-2029 Het beginsaldo van deze rapportage is het saldo van de programmabegroting 2026-2029. In deze programmabegroting presenteerden we de volgende saldi: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Saldo programmabegroting
-2.229
-2.489
3.683
2.989
We presenteerden een begroting voor het jaar 2026 met een overschot van circa € 2,2 miljoen. Ook het jaar 2027 heeft een positief saldo van € 2,5 miljoen, met name door een incidentele vrijval vanuit de reserve Opvang Vluchtelingen. Het ravijnjaar schuift door naar 2028. Dit zien we dan ook terug in de saldi voor 2028 en volgende jaren. Deze saldi zijn negatief en sluiten aan bij het geaccepteerde tekort over jeugdzorg zoals vastgesteld bij de kadernota 2026 (structureel € 3 miljoen vanaf 2029). Het geaccepteerde tekort is het bedrag wat we minimaal verwachten vanuit het Rijk als extra structurele compensatie voor de kosten van jeugdzorg. Voor de jaren 2025 tot en met 2027 worden we “redelijk” gecompenseerd voor de stijgende kosten van jeugdzorg. Voor de jaren erna boekt het Rijk echter een stevige extra bezuiniging op jeugdzorg in en houdt het Rijk ook vast aan de bezuinigingen vanuit de hervormingsagenda. Deze bezuinigingen vanuit het Rijk zijn te ambitieus voor gemeenten. Daarnaast wordt er geen indexering van de kosten voor jeugdzorg toegepast, zoals de deskundigencommissie had aanbevolen. Tussen het Rijk en gemeenten is afgesproken dat de deskundigencommissie van Ark in het eerste kwartaal 2027 een uitspraak doet over de haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028.
Vandaar dat we voor de jaren 2025-2027 een zo realistisch als mogelijke begroting hebben opgesteld voor jeugdzorg, maar dat we voor de jaren erna werken met een geaccepteerd tekort in de programmabegroting, zijnde de tekorten die we op jeugdzorg voorzien. Deze tekorten moeten naar onze mening gecompenseerd worden door het Rijk. Om deze begroting voor 2026 sluitend te maken voerden we een ombuigingsoperatie door. In de kadernota presenteerden we de strategische heroriëntatie. In totaal tellen de ombuigingen op tot een bedrag van ruim € 10 miljoen in 2029, dit is inclusief de taakstelling op jeugd en Wmo.
17
Eerste financiële tussenrapportage 2026 Per saldo geven de uitkomsten van deze financiële tussenrapportage een fors nadeel van € 3,3 miljoen in 2026 en meerjarig een nadeel van € 0,4 miljoen. Dit maakt dat het structurele tekort oploopt naar € 3,3 miljoen (waarvan € 3 miljoen geaccepteerd tekort). Het structurele tekort wordt met name veroorzaakt door het niet realiseren van de bezuiniging op AZOSS. De belangrijkste wijzigingen uit deze rapportage zijn: −
Hogere kosten van € 1,3 miljoen voor jeugdhulp in 2026. We nemen nu € 1,3 miljoen als extra nadeel op in 2026. Dit is gebaseerd op de jaarrekeningcijfers van 2025. Het gebruik van jeugdhulp is meer gestegen dan de 5% die we in de begroting geraamd hadden. Richting de programmabegroting 2027-2030 bekijken we hoe we met het mogelijke structurele tekort omgaan gekoppeld aan de inzichten uit de prognose die we in de zomer van 2026 maken.
−
Een nadeel door het niet realiseren van de bezuiniging op AZOSS van jaarlijks € 342.000. Dit was gekoppeld aan een landelijke maatregel die niet door is gegaan.
−
Een jaarlijks voordeel van € 113.000 door de actualisatie van de begroting voor het opvangen van vluchtelingen.
−
Eenmalig hogere kosten voor de prijsindexatie van de noordelijke randweg van € 801.000.
−
Hogere kosten gladheidsbestrijding van € 501.000
Meicirculaire 2026 Samengevat is de uitkomst van de meicirculaire als volgt: bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
Meicirculaire 2026 Septembercirculaire 2025 Totale stijging Af te zonderen posten Netto voordeel
2026 -273.793
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten 2027 2028 2029 2030 -282.700 -273.840 -270.257 -274.633
-273.424 -369
-267.890 -14.810
-260.348 -13.492
-262.164 -8.093
-262.164 -12.469
2.085 1.716
15.873 1.063
14.207 715
8.840 747
8.517 -3.953
Conclusie: De algemene uitkering stijgt in alle jaren. Wanneer we hiervan de noodzakelijke afzonderingen afhalen, ontstaat er voor het jaar 2027 een nadeel van € 1,1 miljoen. Praktisch betekent dit dat we de stijging van de algemene uitkering grotendeels nodig hebben om onze eigen loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen. Door nadelen in aantal belangrijke maatstaven binnen de algemene uitkering ontstaat er per saldo een nadeel. Ook de jaren 2028 en 2029 zijn nadelig (€ 0,7 miljoen jaarlijks). Door een verwachte stijging van het bruto binnenlands product (economische groei) is het jaar 2030 een stuk positiever ten opzichte van 2029. Dit betekent een voordeel van afgerond € 4 miljoen. Belangrijkste ontwikkelingen: De belangrijkste beleidsmatige ontwikkelingen binnen de algemene uitkering zijn: •
Herverdeling gemeentefonds per 2027
In 2022/2023 is er een herverdeling van het gemeentefonds geweest. Hierbij is het geld wat binnen het gemeentefonds verdeeld op basis van nieuwe en gewijzigde maatstaven. Dit leidde tot gemeenten die voordeel hadden, maar ook gemeenten die nadeel hiervan hadden. Daarbij is afgesproken dat het voor- en nadeel gefaseerd zou plaatsvinden met een groeipad, waarbij het voordeel is “afgetopt” op € 37,50 per inwoner. Onze gemeente was een voordeel gemeente waarbij we meer dan dit maximale voordeel hadden. Onze aftopping was afgerond € 1,3 miljoen jaarlijks. Dat wil zeggen dat we op basis van deze nieuwe verdeling eigenlijk recht hebben op deze € 1,3 miljoen maar dat we deze nog niet hebben ontvangen. Dit in afwachting op definitieve besluitvorming hierover. Landelijk is nu besloten om dit ingroeipad te bevriezen (we krijgen het geld dus nu nog niet), dit in afwachting op de totale herverdeling van het gemeentefonds.
18
Naast bevriezen zou dit ingroeipad wel geïndexeerd worden. Dit zou voor onze gemeente een voordeel betekenen. Dit voordeel is echter nog niet opgenomen in de meicirculaire omdat ze landelijk het nog niet eens zijn over de wijze waarop dit moment plaatsvinden. In de zomer is de verwachting dat dit alsnog plaatsvinden en we gaan er daarom ook vanuit dat in de septembercirculaire hier nog een voordeel zichtbaar zal zijn. •
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
Landelijk is in de Voorjaarsnota 2023 besloten dat het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo wordt ingevoerd. De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 was ingeboekt per 1 januari 2027. Dit blijkt landelijk echter niet haalbaar en schuift door naar 1 januari 2028. Daarom ontvangen we voor 2027 eenmalig € 1,2 miljoen extra omdat deze besparing al was doorgevoerd. Dit bekent dat we onze Wmo budgetten ook hierop moeten aanpassen. •
Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet
In het coalitieakkoord van het kabinet Jetten staat dat huishoudelijke hulp uit de Wmo gehaald wordt en dat mensen die dat kunnen, zelf gaan betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp wordt dan als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) geschrapt met ingang van 1 januari 2029 (€ 1,4 miljard). Dit betekent een korting binnen de algemene uitkering van circa € 7,5 miljoen. Onze eigen budgetten worden hiermee dan ook verlaagd. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. Hiervoor wordt dan weer geld toegevoegd in de algemene uitkering en dit is een bedrag van circa € 2,3 miljoen. Per saldo een verlaging van onze Wmo budgetten voor huishoudelijke hulp van € 5,2 miljoen. •
Jeugdzorg
Voor jeugdzorg zijn in de meicirculaire geen nieuwe ontwikkelingen. Dit betekent dat de huidige situatie blijft zoals deze is (en al is verwerkt in onze begroting). In het kort: -
We hebben voor 2026 en 2027 incidentele extra middelen voor jeugdzorg ontvangen.
-
Er zijn extra kortingen doorgevoerd op basis van de hervormingsagenda en een extra besparing doorgevoerd door sturen op trajectduur.
-
Vanaf 2028 structureel € 1,4 miljoen minder voor jeugdzorg door invoering eigen bijdrage.
-
Landelijke afspraak is dat de deskundigencommissie van Ark in het eerste kwartaal 2027 een uitspraak doet over de haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028.
4. Incidentele begrotingsruimte De incidentele begrotingsruimte wordt vooral bepaald door de ruimte binnen de algemene reserve en de ruimte binnen de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf. Algemene reserve De omvang van de algemene reserve is op dit moment hoger dan de minimale omvang. De algemene reserve is begin 2026 € 39 miljoen. De komende jaren verwachten we hier nog € 1,1 miljoen uit te besteden. In het kader van de strategische heroriëntatie zetten we 10% van het surplus van de algemene reserve in als structurele dekking. Dit betekent dat we vanaf 2028 tien jaar lang een bedrag van € 560.000 inzetten ten gunste van de reguliere begroting. In totaal zetten we hierdoor € 5,6 miljoen in. De reserve is afgerond € 4,8 miljoen boven de norm, dit is de vrije ruimte.
19
Reserves grondbedrijf De volgende “belangrijke” reserves zijn beschikbaar: Bedragen * € 1.000 Omschrijving
1 januari 2026
Algemene bedrijfsreserve
13.979
Reserve strategische aankopen
5.950
Reserve binnenstedelijke transformaties
18.643
Het saldo van de algemene bedrijfsreserve (ABR) ligt onder de minimale norm (€ 23,7 miljoen). Dit betekent dat de huidige hoogte van de ABR lager is dan deze minimale omvang. Dit betekent dat er de komende jaren geen sprake meer kan zijn van afromingen. Deze situatie moet overigens wel gezien worden in relatie tot andere beschikbare reserves binnen het grondbedrijf. De reserve binnenstedelijke transformaties is namelijk bedoeld om onrendabele investeringen af te kunnen dekken en vormt daarmee ook een buffer. Overige reserves We hebben ook diverse bestemmingsreserves waar in principe nog bestedingsmogelijkheden zijn. In bijlage hebben we een overzicht van de grootste bestemmingsreserves opgenomen. Deze reserves geven een beeld van de incidentele investeringsruimte in de komende jaren.
20
Bijlage 1: Meicirculaire 2026 Samenvatting Samengevat is de uitkomst van de meicirculaire als volgt: bedragen x € 1.000 + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
Meicirculaire 2026 Septembercirculaire 2025 Totale stijging Af te zonderen posten
2026 -273.793
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten 2027 2028 2029 2030 -282.700 -273.840 -270.257 -274.633
-273.424 -369
-267.890 -14.810
-260.348 -13.492
-262.164 -8.093
-262.164 -12.469
2.085 1.716
15.873 1.063
14.207 715
8.840 747
8.517 -3.953
Netto voordeel Conclusie:
De algemene uitkering stijgt in alle jaren. Wanneer we hiervan de noodzakelijke afzonderingen afhalen, ontstaat er voor het jaar 2027 een nadeel van € 1,1 miljoen. Praktisch betekent dit dat we de stijging van de algemene uitkering grotendeels nodig hebben om onze eigen loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen. Door nadelen in aantal belangrijke maatstaven binnen de algemene uitkering ontstaat er per saldo een nadeel. Ook de jaren 2028 en 2029 zijn nadelig (€ 0,7 miljoen jaarlijks). Door een verwachte stijging van het bruto binnenlands product (economische groei) is het jaar 2030 een stuk positiever ten opzichte van 2029. Dit betekent een voordeel van afgerond € 4 miljoen. Belangrijkste ontwikkelingen: De belangrijkste beleidsmatige ontwikkelingen binnen de algemene uitkering zijn: •
Herverdeling gemeentefonds per 2027
In 2022/2023 is er een herverdeling van het gemeentefonds geweest. Hierbij is het geld wat binnen het gemeentefonds verdeeld op basis van nieuwe en gewijzigde maatstaven. Dit leidde tot gemeenten die voordeel hadden, maar ook gemeenten die nadeel hiervan hadden. Daarbij is afgesproken dat het voor- en nadeel gefaseerd zou plaatsvinden met een groeipad, waarbij het voordeel is “afgetopt” op € 37,50 per inwoner. Onze gemeente was een voordeel gemeente waarbij we meer dan dit maximale voordeel hadden. Onze aftopping was afgerond € 1,3 miljoen jaarlijks. Dat wil zeggen dat we op basis van deze nieuwe verdeling eigenlijk recht hebben op deze € 1,3 miljoen maar dat we deze nog niet hebben ontvangen. Dit in afwachting op definitieve besluitvorming hierover. Landelijk is nu besloten om dit ingroeipad te bevriezen (we krijgen het geld dus nu nog niet), dit in afwachting op de totale herverdeling van het gemeentefonds. Naast bevriezen zou dit ingroeipad wel geïndexeerd worden. Dit zou voor onze gemeente een voordeel betekenen. Dit voordeel is echter nog niet opgenomen in de meicirculaire omdat ze landelijk het nog niet eens zijn over de wijze waarop dit moment plaatsvinden. In de zomer is de verwachting dat dit alsnog plaatsvinden en we gaan er daarom ook vanuit dat in de septembercirculaire hier nog een voordeel zichtbaar zal zijn. •
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
Landelijk is in de Voorjaarsnota 2023 besloten dat het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo wordt ingevoerd. De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 was ingeboekt per 1 januari 2027. Dit blijkt landelijk echter niet haalbaar en schuift door naar 1 januari 2028. Daarom ontvangen we voor 2027 eenmalig € 1,2 miljoen extra omdat deze besparing al was doorgevoerd. Dit bekent dat we onze Wmo budgetten ook hierop moeten aanpassen.
21
•
Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet
In het coalitieakkoord van het kabinet Jetten staat dat huishoudelijke hulp uit de Wmo gehaald wordt en dat mensen die dat kunnen, zelf gaan betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp wordt dan als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) geschrapt met ingang van 1 januari 2029 (€ 1,4 miljard). Dit betekent een korting binnen de algemene uitkering van circa € 7,5 miljoen. Onze eigen budgetten worden hiermee dan ook verlaagd. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. Hiervoor wordt dan weer geld toegevoegd in de algemene uitkering en dit is een bedrag van circa € 2,3 miljoen. Per saldo een verlaging van onze Wmo budgetten voor huishoudelijke hulp van € 5,2 miljoen. •
Jeugdzorg
Voor jeugdzorg zijn in de meicirculaire geen nieuwe ontwikkelingen. Dit betekent dat de huidige situatie blijft zoals deze is (en al is verwerkt in onze begroting). In het kort: -
We hebben voor 2026 en 2027 incidentele extra middelen voor jeugdzorg ontvangen.
-
Er zijn extra kortingen doorgevoerd op basis van de hervormingsagenda en een extra besparing doorgevoerd door sturen op trajectduur.
-
Vanaf 2028 structureel € 1,4 miljoen minder voor jeugdzorg door invoering eigen bijdrage.
-
Landelijke afspraak is dat de deskundigencommissie van Ark in het eerste kwartaal 2027 een uitspraak doet over de haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028.