Kaderbrief 2023-2026.PDF
Tekst van het document
Kaderbrief 2023-2026
Samen Duurzaam Vooruit
1
Aanbiedingsbrief Geachte leden van de gemeenteraad, Voor u ligt de kaderbrief 2023-2026. In deze kaderbrief geven we een korte samenvatting uit het coalitieakkoord en geven we een actueel beeld van onze financiële positie. We benoemen de belangrijkste uitgangspunten en de financiële kaders voor het opstellen van de programmabegroting 2023-2026. In de raadsvergadering van 21 juli 2022 bespreekt u het coalitieakkoord “Samen Duurzaam Vooruit”. Deze kaderbrief geeft hierbij richting over de financiële ruimte die de komende jaren beschikbaar is om dit akkoord uit te werken. Daarbij geven we aan waar we op hoofdlijnen het geld voor willen inzetten, zonder hier al concrete bedragen of posten voor te noemen. Dat volgt bij de programmabegroting 2023-2026. Gezien de verkiezingen presenteren we dit jaar geen kadernota. Het coalitieakkoord en deze kaderbrief vormen samen de basis voor de opmaat richting de programmabegroting 2023-2026. Onze financiële positie geeft forse incidentele en structurele ruimte. Dit komt doordat de effecten van de meicirculaire 2022 onverwacht positief zijn. Zelfs voor het ‘ravijnjaar’ 2026 verwachten we een fors overschot. Net als vorig jaar, toen we van code rood, naar oranje en groen gingen, houden we nu het hoofd koel. We gaan voor een financieel stabiel beleid en doen verantwoorde investeringen.
We gaan er ook vanuit dat de financiële schommelingen door de algemene uitkering de komende jaren blijven. Het is bijna vanzelfsprekend dat de grote voordelen die we nu zien ook een keer minder worden, of kunnen omslaan in tekorten. We willen daarom het extra beschikbare geld zo inzetten, dat wanneer het financiële beeld weer omslaat, we niet hoeven te snijden of bezuinigen in basisvoorzieningen. Voorspelbaar financieel beleid: in slechte en in goede tijden. We zien daarbij ook dat geld niet het knellende kader is, maar het tekort aan mensen en grondstoffen die de uitvoeringskracht zouden kunnen beknellen. Dit geldt niet alleen voor Oss, maar ook voor bijvoorbeeld het Rijk en onze partners. In mei hebben we ons coalitieakkoord “Samen Duurzaam Vooruit” gepresenteerd. Hierin hebben we onze ambities op hoofdlijnen voor de komende jaren gepresenteerd. Komende jaren gaan we uitvoering geven aan dit akkoord. We vertalen dit coalitieakkoord in een meerjaren- uitvoeringsagenda. Zo maken we een concretisering en zetten we de ambities weg voor de komende 4 jaar. Dit geeft richting en houvast voor een efficiënte inzet van onze middelen. We nemen dit op in de programmabegroting 2023-2026. Daarnaast gaan we graag met u in gesprek over de inhoud en prioriteiten van ons coalitieakkoord:
Welke onderwerpen moeten prioriteit krijgen in de uitvoering en welke lagere prioriteit?
Welke onderwerpen mist u?
Wilt u op voorhand kaders meegeven bij de uitwerking van prioriteiten?
Etc
We kijken er naar uit om met u een goede basis te leggen voor de uitvoering van dit akkoord. En om nu en de komende jaren dit open gesprek met u te blijven voeren.
Burgemeester en wethouders van Oss. De secretaris,
De burgemeester,
drs. H. Mensink
drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans
2
Inhoudsopgave
Aanbiedingsbrief .................................................................................................................................... 2 Inhoudsopgave...................................................................................................................................... 3 Samenvatting ambities “Samen Duurzaam Vooruit” ................................................................................... 4 Op weg naar de begroting ...................................................................................................................... 6 1. Financiële ruimte voor de begroting .............................................................................................. 6 2. De koers voor de begroting ......................................................................................................... 6 Financiële positie ................................................................................................................................... 9 Inleiding ....................................................................................................................................... 9 1. Samenvatting en conclusies......................................................................................................... 9 2.
Financiële kaders en uitgangspunten .......................................................................................... 10 3. Huidige financiële positie ........................................................................................................... 12 4. Incidentele begrotingsruimte ..................................................................................................... 14 Bijlage 1: Meicirculaire 2022 ................................................................................................................. 16 Samenvatting .............................................................................................................................. 16 Analyse ...................................................................................................................................... 16 Af te zonderen posten .................................................................................................................. 20 Toelichting Af te zonderen posten .................................................................................................. 20 Bijlage 2: Overzicht reserves ................................................................................................................
24 Algemene reserve ........................................................................................................................ 24 Overzicht bestemmingsreserves..................................................................................................... 25
3
Samenvatting ambities “Samen Duurzaam Vooruit” De volgende ambities zijn opgenomen in het coalitieakkoord.
Kracht en vertrouwen samen versterken De gemeente Oss ontwikkelt zich de komende jaren tot een stevige grote woon- en werkgemeente. We profiteren van de aantrekkingskracht van wonen in een stad of dorp met aansprekende voorzieningen, gecombineerd met een prachtig buitengebied. Daar past een andere manier van werken bij. Krachtiger, vanuit de wens van de samenleving, in netwerken die belangrijk zijn voor de Osse ambities om onze lange termijndoelstellingen te behalen. Daarnaast willen we het vertrouwen van de inwoners in het lokaal bestuur versterken. We zien de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen als een belangrijk signaal. Belangrijke kernwaarden voor ons als bestuur zijn: zichtbaar, betrouwbaar en realistisch. Doen wat je zegt en zeggen wat je doet! Een dienstverlenende organisatie Bij onze ambities hoort een organisatie die open staat voor initiatieven en innovatie, ruimte geeft en durft los te laten. Het is ook een organisatie die de gemeente Oss, in samenspel met ons bestuur, positioneert in verschillende netwerken. En die er voor zorgt dat onze belangen in deze netwerken tijdig en op een goede manier naar voren komen om ambities beter waar te maken. We zijn ook een dienstverlenende organisatie. Een steeds groter deel van ons leven en werk verloopt digitaal. Ook de dienstverlening van onze gemeente.
Onze inwoners en ondernemers geven steeds vaker de voorkeur aan het digitale kanaal. Digitalisering en robotisering, aangevuld met data gestuurd werken, helpt ons sneller en effectiever te werken en betere dienstverlening te bieden. Ook voor mensen die niet digitaal behendig zijn, zorgen wij voor goede mogelijkheden. Meedoen Wij zetten in op een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen, ongeacht je talent of beperking. In een inclusieve samenleving luisteren we met respect naar elkaar en vinden samen een oplossing voor problemen. Om de beweging naar de inclusieve samenleving verder te stimuleren, richten we onze acties op drie onderwerpen: werk, kansengelijkheid en armoede. Het huidige beleid op deze onderwerpen is succesvol. We bouwen op dit fundament verder. Daarbij willen we ook rekening houden met en inspelen op, een economie die mogelijk afkoelt. We gaan in ons beleid uit van vertrouwen, maar misbruik van sociale voorzieningen pakken we aan. Ondersteunen Voor de Wmo en de jeugdhulp bouwen we voort op de huidige beleidslijnen. Soms kunnen inwoners zich niet zelf of met hulp van hun omgeving redden. We zoeken dan samen met de inwoner naar oplossingen. Dit doen we integraal, vanuit verschillende vakgebieden: werk en inkomen, welzijn, zorg, veiligheid en schuldhulpverlening. We werken ook intensief samen met andere partners, bijvoorbeeld huisartsen.
De focus ligt op passende ondersteuning voor onze inwoners. Liefst licht en praktisch in de eigen leefomgeving, zwaarder en specialistisch als dat nodig is. Regels zijn vooral ondersteunend en niet leidend. Met als doel verdere transformatie van het sociaal domein en kostenbeheersing in de toekomst. Samenleven Een goed functionerende woon- en leefomgeving beschikt over goede (wijk) voorzieningen, een aantrekkelijke groene openbare ruimte en een breed sport- en cultuuraanbod. Door hierin te investeren, stimuleren we een gemeenschap waarin iedereen mee kan doen en inwoners elkaar een handje helpen in het leven. Ook leidt dit ertoe dat inwoners meer in beweging komen en gezonder gaan leven. Dat kan de druk op ondersteunende zorg verminderen. Je thuis en veilig voelen in je buurt is van wezenlijk belang. De druk op de woon- en leefomgeving neemt de laatste jaren toe. Dat vraagt extra aandacht.
4
Economie De gemeente Oss kent een gevarieerde economische bedrijvigheid, die zichtbaar is op bedrijventerreinen, in stadcentra, wijken, dorpen en ons buitengebied. De brede variatie in ons midden- en kleinbedrijf maakt ons minder kwetsbaar bij schommelingen en in crisissituaties. We willen de gemeente Oss ontwikkelen tot een moderne maakstad en profileren ons als dé pharmastad van Nederland. We streven er naar dat het aantal arbeidsplaatsen in balans is met de omvang van onze beroepsbevolking. We stimuleren dit door meer te focussen op de samenhang van wonen, werken en mobiliteit. Leidend blijft de economische strategienota 20212025 waarin de zes ambities staan voor duurzame innovatie en toekomstige werkgelegenheid. Een belangrijk uitgangspunt is dat we niet alleen economische groei nastreven, maar ook brede welvaart. Oftewel een goede balans tussen economische groei, gezondheid, onderwijs, duurzaamheid en leefbaarheid. Wonen en Mobiliteit De gemeente Oss is een aantrekkelijke gemeente om in te wonen, werken en recreëren. We groeien de komende jaren door naar een gemeente met meer dan 100.000 inwoners. Oss is aantrekkelijk omdat er in de gemeente ‘voor elk wat wils is’. We hebben stad(jes), dorpen, goede voorzieningen, een gevarieerde economische bedrijvigheid en een aantrekkelijk buitengebied.
Om dit aantrekkelijke vestigingsklimaat in stand te houden, is het van belang dat we tegemoet komen aan de woonvraag van verschillende doelgroepen en duurzaam verbonden blijven met de regio en daarbuiten via water, weg en spoor. Klimaat en Energie Onze leefomgeving van wonen, werken en mobiliteit verandert. Een van de redenen hiervan is dat het klimaat door menselijke activiteiten blijvend verandert. De lange termijn oplossing hiervoor is simpel: van de fossiele brandstoffen af. Als gemeente moeten we nu keuzes maken om onze lange termijn doelstellingen te behalen: in 2050 zijn we als gemeente klimaat adaptief en energieneutraal. Degelijk financieel beleid in onzekere tijden We zijn open over de bestaande onzekerheden. Wat zijn de verdere gevolgen van COVID-19 en van de oorlog in Oekraïne? Hoe werkt dit door in onze lokale economie? Naast maatschappelijke onzekerheden is ook het financiële beeld onzeker. Er zijn grote onzekerheden over de structurele inkomsten die we vanuit het Rijk ontvangen (gelden voor jeugdzorg, hoogte van het acres, opschalingskorting etc.). We zien ook kansen op hogere inkomsten vanuit het Rijk omdat een herverdeling van rijksgelden tussen gemeente positief uitvalt voor onze gemeente. Naast onzekere inkomsten vanuit het Rijk kennen onze eigen uitgaven ook onzekerheden. Denk bijvoorbeeld aan de stijgende bouwkosten en de kosten voor energie.
In deze kaderbrief schetsen we het actuele financiële beeld. Dit met veel onzekerheid en schommelingen in en tussen de jaren. Deze onzekerheden vereisen een stabiel financieel beleid, heldere afspraken en financiële lenigheid om tijdig te kunnen inspelen op gewijzigde omstandigheden. Dit coalitieakkoord maakt werk van een aantal grote opgaven zoals Walkwartier, Golfbad, Lievekamp, ontsluitingswegen, spoorzone en Amsteleind. In deze opgaven spelen grote financiële belangen. Het coalitieakkoord wordt door het college verder uitgewerkt in de meerjarige programmabegroting 2023-2026. In de begroting worden de financiële plannen vertaald. We beoordelen daarna jaarlijks in hoeverre de financiële ruimte het toelaat om plannen te versnellen of bij te stellen. Dit coalitieakkoord is daarvoor uiteraard een belangrijk afwegingskader.
5
Op weg naar de begroting 1. Financiële ruimte voor de begroting We hebben onze financiële positie geactualiseerd met de effecten vanuit de meicirculaire 2022. We lichten dit verder toe in het hoofdstuk over de Financiële positie. Samengevat ziet het financiële beeld er richting de begroting als volgt uit: bedragen x € 1.000 Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Programmabegroting 2022-2025
-155
-85
-71
-14
-15
Eerste financiële tussenrapportage 2022
-648
39
-61
-61
-61
Meicirculaire 2022
-7.050
-6.743
-12.455
-17.086
-5.895
Financieel kader
-7.853
-6.789
-12.587
-17.161
-5.971
Dit betekent dat we op basis van de meicirculaire 2022: -
structurele ruimte in de begroting voorzien van € 6 miljoen.
-
Aanvullende incidentele ruimte voorzien van € 6,5 miljoen in 2024 en € 11 miljoen in 2025.
De septembercirculaire (gekoppeld aan de landelijke miljoenennota) zal nog invloed hebben op dit beeld. Voor onze begroting (van afgerond € 340 miljoen in 2022) krijgen we dus te maken met behoorlijke financiële ruimte, gekoppeld aan toegenomen risico’s en onzekerheden (zie hiervoor het hoofdstuk Financiële positie). We moeten bij het opstellen van de programmabegroting 2023-2026 dus kiezen voor een goede balans tussen financieel solide begroten en geld vrijmaken voor de realisatie van onze ambities. Zodanig dat we later bij kunnen sturen als de financiën zich minder positief ontwikkelen.
2. De koers voor de begroting Voor de start van de begroting willen we vooraf koers (spelregels) bepalen en op die manier richting geven aan de begroting. Algemene financiële uitgangspunten hebben we later in het hoofdstuk “Financiële positie” aangegeven. Realistisch begroten, niet rijk rekenen De grote voordelige saldo’s uit de meicirculaire zijn verrassend en opvallend. Zelfs voor het ‘ravijnjaar’ 2026 verwachten we een fors overschot. Net als vorig jaar, toen we van code rood, naar oranje en groen gingen, houden we nu het hoofd koel. We gaan voor een financieel stabiel beleid en doen verantwoorde investeringen. We gaan er ook vanuit dat de financiële schommelingen door de algemene uitkering de komende jaren blijven. Het is bijna vanzelfsprekend dat de grote voordelen die we nu zien ook een keer minder worden, of om kunnen slaan in tekorten. We willen daarom het extra beschikbare geld zo inzetten, dat wanneer het financiële beeld omslaat, we niet hoeven te snijden of bezuinigen in basisvoorzieningen. Voorspelbaar financieel beleid: in slechte en in goede tijden. Voorzichtigheidshalve gaan we bij de meicirculaire uit van een ‘onderuitputting’. Dat wil zeggen dat we verwachten dat het Rijk haar eigen uitgaven te hoog heeft ingeschat. Landelijk gezien twijfelt men ook over het realiteitsgehalte van de cijfers.
Daarom nemen we, net als vele andere gemeenten, een onderuitputting op van het accres van 20%. Wanneer het accres ‘bevroren’ wordt voor de jaren 2022-2025 kan dit voorstel voor het opnemen van een correctie voor onderuitputting komen te vervallen. Op dit moment worden hierover afspraken gemaakt tussen VNG en het Rijk. Bij de programmabegroting zullen we dit dan verwerken op basis van de septembercirculaire. Voor 2026 gaan we nu uit van de cijfers van de meicirculaire waar het accres is afgetopt en de opschalingskorting is ingerekend (zie hiervoor ook de bijlage 1. Analyse meicirculaire 2022). Hier loopt nog wel een lobby bij het Rijk om dit aan te passen. Wanneer dit wordt aangepast zal dit voor 2026 ook zorgen voor hogere accressen. Vanuit het oogpunt van financieel solide beleid houden we hier cijfermatig nog geen rekening mee.
6
(Structurele) begrotingsruimte vrijmaken voor grote investeringsopgaven Vanuit ons coalitieakkoord “Samen duurzaam Vooruit” willen we financiële ruimte richting de begroting vrijmaken een aantal verschillende onderdelen. We willen hierbij de begrotingsruimte strategisch inzetten zodat we het profiel van Oss langjarig kunnen versterken. Daarnaast zien we een aantal concretere posten waarvan we komende maanden uitwerken of het nodig is om daar extra geld aan uit te geven. Verstedelijkingsopgave, Wonen & Mobiliteit We zetten in op een sterke verstedelijking in de spoorzone van Euterpelaan, Golfbad en Raadhuislaan tot aan NS station. Daarnaast gaan we voortvarend aan de slag met de ontwikkeling van Amsteleind. Deze plannen vragen grote investeringen in (duurzame) mobiliteit. Een goede ontsluiting van de hoofdwegenstructuur (o.a. ontsluitingswegen, ongelijkvloerse kruisingen met het spoor) en aandacht voor het versterken van het fietsennetwerk. Dit vraagt grote investeringen voor de toekomst. Stedelijke (maatschappelijke) voorzieningen Voor een aantal grote stedelijke voorzieningen zijn voorbereidingen gestart en voorlopige plannen gemaakt. Dit gaat om grote investeringen waar in de begroting nog beperkt rekening mee gehouden is of aanvullende middelen nodig zijn. We verwachten hier forse bedragen nodig voor te hebben. Het gaat hier om: -
Walkwartier- het Warenhuis: door stijgende bouwkosten is de kans reëel dat we hiervoor aanvullende middelen nodig hebben (voor aandeel wat gemeente zelf realiseert);
-
Golfbad: het huidig vastgestelde financiële kader is dat we de investering (circa € 27 miljoen) terug kunnen verdienen uit een besparing op de jaarlijkse exploitatiekosten (energie en personeel). Gezien de ontwikkelingen van bouwkosten en de energiekosten moet dit financiële kader worden herzien en zijn er aanvullende middelen nodig om dit plan te realiseren. Daarnaast moeten we nog rekening houden met afboeken van de bestaande boekwaarde van circa € 2 miljoen.
-
Lievekamp- Zuiderstrandtheater: voor dit plan is op dit moment “slechts” € 1,5 miljoen eenmalig begroot (plus het krediet voor voorbereidingskosten). Gezien de huidige ruwe kostenraming van € 50 tot € 60 miljoen moet voor dit plan gespaard worden en ook structurele ruimte vrijgemaakt worden in de begroting.
Voor een deel kunnen we hiervoor ook de vrije investeringsruimte binnen de algemene reserve ter hoogte van € 10 miljoen inzetten. Meedoen en ondersteunen We zetten in op een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen, ongeacht je talent of beperking. Richting de begroting bekijken we of het nodig is om extra geld te reserveren voor bijvoorbeeld gratis taalonderwijs voor volwassenen, arbeidsmigranten en statushouders die dit niet zelf kunnen betalen. Daarnaast zetten we in op het voorkomen, verlichten of oplossen van schulden en armoede: een groter bereik in een groeiende groep. Leefbaarheid We gaan investeren in goede voorzieningen, een aantrekkelijke openbare ruimte en een breed sport- en cultuuraanbod. We zetten daarom in op leefbaarheidsprojecten en ontmoeten. Bij het opstellen van de programmabegroting maken we meer financiële ruimte vrij voor onder andere voorzieningen voor ontmoeten in Macharen, Herpen, Ravenstein, Ussen en Oss Zuid en stimuleren we een gezonde leefstijl door ontmoeten en sporten in de openbare ruimte, zoals het Urban Oxx Park. Daarnaast zetten we in op laagdrempelig ontmoeten, het inrichten van een breed vrijwilligersloket, jaarlijks cultuurfonds en versterken we de handhavingscapaciteit in kwaliteit en kwantiteit. Klimaat en Energie We moeten ons aanpassen aan het veranderende klimaat.
Daarom gaan we aan de slag met een programma klimaatadaptatie inclusief vergroening. We bekijken in hoeverre dit binnen bestaande middelen kan en of het nodig is om hier financiële ruimte voor vrij te maken. Voor de warmtetransitie gaan we er van uit dat het Rijk financiële middelen beschikbaar stelt. Indien nodig vullen we deze aan. Ook willen we een slag maken met het verduurzamen van bedrijventerreinen.
7
Daarnaast zetten we in op meekoppelkansen project Meanderende Maas en Zuiderwaterlinie en het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Participatie en initiatieven uit de samenleving We zetten in op het versterken van de verbindingen met de samenleving via bijvoorbeeld extra aandacht voor participatiebeleid en het stimuleren van initiatieven uit de samenleving via ontwikkelbudgetten. Een dienstverlenende en digitale organisatie We willen op een lastige arbeidsmarkt een aantrekkelijk en modern werkgever blijven met een kwalitatief en kwantitatief uitstekend toegeruste organisatie. Een organisatie die digitale vernieuwing omarmt en een plaats geeft, met aansprekende arbeidsvoorwaarden en een inspirerende werkomgeving. Voldoende anticiperen op mogelijke economische ontwikkelingen Door de ontwikkelingen in de wereld zien we een stijgende inflatie, fors stijgende energiekosten, sterk toegenomen bouwkosten en ook een oplopende rente. Deze ontwikkelingen hebben grote effecten voor onze burgers, voor onze gesubsidieerde organisaties, voor onze samenwerkingspartners en uiteraard ook voor onze eigen begroting. We moeten in onze meerjarenbegroting rekening houden dat we voldoende financiële ruimte hebben om ons sociale beleid op het gebied van werk & inkomen/ schuldhulpverlening/ minimabeleid voort te kunnen zetten.
Ook moeten we in onze begroting rekening houden met tegenvallers als de inflatie en rente blijft oplopen. Kostenbeheersing en transformatie sociaal domein We zien dat gebruik en kosten in het sociaal domein al jaren toenemen. De middelen die we krijgen zijn niet toereikend. De ontwikkelingen die de toename veroorzaken – vergrijzing, abonnementstarief enzovoort – zijn lastig te beïnvloeden. We geven prioriteit aan transformatie en kostenbeheersing in het sociaal domein met oog voor de dienstverlening aan inwoners die steun nodig hebben. We sturen scherper op de uitvoering. Gemeentelijke lasten We blijven vasthouden aan een lastendruk van minimaal € 22,50 onder het landelijke gemiddelde. We verhogen de OZB in 2023 met alleen het inflatie percentage. Energiearmoede tegengaan We willen richting de begroting een voorstel uitwerken hoe we als gemeente, aanvullend op het landelijke beleid, maatregelen kunnen nemen om energiearmoede tegen te gaan. We denken hierbij aan: -
Noodhulp om slechter te voorkomen, bijvoorbeeld via bijzondere bijstand;
-
Verduurzaming bij kwetsbare huishoudens.
Oekraïne maatregelen Op dit moment werken gemeenten en veiligheidsregio’s aan het realiseren van opvangplekken. Voor de vergoeding van huisvestingskosten en leefgeld ontvangen we via een specifieke uitkering extra geld vanuit het Rijk op basis van normbedragen. Uitgangspunt is reële compensatie van de extra kosten die gemeenten als gevolg van de opvang van ontheemden uit Oekraïne maken. Inzetten op verhogen van inkomsten Afgelopen jaren hebben we al extra ingezet op het binnenhalen van subsidies. Ook komende periode blijven we hier nadrukkelijk de aandacht voor hebben. Met het inzetten van dit soort financiering kunnen we onze slagkracht op een aantal terreinen vergroten. Daarnaast willen we extra inkomsten uit ons grondbedrijf halen. Dit doen we via onze grondexploitaties en het verhalen van kosten. Winsten uit het grondbedrijf De huidige ruimte binnen de algemene bedrijfsreserve en de toekomstige winsten uit het grondbedrijf blijven we volledig inzetten voor realisatie van onze ruimtelijke ambities.
8
Financiële positie Inleiding In dit hoofdstuk staan we uitgebreid stil bij onze financiële positie. Dat doen we aan de hand van de volgende onderwerpen: -
Samenvatting en conclusies;
-
De financiële kaders en uitgangspunten;
-
De huidige financiële positie;
-
Incidentele begrotingsruimte;
-
Financiële ontwikkelingen en risico’s;
-
Onze reservepositie.
1. Samenvatting en conclusies Door hogere rijksuitgaven en dus door een hogere algemene uitkering is de financiële positie sterk verbeterd. Deze verbetering van de financiële positie is bijzonder te noemen omdat de rijksuitgaven nog nooit zo hoog begroot zijn. Daarnaast zorgen de economische ontwikkelingen voor een sterke stijging van de inflatie en ook van de rente. Dit heeft ook direct effect op onze begroting. Voor onze begroting krijgen we dus te maken met grote financiële ruimte, gekoppeld aan toegenomen risico’s en onzekerheden. We moeten hierin verstandige keuzes maken, met daarin een goede combinatie tussen financieel solide en forse (financiële) inzet op de realisatie van onze ambities. Het financiële beeld richting de begroting ziet er als volgt uit: bedragen x € 1.000 Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Programmabegroting 2022-2025
-155
-85
-71
-14
-15
Eerste financiële tussenrapportage 2022
-648
39
-61
-61
-61
Meicirculaire 2022
-7.050
-6.743
-12.455
-17.086
-5.895
Financieel kader
-7.853
-6.789
-12.587
-17.161
-5.971
Dit betekent dat we op basis van de meicirculaire 2022 structurele ruimte in de begroting voorzien van € 6 miljoen. Voor de jaren 2024 en 2025 zien we hogere voordelige saldo’s. Wanneer we er rekening mee houden dat er € 6 miljoen aan structureel voordeel is hebben we in die jaren aanvullende incidentele ruimte van: -
€ 6,5 miljoen in 2024 (namelijk het voordelig saldo van € 12,5 miljoen minus € 6 miljoen aan structurele ruimte);
-
€ 11 miljoen in 2025 (het voordelig saldo van afgerond € 17 miljoen minus € 6 miljoen aan structurele ruimte).
De septembercirculaire (gekoppeld aan de landelijke miljoenennota) zal nog invloed hebben op dit beeld. Daarnaast zien we risico's en onzekerheden op het gebied van: -
Realiteitsgehalte hoogte van de rijksuitgaven. Wanneer het Rijk in werkelijkheid niet in staat is om uitgaven te doen, krijgen we te maken met tegenvallers in de algemene uitkering. We hebben bij de berekening van de algemene uitkering rekening gehouden met een verwachte onderuitputting bij het Rijk van 20% van de stijging van het accres.
-
Stijgende inflatie, stijgende energiekosten, sterk toegenomen bouwkosten en stijgende rente. Deze ontwikkelingen hebben grote effecten voor onze burgers, voor onze gesubsidieerde organisaties, voor onze samenwerkingspartners en uiteraard ook voor onze eigen begroting.
-
Nog geen structurele financiering vanuit het Rijk voor Jeugdhulp. Alleen voor het jaar 2023 zijn extra middelen toegekend.
-
Structurele effecten vanuit COVID-19.
-
De krapte op de arbeidsmarkt.
-
Kostenstijgingen in het sociaal domein.
9
Samengevat is het financiële perspectief gunstig te noemen, maar stijgen de risico’s voor een solide meerjarenbegroting ook. 2. Financiële kaders en uitgangspunten In het coalitieakkoord ‘Samen Duurzaam Vooruit’ is gekozen voor een degelijk financieel beleid in onzekere tijden. Onze ambitie is om ons huishoudboekje blijvend op orde te houden door een stabiel financieel beleid, heldere afspraken en financiële lenigheid om in te spelen op nieuwe omstandigheden. We willen de lokale lastendruk voor onze inwoners en bedrijven laag houden. Tegen deze achtergrond gelden de volgende algemene financiële kaders en uitgangspunten: 1.
Ons financieel beleid blijven we gedegen en solide vormgeven. We hebben een begroting die meerjarig (structureel) sluitend is. Tussentijdse beperkte, niet structurele, tekorten zijn aanvaardbaar als we deze uit reserves kunnen afdekken.
2.
We hebben een algemene reserve die voldoet aan de gestelde normen (10% van de algemene uitkering). Binnen onze algemene reserve zien we incidentele begrotingsruimte. We zetten deze ruimte in om onze ambities in dit coalitieakkoord te waar te maken.
3.
We kijken jaarlijks kritisch naar alle reserves. In de nota reserves, die de gemeenteraad tegelijk met de programmabegroting behandelt, lichten we de reserves uitgebreid toe.
4.
De winsten uit het grondbedrijf zetten we in voor onze omvangrijke ruimtelijke opgaves (ontsluitingswegen, spoorzone, mobiliteitsplan, plan Groen/ blauw/ natuur). Daarnaast vragen we bijdragen aan ontwikkelende partijen, die op deze manier hier ook aan meebetalen.
5.
Via actieve lobby en netwerken zetten we in op actief geld van derden te verwerven zoals bijdragen uit landelijke, regionale en Europese fondsen. De landelijke fondsen voor woningbouwimpulsen, volkshuisvesting en klimaat & energie bieden nadrukkelijk kansen.
6.
We blijven lobbyen voor structurele compensatie van de hogere kosten voor jeugdhulp en Wmo. Ook lobbyen we voor de afschaffing van de zogenaamde opschalingskorting. Als gemeenten hebben we meer financiële armslag nodig om alle (landelijke) ambities te realiseren. Dit geldt nadrukkelijk ook voor de grote energieopgave en woningbouwopgave.
Meer specifiek gelden de volgende kaders: Gemeentelijke belastingen en heffingen De lokale lastendruk houden we minimaal op € 22,50 onder het landelijke gemiddelde. Een extra OZBverhoging wordt slechts ingezet in combinatie met het realiseren van een specifieke ambitie. We blijven uitgaan van 100% kostendekking van tarieven en heffingen. Voor het jaar 2023 kiezen we voor: -
OZB stijging van 2,8%. Dit betreft de reguliere verwachte inflatiestijging over 2023. Het CPB presenteert regelmatig cijfers over prijsontwikkeling. Uitgangspunt voor ons zijn de cijfers van het Centraal Planbureau afkomstig uit het centraal economisch plan. Dit is de systematiek die we al jaren gebruiken en dus bestendig beleid. Deze cijfers zijn ook opgenomen in de meicirculaire. Uit de gepresenteerde cijfers kiezen we specifieke cijfers die betrekking hebben op de overheid. Deze inflatiecijfers sluiten het beste aan met de loon- en prijsontwikkeling waarmee we als gemeente te maken krijgen. Hierdoor is er een goede koppeling tussen de kosten- en opbrengstontwikkeling.
-
Kostendekkende tarieven voor afval en riolering.
Op basis van cijfers van het onderzoeksinstituut COELO is onze lokale lastendruk fors onder het landelijke gemiddeld, namelijk € 94. Eerlijkheidshalve merken we hierbij op dat dit cijfers mogelijk te optimistisch is. We hebben namelijk per 1-1-2022 een nieuw systeem ingevoerd voor de afvalstoffenheffing. Hierbij hanteren we een tarief, waarbij de burger achteraf een korting krijgt wanneer zij de container minder vaak laat ledigen. Het tarief is gebaseerd op 17/18 keer ledigen. Het COELO is ervan uitgegaan dat de “gemiddelde” burger de container 13 of 14 keer laat ledigen en hiermee een korting krijgt van € 17,50. Of dit daadwerkelijk zo zal zijn weten we pas na het jaar 2022.
10
In de Atlas van de lokale lasten heeft het COELO voor 2021 en 2022 het volgende beeld berekend: 2021 Lastendruk standaardwoning
2022
Oss
Landelijk
Oss
Landelijk
Onroerende zaakbelastingen
€ 307
€ 305
€ 370
€ 380
Afvalstoffenheffing
€ 298
€ 305
€ 266
€ 317
Rioolheffing
€ 169
€ 201
€ 174
€ 207
Totaal
€ 774
€ 811
€ 810
€ 904
De gemiddelde woning is volgens het COELO in 2021 gestegen met 15,1% (landelijk 9,5%). De gemiddelde waarde van een koopwoning bedraagt daarmee in 2022 € 355.570. Opgemerkt wordt ook dat het onderzoeksinstituut COELO in 2022 de definitie van de gemiddelde woning heeft aangepast. Tot 2022 hanteerden ze de definitie van een gemiddelde woning bestaande uit huur en koopwoning. Vanaf 2022 hanteren ze bij de berekening van de gemiddelde OZB kosten de definitie van een gemiddelde koopwoning. Dit is ook logischer omdat eigenaren van woningen direct OZB betalen. Prijsontwikkeling Het CPB verwacht in 2023 voor de overheidsuitgaven een prijsontwikkeling van 2,3% (prijs overheidsconsumptie netto materieel). Voor de loonontwikkeling gaan ze uit van 3,3% (prijs overheidsconsumptie beloning werknemers). Gezien de huidige ontwikkelingen in de wereld lijkt dit laag te zijn. Voor het jaar 2022 hielden we rekening met 2%, terwijl het CPB nu aangeeft dat bovenstaande cijfers respectievelijk 4,1% en 4,8% bedragen. In de jaarlijkse meicirculaire van het gemeentefonds krijgen gemeenten in principe geld voor de verwachte loon- en prijsontwikkeling. Vanuit de meicirculaire zetten we daarom de noodzakelijke bedragen apart om loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen.
Gesubsidieerde instellingen Bij gesubsidieerde professionele instellingen is in zijn algemeenheid sprake van een 80/20-verhouding tussen het loongevoelige en prijsgevoelige deel van de uitgaven. Voor budgetsubsidies wordt voor de compensatie van loonstijging uitgegaan van de specifieke CAO-ontwikkelingen per sector en voor de compensatie van prijsstijging wordt uitgegaan van een inflatie van 2,3% (% overheidsconsumptie netto materieel 2023). Bij de overige subsidies zoals professionele instellingen zonder budgetovereenkomst en niet-professionele organisaties wordt ook dit percentage van 2,3% voor prijscompensatie gehanteerd. Post onvoorzien In de begroting hebben we een jaarlijkse post onvoorzien van € 300.000 opgenomen. Dit bedrag kan door het college gedurende het jaar ingezet worden voor incidentele tegenvallers. Criteria daarvoor zijn: -
onuitstelbaar
-
onvermijdbaar
-
onvoorzienbaar
De verantwoording van de inzet van deze post nemen we op in de reguliere planning- en controldocumenten.
11
3. Huidige financiële positie Het financieel beeld wordt bepaald door:
De meerjarenraming van de programmabegroting 2022-2025;
De uitkomsten van de meicirculaire 2022;
3O-ontwikkelingen vanuit de eerste financiële tussenrapportage over 2022 (met focus op doorwerking vanuit de jaarrekening);
3O-ontwikkelingen die pas bij het maken van de programmabegroting 2022-2025 bekend zijn;
De uitkomsten van de septembercirculaire 2022.
In de volgende tabel hebben we de uitkomsten samengevat. Bedragen x € 1.000 Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Programmabegroting 2022-2025
-155
-85
-71
-14
-15
Eerste financiële tussenrapportage 2025
-648
39
-61
-61
-61
Meicirculaire 2022
-7.050
-6.743
-12.455
-17.086
-5.895
Financieel kader
-7.853
-6.789
-12.587
-17.161
-5.971
Dit betekent dat we op basis van de meicirculaire 2022 structurele ruimte in de begroting voorzien van € 6 miljoen. Voor de jaren 2024 en 2025 zien we hogere voordelige saldo’s. Wanneer we er rekening mee houden dat er € 6 miljoen aan structureel voordeel is hebben we in die jaren aanvullende incidentele ruimte van: -
€ 6,5 miljoen in 2024 (namelijk het voordelig saldo van € 12,5 miljoen minus € 6 miljoen aan structurele ruimte);
-
€ 11 miljoen in 2025 (het voordelig saldo van afgerond € 17 miljoen minus € 6 miljoen aan structurele ruimte).
De septembercirculaire (gekoppeld aan de landelijke miljoenennota) zal nog invloed hebben op dit beeld.
Toelichting op de tabel: Programmabegroting 2022-2025 Het beginsaldo van deze rapportage is het saldo van de programmabegroting 2022-2025. Voor het jaar 2022 was er een voordelig saldo van € 155.000 begroot. Het laatste jaar sluit met een voordelig saldo van € 15.000. De begroting was hiermee meerjarig sluitend. Eerste financiële tussenrapportage 2022 Per saldo geven de uitkomsten van deze financiële tussenrapportage een voordeel in 2022 van € 648.000 en € 61.000 in 2025. Dit zorgt ervoor dat we in het jaar 2022 een voordelig saldo hebben van afgerond € 803.000. Voor de overig jaren blijven we een beperkt voordelig saldo houden. Bij het opstellen van de programmabegroting 2023-2026 actualiseren we het financieel perspectief nogmaals en kan bepaald worden waar we het eventuele voordelige saldo voor in kunnen zetten. De belangrijkste wijzigingen uit deze rapportage zijn:
Hogere opbrengsten leges omgevingsvergunning en inhuurbudget voor VTH: We hebben een voordeel van € 1,7 miljoen in 2022 door hogere verwachte leges voor omgevingsvergunningen. We willen hiervan € 600.000 inzetten voor inhuur van personeel door de toegenomen werkzaamheden.
We hebben een nadeel in 2022 van € 280.000 doordat er geen handhaving was op het betaald parkeren.
We hebben een nadeel in 2022 van € 253.000 door het kwijtschelden van reclame- en precariobelasting.
We hebben een structureel voordeel van € 119.000 door hogere OZB opbrengsten door areaaluitbreidingen.
We hebben een structureel nadeel van € 51.000 voor de beheer en onderhoudskosten van gymzaal basisschool 't Schrijverke.
12
Meicirculaire 2022 Samengevat is de uitkomst van de meicirculaire als volgt: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000
Meicirculaire 2022 Septembercirculaire 2021 Saldo Voorstel: onderuitputting accres Totale stijging
2022
2023
2024
2025
2026
-216.214
-218.195
-222.465
-227.833
-209.421
-200.976
-195.645
-194.778
-195.627
-195.627
-15.238
-22.550
-27.687
-32.206
-13.794
1.165
3.462
5.417
6.241
0
-14.073
-19.088
-22.270
-25.965
-13.794
De algemene uitkering stijgt de komende jaren fors. De algemene uitkering komt uit op een stijging van € 15 miljoen in 2022 en de jaren erna zelfs stijgingen van € 22 miljoen oplopend tot € 32 miljoen. Daarna neemt de stijging sterk af in het zogenaamde “ravijnjaar”. In dat jaar wordt de systematiek van “samen de trap op” aangepast (zie latere toelichting). Hoe wordt dit nu veroorzaakt? De stijging wordt veroorzaakt door de hogere rijksuitgaven. Door de systematiek van “samen de trap opsamen de trap af” betekent dit dat als het Rijk veel meer geld uitgeeft, gemeenten ook meer geld krijgen. De meicirculaire 2022 is gebaseerd op de landelijke voorjaarsnota. Hierin zitten alle effecten uit het coalitieakkoord Rutte IV en ook zitten er hogere rijksuitgaven in als gevolg van defensie, opvang vluchtelingen, inflatie, koppeling OAW. Dit geeft flink hogere accressen. De accressen zijn nu zelfs zo hoog dat er landelijk grote twijfels zitten bij het realiteitsgehalte van deze cijfers. Voorzichtigheidshalve gaan we bij de meicirculaire uit van een ‘onderuitputting’. Dat wil zeggen dat we verwachten dat het Rijk haar eigen uitgaven te hoog heeft ingeschat. Landelijk gezien twijfelt men ook over het realiteitsgehalte van de cijfers. Daarom nemen we, net als vele andere gemeenten, een onderuitputting op van het accres van 20%.
Wanneer het accres ‘bevroren’ wordt voor de jaren 2022-2025 kan dit voorstel voor het opnemen van een correctie voor onderuitputting komen te vervallen. Op dit moment worden hierover afspraken gemaakt tussen VNG en het Rijk. Bij de programmabegroting zullen we dit dan verwerken op basis van de septembercirculaire. Welk deel is “vrij besteedbaar”? In de algemene uitkering krijgen we elk jaar geld voor een aantal specifieke posten. Dit kunnen specifieke nieuwe wetten zijn waarvoor we geld krijgen voor de uitvoering, specifiek geld voor decentralisatie-uitkeringen in het sociaal domein etc.. Maar ook krijgen we jaarlijks via de meicirculaire (gedeeltelijke) compensatie voor loon- en prijsstijgingen. Juist deze laatste is in deze tijd erg lastig in te schatten, dus hebben we in totaal circa € 8 miljoen hiervoor jaarlijks geraamd. Al deze posten noemen we “afzonderingen” (zie aparte toelichting). Wanneer we het totaalbedrag aan afzonderingen van het voordeel van de algemene uitkering afhalen ontstaat er het netto voordeel.
13
Samengevat ontstaat er dan het volgende beeld:
Totale stijging Af te zonderen posten Netto voordeel
2022 -14.073
2023 -19.088
2024 -22.270
Bedragen x € 1.000 - is voordeel, + is nadeel 2025 2026 -25.965 -13.794
7.023 -7.050
12.345 -6.743
9.815 -12.455
8.879 -17.086
7.899 -5.895
Het netto voordeel uit de algemene uitkering is dus € 7 miljoen positief in 2022 en 2023. Hierna stijgt dit voordeel naar €12 miljoen in 2024 en €17 miljoen in 2025. In 2026 neemt dit voordeel weer sterk af naar € 6 miljoen. In bijlage 1 hebben we een uitgebreide toelichting op de uitkomsten van de meicirculaire opgenomen. 4. Incidentele begrotingsruimte De incidentele begrotingsruimte wordt vooral bepaald door de ruimte binnen de algemene reserve en de ruimte binnen de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf. Algemene reserve De omvang van de algemene vrije reserve is per 1 januari 2022 afgerond € 31 miljoen (inclusief saldobestemming jaarrekening 2021). De minimale norm van deze reserve is 10% van de algemene uitkering. Op basis van de meicirculaire 2022 is dat € 21,6 miljoen. De reserve is nu hoger dan de minimale omvang. Voor het jaar 2022 is er een onttrekking geraamd van € 1,9 miljoen (inclusief voorgestelde onttrekking voor het Zuiderstrandtheater van € 750.000). Dit betekent dat er een ruimte is van afgerond € 10 miljoen. Algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf De algemene reserve van het grondbedrijf is per 1-1-2022 gestegen naar € 24,4 miljoen. Het minimale niveau van deze reserve om risico's in bestaande grondexploitaties af te dekken bedraagt € 4,4 miljoen in 2022 en stijgt naar € 5,3 miljoen in 2026.
De algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf is direct gekoppeld aan de ruimtelijke ambities. In de programmabegroting 2022-2025 zijn hiervoor belangrijke kaders vastgesteld. We hebben grote ambities op het gebied van wonen en werken. We willen de komende 15 jaar 8.200 woningen bouwen en nieuwe bedrijventerreinen ontwikkelen. Deze ambities hebben consequenties voor de bereikbaarheid en infrastructuur van onze stad. We zetten via een actief grondbeleid in op zowel inbreidingslocaties als uitbreidingslocaties. Voor de financiële haalbaarheid hebben we in de programmabegroting vanuit de algemene bedrijfsreserve het volgende gereserveerd: -
Reserve voor strategische aankopen uitbreidingslocaties: € 5,1 miljoen extra (om gronden (tijdelijk) af te boeken naar lagere agrarische waarde;
-
Fonds voor inbreidingslocaties: € 10 miljoen (om onrendabele ontwikkelingen te kunnen betalen met name in en om de Osse binnenstad)
-
Reserve bovenwijkse voorzieningen (infrastructurele ontwikkelingen): € 3,1 miljoen.
Daarnaast voorzien we omvangrijke ruimtelijke opgaves (ontsluitingswegen, spoorzone, mobiliteitsplan, plan Groen/ blauw/ natuur). Hiervoor gaan we sparen door: a.
Resultaten grondbedrijf: we kiezen ervoor om alle winsten die in de toekomst uit het grondbedrijf komen hiervoor te reserveren.
b.
Bijdrage bovenwijkse voorzieningen. Op basis van de nota kostenverhaal gaan we een bijdrage vragen aan ontwikkelende partijen voor de aanleg van bovenwijkse voorzieningen, zoals fase 3 Noordelijke ontsluitingsweg, ontsluitingsweg Oss West en nieuw mobiliteitsplan.
c.
Bijdragen bovenwijkse netwerkvoorzieningen. Op basis van de nota kostenverhaal gaan we een bijdrage vragen aan ontwikkelende partijen voor de aanleg van bovenwijkse netwerk voorzieningen, zoals plan Groen/ Blauw & Natuur, vergroening Noordelijke ontsluitingsweg en de plannen van de spoorzone.
d.
Reserve mobiliteit met de bijbehorende structurele dekkingsmiddelen: de reserve mobiliteit wordt met ingang van het jaar 2023 primair ingezet voor de grote mobiliteitsopgaves, inclusief voor mogelijke plannen van de ontwikkeling van de spoorzone. 14
Daarnaast hebben we vanaf het jaar 2025 een jaarlijks bedrag geraamd van € 750.000 voor de ontwikkeling van de spoorzone. Daarbij is het goed om op te merken dat de genoemde bedragen in de programmabegroting eerste grove berekeningen zijn en dat plannen eerst nog nader uitgewerkt moeten worden (dit zijn voor nu meer strategisch vergezichten). We verwachten in de komende jaren nog bijdragen vanuit de algemene reserve van circa € 13 miljoen voor de periode 2023-2026. Besluitvorming hierover vindt pas plaats na feitelijke realisatie. Overige reserves We hebben ook diverse bestemmingsreserves waar in principe nog bestedingsmogelijkheden zijn. In bijlage hebben we een overzicht van de grootste bestemmingsreserves opgenomen. Deze reserves geven een beeld van de incidentele investeringsruimte in de komende jaren.
15
Bijlage 1: Meicirculaire 2022 Samenvatting In deze bijlage geven we een totaaloverzicht van de uitkomsten van de meicirculaire 2022. We beginnen met een samenvattend overzicht in de tabel. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 2022
2023
2024
2025
2026
Meicirculaire 2022
-216.214
-218.195
-222.465
-227.833
-209.421
Septembercirculaire 2021
-200.976 -15.238
-195.645 -22.550
-194.778 -27.687
-195.627 -32.206
-195.627 -13.794
1.165
3.462
5.417
6.241
0
-14.073
-19.088
-22.270
-25.965
-13.794
Saldo Voorstel: onderuitputting accres Totale stijging
Analyse De belangrijkste verklaringen van de stijging van de algemene uitkering zijn:
Belangrijkste verklaringen
2022
2023
2024
Stijging accres
Bedragen x € 1.000 - is voordeel, + is nadeel 2025 2026
-5.827
-17.311
-27.085
-31.205
-18.615
Herverdeling gemeentefonds
0
-694
-2.082
-3.470
-3.470
Opschalingskorting
0
-2.095
-2.797
-3.515
0
Abonnementstarief Wmo
0
0
0
442
450
Woningbouwimpuls/ volkshuisvestingsfonds
0
1.310
1.309
1.301
1.301
Jeugdhulp
0
-1.601
245
226
156
Energietoeslag
-3.764
0
0
0
0
Diverse taakmutaties/ afzonderingen
-2.996
-2.204
-2.172
-2.188
-2.221
-2.651 -15.238
45 -22.550
4.895 -27.687
6.203 -32.206
8.605 -13.794
1.165
3.462
5.417
6.241
0
-14.073
-19.088
-22.270
-25.965
-13.794
Overige ontwikkelingen Saldo Voorstel: onderuitputting accres 20% Totale stijging
Stijging accres en het “ravijnjaar” 2026 Hogere rijksuitgaven leiden tot hogere accressen. De meicirculaire 2022 is gebaseerd op de landelijke voorjaarsnota. Hierin zitten alle effecten uit het coalitieakkoord Rutte IV en ook zitten er hogere rijksuitgaven in als gevolg van defensie, opvang vluchtelingen, inflatie, koppeling OAW. Dit geeft flink hogere accressen. De accressen zijn nu zelfs zo hoog dat er landelijk grote twijfels zitten bij het realiteitsgehalte van deze cijfers. Daarom houden we rekening met een onderuitputting van 20% van de stijging van het accres tot en met 2025. In 2026 is het accres afgetopt. Daarom hebben we in 2026 geen onderuitputting opgenomen. Veel gemeenten hanteren deze systematiek. Wanneer het accres ‘bevroren’ wordt voor de jaren 2022-2025 kan dit voorstel voor het opnemen van een correctie voor onderuitputting komen te vervallen. Op dit moment worden hierover afspraken gemaakt tussen VNG en het Rijk. Bij de programmabegroting zullen we dit dan verwerken op basis van de septembercirculaire.
16
Al vele jaren is de systematiek binnen de algemene uitkering “samen de trap op- samen de trap af”. Dit betekent praktisch gezien dat als het Rijk meer geld uitgeeft de gemeenten ook extra geld ontvangen (en andersom). Tot en met het jaar 2025 wordt deze systematiek gehanteerd, wat betekent dat door de hoge rijksuitgaven het flink positief is voor gemeenten. Het Rijk heeft echter eenzijdig besloten om vanaf het jaar 2026 deze systematiek los te laten en het acces “af te toppen”. Dit betekent een fors nadeel in het jaar 2026 ten opzichte van het jaar 2025. Met een onafhankelijke begeleider wordt er in de toekomst gewerkt aan een nieuwe financieringssystematiek voor 2026 en verder. “Het ravijn” wordt versterkt doordat de zogenaamde opschalingskorting (zie latere toelichting) tot en met het jaar 2025 verdwijnt, maar dat deze in het jaar 2026 weer terugkomt. Herverdeling gemeentefonds De afgelopen jaren is gewerkt aan een nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Dit was nodig omdat de verdeling van het rijksgeld over de gemeenten in de loop der jaren is scheefgegroeid. Sommige gemeenten kregen te veel, anderen te weinig. Het nieuwe verdeelstelsel wordt per 1-1-2023 ingevoerd met daarbij volgende afspraken:
De nieuwe verdeling wordt stap voor stap in drie jaar ingevoerd, zodat gemeenten de tijd hebben om zich aan de nieuwe financiële situatie aan te passen. Het ingroeipad is +/- € 7,50 in 2023, +/- € 15 in 2024 en 2025. Hierdoor komt het maximale effect uit op € 37,50 per inwoner.
De ontwikkeling van de kosten van gemeenten wordt in de gaten gehouden. Na evaluatie wordt besloten over het traject 2026 en verder.
De uitkomsten van de herverdeling zijn voor onze gemeente positief. We ontvangen na het ingroeipad € 37,50 per inwoner extra. Dit is een bedrag van ongeveer € 3,5 miljoen jaarlijks vanaf 2025. Opschalingskorting De opschalingskorting is enkele kabinetten geleden opgenomen. Het betrof een taakstellende bezuiniging voor alle gemeenten, met als achterliggende gedachte te komen tot grotere, efficiëntere gemeenten. Het beleid om gemeenten te laten samengaan is echter snel beëindigd, de taakstelling is wel gehandhaafd. Deze korting staat al lange tijd ter discussie. In het regeerakkoord wordt de opschalingskorting tot en met 2025 op het niveau van 2019 bevroren. Al eerder was besloten om dit voor de jaren 2021 en 2022 te doen. Nu dus nog aanvullend voor de jaren 2023 tot en met 2025. Dit betekent een voordeel van € 2,1 miljoen in 2023 oplopend tot € 3,5 miljoen in 2025. In het jaar 2026 wordt de opschalingskorting landelijk echter weer ingeboekt en komt de taakstelling weer volledig terug. Dit betekent een nadeel van € 3,5 miljoen in 2026 ten opzichte van 2025. Met de VNG lobbyen we actief dat deze onrechtvaardige korting definitief verdwijnt. Abonnementstarief Wmo Bij de invoering van het abonnementstarief zijn gemeenten gecompenseerd voor het wegvallen van de eigen bijdragen Wmo. Er is onvoldoende rekening gehouden met de stijging van het gebruik.
Er geldt geen inkomensgrens of eigen bijdrage. Dus ook mensen die het prima zelf kunnen betalen, hebben recht op een goedkope huishoudelijke hulp via de gemeente. Hier wordt dan ook massaal gebruik van gemaakt. Het regeerakkoord stelt dat door stijgend gebruik van de huishoudelijke hulp de beschikbaarheid van voorzieningen onder de Wmo onder druk staat. Daarom wordt toegewerkt naar een eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid voor lage en middeninkomens. De beoogde inwerkingtreding van nieuwe wet is gesteld op 1 januari 2025. De aanpassing moet leiden tot een taakstellende besparing van landelijk € 95 miljoen. De algemene uitkering is per 2025 hiermee al verlaagd. Dit is een bedrag van circa € 450.000 jaarlijks vanaf 2025. We verlagen onze Wmo budgetten ook met dit bedrag. Er is nog onduidelijkheid over de inhoud van deze ingeboekte besparing. De VNG blijft inzetten op volledige compensatie voor gemeenten voor de meerkostenkosten van het abonnementstarief.
17
Woningbouwimpuls en volkshuisvestingsfonds Het Rijk neemt een forse greep uit het gemeentefonds voor woningbouwimpuls en voor volkshuisvestingsfonds. Deze fondsen worden landelijk betaald vanuit gemeentelijke middelen (gemeentefonds). We kunnen hier als gemeente ook weer van profiteren via specifieke uitkeringen. Gezien onze woningopgave biedt dit kansen om extra subsidieaanvragen te doen. Voor het volkshuisvestingsfonds gaat het om € 150 miljoen per jaar en voor het woningbouwimpuls om € 100 miljoen per jaar. Dit voor de periode 2023-2025, waarbij we rekening houden dat de korting de jaren erna door blijft gaan. Voor onze gemeente betekent deze korting op het gemeentefonds ongeveer een nadeel van € 1,3 miljoen per jaar. Jeugdhulp Het verleden: Al langer is er discussie over voldoende middelen voor gemeenten voor de uitvoering van jeugdhulp. Op 18 mei 2021 heeft de Commissie van Wijzen (CvW) uitspraak gedaan en advies gegeven over het geschil tussen Rijk en gemeenten over de structurele financiering van jeugdhulp. Naar aanleiding van de uitspraak heeft het kabinet destijds besloten om in 2022 € 1,314 miljard extra beschikbaar te stellen aan gemeenten voor de tekorten vanwege de jeugdzorg. Gemeenten committeren zich daarbij aan de invulling van een set aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen opleveren.
Daarnaast gaan Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (o.a. cliënten, aanbieders en professionals) aan de slag met het opstellen van een Hervormingsagenda. Deze agenda bestaat uit de combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Deze hervormingsagenda moet volgens de commissie ook financieel voordeel op gaan leveren in de toekomst. Een nieuw kabinet zou een besluit nemen over de structurele financiën en de noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. De uitspraak van de commissie van Wijzen zal daarbij als zwaarwegende inbreng gelden. In onze vorige begroting mochten we rekening houden met het extra geld over 2022 (zekerheid) en met 75% van de bedragen zoals deze opgenomen waren in de hervormingsagenda (deze bedragen waren/ zijn onzeker). Het percentage van 75% was gekozen vanuit behoedzaamheid. Dit betekent dat we vorig jaar in onze begroting de volgende bedragen hebben opgenomen:
Extra gelden jeugdzorg
2022 7.168
Bedragen * € 1.000 2023 2024 2025 5.990 5.623 5.182
Dit geld is in de programmabegroting 2022-2025 voor een bedrag van € 4.370.000 ingezet om de eerdere tekorten die we hebben gehad te compenseren. Het overige deel is toegevoegd aan de budgetten voor jeugdhulp. Dat was en is realistisch vanuit het financieel perspectief en tegelijkertijd financieel solide gelet op de risico’s binnen jeugdhulp. Actualiteit Er ligt nog geen definitief besluit vanuit het kabinet over de financiering van jeugdhulp. Het kabinet stelt via de meicirculaire incidenteel geld beschikbaar voor het jaar 2023. Omdat we rekening hadden gehouden met 75% (en nu krijgen we 100% van de hervormingsagenda) betekent dit een voordeel van € 1,6 miljoen. Daarnaast gaat het kabinet de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt. De gelden voor 2024 en verder zijn dus nog niet definitief.
Vandaar dat we voorstellen om dezelfde lijn te blijven hanteren als vorig jaar en 75% van de bedragen uit de hervormingsagenda te blijven ramen. In het Coalitieakkoord is daarnaast een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van € 100 miljoen in 2024, oplopend naar ruim € 500 miljoen in 2025 en volgende jaren. Hierover is landelijk veel discussie geweest. Het kabinet heeft nu besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is. Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda.
18
Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Uiteraard is het noodzakelijk - en gaat het kabinet hiervan uit - dat gemeenten hun medewerking verlenen bij de uitwerking en uitvoering van deze maatregelen. Energietoeslag De gemeenten hebben de bevoegdheid gekregen om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen - heeft het kabinet in totaal € 854 miljoen beschikbaar gesteld. Dit is voor ons een bedrag van € 3,8 miljoen in 2022. Opvang vluchtelingen Op dit moment werken gemeenten en veiligheidsregio’s aan het realiseren van opvangplekken. Voor de vergoeding van huisvestingskosten en leefgeld ontvangen we via een specifieke uitkering extra geld vanuit het Rijk op basis van normbedragen. Uitgangspunt is reële compensatie van de extra kosten die gemeenten als gevolg van de opvang van ontheemden uit Oekraïne maken. Daarnaast komen er specifieke uitkeringen voor: -
Tijdelijke onderwijshuisvesting (als de instroom van Oekraïense leerlingen leidt tot extra kosten kunnen deze achteraf gedeclareerd worden);
-
Extra kosten leerlingenvervoer (afstand tussen de opvanglocatie en onderwijsinstellingen);
-
Extra kosten voor Jeugdwet, Wmo, Basistakenpakket JGZ, Rijksvaccinatieprogramma en Prenataal Huisbezoek. De compensatie wordt vastgesteld op basis van (een raming) van daadwerkelijke aantallen opgevangen Oekraïense ontheemden. In de decembercirculaire 2022 zal de compensatie worden verwerkt. De komende periode wordt de compensatie en verdeling, in overleg tussen het Rijk en VNG, nader uitgewerkt.
De overige taakmutaties en de overige ontwikkelingen worden veelal toegelicht bij de af te zonderen posten.
19
Af te zonderen posten De meicirculaire 2022 laat ten opzichte van de septembercirculaire 2021 voor alle jaren een stijging zien. Van deze bedragen moeten we diverse bedragen afzonderen voor specifieke onderwerpen. Afzonderen als we voor specifieke beleidsvelden extra geld krijgen, maar ook afzonderen in gevallen dat we gekort worden op specifieke beleidsvelden. Dit geeft het volgende beeld:
Omschrijving
Bedragen x € 1.000 - is voordeel, + is nadeel 2025 2026
2022
2023
2024
-14.073
-19.088
-22.270
-25.965
-13.794
Af te zonderen posten Loon- en prijsstijgingen 2023 Jeugdzorg Voogdij 18+ Inburgering Beschermd wonen Maatschappelijke opvang Participatie Wajong en begeleiding Participatie WSW Eigen bijdrage huishoudelijke hulp Wmo Uitvoeringskosten klimaatakkoord Duurzame polder Energietoeslag Brede aanpak dak- en thuisloosheid Versterking dienstverlening gemeenten Extra capaciteit handhaving (BOA's) Overige posten
PM 0 162 0 820 -104 67 458 0 536 125 3.764 520 402 46 227
8.500 1.601 162 23 1.256 -105 67 433 0 0 0 0 0 421 46 -59
7.900 -245 162 23 1.256 -105 67 388 0 0 0 0 0 407 46 -84
7.400 -226 162 23 1.256 -105 67 371 -442 0 0 0 0 412 46 -85
7.000 -156 162 24 1.264 -105 170 -408 -450 0 0 0 0 443 46 -91
Totaal af te zonderen posten
7.023
12.345
9.815
8.879
7.899
Saldo meicirculaire
-7.050
-6.743
-12.455
-17.086
-5.895
Meicirculaire 2022
Toelichting Af te zonderen posten Van de uitkomsten van de meicirculaire moeten we nog diverse bedragen apart zetten voor specifieke onderwerpen. Deze beschrijven we hierna. Loon- en prijsstijgingen 2023 We zetten geld apart om loon- en prijsstijgingen te kunnen betalen, vanaf 2023 € 8,5 miljoen extra. Gezien de huidige ontwikkelingen in de wereld is het erg lastig in te schatten wat de inflatie in 2023 gaat doen. Dit is voor komende begroting nog een grote risicopost. Het CPB verwacht dat de inflatie in 2023 lager zal zijn dan in 2022. We krijgen in 2022 sowieso te maken met een veel hogere inflatie dan we oorspronkelijk verwacht hadden. In deze stelpost hebben we rekening gehouden met onder andere: -
een loonstijging (er is nog geen nieuwe CAO voor 2023) van 3,9%;
-
een stijging in het sociaal domein (jeugd en Wmo) op basis van de OVA van 3,72% in 2023;
-
een forse stijging voor energiekosten (circa 80% stijging);
-
en stijging van de bouwkosten voor groot aantal investeringen. Hierbij is rekening gehouden met 15% stijging van de bouwkosten (gekoppeld aan een investeringsvolume de komende jaren van circa € 95 miljoen);
-
Hogere prijsstijgingen in de kosten van beheer openbare ruimte;
-
Hogere prijsstijgingen bij gemeenschappelijke regelingen en subsidies.
20
Jeugdzorg Het kabinet stelt via de meicirculaire incidenteel geld beschikbaar voor het jaar 2023. Omdat er rekening hadden gehouden met 75% (en nu krijgen we 100% van de hervormingsagenda) betekent dit een voordeel van € 1,6 miljoen. Dit geld reserveren we voor de uitvoering van jeugdhulp. De jaren erna verlagen we het budget voor jeugdhulp omdat door bijstellingen het bedrag wat we eerder hadden opgenomen (75%) te hoog is gebleken. Voogdij 18+ Het budget voor Voogdij 18+ wordt vanaf 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Daarnaast ontvangen we € 162.000 extra voor de uitvoering van Voogdij 18+. Dit bestaat uit loon- en prijsontwikkelingen voor het jaar 2022. Daarnaast is het budget voor 2022 gebaseerd op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Inburgering Het budget voor Inburgering wordt vanaf 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Daarnaast ontvangen we via de algemene uitkering extra geld (€ 23.000) voor de leefbaarheidstoets. De leerbaarheidstoets heeft als doel om inzicht te geven in het niveau van de Nederlandse taal dat een inburgeringsplichtige kan bereiken gedurende de inburgeringstermijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de begeleiding bij de afname van de leerbaarheidstoets. Beschermd wonen Het budget voor beschermd wonen stijgt met € 820.000 in 2022 oplopend tot € 1,3 miljoen voor de jaren erna.