Jaarverslag en jaarrekening 2024 - inclusief controleverklaring accountant
Tekst van het document
Jaarverslag en jaarrekening 2024
Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief
3
Leeswijzer
5
Samenvattend financieel beeld
9
Financiën programma's in één oogopslag
18
Programma 1. Welzijn en zorg
19
Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs
33
Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur
47
Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte
58
Programma 5. Economie
70
Programma 6. Centrum
79
Programma 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit
86
Programma 8. Veilige omgeving
97
Programma 9. Besturen in verandering van tijden
106
Programma 10. Financieel beleid
120
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
128
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
149
Paragraaf financiering
155
Paragraaf verbonden partijen
160
Paragraaf grondbeleid
180
Paragraaf lokale heffingen
192
Paragraaf bedrijfsvoering
196
Paragraaf investeringsplan
202
Voortgangsrapportage Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) openbare ruimte
210
Bestemming rekeningresultaat
213
JAARREKENING
220
Programmarekening op hoofdlijnen
221
Incidentele baten en lasten
225
Balans en toelichting
233
Balans
234
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
237
Toelichting op de balans
243
Rechtmatigheidsverantwoording
269
Financieel overzicht totale begroting volgens taakvelden
272
Bijlage WNT
275
Sisa-bijlage
276
OVERIGE GEGEVENS
283
Controleverklaring
284
Bijlage 1: Overzicht subsidies
293
Bijlage 2: Overzicht opvolging rekenkameraanbevelingen
298
2
Aanbiedingsbrief Geachte leden van de gemeenteraad, Voor u ligt het jaarverslag en de jaarrekening over 2024. We hebben u in de programma-evaluatie 2024 al geïnformeerd over de activiteiten en doelstellingen over het voorgaande jaar. In dit jaarverslag en deze jaarrekening lichten we aanvullend toe hoe we 2024 financieel hebben afgesloten. We presenteren deze jaarrekening gelijktijdig met de strategische heroriëntatie en over een paar weken bieden we u de kadernota 2026-2029 aan. In de strategische heroriëntatie en de kadernota zullen we aangeven hoe we verwachten dat het financieel perspectief zich de komende jaren gaat ontwikkelen en hoe we hiermee om willen gaan. De onzekerheden vanuit onder andere de voorjaarsnota van het Rijk en de ontwikkelingen rondom jeugdhulp zorgen hebben hier flinke invloed op. Dit lichten we in de andere documenten toe. In deze brief zullen we ons focussen op de jaarstukken van 2024. In 2024 zijn we volop aan de slag geweest met het uitvoeren van het coalitieprogramma 'Samen Duurzaam Vooruit' en hebben hier flinke stappen in gezet. We lichten onze belangrijkste speerpunten toe. -
De verstedelijkingsopgave met woningbouw en mobiliteit. We hebben stappen gezet met onze woningbouwplannen, het vertalen van de koersnota mobiliteit richting een uitvoeringsprogramma en de voorbereidingen getroffen voor een nieuw parkeerbeleid.
-
De klimaatopgave en energie transitie. We zijn gestart met het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie en ondersteunen inwoners en bedrijven om te verduurzamen. Na jaren van voorbereiding is in juli 2024 de realisatieovereenkomst voor Meanderende Maas getekend en is de daadwerkelijke uitvoering van het project gestart. De eerste hectares Bos van Oss zijn aangelegd en de voorbereiding van het resterende deel is volop in voorbereiding.
-
Goede dienstverlening en transformatie van het sociaal domein. We hebben in 2024 gewerkt aan drie hoofddoelstellingen van onze lokale Wmo: werken aan een sterke sociale basis, het bieden van ondersteuning van inwoners in kwetsbare posities en zorgen dat onze voorzieningen vindbaar, toegankelijk en betaalbaar zijn. We zien dat onze opgave steeds urgenter wordt als gevolg van de schaarste op diverse vlakken en de groeiende zorgvraag en kostenstijgingen. Substitutie en ondersteuning zijn hierbij belangrijke pijlers. Via de Proeftuin en vanuit IZA en GALA geven we hier uitvoering aan. In het kader van bestaanszekerheid hebben we de vergoedingen voor de regeling Meedoen is belangrijk verhoogd. Inwoners in Oss hebben nu meer ruimte om zelf te kiezen hoe zij hun maatschappelijke participatie vormgeven. Ook in 2024 hielpen veel mensen in onze gemeente elkaar bij de aanpak van geldzorgen. Er zijn verschillende vrijwilligersinitiatieven die inwoners in de knel helpen. Zij weten steeds meer inwoners te bereiken en weten elkaar en de gemeente goed te vinden.
-
Stedelijke voorzieningen voor een aantrekkelijke stad. De nieuwe Lievekamp, het Walkwartier met het Warenhuis en het nieuwe zwembad zijn hier aansprekende voorbeelden van. We hebben ingezet op het versterken van de culturele infrastructuur.
-
Duurzaam houdbare voorzieningen voor vitale dorpen en wijken. We investeren in renovatie, herontwikkeling en multifunctioneel gebruik om de voorzieningen optimaal te benutten. Diverse gemeenschapshuizen en ontmoetingslocaties zijn (her)ontwikkeld met aandacht voor duurzaamheid, functionaliteit en financiële haalbaarheid. Denk hierbij aan Ontmoetingscentrum de Meteoor en Buurthuis Kortfoort.
-
Veilige omgeving. Ons doel is een aantrekkelijke omgeving te zijn waar de inwoners van Oss zich veilig voelen om te kunnen wonen, werken en recreëren. We zien dat het werkveld Openbare Orde en Veiligheid dynamischer is dan ooit. Dit blijft een aandachtspunt.
-
Een uitstekende professionele organisatie. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt hebben we veel vacatures ingevuld. We blijven inzetten op onze aantrekkelijkheid als werkgever. Onze dienstverlening stemmen we af op de menselijke maat, zo veel inwoners worden in één keer goed geholpen. Op het gebied van ICT hebben we stappen gezet met datagedreven werken en informatiebeveiliging.
3
Een belangrijk aandachtspunt is de financiële positie. Onze ambitie is om ons huishoudboekje blijvend op orde te houden door een stabiel financieel beleid, heldere afspraken en financiële lenigheid om in te spelen op nieuwe omstandigheden. Ons financieel beleid blijven we gedegen en solide vormgeven. We hebben een voordelig jaarrekeningsaldo van € 14,9 miljoen. Dit voordeel is hoger dan we hadden verwacht. Ook andere gemeenten hebben fors voordelige jaarrekeningsaldo's. Ons voordelige saldo is enerzijds goed te verklaren door eenmalige en onverwachte voordelen. We ontvangen bijvoorbeeld in december een hogere algemene uitkering, een uittredingsvergoeding voor het duurzaamheidsplein en omgevingsvergunningen waarvan het lastig te bepalen is in welk jaar we die zouden ontvangen. Ook zien we dat projecten wat vertragen waardoor we niet al het budget konden uitgeven. Dit zijn projecten die komende jaren wel doorlopen. Aan de andere kant is het natuurlijk een lastige boodschap als we aangeven dat we voor de komende jaren moeten gaan bezuinigen, wat betekent dat we naar de toekomst extra kritisch moeten kijken naar bestaande budgetten en wellicht wat meer risicovol moeten gaan begroten. We zien ook posten die er voor zullen zorgen dat het tekort dat we meerjarig hebben zal groeien, zoals bijvoorbeeld de stijgende kosten voor jeugdhulp. Deze kosten zijn ook in 2024 weer fors gestegen.
We analyseren de uitkomsten van de jaarrekening daarom nadrukkelijk. Een deel van de structurele voordelen is al als ombuigingsvoorstel ingediend bij de strategische heroriëntatie. Daarnaast bekijken we richting de programmabegroting een aantal posten nog extra kritisch om te kijken wat het mogelijke structurele voordeel kan zijn om zo het meerjarige tekort wat te verbeteren. Als we kijken naar de jaarrekeningcijfers is onze financiële positie solide. Onze ratio’s – denk aan netto schuldquote, solvabiliteit of belastingcapaciteit – zijn zeker goed en we kunnen risico's opvangen. Onze accountant bevestigt dit ook. Deze financiële basis samen met de financiële koers die we samen met de gemeenteraad al vele jaren toepassen geeft vertrouwen naar de toekomst. Ook al zullen we soms wat scherpere keuzes moeten maken. We gaan graag het gesprek met u aan over deze jaarstukken en hoe we richting de toekomst omgaan met de financiële druk en onzekerheden.
Burgemeester en wethouders van Oss. De secretaris,
De locoburgemeester,
H. Reints
F. den Brok
4
Leeswijzer Het jaarverslag en de jaarrekening bestaan uit diverse onderdelen. In deze leeswijzer geven we bij alle onderdelen een korte uitleg. Aanbiedingsbrief In de aanbiedingsbrief blikt het college van burgemeester en wethouders terug op 2024. Wat waren de belangrijkste resultaten en ontwikkelingen? Samenvattend financieel beeld Dit hoofdstuk is een financiële terugblik op 2024. Het is een aanvulling op de inhoudelijke terugblik in de aanbiedingsbrief. Het samenvattend financieel beeld geeft een beknopte analyse van het rekeningresultaat, de financiële positie en het grondbedrijf. JAARVERSLAG Financiën programma’s in één oogopslag In dit onderdeel laten we in een figuur zien hoe onze gerealiseerde uitgaven over de programma’s verdeeld zijn. Programma’s Per programma worden de volgende vragen beantwoord: 1.
Wat willen we bereiken?
2.
Hoe ver zijn we met het realiseren van onze doelstellingen?
3.
Wat hebben we hiervoor gedaan?
4.
Wat heeft het gekost?
Daarna geven we op hoofdlijnen een overzicht van de subsidies die we verstrekt hebben. Achterin de jaarrekening is een uitgebreider overzicht opgenomen. Tenslotte worden aan de hand van een figuur de financiën van het programma samengevat. Paragrafen De opgenomen paragrafen zijn op grond van wetgeving een verplicht onderdeel van het jaarverslag. Het gaat bij de paragrafen telkens om onderwerpen met een groot financieel belang. Door deze op een centrale plek in het jaarverslag op te nemen wordt een goede informatievoorziening over deze onderwerpen gewaarborgd en is de informatie inzichtelijk. Voortgangsrapportage Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) openbare ruimte De gemeente voert elk jaar een groot aantal projecten uit in het kader van het Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) openbare ruimte. Het gaat dan om werkzaamheden aan bijvoorbeeld wegen, fietspaden, riolering en openbaar groen. In de voortgangsrapportage wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in de stand van zaken van deze werkzaamheden. JAARREKENING Programmarekening op hoofdlijnen Cijfers per programma Dit is een cijfermatig overzicht van de baten en lasten per programma. Het gaat zowel om de begrote cijfers als om de gerealiseerde cijfers. In dit overzicht is in één oogopslag te zien waar de verschillen tussen de begroting en de werkelijkheid zitten.
Een toelichting op de verschillen is bij de programma’s in het jaarverslag opgenomen, bij de w-vraag 'Wat heeft het gekost?'.
5
Incidentele baten en lasten In dit onderdeel is een overzicht van de incidentele baten en lasten opgenomen, zowel de begrote cijfers als de werkelijke cijfers. Incidenteel houdt in dat het gaat om baten en lasten die een tijdelijk karakter hebben. Deze zitten slechts één of enkele jaren in de begroting. Verder wordt aandacht besteed aan de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Dit zijn normaal gesproken incidentele lasten en baten. Hier bestaan enkele uitzonderingen op: sommige mutaties in reserves zijn structurele lasten of baten. Deze worden in een afzonderlijk overzicht weergegeven. Analyse rechtmatigheid In dit hoofdstuk wordt de begrotingsrechtmatigheid geanalyseerd: handelen we binnen de begroting zoals de gemeenteraad die heeft vastgesteld? Daarbij wordt niet alleen gekeken of de werkelijke lasten hoger zijn dan begroot maar ook of de lasten aan het juiste begrotingsjaar en aan het juiste programma zijn toegerekend. Bestemming rekeningresultaat In 2024 zijn niet alle werkzaamheden en projecten afgerond. In dit hoofdstuk stellen we voor om diverse budgetten die niet (volledig) besteed zijn in 2025 alsnog te besteden zodat we de bijbehorende werkzaamheden en projecten in 2025 verder kunnen afronden en uitvoeren.
Balans en toelichting Balans De balans geeft een overzicht van de bezittingen, de schulden en de stand van het eigen vermogen op een bepaald moment, in dit geval per 1 januari 2024 en per 31 december 2024. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De grondslagen voor waardering en resultaatbepaling geven aan op welke manier de balansposten gewaardeerd zijn en tot stand gekomen zijn. Toelichting op de balans In dit hoofdstuk worden alle posten in de balans nader toegelicht en onderbouwd. Bijlage Rechtmatigheidsverantwoording In de bijlage rechtmatigheidsverantwoording geven. Bijlage WNT Per 1 januari 2013 is de Wet Normering Topinkomen (WNT) in werking getreden. De WNT schrijft voor dat de beloning van topfunctionarissen verantwoord dient te worden in de jaarrekening, ook als de beloning beneden de norm blijft. Voor overige functionarissen geldt publicatieplicht alleen als de norm overschreden wordt. De verantwoordingsgegevens zijn in deze bijlage opgenomen. Sisa-bijlage Door middel van een rechtmatigheidsverantwoording legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad en andere toezichthouders over hoe zij haar middelen gebruikt en beheert. De accountant verstrekt dus met ingang van dit boekjaar geen rechtmatigheidsoordeel meer in de controleverklaring, maar beperkt zich tot het getrouwheidsoordeel.
Dit houdt in dat de accountant wel heeft vastgesteld dat de opgenomen rechtmatigheidsverantwoording getrouw is verantwoord in de jaarstukken. BIJLAGEN Bijlage 1: Overzicht subsidies In dit onderdeel geven we een uitgebreid overzicht van de subsidies die we verstrekken. Dit is een aanvulling op de globale overzichten in de programma's.
6
Bijlage 2: Overzicht opvolging rekenkameraanbevelingen Per 1 januari 2023 zijn colleges van B&W verplicht om jaarlijks te informeren over de opvolging van rekenkameraanbevelingen die aan het college zijn gericht. In dit overzicht geven we toelichting op de voortgang van de aanbevelingen. Dit doen we voor de rekenkamerrapporten vanaf 2021.
7
OVERIGE GEGEVENS Controleverklaring De onafhankelijke accountant heeft onze jaarrekening gecontroleerd. In het accountantsverslag is te lezen wat het oordeel van de onafhankelijke accountant daarover is.
8
Samenvattend financieel beeld Inleiding Voor u ligt de programmarekening 2024 van de gemeente Oss. Deze programmarekening bestaat uit het jaarverslag en de jaarrekening. Hiermee leggen wij, het college van B&W, verantwoording af over het gevoerde beleid van de gemeente in 2024. Deze verslaglegging over de gemeentelijke prestaties en bestedingen in het jaar 2024 zijn uitwerkingen van de beleidsvoornemens uit de programmabegroting. In de aanbiedingsbrief hiervoor is al ingegaan op het inhoudelijke verhaal. In dit hoofdstuk ligt de nadruk op bijzonderheden in financieel opzicht. Rekeningresultaat 2024 De jaarrekening 2024 sluit met een voordelig saldo van € 14,9 miljoen. In de volgende tabel zijn de rekeningcijfers vergeleken met de bijgestelde begroting (na verwerking van de autonome ontwikkelingen in de financiële tussenrapportage 2024 en bij de programmabegroting 2025-2028). + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Omschrijving
Rekening 2024
Begroting 2024
Verschil
na wijziging Lasten
402.015
405.577
-3.562
Baten
-436.310
-415.956
-20.354
Saldo programma's
-34.295
-10.379
-23.917
Stortingen reserves
74.114
68.513
5.600
Onttrekkingen reserves
-54.702
-59.876
5.174
Mutaties reserves
19.412
8.638
10.774
Resultaat
-14.883
-1.741
-13.143
In het hoofdstuk Bestemming rekeningresultaat wordt voorgesteld het saldo voor € 7,5 miljoen in te zetten voor projecten die doorlopen in 2025 of in reserves te storten en een bedrag van € 7,4 miljoen te storten in de algemene reserve. Het positieve saldo van de jaarrekening kent een aantal oorzaken. Het verschil tussen het begrote saldo en het werkelijke saldo is € 13,1 miljoen. In de volgende tabellen zijn de belangrijkste voor- en nadelen opgenomen. Deze voor- en nadelen verklaren per saldo een bedrag van € 12 miljoen.
9
Belangrijke voordelen - is lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Programma
Omschrijving
Bedrag
1. Welzijn en zorg
Lagere kosten hulp bij huishouden
-1.188
2. Werk, inkomen en onderwijs
3. Ontmoeten, sport en cultuur
Lagere kosten jeugdwerk
-211
Lagere kosten brede aanpak dak- en thuisloosheid
-447
Lagere kosten proeftuin Ruwaard
-118
Lagere kosten/hogere inkomsten bijstandsuitkeringen
-1.214
Lagere kosten arbeidsparticipatie
-727
Lagere kosten minimabeleid
-311
Hogere opbrengsten bijzondere bijstand
-270
Hogere verhuuropbrengsten onderwijshuisvesting
-100
Voordeel sportaccommodaties
-740
Voordeel Gezondheid (GALA/IZA)
-446
Hogere opbrengsten energieafrekeningen en
-400
exploitatiebijdragen MFA's 4. Klimaat, energie en openbare ruimte Voordeel klimaat en energie
-345
Voordeel wegen, straten en pleinen
-165
Voordeel uittredingsvergoeding Gemeente Maashorst
-1.090
Duurzaamheidsplein
5, Economie 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit
Voordeel afvalverwijdering bedrijven
-127
Lagere kosten milieubeheer
-261
Hogere opbrengsten compostering
-90
Lagere kosten economisch werkbudget
-110
Lagere kosten impulsbudget recreatie en toerisme
-97
Positief saldo erfpachtsgronden
-145
Hogere inkomsten/ lagere kosten uit
-3.900
legesomgevingsvergunning 10. Financieel beleid
Rentevoordeel
-1.366
Hogere OZB opbrengst
-170
Hogere algemene uitkering totaal
-1.654 -15.692
10
Belangrijke nadelen + is hogere uitgaven/lagere inkomsten bedragen x € 1.000 Programma
Omschrijving
1. Welzijn en Zorg
Hogere kosten Jeugdhulp
Bedrag 2.057
Hogere kosten Dagbesteding en begeleiding
358
2. Werk, inkomen en onderwijs
Hogere storting voorziening dubieuze debiteuren
422
9. Besturen in verandering van tijden
Hogere personeels- en overheadkosten
350
Hogere kosten voorziening wachtgeld
300
Hogere (netto) kosten publieke dienstverlening
145
totaal
3.632
11
Belangrijke mutaties in reserves (financieel neutraal) Onderstaande posten zijn belangrijke afwijkingen binnen reserves. Per saldo hebben deze afwijkingen geen effect op het jaarrekeningresultaat. Wel hebben ze direct invloed op de reservepositie. - is lagere uitgaven/hogere inkomsten + is hogere uitgaven/lagere inkomsten bedragen x € 1.000 Programma
Omschrijving
1. Welzijn en Zorg
Lagere kosten transformatieopgave jeugd
-418
Lagere onttrekking uit de algemene reserve
418
2. Werk, inkomen en onderwijs 3. Ontmoeten, sport en cultuur
Bedrag
Resultaat opvang vluchtelingen
-1.024
Hogere storting in de reserve vluchtelingen
1.024
Lagere kosten Beschermd Wonen
-1.099
Hogere storting in de reserve Beschermd Wonen
1.099
Lagere kosten onderzoeken onderwijshuisvesting
-524
Lagere onttrekking IVB
524
Lagere kosten IVB projecten
-186
Lagere onttrekking aan de reserve IVB
186
Lagere kosten verduurzaming gemeentelijk vastgoed
-209
Lagere onttrekking uit de reserve verduurzaming
209
gemeentelijk vastgoed 4. Klimaat, energie en openbare ruimte Voordeel afvalverwerking
-635
Lagere onttrekking uit reserve Afvalstoffenheffing
5. Economie
7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit
9. Besturen in verandering van tijden
635
Lagere kosten wegen, straten en pleinen
-1.144
Hogere storting in de reserve IUP
1.144
Lagere kosten project baggeren haven
-1.100
Lagere onttrekking reserve baggeren
1.100
Lagere kosten economische ontwikkeling
-424
Lagere onttrekking reserve economie
424
Lagere kosten/ hogere opbrengsten parkeren
-432
Ten gunste van de reserve parkeren
432
Extra kwaliteitsbijdragen
-118
Hogere storting in groenfonds landelijk gebied
118
Lagere kosten flexwoningen
-400
Lagere onttrekking uit algemene reserve
400
Hogere kosten voorziening pensioenen wethouders
900
Hogere onttrekking uit de reserve wachtgeld
-900
Lagere kosten ICT
-400
Lagere onttrekking reserve automatisering
400
Lagere kosten invoering omgevingswet
-400
Lagere onttrekking reserve omgevingswet
400
Lagere kosten uitvoering bestaanszekerheid
-300
Lagere onttrekking uit reserve bestaanszekerheid
300
Totaal
0
12
Financiële positie In deze paragraaf wordt in het kort de financiële positie van de gemeente weergegeven door te kijken naar de volgende onderdelen: A. Weerstandsvermogen en weerstandsratio B. Financieringspositie C. Reservepositie A. Weerstandsvermogen en weerstandsratio Het weerstandsvermogen geeft de financiële gezondheid van de gemeente weer. We drukken deze uit in een ratio. De uitkomst van de ratio moet in beginsel minimaal 1 zijn. Op hoofdlijnen is het beeld als volgt: Omschrijving
Bedrag/ratio incidenteel
Bedrag/ratio structureel
Geïnventariseerde risico’s
€ 9,3 miljoen
€ 7,5 miljoen
Weerstandscapaciteit
€ 27,1 miljoen
€ 5,1 miljoen
2,92
0,68
Weerstandsratio
De conclusie hieruit is dat de incidentele weerstandscapaciteit van voldoende omvang is om de gekwantificeerde risico’s te ondervangen. De structurele weerstandscapaciteit is van onvoldoende omvang. We zien forse structurele risico's, met name het risico van de stijgende kosten voor jeugdhulp/Wmo, exploitatierisico's voor grote projecten en ontwikkelingen in het gemeentefonds maken dat de begroting flink onder druk staat. We zijn daarom bezig met een strategische heroriëntatie en we blijven inzetten op de lobby richting het Rijk voor voldoende financiering voor onze taken. B. Financieringspositie De financieringspositie geeft de verhouding aan tussen beschikbare financieringsbronnen op langere termijn (reserves, voorzieningen en langlopende geldleningen) ten opzichte van de investeringen in vaste activa. Hiermee geeft het dus aan op welke manier de activa gefinancierd zijn. De financieringspositie geeft aan dat er eind 2024 een financieringsoverschot is van afgerond € 17,2 miljoen. Hiervan kan het volgende overzicht worden gegeven: bedragen x € 1.000 Omschrijving
1 januari 2024
31 december 2024
225.266
251.763
Resultaat jaarrekening
7.085
14.883
Voorzieningen
35.848
40.021
Langlopende geldleningen
51.423
44.387
319.622
351.054
1.204
1.182
Materiële vaste activa
270.480
303.307
Financiële vaste activa
27.762
28.411
299.446
332.900
21.176
18.154
Reserves
Subtotaal
Immateriële vaste activa
Subtotaal
Financieringsoverschot
13
De gemeente heeft in verhouding in totaal dus meer gefinancierd met langlopende middelen. Dit komt doordat we onze voorraad aan grondexploitaties ook grotendeels gefinancierd hebben met langlopende middelen. We zien in 2024 wel een afname van langlopende geldleningen van circa € 7 miljoen. De verwachting is wel dat dit de komende jaren fors zal stijgen gezien onze investeringsambities. Voor meer informatie verwijzen we naar de toelichting op de balans. Financiële positie grondbedrijf De paragraaf grondbeleid en het MPG bevatten de verantwoording van het grondbedrijf over het afgelopen jaar en geven inzicht in de prognose voor de komende jaren. Ontwikkeling boekwaarde De boekwaarde van het grondbedrijf per 31 december 2024 is circa € 38 miljoen. Dit gaat om de volgende belangrijke onderdelen die via het grondbedrijf gaan: herstructurering, woningbouw, industrie, immateriële vaste activa (plankosten nieuwe plannen) en strategisch grondaankopen. Dit is exclusief het Osse aandeel van de boekwaarde van het intergemeentelijke project Heesch-West, aangezien de voorziening in 2022 is ingebracht bij de gemeenschappelijke regeling Heesch West. De boekwaarde bestaat uit gronden en uit kosten die we al gemaakt hebben voor diverse projecten. Actuele prognose De actuele prognose uit het MPG geeft het volgende totaalbeeld: bedragen x € 1.000 Omschrijving
Boekwaarde per 31-12-2024
Verliesvoorzieningen
Herstructureringsplannen
7.957
8.851
Woningbouwcomplexen
425
4.293
Industrieterreinen
2.444
83
Immateriële vaste activa
5.540
5.540
Strategische aankopen
21.640
0
Totaal
38.006
18.767
De boekwaarde is ten opzichte van eind 2023 afgenomen met € 3,5 miljoen. De verwachte winstnemingen over de jaren laten de volgende prognose zien (van vastgestelde grondexploitaties, excl. verliesvoorzieningen): bedragen x € 1.000 Omschrijving
2024
2025
2026
2027
2028
Herstructureringsplannen
653
28
23
0
0
Woningbouwcomplexen
1.776
4.304
2.816
761
784
Industrieterreinen
2.545
1.007
0
0
0
Totaal
4.974
5.339
2.839
761
784
Uit deze overzichten valt op te maken dat we de komende jaren nog een toekomstige winst van circa
€ 9,7
miljoen verwachten. Winstnemingen gaan naar de ABR (algemene bedrijfsreserve grondbedrijf). De ABR dient namelijk als weerstandsvermogen. Aangezien het huidige saldo van de ABR nihil is, verwachten we de komende jaren géén afroming meer van deze reserve. De winsten zijn dus nodig om risico’s en verliesvoorzieningen af te dekken.
14
Reserves en voorzieningen grondbedrijf De algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf (ABR) is bedoeld om risico’s af te dekken die zich binnen het grondbedrijf kunnen voordoen. Voor de bepaling van de risico’s maken we gebruik van de Monte-Carlomethode binnen het grondbedrijf. Hiermee bewerkstelligen we een eenduidig risicobeleid waarbij alle risico's van de grondexploitaties worden meegenomen In het volgende schema is een totaaloverzicht gegeven van de ontwikkeling van de ABR in 2024: bedragen x € 1.000 Omschrijving
Bedrag
Stand per 1 januari 2024
0
- Rente
0
- (Tussentijdse) winstnemingen industrie
2.545
- (Tussentijdse) winstnemingen woningbouw
1.776
- (Tussentijdse) winstnemingen herstructurering
653
- Verkoop beheergronden/ panden
483
- Bijdrage vanuit reserve mobiliteit bovenwijks t.b.v. Stationskwartier
593
Stortingen
6.050
- Storting in voorziening te verwachten exploitatieverliezen
-1.099
- Storting in voorziening plankosten IMVA
-1.458
- Afdracht kostenverhaal (reserve bovenwijkse voorzieningen/verbetering fysieke kwaliteit)
-702
- Rentekosten strategische aankoop het Brand
-147
- Vennootschapsbelasting
-245
- Diversen
-24
Onttrekkingen
-3.675
Stand ABR per 31 december 2024
2.375
Op basis van een meerjarenprognose en de risicoanalyse is het verloop van de reserves en voorzieningen binnen het grondbedrijf als volgt: bedragen x € 1.000 Omschrijving
31 december 2024
31 december 2025
31 december 2026
31 december 2027
Algemene bedrijfsreserve
2.375
4.867
7.293
7.711
Reserve strategische aankopen
5.665
5.574
5.506
5.506
Risicoreserve Heesch West
2.513
2.513
2.513
2.513
Reserve binnenstedelijke transformaties
14.396
19.396
19.396
19.396
Voorziening immateriële vaste activa
5.540
7.019
7.019
7.019
Voorziening exploitatieverliezen
13.227
12.974
10.918
7.388
0
0
0
0
43.716
52.343
52.645
49.533
Voorziening afwaardering (I)MVA Totaal
15
De algemene bedrijfsreserve (ABR) stijgt de komende jaren. De minimale omvang van deze reserve op basis van risico-inschattingen bedraagt € 8,3 miljoen en zal door nieuwe plannen de komende jaren verder stijgen. Dit betekent dat de huidige hoogte van de ABR lager is dan deze minimale omvang. Dit betekent dat er de komende jaren geen sprake meer kan zijn van afromingen. Daarbij wordt het belangrijk om de ABR weer aan te gaan vullen tot dit minimale niveau. Vanuit de ABR is er in 2024 storting gedaan in de reserve bovenwijkse voorzieningen. De voorziening exploitatieverliezen is verlaagd met een bedrag van ruim € 14 miljoen voor het verlies s van de grondexploitatie bij het Walkwartier. Dit verlies was in de voorziening afgedekt en is in 2024 ingezet. Daarnaast zijn er in de voorziening bedragen gestort voor verwachte verliezen bij de projecten sportvelden Macharen, voormalig belastingkantoor, Hooghuis Ravenstein en Stationskwartier Ravenstein. Voor het project Heesch West is de voorziening van € 13,1 miljoen in april 2022 ingebracht bij de gemeenschappelijke regeling (en dus niet meer aanwezig binnen onze gemeente). We hebben op basis van onze risicoanalyse een aanvullende risicoreserve van afgerond € 2,5 miljoen voor Heesch West gevormd. Voor een verdere specificatie verwijzen we naar het MPG, de paragraaf grondbeleid en de toelichting op de balans. C.
Reservepositie De reservepositie geeft het volgende beeld: bedragen x € 1.000 Omschrijving
1 januari 2024
31 december 2024
41.002
25.862
Algemene reserve grondbedrijf
0
2.375
Reserves ter dekking begroting
19.538
19.248
Bestemmingsreserves ter afdekking van
16.602
29.234
148.125
175.044
7.085
14.883
232.353
266.646
Algemene reserve
afschrijvingslasten Overige bestemmingsreserves Resultaat jaarrekening Totaal
De totale reservepositie is gestegen met ruim € 33 miljoen. De algemene reserve is gedaald door besluitvorming in de programmabegroting 2024 (met name opvangen rentestijging ruimtelijke ambities € 15 miljoen). De algemene reserve van het grondbedrijf is gestegen met € 2,4 miljoen. De reserves die ingezet worden ter dekking van de begroting dalen conform eerdere besluitvorming. Door nieuwe investeringen stijgen de reserves ter dekking van afschrijvingslasten. De overige bestemmingsreserves stijgen met circa € 27 miljoen door per saldo extra stortingen in de reserves, zoals: −
Reserve beschermd wonen: € 1,5 miljoen;
−
Reserve opvang vluchtelingen: € 9,4 miljoen;
−
Reserve integraal uitvoeringsprogramma openbare ruimte: € 1,4 miljoen;
−
Reserve mobiliteit: € 9 miljoen
−
Reserve binnenstedelijke transformaties: € 4,4 miljoen
−
Reserve bovenwijkse voorzieningen: € 6,6 miljoen;
−
Reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving: € 8,2 miljoen.
Voor meer informatie verwijzen we naar de toelichting op de balans, onderdeel reserves.
16
Ontwikkelingen na 2024 De financiële positie van de gemeente staat onder druk. In de programmabegroting 2025-2028 presenteerden we voor het jaar 2025 een tekort van circa € 0,4 miljoen. Het laatste jaar (jaar 2028) laat in principe het structurele tekort zien. Deze sluit met een nadelig saldo van circa € 5,5 miljoen. Op basis hiervan is door de gemeenteraad besloten om een bezuinigingsoperatie te starten, de zogenaamde strategische heroriëntatie. We constateerden in de programmabegroting dat ons risicoprofiel sterk is gestegen. Daarvoor zijn de volgende redenen aan te dragen: -
De meerjarenbegroting is niet sluitend.
-
We zien stijgende zorgkosten, vooral in de jeugdzorg. De kosten stijgen en op basis van prognoses kunnen we op dit moment niet aangeven of deze kosten wel of niet verder blijven stijgen. Hierin zit dus een groot risico.
-
Met de toekomstige realisatie van grote projecten, zoals Warenhuis, Lievekamp/ Muzelinck en Golfbad stijgen de exploitatiekosten en krijgen we ook te maken met bijkomende kosten die nog niet zijn begroot.
-
We hebben grote ambities op het gebied van mobiliteit. Binnen de beschikbare financiële middelen maken we keuzes in het uitvoeringsplan.
-
We hebben grote ambities met onze spooragenda. We sparen voor de langere termijn, terwijl de financiële middelen op de korte termijn beperkt zijn. Ook kunnen we geen grote winsten uit het grondbedrijf meer verwachten.
-
We krijgen onvoldoende rijksmiddelen om ambities op het gebied van klimaat en energie te kunnen realiseren.
We zien daarnaast op dit moment de volgende financiële ontwikkelingen: -
Gemeentefonds/circulaires: we hebben de decembercirculaire 2024 doorgerekend. Hier komt een structureel voordeel uit van afgerond + € 1 miljoen. In mei 2025 en september 2025 ontvangen we de volgende circulaires. De effecten van de decembercirculaire 2024 nemen we mee bij besluitvorming over de meicirculaire 2025 (kadernota). Dit is het reguliere proces rondom de decembercirculaire. Daarnaast is het Rijk overgestapt naar een andere methodiek om gemeenten te compenseren voor loon- en prijscompensatie. Voor de eeste jaren zal deze compensatie lager liggen dan de werkelijke inflatie is de verwachting. Dit zorgt voor een extra druk op onze begroting.
-
Kostenontwikkeling sociaal domein: Binnen de Wmo dagbesteding en de begeleiding en jeugdzorg zien we kostenontwikkelingen. Voor Jeugdzorg geldt dat de commissie van Ark aan heeft gegeven dat de financiële problemen bij gemeenten nijpend zijn. Het kabinet heeft aangegeven de uitkomsten van het onderzoek serieus te nemen. Een mogelijke compensatie voor de stijgende jeugdzorg kosten zou forse positieve impact kunnen hebben op onze financiële positie. Of en hoeveel compensatie er volgt is hoogst onzeker en of dit in verhouding staat tot de stijgende structurele kosten.
Resultaatbestemming 2024 In de jaarrekening wordt voorgesteld om het positieve saldo van afgerond € 14,9 miljoen te bestemmen. We stellen voor een bedrag van € 7,5 miljoen over te hevelen naar 2025 voor concrete projecten of te reserveren in diverse reserves. Dit bedrag is nodig voor de uitvoering van deze projecten. Het restant van € 7,4 miljoen storten we in de algemene reserve. Accountantscontrole De onafhankelijke accountant heeft op grond van artikel 213 van de Gemeentewet een getrouwheidsonderzoek uitgevoerd naar de baten, lasten en balansmutaties. We hebben een goedkeurende verklaring ontvangen.
17
Financiën programma's in één oogopslag In de volgende figuur laten we zien hoe onze gerealiseerde uitgaven in 2024 over de programma's verdeeld zijn (bedragen x € 1.000).
18
Programma 1. Welzijn en zorg
19
1. Inleiding De begrotingsprogramma’s 1, 2 en 3 gaan over het sociaal domein in Oss. In de drie hoofdstukken staan veel deelonderwerpen. In de alinea’s hier direct onder staat wat ons bindt in het sociaal domein. Vanuit het sociaal domein werken wij aan een veerkrachtige en inclusieve samenleving in Oss. Wij streven ernaar dat iedere inwoner kan meedoen. Wij doen dat vanuit de volgende waarden: •
Mens centraal. We stellen de mens centraal, we sluiten aan bij wat mensen zelf willen en kunnen. We doen hierbij recht aan de waardigheid van iedere inwoner van Oss. Inwoners willen zoveel mogelijk eigen regie en verantwoordelijkheid over hun leven en hun leefomgeving. Zij doen en kunnen veel zelf en samen met hun omgeving. Zorg voor elkaar en vrijwilligerswerk is van grote meerwaarde voor de gemeenschap.
•
Nabijheid. We weten wat er leeft en speelt in buurten, wijken, dorpen, stadjes, we zijn makkelijk benaderbaar. Ondersteuning is nabij en waar mogelijk ingebed in de sociale structuur in de dorpen en wijken. Zodat we bijdragen aan actieve en verantwoordelijke gemeenschappen.
•
Eenvoud. We werken vanuit de bedoeling en doen wat nodig is, passend bij de inwoner en zijn mogelijkheden. We maken steeds de afweging hoe we administratieve processen voor inwoners, onze samenwerkingspartners en de gemeentelijke organisatie kunnen vereenvoudigen.
•
Vakmanschap. Onze medewerkers zijn deskundig, hebben de juiste competenties en blijven leren. Ze zijn hierbij in staat waarderend en zonder vooroordeel het gesprek aan te gaan.
•
Partnerschap. We hebben onze partners in het sociaal domein nodig; we bouwen aan netwerken en participeren hier actief in. Professionals vanuit verschillende afdelingen en organisaties én inwoners werken waar nodig integraal samen. Hierbij is de Samenwerkwijze uitgangspunt.
Schaarste en houdbaarheid zorg Onze samenleving staat voor grote veranderingen. We zien een toenemende hulpvraag omdat de bevolking groeit. Dit komt vooral door de stijgende levensverwachting (vergrijzing) en internationale migratie. Tegelijkertijd is sprake van voorzieningen in dorpen en wijken die onder druk staan, een oplopende personeelsschaarste en een wooncrisis die (kwetsbare) inwoners raakt. Tot slot hebben we ook te maken met onzekere en over het algemeen ontoereikende compensatie door het Rijk, terwijl de kosten toenemen. Waar we de afgelopen decennia vanuit de overheid veel ondersteuning konden bieden aan het individu, is het steeds belangrijker dat onze inwoners zelf en met elkaar nadenken over hun toekomst en zich daarop voorbereiden. Meer aandacht voor gemeenschapsvorming en ontmoeting - elkaar kennen en waar nodig ondersteunen - is daarbij een belangrijke en mooie ontwikkeling. Zowel vanuit een sociaal maatschappelijk perspectief, een kostenperspectief (herverdelen van schaarste) als een arbeidsmarktperspectief. Deze vraagstukken van schaarste benadrukken het belang van een solide sociale basis en de noodzaak tot het maken van fundamentele keuzes. Dit vraagt ook van de samenleving het besef dat we een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben. Op dit moment werken we aan een beleidskader Wmo 2025-2029. Deze sluit aan op de begroting.
We volgen de demografische en landelijke ontwikkelingen zoals de resultaten van het houdbaarheidsonderzoek Wmo dat momenteel wordt uitgevoerd door het ministerie van VWS en de VNG. Dit onderzoek richt zich op de duurzame bestuurlijke en financiële verhoudingen tussen het Rijk en gemeenten op het gebied van de Wmo en de overgang van het abonnementstarief naar de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo vanaf 1 januari 2027. Werken aan een toekomstbestendig zorgstelsel vraagt domein overstijgende afstemming en afstemming met onder andere programma 2, 3, 7 (wonen) en 8 (veiligheid).
20
2. Programma-onderdelen 2.1 Ondersteuning en zorg in de Wmo Doelstellingen We werken aan de volgende doelstelling(en):
-
In Oss helpen inwoners elkaar en kan iedereen meedoen (sociale basis) Inwoners van Oss die dat nodig hebben, krijgen passende ondersteuning Voorzieningen zijn vindbaar, toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief goed
Hoe ver zijn we met het realiseren van onze doelstellingen? We hebben in 2024 gewerkt aan drie hoofddoelstellingen van onze lokale Wmo: werken aan een sterke sociale basis, het bieden van ondersteuning van inwoners in kwetsbare posities en zorgen dat onze voorzieningen vindbaar, toegankelijk en betaalbaar zijn. Deze doelen zullen nooit gerealiseerd zijn, maar blijven een voortdurende inspanning vragen. Wel zien we dat onze opgave steeds urgenter wordt als gevolg van de schaarste op diverse vlakken en de groeiende zorgvraag. Het beleidskader Wmo 2025-2029 dat is opgesteld, helpt ons om richting te geven aan deze opgave. We hebben in 2024 enerzijds gewerkt aan het verbeteren en professionaliseren van onze dienstverlening: vakmanschapsontwikkeling, digitalisering en eenduidige processen voor onze toegang. Daarnaast werken we op verschillende manieren aan substitutie van ondersteuning. Denk aan de proeftuin Oss en de landelijke akkoorden IZA en GALA. In onderstaand activiteitenoverzicht staat op welke manier daaraan gewerkt is en wat het opgeleverd heeft. Wat hebben we hiervoor gedaan? −
We hebben het Wmo beleidskader 2025-2029 opgesteld, inclusief beleidsagenda. Dit document ligt begin 2025 in de raad ter vaststelling.
−
In 2024 hebben we gewerkt aan een beleidsplan mantelzorg met uitvoeringsagenda, samen met mantelzorgers zelf, lokale partners en ONS welzijn (vanuit de GALA middelen). Dit document ligt naar verwachting in het tweede kwartaal 2025 voor ter besluitvorming.
−
In 2024 zijn we overgegaan naar een nieuwe financieringsvorm via een tenderprocedure voor de 2 proeftuinwijken Ruwaard en Ussen. Deze middelen zijn vrijgemaakt vanuit de bestaande begroting voor Wmo individuele begeleiding en dagbesteding. Daarnaast hebben we het aantal partners uitgebreid naar 15 per wijk. Er is hard gewerkt door deze partners om als netwerk samen te werken volgens de Samenwerkwijze en inwoners die ondersteuning kregen bij een niet-proeftuinpartner over te dragen naar de proeftuin.
−
We werken aan een regionaal koersdocument voor de inkoop Wmo. Keuzes die we maken op basis van de ervaringen in de proeftuin, hebben invloed op onze regionale inkoopsystematiek.
−
De samenwerking met de regio Noordoost Brabant + Bommelerwaard voor de uitvoering van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) heeft verder vorm gekregen rond diverse thema's. Denk aan breder implementeren van de Samenwerkwijze middels een regionaal leerhuis, een rol als regionale coördinator valpreventie en inzet op het thema E-health, digitale/hybride zorg en anonieme hulplijnen. Daarnaast werken we in de subregio ‘Samen in Gezondheid’ samen met partners uit het medische- en sociale domein aan een transformatieplan. Veel aandacht ging in 2024, ook in Oss, naar gesprekken over een meer gelijkwaardige positie van gemeenten bij het IZA en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) dat het IZA moet vervangen.
−
In 2024 zijn nieuwe contracten ingegaan voor Hulp bij huishouden |(HBH) na een aanbesteding. Een verandering ten opzichte van de vorige aanbesteding is dat we nu ook een algemene voorziening HBH hebben naast de maatwerkvoorziening. Een derde product om ondersteuning te bieden rond vitaliteit en zelfredzaamheid is in ontwikkeling. Dit contract biedt een basis om geld terug te vorderen als betalingen niet zijn omgezet in dienstverlening.
−
Mijn Buurtje: de voorbereidingen om te werken met een online platform voor inwoners zijn getroffen. Er zijn verschillende inspiratiebijeenkomsten geweest, zoals met de wijk- en dorpsraden. In maart 2025 vindt de inwonersbijeenkomst plaats. Op basis van de behoefte van inwoners starten we wijk- en/of dorpsgericht in 2025.
21
−
Versterking sociale basis: ONS welzijn stelt in zoveel mogelijk wijken van Oss samen met inwoners een sociale agenda op waarin ontwikkelpunten voor de wijk worden overeengekomen.
−
Het aantal dagontmoetingsinitiatieven voor mensen met een gezondheidsbeperking is in 2024 uitgebreid van 2 naar 4. Naast Berghem en Lith draaien nu ook groepen in Ravenstein en centrum.
−
Dit jaar heeft het experiment zorgbuurthuis ’t Hageltje volwaardig gedraaid. De eerste resultaten zijn positief en geven een goede indruk van wat de waarde van dit concept kan zijn.
−
De voorbereidingen voor een lokale inclusie agenda Oss zijn uitgevoerd, in het voorjaar van 2025 is deze naar verwachting gereed.
−
Er heeft een uitbreiding van het jongerenwerk plaatsgevonden. Jongerenwerk is daarmee breder aanwezig in de wijk; in het Honk als stedelijke accommodatie, op scholen en is beter betrokken rond het thema stedelijke veiligheid.
−
Woonzorgvisie: We hebben een uitvoeringsplan opgesteld voor onze opgaven rondom wonen, welzijn en zorg voor verschillende aandachtsgroepen. Prioriteit is gegeven aan de volgende actiepunten: vernieuwende en verschillende woonvormen /-concepten, i.c.m. inzet bestaand vastgoed, woningsplitsing en andere varianten, woningaanpassing en -toewijzing en monitoring.
−
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang regionaal: We geven uitvoering aan het regionale koersdocument psychisch kwetsbaar 2024-2028. In 2024 hebben we onder andere gewerkt aan de volgende thema's:
Een nieuwe aanbesteding voor de producten beschermd thuis en eerst een thuis.
Onderzoek naar mogelijkheden voor een regionale woonvoorziening voor mensen met een verslaving en Skaeve Huuse.
De regionale transformatie van de maatschappelijke opvang in Brabant Noordoost-Oost en het verankeren van de straatdokter.
De Aanpak dak- en thuisloosheid 2024-2028 is opgesteld, op basis van het nationaal actieplan. Tevens is de pilot Eerst een thuis jongeren van start gegaan in Oss.
−
We hebben een uitvoeringsagenda psychisch kwetsbaar voor Oss opgesteld. Hierin is o.a. aandacht voor het vergroten van draagvlak voor de kwetsbare medemens bij inwoners en anti-stigma campagne, versterken van steunstructuren en ondersteuning voor de doelgroep, het bieden van inloopmogelijkheden.
−
We hebben daarnaast onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor een woon/tussenvoorziening voor de kwetsbare inwoners van Oss. Hieraan gen we in 2025 verder uitwerking.
−
We hebben de beleidsregels geactualiseerd en de aanpak woonoverlast wordt herzien.
−
De voorbereidingen zijn getroffen voor een Stedelijk Team dat zich zal gaan richten op de toegang tot ondersteuning voor maatschappelijke opvang en ex-gedetineerden.
−
Zorg en veiligheid: We hebben de aanpak voorkoming van escalatie (AVE) ontwikkeld. Er zijn procesafspraken gemaakt met alle betrokken partijen, er is een nieuw handboek opgesteld en geïmplementeerd, en er is een e-learning ontwikkeld. Daarnaast is er een procesteam opgericht waar complexe casuïstiek kan worden aangemeld en beoordeeld. Hiervoor is ook een nieuwe aanmeldsite met een verbeterd aanmeldformulier gemaakt.
−
Met betrokken partijen hebben we de huidige aanpak van woonoverlast geanalyseerd en zijn verbeterpunten vastgesteld. Deze verbeterpunten moeten worden vertaald naar nieuwe beleidsregels inclusief een uitvoeringsaanpak, dit doen we in 2025.
22
2.2 Jeugdhulp Doelstellingen We werken aan de volgende doelstelling(en): -
Jeugdigen in onveilige situaties worden beschermd
-
De hulp voor de jeugdige is zo dicht mogelijk bij huis, nabij het gezin
-
Er is passende (specialistische) jeugdhulp voor de jeugdigen die dit nodig hebben
-
Er is een sterke (gemeentelijke) toegang die verbindingen heeft met partners uit de jeugdketen zoals consultatiebureau, voorschoolse voorzieningen en onderwijs
Hoe ver zijn we met het realiseren van onze doelstellingen? Wij bieden hulp aan alle jeugdigen die dat nodig hebben. Het gebruik van jeugdhulp blijft groeien; meer jeugdigen krijgen hulptrajecten toegewezen en hulptrajecten duren langer. Vanuit ons dashboard Sociaal Domein kunnen we data van de afgelopen drie jaar vergelijken. We zien extra groei bij ambulante begeleiding en specialistische GGZ. Belangrijk inzicht is dat we vooral kunnen sturen op de vermindering van inzet van jeugdhulp. Wij hebben daarvoor diverse kostenbeheersingsmaatregelen opgesteld. Niet alleen nodig om de kosten niet verder te laten toenemen, maar ook om te zorgen dat er hulp beschikbaar blijft voor de jeugdigen in de meeste kwetsbare posities. De maatregelen zijn onder meer gericht op het vergroten van het kostenbewustzijn bij onze toegangspartners, te normaliseren en jeugdigen zoveel mogelijk te ondersteunen in hun eigen gezin, netwerk en leefomgeving. Wat hebben we hiervoor gedaan? -
Om méér voorliggende oplossingen en kortere doorlooptijden te realiseren, zijn we het experiment Samenwerkwijze Jeugd gestart in samenwerking met Ons Welzijn, GGD en zes regionaal werkende jeugdhulpaanbieders. In deze pilot experimenteren we ook met administratief arm werken. Wij volgen deze pilot met een onderzoek door Bureau Zunderdorp.
-
De regionale website 'Als je uit elkaar gaat' is gelanceerd; met een lokale pagina sluit Oss hier op aan. Daarbij is begin 2025 het lokale scheidingsteam gestart. Hier kunnen ouders, kinderen, hun sociale netwerk en professionals terecht kunnen voor informatie, advies en hulp.
-
Vanuit het programma ‘Sporen naar kansen’ werken we aan verbinding van jeugdhulp met passend onderwijs en kinderopvang. We evalueerden het dyslexiebeleid om te komen tot verbetering van de aanpak van dyslexie. Voor een goede ondersteuning van gezinnen werken we samen met het onderwijs en Ons Welzijn aan een plan voor brugfunctionarissen op alle scholen. We versterkten het expertiseteam kinderopvang om ook aan de gastouderopvang ondersteuning te kunnen bieden (zie programma 2). Dit sluit aan op onze visie op de Pedagogische basis om meer op te lossen in het normale leven, dicht bij het gezin en de leefomgeving. We verankeren dit gedachtengoed steeds breder in ons netwerk, zoals bij scholen, in de sociale teams en bij het jongerenwerk.
-
De regionale werkgroep ‘Veilig in Afhankelijkheidsrelaties’ waarin wij actief participeren en een contactpersoon bieden, ligt sinds het najaar stil.
-
Ondertussen hebben wij voor Oss een analyse en een zelfscan Kwaliteitskader Werken aan veiligheid gedaan en werken we aan een met integrale beleidsontwikkeling en –afstemming op het terrein van jeugdhulp, wmo en veiligheid. Het CJG past de ketenaanpak gefaseerd werken aan veiligheid toe en werkt volgens de Top3 Methodiek. Voor jeugdhulp gaat het dan om sturing op de inzet en samenwerking van Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en jeugdbeschermingspartners met de lokale teams bij bescherming van jeugdigen in onveilige situaties.
-
Wij leverden onze bijdrage aan de regionale beleidsontwikkeling door voorzitterschap van het regionaal beleidsteam, projectleiderschap Transformatie-opgaven Jeugdhulp, afbouw Jeugdzorg+ (bovenregionaal), deelname aan werkgroep Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en deelname aan het regionaal regieteam. Osse medewerkers werken aan thema’s als inrichting crisishulp NOB en gesloten jeugdzorg, afstemming onderwijs-jeugdhulp, ontwikkeling Jeugdbescherming, ervaringskennis, project 16-17 jaar, uitrol gedeelde verklarende analyse.
23
-
De regionale aanpak Transformatie-opgaven voor nieuwe innovatieve vormen die ons zorglandschap kunnen verrijken en die een bijdrage leveren aan thuis- en gezinsgerichte hulp, heeft geen apart plan meer en is opgegaan in het nieuwe regionale uitvoeringsprogramma Jeugdhulp Noordoost Brabant.
-
Met het Actieteam 16-27 realiseren we een integrale, vraaggerichte aanpak (waarbij de BIG5 het uitgangspunt zijn) waardoor kwetsbare jongeren (16-27 jaar) vanuit niet langer tussen wal en schip vallen. We implementeren de JIM aanpak.
-
Voor verbetering van de dienstverlening aan gezinnen met zorgintensieve kinderen, lopen we met ONS welzijn een ontwikkeltraject. In dit traject leren we Om hoeveel gezinnen het gaat, wat deze gezinnen nodig hebben, hoe het zorglandschap eruit ziet en wat de impact op de betrokken organisaties is.
2.3 Integratie en opvang Doelstellingen We werken aan de volgende doelstelling(en):
-
Iedereen kan volwaardig deelnemen aan de samenleving; waar nodig bieden we internationale werknemers, vluchtelingen en statushouders ondersteuning op het gebied van onder andere taal, huisvesting en welzijn
-
We bieden opvang van vluchtelingen op een humane en veilige manier binnen onze mogelijkheden
Hoe ver zijn we met het realiseren van onze doelstellingen? Met de realisatie van de nieuwe locatie voor (asiel)opvang in Oss hebben we een belangrijke stap gezet. We bieden gelegenheid om mee te doen met aandacht voor taal, onderwijs en werk. Met ondersteuning voor wie dit nodig heeft. De draaglast en draagkracht van de opvang, directe omgeving en samenleving zijn in balans. Ook zijn stappen gezet gericht bij het versterken van participatie van internationale werknemers in Oss. Wat hebben we hiervoor gedaan? -
Opvang statushouders en vluchtelingen: in 2024 is de verhuizing van de opvang van en vluchtelingen naar de nieuwe locatie aan de Spitsbergerweg gerealiseerd. Er zijn in totaal 500 plekken structureel op deze locatie beschikbaar. De locatie voldoet aan de laatste kwaliteitseisen zoals geformuleerd in de Spreidingswet. Uitvoering hiervan gebeurt door de stichting Thuis in Oss op basis van een subsidie vanuit de gemeente Oss en een samenwerkingsovereenkomst met het COA. In deze samenwerking stemmen we de inhoudelijke programmering van de opvang af. Het is de bedoeling dat integratie in de Osse samenleving zo snel mogelijk plaats vindt. Zo is er een taaldocent aangesteld bij Thuis en wordt er met een gecertificeerde taalmethode gewerkt voor alle vluchtelingen. We starten op korte termijn met de pilot “Vluchtelingen aan het werk”. Het hebben van (vrijwilligers-)werk is een van de beste manieren om te werken aan integratie. De statushouders die nieuwkomer worden in Oss proberen we zo vroeg mogelijk in het asielproces naar Oss te halen zodat de integratie sneller kan starten.
-
Er is verder uitvoering gegeven aan de pilot participatie en integratie van internationale werknemers door ONS welzijn en stichting Barka. Zo zijn er inloopspreekuren bij Barka en wordt er (telefonisch) informatie, advies en hulp geboden op werk-, woon-, financiële en welzijnsvragen. Er is een laagdrempelige inloop in de pit-stop, er is een behoefteonderzoek gedaan en er zijn diverse voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd samen met relevante ketenpartners.
-
We hechten waarde aan de bijdrage van internationale werknemers aan de Osse economie. We vinden het belangrijk dat deze werknemers een goede plek om te wonen hebben. Dat werkgevers en huisvesters zich verantwoordelijk voelen om voor die plek en een goed woon- en leefklimaat te zorgen. Helaas is dat niet altijd het geval. Met regelmaat constateren we misstanden bij de huisvesting van internationale werknemers. Met slechte leefomstandigheden voor de werknemers en overlast in de omgeving tot gevolg. Gekozen is om eerst de bestaande grootschalige huisvestingslocaties kwalitatief op orde te laten brengen en om de realisatie van nieuwe locaties voorlopig ‘on hold’ te zetten. Daarnaast gaat de aanpak overbewoning onverminderd door. Het risico dat bewoners op straat komen te staan door onze handhavingsacties is iets groter. We schenken daarom extra aandacht aan communicatie naar de bewoners en zorg & welzijn en andere benodigde instanties haken aan.
24
-
Voor de toelichting over taallessen verwijzen we naar programma 2.
3. Programma-informatie 3.1 Duurzaamheid Sociale duurzaamheid betekent: kiezen voor oplossingen die het probleemoplossend vermogen van de samenleving zelf versterken, waardoor op termijn minder zorg/ondersteuning nodig is en mensen toekomstperspectief hebben. Dat betekent: zoveel mogelijk inzetten op oplossingen waarbij inwoners en hun informele netwerken een actieve rol spelen. Niet zorgen voor een oplossing, maar helpen een oplossing te vinden, zodat de inwoner of de buurt een volgende keer meer zelf kan oppakken. De global goals die bij dit programma horen zijn: geen armoede, geen honger, goede gezondheid en welzijn, gendergelijkheid, ongelijkheid verminderen, duurzame steden en gemeenschappen en vrede, veiligheid en gerechtigheid. 3.2 Indicatoren Indicator
Bron
2021
2022
2023
2024
Streefwaarde
Ik weet waar ik moet zijn met een CEO monitor over hulpvraag
2023*
Ik werd snel geholpen
CEO monitor over
82%
66%
68%
n.n.b.
n.v.t.
83%
75%
78%
n.n.b.
n.v.t.
89%
82%
n.n.b.
n.n.b.
n.v.t.
1.557
1.616
1.731
1.790
n.v.t.
378
371
367
362
n.v.t.
5
5
3
3
9
€ 3.279
€ 3.359
€ 3.752
€ 3.865
n.v.t.
2023* De ondersteuning die ik krijg past CEO monitor over bij mijn hulpvraag
2023*
Aantal cliënten per zorgvorm
Berichtenverkeer via
Wmo begeleiding **
Suite naar datawarehouse SD4
Aantal cliënten per zorgvorm
Berichtenverkeer via
Wmo dagbesteding **
Suite naar datawarehouse SD
Aantal cliënten per zorgvorm
Berichtenverkeer via
Wmo kortdurend verblijf **
Suite naar datawarehouse SD
Wmo kosten per inwoner met een Berichtenverkeer via Wmo indicatie (kosten uit de
Suite naar
Suite)
datawarehouse SD
* CEO= cliëntervaringsonderzoek, dit wordt gedaan onder cliënten van gecontracteerde ZIN-aanbieders. ** Aantal inwoners sinds 2024 met in het betreffende jaar een actieve Wmo indicatie. Eerder werden beginstanden gerapporteerd. De aangepaste aantallen geven een beter beeld hoeveel mensen daadwerkelijk ondersteund worden.
25
3.3 Waar staat je gemeente In de volgende tabel geven we de verplichte indicatoren vanuit waarstaatjegemeente.nl weer. Om de cijfers van Oss te kunnen plaatsen hebben we daarnaast een referentiemeting opgenomen. We gebruiken hiervoor de gemiddelde waarde van gemeenten in de grootteklasse van 50.000 tot 100.000 inwoners. Indicator
Oss
Referentie
Jaar
Jongeren met delict voor de rechter
1%
1%
2023
Jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp
15,2%
11,4%
2024
Jongeren tot 18 jaar met jeugdbescherming
1,2%
1%
2024
Jongeren van 12-23 jaar met jeugdreclassering
0,3%
0,3%
2024
Wmo-cliënten met een maatwerkarrangement per
850
664
2024
10.000 inwoners
26
4. Wat heeft het gekost? + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Omschrijving
Begroting
Begroting
Rekening
2024
2024 na
2024
Verschil Voordeel/ Nadeel
primitief
wijziging
Lasten
2.591
2.756
2.401
-354
V
Baten
-302
-355
-211
144
N
Saldo
2.289
2.401
2.190
-211
V
Lasten
17.793
20.958
21.508
550
N
Baten
-14.113
-15.685
-18.303
-2.618
V
Saldo
3.681
5.273
3.204
-2.068
V
Lasten
1.113
1.113
1.063
-50
V
Baten
-775
-775
-828
-53
V
13930
Saldo
338
338
235
-103
V
Wmo individuele
Lasten
17.222
18.050
17.157
-893
V
Jeugdwerk
Wmo collectieve voorzieningen
Wmo algemeen
voorzieningen
Wmo begeleiding en
Baten
-252
-252
-269
-17
V
Saldo
16.970
17.797
16.888
-910
V
Lasten
12.115
13.404
13.762
358
N
dagbesteding Baten
0
-12
-26
-15
V
Saldo
12.115
13.393
13.736
343
N
Lasten
35.929
43.437
45.164
1.728
N
Baten
-41
-41
-130
-89
V
Saldo
35.887
43.395
45.034
1.639
N
Lasten
24.460
17.672
16.573
-1.099
V
Baten
0
0
0
0
-
Saldo
24.460
17.672
16.573
-1.099
V
Lasten
111.223
117.390
117.629
239
N
Baten
-15.483
-17.120
-19.768
-2.648
V
Saldo
95.740
100.270
97.861
-2.408
V
Stortingen reserves
8.300
14.950
16.859
1.909
N
Onttrekkingen reserves
-5.200
-6.664
-5.946
719
N
Totaal mutaties reserves
3.100
8.286
10.913
2.627
N
Resultaat
98.840
108.555
108.774
219
N
Jeugdzorg
Wmo beschermd wonen
Totaal programma
27
Toelichting per product Jeugdwerk We hebben € 354.000 aan lagere kosten en € 144.000 aan lagere opbrengsten. Per saldo geeft dit een voordeel van € 0,2 miljoen. Dit is als volgt te verklaren. −
Lagere kosten en opbrengsten pilot Verbinden proeftuin Ruwaard met Justitiële strafrechtketen (€ 158.000). We hebben lagere kosten omdat er minder deelnemers zich hebben aangemeld dan we hadden verwacht. In deze pilot is geëxperimenteerd met een nieuwe werkwijze, gericht op een kwalitatief beter reclasseringsadvies met input van de verdachte en de mensen uit de sociale kring van de verdachte. Per 31 december 2024 is deze pilot beëindigd met de afspraak dat alle organisaties intern de werkwijze regulier implementeren. Het budget van deze pilot, verkregen van het Ministerie Justitie en Veiligheid, is niet volledig besteed en betalen we terug aan het Rijk.
−
We hebben lagere kosten binnen opbouw samenleving van € 187.000. We hebben de activiteiten 'versterken sociale basis', 'mantelzorg', 'één tegen eenzaamheid' en 'welzijn op recept' betaald uit budgetten die we hebben ontvangen voor het Gezond en actief leven akkoord. De kosten zijn elders verantwoord.
Wmo Collectieve voorzieningen We hebben € 550.000 aan hogere kosten en € 2,6 miljoen aan hogere opbrengsten. Per saldo geeft dit een voordeel van € 2,1 miljoen. −
Hogere kosten (€ 1,3 miljoen) en hogere opbrengsten (€ 2,6 miljoen) voor het opvangen van vluchtelingen. Dit wordt met name veroorzaakt door de transitiekosten Spitserbergerweg en de vergoeding die we hiervoor hebben ontvangen. De kosten bedroegen € 1,9 miljoen. Deze hebben we volledig vergoed gehad van het Rijk. Dit was niet begroot. Aan de andere kant hadden we lagere kosten dan verwacht voor energiekosten, leefgelden en onvoorziene kosten. Deze kosten variëren jaarlijks. We hebben wel meer opbrengsten vanuit het Rijk ontvangen, we hebben daarom meer gestort in de reserve vluchtelingen.
−
Lagere kosten brede aanpak dak- en thuisloosheid (€ 447.000). De incidentele uitgaven zijn € 61.000 lager uitgevallen. Daarnaast is er een voordeel van € 386.000 op het structurele budget. De lagere incidentele uitgaven hebben te maken met de pilot Eerst een thuis. We hadden verwacht in 2024 de eerste deelnemers te kunnen huisvesten. Dat kostte meer tijd dan verwacht. Voor de lagere structurele uitgaven geldt dat in de meicirculaire 2024 duidelijk is geworden dat de regio, naast de eerdere incidentele middelen, voortaan structurele middelen ontvangt voor de aanpak van daken thuisloosheid. Hiermee kunnen we ook structurele inzet voor de aanpak van dakloosheid financieren. Omdat de uitvoering hiervan voorbereidingstijd heeft gevraagd, hebben we deze middelen in 2024 nog niet geheel kunnen besteden. De algemene lijn is dat we inzetten op de beweging van opvang naar wonen. Het regionale portefeuillehoudersoverleg Wmo heeft in dit kader in december 2024 vastgesteld dat de structurele middelen worden ingezet om het tekort van maatschappelijke opvang te dekken zolang dit nog noodzakelijk is en om regionale structurele inzet op preventie te bekostigen. Vervolgens worden de resterende middelen aan lokale gemeenten uitbetaald om het nieuwe product Eerst een thuis te betalen. De aanbesteding hiervan is eind 2024 afgerond.
De verwachting is dat het product Eerst een thuis in de loop van 2025 uitgebouwd zal worden. De snelheid waarmee dit kan zal onder meer afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van woningen. Omdat trajecten over het algemeen een langere looptijd hebben (1-3 jaar) verwachten we dat de uitgaven voor lokale gemeenten voor dit product langzaam gaan toenemen. Daarom hebben we een resultaatbestemming aangevraagd voor de resterende structurele middelen van 2024. Na aftrek van de regionale inzet komen er dan lokaal voldoende middelen beschikbaar voor het opvangen van stijgende Wmo-kosten voor het product Eerst een thuis.
−
Lagere kosten proeftuin Ruwaard (€ 118.000). We hebben minder kosten gemaakt voor de organisatie van de proeftuin (€ 75.000). Gemaakte kosten voor de subsidietender proeftuin (€ 40.000) hebben we kunnen betalen uit beschikbaar budget vanuit het Integraal Zorgakkoord.
−
Lagere kosten maatschappelijke opvang (€ 35.000). Dat komt vooral door lagere kosten voor de winteropvang. We begroten deze kosten altijd op de maximale duur van de winterperiode. In de praktijk variëren de kosten elk jaar. Door gunstige weersomstandigheden in 2024 is de winteropvang minder lang open geweest. Daardoor zijn de kosten lager uitgevallen.
28
Wmo algemeen We hebben een voordeel van € 0,1 miljoen. De inkomsten die we ontvangen aan eigen bijdragen voor de Wmo zijn € 62.000 hoger uitgevallen dan we begroot hadden. Dat komt doordat het product Hulp bij huishouden vanaf 1 juli 2024 geen onderdeel meer is van de ondersteuning die binnen de proeftuinen Ruwaard en Ussen geleverd wordt. Voor ondersteuning vanuit de proeftuin geldt geen eigen bijdrage. Doordat Hulp bij huishouden geen onderdeel meer is van de proeftuinen zijn inwoners die hier gebruik van maken vanaf 1 juli een eigen bijdrage gaan betalen waardoor de inkomsten hoger uitgevallen zijn. Daarnaast hebben we lagere kosten voor laagdrempelig ontmoeten (€ 44.000). Wmo Individuele voorzieningen De kosten zijn € 0,9 miljoen lager dan verwacht. Dit heeft de volgende oorzaken: −