CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkoopplan Wmo 2022-2023.PDF

Adviescommissie Sociaal Bestuurlijk 24 juni 2021, gemeente OssBij agendapunt: BII Inkoopplan 2022-2023 voor Wmo ondersteuning regio Brabant Noordoost oost9.920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inkoopplan 2022 en 2023

Wmo ondersteuning Brabant Noordoost - Oost Versie 1.0 ter bespreking College van B&W

Inhoud Samenvatting

H1

H4

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Inleiding 1.1 Terugblik op inkoopuitvoering 2020 en 2021 1.2 De invloed van de Coronacrisis op de inkoopuitvoering

H2

Doorontwikkeling inkoop Wmo ondersteuning

H5

Doorontwikkeling monitoring en sturingsinformatie 3.1 Verdere ontwikkeling van monitoren 3.2 Het cliëntervaringsonderzoek (CEO) in 2022 en 2023 3.3 Samenhang tussen monitor/dashboard en CEO

Samenwerking met zorgaanbieders Samenwerking met toegangen en consulenten Kwaliteit Regionaal toezicht & rechtmatigheid Inkoop Huishoudelijke Verzorging

Maatschappelijke Opvang, Beschermd wonen en Preventie 5.1 Regionale ontwikkelagenda voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid 5.2 Transformatie maatschappelijke opvang 5.3 Preventie 5.4 Inkoop van de Wvggz 5.5 Bemoeizorg 5.6 Erop af functie

2.1 Verder inzetten op transformatie en de effecten van de Wmo ondersteuning 2.2 Naar een eenduidige inzet van Wmo ondersteuning 2.3 De transformatieregeling 2%

H3

Samenwerking met de zorgaanbieders en kwaliteit

H6

Financiële paragraaf 6.1 Tarieven en indexering Wmo ondersteuning 2022 en 2023 6.2 Financieringsopzet uitvoeringsorganisatie Wmo Inkoop 2022 en 2023 6.3 Overzicht overige kosten die worden doorbelast naar de regiogemeenten

Bijlage I

Samenvatting inkoopplan 2022-2023 DOORONTWIKKELING INKOOP WMO • Meer sturen op effecten van de Wmo ondersteuning • Inzicht krijgen in soorten ondersteuning: - Gericht op ontwikkeling - Gericht op stabilisatie • Eenduidige inzet van Wmo ondersteuning in de regio • Transformatieregeling 2% verlengen tot 2023

MONITORING • Monitoring verder ontwikkelen middels keuze uit 3 ambitie­ niveaus 1. Doorontwikkeling bestaande monitor OF 2. Ontwikkeling maandelijks digitaal dashboard OF 3. Digitaal Wmo dashboard op wijk- en dorpsniveau • Uitwerken van gekozen ambitieniveau 1,2 of 3. • Cliëntervaringsonderzoek

SAMENWERKING ZORGAANBIEDERS & KWALITEIT

MAATSCHP. OPVANG + PREVENTIE + BESCHERMD WONEN

• Contractmanagement door ontwikkelen naar relatie­ management.

• Regionale ontwikkelagenda inwoners psychische kwetsbaarheid

• Organisatorische overlegtafel maximaal 2 keer per jaar

• Transformatie maatschappe­ lijke opvang - Kostprijsberekening - Toegang naar gemeente - (Aanbesteding) nieuwe producten

• Inhoudelijke overlegtafels met o.a. de doorontwikkeling inkoop als onderwerp • Onderzoek naar verbetering informatievoorziening richting regio + zorgaanbieders

• Bemoeizorg gaat uit van trajectfinanciering

• Samenwerking met consulenten verbeteren

Overige onderwerpen

• Regionaal Toezicht Wmo • Inkoop Wvggz • Huishoudelijke verzorging

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

Planning 18 maart Half mei 11 mei 24 juni 8 juli

Vaststelling POHO Colleges B&W regio College B&W Oss Adviescommissie Oss Gemeenteraad Oss

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

• Erop af functie gerealiseerd met verschillende meldpunten

Kosten

Kosten inkooporganisatie € 753.477 Regionaal Toezicht € 195.963 Beleidscoördinatie € 105.000

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

1 Inleiding Voor u ligt het inkoopplan 2022 en 2023 van het team Contractmangement & Inkoop (C&I), waarin de inkoopacties voor de komende twee jaar zijn uitgewerkt. De belangrijkste kaders voor dit inkoopplan zijn het regionale beleidskader Wmo 2020-2023, het regionaal koersdocument voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid en de centrumregeling regio Brabant Noordoost-oost 2020-2023.

jaren vast. Elk afzonderlijk college van de regiogemeenten stelt het Inkoopplan vast. Dit biedt het kader waarbinnen het inkoopteam, namens de 10 gemeenten, via het construct van het “open house” systeem de specialistische Wmo ondersteuning inkoopt.

Daarnaast is het inkoopplan dat nu voorligt een logisch vervolg op het inkoopplan van 2020 en 2021. De reeds ingezette koers naar transformeren en verder ontwikkelen zal ook in het voorliggende inkoopplan worden voortgezet. De belangrijkste onderdelen in dit plan zijn: • Het doorontwikkelen van de Wmo producten door meer in te zetten op doelrealisatie en de beleidsuitgangspunten te volgen en te vertalen naar contractafspraken. • Onderzoeken hoe we de effecten van de Wmo ondersteuning via monitoring in beeld kunnen brengen. • Verdere samenwerking met zorgaanbieders om kwaliteit van de geboden ondersteuning te stimuleren en verder te ontwikkelen.

In de afgelopen periode zijn de volgende inkoopactiviteiten uitgevoerd: • De uitwerking van de Transformatieregeling 2% is met de aanbieders verder uitgewerkt. Door Corona is er echter nog niet gestart in 2020, maar is de regeling verlengd, zodat experimenten en pilots kunnen worden uitgevoerd. • In 2020 is de harmonisering van de tarieven Beschermd wonen doorgevoerd, waarbij instellingstarieven zijn vervangen door uniforme tarieven die zijn afgestemd op de zorgzwaarte. Per instelling is een plan op maat gemaakt om te komen tot een verantwoorde ombouw en soms afbouw. Het streven naar zorgcontinuïteit is een belangrijk uitgangspunt. • Voor Maatschappelijke opvang is er een nieuw kernbeding1 geschreven. Deze is gebruikt voor de aanbesteding van nieuwe aanvullende voorzieningen. Daarnaast wordt er ingezet op de inkoop van het specialistische voorzieningenpalet. • Vanaf 2020 is gerealiseerd dat de Wmo facturen lokaal betaald worden door de regiogemeenten. De facturen van Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang zijn in 2020 en 2021 wel centraal door de centrumgemeente betaald.

Om de (nieuwe) Wmo taken efficiënt en effectief uit te voeren, hebben de 10 gemeenten in de regio BNO-O ervoor gekozen om samen te werken via een centrumregeling. Hierin is afgesproken dat de centrumgemeente een Inkoopplan maakt. Hierin stellen we de uitgangspunten en doelstellingen voor de volgende

1.1 Terugblik op inkoopuitvoering 2020 en 2021

1 Een kernbeding is dat deel van de overeenkomst, dat zo belangrijk is dat de overeenkomst zonder dit onderdeel (beding) niet tot stand zou zijn gekomen of er geen sprake zou zijn van overeenstemming tussen de partijen.

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

•

De centrumgemeente is nog verantwoordelijk voor de communicatie met de aanbieders en de uniformiteit rondom facturering, middels het facturatieprotocol en de afspraken over de productieverantwoording. Tijdelijke uitbreiding van de capaciteit voor dak- en thuislozen in de regio in verband met Corona.

1.2 De invloed van de Coronacrisis op de inkoopuitvoering

De Coronacrisis heeft vanzelfsprekend invloed gehad op de inkoopuitvoering van afgelopen jaar. Zo hebben we: • Zorgaanbieders een omzetgarantie gegeven zodat het zorglandschap ook na de coronacrisis in stand blijft. • Een meerkostenregeling voor Wmo zorgaanbieders uitgevoerd waardoor meerkosten in verband met uitvoering van de RIVM-richtlijnen werden vergoed. • Medewerkers van zorgorganisaties gevraagd kwetsbare burgers extra te ondersteunen. • Afspraken gemaakt met zorgaanbieders over alternatieve manieren om onze inwoners te blijven ondersteunen, indien reguliere zorg verlenen niet mogelijk was. • Aanvullende afspraken gemaakt met Verdihuis over maatschappelijke opvang op basis van de RIVM-richtlijnen.

Besluit Hoofdstuk 1: Instemmen met het vaststellen van bijgaand Inkoopplan 2022 en 2023 voor de duur van twee jaar.

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

2 Doorontwikkeling inkoop Wmo ondersteuning 2.1 Verder inzetten op transformatie en de effecten van de Wmo ondersteuning

De transformatie binnen de Wmo is gericht op het anders organiseren van de ondersteuning aan inwoners: zwaardere, gespecialiseerde ondersteuning voor wie dit (tijdelijk) nodig heeft, lichtere ondersteuning voor inwoners die meer zelfredzaam zijn. Hierbij streven we naar zoveel mogelijk regie en keuzevrijheid bij de cliënt en/of de mantelzorger. De toegang bepaalt vervolgens wat minimaal nodig is om zelfstandig te wonen en mee te kunnen doen. Daarbij wordt gelet op de beperkingen en/of op de leefsituatie van de cliënt. Dat moet veilig en verantwoord zijn. Het huidige specialistische productenaanbod binnen de Wmo bestaat uit de producten Beschermd wonen, Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde dagbesteding en Kortdurend verblijf. Deze producten kennen een aantal niveaus van zwaardere naar lichtere ondersteuning. Ook, lokaal gefinancierde, algemene voorzieningen behoren tot de Wmo. In onze regio zoeken we naar manieren om meer te sturen of grip te krijgen op de effecten van de Wmo ondersteuning: • De zorgaanbieders hebben de opdracht om tijdig op- en af te schalen, te innoveren en om de zelfredzaamheid van de cliënt te vergroten. We willen daarom gaan sturen op doelrealisatie (in welke mate is het vooraf geformuleerde doel van de ondersteuning behaald?).

• Maar ook de vragen met elkaar te beantwoorden: - Wanneer en onder welke omstandigheden zet men de bestaande producten in? - Hoe zet men het product in? - Welke doelen en resultaten worden gekoppeld aan deze inzet?

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

De stappen die we hierin nemen, hebben gevolgen voor de inkoop van Wmo, de contractafspraken en de relatie met zorgaanbieders. De regionale ontwikkeling en beleidslijn biedt richting voor de manier waarop contracten, contractmanagement, samenwerking en gesprekken over kwaliteit met de zorgaanbieders wordt ingevuld. Vanuit C&I is dan ook de ruimte nodig deze beleidskeuzes door te voeren in de bovengenoemde zaken. Zo kan de duur van de ondersteuning en het tijdig op- en afschalen van de ondersteuning gevolgen hebben voor de evaluatie van de ondersteuning en afspraken over het voortzetten van de ondersteuning door aanbieders. Schakelen we bijvoorbeeld een andere aanbieder in als er bij evaluatie blijkt dat er nog te weinig voortgang is rondom de gestelde doelen? Daarnaast dient de lokale basis aan ondersteuning en algemene voorzieningen op orde te zijn om op en af te kunnen schalen. Zo kan bijvoorbeeld na stabilisatie gekeken worden naar oplossingen in het voorliggende veld of binnen het eigen netwerk (denk aan: inzet van vrijwilligers of een algemene voorziening). Ook voor inwoners die ontwikkelingsgerichte ondersteuning hebben gehad en klaar zijn om een volgende stap te nemen, is het van belang de ontwikkeling te borgen.

2.2 Naar een eenduidige inzet van Wmo ondersteuning

Zoals eerder genoemd zijn de 4 hoofdproducten die worden ingekocht door de regio als volgt: Beschermd wonen, Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde dagbesteding en Kortdurend verblijf. Binnen deze producten is een aantal zwaardere en lichtere vormen gedefinieerd. Echter is er bij de uitvoering in de regio geen duidelijke, eenduidige afspraak over wanneer welk product wordt ingezet, voor welke doelgroep, voor welke periode en met welke resultaatafspraken.

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

Om meer grip te krijgen op de effecten van de ingezette ondersteuning, kunnen hierover afspraken worden gemaakt in de regio. Zo zou er bijvoorbeeld onderscheid kunnen worden gemaakt tussen: • Dagbesteding gericht op ontwikkeling waarbij er gericht, samen met de cliënt, gewerkt wordt aan vooraf vastgestelde doelen en de ondersteuning in principe tijdelijk is. • Dagbesteding gericht op stabilisatie, waarbij ontwikkeling niet meer mogelijk is door de situatie van de cliënt en het hoogst haalbare is dat de situatie stabiel blijft en ondersteuning voor langere tijd nodig is. Om dit verder door te voeren op het gebied van inkoop en contractmanagement zijn de volgende beleidskeuzes nodig: • Duidelijke uitgangspunten over de verwachtingen en doelen per product. Die vervolgens opgenomen kunnen worden in de contracten en het kwaliteitskader • Verdere samenwerking met de (regionale) toegangen en andere afspraken over indiceren en beschikken. Wanneer de beleidskeuzes duidelijk zijn, is een gefaseerde aanpak nodig. Vanuit inkoop zien wij de volgende fasering: • Inzicht krijgen in de soorten ondersteuning die we momenteel zien. Dit kan in 2021 worden opgepakt.

Het gaat hierbij om het onderscheid tussen: - Ondersteuning gericht op de ontwikkeling van vaardigheden (verandering, groeien, leren in regie en uitvoeren regie) - Ondersteuning gericht op stabilisatie (behouden of achteruitgang voorkomen of overname van regie en uitvoering regie). - Daarnaast kan er ook gekeken worden naar onderscheid in doelgroepen (leeftijd, beperking, ontwikkelingsperspectief, zorgzwaarte) waarop de ondersteuning gericht is. Het verkrijgen van dit inzicht vraagt samenwerking met toegang en zorgaanbieders. • In beeld brengen van de mogelijkheden om algemene voorzieningen te organiseren. Hierbij onderzoeken we de rol die inkoop heeft op dit onderwerp en

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

•

•

•

hoe we dit vormgeven in de samenwerking met zorgaanbieders. Het realiseren van meer algemene voorzieningen heeft namelijk gevolgen voor de zorgaanbieders, omdat zij wellicht een andere (zwaardere) doelgroep ontvangen en het totaal aantal cliënten waarschijnlijk terugloopt. Dus minder, maar wel zwaardere cliënten die naar de dagbesteding komen. Op basis van het inzicht bekijken we welke resultaten we kunnen formuleren. We bekijken, in overleg met de (regionale) toegang, de mogelijkheden om inzet van ondersteuning te onderscheiden tussen ontwikkelings- en stabilisatie gericht. En daarna de bijbehorende doelen en resultaten eenduidiger te formuleren in de beschikking. Daarbij zal ook de mogelijkheid moeten worden bekeken om afspraken te maken over de duur van de Wmo ondersteuning op basis van de situatie van de cliënt. We verwachten dit in 2022 op te pakken. Vanuit C&I met aanbieders bespreken en onderzoeken wat de beleidskeuzes betekenen voor de inzet, afspraken en contracten van de ondersteuningsvormen. Op basis van transparantie en samenwerking komen we met de aanbieders tot aangescherpte/nieuwe afspraken. Dit betekent dat de producten en bijbehorende afspraken mogelijk anders omschreven gaan worden in de contracten. Dit wordt tijdig aangekondigd in de contracten, verwachting is dat dit in 2022 gebeurt.

Dit geeft aanbieders de kans om de ondersteuning mogelijk anders vorm te geven. Dit beantwoordt eveneens aan onze transformatiedoelstelling. Evalueren van bovenstaande stappen en waar nodig de inkoopafspraken en contracten aanpassen. De evaluatie kan dan plaatsvinden in 2023. Het onderscheid in ondersteuning gericht op ontwikkeling of stabilisatie kan op den duur leiden tot aanpassing van de huidige producten en de inkoop hiervan. Dit vraagt ook een opdracht aan C&I om waar mogelijk nieuwe aanbieders te contracteren, die ondersteuning aanbieden die nu ontbreekt in het regionale palet. Bij de ontwikkelgerichte begeleiding ligt ook een link met arbeidsmatige dagbesteding. We zijn tevreden met de huidige financieringssystematiek en we bekijken hoe resultaatgerichte inzet van ondersteuning en doelrealisatie passend hierop aansluiten.

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

2.3 De transformatieregeling 2%

In het Inkoopplan 2020 en 2021 is besloten een transformatieregeling in te stellen. Met als doel te onderzoeken hoe we de transformatie via contracten en overleg met zorgaanbieders kunnen versnellen. Omdat transformatie deel uit maakt van de contractafspraken en omdat extra innovatiemiddelen niet beschikbaar zijn is besloten te zoeken naar mogelijkheden binnen de budgetten Wmo ZIN. Daarom is er door de regiobestuurders in het inkoopplan 2020-2021 besloten dat 2% van de omzet van het ZIN budget ingezet dient te worden om transformatie te versnellen. Hiervoor maken alle gecontracteerde zorgaanbieders Wmo (m.u.v. Beschermd wonen) een keuze uit een van de drie sporen (spoor 1: eigen transformatievoorstel indienen, spoor 2: meedoen een aan pilot, spoor 3: 2% van het budget beschikbaar stellen).

Transformatie Bij transformatie wordt uit gegaan van de volgende uitgangspunten: • Van een relatief groot beroep op Maatwerkvoorzieningen naar een kleiner beroep daarop en meer beroep op de eigen kracht en het netwerk van cliënten; • Van te laat ingezette ondersteuning en gebruik van Maatwerkvoorzieningen naar (vroeg)tijdig • Van zwaardere naar lichtere typen Maatwerkvoorzieningen; • Van versnippering naar integraliteit (integraal Trajectplan) • Voorkomen/uitstellen van duurdere zorg; • Het met ondersteuning langer functioneren in de thuissituatie mogelijk maken; • Realiseren van een stabiele situatie; Bron: Overeenkomsten 2021

een groot deel in het teken van Corona zal staan, stellen we voor om de Transformatieregeling 2% te laten gelden voor de jaren 2021, 2022 en 2023. • Jaarlijks brengen we de opbrengst in beeld, en is er gelegenheid tot bijstellen. (Bijvoorbeeld het opstarten van nieuwe pilots, het overstappen naar een ander spoor, of andere acties n.a.v. de ervaringen van dat jaar.) • Bij de ontwikkeling van het nieuwe regionale beleid en de nieuwe regionale afspraken Wmo voor 2024 en verder, zal bepaald worden of de Transformatieregeling 2% na 2023 voortgezet wordt en hoe dit in de contracten wordt opgenomen. Daarnaast bekijken we hoe de opbrengst wordt meegenomen in de inkoop.

Besluiten hoofdstuk 2 1. Instemmen met het vertalen van het onderscheid m.b.t. ontwikkelings- en stabilisatiegerichte ondersteuning in contractafspraken. 2. Instemmen met de gefaseerde aanpak om de producten meer eenduidig in te zetten, zodra de beleidsuitgangspunten zijn vastgesteld. 3. Instemmen met het voortzetten van de transformatieregeling 2% voor de 2022 en 2023.

In mei 2020 is door het POHO Wmo besloten om de Transformatieregeling 2% met een jaar uit te stellen i.v.m. de corona-crisis. Er is besloten om per 1-1-2021 de Transformatieregeling 2% weer op te starten. De looptijd van de Transformatieregeling 2% betreft in principe de jaren 2021 en 2022. Maar, omdat 2021 nog voor

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

3 Doorontwikkeling monitoring en sturingsinformatie De regiogemeenten willen de ontwikkelingen (transformatie, doelrealisatie, kwaliteit van de ondersteuning) in de Wmo kunnen volgen, erop kunnen sturen en verantwoorden. Daarnaast wil de regio lering trekken uit de ontwikkelingen in de Wmo om eventueel tot beleidsbijstelling te komen. Door de beperktheid van de huidige dataverzamelingen, het ontbreken van de toegang tot noodzakelijke regionale data, en het ontbreken van de systematische data integratie, verwerken en analyse daarvan via (automatische)-koppeling met een geschikte tool, is het momenteel niet mogelijk om aan deze wensen van de regiogemeenten te voldoen. Daarnaast is hiervoor binnen de huidige regionale capaciteit geen ruimte voor. Een geïntegreerd Wmo dashboard met verschillende soorten data voor regiogemeenten kan een oplossing bieden voor bovenstaande vraagstukken. Dit regionale Wmo dashboard zou beschikbaar moeten zijn voor verschillende gebruikers, en het moet toegankelijk en gebruiksvriendelijk zijn. De gebruikers kunnen de bestuurders, beleidsadviseurs, contractmanagers of Wmo consulenten zijn.

3.1 Verdere ontwikkeling van monitoren

Momenteel leveren we in de Wmo monitor data in de vorm van een rapportage met gegevens achteraf over begroting, uitgaven en aantallen per productcategorie. Regiogemeenten doen zelf de duiding van de cijfers, maar dit gebeurt niet in iedere gemeente. Hierdoor voldoet deze monitorrapportage steeds minder aan de behoefte van de regiogemeenten. De bestuurlijke noodzaak om grip te krijgen op de uitgaven, te sturen en in control te zijn, vergroot de urgentie. Er is behoefte aan meer informatie over én achter de cijfers, trends en ontwikkelingen in beeld krijgen en te prognosticeren. Ook zijn er (real-time) actuele Wmo gegevens nodig, willen we in de regio tijdig kunnen acteren op inhoudelijke beleidsontwikkeling en op uitgaven. Rondom verschil-

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

lende thema’s (bijv. HV en onderzoek abonnementstarief) is meer en specifieke onderzoekskennis en expertise nodig om dit proces voor de regio te organiseren, te faciliteren en uit te voeren. Ambtelijk zijn de ambities op het gebied van monitoring groot. In verschillende gemeenten is men lokaal de monitoring verder aan het ontwikkelen. Deze ervaringen en leerpunten vanuit de verschillende individuele gemeenten kunnen mede richting geven aan de verdere ontwikkeling van de regionale monitoren/dashboard ontwikkeling in de regio. In het kort willen we met de doorontwikkeling van monitoren/dashboard het volgende bereiken: 1. Dat we op tijd inzicht hebben in Wmo uitgaven t.o.v. de begroting; 2. Dat we het beleid kunnen formuleren en bijstellen op basis van feiten (data en duiding). Zo kan het bijvoorbeeld inzicht ontstaan hoe en waar een algemene voorziening te realiseren om de instroom in specialistische Wmo te verminderen, maar nog wel een inwoner van passende ondersteuning te voorzien; 3. Dat we zicht krijgen op de transformatie en of deze werkt; 4. Dat we inzicht krijgen in of er passende zorg wordt geleverd, de doelen worden gerealiseerd en inzicht in het effect van de ondersteuning (doelrealisatie); 5. Dat we zicht krijgen op de tijdelijkheid van de Wmo ondersteuning: gegevens per aanbieder over in-, door en uitstroom.

Om bovenstaande punten verder te kunnen ontwikkelen, is het nodig een keuze te maken welk ambitieniveau we als regio op dit onderdeel van de samenwerking nastreven.

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

Onderstaande ambitieniveaus zijn niet uitputtend, maar geven de gradaties goed weer: 1. Doorwikkeling van bestaande Wmo monitoring en deze meer actueel maken, met de huidige en beschikbare data in een schriftelijke rapportage of een simpel dashboard. 2. De ontwikkeling van een digitaal dashboard, waarin per maand de gegevens worden weergegeven, dat toegankelijk is voor verschillende gebruikers (bestuurders, beleidsadviseurs, contractmanagers of Wmo consulenten). Hiervoor moeten we nieuwe data verzamelen en toevoegen. Er moet nagedacht worden over de techniek of methode over hoe we regionale data gaan uitwisselen. Dit dashboard bevat een korte duiding voor elke grafiek. 3. De ontwikkeling van een digitaal Wmo dashboard dat de data geografisch weergeeft op wijk- en dorpsniveau. Hiervoor is een datawarehouse voor de Wmo-gegevens uit de regio nodig. Dit zou de start zijn om op termijn te komen tot een meer data-gesteunde werkwijze om het regionaal beleidsproces vorm te geven. In een apart voorstel aan het portefeuillehoudersoverleg Wmo wordt per ambitiniveau uitgewerkt wat er nodig is; wat de voor- en nadelen zijn en omschreven wat er mogelijk is met de informatie. Naar aanleiding van deze uitwerking, wordt een ambitieniveau gekozen. De keuze voor het ambitieniveau bepaalt de richting en de uitwerking van de volgende stappen in de periode 2022 en 2023.

Na een keuze voor het ambitieniveau kunnen we voorkeursscenario’s uitwerken waarbij de volgende vragen uitgewerkt kunnen worden. • Wat is er voor nodig aan kennis, inzet, expertise? • Wat zijn de bijbehorende kosten? • Wat hebben we nodig om inzicht te krijgen op de transformatie en of deze werkt? Hoe kunnen we het meten en blijven monitoren? • Wat hebben we nodig om de doelrealisatie te meten en blijven monitoren? • Wat hebben nodig om de tevredenheid over de zorgaanbieders te kunnen meten en blijven monitoren?

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

•

Wat levert ieder specifiek scenario op? Denk hierbij aan inzicht in en sturen op in, door- en uitstroom, effect van ondersteuning, duur van ondersteuning, kosten van ondersteuning en waarvoor wordt ondersteuning ingezet.

3.2 Het cliëntervaringsonderzoek (CEO) in 2022 en 2023

In het wettelijk verplichte cliëntervaringsonderzoek (hierna: CEO) meten we nu jaarlijks drie thema’s volgens de richtlijn die bepaald wordt door VWS. Deze thema’s zijn: • de toegankelijkheid van voorzieningen (de kwaliteit van de toegang); • de kwaliteit van ondersteuning; • het effect van de ondersteuning op de zelfredzaamheid en participatie. Sinds twee jaar meten en monitoren we ook de cliënttevredenheid over de HV-zorgaanbieders, en de oorzaken daarvan voor 11 gemeenten (inclusief Meierijstad). Dit HV-onderzoek is volledig geïntegreerd met het standaard CEO. Vanaf 2021 mag de gemeente zelf bepalen hoe ze het CEO gaat meten en wanneer ze dit doen. Maar de gemeenten moeten nog steeds elk kalenderjaar tenminste drie thema’s meten. Eén van de belangrijkste veranderingen hierbij is het aanleveren in het nieuwe format. Bij dit nieuwe format moet de gemeente niet alléén de resultaten aanleveren, maar zij moeten ook verantwoorden hoe ze dit heeft gemeten en bij welke doelgroep. Wat is gedaan met de uitkomsten van het CEO? Met wie zijn de uitkomsten besproken? Wat wordt met de uitkomst gedaan? Op welke aspecten van toegang/kwaliteit/effect ziet de gemeente ruimte voor verbetering? Deze landelijke CEO-ontwikkeling opent veel nieuwe mogelijkheden voor het CEO.

Om te zorgen dat we de resultaten met elkaar kunnen vergelijken en dat we de trend over de jaren heen kunnen blijven volgen (monitoring), is het belangrijk dat we het gezamenlijk blijven doen. Dat is ambtelijk als het uitgangpunt voor het CEO afgesproken.

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

Regionaal, samen met 11 gemeenten, zullen we bepalen wat we willen meten met welke frequentie, met welk doel en methode voor het CEO over 2022 en de jaren daarop? De ambitie is uitgesproken te onderzoeken of continu meten een alternatief is en te beginnen met het inrichten van het continu meten. Meer dan nu zal het continu meten, met meer gerichte vragen, inzicht opleveren in wat we al gemeenten kunnen verbeteren of wat succesvol is. Cliënt ervaringsonderzoek (CEO) HV. In 2019 zijn we met 7 HV regiogemeenten gestart met de eerste meting over hoe HV-cliënten hun huishoudelijke verzorging ervaren, daarbij werd onderscheid gemaakt in de zorgaanbieders. Op deze manier kan er per zorgaanbieders worden gemeten hoe tevreden cliënten zijn over de betreffende zorgaanbieders. Om te zorgen dat de cliënten zo min mogelijk worden ‘lastiggevallen’ door gemeenten, hebben we dit onderzoek geïntegreerd in het CEO Wmo. Op termijn willen we de kwaliteit van de HV-zorgaanbieders continu gaan monitoren. De voorbereiding daarvan is gestart.

3.3 Samenhang tussen monitor/dashboard en CEO

In bovenstaand voorstel willen we de verschillende meetmethode en soorten data (financieel, omvang, kwaliteit en effect gerelateerd), zoveel als mogelijk gaan integreren in een regionaal Wmo dashboard. Door de toevoeging van continue meten levert dit waardevolle data op. De combinatie van het analyseren van verschillende soorten data met de juiste inhoudelijke kennis, kan tot bijstelling en aanpassing van de beleidscyclus leiden. Met als doel betere resultaten voor inwoners.

spanningen (kosten & mensen capaciteit) die we moeten leveren ten opzicht van wat het oplevert voor regiogemeenten? Data krijgen immers pas betekenis en meerwaarde als ze op het juiste moment, in de juiste vorm door de juiste gebruiker geïnterpreteerd worden. De betrokkenheid vanuit alle gebruikers is daarom mede bepalend voor het succes van de monitor/dashboard.

Besluiten hoofdstuk 3 1. In te stemmen met het uitwerken van een voorstel aan het poho Wmo, waarin de ambitieniveaus op hoofdlijnen worden uitgewerkt. Zodat er een keuze kan worden gemaakt uit de drie voorgestelde ambitieniveaus van monitoring/dashboard. 2. Instemmen met een onderzoek waarbij het gekozen ambitieniveau (beslispunt 1) wordt uitgewerkt in een plan van aanpak met verschillende scenario’s voorzien van financieringsvoorstellen. 3. Instemmen om na de uitwerking van dit plan van aanpak een definitieve keuze maken. 4. Instemmen om vanaf 2022 te beginnen met regionaal continue meten van het CEO, indien dit in 2021 door gemeenten wordt besloten.

De kritische vragen hierbij zijn natuurlijk, wat gaan we doen met deze data als deze zijn verzameld, geanalyseerd, geïntegreerd en gevisualiseerd? Wat zijn in-

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

4 Samenwerking met de zorgaanbieders en kwaliteit De regio heeft aangegeven dat de samenwerking en de communicatie met zorgaanbieders op basis van partnership en vertrouwen moet worden voortgezet. Dit wil C&I doen door het verder ontwikkelen van relatiemanagement en het daarbij differentiëren van contact met de aanbieders. Op het gebied van samenwerking met de zorgaanbieders wil het team C&I zich ook meer gaan richten op doelrealisatie. Dit komt ook terug in de samenwerking met zorgaanbieders en consulenten uit de regio. Het kwaliteitskader is leidend in het contract tussen C&I en aanbieders. Om bovenstaande manier van contractmanagement verder voort te zetten is tijd en afstemming nodig met zorgaanbieders, regiogemeenten, beleid, Wmo consulenten en toezicht.

4.1 Samenwerking met zorgaanbieders

De afgelopen jaren hebben we een goede relatie opgebouwd met onze zorgaanbieders op basis van partnership en vertrouwen. Dit willen we in 2022-2023 verder uitbouwen naar relatiemanagement en nog meer werken vanuit de bedoeling. Wat is nu het doel van contractering, en op welke wijze is dat te bereiken? Kortom: uitgaan van het lerend vermogen van de aanbieders en gemeenten, goede communicatie en verwachtingsmanagement. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: • Soorten zorgvormen die worden geleverd. • De grootte van de zorgaanbieders (op basis van het aantal cliënten). • De doelgroep die ze met name bedienen (ontwikkelingsgericht of stabilisatiegericht) Ter illustratie: Zo is er een verschil in het contractmanagement van Beschermd wonen aanbieders en aanbieders van dagbesteding. De basis is hetzelfde, maar de ontwikkelingen in deze zorgvormen vragen om andere gesprekken met aanbie-

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

ders. Relatiemanagement op maat wordt hierbij het uitgangspunt. Hierbij horen per zorgaanbieder verschillende aandachts- en verbeterpunten op verschillende onderdelen. Denk hierbij aan trajectplannen, scholing, ondersteuning van mantelzorg en het versnellen van de transformatie. De transformatie binnen de Wmo zal onderdeel blijven van gesprek met de zorgaanbieders. Wanneer er ingezet wordt op afschalen van zwaardere naar lichtere zorg en waar mogelijk naar meer algemene voorzieningen, heeft dit gevolgen voor de huidige gecontracteerde aanbieders en hun bedrijfsvoering. Bij meer inzet van algemene voorzieningen, ontvangen de zorgaanbieders naar verwachting minder, maar wel cliënten met een zwaardere zorgvraag Overlegtafels De afgelopen jaren heeft de dialoog met zorgaanbieders onder andere plaatsgevonden middels de organisatorische (contractinhoudelijke zaken) en inhoudelijke overlegtafels. De organisatorische overlegtafel is eind 2020 geëvalueerd en hierbij is besloten om in 2021 maximaal twee organisatorische overlegtafels te organiseren. In 2022 en 2023 zal aan deze frequentie worden vastgehouden, om met name contractuele voorwaarden en beleidspunten met alle zorgaanbieders te bespreken. Het gaat dan om het inkoopplan, de nieuwe contracten, wijzigingen in contracten en beleidskeuzes in het ondersteuningsaanbod.

Daarnaast organiseert het Team C&I één keer per jaar inhoudelijk overleg met de uitvoerende zorgaanbieders per ondersteuningsvorm (dagbesteding, beschermd wonen, individuele begeleiding, kortdurend verblijf en opvang). Hierbij gaat het over vraagstukken zoals sluit het huidige aanbod nog aan, welke knelpunten doen zich in de praktijk voor, hoe verloopt de samenwerking met ketenpartners etc.

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

Ook zal er één keer per jaar een leer-en netwerkbijeenkomst worden georganiseerd door het Team C&I in samenwerking met zorgaanbieders. Hierbij wordt er verbinding gemaakt met de acties vanuit het project Doorontwikkeling Kwaliteit (Kwaliteitskaart). We gebruiken de inhoudelijke overlegtafels in 2022 en 2023 om met aanbieders inhoudelijke thema’s te behandelen, waarbij doelrealisatie (de mate waarin het effect van Wmo ondersteuning wordt bereikt) binnen de Wmo, een belangrijk onderwerp zal zijn. Dit doen we onder andere door te werken met een gesprekskaart die de werkgroep doorontwikkeling kwaliteit heeft ontwikkeld. Informatie voorziening en website Vanaf 2015 wordt gebruik gemaakt van Pleio. Dat is een platform om communicatie met zorgaanbieders en consulenten te onderhouden. Momenteel gebruiken we Pleio als virtuele Overlegtafel om enerzijds informatie vanuit de gemeente en zorgaanbieders met elkaar te delen. Anderzijds als platform om als zorgaanbieders onderling; en met de gemeente contact te onderhouden. Dit wordt niet altijd als gebruiksvriendelijk ervaren. In 2022 - 2023 onderzoeken we welke mogelijkheden er zijn om de informatievoorziening richting zorgaanbieders en consulenten eenvoudiger te maken. Zodat iedereen laagdrempelig over de informatie kan beschikken. Hierbij is een website met daarop alle informatie een mogelijkheid.

Toelating nieuwe zorgaanbieders De afgelopen periode is er strenger geselecteerd aan de poort, wanneer nieuwe zorgaanbieders zich meldden voor een contract in onze regio. Hierbij werd vooraf stevig ingezet op het toetsen van de kwaliteitscriteria en de vraag of zij een wezenlijke bijdrage leverden aan het palet aan zorgvormen. C&I blijft dat in de komende periode doen: We vertellen nieuwe aanbieders duidelijk wat de contracteisen en afspraken in de praktijk betekenen. En we bespreken de verwachtingen over en weer. Niet alleen over de inhoud van het contract, maar ook over de gewenste samenwerking en kwaliteitsbevordering. Zo zetten we bij nieuwe aanbieders stevig in op kwaliteitsborging. Hiermee willen we bereiken dat er minder signalen/klachten zijn over de uitleg van het contract en kwaliteit

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

van de ondersteuning, doordat verwachtingen in de communicatie helder zijn. Daardoor zijn we nog meer op de hoogte van de ontwikkelingen en kwaliteit van zorgaanbieders.

4.2 Samenwerking met toegangen en consulenten

De afgelopen jaren is er op verschillende manier contact en overleg met de toegang/Wmo consulenten uit de regio. Dit gebeurde middels mail- en belcontact, regionale consulenten overleggen en door C&I georganiseerde bijeenkomsten. Tijdens de periode 2022 en 2023 zetten we extra in op de samenwerking tussen de toegang en C&I door het maximale uit elkaars kennis en ervaring te halen. Dit wordt vervolgens meegenomen in de contractering en samenwerking met zorgaanbieders. In overleg met consulenten bekijken we welke rol zij kunnen en willen spelen in de samenwerking met de zorgaanbieders. Voorbeelden hiervan zijn: • Het organiseren van bijeenkomsten met consulenten over specifieke onderwerpen (afhankelijk van de behoefte); • Input ophalen vanuit consulenten voor gesprekken met zorgaanbieders; bijvoorbeeld ter bevordering van samenwerking en kwaliteit. Hoe faciliteren we het kennisdelen en netwerken? In de afgelopen jaren is er jaarlijks een grote bijeenkomst gehouden, waarbij consulenten, zorgaanbieders en beleidsmedewerkers elkaar konden ontmoeten rond een thema om zo kennis te maken, met elkaar van gedachten te wisselen en kennis te delen. Door de coronamaatregelen heeft een dergelijke bijeenkomst in 2020 niet plaatsgevonden, het is ook de vraag of gezien de huidige maatregelen dit in 2021 wel kan plaatsvinden.

Wanneer de maatregelen het weer toelaten, kan er gedacht worden aan activiteiten als een open dag of bezoek bij verschillende dagbestedingslocaties. Zodat wethouders, beleidsmedewerkers en consulenten kennis kunnen maken met de verschillende vormen die er in de regio beschikbaar zijn.

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

Dergelijke ideeën om samenwerking en kennisdeling te faciliteren, zullen worden besproken en afgestemd met de regiogemeenten en zorgaanbieders.

4.3 Kwaliteit

Voor C&I is kwaliteit leidend in het contact met zorgaanbieders. Doordat de relatie met zorgaanbieders gebouwd is op basis van vertrouwen en partnership, komen we in actie op het momenten dat er signalen of klachten zijn over de zorgaanbieder of de kwaliteit van de geleverde zorg. Kwaliteitskader In alle contracten met de zorgaanbieders is het kwaliteitskader opgenomen. Het kwaliteitskader specificeert aan welke eisen de Wmo-ondersteuning moet voldoen. Het is de basis om samen met de zorgaanbieders te werken aan kwalitatief goede ondersteuning en kwaliteitsontwikkeling, zodat de ondersteuning goed aansluit bij de ondersteuningsvraag van de inwoner. In het kwaliteitskader zijn de eisen opgenomen die de regio stelt aan de kwaliteit van de gespecialiseerde Wmo-ondersteuning: Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde dagbesteding, Kortdurend verblijf en Beschermd wonen. Dit kwaliteitskader wordt door de contractmanagers niet gebruikt als “vink lijstje”, omdat dit niet aansluit bij werken volgens de bedoeling en contractmanagement op maat. Wel is het een document dat ondersteunend is aan deze gesprekken. Het kwaliteitskader is van toepassing op alle zorgaanbieders, zowel Zorg in Natura(ZIN)-aanbieders als PGB-aanbieders. De aanbieders die een overeenkomst met de gemeente hebben, stemmen via de overeenkomst in met de eisen.

Bij het afgeven van een indicatie middels een PGB toetst de gemeente of de cliënt PGB-vaardig is. De budgethouder maakt afspraken met de zorgaanbieder en moet beoordelen en beargumenteren of de geleverde ondersteuning passend en kwalitatief goed is en of er een veilige situatie is. De gemeente kan periodiek controleren op de voortgang van de resultaten en kwaliteit van de ondersteuning.

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

Indien noodzakelijk wordt het kwaliteitskader aangepast in 2022-2023 als blijkt dat hier aanleiding voor is, bijvoorbeeld door ervaringen die worden opgedaan of eventuele wetswijzigingen. Winstmaximalisatie bij zorgaanbieders De afgelopen tijd is er zowel in de politiek, als in het nieuws veel aandacht voor winsten bij zorgaanbieders. Bij bestuurders in de regio Brabant Noordoost-oost ligt wellicht ook de behoefte om dit thema te onderzoeken. Als we in de regio uitgaan van samenwerking op basis van vertrouwen en partnership, dan staat het onderzoeken van winsten bij zorgaanbieders, waar geen signalen zijn over fraude of onrechtmatigheid, haaks op die gedachte. Echter is er in tijden van oplopende tekorten binnen de Wmo wel begrip voor de vraag en behoefte van bestuurders om hierop te sturen. Wanneer er bestuurlijk behoefte is om dit thema verder te onderzoeken, zal in samenwerking met beleid worden bekeken hoe we dit onderwerp aanpakken. We brengen dan in beeld wat de behoefte van de regio is en bekijken waar mogelijkheden en onmogelijkheden zijn om te handelen. Proeftuinen en pilots In meerdere gemeenten lopen verschillende pilots, waaronder pilots rondom gebiedsgerichte financiering. Een aantal wordt de komende jaren geëvalueerd. Punten uit de evaluaties worden, waar mogelijk en relevant, meegenomen in het contractmanagement en de doorontwikkeling van de Wmo producten.

Wanneer aanbevelingen, verbeterpunten of nieuwe werkwijzen uit deze proeftuinen en pilots worden overgenomen in beleid.

4.4 Regionaal toezicht & rechtmatigheid

Regionaal toezicht en C&I werken samen op het gebied van signalen en klachten over zorgaanbieders. Daarnaast neemt C&I deel aan de regionale werkgroep Toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid en is op deze manier betrokken bij het proces

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

en de uitvoering van de Toezichthouders. In 2022 en 2023 hebben een aantal punten de aandacht: • Procesregie is nodig bij contractproblemen; Dit zal verder moeten worden uitgezocht. C&I constateert hier een knelpunt en wacht de beleidsuitgangspunten hierbij af. Daarna kan dit worden vertaald in de samenwerking en afspraken richting zorgaanbieders. • Het handhavingskader moet ontwikkeld worden en vastgelegd worden in regelgeving. Zodra deze definitief is, zal dit worden verwerkt in de contracten. • Proactief toezicht of niet? In de regio is uitgesproken dat men op basis van vertrouwen wil samenwerken met de zorgaanbieders en wil acteren op het moment dat er signalen zijn. Dit levert wrijving op met het instellen van proactief toezicht. Dit vraagt meer uitwerking in de periode 2022-2023

4.5 Inkoop Huishoudelijke Verzorging

De inkoop van de huishoudelijke verzorging (hierna: HV) valt niet onder de centrumregeling, maar is wel voor de hele regio van belang. Daarom wordt het kort aangestipt in dit inkoopplan. Eind 2021 loopt de inkoop voor HV af. In het regionaal portefeuillehouders overleg is inmiddels besloten om de lopende contracten nog met 1 jaar te verlengen en ons te richten op een nieuwe aanbesteding per 1 januari 2023. In ditzelfde overleg is ook uitgesproken dat de regiogemeenten graag gezamenlijk optrekken, bij deze nieuwe aanbesteding. Daartoe zijn inmiddels enkele werkgroepen aan het werk.

werken aan nieuwe contracten per 1 januari 2022 maar nemen wel deel in de werkgroepen die zich oriënteren op mogelijke innovaties bij de inkoop van HV. Financiële druk Het abonnementstarief is een belangrijke factor van het steeds verder groeiende klantenbestand van HV. Daarbij lopen ook de kosten steeds verder op. Voor de inkoop 2023 kijken we dan ook naar innovatieve mogelijkheden om HV op een goede manier in te kunnen blijven zetten, en de mogelijkheden om de kosten beheersbaar te houden. Ook aanbieders krijgen middels gesprekken, de gelegenheid hierop hun inbreng te hebben.

Besluiten hoofdstuk 4 1. Instemmen met het verder ontwikkelen van contractmanagement op basis van relatiemanagement. 2. Instemmen met maximaal twee organisatorische overlegtafels per jaar, één inhoudelijk overleg met uitvoerende zorgaanbieders en één leer- en netwerkbijeenkomst per jaar. 3. Instemmen met de mogelijkheid tot het aanpassen van de het kwaliteitskader door de centrumgemeente, als blijkt dat hier aanleiding voor is. 4. Instemmen met het aanpassen van contractafspraken, wanneer opbrengsten uit pilots en proeftuinen hiertoe aanleiding geven.

Tegelijkertijd gaan er enkele gemeenten fuseren, zoals de nieuw op te richten gemeenten Land Van Cuijk en de Maashorst gemeente. Dit geeft een meer acute noodzaak om opnieuw na te denken over lopende contracten. De nieuw te vormen gemeente Land van Cuijk heeft inmiddels besloten om zelf een tussentijdse aanbesteding op te starten. Zo hoeven zij in de nieuwe gemeente geen dubbele administratie te voeren met twee inkoopregimes vanuit de oude gemeenten. Zij

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

5 Maatschappelijke Opvang, Beschermd wonen en Preventie 5.1 Regionale ontwikkelagenda voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid

In 2019 is het regionale ‘Koersdocument inwoners met een psychische kwetsbaarheid’ vastgesteld en in 2020/2021 de regionale ontwikkelagenda. Beide documenten zijn leidend voor de inkoopopgaven in 2022 en 2023. De doelstelling van de ontwikkelagenda luidt als volgt: “Mensen met een psychische kwetsbaarheid in de regio Brabant Noordoost-oost wonen zo veel mogelijk thuis, zijn hierbij zoveel mogelijk zelfredzaam en participeren naar vermogen. De zorg en ondersteuning wordt in samenhang geboden en is herstel-ondersteunend. Daar waar inwoners (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen, zijn er voldoende passende (tijdelijke) opvangvarianten beschikbaar.” Deze brede, integrale en gecoördineerde regionale en lokale aanpak moet zorgen dat: • passende ondersteuning, zorg en opvang voor inwoners beschikbaar is en blijft; • de wachtlijsten voor opvang afnemen; • de dakloosheidproblematiek afneemt; • we de toenemende complexiteit van de zorgvragen aan (blijven) kunnen en escalatie voorkomen; • overlast- en veiligheidssituaties in wijken en buurten afnemen; • de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van complexe zorgtaken borgen; • de gemeenten in de regio Brabant Noordoost-oost tijdig toegerust zijn op nieuwe wet- en regelgeving die gepaard gaan met verantwoordelijkheden en zorgbudgetten (of budget uitnamen), zoals: Decentralisaties MO en BW, de Wams en aanpak Dak- en thuisloosheid.

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

De opgaven die hieruit voortkomen voor inkoop richten zich op de volgende punten: 1. De doordecentralisatie: het woonplaatsbeginsel en de norm voor opdrachtgeverschap worden verder uitgewerkt. Het volgen van de ontwikkeling van het verdeelmodel en het in beeld brengen van de consequenties voor de regio. De afbouw/overdracht van wonen met ondersteuning naar lokale gemeenten. 2. Transformatie Maatschappelijke Opvang 3. Inzetten op een passend palet aan voorzieningen: aantal, type, spreiding en sturing. 4. Kwaliteit: waar staan we met de BW voorzieningen in onze regio? 5. Contractuele afspraak: het omschrijven van een nieuw kernbeding BW, afspraken over behandeling toevoegen aan contracten, samenwerking met de regionale toegang. 6. Financiën: jaarlijks opstellen van een meerjarenbegroting, sturing op afname, reserve. 7. Aanbesteding nieuwe producten: momenteel vraagt het vinden van passende plekken voor ernstig verslaafden, overlastgevers en maatschappelijke opvang veel tijd van inkoop en consulenten. Ook voor complexe casussen waarbij geen sprake is van verslaving is het vinden van een juiste plek in de regio nu lastig. Omdat deze groepen niet passen binnen de ingekochte producten. In 2022 willen we onderzoeken welke plekken, welke andere inkoopvormen en afspraken helpend zijn om voorzieningen in te kopen voor deze groep.

5.2 Transformatie maatschappelijke opvang

Met betrekking tot de Maatschappelijke Opvang (hierna: MO) is de Transformatie de belangrijkste ontwikkeling. We zijn al enige tijd in gesprek met het Verdihuis

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

om tot een afgerond plan te komen dat de MO financieel en organisatorisch toekomstbestendig maakt. Uitgangspunten zijn: • De MO duurt zo kort mogelijk, maximaal 3 tot 6 maanden. • Cliënten worden zo snel mogelijk van A (MO) naar B (uitstroomdoel) geleid en de begeleiding is erop gericht om een plan te maken voor B waarmee inzichtelijk wordt: - waar de cliënt heen gaat - wat er voor nodig is om daar te komen - hoe de cliënt zo goed mogelijk ‘landt’ in de wijk • De MO wordt uitgevoerd binnen het beschikbare budget, er worden geen middelen vanuit de reserve meer toegevoegd of anderszins aanvullende middelen beschikbaar gesteld. • Er is een budget voor frictiekosten beschikbaar om de overgang financieel soepel te laten verlopen. Ook dat is een vastgesteld budget dat niet overschreden wordt. • Op dit moment is hiervoor één aanbieder gecontracteerd, namelijk het Verdihuis. We houden de mogelijkheid open om in de toekomst met een andere aanbieder afspraken te maken, mochten we er met het Verdihuis niet uitkomen. • Het streven is om de wachtlijst maximaal terug te dringen. • Het Verdihuis voert alleen nog de taken uit die direct verband houden met de MO. In de loop der jaren heeft het Verdihuis taken opgepakt die niet bij de MO thuishoren, maar niet of niet voldoende door de verantwoordelijke organisaties werden opgepakt. Deze taken zijn langzaam verworden tot regulier aanbod.

De MO wordt teruggebracht tot het basale aanbod dat het hoort te zijn en de genoemde taken worden teruggelegd bij de verantwoordelijke organisaties.

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

Kostprijsberekening In de zomer van 2020 is aan het Verdihuis een kostprijsberekening voorgelegd die maakt dat de financiering van de MO past binnen het budget. Deze kostprijsberekening wijkt op een aantal punten af van de eigen berekening van het Verdihuis. Hierover wordt nog intensief overleg gevoerd. Toegang naar gemeente Tot 1 maart 2021 werd de toegang tot de MO uitgevoerd door het Verdihuis zelf. Vanaf 1 maart 2021 is dit overgenomen door de centrumgemeente Oss. Het gaat daarbij om de toegang tot de regionaal georganiseerde MO. In het kader van lokaal wat lokaal kan en regionaal wat regionaal moet, is de afspraak dat mensen die in de problemen komen zich in eerste instantie melden bij de regiogemeente. Pas als daar geen passende oplossing gevonden kan worden, wordt gekeken naar het regionale aanbod. Na instroom in de MO blijft de regiogemeente betrokken bij het traject. Tenzij er zwaarwegende redenen zijn waarom het niet mogelijk is, is het de bedoeling dat cliënten ook weer uitstromen naar de regiogemeente van herkomst. Verwante inkooptrajecten Op dit moment lopen er inkooptrajecten voor de opvang voor verslaafden en time-out bedden. Dit aanbod vormt een belangrijke aanvulling op de MO en zal de huidige MO ontlasten in 2022 en 2023.

5.3 Preventie

Centrumgemeente Oss voert op dit moment de inkoop uit voor preventie openbare GGZ (OGGZ). Dit gebeurt op grond van de Wmo en wordt gefinancierd vanuit de brede doeluitkering Maatschappelijke Opvang (hierna: DU-MO). Het betreft hier de overeenkomsten voor: 1. Bemoeizorg 2. Preventie GGZ 3. Preventie Verslavingszorg 4. Subsidieverlening van Stichting Door en Voor

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

Het doel van de preventie OGGZ is het voorkomen van maatschappelijke uitval en dakloosheid door het vroegtijdig signaleren en beïnvloeden van (risico)factoren. Daarnaast is het doel voor kwetsbare inwoners (maatschappelijk) herstel en zelfredzaamheid te bevorderen, met een aanvaardbare kwaliteit van leven. In de ‘Koersnota en ontwikkelagenda inwoners met een psychische kwetsbaarheid’ zijn ambities benoemd die de preventie OGGZ raken zoals: • Lokale basis op orde in elke gemeente; • We zorgen voor een sluitend aanbod van regionale vangnetvoorzieningen; • De DU-MO is het financieel kader; Zowel inhoudelijk als in financieel opzicht, roepen deze uitgangspunten de vraag op of de inkoop van ad 2 t/m 4 nog een centrumtaak moet blijven of dat de inkoop van deze preventietaken beter past bij de lokale infrastructuur en aanpak van wijkgericht werken, signaleren en toe leiden, waarbij lokaal effectiever en op maat ingekocht kan worden. In 2022 hebben we (in gezamenlijkheid met beleid) dan ook de volgende ambities: 1. Onderzoeken of de huidige regionale inkoop van preventie OGGZ toekomstbestendig en passend is bij de ambities in het regionale koersdocument en ontwikkelagenda. 2.

Betere afstemming met jeugdzorg bij inkoop van Preventie GGZ en Preventie Verslavingszorg: hoe krijgen we een betere afstemming op het Jeugdbeleid en is het logisch om onderdelen van jeugdpreventie vanuit de DU-MO te blijven financieren. 3. Naar aanleiding van het onderzoek welke rol Stichting Door en Voor heeft in de regionale en lokale ondersteuningsstructuur, door de beleidsmedewerkers gaat team C&I samen met beleid de subsidieverlening hier op aanpassen indien dit volgt uit het onderzoek. 4. In het contractmanagement van de preventiecontracten sturen op evidence-based interventies, het behalen van prestatie-indicatoren en resultaten van preventieactiviteiten.

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

5.

Beleid waakt voor overlap in preventieactiviteiten in de regio, vooral in relatie tot andere domeinen en wet- en regelgeving zoals de Wet publieke Gezondheid, Jeugdwet en Zorgverzekeringswet/medisch domein c.q. inkoop jeugdbeleid, inkoop GGD, wat financieren de zorgverzekeraars ook? In samenwerking met beleid wordt gekeken of dit gevolgen heeft voor de contractafspraken met zorgaanbieders.

5.4 Inkoop van de Wvggz

De Wvggz zal in 2021 uitgebreid geëvalueerd worden. De evaluatie zal plaatsvinden met partners die betrokken zijn bij de uitvoering van de Wvggz, zoals politie en GGZ. In deze evaluatie wordt ook gekeken naar het gebruik van Khonraad en de huidige invulling van de hoor-functie bij de Crisismaatregel. Mogelijk leidt dit tot de inzet van een alternatief. Een aantal veranderingen in 2021 hebben ook consequenties voor de uitvoering van de Wvggz: • De toegang MO gaat naar de gemeente Oss • Er komt een meldpunt niet-acuut • Er wordt telefonische bereikbaarheid gerealiseerd voor cliënten met ambulante begeleiding • De Bemoeizorg wordt uitgebreid met een erop af-functie Organisatorisch is het, het meest logisch om de meldpunten en telefonische bereikbaarheid met elkaar te combineren. De erop af-functie wordt toegevoegd aan de meldpunten. De verwachting is tevens dat de samenvoeging van de meldpunten en de triage van de meldingen leidt tot minder verkennende onderzoeken. Dit zou betekenen dat het contract voor 2022 aangepast kan worden.

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

5.5 Bemoeizorg

Belangrijke veranderingen voor Bemoeizorg zijn: • Het aanbod wordt meer ingekaderd. Er gaat gewerkt worden met trajecten die een duidelijk begin en einde hebben (trajecten van 3 maanden met een gemiddelde inzet van 2 uur per week). • Bemoeizorg richt zich enkel op mensen die overlast veroorzaken dan wel een gevaar voor zichzelf of anderen zijn. Wanneer dat niet het geval is, wordt geen bemoeizorg ingezet. In het kader van zelfbeschikkingsrecht mag iemand zorg en/of begeleiding weigeren. • Binnen het budget is ruimte gemaakt voor begeleidingstrajecten. Deze trajecten zijn bedoeld voor cliënten die niet doorverwezen kunnen worde naar de reguliere zorg. Het is de bedoeling dat in 2021 wordt gekeken waarom deze cliënten niet kunnen worden doorgeleid en de problemen daar op te lossen waar ze opgelost moeten worden. Ook voor Bemoeizorg is het uitgangspunt dat het aanbod uitgevoerd moet worden binnen het beschikbare budget en er geen extra middelen beschikbaar gesteld zullen worden. Dat betekent dat van de medewerkers wordt verwacht dat zij kritisch kijken naar hun eigen werkzaamheden en beargumenteerde keuzes maken voor de inzet van hun uren.

5.6 Erop af functie

Per 1 maart 2021 wordt de Erop Af functie gerealiseerd. Deze functie kent een aantal onderdelen: • Verschillende meldpunten worden bij elkaar gebracht onder één telefoonnummer. Het gaat daarbij om: - het meldpunt Wvggz - meldpunt niet-acuut - een telefoonnummer dat buiten kantoortijden bereikbaar is voor mensen die ambulante. Begeleiding ontvangen en in psychische nood verkeren, dan wel een luisterend oor nodig hebben.

Samenvatting

H1 Inleiding

inkoop H2 Doorontwikkeling Wmo ondersteuning

monitoring H3 Doorontwikkeling en sturingsinformatie

•

Na binnenkomst van de meldingen vindt een triage plaats om te kijken welke route de melding het beste kan volgen: Wvggz, bemoeizorg of reguliere zorg. Medewerkers van het team kunnen worden ingezet wanneer een situatie niet opgepakt hoeft te worden door de crisisdienst, maar wel de-escalatie vraagt.

De Erop Af functie is een nieuwe functie die voorlopig bij het Verdihuis wordt belegd vanwege de organisatorische efficiëntie. Eind 2021 wordt de functie geëvalueerd om te bekijken of en op welke wijze deze het beste ingevuld kan worden vanaf 2022. Indien nodig wordt dit vanaf 2022 op een andere wijze belegd en ingekocht.

Besluiten hoofdstuk 5 1. Instemmen met het uitvoeren van de inkoopacties voor de regionale ontwikkelagenda voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. 2. Instemmen met een onderzoek naar inkoop plekken Beschermd Wonen voor complexe casuïstiek. 3. Instemmen met de uitgangspunten MO en deze te vertalen naar de inkoopacties en contractafspraken. 4. Instemmen met de kostprijsberekening MO en deze door te voeren in de contracten. 5. Instemmen met de ambities, zoals beschreven onder 5.4 en te vertalen naar inkoopacties en aanpassingen van contractafspraken waar nodig. 6. Instemmen met het aanpassen van de inkoop Wvggz en het aanpassen van de contractafspraken, wanneer de evaluatie en veranderingen hiertoe aanleiding geven. 7. Instemmen met de veranderingen t.a.v. Bemoeizorg en de contractafspraken hierop aan te passen.

met de H4 Samenwerking zorgaanbieders en kwaliteit

Opvang, H5 Maatschappelijke Beschermd wonen en Preventie

H6 Financiële paragraaf

6 Financiële paragraaf 6.1 Tarieven en indexering Wmo ondersteuning 2022 en 2023

Vanaf 2021 volgen we de landelijke richtlijn indexering van de VNG. Jaarlijks wordt het tarief van de Wmo ondersteuning verhoogd met het prijsindexpercentage voor landelijke zorgaanbieders Wmo van de VNG. In de meicirculaire wordt het voorlopige indexcijfer voor het komende jaar vastgesteld, waarbij het percentage de uitkomst is van 90% OVA en 10% PPC. Dit zetten we voort in de jaren 2022 en 2023.

6.2 Financieringsopzet uitvoeringsorganisatie Wmo Inkoop 2022 en 2023 Financieringsopzet Inkooporganisatie Wmo

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Salarissen incl. overhead 2022/2023 incl. CM BW en Wvggz

503.178

588.548

635.477

635.477

Inhuur personeel (flexibel/ expertise)

171.015

30.000

30.000

30.000

30.000

30.000

30.000

Secretaris en voorzitter overlegtafel

Toelichting op de uitvoeringskosten Inkooporganisatie 2022-2023: In de bovenstaande begroting is uitgegaan van een integrale kostprijs. Dat wil zeggen dat ondersteuningsfuncties als juridische zaken, personeelszaken, communicatie, werkplekken, ICT enz. zijn inbegrepen in het aandeel overhead in de tarieven. De uitvoeringskosten voor 2023 zijn niet geïndexeerd t.o.v. 2022. Op dit moment is het lastig een inschatting te maken van indexering 3 jaar vooruit daarnaast volgen er nog taakverschuivingen. De personele lasten en uitvoering van de taken voor de Wvggz zijn in bovenstaande bedragen opgenomen. Voor 2022 en 2023 betreft het een bedrag van 35.000 euro per jaar aan uitvoeringskosten. Toezicht In onderstaand overzicht is een opzet gegeven van de werkelijke kosten Regionaal toezicht 2020 alsmede de geraamde cijfers 2021 en 2022. De salariscijfers 2021 zijn herrekend op basis van de huidige loonkosten. De kostenstijging is als gevolg van de doorberekening van de overhead. Dat is in 2020 en 2021 niet gebeurd. Afrekening per jaar vindt plaats op basis van werkelijk gemaakte kosten. Begroting regionaal Wmo Toezicht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=23e80263-0cbc-4bfd-91f1-4dc5531c92b7