IHP Onderwijsvastgoed Oss 2026 - 2041
Tekst van het document
Referentie: P2000096-0123.0.6.
Pagina 54 van 62
6.4. Status IHP Kosten In het IHP en in de daaropvolgende uitvoering zijn de kwaliteitsuitgangspunten (Kwaliteitskader Ruimte-OK) taakstellend. Deze kwaliteitsuitgangspunten zijn in samenspraak tussen gemeente en schoolbesturen vastgesteld in het beleidskader. De gemeente en schoolbesturen maken zich hard voor deze kwaliteitsuitgangspunten. Het IHP geeft een doorkijk naar wat dit betekent voor de stichtingskosten. Deze stichtingskosten zijn gepresenteerd in de vorm van kengetallen. Het doel van het stichtingskostenoverzicht is om de gemeente en de schoolbesturen inzicht te geven in de financiële omvang van de opgave en hen te helpen bij de voorbereiding van deze opgave. Het is daarmee een voornemen en niet direct een toezegging op de middelen. Na besluitvorming over het IHP worden voor de individuele projecten, op het moment dat deze actueel worden, haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd. In deze haalbaarheidsonderzoeken worden de stichtingskosten opnieuw berekend. In deze fase wordt immers duidelijk voor hoeveel leerlingen en hoeveel vierkante meters daadwerkelijk gebouwd wordt, op welke locatie, in hoeveel bouwlagen etc. Ook ontstaat meer grip op de bijkomende kosten. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek wordt de investering afgewogen en al dan niet opgenomen in de programmabegroting.
Na deze besluitvorming zijn naast de kwaliteitsuitgangspunten uit het IHP ook de berekende stichtingskosten taakstellend.
6.5. Risico’s: Netcongestie Het kwaliteitskader Ruimte-OK gaat uit van een energieneutraal gebouw. Dit sluit aan bij de sectorale routekaart om de klimaatdoelstellingen voor 2050 te realiseren. Echter, gezien de onzekerheid rondom de wachttijden voor het aanleggen van de benodigde aansluiting (in verband met landelijke netcongestie), kan deze ambitie moeten worden bijgesteld of uitgesteld. Door de netcongestie is ook het uitgangspunt ‘gasloos’ op dit moment niet altijd volledig haalbaar. De kosten om dit probleem te ondervangen zijn sterk afhankelijk van de situatie per project. De bouwheer is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van meerdere scenario’s om met de gevolgen van netcongestie om te gaan. Binnen de stuurgroep van een project wordt vastgesteld welk scenario het meest passend is. Indien de kosten niet kunnen worden gedekt vanuit de post ‘bijkomende kosten/onvoorzien’ (eerder genoemde 20% bijkomende kosten), zullen gemeente en schoolbestuur
Referentie: P2000096-0123.0.6.
verkennen of en hoe aanvullende middelen beschikbaar kunnen worden gesteld. Mogelijk leiden de gekozen oplossingen tot een kostenbesparing voor het schoolbestuur. Mocht dat het geval zijn, dan maken schoolbesturen en gemeente hierover afspraken en wordt op basis van een evaluatie een regeling voor verrekening getroffen.
6.6. Overzicht stichtingskosten onderwijshuisvesting In tabel 7 en 8 worden indicatieve stichtingskosten inclusief btw (prijspeil 1 januari 2025) per termijn weergegeven. Zoals in paragraaf 5.20 omschreven, geldt dat de projecten opgestart worden in de termijn waarin ze vermeld staan. Dit betekent niet dat het opleverjaar in dezelfde termijn ligt. Op basis van de programmering in paragraaf 5.20 kan gesteld worden dat de oplevering van een project doorgaans een of twee termijnen later plaatsvindt dan de termijn waarin het project is opgenomen. De exacte oplevering hangt af van de complexiteit van het project, de beschikbare organisatorische capaciteit en de financiële ruimte van de gemeente. In tabel 7 is het overzicht van de lopende projecten opgenomen. Voor de lopende projecten geldt dat de budgetten in de meerjaren investeringsplan (MIP) zijn opgenomen. De budgetten in het MIP zijn gebaseerd op de BDB kengetallen uit 2024. Dit kengetal is geïndexeerd voordat de nieuwe kengetallen van de BDB bekend waren. Voor de lopende projecten is daarmee gerekend met een kengetal van € 3.570 per m2 bvo, prijspeil 2025. Bij de budgetten van de lopende projecten is nog geen rekening gehouden met eventuele bijkomende kosten. Voor de lopende (V)SO projecten zijn in de MIP nog geen budgetten opgenomen. In het voorliggende IHP zijn de investeringskosten bepaald voor deze projecten.
In tabel 8 zijn de projecten volgend uit het IHP opgenomen. Voor deze projecten is een indicatief opstart- en uitvoerjaar aangegeven. In dit overzicht zijn zowel de stichtingskosten als bijkomende kosten per project opgenomen. De stichtingskosten zijn gebaseerd op de kengetallen zoals in paragraaf 6.2 aangegeven.
Pagina 55 van 62
Tabel 7 Overzicht lopende projecten (prijspeil 1 januari 2025, incl. btw) Disclaimer: bij het investeringsbudget van de lopende projecten is in de MIP nog geen rekening gehouden met eventuele bijkomende kosten. Termijn 0: lopende projecten School
Scenario
Opstart
Uitvoering
Investeringsbudget (conform MIP)
Investeringsbudget overige voorzieningen
De Polderhof, De Lockaert en SBO Het Baken Kindlandschap De Eiber De Wissel De Evenaar en 't Kleurenbos Amsteleind IKC Regenboog en De Teugelaar Hertogin Johanna V
Vervangende nieuwbouw/ renovatie Vervangende nieuwbouw/ renovatie Interne verbouwing Verbouwing Nieuwbouw Vervangende nieuwbouw/ renovatie Vervangende nieuwbouw/ renovatie
2025-2026 2025-2026 2025-2026 2025-2026 2026-2029 2026-2028 2026-2029
2028-2029 2027-2028 2025-2026 2025-2026 2027-2033 2028-2030 2029-2030
€ € € € € € €
19.521.000 6.147.000 448.000 2.252.000 9.734.000 9.039.000 6.344.000
€ €
€
Totaal lopende projecten uit MIP
Investeringsbudget onderwijs (incl. voorbereidingskrediet, excl. bijkomende kosten)
€ € €
4.819.500 € 1.338.750 € € € 1.338.750 € 2.142.000 € 1.338.750 €
14.551.320 4.933.740 448.000 2.252.000 7.896.840 7.157.850 5.005.140
53.485.000 €
10.977.750 €
42.244.890
Termijn 0: financiële doorkijk lopende projecten School
Scenario
Opstart
Uitvoering
SO/VSO HUB Noord Brabant SO/VSO Oosterwijs (incl. vervolgonderwijs)
Vervangende nieuwbouw/ renovatie Vervangende nieuwbouw/ renovatie
2026-2029 2026-2029
2029-2030 2029-2030
Totaal lopende (V)SO projecten
Referentie: P2000096-0123.0.6.
Omvang [m2 bvo] 2615 6137
Investeringsbudget (conform MIP) PM PM
Investeringsbudget (excl. bijkomende kosten) € 9.837.630 € 23.087.394
€
32.925.024
Pagina 56 van 62
Tabel 8 Overzicht stichtingskosten IHP Oss 2026-2041 (prijspeil 1 januari 2025, incl. btw) Disclaimer: Het doel van het investeringskostenoverzicht is om de gemeente en de schoolbesturen inzicht te geven in de financiële omvang van de opgaven en hen te helpen bij de voorbereiding van deze opgaven. De genoemde bedragen zijn daarmee richtinggevend. Termijn 1 (2026–2029): financiële doorkijk op geplande initiatieven School
Scenario
De Evenaar & 't Kleurenbos
indien permanente uitbreiding Vervangende nieuwbouw/ renovatie (afh. van VO onderzoek ) Nieuwbouw Eerste inrichting
Maaslandcollege Amsteleind fase 2 Eerste inrichting scholen Amsteleind
Indicatief opstartjaar 2026
Indicatief jaar uitvoeringskrediet 2028
Omvang [m2 bvo] 849
Stichtingskosten Bijkomende kosten onderwijs [20%] € 3.352.384 € 670.477 €
2027
2032
5387
€
17.206.717 €
3.441.343 €
20.648.060
2212
€ €
7.912.324 € 822.896
1.582.465 € €
9.494.789 822.896
Totaal 4.022.861
Termijn 2 (2030 - 2033): financiële doorkijk op geplande initiatieven School
Scenario
De Nieuwe Link Hertogin Johanna A, De Blinkerd & SO Martinus van Beek t Molenveld Het Hooghuis ZuidWest locatie Zuid & West (incl. huidige groep leerlingen VSO Compas College)
Vervangende nieuwbouw/ renovatie Vervangende nieuwbouw/ renovatie Vervangende nieuwbouw/ renovatie Vervangende nieuwbouw/ renovatie (afh. van VO onderzoek )
Indicatief opstartjaar 2030 2031 2032
Indicatief jaar uitvoeringskrediet 2034 2035 2036
Omvang [m2 bvo] 1070 3454 1432
Stichtingskosten Bijkomende kosten onderwijs [20%] € 4.224.040 € 844.808 € € 12.354.529 € 2.470.906 € € 5.653.485 € 1.130.697 €
2033
2038
11359
€
Indicatief opstartjaar 2035
Indicatief jaar uitvoeringskrediet 2039
Omvang [m2 bvo] 2242
Stichtingskosten Bijkomende kosten onderwijs [20%] € 8.849.884 € 1.769.977 €
2036
2040
10236
€
Indicatief opstartjaar 2039 2039 2040 2040
Indicatief jaar uitvoeringskrediet 2043 2043 2044 2044
Omvang [m2 bvo] 653 673 1281 623
Stichtingskosten Bijkomende kosten onderwijs [20%] € 2.576.207 € 515.241 € 2.655.621 € 531.124 € 5.057.883 € 1.011.577 € 2.457.086 € 491.417
2041
2045
7831
€
€
36.280.646 €
Totaal 5.068.848 14.825.435 6.784.183
7.256.129 €
43.536.775
Termijn 3 (2034 - 2037): financiële doorkijk op geplande initiatieven School
Scenario
Elzeneind
Vervangende nieuwbouw/ renovatie Vervangende nieuwbouw/ renovatie (afh. van VO onderzoek )
Het Hooghuis Titus Brandsmalyceum
32.693.784 €
Totaal 10.619.861
6.538.757 €
39.232.541
Termijn 4 (2038 - 2041): financiële doorkijk op geplande initiatieven School
Scenario
Sint Jozef Sint Antonius Pius X De Vier Heemskinderen Het Hooghuis Mondriaan (incl. huidige groep leerlingen VSO Sonnewijzer Vervolgonderwijs (bh))
Vervangende nieuwbouw/ renovatie Vervangende nieuwbouw/ renovatie Vervangende nieuwbouw/ renovatie Vervangende nieuwbouw/ renovatie Vervangende nieuwbouw/ renovatie (afh. van VO onderzoek )
Totaal financiële doorkijk IHP Oss (2026 - 2041), incl. lopende (V)SO projecten
Referentie: P2000096-0123.0.6.
Totaal € € € €
3.091.448 3.186.745 6.069.460 2.948.504
25.012.214 €
5.002.443 €
30.014.657
158.374.481 €
31.674.896 €
233.292.086
Pagina 57 van 62
7. Uitvoering IHP De gemeente Oss en de schoolbesturen voeren gezamenlijk de regie op onderwijshuisvesting. De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreidingen, terwijl de schoolbesturen zorg dragen voor het onderhoud, de exploitatie en het onderwijsaanbod. Het IHP geeft de gezamenlijke ambities van gemeente en schoolbesturen weer voor de korte en lange termijn. Beide partijen committeren zich aan deze richting en werken samen aan de realisatie, binnen de kaders van beschikbare middelen. Jaarlijks worden de ambities uit het IHP beoordeeld en wordt op basis van beschikbare haalbaarheidsonderzoeken afgewogen of het betreffende project moet worden opgenomen in de MIP en gemeentelijke begroting. Afwijkingen van het IHP worden alleen overwogen bij zwaarwegende motieven en uitsluitend besproken in het OOGO. Het IHP kent een looptijd van zestien jaar, met uitvoeringstermijnen van vier jaar en een herijking in elk vierde jaar. Als investeringskader geeft het IHP richting aan de benodigde investeringen en prioritering van projecten. Voor de eerste vier jaar worden financiële reserveringen opgenomen in de gemeentelijke begroting, waarmee de programmering voor deze termijn vastligt. Echter is het IHP geen statisch document maar een dynamisch document. Door omstandigheden kan het voorkomen dat er plannen anders verlopen dan omschreven in het IHP.
Deze wijzigingen worden in het OOGO besproken en vastgesteld en vervolgens teruggekoppeld aan de gemeenteraad. Na vaststelling van het IHP wordt een separaat uitvoeringsprogramma opgesteld. Dit programma bevat de concrete projecten en investeringen voor de komende vier jaar en vormt de basis voor de jaarlijkse gemeentelijke begroting. De gemeenteraad stelt de begroting jaarlijks vast, inclusief een doorkijk naar de drie daaropvolgende jaren. Het uitvoeringsprogramma zelf wordt niet afzonderlijk door de raad vastgesteld; de financiële dekking vindt plaats via de begrotingsbesluitvorming. Gedurende de eerste vier jaar vervangt het IHP de reguliere aanvraagprocedure voor nieuwbouw en overige voorzieningen die bestemd zijn voor blijvend of tijdelijk gebruik. Aanvragen die voortkomen uit het IHP worden impliciet beschouwd als aanvragen op grond van de verordening. Per project verleent de gemeenteraad definitief het krediet.
Referentie: P2000096-0123.0.6.
Zodra het project actueel wordt, zal het getoetst worden aan de gehanteerde randvoorwaarden uit het IHP. Een dergelijke toets wordt vaak gedaan middels een haalbaarheidsonderzoek. Indien nodig worden vervolgens de randvoorwaarden uit het IHP geactualiseerd en wordt het voorbereidingskrediet en later het realisatiekrediet bij de gemeenteraad aangevraagd. Voor spoedaanvragen of situaties die buiten het IHP vallen door onvoorziene omstandigheden – zoals constructiefouten of nieuw te stichten school – blijft de aanvraagprocedure van kracht. Buiten deze uitzonderingen wordt geen gebruik gemaakt van de route via de verordening.
7.1. Vervolgstappen Om van het IHP over te gaan naar uitvoeren adviseert HEVO om rekening te houden met een aantal processtappen en uitgangspunten. Deze onderdelen staan hieronder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma en haalbaarheidsonderzoeken. Naast het opstellen van deze onderdelen vinden jaarlijks een ambtelijk overleg en één maal per jaar een OOGO in het kader van het IHP plaats. Tijdens deze overleggen kunnen verzoeken, die voorheen via de reguliere aanvraagprocedure liepen, worden ingebracht en besproken.
7.1.1 Opstellen uitvoeringsprogramma Het uitvoeringsprogramma bestaat uit afspraken op twee hoofdonderdelen en enkele aanvullende onderzoeken: 1. Programmaniveau: afspraken die gelden voor alle projecten in de eerste termijn (0 tot 4 jaar). Deze afspraken gaan over (1) het inrichten van een organisatie voor het realiseren van het uitvoeringsprogramma, (2) het ontwikkelen van een financiële werkwijze voor uniformiteit van projecten en (3) het maken van samenwerkingsafspraken. 2. Projectniveau: er wordt een planning gemaakt voor de volgordelijkheid van projecten. Denk aan beschikbare locaties, fasering, het minimaliseren van tijdelijke huisvesting en het bundelen van projecten op onderdelen zoals technische en ruimtelijk functionele programma’s van eisen.
Pagina 58 van 62
3. Aanvullende onderzoeken: gedurende het IHP proces zijn een aantal zaken naar voren gekomen die aandacht behoeven in de uitvoering. Dit betreffen de volgende onderwerpen: a. Verdieping van het toekomstig onderwijslandschap: In het IHP is vooral gekeken naar de huidige situatie en de huisvestingsvragen. In het eerste jaar van termijn 1 gaan gemeente en schoolbesturen samen het toekomstig onderwijslandschap verder verkennen en koppelkansen concreet uitwerken. b. Het gezamenlijk ontwikkelen van een uitgangspuntenkader voor maatwerksituaties: Het is mogelijk dat renovatie of vervangende nieuwbouw van scholen naar voren of achteren in de planning verschoven wordt. Dit kan te maken hebben met een bewuste keuze om zo andere onderwijshuisvesting voorrang te geven, door een wezenlijke wijziging in het project of het project kan om een andere reden vertraging oplopen. Dat kan van invloed zijn op de staat (van onderhoud) van een gebouw door het moeten rekken van de eindtermijn. In dergelijke gevallen wordt momenteel gekeken of maatwerkoplossingen nodig zijn, in samenspraak met het betreffende schoolbestuur en de gemeente. Om deze situaties op een transparante en consistente wijze te behandelen, werken gemeente en schoolbesturen samen aan het opstellen van een uitgangspuntenkader voor maatwerk.
Dit kader biedt richting bij het verkennen van mogelijkheden, waarbij geldt dat maatwerk uitsluitend in uitzonderlijke situaties wordt toegepast binnen de kaders van wet- en regelgeving. Het uitgangspuntenkader heeft als doel: i. Objectieve en gelijkwaardige beoordeling van situaties waarin maatwerk wordt overwogen. ii. Voorspelbare en transparante besluitvorming voor alle betrokken partijen. Het OOGO is het gremium waarin de voorgestelde maatwerkoplossingen worden teruggekoppeld en waarin overeenstemming wordt bereikt over de te nemen stappen.
Referentie: P2000096-0123.0.6.
Het IHP en het uitvoeringsprogramma zijn mede input voor het jaarprogramma en overzicht onderwijshuisvesting.
7.1.2 Opstellen haalbaarheidsonderzoeken Stap voorafgaand aan het haalbaarheidsonderzoek Voordat gestart kan worden met het haalbaarheidsonderzoek van een project, is het van belang dat schoolbesturen een gezamenlijke visie over inclusief onderwijs een onderwijsvisie en een samenwerkingsvisie opstellen. Deze visies vormen de inhoudelijke basis voor de keuzes die in de vervolgfase worden gemaakt. De onderwijsvisie geeft richting aan het pedagogisch-didactisch concept, het gewenste onderwijsaanbod en de manier waarop het leren wordt georganiseerd. De samenwerkingsvisie beschrijft hoe schoolbesturen, kinderopvang en eventueel andere maatschappelijke partners samenwerken om een geïntegreerde, inclusieve en toekomstbestendige voorziening te realiseren. Deze stap valt onder de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. De gemeente stelt voor deze stap geen budget beschikbaar. Haalbaarheidsonderzoek Wanneer deze visies zijn vastgesteld, kan worden gestart met de uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek van een project. In deze onderzoeken worden projecten geconcretiseerd en geactualiseerd; dit is feitelijk de opstart van een huisvestingsproject. In deze stap wordt de gemeente Oss betrokken. De gemeente Oss stelt voor het haalbaarheidsonderzoek een budget beschikbaar. De haalbaarheidsonderzoeken hebben o.a. als doel om: • • •
Een keuze te maken tussen scenario’s bijvoorbeeld nieuwbouw of vernieuwbouw of clustering van locaties en dergelijke. De definitieve leerlingenaantallen per project te bepalen. De totale stichtingskosten verder te specificeren, evenals de bijkomende kosten en de eigen bijdrage van schoolbesturen (indien van toepassing).
Het haalbaarheidsonderzoek geeft gemeente en schoolbestuur inzicht in de planning, scope en financiële consequenties van het project. Op basis van deze uitkomsten kan de financiële vertaling worden opgenomen in de meerjarenbegroting van de gemeente. Daarnaast wordt in deze fase het bouwheerschap formeel vastgelegd. Na vaststelling
Pagina 59 van 62
van het haalbaarheidsonderzoek kan een voorbereidingskrediet (bouwvoorbereidingskrediet) worden toegekend. Vanaf dat moment ligt de verantwoordelijkheid voor het verdere proces bij de aangewezen bouwheer, die het project voorbereidt en realiseert binnen de vastgestelde kaders.
7.2. Disclaimer Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van het opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Op basis van (aankomende) wet- en regelgeving wordt het IHP elke vier jaar vernieuwd. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het gemeentefonds, de wijze van bepalen van ruimtebehoefte en/of normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bbl, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om eerder dan bovengenoemde periode dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.
Referentie: P2000096-0123.0.6.
Pagina 60 van 62
Bijlage 1 Kwaliteitskader Huisvesting RuimteOK (inclusief financiële paragraaf) Dit document wordt separaat aan het IHP als bijlage gevoegd.
Referentie: P2000096-0123.0.6.
Pagina 61 van 62
Colofon Uitgave: Datum:
HEVO B.V. 23 december 2025
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch
Burg. Roelenweg 40 8021 EW Zwolle
T 073 - 6 409 409 info@hevo.nl
T 038 - 4 258 101
www.hevo.nl ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven
Referentie: P2000096-0123.0.6.
Pagina 62 van 62