CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

IHP Onderwijsvastgoed Oss 2026 - 2041

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente OssBij agendapunt: A Herijking en actualisatie IHP Onderwijsvastgoed20.650 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal Huisvestingsplan Gemeente Oss

Opdrachtgever Gemeente Oss Datum 23 december 2025 Referentie P2000096-0123.0.6 Auteur(s) mevrouw ir. K. Vermeulen mevrouw M.A.C. Kools de heer D. van der Venne MSc

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

5223 LA 's-Hertogenbosch

T 073 - 6 409 409

info@hevo.nl

KvK Brabant 16029774

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Burg. Roelenweg 40

8021 EW Zwolle

T 038 - 4 258 101

ISO 9001-gecertificeerd

BTW 0011.60.461.B01

Betrokkenen Het Integraal Huisvestingsplan is tot stand gekomen in samenwerking met alle Osse schoolbesturen Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO) en (Voortgezet) Speciaal Onderwijs ((V)SO), AVEM als afvaardiging namens de kinderopvangorganisaties uit Oss, samenwerkingsverbanden PO en VO en de gemeente Oss. Dit is gebeurd aan de hand van individuele gesprekken en werksessies met de betrokken partijen. Daarnaast is aansluiting gezocht bij verschillende beleidsdocumenten en thema’s die verder gaan dan alleen onderwijshuisvesting.

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Pagina 2 van 62

Inhoudsopgave Betrokkenen

2

1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Inleiding Doelstelling Landelijke context Aanpak Leeswijzer

4 4 4 4 5

2. 2.1. 2.2. 2.3.

Aanbod onderwijs Primair onderwijs (PO) Voortgezet onderwijs (VO) (Voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO)

6 6 6 6

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

Beleid en visie Landelijke wet- en regelgeving Lokaal beleid Bouwstenen Samenvatting bouwstenen

8 8 10 15 22

4. 4.1. 4.2. 4.3.

Analyse en opgave Gebiedsontwikkelingen Oss Capaciteitsanalyse onderwijs Kwaliteitsanalyse onderwijs

23 23 24 25

5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. 5.8.

Scenario’s (Voortgezet) speciaal onderwijs Voortgezet onderwijs Berghem Herpen Ravenstein Deursen-Dennenburg Haren, Megen en Macharen Oijen

27 28 30 33 34 35 36 37 38

Referentie: P2000096-0123.0.6.

5.9. 5.10. 5.11. 5.12. 5.13. 5.14. 5.15. 5.16. 5.17. 5.18. 5.19. 5.20. 5.21.

Lithoijen Lith Maren-Kessel Geffen Primair onderwijs in Oss (stad) Oss – wijk Ussen Oss – wijk Ruwaard Oss – wijk Oss-Zuid Oss – wijk Centrum Oss – wijk Krinkelhoek Oss – wijk Schadewijk Oss – wijk Amsteleind Programmering IHP Oss

39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51

6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5. 6.6.

Financiële vertaling IHP Kwaliteit Kosten per m2 Financiële uitgangspunten en stichtingskosten Status IHP Kosten Risico’s: Netcongestie Overzicht stichtingskosten onderwijshuisvesting

53 53 53 54 55 55 55

7. 7.1. 7.2.

Uitvoering IHP Vervolgstappen Disclaimer

58 58 60

Bijlage 1 Kwaliteitskader Huisvesting Ruimte-OK (inclusief financiële paragraaf) 61

Pagina 3 van 62

1. Inleiding

•

De gemeente Oss heeft samen met alle betrokkenen voorliggend Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld voor de onderwijshuisvesting van het primair onderwijs (PO), voortgezet onderwijs (VO) en (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO). In dit plan worden de kaders bepaald waarbinnen de gemeente en de schoolbesturen samenwerken aan goede, toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Goede onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor goed onderwijs.

•

De noodzaak tot samenwerking komt voort uit de gedeelde verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting: De gemeente heeft een zorgplicht en is verantwoordelijk voor nieuwbouw, uitbreiding en gymvoorzieningen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderhoud, aanpassingen, exploitatie en beheer van de schoolgebouwen. In dit IHP worden beide verantwoordelijkheden op elkaar afgestemd.

1.1. Doelstelling Het IHP is een visie- en tegelijkertijd planningsinstrument (financieel, ruimtelijk en maatschappelijk rendabel) dat primair de onderwijsgebouwen en de daarbij behorende acties in kaart brengt. Gemeente en schoolbesturen hebben gezamenlijk het voorliggende IHP opgesteld en conformeren zich beiden hieraan. Gezamenlijk werken zij toe naar een toekomstbestendig opgroeiklimaat met bijbehorende onderwijshuisvesting. In tegenstelling tot de werkwijze (uitsluitend) op basis van de Verordening Huisvesting Onderwijs (hierna verordening), wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid binnen de gestelde financiële kaders. Het IHP: • • • • •

Is een dynamisch document, waarbij gemeente en schoolbesturen tijdig kunnen bijsturen daar waar het nodig is. Sluit aan op de beleidskaders van de gemeente op het gebied van onderwijs. Geeft aan op welke wijze de gemeente haar zorgplicht wenst in te vullen. Stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn toekomstbestendige keuzes te maken en proactief beleid te voeren. Stelt de kaders waarbinnen de gemeente, samen met de schoolbesturen, investeert in de onderwijshuisvesting.

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings-)beleid van de gemeente en schoolbesturen kan worden afgestemd. Vormt het beleidskader voor onderwijshuisvesting voor 4 jaar (2026-2029) en geeft een doorkijk voor de langere termijn van 16 jaar (2030-2041). Het IHP wordt elke 4 jaar herijkt, zodat het beleidskader en programmering blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment.

1.2. Landelijke context Het IHP sluit aan op de landelijke context. Door nu een strategisch IHP te ontwikkelen, spelen gemeente en schoolbesturen in op de volgende landelijke ontwikkelingen: • • • •

De wettelijke status van IHP’s en renovatie (naar aanleiding van het wetsvoorstel van VNG, VO-raad en PO-raad). De verbeterslag die gemaakt dient te worden op het gebied van de kwaliteit van onderwijshuisvesting. De duurzaamheidsambities die voortvloeien uit de afspraken binnen het Klimaatakkoord. De druk die is ontstaan op de bekostiging van onderwijshuisvesting.

1.3. Aanpak Het IHP is in grofweg vijf stappen opgesteld. De verschillende stappen staan hieronder kort toegelicht: 1.

Visievorming: tijdens interactieve sessies is met alle betrokkenen gesproken over de visie op het onderwijs en de vertaling naar onderwijshuisvesting. In het hoofdstuk ‘Beleidskader’ zijn in verschillende bouwstenen de gemeenschappelijke uitgangspunten uitgewerkt.

2.

Analyse: er is een objectieve analyse gemaakt van de scholen. Hiertoe zijn onder andere quickscans uitgevoerd. Dit zijn kwaliteitsbeoordelingen op basis van dataonderzoek, locatiebezoek en interviews. Daarnaast is de capaciteit van de schoolgebouwen geanalyseerd op basis van de leerlingenprognoses. Aan de hand van de analyses zijn knelpunten benoemd.

Pagina 4 van 62

3.

Scenario-ontwikkeling: op basis van de wettelijke kaders, visie en uitgangspunten zijn scenario’s ontwikkeld. De diverse analyses die uitgevoerd zijn, geven inzicht in de opgave, vervolgens is per school gekeken wat een passend scenario kan zijn en wanneer dit in het IHP geprogrammeerd dient te worden

4.

Financiële vertaling: op basis van de scenario’s is een financiële vertaling opgesteld. Het resultaat is een meerjaren investeringsoverzicht.

5.

Integratie: de deelproducten zijn samengevoegd tot een gedragen IHP inclusief een overzicht van vervolgafspraken.

1.4. Leeswijzer Na dit eerste inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 het onderwijslandschap van de gemeente Oss. Hoofdstuk 3 gaat in op de gezamenlijke Beleidskader. Hoofdstuk 4 introduceert de gehanteerde methoden voor de analyse om de opgave voor Oss te bepalen. Hoofdstuk 5 beschrijft de scenario’s die invulling geven aan deze opgave. Hoofdstuk 6 voorziet de scenario’s uit hoofdstuk 5 van financiële uitgangspunten en een financiële vertaling. In hoofdstuk 7 is het vervolgproces na het IHP omschreven.

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Pagina 5 van 62

2.3. (Voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO)

2. Aanbod onderwijs Dit hoofdstuk biedt inzicht in het onderwijsaanbod in de gemeente Oss. Het gaat hier om het primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs. Op figuur 1 is de spreiding van de onderwijslocaties over de gemeente Oss in kaart gebracht.

In de gemeente Oss is (V)SO aanwezig. Het (V)SO wordt door drie schoolbesturen verzorgd. Elk schoolbestuur heeft zijn eigen expertise en bedienen daarmee andere doelgroepen. Gezamenlijk bieden ze onderwijs aan 738 leerlingen (DUO, teldatum 1 oktober 2024).

2.1. Primair onderwijs (PO)

Tabel 3 Overzicht (V)SO scholen gemeente Oss (teldatum 1 oktober 2024)

Het PO wordt in de gemeente Oss verzorgd door vijf schoolbesturen. De schoolbesturen bieden onderwijs aan 7.006 leerlingen (DUO, teldatum 1 oktober 2024), verdeeld over 32 basisscholen. Tabel 1 Overzicht PO scholen gemeente Oss (teldatum 1 oktober 2024)

Schoolbestuur SAAM Filios Scholengroep Optimus SIMON Pallas Totaal

Sector PO

Aantal scholen 14

Aantal leerlingen 4.182

% 59,9%

PO

9

1.761

25,1%

PO/SBO 7 PO 1 PO 1 32

734 263 66 7.006

10,4% 3,7% 0,9% 100%

Oosterwijs

Cluster & sector Cluster 4

Aantal Aantal scholen leerlingen 3 348

HUB Noord-Brabant

Cluster 3/4

2

216

29,3%

Koninklijke Kentalis

Cluster 2

2

174

23,6%

7

738

100%

Schoolbestuur

Totaal

% 47,1%

2.2. Voortgezet onderwijs (VO) Het VO in de gemeente Oss wordt verzorgd door twee schoolbesturen. De schoolbesturen bieden onderwijs aan 5.753 leerlingen (DUO, teldatum 1 oktober 2024). Tabel 2 Overzicht VO scholen gemeente Oss (teldatum 1 oktober 2024)

Schoolbestuur & Aantal Sector -naam locaties Stichting Carmel – Het VO 6 Hooghuis Ons Middelbaar Onderwijs VO 1 - Maaslandcollege Totaal 7

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Aantal leerlingen

%

4.711

81,9%

1.042

18,1%

5.753

100%

Pagina 6 van 62

Figuur 1 Scholenlandschap gemeente Oss

Enkele PO scholen zijn niet wijkgebonden in Oss. Deze scholen zijn aangegeven in de kaart middels een

. Deze scholen hebben of een

specifiek onderwijsconcept (Montessori onderwijs en Vrije School) of denominatie (Islamitisch onderwijs).

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Pagina 7 van 62

3. Beleid en visie De gemeente en de schoolbesturen willen samen een toekomstbestendige leer- en opgroeiomgeving realiseren. Dit met het doel om álle kinderen en jongeren 1 in de gemeente de best mogelijke ontwikkelkansen te bieden en hen voor te bereiden op hun toekomst. Daarbij is het van belang dat het onderwijsaanbod toegankelijk, divers en goed gespreid is en aansluit op de vraag van de maatschappij. Dit betekent ook dat gemeente en schoolbesturen expliciet werken aan inclusie -in kinderopvang, in onderwijs, in proces en in de gebouwde omgeving. Dit hoofdstuk behandelt landelijk en lokaal beleid, de visie op onderwijs en de vertaling naar de onderwijshuisvesting.

3.1. Landelijke wet- en regelgeving Dit hoofdstuk gaat in op de Beleidskaders die gelden voor het IHP: de wettelijke taak van gemeente en schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting en relevante ontwikkelingen. Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder ander om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, constructiefouten en eerste inrichting (meubilair en onderwijsleerpakketten). Hiervoor ontvangt de gemeente een algemene uitkering in het gemeentefonds vanuit het rijk.

Bij scholen die gevestigd zijn in een gemeenschapshuis, zoals een MFA of MFC, waarbij de gemeente eigenaar is van het gebouw, gelden de afspraken zoals vastgelegd in de demarcatielijsten van de betreffende overeenkomst. Hierin is opgenomen welke partij verantwoordelijk is voor onderhoud, vervanging en eventuele investeringen, zoals verduurzaming of verbetering van het binnenklimaat. Schoolbesturen leveren hiervoor een financiële bijdrage aan de gemeente, conform de gemaakte afspraken. Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), de Wet op het primair onderwijs (artikel 102), de Wet op de expertisecentra (artikel 100) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen. De verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. Eigendom Schoolbesturen hebben het (juridisch) eigendom van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is.

Als een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw, valt het gebouw om niet terug in het juridisch eigendom van de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente het gebouw en de ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch claimrecht.

De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor instandhouding (onderhoudskosten aan binnen- en buitenkant) en de exploitatie (onder andere energie- en schoonmaakkosten). Hiervoor ontvangen de schoolbesturen een Lumpsumvergoeding vanuit het Rijk. Indien scholen ervoor kiezen tussentijds te investeren, bijvoorbeeld ter verbetering van het binnenklimaat of te verduurzamen, dan ligt deze verantwoordelijkheid bij de schoolbesturen.

1

In dit Beleidskader worden de begrippen ‘kinderen’ (0-12 jaar) en ‘jongeren’ (13-18 jaar) voor iets meer onderscheid tussen enerzijds kinderopvang en Primair Onderwijs (PO, inclusief SO) en anderzijds het Voortgezet Onderwijs (VO, inclusief VSO) gehanteerd.

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Pagina 8 van 62

Wettelijk kader medegebruik en verhuur: De gemeente heeft een zorgplicht om te voorzien in huisvesting voor het onderwijs maar niet voor commerciële organisaties. Commerciële organisaties (o.a. kinderopvangorganisaties) mag de gemeente niet bevoordelen ten opzichte van andere commerciële organisaties. De gemeente heeft zich als economisch eigenaar in relatie tot medegebruik en verhuur te houden aan de Wet Markt en Overheid. De Wet Markt en Overheid is een hoofdstuk (4b) binnen de Mededingingswet en bevat 4 gedragsregels. Deze gedragsregels omschrijven onder andere dat overheden alle kosten die zij maken voor een dienst moeten doorberekenen in de prijs.2 Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik (voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden) geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel. Verhuren is mogelijk als de gemeente daar, met inachtneming van de verordening, voorafgaand toestemming voor geeft.3 Kinderopvang Op 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in werking getreden. Daarbij zijn kinderopvang en peuterspeelzalen geharmoniseerd, waardoor men tegenwoordig spreekt van peuteropvang. Voor de peuteropvang is daarbij een landelijk kwaliteitskader ingevoerd dat grotendeels gelijk is aan de kinderopvang.

De GGD is aangesteld als toezichthouder op de kwaliteit voor zowel de kinderopvang als peuterspeelzalen. Daarnaast is er met de invoering van de Wet OKE voor gemeenten een verplichting gekomen om voldoende aanbod vroeg- en voorschoolse educatie (VVE) te realiseren, waarbij de financiële drempels voor ouders van doelgroepkinderen zo laag mogelijk moeten zijn. Huidig stelsel De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud, aanpassing en exploitatie) vertoont tekortkomingen. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken. Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, met als gevolg hoge onderhouds- en 2

Beleidsnota Didam-arrest | Lokale wet- en regelgeving

Referentie: P2000096-0123.0.6.

exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. Daarbij komt dat een aantal zaken, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bbl en maatschappelijk wenselijke voorzieningen waaronder op het gebied van duurzaamheid, en de voorziening renovatie/vernieuwbouw, niet geregeld zijn. Nieuw wetsvoorstel Een nieuw wetsvoorstel voor planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting is begin 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd en is momenteel in behandeling. Het is de verwachting dat het nieuwe wetsvoorstel in 2026 in werking treedt. Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: • De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar.

• De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. • Het investeringsverbod voor het PO en (V)SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de Wet op het voortgezet onderwijs. PO- en (V)SO-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren. • De concretisering van het Huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke

3

Beleidsregels voor verhuur van ruimten in schoolgebouwen, 2024 versie 4, gemeente Oss

Pagina 9 van 62

financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen. Tekortkomingen Het huidige stelsel vertoont diverse tekortkomingen. Deze zijn onder andere benoemd in het Interdepartementaal Beleidsonderzoek4. Er zijn bijvoorbeeld geen eenduidige eisen voor onderwijshuisvesting, er is een gebrek aan koppeling tussen bouwkosten en budgetten, er is onvoldoende expertise bij schoolbesturen en gemeenten en het ontbreekt aan een gesloten beleidscyclus door met name een gebrek aan toezicht, monitoring en evaluatie. Daarnaast worden strengere eisen aan schoolgebouwen gesteld, zoals eisen aan energieneutraliteit en Frisse Scholen. In het klimaatakkoord is wettelijk vastgelegd dat de CO2-uitstoot van schoolgebouwen met 55% gereduceerd dient te worden ten opzichte van 1990 in 2030 en 95% in 2050. Ondanks deze ontwikkelingen blijft de indexering vanuit het rijk, van zowel het gemeentefonds als de lumpsumvergoeding achter op de marktontwikkelingen (bouw- en exploitatiekosten).

3.1.1 Innovatieprogramma onderwijshuisvesting Het landelijke Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting (IPOHV) is gestart om de kwaliteit, duurzaamheid en betaalbaarheid van schoolgebouwen structureel te verbeteren. De aanleiding ligt in de grote vervangingsopgave, stijgende bouwkosten en de noodzaak om gebouwen beter te laten aansluiten bij hedendaagse onderwijsconcepten en klimaatdoelstellingen. Het programma wordt gefinancierd vanuit het Nationaal Groeifonds en richt zich op het ontwikkelen van kennis, standaarden en praktische instrumenten die breed toepasbaar zijn. Binnen het programma worden drie hoofdthema’s uitgewerkt: • Parametrisch bouwen: ontwikkeling van modulaire bouwconcepten en standaard inkoopdocumenten om nieuwbouw sneller en kostenefficiënter te realiseren. • Processen en procedures: generieke programma’s van eisen, gestandaardiseerde aanbestedingsmodellen en procesoptimalisaties om doorlooptijden te verkorten. 4

IBO Onderwijshuisvesting funderend onderwijs, Een vak apart - Een toekomstbestendig

Referentie: P2000096-0123.0.6.

•

Inclusieve scholen: ontwerprichtlijnen en handreikingen voor adaptieve en inclusieve leeromgevingen.

Daarnaast worden aanvullende tools ontwikkeld bijvoorbeeld op het gebied van circulariteit en financiële modellen. De tools volgend uit het innovatieprogramma worden ontwikkeld en zijn meer of mindere mate gereed. Gemeente Oss en de schoolbesturen verkennen gedurende de looptijd van het IHP of en hoe deze tools en innovaties een plek kunnen krijgen.

3.2. Lokaal beleid Naast landelijke regelgeving zijn er lokale ontwikkelingen en Beleidskaders die een doorwerking kunnen hebben in onderwijshuisvesting. Eveneens geldt dat hoewel onderwijshuisvesting eigen wettelijke kaders en -vereisten kent, het lokaal ingebed is in een netwerk aan voorzieningen voor leren, opgroeien en samenleven. In de volgende paragrafen worden de belangrijkste benoemd. Achtereenvolgens wordt kort het maatschappelijk vastgoedbeleid, het Kwaliteitskader OK, het lokaal Jeugdbeleidskader, de visies vanuit de twee Samenwerkingsverbanden passend onderwijs en tot slot nog een paar punten vanuit het bredere Sociaal domein beschreven. 3.2.1 Maatschappelijk vastgoed Maatschappelijk vastgoed De gemeente wil haar inwoners op een positieve manier ondersteunen door te zorgen voor kwalitatief goede voorzieningen voor onderwijs, kinderopvang, sport, ontmoeten, jeugd en cultuur met aandacht voor een gezonde leefstijl. Deze voorzieningen zijn belangrijk voor de sociale basis in de dorpen en de wijken en buurten in de stad. De voorzieningen faciliteren en accommoderen de inhoudelijke beleidsprogramma’s en de wettelijke zorgplicht. Gemeente Oss streeft daarin naar een duurzame balans tussen maatschappelijke behoeften en passende accommodaties. Uitgangspunten hierbij zijn efficiënt ruimtegebruik, multifunctioneel ruimtegebruik en minder vierkante meters.

onderwijshuisvestingsstelsel (2021)

Pagina 10 van 62

Verordening Huisvesting Onderwijs, gemeente Oss5 De Verordening van de gemeente Oss is in 2012 vastgesteld en tot op heden geldig. In 2026 gaat de gemeente de huidige Verordening actualiseren op basis van de Modelverordening Huisvesting Onderwijs zodat een aansluiting is op de nieuwe wet. 3.2.2 Een sterke pedagogische basis6 Het Jeugdbeleid van Oss is vastgelegd in Een sterke pedagogische basis Beleidskader: Integraal Jeugdbeleid Oss 2024 -2027. Voor een volledig overzicht verwijzen wij naar dit kader. Naast een korte schets van de ambitie beperken de beschrijving van het Osse jeugd- en onderwijsbeleid hier enkel tot die thema’s die voor onderwijshuisvesting van belang zijn: Passend onderwijs & kinderopvang en Ontmoeten, bewegen & cultuur. Visie: Een sterke Pedagogische basis Het vertrekpunt is het concept De pedagogische basis. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen, met hulp vanuit hun sociale omgeving. Een sterke pedagogische basis zorgt ervoor dat ouders steun ervaren bij de opvoeding. Het is kort gezegd: Het deel van de sociale basis dat bijdraagt aan het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van jeugdigen.

Een pedagogische basis wordt gevormd door contacten tussen mensen onderling, hun sociale relaties en de verbinding met wat er in hun leefomgeving aanwezig is.7 Ambitie voor Osse Jeugd Voor de Osse pedagogische basis is daarbij de volgende ambitie geformuleerd: Osse jeugdigen groeien op tot gezonde, zelfstandige volwassenen. Ze kunnen zichzelf redden, voor zichzelf opkomen en doen mee in de samenleving.

5 6

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR91234/2 Een sterke pedagogische basis, Beleidskader Integraal Jeugdbeleid Oss 2024 - 2027

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Passend Onderwijs en Kinderopvang De rijksoverheid is verantwoordelijk voor de kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van het onderwijs. Gemeenten zijn samen met schoolbesturen verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om de aansluiting van zorg, kinderopvang en onderwijs goed vorm te geven, onderwijsachterstanden bij jeugdigen tegen te gaan en toe te zien op de leerplicht. Samen met de partners uit het onderwijs en de kinderopvang geeft de gemeente vorm aan deze verantwoordelijkheid. Ontwikkelthema’s Passend Onderwijs en Kinderopvang De gemeente heeft samen met haar samenwerkingspartners uit de kinderopvang, het onderwijs en de jeugdhulpsector de krachten gebundeld om de jeugdigen van Oss alle kansen te geven. Gezamenlijk zijn de Sporen naar kansen opgesteld. De sporen naar kansen bestaan uit 3 ambitiesporen: 1. Taal en talent: een goede startpositie voor ieder kind. Het voor- en vroegschoolse educatieprogramma (VVE) heeft als doel taal- en onderwijsachterstanden bij jonge kinderen te voorkomen, vroegtijdig op te sporen en aan te pakken. Voor kinderen wordt een doorgaande lijn gerealiseerd. 2. Zorg en groei: op grond van internationale verdragen heeft ieder kind in Nederland recht op onderwijs in een inclusief onderwijssysteem. Alle kinderen moeten zich thuis en veilig voelen op opvang en school.

Waar mogelijk gaan ze samen naar opvang / school, ongeacht hun achtergrond of ondersteuningsbehoefte. Het belang van het kind en het recht op een zo volledig mogelijke ontwikkeling en ontplooiing komt voorop te staan. Passende ondersteuning wordt gecreëerd voor alle kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar. Ieder kind kan zo thuisnabij mogelijk leren, talenten ontwikkelen en doorstromen naar het vervolgonderwijs. Dit bereidt kinderen voor op een zelfstandige en zinvolle plaats in de maatschappij. 3. Samen Oss: alle kinderen horen erbij in Oss. Elkaar leren kennen en waarderen – ook buiten de eigen wijk, taal, cultuur, gewoonte of beperking – maakt dat iedereen zich thuis kan voelen in Oss.

7 ‘Opgroeien doe je samen: Bouwen aan een stevige pedagogische basis’ (NJI, december 2022)

Pagina 11 van 62

Ontmoeten, bewegen en cultuur In Oss wordt een omgeving gefaciliteerd die ruimte maakt voor onderling contact, bewegen, ontmoeten, cultuurbeleving, mee doen, zingeving. Dit draagt bij aan de positieve ontwikkeling van jeugdigen. Het helpt bij het vroegtijdig signaleren van problemen, waardoor escalatie van die problemen vaak voorkomen kan worden. Daarom worden ontmoetingsplekken en voorzieningen voor sport en cultuur voor jeugdigen gerealiseerd. Uitgangspunten ontmoeten, bewegen en cultuur • Bij de inrichting van de omgeving in Oss wordt rekening gehouden met wat ouders en jeugdigen wensen en nodig hebben. Zodat alle jeugdigen bewegen, belangrijke anderen ontmoeten en vriendschappen kunnen sluiten. • Verbinding met het fysieke domein om passende speel- en ontmoetingsplekken te realiseren.

3.2.3 Visie op onderwijs vanuit samenwerkingsverbanden Onderwijsvisie Primair Onderwijs8 Het Ondersteuningsplan 2023-2027 van Samenwerkingsverband Primair Onderwijs 30 06 richt zich op het bevorderen van inclusief onderwijs9 in de regio Oss, Bernheze, Maashorst en Meierijstad. De kernmissie is dat ieder kind – met of zonder ondersteuningsbehoeften – een plek vindt op een passende school in de buurt. Het plan focust op drie hoofdthema’s: 1. Een sterke basis op elke school: versterking van de basisondersteuning en heldere afspraken over extra begeleiding. 2. Leren van en met elkaar: samenwerking en kennisdeling tussen regulier en speciaal (basis)onderwijs. 3. Goede samenwerking met partners: betere afstemming met gemeenten, jeugdhulp en het voortgezet onderwijs voor een vloeiende overgang en ondersteuning. Het samenwerkingsverband werkt als netwerkorganisatie, waarin 14 schoolbesturen samenwerken met leerkrachten, ondersteuningsspecialisten, gemeenten en jeugdhulp. De focus ligt op het versterken van leerkrachten en teams, zodat kinderen thuisnabij en passend onderwijs kunnen krijgen. Speciale aandacht gaat uit naar vroegsignalering en het verminderen van instroom naar speciaal onderwijs. Het ouder- en jeugdsteunpunt biedt begeleiding en informatie aan ouders.

Het plan benadrukt dat inclusief onderwijs niet alleen een wettelijke opdracht is, maar vooral een gedeelde verantwoordelijkheid. De komende jaren zet SWV PO 3006 stappen om dit te realiseren door samenwerking, innovatie en een inclusieve mindset te bevorderen.

Figuur 2 Praatplaat onderwijsbeleid gemeente Oss 8 Samen op weg naar inclusief onderwijs, Concept ondersteuningsplan 2023 – 2027, Samenwerkingsverband Primair Onderwijs 30 06

Referentie: P2000096-0123.0.6.

9

In dit IHP komen zowel de termen ‘passend onderwijs’ als ‘inclusief onderwijs’ voor. Hoewel strikt genomen er betekenisverschil is tussen deze twee termen, zijn deze in dit IHP als synoniem van elkaar te lezen.

Pagina 12 van 62

Onderwijsvisie Voortgezet Onderwijs10 In het Ondersteuningsplan 2023-2027 van Samenwerkingsverband VO 3006 worden de visie en strategie voor passend onderwijs in de regio beschreven. Het plan focust op inclusiever onderwijs, samenwerking en kwaliteitszorg. Een belangrijk onderdeel is de Inclusieagenda 2035, waarin stapsgewijs gewerkt wordt aan onderwijs dat beter aansluit bij de behoeften van leerlingen. Dit gebeurt in samenwerking met scholen, gemeenten en ketenpartners zoals leerplicht en jeugdhulp. De drie kernambities van het samenwerkingsverband zijn: 1. 2. 3.

Inclusiever onderwijs: zoveel mogelijk leerlingen laten opgroeien en leren in hun eigen omgeving. Doorstromen vanuit succes: vroegtijdige signalering en goede begeleiding om schoolcarrières soepel te laten verlopen. Professionele scholen en samenwerking: scholen versterken door kennisdeling en gezamenlijke professionalisering.

Daarnaast wordt het dekkende netwerk van voorzieningen toegelicht, van basisondersteuning binnen reguliere scholen tot trajectvoorzieningen en het gespecialiseerde onderwijs (VSO). Het dekkende netwerk van voorzieningen omvat verschillende vormen van ondersteuning, afgestemd op de behoeften van leerlingen. Het doel is dat iedere jongere een passende onderwijsplek vindt en zich optimaal ontwikkelt. De belangrijkste onderdelen zijn:

•

•

•

Basisondersteuning: dit betreft ondersteuning binnen het reguliere onderwijsproces, zoals goed mentoraat, pedagogisch handelen en gerichte interventies in de klas. Basis+ traject: extra begeleiding voorafgaand, tijdens of na deelname aan het reguliere onderwijs, zoals individuele coaching, time-in (een alternatieve onderwijsplek) of training in kleine groepen. ‘Terug op Koers’-klas of begeleiding: voor leerlingen die meer structuur en nabijheid nodig hebben. Dit helpt hen om terug te keren naar regulier onderwijs.

•

•

Alternatief ondersteuningsaanbod: tijdelijke maatregelen zoals een observatorium (tijdelijke plaatsing in een andere school met begeleiding en observatie), proefplaatsing of een korte time-out bij een andere school. Gespecialiseerd onderwijs (VSO): voor jongeren die door complexe problematiek intensieve ondersteuning nodig hebben. De instroom in VSO wordt zorgvuldig beoordeeld en waar mogelijk wordt gewerkt aan terugkeer naar regulier onderwijs.

Daarnaast is er nauwe samenwerking met gemeenten, jeugdhulp en leerplicht om een ononderbroken leerlijn te garanderen en jongeren optimaal te begeleiden richting onderwijs, werk of dagbesteding. Het doel is om zoveel mogelijk jongeren binnen reguliere scholen te ondersteunen en de instroom in VSO te verminderen. 1.2.5 Raakvlakken met andere domeinen Jeugd-, jeugdhulp en kinderopvang vallen binnen de categorie Sociaal domein. Dit domein is breder en omvat ook andere onderdelen die voor dit Beleidskader onderwijshuisvesting van belang zijn. De belangrijkste punten worden hier toegelicht. Sociaal domein breed Vanuit het sociale domein wordt in verschillende beleidsdocumenten de nadruk gelegd op de groeiende behoefte aan geïntegreerde voorzieningen, waarin onderwijs wordt gecombineerd met andere maatschappelijke functies. Dit betekent dat onderwijshuisvesting steeds vaker deel uitmaakt van bredere wijkgerichte bouwprojecten zoals multifunctionele accommodaties (MFA’s), waarbij scholen niet alleen onderwijs bieden, maar ook functioneren als ontmoetingsplaatsen en gemeenschapscentra. Daarnaast wordt het belang van sociale cohesie en ontmoeting onderstreept. Scholen kunnen een rol hierin spelen als verbindende factor binnen wijken en gemeenschappen.

De behoefte aan multifunctionele ruimtes groeit, zodat onderwijsinstellingen naast hun educatieve functie ook ruimte kunnen bieden aan activiteiten die bijdragen aan sociale verbinding en maatschappelijke participatie.

10 Ondersteuningsplan 2023-2027 SWV VO 3006, “Van format naar passend onderwijs van formaat!”

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Pagina 13 van 62

Bovendien wordt in beleidsdocumenten erkend dat leren en ontwikkelen niet uitsluitend binnen formeel onderwijs plaatsvindt, maar ook binnen gemeenschappen –denk aan 'Lerende stad’, laaggeletterdheid (Basisvaardigheden)-. De inrichting van de leefomgeving speelt hierin een belangrijke rol. Fysieke plekken voor ontmoeting, zoals buurthuizen en gezamenlijke buitenruimtes, dragen bij aan een duurzame sociale infrastructuur waarin zowel formele als informele leerprocessen worden gestimuleerd. Tot slot benadrukt de visie het belang van gemeenschapsgericht werken, zonder vooronderstellingen en met ruimte voor inwonersinitiatieven. Dit sluit aan bij de ontwikkeling van onderwijshuisvesting die flexibel en toegankelijk is, zodat scholen niet alleen als leer- en opgroeiomgeving functioneren, maar ook als dynamisch onderdeel van de sociale basis van een wijk. Enkele beleidsdocumenten die raakvlakken hebben met het onderwijs: • • • •

bij de wens om schoolpleinen en omliggende gebieden beweegvriendelijker en inclusiever in te richten. (Momenteel is gemeente Oss bezig om het speelruimtebeleid te herzien). In Oss wordt voor de omvang van schoolpleinen uitgegaan van het kwaliteitskader Ruimte OK, dat ruimer is dan de VNG-adviesnormen. Bij natuurlijke vervangingsmomenten van schoolgebouwen wordt hiermee rekening gehouden. Door deze beleidsdocumenten wordt de rol van scholen als centrale plekken in de gemeenschap versterkt, waarbij onderwijs wordt gecombineerd met sport, spel en ontmoeting. Enkele beleidsdocumenten die raakvlakken hebben met het onderwijs: • Sport & Beweegvisie 203011, Iedere Ossenaar gaat meer bewegen voor een gezond leven • Speelruimtebeleid in Oss 201712, gemeente Oss (het speelruimtebeleid wordt herzien)

Sociale Basis Oss 2040 Nota Sociaal – Culturele accommodatie, feb 2002, gemeente Oss Thuis in de Buurt, beleidsnotitie 12-05-2020 Samen wonen, samen leven, samen zorgen. Samen duurzaam vooruit. De Osse visie op Wonen, Welzijn en Zorg

Sport & speelruimtebeleid in Oss Onderwijshuisvesting heeft tevens duidelijke raakvlakken met zowel de Osse Sport- en Beweegvisie 2030 als het Speelruimtebeleid. Deze processen lopen parallel aan het IHP. De sport- en beweegvisie benadrukt het belang van een gezonde leefstijl en stimuleert samenwerking tussen scholen, sportaanbieders en buurtsportcoaches. Dit leidt tot een beweegvriendelijke inrichting van schoolpleinen en gedeeld gebruik van sportfaciliteiten, zoals gymzalen en sporthallen. Het speelruimtebeleid onderstreept de waarde van schoolpleinen als essentiële speel-, leer- en ontmoetingsplekken. Gemeente en scholen willen dat schoolpleinen ook na schooltijd gebruikt kunnen worden door de buurt, om zo bij te dragen aan een levendige wijk, tenzij dit om specifieke redenen niet mogelijk is. Daarnaast speelt het beleid in op de behoefte aan uitdagende en natuurlijke speelomgevingen, wat aansluit 11 Sport en beweegvisie 2030, 2024

Referentie: P2000096-0123.0.6.

12 Speelruimtebeleid in Oss, 2017

Pagina 14 van 62

3.3. Bouwstenen

3.3.1Bouwsteen Ruimtebehoefte en -aanbod

De visie op onderwijs van de gemeente, de schoolbesturen en samenwerkingsverbanden stelt kaders en uitgangspunten aan onderwijshuisvesting. De gemeente en schoolbesturen hebben de visie op onderwijshuisvesting uitgewerkt in bouwstenen:

Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod de gemeente en de schoolbesturen nastreven. In het IHP wordt gezamenlijk regie gevoerd op het totale aanbod en het onderwijslandschap, hierbij wordt concurrentie zoveel mogelijk voorkomen. Het gewenste aanbod van onderwijs is bepalend voor de scenario’s.

1. 2. 3.

Ruimtebehoefte en -aanbod Samenwerking Kwaliteit en duurzaamheid

•

Behoefte: Het doel is om voor elke leerling in Oss passend onderwijs te bieden, waarbij per project wordt gestreefd naar een zo inclusief mogelijke onderwijsomgeving. Tevens willen de gemeente en schoolbesturen een breed onderwijsaanbod realiseren en staan open voor nog ontbrekende onderwijsvormen (bijvoorbeeld Jenaplan, Agora en Tiener-onderwijs). Onderwijshuisvesting wordt waar mogelijk afgestemd op identiteit, profiel en behoefte van het desbetreffende gebied. Er wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met het onderscheid tussen de verschillende kernen om de leefbaarheid te borgen.

•

Omvang: Bij het bepalen van de gewenste schoolgrootte wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de context van de locatie. In de stad Oss is doorgaans sprake van een groter en meer divers leerlingenaanbod, wat ruimte biedt voor grotere scholen met een breder onderwijsaanbod. In de kernen daarentegen is het behoud van de sociale functie van de school in de gemeenschap die bijdraagt aan de leefbaarheid van groot belang. Hier kan een kleinere schoolgrootte passend en wenselijk zijn, mits deze toekomstbestendig, onderwijskundig verantwoord en financieel haalbaar is.

Ieder thema omvat verschillende beleidsuitgangspunten. Het IHP is erop gericht om, binnen de mogelijkheden van de gemeente en schoolbesturen, deze uitgangspunten zoveel als mogelijk te realiseren.

Gezamenlijke ambitie onderwijshuisvesting De ambitie is onderwijsvoorzieningen van de toekomst: eigentijds, in een prettige en veilige omgeving, functioneel en geschikt voor modern en inclusief onderwijs, modulair, adaptief (het gebouw volgt de functie), gezond binnenklimaat, energieneutraal, circulair en duurzaam gebouwd, betaalbaar in de investerings- en exploitatiefase. Deze ambitie is stapsgewijs en op natuurlijke momenten.

Bij het bepalen van de schoolgrootte is de genormeerde ruimtebehoefte uit de Verordening in combinatie met de meest actuele leerlingenprognoses leidend. Aanvullend daarop wordt per project gekeken naar: het onderwijsaanbod/ de onderwijsrichtingen van de betreffende locatie, de rol van de school in de gemeenschap, bereikbaarheid en spreiding van voorzieningen, samenwerkingsmogelijkheden met andere scholen of maatschappelijke partners, de mate waarin schaalgrootte bijdraagt aan onderwijskwaliteit en organisatiekracht en de financiële haalbaarheid bij de investering en exploitatie.

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Pagina 15 van 62

•

•

Afstemming tussen ruimtebehoefte en -aanbod: Het uitgangspunt is om zowel ruimteoverschotten als ook ruimtetekorten in schoolgebouwen zoveel mogelijk te voorkomen. Als een school een normatief tekort heeft, wordt verkend hoe dit kan worden opgelost. Hierbij wordt als eerst gekeken naar mogelijkheden om gebruik te maken van leegstand bij andere scholen of maatschappelijke voorzieningen, alvorens overgegaan wordt tot inbreiding of uitbreiding. Dit maakt dat efficiënt omgegaan wordt met ruimtegebruik en het inzetten van maatschappelijke gelden. Van belang hierbij is dat de onderwijskundige visie op een adequate wijze inpasbaar in het bestaande schoolgebouw, scholen worden bij voorkeur niet over meerdere locaties gesplitst (vanwege nadelige gevolgen voor pedagogisch klimaat, organisatie en samenwerking). Daarnaast wordt er rekening gehouden met aanvaardbare loop- of fietsafstanden voor leerlingen, welke per onderwijssector verschillen (conform Verordening). Ten behoeve van een optimale afstemming tussen behoefte en aanbod zijn in het kader enkele uitgangspunten geformuleerd. Prognose en frequentie: Een van de onderleggers voor het formuleren van scenario’s is de leerlingenprognose. De leerlingenprognose geeft inzicht in de ontwikkeling van de leerlingenaantallen per school op basis van de basisgeneratie en verwachte woningbouwontwikkelingen.

De leerlingenprognoses worden 2-jaarlijks geactualiseerd. In het voorliggende IHP zijn de leerlingenprognoses van xxllnc Sociaal (opgesteld in maart 2024, op basis van de 1 oktobertelling 2023) gebruikt. Op basis van deze inzichten is het inzicht in de ruimtetekorten en -overschotten bepaald. In het geval dat de prognoses een significant ander beeld geven dan de werkelijkheid, worden er geactualiseerde prognoses van de betreffende school gemaakt door xxllnc. Door het jaar heen kunnen verschuivingen ontstaan van de leerlingenaantallen. Leerlingenprognoses voor het (V)SO zijn lastig te maken en zullen een combinatie zijn tussen de ontwikkeling van de absolute aantallen, gecombineerd met de ontwikkelingen in de regio, het beleid van de SWV’s, de ontwikkelingen op de reguliere scholen en overheidsbeleid.

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Uitgangspunten afstemming behoefte en aanbod •

• •

•

•

•

•

Toekomstbestendig, flexibel en adaptief: Nieuwe gebouwen zijn toekomstbestendig en worden flexibel en aanpasbaar ontworpen. Dit geldt niet alleen voor het interieur en de interne schoolomgeving, maar begint al bij de locatiekeuze. Bij de locatiekeuze wordt waar mogelijk rekening gehouden met toekomstige groei- en krimpmogelijkheden en met een mogelijke functiewijziging van (delen van) het gebouw. Inclusie: Per project wordt onderzocht hoe inclusie invulling krijgt. Medegebruik: Schoolbesturen zien elkaar niet als concurrenten, waar mogelijk maken schoolbesturen gebruik van elkaars ruimten en/of voorzieningen. Clustering: Het clusteren van scholen biedt de mogelijkheid om groei en krimp op te vangen door gebruik te maken van elkaars ruimte. Dit geldt niet alleen voor scholen maar ook clustering met andere functievoorzieningen. Verhuur: Verhuur of medegebruik van ruimten kan, na toestemming van de gemeente, een (tijdelijke) oplossing zijn voor een normatief ruimteoverschot. Eventueel kan er ook een deel van het gebouw afgestoten worden wanneer er een structureel ruimteoverschot is. Bedrijven: Schoolbesturen zien steeds vaker kansen in samenwerking met het bedrijfsleven. Door elkaars infrastructuur te benutten zoals leslokalen, werkplaatsen, sportfaciliteiten of vergaderruimtes ontstaat een efficiënter gebruik van beschikbare middelen.

Deze samenwerking bevordert niet alleen de wederzijdse betrokkenheid, maar kan ook leiden tot innovatieve leer- en opgroeiomgevingen waarin theorie en praktijk dichter bij elkaar komen. Bovendien biedt het leerlingen de mogelijkheid om al vroeg in aanraking te komen met de beroepspraktijk, wat hun voorbereiding op de arbeidsmarkt versterkt. Nieuwe onderwijskundige concepten: Vernieuwende onderwijskundige concepten zoals: digitaal onderwijs / school als ontmoetingsplek / AI ontwikkelingen etc. Tijdens het haalbaarheidsonderzoek wordt onderzocht of deze vernieuwende onderwijskundige concepten kunnen worden meegenomen bij een project.

Pagina 16 van 62

•

Opheffings- en stichtingsnorm: De leerlingenaantallen worden in relatie tot de opheffingsnorm gemonitord. Deze normen worden, zoals de regels voorschrijven, iedere vijf jaar opnieuw vastgesteld door het ministerie van OCW. De opheffings- en stichtingsnormen voor het basisonderwijs13 zijn niet voor alle gemeentes hetzelfde. Dit is afhankelijk van de zogenaamde leerlingdichtheid in een gemeente. De opheffings- en stichtingsnormen in het voortgezet onderwijs14 zijn afhankelijk van het onderwijsaanbod. Voor elke onderwijssoort geldt een andere norm.

Tabel 4 Stichtingsnorm en instandhoudingsnormen primair onderwijs

Stichtingsnorm Oss Instandhoudingsnorm Oss en Berghem Instandhoudingsnorm overige kernen

200 155 43

•

Stedenbouwkundig perspectief en spreiding: Het stedenbouwkundig perspectief is onderdeel van de vraag waar goed onderwijs op de meest geschikte locaties nu en in de toekomst kan plaatsvinden. De regie hiervan ligt vanzelfsprekend bij de gemeente, maar de gemeente heeft ook de schoolbesturen hierbij nodig v.w.b. de bindingsfactor van een schoolgebouw in de leefomgeving. Een goede spreiding van schoollocaties is belangrijk voor de bereikbaarheid van scholen. Schoolgrootte en spreiding sluiten zoveel mogelijk aan op het leerlingenaantal in het voedingsgebied. Bij het ontwikkelen van nieuwe scholen of herpositioneren van bestaande scholen dient aandacht te zijn voor de geografische spreiding van locaties:

Een goede spreiding van het PO is van belang in het kader van thuisnabij onderwijs. Daarnaast kan het PO een functie vervullen voor de leefbaarheid van wijken en kernen binnen de gehele gemeente. Het streven is dat voor iedere wijk of kern onderwijs goed bereikbaar is. Het VO streeft ernaar om voor elke jongere passend onderwijs te bieden in hun eigen sociale omgeving. De geografische spreiding van het aanbod wordt zowel gemeentelijk als regionaal afgestemd. Het is daarom van belang om op zowel plaatselijke schaal als de regionale schaal te kijken naar de

13 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-28567.html

Referentie: P2000096-0123.0.6.

•

bereikbaarheid (incl. openbaar vervoer). Het VO trekt immers ook een groot aandeel van de leerlingen uit de regio aan. Concentratie van het aanbod is ook aan de orde bij het speciaal (basis)onderwijs. Het SBO en (V)SO heeft naast lokale leerlingen ook leerlingen uit een groter voedingsgebied. Spreiding en aanbod wordt op regionale schaal afgestemd. Tijdelijke huisvesting: In geval van (ver)nieuwbouw is soms tijdelijke huisvesting nodig. Dit kost de gemeente eenmalig veel geld wat niet gekapitaliseerd kan worden. De gemeente en schoolbesturen hebben afgesproken om de kosten voor tijdelijke huisvesting te beperken. Tijdens de scenariovorming en de haalbaarheidsonderzoeken (voorkomend uit het IHP) wordt onderzocht hoe kosten voor tijdelijke huisvesting kunnen worden geminimaliseerd (bijvoorbeeld door gefaseerd te bouwen of tijdelijk ingebruikname van een leegstaande voorziening). Hierbij moeten de consequenties voor de onderwijskundige kwaliteit, planning en kosten in beeld worden gebracht zodat er een goede afweging kan worden gemaakt van de impact op deze onderdelen.

14 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044212/2025-01-01

Pagina 17 van 62

3.3.2 Bouwsteen Samenwerking

21). Daarnaast wordt aangesloten op bestaande initiatieven zoals vanuit de samenwerkingsverbanden PO 30 06 en VO 30 06.

Deze bouwsteen gaat in op samenwerking. Samenwerking is essentieel voor het onderwijslandschap in de gemeente Oss. •

Regio-overstijgend samenwerkingsmogelijkheden: Voor gespecialiseerd onderwijs met een regio-overstijgend karakter worden samenwerkingsmogelijkheden tevens afgestemd op de regio. Daarbij wordt rekening gehouden met de bestaande faciliteiten voor het SBO en het (V)SO om leegstand te voorkomen.

•

Samenwerkingsmogelijkheden tussen schoolbesturen en kinderopvang: De schoolbesturen hebben de ambitie om kindcentra te realiseren. De gezamenlijke huisvesting van scholen en kindpartners is een pré maar is geen voorwaarde. Per project wordt gekeken of het wenselijk is om kindpartners te huisvesten in hetzelfde gebouw als de school.

Samenwerking betekent voor onderwijshuisvesting onder meer: ➢

Samenwerking betekent dat scholen gebouwen delen, met elkaar of met partners (bijvoorbeeld kinderopvang, jeugdzorg, buurtvoorzieningen).

➢

Samenwerking kan zowel inhoudelijk als gebouwelijk worden vormgegeven. Inhoudelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van kennisuitwisseling. Gebouwelijke samenwerking kan de inhoudelijke samenwerking faciliteren omdat men elkaar ook daadwerkelijk tegenkomt en biedt exploitatievoordelen (door bijvoorbeeld het delen van ruimten). Het onderwijs staat daarbij centraal en daarmee is een gebouwelijke samenwerking geen verplichting, maar een mogelijkheid. Per project wordt dit verkend.

•

Gedragen visie op het onderwijs: In de Osse Bestuurlijke Educatieve Agenda (OBEA) wordt de visie op het onderwijs bepaald en vastgesteld door gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Na vaststelling wordt in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (hierna: OOGO) de vertaling gemaakt naar de onderwijshuisvesting.

•

Samenwerkingsmogelijkheden binnen het onderwijs: In de haalbaarheidsstudie als vervolg op het IHP worden verschillende samenwerkingsmogelijkheden (tussen het (PO, SO en (V)SO) onderzocht, in aansluiting op de visie voor inclusief onderwijs (nadere toelichting op pagina

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Dit geldt ook voor de samenwerking in het kader van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Gemeente Oss, kinderopvangorganisaties, basisscholen en andere partners (o.a. ONS welzijn, GGD, Kentalis en het samenwerkingsverband) werken samen om uitvoering te geven aan VVE in de gemeente Oss. De gemeente beschikt over diverse VVE-gecertificeerde opvanglocaties voor peuters en daarnaast zijn er verschillende basisscholen waar VVE wordt aangeboden. Deze locaties zijn verspreid over de gemeenten. •

Samenwerkingsmogelijkheden met andere maatschappelijke functies: Bij nieuwbouw of renovatie kan op initiatief van schoolbestuur en/of de gemeente Oss het onderwijsgebouw worden aangevuld met andere maatschappelijke functies. Daarbij wordt per situatie bekeken welke functies dit betreffen en hoe dit gefinancierd en geëxploiteerd wordt. Afhankelijk van de functie wordt ofwel een verhuurovereenkomst dan wel medegebruiksovereenkomst gesloten met de desbetreffende partner.

•

Samenwerkingsmogelijkheden met sport vertaald naar huisvesting: Bij nieuwbouw of renovatie (zie definitie op pagina 20) wordt rekening gehouden met een beweegvriendelijke inrichting van het schoolplein. Indien er een

Pagina 18 van 62

gymzaal of sporthal bij de school gerealiseerd wordt, wordt verkend of en hoe de sportfaciliteit gedeeld kan worden. •

Brede inzetbaarheid schoolgebouwen: Scholen hebben een belangrijke gemeenschapsfunctie. De gemeente en schoolbesturen streven ernaar om schoolgebouwen niet alleen tijdens schooluren, maar ook daarbuiten optimaal te benutten als waardevolle ontmoetingsplekken in de wijk of in de gemeente als geheel. Het VO verhoudt zich in dit opzicht anders tot de gemeenschap dan basisscholen die meer een wijk- of kernfunctie hebben. Door deze gebouwen multifunctioneel in te zetten, kunnen ze een bredere maatschappelijke functie vervullen, zoals ruimte bieden aan buurtactiviteiten, een leven lang ontwikkelen, dagbesteding (vanuit het onderwijs), sport, cultuur of (jeugd)zorginitiatieven. Dit versterkt de sociale samenhang, vergroot de toegankelijkheid van voorzieningen en draagt bij aan een levendige, inclusieve leefomgeving waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten en ondersteunen. Het breed inzetten van schoolgebouwen buiten schooltijden heeft consequenties voor de schoolgebouwen. Er moet onder ander rekening worden gehouden met de toegankelijkheid, zonering en beheer van het gebouw. Op welke wijze en voor welke doelgroepen scholen ingezet worden buiten schooluren, wordt in het haalbaarheidsonderzoek verkend.

Een brede inzetbaarheid van scholen betekent niet dat reeds bestaande voorzieningen aan scholen moeten worden toegevoegd of dat scholen concurrerend zijn voor andere (maatschappelijke) voorzieningen in de wijk. Voordat voorzieningen aan scholen worden toegevoegd, wordt onderzocht welke voorzieningen al in de omgeving aanwezig zijn en welke voorzieningen nog ontbreken.

3.3.3

Bouwsteen Kwaliteit en duurzaamheid

Deze bouwsteen duidt de kwaliteit en duurzaamheid van onderwijshuisvesting waar de gemeente en schoolbesturen naar streven. Dit kwaliteitsniveau geldt bij nieuwbouwprojecten. Bij vernieuwbouw en renovatie wordt beoogd om dit kwaliteitsniveau zoveel mogelijk te realiseren. Voor bestaande bouw ligt de verantwoordelijkheid primair bij de schoolbesturen. Voor MFA’s ligt deze verantwoordelijkheid bij de gemeente en wordt aansluiting gezocht bij de routekaart verduurzaming15.

Gemeente en schoolbesturen zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw biedt een goede opgroeiomgeving, werkomgeving voor personeel en heeft bovendien een positief effect op het leefklimaat voor de huidige en toekomstige generaties. Daarvoor wordt een brede definitie van kwaliteit en duurzaamheid gehanteerd.

Voor de projecten volgend uit het IHP zijn meerdere vervangingsscenario’s mogelijk. Onderstaand is per vervangingsscenario een definitie gegeven: • •

•

Nieuwbouw: er wordt uitgegaan van totale sloop en vervanging van het bestaande gebouw. De levensduur van het nieuwe pand dient 45 jaar te zijn. Renovatie: er wordt uitgegaan van een integrale levensduur verlengende ingreep in het gebouw wanneer het pand een levensduur van 45 jaar heeft bereikt, waarmee de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar wordt verlengd. Vernieuwbouw: er wordt uitgegaan van een levensduur verlengende ingreep voor minimaal 45 jaar. Hierbij wordt het bestaande gebouw vernieuwd waarbij het streven is om de nieuwbouwkwaliteit zo veel mogelijk te realiseren.

15 Routekaart verduurzaming, verduurzamingsstrategie voor de gemeente Oss, 22 november 2024

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Pagina 19 van 62

•

Kwaliteitskader ruimte OK16: Om eigentijds, functioneel, duurzaam en toekomstbestendig maatschappelijk vastgoed te realiseren, hanteert de gemeente Oss het Kwaliteitskader onderwijs van Ruimte-OK (zie bijlage 1). Dit betekent dat de gemeente Oss investeert in bovenwettelijke kwaliteit ten aanzien van de onderwijshuisvesting op onder andere het gebied van Frisse Scholen en energieneutrale schoolgebouwen (ENG). Ook voor de omvang van het schoolplein wordt het Kwaliteitskader gehanteerd. De gemeente volgt de ontwikkelingen van het Kwaliteitskader van Ruimte-OK. Uitgangspunt is dat de gemeente eventuele kwalitatieve en financiële ontwikkelingen binnen dit Kwaliteitskader overneemt bij een actualisatie van het IHP.

•

Financiering IHP: De gemeente is verantwoordelijk voor de voorzieningen in de huisvesting, waaronder (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding van scholen. Dit moet de gemeente bekostigen uit het gemeentefonds, waarin het Rijk een vergoeding stort. Vanuit de VNG wordt geadviseerd welk normbedrag gekoppeld kan worden aan de benodigde voorziening. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en stelt geen eisen aan het kwaliteitsniveau. In de gemeente Oss geldt het Kwaliteitskader van Ruimte-OK als kwaliteitsuitgangspunt. In het Kwaliteitskader is een financiële paragraaf opgenomen. Deze financiële paragraaf is opgesteld door BDB Bouw(kosten)data en vertaalt zich naar een financieel kengetal voor het PO en VO. In het IHP worden de stichtingskosten bepaald op basis van deze kengetallen. De kengetallen worden jaarlijks geïndexeerd. Vervolgens actualiseert de gemeente Oss de stichtingskosten van de opgenomen IHP projecten.

Het Kwaliteitskader vormt daarmee het uitgangspunt voor elk huisvestingsproject. Het Kwaliteitskader biedt schoolbesturen en gemeenten een integraal inzicht en houvast bij het realiseren van een nieuwe school. In het onderstaande kader staat beknopt omschreven welke kwaliteitsuitgangspunten in het Kwaliteitskader zijn opgenomen.

Voor het (V)SO zijn geen kengetallen berekend in het Kwaliteitskader RuimteOK. De financiering van de huisvesting van het (V)SO kan complexer zijn, omdat de kosten per leerling hoger kunnen liggen dan in het regulier onderwijs.

Deel A: “Architectonische kwaliteitscriteria” die inzicht geven in de prestatie die verwacht mag worden van de belevingswaarde van het gebouw. Denk aan verschijningsvorm en uitstraling.

• Deel B: “Functionele kwaliteitscriteria” die inzicht geven in de prestatie die verwacht mag worden van de gebruikswaarde van het gebouw. Denk aan de omvang, situering en indeling van ruimten. Deel C: “Technische kwaliteitscriteria” die inzicht geven in de prestatie die verwacht mag worden van de bouwkundige waarde van het gebouw. Denk aan gezondheid, duurzaamheid en het onderhoud.

Volgens de principes van Total Cost of Ownerschip (TCO) Het kwaliteitskader van Ruimte-OK is een bovenwettelijk kader. Gemeente Oss heeft haar financiële bijdrage bepaald aan de hand van het kengetal uit het kwaliteitskader. Eventueel kunnen schoolbesturen zelf mee investeren in extra kwaliteit. Indien schoolbesturen een financiële bijdrage levert, gaat dit conform de principes van Total Cost of Ownership (TCO). Er kan hierbij gebruik gemaakt worden van het TCO-model wat momenteel wordt opgesteld en getoetst in het kader van het programma onderwijshuisvesting (POHV). Voor het PO/ (V)SO geldt momenteel nog een investeringsverbod. Bij de aanstaande wetswijziging vervalt het investeringsverbod en komen er meer mogelijkheden voor het PO/ (V)SO om een financiële bijdrage te leveren.

16 Kwaliteitskader huisvesting, Kwaliteitscriteria voor onderwijsvoorzieningen in het Funderend Onderwijs, ‘Bouwen aan de wereld van morgen’, werkversie 2021, update 2025

Referentie: P2000096-0123.0.6.

Pagina 20 van 62

Bij een financiële bijdrage kunnen schoolbesturen gebruik maken van de lumpsumvergoeding die zij ontvangen van het rijk. De aanvullende kwaliteit wordt bijvoorbeeld gefinancierd vanuit een verwacht exploitatievoordeel (op energiekosten) gedurende een deel van de levensduur van het gebouw en een besparing op onderhoud aan het bestaande gebouw voorafgaand aan een nieuwbouwopgave (besparing op investeringen in de lopende meerjarenonderhoudsplanning). Voor de besparing op onderhoud is het van belang dat er duidelijke afspraken gemaakt worden wanneer een project gerealiseerd wordt zodat het schoolbestuur hier op kan anticiperen. In de periode voorafgaand aan de realisatie kan het voorkomen dat een schoolbestuur genoodzaakt is te investeren in de huisvesting om de veiligheid en continuïteit van het onderwijs te borgen. De noodzakelijke kosten die gemaakt worden, dienen in overweging genomen te worden bij de TCO bepaling. De (financiële) haalbaarheid wordt bij het vervolg van het IHP en op projectniveau verder uitgewerkt waarbij rekening wordt gehouden met de financiële positie van de gemeente en de schoolbesturen. •

Inclusief onderwijs: De gemeente Oss en haar schoolbesturen willen een onderwijssysteem en praktijk waarin geen enkel kind of jongere buitenspel staat; geen enkel kind of jongere zit thuis. Onderwijshuisvesting vormt daarin een belangrijk fundament: een inclusieve en toegankelijke schoolomgeving biedt alle leerlingen de ruimte om zich optimaal te ontwikkelen. Het uitgangspunt is dat iedere leerling, ongeacht fysieke, cognitieve of zintuiglijke beperking, zelfstandig door het gebouw kan bewegen en gebruik kan maken van de voorzieningen, zonder afhankelijk te zijn van hulp van derden. Sommige leerlingen, zoals kinderen met taalontwikkelingsstoornissen, gehoorof visuele beperkingen, doen al deels mee in het regulier onderwijs, maar hebben daarnaast eigen voorzieningen nodig. Deze moeten op slimme wijze verweven worden met de reguliere schoolomgeving. Voor specifieke groepen, zoals de leerlingen van Oosterwijs en HUB, kan samenwerking tussen scholen bijdragen aan kennisdeling en een betere doorstroom. Voor deze scholen is gezamenlijk bouwen niet altijd wenselijk.

•

Inclusief ontwerpen en bouwen: Inclusievere onderwijshuisvesting gaat verder dan fysieke inrichting. Het vraagt om gebouwen die geschikt zijn voor verschillende gebruikersgroepen, en om een nauwere samenwerking tussen het PO, VO en (V)SO met ondersteunende, voorzieningen onder één dak. Dit vraagt om multifunctionele ruimten/gebouwen die flexibel inzetbaar zijn en bijdragen aan gedeeld gebruik en uitwisseling van expertise. Inclusieve huisvesting vraagt ook om een bewuste positionering in de omgeving. Een basisschool bijvoorbeeld moet bij voorkeur niet aan de rand, maar juist midden in de wijk staan, goed bereikbaar en verbonden met de buurt. Onderwijs en ondersteuning onder één dak en scholen die letterlijk tegen elkaar aanleunen met open doorgangen: krachtige ruimtelijke concepten die samenwerking stimuleren en ontmoetingen mogelijk maken. Inclusieve gebouwen creëren kansen. Ze brengen onderwijs, ondersteuning, dagbesteding en (wijk)initiatieven dichter bij elkaar. Ze geven vorm aan een omgeving waarin kinderen en jongeren elkaar ontmoeten, elkaars verschillen leren begrijpen en gezamenlijk opgroeien. Wel is het belangrijk om niet te vervallen in overmaat aan nevenruimtes; ondersteunende functies zoals logopedie moeten integraal onderdeel zijn van het onderwijsaanbod, voor álle leerlingen. Inclusief onderwijs is een breed en nog steeds evoluerend begrip.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=da00a5a4-c75e-4745-a044-3e5050517a51