Gebiedsvisie Stadjes en Kernen.PDF
Tekst van het document
en helpen kanaliseren. Daar zijn veel vormen voor, van een dorpsondersteuner (een
inwoner die zijn rol in de kern bewezen heeft) tot de maatschappelijke organisaties en ambtenaren, in allerlei mixvormen. De Bestuursopdracht Participatie gaat dit in kaart brengen. Daarbij hoort: ‘Welke vorm van participatie past hier het best?’
nen laten we meer aan bewoners over. Dat mag niet leiden tot desinteresse en laten
Gemeente: Loslaten en ondersteunen
waarbij we ons bewust zijn van onze kerntaken en wat we aan anderen overlaten. We
van gemeente en inwoners in elkaar. Dit vraagt om lef als gemeente om los te laten
waaien. We zullen nieuwe manieren van samenwerken en beslissen moeten vinden, willen daarbij de gemeenschap meer centraal stellen.
Daarin zullen drie partijen gelijkwaardig moeten samenwerken: een initiatiefnemer
(vaker dan vroeger een groep; meestal bewoners, ondernemers, verenigingen), omwonenden en de overheid. Dat is in lijn met de nieuwe Omgevingswet. Overheden kunnen flexibel inspelen op ontwikkelingen in de leefomgeving. Maar het betekent ook
dat iedereen de taak heeft om met de andere partij in overleg te blijven. De betrokke-
nen moeten het eens zijn wie de eigenaar is van het initiatief. De gemeenschappelijke
Het coalitieakkoord heeft als belangrijk speerpunt het vergroten van het vertrouwen en alleen daar in te springen als de hulp leidt tot een grotere maatschappelijke winst. En dat laatste is vooral: leefbaarheid, ontmoeten en gezondheid, groen, lulbenkskes,
fietsroutes, een knarrenhofje met een openbare tuin. Het vergt ook wat van de amb-
tenaren, die dan vooral energie kanaliseren en bijvoorbeeld instrumenten aanreiken. Het vergt ook lef van bestuurders en politiek: erkennen dat inwoners soms keuzes
maken die niet passen binnen onze kaders, ruimte maken voor experiment en durven investeren in koplopers.
doelen én de verschillen moeten al vroeg helder zijn.
Bij veel initiatieven in de Osse kernen zien we goede samenwerking tussen inwoners,
Betrokken bewoners en ondernemers nemen een initiatief
bijvoorbeeld groen en accommodaties, horen we dat er nog wel wat te verbeteren valt.
Vitale gemeenschappen kunnen veel betekenen voor hun kern of buurt. Vooral als
inwoners en ondernemers zich betrokken voelen. Vaak slaan ze de handen ineen om zaken met een algemeen belang op te pakken. Denk aan inrichting van de openbare
ondernemers en gemeente, met name rond wonen, ecologie en duurzaamheid. Maar bij Inwoners stoppen veel energie in hun plannen en de gemeente probeert hen de weg te wijzen en te ondersteunen. Maar het kan breder en beter, horen we in de kernen.
ruimte, beheer van gemeenschappelijke voorzieningen, collectief vervoer, energiecor-
Vertrouwen moet groeien
bij mensen die na hun pensioen als vrijwilliger aan de slag gaan met erfgoed, sport,
binnen één collegeperiode af is. Het gaat met vallen en opstaan. Vertrouwen moet
poraties etc. Er zit ook heel veel kennis en ervaring in de samenleving, bijvoorbeeld cultuur, sociale activiteiten en nog veel meer.
Nog betere samenwerking tussen gemeente, inwoners, ondernemers is niet iets dat groeien. Tussen gemeente en initiatiefnemers natuurlijk, maar ook bij die initiatiefnemers zelf. Sommige zaken, zoals een verpleeghuis, een gezamenlijk initiatief om
51
energie op te wekken of bijvoorbeeld hergebruik van erfgoed, vergen veel geld en
jarenlange verplichtingen. Dat alles vraagt een overdachte rol van de gemeente, duidelijke afspraken over eigenaarschap, overleg, geduld, een solide plan en financiering, de
wil om te leren en soms structurele ondersteuning; en dus tijd. Maar het draagt wel bij
aan vitale gemeenschappen die deskundig hun zaakjes kunnen regelen. En gemeenten die merken dat het dan goed gaat.
Er is ruimte voor initiatief, samenwerken en dus leren van elkaar. In elk kern ontstaan ook gezamenlijke initiatieven en dus kansen. Deze kansen ondersteunen is ook de
manier om in elke kern maatwerk te bieden, in te spelen op wat er op dat moment
op die plek nodig is en zo het karakter van elke kern te behouden of versterken. Het
kan zijn dat de kosten hiervan terugverdiend moeten worden door op andere plekken echte keuzes te maken. En initiatiefnemers zullen in veel gevallen zelf de financiering
moeten regelen. Het goede gesprek voeren is geen garantie natuurlijk dat de gemeente of een groep initiatiefnemers het iedereen naar de zin maakt. Dat kan gewoon niet. Maar het moet er wel voor zorgen dat we niet achteraf zeggen: ‘Hadden we maar…’
Om als gemeente echt samen te werken en te helpen initiatieven mogelijk maken, zijn
nog wel wat stappen te zetten. Hier gaan we de komende tijd hard aan werken.
Meer info over de initiatieven in de kernen:
Vereniging Kleine Kernen Noord-Brabant en de brochure ‘Goed voor elkaar Kernen’ van
de Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen. Dit soort documenten nemen we mee bij de verdere uitwerking.
52
Tot slot: wat is nou echt nieuw in deze visie?
Zoals we in het begin schreven, bewoners zijn over het algemeen erg tevreden over
ondernemers; samenwerking, elk vanuit een eigen rol. En vanuit de maatschappe-
ning, minder voorzieningen) nemen ze vaak voor lief. Dat betekent dat deze visie
ook andere vormen van duurzaamheid: klimaatadaptatie, verstandig omgaan met
wonen in een van de stadjes of kernen. De nadelen (zoals minder kans op een wo-
op dit moment geen aanzet is tot grote veranderingen in de fysieke leefomgeving. Verandert er dan niks?
lijke waarden die we willen beschermen. Zoals dat ontmoeten, dat meedoen, maar grondstoffen, een prettig en veilig woonklimaat.
Een visie is een momentopname. Zoals we tijdens het ontwikkelen van deze
Consequenties van deze visie
plotseling en ingrijpend gevolg van de klimaatverandering, inflatie, energieprij-
duurzaamheid. Daarvoor maken we een afwegingskader. Als we meer mogelijk
visie zagen, kan de samenleving snel veranderen: een pandemie, een oorlog, een zen: ze kunnen er voor zorgen dat groepen mensen ineens buiten de boot vallen. Zeker in een dorp is het niet vanzelfsprekend dat bewoners dan bij de gemeente
aankloppen voor hulp of advies. Vaak is dat in een dorp ook minder nodig, omdat
de gemeenschap een vangnet vormt. Buren willen nog wel eens ergens samen de
schouders onder zetten. Dat wil overigens niet zeggen dat dat altijd en voor iedereen geldt. Sociale teams moeten waakzaam blijven dat niemand buiten de boot
Initiatieven ondersteunen we als ze aan bepaalde randvoorwaarden voldoen, zoals gaan maken, moeten we goed nadenken hoe we dat kunnen doen. Initiatiefnemers gaan intensiever toetsen wat hun plannen betekenen voor de omgeving en zelf
structureel budget regelen. Voor de gemeentelijke organisatie betekent flexibiliteit dat er meer overleg nodig is, een andere verdeling van onze capaciteit, maar vaak ook een andere houding.
valt.
Die ondersteuning moet ook dat structureel geregeld zijn. Bijvoorbeeld in een
Die zelfredzaamheid van gemeenschappen moet wel de kans krijgen. Het is dan
wijkgericht werken, de (misschien nieuwe) rol van de wijk- en dorpsraden etc. We
belangrijk dat dorpsgenoten elkaar kennen en vertrouwen. En dus dat ze elkaar
tegenkomen, dat ze samen activiteiten ondernemen, dat ze meedoen in de samen-
leving. Voorzieningen en de leefomgeving moeten blijvend gericht zijn op ontmoeten en bewegen.
Wat verder nodig is: bewoners meer regie geven op die leefomgeving van de toe-
komst. Daarin is deze visie wel een breuk met het verleden. Het is een eerste aanzet voor nog meer en duurzamere participatie: overleg tussen gemeente, bewoners en
werkwijze voor participatie (binnen de bestuursopdracht participatie), beleid voor zullen de manier waarop we faciliteren goed moeten omschrijven. Het is vaak niet
betalen of realiseren, maar begeleiden. Verwachtingen moeten we dus goed managen, zowel de bewoners, ondernemers als de gemeente.
Die andere manier van werken (en verdeling van mandaat, capaciteit, rollen, bud-
get etc.) is een opdracht die de Gebiedsvisie Stadjes en Kernen overstijgt. Die zullen politiek, bestuur, organisatie en samenleving samen moeten oppakken, onder meer vanuit de Omgevingsvisie, maar ook vanuit ander beleid en activiteiten.
53