Gebiedsvisie Stadjes en Kernen.PDF
Tekst van het document
Concept Gebiedsvisie Stadjes en Kernen; mei 2023
Bouwen aan Osse gemeenschappen
Leefbaarheid, ontmoeten en gezondheid in de Osse kernen
Inhoud Voorwoord
3
Inleiding: wat is belangrijk voor de leefbaarheid?
5
Hoe houden we de Osse gemeenschappen levendig?
7
A
Beschrijving van het gebied
9
B
Opgavenotitie, 7 thema’s, 3 uitgangspunten
13
1. Zeven thema’s
14
2. Drie uitgangspunten: leefbaarheid, ontmoeten en gezondheid
15
3. Verhouding tot andere opgaven: vanuit de inwoners
15
4. Proces: hoe hebben we dat aangepakt en wat komt er nog?
16
Inhoudelijke thema’s
17
1. Wonen: opgroeien in een vertrouwde omgeving
18
2. Ondernemen in de kernen: balans tussen groeien en beschermen
23
3. Voorzieningen: meegaan met een snel veranderende tijd
27
4. Mobiliteit: bereikbaar, maar ook duurzaam en veilig
32
5. Duurzame ontwikkeling: verantwoord, veilig en gezond leven
36
6. Natuur en landschap: een groene leefomgeving
39
7. Cultureel erfgoed: eigenheid van de kernen en stadjes
43
C
D
Inwonersinitiatieven en samenwerking in de kernen46 1. Maatwerk bij initiatieven in de openbare ruimte
47
2. De rol van gemeente, bewoners en anderen bij samenwerking
50
Tot slot
52
2
Voorwoord Beste lezer, Oss is niet alleen een stad maar ook ruim twintig prachtige kernen. Dorpen, ves-
tingstadjes en gehuchten, allemaal verschillend, maar ook allemaal prachtig om in
te wonen, werken of samen van te genieten. Hoe zorgen we dat dat zo blijft, ook als
de samenleving verandert. Sterker, hoe bouwen we samen aan nog vitalere gemeenschappen? Hoe zorgen inwoners en gemeente dat ze minstens even leefbaar blijven en uitnodigen tot een sociale en gezonde manier van samen leven?
De directe aanleiding voor deze visie is de Omgevingswet. Maar we willen meer.
We willen vooral weten hoe de inwoners tegen hun omgeving aankijken en wat ze
belangrijk vinden. Samen met hen en met collega’s kijken we ook naar de grote uitdagingen van de komende tijd: het groeiende ruimtegebruik, het klimaat, de ener-
gietransitie en vooral de manier waarop mensen met elkaar omgaan en zich prettig blijven voelen in hun omgeving.
Wat hebben we de afgelopen jaren gedaan?
De visie komt niet uit de lucht vallen. We hebben de afgelopen jaren als Oss flink
geïnvesteerd in de kernen, maar ook gekeken hoe we dat allemaal vol kunnen houden de komende jaren. Vanuit de Voorzieningenkaarten bijvoorbeeld hebben we in beeld gebracht wat er nodig is voor ontmoeten, ontspannen, gezondheid. Per plek hebben
we gekeken wat mogelijk was. Soms ging dat goed, soms wat minder. We hebben in
Oss ook keuzes gemaakt over bijvoorbeeld het opwekken van energie, over klimaat en duurzaamheid. We hebben voor de stad en voor het buitengebied ook visies opge-
steld. De uitkomsten van al die trajecten gaan we niet overdoen in deze visie op de Osse stadjes en kernen. Daarnaast hebben we ook beleid en opgaven voor de toe-
komst voor de hele gemeente vastgesteld, bijvoorbeeld voor energie. Daar gaan we in deze visie ook niet te diep op in. Dit werken we op andere plekken uit.
3
Grotere rol voor bewoners en ondernemers
Elke visie is een momentopname. Deze ook. Dat wil zeggen dat we onderdelen nog
kernen. We horen zo dat de inwoners en ondernemers een grotere rol willen bij de
getten, capaciteit en zo. Deze visie is geen pleidooi voor een grotere lokale overheid
Wat hebben we wel gedaan? We hebben vooral gekeken naar de eigenheid van de inrichting van de omgeving.
Die willen we graag geven. Maar dat wil niet zeggen dat we dingen zomaar los laten.
We stellen natuurlijk randvoorwaarden: waar moeten initiatieven aan voldoen, voordat de gemeente meewerkt? En de goede initiatieven in de kernen willen we vooral ondersteunen, met kennis en begeleiding.
Een belangrijke randvoorwaarde voor een gemeente is altijd: past het in het algemeen belang? Want waar we samen mogelijk willen maken, willen we ook zaken beschermen. Daarin moeten we een goede balans in vinden. En die balans gaan we minder zoeken in regeltjes, maar meer in maatwerk en samenwerking.
Deze visie slaat meer dan de andere visies een brug tussen leefomgeving en het sociale domein. We hebben daarbij vooral gekeken naar wat de leefomgeving bijdraagt
aan wat de mensen in de kernen het belangrijkst vinden: leefbaarheid, ontmoeten en gezondheid.
Maatwerk, ruimte, ondersteuning en afspraken over rollen
uitmoeten werken. Het is vooral agenderend en doet nog geen uitspraken over buddie initiatieven overneemt. De inwoners van de dorpen blijven zelf eigenaar van hun
initiatieven. De gemeente ondersteunt vanuit het algemeen belang. Het is een verkenning van wat nodig is om te bouwen aan gemeenschappen. Het wordt een basis voor
beleid, voor plannen, programma’s, projecten maar vooral voor samenwerking; tussen de gemeente en de bewoners en tussen bewoners onderling.
Deze visie is geschreven door het Osse bestuur. Als er ‘we’ staat bedoelen we bijna al-
tijd het Osse bestuur. Maar ze is vooral tot stand gekomen na gesprekken met mensen in en rond de kernen: bewoners en andere deskundigen, organisaties, ambtenaren
en kritische geesten. In deze visie moet je dus de stem van de Osse dorpen horen. Wat vinden de inwoners belangrijk? Maar ook: is
dat wenselijk, haalbaar en betaalbaar? Want een visie moet ook realistisch zijn.
Sidney van den Bergh
Wethouder Ruimtelijke Ordening & Omgevingswet
Twee dingen hebben we tijdens de gesprekken in de kernen veel gehoord. Het eerste
is dat bewoners over het algemeen tevreden zijn over hun leefomgeving. Er zijn geen grote knelpunten specifiek voor de kernen die we vanuit deze visie moeten oppak-
ken. Maar er is wel heel duidelijk een roep om verbetering van het proces vanuit de gemeente: meer maatwerk, meer ruimte voor initiatief, ondersteuning op maat,
betere afspraken over wie wat doet etc. Daarom gaat dze visie minder over concrete
voorstellen voor de fysieke leefomgeving, maar meer over de rollen en samenwerking in de dorpen.
4
Inleiding: wat is belangrijk voor de leefbaarheid? Wat waarderen de inwoners, waar maken ze zich zorgen over?
Wat maakt wonen in de kernen de moeite waard? Bij de eerste verkenning voor de visie zijn we met een camera de kernen in gegaan en hebben ongeveer 100 mensen gevraagd wat
ze vinden van de leefomgeving. Zij kijken daar verschillend
tegen aan: de wensen voor wonen of ontspannen verschillen voor jong en oud, of ondernemers, clubmensen of gezinnen. Hun antwoorden vergeleken we met wat we horen van ons netwerk, ons beleid. We verwerkten dat in deze visie.
5
Naast de verschillen zien we ook een paar rode draden. Ten eerste: onze indeling in
Steun van de gemeente
Ravenstein spraken veel mensen over ‘het dorp’. In deze visie gebruiken we (vanuit de
een kern.1 Een ergernis die we een paar keer hoorden: ‘We willen graag zelf initiatief
stadjes en kernen horen we in de gesprekken weinig terug. Ook in de trotse vestingstad opdracht) het woord ‘kernen’ en dan bedoelen we zowel de dorpen als de stadjes.
Het voornaamste, in elke kern genoemd, is het ‘ons-kent-ons’. Bijna iedereen in een
dorp, zeker in een kleinere kern, kent de buren en andere dorpsgenoten. En dat werkt
door in de sfeer, in het actieve verenigingsleven, vrijwilligerswerk, lokaal ondernemerschap en op heel veel andere plekken. De straat, het groen en de winkel zijn ook plek-
Met voorzieningen lijkt de overheid soms ook voor een groot deel te vertrekken uit nemen, maar ervaren weinig steun van de gemeente.’ Of ‘geld’, wat vaak de echte
wens is. De gemeente zelf worstelt met de vraag: hoe betrekken we bewoners, vooral de mensen die we minder vaak zien, zoals jongeren en gezinnen? Welke vaardighe-
den hebben ambtenaren nodig om nog beter te weten wat er speelt en hoe we daar samen met bewoners op kunnen inspelen?
ken om een praatje te maken. Een ander belangrijk kenmerk is de rust, dat tientallen
Toch zijn bijna alle inwoners tevreden over hun leefomgeving. Ze hopen dat die zo
van Neerlangel. Om drukte op te zoeken, pakken dorpelingen graag de auto.
dan ook hartstikke trots op. Ze willen liefst ook het eigen karakter van elke kern zoveel
keren genoemd is in de interviews. ‘Drukte kun je opzoeken, rust niet’, zei een inwoner Ook hoorden we vaak over het gebrek aan woningen voor starters en doorstromers.
‘Eigen’ inwoners voelen zich gedwongen om ‘naar de stad’ te verhuizen. Ze zijn bang
dat dit gevolgen heeft voor de leefbaarheid en het verenigingsleven. Sommige bewo-
ners geven aan dat de kern aan het vergrijzen is. Als voldoende mensen na hun studie
blijft. Er is genoeg moois te vinden in de woonplaats en de omgeving - en daar zijn ze
mogelijk bewaren. Een beetje strijd met een buurdorp over wie het best is, vooral rond carnaval en sporten, hoort daarbij. ‘Kijk dan hoe mooi het hier is!’ ‘Hier wil ik nooit meer weg.’
terugkomen in het geboortedorp, zetten ze zich als ouder ook vaker in voor de buurt en de verenigingen.
Vooral in de kleinere dorpse en landelijke kernen zijn voorzieningen schaars; gemeentelijke voorzieningen, maar ook bijvoorbeeld horeca. Veel inwoners vinden dat geen
probleem. Dat hoort bij een kleine kern. De voornaamste zorg die we horen, is dat er
dingen veranderen: meer verkeer, minder onderhoud van het vele groen of een terras dat dreigt te verdwijnen of net weg is. De verandering zelf lijkt dus de voornaamste
zorg. In de vijf hoofdkernen zie je dat winkels wel gemist worden, maar ook dan vaak
alleen omdat ze er vroeger wel zaten. Maar bijna iedereen geeft aan: dan moeten wij er zelf ook wel kopen. Qua horeca lijken de inwoners van de stadjes en kernen niets
te missen, hooguit een kroeg in Ravenstein of stamcafé in Geffen. Voorzieningen speciaal voor ouderen zijn soms ook schaars. Oudere mensen geven aan dat ze daarom mogelijk moeten verhuizen naar een kleinere woning in een grotere kern. 1
Zie ook het artikel in de Groene Amsterdammer: https://www.groene.nl/artikel/hoe-den-haag-uit-nederland-verdween
6
Hoe houden we de Osse gemeenschappen levendig? De visie op anderhalf A4
Van bijna alle inwoners van Osse kernen die we spraken, horen we dat ze
tevreden zijn over hun leefomgeving. Velen zouden er hun hele leven willen
blijven wonen. Een groep zou na de studie graag terugkeren om er kinderen te laten opgroeien zoals ze zelf deden, in een bloeiende gemeenschap.
Weer anderen zoeken er de rust en ruimte, vaak tegen het eind van een
actieve carrière, als de kinderen het huis uit zijn. In grotere kernen maken inwoners zich soms zorgen over het verdwijnen van voorzieningen, maar vaak accepteren ze dat ook. De meesten weten dat het leven verandert,
door klimaat, energie, digitalisering, globalisering, vergrijzing en andere ontwikkelingen. Er gaat in de samenleving veel veranderen de komende jaren, rond wonen, energie opwekken en besparen, water enzovoort. De gesprekken voor deze visie geven geen aanleiding voor grootschalige
ingrepen in de kernen. Bewoners koesteren hun woonomgeving en willen
die vooral intact houden. Wat ze wel belangrijk vinden, dat is inspraak en de mogelijkheid om hun leefomgeving zelf vom te geven. We willen bewoners daar graag meer ruimte voor geven.
7
Onze droom: Wat vinden we belangrijk, wat willen we bereiken?
Wat gaan we doen voor leefbaarheid, ontmoeten en gezondheid?
om te wonen en leven. De leefomgeving nodigt uit om naar buiten te gaan, te bewe-
leefomgeving in de dorpskommen en hoe die de leefbaarheid bevordert. En dan vooral
Dit is onze droom, dit willen we bereiken: De Osse kernen blijven een prachtige plek
gen, anderen te ontmoeten. Inwoners waarderen het groen en de cultuur en ervaren
hun woonplaats als ‘ons kern’. Ze ervaren de kern als een levende gemeenschap. Hoe houden we de kernen leefbaar?
De jongste en oudste inwoners zijn wat meer afhankelijk van hun directe woonomgeving voor hun sociale contacten. De omgeving stimuleert de kinderen om te bewegen en ontdekken, en de ouderen om actief mee te blijven doen. Veiligheid staat voorop,
niet alleen fysieke veiligheid, maar ook een omgeving waarin bewoners zich veilig voelen. Een risico is de ondermijnende criminaliteit. Duistere handeltjes, explosiegevaar bij productie van chemische drugs in loodsen, brandgevaar bij illegale kwekerijen in
een woonwijk, zogenoemde ‘suikerooms’ die een club zwaar subsidiëren met illegaal
Hoe gaan we deze droom waarmaken? We concentreren ons in deze visie op de fysieke op woningbouw en ondernemerschap die aansluiten bij het karakter van elke kern en
voldoende voorzieningen op een redelijke afstand die goed benut worden. Nieuwe ondernemers in de kernen zijn ‘fijne buren’. Ze krijgen de ruimte om te ondernemen en
innoveren, als ze zo goed als geen overlast veroorzaken en echt wat toevoegen aan het
dorpsleven. Inwoners en ondernemers krijgen ruimte voor initiatieven, als die aansluiten bij wat in de kern nodig is en wat de bewoners willen. Draagvlak, duurzaamheid en samenwerking zijn dan belangrijker dan het strikt hanteren van de regels. Hier is
maatwerk en overleg nodig en dat zal niet vanzelf gaan. De gemeente gaat met inwoners en ondernemers een goede manier ontwikkelen om daarbij de kwaliteit van de kernen in stand te houden of te verbeteren.
geld... In een dorp kent iedereen elkaar en weten veel mensen wat er gebeurt. Melding
Voor de jongste en oudste inwoners nodigt de directe omgeving uit om te bewegen en
criminaliteit en onveiligheid aan te pakken.
bereikbaar. We kijken naar verkeer, groen en de (culturele) identiteit van de kernen.
maken van verdachte situaties is niet altijd vanzelfsprekend, maar wel belangrijk om
De kern is in onze visie ook een plek waar iedereen zichzelf kan zijn, waar je je (sociale) talent kunt ontwikelen, waar je je kinderen wilt laten opgroeien en waar je gezond
oud wilt worden. In zo’n kern sta je er niet alleen voor. De bewoners kijken samen naar de grote uitdagingen rond klimaat, energie en duurzaamheid en de gemeente wil hen ondersteunen bij het gezamenlijk zoeken van oplossingen.
Bewoners voelen zich mede-eigenaar van hun omgeving. Zij bespreken onderling
en met de gemeente wat zij waardevol vinden. Dat is belangrijk: het is de kracht van de Osse kernen. Veel inwoners willen zich inzetten voor de dingen die ze belangrijk
vinden voor hun gemeenschap. Het is belangrijk dat gemeente en inwoners daar een goede vorm voor zoeken. Wie is eigenaar? Welke ruimte is er voor invloed, voor initi-
atieven, participatie, mee beslissen..? En vooral: hoe organiseren we dat: met budget, mensen en vooral ondersteuning?
ontmoeten. Voor pakweg 8 tot 80 mag dat wat meer op afstand zijn, maar wel veilig
Belangrijk daarbij is om de kern herkenbaar en eigen te houden: zowel het uiterlijk als de sociale structuur. Het koesteren van de dorpsgezicht betekent ook dat niet zomaar alles gebouwd kan worden. Vitale gemeenschappen vragen een bescheiden overheid en andere vormen van participatie. We nodigen nieuwe groepen uit om zich in te
zetten en uit te spreken over hun leefomgeving. We versterken de dialoog met de sa-
menleving. Er is meer ruimte voor maatwerk. En de gemeente ondersteunt (groepen)
initiatiefnemers daarbij op de manier die de hen helpt om het zelf op te pakken: soms faciliterend, vaak verwijzend, adviserend of op andere manieren. Vooral die samen-
werking is belangrijk. Het versterkt de gemeenschap en zorgt ervoor dat een initiatief
stabiel is en een lange levensduur heeft. We kijken waar dat uit de bestaande budgetten kan en we vragen de raad zo nodig om er extra geld voor vrij te maken.
Voor de concrete uitwerking van deze thema’s, zie Hoofdstuk C. In de volgende hoofdstukken gaan we eerst in op de kenmerken van de Osse kernen (A) en de achtergron-
den bij deze visie (B): de aanleiding voor deze visie, de opdracht en de manier waarop we deze uitgevoerd hebben.
8
A Beschrijving van het gebied
Het gebied: kernen en stadjes op de oeverwal; Herpen en Geffen
Deze Gebiedsvisie Stadjes en Kernen gaat over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de Osse kernen. De dorpen
en stadjes op de oeverwal, in een brede gordel langs de Maas. Plus Geffen en Herpen op de rand van het zand in het zuiden
van de gemeente. In grootte variëren ze van enkele huizen in
Neerloon en ‘t Wild tot de grootste woonkern Geffen (met ruim 5000 inwoners). Ravenstein, Lith en Herpen zijn middelgroot
(ongeveer 3000 inwoners), Megen telt ongeveer 1700 inwoners. De visie concentreert zich op de leefomgeving in de bebouwde kom. Het buitengebied en de stedelijke zone Oss-Berghem hebben een eigen gebiedsvisie.
9
De kernen in Oss kunnen we verdelen in vijf clusters van hoofdkernen met dorpse en
•
Lith met Maren-Kessel, Lithoijen, Oijen, Teeffelen en ’t Wild en de
gen onderdeel van de gemeente Oss geworden. Het zijn op alfabetische volgorde:
•
Ravenstein met Deursen-Dennenburg, Dieden, Demen (samen ‘Over d’n Dam’) en
landelijke kernen er omheen. Deze clusters zijn de oude gemeenten, door herindelin• •
Geffen;
Herpen met Overlangel en Neerloon. Keent en Koolwijk horen bij het buitengebied;
•
Vestingstadjes Megen, met Haren en Macharen en Huisseling. Neerlangel is ook buitengebied.
10
Het zijn zonder uitzondering mooie kernen, en allemaal heel verschillend. De kernen
merschap dan op de vruchtbare rivierklei op de oeverwallen. Daar kwamen grotere
onderling. Bewoners waarderen die eigenheid. Ze willen deze graag in stand houden.
Overlaat) geen veilige plek voor wonen of een bedrijf, met uitzondering van de wat
en stadjes langs de Maas verschillen van die op de zandgrond, maar ze verschillen ook Dat betekent dat elke kern ook andere kansen én beperkingen heeft. Als het karakter
van een kern weg is, krijg je dat niet zomaar hersteld. Niet elke kern leent zich voor elk bedrijf, voor nieuwe woonwijken of heeft voldoende mensen voor een school of café. Ontwikkelingen in de toekomst moeten aansluiten bij het karakter van elke kern. Bij
boerderijen met meer geld. De polders waren door de vele overstromingen (de Beerse hoger gelegen rivierduinen. Maar ook de bestuurlijke, sociaaleconomische en cultu-
rele geschiedenis vormt de identiteit: bedrijven, religie, verenigingen en bijvoorbeeld oude gemeenteraden dragen bij aan wat het karakter van de kern geworden is.
de visie gebruiken we deze indeling als uitgangspunt. Maar we gaan er niet rigide aan
Door alle verschillen heen, ziet Oss drie soorten kernen, die net wat andere rollen
inrichten dat hij aansluit bij wat de kernen nodig hebben? Wat dat is, daar komen we
•
vasthouden. Uitgangspunt moet blijven: hoe zorgen we dat we de leefomgeving zo achter door bewoners uit te blijven nodigen om mee te blijven denken en te parti-
hebben:
ciperen. Participatie, met heldere uitgangspunten en goede ondersteuning door de
om de voorzieningen hier zoveel mogelijk in stand te houden. Daarom willen
gemeente is de basis voor beleid én voor maatwerk.
we de ruimtelijke ontwikkeling van elk cluster zoveel mogelijk in een hoofdkern
concentreren. Daarom ook hebben in de hoofdkernen ook de grotere gemeente-
Het landschap heeft een grote invloed gehad op het ontstaan en de ontwikkeling van
lijke woningbouwlocaties een plek gekregen. Het clusteren van voorzieningen in
elke kern. Al sinds de prehistorie zijn de hoger gelegen plekken veilige woonplaatsen.
de hoofdkernen mag overigens niet betekenen dat de gemeente zich helemaal
Het noordelijk deel van de gemeente Oss bestaat uit het karakteristieke rivierenge-
bied, met kernen op de oeverwal. Het zuiden is dekzandgebied. De Osse kernen zijn duidelijk ‘dorp aan de rivier’ of juist ‘dorp op het zand’. Uitzonderingen hierop zijn
Deursen-Dennenburg, Haren en Teeffelen, die op een hoger gelegen rivierduin zijn
terugtrekt uit de kleinere kernen. Elke kern zal iets op maat houden, maar dus •
ontstaan. Zij vormen een soort van ‘eilanden’ in de grote leegte van de polder. Door deze geschiedenis is een kenmerkend dorpenlandschap ontstaan, met boerderijen,
boomgaarden, weiland, bosschages enzovoort. De directe relatie met het aangrenzende landschap is een belangrijke kwaliteit van de kernen. Ook groen en natuur ín de
kern spelen een zijn belangrijke rol. Het zorgt voor het dorpse karakter, biodiversiteit,
een prettig leefklimaat (verkoeling, infiltratie), een eigen identiteit en is in belangrijke mate medebepalend voor de waarde van de woningen.
De hoofdkernen Geffen, Herpen, Lith, Megen en Ravenstein vormen elk het hart
van een kernencluster. Het ruimtelijk beleid van de gemeente is erop gericht
niet altijd overal van alles wat.
De dorpse kernen zijn flink kleiner dan de hoofdkernen. De historische bebou-
wingsstructuur is op plekken aangevuld met nieuwe woonstraten of woonbuurten. Er is een duidelijke grens tussen de bebouwde kom en het aangrenzende
•
buitengebied.
Bij de landelijke kernen zijn de bebouwde kernen en het omliggende landelijk ge-
bied sterk met elkaar verweven. Bebouwing wordt afgewisseld door onbebouwde
plekken, die ‘lucht’ brengen in het dorp. Ze zorgen voor een groen, landelijk karakter en zicht op het landschap.
Deze ligging vormde de verschillende kernen en de mensen. Denk bijvoorbeeld aan
de vele functies die de Maas had: van vervoer en visserij tot verdediging van Brabant in de vestingstadjes. Op de armere zandgrond ontstond een ander soort onderne-
Verenigingen die samenwerken, bedrijven die uit hun jasje groeien, maar wel onder-
11
deel zijn van de kern, de noodzaak van schone energie of hernieuwbare materialen,
scholen die dichtgaan als het aantal leerlingen daalt, een dorpsplein of gebouw dat een nieuwe functie krijgt. We moeten de ogen niet sluiten voor nieuwe wensen en
uitdagingen. Maar het is belangrijk dat de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving
aansluit bij de bestaande mogelijkheden, geschiedenis en het karakter van elke kern. Daarbij maken we dus verschil tussen hoofdkernen en de andere soorten kernen. Zie
voor de uitwerking daarvan onder meer de visies ‘Thuis in de Buurt’, het Sportakkoord en de Cultuurnota.
12
B Opgavenotitie, 7 thema’s, 3 uitgangspunten Achtergrond bij deze visie: doel en opgave
De gebiedsvisie is een agenderend onderdeel van de
Omgevingsvisie. Dat wil zeggen: welke koers willen we volgen?
De Osse omgevingsvisie laat zien wat belangrijk is voor de Osse leefomgeving en hoe we daarin wonen, werken, bewegen en
genieten. De uitwerking gebeurt in het Omgevingsplan. Deze
plannen zijn allemaal onderdeel van de Omgevingswet, die de
regels bundelt voor de leefomgeving. Op basis daarvan bepaalt de gemeente met andere belanghebbenden wat er per gebied nodig en gewenst is in de leefomgeving.
13
We horen voor deze visie van de inwoners wat zij belangrijk vinden en kijken met
als ze minder zelfstandig worden? Wat doen we met cultureel erfgoed? Willen we
collega’s en organisaties naar ontwikkelingen en bepalen daarmee de koers: Wat
kleinschaliger of centrale grotere voorzieningen voor sport en cultuur? Hoe geven we
maar ook bij particulieren. Daarmee kunnen we per gebied keuzes maken en die
houden we bos en rivier wat meer voor onszelf – of juist voor de natuur?
willen we behouden, stimuleren of afremmen? We kijken naar de openbare ruimte, onderbouwen bij de inrichting van de ruimte. In het ene gebied kan meer ruimte zijn
voor bedrijven, met bijvoorbeeld minder strenge regels voor geluid of trillingen. In een ander gebied is juist ruimte voor natuur of stilte. Daardoor kunnen gemeenten maat-
werk leveren en ontstaat in de hele gemeente meer ruimte voor initiatieven. Inwoners
en ondernemers weten welke koers het bestuur kiest voor de leefomgeving en kunnen
bedrijven de ruimte en houden we onze kernen intact? Willen we toeristen trekken of De Nederlandse gemeenten stellen zich bij al het werk steeds vaker de vraag: ‘Wat
voor overheid willen we zijn?’2 Een overheid die keuzes maakt en wetten voorschrijft
of die meer aan de samenleving overlaat. En hoe werken gemeente en inwoners dan samen? De antwoorden liggen niet vooraf vast – ook niet in deze visie.
daarbij aansluiten.
Elke keuze betekent ook dat je iets niet doet. We vertalen deze en andere uitdagingen
We kijken naar raakvlakken van het fysieke en sociale domein, naar toekomst vanuit
mogelijk te maken of te bewaren.
de historie en eigenheid, naar verbindingen tussen de Osse gebieden en de mensen
en wensen in een realistische koers. De visie is een gereedschap om het waardevolle
die er leven. De Osse Omgevingsvisie is een uitwerking van drie visies. Eén ervan is
1. Zeven thema’s
Gebied Oss-Berghem zijn de andere twee.
Osse kernen uit op zeven thema’s:
deze ‘Gebiedsvisie Stadjes en Kernen’. De visies Vitaal Buitengebied en Stedelijk
De Opgavenotitie: waar moet de visie uitspraken over doen?
Het Osse college heeft voor de visies een Opgavenotitie gemaakt: waar moeten de visies aan voldoen? Deze opgave begint met de opgaven van de Nationale en de
Provinciale Omgevingsvisie (NOVI en POVI). Het college vraagt om een visie op de
volgende thema’s: algemene kwaliteiten, vitaliteit, aantrekkelijk wonen, duurzame energie, voorzieningen, ontsluiting, erfgoed en de relatie met het buitengebied.
Deze notitie legt ook een link met de Global Goals, de grote opgaven voor de toekomst:
Na de eerste gesprekken en de opzet van de twee andere visies, kwamen we voor de 1.
Wonen: opgroeien in een vertrouwde omgeving
3.
Voorzieningen: meegaan met een snel veranderende tijd
2. 4. 5.
6. 7.
Ondernemen: balans tussen groeien en beschermen Mobiliteit: bereikbaar, maar ook duurzaam en veilig
Duurzame ontwikkeling: verantwoord, veilig en gezond leven Natuur en landschap: een groene leefomgeving
Cultuur en erfgoed: eigenheid van de kernen en stadjes
klimaat, voedsel, gezondheid, digitalisering, identiteit en andere duurzaamheidsvra-
Omdat sommige onderwerpen (en uitgangspunten) bij meer thema’s terugkomen
gezond? Deze laatste opgave heeft ook een belangrijke plek in de Omgevingswet.
laten zien, zitten er wat dubbelingen in de tekst.
gen. Hoe kan iedereen zichzelf zijn en tot volle bloei komen? Hoe leven we veilig en Wat betekent deze opgave voor de Osse kernen? Er zijn geen pasklare oplossingen;
en we bij elk van de thema’s een volledig beeld willen geven, en de samenhang willen
voor deze uitdagingen moet een gemeente keuzes maken: Waar wonen ouderen
2
Een belangrijke leidraad is een publicatie van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) over de rollen van de overheid. Zie: https://www.nsob.nl/sites/
www.nsob.nl/files/2019-10/NSOB-2017-Sturen-en-stromen.pdf
14
•
De fysieke leefomgeving kan op meer manieren het ontmoeten stimuleren.
Gebouwen en plekken die speciaal daarvoor zijn ingericht nodigen uit om naar binnen te gaan en anderen te zien: een gemeenschapsgebouw, sportvelden,
een school of winkel. Maar ook de openbare ruimte nodigt uit om een praatje te •
maken of samen iets te doen: een gezellig plein of een groene straat.
‘Och, als je maar gezond bent’, is een veel voorkomende uitspraak bij tegenval-
lers. Het is een van de belangrijkste waarden nu. De omgeving heeft invloed op de gezondheid in de breedste zin van het woord. De leefomgeving moet gezondheid bevorderen, bijvoorbeeld door beweging te stimuleren, overlast te verminderen en goede luchtkwaliteit.
De Brabantscan geeft een actueel beeld van hoe de bewoners van de kernen hun ge-
zondheid ervaren. Veel zaken die invloed hebben op de gezondheid zijn al beschreven in de visie Stedelijk gebied. De thema’s zijn ook relevant in de kernen. Denk bijvoor-
beeld aan de geurhinder van (kleinere) veehouderijbedrijven, angst voor q-koorts en
andere zoönose, geluidhinder van het doorgaand verkeer, buren en brommertjes. En
aan de luchtvervuiling die overal aanwezig is. Deze coalitie wil alle inwoners stimule-
2. Drie uitgangspunten: leefbaarheid, ontmoeten en gezondheid
Deze visie hanteert drie uitgangspunten waaraan de leefomgeving bij moet dragen: •
Leefbaarheid is een breed begrip waar veel onder valt. Voor deze visie is het de manier waarop onze inwoners hun leefomgeving ervaren. Dat betekent: een
veilige en duurzame en schone omgeving, met minimale overlast van bedrijven, verkeer, vandalisme en het veranderende klimaat. Leefbaarheid gaat ook over herkenbaarheid, je thuis voelen. Wat maakt dit dorp jouw dorp? Identiteit en
historie leveren een bijdrage aan de sfeer en samenhang in een kern - en daarmee aan de leefbaarheid. Leefbaarheid omvat ook sociale activiteiten en zorg
en welzijn in de buurt. Deze thema’s bekijken we vanuit de Sociale Agenda, voor zover de leefomgeving er invloed op heeft.
ren om te bewegen. Het is dan belangrijk dat beweging bij elk ruimtelijk plan meegewogen wordt .
3. Verhouding tot andere opgaven: vanuit de inwoners Naast de specifieke zaken in de kernen zijn er ook opgaven die in de hele gemeente spelen en waar de kernen misschien een bijdrage aan kunnen leveren. Denk
onder meer aan de vraag naar woningen, aanpassing aan het veranderende kli-
maat, de overgang naar duurzame energie. Deze problemen lossen we niet op in de Gebiedsvisie Stadjes en Kernen. We gingen wel met de inwoners in gesprek over de vraag wat dit voor de kernen betekent en hoe we ook in de opgaven dichter bij huis
rekening kunnen houden met deze doelen. We doen dat in deze visie consequent vanuit de beleving van de inwoners. Dat doen we met thema’s, die elk ook een bijdrage leveren aan de drie uitgangspunten gezondheid, ontmoeten en leefbaarheid.
15
4. Proces: hoe hebben we dat aangepakt en wat komt er nog? 1.
We verkenden de grote opgaven: woononderzoeken, opgaven duurzaamheid,
2.
We hebben bestaand beleid en lopende zaken in beeld gebracht. Wat is er al?
participatie, identiteit etc.
Loopt dat goed en sluit het aan bij wat er nodig is?
3.
We haalden op wat de inwoners belangrijk vinden: 100 straatinterviews en ge-
4.
We schreven een gespreksnotitie met de onderwerpen waar de visie uitspraken
5. 6. 7. 8.
sprekken met zo’n 50 collega’s over wat zij horen in de samenleving. over doet en legden die voor aan de gemeenteraad.
We hielden gespreksavonden in de kernen en hadden daarnaast gesprekken in het netwerk.
We vroegen de collega’s uit de klankbordgroep om te reageren op deze conceptvisie.
Het resultaat is deze conceptvisie met uitspraken over wat we willen bereiken en hoe we dat willen doen.
We organiseren komend najaar een consultatie. Dat wil zeggen: we ontvangen reacties op de tekst en overgebleven dilemma’s; we vragen bewoners om met
elkaar in gesprek te gaan. We verwerken alle reacties in een definitieve visie op de
9.
Osse stadjes en kernen.
We leggen de visie voor aan de raad en integreren hem in de Omgevingsvisie.
16
C Inhoudelijke thema’s
In dit hoofdstuk gaan we wat dieper in op de doelen voor de Osse kernen. We doen dat zoals gezegd vanuit zeven thema’s en drie uitgangspunten. 1.
Wonen: opgroeien in een vertrouwde omgeving
3.
Voorzieningen: meegaan met een snel veranderende tijd
2. 4. 5.
6. 7.
Ondernemen: balans tussen groeien en beschermen Mobiliteit: bereikbaar, maar ook duurzaam en veilig
Duurzame ontwikkeling: verantwoord, veilig en gezond leven Natuur en landschap: een groene leefomgeving
Cultuur en erfgoed: eigenheid van de kernen en stadjes
Waar kijken we naar? We hanteren drie uitgangspunten. Bij elk van die thema’s kijken we wat de leefomgeving bijdraagt aan leefbaarheid, ontmoeten en gezondheid. We doen dat in de volgende stappen, die we ook in de andere visies doorliepen:
1 Context: Wat speelt er in de kernen? •
•
Wat hoorden we afgelopen jaar in de kernen? Wat vinden inwoners, verenigingen en ondernemers belangrijk voor hun leefomgeving? Waar maken ze zich zorgen over?
Wat speelt er in de Osse kernen en daarbuiten? Ontwikkelingen en opgaven.
2 Visie: wat vinden we belangrijk? •
Wat vindt het Osse bestuur belangrijk? Wat willen we bereiken?
3 Uitwerking: wat gaan (of blijven) we doen? • •
Eerder vastgesteld en in gang gezet beleid dat we voortzetten.
Nieuw en niet eerder vastgesteld beleid, bijvoorbeeld accenten voor de komende jaren.
17
1. Wonen: opgroeien in een vertrouwde omgeving
Je thuis bepaalt voor een belangrijk deel je welbevinden. De plek van je woning is dus belangrijk. Past de vorm bij jouw situatie? We vroegen in de kernen naar de ervaringen en knelpunten. Op dit moment is er ook in de Osse kernen een grote vraag naar
woningen, vooral voor starters en ouderen. Er willen meer mensen dan een paar jaar
terug in de kernen wonen.3 We zien dat ook in Oss. Van buiten Oss kwamen in 2020 1262 mensen in een van de kernen wonen, terwijl er 1090 vertrokken, een positief saldo van
172 dus. In 2015 was die groei 25 inwoners. Ze komen voor het grootste deel uit de eigen regio. Vanuit de stad Oss trokken in 2020 170 meer mensen naar de Osse kernen dan omgekeerd.4
De woningen in de Osse kernen zijn relatief groot maar ook hier wonen er steeds
minder mensen in één huis. Veel mensen, jong én oud, geven aan dat ze in hun eigen kern willen blijven wonen, maar ook dat die kern niet te veel mag veranderen. Er is in
veel kernen geen wens om massaal bij te bouwen. Geleidelijke groei mag, waarbij het
“ons-kent-ons”-gevoel moet blijven bestaan. In Oss werkt een taskforce wonen aan een versnelling van de woningbouw. Wat doet Oss om de goede balans te vinden tussen
enerzijds de vraag naar extra woningen en anderzijds de geluiden om het karakter van de kernen te behouden?
Context: Wat speelt er in de kernen?
Wat hoorden we afgelopen jaar in de kernen?
In de kernen horen we dat er een grote behoefte is aan betaalbare woningen, vooral
voor senioren en starters. Inwoners van de kernen in Oss vinden het belangrijk om in
hun vertrouwde omgeving zelfstandig en gezond oud te kunnen worden. Liefst tussen de familie of anderen in de buurt. Veel starters zoeken een woning in hun eigen kern. 3
Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 https://www.
4
Ongeveer de helft van de 680 mensen die van stad Oss naar de Osse kernen
brabant.nl/-/media/12a77e85ba1f423592d6a7910a266ba0.pdf
gaat, verhuist overigens naar Berghem, dat voor de gebiedsvisies bij het stedelijk gebied hoort.
18
Toch willen bewoners niet overal grote nieuwe woonwijken in of tegen de kernen. Ze
Er wordt in Oss en de kernen al flink bijgebouwd. Voor een groot deel bedoeld voor
singen nodig die zowel recht doen aan de woonwensen als aan het behoud van het
extra woningen. Dat betekent dat er in de loop van de jaren woningen bij komen. In
willen namelijk ook het (open) karakter van hun kern bewaren. Er zijn slimme oploskarakter van de kern. Bewoners willen daarin meepraten en meedoen. Wat speelt er in de Osse kernen en daarbuiten?
We gebruiken per persoon meer ruimte, door individualisering, invulling van vrije
tijd en de soms groeiende welvaart. We zien meer auto’s (en parkeerplaatsen) in de
de mensen uit de gemeente. Er zijn ook in Osse kernen nog locaties en plannen voor deze visie willen we ons dus niet voornemen om in elke kern grootschalig extra bij te
bouwen. Als Oss bouwt, dan vooral in de ‘spoorzone’, dus van Geffen via het stedelijk gebied (van Oss met Berghem) tot Ravenstein. De woningen zijn dan via spoor en stations verbonden met Den Bosch en Nijmegen.
kernen. We zien ook in Oss steeds kleinere huishoudens. Als minder personen in elk
Er is vooral vraag naar goedkopere woningen, terwijl er in de kernen vaak veel grote
de woonopgave nog groter.
duurzamer en met lagere energielasten, maar wel met een hogere huurprijs dan de
huis wonen, zijn er meer woningen nodig. Vergrijzing en langer thuis wonen maken
(en dure) gezinswoningen zijn. Mooiland verhuurt nieuwe woningen. Die zijn vaak
bestaande woningen. Het risico bestaat dat huurders kiezen om voor de bestaande
19
lagere huur in de oude, grotere huurwoning te blijven terwijl een nieuwe woning
Visie: wat vinden we belangrijk?
mensen sowieso een flinke drempel om afstand te doen van de vertrouwde plek waar
met een grote verscheidenheid aan woningen en woonruimtes. In Oss is voor iedereen
wellicht beter aansluit bij hun veranderde woonwensen. Daarnaast blijkt het voor veel ze al jaren wonen. En een andere reden is dat er gewoonweg niet altijd een geschikte
andere woning te vinden is. Mensen die hun huis verkopen, kiezen soms voor iemand uit hun eigen kern, maar vaak ook voor de hoogste prijs en verkoop aan mensen van buiten het dorp.5 Oss voert regelmatig een woonwensenonderzoek uit.
Als ouderen een zorgbehoefte krijgen, verhuizen ze soms naar een grotere kern of
naar de stad. Oss kent ook de mogelijkheid voor tijdelijke mantelzorgwoningen waar-
mee het mogelijk wordt om bij bijvoorbeeld zoon of dochter in een bijgebouw te gaan wonen. Daar was tot voor kort nog wel een zorgindicatie voor nodig. We hoorden dat bewoners graag wat meer mogelijkheden willen. Ook als zorg nog niet nodig is. De
De Woonvisie van Oss heeft als centrale ambitie: Oss is een complete woongemeente een passend en duurzaam (t)huis dat voldoet aan de wensen en behoefte.
Oss wil dus voldoende variatie in woningen voor verschillende mensen. Oud en jong,
met en zonder kinderen, met verschillende leefstijlen, in de stad en de kernen. Variatie helpt om een kern levendig te houden. Maar tegelijk wil Oss niet overal grootschalig
bouwen. Als er extra gebouwd wordt, dan liefst voor twee doelgroepen. Allereerst voor ouderen die nu nog vaak in een grote woning wonen en die wellicht meer zorg nodig
gaan krijgen. Voor hen bouwen we dicht bij de voorzieningen. En daarnaast voor starters, liefst jongeren die in de kern opgegroeid zijn. Of anderen met een minder hoog inkomen en die een betaalbare woning zoeken.
nieuwe beleidsregel ‘mantelwonen’ (door de gemeenteraad vastgesteld op 2 maart
We vinden het belangrijk dat er ruimere mogelijkheden zijn voor mantelzorg. Vooral
relatie met de bewoners van de (hoofd)woning, kan een tijdelijke mantelwoning op
Dat zou kunnen met tijdelijke ‘mantelwoningen’. Dan kunnen ouders en kinderen
2023) speelt hierop in. Ook wanneer er geen zorgindicatie is, maar wel een duidelijke het perceel mogelijk worden gemaakt.
Oss heeft ook woningen voor arbeidsmigranten. Tijdens onze gesprekken hebben we niet gehoord dat dat in de kernen tot grote overlast of misstanden door of voor de
werknemers leidt. Er komt bij de gemeente af en toe een melding van overlast binnen, maar in de gesprekken was het geen groot thema. Meestal lost een dorp overlast onderling op, denken we.
in de kernen is dat van groot belang, ook omdat mantelzorg daar vaak succesvol is.
(tijdelijk) samen op één perceel wonen, ook zonder een medische zorgindicatie. Dit biedt dus ook kansen voor jongeren die in de kern willen blijven wonen of er naar
terug willen keren. Zo zijn er ook ‘kangoeroewoningen’: twee woningen onder één
dak. Die maken inwoning mogelijk, maar wel met meer privacy en eigen ruimte. Deze
woonvormen zijn bij bestaande vrijstaande woningen in de kernen relatief eenvoudig te realiseren. Ze kunnen een antwoord vormen op de woonvraag van zowel ouderen als jongeren. De impact hiervan op de omgeving is bovendien beperkt.
Wonen en gezondheid: De GGD ziet kansen bij renovatie en nieuwbouw. Bijvoorbeeld
Naast deze particuliere woonvormen zijn er ook meer collectieve woonvormen waar-
loopbestendige woningen. Ook klimaataspecten spelen een belangrijke rol bij gezond-
door jongere mensen die een kleine woning zoeken, waardoor we leeftijden mixen.
woningen met een geluidsarme zijde, voldoende ventilatiemogelijkheden en levensheid: hittebestendig en voldoende groen en water in de buurt.
5
devol, zoals de ‘seniorenhofjes’. Deze woningen in hofjes kunnen ook gebruikt worden Zeker als het laagbouw is, past dat over het algemeen goed bij het karakter van een
kern. De collectieve ‘hof’ stimuleert meer dan een appartementengebouw de toevalli-
Zie ook de Woonvisie Oss 2020: https://www.oss.nl/web/file?uuid=9bc69e78-144d-4e7d-b57f-e1399323d738&owner=ed2040ad-2962-4e83-b396-48eee775e322&conten-
tid=64010 en Wonen in Oss: https://www.woneninoss.nl/
20
ge ontmoetingen en een praatje. Dit past ook in de groeiende behoefte aan woningen voor één persoon.
Het verbouwen of slopen van grote, vrijstaande woningen voor meerdere, kleinere
van belang is voor de visie op wonen in de kernen: Oss staat open voor nieuwe, inno-
vatieve woonzorgvormen, ook in de kernen, zeker wanneer dit de langdurige zelfstandigheid van mensen ten goede komt.
(duurzame) woningen zou ook een oplossing kunnen bieden in de kernen. Ook gebou-
De rode draad in onze visie op wonen is dat de gemeente eerder meewerkt aan
Daarmee kunnen belangrijke gebouwen binnen de gemeenschap behouden worden
één persoon of gezin. Dus bijvoorbeeld eerder meewerken aan een seniorenhof (als
wen als scholen of kerken kunnen verbouwd worden tot woningen, als ze leeg komen. en een nieuw leven krijgen. Op tijdelijk braakliggende locaties, zou in sommige gevallen ook tijdelijk gewoond kunnen worden.
Op die manieren kunnen we tegemoet komen aan de vraag naar woningen, zonder
het karakter van de dorpen te veel aan te tasten. Maar welke keuzes de Osse raad ook
initiatieven met een groter maatschappelijk belang dan aan initiatieven voor slechts CPO-initiatief) dan aan een vrijstaande woning (als particulier initiatief). Oss zoekt
naar oplossingen die het ontmoeten en de gezondheid bevorderen. Woningen, ook de tijdelijke, moeten passen in het karakter van de kern en zo min mogelijk een beslag leggen op de schaarse publieke ruimte.
maakt, en hoe de markt ook op de vraag inspeelt, het kan er niet voor zorgen dat ie-
Uitwerking: Wat gaan we doen?
deel van de inwoners uit de kernen ergens anders een woning moet zoeken, bijvoor-
Bij alle gesprekken die we gevoerd hebben, kwam wonen aan de orde. We horen hoe
dereen die dat wil in een van de Osse kernen kan wonen. Het is onvermijdelijk dat een beeld in het stedelijk gebied, een grotere kern of buiten Oss.
Als ouderen verhuizen naar een stad of grotere kern, wonen ze soms verder van hun kinderen en vertrouwde omgeving. De gemeente kan hen dan ondersteunen bij het
samen organiseren van de zorg, zoals we bij ’t Hageltje gedaan hebben. Dit is maat-
werk: we kijken samen wat hier nodig is om te zorgen dat inwoners hun zorg kunnen organiseren.
We zien uit onderzoeken en cijfers maar ook uit gesprekken met inwoners dat er
kwalitatief vooral behoefte is aan betaalbare woningen voor jongeren en senioren,
ook in bijzondere vormen zoals tiny houses en seniorenhofjes. Maar in de praktijk zien we vanuit projectontwikkelaars en private initiatiefnemers vooral aanvragen voor
Eerder vastgesteld en in gang gezet beleid dat we voortzetten
belangrijk extra woningen zijn, maar ook hoe belangrijk het is om niet alles vol te
bouwen en het karakter te beschermen. Het antwoord ligt dus niet in ‘of/of’, maar in ‘en/en’: slim bouwen daar waar het kan.
Veel van wat we doen is inmiddels vastgelegd in woonbeleid en de Osse Woonvisie. De gemeente wil vooral in de grotere kernen woningbouw mogelijk maken. Dat kan zijn door corporatie Mooiland, door collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO), door
bouwers/ontwikkelaars en door particulieren. We sluiten daarbij aan bij waar de kern sterk in is. We gaan de grotere woningbouwlocaties gefaseerd uitvoeren, zodat voor langere tijd woningen beschikbaar komen.
grote grondgebonden eengezinswoningen, die er al volop zijn in de kernen. Met het
Daarnaast ondersteunen we in de hoofdkernen waar dat kan ook particuliere
woningen voor de gewenste doelgroepen.
ven van de woningbouwstichting waarbij een deel van hun woningvoorraad wordt
woonbeleid sturen we bij deze aanvragen als gemeente op de betaalbaarheid van de
Oss werkt aan een specifieke visie op wonen, welzijn en zorg. Daarop willen we in deze visie niet vooruitlopen. Het uitgangspunt willen we wel vast noemen, omdat hij ook
initiatieven voor bouwen op inbreidings- of herstructureringslocaties en initiatievervangen. De gemeente bouwt niet zelf, maar faciliteert. Als bewoners zelf een
particulier bouwproject willen starten, kan de gemeente ze steunen, bijvoorbeeld met zelfbouwcoaches.
21
Betekent die concentratie op de hoofdkernen dan dat er in de kleinere dorpse en lan-
voor initiatieven op basis van CPO, waarvoor we tijdens het schrijven van deze visie
ven, maar dat zal meer vanuit de gemeenschap moeten komen en nog duidelijker een
een wat grotere woningbouwopgave weggelegd, ook door hun regionale potentie.
delijke kernen niets mogelijk is? Nee, in de dorpse kernen is ook ruimte voor initiatiebijdrage moeten leveren aan het maatschappelijk belang. Het zal een echte aanvulling moeten zijn op het huidige aanbod en er moet wel behoefte aan zijn. In kernen
als Lithoijen, Macharen en Overlangel wordt op deze manier nu gewerkt aan concrete
beleid opgesteld hebben. Daarnaast zien we voor de kernen Geffen en Ravenstein Dit komt onder meer tot uiting door ontwikkelingen als ’t Veld in Geffen en het Stationskwartier Ravenstein.
woningbouwplannen.
De gemeente werkt daarbuiten in principe alleen nog mee aan projecten die echt iets
In de landelijke kernen kijken we nog strenger naar de landschappelijke kwaliteit. Er
ten. Dat is bestaand beleid, maar in de praktijk wijken we er af en toe van af. Deze
is in principe dan alleen woningbouw mogelijk als er bijvoorbeeld stallen of schuren verdwijnen, als een bedrijf gesaneerd wordt of bij een vakkundige renovatie of res-
toevoegen aan de bestaande voorraad: betaalbaar, starters, senioren, arbeidsmigranvisie pleit ervoor om daar wat strakker aan vast te houden.
tauratie van belangrijke gebouwen. Bij een collectief initiatief vanuit de kern met een maatschappelijk belang, kijkt de gemeente mee naar mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan een seniorenhofje of blok starterswoningen.
Soms ook kunnen grotere woningen gesplitst worden. Zeker bij belangrijke histori-
sche panden, die op die manier rendabel behouden kunnen worden voor het aanzicht van de kern.
Het gaat bij al deze mogelijkheden om het zoeken van de juiste balans tussen het bouwen van woningen, behoud van het karakter van een kern, eigen initiatief en
draagvlak. Elke aanvraag is dus maatwerk, maar wel binnen de kaders die we hierboven geschetst hebben.
Nieuw en niet eerder vastgesteld beleid
Het beleid voor woningen is: In de hoofdkernen nemen we initiatief, samen met
bevolking en met woonbouwcorporaties, projectontwikkelaars en anderen. In dorpse kernen zijn we faciliterend, en helpen we de bewoners bij het zoeken van mogelijkheden die passen in de kern. Bij de landelijke kernen zijn we zeer terughoudend bij bouwen. Alleen als het kwaliteit toevoegt.
Voor de kernen richt het woningbouwprogramma zich voor de komende jaren vooral op kleinere kwalitatieve woningen. Om de diverse doelgroepen zo goed mogelijk te
bedienen, willen we zo vraaggericht mogelijk bouwen. Ook daarin ligt een grote rol
22
2. Ondernemen in de kernen: balans tussen groeien en beschermen
Werk is een belangrijk onderdeel van ons leven. Het bepaalt voor een deel wie we zijn
en het geeft bestaanszekerheid. Collega’s zijn belangrijke contacten die we regelmatig ontmoeten. Werk dicht bij huis draagt bij aan minder autokilometers en minder af-
hankelijkheid van de auto in de dorpen. Bedrijvigheid is ook belangrijk voor de sfeer in een kern: ontmoeten (ook in een winkel), levendigheid (ook als sponsor), gezelligheid
(horeca, toerisme) en natuurlijk de economie. De gemeenteraad zei: kijk welke ankers een bedrijf heeft in elke kern en bepaal dan of het in te passen is. Vooral vestingstad
Ravenstein wil graag investeren in toerisme en gezelligheid. Ook in de andere kernen willen we toerisme waar mogelijk ruimte geven, voor zover dat past bij het karakter van de kernen.
Context: Wat speelt er in de kernen?
Wat hoorden we afgelopen jaar in de kernen?
We horen een behoefte aan winkels en horeca, vooral in grotere kernen. Maar ze zijn afhankelijk van klandizie – en de inwoners weten dat ook. ‘De gemeente kan geen
bakkerij starten.’ ‘De gemeente heeft geen streekwinkels.’ ‘En wij moeten er dan wel
onze dagelijkse boodschappen kopen.’ ‘Als wij een gezellig terrasje willen, moeten we er wel iets eten of drinken…’ In de hoofdkernen zijn deze bedrijven nog vaak aanwe-
zig. Zeker als we even doorvragen, horen we ‘oh ja, en we hebben een bakker… En een drogist…’ In de kleine kernen zijn winkels een uitzondering, al komt er bij voldoende belangstelling wel een vis- of groentekraam.
We hoorden dat er behoefte is aan gedeelde bedrijfsruimtes, open kantoren en
voorzieningen in de kernen. Dat stimuleert het ontmoeten en soms ook het rendabel
houden van beeldbepalende gebouwen in de kernen die hun functie anders verliezen. Hier liggen kansen voor ondernemers en de gemeenschapshuizen die hier een initiatief in willen nemen.
23
Wat speelt er in de Osse kernen en daarbuiten?
We kunnen meer tijd- en plaats-onafhankelijk werken. Dat betekent dat bedrijfjes en
leefomgeving. Maar bedrijvigheid kan ook overlast geven en een negatieve invloed
reisbewegingen, maar er is ook een infrastructuur nodig voor ontmoeten, digitale
De GGD geeft aan dat kernen met een mix aan functies bijdragen aan een vitale hebben op gezondheid en leefbaarheid. Daarom zitten grotere bedrijven op een
bedrijventerrein. Er zijn bedrijventerreinen in de hoofdkernen Geffen (De Doelen), Lith (Het Wargaren) en Ravenstein (De Kolk en Langakker). Tussen Ravenstein en Herpen
ligt De Bulk. Verder is er een klein cluster van bedrijven aan de Houtstraat in Megen.
werknemers zich ook makkelijker in kleine kernen kunnen vestigen. Er zijn minder
middelen en extra parkeergelegenheid in de kernen. Dat betekent wat voor de lokale werkgelegenheid, want schoonmaak, catering, onderhoud en zo moeten op locatie plaatsvinden.
In de kernen hebben veel lokale ondernemers een bedrijfje of beroep aan huis. Soms
Bedrijven kunnen aan huis starten, soms in combinatie met gezinstaken of ander
en de Plintenfabriek op De Bulk. Verhuizen betekent ook wat voor de werknemers:
distributie in de avonduren of verkeersbewegingen en herrie door onder meer horeca.
groeien succesvolle bedrijven uit hun jasje, zoals vleesbedrijf Zwiers op Het Wargaren verder reizen, verhuizen of solliciteren.
werk. Maar als ze de huiskamer ontgroeien, kunnen ze overlast geven: milieuhinder,
24
Visie: wat vinden we belangrijk?
In de kernen willen we vooral in een dorp passende bedrijvigheid. Dat wil zeggen:
bedrijven die de lokale markt bedienen en bijdragen aan de levendigheid, zonder de overlast die op een bedrijventerrein een minder groot probleem is. De economische groei mag niet ten koste gaan van een goed woon- en leefklimaat.
Als bedrijfjes ook voor de bedrijventerreinen te groot worden, zoeken de account-
managers van de gemeente Oss mee naar mogelijkheden op bedrijventerreinen in
het stedelijk gebied of bijvoorbeeld Heesch West, om zo de werkgelegenheid (ook bij leveranciers en dienstverleners) en het MKB in de gemeente te houden.
Als bedrijven verhuizen is dat het een goed moment om kritisch naar de bedrijfslocaties te kijken. Welke invulling levert voor de langere termijn een bijdrage aan de
Als er ruimte in de plannen zit, kunnen ondernemers kansen pakken en hun bijdrage leveren aan de dorpse gezelligheid.
Toerisme brengt gezelligheid en levendigheid in de kernen, ook voor de eigen bevol-
king, met kansen voor ondernemers en werkgelegenheid. Horeca in de kernen is voor het voortbestaan vaak afhankelijk van recreatie en toerisme. En die gedijen alleen bij
een mooie omgeving. Denk aan groen, fiets- en wandelpaden, zichtbaar en levend erfgoed. Daarvan is er genoeg in de Osse kernen en stadjes. Vooral Ravenstein en Megen zijn toeristisch interessante kernen. We willen toerisme op de Maasoevers stimule-
ren en zoeken naar koppelkansen vanuit het project Meanderende Maas. Het is wel
belangrijk dat de schaal van het toerisme, ook bij meer binnenlandse vakanties, blijft passen bij de schaal van de kernen.
leefbaarheid: woningbouw, een cluster van voorzieningen, groen of iets anders?
Uitwerking: Wat gaan we doen?
Daarnaast kunnen sinds corona ook meer werknemers vaker van huis uit werken.
We willen in de kernen het passende ondernemerschap blijven stimuleren en onder-
Er zijn in de kernen zelfstandig ondernemers aanwezig, die ook vanuit huis werken. Bij de gesprekken in de kernen horen we dat ze graag anderen ontmoeten en willen samenwerken. We horen ook af en toe dat ze klanten willen ontvangen en extra
kantoorruimte nodig hebben. De paar signalen die we daarover ontvangen zijn te
weinig voor een visie, maar het is nuttig om die behoefte goed in kaart te brengen en te zien of er locaties zijn in de kernen, mogelijk zelfs in gemeenschapshuizen, waar
ondernemers een plek kunnen vinden. Besturen van gemeenschapshuizen kunnen
met ondernemers de mogelijkheden verkennen. Dat zou niet alleen bijdragen aan het
Eerder vastgesteld en in gang gezet beleid dat we voortzetten
steunen. Daarbij is het wel belangrijk dat het moet passen bij de maat en schaal van de omgeving. Bij het meewerken is een belangrijke vraag of de bedrijven de lokale
markt bedienen of op een andere manier een bijdrage aan de lokale samenleving leveren. De digitale infrastructuur is belangrijk voor de kernen, ook voor ondernemingen. De gemeente heeft een faciliterende rol, maar de realisering ervan kan aan de markt overgelaten worden.
ontmoeten en samenwerken, maar mogelijk ook de voorzieningen meer levendig en
De gemeente biedt flexibiliteit in ruimtelijke plannen voor beroep en bedrijf aan huis,
kern. Dit soort plannen kan alleen als er initiatieven uit de markt komen. Dit geldt ook
ruimte voor dan in de drukke woonwijken in het stedelijk gebied.
rendabel maken. Het kan mogelijk ook waardevolle panden helpen behouden in de voor detailhandel.
De gemeente kan wel bijdragen door voldoende flexibiliteit in de plannen te bren-
gen. Bijvoorbeeld door verdwenen winkels op geschikte locaties in de kernen niet een andere definitieve en eenduidige functie te geven, zoals wonen of juist een bedrijf.
zo lang dat passend is in de woonomgeving. In de kernen is daar mogelijk wat meer
Het is belangrijk dat bedrijven ook in de toekomst passen in de kernen. Immers, niet alles kan overal. Accountmanagers moeten daar goede afspraken over maken. De
gemeente kan bij een verplaatsing ondersteunen, met doorverwijzen, kennis van de
lokale situatie en een makelpunt voor locaties. Bedrijven hebben hier ook zelf een ver-
antwoordelijkheid in: de algemene zorgplicht, voorkom dat door jouw handelingen en
25
activiteiten de directe omgeving last heeft van geluid, geur, afval en trillingen, vervoer en uitstoot. Als een bedrijf in de loop van de jaren meer hinder veroorzaakt, houdt de
gemeente mogelijkheden om in te grijpen. Als daar vooraf goede afspraken over zijn, is er meer mogelijk. De Osse visie op toerisme is kort geleden vastgesteld.
Nieuw en niet eerder vastgesteld beleid
Oss wil een pilot stimuleren om gemeenschapshuizen open te stellen voor kleine
bedrijfsactiviteiten. Lokale ondernemers of ZZP-ers kunnen een werkruimte huren, of shared office space . De exploitanten van de gemeenschapshuizen zijn dan aan
zet, maar de gemeente kan ondersteunen. Dat mag niet betekenen dat we ook in de woonwijken wat meer bedrijfsactiviteiten moeten toestaan. We moeten dat goed regelen.
Detailhandel is belangrijk voor een kern. Maar het is wel iets dat marktpartijen
moeten invullen. De gemeente runt zelf geen winkels. Om te zorgen voor voldoende klandizie en draagvlak, kiezen we ervoor om detailhandel niet te versnipperen over de verschillende kernen. Door het bijeenbrengen van de winkels in de hoofdkernen komen er meer klanten naartoe, die ook meer boodschappen ineens kunnen doen.
Dat beperkt het aantal vervoersbewegingen, winkels profiteren van elkaars nabijheid en er ontstaat en plek waar mensen elkaar ontmoeten. Daar is uiteindelijk zowel de ondernemer als de inwoner bij gebaat.
Op plekken buiten de concentratiegebieden in de hoofdkernen zullen we actief
meewerken aan herbestemming van bedrijfspanden naar bijvoorbeeld wonen als er
een verzoek komt. Komt een verzoek voor een locatie in een concentratiegebied in de hoofdkern dan zullen we kijken of een dubbelbestemming mogelijk is, zodat ook de
detailhandelsbestemming nog altijd intact blijft. De gemeente onderzoekt ook of een terrein als De Bulk uitgebreid kan worden.
26
3.
Voorzieningen: meegaan met een snel veranderende tijd
Het voorzieningenniveau in Nederlandse kernen staat al jaren onder druk: gebouwen, maar ook speelveldjes en groene en aantrekkelijke verblijfsplekken. Meer voorzienin-
gen zijn ook (of alleen) digitaal toegankelijk: bankzaken via internet, online kopen en
contacten en info via sociale media. Dat leidt ertoe dat fysieke voorzieningen als banken en winkels weg gaan. Scholen sluiten de deuren als het aantal leerlingen te ver
daalt. Clubs fuseren of werken samen in betere sporthallen, velden en clubgebouwen.
Daarmee verminderen soms directe contacten tussendorpsgenoten. Wat betekent het verdwijnen van fysieke voorzieningen voor de kernen?
Inwoners geven aan dat ze behoefte hebben aan plekken waar ze andere mensen
ontmoeten. Voor voorzieningen in de kernen is ontmoeten een belangrijke functie.
Daarnaast dragen voorzieningen bij aan gezondheid. Dat geldt niet alleen voor sport-
voorzieningen, ook de ontmoetingsfunctie is belangrijk voor de gezondheidsbeleving. En de bijdrage aan leefbaarheid is duidelijk. In het vorige hoofdstuk was aandacht
voor ondernemers, in dit hoofdstuk concentreren we ons op de gemeentelijke voorzieningen voor ontmoeten, sport, cultuur, onderwijs en de openbare ruimte in de dorpskom.
Burgerpanel, april 2021: Hoe gebruiken de respondenten hun omgeving? Een praa tje maken op straat (88% in de kernen is dat zelfs 92%), dagelijkse boodschappen (78%), een bezoek aan een gezondheidspraktijk (73%), wandelen of hond uitlaten (69%).
Voorbeeld: De Stamtafel Geffen is een groep mensen die het wel en wee van
Geffen bespreken in café Govers na de Hoogmis. Ze gaf in een visie aan dat de dorpsplein saai is en maakt daarmee duidelijk wat we ook op andere plekken horen: het is belangrijk dat het dorp mooi is en een centrale plek heeft.
27
Context: Wat speelt er in de kernen?
teit. Verenigingen kunnen honderd jaar of langer bestaan, meestal doordat kinderen
We hoorden vooral in de grotere kernen dat de inwoners voorzieningen gaan missen
opleiding, financiën, activiteiten organiseren. Er gaan in sommige gezinnen heel veel
Wat hoorden we afgelopen jaar in de kernen?
op het moment dat deze verdwijnen. Het ontbreken van voorzieningen in de kleinste kernen is voor veel inwoners al meer vanzelfsprekend. Tegelijk beseffen de inwoners
dat de gemeente daar weinig aan kan doen. Veel kernen hebben geen school meer of hebben die niet gehad. En er zullen zeker meer scholen verdwijnen, ook daar kan een
gemeente weinig aan doen. We willen hieronder vooral daarom kijken naar gemeentelijke voorzieningen voor sport, cultuur en andere vormen van ontmoeten.
De inwoners vinden het verenigingsleven een van de belangrijkste pluspunten van
hun kern. Daar zijn nog altijd heel veel vrijwilligers, soms zelfs meer dan er leden of
deelnemers zijn, zei een van onze geïnterviewden als grap. Belangrijk is de continuï-
taken van de ouders in een club overnemen: roosters, wedstrijdschema’s, bardiensten, vrije uurtjes in zitten, maar er komt ook veel gezelligheid voor terug, horen we. Die
continuïteit is wel een zorg, bijvoorbeeld voor bestuursfuncties en vrijwilligers. Veel
clubs hebben meer ouderen en minder jeugd. Het lukt niet altijd meer om de teams te vullen. Ze voelen soms de druk voor samenwerken, fuseren of clusteren. Andere
willen zelfstandig blijven, in de eigen kern, en dat blijkt erg lastig. Als clubs fuseren is locatiekeuze lastig. Ze willen vaak een nieuwe (dure) sportvoorziening tussen kernen
aanleggen. Vaak vragen ze de gemeente om de regie te nemen. De sportclubs hebben
een groot maatschappelijk belang, maar samenwerken met andere maatschappelijke organisaties blijkt lastig. Clubs staan ervoor open, maar willen graag hulp.
28
Wat speelt er in de Osse kernen en daarbuiten?
wijs en daarvoor moet een school voldoende leerlingen hebben. Fusies en opheffingen
gemaakt: wat is er hier nu en later nodig aan accommodaties en hoe kunnen we
nen. Het is belangrijk dat verplaatsen elke keer zorgvuldig gebeurt, waarbij onderwijs,
We hebben in de Osse kernen een aantal jaren zogenoemde voorzieningenkaarten dat betaalbaar houden? Dat traject gaan we in de visie niet overdoen. We willen wel blijven kijken of het voldoende aansluit bij de veranderende ontwikkelingen. Een
belangrijke basis daarbij, zijn de zogenoemde wijkfoto’s, onderdeel van de sociale
van scholen komen in een kern niet vaak voor, maar ze zijn wel ingrijpend in gezin-
ouders en overheid samenwerken, bijvoorbeeld om te zorgen voor veilige fietsroutes of leerlingenvervoer. Zie mobiliteit voor wat meer details.
agenda. Zij geven een beeld van het karakter van de kernencluster: opbouw van de
Het zo belangrijke ontmoeten start bij mensen. Bij mensen die samen iets samen
in de samenleving enzovoort. Bij nieuw beleid, bijvoorbeeld voor nieuwe voorzienin-