Drukwerk toelichting+regels Stationskwartier
Tekst van het document
Behoefte In paragrafen 4.4.3 en 4.4.4 wordt toegelicht dat er kwantitatieve en kwalitatieve behoefte is aan de woningen uit voorliggend plan. Het programma is daarmee verantwoord vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking. Locatie Een gedeelte van de locatie (de sportvelden) ligt binnen de kern Ravenstein, dit deel van het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. Hiermee is er sprake van duurzaam ruimtegebruik. De overige deel van het plangebied ligt aangrenzend aan de sportvelden, tegen de kern van Ravenstein aan en gedeeltelijk omsloten door stedelijke functies waaronder de spoorlijn met NS station Ravenstein. Daarmee vormt dit gebied een aantrekkelijke en logische locatie voor woningbouwontwikkeling. Aantrekkelijker dan andere eventuele uitbreidingsmogelijkheden, bijvoorbeeld ten zuidwesten van Ravenstein, richting de A50 nabij Huisseling. Er is in de afgelopen jaren waar mogelijk gewerkt aan woningbouw op inbreidingslocaties in de kern Ravenstein, waaronder het voormalige klooster, de herontwikkeling van een leegstaande school, herontwikkeling van een voormalig industriegebied (Schaafdries) en op diverse kleine planlocaties in de historische kern van het stadje. De woonopgave is groot en er zijn in de bestaande kern geen aanvullende mogelijkheden voor inbreiding, los van een aantal kleinschalige herontwikkelingen voor 1 of 2 woningen.
Om de grote woningbouwopgave te kunnen realiseren wordt er daarom met dit plan gericht op uitbreiding op een logische plek, die deels binnen bestaand stedelijk gebied ligt en direct aansluit op het NS station. De conclusie is dan ook dat er sprake is van een aantoonbare behoefte aan nieuwe woningen die niet volledig binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen. Met de keuze voor woningbouw direct ten noorden van het station wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de bestaande stedelijke structuur en de gedachte van geconcentreerde stedelijke ontwikkeling rondom stations- locaties. Daarmee zijn de treden van de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen.
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 43 van 94 Ontwerp december 2023
4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen.
In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. Planspecifiek Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het Barro is aangewezen als een gebied met een nationaal ruimtelijk belang. Wel wordt er rekening gehouden met de omgevingseffecten van de nabijheid van het spoor zoals geluid en trillingen. Deze komen in Hoofdstuk 5 aan de orde.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1
De Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten;
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 44 van 94 Ontwerp december 2023
-
-
-
-
De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
Planspecifiek Eén van de speerpunten in de NOVI is het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied met een goed evenwicht tussen natuur en landschap. Met voorliggend initiatief worden de gronden binnen het deelgebied Bendelaar bij het stedelijk gebied getrokken. In hoofdstuk 3 Beoogde situatie is nader besproken op welke wijze er invulling is gegeven aan het bereiken van een goede balans tussen de nieuwe woonwijk enerzijds en het evenwicht tussen natuur en landschap anderzijds. De locatie van de Sportvelden maakt reeds onderdeel uit van de kom Ravenstein. Met voorliggend initiatief worden de sportvelden heringericht met woningen, passend bij de bestaande ruimtelijke structuur van de naastgelegen woonwijk. Het initiatief past binnen de NOVI. De 330 woningen bieden ruimte aan diverse doelgroepen doordat twee derde van de nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen de betaalbare categorie. Daarmee draagt voorliggend initiatief bij aan de doelstelling van de Nationale woon- en bouwagenda van het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen.
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 45 van 94 Ontwerp december 2023
De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie Planspecifiek Met voorliggend initiatief wordt een huidige sportlocatie en gronden met een agrarische functie ontwikkeld tot een woonlocatie, zodat er in Ravenstein in de woningbehoefte kan worden voorzien. Hiermee wordt een gezonde, veilige en prettige leefomgeving gerealiseerd, zoals in de Omgevingsvisie wordt geambieerd. Het initiatief past binnen de Brabantse Omgevingsvisie. De Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 borduurt voort op de Omgevingsvisie en zet een nieuwe koers voor de ontwikkeling van de Brabantse steden en dorpen. Voorliggend initiatief is getoetst aan de ontwikkelprincipes.
Bij het ontwikkelprincipe ‘Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking’ komt naar voren dat waterberging de grootste opgave vormt voor het plan. In het stedenbouwkundig ontwerp is hier rekening mee gehouden door o.a. de aanleg van robuuste groen blauwe structuren waterberging binnenplans. De aanleg van deze structuren zorgt er tevens voor de er wordt ingespeeld op het op het ontwikkelprincipe ‘Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking’ door vergroening van het plangebied onderdeel uit te laten maken van de ontwikkeling. Hierdoor ontstaat een aantrekkelijk en gezond woon- en leefklimaat. De ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied is door de meekoppelkansen passend, gezien er sprake is van een klimaatadaptief initiatief waarbij een meerwaarde wordt geleverd aan het landschap en invulling wordt gegeven aan transities op het gebied van verduurzaming, energietransitie, klimaat en de wateropgave. Daarnaast wordt het stedelijk gebied ter plaatse van de sportvelden getransformeerd tot woonlocatie waarbij wordt bijgedragen aan het woningtekort, zowel kwalitatief als kwantitatief, door de toevoeging van nieuwe type woningen en woonmilieu’s aanvullend op de bestaande voorraad van Ravenstein. Zie hiervoor ook hoofdstuk 3 en 5 van deze toelichting.
4.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor:
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 46 van 94 Ontwerp december 2023
-
-
Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
Planspecifiek • Het gedeelte van het plangebied boven de spoorlijn – Bendelaar - ligt binnen 'landelijk gebied', 'Gemengd' landelijk gebied'. • Het gedeelte van het plangebied onder de spoorlijn – Sportvelden – ligt binnen 'landelijke kern', 'stedelijk gebied'. Bendelaar Volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ligt de planlocatie grotendeels in het landelijk gebied (buiten bestaand stedelijk gebied). Vanwege de grote woningbehoefte en het gebrek aan inbreidingslocaties voor het beoogde programma in Ravenstein wordt een deel van het woningbouwprogramma buiten bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Voor het uitbreiden van een kern komen de gebieden die in de provinciale verordening zijn aangemerkt als ‘zoekgebied verstedelijking’ in aanmerking. Rondom Ravenstein ligt deze aanduiding rond Huisseling. De realisatie van de woningbouwopgave binnen het in de verordening aangemerkte zoekgebied verstedelijking rond Huisseling zou zorgen voor een aantasting van de karakteristiek en eigenheid van Huisseling die is gevormd door historie (fijnmazige verkaveling en kleinschalig landschap). De locatie Bendelaar blijkt meer geschikt door de locatiespecifieke kenmerken. Zo is de Bendelaar goed bereikbaar door de directe ligging aan het spoor en korte afstand tot de Rijksweg A50 via de Dorpenweg.
Ook zijn er in de nabijheid diverse voorzieningen aanwezig zoals scholen, winkels en horecavoorzieningen. De ontwikkeling van een deel van een veel grotere polder is een logischere uitbreiding dan in het aangewezen zoekgebied verstedelijking rondom Huisseling (zie hoofdstuk 3). Daarom wordt het plangebied betrokken bij het stedelijk gebied. In art 3.9 van de verordening is bepaald dat “Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving” (lid 1). In lid 2 is bepaald dat het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd doordat dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of dat de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen (zie hieronder). Lid 4 bepaald dat ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b (regionale afspraken) geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken.
Nieuwvestiging van duurzame stedelijke ontwikkelingen ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar (art 3.43), in samenhang met Regionale afspraken ex afd 5.4 Regionaal samenwerken Bij planmatige ontwikkelingen in het landelijk gebied moet altijd invulling worden gegeven aan de regeling kwaliteitsverbetering landschap. In 2010 is de regeling 'Kwaliteitsverbetering van het landschap' uit de Verordening ruimte in werking getreden. In het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) van januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Na een evaluatie in 2014 – 2015 is op 2 december 2015 een aangepast afsprakenkader vastgesteld. Deze is in 2023 nogmaals geactualiseerd. Kwaliteitsverbetering van het landschap is in principe van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen die plaatshebben buiten het bestaand stedelijk gebied. Het betreft in dit plan een planmatige stedelijke ontwikkeling. Bij stedelijke ontwikkelingen is de basisinspanning voor de
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 47 van 94 Ontwerp december 2023
landschappelijke tegenprestatie bepaald per m2 op 1% van de uitgifteprijs van de gronden. Dit kan worden gestort in een landschapsfonds, of worden geïnvesteerd in een landschapsplan. Die investering moet buiten het (toekomstig) stedelijk bied landen. Het groen in de wijk maakt intrinsiek onderdeel van uit van een stedenbouwkundige ontwikkeling, en kan niet worden ingezet voor kwaliteitsverbetering landschap. Sportvelden Dit gedeelte van het plangebied ligt binnen het stedelijk gebied. De Interim omgevingsverordening stelt geen specifieke eisen aan voorliggende locatie. Anders dan de algemene zorgplicht voor goede omgevingskwaliteit en zorgvuldig ruimtegebruik zoals genoemd in art 3.5 en 3.6 van de IOV en duurzame verstedelijking zoals genoemd in art 3.42 van de IOV. Dit is in hoofdstuk 3 van deze toelichting nader onderbouwd. Omgevingverordening provincie Noord-Brabant Met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 treedt ook de provinciale Omgevingsverordening (OV) in werking. Er is voor dit plan voor het gedeelte ten noorden van het spoor, locatie Bendelaar, een herbegrenzing nodig van landelijk gebied naar stedelijk gebied. De gemeente legt het ontwerpbestemmingsplan nog ter inzage onder de IOV. De beoogde ontwikkeling en benodigde herbegrenzing zijn ook mogelijk onder de OV.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied.
Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers - Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk - Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 48 van 94 Ontwerp december 2023
De bovenstaande doelstellingen worden doorvertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug - Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking.
Planspecifiek In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Het plangebied ligt gedeeltelijk in het oeverwalgebied en gedeeltelijk in het komgebied. Met voorliggend initiatief wordt een aanzienlijk deel van het plangebied getransformeerd tot stedelijk gebied behorend bij de kern Ravenstein. In de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 wordt aangegeven dat grootschalige woningbouwgebieden geen onderdeel uitmaken van de visie. Voor voorliggend gebied is tevens geen ontwikkelopgave opgesteld in de visie. Wel gaat voorliggend plan gepaard met een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door een bijdrage in een landschapsfonds (zie paragraaf 4.3.2). De Structuurvisie Buitengebied Oss biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het initiatief past binnen de Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015.
4.4.2. Gebiedsvisie Vitaal buitengebied Op 7 oktober 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Oss ingestemd met de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied als bouwsteen voor de nieuwe omgevingsvisie. De gebiedsvisie vormt als het ware een tussenstap tussen de vigerende structuurvisies en de nog te ontwikkelen gemeente brede omgevingsvisie. De Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied geeft een integraal beeld van de ontwikkeling van het Osse buitengebied, verdeeld over de belangrijkste thema’s en gebieden. Het grootste deel van de gemeente bestaat uit het buitengebied: ruim 80% van de 170 km2. Het buitengebied kent een duidelijk herkenbare opbouw die samenhangt met de ondergrond en het landschapstype. Van noord naar zuid zijn dat het Maasoevergebied, het poldergebied en het dekzandgebied. Die gebiedsindeling vormt als het ware de kapstok waaraan we de verschillende thema’s, opgaves en ontwikkelingen die spelen in het buitengebied kunnen ophangen. Die thema’s zijn de transitie van de landbouw, de energietransitie, natuurontwikkeling, recreatie & toerisme, water, bodem & lucht en goed woon- en leefklimaat. Door de thema’s en de deelgebieden met elkaar te verbinden ontstaat een fysiek en inhoudelijk gebiedsdekkende visie.
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 49 van 94 Ontwerp december 2023
Overzichtskaart gebiedsvisie vitaal buitengebied
Planspecifiek Een van de thema’s in de gebiedsvisie is het thema prettig en gezond leven. Binnen dit thema is al voorzien in de ontwikkeling van Stationskwartier Ravenstein . In de gebiedsvisie staat hierover het volgende: Het zwaartepunt van de verstedelijkingsopgave ligt in het bestaand stedelijk gebied en de planmatige stedelijke uitbreidingen. Voor deze gebiedsvisie gaan we vooral uit van de plannen die vanuit de taskforce wonen en werken worden ontwikkeld: Oss (Noord) West, Ravenstein West en Geffen Oost. Die richten zich ook op geïnteresseerden van buiten. In de andere kernen staat de eigen woonbehoefte centraal. De ontwikkeling van het Stationskwartier staat ook zodanig al geduid op de op de overzichtskaart bij het thema.
Woningbouwlocatie Stationskwartier Ravenstein. Bron: Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied Oss
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 50 van 94 Ontwerp december 2023
Wel vraagt de gebiedsvisie aandacht voor de toenemende gebruiksdruk vanuit de kernen op het buitengebied en het belang van een goede aansluiting van nieuwe stedelijke uitbreidingen tussen bestaand stedelijk gebied enerzijds en het buitengebied anderzijds. Hoe we dat voor Stationskwartier Ravenstein hebben opgezet is in hoofdstuk 3 reeds toegelicht.
4.4.3 Gebiedsvisie Stadjes en Kernen Op 15 juni 2023 heeft de gemeenteraad van de gemeente Oss ingestemd met de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied als bouwsteen voor de nieuwe omgevingsvisie. De gebiedsvisie vormt (net als de gebiedsvisie Vitaal Buitengebied) een tussenstap tussen de vigerende structuurvisies en de nog te ontwikkelen gemeente brede omgevingsvisie. De visie gaat met name in op de fysieke leefomgeving in de dorpskommen en hoe die de leefbaarheid bevordert. En dan vooral op woningbouw en ondernemerschap die aansluiten bij het karakter van elke kern en voldoende voorzieningen op een redelijke afstand die goed benut worden. Nieuwe ondernemers in de kernen zijn ‘fijne buren’. Ze krijgen de ruimte om te ondernemen en innoveren, als ze zo goed als geen overlast veroorzaken en echt wat toevoegen aan het dorpsleven. Inwoners en ondernemers krijgen ruimte voor initiatieven, als die aansluiten bij wat in de kern nodig is en wat de bewoners willen. Draagvlak, duurzaamheid en samenwerking zijn dan belangrijker dan het strikt hanteren van de regels. Hier is maatwerk en overleg nodig en dat zal niet vanzelf gaan. De gemeente gaat met inwoners en ondernemers een goede manier ontwikkelen om daarbij de kwaliteit van de kernen in stand te houden of te verbeteren. Voor de jongste en oudste inwoners nodigt de directe omgeving uit om te bewegen en ontmoeten.
Voor pakweg 8 tot 80 mag dat wat meer op afstand zijn, maar wel veilig bereikbaar. We kijken naar verkeer, groen en de (culturele) identiteit van de kernen. Belangrijk daarbij is om de kern herkenbaar en eigen te houden: zowel het uiterlijk als de sociale structuur. Het koesteren van de dorpsgezicht betekent ook dat niet zomaar alles gebouwd kan worden. Vitale gemeenschappen vragen een bescheiden overheid en andere vormen van participatie. We nodigen nieuwe groepen uit om zich in te zetten en uit te spreken over hun leefomgeving. We versterken de dialoog met de samenleving. Er is meer ruimte voor maatwerk. En de gemeente ondersteunt (groepen) initiatiefnemers daarbij op de manier die de hen helpt om het zelf op te pakken: soms faciliterend, vaak verwijzend, adviserend of op andere manieren. Vooral die samenwerking is belangrijk. Het versterkt de gemeenschap en zorgt ervoor dat een initiatief stabiel is en een lange levensduur heeft. Planspecifiek Wonen en woningbouw zijn belangrijke thema’s in de gebiedsvisie Stadjes en Kernen. In de kernen horen we dat er een grote behoefte is aan betaalbare woningen, vooral voor senioren en starters. Inwoners van de kernen in Oss vinden het belangrijk om in hun vertrouwde omgeving zelfstandig en gezond oud te kunnen worden. Liefst tussen de familie of anderen in de buurt.
Veel starters zoeken een woning in hun eigen kern Toch willen bewoners niet overal grote nieuwe woonwijken in of tegen de kernen. Ze willen namelijk ook het (open) karakter van hun kern bewaren. Er zijn slimme oplossingen nodig die zowel recht doen aan de woonwensen als aan het behoud van het karakter van de kern. Bewoners willen daarin meepraten en meedoen. De gemeente wil vooral in de grotere kernen, waaronder Ravenstein woningbouw mogelijk maken. Dat kan zijn door corporatie Mooiland, door collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO), door bouwers/ontwikkelaars en door particulieren. We sluiten daarbij aan bij waar de kern sterk in is. We gaan de grotere woningbouwlocaties gefaseerd uitvoeren, zodat voor langere tijd woningen beschikbaar komen. Daarnaast zien we voor de kernen Geffen en Ravenstein een wat grotere woningbouwopgave weggelegd, ook door hun regionale potentie. Dit komt onder meer tot uiting door ontwikkelingen als ’t Veld in Geffen en het Stationskwartier Ravenstein.
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 51 van 94 Ontwerp december 2023
Woningbouwlocaties binnen de gemeente Oss. Bron: Gebiedsvisie Stadjes en Kernen
4.4.4 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. In 2022 is daar met de Woonagenda 2022-2024 een actualisatie op gemaakt. De Woonagenda 2022-2024 geeft richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren en borduurt voort op de Woonvisie van 2020. Zo wordt uitvoering gegeven aan vier ambities: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht.
4.4.5
Portefeuillemanagement ‘Wonen’
Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. De uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen worden jaarlijks bijgesteld. Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen. De systematiek van de PFM werkt met een bandbreedte van de actuele provinciale woningbehoefteprognose en het model Oss met een verhoogde ambitie. Daarmee wordt ingespeeld op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te kunnen vangen.
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 52 van 94 Ontwerp december 2023
Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant (september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen gezien de grote tekorten op de woningmarkt. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken.
De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. • De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken 1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke doelgroepen.
In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente. • Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn de mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. Verantwoording Wonen Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw in dit bestemmingsplan vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen, regionale afspraken en de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De ontwikkeling van het programma voor woningbouw in dit bestemmingsplan is nadrukkelijk afgestemd op de uitgangspunten van de Woonvisie Oss 2020 en PFM Wonen Oss, zoals eerder weergeven. Ook is rekening gehouden met de kaders vanuit de provincie en de regionale afspraken.
1 Onder andere de regionale woondeal Noordoost-Brabant (2023) ,de Regionale Woningmarktmonitor 2022, het Regionale Woonwensenonderzoek (2023).
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 53 van 94 Ontwerp december 2023
Het plan Dit bestemmingplan maakt de ontwikkeling van een nieuw woongebied aan de westkant van Ravenstein mogelijk, direct aansluitend op de bestaande stedelijke structuur. Het totale plangebied omvat circa 330 woningen, in 2 deelgebieden. In beide plangebieden wordt voorzien in een gedifferentieerde samenstelling aan woningen, met de focus op betaalbaarheid in lijn met het Osse woonbeleid: • 30% betaalbare huur (waarvan 20% sociale huur en 10% middeldure huur) • 40% betaalbare koop ( waarvan 10% goedkoop en 30% middeldure koop) • 30% dure koop (vanaf NHG-grens). De capaciteiten voor woningbouw in dit bestemmingsplan hebben we afgewogen en beoordeeld volgens de systematiek van Portefeuillemanagement Wonen Oss (PFM Wonen). Met het PFM Wonen wordt zowel kwantitatief als kwalitatief sturing gegeven aan het totale woningbouwprogramma van de gemeente Oss. Regionaal kader woningbouw De gemeentelijke woningbouwplanning- en programmering is opgenomen in de Woondeal van de Regio Noord Oost Brabant (RNOB) en volgt de meest actuele provinciale prognose. De prognose van de provincie is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bevolking en huishoudens per gemeente. Hieruit is de verwachte behoefte aan woningen afgeleid. De meest actuele provinciale prognose is van november 2023. Over plannen voor wonen door inbreiding, herstructurering en transformatie wordt regionaal niet afgestemd.
Deze worden jaarlijks met elkaar gedeeld. Plannen die (gedeeltelijk) buiten stedelijk gebied liggen wordt wel regionaal afgestemd. Voor deze locatie in Ravenstein is in september 2021 regionaal afgestemd en de ontwikkeling is door de regionale kopgroep wonen akkoord bevonden. Kwalitatieve woningbehoefte gemeente Oss Per 1 januari 2020 zijn er ongeveer 40.300 woningen in de gemeente Oss. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose 2020 moeten er tot 2030 nog circa 5.300 woningen toegevoegd worden (exclusief vervangende nieuwbouw). Tussen 2023 en 2040 is in de gemeente Oss volgens de provinciale prognose een totale toevoeging van circa 8.500 woningen nodig. De gemeentelijke programmering gaat uit van een verhoogde opgave. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken. In onderstaande tabel is de bandbreedte van de woningprogrammering afgezet tegen de plancapaciteit in Oss. bandbreedte opgave woningvoorraad
gemeente Oss
2023 t/m 2032 2032 t/m 2039 Totaal
prognose 2020 5.270 2.561 7.381
model Oss 5.985 2.371 8.356
Totaal 2022 - 2032
5.270
5.985
periode
* inventarisatie augustus 2023
concrete capaciteit* 5.012 0 5.012 5.012
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 54 van 94 Ontwerp december 2023
De totale concrete capaciteit in woningbouwplannen voor de hele gemeente Oss bedraagt circa 5.000 woningen. Dit is niet alleen de harde plancapaciteit (juridisch bindende plannen, opgenomen in vastgestelde bestemmingsplannen of bouwvergunningen), maar ook woningbouw in concrete plannen, die nog in procedure zijn. Ook de concrete mogelijkheden tot herontwikkeling of transformatie van bestaande bebouwing zijn hierin opgenomen. Duidelijk is dat Oss nog een opgave heeft om plancapaciteit voor woningen voor de hele gemeente uit te breiden. Daarom werkt Oss aan de (versnelde) planontwikkeling voor meerdere locaties in het stedelijk gebied en op een aantal locaties in de kernen. Onder meer in Geffen en Ravenstein omdat deze kernen zoals eerder benoemd door de strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen en in combinatie met de goede bereikbaarheid, aanwezige voorzieningen en specifieke woonmilieus aantrekkelijke locaties zijn voor woningbouw. Het plan Stationskwartier in Ravenstein is daarvan een voorbeeld en dit plan is in 2023 ook aangemerkt als versnellingslocatie in de Regionale Woondeal Noordoost Brabant. De woningbehoefte in de kern Ravenstein De woningprogrammering in Oss is gebiedsgericht, zodat ingespeeld wordt op de woonbehoefte in de verschillende delen (kernenclusters) van de grote gemeente.
Het zwaartepunt van de woningbouw ligt in de stedelijke zone van Oss langs de A59. Naast het stedelijke gebied Oss-Berghem zijn dit ook de kernen Geffen en Ravenstein. Het plangebied ‘Stationskwartier’ is een uitbreiding aan de westzijde van Ravenstein. Woningbouw op deze locatie is in eerste instantie gericht op de woningbehoefte van de kern Ravenstein. Voor Ravenstein wordt uitgegaan van een behoefte met een bandbreedte van 370-460 woningen voor de periode 20232040. Uitgaande van een capaciteit van nog circa 60 woningen op inbreidings-en transformatielocaties binnen Ravenstein, is het nodig om nieuwe woningen toe te voegen om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Onderstaande tabel geeft dit weer (de concrete capaciteit is inclusief voorliggend plan). Gezien de ligging van het plan nabij het treinstation van Ravenstein en het type woningen en woonmilieu dat gerealiseerd wordt, is de verwachting dat deels ook in de urgente vraag van buiten het cluster Ravenstein wordt voorzien. bandbreedte opgave woningvoorraad periode 2023 t/m 2032 2033 t/m 2039 Totaal 2022 t/m 2039 * inventarisatie augustus 2023
cluster Ravenstein prognose 2020 258 114 372
concrete model Oss capaciteit* 324 390 138 0 462 390
De kwalitatieve behoefte In de Woonvisie Oss 2020, Woonagenda 2022-2024 en PFM Wonen Oss is een indicatieve raming gemaakt van de behoefte aan verschillende kwaliteiten, met een onderscheid naar woningtype, eigendomsvorm, woonmilieus en prijssegmenten 2. De raming is gebaseerd op recente woningmarktonderzoeken en ontwikkelingen in de woningmarkt van Oss en de regio. Hierbij is ook rekening gehouden met de wisselwerking met de bestaande woningvoorraad en de behoefte vanuit de verschillende doelgroepen (starters, gezinnen, ouderen, inkomensklassen e.d.). Gezien de verwachte bevolkingsontwikkeling wordt er een toenemende behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens en ouderen voorzien, als gevolg van vergrijzing van de samenleving en gezinsverdunning. In de kwalitatieve raming is dit vertaald naar een toenemend aandeel appartementen of levensloopbestendige woningen.
2 De prijssegmenten 2023 zijn als volgt: huur goedkoop, kale huur < liberalisatiegrens; huur middelduur, kale huur >
liberalisatiegrens; koop goedkoop < € 240.000; koop middelduur, > € 240.000 < €405.000, koop duur > € 405.000. Deze prijsgrenzen zijn gekoppeld aan landelijke standaarden zoals de liberalisatiegrens, de NHG grens en de consumentenprijsindex en zullen daarom per jaar meebewegen met deze landelijke standaarden.
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 55 van 94 Ontwerp december 2023
Belangrijk is ook de blijvende behoefte aan betaalbare woningen (zowel koop als huur) en vrije sector huur. Dit is onder andere het gevolg van de gestegen woningprijzen, de beperkte toegankelijkheid van de sociale sector en de toenemende behoefte aan kleinere woningen.
Totaal opgave (tot 2040) versus capaciteit cluster Ravenstein
Totaal, cluster Ravenstein appartementen grondgebonden
200 500
150
400 300
100
200
50 0
100 sociale huur vrije sector huur prognose 2020
goedkope koop
model Oss
middeldure koop
dure koop
concrete capaciteit*
0
prognose 2020
model Oss
appart./levensloopbestendig
concrete capaciteit* Grondgebonden
Bovenstaande figuren geven de indicatieve behoefte voor het cluster Ravenstein weer versus de concrete plancapaciteit (bron: PFM Wonen Oss, 2023). Bij de programmering van het plan ‘Stationskwartier’ is rekening gehouden met bovenstaande behoefteraming. Dit heeft geleid tot een gevarieerd woningprogramma met een groot aandeel betaalbare huur en koopwoningen, zoals eerder bij de planbeschrijving weergegeven. Met de geschetste samenstelling voorziet het plan in de behoefte van verschillende doelgroepen, zowel in de huur als koop in verschillende woningtypen. Ook wordt er ingezet op zowel grondgebonden programma als levensloopbestendige/gelijkvloerse woningen. Deels zijn dit appartementen, maar ook grondgebonden woningen met een slaapkamer beneden. Hiermee wordt ingespeeld op de toenemende behoefte van oudere en kleinere huishoudens. Daardoor kan de nieuwbouw in het Stationskwartier ook de doorstroming binnen Ravenstein bevorderen. Met het plan Stationskwartier wordt zo onder meer voorzien in de grote behoefte aan bijvoorbeeld sociale en middeldure huurwoningen. Verder voorziet het plan ook in enkele specifieke behoeften, waaronder zelfbouwkavels, CPO-woningen en woonwagens.
Conclusie De ontwikkeling van circa 330 woningen in Ravenstein in voorliggend plan sluit aan bij de woningbehoefte van gemeente Oss en in het bijzonder de kern Ravenstein – zowel naar omvang als naar type woningen. Daarmee is het programma verantwoord vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking en sluit het plan aan bij de Woonagenda van provincie, regio en de gemeente Oss.
4.4.6 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: - bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten;
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 56 van 94 Ontwerp december 2023
-
monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); - bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. De voortgang van het stedenbouwkundig plan is regelmatig voorgelegd aan het Adviesteam. Planspecifiek Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de kaart 'Gebieden welstandsadvies' die onderdeel uitmaakt van de 'nota Welstandsbeleid Oss 2020'.
Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument.
4.4.7 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage 1 opgenomen bij de regels.
Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2.
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 57 van 94 Ontwerp december 2023
Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 58 van 94 Ontwerp december 2023
Hoofdstuk 5
5.1
Omgevingsaspecten
Landschap
5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Planspecifiek Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de kaart 'landschapstypen' uit de 'Nota Landschapsbeleid 2015'.
Kaart 'landschapstypen' (bron: Nota Landschapsbeleid')
Uit voorgaande kaart blijkt dat binnen het plangebied verschillende landschapstypen voorkomen. Het overgrote deel van het plangebied ligt binnen het landschapstype 'komgebied'. Aan de noordkant ligt het plangebied binnen een 'Rivierduin'. Een beperkt deel van het plangebied aan de zuidoostkant ligt binnen het landschapstype 'oeverwal'.
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 59 van 94 Ontwerp december 2023
Komgebied & de rivierduin De komgronden beslaan een groot gedeelte van het grondoppervlak van de gemeente Oss. Het landschap is grootschalig, open tot zeer open en wordt gekenmerkt door een zeer regelmatig, rationeel, rechtlijnig verkavelingspatroon. De ruimtelijke opbouw wordt bepaald door de openheid, de smalle slagenverkaveling, waterlopen, enkele kades, boerderijen al dan niet met erfbeplanting, een aantal eendenkooien en laanbeplanting. Aan de noordkant van het plangebied ligt één van de drie hoger gelegen rivierduinen binnen het kommenlandschap. Op de betreffende rivierduin is het dorp DeursenDennenburg ontstaan. Enkele ontwikkelkansen voor het komgebied en de daarbinnen gelegen rivierduin zijn dat het gebied geschikt is voor landschapsontwikkeling en het vergroten van het contrast tussen de rivierduindorpen en komgebied (hoog, beplanting <> laag, open). Oeverwal De oeverwal is een hoger gelegen rug in het landschap en ligt hoog en droog, binnendijks op enige afstand van de rivier de Maas. Het karakter van de oeverwal is kleinschalig en halfopen tot besloten. Het verkavelingspatroon op de oeverwal is blokvormig en overwegend regelmatig. Bebouwing (veelal geconcentreerd in kleine kernen en in bebouwingslinten), beplantingselementen (houtwallen, een enkele boomgaard) en grondgebruik (grasland, bouwland) bepalen hier de maat van de ruimte.
Enkele ontwikkelkansen binnen dit landschapstype zijn het terugbrengen van hoogstamboomgaarden, ontwikkeling van open kleinschalig bos en recreatieve uitloop van kleine kernen. Conclusie Een groot deel van het plangebied maakt in de bestaande situatie onderdeel uit van het buitengebied maar behoort in de toekomstige situatie tot het stedelijk gebied. In het stedenbouwkundig plan krijgen bestaande landschapselementen een plek. Ook is de inrichting van de buitenruimte op hoofdlijnen afgestemd met de landschappelijke kwaliteiten van de in het gebied voorkomende landschapstypen. De landschappelijk inrichting zal verder vorm krijgen bij de nadere uitwerking van voorliggend plan in het kader van de vergunningsfase. Het deelgebied Sportvelden maakt reeds onderdeel uit van het stedelijk gebied en valt daarmee buiten deze nota. 5.1.2
Kwaliteitsverbetering van het landschap
Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld en in 2022 geactualiseerd. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is.
Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen.
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 60 van 94 Ontwerp december 2023
Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden. Planspecifiek De woningbouwontwikkeling Stationskwartier Ravenstein betreft een planmatige, stedelijke ontwikkeling.
Bij stedelijke ontwikkelingen is de basisinspanning voor de landschappelijke tegenprestatie bepaald per m2 op 1% van de uitgifteprijs van de gronden. Het gaat daarbij in ieder geval om de gronden ten behoeve van wonen, bedrijvigheid, maatschappelijke functies, dienstverlening, detailhandel en dergelijke die de stedelijke ontwikkeling vormen. Gronden onder openbaar groen/water en openbare weg hoeven niet in die berekening te worden betrokken. Uitgangspunt is de uitgifteprijs als bouwrijpe grond. Dit kan worden gestort in een landschapsfonds, of worden geïnvesteerd in een landschapsplan. Die investering moet buiten het (toekomstig) stedelijk gebied landen. Het groen in de wijk maakt intrinsiek onderdeel van uit van een stedenbouwkundige ontwikkeling, en kan niet worden ingezet voor kwaliteitsverbetering landschap. De hoogte van de investering kan pas worden bepaald wanneer er meer duidelijk is over de uitgeefbare grond. Dit wordt PM, voor de vaststelling van het bestemmingsplan, verder ingevuld. Conclusie: Voor het plan is de regeling 'kwaliteitsverbetering van het landschap' van toepassing, voor zover het betreft de gronden van noorden van het spoor (thans landelijk gebied). De hoogte van het bedrag en de wijze van invulling is nog ter nadere bepaling. Dit zal als PM post in het ontwerpplan en wordt nader ingevuld voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 61 van 94 Ontwerp december 2023
5.2
Natuur
5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming.
5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Hoewel er geen directe relatie lag en ligt tussen een bestemmingsplan en de PAS, is het sneuvelen van de PAS ook voor RO en bestemmingsplannen van belang, met name ook door de aandacht voor stikstof. Tot nu toe werd als ondergrens waaronder je geen Natuurvergunning nodig had (0,05 Mol/ha) ook in de RO vaak gebruikt om aan te tonen dat stikstof geen probleem was voor de voorgenomen planontwikkeling.
Planspecifiek Om te kunnen bepalen wat de gevolgen zijn van voorliggend initiatief op het aspect ecologie is een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd, zie bijlage 1. In het vervolg van deze paragraaf wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied 'Rijntakken' ligt op circa 9,7 km ten noorden van het plangebied. Gelet op de afstand tot Natura 2000gebieden geldt dat er van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden, ook vanuit het aspect stikstof, geen sprake zal zijn. Gezien de grootschaligheid van het project wordt derhalve toch een voortoets stikstof uitgevoerd, om inzichtelijk te maken of er sprake zal zijn van een verhoging van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. De rapportage is opgenomen in bijlage 2. Geconcludeerd wordt dat als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in zowel de gebruiksfase als de
Stationskwartier Ravenstein – 2023, pag. 62 van 94 Ontwerp december 2023
aanlegfase niet toe neemt. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project. Soortenbescherming Het plangebied bevat belangrijke natuurwaarden. Uitgangspunt voor de gemeente is het behouden en ontwikkelen van natuurwaarden. Veel van de natuurwaarden zijn gekoppeld aan waardevolle groene delen van het plangebied. Ook hiervoor geld dat wordt ingezet op behoud. Grote delen van de bestaande waardevolle beplanting kan in de nieuwe situatie behouden blijven. In het plangebied komen veel beschermde soorten voor. Voor deze soorten is het plangebied essentieel leefgebied. Het inpassen of op een goede manier compenseren zal voor de meeste van de beschermde soorten mogelijk zijn als dit op een goede manier in de planvorming wordt opgenomen. Er dienen enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de Algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of de planlocatie een relevante functie heeft voor de volgende soorten of soortgroepen: (dwerg)vleermuizen, kleine marterachtigen en de das, poelkikker, Alpenwatersalamander en de grote modderkruiper. Ten aanzien van de rode eekhoorn en roofvogels dient een bomeninspectie plaats te vinden.