Concept Raadsbesluit APV Oss 2025
Tekst van het document
een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
b.
een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Gemeentewet;
Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1.
De organisator is verplicht 3 weken voorafgaand aan de snuffelmarkt hiervan melding te doen aan
2.
De in het eerste lid genoemde meldplicht geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg
de burgemeester.
geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.
3.
De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een snuffelmarkt te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt of wanneer sprake is van strijd met het
4. 5.
Omgevingsplan.
De burgemeester kan nadere regels stellen voor snuffelmarkten.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 6. Openbaar water
Artikel 5:24 (Vervallen)
Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen 1.
Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor
2.
Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor
3.
een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a.
nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid,
b.
beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.
milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een
waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale
omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door
het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, 4.
5.
de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.
Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.
De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
Artikel 5:26 (Vervallen)
Artikel 5:27 (Vervallen)
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1.
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,
bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of 2.
sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1.
Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich
2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1.
Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water,
2.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een
daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. openbaar water, los te maken.
Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Artikel 5:31a (Vervallen)
Artikel 5:32 Crossterreinen 1.
2.
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.
3.
het voorkomen of beperken van overlast;
b.
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
c.
de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
milieuwaarden; het publiek.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1.
Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor
recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.
2.
Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
a.
b. c. 3.
in het belang van het voorkomen van overlast;
in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden; in het belang van de veiligheid van het publiek.
Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
4.
die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in
c.
die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
6.
het eerste lid bedoeld; uitgevoerd;
d.
van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de
e.
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde
terreinen als in het eerste lid bedoeld; personen.
Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing:
a.
b.
5.
minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;
b.
op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;
binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 8. Verbod vuur te stoken
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.
2.
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.
b. 3. 4. 5.
c.
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; vuur voor koken, bakken en braden.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Afdeling 9. (vervallen)
Artikel 5:35 (Vervallen)
Artikel 5:36 (vervallen)
Artikel 5:37 (vervallen)
Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Strafbepaling 1.
Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden gestraft met hechtenis van ten
hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft 2.
met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van
toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, 2:11 en 2:12.
Artikel 6:2 Toezichthouders 1.
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: -
Milieu-inspecteurs,
Toezichthouders openbare ruimte, Handhavers openbare ruimte,
inspecteurs bouwen en Ruimtelijke Ordening, die aangesteld zijn door de gemeente Oss, ieder voor zover het hun taakgebied betreft.
2.
Toezichthouders afdeling Publiekszaken Vergunningen, Toezicht en Handhaving, Medewerkers van de GGD Brabant-Noordoost,
Medewerkers van de politieregio Brabant-Noord.
Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of
krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening Oss 2019 wordt ingetrokken gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze Algemene plaatselijke verordening 2025.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de
inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Oss 2025
Aldus vastgesteld in de openbare raadvergadering van19 juni 2025.
De gemeenteraad voornoemd, Mede namens de voorzitter, De griffier, Drs. P.H.A. van den Akker
Bijlage 1 (artikel 2:25 APV)
Bijlage 2. (Centrumgebied Oss Horeca) De gebiedsaanwijzing geldt voor: -
de inrichtingen gelegen binnen het in zwart aangegeven gebied;
-
de inrichtingen die gelegen zijn aan de beide zijden van de wegen die door middel van de zwarte lijn zijn aangegeven.