BP Meanderende Maas - Toelichting.PDF
Tekst van het document
95 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Planschade Voor de rivierverruiming en KRW-maatregelen wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Planschade is de schade die ontstaat ten gevolge van de inwerkingtreding van dit nieuwe bestemmingsplan. Er is dan sprake van een zogenaamd schadeveroorzakend overheidsbesluit. Planschade kan bestaan uit waardedaling van gronden en opstallen of inkomensderving. Tot op zekere hoogte wordt planschade geacht tot het maatschappelijk risico te behoren en komt planschade niet voor vergoeding in aanmerking voor zover deze voorzienbaar is. De mogelijkheid tot vergoeding van planschade is geregeld in afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van artikel 7.16 Waterwet blijft afdeling 6.1 van de Wro evenwel buiten toepassing, omdat een belanghebbende voor schade als het gevolg van het Projectplan Rivier +KRW een beroep kan doen op een schadevergoeding als bedoeld in artikel 7.14 lid 1 Waterwet (nadeelcompensatie).
6.3
Handhaafbaarheid
Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de regels in het bestemmingsplan ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Oss vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Bij overtreding van deze regels kan gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning. Uitvoering van bestemmingsplannen dient strikt te worden toegepast en gehandhaafd, omdat met het bestemmingsplan het waarborgen en verbeteren van het leefmilieu kan worden aangestuurd. Een recent bestemmingsplan met duidelijke en hanteerbare regels maakt handhaving eenvoudiger. Wat hierbij wel noodzakelijk is zijn eenduidige en eenvoudige bestemmingsplanbepalingen die goed werkbaar zijn.
De doeleindenomschrijving is daarbij belangrijk. Een duidelijke uitleg in de toelichting van het bestemmingsplan van de voorkomende bestemmingen kan verwarring en interpretatieverschillen voorkomen.
96 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
7 PROCEDURE 7.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de procedure van het plan beschreven. Ten behoeve van de dijkversterking in het kader van het project Meanderende Maas, heeft het waterschap Aa en Maas een projectplan Waterwet opgesteld. Omdat het hier een primaire kering betreft is op het project de coördinatieregeling als bedoeld in hoofdstuk 5, paragraaf 2, van de Waterwet van toepassing. Omdat de coördinatieregeling van de Waterwet niet kan worden toegepast op het projectplan Waterwet dat betrekking heeft op de herinrichting van uiterwaarden, hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant op 14 oktober 2022 besloten tot toepassing van de provinciale coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, sub a, Wet ruimtelijke ordening (Wro). De bedoeling van beide coördinatieregelingen is om de voorbereiding en bekendmaking van alle besluiten die voor de uitvoering van het project nodig zijn, inclusief de gelegenheid tot het naar voren brengen van zienswijzen daarop, alsook het indienen van beroep daartegen, voor de verschillende besluiten op elkaar af te stemmen en gelijktijdig te doen plaatsvinden. Op beide coördinatieprocedures is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat alle besluiten eerst als ontwerpbesluit ter inzage worden gelegd en pas daarna definitief worden vastgesteld.
Voorliggend bestemmingsplan wordt opgesteld ten behoeve van de herinrichting van de uiterwaarden die in het project is voorzien. De besluitvorming met betrekking tot het bestemmingsplan wordt daarmee gecoördineerd voorbereid op grond van artikel 3.33, eerste lid, sub a, Wet ruimtelijk ordening. Hierna wordt ingegaan op de ontwerpfase en de vaststellingsfase van het plan.
7.2
Ontwerpfase
7.2.1
Vooroverleg
Artikel 3.1.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat het gemeentebestuur bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Voor dit bestuurlijk vooroverleg heeft de gemeente Oss het (concept-)ontwerpbestemmingsplan Meanderende Maas digitaal beschikbaar gesteld aan: 1 waterschap Aa en Maas; 2 provincie Noord-Brabant; 3 veiligheidsregio Brabant-Noord.
97 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
7.2.2
Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening in combinatie met afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht voorbereid en zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegd. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant maken de terinzagelegging op de gebruikelijke wijze, via www.offcielebekendmakingen.nl, bekend. Het bestemmingsplan is digitaal te bekijken op www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast wordt de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan op grond van art 3.8, lid 1, sub b Wro in ieder geval toegestuurd aan de provincie Noord-Brabant en Rijkswaterstaat. Eenieder kan gedurende een termijn van zes weken eventuele zienswijzen over het ontwerpbesluit indienen bij Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Alle zienswijzen worden doorgestuurd naar de bevoegde instantie die deze betrekt bij de definitieve besluitvorming. In het geval van dit bestemmingsplan is dit het college van burgemeester en wethouders van gemeente Oss.
7.3
Vaststellingsfase
Deze fase gaat over de vaststelling van het bestemmingsplan. Indien de commentaren uit de ontwerpfase van het bestemmingsplan daar aanleiding toe geven, passen burgemeester en wethouders het bestemmingsplan aan. Dat kunnen zij overigens ook uit eigen beweging doen. Na afloop van de termijn van de terinzagelegging stellen burgemeester en wethouders het raadsvoorstel op. Daarin gaan zij onder meer in op de eventuele zienswijzen. Uiteindelijk beslist de raad over de vaststelling van het bestemmingsplan. De raad kan op dat moment ook besluiten om het bestemmingsplan niet, dan wel gewijzigd vast te stellen. De indieners van de zienswijzen hoeven niet te worden gehoord. Desgewenst kunnen zij gebruik maken van het spreekrecht.
7.4
Beroepsfase
Het vaststellingsbesluit wordt samen met het vastgestelde bestemmingsplan na de vaststelling gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tegen het besluit kan, binnen zes weken na bekendmaking, in eerste en enige instantie beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Van het besluit wordt door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op de gebruikelijke wijze, via www.offcielebekendmakingen.nl, kennisgegeven. Op het besluit is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dat betekent dat na afloop van de termijn voor het instellen van beroep geen (aanvullende) beroepsgronden meer kunnen worden aangevoerd. Het instellen van pro forma beroep is niet mogelijk. Wanneer geen beroep wordt ingesteld, is het bestemmingsplan na die zes weken onherroepelijk. Het bestemmingsplan treedt in werking op de dag dat de beroepstermijn is afgelopen en er geen schorsingsverzoek (voorlopige voorziening) is ingediend. Het bestemmingsplan is onherroepelijk als er door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak is gedaan over het ingestelde beroep.
98 | 98
Meanderende Maas | WSD.2.9/22-017.215 | Definitief 3.0
Bijlage(n)