Bijlagen bij toelichting - BP Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg_Kromstraat en Dr_ Ruijsstraat Overlangel - 2023
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/ Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel - 2023
Bijlagen bij toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Indexpagina bijlagen bij de toelichting Bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Overlangelseweg/Kromstraat en Dr. Ruijsstraat Overlangel – 2023 Bijlage 1a
- Quickscan ecologische waarden Overlangseweg 5a (ong) te Overlangel
Bijlage 1b
- Quickscan ecologische waarden Kerkstraat 17a Overlangel
Bijlage 2a
- Stikstofdepositie bouwen in Overlangel te Overlangel
Bijlage 2b
- AERIUS projectberekening aanlegfase bouwen in Overlangel
Bijlage 2c
- AERIUS projectberekening gebruiksfase bouwen in Overlangel
Bijlage 3a
- Archeologisch vooronderzoek
Bijlage 3b
- Besluit t.a.v. Transect rapport
Bijlage 4a
- Verkennend bodemonderzoek - rapportage locatie Kerkstraat
Bijlage 4b
- Verkennend bodemonderzoek - rapportage locatie Overlangelseweg
Bijlage 5
- Externe veiligheid buisleidingen Kerkstraat Overlangel
Bijlage 6a
- Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Dr. Ruijsstraat te Overlangel
Bijlage 6b
- Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Overlangelseweg te Overlangel
Bijlage 7
- Landschappelijk inpassingsplan en inrichting openbare ruimte HR
Bijlage 8
- Onderbouwing woontypologie Overlangel
Bijlage 9
- Vooroverlegreactie Veiligheidsregio
Bijlage 1a
- Quickscan ecologische waarden Overlangseweg 5a (ong) te Overlangel
Hoofdkantoor: Heugterbroekdijk 31 6003 RA WEERT
Opdrachtgever:
Vestiging Maastricht: Florijnruwe 111-8 6218 CA MAASTRICHT
Datum: 30 december 2021
Bouwen in Overlangel- BIO T.a.v. de heer R. van der Beek De Jas 24 5357 EM OVERLANGEL
Onderwerp: Rapportage Quickscan Ecologische Waarden onderzoekslocatie Overlangelseweg 5a, te Overlangel (ons kenmerk 21-1014)
Opgesteld door: De heer M.J.M. Coenen Geachte heer van der Beek, Hierbij ontvangt u van ons de rapportage inzake het uitgevoerde quickscanonderzoek ter plekke van de Overlangelseweg 5a, te Overlangel, zie figuur 1.
Figuur 1: Onderzoekslocatie Overlangelseweg 5a, te Overlangel
Aanleiding Er zijn voornemens om op het braakliggend gebied 10 woningen te realiseren. In het kader hiervan is het noodzakelijk om het bestemmingsplan te wijzigen en om de ingreep te toetsen aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Om het plan te kunnen toetsen is het noodzakelijk om een veldbezoek uit te voeren om zicht te krijgen op de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (planten en dieren). 06 462 55 985 info@ecolybrium.nl www.ecolybrium.nl
KVK nummer: 68599544 Bankrek.: NL19 KNAB 0257477624 BTW-nummer: NL857514313B01
Onderzoeksmethodiek Om erachter te komen of er op en rondom de onderzoekslocatie beschermde diersoorten voorkomen of geschikte groeiplekken aanwezig zijn van bijzondere en/of beschermde planten, is de locatie middels een veldinspectie onderzocht en beoordeeld op geschiktheid voor soorten. Dit onderzoek is uitgevoerd op 24 november 2021. Er is tijdens het onderzoek verder gelet op mogelijke andere functies van soorten die rondom de onderzoekslocatie voor kunnen komen en het huidige gebied gebruiken als onderdeel van hun leefgebied.
Foto 1: Braakliggend terrein, Overlangel
Huidige situatie Het terrein betreft een (voormalig) agrarisch perceel waar gewassen werden geteeld. Op agrarische percelen worden veel meststoffen toegevoegd om de groei van gewassen te stimuleren. Deze toevoeging zorgt voor voedselrijke percelen waar weinig bijzondere en/of beschermde planten op kunnen groeien. Ook op dit perceel is te zien dat er een voedselrijke situatie ontstaan in. Het slootje aan de rand van het agrarisch perceel bestaat uit planten die vaak voorkomen in voedselrijke omstandigheden. Het water was op het oppervlak helemaal bedekt met eendenkroos en de randen stonden vol met verschillende zuringsoorten. Dit laat zien dat de sloot zeer voedselrijk is.
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden onderzoekslocatie Overlangelseweg 5a te Overlangel (ons kenmerk: 21-1014)
2
Aanwezige natuurwaarden Vaatplanten De onderzoekslocatie betreft een sterk bemest akkerland zonder goed ontwikkelde kruidenvegetatie. Het gehele terrein is, vanwege de voedselrijkdom, geheel ongeschikt voor beschermde en/of bijzondere plantensoorten. Vaatplanten, die beschermd zijn in de Wet natuurbescherming, hebben zeer specifieke biotopen die hier niet tot ontwikkeling zijn, of geheel ontbreken vanwege specifieke omstandigheden (zoals veengronden of kalkrijke ondergronden). Gelet op het verspreidingsbeeld van de beschermde soorten, blijkt eveneens dat dergelijke soorten in de weide omtrek niet voorkomen van de onderzoekslocatie. Er zijn geen plantensoorten aangetroffen die bijzonder te noemen zijn zoals rapunzelklokje, grasklokje, wilde marjolein en dergelijke. Bloemrijke graslanden en kruidenrijke bermen ontbreken in het geheel.
Foto 2: Voedselrijke akkerrand met nagenoeg alleen engels raaigras
Effecten op beschermde en/of bijzondere soorten planten en vervolgmaatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming (zoals nader onderzoek, een ontheffingsaanvraag of het opstellen van een eventueel verplantingsplan) zijn dan ook geheel uit te sluiten.
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden onderzoekslocatie Overlangelseweg 5a te Overlangel (ons kenmerk: 21-1014)
3
Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) Op de onderzoekslocatie zijn nergens geschikte broedplekken voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten. Er zijn geen bomen of struiken aanwezig waar broedvogels kunnen nestelen. Voor algemeen voorkomende soorten vogels zijn er nergens beschikbare broedplekken aanwezig. Er zijn geen geschikte bomen of struiken aanwezig. Het terrein zal met name als foerageergebied voor vogels kunnen dienen. Grondbroedende vogels, zoals kievit, kunnen het perceel in het beginsel wel gebruiken als broedplek. Deze nesten zijn gedurende het broedseizoen beschermd.
Foto 3: Het agrarisch perceel kan zowel als foerageergebied en broedplek functioneren voor grond broedende vogels (kievit)
Effecten op broedvogels met jaarrond beschermde nesten en algemeen voorkomende soorten zijn geheel uit te sluiten, er zijn geen geschikte broedplekken aanwezig. Effecten op grondbroedende vogels zijn te voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode van deze soorten of (en nog liever) om de bouwwerkzaamheden uit te voeren voor afgaand aan het broedseizoen. Vleermuizen De begroeiing rondom het gehele gebied vormt geen primair jachtgebied van vleermuizen. Aantasting op essentieel foerageergebied van vleermuizen treedt door de herbestemming niet op. Vaste rust- en verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes zijn geheel uit te sluiten, omdat er geen sprake is van een hoog opgaande, goed ontwikkelde, bomenstructuur en het ontbreken van bebouwing waar vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn.
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden onderzoekslocatie Overlangelseweg 5a te Overlangel (ons kenmerk: 21-1014)
4
Effecten op vleermuizen zijn geheel uit te sluiten, daar er geen aantasting plaatsvindt op primaire foerageergebieden, vliegroutes en mogelijke verblijfplaatsen. In het kader van Wet natuurbescherming kan gesteld worden dat er geen overtredingen van verbodsbepalingen optreden en dat nader onderzoek niet benodigd is. Grondgebonden zoogdieren Op en rond het terrein kunnen enkele algemeen voorkomende grondgebonden soorten zoogdieren voorkomen. Het zal hier vooral gaan om enkele muizensoorten, bruine rat en mogelijk egel en konijn. Deze soorten kunnen het gebied gebruiken als foerageergebied. Marterachtigen zijn niet te verwachten, aangezien het terrein hiervoor niet optimaal is. Voorts zijn er geen sporen aangetroffen van marterachtigen die anders doen vermoeden. Er zijn geen holen en/of burchten aangetroffen terplekke van konijnen, vossen en/of dassen. Voorts bevindt zich het terrein buiten het verspreidingsgebied van andere zwaar beschermde soorten grondgebonden zoogdieren. Uit de geraadpleegde literatuur (Atlas van de Nederlandse Zoogdieren en waarneming.nl) blijkt dat er geen waarnemingen zijn van marterachtigen en andere beschermde soorten grondgebonden zoogdieren. Aangezien er geen zwaar beschermde soorten aanwezig zijn en/of te verwachten zijn kunnen de werkzaamheden uitgevoerd worden. Zoals beoogd In het kader van de algemene zorgplicht (art.
1.11 Wet natuurbescherming) is het wel noodzakelijk om eventuele werkzaamheden (zoals maaien) zoveel als mogelijk een richting op te doen. Daardoor krijgen eventueel aanwezige dieren de ruimte om zich te verplaatsen naar omliggende terreinen. Reptielen, vissen, amfibieën, dagvlinders, overige ongewervelden en libellen Op grond van de afwezigheid van het habitat is het uitgesloten dat er andere beschermde soorten zoals reptielen, vissen, amfibieën, dagvlinders, nachtvlinders, overige ongewervelden en libellen voorkomen op de onderzoekslocatie. Effecten op bovengenoemde soortgroepen zijn op voorhand dan ook geheel uit te sluiten. In het kader van de Wet natuurbescherming kan dan ook geconcludeerd worden dat er geen verdere acties noodzakelijk zijn voor deze soortgroepen.
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden onderzoekslocatie Overlangelseweg 5a te Overlangel (ons kenmerk: 21-1014)
5
Conclusies Op de onderzoekslocatie zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig en/of te verwachten. Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde. Op de onderzoekslocatie zijn geen beschikbare broedplekken aanwezig voor algemeen voorkomende soorten vogels. Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde. Grondbroedende vogelsoorten (zoals kieviet) kunnen het perceel als broedplek gebruiken. Geadviseerd wordt om de bouwwerkzaamheden voorafgaand aan het broedseizoen uit te voeren. Op deze manier vindt er geen moedwillige verstoring plaats. De locatie vormt geen geschikt leefgebied (voortplantingsplekken) voor marterachtigen zoals steenmarter, hermelijn, bunzing en wezel. Het gebied is wel mogelijk onderdeel van het jachtgebied maar er zijn rond de locatie voldoende alternatieven gebieden met meer structuurrijke biotopen beschikbaar. Effecten op deze soorten zijn dan ook geheel uit te sluiten. Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde. Er komen mogelijk enkele algemeen voorkomende soorten grondgebonden zoogdieren voor die het gebied gebruiken als foerageergebied/leefgebied. Hierbij valt te denken aan diverse muizensoorten, bruine rat, egel en mogelijk konijn. Echter kan geconcludeerd worden dat hier sprake is van werken onder voorwaarden van de Algemene Zorgplicht (zorgvuldig werken).
Overtredingen van verbodsbepalingen op zwaarder beschermde soorten (zoals das) treden niet op. Beschermde en/of bijzondere soorten reptielen, vissen, dagvlinders, nachtvlinders, libellen, amfibieën en overige ongewervelden zijn binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie geheel niet te verwachten. Dit komt omdat er geen optimale habitats aanwezig zijn voor deze soort(groep)en. Beschermde vaatplanten zijn eveneens op basis van het aanwezige habitat en het ontbreken van optimale groeiomstandigheden geheel uit te sluiten. In het kader van de Wet natuurbescherming kan gesteld worden dat er geen verdere vervolgonderzoeken en/of een ontheffingsprocedure noodzakelijk zijn. Met deze rapportage hoopt Ecolybrium jullie van dienst te zijn geweest. Uw reactie wordt dan ook zeer op prijs gesteld. Met vriendelijke groet,
Ecolybrium Ecologisch onderzoek & Advies Martijn Coenen
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden onderzoekslocatie Overlangelseweg 5a te Overlangel (ons kenmerk: 21-1014)
6
Bijlage 1 Geraadpleegde bronnen www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl (NDFF) Kleukers, R.M.J.C., E.J. van Nieukerken, B. Odé, L.P.M. Willemse & W.K.R.E. van Wingerden, 1997. De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera). – Nederlandse Fauna 1. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden 416 blz., 14 platen. Turin, H., 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). – Nederlandse Fauna 3. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, Leiden 666 blz., 16 platen, met cd-rom. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). - Nederlandse Fauna 7. Leiden. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden onderzoekslocatie Overlangelseweg 5a te Overlangel (ons kenmerk: 21-1014)
7
Bijlage 1b
- Quickscan ecologische waarden Kerkstraat 17a Overlangel
Hoofdkantoor: Heugterbroekdijk 31 6003 RA WEERT
Opdrachtgever:
Vestiging Maastricht: Florijnruwe 111-8 6218 CA MAASTRICHT
Datum: 30 december 2021
Bouwen in Overlangel- BIO T.a.v. de heer R. van der Beek De Jas 24 5357 EM OVERLANGEL
Onderwerp: Rapportage Quickscan Ecologische Waarden onderzoekslocatie Kerkstraat 17a, te Overlangel (ons kenmerk 21-1014)
Opgesteld door: De heer M.J.M. Coenen Geachte heer van der Beek, Hierbij ontvangt u van ons de rapportage inzake het uitgevoerde quickscanonderzoek ter plekke van de Kerkstraat 17a, te Overlangel, zie figuur 1.
Figuur 1: Onderzoekslocatie kerkstraat 17a, te Overlangel
Aanleiding Er zijn voornemens om de bebouwing op de locatie te slopen en om 9 woningen te bouwen. In het kader hiervan is het noodzakelijk om het bestemmingsplan te wijzigen en om de ingreep te toetsen aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. 06 462 55 985 info@ecolybrium.nl www.ecolybrium.nl
KVK nummer: 68599544 Bankrek.: NL19 KNAB 0257477624 BTW-nummer: NL857514313B01
Om het plan te kunnen toetsen is het noodzakelijk om een veldbezoek uit te voeren om zicht te krijgen op de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (planten en dieren).
Onderzoeksmethodiek Om erachter te komen of er op en rondom de bebouwing beschermde diersoorten voorkomen of geschikte groeiplekken zijn van bijzondere en/of beschermde planten, is de locatie middels een veldinspectie onderzocht en beoordeeld op geschiktheid voor soorten. Dit onderzoek is uitgevoerd op 24 november 2021. Er is tijdens het onderzoek verder gelet op mogelijke andere functies van soorten die rondom de onderzoekslocatie voor kunnen komen en het huidige gebied gebruiken als onderdeel van hun leefgebied.
Foto 1: Voormalig schoolgebouw aan de Doctor Ruijsstraat, Overlangel
Huidige situatie Het schoolgebouw is opgebouwd uit bakstenen muren, met een tamelijk stijl dak (met dakpannen). Qua bouwstijl ziet het er kloosterachtig uit, maar dan met maar twee verdiepingen, waarvan alleen de begane grond gebruiksvriendelijk is ingericht. De dakhoogte vanaf plafond naar de nok van het dak is maar beperkt en wordt ook niet actief gebruikt (hooguit als opslag). Rondom de school is het terrein grotendeels voorzien van een verharding (als speelplaats). Rondom de school is een ligusterhaag aanwezig en er staan enkele bomen op het terrein. De bebouwing is zichtbaar niet onderhouden de afgelopen jaren en daardoor zijn er diverse scheuren en openingen ontstaan.
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden onderzoekslocatie Kerkstraat 17a te Overlangel (ons kenmerk: 21-1014)
2
Aanwezige natuurwaarden Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) In de bebouwing zijn geen indicaties aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw of andere broedvogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Het gebouw heeft geen geschikte broedplekken voor bovengenoemde soorten. Onder de eerste rij pannen zit bovendien vogelschroot, waardoor vogels (huismus) niet onder de pannen kunnen kruipen om te nestelen.
Foto 2: De bebouwing is geheel ongeschikt voor soorten als huismus en gierzwaluw
De dakpannen zelf zijn strak gemonteerd waardoor er geen openingen aanwezig zijn die vogels toegang geven tot onderliggend dakbeschot. De aanwezige nokpannen zijn vastgezet in het cement waardoor geen enkele mogelijkheid is voor broedvogels om nestgelegenheid te vinden. Aan de zuidzijde van de bebouwing groeien twee redelijk jonge lindebomen in een grasvegetatie met enkele bloeiende kruiden. De bomen kunnen zéér beperkt dienen als broedgelegenheid voor algemeen voorkomende soorten broedvogels (mogelijk Turkse tortel en houtduif). Aan de achterkant is (uitheemse) bamboe aangeplant die door achterstallig onderhoud overwoekerd is geraakt. Hierin zullen geen vogels broeden, aangezien daar geen nesten in gemaakt kunnen worden.
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden onderzoekslocatie Kerkstraat 17a te Overlangel (ons kenmerk: 21-1014)
3
Foto 3: De lindebomen zijn erg jong en nauwelijks geschikt als broedbiotoop voor vogels
Effecten op broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) treden door de sloop en nieuwbouw niet op, omdat er geen sprake is van een goed ontwikkeld broedbiotoop wat verloren gaat door de beoogde werkzaamheden. In de directe omgeving (op belendende percelen) kunnen broedvogels voorkomen die mogelijk verstoord worden door de werkzaamheden. Ons advies is dan ook om de meest verstorende werkzaamheden (sloop) uit te voeren buiten de broedperiode (dus buiten half maart-half juli), of starten net voorafgaande aan het broedseizoen, dan is (opzettelijke) verstoring niet aan de orde en dan kunnen vogels zelf bepalen of ze willen nestelen in de omgeving waar gewerkt wordt. Meestal doen vogels dit namelijk niet. Vleermuizen Tijdens het onderzoek is geconcludeerd dat de school geschikte invliegopeningen biedt aan vleermuizen om als vaste rust- en verblijfplaatsen te dienen. Tussen de kozijnen zijn verschillende spleten die als openingen kunnen dienen voor de vleermuizen. Daarnaast is er een uitwerpsel van een dwergvleermuis (spec.) aangetroffen, zie foto 4. Er zijn enkele dakpannen die scheefliggen en of andere gebreken vertonen, waardoor vleermuizen de onderliggende ruimte kunnen bereiken.
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden onderzoekslocatie Kerkstraat 17a te Overlangel (ons kenmerk: 21-1014)
4
Foto 4: Uitwerpsel van dwergvleermuis (spec.) (rood omcirkeld) en mogelijke invliegopening (geel omlijnd)
In het kader van de Wet natuurbescherming kan geconcludeerd worden dat er sprake is van mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Om hier zicht op te krijgen is nader onderzoek naar het gebruik van het pand door vleermuizen noodzakelijk. Uit het literatuuronderzoek is naar voren gekomen dat de kerk aan de noordkant een vaste rust- en verblijfplaatsen vormt voor de gewone grootoorvleermuis. Gelet op de bouw van de voormalige school, dient te worden opgemerkt dat er mogelijk sprake is van een blinde zolder of een geheel ongebruikte zolder, zodat deze ruimte als verblijfplaats dienst kan doen. Blinde zolders zijn geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gewone grootoorvleermuizen. De beplanting op en rondom de ingreeplocatie vormt echter geen optimaal ontwikkeld foerageergebied voor de gewone grootoorvleermuis. De vegetatie bestaat uit slechts twee bomen waar de gewone grootoorvleermuis kunnen foerageren. Voor andere soorten is de vegetatie niet van dermate diversiteit en grootte om als een essentieel foerageergebied te functioneren. Om dezelfde reden zal het gebied niet geschikt zijn als primaire vliegroute voor deze soorten. Er wordt verwacht dat gedurende de avondperiode gejaagd worden door enkele soorten (waaronder de gewone grootoorvleermuis) in gering aantal. Effecten op primaire vliegroutes en essentieel jachtgebied van vleermuizen is op voorhand uit te sluiten.
Nader onderzoek is dan ook niet aan de orde. Vaatplanten (muurplanten) Op en rondom de bebouwing en het terrein zijn geen beschermde en/of bijzondere vaatplanten aangetroffen die enige hinder kunnen ondervinden, of hun groeiplaats verliezen door de beoogde werkzaamheden. Ook uit de literatuur blijkt dat er geen verspreidingsgegevens bekend zijn van beschermde of bijzondere planten in de buurt van het perceel. Effecten op beschermde en/of kwetsbare plantensoorten of vegetatie is daarmee dan ook geheel uit te sluiten.
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden onderzoekslocatie Kerkstraat 17a te Overlangel (ons kenmerk: 21-1014)
5
Overige soorten Andere beschermde soorten, zoals amfibieën, reptielen, vissen, libellen, dagvlinders, grondgebonden zoogdieren en andere ongewervelden, zijn niet aangetroffen en ook niet te verwachten op de locatie. Hiervoor zijn geen (optimaal ontwikkelde) leefgebieden aanwezig. De locatie ligt binnen het jachtgebied van steenmarters, maar vormt qua habitat geen belangrijk onderdeel van het leefgebied, omdat er geen geschikte groenelementen aanwezig zijn waar prooidieren aanwezig zijn. Tijdens het veldbezoek zijn er geen sporen aangetroffen wat op de aanwezigheid van de steenmarter doet blijken. Literatuurstudie en internetbronnen (bijlage 1) Op en rondom de locatie zijn verspreidingsgegevens bekend van bijzondere en beschermde soorten, echter deze gegevens zijn dermate inaccuraat dat hieruit niet opgemaakt kan worden waar de exacte vindplaatsen/groeiplekken zich bevinden. Op basis van expert judgement kan geconcludeerd worden dat de gebouwen en het aangrenzende gebied/habitat zeker niet geschikt is voor beschermde en/of bijzondere soorten. Gezien de stedelijke ligging van het terrein is dit ook niet te verwachten.
Conclusies Op basis van het veldonderzoek en de toetsing aan de Wet natuurbescherming (Wnb) kan gesteld worden dat: Er voor de huismus, gierzwaluw, huiszwaluw en andere broedvogels met jaarrond beschermde nesten geen mogelijke nestplaatsen aanwezig zijn. Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde, evenals het aanvragen van een ontheffing of het treffen van mitigerende maatregelen. Effecten op aanwezige broedvogels in de directe omgeving voorkomen kunnen worden door de werkzaamheden zoveel als mogelijk uit te voeren buiten de broedperiode, of te starten voorafgaande aan de broedperiode (met doorloop in het broedseizoen). Er mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing. Nader onderzoek is nodig om vast te stellen of het gebouw dienstdoet als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. Er geen primaire vliegroutes of essentiële foerageergebieden aanwezig zijn. Nader onderzoek is aan de orde. Er op basis van de resultaten gesteld kan worden dat er in het kader van de Wet natuurbescherming geen effecten op andere soorten (zoals grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en overige ongewervelden) optreden en dat daarmee geen knelpunten ontstaan in de het kader van de Wet natuurbescherming. Met deze rapportage hoopt Ecolybrium jullie van dienst te zijn geweest.
Uw reactie wordt dan ook zeer op prijs gesteld. Met vriendelijke groet, Ecolybrium Ecologisch onderzoek & Advies
Martijn Coenen
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden onderzoekslocatie Kerkstraat 17a te Overlangel (ons kenmerk: 21-1014)
6
Bijlage 1 Geraadpleegde bronnen www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl (NDFF) Kleukers, R.M.J.C., E.J. van Nieukerken, B. Odé, L.P.M. Willemse & W.K.R.E. van Wingerden, 1997. De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera). – Nederlandse Fauna 1. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden 416 blz., 14 platen. Turin, H., 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). – Nederlandse Fauna 3. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, Leiden 666 blz., 16 platen, met cd-rom. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). - Nederlandse Fauna 7. Leiden. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden onderzoekslocatie Kerkstraat 17a te Overlangel (ons kenmerk: 21-1014)
7
Bijlage 2a
- Stikstofdepositie bouwen in Overlangel te Overlangel
Rapportage M - QUO - 21364-X0B7L9_V3 Voortoets Stikstofdepositie bouwen aan Kerkstraat en Overlangelseweg te Overlangel 31-3-2023
Voortoets Stikstofdepositie adres
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................................................ 2
2
Algemene gegevens .................................................................................................................... 3
3
Rekenmodel ................................................................................................................................. 4
4
Literatuurgegevens ..................................................................................................................... 5
5
Emissies ........................................................................................................................................ 6 5.1
Beschrijving project ............................................................................................................. 6
5.2
Emissiebronnen in de aanlegfase....................................................................................... 8
5.2.1
Verkeersbewegingen door bouwverkeer in aanlegfase ............................................ 8
5.2.2
Emissie mobiele werktuigen in aanlegfase ................................................................ 9
5.2.3
Stationair draaien van vrachtwagens ....................................................................... 11
5.3
Emissiebronnen in de gebruiksfase ................................................................................. 11
5.3.1
Emissie vanuit de nieuwe woning(en) ....................................................................... 11
5.3.2
Emissie vanuit de verkeer aantrekkende werking in de gebruiksfase ................... 12
6
Rekenresultaten ........................................................................................................................ 15
7
Buitenlandse Natura 2000-gebieden ....................................................................................... 16
8
Conclusie .................................................................................................................................... 17
9
Bijlagen ....................................................................................................................................... 18
Pagina 1 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
1
Inleiding
Woningbouwplannen, in alle diversiteit, kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Het gebruik van woningen (in de gebruiksfase) kan leiden tot een emissie van stikstofoxide (NO x). Deze emissie kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van gas en aan de woning(en) gerelateerde autoverkeer. Ook kan er sprake zijn van een emissie van stikstofoxide als gevolg van de bouwwerkzaamheden (in de aanlegfase), bijvoorbeeld de aanvoer van bouwmaterialen en grondverzet op de bouwplaats. In dit rapport worden de stikstofemissies en stikstofdeposities inzichtelijk gemaakt en wordt getoetst of er sprake is van (een toenemende) stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000gebieden. Handreiking Voortoets Stikstof, februari 2021 BIJ12 heeft n.a.v. de uitspraak van Raad van State van 29 mei 2019 (en een aantal uitspraken daarna) een handreiking opgesteld welke als tool gebruikt kan worden voor woningbouwprojecten. De handreiking is opgesteld om inzicht te geven in de gevolgen van de uitspraak. In de handreiking is relevante informatie opgenomen die gebruikt kan worden bij de afweging van de eventuele gevolgen van stikstofdepositie bij woningbouwprojecten. In deze voortoets is rekening gehouden met de werkwijze zoals opgenomen in het stappenplan uit de Handreiking (zie bijlage 1).
Pagina 2 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
2
Algemene gegevens
Opdrachtgever: Naam:
Bouwen in Overlangel – BIO
Adres:
De Jas 24
Postcode en plaats:
5357 EM Overlangel
Opdrachtnemer: Bedrijf:
Van Empel Inspecties en Advisering
Afdeling:
Van Empel Milieu Advies
Adres:
Stökskesweg 11 Bergeijk
Postadres:
Postbus 31, 5570 AA Bergeijk
Telefoonnummer:
+31 (0)88 17 00 100
Email:
milieu@vanempelinspecties.com
Objectgegevens: Adres:
Kerkstraat en Overlangelseweg
Plaats:
Overlangel
Rapportgegevens: Rapportnummer:
QUO-21364-X0B7L9_V3
Datum Rapportage:
31-03-2023
Rapporteur:
K. Hoeks
Pagina 3 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
3
Rekenmodel
AERIUS-Calculator is het rekeninstrument voor het bepalen van de stikstofdepositie van activiteiten. Alle typen emissiebronnen (punten, lijnen en vlakken) van stikstof (NOx en NH3) kunnen in AERIUS-Calculator ingevoerd worden. AERIUS-Calculator heeft ten behoeve van het gebruikersgemak veel voorkomende typen bronnen van diverse sectoren (bijvoorbeeld industrie, landbouw, verkeer en vervoer) gedefinieerd. Daarbij zijn voor diverse bronkenmerken default waarden ingevuld die gebruikt worden als de gebruiker zelf geen aangepaste waarde invoert. Gebouwinvloed Wanneer een emissiebron op een gebouw staat, of dicht bij een gebouw is gelegen, kan dit gebouw de verspreiding van de emissies beïnvloeden. Er dient in concentratie- en depositieberekeningen rekening te worden gehouden met gebouwinvloed wanneer aan alle onderstaande vier criteria wordt voldaan: 1. De bron wordt gemodelleerd als een stationaire puntbron, zoals het geval is bij o.a. schoorstenen; 2. De puntbron staat op een dominant gebouw, of dichtbij een of meerdere dominante gebouwen. Een dominant gebouw is een gebouw dat een relatief groot obstakel vormt in zijn omgeving; 3. De hoogte van het emissiepunt is minder dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw; 4. De afstand van de emissiebron tot de meest nabije stikstofgevoelige natuur is minder dan 3 kilometer.
Het gaat hier dus om de afstand tussen de bron met gebouwinvloed en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten in Natura 2000gebieden (dit zijn de locaties waarop AERIUS de bijdrage aan de stikstofdepositie berekent). Na 3 km mag gebouwinvloed voor aanvragen worden verwaarloosd. Voor onderhavige onderzoek en beschikbare informatie geldt dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met gebouwinvloed aangezien niet aan alle 4 de criteria wordt voldaan: Van toepassing?
Criteria In onderhavige situatie is sprake van stationaire puntbron(nen). In de directe omgeving van het plangebied is sprake van de aanwezigheid van dominante gebouwen. De hoogte van het emissiepunt is meer dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten in Natura 2000gebieden is op < 3 kilometer gelegen.
EINDCONCLUSIE criteria De gebouwinvloed is te verwaarlozen.
Pagina 4 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Wel ☐ ☐
Niet ☒ ☒
☐ ☐
☒ ☒
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
4
Literatuurgegevens
Voor deze rapportage is gebruik gemaakt van literatuurgegevens uit de volgende rapporten: - Handboek Werken met AERIUS Calculator (versie 2022, 26 januari 2023); - Handreiking Voortoets Stikstof van februari 2021, BIJ12; - Instructie-gegevensinvoer-AERIUS-Calculator-2022 (versie januari 2023); - Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningen (bron www.tno.nl); - TNO rapport: ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305; - CROW-Publicatie 381.
Pagina 5 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
5
Emissies
De relevante emissie, met effect op de vermestende stikstofdepositie, zijn NO x en NH3. NOx emissie ontstaat bij het verbranden van fossiele brandstoffen. Dit vindt plaats in de aanwezige verbrandingsinstallaties en mobiele voertuigen. Deze emissies worden onder andere veroorzaakt bij het in werking zijn van machines, werktuigen, en door transport van en naar de locatie en dergelijke. In dit onderzoek is de stikstofemissie en -depositie van de beoogde aanlegfase en gebruiksfase inzichtelijk gemaakt. 5.1
Beschrijving project
Men is voornemens om in Overlangel 19 woningen te realiseren. De woningen zijn op twee locaties in het dorp beoogd, namelijk: 9 woningen op de hoek Kerkstraat met de Dr. Ruijsstraat; - 10 woningen aan de Overlangelseweg en Kromstraat te liggen. Ten behoeve van de wijziging bestemmingsplan voor onderhavig plan dient aangetoond te worden dat er geen sprake is van significante negatieve gevolgen met betrekking tot stikstofdepositie. In onderstaande afbeeldingen is het plan verder verduidelijkt.
2
1 Afbeelding 1: situatieoverzicht projectlocaties (bron Google maps)
Pagina 6 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
Afbeelding 2: plattegrond beoogd projectlocatie 1 Kerkstraat
Afbeelding 3: plattegrond beoogd projectlocatie 2 Overlangelseweg
Voor de tekeningen van beide plannen wordt verwezen naar de aanvraag wijziging bestemmingsplan.
Pagina 7 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
5.2
Emissiebronnen in de aanlegfase
Bij de realisatie van onderhavige woningbouw vinden in de aanlegfase bouwactiviteiten plaats. In deze fase zijn met enige regelmaat machines en werktuigen nodig. In deze paragraaf wordt de inzet van werktuigen en machines van onderhavige ontwikkeling verder toegelicht. De tijdelijke bijdrage van de emissies bij aanleg zijn afzonderlijk berekend aan de hand van een royale inschatting (worst-case-scenario). Voor de aanlegfase van de woning(en) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Totale bouwtijd: 1 jaar; • Werkbare dagen: 260 werkdagen. Over het algemeen worden de grotere partijen bouwmaterialen aangeleverd met behulp van vrachtwagens. Dagelijks vinden er ook verkeersbewegingen plaats met behulp van bedrijfswagens (al dan niet gecombineerd met aanhanger). Deze bedrijfswagens worden naast het vervoer van werklui en de benodigde gereedschappen en machines ook gebruikt voor de aan- en afvoer van materialen (waaronder steigermateriaal, stroomvoorzieningen et cetera). 5.2.1 Verkeersbewegingen door bouwverkeer in aanlegfase Voor het project is een realistische inschatting gemaakt van het aantal voertuigen voor de aanvoer van bouwmaterialen en afvoer van bouwafval en dergelijke. De invoer in AERIUS is gericht is op het aantal vervoersbewegingen. Dit betekent dat als een weg met heen- en teruggaand verkeer wordt gemodelleerd.
In AERIUS zijn derhalve de gegevens uit onderstaande tabel ingevoerd. Projectlocatie Type woning
1. Kerkstraat
2 Overlangelseweg
Aantal woningen
Aantal verkeersbewegingen1 per type woning (totaal)
Totaal verkeersbewegingen per jaar
Licht verkeer
Zwaar verkeer
Licht verkeer
Zwaar verkeer
Tussenwoning
3
105
14
315
42
Hoekwoning
4
120
16
480
48
Twee-onder-één-kap
2
120
16
240
32
Totaal:
9
-
-
1.035
122
Twee-onder-één-kap
10
120
16
1.200
160
Totaal
10
-
-
1.200
160
Tabel 1: Voertuigbewegingen in de aanlegfase
Voor de voertuigbewegingen in de aanlegfase is rekening gehouden met dezelfde rijlijn/rijlijnen zoals toegelicht in paragraaf 5.3.
1
1 voertuig = 2 verkeersbewegingen
Pagina 8 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
5.2.2 Emissie mobiele werktuigen in aanlegfase Mobiele werktuigen zijn machines of voertuigen die geen gebruik maken van de openbare weg en bijvoorbeeld worden ingezet in de industrie, landbouw of bij bouwprojecten. Voor de emissie vanuit de mobiele werktuigen wordt gebruik gemaakt van het TNO-rapport “TNO 2021 R12305”. Voor de inzet machines en werktuigen is gekeken naar de benodigde acties op de percelen. Aan perceel 1, de Kerkstraat, zal eerst de bestaande bebouwing worden gesloopt met behulp van een verreiker en vrachtwagens voor de afvoer van het puin. Bij het bouwrijp maken van de percelen zullen graafmachines beide locaties egaliseren en funderingen uitgraven. Met behulp van een minigraver zullen kabels en rioleringen worden aangelegd. Hierbij is rekening gehouden dat enkele materialen aangevoerd worden en mogelijk grond afgevoerd dient te worden. Gedurende de bouw van de woningen zullen vrachtwagens materialen aan- en afvoeren. Daarbij zullen betonstorters en -pompen het beton aanleveren voor de fundering, vloeren en verdiepingsvloer. Hijskranen, verreikers en hoogwerkers zullen in de ruwbouw en afbouw worden ingezet voor onder andere het verplaatsen van materialen, bouwen in de hoogte, plaatsen van verdiepingsvloeren, dak, kozijnen en ramen.
De minigraver en trilplaat zal veelal worden ingezet in de afbouw, gedurende het inrichten van terreinen en aanbrengen van verhardingen.
Tussenwoning
3
1,5
4,5
1,5
4,5
1,17
3,51
Hoekwoning
4
2
8
2
8
1,33
5,32
2
2
4
2
4
1,33
2,66
2,5
Verreiker (100 KW, vanaf 2014)
1/1
Hijskraan (200 KW, vanaf 2014)
Vrachtwagens (200 KW, vanaf 2014)
Aantal woningen
1/1
Trilplaat/ stamper (10 KW, vanaf 2014)
Betonstorters/ pompen (200 KW, vanaf 2014)
Type woning
1/1
Type werktuig
Minigraver (<56 KW, vanaf 2014)
Graafmachine (200 KW, vanaf 2014)
In verband met de bouwactiviteiten in de aanlegfase is rekening gehouden met het volgende aantal draaiuren per ingezet werktuig/machine2.
totaal
1/1
totaal
1/1
1/1
2
6
1
3
2
6
2
6
2,5
10
1
4
2,5
10
2,5
10
5
1
2
2,5
5
2,5
5
Draaiuren (uur)
Twee-onderéén-kap Totaal
totaal
totaal
totaal
1/1
16,5 16,5 11,49 21 9 9 Tabel 2: Inzet machines en werktuigen(in draaiuren) in de aanlegfase projectlocatie 1. Kerkstraat
totaal
totaal
21
Details ten aanzien van de inzet van machines en werktuigen zijn in dit stadium nog niet geheel bekend. In dit onderzoek is derhalve rekening gehouden met een royale inschatting van de inzet van machines en werktuigen bij vergelijkbare woningbouw. 2
Pagina 9 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
21
Trilplaat/ stamper (10 KW, vanaf 2014)
Hijskraan (200 KW, vanaf 2014)
Verreiker (100 KW, vanaf 2014)
1/1
totaal
1/1
totaal
1/1
totaal
1/1
totaal
1/1
totaal
1,33
13,3
2,5
25
1
10
2,5
25
2,5
25
20 20 13,3 25 10 10 Tabel 3: Inzet machines en werktuigen(in draaiuren) in de aanlegfase projectlocatie 2. Overlangelseweg
25
Aantal woningen
1/1
totaal
totaal
10
2
20
2
20
Type werktuig
Minigraver (<56 KW, vanaf 2014)
Vrachtwagens (200 KW, vanaf 2014)
1/1
Graafmachine (200 KW, vanaf 2014)
Betonstorters/ -pompen (200 KW, vanaf 2014)
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
Draaiuren (uur)
Type woning Twee-onderéén-kap Totaal
25
In onderstaande tabellen is de vereiste inzet van machines en werktuigen2 van de aanlegfase per locatie weergegeven. Type werktuig Bouwjaar Brandstof Stage Vermogen SCR Brandstof AdBlue Aantal Brandstof AdBlue vanaf klasse/ (kW) l/uur3 l/uur4 draaiuren l/jaar l/jaar type per jaar 5 Graafmachine 2014 Diesel IV 75-560 Ja 12,3 0,37 17 209 6 Betonstorters / 2014 Diesel IV 75-560 Ja 12,3 0,37 17 209 6 pompen Hijskranen 2014 Diesel IV 75-560 Ja 6,1 0,18 21 128 4 Verreiker 2014 Diesel IV 75-560 Ja 4,6 0,32 21 97 7 Minigraver 2014 Diesel IV <=56 n.v.t. 10,5 n.v.t. 21 221 n.v.t. Trilplaat/Stamper 2014 Benzine 2takt 10 n.v.t. 1,2 n.v.t. 9 11 n.v.t. Tabel 4: Invoergegevens AERIUS mobiele werktuigen projectlocatie 1. Kerkstraat Type werktuig Bouwjaar Brandstof Stage Vermogen SCR Brandstof AdBlue Aantal Brandstof AdBlue vanaf klasse/ (kW) l/uur l/uur draaiuren l/jaar l/jaar type per jaar Graafmachine 2014 Diesel IV 75-560 Ja 12,3 0,37 20 246 7 Betonstorters / 2014 Diesel IV 75-560 Ja 12,3 0,37 20 246 7 pompen Hijskranen 2014 Diesel IV 75-560 Ja 6,1 0,18 25 153 5 Verreiker 2014 Diesel IV 75-560 Ja 4,6 0,32 25 115 8 Minigraver 2014 Diesel IV <=56 n.v.t. 10,5 n.v.t. 25 263 n.v.t. Trilplaat/Stamper 2014 Benzine 2takt 10 n.v.t. 1,2 n.v.t. 10 12 n.v.t. Tabel 5: Invoergegevens AERIUS mobiele werktuigen projectlocatie 2. Overlangelseweg
Berekend op basis van het gemiddeld brandstofverbruik per type machine conform tabel 7 uit het TNO-rapport | TNO 2021 R12305. Dit is inclusief te slopen bebouwing, realiseren van aan- of bijgebouwen, aanleg van tuinen, plantsoenen en overige nfrastructuur (wegen, paden of parkeerplaatsen), indien van toepassing binnen onderhavige ontwikkeling. 4 Het AdBlue-verbruik van nieuwere en grotere machines, met SCR wordt (conform rapport TNO 2021 R12305) ingeschat tussen 3% en 6% van het gemiddelde brandstofverbruik. Voor de worst-case is voor werktuigen van stageklasse IV rekening gehouden met een AdBlue-verbruik van 3%. 5 De opgave van aantal uren betreft het aantal draaiuren dat de machines in werking zijn. In AERIUS worden (conform Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator) alle uren dat de motor draait, dus ook als de motor stationair draait als waarde gevoerd. Hierin is tevens de lage motorlast tijdens het manoeuvreren van de voertuigen inbegrepen. 3
Pagina 10 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
5.2.3 Stationair draaien van vrachtwagens Voor het stationair draaien van vrachtwagens (inclusief manoeuvreren) wordt rekening gehouden met een (worst-case) bedrijfstijd van circa 10 minuten per vrachtwagen gemiddeld. Bij een totaal van 141 vrachtwagens komt dit overeen met 24,79 uur stationair draaien van vrachtwagens per jaar. Conform de spreadsheet 202108-Emissiefactoren-voor-de-berekening-stationaire-emissiewegverkeer van BIJ12 is de NOx-emissie van stationair draaien van vrachtwagens 81,6744 gram/uur en de NH3-emissie 0,8652 gram/uur. Voor het stationair draaien van vrachtwagens voor projectlocatie 1 is rekening gehouden met: -
11,49 uur x 81,6744 gram/uur = 938,4 gram = 0,9384 kg NOx 11,49 uur x 0,8652 gram per uur= 9,94 gram = 0,0099 kg NH3
Voor het stationair draaien van vrachtwagens voor projectlocatie 2 is rekening gehouden met: -
5.3
13,3 uur x 81,6744 gram/uur = 1.086,27 gram = 1,08627 kg NOx 13,3 uur x 0,8652 gram per uur= 11,5 gram = 0,0115 kg NH3 Emissiebronnen in de gebruiksfase
Voor bronnen in de sector wonen en werken is er vaak geen specifieke informatie beschikbaar over de uitstoothoogte en de warmte-emissie, waardoor het nodig is gebruik te maken van de default kengetallen. Aangezien bij dit project de emissies voor wonen niet bekend zijn wordt gebruik gemaakt van de kengetallen uit de factsheet ‘Ruimtelijke plannen – emissiefactoren’ op de AERIUS-website (www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannen-emissiefactoren)6. Deze kengetallen zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het College Bescherming persoonsgegevens (CBP). 5.3.1 Emissie vanuit de nieuwe woning(en) Ter plaatse van het projectgebied worden 19 nieuwe woning(en) gerealiseerd. Deze woningen worden aardgasloos gebouwd. Ondanks de verwachting dat de woningen geen emissie NOx veroorzaakt wordt in dit onderzoek rekening gehouden met de kengetallen die zijn opgenomen in de factsheet. In dit geval wordt aangesloten bij de emissiekengetallen voor type “Nieuwbouwwoningen”7.
In de toelichting van de factsheet wordt vermeld dat de groene waarden gebruikt kunnen worden voor de AERIUS-berekening. Derhalve zijn de groene waarden m.b.t. NOx/kg/jaar aangehouden in deze toetsing. 7 De Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) en bouwbesluit stuurt erop aan dat nieuwbouwwoningen per 1 juli 2018 aardgasloos gerealiseerd moeten worden. De wetgeving biedt wel ruimte aan het college van B&W om bij zwaarwegende redenen van algemeen belang uitzonderingen te maken en toch in een gasaansluiting te voorzien (het “Nee, tenzij” principe). Naast aardgas zou t.b.v. de verwarming van nieuwbouwwoningen ook andere brandstoffen toegepast kunnen worden zoals bijvoorbeeld houtpellet- of biomassakachel. Volledigheidshalve wordt derhalve rekening gehouden met de standaard emissiegetallen uit de factsheet (worst-case). 6
Pagina 11 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
Type woning Nieuwbouw
NOx in kg/jaar Appartement
1,11
Tussenwoning
1,55
Hoekwoning
1,83
2-onder-één-kap
2,17
Vrijstaande woning
3,03
Tabel 6: Emissiekengetallen factsheet “Ruimtelijke plannen – emissiefactoren”
De totale emissie vanuit de beoogde woning(en) is als volgt: Consumenten
Aantal
NOx in kg/jaar
Tussenwoningen
3
4,65
Hoekwoningen
4
7,32
Twee-onder-een-kap
2
4,34
Totaal
9
16,31
Tabel 7: Emissie beoogde situatie projectlocatie 1. Kerkstraat
Consumenten
Aantal
NOx in kg/jaar
Twee-onder-een-kap
10
21,7
Totaal
10
21,7
Tabel 8: emissie beoogde situatie projectlocatie 2. Overlangelseweg
5.3.2 Emissie vanuit de verkeer aantrekkende werking in de gebruiksfase Projecten kunnen leiden tot extra verkeer en vervoer (wegverkeer) van en naar het projectgebied. Het extra verkeer is berekend op basis van de landelijke CROW-richtlijnen. In de kerncijfers wordt een uitsplitsing gemaakt tussen diverse woningtypen. Elk woningtype genereert namelijk een ander aantal voertuigen per weekdagetmaal. In onderstaande tabel zijn de verschillende kengetallen voor verkeersgeneratie weergegeven. Woningtype
Minimaal CROWkengetal Tussen/hoekwoning (koop) 6,9 Twee-onder-één-kap (koop) 7,3 Etage duur (huur) 5,5 Vrijstaande woning (koop) 7,7 Sociale woning (huur) 5,0 Tabel 9: CROW-kengetallen per woningtype
Maximaal CROWkengetal 7,7 8.1 6,3 8,5 5,8
Pagina 12 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Gemiddeld CROWkengetal 7,3 7,7 5,9 8,1 5,4
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
De CROW geeft twee mogelijke kengetallen, een minimaal en een maximaal kengetal. Voor de berekening van het extra verkeer is, zoals gebruikelijk, het gemiddelde van deze twee gehanteerd. Voor de woningen wordt aangesloten bij het gemiddeld kengetal per woningtype. Woningtype
Gemiddeld CROWkengetal 7,3 7,7
Aantal woningen
Gemiddeld CROWkengetal 7,7
Aantal woningen
Tussen/hoekwoning (koop) 7 Twee-onder-één-kap (koop) 2 Totaal 9 Tabel 10: berekening aantal voertuigbewegingen projectlocatie 1. Kerkstraat Woningtype
Twee-onder-één-kap (koop) 10 Totaal 10 Tabel 11: berekening aantal voertuigbewegingen projectlocatie 2. Overlangelseweg
Aantal extra bewegingen 51,1 15,4 66,5
Aantal extra bewegingen 77,7 77,7
Wanneer verkeer- en vervoersbewegingen van en naar het projectgebied worden meegenomen als emissiebron, dan moet vervolgens bepaald worden tot welke afstand deze moeten worden meegenomen in het onderzoek. Hier zijn in de praktijk geen harde criteria voor. Er dient in alle gevallen een onderbouwde afweging gemaakt te worden tot waar het verkeer meegenomen wordt. Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.8 In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot slechts enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Voor onderhavig project is rekening gehouden met de volgende verdeling: -
8
Van en naar projectlocatie 1 (Kerkstraat) gaat 100% verkeer in zuidelijke richting over de Kerkstraat. Op de kruising met de Oude Graafsestraat linksaf. Vanaf de splitsing met de Oude Graafsestraat met de Vingelenweg is het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld;
Hierbij wordt aangesloten bij de huidige jurisprudentie: -
Uitspraak Raad van State E03.99.0110, 20 juni 2001; Uitspraak Raad van State 200803554/1, 14 januari 2009; Uitspraak Raad van State 201506346/1/A1 van 6 juli 2016; Uitspraak Raad van State 201807760/5/R3 van 1 september 2021.
Pagina 13 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
-
-
-
Van en naar projectlocatie 2 (Overlangelseweg) gaat 20% verkeer via Overlangelseweg in oostelijke richting. Op de kruising met de Kerkstraat rechtsaf naar de Oude Graafsestraat. Op de kruising met de Oude Graafsestraat linksaf. Vanaf de splitsing met de Oude Graafsestraat met de Vingelenweg is het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld; Van en naar projectlocatie 2 (Overlangelseweg) gaat 20% verkeer via Kromstraat in zuidelijke richting. Op de kruising met de Overlangelseweg linksaf naar de Overlangelseweg. Op de kruising met de Maasdijk is het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld; Van en naar projectlocatie 2 (Overlangelseweg) gaat 60% verkeer via de Overlangelseweg in westelijke richting. Op de kruising met de Vlierbosstraat rechtsaf. Vanaf de kruising met de Kalfsheuvel is het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
Pagina 14 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
6
Rekenresultaten
Voor onderhavige berekeningen is gebruik gemaakt van de meest recente versie van AERIUSCalculator (beschikbaar via https://www.aerius.nl/nl). Via de module is het mogelijk om pdfbestanden te genereren vanuit AERIUS-Calculator. Deze Pdf-bestanden zijn onderdeel van deze rapportage en worden gelijktijdig in dit rapport aangeboden. Pdf-bestand(en) van de volgende berekening(en) is toegevoegd (bijlage 2): - Aanlegfase: AERIUS_projectberekening_20230330162626_AanlegfasebouweninOver langelRkTXcZfceqJN; - Gebruiksfase: AERIUS_projectberekening_20230330161804_GebruiksfasebouweninOver langelS1g3Ez91fH2h.
Afbeelding 4: rekenresultaten AERIUS-Calculator aanlegfase
Afbeelding 5: rekenresultaten AERIUS-Calculator gebruiksfase
Uit de rekenresultaten blijkt dat de stikstofdepositie van de aanlegfase en gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Pagina 15 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
7
Buitenlandse Natura 2000-gebieden
AERIUS rekent niet standaard de belasting op in het buitenland gelegen Natura 2000-gebieden. Hierdoor worden de effecten op deze gebieden niet direct in beeld gebracht bij de berekening van de belasting op de omliggende Natura 2000-gebieden. De projectlocatie is binnen 25 km van de landsgrens gelegen. Om aan te tonen dat onderhavig plan geen significant negatieve gevolgen heeft, ten aanzien van Natura 2000-gebieden in het buitenland, is gebruik gemaakt van de optie binnen AERIUS-Calculator om automatisch rekenpunten te plaatsen op de dichtstbijzijnde Natuurgebieden in het buitenland. Hiervoor worden ter plaatse van buitenlandse natuurgebieden op grens tussen Nederland rekenpunten toegevoegd. In onderstaande afbeeldingen is de ligging van deze rekenpunten en de belasting weergegeven.
Afbeelding 6: Ligging en rekenresultaten eigen rekenpunten aanlegfase
Afbeelding 7: Ligging en rekenresultaten eigen rekenpunten gebruiksfase
Uit de rekenresultaten blijkt dat de stikstofdepositie van de aanlegfase en gebruiksfase op de buitenlandse natuurgebieden 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Pagina 16 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
8
Conclusie
In deze rapportage zijn de te verwachten effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden in kaart gebracht. Uit de rekenresultaten blijkt dat de gewenste ontwikkeling in de aanlegfase en de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie in de beoogde situatie bedraagt 0,00 mol/ha/jr. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de beoogde situatie, geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Conform de “Handreiking Voortoets Stikstof van BIJ12 is geen passende beoordeling noodzakelijk.
Pagina 17 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
9
Bijlagen
De volgende bijlagen zijn toegevoegd: Bijlage
Naam
1
Stappenplan ‘Handreiking Voortoets Stikstof’ van februari 2021
2
Pdf-bestand(en) AERIUS-Calculator
Pagina 18 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
Bijlage 1 – Stappenplan
Pagina 19 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Rapportnummer: QUO-21364-X0B7L9_V3 © van Empel Inspecties en Advisering
Bijlage 2 – Pdf-bestand(en) AERIUS-Calculator
Pagina 20 van 20 F60_02A Rapportage M – Stikstofdepositie
woningbouw - 20230127
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Aanlegfase bouwen in Overlangel - Beoogd
Resultaten
Aanlegfase bouwen in Overlangel - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RkTXcZfceqJN (30 maart 2023)
Van Empel Milieu Advies Kerkstraat en Overlangelseweg, 5371 Overlangel Bouwen in Overlangel Aanlegfase 19 woningen in Overlangel RkTXcZfceqJN 30 maart 2023, 17:15 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2023 -
0,4 kg/j
37,3 kg/j
2/10
Projectberekening
Aanlegfase bouwen in Overlangel (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Projectocatie 1 Kerkstraat 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Projectlocatie 2 Overlangelseweg 7 Anders... | Anders... | Stationair draaien vrachtwagens bij projectocatie 1 Kerkstraat (1) 8 Anders... | Anders... | Stationair draaien vrachtwagens bij projectocatie 2 Overlangelseweg Verkeersnetwerk
RkTXcZfceqJN (30 maart 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,2 kg/j 0,2 kg/j 9,9 g/j 11,5 g/j 36,4 g/j
15,7 kg/j 18,5 kg/j 0,9 kg/j 1,1 kg/j 1,0 kg/j
3/10
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RkTXcZfceqJN (30 maart 2023)
4/10
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase bouwen in Overlangel" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RkTXcZfceqJN (30 maart 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/10
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
1 2 3 4 5 6 7 8 9
RkTXcZfceqJN (30 maart 2023)
Naam
Rekenpunt 1: Wyler Meer (Teilfläche des NSG Düffel)
Coördinaat
X:193455,67 Y:426250,55 Rekenpunt 2: Wyler Meer (Teilfläche des NSG Düffel) X:194317,7 Y:425478,17 Rekenpunt 3: Vogelschutsgebiet 'Unterer Niederrhein' X:195330,39 Y:424158,25 Rekenpunt 4: Vogelschutsgebiet 'Unterer Niederrhein' X:196589,52 Y:423100,54 Rekenpunt 5: Vogelschutsgebiet 'Unterer Niederrhein' X:197373,68 Y:422804,52 Rekenpunt 6: Vogelschutsgebiet 'Unterer Niederrhein'NSG X:199043,01 Y:422370,89 Kranenburger Bruch Rekenpunt 7: Vogelschutsgebiet 'Unterer Niederrhein'NSG X:198930,84 Kranenburger Bruch Y:422022,15 Rekenpunt 8: Reichswald X:199663,02 Y:418186,63 Rekenpunt 9: Reichswald X:199669,87 Y:417755,01
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
6/10
Projectberekening
Aanlegfase bouwen in Overlangel, Rekenjaar 2023 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Projectocatie 1 Kerkstraat X:174723,08 Y:420725,86 0,22 ha Stageklasse
Graafmachine
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Betonstorters / pompen
NOₓ NH₃
15,7 kg/j 0,2 kg/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
209 l/j
17 u/j
6 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
209 l/j
17 u/j
6 l/j
Hijskraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
128 l/j
21 u/j
4 l/j
Verreiker
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
97 l/j
21 u/j
7 l/j (7)
Minigraver
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, 221 l/j SCR: nee
21 u/j
Trilplaat/stamper
alle werktuigen op benzine, 2takt
RkTXcZfceqJN (30 maart 2023)
11 l/j
Stof Emissie
NOₓ
4,2 kg/j NH₃ 50,2 g/j NOₓ 4,2 kg/j NH₃ 50,2 g/j NOₓ 2,5 kg/j NH₃ 30,7 g/j NOₓ 0,2 kg/j NH₃ 23,3 g/j NOₓ 4,5 kg/j NH₃ 1,7 g/j NOₓ 44,0 g/j NH₃ 0,0 kg/j
7/10
Projectberekening
2
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Projectlocatie 2 Overlangelseweg X:174741,13 Y:421050,1 0,89 ha
NOₓ NH₃
Stageklasse
Graafmachine
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Betonstorters / pompen
18,5 kg/j 0,2 kg/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
246 l/j
20 u/j
7 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
246 l/j
20 u/j
7 l/j
Hijskranen
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
153 l/j
25 u/j
5 l/j
Verreiker
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
115 l/j
25 u/j
8 l/j
MInigraver
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, 263 l/j SCR: nee
25 u/j
Trilplaat/stamper
alle werktuigen op benzine, 2takt
3
12 l/j
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Rijroute 1 X:174627,59 Y:420647,25 271,60 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RkTXcZfceqJN (30 maart 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Stof Emissie
NOₓ
5,0 kg/j NH₃ 59,0 g/j NOₓ 5,0 kg/j NH₃ 59,0 g/j NOₓ 2,9 kg/j NH₃ 36,7 g/j NOₓ 0,2 kg/j NH₃ 27,6 g/j NOₓ 5,4 kg/j NH₃ 2,0 g/j NOₓ 48,0 g/j NH₃ 0,0 kg/j
Links Rechts NOₓ 0,2 kg/j Type scherm - NO₂ 50,6 g/j Hoogte - NH₃ 7,1 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigen
1035 p/jaar 0 p/jaar 122 p/jaar 0 p/jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
8/10
Projectberekening
4
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Rijroute 2 X:174712,65 Y:420772,54 586,61 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5