Bijlagen bij de toelichting MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN MFA en Woningbouw Looveltlaan Oss - 2023 Bijlage bij toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Bijlagenboek Bestemmingsplan MFA en Woningbouw Looveltlaan Oss - 2023
Bijlage 1:
Stikstofberekening
Bijlage 2:
Quickscan flora en fauna
Bijlage 3:
Archeologisch advies
Bijlage 4:
Parkeeronderzoek
Bijlage 5:
Akoestisch onderzoek geluid door activiteiten
Bijlage 6:
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 7:
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 8:
Bezonningsstudie
Bijlage 9:
Verslag omgevingsdialoog
Bijlage 10:
Nota Zienswijzen
Bijlage 1: Stikstofberekening Bijlage 2:
Quickscan flora en fauna
Bijlage 3:
Archeologisch advies
Bijlage 4:
Parkeeronderzoek
Bijlage 5:
Akoestisch onderzoek geluid door activiteiten
Bijlage 6:
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 7:
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 8:
Bezonningsstudie
Bijlage 9:
Verslag omgevingsdialoog
Bijlage 10:
Nota Zienswijzen
RAPPORTAGE onderzoek stikstofdepositie Noord-West & Loovelt Oss
Rapport onderzoek stikstofdepositie Noord-West & Loovelt te Oss Opdrachtgever
De Essentie Hambakenwetering 5 5231 DD 's- Hertogenbosch
1
Rapportnummer
22317.002
Versienummer
D2
Status
Definitief
Datum
7 december 2023
Opsteller1
De heer
Kwaliteitscontrole
De heer
MSc
AVG
In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.
CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. RECHTEN Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ................................................................................................................................................... 1 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 2
2
TOETSINGSKADER ...................................................................................................................................... 3 2.1
3
UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................................... 4 3.1 3.2
4
Geen significante toename ............................................................................................................ 3
Aanlegfase ...................................................................................................................................... 4 Gebruiksfase................................................................................................................................... 7
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING ................................................................................................. 9
Bijlage 1. AERIUS-berekening projecteffect aanlegfase ...................................................................... 1 Bijlage 2. AERIUS-berekening projecteffect gebruiksfase ................................................................... 2
22317.002
SAMENVATTING Aan de Noord-West & Loovelt te Oss is men voornemens een wijkcentrum en een gedeelte van een zorgcentrum te amoveren ten behoeve van de realisatie van reguliere en zorg appartementen, een buurtcentrum en een parkeergarage. In het kader van de bestemmingsplanwijziging is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden noodzakelijk. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materiaal, het vervoer van personeel en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de uit te voeren bouwwerkzaamheden De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2023.0.1).
Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
22317.002 versie D1
1/9
1
INLEIDING
Aan de Noord-West & Loovelt te Oss is men voornemens een wijkcentrum en een gedeelte van een zorgcentrum te amoveren ten behoeve van de realisatie van reguliere en zorg appartementen, een buurtcentrum en een parkeergarage. In het kader van de bestemmingsplanwijziging is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden noodzakelijk. In figuur 1.1 is de situering van het plan en de omliggende Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur 1.1 Situering plangebied.
Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op circa 9.7 kilometer afstand het meest nabij het plan. Op circa 15 km afstand is tevens het Natura 2000-gebieden ‘Vlijmens Ven Moerputten & Bossche Broek’ gelegen.
22317.002 versie D1
2/9
2
TOETSINGSKADER
De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
2.1 Geen significante toename Het beoogde plan mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
22317.002 versie D1
3/9
3
UITGANGSPUNTEN
Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. De projecteffecten van beide fases dienen inzichtelijk te worden gemaakt.
3.1 Aanlegfase Met het plan wordt de sloop van een wijkcentrum en een gedeelte van een zorgcentrum uitgevoerd ten behoeve van de realisatie van reguliere en zorg appartementen, een buurtcentrum en een daarbij behorende parkeergarage. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materiaal, het vervoer van personeel en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de uit te voeren bouwwerkzaamheden. De aanlegfase betreft een tijdelijke ontwikkeling en zal minder dan één jaar duren. De werkzaamheden zullen in 2024 worden uitgevoerd. Mobiele werktuigen De benodigde gegevens voor de aanlegfase zijn gebaseerd op invoergegevens van vergelijkbare bij Econsultancy bekende getallen. De emissiefactoren van de werktuigen zijn tevens gebaseerd op het in AERIUS Calculator opgenomen kengetallen. Voor de aanlegfase is de inzet van de in tabel 3.1 opgenomen mobiele werktuigen voorzien. Het dieselverbruik is gebaseerd op onderzoek van TNO in opdracht van het RIVM 2. Voor overig (klein) materieel wordt uitsluitend gebruik gemaakt van elektrisch aangedreven werktuigen. Tabel 3.1
Inzet mobiele werktuigen. Stageklasse
Bouwjaar
Vermogen [kW]
Brandstof
Draaiuren
Verbruik [l/h]
Verbruik totaal [l]
graafmachine
IIIB
v.a. 2011
75-560
diesel
250
10
2.500
laadschop
IIIB
v.a. 2011
75-560
diesel
500
10
5.000
boorstelling
IIIB
v.a. 2011
75-560
diesel
200
25
5.000
mobiele kraan
IIIB
v.a. 2011
75-560
diesel
500
10
5.000
verreiker
IIIB
v.a. 2011
75-560
diesel
250
13
3.250
vlindermachine
IIIB
v.a. 2011
75-560
diesel
200
10
2.000
betonstorter
IIIB
v.a. 2011
75-560
diesel
100
10
1.000
v.a. 2011
75-560
100
10
1.000
Werktuig/ werkzaamheid Bouwwerkzaamheden
betonpomp
IIIB
2 TNO, AUB: een robuuste schatting van NO
22317.002 versie D1
diesel
x en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, 10 december 2021.
4/9
Sloopwerkzaamheden sloopkraan
IIIB
v.a. 2011
75-560
diesel
500
18
9.000
shovel
IIIB
v.a. 2011
75-560
diesel
400
12
4.800
Verkeersbewegingen Naast de inzet van werktuigen vinden er ook verkeersbewegingen plaats voor het vervoer van materialen en personen van en naar het plan. Op basis van soortgelijke projecten wordt verwacht dat er voor de gehele aanlegfase 4.000, 1.000 en 1.000 verkeersbewegingen met respectievelijk lichte, middelzware en zware motorvoertuigen plaatsvinden. De ontsluiting van het verkeer kan in verschillende richtingen plaatsvinden. In het onderhavig onderzoek is als worstcasescenario een volledige ontsluiting in oostelijke richting, naar de John F. Kennedybaan gehanteerd. Een criterium voor wanneer verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen wordt gegeven in instructie3, namelijk: ‘op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Het verkeer is meer dan 500 meter op de openbare weg gemodelleerd. Na deze afstand zal al het verkeer de op de weg toegestane snelheid hebben bereikt en volledig zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
De verkeersintensiteit op de John F. Kennedybaan ligt met circa 7.950 motorvoertuigen per etmaal4 vele malen hoger dan de maximale verkeersgeneratie van het plan (weekdaggemiddeld). Het verkeer ten gevolge van de aanlegfase zal derhalve ter hoogte van de John F. Kennedybaan volledig zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer zal in de praktijk bij uitsplitsing in verschillende rijrichtingen reeds eerder in het heersende verkeersbeeld zijn opgenomen dan in het onderhavig onderzoek gehanteerd. Stationair draaien Tijdens het laden en lossen van puin en materialen zullen er vrachtwagens binnen het plangebied stationair draaien. Voor het stationaire verkeer binnen het plangebied zijn de emissies gesimuleerd door uit te gaan van de emissiefactor voor “verkeer stad stagnerend”. Hierbij wordt er voor het zware verkeer (500 vrachtwagens) en middelzwaar (500 vrachtwagens) van uitgegaan dat de motor tijdens het laden/lossen gemiddeld 10 minuten stationair draait. De bijbehorende emissies ten gevolge van het stationair draaien zijn berekend op basis van kengetallen van BIJ12 en bedragen voor het zwaar vrachtverkeer 71,0118 gram NOx per uur en 0,9054 gram NH3 per uur en voor middelzwaar vrachtverkeer 62,8648, gram NOx per uur en 0,7606 gram NH3 per uur.
De totale emissies zijn op basis van het totaal aantal vrachtwagens (500), de tijdsduur van het stationair draaien (10 minuten per vrachtwagen) bepaald. De totale emissies bedragen 11,16 kg NOx per jaar en 0,14 kg NH3 per jaar. 3 Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator. 4 CIML monitoringskaart 2022, peiljaar 2021, verkregen van https://www.cimlk.nl/kaart.
22317.002 versie D1
5/9
In figuur 3.1 zijn de ingevoerde emissiebronnen weergegeven. Bron 2 en 3 betreffen respectievelijk de emissies ten gevolge van de mobiele werktuigen en het stationair draaien van het vrachtverkeer. De (paarse) lijnbron betreffen de emissies ten gevolge van het (bouw)verkeer.
Figuur 3.1 Emissiebronnen aanlegfase.
22317.002 versie D1
6/9
3.2 Gebruiksfase Met het plan wordt de sloop van een wijkcentrum en een gedeelte van een zorgcentrum uitgevoerd ten behoeve van de realisatie van reguliere en zorg appartementen, een buurtcentrum en een parkeergarage. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De benodigde gegevens voor de gebruiksfase zijn bepaald op basis van overeenkomstige projecten en aangevuld op basis van de in AERIUS Calculator opgenomen kentallen. Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van het rekenjaar opvolgend aan de aanlegfase (2025). Verkeersbewegingen De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren en verkeersgeneratie. De gemeente Oss is conform de demografisch kencijfers van het CBS, aan te merken als een matig stedelijke gemeente gemeente. De locatie van het plan is gelegen in de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’. In tabel 3.2 is de volledige berekening van de verkeersgeneratie ten aanzien van het plan weergegeven. Tabel 3.2
Verkeersgeneratie plan. verkeersgeneratie per eenheid
verkeersgeneratieplan
functie
plan
eenheid
min
max
min
max
gem
koop, appartement, duur
66 appartementen
1 appartement
6,7
7,5
308
495
401.5
Buurt- en dorpscentrum
1.300 m2
100 m2
42.6
73.8
553.8
959.4
756.6
49.3
81.3
861.8
1.454,4
1.158,1
Totaal
Uitgaande van de maximale bandbreedte genereert het totale plan 1.454,4 verkeersbewegingen per weekdag. Daarnaast is nog eens een extra 2% (29.1) opgenomen als middelzwaar vrachtverkeer. Voor de ontsluiting van het verkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.1 verkeersbewegingen. In figuur 3.2 zijn de emissiebronnen tijdens het toekomstig gebruik weergegeven.
22317.002 versie D1
7/9
Figuur 3.2 Emissiebronnen gebruiksfase.
22317.002 versie D1
8/9
4
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING
De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2023.0.1). In bijlage 1 en 2 zijn de AERIUS berekeningen van respectievelijk de aanlegfase en de gebruiksfase opgenomen. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof.
22317.002 versie D1
9/9
Bijlage 1. AERIUS-berekening projecteffect aanlegfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura
-gebieden, op rekenpunten
die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Recht spersoon
Econ sultan cy
Inri cht i ngslocat i e
Saturn usstraat
,
LH Oss
Activiteit Omschri j vi ng
Noord-West & Loovelt te Oss
Toeli cht i ng
Projecte
ect Aan legfase
Berekening AERIUS kenmerk
S
Rekencon
gurat i e
Totale emissie
Q
iErJiRW
december
Dat um berekeni ng
Rekenj aar
:
Emi ssi e NH
,
Aanlegfase - Beoogd
Resultaten
Hoogst e bi j drage
Aanlegfase - Beoogd
-
Gekart eerd oppervlak met t oename (ha)
-
Gekart eerd oppervlak met afname (ha)
-
Groot st e t oename
-
Groot st e afname
-
S2Q54iErJiRW (06 december 2023)
,
Wn b-reken grid
kg /j
Hexagon
₃
Emi ssi e NO
,
ₓ
kg /j
Gebi ed
2/7
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar
Emissiebronnen
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfsto
Emi ssi e NH
enwinning | Bron
₃
Emi ssi e NO
ₓ
,
kg /j
,
kg /j
Anders... | Anders... | Stationair verkeer
,
kg /j
,
kg /j
Verkeersnetwerk
,
kg /j
,
kg /j
S2Q54iErJiRW (06 december 2023)
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden.
m
Grootste toename (projectberekening) Habitatrichtlijn
Vogelrichtlijn Grootste afname (projectberekening)
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn
Hoogste totaal (achtergrond + Niet bepaald projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S).
S2Q54iErJiRW (06 december 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura
gebieden situatie "Aanlegfase"
(Beoogd) incl. saldering e/o referentie
Berekend (ha
Hoogst e t ot ale
M et t oename
Groot st e
M et afname (ha
Groot st e afname
gekart eerd)
deposi t i e (mol
(ha gekart eerd)
t oename (mol
gekart eerd)
(mol N/ha/j r)
N/ha/j r)
Totaal
S2Q54iErJiRW (06 december 2023)
-
N/ha/j r)
-
-
-
-
-
5/7
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar
Wegverkeer | Weg
Naam
verkeersgen eratie
Locat i e
X:
, ,
Lengt e
Li nks Recht s NO
Y:
,
m
Wegt ype
Bin n en bebouwde kom (doorstromen d)
Ri j ri cht i ng
Beide richtin gen
Type scherm
-
-
NO
Hoogt e
-
-
NH
Afst and t ot de weg
-
-
ₓ
,
kg /j
₂
,
kg /j
₃
,
kg /j
Tunnelfact or
Normaal
Type hoogt eli ggi ng
m
Weghoogt e t .o.v. maai veld
Verkeer
M ax. snelhei d
Licht verkeer
Voorgeschreven factoren
.
Middelzwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
.
Zwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
.
Busverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/jaar
Aant al voert ui gbewegi ngen
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfsto
Bron
Locatie
X:
,
Y:
,
Naam
,
le
,
%
,
/jaar
,
%
,
/jaar
,
%
,
%
,
kg /j
,
kg /j
enwinning
NO
N aam
Oppervlakte
In
/jaar
,
NH
ₓ ₃
ha
S t ageklasse
Brandst of-
Draai uren
verbrui k
Graafmachin e
Stage-IIIB,
(bouw)
diesel, SCR: n ee
Laadschop (bouw)
Stage-IIIB,
-
AdBlue
S t of
,
-
kW,
l/j
u/j
,
-
kW,
l/j
u/j
,
-
kW,
l/j
u/j
NO
NH -
Emi ssi e
verbrui k
NO
ₓ
,
₃
ₓ
kg /j
, ,
g /j kg /j
diesel, SCR: n ee NH Boorstellin g (bouw)
Stage-IIIB,
-
NO
₃
ₓ
, ,
g /j kg /j
diesel, SCR: n ee NH Mobiele kraan
Stage-IIIB,
(bouw)
diesel, SCR: n ee
-
Verreiker (bouw)
Stage-IIIB,
,
-
kW,
l/j
u/j
,
-
kW,
l/j
u/j
,
-
kW,
l/j
u/j
NO
NH -
NO
₃
ₓ
, ,
₃
ₓ
g /j kg /j
, ,
g /j kg /j
diesel, SCR: n ee NH Vlin dermachin e
Stage-IIIB,
-
(bouw)
diesel, SCR: n ee
NO
NH Beton storter (bouw)
Stage-IIIB,
-
,
-
kW,
l/j
u/j
NO
,
-
kW,
l/j
u/j
NO
₃
ₓ
, ,
₃
ₓ
g /j kg /j
, ,
g /j kg /j
diesel, SCR: n ee NH Beton pomp (bouw)
Stage-IIIB,
-
₃
ₓ
, ,
g /j kg /j
diesel, SCR: n ee NH Sloopkraan (sloop)
Stage-IIIB,
-
,
-
kW,
l/j
u/j
NO
₃
,
ₓ
,
diesel, SCR: n ee
kg /j NH
Shovel (sloop)
Stage-IIIB,
-
g /j
,
-
kW,
l/j
u/j
NO
₃
ₓ
, ,
g /j kg /j
diesel, SCR: n ee NH
S2Q54iErJiRW (06 december 2023)
₃
,
g /j
6/7
Projectberekening
Anders... | Anders...
N aam
Stationair verkeer
Uittreedhoogte
,
Locatie
X:
,
Warmteinhoud
,
Y:
,
Spreiding
m
Oppervlakte
,
m
NO
MW
NH
ₓ ₃
,
kg /j
,
kg /j
ha
Wijze van ventilatie N iet geforceerd Temporele variatie
Zwaar Verkeer
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie
.
.
_
Database versie
.
.
_
_ d
b
c
d
b
c
_calculator_nl_stable
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
S2Q54iErJiRW (06 december 2023)
7/7
Bijlage 2. AERIUS-berekening projecteffect gebruiksfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura
-gebieden, op rekenpunten
die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Recht spersoon
Econ sultan cy
Inri cht i ngslocat i e
Saturn usstraat
,
LH Oss
Activiteit Omschri j vi ng
Noord-West & Loovelt te Oss
Toeli cht i ng
Projecte
ect gebruiksfase
Rxm
ja
Berekening AERIUS kenmerk
Rekencon
gurat i e
Totale emissie
wA
V
december
Dat um berekeni ng
Rekenj aar
:
Emi ssi e NH
,
gebrui ksfase - Beoogd
Resultaten
Hoogst e bi j drage
gebrui ksfase - Beoogd
-
Gekart eerd oppervlak met t oename (ha)
-
Gekart eerd oppervlak met afname (ha)
-
Groot st e t oename
-
Groot st e afname
-
Rxm4wA9ja99V (06 december 2023)
,
Wn b-reken grid
kg /j
Hexagon
₃
Emi ssi e NO
,
ₓ
kg /j
Gebi ed
2/6
Projectberekening
gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar
Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
Rxm4wA9ja99V (06 december 2023)
Emi ssi e NH
,
₃
kg /j
Emi ssi e NO
,
ₓ
kg /j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden.
m
Grootste toename (projectberekening) Habitatrichtlijn
Vogelrichtlijn Grootste afname (projectberekening)
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn
Hoogste totaal (achtergrond + Niet bepaald projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S).
Rxm4wA9ja99V (06 december 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura
gebieden situatie "gebruiksfase"
(Beoogd) incl. saldering e/o referentie
Berekend (ha
Hoogst e t ot ale
M et t oename
Groot st e
M et afname (ha
Groot st e afname
gekart eerd)
deposi t i e (mol
(ha gekart eerd)
t oename (mol
gekart eerd)
(mol N/ha/j r)
N/ha/j r)
Totaal
Rxm4wA9ja99V (06 december 2023)
-
N/ha/j r)
-
-
-
-
-
5/6
Projectberekening
gebruiksfase, Rekenjaar
Wegverkeer | Weg
Naam
verkeersgen eratie
Locat i e
X:
, ,
Lengt e
Li nks Recht s NO
Y:
,
m
Wegt ype
Bin n en bebouwde kom (doorstromen d)
Ri j ri cht i ng
Beide richtin gen
Type scherm
-
-
NO
Hoogt e
-
-
NH
Afst and t ot de weg
-
-
ₓ
,
₂
,
kg /j
₃
,
kg /j
kg /j
Tunnelfact or
Type hoogt eli ggi ng
Normaal
Weghoogt e t .o.v. maai veld
m
Verkeer
M ax. snelhei d
Licht verkeer
Voorgeschreven factoren
Middelzwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
Zwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/etmaal
Busverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/etmaal
Aant al voert ui gbewegi ngen
.
, ,
/etmaal
/etmaal
In
le
,
%
,
%
,
%
,
%
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie
.
.
_
Database versie
.
.
_
_ d
b
c
d
b
c
_calculator_nl_stable
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rxm4wA9ja99V (06 december 2023)
6/6
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Econsultancy Saturnusstraat 280 , 5345 LH Oss Noord-West & Loovelt te Oss Projecteffect gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rxm4wA9ja99V 06 december 2023, 09:28 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
2025
3,1 kg/j
89,2 kg/j
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
gebruiksfase - Beoogd
gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Rxm4wA9ja99V (06 december 2023)
-
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2/6
Projectberekening
gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
Rxm4wA9ja99V (06 december 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
3,1 kg/j
89,2 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rxm4wA9ja99V (06 december 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Rxm4wA9ja99V (06 december 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
gebruiksfase, Rekenjaar 2025 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
verkeersgeneratie X:163178,91 Y:419710,56 603,65 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 89,2 kg/j Type scherm - - NO₂ 15,1 kg/j Hoogte - - NH₃ 3,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
1.454,4 /etmaal 29,1 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rxm4wA9ja99V (06 december 2023)
6/6
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Econsultancy Saturnusstraat 280 , 5345 LH Oss Noord-West & Loovelt te Oss Projecteffect Aanlegfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
S2Q54iErJiRW 06 december 2023, 09:28 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
2024
0,5 kg/j
608,7 kg/j
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase - Beoogd
Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
S2Q54iErJiRW (06 december 2023)
-
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2/7
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 2 3
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bron 2 Anders... | Anders... | Stationair verkeer Verkeersnetwerk
S2Q54iErJiRW (06 december 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,3 kg/j 593,3 kg/j 0,1 kg/j 11,2 kg/j 0,1 kg/j 4,3 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S2Q54iErJiRW (06 december 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
S2Q54iErJiRW (06 december 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2024 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
verkeersgeneratie X:163178,91 Y:419710,56 603,65 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 4,3 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,1 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
4.000,0 /jaar 1.000,0 /jaar 1.000,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Bron 2 X:162973,34 Y:419766,83 0,33 ha
Stof Emissie
2500 l/j
250 u/j
NOₓ 38,8 kg/j
Laadschop (bouw) Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
5000 l/j
500 u/j
NH₃ 18,8 g/j NOₓ 77,5 kg/j
Boorstelling (bouw) Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
5000 l/j
200 u/j
NH₃ 37,5 g/j NOₓ 76,0 kg/j
Mobiele kraan (bouw)
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
5000 l/j
500 u/j
NH₃ 37,5 g/j NOₓ 77,5 kg/j
Verreiker (bouw)
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
3250 l/j
250 u/j
NH₃ 37,5 g/j NOₓ 50,0 kg/j
Vlindermachine (bouw)
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
2000 l/j
200 u/j
NH₃ 24,4 g/j NOₓ 31,0 kg/j
Betonstorter (bouw) Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
1000 l/j
100 u/j
NH₃ 15,0 g/j NOₓ 15,5 kg/j
Betonpomp (bouw) Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
1000 l/j
100 u/j
NH₃ 7,5 g/j NOₓ 15,5 kg/j
Sloopkraan (sloop) Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
9000 l/j
500 u/j
NH₃ NOₓ
Shovel (sloop)
4800 l/j
400 u/j
S2Q54iErJiRW (06 december 2023)
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
Brandstofverbruik
593,3 kg/j 0,3 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
Graafmachine (bouw)
Stageklasse
NOₓ NH₃
7,5 g/j 137,5 kg/j NH₃ 67,5 g/j NOₓ 74,0 kg/j NH₃ 36,0 g/j 6/7
Projectberekening
3
Anders... | Anders...
Naam Stationair verkeer Uittreedhoogte Locatie X:162973,56 Warmteinhoud Spreiding Y:419766,96 Oppervlakte 0,32 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Zwaar Verkeer
0,5 m 0,000 MW 0m
NOₓ NH₃
11,2 kg/j 0,1 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
S2Q54iErJiRW (06 december 2023)
7/7
Bijlage 1:
Stikstofberekening
Bijlage 2: Quickscan flora en fauna Bijlage 3:
Archeologisch advies
Bijlage 4:
Parkeeronderzoek
Bijlage 5:
Akoestisch onderzoek geluid door activiteiten
Bijlage 6:
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 7:
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 8:
Bezonningsstudie
Bijlage 9:
Verslag omgevingsdialoog
Bijlage 10:
Nota Zienswijzen
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING LOOVELTLAAN 25 / SATURNUSSTRAAT 280 TE OSS
Rapportage quickscan Wet natuurbescherming Looveltlaan 25 / Saturnusstraat 280 te Oss Opdrachtgever
Stichting BrabantWonen Postbus 151 5340 AD Oss
Rapportnummer Versienummer
18349.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
15 maart 2022
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
Mevrouw
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Mevrouw drs.
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 4
3
ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 5
4
OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING ..................................................... 6 4.1 4.2 4.3 4.4
5
AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN .................................. 9 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
6
Vogels ............................................................................................................................... 9 Vleermuizen .................................................................................................................... 11 Overige zoogdieren ........................................................................................................ 13 Reptielen ......................................................................................................................... 14 Amfibieën ........................................................................................................................ 15 Ongewervelden............................................................................................................... 15 Planten ............................................................................................................................ 16
TOETSING AAN SOORTENBESCHERMING ......................................................................... 17 6.1 6.2 6.3 6.4
7
Zorgplicht .......................................................................................................................... 6 Soortenbescherming ........................................................................................................ 6 Gebiedsbescherming ........................................................................................................ 7 Houtopstanden ................................................................................................................. 8
Broedvogels .................................................................................................................... 17 Vleermuizen .................................................................................................................... 18 Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën .................................................... 19 Overige soort(groep)en .................................................................................................. 19
TOETSING AAN GEBIEDENBESCHERMING ........................................................................ 20 7.1 7.2
Natura 2000 .................................................................................................................... 20 Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................... 21
8
HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................. 22
9
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ....................................................................................... 23
Bijlage 1 Bijlage 2
toelichting verbodsbepalingen Wet natuurbescherming verklarende woordenlijst 18349.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Stichting BrabantWonen opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan Wet natuurbescherming aan de Looveltlaan 25 / Saturnusstraat 280 te Oss. De quickscan Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en herinrichting van de ondezoekslocatie en heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. In dat kader verklaart Econsultancy ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek.
Rapport 18349.001 versie D1
Pagina 1 van 24
2 2.1
GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie (± 3.710 m²) ligt aan de Looveltlaan 25 / Saturnusstraat 280, te Oss. In figuur 1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie (rood omlijnd bij gele pijl).
De onderzoekslocatie betreft een verpleeghuis en naastgelegen wijkcentrum. Beide gebouwen zijn opgetrokken uit bakstenen met een dakpannen dak en een gedeelte met plat dak. Daarnaast bevinden zich op de onderzoekslocatie enkele parkeerplekken, verharding en begroeiing met bomen en struiken. De onderzoekslocatie is in alle windrichtingen omgeven door bomenlanen, verharding en bebouwing. Op circa 600 meter ten noordoosten is het buitengebied van Oss gelegen. In figuur 2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 11 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.
Rapport 18349.001 versie D1
Pagina 2 van 24
Figuur 2. Luchtfoto onderzoekslocatie (witte stippellijn) en directe omgeving.
Figuur 3. De westzijde van het verpleeghuis.
Figuur 4. De zuidzijde van het verpleeghuis.
Figuur 5. De oostzijde van het verpleeghuis.
Figuur 6. Het verpleeghuis gezien vanaf de binnenplaats ten oosten.
Figuur 7. De binnenplaats ten oosten.
Figuur 8. De westzijde van het wijkcentrum.
Rapport 18349.001 versie D1
Pagina 3 van 24
Figuur 9. De noordwestelijke hoek van het wijkcentrum.
2.2
Figuur 10. De noordzijde van het wijkcentrum.
Figuur 11. De Looveltlaan, met aan de linkerzijde de onderzoekslocatie.
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen
De initiatiefnemer is voornemens om de huidige bebouwing te slopen en vervolgens één nieuw gebouw te ontwikkelen waarin zowel het verpleeghuis als het wijkcentrum een plek krijgen. Hierbij wordt de begroeiing op de onderzoekslocatie zelf verwijderd, de bomenlanen rondom blijven wel behouden.
Figuur 12. De toekomstige situatie op de onderzoekslocatie (Bron: KAW).
Rapport 18349.001 versie D1
Pagina 4 van 24
3
ONDERZOEKSMETHODIEK
Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een veldbezoek en een bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 2 maart 2022. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant opgevraagd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. De quickscan Wet natuurbescherming is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
Rapport 18349.001 versie D1
Pagina 5 van 24
4
OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING
Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Er wordt een globale toelichting gegeven ten aanzien van potentiële overtredingen van de Wet natuurbescherming bij de meest voorkomende soorten en soortgroepen. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving. De Wet natuurbescherming is gericht op: • • •
het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies; het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.
De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. 4.1
Zorgplicht
Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. In bijlage 1 wordt dit artikel nader toegelicht. 4.2
Soortenbescherming
Bij een quickscan wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; • • •
soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).
In bijlage 1 worden deze artikelen nader toegelicht.
Rapport 18349.001 versie D1
Pagina 6 van 24
4.3
Gebiedsbescherming
Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. 4.3.1
Natura 2000
Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000).
Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied. (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. 4.3.2
Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • • • • •
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Rapport 18349.001 versie D1
Pagina 7 van 24
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. 4.4
Houtopstanden
De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. In bijlage 1 (tabel VI) worden de regels nader toegelicht. Wanneer houtopstanden geveld worden, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Op basis van deze melding wordt door de provincie beoordeeld of de voorgenomen velling aanvaardbaar is in het kader van natuur- en landschapswaarden. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Indien bij de voorgenomen ontwikkeling herplantplicht geldt, maar niet voldaan kan worden aan de herplantplicht op de projectlocatie zelf, dan dient een ontheffing aangevraagd te worden met betrekking tot de herplantplicht bij de desbetreffende provincie.
De provincie toetst vervolgens of voldaan wordt aan de bij de provinciale verordening gestelde regels voor herbeplanting op andere perceelsgronden. Deze regels hebben onder andere betrekking op de kwaliteit, oppervlakte en locatie van de andere grond en de natuurwaarde van de te vellen houtopstand. Tevens kan ontheffing verleend worden van herplantplicht ter plaatse, indien gewerkt wordt via een door het ministerie goedgekeurde gedragscode die gebruikt mag worden door een van de betrokken partijen voor een wijze van vellen en een wijze van herplanten.
Rapport 18349.001 versie D1
Pagina 8 van 24
5
AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN
Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat/verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- of voortplantingsplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. In hoofdstuk 6 wordt beschreven welke juridische implicaties dit voor het project heeft. 5.1 5.1.1
Vogels Broedvogels (nesten jaarrond beschermd)
Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen de bebouwde kom kunnen dit zijn: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk en sperwer. Huismus en gierzwaluw De huismus en gierzwaluw zijn typische gebouwbewonende koloniebroeders. De nesten van de gierzwaluw bevinden zich over het algemeen binnen de bebouwde kom. De nesten van de huismus worden zowel binnen als buiten de bebouwde kom waargenomen. Deze soorten nestelen onder de dakgoot, achter de regenpijp, dakkapel, dakpan, of in holtes en spleten. Zowel het verpleeghuis als het wijkcentrum bevatten dakpannen, waaronder huismussen kunnen nestelen (figuur 13). Daarnaast zijn er op sommige plekken ruimtes aanwezig onder de overhangende dakpannen, waar zowel gierzwaluw als huismus gebruik van kan maken (figuur 14). Het verpleeghuis bevat daarnaast openingen in de muur en de betimmering (figuur 15). Aan de noordzijde van het verpleeghuis zijn nestkasten voor gierzwaluw aanwezig (figuur 16). Negatieve effecten ten aanzien van huismus en gierzwaluw kunnen voor zowel het wijkcentrum als het verpleeghuis niet worden uitgesloten (paragraaf 6.1.1).
Figuur 13. Ruimte onder de dakpannen.
Rapport 18349.001 versie D1
Figuur 14. Ruimte onder de overhangende dakpannen
Pagina 9 van 24
Figuur 15. Opening in de muur en tussen de betimmering.
Figuur 16. Nestkasten voor gierzwaluwen.
Boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer Boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer zijn allen voor hun nesten afhankelijk van (hoge) boomopstanden. De (hoge) bomen op en binnen de invloedssfeer van de onderzoekslocatie, konden tijdens het veldbezoek goed worden onderzocht op de aanwezigheid van nesten. Hierbij zijn enkele eksternesten aangetroffen. Roofvogels kunnen gebruik maken van oude eksternesten, echter door de ligging in de bebouwde kom, vlakbij een winkelcentrum, is het onwaarschijnlijk dat deze nesten door roofvogels in gebruik zullen worden genomen. Negatieve effecten ten aanzien van potentieel jaarrond beschermde nesten van de boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer zijn uitgesloten. Grote gele kwikstaart De grote gele kwikstaart broedt en foerageert voornamelijk aan oevers van (snelstromende) beken en rivieren, maar ook wel aan stilstaand water, bij voorkeur met loofbomen omzoomd. De soort broedt in een nis in een muur of onder een brug, bij boomwortels in oevers of in speciale nestkasten. Dergelijke wateren en elementen zijn niet waargenomen op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie, waarmee een nestlocatie van grote gele kwikstaart kan worden uitgesloten. De grote gele kwikstaart zal zijn leefgebied eerder hebben in de omgeving van beken en rivieren.
Overtreding van de Wet natuurbescherming als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden, kan derhalve worden uitgesloten. Ooievaar Ooievaars bouwen grote nesten in bomen, op daken, kerktorens en speciaal gemaakte platforms op palen. Ze komen voornamelijk voor in open natte gebieden, graslanden en agrarische gebieden. Ooievaars broeden in sommige gevallen op platte daken, maar gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde foerageergebied (circa 600 m) en de ligging midden in de bebouwde kom met veel menselijke activiteit, is het niet aannemelijk dat een ooievaar de onderzoekslocatie als nestlocatie zal gebruiken. Verstoring ten aanzien van de ooievaar, als gevolg van de voorgenomen plannen, is dan ook uitgesloten. Roek De roek is een koloniebroeder met slordige nesten in de toppen van hoge bomen. In de bomen op en nabij de onderzoekslocatie zijn geen (grote) groepen nesten aangetroffen. Een roekenkolonie op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie is dan ook uitgesloten. Slechtvalk De slechtvalk broedt op hoge stenige bebouwing, zoals kantoorgebouwen, kerken, torens en fabrieksschoorstenen. Nestlocaties van de slechtvalk zijn over het algemeen goed bekend en duidelijk weergegeven in de NDFF. Er zijn geen waarnemingen bekend van broedgevallen van slechtvalk binnen de invloedssfeer van de onderzoekslocatie. Bovendien broedt de slechtvalk op hogere gebouwen
Rapport 18349.001 versie D1
Pagina 10 van 24
dan die aanwezig zijn op de onderzoekslocatie, waardoor negatieve effecten ten aanzien van slechtvalk kunnen worden uitgesloten. 5.1.2
Overige broedvogels
De bebouwing en beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals kauw, houtduif en merel. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn te voorkomen (paragraaf 6.1.2). De broedvogels waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen eveneens jaarrond is beschermd, zijn voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, of makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai. Het gaat hierbij om algemeen voorkomende soorten, die ook in de directe omgeving voldoende broedgelegenheid hebben. Er zijn derhalve geen bijzondere ecologische omstandigheden die rechtvaardigen dat de nesten van genoemde soorten op de onderzoekslocatie een jaarrond beschermde status zouden moeten hebben. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn te voorkomen (paragraaf 6.1.2). 5.2
Vleermuizen
Volgens het cursusdictaat 'Vleermuizen en Planologie (Limpens et al., 2010) en de verspreidingsgegevens van de NDFF is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwervleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, meervleermuis, franjestaart en baardvleermuis. Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie Zowel het wijkcentrum als het verpleeghuis zijn geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen, vanwege de aanwezigheid van ruimtes onder de dakpannen (figuur 13 en 14), ruimtes onder de loodflappen (figuur 17) en openingen in de muur die toegang verlenen tot de spouwmuren (figuur 15 en 18). Het verpleeghuis bevat daarnaast ruimtes tussen de betimmering (figuur 15), waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. De bebouwing is geschikt als verblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. Deze soorten kunnen de bebouwing in principe gebruiken als zomer-, kraam-, paar- en milde winterverblijfplaats. Het verpleeghuis kan daarnaast een functie hebben als massa winterverblijfplaats (paragraaf 6.2). De aanwezige bomen op de onderzoekslocatie zijn onderzocht op holtes, spleten en/of loshangend schors, die kunnen dienen als potentiële vaste rust- of voortplantingsplaats voor boombewonende vleermuizen.