CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage XV - Toelichting ruimtelijke principes

Adviescommissie Ruimte 8 februari 2024, gemeente OssBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Voorkeursalternatief Duurzame Polder14.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Natuur Binnen dit ruimtelijk principe worden groenstructuren (bos, bermen en oevers) aangelegd, struin-vlonderpaden aangelegd en vaar- en zwemmogelijkheden gecreëerd. Ook is het creëren van een natuurbufferstrook langs de Hoefgraaf een mogelijkheid. Deze ingrepen vinden plaats in het deelgebied Stadsrand Den Bosch. De ingrepen kunnen effecten hebben op (beschermde) plant- en diersoorten en hun leefgebied, biodiversiteit in de regio en de natuurwaarden van dit deel van de polder. Effecten op beschermde natuurgebieden In het gebied nabij De Groote Wielen ligt een ecologische verbindingszone. Het belang van deze verbindingszone is het bevorderen van connectiviteit tussen beschermde natuurgebieden en de verschillende plant- en diersoorten die hierin leven. Een geleidelijke overgang in de vorm van een klimaatlandschap tussen het versteende gebied en de groene polder kan de connectiviteit vergroten. Dit draagt weer bij aan de biodiversiteit. De aanleg van natuurlijke elementen in bermen, oevers en bos versterkt de ecologische verbindingszone. Door de verbindingszone uit te breiden wordt extra leefgebied voor soorten gecreëerd. Ook zijn er meer schuil- en foerageermoeilijkheden voor verschillende soorten.

16 | 26

Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief

Hiermee is sprake van een positief effect. De overige beschermde natuurgebieden in de polder zijn op grotere afstand gelegen, maar kunnen ook profiteren van de ontwikkeling van extra natuur. Effecten op biodiversiteit De aanleg van bos en natuurvriendelijke bermen en oevers heeft een positief effect op de biodiversiteit. Deze ingrepen bieden een verscheidenheid aan leefgebied voor planten- en diersoorten. In bossen, bermen en oevers kunnen dieren zoals, insecten, vogels, vleermuizen, amfibieën en zoogdieren schuilen, broeden en naar voedsel zoeken. Hiermee is de verwachting dat het nieuwe klimaatbos en de natuurlijke oevers een positief effect hebben op de biodiversiteit in de polder. Effecten op beschermde plant- en diersoorten Beschermde diersoorten zoals vleermuizen zijn gebaat bij bossen, bermen en oevers. Ze maken gebruik van lijnvormige structuren zoals bomenrijen en watergangen als vliegroute of verblijven in bomen. De aanleg van een klimaatbos vergroot het leefgebied vleermuizen. Ook andere soorten als steenuil, huismus en ooievaar, die aan de rand van stedelijke gebieden voorkomen kunnen gebruik maken van het klimaatbos. Verder kan bosgebied positief bijdragen aan het leefgebied van grondgebonden zoogdieren, reptielen en insecten. De aanleg van natuurvriendelijke bermen en oevers gaat vaak gepaard met het planten van kruidenrijke vegetatie met bloemen.

Dit soort vegetatie vergroot het leefgebied van verschillende insecten, die op hun beurt weer een voedselbron zijn voor andere organismen, zoals (weide)vogels, vleermuizen en amfibieën. Echter hebben wandelpaden (struin- en vlonderpaden) mogelijk verstorende effecten op vogels1. Wandelpaden zorgen niet alleen voor oppervlakte verlies en versnippering van leefgebied, maar door de aanwezigheid van recreanten kunnen vogels worden verstoord of verjaagd. Hierdoor treedt habitatverlies op of kan de reproductie van vogels worden beïnvloed. Ook weidevogels verblijven bij voorkeur op rustige plekken, weg van wegen, fiets- en wandelpaden2. Leefomgeving Het ontwikkelen van een klimaatlandschap langs de Bossche stadsgrenzen heeft mogelijk effecten op de gezondheid. Deze worden in de volgende alinea beschouwd. Effecten op gezondheid De ontwikkeling van een klimaatlandschap omvat een aantal maatregelen, die een positief effect kunnen hebben op de gezondheid. Het gebied wordt aantrekkelijker gemaakt als verblijfgebied. Zo komt er meer groen en komen er struin-vlonderpaden. Ook wordt ruimte gecreëerd voor kleinschalige recreatie zoals varen en zwemmen. Het gebied wordt interessant om te bewegen, voor bijvoorbeeld wandelen en fietsen. Bewegen is goed voor de gezondheid, zowel fysiek als mentaal.

Voor een uitgebreide toelichting op de positieve effecten van natuur en bewegen wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Voorwaarde voor positieve effecten is het daadwerkelijk realiseren van een gebied dat uitnodigt om te bewegen en om de natuur te beleven. Hiervoor is geschikte infrastructuur nodig, bijvoorbeeld wandelpaden. Dit kan conflicteren met de andere positieve effecten die die het klimaatlandschap beoogt, zoals een natuurbufferstrook langs de Hoefgraaf. Het klimaatlandschap, met het toevoegen van groenstructuren, kan dienen als buffer om de effecten van windturbines op de omgeving te mitigeren. Deze effecten zijn niet als zodanig onderzocht in het planMER, omdat de precieze inrichting van de windturbines en die uitwerking van de ruimtelijke principes nog niet bekend is. Water en bodem Dit ruimtelijk principe gaat onder andere uit van het creëren van meer groen, waterberging en zuivering en het creëren van een zelfstandig watersysteem. Dit heeft effecten op het water en bodem. 1

Krijgsveld, K. L., Klaassen, B., & van der Winden, J. (2022). Verstoring van vogels door recreatie. Literatuurstudie van verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen. Deel, 1.

2

Provincie Noord-Holland (2018). Toelichting weidevogelleefgebieden.

17 | 26

Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief

Effecten op water en bodem De effecten van het creëren van meer groen op het water en bodem zijn eerder beschouwd bij andere ruimtelijke principes. Geconcludeerd kan worden dat het toevoegen van groen(structuren) positieve effecten heeft op zowel de (grond)waterkwaliteit, het waterbergend vermogen en de bodemkwaliteit. In dit ruimtelijk principe wordt daarnaast uitgegaan van een zelfstandig watersysteem, dat gekoppeld wordt aan het systeem van de Groote Wielen en daarmee wordt losgekoppeld van het watersysteem in de polder. In de huidige ontwikkeling van de Groote Wielen is er veel ruimte voor water en wonen aan het water. De centrale rol die water en zijn bergende en zuiverende functie in het gebied speelt kan dan ook doorgezet worden naar het landschappelijke gebied ten oosten van de stadsrand. Het loskoppelen van het watersysteem biedt kansen voor positieve effecten op bodem en water. Zo kan water langer worden vastgehouden in het gebied. Dit kan onder andere door te kiezen voor een hoger grondwaterpeil. Agrariërs prefereren normaliter een lage grondwaterstand om zo natte percelen te voorkomen. Dit heeft effecten op de bodemkwaliteit. Bij loskoppeling kan daarnaast meer gestuurd worden op het voorkomen dat verontreinigende stoffen in de bodem en het water terecht komen, omdat een kleiner gebied zorgt voor risico’s op verontreiniging.

Dit heeft een positief effect op bodem en water. Hierbij geldt wel als aandachtspunt dat bij loskoppeling van het watersysteem van de polder, de waterhuishouding in het gebied verandert. Dit kan zorgen voor negatieve effecten op de beoogde natuurontwikkelingen in gebied. Hiervoor is het van belang dat de keuzes die voor het watersysteem worden gemaakt, bekend zijn voordat natuurontwikkeling plaatsvindt. Zo kan worden voorkomen dat ontwikkelingen van de natuurwaarden verloren gaan. Klimaatadaptatie Centraal in dit ruimtelijk principe staat de aanleg van nieuwe natuur in de Stadsrand van Den Bosch. De aanleg van natuur bestaat uit de ontwikkeling van een klimaatbos. Deze paragraaf beschouwt de te verwachten effecten van dit ruimtelijk principe op klimaatadaptatie in de Duurzame Polder. Effecten op wateroverlast, droogte en hittestress Het toevoegen van bos en een natuurlijke verrijking van bermen en oevers in de stadsrand kan bijdragen aan een klimaatbestendige polder en leefomgeving. Ten eerste zorgt vegetatie voor een betere opname van water in het landschap bij overlast door een verbeterde infiltratie van de bodem. Daarnaast heeft groen een verkoelende werking door het toevoegen van schaduw en het vertragen van waterverdamping. Tijdens hete periodes kan dit als een buffer werken tegen de effecten van hittestress.

Dit effect speelt met name lokaal, ter plaatse van het klimaatbos. Ruimtegebruik Het ontwikkelen van een klimaatlandschap in de Stadsrand van Den Bosch zorgt heeft een ruimtelijk effect. Het klimaatbos en de bermen en oevers leggen beslag op de beschikbare ruimte. Effecten op huidige en toekomstige ruimtegebruik en functies De polder is in de huidige situatie voor een groot deel in gebruik door agrarische (melk)veehouderijen met daarbij aandacht voor agrarisch natuurbeheer. Bij aanleg van bos en natuurlijke bermen en oevers zal ruimtebeslag plaatsvinden. Afhankelijk van de exacte locaties, heeft dit mogelijk gevolgen voor het huidige agrarisch gebruik. De belevingswaarde van dit gebied kan worden versterkt door het aanleggen van struinen vlonderpaden en (kleinschalige) vaar- en zwemmogelijkheden. Hiermee wordt het recreatieve gebruik in het gebied vergroot voor omliggende bewoners. Overige effecten In relatie tot de ontwikkeling van windturbines kan het aanleggen van het klimaatbos dienen als mitigerende maatregelen om effecten van de windturbines te verminderen. Ten eerste is dit een visueel effect, waarbij opgaand groen het zicht op de windturbines in de polder zal verminderen. Daarnaast kan het klimaatbos mogelijk de geluidseffecten en slagschaduweffecten verminderen op de omliggende woonwijk.

18 | 26

Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief

Dit is echter niet onderzocht in dit planMER en dient bij verdere uitwerking van het voorgenomen project nader onderzocht te worden. Daarnaast zijn ook de effecten van windturbines op de dier- en plantensoorten in het klimaatbos niet specifiek onderzocht.

3.1.6

Vergroten mogelijkheden voor berging en vasthouden van water

Dit ruimtelijk principe gaat uit van het realiseren van waterberging aan de randen van de polders, nabij de bestaande bebouwingclusters. Dit betekent dat aan de randen ruimte wordt gemaakt voor meer waterberging. Zo kan water tijdens natte periodes worden vastgehouden voor drogere periodes. Het kan hierbij gaan om het uitbreiden van bestaande ‘blauwe’ structuren of het realiseren van nieuwe waterbergingsmogelijkheden. Het creëren van meer ruimte voor het vasthouden en bergen van water vloeit deels voort uit de wens om de Beerse Overlaat weer beleefbaar te maken. Dit ruimtelijk principe is van toepassing op de deelgebieden Stadsrand Den Bosch, Stadsrand Oss, Oeverwal, Overgang Zand-Klei en De Weide. Landschap en cultuurhistorie De ontwikkeling van waterbergingsmogelijkheden in de Duurzame Polder gaat gepaard met het realiseren van verschillende waterbergingsstructuren. Dit vindt plaats aan de randen van de polder in de buurt van huidige bebouwing. Het doel van deze ingreep is om water vast te houden tijdens natte periodes, voor gebruik tijdens droge periodes. Deze ingreep heeft effect op de kwaliteit van het landschap vanwege periodieke vernatting en verdroging. Daarnaast kan dit ook het aangezicht van de polder veranderen en kan het invloed hebben op de cultuurhistorische waarde van het gebied met het oog op waterbeheer.

Effecten op ruimtelijk-visuele kenmerken Dit ruimtelijk principe gaat uit van uitbreiding van bestaande blauwe structuren of de ontwikkeling van nieuwe waterbergingsmogelijkheden. Dit betreft de gehele polder met uitzondering van het midden van de Weide. Dit betekent dat bestaande watergangen kunnen worden vergroot of nieuwe sloten en watergangen kunnen worden aangelegd. Ook kunnen percelen (tijdelijk) onder water kunnen worden gezet. Het effect op de ruimtelijk-visuele kenmerken van de polder is klein. Het open en grootschalige karakter van de polder blijft behouden. Effecten op cultuurhistorische en landschappelijke waarden (structuren en elementen) Een groot deel van de polder ligt in de Beerse Overlaat. Dit gebied diende historisch gezien als overstroomgebied van de Maas. Tijdelijke overstromingen en vernatting van percelen zijn daarom een belangrijk aspect van de landschapsdynamiek in dit gebied. Het historische waterrijke karakter van de polder kan worden versterkt met de aanleg van nieuwe waterbergingsstructuren in het landschap. Natuur De aanwezigheid van water in het landschap van de polder vormt een belangrijk onderdeel van de aanwezige natuur. De versterking van bestaande en aanleg van nieuwe waterstructuren kunnen hiermee een versterkend effect hebben op de aanwezige natuur.

Effecten op beschermde natuurgebieden De kern van de weide, het rust- en foerageergebied voor weidevogels, wordt in dit ruimtelijk principe uitgesloten. Met name de groenblauwe mantel wordt uitgebreid met de toevoeging en uitbreiding van blauwe structuren. De groenblauwe mantel vormt een verbinding tussen NNB en het landelijke gebied. Door een uitbreiding van waterstructuren in de Duurzame Polder ontstaan er meer verbindingen tussen natuurgebieden. Dit is belangrijk voor de connectiviteit. Het verbeteren van de connectiviteit is zowel op groot en klein schaalniveau van belang. Er vindt een betere uitwisseling tussen populaties plaats en soorten kunnen zich beter handhaven in hun eigen leefgebied. Er wordt nieuw leefgebied gecreëerd wat bijdraagt aan sterkere populaties en daarmee de algehele kwaliteit van de beschermde natuurgebieden in de Duurzame Polder.

19 | 26

Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief

Effecten op biodiversiteit Waterstructuren kunnen een positieve bijdrage aan de biodiversiteit leveren. Zoals eerder genoemd dragen deze structuren bij aan de connectiviteit en een betere instandhouding van populaties van verschillende soorten. Ook bieden waterrijke omgevingen een breed scala aan leefgebied voor diverse planten- en diersoorten. Veel soorten zijn afhankelijk van water voor voedsel, schuilplaatsen en voortplanting. Vleermuizen bijvoorbeeld gebruiken waterstructuren als foerageergebied en/of als vliegroute. Ook veel insecten, vogels, amfibieën en reptielen zijn gebaad bij deze waterrijke structuren. Waterstructuren zorgen dus voor een betere connectiviteit en een divers leefgebied. Dit draagt bij aan de biodiversiteit in de Duurzame Polder. Effecten op beschermde plant- en diersoorten Waterstructuren vormen verbindingen in het landschap. Beschermde planten kunnen langs deze structuren groeien en beschermde soorten als vissen, vogels en zoogdieren kunnen langs deze structuren migreren en foerageren. Waterstructuren bieden een breed scala aan leefgebied voor bijvoorbeeld de beschermde soorten modderkruiper, bever en poelkikker. Veel soorten zijn afhankelijk van water voor voedsel, schuilplaatsen en voortplanting. Ook voor beschermde soorten kunnen waterstructuren dus bevorderlijk zijn.

Leefomgeving Het ontwikkelen van mogelijkheden voor berging en het vasthouden van water in de randen van de polder heeft mogelijk effecten op de gezondheid. Deze worden in de volgende alinea beschouwd. Effecten op gezondheid Het toevoegen van mogelijkheden voor berging en het vasthouden van water heeft ruimtelijke gevolgen die zorgen voor een veranderend landschap. In plaats van groen en agrarisch, krijgen de randen van de polder in dit ruimtelijk principe een meer ‘blauw’ karakter. Afhankelijk van de exacte maatregelen die worden genomen ten aanzien van de beschikbaarheid van deze gebieden voor omwonenden en gebruikers van de polder kunnen positieve gezondheidseffecten ontstaan. Als deze ontwikkeling plaatsvindt in combinatie met bijvoorbeeld de versterking of aanleg van natuur of wandelpaden wordt het gebied interessanter om te bewegen. Zoals ook benoemd onder paragraaf 3.1.1 is beweging goed voor de gezondheid, zowel fysiek als mentaal. Voor een uitgebreide toelichting op de positieve effecten van natuur en bewegen wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1. Daarnaast zorgt water voor positieve effecten door1: - verkoeling en waterberging (oplossingen voor hittestress en wateroverlast, effecten van klimaatverandering); - verbetering van de kwaliteit van de buitenruimte; - waarde hebben voor het ecologisch systeem en de biodiversiteit.

Voorwaarde voor positieve effecten is het daadwerkelijk realiseren van een gebied dat uitnodigt om te bewegen. Hiervoor is geschikte infrastructuur nodig, bijvoorbeeld wandelpaden. Daarnaast kan worden overwogen om permanente gebieden voor waterberging geschikt te maken voor recreatie en/of watersporten. Hiermee ontstaan meer positieve effecten op de gezondheid. Aandachtspunt hierbij zijn de negatieve effecten die kunnen ontstaan op de gezondheid bij de ontwikkeling van watergebieden: - zoönosen die via knaagdieren, katten, en vogels kunnen worden overgedragen op de mens; - vectorgebonden ziekten die via teken en muggen worden overgedragen (bijv. ziekte van Lyme); - infectieziekten door wateroverdraagbare ziekteverwekkers in water van microbiologisch slechte kwaliteit, zoals maagdarmklachten, huidklachten, luchtwegklachten; - allergieën; - jeuk, huiduitslag, irritatie aan de ogen of aan de luchtwegen door de eikenprocessierups; - verdrinking. 1

https://www.gezondeleefomgeving.nl/gezondontwerp/groen-en-water

20 | 26

Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief

Om te zorgen dat negatieve effecten op de gezondheid worden voorkomen, moeten de gebieden nieuwe ‘blauwe’ gebieden goed worden uitgewerkt. Hierbij kan bepaald worden welke activiteiten wel en niet worden toegestaan. Water en bodem Dit ruimtelijk principe gaat onder andere uit van het creëren van ruimte voor het bergen en vasthouden van water. Dit heeft effecten op het principe water en bodem sturend. Effecten op water en bodem De realisatie van gebieden voor berging en het vasthouden van water zorgt dat de polder een meer waterbergend karakter krijgt. Hierdoor wordt water in de bodem en ook aan het oppervlakte langer vastgehouden. Dit past binnen de principes om water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke keuzes. Het zorgt voor een bescherming van het (grond)water, de kwaliteit van het water verbetert en ook wordt bodemdaling (door verdroging) tegengegaan. Het vasthouden van water is een koerswijziging ten opzichte van het zo snel mogelijk afvoeren van het water uit het plangebied. Hierdoor kan water tevens infiltreren in de bodem, waardoor het (grond)water langer gebruikt kan worden voor andere functies, zoals landbouw. Aandachtspunt is dat de juiste inrichting van de nieuwe ‘blauwe’ gebieden wordt gekozen, om te zorgen dat de effecten op water en bodem ook daadwerkelijk positief zijn.

Zo moet bijvoorbeeld worden voorkomen dat het water meteen afvloeit richting lager gelegen gebied. Klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de kans op weersextremen, zoals droogte, wateroverlast en hitte toe. Hierdoor neemt risico op overstromingen en droogte toe. Om het poldergebied klimaatbestendig te maken is het van belang om water goed af te kunnen voeren in periodes van wateroverlast en bij voorkeur vast te houden in het gebied (berging). Wateropslagmogelijkheden zorgen er ook voor dat er in periodes van droogte en hitte voldoende zoet water beschikbaar blijft. Effecten op wateroverlast, droogte en hittestress Klimaatadaptie staat centraal in dit ruimtelijk principe. De uitbreiding van bestaande en aanleg van nieuwe waterbergingsmogelijkheden maakt het mogelijk om water vast te houden. Dit water kan dan in periodes van droogte worden gebruikt. Door blauwe structuren uit te breiden of nieuwe waterbergingsstructuren aan te leggen kan de waterbergingscapaciteit in dit gebied vergroot worden. Daarnaast zorgt het toevoegen van water voor extra verkoeling, waarmee hittestress wordt voorkomen. Ruimtegebruik De ontwikkeling van waterbergingsgebied kan van invloed zijn op toekomstige ruimtelijke plannen vanwege het ruimtelijk beslag dat deze landschapsinrichting heeft op de omgeving. Dit kan invloed hebben op gebruiksfuncties in de rest van de omgeving.

Hierbij is het van belang om de omvang van deze ruimtelijke ontwikkelingen in kaart te brengen. Zo worden de effecten op het huidige en toekomstige ruimtegebruik inzichtelijk. Effecten op huidige en toekomstige ruimtegebruik en functies De agrarische sector is momenteel de belangrijkste gebruiker van de Duurzame Polder. In het gebied liggen verschillende agrarische bedrijven. Dit zijn veelal grote melkveehouderijen en er is daarnaast een tak ontstaan van kleinschalige, gemengde, bedrijven. De ontwikkeling van nieuwe waterbergingsgebieden zal voornamelijk effect hebben op deze agrarische percelen bij de aanleg van nieuwe sloten of het vergroten van bestaande ‘blauwe’ structuren vanwege toenemend ruimtebeslag.

21 | 26

Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief

3.1.7

Versterken en toevoegen van nieuwe groenstructuren als verbinding stad-dorp en polder

Door bestaand groen langs de randen van de Duurzame Polder te versterken en nieuwe groenstructuren te versterken wordt de overgang van bebouwing naar de polder minder hard. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld het aanleggen van groenstructuren in de vorm van karakteristieke bosjes, bomenrijen en bossen. Dit kan gecombineerd worden met nieuwe functies, zoals wandel- en fietspaden. Ruimtelijk speelt dit ruimtelijk principe met name langs de randen van de Duurzame Polder, en specifiek de randen van de kernen. In het deelgebied Overgang zand-klei wordt dit met name ingezet om de (verdwenen) kleinschalige verkaveling richting het lint van Kruisstraat en Heeseind te markeren en tegelijkertijd de doorzichten naar de polder te behouden. Landschap en cultuurhistorie De aanleg van bomenrijen en bossen langs de randen van de polderkernen kan zorgen voor een natuurlijke gradiënt tussen de stadskernen en de rest van de polder. Deze ingreep zorgt voor een verandering van het landschap van de polder rondom deze stadkernen. Daarnaast kan dit ook effecten hebben op de cultuurhistorische waarde van het polderlandschap. Effecten op ruimtelijk-visuele kenmerken Het toevoegen van groenstructuren kan bijdragen aan een natuurlijke overgang tussen stedelijk en landelijk gebied. Dit kan de polder een natuurlijkere uitstraling geven. Dit kan bijdragen aan de ruimtelijke beleving van het gebied.

Effecten op cultuurhistorische en landschappelijke waarden (structuren en elementen) De Beerse overlaat en het verkavelde, open landschap worden gezien als belangrijke cultuurhistorische elementen in het landschap. Door groenstructuren te plaatsen waarbij rekening wordt gehouden met de verkaveling van het landschap kunnen deze waarden zo goed mogelijk in stand gehouden worden. Dit kan bereikt worden door bomenrijen te plaatsen langs bestaande percelen en daarmee de ruimtelijke structuur van de kavels in stand te houden. Daarnaast kan bij de inrichting van deze groenstructuren rekening worden gehouden met de dichtheid en plaatsing om op deze manier de openheid van het landschap in stand te houden. Natuur Centraal aan dit ruimtelijk principe is de ontwikkeling van nieuwe natuur door de aanleg van nieuwe bos en bomenrijen langs de randen van de polder(kernen). Deze ingrepen kunnen effect hebben op (beschermde) plant- en diersoorten en hun leefgebied, biodiversiteit in de regio en de natuurwaarde van deze polderranden. Effecten op beschermde natuurgebieden Met name in het noordelijke deel van de polder zijn er gebieden aanwezig die vallen binnen het NNB en de groenblauwe mantel. Nieuwe bossen en bomenrijen langs de stadsranden bevorderen de verbinding tussen natuurgebieden in het plangebied. Het verbeteren van de connectiviteit is zowel op groot en klein schaalniveau van belang.

Er vindt een betere uitwisseling tussen populaties plaats en soorten kunnen zich beter handhaven in hun eigen leefgebied. Er wordt nieuw leefgebied gecreëerd wat bijdraagt aan sterkere populaties en daarmee de algehele kwaliteit van de beschermde natuurgebieden in de Duurzame Polder. Effecten op biodiversiteit Bossen en bomenrijen hebben over het algemeen een positief effect op de biodiversiteit. Vooral gevarieerde bossen met jonge en oude bomen, kruiden, struiken, open plekken en dood hout dragen bij aan biodiversiteit. Bossen bieden leefgebied aan verschillende soorten, waaronder vogels, insecten, reptielen en zoogdieren. Zo kunnen vleermuizen en boom bewonende marterachtigen in een bos verblijven, en vogels en insecten bossen gebruiken als slaap-, rust- en foerageerplaats. Bomenrijen zijn eveneens geschikt voor verschillende soorten; vleermuizen gebruiken deze lijnvormige structuren vaak als vliegroute, en roofvogels of uilen kunnen nestelen in deze bomen. Door het creëren van meer leefgebied met bossen en bomenrijen wordt de biodiversiteit versterkt.

22 | 26

Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief

Effecten op beschermde plant- en diersoorten Bossen en bomenrijen creëren nieuw leefgebied voor verschillende soorten. Dit geldt ook voor beschermde soorten. Hogere groenstructuren zijn met name nuttig voor de beschermde vleermuizen en roofvogels in het gebied. Vleermuizen gebruiken bomenrijen als vliegroute of verblijfplaats. Ook roofvogels en uilen verblijven vaak in bomenrijen. De bomen bieden beschutting en een goed uitzicht op prooi. Dit is tevens de reden dat weidevogels juist wegblijven van bomenrijen. Bossen en bomenrijen zijn dus minder geschikt voor vogels die normaal gesproken in open landschap verblijven, maar bieden wel ruimte voor beschermde soorten zoals roofvogels, vleermuizen en marterachtigen. Leefomgeving Versterking en het toevoegen van groenstructuren aan de randen van de polder, zoals bosjes, bomenrijen en bossen kan effecten hebben op de gezondheid. Effecten op gezondheid Het versterken en aanleggen van groenstructuren kan een indirect effect hebben op de gezondheid. Directe effecten zijn naar verwachting niet aanwezig. De indirecte en directe effecten komen voort uit het aantrekkelijker maken van het gebied. De nieuwe groenstructuren kunnen namelijk mensen aantrekken, die het gebied langs de randen van de polder interessanter vinden om te wandelen. Wandelen is goed voor de gezondheid.

Dit effect is tweeledig: enerzijds is wandelen goed voor de fysieke gezondheid, anderzijds volgt uit diverse onderzoeken dat tijd doorbrengen in de natuur goed is voor de mentale gezondheid 1. Omdat een groene omgeving uitnodigt om te bewegen en ontspannen, speelt groen een rol bij de vermindering van diverse ziekten en kwalen, zoals overgewicht, diabetes, hart- en vaatziekten. Ook is een gunstig effect gevonden tussen groen en hoe lang mensen leven, hoe zwaar baby’s bij hun geboorte zijn en de werking van het immuunsysteem. Groen lijkt te zorgen voor een verbeterde nachtrust. Concentratie, geheugen en leerprestaties verbeteren bij contact met groen, met name bij kinderen 2. Voorwaarde hierbij is wel dat de nieuwe situatie zich ook leent voor het beleven van de natuur voor mensen. Hiervoor is geschikte infrastructuur nodig, bijvoorbeeld wandelpaden. Indien dit niet het geval is, zullen de positieve effecten op de gezondheid redelijk beperkt zijn. Daarnaast kan in het versterken (en het onderhoud) van de natuur langs de randen van de polder met omwonenden en toekomstige gebruikers van het gebied. Dit creëert bewustzijn, maar kan ook het onderlinge sociale contact versterken. Dit heeft zowel positieve fysieke (actief bezig zijn) als positieve mentale (gezamenlijk doel) effecten.

Aandachtspunt is dat het creëren van een geschikte situatie voor het bereiken van gezondheidseffecten, mogelijk conflicteert met de belangen van het versterken van de (nieuwe) natuurwaarden. Water en bodem De aanleg en versterking van groenstructuren langs de randen van de polder heeft mogelijk effecten op het water en de bodem. Effecten op water en bodem De aanleg en versterking van groenstructuren langs de randen van de polder kan bijdragen aan een verbeterde water- en bodemkwaliteit. Hierbij is sprake van een wisselwerking tussen de primaire activiteit in dit ruimtelijk principe, namelijk de aanleg van groenstructuren en de gevolgen op water en bodem. Het is hierbij wel van belang dat de nieuwe groenstructuren de bodem niet uitput. Nieuwe ondergrondse, natuurlijke processen, zoals een verrijking van de bodemstructuren is hierin een belangrijke voorwaarde. Hiervoor dienen de juiste planten, struiken en bomen aangeplant te worden. Een positief effect is hierbij te behalen als gronden die nu een agrarische, monocultuur kennen anders benut worden, waardoor de bodemkwaliteit verbetert. Dit heeft ook een positief effect op de waterkwaliteit, omdat de natuur werkt als filter voor het grondwater. Op het gehele ecosysteem heeft dit positieve effecten. Dit is nader toegelicht in 3.1.3. 1

https://www.wur.nl/nl/dossiers/dossier/effect-van-natuur-op-gezondheid.htm

2

https://www.rivm.nl/nieuws/effecten-van-groen-op-fysieke-en-mentale-gezondheid

23 | 26

Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief

Klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de kans op weersextremen, zoals droogte, wateroverlast en hitte toe. Hierdoor neemt risico op overstromingen en droogte toe. De aanleg van groen in stedelijk en landelijk gebied kan een positieve impuls geven aan de klimaatbestendigheid van de leefomgeving. Effecten op wateroverlast, droogte en hittestress De ontwikkeling van bos en groenstructuren kan helpen bij het opnemen en vasthouden van overtollig (regen)water in de bodem. Ten eerste zorgt vegetatie voor een betere opname van water in het landschap bij overlast door een verbeterde infiltratie van de bodem. Daarnaast heeft groen een verkoelende werking in stedelijk gebied door het toevoegen van schaduw en het vertragen van waterverdamping. Hierdoor kan het de effecten van hitte tijdens warme periodes bufferen. Ruimtegebruik De aanleg van nieuwe groenstructuren beïnvloedt het hele landschap aan de randen van de Duurzame Polder. Hierbij is het van belang om de omvang van deze ruimtelijke ontwikkelingen in kaart te brengen. Zo worden de effecten op het huidige en toekomstige ruimtegebruik inzichtelijk. Effecten op huidige en toekomstige ruimtegebruik en functies De gebruiksfuncties langs de randen van de polder bestaan voornamelijk uit landbouw en wonen.

De aanleg van bos en bosrijke structuren kan de belevingswaarde van de Duurzame Polder positief beïnvloeden door een versterking van de kwaliteit van de leefomgeving. Door de aanleg van wandel- en fietspaden zijn er ook meer recreatiefuncties aanwezig in het gebied.

3.1.8

Vernatten Rompertweg/Heeseindseweg/Weteringsgraaf

Het gebied aan weerszijden van de Rompertweg, Heeseindseweg en de Weteringsgraaf biedt kansen om te vernatten. Deze gronden hebben nu een agrarische bestemming. Om het gebied te vernatten wordt het waterpeil opgezet en natte hooilanden gecreëerd. Deze maatregelen zijn bedoeld om de waterkwaliteit en biodiversiteit in het gebied te verbeteren. Dit ruimtelijk principe is van toepassing op de deelgebieden Overgang zand-klei en Stadsrand Den Bosch. Landschap en cultuurhistorie Het vernatten van percelen sluit aan bij de huidige ruimtelijk-visuele kenmerken en de cultuurhistorische en landschappelijke waarden in de Duurzame Polder. Effecten op ruimtelijk-visuele kenmerken Bij dit ruimtelijk principe worden percelen vernat aan weerszijden van de Rompertweg, Heeseindseweg en de Weteringsgraaf. Dit zorgt voor een waterrijk landschap. De ruimtelijk-visuele effecten van deze ingreep zijn beperkt. Het gebied krijgt een waterrijker en natuurlijker karakter, het karakteristieke open landschap in de polder blijft behouden. De ruimtelijk-visuele kenmerken worden niet aangetast. Effecten op cultuurhistorische en landschappelijke waarden (structuren en elementen) Het te vernatten gebied bevindt zich binnen de oude Beerse Overlaat. Door de vernatting krijgt dit deel van de Beerse Overlaat een deel van haar waterbergende functie terug.

Hiermee wordt de cultuurhistorische waarde van de Beerse Overlaat opnieuw verankerd en zichtbaar gemaakt in de Duurzame Polder. De structuur en de elementen komen weer tot leven in de polder. Natuur Door vernatting van percelen wordt nieuwe ‘natte natuur’ gecreëerd. De nieuwe natuur is gunstig voor de beschermde natuurgebieden, de biodiversiteit en de beschermde plant- en diersoorten in het gebied.

24 | 26

Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief

Effecten op beschermde natuurgebieden Zowel de NNB-percelen als het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten zijn gebaat bij vernatting. De doelen (onder andere openheid en vochtig weidevogelgrasland) en doelsoorten (onder andere weidevogels en wintergasten) van deze natuurgebieden worden bevorderd. Bij vernatting wordt het gronden oppervlaktewaterpeil en de bodem zo beheerd dat een optimale situatie ontstaat voor waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit is gunstig voor het waterbergend vermogen van een natuurgebied en voor verschillende plant- en diersoorten die hierin leven. Zo komen bijvoorbeeld ongewervelden (onder andere wormen en larven) bij een hoger grondwaterpeil hoger in de bodem voor. Dit is belangrijk voor de kuikens van weidevogels, die zo met hun kortere snavels het voedsel in de toplaag van de bodem kunnen bereiken. Effecten op biodiversiteit Door vernatting wordt leefgebied voor met name weidevogels en watervogels gecreëerd. Doordat de bodem nat is komen er wormen en larven voor. Deze dienen weer als voedsel voor andere vogels en soorten amfibieën en reptielen. Deze soorten trekken weer grondgebonden zoogdieren en roofvogels aan. Uitbreiding van leefgebied voor weidevogels kan dus zorgen voor een hogere biodiversiteit in het gebied. Effecten op beschermde plant- en diersoorten Veel beschermde plant- en diersoorten zijn gebaat bij drassige gebieden.

Op een hoger grond- en oppervlaktewaterpeil komen bijvoorbeeld meer weidevogels af. Ongewervelden (onder andere wormen en larven) komen bij een hoger grondwaterpeil hoger in de bodem voor. Dit is belangrijk voor de kuikens van weidevogels, die zo met hun kortere snavels het voedsel in de toplaag van de bodem kunnen bereiken. Er wordt leefgebied gecreëerd voor weidevogels en weidevogelpopulaties kunnen toenemen. Ook zijn vernatte gebieden vaak slibrijk. In het slib leven veel insecten waar weidevogels en andere vogels op foerageren. Niet alleen beschermde weidevogels, maar ook, planten, zangvogels, roofvogels, muizen, kikkers en slangen kunnen profiteren van deze nieuwe natte gebieden. Leefomgeving Vernatting van het gebied langs de Rompertweg, Heeseindseweg en de Weteringsgraaf heeft mogelijk effecten op de gezondheid. Effecten op gezondheid Het vernatten van gebieden heeft ruimtelijke gevolgen die zorgen voor een veranderend landschap. In plaats van primair agrarisch krijgen de gebieden langs de Rompertweg, Heeseindseweg en de Weteringsgraa in dit ruimtelijk principe een meer ‘blauw’ karakter. Afhankelijk van de exacte maatregelen die worden genomen ten aanzien van de beschikbaarheid van deze gebieden voor omwonenden en gebruikers van de polder kunnen positieve gezondheidseffecten ontstaan.

Als deze ontwikkeling plaatsvindt in combinatie met bijvoorbeeld de versterking of aanleg van natuur of wandelpaden wordt het gebied interessanter om te bewegen. Zoals ook benoemd onder paragraaf 3.1.1 is beweging goed voor de gezondheid, zowel fysiek als mentaal. Voor een uitgebreide toelichting op de positieve effecten van natuur en bewegen wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1. Water en bodem Het vernatten van het gebied langs de Rompertweg, Heeseindseweg en de Weteringsgraaf heeft mogelijk effecten op het water en de bodem. De beschouwing van de effecten sluit aan bij de het landelijke principe om water en bodem sturend te maken bij ruimtelijke keuzes. Effecten op water en bodem De realisatie van gebieden voor berging en het vasthouden van water zorgt dat de polder een groter waterbergend vermogen krijgt. Hierdoor wordt water in de bodem en ook aan het oppervlakte langer vastgehouden. Dit past binnen de principes om water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke keuzes. Het zorgt voor een bescherming van het (grond)water, de kwaliteit van het water verbetert en ook wordt bodemdaling (door verdroging) tegengegaan.

25 | 26

Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief

Het vasthouden van water is een koerswijziging ten opzichte van het zo snel mogelijk afvoeren van het water uit het plangebied. Hierdoor kan water tevens infiltreren in de bodem, waardoor het (grond)water langer gebruikt kan worden voor andere functies, zoals landbouw. Aandachtspunt is dat de juiste inrichting van de nieuwe ‘blauwe’ gebieden wordt gekozen, om te zorgen dat de effecten op water en bodem ook daadwerkelijk positief zijn. Zo moet bijvoorbeeld worden voorkomen dat het water meteen afvloeit richting lager gelegen gebied. Klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de kans op weersextremen, zoals droogte, wateroverlast en hitte toe. Hierdoor neemt risico op overstromingen en droogte toe. Vernatting draagt bij aan de klimaatadaptieve functie van de Duurzame Polder. Effecten op wateroverlast, droogte en hittestress Met het vernatten van landbouwgrond wordt droogte tegengegaan. Door het verhogen van het grondwaterpeil droogt de kleigrond minder snel. Dat verkleint ook de kans op bodemdaling. Vernatting draagt ook bij aan de waterbergende functie van het gebied. Het gebied aan weerszijden van de Rompertweg, Heeseindseweg en de Weteringsgraaf is laaggelegen. Bij wateroverlast kan het gebied daarom (regen)water opvangen én opslaan voor drogere perioden. Ruimtegebruik Het vernatten van percelen heeft invloed op het huidige gebruik van deze percelen.

Hierbij is het van belang om de omvang van deze ruimtelijke ontwikkelingen in kaart te brengen. Zo worden de effecten op het huidige en toekomstige ruimtegebruik inzichtelijk. Effecten op huidige en toekomstige ruimtegebruik en functies De gebieden aan weerszijden van de Rompertweg, Heeseindseweg en de Weteringsgraaf worden gebruikt als landbouwgrond. Wanneer vernatting plaatsvindt, worden de percelen ongeschikt voor landbouw en overige activiteiten. De percelen krijgen dan een natuurfunctie.

26 | 26

Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=34e24f43-f7cc-4ab8-b569-563aac0b424b