Bijlage XV - Toelichting ruimtelijke principes
Tekst van het document
NOTITIE
Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie
Notitie beschouwing ruimtelijke principes Duurzame Polder Duurzame Polder Gemeente Oss en gemeente 's-Hertogenbosch 134741 Definitief 10 januari 2024 134741/24-000.276
Auteur(s)
Gecontroleerd door Goedgekeurd door Paraaf
Bijlage(n)
-
Aan Kopie
1
INLEIDING
Deze notitie gaat in op de ruimtelijke principes voor de integrale gebiedsontwikkeling voor de Duurzame Polder. Hoofdstuk 2 beschrijft het proces van totstandkoming van de ruimtelijke principes. Hoofdstuk 3 bevat een toelichting op de belangrijkste kansen en aandachtspunten van de ruimtelijke principes vanuit milieu. De notitie behoort bij het planMER voor de Duurzame Polder.
2
TOTSTANDKOMING RUIMTELIJKE PRINCIPES
Ontwerpend onderzoek In het najaar van 2022 is gestart met het ontwerpend onderzoek voor de Duurzame Polder. Dit ontwerpend onderzoek omvatte zowel de integrale ruimtelijke principes als de totstandkoming van de varianten voor het planMER. Dit proces liep parallel aan de selectie van varianten voor plaatsingszones van windturbines. Het ontwerpend onderzoek bestaat globaal uit twee fasen: 1 een divergerende fase, waarin verschillende mogelijkheden zijn verkend, en; 2 een convergerende fase, waarin wordt getrechterd richting één voorkeursalternatief (windvariant en integrale ruimtelijke principes).
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751
In elke fase van het ontwerpend onderzoek is met belanghebbenden in en rond de Duurzame Polder samengewerkt. Dit ging elke keer in hetzelfde ritme: eerst één of twee ontwerpateliers met een compacte groep belanghebbenden (circa 30 personen) om inhoudelijk de eerste stappen te zetten, en vervolgens de conceptuitkomsten delen met het brede publiek via fysieke bijeenkomsten en/of online consultatie. Op deze manier is stap voor stap met betrokken partijen richting een integraal voorkeursalternatief voor de inrichting van de Duurzame Polder gewerkt. Dit proces wordt hier opvolgend in meer detail beschreven. Beschrijving stappen en participatie Om te komen tot de integrale ruimtelijke principes zijn de volgende stappen doorlopen: Het proces en de participatie om te komen tot integrale ruimtelijke principes is als volgt vormgegeven: 1 de eerste stap van het ontwerpend onderzoek was het actualiseren van de al eerder opgehaalde kansen, ideeën en waarden van het gebied.
Deze inbreng heeft de basis gevormd van het verkennen van mogelijkheden voor de Duurzame Polder: · in september 2022 is een atelier met belangenorganisaties georganiseerd en vervolgens een zestal fysieke bijeenkomsten met het brede publiek (informerend over het proces / actualisatie kansen en waarden); 2 de mogelijkheden uit de eerste stap zijn door het Landschapsarchitectenbureau H+N+S verwerkt en in beeld gebracht voor het gebied. Doel van deze fase was het breed in kaart brengen van wat mogelijk is (divergeren). Dit heeft begin 2023 geleid tot 4 Denkrichtingen, die integraal van opzet waren (zowel windturbineopstellingen als ruimtelijke principes). Deze Denkrichtingen en varianten zijn medio maart 2023 in een Tussenrapport opgenomen: · in december 2022 is een atelier georganiseerd met belangenorganisaties om de eerste ideeën voor de Denkrichtingen te verkennen. Dit heeft de Denkrichtingen mede vormgegeven, die eind januari en begin februari 2023 met het brede publiek zijn besproken in zes fysieke bijeenkomsten; 3 in de derde stap zijn de varianten vergeleken en beoordeeld, om zo tot een selectie van kansrijke richtingen te komen (convergeren). Daarbij zijn de integrale ruimtelijke principes en windturbineopstellingen uit elkaar gehaald, om deze zuiver te kunnen beoordelen.
De kansrijke richtingen zijn uitgewerkt tot vijf varianten (voor windturbines, zie hoofdstuk 6) en integrale ruimtelijke principes voor vijf deelgebieden. Gezamenlijk vormen deze varianten en ruimtelijke principes de basis voor het Programma onder de Omgevingswet: · via twee ontwerpateliers (april en mei 2023) zijn de integrale ruimtelijke principes voor de vijf deelgebieden vormgegeven. Dit heeft geleid tot een aantal conceptruimtelijke principes eind mei 2023, die vervolgens twee weken ter online consultatie zijn voorgelegd aan het brede publiek (juni 2023); 4 in de vierde stap is op basis van de conceptresultaten van het planMER en de online consultatie van juni 2023 toegewerkt naar een concept voorkeursalternatief, waarbij de windturbinevarianten en de integrale ruimtelijke principes weer bij elkaar zijn gekomen. Dit is vervolgens vertaald in het Ontwerp Programma voor de Duurzame Polder.
3
BESCHOUWING POTENTIËLE MILIEUEFFECTEN RUIMTELIJKE PRINCIPES
Deze beschouwing dient als achtergrondinformatie bij hoofdstuk 12 van het planMER Duurzame Polder. In het planMER is voor elk ruimtelijk principe een samenvattende tabel opgenomen. De tabellen bevatten de belangrijkste kansen en aandachtspunten vanuit milieu op basis van deze beschouwing.
3.1.1
Versterken natuur langs de Hertogswetering
In het ruimtelijk principe ‘Versterken natuur langs de Hertogswegwetering’ is het uitgangspunt dat de natuurwaarden die aanwezig zijn worden versterkt. Het ruimtelijk principe gaat uit van het aanleggen van bosschages, poelen en moerassen in de zone direct rond de Hertogswetering, maar ook het versterken van de natuur ten behoeve van weidevogels waarbij openheid nodig is. Met bosschages, poelen en moerassen worden soorten als de otter ondersteund. Weidevogels daarentegen zijn gebaat bij een open landschap. Dit ruimtelijk principe is van toepassing op deelgebied 1 - De weide.
2 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
Landschap en cultuurhistorie Versterking van de natuur langs de Hertogswetering gaat gepaard met de aanleg van bosschages, poelen en moerassen. Dit kan het aangezicht van de Hertogswetering veranderen en heeft mogelijk effecten op het landschap. Daarnaast is mogelijk sprake van effecten op de cultuurhistorische waarden van de Hertogswetering als historisch afwateringskanaal. Effecten op ruimtelijk-visuele kenmerken Het toevoegen van bosschages, moerassen en poelen in het gebied direct rond de Hertogswetering kan effecten hebben op de ruimtelijk-visuele kenmerken van de Hertogswetering. Daarnaast kunnen de effecten van invloed zijn op de ruimtelijk-visuele kenmerken van de open polder. De aanleg van bosschages kan leiden tot een verminderd zicht op de Hertogswetering en doorzicht naar de rest van de polder vanuit de omgeving. Ruimtelijk-visuele kenmerken worden bij de aanleg van bosschages met name op lokaal schaalniveau aangetast. Hierbij zorgen de bosschages voor een beperking van de lokale doorkijk. Dit leidt ook tot verrommeling van het open polderlandschap. Op een groter schaalniveau (niveau van de gehele polder) is het effect beperkt en worden de ruimtelijk-visuele kenmerken vrijwel niet aangetast door de aanleg van bosschages. Hierbij geldt wel als uitgangspunt dat niet langs de gehele Hertogswetering bosschages worden aangelegd.
De aanleg van poelen en moerassen langs de Hertogswetering zorgt voor een waterrijkere omgeving. Alleen op lokaal niveau is sprake van een effect op ruimtelijk-visuele kenmerken. Op het schaalniveau van de gehele polder heeft de aanleg van poelen en moerassen geen invloed op de ruimtelijk-visuele kenmerken, omdat de kenmerkende grootschalige openheid niet wordt aangetast. Wel zorgt de aanleg van moerassen en poelen in combinatie met bosschages voor een verandering van het huidige polderlandschap naar een meer drassig gebied met vegetatie. Effecten op cultuurhistorische en landschappelijke waarden (structuren en elementen) Het toevoegen van bosschages, moerassen en poelen in het gebied direct rond de Hertogswetering kan effecten hebben op de cultuurhistorische en landschappelijk waarden van het gebied, met name de Hertogswetering zelf. De Hertogswetering is een historisch afwateringskanaal van het overstroomgebied aan de linkerzijde van de rivier de Maas. Deze watergang vindt zijn oorsprong in 1303 en is met een lengte van 32,5 kilometer de langste wetering van Nederland. Met deze ver teruggaande geschiedenis en functie binnen het landschap heeft de Hertogswetering een belangrijke positie als waterbouwkundig landschapselement. De polder rondom de Hertogswetering wordt gekenmerkt door een open en waterrijk karakter.
Het toevoegen van moerassen en poelen rondom de Hertogswetering sluit aan bij dit karakter en voegt een natuurlijk element toe. Toch kan dit ook gezien worden als aantasting het historisch ontwikkelde verkavelde polderlandschap. Het toevoegen van bosschages rondom de Hertogswetering geven het landschap ook een bosrijker en natuurlijker karakter, maar kunnen ook het zicht op de Hertogswetering als cultuurhistorisch element verminderen. Het toevoegen van bosschages biedt mogelijkheden om het landschap robuuster in te richten, die inspelen op opgaven zoals het vergroten van de biodiversiteit en het bergen en vasthouden van water. Daarnaast biedt het kansen om de Hertogswetering als cultuurhistorische structuur in het landschap te versterken. Dit geldt met name bij het toevoegen van opgaande bosschages, waarbij de structuur duidelijk herkenbaar wordt gemaakt in het open landschap. Hierbij geldt wel dat dit vanuit de historie beschouwd, niet de bestaande situatie was. Een aandachtspunt is dat het ontgraven van grond voor poelen en moerassen ook invloed kan hebben op de archeologische waarden in de ondergrond.
3 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
Natuur Het ruimtelijk principe gaat uit van het versterken van aanwezige natuurwaarden rondom de Hertogswetering. Versterking van de natuur bestaat uit een aantal landschappelijke ingrepen, namelijk het toevoegen van bosschages, poelen en moerassen. Om de kwalitatieve toevoeging van deze ingrepen aan de staat van de natuur te beschouwen is het van belang om de effecten van deze ingrepen vast te stellen. Effecten op beschermde natuurgebieden Het toevoegen van bosschages, moerassen en poelen in het gebied rondom de Hertogswetering kan een effect hebben op bestaande beschermde natuurgebieden. Een deel van de Hertogswetering loopt door een gebied dat is aangemerkt als rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. In dit beschermde gebied waarborgt de provincie de rust voor ganzen en smienten. Het bieden van rust, ruimte en voedsel is bevorderlijk voor de instandhouding van deze soorten. Deze soorten zijn voornamelijk gebaat bij open grasland en een groot voedselaanbod (eiwitrijk gras). Wanneer bosschages, poelen en moerassen langs de Hertogswetering binnen het rust- en foerageergebied worden aangelegd kan dit mogelijk een effect hebben op het rust- en foerageergebied. Door bosschages, poelen en moerassen toe te voegen langs de hertogwetering binnen het rust- en foerageergebied van ganzen en smienten ontstaat mogelijk minder oppervlakte voor open grasland.
Hiervoor krijgen ganzen en smienten echter ook wat terug. Moerassen en poelen kunnen namelijk dienen als beschutting voor deze soorten. Ook kunnen ze binnen het moeras planten en zaden eten, zoals riet. Het moeras blijft hierdoor open. Dit zorgt er ook voor dat moerasgebied geschikt blijft voor veel planten- en diersoorten zoals moerasvogels. Bosschages zijn minder geschikt voor ganzen en smienten. 1 De Hertogswetering is onderdeel van de groenblauwe mantel en vormt een ecologische verbinding binnen de Duurzame Polder. Het toevoegen van moerassen, poelen en bosschages langs de Hertogswetering geeft een positieve bijdrage aan het leefgebied van verschillende soorten (zie ‘effecten op biodiversiteit’ en ‘effecten op beschermde plant- en diersoorten’). Door het verrijken van het leefgebied langs de Hertogswetering kan de connectiviteit tussen natuurgebieden versterkt worden. De aanleg van moerassen, poelen en bosschages draagt daarmee bij aan de ecologische verbindingszones, het NNB en de migratie van soorten tussen natuurgebieden. Effecten op biodiversiteit Het toevoegen van bosschages, moerassen en poelen kan een versterkend effect hebben op de biodiversiteit van en langs de Hertogswetering en het omliggende poldergebied.
Door een diversiteit aan soorten aan te planten kunnen verschillende insecten, vogels, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren worden aangetrokken tot het gebied. Daarnaast kan de ontwikkeling van moerassen en poelen zorgen voor vestiging en ontwikkeling van aquatische flora- en fauna. Dit heeft een positief effect op de biodiversiteit. Effecten op beschermde plant- en diersoorten Het toevoegen van bosschages, moerassen en poelen heeft een verschillende uitwerking op beschermde plant- en diersoorten in het gebied rondom de Hertogswetering. Vleermuizen, amfibieën en grondgebonden zoogdieren zijn gebaat bij hogere vegetatiestructuren als bosschages met bomen en struiken. Vleermuizen en zoogdieren zoals boom bewonende marterachtigen gebruiken bomen om in te verblijven. Ook gebruiken vleermuizen moerassen en poelen als foerageergebied en lijnvormige structuren zoals bomenrijen als vliegroutes. Soorten als muizen, kikkers en slangen gebruiken bosschages als beschutting. Door bosschages, moerassen en poelen te ontwikkelen langs de Hertogswetering wordt er nieuw leefgebied voor deze soorten gecreëerd. Dit bevordert de connectiviteit van natuur in de Duurzame Polder. Mogelijk heeft dit een positief effect op populatieaantallen en de diversiteit aan soorten in de Duurzame Polder.
Hierdoor is het ecosysteem veerkrachtiger en kunnen negatieve effecten van ontwikkelingen in de Duurzame Polder beter worden opgevangen.
1
‘Ganzen horen bij Nederland’ (Staatsbosbeheer.nl). Geraadpleegd op 23 augustus 2023.
4 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
Bosschages zijn echter minder geschikt voor weidevogels en wintergasten. Hogere vegetatiestructuren zijn namelijk geschikt voor roofvogels en uilen die jagen op de kuikens van deze vogelsoorten. Met name weidevogels blijven daarom uit de buurt van bosschages met bomen en struiken. Weidevogels zijn een belangrijke beschermde soort in de polder. De aanleg van bosschages in of nabij weidevogelleefgebied heeft daarom mogelijk negatieve effecten op weidevogelpopulaties. Leefomgeving Versterking van de natuur langs de Hertogswetering gaat gepaard met de aanleg van bosschages, poelen en moerassen. Dit heeft mogelijk effecten op de gezondheid. Effecten op gezondheid Het versterken van de natuur rond de Hertogswetering kan een indirect en direct effect hebben op de gezondheid. De indirecte effecten komen voort uit het aantrekkelijker maken van het gebied. De nieuwe natuur kan namelijk mensen aantrekken, die het gebied langs de Hertogswetering interessanter vinden om te wandelen. Wandelen is goed voor de gezondheid. Dit effect is tweeledig: enerzijds is wandelen goed voor de fysieke gezondheid, anderzijds volgt uit diverse onderzoeken dat tijd doorbrengen in de natuur goed is voor de mentale gezondheid1.
Omdat een groene omgeving uitnodigt om te bewegen en ontspannen, speelt groen een rol bij de vermindering van diverse ziekten en kwalen, zoals overgewicht, diabetes, hart- en vaatziekten. Ook is een gunstig effect gevonden tussen groen en hoe lang mensen leven, hoe zwaar baby’s bij hun geboorte zijn en de werking van het immuunsysteem. Groen lijkt te zorgen voor een verbeterde nachtrust. Concentratie, geheugen en leerprestaties verbeteren bij contact met groen, met name bij kinderen2. Voorwaarde hierbij is wel dat de nieuwe situatie zich ook leent voor het beleven van de natuur voor mensen. Hiervoor is geschikte infrastructuur nodig, bijvoorbeeld wandelpaden. Indien dit niet het geval is, zullen de positieve effecten op de gezondheid redelijk beperkt zijn. Daarnaast kan het versterken (en het onderhoud) van de natuur langs de Hertogswetering in samenwerking met omwonenden en toekomstige gebruikers van het gebied worden uitgevoerd. Dit creëert bewustzijn, maar kan ook het onderlinge sociale contact versterken. Dit heeft zowel positieve fysieke (actief bezig zijn) als positieve mentale (gezamenlijk doel) effecten. Aandachtspunt is dat het creëren van een geschikte situatie voor het bereiken van gezondheidseffecten, mogelijk conflicteert met de belangen van het versterken van de natuurwaarden.
Water en bodem De versterking van natuur langs de Hertogswetering gaat gepaard met de aanleg van onder andere bosschages, poelen en moerassen. Dit heeft mogelijk effecten op het water en de bodem. De beschouwing van de effecten sluit aan bij de het landelijke principe om water en bodem sturend te maken bij ruimtelijke keuzes. Effecten op water en bodem Het versterken van de natuur langs de Hertogswetering kan bijdragen aan een verbeterde water- en bodemkwaliteit. Hierbij is sprake van een wisselwerking tussen de primaire activiteit in dit ruimtelijk principe, namelijk de aanleg van de natuur, en de gevolgen op water en bodem. De aanleg van poelen en moerassen zorgt voor een sponswerking. Hierdoor wordt water in de bodem en ook aan het oppervlakte langer vastgehouden. Dit is goed voor de natuur, die hiermee voldoende voedingsstoffen krijgt, om te groeien, maar ook voor de water- en bodemkwaliteit. Met name in droge periodes zorgt de sponswerking van de versterkte natuur langs de Hertogswetering voor een grotere waterbuffer. Het vasthouden van water is een koerswijziging ten opzichte van het zo snel mogelijk afvoeren van het water uit het plangebied. Hierdoor kan water tevens infiltreren in de bodem, waardoor het (grond)water langer gebruikt kan worden voor andere functies, zoals landbouw.
1
https://www.wur.nl/nl/dossiers/dossier/effect-van-natuur-op-gezondheid.htm
2
https://www.rivm.nl/nieuws/effecten-van-groen-op-fysieke-en-mentale-gezondheid
5 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
Het is hierbij wel van belang dat de nieuwe natuur de bodem niet uitput. Nieuwe ondergrondse, natuurlijke processen, zoals een verrijking van de bodemstructuren is hierin een belangrijke voorwaarde. Hiervoor dienen de juiste planten, struiken en bomen aangeplant te worden. Een positief effect is hierbij te behalen als gronden die nu een agrarische, monocultuur kennen anders benut worden, waardoor de bodemkwaliteit verbetert. Dit heeft ook een positief effect op de waterkwaliteit, omdat de natuur werkt als filter voor het grondwater. Op het gehele ecosysteem heeft dit positieve effecten. Dit wordt nader toegelicht in 3.1.3. Aandachtspunt in dit ruimtelijk principe is dat er voldoende fysieke ruimte moet zijn voor het vasthouden van water in het gebied. Deze ruimte dient benut te worden voor de aanleg van natte natuur, zoals poelen en moerassen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Omgevingsverordening gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. Deze gebieden zijn geschikt voor de opslag van water in droge tijden of kan dienen als verzamelpunt voor water in natte tijden. In combinatie met natuurversterking zorgt dit voor positieve effecten. Klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de kans op weersextremen, zoals droogte, wateroverlast en hitte toe. Hierdoor neemt risico op overstromingen en droogte toe.
Om het poldergebied klimaatbestendig te maken is het van belang om water goed af te kunnen voeren in periodes van wateroverlast en bij voorkeur vast te houden in het gebied (berging). Wateropslagmogelijkheden zorgen er ook voor dat in periodes van droogte en hitte voldoende zoet water beschikbaar blijft. Gezien de rol van de polder binnen de waterhuishouding en de positie van de Hertogswetering als afwateringskanaal van het overstromingsgebied van de Maas is een klimaatadaptieve inrichting van de polder van maatschappelijke meerwaarde. Effecten op wateroverlast, droogte en hittestress Het toevoegen van poelen en moerassen draagt bij aan de wateropslagcapaciteit van de oevers van de Hertogswetering. Dit zorgt er voor dat water uit de Maas tijdens piekmomenten (hoogwater) kan worden opgeslagen in het gebied. Daarnaast kan ook in natte periodes met veel regen water beter worden opgevangen en vast gehouden. Door water op te slaan in poelen en moerassen is de natuur in de polder beter bestand tegen hittestress in periodes van weinig regenval en/of afvoer van rivierwater. Ook kan een natter gebied hitte beter bufferen en vertraagt het de opwarming van de directe omgeving. Dit verkoelende effect kan een positieve uitwerking hebben op de omgeving, maar ook de planten- en diersoorten tijdens hete zomerperiodes.
Ruimtegebruik De aanleg van bosschages, poelen en moerassen kan van invloed zijn op toekomstige ruimtelijke plannen vanwege het ruimtelijk beslag dat deze nieuwe elementen leggen op de omgeving. Hierbij is het van belang om de omvang van deze ruimtelijke ontwikkelingen in kaart te brengen. Zo wordt inzichtelijk op wat voor manier deze beperkend zijn voor het huidige en toekomstige ruimtegebruik in het gebied. Effecten op huidige en toekomstige ruimtegebruik en functies De aanleg van bosschages, poelen en moerassen kan beperkend zijn voor verdere toekomstige ontwikkelingen zijn in het gebied rondom de Hertogswetering. De aanleg van bosschages, poelen en moerassen beperkt de beschikbaarheid van ruimte voor bijvoorbeeld landbouw. Het gebied rond de Hertogswetering is in de huidige situatie echter al aangewezen als ecologische verbindingszone. Het versterken van de natuur kan binnen de ruimte die hiervoor al gereserveerd is, zoals de Roode Wetering. Het effect op overig ruimtegebruik is naar verwachting beperkt. Het verbreden en robuuster inrichten van de Hertogswetering maakt het gebied daarnaast mogelijk interessanter om te wandelen. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging vanwege de natuurwaarden in het gebied.
6 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
3.1.2
Open plas-dras gebieden ontwikkelen voor weidevogels
In het plangebied liggen verschillende plas-dras gebieden. Dit zijn gebieden waar weilanden gedeeltelijk onder water zijn gezet (eventueel na gedeeltelijke afgraving), om zo plek te bieden aan weidevogels. Rust, openheid en natte terreinomstandigheden vormen de basis voor deze plek. Behoud van de bestaande natuurwaarden en de ontwikkeling van nieuwe plas-drasgebieden vormen de kern van dit ruimtelijk principe. Dit kan door uitbreiding direct aangrenzend aan de bestaande plas-dras gebieden, waarmee een groot, ononderbroken en onverstoord gebied ontstaat. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan het noordwesten van de polder rondom het waterwingebied van Brabant Water en het natuurterrein van Staatsbosbeheer ten noorden van de Hertogswetering (beide grondgebied gemeente Oss). Ook kunnen elders in de Duurzame Polder nieuwe plas-dras gebieden worden ontwikkeld. Dit ruimtelijk principe is van toepassing op deelgebied 1 - De weide. Landschap en cultuurhistorie De ontwikkeling van open plas-dras gebieden voor weidevogels bestaat uit het behoud van bestaande plasdras gebieden en de ontwikkelingen van nieuwe plas-dras gebieden. Dit kan het aangezicht van de polder veranderen en heeft mogelijk effecten op het landschap. Daarnaast is mogelijk sprake van effecten op de cultuurhistorische waarden van het polder landschap.
Effecten op ruimtelijk-visuele kenmerken De ontwikkeling van nieuwe plas-dras gebieden sluit aan bij de huidige ruimtelijke-visuele inrichting van de polder als open landschap zonder hoge structuren zoals bomen of andere vegetatie. Dit zorgt ervoor dat het open landschap gegarandeerd blijft. De ruimtelijk-visuele kenmerken van de polder als open gebied blijven hiermee in stand. Deze kenmerken kunnen zelfs versterkt worden als opgaande beplanting wordt verwijderd ten behoeve van nieuwe plas-dras gebieden. In de droge periodes vormt dit gebied een open, grasrijke vlakte en in de winter is deze bedekt met water. Effecten op cultuurhistorische en landschappelijke waarden (structuren en elementen) Een groot deel van de polder ligt in de Beerse Overlaat. Dit gebied diende historisch gezien als overstroomgebied van de Maas. Tijdelijke overstromingen en vernatting van percelen zijn daarom een belangrijk aspect van de landschapsdynamiek in dit gebied. Het historische waterrijke karakter van de polder kan versterkt worden door het behoud en de uitbreiding van plas-dras gebieden. Hiermee heeft de ontwikkeling van plas-dras gebieden een positief effect op de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Een aandachtspunt hierbij is wel dat plas-drasgebieden niet volledig bestaan uit water, waarmee het niet één op één de Beerse Overlaat als overstroomgebied van de Maas reflecteert.
Ten slotte moet voor de aanleg van plas-drasgebieden gegraven worden. Dit kan invloed hebben op de archeologische waarden in de ondergrond. Natuur Binnen dit ruimtelijk principe staat het behoud van aanwezige natuurwaarden in het weidegebied van de polder om weidevogels te ondersteunen centraal. Hierbij zijn rust, openheid en een nat gebied van belang. Daarnaast wordt ook gekeken naar de ontwikkeling van nieuwe plas-dras gebieden aansluitend aan bestaande gebieden of op andere plekken in de polder. Effecten op beschermde natuurgebieden Zowel de NNB-percelen als het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten zijn gebaat bij een uitbreiding van plas-dras gebied. De doelen (onder andere openheid) en doelsoorten (onder andere weidevogels en wintergasten) van deze natuurgebieden worden bevorderd door de aanleg van plas-dras gebieden. Plas-dras gebieden kennen een hoog grondwaterpeil. Dit is belangrijk voor de kuikens van weidevogels die zo met hun kortere snavels het voedsel in de toplaag van de bodem kunnen bereiken. Plas-dras gebieden zijn vaak slibrijk. Hierin leven veel insecten en ongewervelden (wormen en larven) waar weidevogels en wintergasten op foerageren. Het uitbreiden van plas-dras gebieden draagt positief bij aan de ontwikkeling van weidevogels en wintergasten in de Duurzame Polder.
Dit heeft weer een positief effect op de doelen van het NNB en het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten.
7 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
Effecten op biodiversiteit Door plas-dras gebieden te ontwikkelen of uit te breiden wordt leefgebied voor met name weidevogels en watervogels gecreëerd. Doordat de bodem nat is komen er wormen en larven voor. Deze dienen weer als voedsel voor andere vogels en soorten amfibieën en reptielen. Deze soorten trekken weer grondgebonden zoogdieren en roofvogels aan. Uitbreiding van leefgebied voor weidevogels kan dus zorgen voor een hogere biodiversiteit in het gebied. Effecten op beschermde plant- en diersoorten De ontwikkeling van nieuwe plas-dras gebieden in de Duurzame Polder, en het versterken van bestaande plas-dras gebieden, heeft een positief effect op de weidevogels in het gebied. Plas-dras gebieden kennen een hoog grondwaterpeil. Dit is belangrijk voor de kuikens van weidevogels die zo met hun kortere snavels het voedsel in de toplaag van de bodem kunnen bereiken. Ook zijn deze gebieden vaak slibrijk. Hierin leven veel insecten en ongewervelden (wormen en larven) waar weidevogels en wintergasten op foerageren. Door plas-dras te ontwikkelen wordt leefgebied gecreëerd en kunnen weidevogelpopulaties toenemen. Niet alleen beschermde weidevogels, maar ook, zangvogels, roofvogels, muizen, kikkers en slangen kunnen profiteren van deze nieuwe plas-dras gebieden. Er wordt extra leefgebied gecreëerd, waar soorten kunnen schuilen en foerageren.
Klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de kans op weersextremen, zoals droogte, wateroverlast en hitte toe. Hierdoor neemt risico op overstromingen en droogte toe. Om het poldergebied klimaatbestendig te maken is het van belang om water goed af te kunnen voeren in periodes van wateroverlast en bij voorkeur vast te houden in het gebied (berging). Wateropslagmogelijkheden zorgen er ook voor dat er in periodes van droogte en hitte voldoende zoet water beschikbaar blijft. Effecten op wateroverlast, droogte en hittestress Plas-dras gebieden zijn veelal gedurende een korte periode erg nat. Dit is tijdens de winter. Deze natte periodes worden afgewisseld met droge periodes, waarin gras zich kan ontwikkelen. Hierbij varieert het waterpeil tijdens de natte periodes tussen de 0 en 20 cm boven het maaiveld. Dit betekent dat deze gebieden een uitkomst bieden voor overtollig rivier- of regenwater in periodes met veel neerslag of rivierwater afvoer en daarmee de effecten van wateroverlast op omliggend gebied kunnen verminder. Tegelijkertijd maakt het deze gebieden ook kwetsbaar voor droogte en potentiële ‘mismatches’ tussen neerslagperiodes en de aanwezigheid van foeragerende weidevogels die afhankelijk zijn van deze natte grond. Dergelijke mismatches kunnen ontstaan als gevolg van klimaatverandering, waarbij neerslagpatronen steeds onregelmatiger worden.
Omdat de waterstand van de plas-dras gebieden van belang is voor de geschiktheid voor weidevogels is een zorgvuldige afweging tussen de effecten op wateroverlast, droogte en hittestress enerzijds en de geschiktheid voor weidevogels anderzijds noodzakelijk. Leefomgeving De aanleg van plas-drasgebieden heeft potentieel effecten op de gezondheid van bewoners en gebruikers van het plangebied. Effecten op gezondheid Het aanleggen van open plas-drasgebieden heeft beperkte effecten op de gezondheid. Dit komt omdat in dergelijke gebieden rust dient te heersen om de geschiktheid voor weidevogels te optimaliseren. Wel geldt hier dat mogelijk positieve effecten te behalen zijn als gekozen wordt voor het gezamenlijk, met omwonenden aanleggen en onderhouden van het gebied. Ook kan een educatieve functie worden toegevoegd, op afstand van het plas-drasgebied. Dit creëert bewustzijn, maar kan ook het onderlinge sociale contact versterken. Dit heeft zowel positieve fysieke (actief bezig zijn) als positieve mentale (gezamenlijk doel) effecten. Aandachtspunt is dat het creëren van een geschikte situatie voor het bereiken van gezondheidseffecten, mogelijk conflicteert met de belangen van het versterken van de natuurwaarden. Water en bodem De aanleg van open plas-drasgebieden heeft effecten op water en bodem.
Dit komt door de fysieke ingreep, waarbij percelen onder water worden gezet en de bodem mogelijk gedeeltelijk wordt afgegraven.
8 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
Effecten op water en bodem Plas-drasgebieden ontstaan door lage delen onder water te laten staan of onder water te zetten. Als sprake is van ontwikkeling van plas-drasgebieden op percelen die niet op natuurlijke wijze nat worden, dient mogelijk grond afgegraven te worden. Ook kan de grondwaterstand (tijdelijk) worden verhoogd. Het vasthouden van water in natte periodes ten behoeve van plas-drasgebieden heeft positieve effecten op het watersysteem. Het water wordt langer vastgehouden en krijgt de kans te infiltreren in de bodem. Hierbij geldt als aandachtspunt dat de gronden in het plangebied voornamelijk bestaan uit kleigronden. Hier infiltreert water minder goed dan bij zandgronden. Het water blijft hierdoor automatisch langer aan het oppervlakte staan, als het niet wordt afgevoerd. Het ontwikkelen van plas-drasgebieden vraagt dus een andere inrichting van het watersysteem in het plangebied, omdat minder afwateringssloten nodig zijn om een optimale situatie te creëren. Dit past wel in de principes vanuit het rijk om water en bodem sturend te laten zijn. De plas-drasgebieden vragen een oppervlakte van minimaal 0,5 hectare. De ontwikkeling vindt zeer waarschijnlijk plaats op landbouwgronden. De natuurlijke bodemkwaliteit van deze gronden is beperkt door de monocultuur.
De ontwikkeling van plas-drasgebieden kan bijdragen aan het herstel van de bodemkwaliteit, doordat meer natuurlijke processen plaatsvinden in de bodem. Als aandachtspunt geldt dat plas-drasgebieden veranderingen in het lokale watersysteem vragen. In plaats van afvoer dient water vastgehouden te worden en mogelijk is een verhoging van het grondwaterpeil nodig. Van het huidige weidevogelkerngebied nabij het waterwingebied is bekend dat het een aantal jaren heeft geduurd voordat een optimale verdeling van natte en droge gronden in het gebied is ontstaan. Ruimtegebruik Behoud en uitbreiding van plas-dras gebied kan van invloed zijn op toekomstige ruimtelijke plannen vanwege het ruimtelijk beslag dat deze nieuwe landschapsindeling heeft op de omgeving. Dit kan invloed hebben op gebruiksfuncties in de rest van de omgeving. Effecten op huidige en toekomstige ruimtegebruik en functies Bij uitbreiding van plas-dras gebieden in de Duurzame Polder zal het leefgebied van weidevogels zich verder over de polder verspreiden. Om verstoringen van wettelijk beschermde weidevogels te voorkomen moet voldoende afstand van het leefgebied gewaarborgd zijn bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
3.1.3
Verbeteren waterkwaliteit en vergroten biodiversiteit (benutten netwerk van weteringen, waterlopen en sloten)
Dit ruimtelijk principe gaat uit van het versterken van de kleinere weteringen en sloten in de Duurzame Polder. Door extensief beheer van de sloten en oevers, kunnen er ruiger begroeide randen ontstaan. Om de waterkwaliteit te verbeteren worden riet en bloemrijke en kruidenrijke akkerranden toegevoegd. Ook liggen er kansen voor het creëren van meer ruimte voor water en natuurvriendelijke oevers. Dit ruimtelijk principe is met name van toepassing op deelgebied 1 - De weide, maar kan ook in de andere deelgebieden langs wateren en akkerranden worden toegepast. Landschap en cultuurhistorie Versterking van het netwerk van sloten met natuurvriendelijke oevers en ruige akkerranden kan invloed hebben op de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van de weteringen en sloten in het poldergebied. Effecten op ruimtelijk-visuele kenmerken Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers bij bestaande weteringen en sloten wordt gerealiseerd door landinwaarts een steiler talud uit te graven zodat hier planten kunnen groeien. Hierdoor ontstaan bredere watergangen met opgaande vegetatie. Begroeiing op de taluds van deze watergangen zorgen voor een meer natuurlijke opgang van sloten en weteringen in het landschap.
9 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
Deze nieuwe kenmerken kunnen het polderlandschap een meer natuurlijker uitstraling geven. Bovendien geeft dit de weteringen en sloten een duidelijk visueel aangezicht, waarmee deze ruimtelijk-visueel herkenbaar zijn. De hoogte van de opgaande vegetatie is van beperkte omvang. Hiermee is het effect op de ruimtelijk-visuele kenmerken op de schaal van de gehele polder zeer beperkt. Een aandachtspunt voor dit ruimtelijk principe is dat bij het graven van sloten zoveel mogelijk rekening moet worden gehouden met kenmerkende perceelsinrichtingen. Effecten op cultuurhistorische en landschappelijke waarden (structuren en elementen) De aanleg van natuurvriendelijke oevers en ruige akkerranden kan invloed hebben op de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de polder. Historisch gezien zijn deze watergangen namelijk onbegroeid en gegraven met steile taluds om het waterpeil in de polder te reguleren en rivierwater af te voeren vanuit het overstroomgebied van de rivier de Maas. Het verbreden van de taluds en de ontwikkeling van vegetatie langs de oevers kan gezien worden als een landschappelijk ingreep die niet past bij het historische karakter. Daar tegenover staat het versterken van de weteringen en sloten als structuur in het landschap. Dit biedt mogelijkheden om het oorspronkelijke kenmerkende verkavelingspatroon terug te brengen en te markeren.
Ook hier geldt als aandachtspunt dat het ontgraven van grond voor poelen en moerassen invloed kan hebben op archeologische waarden in de ondergrond. Natuur Centraal in dit ruimtelijk principe staat de ontwikkeling van nieuwe natuur langs bestaande watergangen in de polder. Door extensief beheer van de sloten en oevers, kunnen er ruiger begroeide randen ontstaan. Om de waterkwaliteit te verbeteren worden riet en bloemrijke en kruidenrijke akkerranden toegevoegd. Ook liggen er kansen voor het maken van meer ruimte voor water en natuurvriendelijke oevers. Door taluds steiler te maken kan er begroeiing op ontstaan wat een versterkend effect kan hebben op aanwezige natuurwaarden en er kan ruimte ontstaan voor nieuwe natuur. Effecten op beschermde natuurgebieden In de kern van de polder ligt het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Tevens liggen langs de Maas en Hertogswetering en verspreid in het zoekgebied enkele percelen van het NNB. Een fijnmazig slotennetwerk met natuurvriendelijke oevers en ruige akkerranden bevordert de verbinding tussen de natuurgebieden in het plangebied. Via de sloten en oevers kunnen vleermuizen, vogels, vissen en amfibieën tussen beschermde natuurgebieden bewegen. Dit is belangrijk voor de connectiviteit, oftewel de verbinding in een landschap. Het verbeteren van de connectiviteit is zowel op groot en klein schaalniveau van belang.
Er vindt een betere uitwisseling tussen populaties plaats en soorten kunnen zich beter handhaven in hun eigen leefgebied. Er wordt nieuw leefgebied gecreëerd wat bijdraagt aan sterkere populaties en daarmee de algehele kwaliteit van de beschermde natuurgebieden in de Duurzame Polder. Effecten op biodiversiteit Natuurvriendelijke oevers en ruige akkerranden langs sloten hebben een positief effect op de biodiversiteit. Deze groene structuren bieden een gevarieerde leefomgeving voor planten. Door de aanwezigheid van verschillende waterdiepten kunnen verschillende plantensoorten zich vestigen. Deze planten dienen als schuilplaats en voedselbron voor insecten, vlinders en andere ongewervelden. Ook vissen en amfibieën kunnen langs de oevers en in het water beschutting en voedsel vinden, evenals grondgebonden zoogdieren en rietvogels. Natuurvriendelijke oevers en ruige akkerranden bevorderen daarmee een divers ecosysteem. Waterplanten en oevervegetatie, zoals riet, hebben ook een positieve invloed op de biodiversiteit door de waterkwaliteit te verbeteren. Deze planten halen nutriënten en zwevende deeltjes uit het water en voegen zuurstof toe waardoor het water geschikter wordt voor allerlei dieren. De aanleg van ruige akkerranden kan zorgen voor een grotere diversiteit aan planten en kruidensoorten.
Deze diversiteit kan verschillende insectensoorten aantrekken waardoor zowel de soortendiversiteit aan planten als dieren verspreid over het kan gebied toenemen.
10 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
Effecten op beschermde plant- en diersoorten Sloten met natuurvriendelijke oevers en ruige akkerranden hebben positieve effecten op beschermde planten diersoorten. Deze maatregelen dragen bij aan het behoud en herstel van de leefomgeving van verschillende planten en dieren die wettelijk beschermd zijn, zoals grote modderkruiper en kamsalamander. Deze soorten zijn gebaat bij vegetatie op oevers, omdat deze beschutting biedt tegen predatoren. Daarnaast zijn natuurvriendelijke sloten belangrijke opgroeigebieden voor jonge modderkruipers. Echter zijn zeer steile taluds minder geschikt voor modderkruipers en amfibieën. Wanneer een talud te steil is kunnen deze soorten de oever niet goed bereiken. Een oever met een geleidelijke overgang en begroeiing biedt een geschikter leefgebied voor deze soorten. Ook kunnen ruige of natuurvriendelijke akkerranden gunstig zijn voor broedende weidevogels. Deze akkerranden bieden een schuilplaats voor het nest van weidevogels en hun jongen. De jonge weidevogels kunnen hier opzoek naar voedsel en zijn beter beschermd tegen predatoren. Hierdoor kunnen dergelijke structureren ondersteunend zijn voor de weidevogelpopulaties in dit gebied. Leefomgeving Door in te zetten op het verbeteren van de waterkwaliteit en het versterken van de biodiversiteit langs de wateren in het plangebied, kan mogelijk een positief effect op de gezondheid ontstaan.
Effecten op gezondheid Schoon water draagt bij aan een gezonde leefomgeving en natuur 1. Doordat schoon water uitnodigt tot meer bewegen of te genieten van de aanblik van de natuur, draagt het bij aan een gezonde levensstijl. Schoon drinkwater is een primaire levensbehoefte en dus voor iedereen belangrijk. Juist het intensieve gebruik van water in Nederland en de omgeving rondom het water legt druk op de waterkwaliteit. Door in te zetten op een goede waterkwaliteit in de watergangen wordt voorkomen dat bronnen van verontreiniging in het drinkwater, voedsel en de leefomgeving terecht komen. Hiermee heeft dit ruimtelijk principe een positief effect op de gezondheid. Water en bodem Het verbeteren van de waterkwaliteit en het vergroten van de biodiversiteit heeft effecten op het aspect water en bodem. Effecten op water en bodem De waterkwaliteit in Nederlandse wateren is onvoldoende. Uit een analyse van Witteveen+Bos (juni 2022) 2 in opdracht van Natuurmonumenten blijkt dat het water in Nederland te vervuild is. Ondanks diverse inspanningen voldeed in 2019 geen enkel oppervlaktewaterlichaam in Nederland aan alle KRW-doelen. Het doelbereik in Nederland is veruit het laagste in de Europese Unie. Bovendien is de waterkwaliteit en kwantiteit sinds 2009 zelfs achteruit gegaan, terwijl dat volgens de KRW juist verboden is.
Om de waterkwaliteit te verbeteren moet volgens de analyse de inrichting en het beheer van het Nederlandse watersysteem worden verbeterd ten behoeve van de ecologische waterkwaliteit en grondwaterstanden. Om de kwaliteit van de stromende wateren te verbeteren dient in de eerste plaats de hydrodynamiek van de stroomgebieden te worden hersteld. Dit kan door een natuurlijker waterbeheer te voeren: de snelle waterafvoer te vertragen en infiltratie van neerslag in de bodem te bevorderen. Dit kan worden gedaan door water langer vast te houden in een gebied.
1
RIVM (2023). Waterkwaliteit en drinkwater. Te raadplegen via https://www.rivm.nl/rivm/kennis-enkunde/expertisevelden/waterkwaliteit-en-drinkwater
2
Witteveen+Bos (Juni, 2022), te raadplegen via https://res.cloudinary.com/natuurmonumenten/raw/upload/v1654093736/202206/Rapport-Witteveen-Bos-Analyse-KRW-doelbereik.pdf
11 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
Het ruimtelijk principe is gericht op het versterken van de kleinere weteringen en sloten. Door sloten en oevers extensief te beheren, kunnen ruigere, begroeide randen van de watergangen ontstaan. Het toepassen van riet en bloemrijke en kruidenrijke akkerranden heeft een positief effect op de waterkwaliteit in de betreffende wateren. Akkerranden kunnen een buffer vormen tussen de akker en het oppervlaktewater. Hiermee kan erosie en uitspoeling van bijvoorbeeld meststoffen die gebruikt worden op de akker worden voorkomen. Ook de zuiverende eigenschappen van riet dragen bij aan de verbetering van de waterkwaliteit. Dit vertraagt bovendien de waterafvoer en zorgt dat water meer kans krijgt te infiltreren in de bodem, omdat het langer wordt vastgehouden door de natuur. Dit heeft ook positieve effecten op de bodemkwaliteit, omdat water niet meer alleen afvloeit naar de weteringen en sloten, maar juist kansen biedt voor de groei van natuur. Dit levert nieuwe, organische processen op in de bodem. Klimaatadaptatie Klimaatverandering zorgt voor een toenemende druk op de waterhuishouding en de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland. De aanleg van natuurvriendelijke oevers en ruige akkerranden kan bijdragen aan een watersysteem waar rekening wordt gehouden met deze effecten.
Effecten op wateroverlast, droogte en hittestress Door steile taluds met begroeiing te ontwikkelen langs de waterrand van de weteringen en sloten in de polder ontstaat een netwerk van groene structuren door de gehele polder. Deze groene structuren kunnen op den duur deels over de watergang heen groeien. Daardoor vindt verdamping tijdens warme periodes minder snel plaats. De weteringen en sloten houden het water langer vast en zullen een dempend effect hebben op de effecten van hittestress. Tevens houden planten water beter vast in de bodem. De groenstroken kunnen een sponswerking hebben tijdens periodes van zware regenval waardoor water langer beschikbaar blijft in het landschap. Ruimtegebruik De aanleg van natuurvriendelijke oevers en ruige akkerranden kan op alle weteringen en sloten in de polder worden toegepast. De ingreep vindt plaats door een steiler talud uit te graven op de oevers van deze watergangen. Hierdoor ontstaan bredere watergangen en een groter wateroppervlak door de polder. Dit heeft een groter ruimtebeslag tot gevolg. Hierbij is het van belang om de omvang van deze ruimtelijke ontwikkelingen in kaart te brengen. Zo wordt inzichtelijk op wat voor manier deze beperkend zijn voor het huidige en toekomstige ruimtegebruik in het gebied.
Effecten op huidige en toekomstige ruimtegebruik en functies De agrarische sector is een van de belangrijkste functiedragers van de polder, met grote melkveehouders als de voornaamste gebruiker. De aanleg van natuurvriendelijke oevers kan een rol spelen binnen agrarisch natuurbeheer en de natuurwaarde van de landbouwgrond vergroten door verschillende planten en dieren aan te trekken en voedingsstoffen op te nemen uit de grond. Ook zorgt begroeiing langs de oevers voor een vermindering van afkalving die sneller plaatsvindt bij kale oevers. Wel geldt dat hiermee landbouwareaal verloren gaat langs de randen van de akkers. Ten aanzien van overige gebruiksfuncties worden beperkte effecten verwacht, omdat de invloed met name op de agrarische percelen zal plaatsvinden. Wel kan de polder aantrekkelijker worden voor recreatie, omdat de natuur- en belevingswaarde wordt vergroot.
3.1.4
Zichtbaar en beleefbaar maken van de ontginningsgeschiedenis van de polder
Dit ruimtelijk principe omvat het beleefbaar maken van de geschiedenis in de Duurzame Polder. De Beerse Overlaat werd vroeger bij hoogwater als extra stroomgebied van de Maas gebruikt. Deze historie kan weer beleefbaar worden, bijvoorbeeld letterlijk door waterberging en plas-dras gebieden te maken langs de oude Beerse Overlaat, of figuurlijk met wandelpaden die het oude stroomgebied volgen.
12 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
In dit ruimtelijk principe geldt als uitgangspunt dat de geschiedenis beleefbaar wordt gemaakt door de realisatie van gebieden voor waterberging en plas-dras gebieden in het oude stroomgebied. Het oude stroomgebied van de Beerse Overlaat loopt door de deelgebieden De weide, Stadsrand Den Bosch, Overgang Zand-Klei en Stadsrand Oss. Landschap en cultuurhistorie Het aanleggen van waterbergingselementen en plas-dras gebieden in de Beerse Overlaat versterkt de historische functie van de overlaat. Het stroomgebied wordt kenbaarder in het landschap van de duurzame Polder. De aanleg van deze elementen en gebieden heeft zowel een landschappelijke als cultuurhistorische functie. Dit wordt in onderstaande paragrafen toegelicht. Effecten op ruimtelijk-visuele kenmerken Bij dit ruimtelijk principe worden plas-dras gebieden en waterbergingsgebieden gecreëerd in het deelgebied De weide, langs de Stadsrand van Den Bosch en langs de Stadsrand van Oss. Dit zorgt voor een systeem van gebieden die tijdens periodes van hoge rivierafvoer of zware neerslag onder water komen te staan. Door deze ingreep zal het gebied tijdens natte periodes tijdelijk een waterrijker karakter krijgen. Dit zorgt dat het gebied niet voor andere doeleinden gebruikt kan worden. Hiermee blijft het karakteristieke open landschap in de polder behouden.
Hierdoor blijft ook het uitzicht op de polder vanuit de omliggende kernen van ‘sHertogenbosch en Oss in tact, waarmee de ruimtelijke-visuele kenmerken niet aangetast worden. Effecten op cultuurhistorische en landschappelijke waarden (structuren en elementen) Door plas-dras gebieden en waterbergingsgebieden te realiseren langs het overstroomgebied van de oude Beerse Overlaat in de eerder genoemde deelgebieden (Stadsrand Den Bosch, Stadsrand Oss en De weide) krijgt het gebied een waterbergende functie. Daarmee blijft het cultuurhistorisch open karakter van de Beerse Overlaat bestaan. Natuur De ontwikkeling van plas-dras gebieden en de aanleg van wandelpaden hebben ook effecten op natuur. De aanleg van plas-dras gebieden gaat gepaard met een tijdelijke vernatting van grasland, wat zorgt voor een toename van verschillende vogelsoorten. Om de leefbaarheid en de beleving van de ontginningsgeschiedenis vorm te geven kunnen wandelpaden langs het oude stroomgebied van de Beerse Overlaat worden gerealiseerd. Wanneer ook wandelpaden langs deze gebieden ontwikkeld worden treden andere effecten op beschermde natuurgebieden, biodiversiteit en beschermde plant- en diersoorten op. Deze effecten worden hieronder beschreven. Effecten op beschermde natuurgebieden De ontwikkeling van plas-dras kan een positief effect hebben op beschermde natuurgebieden.
Plas-dras gebieden kennen een hoog grondwaterpeil. Dit is belangrijk voor de kuikens van weidevogels die zo met hun kortere snavels het voedsel in de toplaag van de bodem kunnen bereiken. Plas-dras gebieden zijn vaak slibrijk. Hierin leven veel insecten en ongewervelden (wormen en larven) waar weidevogels en wintergasten op foerageren. Het uitbreiden van plas-dras gebieden draagt positief bij aan de ontwikkeling van weidevogels en wintergasten in de Duurzame Polder. Dit heeft weer een positief effect op de doelen (onder andere openheid) en doelsoorten (weidevogels en wintergasten) van het NNB en het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Echter hebben wandelpaden verstorende effecten op vogels1. Wandelpaden zorgen niet alleen voor oppervlakte verlies en versnippering van leefgebied, maar door de aanwezigheid van recreanten kunnen vogels worden verstoord of verjaagd. Hierdoor treedt habitatverlies op of kan de reproductie van vogels worden beïnvloed. Ook weidevogels verblijven bij voorkeur op rustige plekken, weg van wegen, fiets- en wandelpaden2. Dit leidt mogelijk tot negatieve effecten op het NNB en het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. 1
Krijgsveld, K. L., Klaassen, B., & van der Winden, J. (2022). Verstoring van vogels door recreatie. Literatuurstudie van verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen. Deel, 1.
2
Provincie Noord-Holland (2018). Toelichting weidevogelleefgebieden.
13 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
Effecten op biodiversiteit De aanleg van nieuwe plas-dras gebieden en waterbergingsgebieden kan een positief effect hebben op de biodiversiteit. Zoals beschreven in paragraaf 12.2.2. zorgen plas-dras gebieden voor nieuw leef- en foerageergebied voor insecten, (weide)vogels, grondgebonden zoogdieren, amfibieën en reptielen. Ook waterbergingsgebieden kunnen een positieve functie voor plant- en diersoorten hebben. Door het hoge waterpeil wordt de groei van grassen, zoals Engels raaigras, vertraagd of verdwijnt deze soort op bepaalde plekken in het landschap helemaal. Hierdoor ontstaat er ruimte voor andere soorten zoals boterbloemen en pinksterbloemen. Een gevarieerde vegetatie zorgt ook weer voor een grotere variatie aan diersoorten zoals insecten, vogels en amfibieën. Door water te bergen in het oude stroomgebied van de Beerse Overlaat kan de biodiversiteit dus toenemen. Effecten op beschermde plant- en diersoorten De ontwikkeling van plas-dras gebieden en waterbergingsgebieden heeft een positief effect op de weidevogels in het gebied. Deze gebieden kennen een hoog grondwaterpeil. Dit is belangrijk voor de kuikens van weidevogels die zo met hun kortere snavels het voedsel in de toplaag van de bodem kunnen bereiken. Ook zijn deze gebieden vaak slibrijk. Hierin leven veel insecten en ongewervelden (wormen en larven) waar weidevogels en wintergasten op foerageren.
Door plas-dras- en waterbergingsgebieden te ontwikkelen wordt leefgebied gecreëerd en kunnen weidevogelpopulaties toenemen. Niet alleen beschermde weidevogels, maar ook, planten, zangvogels, roofvogels, muizen, kikkers en slangen kunnen profiteren van deze nieuwe natte gebieden. Er wordt extra leefgebied gecreëerd, waar soorten kunnen schuilen en foerageren. Leefomgeving Het beleefbaar maken van de geschiedenis in de Duurzame Polder heeft mogelijk effecten op de gezondheid. Deze worden in de volgende alinea beschouwd. Effecten op gezondheid Het beleefbaar maken van de geschiedenis van het plangebied gaat gepaard met een aantal maatregelen die een positief effect kunnen hebben op de gezondheid. Het gebied wordt aantrekkelijker gemaakt met bijvoorbeeld plas-dras gebieden of wandelpaden. Het gebied kan interessant worden om te bewegen, door te wandelen of te fietsen. Bewegen is goed voor de gezondheid, zowel fysiek als mentaal. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Door de geschiedenis zichtbaar te maken krijgt de Duurzame Polder ook een educatieve functie. Dit is bevorderend voor de mentale gezondheid, omdat het bezoekers aan het denken zet. Voorwaarde voor positieve effecten is het daadwerkelijk geschikt zijn van het gebied om te bewegen en om de natuurlijke omgeving te beleven.
Hiervoor is geschikte infrastructuur nodig, bijvoorbeeld wandelpaden. Dit kan conflicteren met de andere positieve effecten die het ontwikkelen van plas-drasgebieden heeft op de omgeving. Daarnaast geldt dat de geschiedenis beleefbaar maakt strijdig is het het ontwikkelen van windturbines, die worden ontwikkeld voor de toekomstige energievoorziening. Water en bodem Dit ruimtelijk principe gaat onder andere uit van het creëren van plas-dras gebieden en gebieden voor waterberging. Dit heeft effecten op het water en bodem. Effecten op water en bodem De effecten van het creëren plas-dras gebieden op water en bodem zijn uitgebreid beschouwd in paragraaf 3.1.2. Kort samengevat gaat het om de volgende positieve effecten en aandachtspunten: - de plas-drasgebieden zorgen voor het langer vasthouden van water. Dit past in het principe van water en bodem sturen; - de bodemkwaliteit kan verbeteren door veranderingen in activiteiten op de grond. - als aandachtspunt geldt dat veranderingen in het lokale watersysteem nodig zijn, zoals vasthouden water en verhoging grondwaterpeil.
14 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
Het creëren van gebieden voor waterberging als onderdeel van dit ruimtelijk principe heeft eveneens effecten op bodem en water. Door gebieden voor waterberging te realiseren wordt water in de bodem en ook aan het oppervlakte langer vastgehouden. Hierdoor krijgt water de kans te infiltreren in de bodem, waardoor het (grond)water langer gebruikt kan worden voor andere functies, zoals landbouw. Aandachtspunt in dit ruimtelijk principe is dat er voldoende fysieke ruimte moet zijn voor het vasthouden van water in het gebied. Het ruimtebeslag kan omvangrijk zijn. In periodes van droogte is minder fysieke ruimte nodig. De provincie Noord-Brabant heeft in de Omgevingsverordening gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. Deze gebieden zijn geschikt voor de opslag van water in droge tijden of kan dienen als verzamelpunt voor water in natte tijden. In combinatie met natuurversterking zorgt dit voor positieve effecten op de water- en bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de historische functie van de Beerse Overlaat gericht was op het bieden van overstromingsmogelijkheden van de Maas. Het bergen van water was geen primaire functie hierin. Klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de kans op weersextremen, zoals droogte, wateroverlast en hitte toe. Hierdoor neemt risico op overstromingen en droogte toe.
Om het poldergebied klimaatbestendig te maken is het van belang om water goed af te kunnen voeren in periodes van wateroverlast en bij voorkeur vast te houden in het gebied (berging). De ontwikkeling van nieuwe waterbergingsgebieden zorgen ervoor dat gedurende periodes van droogte en hitte voldoende zoet water beschikbaar blijft in het plangebied. Effecten op wateroverlast, droogte en hittestress Het toevoegen van waterbergingsgebieden en plas-drasgebieden dragen bij aan de waterbergingscapaciteit van de polder. Dit draagt bij het voorkomen of mitigeren van wateroverlast gedurende periodes van wateroverlast, zoals regen en hoogwater. Daarnaast helpt het vasthouden van water bij het voorkomen van droogte en hittestress tijdens warme en droge periodes. Het opgeslagen water kan benut worden voor bijvoorbeeld voor het bewateren van agrarische percelen, maar ook het nathouden van de natuurgebieden. Ruimtegebruik Het oude overstroomgebied van de Beerse Overlaat beslaat een aanzienlijk deel van de polder, waardoor nieuwe waterbergingsgebieden en plas-dras gebieden een groot ruimtebeslag kunnen leggen op de beschikbare ruimte. Dit heeft mogelijk invloed op gebruiksfuncties in het gebied. Hierbij is het van belang om de omvang van deze ruimtelijke ontwikkelingen in kaart te brengen.
Zo wordt inzichtelijk op wat voor manier deze beperkend zijn voor het huidige en toekomstige ruimtegebruik in het gebied. Effecten op huidige en toekomstige ruimtegebruik en functies De nieuwe gebiedsinrichting zal met name invloed hebben op het agrarisch landgebruik in de polder, aangezien de percelen binnen het stroomgebied van de Beerse Overlaat met name een agrarische functie kennen. Tijdelijke of permanente vernatting van deze percelen in het geval van plas-dras en waterberging kan ervoor zorgen deze grond niet meer geschikt is voor agrarisch gebruik. Hierdoor is sprake van invloed op het agrarisch gebruik van de polder. Daarnaast worden toekomstige ontwikkelingen beperkt als de keuze voor het inrichten van waterbergingsgebieden en plas-dras gebieden wordt gemaakt. Dit geldt met name voor bijvoorbeeld woningbouw. Ten aanzien van nieuwe, minder intensieve gebruiksfuncties, zoals recreatie, kan een positief effect bestaan door het beleefbaar maken van de ontginningsgeschiedenis en de Beerse Overlaat.
3.1.5
Ontwikkeling van een klimaatlandschap (langs rand ’s-Hertogenbosch)
De overgang van woonwijk De Groote Wielen (inclusief de voorziene uitbreiding) naar de Duurzame Polder is nu een harde overgang. Dit ruimtelijk principe gaat uit van een meer geleidelijke overgang van het versteende gebied naar de groene polder. Een klimaatlandschap kan hier aan bijdragen.
15 | 26
Witteveen+Bos | 134741/24-000.276 | Definitief
Het gaat om een landschap waarin voedselproductie en natuur- en belevingswaarde samengaan. Er kan gedacht worden aan onder andere de volgende ingrepen: - toevoegen groenstructuren zoals: · de aanplant van percelen met bossen; · ruimte voor water met bermen en oevers die tevens als waterberging en zuivering dienen; · een natuurbufferstrook langs de Hoefgraaf; - creëren van een zelfstandig watersysteem; - aanleg van struin-vlonderpaden en kleinschalige recreatieve mogelijkheden zoals varen en zwemmen. Dit ruimtelijk principe hoort bij deelgebied Stadsrand Den Bosch. Landschap en cultuurhistorie Binnen dit ruimtelijk principe worden groenstructuren (bos, bermen en oevers) aangelegd, struin-vlonderpaden aangelegd en vaar- en zwemmogelijkheden gecreëerd. Deze ingrepen vinden plaats in het deelgebied Stadsrand Den Bosch. De ingrepen leiden tot een verandering in de huidige landschapsinrichting en kunnen daarmee mogelijk de cultuurhistorisch waarde van dit deel van de polder beïnvloeden. Effecten op ruimtelijk-visuele kenmerken De Groote Wielen is een relatief nieuwe wijk in de gemeente ’s-Hertogenbosch, die nog volop in ontwikkeling is. Bij dit ruimtelijk principe wordt een klimaatlandschap gerealiseerd aan de oostzijde van deze woonwijk.
Deze maatregelen kunnen de harde overgang tussen wijk en polder een meer natuurlijke uitstraling geven en het stadsdeel beter verbinden met de Duurzame Polder als leefgebied. Wel heeft dit invloed op de ruimtelijk-visuele kenmerken van het gebied, waarbij de open zichtlijnen worden beïnvloed door met name de aanplant van bos. Dit heeft echter ook tot gevolg dat de windturbines mogelijk minder zichtbaar zijn vanuit de woonwijk. De overige ontwikkelingen hebben geen invloed op de kenmerkende open zichtlijnen in de Duurzame Polder. Effecten op cultuurhistorische en landschappelijke waarden (structuren en elementen) De polder is een grootschalig open gebied. Vanuit de historische ontwikkeling is dit ook het belangrijkste kenmerk van het gebied. De grootschalige open kavels vormen een belangrijke structuur in het landschap. Het ontwikkelen van bos past niet binnen dit historische karakter van de open polder en heeft invloed om de landschappelijke waarden van het gebied. Met een klimaatlandschap worden de natuurwaarden van het gebied worden vergroot. Dit maakt het stedelijk gebied groener en aantrekkelijker maken. Dit heeft een positieve impact hebben op de leefomgeving voor toekomstige woonwijken in dit stadsdeel. De wijk wordt landschappelijk omzoomd en het zicht vanuit de wijk op de windmolens wordt verminderd.