CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage-XIII-Conditionerend-onderzoek-CE.PDF

Adviescommissie Ruimte 9 februari 2023, gemeente OssBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Meanderende Maas 202228.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

232 [RAP_790511A] 29 december 1980 Aan de Maasdijk in de gemeente Ravenstein, op het land waar de oude bunker stond werden meerdere explosieven gevonden, waaronder een levensgevaarlijke granaat waarvan de ontsteker blootlag.233 [RAP_801229A] 7 januari 1981 In het weiland/bouwland C. 549 in de uiterwaarden van de Maas in de gemeente Ravenstein werden nog meerdere brisantgranaten gevonden. Het land was eigendom van de heer L. P. van Boxtel, een landbouwer te Megen aan de Rulstraat 5. De bunker zou verwijderd worden. 234 [RAP_810107A] 2 februari 1981 Er werd vermeld dat in de betreffende bunker 29 december 1980 en 7 januari 1981 nog munitie kon liggen. In het omliggende land waren bij het omploegen zeven granaten gevonden. Om de bunker werd een gebied tot een meter diep afgegraven. [RAP_810202A] 17 oktober 1981 Bij de Rooms Katholieke kerk in Alphen in de gemeente Appeltern is munitie aangetroffen. Onder de aangetroffen munitie bevond zich een houder gevuld met patronen van vermoedelijk afweergeschut, en twee projectielen (vermoedelijk granaten). Toen de EODD ter plaatse kwam om de CE te ruimen bleek er een misverstand te zijn ontstaan over de locatie van de CE waardoor de EODD onverrichter zaken weer huiswaarts ging.235 Een bericht d.d. 8 december 1981 meldt dat er mogelijk CE aanwezig zijn op het terrein van H. Lambertus (naast de Rooms Katholieke kerk).

236 Bij een zoekactie van de EODD op 2 februari 1982 zijn twee stuks patronenhouders van elk ongeveer 25 stuks licht afweergeschutpatronen gevonden. Ter plaatse van de Rooms Katholieke kerk is de aanwezige waterput waarschijnlijk gedempt met (huis)vuil 228

RAN, toeg. nr. 867, inv. nr. 3483. BHIC, toeg. nr. 7530, inv. nr. 1723. 230 RAN, toeg. nr. 867, inv. nr. 3483. 231 RAN, toeg. nr. 867, inv. nr. 3483. 232 BHIC, toeg. nr. 7530, inv. nr. 1723. 233 BHIC, toeg. nr. 7530, inv. nr. 1723. 234 BHIC, toeg. nr. 7530, inv. nr. 1723. 235 RAN, toeg. nr. 867, inv. nr. 3483. 236 RAN, toeg. nr. 867, inv. nr. 3483. 229

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

43

en overig afval. Hierdoor kon niet met zekerheid worden gesteld dat hierin geheel niets aanwezig zou kunnen zijn. 237 [RAP_811017A] Datum onbekend In de gemeente Wijchen zijn bij de Heer Albers, D 141, in het weiland elf gaten waargenomen waarin munitie ligt. Bovendien 47 kisten. Tevens bevonden zich in de gemeente Wijchen bij de Heumenscheweg onder Alverna, zes onontplofte bommen, deze bommen lagen in de nabijheid van de elektriciteitsverbinding. In de gemeente Appeltern lagen bij Vliervoet in het stoomgemaal – bij de brandmeester M. van Gemert en op het terrein van H. v. Lent tegenover het voetbalveld […].238 [Buiten onderzoeksgebied] Datum onbekend In de gemeente Wijchen is gedurende de Tweede Wereldoorlog de St. Josefparochie geheel verwoest door de Duitse militairen.239 [Buiten onderzoeksgebied] Datum onbekend Het dorp Niftrik in de gemeente Wijchen zijn in de eerste maanden van de oorlog de kerk, pastorie, school, onderwijzerswoning, het postkantoor en andere gebouwen verwoest door defensiemaatregelen. Deze panden konden echter niet op dezelfde locatie herbouwd worden.240 [Buiten onderzoeksgebied] Datum onbekend Tot door militair verkeer of oorlogshandelingen beschadigde of vernielde wegen in het Rijk van Nijmegen en Maas en Waal behoren:241 • 4. Weg Niftrikse sluis – Appeltern – Maasbommel – Alphen – afweg naar Heerewaarden onder Dreumel; • 5.

De Heuvelstraat, Achterstraat en Schoolstraat te Alphen; • 6. Weg Alphen – Dreumel; • 7. Weg Wamel – Alphen; • 8. Weg door de polder Maasbommel; • 10. Weg puiflijk – Blauwe Sluis; • 11. De Muntsestraat te Appeltern; • 13. De weg Bergharen – Batenburg; • 16. Rijksweg Nijmegen – Grave – Wijchen – grens Berharen – onder Leur, Wijchen – Teerswijk en Wijchen – Niftrik; • 18. Weg Beuningen – Wijchen; • 24. Weg Lunen – Balgoij. Zie onderstaande afbeelding voor locaties van bovengenoemde wegen: 242

Afbeelding 3: Locaties zoals bovenstaand aangegeven. 243 [RAP_002] 237

RAN, toeg. nr. 867, inv. nr. 3483. GA, toeg. nr. 1037, inv. nr. 275. 239 RAN, toeg. nr. 779, inv. nr. 1338. 240 RAN, toeg. nr. 779, inv. nr. 5887. 241 RAN, toeg. nr. 799, inv. nr. 7055. 242 RAN, toeg. nr. 799, inv. nr. 7055. 243 RAN, toeg. nr. 799, inv. nr. 7055. 238

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

44

3.7

Luchtfoto-analyse De geraadpleegde luchtfoto’s zijn gegeorefereerd in GIS en geanalyseerd op sporen van oorlogshandelingen, zoals onder andere kraters, loopgraven, mangaten, bunkers, verdedigingswerken, (geschut)stellingen, tankgrachten en mijnenvelden. De onderstaande indicaties werden waargenomen. Op de geraadpleegde luchtofoto’s zijn verscheidene sporen waargenomen die duidden op militaire aanwezigheid binnen het onderzoeksgebied. Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn geschutstellingen, mitrailleurstellingen, een bunker, (prikkeldraad) versperringen, munitieopslagplaatsen, schuilgelegenheden (zoals mangaten, opstelplaatsen en loopgraven) waargenomen. Onderstaand zijn voorbeelden weergegeven van militaire aanwezigheid die in en bij het onderzoeksgebied zijn waargenomen op de luchtfoto’s.

Afbeelding 4: voorbeeld van een loopgraaf.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

45

Afbeelding 5: voorbeeld van opstelplaatsen.

Afbeelding 6: voorbeeld van mangaten.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

46

Afbeelding 7: voorbeeld van munitieopslag.

Afbeelding 8: voorbeeld van een versperring.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

47

Afbeelding 9: voorbeeld van een met prikkeldraad afgezet gebied.

Afbeelding 10: voorbeeld van een bunker.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

48

Afbeelding 11: voorbeeld van geschutstellingen.

Afbeelding 12: voorbeeld van een mitrailleurstelling.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

49

In de omgeving van de brug bij Ravenstein zijn een aantal bomkraters waargenomen. Deze bomkraters zijn het resultaat van een bombardement van 1 september 1944. Tevens is op de luchtfoto’s de oorlogsschade in de dorpen Ravenstein en Niftrik waarneembaar. Onderstaand is een voorbeeld weergegeven van bomkraters zoals waargenomen nabij de brug van Ravenstein. In enkele gevallen was er sprake van een verstoring waarvan niet met zekerheid kon worden vastgesteld of er sprake was van een krater.

Afbeelding 13: voorbeeld van katers.

In het onderzoeksgebied zijn enkele V1 raketten neergekomen. De kraters van deze V1 raketten zijn op de geraadpleegde luchtfoto’s waarneembaar. Onderstaand is een voorbeeld weergegeven van een krater door de inslag van een V.1.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

50

Afbeelding 14: voorbeeld van de inslag van een V.1.

De crashlocatie van de Britse Short Sterling bommenwerper van 190 Squadron is waargenomen op een luchtfoto. Dit toestel stortte neer op 21 september 1944 bij Megen. Onderstaand is de crashlocatie zoals waargenomen op de luchtfoto weergegeven.

Afbeelding 15: de locatie van de crash van de Britse Short Stirling bommenwerper van 190 Squadron.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

51

Tot slot zijn er op de luchtfoto’s niet definieerbare verstoringen waargenomen in het onderzoeksgebied. Op basis van de geraadpleegde luchtfoto(‘s) kon niet worden vastgesteld dat de niet definieerbare verstoringen zijn veroorzaakt door CE. In de geraadpleegde literatuur en bronnen zijn geen aanwijzingen gevonden welke de niet definieerbare verstoringen kunnen verklaren. Daarom is niet achterhaald of een dergelijke verstoring is veroorzaakt door CE. Onderstaand is een voorbeeld weergegeven van een niet definieerbare verstoring zoals waargenomen bij het onderzoeksgebied.

Afbeelding 16: voorbeeld van een niet definieerbare verstoring.

3.8

Inventarisatiekaart Alle relevante gegevens met een geografisch component uit de geraadpleegde bronnen zijn ingetekend op een inventarisatiekaart in GIS. In de onderstaande afbeeldingen zijn de inventarisatiekaarten weergegeven. De indicaties die zijn aangetroffen in de geraadpleegde bronnen zijn weergegeven op afbeelding 17. De indicaties bekend van de luchtfotoanalyse zijn weergegeven op afbeelding 18. Zie ook de A1 inventarisatiekaart (losbladig).

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

52

Afbeelding 17: Inventarisatiekaart van het onderzoeksgebied met indicaties bekend uit de historische bronnen.

Afbeelding 18: Inventarisatiekaart van het onderzoeksgebied met indicaties bekend uit de luchtfotoanalyse.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

53

3.9

Leemten in kennis Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn voorlopig nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: • • • • •

Het is onbekend of er in de periode 1940-1945 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Het is onbekend of er in de periode 1945-1970 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Van niet alle gebeurtenissen kon op basis van de geraadpleegde bronnen een exacte locatie bepaald worden. Dit heeft onder andere te maken met de beperkte luchtfotodekking van het gebied; In het onderzoeksgebied zijn meerdere niet definieerbare verstoringen waargenomen; Op de luchtfoto’s zijn bij de brug van Ravenstein verstoringen waargenomen, die vermoedelijk veroorzaakt zijn door ontplofte bommen. Dit kon niet in alle gevallen met zekerheid worden vastgesteld.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

54

4 ANALYSE GEGEVENS 4.1

Indicaties In de geraadpleegde bronnen zijn indicaties gevonden die erop wijzen dat binnen het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor CE in/op de (water)bodem achtergebleven kunnen zijn. In de onderstaande tabel is voor het onderzoeksgebied een overzicht weergegeven van de indicaties van de oorlogshandelingen, waarin tevens de bron van de indicatie en de aan te treffen (sub)soort CE zijn weergegeven. Indicatie Bombardement Bron: • Literatuur • Gemeentearchief • NARA • Luchtfoto’s Crash Bron: • Literatuur • SGLO • Luchtfoto

Geschutstellingen Bron: • Luchtfoto’s

Mitrailleurstellingen Bron: • Luchtfoto’s

Hoofdsoort Afwerpmunitie

Subsoort Brisant

Kaliber (nationaliteit) 1.000 lbs en/of 2.000 (geallieerd)

Kleinkalibermunitie

Diversen

Tot 20 mm (geallieerd)

Munitietoebehoren

n.v.t.

Geschutmunitie

Ontstekingsinrichtingen Munitietoebehoren

Brisant, antitankbrisant, pantser, rook, springrook, brisantpantser, brand n.v.t. n.v.t.

Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits) Tot en met 15 cm (Duits)

Kleinkalibermunitie

Diversen

Handgranaten

Antitank, aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant n.v.t.

Geweergranaten Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren

lbs

n.v.t. (Duits) Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits) Tot 2 cm (Duits)

Ei/steel (Duits)

Onbekend (Duits) Panzerfaust (Duits) Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)

Tevens zijn op verschillende plaatsen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied kraters waargenomen die door neergekomen V.1’s zijn veroorzaakt. Hier is geen sprake van een op CE verdacht gebied, maar kunnen bij grondroerende werkzaamheden wel resten van een V.1 worden aangetroffen. Dit is toegelicht in paragraaf 4.2 In de volgende paragrafen komen per indicaties de hoofd- en subsoort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de aan te treffen CE aan bod, evenals de horizontale en verticale afbakening van de verdachte gebieden in het onderzoeksgebied. 4.1.1 Soort en hoeveelheid CE Naast de aan te treffen hoofdsoorten en subsoorten CE zijn de hoeveelheden CE per indicatie vastgesteld. Dit is gebeurd op basis van ervaringen met soortgelijke situaties. In de geraadpleegde bronnen zijn geen gegevens aangetroffen over hoeveelheden munitie, met uitzondering van het bombardement op de spoorbrug bij Ravenstein.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

55

Bombardement Hoofdsoort Afwerpmunitie

Subsoort Brisant

Kaliber (nationaliteit) 1.000 lbs en/of 2.000 lbs (geallieerd)

Hoeveelheden Enkele

Subsoort Diversen n.v.t.

Kaliber (nationaliteit) Tot 20 mm (geallieerd) Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)

Hoeveelheden Honderdtallen Tientallen

Subsoort Brisant, antitankbrisant, pantser, rook, springrook, brisantpantser, brand n.v.t. n.v.t.

Kaliber (nationaliteit) Tot en met 15 cm (Duits)

Hoeveelheden Tientallen

n.v.t. (Duits) Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)

Tientallen Tientallen

Subsoort Diversen Antitank, aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant n.v.t.

Kaliber (nationaliteit) Tot 2 cm (Duits) Ei/steel (Duits)

Hoeveelheden Honderdtallen Tientallen

Onbekend (Duits)

Tientallen

Panzerfaust (Duits)

Enkele

Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)

Tientallen

Kaliber (nationaliteit) Tot en met 15 cm (Duits)

Hoeveelheden Tientallen

n.v.t. (Duits) Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)

Tientallen Tientallen

Crash Hoofdsoort Kleinkalibermunitie Munitietoebehoren

Geschutstellingen Hoofdsoort Geschutmunitie

Ontstekingsinrichtingen Munitietoebehoren

Mitrailleurstellingen Hoofdsoort Kleinkalibermunitie Handgranaten

Geweergranaten Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren

Munitieopslagplaatsen Hoofdsoort Geschutmunitie

Ontstekingsinrichtingen Munitietoebehoren

Subsoort Brisant, antitankbrisant, pantser, rook, springrook, brisantpantser, brand n.v.t. n.v.t.

4.1.2 Verschijningsvorm De verschijningsvorm van de aan te treffen CE in de verdachte gebieden zijn per indicatie vastgesteld. De verschijningsvorm houdt verband met de manier waarop de explosieven in de bodem terecht zijn gekomen. Bombardement Hoofdsoort Afwerpmunitie

Subsoort Brisant

Kaliber (nationaliteit) 1.000 lbs en/of 2.000 lbs (geallieerd)

Verschijningsvorm Afgeworpen

Subsoort Diversen

Kaliber (nationaliteit) Tot 20 mm (geallieerd)

Verschijningsvorm Onderdeel vliegtuigwrak

Crash Hoofdsoort Kleinkalibermunitie

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

56

Munitietoebehoren

n.v.t.

Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)

Onderdeel vliegtuigwrak

Subsoort Brisant, antitankbrisant, pantser, rook, springrook, brisantpantser, brand n.v.t. n.v.t.

Kaliber (nationaliteit) Tot en met 15 cm (Duits)

Verschijningsvorm Gedumpt

n.v.t. (Duits) Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)

Gedumpt Gedumpt

Subsoort Diversen Antitank, aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant n.v.t.

Kaliber (nationaliteit) Tot 2 cm (Duits) Ei/steel (Duits)

Verschijningsvorm Gedumpt Gedumpt

Onbekend (Duits)

Gedumpt

Panzerfaust (Duits)

Gedumpt

Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)

Gedumpt

Kaliber (nationaliteit) Tot en met 15 cm (Duits)

Verschijningsvorm Opgeslagen

n.v.t. (Duits) Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)

Opgeslagen Opgeslagen

Geschutstellingen Hoofdsoort Geschutmunitie

Ontstekingsinrichtingen Munitietoebehoren

Mitrailleurstellingen Hoofdsoort Kleinkalibermunitie Handgranaten

Geweergranaten Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren

Munitieopslagplaatsen Hoofdsoort Geschutmunitie

Ontstekingsinrichtingen Munitietoebehoren

4.2

Subsoort Brisant, antitankbrisant, pantser, rook, springrook, brisantpantser, brand n.v.t. n.v.t.

Horizontale afbakening Op basis van de geraadpleegde bronnen is vastgesteld dat binnen het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, waardoor het onderzoeksgebied verdacht is op de aanwezigheid van CE in de bodem. Per indicatie is een horizontale afbakening vastgesteld aan de hand van de richtlijnen van het WSCS-OCE en beschreven. Tevens is voor elke indicatie een CE-bodembelastingkaart ingevoegd. Bombardement Op 1 september 1944 hebben vierentwintig Amerikaanse B-24 bommenwerpers de spoorbrug bij Ravenstein gebombardeerd. Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn hiervan de sporen waargenomen, in de vorm van kraters. In de gegevens uit het Amerikaanse NARA is vastgesteld dat het bombardement werd uitgevoerd in twee boxes van elk zes vliegtuigen. De eerste box het zogenaamde - Lead Squadron - wierp in totaal 24 x 1.000 lbs AZON brisantbommen af, dus vier per toestel. De tweede box - het Trail Squadron - wierp 12 x 2.000 lbs brisantbommen af, dus twee per toestel. In de bombardementsverslagen uit het NARA zijn de resultaten per bommenwerper beschreven. Voor het vaststellen van de horizontale afbakening zijn de lokale gegevens uit literatuur en archieven, de op de luchtfoto’s waargenomen kraters en de informatie uit NARA met elkaar vergeleken. Er is getracht om de waargenomen kraters te koppelen aan

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

57

de bomladingen van de verschillende toestellen. Door het ontbreken van een strike photo, een foto die tijdens het bombardement werd genomen, en door de verschillende bomladingen, was dit echter niet mogelijk. Het totaalaantal afgeworpen bommen bedroeg 36. Er zijn minder kraters waargenomen op de luchtfoto’s. In de richtlijnen van het WSCS-OCE is aangegeven dat bij een tapijtbombardement de maximale onderlinge afstand tussen twee opeenvolgende kraters in een inslagenpatroon als afbakeningsparameter gebruikt wordt. Hierbij dient echter te worden opgemerkt dat duidelijk moet zijn dat de waargenomen kraters in het patroon van bommen uit één bommenwerper afkomstig moeten zijn. Voor de spoorbrug bij Ravenstein geldt dat dit op basis van de gegevens niet kon worden vastgesteld. De richtlijn van het WSCS-OCE kon hier niet worden toegepast. Voor de horizontale afbakening van het op CE verdachte gebied is gebruik gemaakt van de nearest neighbour theory. Alle op de luchtfoto’s waargenomen kraters bij de spoorbrug worden gezien als één cluster, omdat er geen inslagenpatronen van individuele bommenwerpers konden worden vastgesteld. Binnen het cluster is in GIS de afstand tussen alle kraters gemeten. Voor de nearest neighbour theory wordt voor alle kraters de maximale afstand tot de dichtstbijzijnde buurkrater in het cluster berekend.

Voor het bombardement op de brug bij Ravenstein bedroeg deze afstand 156 meter. In onderstaande afbeelding is aangegeven voor welke kraters dit gold. Deze afstand is als afbakeningsparameter gebruikt: rond elke krater is een cirkelvormig gebied met een straal van 156 (161) meter verdacht verklaard op afwerpmunitie. Hier kunnen blindgangers van 1.000 en 2.000 lbs in/op de (water)bodem liggen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er op de luchtfoto’s meer kraters op grotere afstand van de brug zichtbaar zijn. Dit komt overeen met de beschrijvingen in de Amerikaanse bombardementsverslagen uit het NARA. Deze bommen waren undershot en lagen te ver weg om ze als onderdeel van het cluster te interpreteren. Tevens dient te worden opgemerkt dat er met zekerheid bommen in de Maas terecht zijn gekomen. Dit staat in de Amerikaanse bombardementsgegevens. Hoeveel bommen is onbekend, evenals of deze bommen zijn ontploft. Om deze reden kon niet worden vastgesteld hoeveel bommen van het bombardement als blindganger zijn achtergebleven.

Afbeelding 19: verdacht gebied afwerpmunitie bij de spoorbrug bij Ravenstein.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

58

Crash Op 21 september 1944 is nabij Megen een vliegtuig neergestort. Het betrof een Britse Short Stirling die vracht vervoerde voor de Britse paratroopers bij Oosterbeek. Het toestel, een bommenwerper, had geen bommen bij zich, maar vracht. Wel was het toestel uitgerust met boordmitrailleurs. Op basis van een luchtfoto is de locatie van de crash vastgesteld en is waargenomen dat het wrak (gedeeltelijk) is geruimd. Er kon niet worden vastgesteld of alle delen van het toestel en de inhoud zijn geruimd. In de richtlijnen van het WSCS-OCE staat dat de plaats van een crash situationeel wordt afgebakend. In de geraadpleegde bronnen zijn geen gegevens aangetroffen over hoe het toestel is neergekomen en hoe ver CE verspreid zijn geraakt tijdens de crash. De afbakening is vastgesteld op basis van ervaring met soortgelijke situaties. Rondom de plaats van de crash is een cirkelvormig gebied met een straal van 50 (55) meter verdacht op kleinkalibermunitie en munitietoebehoren.

Afbeelding 20: verdacht gebied vliegtuigcrash op de Maasoever bij Appeltern.

Geschutstellingen Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn op verschillende plaatsen binnen en bij het onderzoeksgebied geschutstellingen waargenomen. In de richtlijnen van het WSCS-OCE staat dat een cirkelvormig gebied met een straal van 25 meter rondom het hart van de stelling verdacht is op CE. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van deze richtlijn. In een cirkelvormig gebied met een straal van 25 (30) meter, gemeten vanuit het hart van de stelling, zijn alle watergangen, kuilen en greppels verdacht op CE. Tevens is de stelling zelf (5) verdacht. De andere gebieden binnen de genoemde cirkel zijn niet verdacht: het is niet aannemelijk dat munitie afkomstig van de stelling gedumpt is op het maaiveld.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

59

Afbeelding 21: verdachte gebieden geschutstellingen en munitieopslagplaatsen op de dijk tegenover Neerlangel.

Mitrailleurstellingen Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn op verschillende plaatsen binnen en bij het onderzoeksgebied mitrailleurstellingen waargenomen. In de richtlijnen van het WSCS-OCE staat dat de contour van de mitrailleurstelling verdacht is op CE. Deze richtlijn is overgenomen: de mitrailleurstelling (5) is verdacht.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

60

Afbeelding 22: verdacht gebied mitrailleurstelling Oijenseveerweg bij Nieuwe Schans.

Afbeelding 23: verdacht gebied mitrailleurstelling Maasdijk bij Dieden.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

61

Afbeelding 24: verdacht gebied mitrailleurstelling bij Batenburg.

Munitieopslagplaatsen Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn op verschillende plaatsen binnen en bij het onderzoeksgebied munitieopslagplaatsen waargenomen. In de richtlijnen van het WSCS-OCE staat dat de contour van de munitieopslag verdacht is op CE. Deze richtlijn is overgenomen: de mitrailleurstelling (5) is verdacht.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

62

Afbeelding 25: verdachte gebieden geschutstellingen en munitieopslagplaatsen op de dijk tegenover Neerlangel.

V.1 In het onderzoeksgebied zijn in de laatste maanden van de oorlog meerdere V.1’s neergekomen en ontploft. Van een deel van deze V.1’s is de inslaglocatie waargenomen op de luchtfoto’s, in de vorm van kraters. Op deze plaatsen zijn V.1’s ontploft. Een V.1 bevatte honderden kilo’s springstof en was dunwandig: de werking van een V.1 was gebaseerd op luchtdruk. Bij de ontploffing van een V.1 bleef vrijwel niets van het projectiel over. Wel konden delen van de V.1, zoals de motor, weggeslingerd worden. Er is geen verdacht gebied afgebakend bij de verschillende waargenomen kraters, omdat er geen aanwijzingen zijn dat er CE zijn achtergebleven. Op basis van ervaringen is een cirkelvormig gebied met een straal van 50 (55) meter rondom het hart van alle V.1 kraters aangemerkt. In dit gebied kunnen wrakdelen van de V.1 aanwezig zijn. Tevens is het mogelijk dat in dit gebied benzeen van de brandstof aanwezig is. Hierdoor is sprake van milieuvervuiling. Met betrekking tot CE is dit gebied onverdacht.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

63

Afbeelding 26: V.1 wrakdelen aan de Lithoijense Dijk in Lithoijen.

Afbeelding 27: V.1 wrakdelen aan de Sassenstraat in Oijen.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

64

Afbeelding 28: V.1 wrakdelen aan de Maasdijk bij Megen.

Afbeelding 29: V.1 wrakdelen aan bij Blauwe Sluis.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

65

Afbeelding 30: V.1 wrakdelen bij de Rulstraat bij Megen.

4.3

Verticale afbakening In deze paragraaf is de verticale afbakening van het verdacht gebied vastgesteld. De verticale afbakening van het op CE verdachte gebied bestaat uit een minimale en maximale diepteligging. De diepteligging is afhankelijk van het soort oorlogshandeling, de soort munitie en de opbouw van de bodem ter plaatse. 4.3.1 Diepteligging CE In onderstaande tabellen is per indicatie is de minimale en maximale diepteligging van de aan te treffen CE ten opzichte van het maaiveld (situatie 1940-1945) in het verdacht gebied weergegeven. De diepteligging van de CE is als volgt vastgesteld: Bombardement Voor het vaststellen van de diepte is het Deltaresmodel244 beschikbaar, waarbij rekening wordt gehouden met de karakteristieken van CE (massa, diameter, oppervlakte, volume, weerstandscoëfficiënt), de impact snelheid (bepaald aan de hand van afwerphoogte en maximale versnelling245), met de afwerpsnelheid en – hoogte en met de bodemopbouw. De benodigde formules en een uitleg bij de berekening zijn beschikbaar op de downloadpagina van de website van de (Vereniging voor Explosievenopsporing) http://www.explosievenopsporing.nl/downloads/. Op de site dinoloket.nl waren echter geen geschikte bodemgegevens beschikbaar. De maximale diepte kon daardoor niet worden vastgesteld.

244 245

Op pagina 9 van het ontwerp voorschrift staat de gebruikte formule weergegeven. Ö(afwerphoogte*2*9,81). De afwerphoogte wordt ingevuld in meters.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

66

Hoofdsoort Afwerpmunitie

Subsoort Brisant (geallieerd)

Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld246 De minimale diepteligging is net onder het maaiveld, indien de bodem sinds 1940-1945 niet geroerd is. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat er in de bodem vanaf het maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zich geen CE meer bevinden. De maximale diepteligging kon door het ontbreken van bodemgegevens niet worden vastgesteld.

Crash Op de site dinoloket.nl is op basis van boringen (B39G0167, B39G0550 en B39G0559) vastgesteld dat de bodem in het verdachte gebied bestaat uit klei. Op de luchtfoto is zichtbaar dat het toestel niet diep de bodem is ingedrongen en dat er ruimingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Hoofdsoort Kleinkalibermunitie Munitietoebehoren

Subsoort Diversen n.v.t.

Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld247 De minimale diepteligging is net onder het maaiveld, indien de bodem sinds 1940-1945 niet geroerd is. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat er in de bodem vanaf het maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zich geen CE meer bevinden. De maximale diepteligging is 1,5 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog.

Subsoort Brisant, antitank-brisant, pantser, rook, springrook, brisant-pantser, brand n.v.t.

Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld248 De minimale diepteligging is net onder het maaiveld, indien de bodem sinds 1940-1945 niet geroerd is. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat er in de bodem vanaf het maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zich geen CE meer bevinden. De maximale diepteligging is twee meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog. Dit was de maximale diepte van de stelling.

Geschutstellingen Hoofdsoort Geschutmunitie Ontstekingsinrichtingen Munitietoebehoren

n.v.t.

Mitrailleurstellingen Hoofdsoort Kleinkalibermunitie Handgranaten Geweergranaten Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren

Subsoort Diversen Antitank, aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitank-brisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitank-brisant n.v.t.

Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld249 De minimale diepteligging is net onder het maaiveld, indien de bodem sinds 1940-1945 niet geroerd is. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat er in de bodem vanaf het maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zich geen CE meer bevinden. De maximale diepteligging is twee meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog. Dit was de maximale diepte van de stelling.

Munitieopslagplaatsen Hoofdsoort Geschutmunitie Ontstekingsinrichtingen Munitietoebehoren

Subsoort Brisant, antitank-brisant, pantser, rook, springrook, brisant-pantser, brand n.v.t. n.v.t.

Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld250 De minimale diepteligging is net onder het maaiveld, indien de bodem sinds 1940-1945 niet geroerd is. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat er in de bodem vanaf het maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zich geen CE meer bevinden.

246

Maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. 248 Maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. 249 Maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. 250 Maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. 247

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

67

De maximale diepteligging is twee meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog. Dit was de maximale diepte van de opslag.

4.4

Naoorlogse ontwikkelingen Naoorlogse ontwikkelingen in een gebied kunnen van invloed zijn op de aanwezigheid van CE in de bodem. De veranderingen in het onderzoeksgebied zijn onderzocht aan de hand van een vergelijking met luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog en recente luchtfoto’s. Deze zijn per indicatie weergegeven. Bombardement In het verdachte gebied in het onderzoeksgebied hebben op enkele plaatsen bouwwerkzaamheden plaatsgevonden. Het is niet bekend tot welke diepte eventuele roerende werkzaamheden zijn uitgevoerd. Op basis van de luchtfotovergelijking kon niet worden vastgesteld in welke mate de maas naoorlogs is gebaggerd en tot welke diepte.

Afbeelding 31: Naoorlogse ontwikkelingen bombardement.

Crash Er zijn geen duidelijke naoorlogse ontwikkelingen zichtbaar op de luchtfoto’s ter plaatse van de crash. Het gebied is in gebruik als landbouwgrond.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

68

Afbeelding 32: naoorlogse ontwikkelingen crash.

Geschutstellingen en munitieopslagplaatsen Naoorlogs is de weg op de Maasbandijk rechtgetrokken door de verdachte gebieden heen. Het is niet bekend in welke mate grondroerende werkzaamheden of ophogingen zijn uitgevoerd.

Afbeelding 33: naoorlogse ontwikkelingen geschutstellingen en munitieopslagplaatsen.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

69

Mitrailleurstellingen In geen van de verdachte gebieden bij mitrailleurstellingen hebben duidelijk zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden.

Afbeelding 34: naoorlogse ontwikkelingen mitrailleurstelling.

Afbeelding 35: naoorlogse ontwikkelingen mitrailleurstelling.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

70

Afbeelding 36: naoorlogse ontwikkelingen mitrailleurstelling.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

71

5 CONCLUSIE EN ADVIES 5.1

Conclusie Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied getroffen is door oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor CE in/op de (water) bodem kunnen zijn achtergebleven. Het gaat om: • • • •

Amerikaans bombardement op de spoorbrug bij Ravenstein op 1 september 1944; Crash Britse Short Stirling bij Megen op 21 september 1944; Duitse militaire aanwezigheid in de vorm van stellingen en munitieopslagplaatsen; Neerkomen van Duitse V.1’s in de laatste maanden van de oorlog.

Aan de hand van deze indicaties zijn de hoofd- en subsoorten CE, de hoeveelheden CE, de verschijningsvormen CE en de horizontale en verticale afbakening van de verdachte gebieden vastgesteld. Deze zijn in de onderstaande paragrafen beschreven. Voor de V.1’s geldt dat er geen verdacht gebied is afgebakend. Dit is omschreven in paragraaf 5.1.2. 5.1.1 Aan te treffen CE Op basis van de geraadpleegde bronnen is het onderzoeksgebied verdacht op het aantreffen van de volgende CE. In de onderstaande tabellen is dit per indicatie weergegeven. Bombardement Aan te treffen CE Afwerpmunitie

Subsoort Brisant

Kaliber (nationaliteit) 1.000 lbs en/of 2.000 lbs (geallieerd)

Hoeveelheden Enkele

Verschijningsvorm Afgeworpen

Verschijningsvorm Onderdeel vliegtuigwrak Onderdeel vliegtuigwrak

Crash Aan te treffen CE Kleinkalibermunitie

Subsoort Diversen

Kaliber (nationaliteit) Tot 20 mm (geallieerd)

Hoeveelheden Honderdtallen

Munitietoebehoren

n.v.t.

Beschermkappen, verpakkingen (Duits)

Tientallen e.d.

Geschutstellingen Aan te treffen CE Geschutmunitie

Ontstekingsinrichtingen Munitietoebehoren

Subsoort Brisant, antitankbrisant, pantser, rook, springrook, brisantpantser, brand n.v.t.

Kaliber (nationaliteit) Tot en met 15 cm (Duits)

Hoeveelheden Tientallen

Verschijningsvorm Gedumpt

n.v.t. (Duits)

Tientallen

Gedumpt

n.v.t.

Beschermkappen, verpakkingen (Duits)

Tientallen

Gedumpt

e.d.

Mitrailleurstellingen Aan te treffen CE Kleinkalibermunitie Handgranaten

Subsoort Diversen

Kaliber (nationaliteit) Tot 2 cm (Duits)

Hoeveelheden Honderdtallen

Verschijningsvorm Gedumpt

Antitank, aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand

Ei/steel (Duits)

Tientallen

Gedumpt

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

72

Geweergranaten

Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren

Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant n.v.t.

Onbekend (Duits)

Tientallen

Gedumpt

Panzerfaust (Duits)

Enkele

Gedumpt

Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)

Tientallen

Gedumpt

Subsoort Brisant, antitankbrisant, pantser, rook, springrook, brisantpantser, brand n.v.t.

Kaliber (nationaliteit) Tot en met 15 cm (Duits)

Hoeveelheden Tientallen

Verschijningsvorm Opgeslagen

n.v.t. (Duits)

Tientallen

Opgeslagen

n.v.t.

Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)

Tientallen

Opgeslagen

Munitieopslagplaatsen Aan te treffen CE Geschutmunitie

Ontstekingsinrichtingen Munitietoebehoren

5.1.2 Horizontale afbakening verdachte gebieden De horizontale afbakening van het verdachte gebied is voor de indicaties vastgesteld aan de hand van het WSCS-OCE. Bombardement Voor de horizontale afbakening is gebruik gemaakt van de nearest neighbour theory. De maximale afstand tot de dichtstbijzijnde buurkrater bedroeg 156 meter. Rondom elke krater is een cirkelvormig gebied met een straal van 161 meter verdacht op afwerpmunitie. Crash Op basis van ervaringen is een cirkelvormig gebied met een straal van 55 meter, gemeten vanuit het hart van de crash, verdacht op CE. Geschutstellingen In een cirkelvormig gebied met een straal van 30 meter zijn de stelling en de kuilen, greppels en watergangen verdacht op CE. Mitrailleurstellingen De contouren van de mitrailleurstellingen en een gebied 5 meter rondom de stelling zijn verdacht op CE. Munitieopslagplaatsen De contouren van de mitrailleurstellingen en een gebied 5 meter rondom de opslagplaatsen zijn verdacht op CE. V.1 Rondom de waargenomen kraters is een cirkelvormig gebied met een straal van 55 meter aangemerkt. In dit gebied kunnen wrakdelen van de ontplofte V.1 worden aangetroffen. Tevens is er mogelijk sprake van milieuverontreiniging vanwege de benzeen in de brandstof van de V.1. Bij de kraters is geen op CE verdacht gebied afgebakend.

5.1.3 Verticale afbakening verdachte gebieden De verticale afbakening van het verdachte gebied is vastgesteld aan de hand van ervaringen in het veld en vastgesteld ten opzichte van maaiveld Tweede Wereldoorlog.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

73

Bombardement De minimale diepte is net onder huidig maaiveld. De maximale diepte kon niet worden vastgesteld door et ontbreken van bodemgegevens. Crash De minimale diepte is net onder huidig maaiveld. De maximale diepte is 1,5 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog. Geschutstellingen De minimale diepte is net onder huidig maaiveld. De maximale diepte is 2 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog. Mitrailleurstellingen De minimale diepte is net onder huidig maaiveld. De maximale diepte is 2 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog. Munitieopslagplaatsen De minimale diepte is net onder huidig maaiveld. De maximale diepte is 2 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog. 5.1.4 Naoorlogse ontwikkelingen Na de Tweede Wereldoorlog hebben in het onderzoeksgebied weinig zichtbare veranderingen plaatsgevonden. Bombardement Er hebben enkele zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden in het verdachte gebied in het onderzoeksgebied. Crash Er hebben geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden in het verdachte gebied in het onderzoeksgebied. Geschutstellingen Er hebben zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden in het verdachte gebied in het onderzoeksgebied. Mitrailleurstellingen Er hebben geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden in het verdachte gebied in het onderzoeksgebied.

Munitieopslagplaatsen Er hebben zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden in het verdachte gebied in het onderzoeksgebied. 5.1.5 Leemten in kennis Tijdens het onderzoek bleken er een aantal leemten in kennis te zijn. • • • • •

Het is onbekend of er in de periode 1940-1945 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Het is onbekend of er in de periode 1945-1970 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Van niet alle gebeurtenissen kon op basis van de geraadpleegde bronnen een exacte locatie bepaald worden. Dit heeft onder andere te maken met de beperkte luchtfotodekking van het gebied; In het onderzoeksgebied zijn meerdere niet definieerbare verstoringen waargenomen; Op de luchtfoto’s zijn bij de brug van Ravenstein verstoringen waargenomen, die vermoedelijk veroorzaakt zijn door ontplofte bommen. Dit kon niet in alle gevallen met zekerheid worden vastgesteld;

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

74

• • •

5.2

Tijdens het Amerikaanse bombardement op de spoorbrug bij Ravenstein zijn bommen in de Maas gevallen. Het is niet bekend hoeveel bommen in de Maas zijn gevallen en hoeveel daarvan zijn ontploft; Door het ontbreken van geschikte sondeergegevens kon het op afwerpmunitie verdachte gebied bij de spoorbrug bij Ravenstein niet verticaal worden afgebakend; Het is niet bekend tot welke diepte eventuele grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden.

Advies Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek en de conclusies is het onderzoeksgebied gedeeltelijk verdacht op CE. Het advies met betrekking tot de aanwezigheid van CE en de uit te voeren werkzaamheden is als volgt: Onverdachte gebieden Voor de onverdachte gebieden geldt dat er geen aanwijzingen zijn aangetroffen in de geraadpleegde bronnen dat er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waardoor CE in de bodem zijn achtergebleven. In de onverdachte gebieden kunnen de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden zonder dat er vervolgstappen in de explosievenopsporing noodzakelijk zijn. De voorgenomen werkzaamheden in de onverdachte gebieden kunnen plaatsvinden zonder nader onderzoek of OCE-begeleiding. Hetzelfde geldt voor de gebieden die zijn aangemerkt rondom de V.1 kraters. Hier kunnen de werkzaamheden plaatsvinden zonder nader onderzoek of OCE-begeleiding. Wel kunnen wrakdelen van V.1’s worden aangetroffen. Tevens is er mogelijk sprake van milieuverontreiniging door de aanwezigheid van benzeen uit de brandstof van de V.1. Verdachte gebieden De werkzaamheden die plaatsvinden op/boven het maaiveld in de verdachte gebieden kunnen plaatsvinden zonder vervolgstappen in de CE-opsporing. Voor de werkzaamheden die in de bodem plaatsvinden zijn wel vervolgstappen noodzakelijk. Hiervoor zijn een aantal mogelijkheden.

Niet afwerpmunitie verdacht De verdachte gebieden die niet verdacht zijn op afwerpmunitie hebben een beperkte oppervlakte en de aan te treffen CE liggen op geringe diepte. Bovendien hebben er weinig tot geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden. Het advies is als volgt: 1. Het uitvoeren van de voorgenomen (grondroerende) werkzaamheden buiten de op CE verdachte gebieden; 2. Het uitvoeren van oppervlaktedetectie werkzaamheden in de verdachte gebieden, om eventueel aanwezige CE op te sporen. Afwerpmunitie verdacht Voor het op afwerpmunitie verdachte gebied wordt geadviseerd om middels sonderingen de weerstand van de bodem vast te stellen. Op basis van deze gegevens kan de verticale afbakening van het verdachte gebied worden vastgesteld middels het Deltares model. Op basis van deze gegevens kan, in combinatie met informatie over de uit te voeren werkzaamheden, een advies worden opgesteld voor verdere vervolgstappen in de CE-opsporing.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

75

6 BIJLAGEN

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

76

Bijlage 1

Overzicht beoordelen/evalueren inventarisatie (WSCS-OCE)

In het WSCS-OCE staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit de inventarisatie-resultaten dienen te worden beoordeeld en dat op basis hiervan de volgende punten gemotiveerd vastgesteld moeten worden: • Of er sprake is van een CE verdacht gebied, en zo ja: • De (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke CE; • De horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Bij de beoordeling en evaluatie van de resultaten van de inventarisatie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Indien sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd. Indien er geen sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd; 2. De conclusie wordt vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijke verifieerbare bronnen. Indien een indicatie in slechts één bron is aangetroffen, wordt dit duidelijk aangegeven in de rapportage. Hierin wordt gerapporteerd hoe de betrouwbaarheid van de bronnen is ingeschat; 3. Indicaties en/of contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van CE op de projectlocatie en/of in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a.

Indicaties en/of contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; b. Waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing, wordt dit gedocumenteerd; c. Bij gebruikmaking van indicaties en/of contra-indicaties uit geschreven bronnen, dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden overgenomen. 4. Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, wordt bijlage 3 van het WSCS-OCE als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken; b. Als er geen indicaties zijn die wijzen op de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, is de conclusie ONVERDACHT; c. Als er indicaties zijn dat bij oorlogshandelingen binnen de grenzen van de projectlocatie en/of onderzoeksgebied bepaalde hoofdsoorten CE zijn gebruikt/betrokken geweest, dan is (een deel van) de projectlocatie en/of onderzoeksgebied VERDACHT op de aanwezigheid van deze hoofdsoorten CE, tenzij op basis van contra-indicaties het tegendeel kan worden bewezen. 5. Het verdachte gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend, gespecificeerd per (sub)soort CE, hoeveelheid en verschijningsvorm van vermoedelijke CE.

Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 3 van het WSCSOCE gehanteerd; b. Uitgangspunten voor de verticale afbakening: i. Bij het bepalen van de verticale afbakening dient specifiek rekening te worden gehouden met: bodemweerstand, verwachte indringingsnelheid en –hoek, gewicht, vorm en diameter CE; ii. Voor het berekenen van de penetratiediepte wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode waarin ten minste rekening gehouden wordt met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem; iii. Indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden, wordt op basis daarvan bepaald of, en zo ja, tot welke diepte minus maaiveld (gerelateerd aan NAP), de aanwezigheid van CE kan worden uitgesloten; iv. De verticale afbakening wordt zodanig uitgedrukt dat deze is te herleiden tot de diepte ten opzichte van NAP; c. Uitgangspunten horizontale afbakening:

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

77

i. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt de tolerantie gemotiveerd, gebaseerd op het beschikbare bronnenmateriaal; ii. Het verdachte gebied wordt weergegeven in RD-coördinaten; d. Onder de verschijningsvorm wordt verstaan de wijze waarop CE in het verleden in de (water)bodem zijn terechtgekomen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in: afgeworpen, verschoten, gegooid, gelegd, weggeslingerd, opgeslagen, gedumpt, begraven (inclusief redepositie), als restant uit springputten of explosie en als onderdeel van (vliegtuig)wrakken en/of gezonken vaartuigen.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

78

Bijlage 2

Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek

In onderstaand overzicht is de horizontale afbakening van het verdachte gebied weergegeven zoals deze is opgenomen in het WSCS-OCE. Indicatie

Algemene omschrijving

Verdedigingswerk

✗

Geschutopstelling (statisch en mobiel)

Groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt) Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of andere (semi)automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk Locatie van geschut, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.

Munitieopslag in open veld Loopgraaf

Locatie van munitievoorraad in het open veld, niet zijnde binnen een verdedigingswerk Militaire loopgraaf

✗ ✗

Tankgracht of –geul

Een diepe (al dan niet droge) gracht of geul met steile wanden, aangebracht om pantservoertuigen tegen te houden Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD géén landmijnen aangetroffen Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD, of bij naoorlogse activiteiten landmijnen aangetroffen. Geregistreerd mijnenveld, waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geregistreerd mijnenveld waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Niet alle volgens het mijnenlegrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geen feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Mijnenlegrapport aanwezig. Niet alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Versperringen, zoals strandversperringen en drakentanden Militaire werken zoals woononderkomen of werken met een burgerdoel zoals schuilbunker

Wapenopstelling

Landmijnen verdacht gebied

Landmijnen verdacht gebied

Mijnenveld

Mijnenveld

Mijnenveld

Versperringen Infrastructuur zonder geschutsopstelling of munitievoorraad Schuilloopgraaf Kampementen

Mangat Vernielingslading Artillerie-, mortierof raketbeschieting Raketbeschieting inslagenpatroon bekend

Uitgangspunt conclusie Verdacht Onverdacht

✗ ✗

Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk is verdacht. De grenzen worden bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Locatie van de wapenopstelling 25 meter rondom het hart van de geschutopstelling, maar niet verder dan een eventuele aangrenzende watergang. Locatie van de veldopslaglocatie

✗ ✗ ✗

Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Niet verdacht, tenzij er aanwijzingen zijn dat er mogelijk munitie in gedumpt is. n.v.t.

De grenzen zoals aangegeven in het ruimrapport

✗ ✗

n.v.t.

De grenzen zoals aangegeven in het mijnenlegrapport en/of ruimrapport.

✗

n.v.t.

✗ ✗

Tenzij er indicaties zijn dat CE onderdeel uitmaken van de versperring. Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen

Loopgraaf voor burgerbevolking om in te schuilen Grondgebied met onderkomens zoals tenten

✗ ✗

n.v.t.

Gat in grond met schuilfunctie, niet in gebruik genomen als schuttersput Locatie van aangebrachte vernielingslading

✗

Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpersysteem Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers

Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van munitieopslag of nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen. n.v.t.

✗ ✗

Locatie van vernielingslading

✗

Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoever de maximale horizontale verplaatsing is. Situationeel te bepalen

Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom

Vliegtuig die niet in werking is getreden

✗

Crashlocatie vliegtuig Krater van gedetoneerde incidentele luchtafweergranaat

Aanwezigheid van CE vanwege de crash

✗

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een incidentele luchtafweergranaat bevindt.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

Situationeel te bepalen

✗

Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft.

79

Inslagpunt van een V.1 wapen

Gebied dat is getroffen door de inslag van een V.1 wapen

✗

Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.1 wapen Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.2 wapen Dumplocatie van munitie en/of toebehoren Ongecontroleerde (massa)explosie

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.1 wapen bevindt.

✗

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.2 wapen bevindt.

✗

Situationeel te bepalen

Dumplocatie van CE en/of toebehoren in landbodem of op waterbodem

✗

(Sympathische) detonatie van explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitietrein Eén of meerdere springputten

✗

Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water Situationeel te bepalen

Locatie van in werking gestelde vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en) Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.

✗

Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen

✗

Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen

✗

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn253.

Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen.

✗

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel254

Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn of treinstel op deze spoorlijn te treffen

✗

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn255

Vernietigingslocatie voor CE

Vernielingslading (in werking gesteld) Tapijtbombardement

Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Duikbombardement op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend

251

✗

✗

15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond. Situationeel te bepalen

De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en). Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen. Op basis van een analyse van het inslagenpatroon251 wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel252.

Verzameling van de locaties van inslagen van één bepaald toestel of één bepaald bombardement.

252

Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50% van de vliegtuigbommen binnen 119 meter neer is gekomen en de maximaal gemeten afstand t.o.v. het doel 181 meter was. 253

Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50 % van de vliegtuigbommen binnen 46 meter neer is gekomen en de maximaal afstand t.o.v. het doel 91 meter was. 254

Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel (gebouwen) waarbij opgemerkt moet worden dat de gemiddelde spreiding van de raketten t.o.v. het middelpunt van een salvo 69 meter was, en dat de gemiddelde afstand van het middelpunt van een salvo t.o.v. het doel 39 meter was. 255

Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de maximale afstand gemeten n.a.v. luchtfoto-interpretatie.

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

80

Bijlage 3

Luchtfotodekking

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

81

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

82

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

83

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

84

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

85

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

86

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

87

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

88

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

89

Bijlage 4

A1-Inventarisatiekaart (losbladig)

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

90

Bijlage 5

A1 CE-bodembelastingkaart (losbladig)

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

91

Bijlage 6

Overzicht MORA’s

MORA nr. 20150448001

Ligplaats Greffelingsestraat ter hoogte van nummer 55 Reulstraat (een polderweg)

Plaats Alphen

20131110001 20131110002

Weissestraat Weissestraat

Lithoijen Lithoijen

20131110003 20131110004 20130992001

Weissestraat Weissestraat St. Jansstraat 1

Lithoijen Lithoijen Neerlangel

20130992002 20120357001

St. Jansstraat 1 Paltzstraat / Walravenstraat Paltzstraat / Walravenstraat Paltzstraat / Walravenstraat Paltzstraat / Walravenstraat Paltzstraat / Walravenstraat Paltzstraat / Walravenstraat Paltzstraat 38

Neerlangel Ravenstein

Splitsing Prinses Irenestraat / Graafse straat Splitsing Prinses Irenestraat / Graafse straat Splitsing Prinses Irenestraat / Graafse straat Nieuwe weg

20071562 20070865

Dorpenweg Oijense Benedendijk 9

Megen Oijen

20061681

Loswal.

Ravenstein

20031300 20010966

Hoefweg 9 Molendijk t.o. nr. 22

Batenburg Alphen

20000938

Maasdijk

Ravenstein

20000412

Bovendijk te Maasbommel Maasdijk

Maasbommel

Kennedylaan (doorgaande weg

Lith

20141122001

20120357002 20120357003 20120357004 20120357005 20120357006 20120430001 20112011001 20112011002 20112011003 20071854

19990496 19990702

Megen

Ravenstein Ravenstein

CE Brisantpantsergranaat; 7,5 cm Gr 39 met bodembuis nr 5103 (D) (verschoten) Brisantgranaat; 2 inch mortier met restant schokbuis No 151 (UK) (verschoten) Klein kaliber munitie; diverse Oefenbrisantgranaatpatroon; 20 mm (US) Scherfhandgranaat; No 36 Mills (UK) Schokbuis; M48-serie (US) Brisantpantsergranaatpatroon; 20 mm (UK) Huls; 20 mm (UK) Brisantgranaat; 2 inch mortier (niet verschoten) Diverse scherpe munitierestanten

Ravenstein

Lichtgranaat; 2 inch mortier (niet verschoten) Rookgranaat; 2 inch mortier (niet verschoten) Scherfhandgranaat; No 36

Ravenstein

Springrookhandgranaat; No 77

Ravenstein Ravenstein

Springrookhandgranaat; No 77 Mk I met handgranaat onsteker No 247 (geworpen) Scherfhandgranaat; No 36 Mills (UK)

Ravenstein

Springrookhandgranaat; No 77 (UK)

Ravenstein

Restant; Springrookhandgranaat No 77 (UK)

Wamel

1 brisantgranaat van 7,5 cm met bodembuis (verschoten) en ongeveer 20 stuks kleinkalibermunitie 1 drukcilinder Geen

Ravenstein

Oss

Geen 1 rookgranaat van 25 ponder met tijdschokbuis 221 (verschoten)

Bijzonderheden

25 1 1 1 3 1

Zoekactie naar emmer met granaten in de tuin. Niets gevonden. MORA niet geleverd Betrof geen CE MORA niet geleverd

1 gevechtskop van 60 lbs SAP no. 2 MKI met 865/878 ontsteker (Brits) 1 staartstuk van 2” mortier, zonder grondkardoes 1 rookgranaat van 25 ponder met tijdschokbuis 221 (niet verschoten)

17P201 VO CE Meanderende Maas definitief rapport d.d. 1 juni 2018.

92

19991991

van Oss naar Tongeren) Kennedybaan (doorgaande weg van Oss naa Lith) Oyjersbenedendijk t.h.v. nieuwbouw Lithoyensedijk Sluizencomplex Kennedybaan

19992320

Oss in de haven

Oss

19990477

Ravenstein

19970066

Sint Luciastraat 2-4 ( kan ook 3 wezen) Maria van Bourgondiëstraat 15 Zuidkant Maas

19970058

Zuidkant Maas

Oss

19970105 19970135

De Maas(?) Veersbraaf Oijen

Lith Lith

1 rookhandgranaat fosfor (compleet)

19970394

Oijensebenedendijk in Lithoijen

Lith

19971264

Lithsedijk

Lith

19961152

Lithooyensedijk

Lith

19961398

Maasdijk 5 te Megen Raadhuisdijk 5, Maasbommel Raadhuisdijk 5, Maasbommel Bovendijk 47, Maasbommel Bovendijk 47, Maasbommel Kapelstraat 49

Oss

1 handgranaat MK II, 1 brisantpantsergranaat van 7,5 cm (niet verschoten) 1 brisantgranaat van 15 cm met schokbuis (verschoten)(Duits) 1 brisantpantsergranaat van 75 mm met bodembuis (niet verschoten) 1 contragewicht olielamp

Geen CE

1 brisantgranaat van 7,5 cm (OH) zonder ontsteker (niet verschoten) 1 brisantgranaat van 7,5 cm (OH) zonder ontsteker (niet verschoten) Geen

Schroot

Geen

Schroot

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f322b9fe-089e-4ffb-b66f-30da3f2a0eaf