Bijlage WSD 3 1-22-014 323-ProjectMER-2e-fase.PDF
Tekst van het document
Op de plek waar een aantal bomen wegvallen wordt een zogeheten hop-over gerealiseerd, zodat de vliegroutes van vleermuizen door het gebied behouden blijven.
4.3.7
Drempel Appeltern
In het voorkeursalternatief was er een doorsteek door een drempel langs het zomerbed gemaakt vanaf de Maas naar de Gouden Ham, ongeveer ter hoogte van de veerstoep van Appeltern. Een 2-richtingbrug met een overspanning van ongeveer 50 meter in de provinciale weg was ook deel van het plan. In het definitief ontwerp heeft de doorsteek plaatsgemaakt voor een verlaging van de drempel tussen de Maas en de plas erachter die op kosteneffectieve wijze bijdraagt aan de doelen voor waterstandsverlaging. Vanwege het extra water dat vanwege de doorsteek bij Appeltern bij de veerstoep in Maasbommel de Maas instroomt, ontstaat er een aanzienlijke dwarsstroming op de rivier. Dat is onacceptabel voor de scheepvaart. Uit nadere berekeningen blijkt ook dat de doorsteek zelf maar beperkt bijdraagt aan de waterstandsdaling en de aanleg van de brug voor de Nood Zuid (N329) duurder uitvalt. Ook bleek dat we met een verlaging van het maaiveld in de Lelyzone bij Megen een gelijke waterstandsdaling bereiken tegen veel lagere kosten. De maatregel ‘doorsteek Appeltern’ is daarmee vervallen. Recent is op de plek van de drempel in het kader van de KRW-maatregelen een natuurvriendelijke oever aangelegd, die omwille van de steenbestorting voor de drempel verdwijnt. Compensatie voor deze natuurvriendelijke oever is gevonden aan de overzijde van de rivier in de Ossekamp.
Hier wordt, conform het voorkeursalternatief, een geul aangelegd met een lengte van ongeveer 575 meter. De nieuwe geul vervangt de circa 350 meter lange bestaande KRW-geul in de Ossekamp, die ecologisch weinig waarde heeft. De geullengte neemt daarmee met circa 225 meter toe. Dit betekent 450 meter natuurvriendelijke oever (aan beide zijde van de geul).
95 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
96 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
4.3.9
Bakenbomen
De bakenbomen zijn de herkenbare uiting van het kanaliseren van de Maas, ooit aangeplant als bakens voor scheepvaart. Ze bepalen voor een belangrijk deel de identiteit van de Maas. De basis van het beplantingsplan in het definitief ontwerp is gevormd met behulp van de principes zoals ontwikkeld binnen het project Meanderende Maas. Er is gekozen voor een benadering waarbij, waar mogelijk, de nieuwe bomen worden geplant op ruimere afstand van het water dan de oude bomen. Op die manier staan de nieuwe bomen buiten de zogenoemde ‘Vlakken van Vrije Ruimte’ (VVR). De Vlakken van Vrije Ruimte geven aan tot hoever de rivieroever mag eroderen en zijn onderdeel van/opgenomen in de Legger van Rijkswaterstaat. In het definitief ontwerp zijn de nieuwe groeiplaatsen aangegeven op basis van deze principes. Waar sprake is van rivierverruimende maatregelen zoals maaiveldverlaging, worden de bestaande bomen gekapt en nieuwe bomen geplant op het nieuwe maaiveld. Waar het maaiveldniveau gehandhaafd blijft, worden nieuwe bomen aangeplant tussen de oude bomen. Hierdoor ontstaat er een geleidelijke overgang van de oude naar de nieuwe generatie bomen. Voor de nieuwe bakenbomen wordt doorgaans een maatvoering van circa 7 meter buiten de Vlakken van Vrije Ruimte aangehouden. Vervolgens wordt op basis van de VVR een zo vloeiend mogelijke lijn aangehouden.
Op het niveau van de Bedijkte Maas (het gedeelte van de Maas in Nederland waar de bakenbomen staan) wordt de komende tijd een vervangingsstrategie (bakenbomenstrategie) opgesteld, die ook uitspraken doet over het definitieve beplantingsplan, de juridische bestendigheid en de financiering van aanleg en beheer. Over deze laatste twee aspecten vindt nog afstemming plaats met de Rijks- en regiopartners langs de Bedijkte Maas.
4.3.10 Haventoegang Oss De huidige situatie rondom de aansluiting van het Burgemeester Delenkanaal op de Maas levert voor schippers in de beroepsvaart soms lastige en zelfs gevaarlijk situaties op. Door de smalle doorvaart is het er moeilijk manoeuvreren en er is vanaf het kanaal weinig zicht op de beroepsvaart en recreatievaart op de Maas. In het definitief ontwerp is het ontwerp uit het voorkeursalternatief verder uitgewerkt en is de opening vergroot tot de breedte van het kanaal zelf. De oevers van het kanaal worden aangepast en bekleed met steenbestorting. Door de verlaging van de Lelyzone hebben schippers daarnaast meer zicht op de Maas. Zo neemt de veiligheid rondom de haventoegang toe, wat een positief effect heeft op de economische positie van de haven van Oss.
97 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
5 BELEIDSKADER EN REFERENTIESITUATIE 5.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat de belangrijkste wettelijke kaders en beleidskaders voor het project Meanderende Maas. Deze zijn in paragraaf 5.2 en 5.3 opgenomen in een tabel met de titel en een samenvatting van de relevante inhoud van de wet of het beleidsdocument. In paragraaf 5.4 zijn de autonome ontwikkelingen beschreven die onderdeel uitmaken van de referentiesituatie. De laatste paragraaf van dit hoofdstuk geeft ten slotte een toelichting op de gehanteerde gebiedsbegrippen (plangebied, projectgebied, studiegebied) in dit MER.
5.2
Wettelijk kader
Tabel 5.1 Dominante wettelijke kaders Document
Relevante inhoud
INTERNATIONAAL Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)
De KRW heeft als doel het water in de EU te beschermen en te verbeteren en duurzaam gebruik van water te bevorderen. Enkele KRW-maatregelen zijn onderdeel van het projectgebied. Diedensche Uiterdijk, Demen-Dieden, De Warden/meander, en het gebied langs kasteel Oijen zijn opgenomen in de KRW-programmering. Daarnaast zijn op diverse plekken kleinere ingrepen gepland, voor het verwijderen van de steenbestorting op de oevers van het zomerbed.
Natura 2000 (Vogel- en Habitatrichtlijnen)
In de omgeving liggen Natura 2000-gebieden die mogelijk worden beïnvloed door het project. De Vogel- en Habitatrichtlijn is geïmplementeerd in de Wet natuurbescherming. Tussen KRW en Natura 2000 zit overlap. Veel Natura 2000-doelen zijn afhankelijk van de kwaliteit van het water in het gebied. Daarnaast is het realiseren of beschermen van Natura 2000-gebied in sommige gebieden ook een van de opgaven in het kader van de KRW.
Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR)
Het doel van de ROR is het beperken van negatieve gevolgen van overstromingen voor de gezondheid van de mens, het milieu, het cultureel erfgoed en de economische bedrijvigheid. De beoogde dijkversterking draagt bij aan dit doel.
Verdrag van Rio inzake biodiversiteit
Dit pact tussen de grote meerderheid van 's werelds overheden is gericht op het behoud van de ecologische basis van de aarde in combinatie met economische ontwikkeling. De CBD oftewel het verdrag inzake Biologische Diversiteit kent drie hoofddoelstellingen: behoud van biologische diversiteit, het duurzaam gebruik ervan, en een eerlijke verdeling van de voordelen die het gebruik van genetische bronnen opleveren (Biodiversiteit.nl). De natuurontwikkeling in de uiterwaarden draagt bij aan het behoud van de biologische diversiteit.
NATIONAAL Waterwet
De Waterwet schrijft voor dat er bij aanleg of wijziging van een waterstaatswerk een Projectplan opgesteld kan worden. Deze wet blijft in werking tot de Omgevingswet naar verwachting in 2022 in werking treedt. Belangrijk is wie de initiatiefnemer is en of de normatieve toestand wijzigt. Beide aspecten worden hieronder beschouwd. Daarnaast is er ook aandacht voor de inhoudelijke verwevenheid van de projectonderdelen.
98 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Document
Relevante inhoud
Normatieve toestand Bij de verplichting tot het opstellen van een projectplan gaat het uitsluitend om díe voorgenomen werken of werkzaamheden in of bij een waterstaatswerk die tot gevolg hebben dat wijziging wordt gebracht in de normatieve toestand (richting, vorm, afmeting of constructie) van dat waterstaatwerk. Zoals die bijvoorbeeld is vastgelegd in een legger. De werkzaamheden in de uiterwaarden, zowel het verlagen van maaiveld (Lelyzones), het graven van de KRW-geulen als de natuurontwikkeling, betreft het wijzigen van de normatieve toestand. Daaruit volgt het projectplan. Initiatiefnemer Ingevolge artikel 5.4, eerste lid van de Waterwet wordt een projectplan opgesteld wanneer de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder gebeurd. In het geval van de Meanderende Maas is het verlagen van het maaiveld (t.b.v. waterstandsdaling) en de realisatie van de KRW-geulen een duidelijke opgave van RWS. Voor de inhoudelijke bespreking van de effecten en toetsing aan de Waterwet zie hoofdstuk 6 Waterbesluit
In artikel 6.15 Waterbesluit staat de algemene zorgplicht. Degene die gebruik maakt van een oppervlaktewaterlichaam die in het beheer is bij het Rijk (de Maas) moet aan de zorgplicht voldoen. Dit betekent dat handelingen geen nadelige gevolgen mogen hebben voor het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam, feitelijke belemmeringen van de afvoercapaciteit moeten worden voorkomen en dat een mogelijke waterstandsverhoging -of afname- zo gering mogelijk moet zijn.
Waterregeling
Op grond van artikel 6.8 Waterregeling dient gebruik, zoals genoemd in het Waterbesluit, zodanig wordt uitgevoerd dat de gebruiker alle maatregelen treft die in het belang zijn van een vlotte en veilige verkeersregulering, het oppervlaktewaterlichaam bereikbaar blijft voor de beheerder en hulpdiensten en bestaand gebruik zo min mogelijk hinder ondervindt.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Voorziet in juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Grote rivieren als de Maas zijn aangeduid als nationaal belang in het Barro, waardoor de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen ingeperkt kan worden.
Wet ruimtelijke ordening
Op grond van artikel 3.1 Wro stelt de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vast. Het ontwerp is getoetst aan de vigerende bestemmingsplannen. Ten behoeve van de rivierverruiming wordt een bestemmingsplan opgesteld. Hiermee is de ruimtelijke inpassing van de rivierverruiming geborgd.
Wet milieubeheer
In de Wet milieubeheer staan de wettelijke instrumenten die er zijn om het milieu te beschermen. De uitwerking voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) is opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. Het doel van de m.e.r. is om het milieubelang volwaardig mee te nemen in de publieke besluitvorming.
‘Wet luchtkwaliteit’ (hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer)
Uit de ‘Wet luchtkwaliteit’ (hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer) volgt dat een milieuvergunning voor een project of activiteit vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit verleend kan worden, indien aangetoond is dat in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: − De grenswaarden voor luchtkwaliteit worden niet overschreden (zie tabel 1) − Indien de grenswaarden wel worden overschreden: de luchtkwaliteit verslechtert niet door de voorgenomen activiteit of er vindt per saldo, inclusief eventuele maatregelen, een verbetering van de luchtkwaliteit plaats − De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De grens voor niet in betekende mate is 3 % van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10. Dit komt overeen met een maximale toename van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 van 1,2 μg/m3.
99 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Document
Relevante inhoud −
De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit)
Tabel 1 Overzicht van wettelijke grenswaarden van de beschouwde stoffen Stof Type norm Grenswaarde in Nederland en EU NO2 Jaargemiddelde concentratie 40 µg/m3 PM10 Jaargemiddelde concentratie 40 µg/m3 Etmaalgemiddelde concentratie 50 µg/m3 mag max. 35x / jaar overschreden PM2.5 Jaargemiddelde concentratie 25 µg/m3 Het toepasbaarheidsbeginsel (artikel 5.19 lid 2 van de Wet milieubeheer) geeft aan waar de luchtkwaliteit niet beoordeeld hoeft te worden, namelijk: − op locaties die zich bevinden in gebieden die niet publiekelijk toegankelijk zijn en waar geen vaste bewoning is − op terreinen waarop een of meer inrichtingen zijn gelegen, waar bepalingen betreffende gezondheid en veiligheid op arbeidsplaatsen van toepassing zijn − op de rijbaan van wegen en de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben Wet natuurbescherming
Regels rondom de bescherming van natuurgebieden (onder andere NatuurNetwerk Gelderland/Noord-Brabant en Natura 2000-gebieden) en soorten. Het project Meanderende Maas moet voldoen aan de regels van de Wnb. Anderzijds kunnen meekoppelkansen vanuit het project mogelijk bijdragen aan het beschermen en versterken van de natuurgebieden en soorten.
Beleidslijn grote rivieren
Kaderstellend voor het beoordelen van de toelaatbaarheid – vanuit rivierkundig én ruimtelijk oogpunt – van nieuwe activiteiten in het rivierbed van de grote rivieren. De beoogde ingrepen moet uitgevoerd worden in overeenstemming met deze beleidslijn.
Rivierkundig Beoordelingskader voor ingrepen in de Grote Rivieren (RBK, versie 4)
Rijkswaterstaat Water, Verkeer en leefomgeving, RWS, Oost-Nederland, 2017) Het kader gaat in op de te toetsen rivierkundige aspecten van een vergunningsaanvraag, de hierbij te gebruiken rivierkundige modellen en randvoorwaarden en de te hanteren normering (criteria).
Richtlijn Vaarwegen, Rijkswaterstaat
Dit is het kader verkeerskundig vaarwegontwerp Rijkswaterstaat. Vaarwegen worden ingericht conform de Richtlijnen Vaarwegen 2017. Hierin staat bijvoorbeeld hoe bruggen en havens moeten worden gebouwd, onderhouden en bediend. Door alle vaarwegen volgens dezelfde richtlijnen in te richten ontstaat een veiliger vaarwegennetwerk.
PROVINCIAAL Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving, staan bij elkaar in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is een kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en bestaand provinciaal beleid. In de omgevingsverordening staan regels over: basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies de uiterwaarden zijn onder meer deels aangewezen als: cultuurhistorisch en aardkundig (deels) waardevol gebied; natuurnetwerk Brabant; rivierbed; groenblauwe mantel (deels) waarvoor specifieke regels gelden.
Omgevingsverordening Gelderland, 2022
Alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving, staan bij elkaar in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is een kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en bestaand provinciaal beleid. Er wordt richting gegeven aan zeven samenhangende ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. Maasbommel en Drempel Appeltern zijn zo aangewezen als onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk en/of Groene ontwikkelingszone, waarvoor specifieke regels gelden over de instandhouding/ versterking van de natuurlijke kwaliteiten en de compensatieregeling ervan. Ook zijn er regels in verband met ontgrondingen opgenomen.
WATERSCHAP Waterschapsverordening/ Legger Waterschap Aa en Maas
100 | 264
De waterschappen stellen regels op om te voorkomen dat dijken en oevers beschadigen. In de keur staan regels voor het onderhoud van sloten, beken, rivieren, nevengeulen en
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0