Bijlage WSD 1 6-22-014 322-Projectplan-Waterwet-Rivier-Meanderende-Maas.PDF
Tekst van het document
Pagina 61 van 86
Datum 14 oktober 2022
Graafmachine’s groot of klein
Shovel
Vrachtwagen
Dumper
Beunschip
Bulldozer
Schapenpootwals
Figuur 35 In te zetten materieel
Pagina 62 van 86
3.3.MER
Datum 14 oktober 2022
De procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) dient om het milieubelang bij plannen en besluiten een volwaardige plaats te geven. De procedure is geborgd in de Wet milieubeheer. Het doorlopen van een m.e.r.- bij plannen en/of besluiten is: • verplicht als een activiteit (al dan niet voor een bepaald geval) is opgenomen in bijlage C van het Besluit m.e.r.; • m.e.r.-beoordelingsplichtig als een activiteit is opgenomen in bijlage D. In een beoordeling wordt getoetst of mogelijk belangrijke nadelige (milieu)gevolgen kunnen optreden. Indien met ja beantwoord, volgt als nog de plicht om een m.e.r. te doorlopen. De m.e.r.-regeling maakt onderscheid in m.e.r. voor plannen zoals een structuurvisie of bestemmingsplan (planm.e.r.) en m.e.r. voor besluiten zoals vergunningen (project-m.e.r.). In de m.e.r.-procedure voor Meanderende Maas is daarom een gecombineerde plan- en project m.e.r. doorlopen, waarbij: • een planMER. is opgesteld voor de vastgestelde Interprovinciale Structuurvisie Meanderende Maas met de afweging en beoordeling van het voorkeursalternatief en andere kansrijke alternatieven (MER 1e fase); • een projectMER voor verschillende besluiten/vergunningen in de planuitwerkingsfase (MER 2e fase). Verschillende activiteiten die voor het project Meanderende Maas nodig zijn, staan opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r.
Onderstaande tabel geeft aan welke categorieën en activiteiten van belang zijn. Welke drempel daarvoor staat en welk plan of besluit voor het project wordt opgesteld. Tabel 21 M.e.r.-(beoordeling)plicht Cat.
Activiteit
Drempel
Plan/besluit
D3.1
de aanleg, wijziging of uitbreiding van een binnenvaarweg
een oppervlakte heeft van 25 ha. of meer
Projectplan Waterwet
D.3.2
de aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken
niet van toepassing
de goedkeuring van gedeputeerde staten van provincie Noord-Brabant op het projectplan Waterwet, of bij ontbreken daarvan, het projectplan Waterwet zelf
D9
een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan.
een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw
Bestemmingsplan
C/D16. 1
C.
C.
C.
de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem
bij een terreinoppervlakte
Bestemmingsplan en ontgrondingenvergunn
Pagina 63 van 86
Cat.
Activiteit D.
Drempel
de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem
van meer dan 25 ha. D.
Datum 14 oktober 2022
Plan/besluit
bij een terreinoppervlakte van 12,5 ha. of meer
ing D.
Bestemmingsplan en ontgrondingenvergunning
Er geldt voor de vier activiteiten in ieder geval een m.e.r.-beoordelingsplicht. Het maakt daarvoor niet uit of de drempel gehaald wordt of niet. Vanwege de omvang van het hele project is er voor gekozen om direct een MER op te stellen. Er is één integraal MER gemaakt. Doordat een uitgebreide m.e.r.procedure is gevolgd zijn de effecten reeds van bij het begin meegenomen in het ontwerp. Het MER wordt tegelijk met het Ontwerp-Projectplan Waterwet en andere ontwerp besluiten en -hoofdvergunningen gecoördineerd in procedure gebracht. Samenvatting conclusies MER In het MER is het hele project Meanderende Maas beoordeeld. Effecten gebruiksfase Tijdens het ontwerpproces in de planuitwerking is het ontwerp steeds aangepast op basis van bijvoorbeeld de ecologische en archeologische onderzoeken. Om die reden heeft het uiteindelijke ontwerp dat in dit MER is getoetst met name neutrale en positieve effecten in de gebruiksfase, bijvoorbeeld voor de waterkwaliteit, de natuur, het landschap, cultuurhistorie, de ruimtelijke kwaliteit en recreatie. Op enkele criteria blijven er, ook na optimalisatie van het ontwerp, (licht) negatieve effecten. Het gaat om: sedimentatie en erosie, archeologie, dwarsstroming, woon- en werkfunctie en landbouw. Voor deze (licht) negatieve effecten zijn geen verdere mitigerende maatregelen in het ontwerp mogelijk/nodig.
Voor de volgende fases zijn er met name op deze criteria wel aanbevelingen geformuleerd om de negatieve effecten te beperken en zijn er evaluatie- en/of monitoringsmaatregelen voorgesteld (zie paragraaf 9.5 en 9.6 van het MER). In tabel 21 zijn de samenvattende effecten van de gebruiksfase weergegeven. Tabel 22 Samenvattende beoordeling effecten gebruiksfase Thema/criteria
Beoordeling ontwerp
Bijzonderheden
++
mitigatie niet noodzakelijk.
Stroombeeld uiterwaarden
++
mitigatie niet noodzakelijk.
Sedimentatie en erosie zomeren winterbed
-
daar waar risico op erosie optreedt vanwege toename stroomsnelheid, zijn oeverversterkende
Rivierkunde Inundatiefrequentie uiterwaarden
maatregelen in het ontwerp opgenomen. Rivierverruiming gaat praktisch altijd gepaard met sedimentatie. Het is daarom onvermijdelijk
Pagina 64 van 86
Thema/criteria
Beoordeling
Datum 14 oktober 2022
Bijzonderheden
ontwerp om sedimentatie te veroorzaken. Dit is beoordeeld als licht negatief effect vanwege de toename in vaargeulonderhoud Water Grondwaterstand
0
doordat de grondwatereffecten buitendijks beperkt en lokaal zijn, worden geen effecten op de buitendijkse functies verwacht. Binnendijks is geen grondwaterstijging of daling aan de orde. Lokale effecten zullen zich beperken tot de directe omgeving van de dijk. In het op te stellen uitvoeringsontwerp wordt gekeken welke lokale maatregelen gewenst zijn om effecten verder te beperken.
Oppervlaktewatersysteem/peil
0
watergangen worden teruggebracht.
Kwaliteit grond- en
+
het omzetten van landbouwkundige gebruik naar
oppervlaktewater
natuurfuncties en het inrichten van nieuwe KRWgeulen draagt bij aan de (ecologische) waterkwaliteit.
Gerealiseerde KRW-maatregelen
++
Er wordt ruim invulling gegeven aan meerdere KRW-maatregelen.
Bodem Verontreinigingen bodem en
+
waterbodem
meerdere lokale (mogelijke) verontreinigingen zijn aanwezig. Deze dienen gesaneerd te worden waardoor de bodemkwaliteit verbetert.
Aardkundige waarden
0
de aardkundige waarden Diedensche Uiterdijk en Peelrandbreuk worden niet aangetast.
Maaivelddaling
0
de potentiële maaivelddaling is geanalyseerd op basis van de geohydrologische berekeningen en als klein en derhalve als neutraal effect beoordeeld.
Natuur Beschermde gebieden:
++
Natuurnetwerk Noord-Brabant, Gelders Natuurnetwerk,
per saldo is er een oppervlakte- en kwaliteitsverbetering aan Brabantse zijde. De effecten op GNN/GO zijn neutraal.
ecologische verbindingszones Beschermde gebieden: Wet
++
natuurbescherming (houtopstanden)
op beperkte schaal is sprake van het verdwijnen van lijnvormige houtopstanden en kleine arealen bos en struweel. Herplant is deels opgenomen in het ontwerp. Netto neemt het areaal houtopstanden fors toe, met name door buitendijkse ooibosontwikkeling. Bij de bakenbomen gaat het om een vervanging die vanwege de herplant uiteindelijk een neutraal effect heeft.
Beschermde gebieden: Wet natuurbescherming (Natura
0
geen effecten in de gebruiksfase.
2000-gebieden)
Pagina 65 van 86
Thema/criteria
Beoordeling
Datum 14 oktober 2022
Bijzonderheden
ontwerp Beschermde soorten: Wet
0
natuurbescherming – das Beschermde soorten: Wet
voor roek en ransuil geldt het effect licht negatief wegens het kappen van nestbomen. Voor das is
-
natuurbescherming – ransuil en
het effect neutraal. Op alle overige soorten heeft het project een (licht) positief effect.
roek Beschermde soorten: Wet
+
natuurbescherming – grote modderkruiper en vleermuizen Beschermde soorten: Wet
++
natuurbescherming Overige soorten Landschap, cultuurhistorie en archeologie Beïnvloeding
++
het ontwerp draagt bij aan versterking gebied als
gebiedskarakteristiek,
rivier- en moeraslandschap. Landschappelijke
landschappelijke lijnen en
lijnen worden behouden en versterkt. Beleving
elementen
van landschap en karakteristieke elementen geoptimaliseerd.
Geografische
++
waarden/structuren, bouwkundige waarden/objecten Archeologische waarden
de bestaande cultuurhistorische waarden worden behouden en/of versterkt door het ontwerp.
--
het plangebied kent grote delen met een middelhoge of hoge archeologische verwachting. Met name het deelgebied Maasakker Noord (Diedensche Uiterdijk deel A) is archeologisch waardevol. Het ontwerp doorsnijdt meerdere gebieden met een hoge verwachtingswaarde. Om die reden is het effect als negatief (- -) beoordeeld. Daar waar dat met behoud van de waterstandsdalingsdoelstelling kan, is het ontwerp overigens aangepast en wordt minder diep gegraven om de kans op het verstoren van archeologische resten te beperken.
Ruimtelijke kwaliteit Toetsing aan ‘spelregels’
het ontwerp voldoet aan spelregels in BKP en
beeldkwaliteitsplan en
draagt bij aan ruimtelijke kwaliteit in gebied.
provinciale verordening
+
ontwerp is in lijn met provinciale verordening en beleid ten aanzien van landschap en cultuurhistorie. Bakenbomenstrategie meegenomen in ontwerp.
Woon- en leefmilieu verkeer(sveiligheid) gebruiksfase
0
lokaal enige verbetering en verslechtering van bereikbaarheid en verkeersveiligheid in het gebied. Algehele beoordeling neutraal.
geluidhinder (gebruiksfase)
0
geen sprake van toename van 1,5 dB of meer en dus een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder.
luchtkwaliteit
0
te verwaarlozen effect/toename.
Pagina 66 van 86
Thema/criteria
Beoordeling
Datum 14 oktober 2022
Bijzonderheden
ontwerp externe veiligheid
0
geen belemmeringen voor de dijkversterkingen in het kader van externe veiligheid.
Scheepvaart Verandering bevaarbaarheid recreatievaart
+
Verandering bevaarbaarheid beroepsvaart
meer ruimte voor recreatievaart.
de invaaropening naar het Burgemeester ++
Delenkanaal (en daarmee de haven van Oss) wordt beter toegankelijk.
Verandering nautische veiligheid
positieve effecten (scheiding vaarverkeer, 0
verruimen aansluiten Burg. Delenkanaal) en negatieve effecten (oversteken Maas) resulteren in een neutraal effect.
Toekomstige fase: uitbreidbaarheid Dwarsstroming op de Maas en Burgemeester Delenkanaal
0 --
geen harde constructies die de uitbreidbaarheid belemmeren. op een aantal locaties ontstaan aan de rand van de vaargeul dwarsstromingen welke de norm uit het RBK 5.0 overschrijden. Dit zal niet of nauwelijks hinder of extra veiligheidsrisico’s voor de scheepvaart opleveren omdat de schepen meer in het midden van de vaargeul vaart.
Beheer en onderhoud Inspecteerbaarheid,
op sommige locaties treedt er een negatief effect
beheerbaarheid, veiligheidsbeoordeling
op als gevolg van bijvoorbeeld extra constructies en kunstwerken en extra areaal te beheren 0
natuur, terwijl er op andere locaties juist sprake is van een positief effect ten aanzien van de inspecteerbaarheid en beheerbaarheid als gevolg van taludverflauwing en daarmee de mogelijkheid tot machinaal beheer van o.a. de natuur.
Ruimtegebruik Woon- en werkfunctie
er hoeven geen woningen of bedrijven -
Landbouw -
geamoveerd te worden. Wel raakt het ontwerp de tuin van 2 woningen. aan de Gelderse zijde van het plangebied zijn enkele landbouwpercelen die niet als GNN zijn aangewezen die door het ontwerp beïnvloed worden in hun bedrijfsvoering.
Tijdelijke milieueffecten Daar waar er in de gebruiksfase met name positieve effecten zijn, zijn er tijdens de aanleg enkele (licht) negatieve effecten. Het gaat met name om hinder voor omwonenden door het plaatsen van een constructie of het aanbrengen van grond. Daarnaast zijn er tijdelijke negatieve effecten op enkele beschermde soorten en is er bij de verruiming van de monding van het Burgemeester Delenkanaal hinder voor vaarweggebruikers. Om de negatieve
Pagina 67 van 86
effecten te beperken zijn er aanbevelingen gedaan voor het uitvoeringsplan en evaluatie- en/of monitoringsmaatregelen voorgesteld (zie paragraaf 9.5 en 9.6 van het MER). In tabel 22 is de beoordeling van de tijdelijke effecten opgenomen.
Datum 14 oktober 2022
Pagina 68 van 86
Tabel 23 Samenvattende beoordeling effecten tijdens aanleg Criteria
Beoordeling
Datum 14 oktober 2022
Bijzonderheden
effect aanleg Oppervlaktewatersysteem
0
in het ontwerp is een tijdelijke oplossing opgenomen voor het in stand houden van de afwatering van landbouwpercelen.
Kwaliteit grond- en
0
oppervlaktewater
in de gebruiksfase en in de tijdelijke situatie zijn er minder landbouwpercelen dan nu. Voor de waterkwaliteit leidt dit project tot een licht positief effect omdat het landbouwkundige gebruik wordt omgezet naar natuurfuncties en het inrichten van nieuwe KRW-geulen, echter blijven in de tijdelijke situatie nog op twee plekken landbouwpercelen in gebruik.
(Tijdelijke) geluidhinder en
--
trillingsschade
meerdere bestemmingen binnen 60 meter van zwaardere constructieve werkzaamheden waarvoor mogelijk nadere (bron)maatregelen nodig zijn om schade (en te veel dagen geluidhinder) te voorkomen.
Luchtkwaliteit
0
geen overschrijdingen.
Verkeer(sveiligheid)
-
bereikbaarheid van bestemmingsverkeer binnen werkvak dient nog uitgewerkt te worden bij de verdere voorbereiding van de realisatie.
Rivierkunde
0
de tijdelijke opstuwing van de opslaglocaties valt weg tegen deze reeds in de realisatiefase bereikte waterstandsdaling, waardoor er netto geen opstuwend effect is in de realisatiefase.
Natuur – beschermde gebieden (stikstof)
-
tijdelijke toename van stikstofdepositie. Het is niet aannemelijk dat de tijdelijke toename van stikstofdepositie als gevolg van het project Meanderende Maas tot een significante verslechtering van habitattypen en leefgebieden leidt.
Natuur – beschermde soorten
0/-/--
voor steenmarter, buizerd, ooievaar, steenuil, ransuil, kerkuil, slechtvalk, sperwer en roek zijn de tijdelijke effecten neutraal (0). Voor bever, das, kleine marterachtigen en poelkikker zijn de effecten licht negatief (-). Voor vleermuizen en kleine modderkruiper zijn de tijdelijke effecten negatief (--).
Scheepvaart: hinder voor
-
vaarweggebruikers
de verruiming van de monding van het Burgemeester Delenkanaal heeft de grootste interactie met de scheepvaart gedurende de realisatiefase door bijv. tijdelijke versmalling van vaarweg. Tijdens de uitvoering is er overall slechts beperkt hinder voor de vaarweggebruikers.
Ruimtegebruik
-
tijdens de uitvoeringsfase kunnen er tijdelijke beperkingen en/of kan er overlast plaatsvinden door bouwwegen en tijdelijke grondopslaglocaties.
Pagina 69 van 86
3.4.Planologische inpassing
Datum 14 oktober 2022
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) gelden voor het gebied waar het project zal worden uitgevoerd, de volgende bestemmingsplannen: • voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters d.d. 16 februari 2022; • voorbereidingsbesluit huisvesting arbeidsmigranten Oss d.d. 15 februari 2022; • bestemmingsplan Buitengebied Oss 2020 van de gemeente Os d.d. 16 april 2020; • parapluplan geitenhouderijen 2019 d.d. 5 maart 2020. De voorgenomen activiteit past niet binnen de geldende kaders, specifiek bestemmingsplan buitengebied Oss 2020. De voornaamste reden is dat bepaalde percelen van het plangebied in de huidige situatie de bestemming ‘agrarisch met waarden - landschap en natuur’ hebben. Een deel van deze percelen wordt, als gevolg van de genomen maatregelen en gewijzigd beheer permanent omgevormd naar de bestemming ‘natuur’, zodat agrarisch gebruik hier niet meer mogelijk is. Om dit mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In de toelichting van dit bestemmingsplan is voor elk relevant milieuthema aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
3.5.Andere noodzakelijke vergunningen, andere relevante besluiten of meldingsplichtige handelingen Provinciale Staten van provincies Gelderland en Noord-Brabant hebben respectievelijk op 28 september 2022en 14 oktober 2022 besloten de provinciale coördinatieregeling van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 3.33 Wro) toe te passen op besluiten noodzakelijk voor de rivierverruimende maatregelen, KRW-maatregelen en natuurontwikkeling. Gedeputeerde Staten van beide provincies verzorgen gezamenlijk de coördinatie, waarbij NoordBrabant optreedt als loket. Dit betekent in dit geval dat Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de zienswijzen op het Ontwerp-Projectplan verzamelen en de afhandeling daarvan coördineren. De volgende besluiten zijn meegenomen in de coördinatie: • (voorliggend) projectplan Waterwet rivierverruiming en KRW Meanderende Maas (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze Rijkswaterstaat); • ontheffing Wet natuurbescherming, voor overtreden verbodsbepalingen flora en fauna (Rijksdienst voor ondernemend Nederland); • melding Wet natuurbescherming: kappen van houtopstanden (provincie Noord-Brabant); • vergunning Wet natuurbescherming, met betrekking tot gebiedsbescherming (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), mits aan de orde;
Pagina 70 van 86
•
Omgevingsvergunningen: afwijken bestemmingsplan, vellen van houtopstanden/kappen van bomen, uitvoeren van werkzaamheden, bouwen, bouwen bouwwerken (gemeente West Maas en Waal); • ontgrondingenvergunning (provincie Gelderland) • ontgrondingenvergunning (provincie Noord-Brabant); • herziening bestemmingsplan (gemeente Oss); • Watervergunningen: werken in/aan of wijzigen van waterstaatswerken (waterschap Aa en Maas én Rijkswaterstaat); • omgevingsvergunningen: afwijken bestemmingsplan, kappen van houtopstanden, bouwen en uitvoeren van werken (gemeente Oss); • verkeersbesluit: afwaarderen verkeersverbinding Maasakkerstraat/Rulstraat (gemeente Oss). Op overige besluiten die nodig zijn voor de uitvoering van het project Meanderende Maas kan de coördinatieregeling nog van toepassing worden verklaard. Deze lijst is dus niet limitatief.
Datum 14 oktober 2022
3.6.Globale planning Na de vaststelling van het Projectplan en het verkrijgen van de benodigde vergunningen, toestemmingen en ontheffingen starten de werkzaamheden, naar verwachting medio 2023, uiterlijk begin 2024 (start zowel aan Brabantse als Gelderse zijde). De werkzaamheden aan de Rivier- en Uiterwaard aan Brabantse zijde duren circa 5 jaar, dus afronding in 2028, met uitloop naar 2029. De werkzaamheden in het Gelderse deel duren naar verwachting 2 à 3 jaar. 3.7.Overige uitvoeringsaspecten De aspecten archeologie, ontplofbare oorlogsresten, (water)bodemkwaliteit, kabels en leidingen en grondverwerving zijn relevant: 3.7.1.
Archeologie
In het archeologisch vooronderzoek (RAAP, 8 september 2022) zijn in hoofdlijnen vier geomorfogenetische zones onderscheiden: geulen, kronkelwaarden, kronkelwaarden met ruggen en geulen en ‘oud land’ (zie onderstaande kaarten en legenda). Een beschrijving van de huidige situatie is te vinden in paragraaf 7.6.5 van het MER evenals de volledige rapportage van RAAP (bijlage X van het MER).
Pagina 71 van 86
Datum 14 oktober 2022
Figuur 36 Archeologische waarden en verwachtingen in westelijk deel plangebied, uitsnede van geomorfogenetische en archeologische potentie- en advieskaart (RAAP, 2022)
Figuur 37 Archeologische waarden en verwachtingen in oostelijk deel plangebied, uitsnede van geomorfogenetische en archeologische potentie- en advieskaart (RAAP, 2022)
Pagina 72 van 86
Datum 14 oktober 2022
Figuur 38 Legenda bij geomorfogenetische en archeologische potentie- en advieskaart (RAAP, 2022) 3.7.1.1. Effecten In deze paragraaf wordt het effect van het voornemen beoordeeld op archeologische (verwachtings)waarden. In het ontwerp is zoveel mogelijk rekening gehouden met de archeologische waarden op land die in het vooronderzoek naar voren zijn gekomen. Op onderstaande wijze is het ontwerp aangepast ten behoeve van archeologie: Diedensche Uiterdijk (Maasakker) In de eindafwerking van het maaiveld is ervoor gekozen om (1) de aanwezige archeologische waarden te behouden en beleefbaar (recreatieve ontmoetingsplek) te maken; (2) het aanwezige aardkundige reliëf in de ondergrond zichtbaar te maken in de bovengrond; en (3) enkele cultuurhistorische patronen(hagen)te behouden. De voormalige ligging van de geulen uit de Romeinse tijd en Middeleeuwen worden weer zichtbaar gemaakt door deze af te werken op een maaiveldhoogte rond stuwpeil. Dit leidt tot een vegetatiebeeld van vochtig grasland, waarmee het onderscheid met de meanderboog goed zichtbaar is. Vanwege de leesbaarheid van de historie van het landschap worden de oudste kronkelwaardgeulen als vochtig grasland net boven stuwpeil (NAP+ 5,2 m) opgeleverd en de jongste kronkelwaardgeultjes ondiep en smal, en deels waterhoudend. De ondergrond wordt hier in ieder geval schraal afgewerkt met een zandige laag van circa 0,3 m.
De bekende relevante landarcheologie wordt hiermee ontzien.
Pagina 73 van 86
Met het bevoegd gezag is voorts een Programma van Eisen (zie bijlage XVI) overeengekomen over nog uit te voeren nader waarderend onderzoek in het gebied ten Noordwesten van de Maasakker, waar nog kans is op archeologische waarden, zodat de ontgrondingen naar verwachting ook deze kunnen ontzien. Daarmee ontziet het ontwerp van de uiterwaarden in dit gebied de bekende landarcheologisch relevante lagen geheel.
Datum 14 oktober 2022
Oeverzone Megen Middels proefsleuven is in dit gebied een potentiële archeologische vindplaats geïdentificeerd. Om deze te ontzien, is besloten de oeverzone in een beperkt gebied bij Megen niet verder af te graven dan 5,9 NAP+ m. Maasbommel West In proefsleuf-onderzoek is een sluisje gevonden. Door het maaiveld daar in tact te laten blijft het sluisje in situ behouden. Vanwege de waterstandsdalingsdoelstelling van het project, is het niet mogelijk gebleken om het ontwerp aan te passen aan de archeologische waarden ter plaatse van een omgracht terrein. Deze vindplaats wordt nu waarderend onderzocht middels proefsleuven, waarna het bevoegd gezag een besluit dient te nemen of de locatie zodanig waardevol is dat deze ex situ behouden moet worden. In dat geval zal een opgraving conform de KNA uitgevoerd worden voordat hier het werk gerealiseerd wordt. Overig • Diverse historische elementen Uit oude kaarten en andere bronnen zijn diverse historische elementen als slootjes, dammen en sluisjes bekend. Met het bevoegd gezag is een Programma van Eisen overeengekomen voor nader veldonderzoek naar deze elementen. De slootjes en dammen zullen na beschrijving ontgraven, c.q. opgevuld worden (als er überhaupt) nog resten van te vinden zijn. Naar verwachting zal het mogelijk zijn om de sluisjes in de werkzaamheden te ontzien en dus in situ te behouden.
Dat zijn altijd kleine maaiveldaanpassingen die de projectdoelstellingen niet in gevaar zullen brengen. • begeleiding watergebonden archeologie Omdat het gebied altijd zeer dynamisch is geweest met zich steeds verleggende geulen over grote arealen is het onmogelijk om waterboden archeologie te vermijden in het ontwerp. Er is een Programma van Eisen voor archeologische begeleiding met het bevoegd gezag overeengekomen om hier toch zo goed mogelijk grip op te houden. Als er vondsten gedaan worden, zal het werk (de fasering) aangepast worden zodat de vondst onderzocht en eventueel behouden kan worden. • begeleiding landarcheologie Hoewel alle bekende land-archeologische vindplaatsen worden ontzien of ex situ worden behouden indien van waarde, kan in bepaalde gebieden toch niet uitgesloten worden dat archeologische vindplaatsen tevoorschijn komen tijdens de werkzaamheden. Daarom zijn in het Programma van Eisen voor archeologische begeleiding ook voor die gebieden afspraken opgenomen.
Pagina 74 van 86
Datum 14 oktober 2022
3.7.1.2. Conclusie Daar waar dat met behoud van de waterstandsdalingsdoelstelling kan, is het ontwerp aangepast en wordt minder diep gegraven om de kans op het verstoren van archeologische resten te beperken. Voor locaties waar het ontwerp archeologische waarden wel doorsnijdt is een Programma van Eisen opgesteld. Daarmee staat het aspect archeologie de uitvoerbaarheid van voorliggend Ontwerp-Projectplan niet in de weg. 3.7.2.
Ontplofbare Oorlogsresten (OO: voorheen NGE)
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek (bijlage XVII) is het gebied gedeeltelijke verdacht op OO. Uit deze indicatie blijken de OO te bestaan uit: (klein kaliber)munitie(toebehoren), granaat en V.1 kraters. Het advies met betrekking tot de aanwezigheid van OO en de uit te voeren werkzaamheden is als volgt: • Onverdachte gebieden en V.1 kraters: in deze gebieden kunnen de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden zonder dat er vervolgstappen in de explosievenopsporing noodzakelijk zijn. Werkzaamheden hoeven niet onder begeleiding te worden uitgevoerd. Hetzelfde geldt ook voor gebieden die zijn aangemerkt rondom V.1 kraters; • Verdachte gebieden: de werkzaamheden die plaatsvinden op of boven het maaiveld kunnen plaatsvinden zonder vervolgstappen. Voor werkzaamheden die in de bodem plaatsvinden zijn wel vervolgstappen nodig. Hiervoor zijn een aantal mogelijkheden: o Voor gebieden die niet verdacht zijn op afwerpmunitie geldt het advies om een oppervlaktedetectieonderzoek uit te voeren op locaties waar daadwerkelijke grondroerende ingrepen worden uitgevoerd om aanwezige OO op te sporen; o Voor gebieden die afwerpmunitie verdacht zijn geldt het advies om middels sonderingen de weerstand van de bodem vast te stellen, om het verdachte gebied verticaal af te bakenen.
Voor het vervolgonderzoek (oppervlaktedetectie) wordt een projectplan OO opgesteld aan de hand waarvan het vervolgonderzoek gaat plaatsvinden. Het projectplan OO wordt bij het bevoegd gezag aangeboden. Door het volgen van deze adviezen staat het aspect OO het voornemen niet in de weg. 3.7.3.
Bodemkwaliteit
Voor het aspect bodemkwaliteit is vooronderzoek12 uitgevoerd en aanvullend conditionerend onderzoek13.
12
Conditionerend onderzoek: bodem, bodemkwaliteit/verontreiniging en grondwater (Ingenieursteam Meanderende Maas, 1 juni 2018). 13 Aanvulling conditionerend onderzoek: informatie milieu-hygiënische kwaliteit diverse deelgebieden nabij de Maas (Witteveen+Bos, 17 november 2020).
Pagina 75 van 86
In hoofdzaak bestaan de rivier- en uiterwaardmaatregelen in project uit de aanleg van nevengeulen in de Lelyzones, het opengraven van oude Maas meanders, het verlagen van het maaiveld en de herinrichting van het gebied met bijvoorbeeld hoogwatervluchtplaatsen (HWVP’s). Per saldo komt hierbij grond vrij. De vrijkomende grond uit deze maatregelen wordt zo veel als mogelijk intern binnen het project Meanderende Maas hergebruikt. Het project zet in op een hoogwaardig hergebruik van de vrijkomende grond. Een deel van de her te gebruiken grondstromen is grond in de klasse B/Industrie. Deze grondstromen worden, mits wettelijk toegestaan, hoogwaardig/nuttig toepast in de dijkversterking in het project (in ophogingen, verbredingen, klei-inkassingen, kwelbeperkende lagen). Ook wordt vrijkomende toplaag en klasse B grond toegepast in HWVP’s. Als direct hoogwaardig hergebruik van vrijkomende grond niet mogelijk is, wordt overtollige klasse B grond in deze omwissellocaties geborgen, zodat en waarmee hoogwaardiger grond vrijkomt. De hier vrijkomende grond wordt zo hoogwaardig mogelijk afgezet; de klei wordt benut voor andere dijkenprojecten (waaronder naastgelegen CuijckRavenstein) en voor de keramische markt.
Deze afzet is tevens een noodzakelijke voorwaarde voor de financiële haalbaarheid (kostendekking) en daarmee uitvoering van het integrale project en het halen van de maatschappelijke doelen. De afvoer van slecht bruikbare grond naar putten wordt dus geminimaliseerd, maar eventuele overschotten worden afgevoerd. Niet toepasbare specie (vervuild boven de wettelijke norm) zal worden afgevoerd naar een erkend verwerker.
Datum 14 oktober 2022
Toepasbaarheid grond Over het algemeen kan gesteld worden dat de kwaliteit van de uiterwaarde voldoet aan klasse A of klasse B en daarmee hergebruikt kan worden (toepasbaar is). De milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond ter plaatse van de Diedensche Uiterdijk en de voormalige meanders is voornamelijk beoordeeld als klasse A (vergelijkbaar met licht verontreinigd). De bovengrond ter plaatse van De Waarden en aan de noordzijde van de Maas is voornamelijk als klasse B (vergelijkbaar met matig verontreinigd). Op enkele locaties, zowel water- als landbodem, is de grond geclassificeerd als ‘niet toepasbaar’. Deze grond wordt niet hergebruikt en wordt afgevoerd naar een erkend verwerker. Voor de locaties van deze grond, wordt verwezen naar bijlage VI van de ‘Aanvulling conditionerend onderzoek’ (bijlage VII van het MER). Verontreinigingen Plaatselijk is ook sterk verontreinigde grond aanwezig. Dit concentreert zich op drie locaties: Zuidoosthoek van De Waarden, aan de westzijde van het Burgemeester Delenkanaal en ter plaatste van de instroom van de voormalige meander in De Waarden. In het Gelderse deel van het plangebied bevindt zich nabij de doorsteek Appeltern, aan de Maasdijk 7, een potentieel ernstige verontreiniging. In of nabij Maasbommel West bevindt zich op Berghuizen 1 een HuisBrandOlietank, deze locatie is potentieel verontreinigd.
Pagina 76 van 86
In de gebieden worden door de ingrepen meerdere verontreinigingen geraakt. Deze worden gesaneerd, waarmee de kwaliteit van de bodem verbeterd. Met de bodemonderzoeken is aangetoond dat de onderliggende bodem niet slechter is dan de kwaliteit van de bovengrond. De kwaliteit van de bodem zowel voor als na de ingreep ligt niet boven de interventiewaarde.
Datum 14 oktober 2022
PFAS Middels veldwerk (juni en augustus 2020) en boringen is inzicht verkregen in de onderzoeksresultaten met betrekking tot PFAS. Uit de resultaten blijkt dat de bovengrond (0-0,5 m-mv) het meest belast is met PFAS (boven de 0,1 µg/kg ds). Dit betreft verhoogde gehalten in het hele plangebied. In mengmonster van de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv zijn maximaal gehaltes van 0,1 en 0,3 µg/kg ds gemeten. De verwachting is dat de zeer licht verhoogde gehalte worden veroorzaakt door uitspoeling van de bovengrond. In het plangebied is PFAS tot maximaal 1,0 m -mv aangetroffen. De gemiddelde gehalten voldoen aan de achtergrondwaarden (AW) voor zowel toepassing op landbodem als in een oppervlaktewaterlichaam. Er gelden alleen mogelijke restricties voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden waar getoetst moet worden aan de gebiedskwaliteit. Vanaf 1,0 m -mv is de grond vrij van PFAS en kan deze dus overal worden toegepast. Voorgaande is op basis van het Handelingskader PFAS (december 2021). 3.7.4.
Kabels en leidingen
De cruciale kabels en leidingen zijn geïnventariseerd en weergegeven op de kaarten in bijlage XV. In de uiterwaarden zijn twee kabels aanwezig die verlegd moeten worden. Het gaat om een datakabel onder de Hoogduinsestraat en een laagspanningskabel onder de Maasbommelse Veerweg. Overige kabels en leidingen worden zoveel mogelijk teruggelegd op hun huidige locaties en daar waar de uiterwaard verlaagd wordt, worden de kabels en leidingen verlegd naar een positie waar deze goed bereikbaar blijven voor onderhoud en bij eventuele calamiteiten. Tijdens de planuitwerking is een voorkeurstracé opgesteld voor kabels en leidingen waarbij rekening is gehouden met de functie, het nieuwe ontwerp van de uiterwaarden en beheerbaarheid voor de netbeheerders. De verdere uitwerking van het voorkeurstracé wordt in nauwe samenwerking tussen de opdrachtnemer van het werk en kabel- en leidingbeheerders opgepakt. De kabels en leidingen worden tegelijk met de werkzaamheden in de uiterwaarden verlegd. De aannemer van de uiterwaardvergraving stemt hiertoe de uit te voeren werkzaamheden af met de (aannemers van de) leidingbeheerders. De leidingbeheerders verzorgen zo nodig aanvullend noodzakelijke toestemmingen, meldingen of vergunningen.
Pagina 77 van 86
3.8.Grondverwerving
Datum 14 oktober 2022
In eerste instantie wordt geprobeerd met de eigenaren overeenstemming te bereiken over de aankoop van de gronden en opstallen waarvan het eigendom verworven moet worden. Dit overleg wordt het minnelijk overleg genoemd. Dit proces van grondverwerving is aangevangen. In situaties waarin geen minnelijke overeenstemming met de grondeigenaar wordt verkregen over het betrokken eigendom, en geen gedoogplicht kan worden opgelegd, heeft de beheerder de mogelijkheid om deze ingevolge artikel 5.14, lid 1 van de Waterwet te onteigenen ter uitvoering van de in het projectplan opgenomen voorzieningen, als bedoeld in artikel 5.4, tweede of vijfde lid, van de Waterwet. Dit zijn de voorzieningen die vallen onder het permanente ruimtebeslag. In bijlage X is de grondverwervingstekeningen voor voorliggend Ontwerp-Projectplan opgenomen. 3.9.Calamiteiten of ongewoon voorval Rijkswaterstaat stelt alle directe belanghebbenden onmiddellijk op de hoogte van het voorval en de maatregelen die getroffen worden om de nadelige gevolgen te beperken. Rijkswaterstaat houdt een logboek bij van alle ongewone voorvallen en calamiteiten.
Pagina 78 van 86
4. Beschrijving van voorzieningen gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen
Datum 14 oktober 2022
Er is reeds in sterke mate rekening gehouden met het beperken van mogelijke effecten, deze maatregelen zijn reeds verwerkt in het ontwerp (zie beschrijving in het MER bijlage IX) of worden toegepast ten tijde van de uitvoering. Als mitigerende maatregelen niet voldoende zijn om negatieve effecten te vermijden, dient er gecompenseerd te worden. In hoofdstuk 2 is bij de beoordeling van de omgevingsaspecten aangegeven of er nog bijkomende maatregelen nodig zijn om de resterende negatieve effecten tegen te gaan. Deze zijn in hieronder nogmaals opgesomd. Water Betreft
Soort maatregel
Type maatregel
Stabiliteit primaire waterkering
Mitigatie
Het terugbrengen van een kwelbeperkende laag onder de waterbodem van geul Maasbommel West worden effecten op de effectieve voorlandlengte gemitigeerd. De effectieve voorlandlengte bepaald of en hoeveel sprake er kan zijn van kwelstroming richting en onder de dijk.
Wateroverlast
Mitigatie
Door het terugbrengen van een kwelbeperkende laag onder de waterbodem van geul Maasbommel West worden effecten op de stijghoogte gemitigeerd. De laag heeft een weerstand van Minimaal 30-50 dagen (minimaal 0,5 m kleidikte categorie 1 klei).
Voor de geulen aan de Brabantse zijde geldt dat er een kwelbeperkende laag van 1,5m op de waterbodem van de geulen blijft behouden.
Rivierkunde Betreft Stroombeeld in de uiterwaard
Soort maatregel
Type maatregel
Mitigatie
De stromingsdynamiek in lelyzones en meanders neemt toe. Door het aanbrengen van bodem- en oeverbescherming worden negatieve effecten op locaties met hoge stroomsnelheden voorkomen.
Pagina 79 van 86
Sedimentatie en erosie van uiterwaard en nevengeulen: 1. sedimentatie winterbed; 2. erosie winterbed
Mitigatie
Eventuele nadelige erosie-effecten zijn ondervangen door erosie-beschermende maatregelen te treffen (zoals steenbestorting in geulen): 1. Instroomdrempel Appeltern (O5) 2. Instroomdrempel Diedensche Uiterdijk oost (O3) 3. Instroomdrempel en duiker Diedensche Uiterdijk West (O3) 4. Instroom meander De Waarden (PM5) 5. Kades recreatiegeul meander De Waarden (O8) 6. Aansluiting Burgemeester Delenkanaal (O10) 7. Geulen in Lelyzone Ossekamp en De Waarden (PM6 resp. PM5) 8. Uitstroom westelijke geul Ossekamp (PM6) 9. Instroom geul Maasbommel West (PM8) 10. Uitstroom geul Maasbommel West (PM8) 11. Fietspad geul Maasbommel West (PM8)
Scheepvaart Betreft
Soort maatregel
Type maatregel
Veiligheid
Mitigatie
Plaatsen van waarschuwingsbebording ten behoeve van veiligheid voor kruisend scheepvaartverkeer.
Soort maatregel
Type maatregel
Mitigatie
beverterpen die verstoringsvrij (geen mensen en honden) zijn
Natuur soorten Soort Bever
Datum 14 oktober 2022
steile wanden buiten dijkzone (minimaal 50 cm waterdiepte ervoor) verstoringsvrije zones om (potentiële) burchten en burchtlocaties Das
Mitigatie
versterken vegetatiestructuur rondom burchten; gedeeltelijk behoud van foerageergebied gedeeltelijk behoud lijnvormige geleiding in landschap aanbieden vergraafbare hogere gronden buiten dijkzone (hoogwatervluchtplaatsen); inrichten verstoringsvrije zones om (potentiële) burchten en burchtlocaties (met name voorkomen verstoring door honden en daarnaast wandelaars).
Kleine marterachtigen
Mitigatie
het rooien van struweel/bosschages -wat potentieel onderdeel is van het leefgebied van kleine marterachtigen- vindt plaats buiten de kwetsbare periodes
Compensatie
ter compensatie van verblijfplaatsen van kleine marterachtigen worden op de locaties waar compensatie nodig is, voorafgaand aan de
Pagina 80 van 86
ontwikkeling takkenrillen gerealiseerd. Dit geldt slechts voor delen die verloren gaan en waar geen alternatief leefgebied in de buurt aanwezig blijft
Datum 14 oktober 2022
takkenrillen worden opgebouwd uit natuurlijk materiaal (stammen, takken, bladeren), door deze op elkaar te stapelen. De onderlaag bestaat uit dikkere stammen (10-15 cm dikte) en (half ingegraven) wortelkluiten het compenseren van leefgebied van kleine marterachtigen wordt uitgevoerd door het gefaseerd aanleggen van takkenrillen of hopen voorafgaand aan het verwijderen van potentiële verblijfplaatsen van deze soorten. Dit wordt leefgebied voor de kleine marters waar verblijfplaatsen kunnen voorkomen. Om deze takkenril of takkenhoop kan spontaan ruige vegetatie ontstaan die voldoende dekking biedt Ransuil
Mitigatie
Kappen van bosschages vindt plaats buiten broedseizoen (dus in september t/m januari)
Vleermuizen
Mitigatie
inpassen en behouden bomen met verblijfplaatsen aanbieden alternatieve verblijfplaatsen (kasten, faunatoren)
Compensatie
herplanten struweel/bomen als vliegroutes
Mitigatie
permanent aanleggen van stapstenen ten behoeve van (essentiële) vliegroutes.
Buizerd
Mitigatie
tijdelijk ongeschikt maken nestlocaties (met ontheffing).
Ooievaar
Mitigatie
afschermende maatregelen bij verstoringsgevoelige verblijfplaatsen. buiten kwetsbare periode werken binnen een verstoringsafstand van het nest.
Grote modderkruiper
Compensatie
inrichten nieuw water als leefgebied buitendijks en binnendijks
Mitigatie
afvangen en verplaatsen grote modderkruipers buiten kwetsbare periode. beheer; niet grootschalig uniform schonen en/of baggeren.
Natuur houtopstanden Betreft Soort maatregel Kappen bomen
Compensatie
Type maatregel Noodzakelijke herplant van te kappen bomen wordt binnen het project gerealiseerd.
Pagina 81 van 86
5. Schadevergoeding
Datum 14 oktober 2022
Voor eventueel financieel nadeel dat onverhoopt ontstaat als gevolg van de rechtmatige uitvoering van het projectplan kan een benadeelde een verzoek om schadevergoeding indienen als bedoeld in artikel 7.14 van de Waterwet. Dit artikel bepaalt dat aan degene die als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid in het kader van het waterbeheer schade lijdt of zal lijden, op zijn verzoek door het betrokken bestuursorgaan een vergoeding wordt toegekend, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd. Het verzoek tot vergoeding van de schade bevat een motivering en een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde schadevergoeding. Geen beroep op de regeling van artikel 7.14 Waterwet staat open ten aanzien van bouw- of aanlegschade die door onrechtmatig handelen is veroorzaakt. Voor die schade kan een afzonderlijk verzoek worden ingediend bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Pagina 82 van 86
6. Procedure
Datum 14 oktober 2022
Dit besluit is tot stand gekomen met toepassing van de regels over de openbare voorbereidingsprocedure in afdeling 3.4 in de Algemene wet bestuursrecht. Het projectplan op grond van artikel 5.4, lid 1, van de Waterwet is genoemd in de bijlage bij art. 1.1 van de Crisis- en Herstelwet, zodat de bepalingen in hoofdstuk 1, afdeling 2 van de Crisis- en Herstelwet hierop van toepassing zijn. Dit heeft de volgende gevolgen voor een eventueel beroep tegen het definitieve besluit: a. de beroepsgronden in het beroepschrift worden opgenomen; b. het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend, en c. deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld. Ambtelijke afstemming Rijkswaterstaat en Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt in het Hoogwaterbeschermingsprogramma samen met provincie Noord Brabant en Gelderland, waterschappen Aa en Maas en Rivierenland en de gemeenten West Maas en Waal, Oss en Natuurmonumenten. Om het programma en de daartoe behorende projecten voortvarend en beheerst voor te bereiden en te realiseren is een bestuurlijke Stuurgroep Meanderende Maas ingericht waarin voornoemde partijen zijn vertegenwoordigd.
In dit procedureoverzicht dient verder te worden verwezen naar: - overleg met betrokken bestuursorganen; - (facultatief) overleg met andere betrokken belanghebbenden; - vervolg beschrijving van de gevolgde procedure; - beschrijving verdere vervolg procedure (bijv. mogelijkheid van zienswijzen op ontwerp). Zienswijzen reacties en conclusie zienswijzen, mogelijk verwijzen naar een NvA of zienswijzenota. Ambtshalve wijzingen worden los van de zienswijzenota in de besluittekst gemotiveerd
Pagina 83 van 86
Contactpersoon uitvoering werken {naam, postadres en telefoonnummer contactpersoon van RWS}
Datum 14 oktober 2022
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT namens deze, DE DIRECTEUR NETWERKONTWIKKELING RIJKSWATERSTAAT (invullen dienst), (en/of) namens deze, {naam afdelingshoofd}
{Handtekening}
Pagina 84 van 86
MEDEDELINGEN
Datum 14 oktober 2022
BEROEP (na toepassing van afdeling 3.4 Awb (openbare voorbereidingsprocedure) Bent u het niet eens met dit besluit? Dan kunt u op grond van de Algemene wet bestuursrecht beroep indienen bij de bestuursrechter. Met deze procedure legt u de zaak aan de rechter voor om te bepalen of Rijkswaterstaat het juiste besluit heeft genomen. U moet hiervoor wel belanghebbende bij het besluit zijn. U bent belanghebbende als uw belangen rechtstreeks bij het besluit zijn betrokken. Hoe dient u beroep in? Om in beroep te gaan bij de bestuursrechter moet u, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt, een beroepschrift indienen. U kunt uw beroepschrift sturen naar [Rechtbank ***], sector bestuursrecht, postbus [***], [***]. In het beroepschrift moet in ieder geval het volgende staan: • uw naam en adres; • een duidelijke omschrijving van het besluit waartegen u beroep instelt (bijvoorbeeld door de datum en het kenmerk van het besluit te vermelden) en zo mogelijk een kopie van het besluit; • de reden waarom u beroep instelt; • de datum en uw handtekening. Voor de behandeling van een beroepschrift wordt een bedrag aan griffierecht in rekening gebracht. Op dit besluit is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dat betekent voor uw beroepschrift dat: o a. de beroepsgronden in het beroepschrift worden opgenomen; o b.
het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend, en o c. deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld. Het indienen van een beroepschrift heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit blijft gelden in de tijd dat uw beroepschrift in behandeling is. Als u dit niet wilt, bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen heeft voor u, dan kunt u een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de Voorzieningenrechter van de hierboven genoemde rechtbank. De rechtbank zal u hiervoor griffierecht in rekening brengen. U kunt uw verzoek om voorlopige voorziening of uw beroep ook digitaal instellen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Pagina 85 van 86
Bijlagen I. Plankaart II. Doorsnedes III. Ruimtelijke inrichtingskaart IV. Kaart routestructuren en recreatieve voorzieningen V. Hoogtekaart VI. Vegetatiekaart VII. Verslag participatie VIII. Rivierkundige onderbouwing IX. Milieueffectrapportage X. Grondverwervingstekeningen rivier XI. Uitvoeringskaart grondstromen en grondbalans XII. Beheerdocument XIII. Deelrapport erosie-beschermende maatregelen XIV. BPRW toets XV. Kaarten kabels en leidingen XVI. Programma’s van Eisen XVII. Conditionerend onderzoek CE
Datum 14 oktober 2022
Afschriftlijst Een afschrift van dit projectplan is verzonden aan: {invullen namen instellingen met adres} • PM • PM
Pagina 86 van 86