Bijlage WSD 1 6-22-014 322-Projectplan-Waterwet-Rivier-Meanderende-Maas.PDF
Tekst van het document
Datum 14 oktober 2022
ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET (rijkswaterstaatswerken) Datum Nummer ON Nummer OG Onderwerp
14 oktober 2022 WSD.1.6/22-014.322 WSD.1.6-0074 Rivierverruiming en KRW Meanderende Maas
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat besluit, gelet op artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet, het onderhavige Ontwerp-Projectplan tot uitvoering van rivierverruimende en KRW-maatregelen, onderdeel van het project Meanderende Maas vast te stellen en uit te voeren in overeenstemming met het bepaalde in dit Ontwerp-Projectplan. Dit Ontwerp-Projectplan Waterwet maakt onderdeel uit van de gecoördineerde besluitvorming voor het project Meanderende Maas. De context waarbinnen de rivierverruimende- en KRW-maatregelen worden uitgevoerd, is waar nodig voor de onderbouwing van de maatregelen kort beschreven. Een uitgebreide toelichting op het project Meanderende Maas, inclusief een integrale beoordeling van effecten op de omgeving, is opgenomen in het MER dat opgenomen is in bijlage IX en onderdeel uitmaakt van dit Ontwerp-Projectplan. De gecoördineerde besluitvorming is nader toegelicht in paragraaf 3.5 van dit Ontwerp-Projectplan. 1. Projectbeschrijving Ingevolge artikel 5.4, eerste lid van de Waterwet geschiedt de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan.
Op grond van het tweede lid van artikel 5.4 dient het plan tenminste een beschrijving te bevatten van het betrokken werk en de wijze waarop het wordt uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de te treffen voorzieningen gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk. Onderhavige rapportage voorziet daar in. 1.1.Algemene projectomschrijving Het project Meanderende Maas gaat de historische Maasdijk tussen Ravenstein en de stuw bij Lith (aan de Brabantse zijde) versterken en enkele
Pagina 1 van 86
uiterwaarden van de Maas in dit gebied verruimen en ontwikkelen. Voor een volledig overzicht van het project Meanderende Maas en de doelstellingen voor het gebied wordt verwezen naar de algemene projectbeschrijving in het MER (bijlage IX).1
Datum 14 oktober 2022
Voorliggend Ontwerp-projectplan Waterwet ziet uitsluitend op de rivierverruimende maatregelen ten behoeve van het realiseren van waterstandsdaling en KRW-maatregelen met daarnaast enkele ondersteunende maatregelen. Ten behoeve van dit Ontwerp-Projectplan is onderstaand besluitgebied2 bepaald. Hierbinnen worden de maatregelen uitgevoerd. Vanwege de omvang is het besluitgebied in zeven deelgebieden opgedeeld (zie figuur 1). De deelgebieden zijn in tabel 1 nader toegelicht.
Figuur 1 Begrenzing deelgebieden binnen besluitgebied Tabel 1 Toelichting deelgebieden nr.
Deelgebied
Situering
1
Diedensche Uiterdijk (DU) (Meander)
rkm 188,5 - 190,5
Drempel Appeltern
rkm 189,9 -190,3
2
aan Brabantse zijde van de Maas (gemeente Oss) aan Gelderse zijde van de Maas (gemeente West Maas en Waal) rkm 190,5 - 191,8
3
Oeverzone Megen
4
Lelyone en Meander De Waarden
rkm 191,8 -193,2
Maasbommel Oost
rkm 192,4 -193,8
aan Brabantse zijde van de Maas (gemeente Oss)
5
aan Brabantse zijde van de Maas (gemeente Oss) aan Gelderse zijde van de Maas (gemeente West Maas en Waal)
6
Lelyzone Ossekamp
rkm 193,3 -194,8
aan Brabantse zijde van de Maas (gemeente Oss)
1 2
Ook te vinden op www.meanderendemaas.nl Het onderscheid tussen projectgebied, besluitgebied en overige gebiedsdefinities is opgenomen in hoofdstuk 3 van het MER.
Pagina 2 van 86
7
Maasbommel West
rkm 194 -195,6
Datum 14 oktober 2022
aan Gelderse zijde van de Maas (gemeente West Maas en Waal)
De huidige normatieve toestand3 van dit waterstaatswerk binnen het besluitgebied bestaat uit: • Legger Rijkswaterstaatswerken Waterwet - Maas, kaartbladen 88-93 Rijkswaterstaat Zuid-Nederland4 • Ter plaatse van rkm 189 is het projectplan Waterwet Herinrichting Uiterwaarden Demen-Dieden vigerend5. Voorliggend OntwerpProjectplan overlapt voor een klein deel met het projectplan van Demen-Dieden.6 Op legger Rijkswaterstaatswerken Waterwet-Maas zijn naast de begrenzing van het rijksoppervlaktewaterlichaam Maas voor de uiterwaarden ook de volgende bestaande KRW-geulen en hun vlak van vrije ruimte vastgelegd: • Ossekamp geul 2, nabij rkm 194,7; • Ossekamp geul 1, nabij rkm 194; • Nevengeul Maasbommel, bij Maasbommel op rkm 193. Alsook de bestaande natuurvriendelijke oevers en hun vlak van vrije ruimte: • Drempel Appeltern, nabij rkm 190; • Lelyzone De Waarden, nabij rkm 193; • Lelyzone Ossekamp (tussen de bestaande geulen en zomerbed, nabij rkm 194 en 194,7); • Lelyzone Maasbommel (na geul Maasbommel tot Ooijen rkm 196). De vegetatielegger is ook een onderdeel van deze legger en bevat gras en akker als meest aanwezige vegetatietype met verspreid aanwezig bos, riet en ruigte, struweel en slechts beperkt verhard oppervlak.
De maatregelen die in het kader van dit Ontwerp-Projectplan worden getroffen zijn: • Rivierverruimende maatregelen met als doel waterstandsdaling (primaire maatregelen): o Realiseren van geulen; o Maaiveldverlaging; • KRW-maatregelen die bijdragen aan KRW-doelen (primaire maatregelen); • Overige (ondersteunende) maatregelen: o denk aan peilfluctuatie, ecologische maatregelen ten behoeve van (de inpassing van de) primaire maatregelen. Deze ingrepen zoals het uitgraven en verruimen van de geulen en integrale maaiveldverlagingen wijzigen de hierboven beschreven normatieve toestand van het waterstaatswerk Maas. Er is daarbij geen sprake van herstel in de huidige vastgelegde normatieve toestand, noch is er sprake van uitvoering 3 4
5
6
Het waterstaatswerk zoals vastgelegd in een legger of staat van werken dan wel toestand vastgelegd in een verleende Watervergunning. De legger is online raadpleegbaar via: https://www.rijkswaterstaat.nl/water/waterbeheer/bescherming-tegen-hetwater/waterkeringen/leggers/legger-rijkswaterstaatswerken Zie projectpagina van Natuurmonumenten en K3Delta voor meer info. Dit betreft het noordelijke roze ‘ruitje’ ten oosten van Megen op figuur 1.
Pagina 3 van 86
van regulier onderhoud. Het betreft een wijziging van het waterstaatswerk door of vanwege de beheerder.
Datum 14 oktober 2022
1.2.Scope Ontwerp-Projectplan Dit Ontwerp-Projectplan wordt vastgesteld in het kader van de beoogde wijziging van de normatieve toestand van het waterstaatswerk. De maatregelvlakken zijn weergegeven in figuur 2. De plankaart is toegevoegd opgenomen als bijlage I op groter formaat.
Figuur 2 Plankaart horizontaal ruimtebeslag 1.3.Flexibiliteit Na de vaststelling van dit Ontwerp-Projectplan kan het ontwerp voor en tijdens de uitvoering nog verder worden gedetailleerd (bijvoorbeeld wanneer nieuwe inzichten daar toe aanleiding geven). Om ruimte te bieden aan deze detaillering bevat dit Ontwerp-Projectplan een beperkte mate van flexibiliteit. Voor de omgeving (eigenaren en gebruikers van omliggende gronden, bewoners en andere belanghebbenden) moet het Ontwerp-Projectplan voldoende rechtszekerheid bieden over mogelijke gevolgen. De flexibiliteit is daarom begrensd en kan slechts worden toegepast onder onderstaande voorwaarden. Bij de realisatie van de maatregelen in dit Ontwerp-Projectplan mag worden afgeweken van het ontwerp mits: 1. Het ontwerp binnen het op de Plankaart aangegeven ruimtebeslag blijft;
Pagina 4 van 86
2. Het ontwerp binnen de op de Dwarsprofielen aangegeven aanleghoogten blijft; 3. Het ontwerp geen negatief effect heeft op het bereiken van de waterstandsdaling en KRW-doelen; 4. Effecten op de omgeving niet groter zijn dan de effecten die zijn beschreven in dit Ontwerp-Projectplan met bijlagen en in het MER met bijlagen en geen sprake is van andere negatieve gevolgen voor de omgeving.
Datum 14 oktober 2022
1.4.Nut en noodzaak, en doelstelling Ontwerp-Projectplan 1.4.1.
Waterveiligheid
Door klimaatverandering zal de zeespiegel stijgen en zal extreme droogte worden afgewisseld met hevige regenval en een grotere kans op hoogwater in de grote rivieren. Grote delen van Nederland lopen bij extreme rivierafvoeren het risico getroffen te worden door een overstroming. Het gevolg is dat het huidige waterbeheer onvoldoende garantie geeft voor veiligheid van inwoners in Nederland in de toekomst. Met een combinatie van rivierverruimende maatregelen en versterking van de waterkeringen wordt het overstromingsrisico in Nederland beperkt. Rijkswaterstaat werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is (Nationaal Waterprogramma 20222027). Inzake hoogwaterveiligheid stuurt Rijkswaterstaat onder meer op het behoud van de benodigde ruimte voor afvoer en berging in het rivierbed. Dit betekent dat een ontwikkeling in het waterstaatswerk waterstandsneutraal moet worden uitgevoerd, tenzij er een specifiek doel is op het gebied van waterveiligheid. Een van de zaken waaraan wordt getoetst of de maatregelen uitvoerbaar zijn, is het Rivierkundig beoordelingskader (zie bijlage VIII). Ingrepen en doelbereik Ontwerp-Projectplan Als onderdeel van het Nationale Deltaprogramma en het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) is met alle Maaspartners een voorkeursstrategie voor de Meanderende Maas uitgewerkt.
Dit bevat onder meer een pakket van rivierverruimende maatregelen die leiden tot lagere waterstanden bij hoogwater. Waterstandsdaling zorgt ervoor dat de dijken minder moeten worden opgehoogd (bijdrage aan HWBP opgave) en biedt tegelijk ook kansen tot een robuuster en klimaat-adaptief riviersysteem (zie ook paragraaf 1.4.2). Bij de start van de planuitwerking Meanderende Maas zijn de doelen opnieuw besproken en vastgelegd in de Bestuursovereenkomst planuitwerking Meanderende Maas, februari 2021. Via dit Ontwerp-Projectplan worden geulen en laagtes aangelegd zodat er verruiming van de rivier optreedt: de geul en laagtes geven bij hoogwater meer ruimte aan het water, waardoor bovenstrooms het peil zakt. Deze rivierkundige ruimte kan weer worden ingezet om elders in het project de NNB/PAGW doelen mogelijk te maken, zoals o.a. de aanleg van ooibossen. Bij de aanleg van een bos wordt het water namelijk afgeremd en opgestuwd, wat weer tot hogere waterstanden bovenstrooms leidt. Omgekeerd moeten er als gevolg van de aanleg van de geulen ook maatregelen worden getroffen om aanzanding en dwarsstroming te mitigeren. Dit wordt middels kunstwerken,
Pagina 5 van 86
maar ook middels herschikken van vegetatie ruwheid in de omgeving van de geulen bewerkstelligd. Door het integrale karakter van het project is het dus noodzakelijk om telkens aan meerdere knoppen in het ontwerp te draaien om te voldoen aan de bestuurlijke doelstelling.
Datum 14 oktober 2022
De geulen en laagtes met ondersteunende maatregelen zoals bijvoorbeeld kunstwerken en erosiebescherming worden aangevraagd middels dit Ontwerp-Projectplan Waterwet. Deze maken dus onderdeel uit van het voorliggende besluit. Overige maatregelen voor de toegankelijkheid en recreatief medegebruik van het gebied, alsook de hierboven genoemde vegetatie worden apart aangevraagd middels een watervergunning. De benoemde herinrichting van het gebied in deze uiterwaarden is nodig om de natuur weer te herstellen en te versterken. Het streven is daarbij gericht op het realiseren van ecologische kwaliteit en toekomstbestendig beheerde natuur, passend bij het dynamische riviersysteem van deze uiterwaarden. Specifiek doel voor de hoogwaterveiligheid is dat het project Meanderende Maas als geheel, zoals toegelicht in het MER, de bestuurlijk afgesproken opgave van 14 cm waterstandsdaling bij rivierkilometer 184 realiseert, bij een maatgevende afvoer (4.118m3/s te Borgharen).
In de rivierkundige studie is onderbouwd, dat het voorliggende besluit in samenhang met de andere in coördinatie tegelijk te nemen besluiten en vergunningaanvragen in het project Meanderende Maas tot ruimschoots voldoende waterstandsdaling leidt, zodanig, dat er ook hydraulische ruimte is voor toekomstige projecten van de PAGW in de Waarden en de Ossekamp alsmede voor de resterende gebieden in de Diedensche Uiterdijk, zoals beschreven in het MER. 1.4.2.
Kaderrichtlijn Water (KRW)
In de afgelopen honderdvijftig jaar veranderde de Maas van een vrij slingerende rivier naar een kanaalachtige waterweg. Door deze ontwikkeling zijn de ecologische waterkwaliteit en veel plant- en diersoorten in aantal achteruitgegaan of zelfs helemaal verdwenen. Om deze algemene trend te keren is sinds 2000 de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Dit betekent dat in 2027 alle grote Europese oppervlaktewateren voldoende schoon en ecologisch gezond moeten zijn. Naast de kwaliteit van het water zelf, moet ook de fysische gesteldheid van de rivieren, hun oevers en uiterwaarden op orde worden gebracht. Het (ecologische) doel is dat de Europese wateren in 2027 een goed leefgebied zijn voor de planten en dieren die hier thuishoren. Om dit doel te kunnen bereiken moeten maatregelen genomen worden. De Europese richtlijn is voor wat betreft de Maas nationaal verankerd in het Nationaal Waterprogramma (NWP) 2022-2027 (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2021). In de Stroomgebiedbeheerplannen, en bijhorende factsheets per waterlichaam zijn de ontwikkelingen in de waterkwaliteit en de resterende opgaven en bijbehorende maatregelen geschetst. In factsheet
Pagina 6 van 86
OW80 (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 20227) zijn alle te nemen KRW-maatregelen voor de Bedijkte Maas (NL91BM) benoemd. In paragraaf 2.2 wordt een beschrijving gegeven van de ecologische en chemische kwaliteit tot 2021. Uit deze beschrijving blijkt dat de ecologische kwaliteitselementen macrofauna, waterflora en vissen van belang zijn voor de Maas. Op geen van deze punten wordt voldoende beoordeeld. Daarnaast blijkt uit de factsheet dat er sprake is van normoverschrijding van een aantal verontreinigende stoffen.
Datum 14 oktober 2022
Vanuit het gestuwde karakter van dit riviertraject, als onderdeel van Bedijkte Maas (NL91BM) liggen hier nog belangrijke kansen voor laagdynamische riviermoerassen en waterplantrijke/visrijke wateren in de vorm van niet aangetakte boogmeanders en restgeulen. Op dit traject gaat het om grootschalige uitbreiding van leefgebied van alle niet-stroomminnende soorten. Hiermee wordt invulling gegeven aan KRW-doelen voor het KRWoppervlaktewaterlichaam type R7 en naar de bij dit type behorende rivier gebonden levensgemeenschappen. De factsheet voorziet in een maatregelprogramma, waarbij in verschillende tranches is voorzien in de uitvoering van concrete maatregelen door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Rijkswaterstaat). In de factsheets tot aan 2022 zijn de KRW-maatregelen als volgt opgenomen: • X2186: Maasbommel West (voorheen Belgers), zoekgebied tussen rkm 193 en 197; • X2211: Diedensche Uiterdijk/ Boogmeander De Vliet (ook beekmonding); • X2189: Meander De Waarden (incl. Lelyzone). De derde tranche ziet op de periode 2022-2027, ook daarin zijn maatregelen opgenomen relevant voor het projectgebied: • Aanleg geulen Bedijkte Maas op locaties (totale omvang: 18,96km): o Boog Meander Diedensche Uiterdijk / Dieden - Demen / Oeverzone Diedensche Uiterdijk (inclusief maatregel 7011-c); • Herstel verbinding De Vliet.
In het Milieueffectrapport (MER) dat ten behoeve van de besluitvorming over het NWP is opgesteld, is in algemene zin geconcludeerd dat deze geulen een positieve invloed hebben op de waterkwaliteit en natuurwaarden in de uiterwaarden. In de Bestuursovereenkomst Meanderende Maas d.d. 7 september 2020 werd initieel de opgave voor het realiseren van 6,7 km KRW-geul bevestigd. Toen bleek dat veel meer kilometers KRW-geul gerealiseerd kon worden is per brief (RWS -2021/28033, d.d. 12 augustus 2021) vastgelegd dat het project zich verplicht om 9,1 kilometer KRW-waardige geullengte te realiseren.
7
https://waterkwaliteitsportaal.overheidsbestanden.nl/factsheets/Factsheets% 202021%20December/Oppervlaktewater/factsheet_OW_80_Ministerie_van_I nfrastructuur_en_Waterstaat_Rijkswaterstaat_2022-05-12.pdf
Pagina 7 van 86
Ingrepen en doelbereik Ontwerp-Projectplan Met dit Ontwerp-Projectplan wordt aan bovenstaande opgave uitvoering gegeven. Er wordt tegen eind 2028 (met een uitloop naar 2029) 9,55 km aan geul gegraven, waarvan 1,35 km aangetakt aan het zomerbed en 8,2 km geïsoleerd. Door flauwe natuurvriendelijke oevers, variatie in waterdiepte tot een maximale waterdiepte van 1,5 m en rivierhout toe te passen, dragen de geulen bij aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Maatregel
KRW geullengte (gerealiseerd 2028, met uitloop 2029)
Diedensche Uiterdijk/Boogmeander De Vliet (geïsoleerd)
3300 m
Meander De Waarden aangetakt
1350 m
Meander De Waarden geïsoleerd
1100 m
Lelyzone De Waarden geïsoleerd
1100 m
Geul Maasbommel - West
1500 m
Lelyzone Ossekamp geïsoleerd
1200 m
Lelyzone Ossekamp aangetakt
(400 m, telt niet mee)
Totaal
9550 m
Datum 14 oktober 2022
Langs een deel van de meanders (in de deelgebieden Diedensche Uiterdijk en Meander De Waarden) wordt daarnaast het maaiveld verlaagd tot +4,5 – 5,0m NAP. Deze uiterwaardverlaging biedt een ander type milieu aan vissen, macrofauna en (water)planten dan de geulen. Deze diversiteit is nuttig en nodig voor de paai en opgroei van diverse soorten. In deze verlaagde zones langs de geulen wordt 33,5ha rietmoeras ontwikkeld dat bijdraagt aan de KRW-waarden/waterkwaliteit. Dergelijke vegetatie biedt daarnaast ook een beschutte habitat voor diverse watergebonden fauna. Maatregel
Oppervlakte rietmoeras Onderdeel van “Het Werk” (gerealiseerd 2028, met uitloop 2029)
Diedensche Uiterdijk/Boogmeander De Vliet (geïsoleerd)
24,5 ha
Meander De Waarden geïsoleerd
9 ha
Totaal
33,5 ha
1.5.Ingrepen en werkzaamheden In deze paragraaf zijn de ingrepen en werkzaamheden, gericht op de primaire doelen waterstandsdaling en KRW, nader toegelicht. Per deelgebied, zoals beschreven in paragraaf 1.1, zijn aan de hand van uitsnedes van de inrichtingskaart de verschillende maatregelen in tabellen samengevat. In bijlage IX (het MER) is een gedetailleerde beschrijving van de maatregelen
Pagina 8 van 86
opgenomen. In bijlagen zijn de plankaart (I), relevante doorsnedes (II), ruimtelijke inrichtingskaart (III) en een hoogtekaart (V) opgenomen. 1.5.1.
Datum 14 oktober 2022
Deelgebied 1 Diedensche Uiterdijk
De Diedensche Uiterdijk heeft de volgende primaire doelen (zie figuur 3): • Bijdragen aan waterveiligheid via rivierverruiming (paragraaf 1.3.1); • Bijdragen aan KRW-doelen (paragraaf 1.3.2). De ruimtelijke inrichting van het gebied is weergegeven in figuur 4. De volledige inrichtingskaart is opgenomen in bijlage III. De maatregelen voor dit deelgebied zijn weergegeven in figuur 5.
Figuur 3 Uitsnede plankaart DU
Figuur 4 Uitsnede inrichtingskaart DU
Pagina 9 van 86
O3: Peilfluctuatie en erosiebeschermende maatregelen Datum 14 oktober 2022
PM2: Aanpassen t.o.v. ontwerp bestaande vergunning t.b.v. uitstroom nieuwe geul O2: tijdelijke watergang (afwatering t.b.v. zelfrealisatiepercelen)
O1: Aanpassen Maasakkerstraat met duiker en hop-over
PM1: Herstel boogmeander met geïsoleerde geulen (KRW: 3,3km), rietmoeras en clusters rivierhout
PM9: Maaiveldverlaging en rietmoeras
PM1: Herstel boogmeander met geïsoleerde KRWgeulen en clusters rivierhout
Figuur 5 Maatregelen DU*
Aansluiten op bestaande geul en watergang De Vliet
*Het grijze gebied maakt geen onderdeel uit van voorliggend Ontwerp-Projectplan, met uitzondering van O2.
De rivierverruimingsmaatregelen voor dit deelgebied zijn nader toegelicht in tabel 2. Tabel 2 Rivierverruimingsmaatregelen DU id.
maatregel
uitvoering
PM1
Geulen -
•
Herstellen boogmeander met
In de herstelde meanderboog blijven delen beneden NAP +4,5m open water
•
geïsoleerde geulen (3,3 km)
opmerkingen
Open water heeft een gemiddelde breedte van circa 50m
•
Maximale waterdiepte is op grote delen 1,5m
(eveneens KRW-
(bodemniveau NAP +3,5m) en op enkele locaties
maatregel)
(refugia) maximaal 2m (bodemniveau NAP +3,0m)
Pagina 10 van 86
•
Datum 14 oktober 2022
Dit verflauwt naar een ondiepe zone open water met maximale diepte van 1,0m (bodemniveau NAP +4,0m)
•
Langs de oevers van de geul komt een ondiepe zone (NAP+4,5-5,0m) waar waterriet tot ontwikkeling komt.
•
de geulbodem ligt na afgraven bijna volledig in de klei;
•
aanbrengen van 5 clusters van circa 5 bomen in benedenstroomse deel van de meander (rivierhout). Het rivierhout wordt verankerd aan de bodem;
PM2
Geulen-
•
Aanpassing vergunde ontwerp
•
(Natuurmonument
De meander eindigt in drie verschillende ‘vingers’
Aanpassingen t.o.v.
die doorlopen richting de geul in de Oeverzone;
vergunde ontwerp
De vingers zijn watervoerend met een
Oeverzone Diedensche
bodemniveau NAP +4,0m.
Uiterdijk zijn besproken
en/Rodruza)
met -en akkoord bevonden
m.b.t. uitstroom
door- Natuurmonumenten.
Meander DU PM9
Maaiveldverlaging
•
•
De meanderboog (open water en rietmoeras)
In eindafwerking:
vormt hoofdstructuur. Het rietmoeras en open
•
archeologische
meanderboog en vormen de stroombaan.
waarden behouden
Buiten de meander wordt de voormalige ligging van geulen uit Romeinse en Middeleeuwse tijd
en beleefbaar maken; •
aardkundig reliëf in
maaiveldhoogte net boven stuwpeil. Dit leidt tot
de ondergrond
een vegetatiebeeld van vochtig grasland (NAP
zichtbaar maken in
rivierverruiming;
de bovengrond; •
Enkele
Komgebied omwissellocatie: de zone wordt
cultuurhistorische
afgewerkt op een maaiveldhoogte rond NAP
patronen te
+7,0-7,5m en ontwikkeling (droog) hardhoutooibos. •
Aanwezige
zichtbaar gemaakt door afwerking op
+5,2m). De maaiveldverlaging draagt bij aan •
Aanwezige
water benadrukken de recente ligging van de
behouden. •
Aanwezige
Oude oeverwal aan westzijde van de geul
ecologische waarden
omwissellocatie: maaiveldniveau ligt rond NAP
te beschermen
+7,0m en ontwikkeling tot droog hardhoutooibos. •
In eindafwerking maaiveld invulling geven aan gewenste ecotooptype.
Maatregel PM1 betreft zowel een rivierverruimingsmaatregel als een KRWmaatregel. Overige (ondersteunende) maatregelen voor dit deelgebied staan in tabel 3. Tabel 3 Overige (ondersteunende) maatregelen DU id.
maatregel
uitvoering
Opmerkingen
O1
Aanpassing
•
Weg blijft op huidige hoogte van NAP +8,0m;
realiseren van ‘hop-over’
van
•
Huidige duiker in Maasakkerstraat wordt vervangen
(eilandje met aanplant
door twee grotere duikers met een schuif;
bomen) op locatie waar
Ter plaatse van de kruising van Maasakkerstraat en
bomen worden verwijderd,
Maasakkerstraat (ten
•
meander verwijderen van bomen.
Pagina 11 van 86
O2
behoeve van
om belangrijke vleermuis-
realisatie geul)
vliegroute te behouden.
fasering
•
Datum 14 oktober 2022
Tijdelijk verdiepen en verlengen van watergang De
watersysteem
Vliet (deel ten noorden va Maasakkerstraat), zodat
(ten behoeve
afwatering landbouwpercelen plaatsvindt richting het
van kwaliteit
noorden, richting de Maas. Nabij de Maasakkerstraat
geulen) -
blijft de watergang onvergraven (op NAP+4,8 m), en
tijdelijke
nabij de duiker in noordelijk deel (maatregel O3)
situatie
wordt de watergang verdiept naar NAP+4,5 m. De watergang moet naar de Maas toe ( benedenstrooms van instroom geul oeverzone DU) worden verlengd met bodemniveau op NAP+4,0 m. De watergang is onderdeel van de westelijke vinger van PM2. Middels een grondlichaam wordt vermengen van water met de overige twee vingers voorkomen.
O3
peilfluctuatie
•
en
De boogmeander wordt begrensd met
•
(instroom)drempels:
erosiebescher
o
De oude kleine duiker in de Rulstraat wordt
ter hoogte van de Rulstraat
vervangen;
mende
(drempelhoogte NAP +6,3m). Om erosie
maatregelen
tegen te gaan komt er taludbescherming
peilfluctuatie
(ten behoeve
van steenbestorting;
onvoldoende blijkt
aan het bovenstroomse einde van de geul
kan als alternatief
(rand Lelyzone). De drempelhoogte is NAP
een tijdelijke
+6,6m en het betreft een grondlichaam
pompvoorziening
van 30m breed, bekleed met
gebruikt worden. Er
erosiebestendige klei en gras;
wordt een
van beheer
o
geulen)
•
•
Wanneer natuurlijke
Om de DU te ontwateren na hoogwater dient een
opstelplaats voor een
grote duiker (1 à 1,5m) met regelbare schuif
tijdelijke voorziening
geplaatst te worden in de Rulstraat. De duiker
ingericht.
vervangt de huidige duiker in watergang de Vliet (locatie blijft gelijk); •
Eens per vijf jaar zal het waterpeil in de meanders van DU in de zomerperiode met circa 0,4 à 0,5m verlaagd moeten worden voor ontwikkeling rietmoeras. Hier worden geen permanente pompsystemen voor gerealiseerd.
O4
ecologische
•
Realisatie van drie hoogwatervluchtplaatsen (HWVP)
•
De HWVP’s worden
maatregelen
in het gebied, één per begrazingseenheid, met een
(hoogwatervlu
hoogte van NAP +10,0m. De grootte van de HWVP
chtplaats,
staat in verhouding met de oppervlakte van de
beverterp,
begrazingseenheid;
ter in periode na
Realiseren van twee hoogwaterterpen voor bever
aanleg als
(compensatie
en/of das. De terpen hebben een ellipsvormig
schuilplaats voor
voor
oppervlak van 20 bij 30m (bovenzijde) op dijkhoogte,
marterachtigen. Na
maaiveldverla
met een talud van 1:3. Hoogte ligt rond NAP
verloop van tijd
ging)
+11,2m. De terpen vormen een vluchtplaats voor
kunnen deze
bevers en dassen en reduceren het risico van graverij
takkenrillen worden
in het dijklichaam.
verwijderd als er
Realiseren van twee takkenrillen ten zuiden van de
voldoende natuurlijke
Rulstraat met omvang van 10 bij 2m (1m hoog) óf
begroeiing in gebied
takkenhopen van minimaal 20 m2.
aanwezig is.
takkenrillen)
•
•
ingezaaid met een grasmengel; •
Takkenrillen dienen
Pagina 12 van 86
1.5.2.
Deelgebied 2: Drempel Appeltern
Datum 14 oktober 2022
De Drempel Appeltern heeft als primair doel (zie figuur 6): • Bijdragen aan waterveiligheid via rivierverruiming (paragraaf 1.3.1). De ruimtelijke inrichting van het gebied is weergegeven in figuur 7.
Figuur 6 Uitsnede plankaart Drempel Appeltern
Figuur 7 Uitsnede inrichtingskaart Drempel Appeltern
De rivierverruimingsmaatregelen voor dit deelgebied zijn toegelicht in tabel 4. Tabel 4 Rivierverruimingsmaatregelen Drempel Appeltern id.
maatregel
uitvoering
opmerkingen
PM10
Maaiveld-
•
Afgraven tot een hoogte van NAP +5,4m (verlaging van
Dempen opening is
circa 0,5 à 0,8m);
noodzakelijk vanwege
•
Kappen van ooibos op de huidige oever;
de toegankelijkheid
•
Deels dempen van huidige opening aan westzijde van
van foerageergebied
de drempel. Het gedempte deel heeft een hoogte van
van de aanwezige
NAP +5,4m en is circa 10m breed. In het gedempte
dassenfamilie (die
deel wordt een duiker aangebracht.
verplaatst wordt naar
verlaging
de westzijde) (O6).
Overige (ondersteunende) maatregelen voor dit deelgebied staan in tabel 5. Tabel 5 Overige (ondersteunende) maatregelen Drempel Appeltern id.
maatregel
uitvoering
Opmerkingen
O5
Taludwijziging
•
Talud langs de Maasoever krijgt een helling van 1:3 met
Het verlies van de
een erosiebeschermende bekleding van stortsteen;
natuurvriendelijke
Talud aan de achterzijde (plaszijde, Moringerwaard) krijgt
oever langs de Maas
erosie-
een helling van 1:7. Het talud krijgt een erosie
wordt binnen
beschermende
beschermende gras- en kleibekleding;
deelgebied Lelyzone
De natuurvriendelijke oever langs de Maas over de lengte
Ossekamp (D6)
van drempel Appeltern verdwijnt (vervangen door
gecompenseerd (zie
steenbekleding van stortsteen (1e bullet))
O13).
langs Maasoever en
maatregelen
•
•
Pagina 13 van 86
O6
Ecologische
•
De dassenburcht op de drempel komt te vervallen. Een
Takkenrillen dienen
nieuwe kunstburcht wordt ingericht aan de westzijde van
voorafgaand aan het
de landtong nabij het bosje langs de provinciale weg;
verwijderen van het
De nieuwe burcht is een zandig grondlichaam van 10 bij
bos te worden
takkenrillen en
15m en is 2m hoog, beplant en omgeven met struweel.
geplaatst (net als de
faunaratster
Tevens komt er een faunaraster langs de N329 tot aan
nieuwe kunstburcht
Maasdijk;
voor de das). De
Bij de drempel Appeltern komen 6 takkenrillen (10 bij 2m
takkenrillen mogen
en 1m hoog óf bestaan uit takkenhopen van minimaal
daarnaast niet
20m2) voor marterachtigen in de bosjes langs de
verwijderd worden,
provinciale weg.
er komt geen
maatregelen verplaatsen dassenburcht,
•
•
Datum 14 oktober 2022
natuurlijke begroeiing terug die voldoende dekking biedt. Het schiereiland bij Appeltern blijft bestaan uit lage vegetatie.
1.5.3.
Deelgebied 3: Oeverzone Megen
De Oeverzone Megen heeft als primair doel (zie figuur 8): • Bijdragen aan waterveiligheid via rivierverruiming (paragraaf 1.3.1). De ruimtelijke inrichting van het gebied is weergegeven in figuur 9.
Figuur 8 Uitsnede plankaart Oeverzone Megen
Figuur 9 Uitsnede inrichtingskaart Oeverzone Megen
De rivierverruimingsmaatregelen voor dit deelgebied zijn toegelicht in tabel 6.
Pagina 14 van 86
Tabel 6 Rivierverruimingsmaatregelen Oeverzone Megen id.
maatregel
uitvoering
opmerkingen
PM11
Maaiveld-
•
Het maaiveld in de Lelyzone wordt verlaagd tot NAP
Ter plaatse van
+5,4m;
een kleinschalige
De verlaging start aan oostzijde benedenstrooms bij de
archeologische
Veerweg, waar het talud wordt afgegraven tot 1:7;
vindplaats wordt
Aan de westzijde (benedenstrooms) sluit de verlaging
maaiveld verlaagd
aan op die in de Lelyzone De Waarden (D4).
tot NAP+5,9 m
verlaging (zie figuur 10)
• • •
Datum 14 oktober 2022
De insteek van de maaiveldverlaging ligt zo’n 30-40m uit de teen van de dijk. De insteek heeft een taludhelling van 1:7 à 1:8.
Figuur 10 Hoogtekaart Oeverzone Megen Er zijn geen overige (ondersteunende) maatregelen voor dit deelgebied. 1.5.4.
Deelgebied 4: Lelyzone en Meander De Waarden
De Waarden heeft als primaire doelen (zie figuur 11): • Bijdragen aan waterveiligheid via rivierverruiming (paragraaf 1.3.1); • Bijdragen aan KRW-doelen (paragraaf 1.3.2). De ruimtelijke inrichting van het gebied is weergegeven in figuur 12. De maatregelen voor dit deelgebied zijn weergegeven in figuren 13 en 14.
Pagina 15 van 86
Datum 14 oktober 2022
Figuur 11 Uitsnede plankaart Lelyzone en Meander De Waarden
Figuur 12 Uitsnede inrichtingskaart Lelyzone en Meander De Waarden
Pagina 16 van 86
PM14: overige maaiveldverlaging (aansluiting maaiveld Meander op dijk)
Datum 14 oktober 2022
PM12: Maaiveldverlaging tot 5,4 NAP en rietmoeras, in en rond de geulen O8: Faciliteren peilfluctuatie en erosiebeschermende maatregelen (kades en monding)
PM3: Bevaarbare aangetakte recreatiegeul met rivierhout en rietmoeras (KRW: 1,35 km)
PM4: Geïsoleerde geulen met rivierhout en rietmoeras (KRW: 1,1 km)
Figuur 13 Situering maatregelen Meander De Waarden* *Het grijze gebied maakt geen onderdeel uit van voorliggend Ontwerp-Projectplan.
Pagina 17 van 86
Datum 14 oktober 2022
PM5: 1,1 km geïsoleerde KRW-geulen met rivierhout en erosiebescherming
PM13: Maaiveldverlaging tot NAP +5,4m
Figuur 14 Situering maatregelen Lelyzone De Waarden* *Het grijze gebied maakt geen onderdeel uit van voorliggend Ontwerp-Projectplan.
De rivierverruimingsmaatregelen voor dit deelgebied zijn toegelicht in tabel 7. Tabel 7 Rivierverruimingsmaatregelen De Waarden id.
maatregel
uitvoering
opmerkingen
PM3
Geïsoleerde geulen
•
De historische contour van de meanderboog wordt
Plaatsen van
(PM3 en PM4
hersteld middels open water (recreatiegeul) en
waarschuwingsbor
eveneens KRW-
rietmoeras. De recreatiegeul is een aangetakte
den bij monding
maatregelen) -
KRW geul met lengte van 1,35 km;
en verbodsborden
De recreatiegeul krijgt een breedte van circa 50-
met verboden
oorspronkelijke
70m. Centraal heeft de geul een diepe zone van
voor
boogmeander, door
circa 20m breed met een maximale waterdiepte
waterscooters en
middel van
van 1,5m (NAP +3,4m). Dit verflauwt tot een
snelle motorboten
aaneenschakeling
ondiepe zone van circa 20m breed (NAP +3,4m tot
en beperkte
rietmoeras, nieuwe
+4,9m). De recreatiegeul is eenzijdig aangetakt op
doorvaarthoogte
geïsoleerde geulen
de Maas ter hoogte van rkm 192.35. De monding
bij de autobrug.
en één nieuwe aan
van de geul wordt zo recht mogelijk aangelegd,
de Maas aangetakte
conform de historische loop richting het noorden.
Voor het rivierhout
geul (recreatief
De oever bij de monding krijgt een talud van 1:3
kunnen de te
bevaarbaar)
met steenbestorting;
verwijderen
(Terugbrengen van
•
Pagina 18 van 86
(Meander)
•
In de recreatiegeul worden vier clusters (5-tal per
bomen (essen)
cluster) van rivierhout aangebracht. Eén direct
langs de
benedenstrooms van de brug. Het rivierhout wordt
Maasakkerstraat
verankerd aan de bodem.
(DU) worden
Datum 14 oktober 2022
gebruikt (O1). PM4
Rondom de bevaarbare recreatiegeul liggen drie
Oevers zijn flauw
geïsoleerde KRW geulen met een gezamenlijke lengte
vormgegeven,
van 1,1km. Het open water van deze geulen heeft een
zodat afwisseling
breedte van circa 30m, en de maximale waterdiepte bij
in waterdiepte
stuwpeil is 1,75m (refugia). De bodem van de geulen
ontstaat.
bestaat voornamelijk uit zand. In de geïsoleerde geulen ontstaat rietmoeras (delen >NAP+4.5m – 5,0 m) en open water (delen <NAP+4,5 m). PM5
Geïsoleerde geulen
•
Uitgraven van twee smalle geïsoleerde KRW-
1,1km (Lelyzone)
geulen, met een totale lengte van 1,1km. De
(eveneens KRW-
geulen hebben een breedte van circa 50 tot 75m en
maatregel)
de diepste delen liggen op NAP +3,0m (met een waterdiepte van circa 2m). De bodem van de geulen bestaat voornamelijk uit zand; •
De geulen zijn voorzien van flauwe natuurvriendelijke oevers, met vanaf de waterlijn een 5m brede zone voor eventuele ontwikkeling van oeverruigte (beheerruimte);
•
De afstand tussen oever en zomerbed van de Maas bedraagt ten minste 50m. Alleen ter hoogte van de instroomdrempels is een afstand van 28m aangehouden. Op het horizontale deel van de drempel tussen het zomerbed en de geulen (NAP +5,4m) en op het aansluitende talud met een niveau boven NAP +5,0m bestaat de grasbekleding uit een leeflaag en een onderlaag van klei (categorie 2) met een dikte van 0,8m. Het aansluitende onderwatertalud aan de achterzijde van de drempel tot een niveau van NAP +4,5m bestaat uit een erosiebestendige kleibekleding (categorie 2) met een laagdikte van 0,5m met oevervegetatie.
PM12
Maaiveldverlaging
•
(eveneens KRW-
recreatiegeul binnen de breedte van de historische
maatregel) (Meander)
Verlagen van het maaiveld aan weerszijden van de loop van de Maas tot NAP +5,4m;
•
Er ontstaat een groot aaneengesloten rietmoeras van circa 12ha aan weerszijden langs de gehele lengte van de recreatiegeul. De drie geïsoleerde KRW-geulen liggen binnen dit rietmoeras (PM4).
PM13
Maaiveldverlaging
•
(Lelyzone)
Het verlagen van het gehele maaiveld in de Lelyzone tot NAP +5,4m (rondom de geulen). Het maaiveld benedenstrooms van de geulen wordt verlaagd tot NAP +5,2m, zodat de geulen via benedenstroomse zijde vollopen bij hoogwater;
•
Het afgegraven maaiveld rondom de geulen blijft met een hoogte van NAP+5,4 voornamelijk een
Pagina 19 van 86
Datum 14 oktober 2022
kleiige ondergrond. Vanwege erosiebestendigheid van het maaiveld wordt het maaiveld na verlaging ingezaaid met een B5 grasmengsel. PM14
Maaiveldverlaging -
Voor de verbinding tussen het maaiveld van de Meander
tussen dijk en
en het maaiveld van de dijk wordt de nutriëntrijke
meander (Meander)
toplaag verwijderd (30-50cm). Deze maaiveldverlaging levert een (kleine) bijdrage aan de rivierverruiming.
Maatregelen PM3, PM4, PM5 en PM12 betreffen eveneens een KRWmaatregelen. Overige (ondersteunende) maatregelen voor dit deelgebied staan in tabel 8. Tabel 8 Overige (ondersteunende) maatregelen De Waarden id.
maatregel
uitvoering
Opmerkingen
O7
greppels
In de tijdelijke situatie blijven de greppels langs de
Na oplevering van het
afwatering -
Tienmorgenstraat en Hoogduinsestraat behouden. In de
Werk moet er voor
tijdelijke
zone tussen de landbouwpercelen en het gerealiseerde
gezorgd worden dat de
situatie
rietmoeras wordt een (tijdelijke) greppel (zaksloot)
landbouwpercelen op
(Meander)
gegraven van waaruit de oost- en zuidzijde van de
Eiland De Waarden
landbouwpercelen kunnen afwateren.
(zelfrealisatie) niet uitwateren op het rietmoeras aan de westelijke zijde van de recreatiegeul.
O8
Peilfluctuatie,
•
Eens per vijf jaar zal het waterpeil in de rietmoerassen
•
Wanneer
waterbeheer
in de zomerperiode met circa 0,4 à 0,5m verlaagd
natuurlijke
en
moeten worden voor ontwikkeling rietmoeras. Hier
peilfluctuatie
afgeschermde
worden geen permanente pompsystemen voor
onvoldoende blijkt
ligging
gerealiseerd.
kan als alternatief
Aanleggen lage kades langs recreatiegeul (PM3) om
een tijdelijke
periodieke peilfluctuatie van rietmoerassen mogelijk te
pompvoorziening
maken en negatieve invloed van recreatievaart
gebruikt worden. Er
(toegankelijkheid en golfinloop) op rietmoerassen te
wordt een
voorkomen. In de kade komen 4 duikers met een klep
opstelplaats voor
om enig peilbeheer in rietmoerassen mogelijk te maken
een tijdelijke
(water aflaten of inlaten indien nodig);
voorziening
De hoogteligging van de kade is circa NAP +5,5m. De
ingericht.
rietmoeras
•
(Meander)
•
breedte van de kade is 8m en de kade bestaat uit een grondlichaam met een deklaag van klei. O9
Ecologische
Aanbrengen van één cluster rivierhout (vijf bomen) per geul
Voor het rivierhout
maatregelen -
in Lelyzone De Waarden. De clusters liggen aan de zuidelijke
kunnen de te
rivierhout
oever, zo veel mogelijk in het stromingsluwere deel van de
verwijderen bomen
(Lelyzone)
Lelyzones. Het rivierhout wordt verankerd.
(essen) langs de Maasakkerstraat (DU) worden gebruikt (O1).
O10
Haventoegang
Haventoegang Oss betreft de ingreep bij de monding van
Oss (Lelyzone
het Burgemeester Delenkanaal langs de Maas bij rkm 193,2.
en Meander
De uitstroomopening wordt gelijk gemaakt aan de kanaalbreedte. De bestorting ter plaatse van de bochten wordt weggehaald en opnieuw aangebracht na verwijdering
Pagina 20 van 86
Datum 14 oktober 2022
van de landtong bovenstrooms en de uitstulping benedenstrooms. De taluds krijgen een helling van 1:3 met de kruinhoogte op NAP +5,4m. De nieuwe oevers van de monding worden beschermd met steenbestorting. O11
O12
Dempen
De watergang aan de oostzijde van de Waarden langs het
watergang De
dijklichaam wordt gedempt t.b.v. de dijkversterking.
Waarden
Daarmee kan ook het deel van de watergang door de
(Lelyzone en
Lelyzone worden gedempt. De watergang heeft geen functie
Meander)
meer te vervullen.
HWVP en
•
Realiseren HWVP langs de bandijk ten zuiden van de
terpen
dijkopgang van de Maasbommelse veerweg. De hoogte
(Lelyzone en
van de HWVP is NAP +9,0m met een oppervlak van
Meander)
0,65ha; •
In De Waarden komt een bever- en dassenterp. De terp krijgt een oppervlak van 20 bij 30m (bovenzijde) op dijkhoogte en zijn vormgegeven met steile taluds (helling 1:3). In De Waarden ligt de terp in het te ontwikkelen bosperceel ten zuiden van de te herstellen watergang naar de oude haven Megen.
O13
Ecologische
•
Aanbrengen van een struweelhaag aan uiteinde
Takkenrillen dienen in
maatregelen
recreatiegeul t.b.v. voorkomen nadelige effecten
periode na aanleg als
(Meander)
foerageergebied aanwezige dassen
schuilplaats voor
Realiseren van 6 takkenrillen voor marterachtigen. De
marterachtigen. Na
takkenrillen hebben een omvang van 10 bij 2 meter (1
verloop van tijd kunnen
meter hoog) of bestaan uit takkenhopen van minimaal
deze takkenrillen worden
20 m2.
verwijderd als er
•
voldoende natuurlijke begroeiing in gebied aanwezig is.
1.5.5.
Deelgebied 5: Maasbommel Oost
Maasbommel Oost heeft als primair doel (zie figuur 15): • Bijdragen aan waterveiligheid via rivierverruiming (paragraaf 1.3.1). De ruimtelijke inrichting van het gebied is weergegeven in figuur 16.
Figuur 15 Uitsnede plankaart Maasbommel Oost
Figuur 16 Uitsnede inrichtingskaart Maasbommel Oost
Pagina 21 van 86
De rivierverruimingsmaatregel voor dit deelgebied is toegelicht in tabel 9.
Datum 14 oktober 2022
Tabel 9 Rivierverruimingsmaatregelen Maasbommel Oost id.
maatregel
uitvoering
opmerkingen
PM15
Maaiveldverlag
•
Rondom de huidige geïsoleerde KRW-geul in
De maaiveldverlaging
ing (zie figuur
Maasbommel Oost wordt het maaiveld ontgraven tot
rond de veerweg zorgt
17)
0,5m boven stuwpeil (NAP +5,4m). De geul zelf blijft
ervoor dat een aantal
ongeroerd. Het maaiveld tussen de noordoever van de
bestaande functies
te behouden geul Maasbommel Oost en de bebouwing
opnieuw ruimtelijk
(en tuinen) langs de dijk blijft vanwege de
ingepast is. Het betreft
stromingsluwe ligging ongeroerd;
het camperterrein met
Het terrein rondom de Maasbommelse veerweg, in de
voorzieningen, de
oosthoek van het deelgebied wordt eveneens verlaagd.
aanleglocatie
Aan de westzijde van de veerweg wordt maaiveld
cruiseschip en de
verlaagd naar NAP +5,4m, aan de oostzijde (het
parkeerplaats van het
bestaande camperterrein) wordt verlaagd tot NAP+5,7
restaurant.
•
m. De veerweg (deel buiten bebouwde kom) wordt verlaagd naar NAP+ 6,0 m.
Figuur 17 Hoogtekaart Maasbommel Oost Er zijn geen overige (ondersteunende) maatregelen voor dit deelgebied. 1.5.6.
Deelgebied 6: Lelyzone Ossekamp
Lelyzone Ossekamp heeft de primaire doelen (zie figuur 18): • Bijdragen aan waterveiligheid via rivierverruiming (paragraaf 1.3.1); • Bijdragen aan KRW-doelen (paragraaf 1.3.2). De ruimtelijke inrichting van het gebied is weergegeven in figuur 19. De maatregelen zijn weergeven op figuur 20.
Pagina 22 van 86
Datum 14 oktober 2022
Figuur 18 Uitsnede plankaart Lelyzone Ossekamp
Figuur 19 Uitsnede inrichtingskaart Lelyzone Ossekamp
PM6 + O13: Activeren bestaande aangetakte geul, met oeverbescherming en compensatie NVO
PM7: geïsoleerde geulen met rivierhout en rietmoeras (KRW: 1,2 km)
Monding burgemeester Delenkanaal (zie O10)
Figuur 20 Situering maatregelen op hoogtekaart - Lelyzone Ossekamp (met KRW-lengtes)* *Het grijze gebied maakt geen onderdeel uit van voorliggend Ontwerp-Projectplan.
De rivierverruimingsmaatregelen voor dit gebied zijn toegelicht in tabel 10. Tabel 10 Rivierverruimingsmaatregelen Lelyzone Ossekamp id.
maatregel
uitvoering
opmerkingen
PM6
aangetakte
•
In de Lelyzone Ossekamp liggen reeds twee aangetakte
De beide
KRW-geulen. De bestaande westelijke geul (0,4km) wordt
bestaande geulen
geheractiveerd als KRW-geul. De andere huidige eenzijdig
worden niet
aangetakte geul blijft ongeroerd.
meegerekend voor
Bij de uitstroomopening van de aangetakte KRW geul aan
de KRW-
de westzijde van Ossekamp wordt een oeverbescherming
doelstellingen van
aangebracht in de vorm van steenbestorting.
dit gebied.
Er worden twee nieuwe geïsoleerde geulen gerealiseerd,
Vanwege
met een breedte van circa 50 tot 75m op de waterlijn (NAP
erosiebestendighei
geul
•
PM7
Twee geïsoleerde
•
Pagina 23 van 86
geulen 1,2km
+4,9m). De diepste delen van deze geulen liggen op NAP
d van het
(eveneens
+3,0m (refugia), daarmee is de waterdiepte circa 2m. De
maaiveld dient het
KRW-
oevers zijn flauw vormgegeven, zodat variatie in
maaiveld na
maatregel)
waterdiepte ontstaat. De geulen zijn voorzien van een
verlaging te
flauwe natuurvriendelijke oever met rond de waterlijn een
worden ingezaaid
5m brede zone met ruimte voor ontwikkeling van
met een B5
oeverruigte (beheerruimte);
grasmengsel.
•
Datum 14 oktober 2022
Er wordt één cluster (vijf bomen) rivierhout in de centrale KRW-geul aangebracht. Het rivierhout wordt verankerd;
•
De bodem van de geul zal grotendeels uit zand bestaan. De scheiding van zand en klei ligt rond NAP +3,5 tot +4,5m. Het afgegraven maaiveld rondom de geulen ligt op NAP +5,4m (tot NAP +5,2m aan benedenstroomse zijde van de geulen zodat geul via benedenstroomse zijde instroomt).
PM16
Maaiveld-
Ter hoogte van rkm 193-194,5 wordt het maaiveld ontgraven tot
De oeverzone
verlaging
een halve meter boven stuwpeil (NAP +5,4m) (tot NAP +5,2m
(schiereiland)
aan benedenstroomse zijde van de geulen zodat geul via
langs de huidige
benedenstroomse zijde instroomt).
geul (parallel naast het zomerbed) wordt niet verlaagd. Wel worden bakenbomen herplant.
Maatregel PM7 betreft eveneens een KRW-maatregel. Overige (ondersteunende) maatregelen voor dit deelgebied staan in tabel 11. Tabel 11 Overige (ondersteunende) maatregelen Lelyzone Ossekamp id.
maatregel
uitvoering
O14
compensatie
Langs de drempel Appeltern ligt een NVO van circa 450m,
Natuurvriendel
aangelegd vanuit KRW-programma. Deze gaat door de
ijke Oever
aanbreng van steenbestorting op de oever verloren en wordt
(NVO)
gecompenseerd door de heractivering van de geul
Opmerkingen
beschreven onder PM6. O15
Ecologische
•
maatregelen
•
Realiseren van 6 takkenrillen voor marterachtigen. De
Takkenrillen dienen ter in
takkenrillen hebben een omvang van 10 bij 2 meter (1
periode na aanleg als
meter hoog) of bestaan uit takkenhopen van minimaal
schuilplaats voor
20 m2.
marterachtigen. Na
Het deel van de huidige watergang binnen de lelyzone
verloop van tijd kunnen
wordt over lengte van circa 75 m verbreed met een
deze takkenrillen worden
poel met flauwe taluds. De poel geldt als
verwijderd als er
compensatiemaatregel voor de grote modderkruiper.
voldoende natuurlijke begroeiing in gebied aanwezig is.
1.5.7.
Deelgebied 7: Maasbommel West
Maasbommel West heeft de primaire doelen (zie figuur 21): • Bijdragen aan waterstandsdaling (paragraaf 1.3.1); • Bijdragen aan KRW-doelen (paragraaf 1.3.2).
Pagina 24 van 86
Datum 14 oktober 2022
De ruimtelijke inrichting van het gebied is weergegeven in figuur 22.
Figuur 21 Uitsnede plankaart Maasbommel West
Figuur 22 Uitsnede inrichtingskaart Maasbommel West
De rivierverruimingsmaatregel voor dit deelgebied is toegelicht in tabel 12. Tabel 12 Rivierverruimingsmaatregelen Maasbommel West id.
maatregel
uitvoering van maatregel
Opmerking
PM8
nieuwe geul
•
•
In de Lelyzone wordt één geul
Om de oever tussen zomerbed en
(1,5km) (eveneens
gegraven met een lengte van
geul te beschermen worden
KRW-maatregel)
1,5km. De as van de geul
erosiebeschermende maatregelen
bovenstrooms heeft een
getroffen middels aanbrengen van
bodemniveau van NAP +3,0m en benedenstrooms van NAP
een kleilaag; •
laag in geulbodem middels een
diepere refugia met
kleilaag van minimaal 0,5 m dikte
bodemniveau op NAP +2,5m; •
•
Aanbrengen van kwel beperkende
+2,8m. Daartussen liggen drie
Langs de flauwe oevers van de
onder de geulbodem; •
In de geul ligt aan
geul is ruimte voor de
benedenstroomse zijde een
ontwikkeling van oeverruigte in
drempel op NAP +5,1m welke
een 5m brede strook
passeerbaar moet blijven. De
(beheerruimte).
drempel bestaat uit een
In de geul worden 8 bomen als
taludbescherming met
rivierhout geplaatst met een
steenbestorting met colloïdaal
onderlinge afstand van 100 à 150 m. Door het rivierhout aan
beton opvulling; •
Aan het benedenstroomse einde
langere kettingen te
van de geul ligt het fietspad direct
verankeren, blijft het rivierhout
langs de geul. Een steenbestorting
drijven en heeft het minder
langs dit deel van de geul moet
opstuwing tot gevolg.
schade door erosie voorkomen. •
Het toepassen van rivierhout aan langere kettingen is voor zover bekend niet eerder toegepast. Het
Pagina 25 van 86
is daarom bestempeld als pilot om kennis op te doen over 1) de
Datum 14 oktober 2022
ecologische waarde van drijvend rivierhout en 2) van de duurzaamheid (levensduur) van drijvend rivierhout. De kettingen dienen dus ca 5 à 6m lang te zijn zodat de boom kan drijven, ook bij een hoogwater. Door de bomen 10 m uit de rechter oever te leggen, liggen de bomen voldoende ver uit de vaargeul (zomerbed) en voldoende ver van de oever, zodat scheepvaart en gebruikers van de uiterwaard er geen hinder van ondervinden. PM17
Maaiveldverlaging
•
•
Het maaiveld wordt ontgraven
•
In de oever van de geul
tot een 0,5m boven stuwpeil
Maasbommel West is bij
(nieuwe maaiveld op NAP
veldonderzoek een oud sluisje
+5,40m);
gevonden. Dit sluisje dient
In de eindafwerking van het
ongeroerd te blijven. Ter plaatse
maaiveld wordt invulling
van het sluisje vindt geen
gegeven aan het gewenste ecotooptype
maaiveldverlaging plaats. •
In de geul is bij veldonderzoek een archeologische vindplaats (fortlocatie) aangetroffen midden in de geul. Het behouden / niet afgraven van deze fortlocatie geeft een forse reductie van de waterstandsverlaging van circa een halve centimeter en leidt tot verlies aan KRW lengte geul. Consequentie is dat de fortlocatie onder archeologische begeleiding afgegraven zal moeten worden.
Maatregel PM8 betreft eveneens een KRW-maatregel. Overige (ondersteunende) maatregelen voor dit deelgebied staan in tabel 13. Tabel 13 Rivierverruimingsmaatregelen Maasbommel West id.
maatregel
uitvoering van maatregel
O14
Afwatering
Langs de geul Maasbommel liggen landbouwpercelen
landbouw-
op hoger gelegen grond tussen fietspad en
percelen
dijklichaam. Mogelijk dat langs de rand van de
Opmerking
landbouwpercelen nog een inpassing gezocht moet worden voor voorkomen van run-off vanuit deze percelen naar fietspad en geul. Hiervoor wordt ruimte gereserveerd voor een ondiepe greppel.
Pagina 26 van 86
1.6.Beheer en onderhoud
Datum 14 oktober 2022
De uiterwaarden zijn in eigendom van de Staat en andere overheden en van particuliere eigenaren. Rijkswaterstaat (RWS) is verantwoordelijk voor de veiligheid en daarmee voor het beheer en onderhoud van de rivier en uiterwaarden. In februari 2021 is de beheervisie voor de Meanderende Maas vastgesteld. Hierin zijn de doelen uit de gebiedsvisie, zoals samengevat in de interprovinciale structuurvisie Meanderende Maas (2020), opgenomen. In de beheervisie is opgenomen hoe de rivier en uiterwaarden beheerd en onderhouden worden. Voor Meanderende Maas is een beheerdocument opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage XII. In het beheerdocument Meanderende Maas (hierna: beheerdocument) zijn op basis van elementen uit de beheervisie uitgangspunten geformuleerd voor het beheer van de rivier en uiterwaarden in de gebruiksfase: • Buitendijks liggen uitgestrekte uiterwaarden. Direct aan de linker- en rechteroever van de Maas liggen de Lelyzones. Voor een groot deel zijn deze in eigendom van de Staat en in beheer en onderhoud bij RWS. RWS kan hier zelf zorg dragen voor het behalen van KRWdoelen en de doelen van rivierruiming gehaald. Sommige delen zijn in eigendom van en in beheer bij Natuurmonumenten (NM). Het sedimentbeheer van de nieuwe KRW-geulen wordt altijd door RWS uitgevoerd, dus ook op gronden van NM. • Naast de Lelyzones liggen de twee meanders Diedensche Uiterdijk en De Waarden.
Grotendeels zijn de oude meanders gedempt met grond die vrijkwam bij de kanalisatie van de Maas. In het verleden is de westelijke tak van De Waarden vergraven tot het Burgemeester Deelenkanaal. Dit kanaal is van de gemeente Oss. Daar waar de nieuw te ontwikkelen meanders in eigendom zijn van De Staat of NM wordt klei gewonnen voor de dijk en worden de meanders hersteld. Naast open water kunnen ze zich ontwikkelen tot riet- en riviermoeras. De hoge delen rond de meanderbogen kunnen zich ontwikkelen tot hardhoutooibos en kruiden- en faunarijke of droge graslanden. Op de eigendommen van de Staat is RWS verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de natuur. NM heeft deze verantwoordelijkheid op haar eigen gronden. Samen hebben ze de verantwoordelijkheid om hier die gewenste grote eenheden natuur te beheren. Er is verschil in regels tussen RWS en NM als het gaat om uitgifte van beheer. Dat kan een belemmering vormen voor het vertrekpunt voor grote eenheden van beheer. Om te voorkomen dat er rasters komen tussen eigendommen van NM en de Staat onderzoeken RWS en NM de mogelijkheden tot ruiling van percelen en een nauwe samenwerking in beheer. • Beleving van het cultuurhistorische landschap en de grootschalige natuur is uitgangspunt van het project Meanderende Maas. In principe zijn de gemeente Oss en de gemeente West Maas en Waal de eigenaar van de recreatieve objecten.
Daar waar objecten zijn gelegen op de ondergrond van de Staat (denk aan de nieuwe Maasbommelse veerweg in de Brabantse uiterwaard, het fietspad door de uiterwaarden bij Maasbommel en vlonderpaden) wordt een recht van
Pagina 27 van 86
opstal gevestigd. In beide situaties zijn de gemeentes verantwoordelijk voor beheer en onderhoud. Wandelpaden, vogelkijkhutten en de uitkijktoren op gronden van Natuurmonumenten zijn echter in eigendom, beheer en onderhoud bij NM. Genoemde voorzieningen maken geen onderdeel uit van voorliggend OntwerpProjectplan Waterwet en worden (parallel) mogelijk gemaakt via vergunningen.
Datum 14 oktober 2022
Voor de invulling van het beheer per natuurtype wordt verwezen naar het beheerdocument in bijlage XII. Onderlinge afstemming De verschillende partners (RWS, NM, waterschappen en gemeenten) organiseren een beheerdersoverleg. Hierin wordt de voortgang van het beheer besproken en komen knelpunten en successen aan de orde. In het beheerdersoverleg worden ook afspraken gemaakt over toezicht en het wijzigen van beheer. Het beheerdersoverleg zal in de uitvoeringsfase vrij intensief plaatsvinden. Een twee maandelijks overleg met beheerders en uitvoerders is daarbij voor de hand liggend. Ook de overgangsfase vraagt een intensiever overleg: eens in de twee á drie maanden. Na een aantal jaren kan de frequentie worden teruggebracht naar twee keer per jaar.
Pagina 28 van 86
2. Toetsing doelstellingen Waterwet
Datum 14 oktober 2022
De toepassing van de Waterwet is op grond van artikel 2.1 van de Waterwet gericht op: a. voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en c. vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Voor het nationale waterbeleid en de uitvoering in Rijkswateren is het Nationaal Water Programma (NWP) vastgesteld, periode 2022-2027. Het NWP 2022-2027 geldt als Nationaal Waterplan én Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren (BPRW), conform de Waterwet. In onderstaande paragrafen wordt per doelstelling toegelicht in hoeverre het project bijdraagt of afdoet aan de bovengenoemde doelstellingen van de Waterwet. 2.1.Voorkoming en waar nodig beperking overstromingen, wateroverlast en waterschaarste 2.1.1.
Stabiliteit primaire waterkering
De werkzaamheden vinden deels plaats in de beschermingszone van de waterkering van Waterschap Aa en Maas (Brabantse zijde) en Waterschap Rivierenland (Gelderse zijde). Voor deze werkzaamheden is het van belang om te borgen dat de waterkeringen veilig zijn en blijven en dat de waterschappen haar zorgplicht/beheertaak zo efficiënt mogelijk kunnen uitvoeren. In het integrale project Meanderende Maas worden zowel rivierverruimende maatregelen (vergravingen in de uiterwaarden) en dijkversterkende maatregelen getroffen. Voor de werkzaamheden in de uiterwaarden aan de Brabantse zijde –waar ook dijkversterkingen plaatsvinden- is daarom niet gekeken naar de betekenis van de huidige beschermingszones van de waterkering, maar naar het nieuwe dijkontwerp. Het nieuwe dijkontwerp met het nieuwe voorland (vergraven uiterwaarden) moet aan veiligheidsnormen voldoen. Een belangrijke randvoorwaarde voor de vergravingen in de uiterwaarden is dat deze niet mogen leiden tot extra piping of kwel. Bij de uitwerking van het ontwerp is dit als voorwaarde meegenomen. Bij de vergravingen in de uiterwaarden resteert om die reden tenminste 1,5 meter klei in de ondergrond op de voor piping gevoelige locaties en wordt het piping-probleem niet groter.8 Dit is toegepast op de vergravingen aan de Brabantse zijde, zodat er geen negatieve effecten zijn op de veiligheid en stabiliteit van de 8
Dit zorgt namelijk voor een resterende weerstand van tenminste 150 dagen en in veel gevallen 300 dagen. Hierdoor is er geen sprake van een significante reductie van de spreidingslengte te verwachten.
Pagina 29 van 86
waterkering en dat er geen negatieve effecten zijn op de omgeving door extra kwel.
Datum 14 oktober 2022
Aan de Gelderse zijde is binnen dit project geen sprake van dijkversterkende maatregelen. Hier blijft de bestaande waterkering gehandhaafd. Bij de werkzaamheden in de uiterwaarden aan de Gelderse zijde is sprake van werkzaamheden in de beschermingszone van de bestaande waterkering. Hier wordt bij Maasbommel een geul (Maasbommel West) gegraven. Door het terugbrengen van een kwelbeperkende laag onder de waterbodem van deze geul worden effecten op de effectieve voorlandlengte gemitigeerd. De effectieve voorlandlengte bepaalt of -en hoeveel- sprake er kan zijn van kwelstroming richting en onder de dijk. Bij vergravingen in de uiterwaarden wordt deze lengte kleiner en kan er bij hoogwater op de Maas sprake zijn van extra kwel naar binnendijks gebied. Door het terugbrengen van een kwelbeperkende laag (bijvoorbeeld klei) met voldoende weerstand wordt de kwelstroom beperkt en worden effecten voorkomen. De kwelbeperkende laag heeft een weerstand van minimaal 30-50 dagen (minimaal 0,5 tot 1 m kleidikte categorie 1 klei, afhankelijk van de uitvoeringsmethode). De stroomsnelheden langs het dijklichaam blijven in de toekomstige situatie beperkt. Nergens langs het dijklichaam aan Brabantse en Gelderse zijde is sprake van een overschrijding van de norm qua stroomsnelheid van 1,0 m/s bij een maatgevende afvoer (4.118 m3/s). 2.1.2.
Wateroverlast en waterschaarste
De werkzaamheden voor het volledige project vinden volgens de vigerende planning van het project plaats vanaf medio 2023 tot eind 2028, met uitloop naar 2029. Doordat werkzaamheden in het gesloten seizoen (1 oktober tot 1 april) enkel zijn toegestaan met uitzonderlijke toestemming van de Waterschappen (Aa en Maas en Rivierenland) en na goedkeuring van een gedetailleerd uitvoeringsplan waarin de waterveiligheid is gegarandeerd, ontstaan er geen aanvullende risico’s voor de hoogwaterveiligheid tijdens de aanleg. Door het terugbrengen van een kwelbeperkende laag onder de waterbodem van geul Maasbommel West worden effecten op de stijghoogte gemitigeerd. Met het nemen van deze maatregel mag afgeweken worden van de beleidsregels van de keur van Waterschap Rivierenland par. 5.23.9 De laag heeft een weerstand van minimaal 30-50 dagen (minimaal 0,5 m kleidikte categorie 1 klei). 2.1.2.1. Oppervlaktewater Het volledige project raakt het buitendijkse watersysteem. In de uiterwaarden liggen enkele watergangen. Grotendeels betreft dit perceelsloten. Daarnaast zijn er twee leggerwatergangen. Het gaat om een leggerwatergang in de 9
Par. 5.23 Keur Waterschap Rivierenland: tussen 50 meter van buitenteen van de waterkering en het einde van de beschermingszone is alleen een ondiepe ontgronding toegestaan mits de ontgronding boven de gemiddelde zomerwaterstand plaatsvindt en een minimaal kleidek van 1,5 m aanwezig blijft, of verdicht wordt aangebracht.
Pagina 30 van 86
Diedensche Uiterdijk. Hier komt met het project een systeem van geulen te liggen. Deze geulen hebben een andere functie en dit heeft effect op de ontwatering van het gebied. Ook in De Waarden wordt een watergang gedempt vanwege de dijkversterking (paars in figuur 23). De huidige watergangen hebben als functie de ontwatering van landbouwpercelen te regelen. De landbouwfunctie verdwijnt grotendeels in deze gebieden en wordt vervangen door natuur.
Datum 14 oktober 2022
Voor de twee watergangen geldt specifiek: • Watergang in De Waarden. Deze watergang wordt grotendeels gedempt. Eén deel van de functie van de watergang verdwijnt door het verdwijnen van de agrarische percelen. Voor de bescherming van de waterkwaliteit van de nieuwe meander wordt er langs de resterende landbouwpercelen een greppel opgenomen om direct afstromend water op te vangen. Hiermee komt de nutriëntenbelasting niet in de nieuw aan te leggen meander. • Watergang De Vliet in de Diedensche Uiterdijk. Deze watergang wordt voor een deel vervangen door de nieuwe meander. Hiermee wordt de afvoerroute van het resterende deel van de watergang onderbroken. Om dit te ondervangen wordt de afvoerroute naar het noorden (om)gelegd. Dit betekent het tijdelijk verdiepen en verlengen van watergang De Vliet (deel ten noorden van Maasakkerstraat), zodat afwatering landbouwpercelen plaatsvindt richting het noorden, richting de Maas. Nabij de Maasakkerstraat blijft de watergang onvergraven (op NAP+4,8 m), en nabij de duiker in noordelijk deel (maatregel O3) wordt de watergang verdiept naar NAP+4,0 m. De watergang moet naar de Maas toe (benedenstrooms van instroom geul oeverzone DU) worden verlengd met bodemniveau op NAP+4,0 m. Bij een talud van 1:2,5 geeft dit 2,5m extra ruimtebeslag aan weerszijden van de watergang. De watergang wordt aangetakt op de westelijk gelegen vinger van PM2.
Middels een grondlichaam wordt vermengen van water met de overige twee vingers voorkomen.
Figuur 23. Overzicht hoofdwatergangen in de uiterwaarden
Pagina 31 van 86
2.1.2.2. Grondwater Er is onderzoek gedaan naar de effecten van het project Meanderende Maas op het grondwater. De hele onderbouwing staat in de uitgevoerde geohydrologische berekeningen (zie bijlage VIII van het MER).
Datum 14 oktober 2022
Maatregelen die effect kunnen hebben op de grondwaterstand In het project Meanderende Maas worden rivierverruimende en dijkversterkende maatregelen genomen die invloed kunnen hebben op de grondwaterstand in het projectgebied, namelijk: • Vergravingen in de uiterwaarden voor het creëren van nevengeulen en voor natuur. Die kunnen als effect hebben dat de grondwaterdynamiek afneemt als gevolg van de afname in deklaagweerstand. De rivier krijgt dan een sterker dempend effect op de neerslag dynamiek. Effecten projectgebied Het effect op de grondwaterstanden is beperkt, omdat het grootste deel van de afgravingen relatief ondiep is en daardoor plaats vindt in de onverzadigde zone (boven de gemiddelde grondwaterstand). Omdat de weerstand in deze zone op voorhand al laag is (door scheurvorming en bodemvorming) ontstaat door het afgraven van deze laag geen belangrijke afname van de weerstand. Op plekken waar diepere geulstructuren worden gerealiseerd, vindt de grootste weerstandsreductie plaats omdat de deklaag hier juist wel wordt afgegraven tot onder de gemiddelde grondwaterstand. De geplande geul bij Maasbommel ligt binnen de invloedssfeer van de primaire kering. Daarom zijn voor deze locatie extra analyses gedaan in overleg met de keringbeheerder Waterschap Rivierenland. Daarbij bleek dat er zonder maatregelen een negatief effect op de waterveiligheid optreedt.