CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage toelichting MFA en woningbouw Looveltlaan Oss – 2023

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente OssBij agendapunt: A Herstelbesluit bestemmingsplan MFA en Woningbouw Looveltlaan Oss - 202320.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen.

MFA en Woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 43 van 52 Vastgesteld

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij. Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c.

na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. ‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Uitwerking plangebied Aan de Mikkeldonkweg 17 is een vergunning actief voor het houden van 510 geiten. De afstand van deze geitenhouderij tot de planlocatie bedraagt ca. 1,5 km, zie onderstaande figuur.

Figuur 18 Afdruk kaart geitenhouderijen met invloedzones.

In zowel de bestaande als beoogde situatie is er sprake van bewoning op de planlocatie. Een groot deel van de wijk Ussen is gelegen binnen de 2 kilometer zone rondom de geitenhouderij aan de Mikkeldonkweg 17. Zoals te zien in figuur 10 ligt een groot aantal woningen tussen het geitenbedrijf en het plangebied. Het voortzetten van de verzorging en bewoning op de planlocatie zal de geitenhouderij daarom niet beperken in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Ook zal het niet zorgen voor een hogere kans op een longontsteking. Dit omdat de geitenhouderij niet uitbreidt met deze ontwikkeling. Om risico’s te beperken worden de bewoners vooraf geïnformeerd over de aanwezigheid van het geitenbedrijf binnen 2

MFA en Woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 44 van 52 Vastgesteld

kilometer van het plangebied. De aanwezigheid van een geitenbedrijf binnen 2 kilometer van de planlocatie wordt op basis van het bovenstaande aanvaardbaar geacht. 5.7.10 Explosieven In de Tweede Wereldoorlog hebben vele gevechtshandelingen plaatsgevonden in Nederland, een deel van de hierbij gebruikte munitie is niet gedetoneerd en mogelijk in de bodem achtergebleven. In de afgelopen decennia zijn bij grondroerende werkzaamheden met enige regelmaat Niet Gesprongen Explosieven (NGE) aangetroffen. Voorafgaand aan de uitvoering van grondroerende werkzaamheden is het noodzakelijk dat er inzicht is in de aanwezigheid van NGE in de bodem. Iedere persoon of organisatie die van plan is om grondverzet te plegen, bouwprojecten of infrastructurele plannen te ontwikkelen, te baggeren, et cetera, is verplicht om zich te informeren over de mogelijke aanwezigheid van NGE op het betreffende perceel. Dit geldt zowel voor gemeentelijke als voor niet-gemeentelijke projecten. Een initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn eigen medewerkers en personen die in zijn opdracht werkzaamheden uitvoeren. Uitwerking plangebied Het plangebied in figuur 8 is geheel onverdacht van ontplofbare oorlogsresten uit WOII op basis van de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten en het daaraan gekoppelde vooronderzoek van AVG uit 2016.

Figuur 19 Plangebied (groen gearceerd) op bodembelastingkaart.

Dit wil zeggen dat de kans dat tijdens grondwerkzaamheden binnen het plangebied explosieven of munitie wordt gevonden zeer klein is. Het is niet nodig om hier onderzoek naar te doen. Echter kan het voorkomen dat bij toeval toch een artikel wordt gevonden wat er uit ziet als een explosief of munitie. In dat geval geldt het protocol toevalsvondsten: stop de werkzaamheden, iedereen verlaat lopend het werkterrein (i.v.m. trillingen door voertuigen en machines) en bel de politie op 0900-8844. De Explosieven Verkenner (EV) of Teamleider Explosieven Veiligheid (TEV) van de politie komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat die moet worden geruimd. Zo ja, schakelt deze de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) in. Zo nee, dan kunnen werkzaamheden worden hervat. 5.7.11 Bezonning Sommige plekken hebben voldoende zon nodig, zoals tuinen, terrassen of speelplaatsen. Dit draagt bij aan een aangenaam verblijfsklimaat. Ook voldoende schaduw op deze plekken is wenselijk. Zodat mensen in de steeds hetere zomers ook de schaduw kunnen opzoeken. Een toename van schaduw – door beplanting, nieuwbouw of andere ruimtelijke ontwikkelingen – kan ongewenst zijn. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat er voldoende bezonning en schaduw is en blijft. Uitwerking plangebied Om inzicht te geven in de toekomstige bezonningssituatie is een bezonningsstudie uitgevoerd (bijlage 8).

In het onderzoek is inzicht gegeven in de situatie op de maatgevende dagen in de toekomstige situatie. Dit zijn de volgende dagen: • 21 december: de dag dat de zon het laagst staat;

MFA en Woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 45 van 52 Vastgesteld

• •

21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat; 21 maart: de dag dat de zon op 'half' staat, namelijk precies tussen de stand van 22 december en 21 juni in (wintertijd);

In het onderzoek is gekeken naar een aantal referentieadressen. Voor alle referentieadressen wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de lichte TNO-norm. Daarmee vormt schaduwhinder geen belemmering voor het planvoornemen. 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen. Uitwerking plangebied De activiteiten die door dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden behoren niet tot de C-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is.

De voorgenomen ontwikkeling behoort echter wel tot de D-lijst, namelijk onder nummer 11.2 ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling is opgenomen in lijst D van het besluit m.e.r.. Voor projecten groter dan 100 hectare en meer dan 2000 woningen dient altijd een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De omvang van de woningbouw is zodanig beperkt dat er geen sprake is van overschrijving van de drempelwaarden. Gelet op de kleinschalige omvang van het project en het verschil tussen de daadwerkelijke activiteit in relatie tot de drempelwaarden waarmee een m.e.r.-beoordelingsplicht voortvloeit, kan geconcludeerd worden dat bij de vaststelling van dit bestemmingsplan geen onevenredige nadelige milieueffecten voortkomen die het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling dan wel het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk te maken.

MFA en Woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 46 van 52 Vastgesteld

Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels 6.1 Algemeen Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het Herstelbesluit Bestemmingsplan ‘MFA Loovelt Oss – 2023’ is gekozen voor een mengvorm. Alleen daar waar sturing noodzakelijk is, is sprake van een gedetailleerde regeling. Voor het overige is sprake van een globale regeling. Daarnaast zijn ook flexibiliteitsregels opgenomen zodat ingespeeld kan worden op eventuele veranderingen van de planopzet die nu nog niet zijn voorzien. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 3), de algemene regels (artikelen 4 tot en met 6) en de overgangs- en slotregels (de artikelen 7 en 8).

In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht. 6.2 Regels Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3: Gemengd Deze bestemming is opgenomen op het gehele plangebied. Binnen deze bestemming is (zorg)wonen, parkeren en maatschappelijk gebruik in de vorm van verenigingsleven toegestaan. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: Artikel 4: Anti-dubbeltelregel Artikel 5: Algemene bouwregels Artikel 6: Algemene wijzigingsregels Artikel 7: Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 8: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 9: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald.

MFA en Woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 47 van 52 Vastgesteld

Bijlage – Besluit Ontheffing hogere waarden Wet geluidhinder. Onder voorwaarden zijn hogere grenswaarden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van geluidsbelasting op de gevels van de woningen in het plangebied.

Hoofdstuk 7 Handhaving 7.1 Beleidskader Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.

Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; nakoming van afspraken en naleving van regels. In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven. 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd.

Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.

MFA en Woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 48 van 52 Vastgesteld

7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik.

Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk. Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee meer recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.

Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.

MFA en Woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 49 van 52 Vastgesteld

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Het verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. Dit plan is een particulier initiatief. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd dat de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.

MFA en Woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 50 van 52 Vastgesteld

Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.1 Omgevingsdialoog In het kader van de omgevingsdialoog is het plan o.a. voorgelegd tijdens twee inloopavonden. Opvolgend aan deze avonden zijn gesprekken gevoerd met direct omwonenden. De verslagen hiervan zijn in bijlage 9 van deze toelichting gevoegd. De omgevingsdialoog is op een juiste wijze toegepast. 9.2 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Ter uitvoering daarvan zijn genoemde instanties in de gelegenheid gesteld om te reageren op het voorontwerp-bestemmingsplan. Er is een reactie ontvangen van de provincie, het waterschap en de Veiligheidregio. De provincie acht dit plan in overeenstemming met hun belangen, het Waterschap heeft geen opmerkingen op het plan en de Veiligheidsregio heeft ten aanzien van zelfredzaamheid het volgende advies: Informeer met name de medewerkers van Brabant Zorg over het risico en handelings-perspectief (cliënten naar binnen, ramen en deuren sluiten, ventilatie afschakelen) Zorg dat de schakelaar t.b.v.

het uitschakelen van de ventilatie duidelijk herkenbaar en voor bewoners en begeleiders makkelijk vindbaar is 9.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het plaatselijke blad Oss Actueel, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Iedereen kon zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. Er zijn 5 zienswijzen naar voren gebracht, waarvan er 4 binnen de gestelde termijn zijn ontvangen. De ‘Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan MFA en woningbouw Looveltlaan Oss - 2023’ en het ontwerpbesluit hogere waarden maakt onderdeel uit van het raadsbesluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan. 9.4 Herstelbesluit Ten behoeve van dit bestemmingsplan is op 11 december 2025 een herstelbesluit conform artikel 6:19 Awb genomen. Dit herstelbesluit is hangende de beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State genomen.

Zodra het herstelbesluit genomen is, wordt dit onverwijld ter beschikking gesteld aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gebreken die in dit herstelbesluit gerepareerd worden hebben betrekking op: 1. De stedenbouwkundige motivering: Uit het beroep volgt dat in het vastgestelde bestemmingsplan niet (voldoende) is onderbouwd waarom het plan past in de structuur van de omgeving. In dit herstelbesluit is de onderbouwing op dit punt uitgebreid (zie hoofdstuk 3). 2. Verkeer en parkeren: Uit het beroep volgt dat in het vastgestelde bestemmingsplan niet (voldoende) is onderbouwd wat het planeffect is ten aanzien van de bestaande infrastructuur en dat de regels de nodige parkeervoorzieningen niet goed borgen. In dit herstelbesluit is het parkeeronderzoek geactualiseerd en is de onderbouwing op dit punt uitgebreid (zie paragraaf 5.4). Daarnaast is de regeling aangepast (zie artikel 7 van de regels) zodat altijd wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. 3. Geluid: Bij het oorspronkelijke bestemmingsplan was ten onrechte niet onderzocht of sprake was van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van geluid. Evenmin was onderzocht of geluid afkomstig van eventuele warmtepompen zorgt voor geluidsoverlast ter plaatse van bestaande woningen in de omgeving.

In dit herstelbesluit is de onderbouwing op dit punt uitgebreid middels aanvullend akoestisch onderzoek (zie paragraaf 5.7.1) en diverse aanvullende (geluids)voorschriften (artikel 3 van de regels).

MFA en Woningbouw Looveltlaan Oss – 2023, pag. 51 van 52 Vastgesteld

4.

5.

Maatschappelijk gebruik: Uit het beroep volgt dat in het vastgestelde bestemmingsplan ten onrechte meer maatschappelijk gebruik c.q. maatschappelijke voorzieningen worden toegestaan dan waar de toelichting rekening mee houdt. In dit herstelbesluit zijn de toekomstige gebruiksmogelijkheden beperkt (zie artikel 3 van de regels). Bezonning: Ten onrechte was geen bezonningsstudie uitgevoerd. Bij de vaststelling van dit herstelbesluit is rekening gehouden met de gevolgen van eventuele schaduwhinder (zie paragraaf 5.7.11).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=d1ab9b6f-5785-4301-8fbc-26683bd3faf2