Bijlage bij toelichting 15-Geuronderzoek dd 25-07-2024
Tekst van het document
De geuremissie van de Heus voor de twee voorbeeldpakketten bedraagt 1.000 MOUE/U. Deze geuremissie treedt gedurende 6500 u/j op.
2.
In de oude situatie, waarbij de geuremissie via 4 schoorstenen plaats vond, trad in de bebouwde kom van Ravenstein een geurconcentratie op van meer dan 3 3 als 98-percentiel.
3.
In de aangevraagde situatie voldoet de Heus, bij de aaneengesloten woonbebouwing van Ravenstein aan het acceptabel hinderniveau van 0,7 als 98-percentiel. Ook voldoet de Heus aan het acceptabel hinderniveau van 0,7 ou E/m3 als 95-percentiel bij geurgevoelige objecten in het buitengebied.
BEREKENING GEUREMISSIE EN GEURCONTOUREN DE HEUS RAVENSTEIN Rapportage i.k.v. de aanvraag van een revisievergunning Wet milieubeheer
17
Buro Blauw B.V. Luchthygiëne, onderzoek en advies
Rapportnr. BL2009.4917.02.V01 16 oktober 2009
BIJLAGEN
BEREKENING GEUREMISSIE EN GEURCONTOUREN OE HEUS RAVENSTEIN Rapportage i.k.v. de aanvraag van een revisievergunning Wet milieubeheer
18
Rapportnr. BL2009.4917.02.V01 16 oktober 2009
Buro Blauw B.V.
Luchthygiëne, onderzoek en advies A.
Invoergegevens geurconcentratie berekeningen oude situatie
KEMA STACKS VERSIE 2009.1 Release 9 juni 2009
Stof-identificatie:
GEUR
start datum/tijd: 16-10-2009 datum/tijd journaal bestand: 16-10-2009
12:49:55 13:08:04
Percentielen voor l-uurgemiddelde concentraties In het percentielenbestand is aangegeven op hoeveel uur(blokken) de percentielwaarden betrekking hebben, de hoge percentielen kunnen bij een gering aantal berekeningsuren daardoor minder nauwkeurig zijn! (laatste regel in percentielbestand)
Alleen bron(nen)-bijdragen berekend! Meteo Schiphol en Eindhoven, vertaald naar locatiespecifieke meteo De locatie waarop de meteo is bepaald : 173800 423901 Voor neerslag bewolking en zoninstraling is Eindhoven gebruikt opgegeven emissie-bestand C:\Stacks91\Input\emis.dat Doorgerekende (meteo)periode Start datum/tijd: l- 1-2004 1:00 h Eind datum/tijd: 31-12-2008 24:00 h Aantal meteo-uren waarmee gerekend is : 43848 De windroos: frekwentie van voorkomen van de windsektoren(uren, %) op receptor-lokatie met coördinaten: 173800 423902 gem. windsnelheid, neerslagsom sektor(van-tot) uren % ws neerslag(mm)
1
(-15- 15): 2065.0 ( 15- 45): 2397.0 ( 45- 75) : 3444.0 ( 75-105) : 1977.0 (105-135) : 2350.0 (135-165) : 2649.0 (165-195) : 4630.0 (195-225) : 7255.0 (225-255) : 6865.0 (255-285) : 4716.0 (285-315) : 3029.0 (315-345) : 2471.0 gemiddeld/som: 43848.0
2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
lengtegraad: : 5.0 breedtegraad: : 52.0 Bodemvochtigheid-index:
4.7 5.5 7.9 4.5 5.4 6.0
3.3 3.5 3.8 3.0 3.0 3.0 3.8 4.8 5.1 4.1 3.6 3.4 4.0
10.6 16.5 15.7 10.8
6.9 5.6
112.80 89.60 83.30 92.30 108.40 189.80 426.40 629.80 747.30 769.10 311.60 238.10 3798.50
1.00
BEREKENING GEUREMISSIE EN GEURCONTOUREN DE HEUS RAVENSTEIN Rapportage i.k.v. de aanvraag van een revisievergunning Wet milieubeheer
19
Rapportnr. BL2009.4917.02.V01 16 oktober 2009
Buro Blauw B.V.
Luchthygiëne, onderzoek en advies Albedo
(bodemweerkaatsingscoefficient):
0.20
Aantal receptorpunten 441 Terreinruwheid receptor gebied [m]: 0.1601 Terreinruwheid [m] op meteolokatie windrichtingsafhankelijk genomen Hoogte berekende concentraties [m]: 1.0 Gemiddelde veldwaarde concentratie [ge/m3]: 0.03526 hoogste gem. concentratiewaarde in het grid: 0.26208 Hoogste uurwaarde concentratie in tijdreeks: 17.23760 Coördinaten (x,y): 173500, 423150 Datum/tijd (yy,mm,dd,hh): 2007 12 11 2 Aantal bronnen
:
4
********* Brongegevens van bron : ** BRON PLUS GEBOUW ** Schoorsteen l X-positie van de bron [m]: 173346 Y-positie van de bron [m]: 423369 kortste zijde gebouw [m] 32.0 langste zijde gebouw [m] 46.5 Hoogte van het gebouw [m] 35.0 Oriëntatie gebouw [graden] 45.0 x_coordinaat van gebouw [m] 173338 423403 y_coordinaat van gebouw [m] Schoorsteenhoogte (tov maaiveld) [m]: 38.0 Inw. schoorsteendiameter (top): 0.70 Uitw. schoorsteendiameter (top): 0.71 Gem. volumeflux over bedrij fsuren (Nm3) : 3.64000 Gem. uittree snelheid over bedrij f fsuren suren (m/s) : 11.19065 : 323.00 Temperatuur rookgassen (K) Gem. warmte emissie over bedrij fsuren (MW) : 0.191 Warmte emissie voor deze bron constante - ingelezen - waarde Aantal bedrij fsuren: 29285 (Bedrijfsuren zijn uren met een emissie > 0) gemiddelde emissie over bedrijfsuren: (ge/s) 46296 ********* Brongegevens van bron : ** BRON PLUS GEBOUW ** Schoorsteen 2
2
X-positie van de bron [m]: 173346 Y-positie van de bron [m]: 423369 kortste zijde gebouw [m]: 32.0 langste zijde gebouw [m]: 46.5 Hoogte van het gebouw [m]: 35.0 Oriëntatie gebouw [graden] : 45.0 x_coordinaat van gebouw [m]: 173338 y_coordinaat van gebouw [m]: 423403 Schoorsteenhoogte (tov maaiveld) [m]: 38. O Inw. schoorsteendiameter (top): 0. 70 Uitw. schoorsteendiameter (top): 0. 71 Gem. volumeflux over bedrijfsuren (Nm3) Gem. uittree snelheid over bedrijfsuren (m/s) Temperatuur rookgassen (K) Gem. warmte emissie over bedrijfsuren (MW)
4.00000 12.29742 323.00 0.210
BEREKENING GEUREMISSIE EN GEURCONTOUREN DE HEUS RAVENSTEIN Rapportage i.k.v. de aanvraag van een revisievergunning Wet milieubeheer
20
Buro Blauw B.V.
Rapportnr. BL2009.4917.02.V01 16 oktober 2009
Luchthygiëne, onderzoek en advies
Warmte emissie voor deze bron constante - ingelezen - waarde Aantal bedrij fsuren: 29342 (Bedrij fsuren zijn uren met een emissie > 0) gemiddelde emissie over bedrijfsuren: (ge/s) . 46296 ********* Brongegevens van bron : ** BRON PLUS GEBOUW ** Schoorsteen 3
3
X-positie van de bron [m]: 173346 Y-positie van de bron [m]: 423369 kortste zijde gebouw [m] 32.0 langste zijde gebouw [m] 46.5 Hoogte van het gebouw [m] 35.0 Oriëntatie gebouw [graden] 45.0 x_coordinaat van gebouw [m] 173338 y_coordinaat van gebouw [m] 423403 Schoorsteenhoogte (tov maaiveld) [m] 38, O Inw. schoorsteendiameter (top): O, 80 Uitw. schoorsteendiameter (top): O, 81 Gem. volumeflux over bedrijfsuren (Nm3) 4.40000 Gem. uittree snelheid over bedrijfsuren (m/s) 10.35673 Temperatuur rookgassen (K) 323.00 Gem. warmte emissie over bedrijfsuren (MW) 0.231 Warmte emissie voor deze bron constante - ingelezen - waarde Aantal bedrijfsuren: 29313 (Bedrijfsuren zijn uren met een emissie > 0) gemiddelde emissie over bedrijfsuren: (ge/s) 92593 ********* Brongegevens van bron : ** BRON PLUS GEBOUW ** Schoorsteen 3
4
X-positie van de bron [m]: 173346 Y-positie van de bron [m]: 423369 kortste zijde gebouw [m] 32.0 langste zijde gebouw [m] 46.5 Hoogte van het gebouw [m] 35.O Oriëntatie gebouw [graden] 45.0 x_coordinaat van gebouw [m] 173338 y_coordinaat van gebouw [m] 423403 Schoorsteenhoogte (tov maaiveld) [m]: 38.0 Inw. schoorsteendiameter (top): 0.80 Uitw. schoorsteendiameter (top): 0.81 Gem. volumeflux over bedrijfsuren (Nm3) : 3.80000 Gem. uittree snelheid over bedrijfsuren (m/s) 8.94445 Temperatuur rookgassen (K) : 323.00 Gem. warmte emissie over bedrijfsuren (MW) : 0.199 Warmte emissie voor deze bron constante - ingelezen - waarde Aantal bedrijfsuren: 29124 (Bedrijfsuren zijn uren met een emissie > 0) gemiddelde emissie over bedrijfsuren: (ge/s) 92593
BEREKENING GEUREMISSIE EN GEURCONTOUREN
DE HEUS RAVENSTEIN Rapportage i.k.v. de aanvraag van een revisievergunning Wet milieubeheer
21
Rapportnr. BL2009.4917.02.V01 16 oktober 2009
Buro Blauw B.V.
Luchthygiëne, onderzoek en advies B.
Invoergegevens geurconcentratie berekeningen in de aangevraagde situatie KEMA STACKS VERSIE 2009.1 Release 9 juni 2009
Stof-identificatie:
GEUR
start datum/tijd: 14-10-2009 17:41:51 datum/tijd journaal bestand: 14-10-2009 17:48:02 Percentielen voor 1-uurgemiddelde concentraties In het percentielenbestand is aangegeven op hoeveel uur(blokken) de percentielwaarden betrekking hebben, de hoge percentielen kunnen bij een gering aantal berekeningsuren daardoor minder nauwkeurig zijn! (laatste regel in percentielbestand) Alleen bron(nen)-bijdragen berekend! Meteo Schiphol en Eindhoven, vertaald naar locatiespecifieke meteo De locatie waarop de meteo is bepaald : 173800 423901 Voor neerslag bewolking en zoninstraling is Eindhoven gebruikt opgegeven emissie-bestand C:\Stacks91\Input\emis.dat Doorgerekende (meteo)periode Start datum/tijd: l- 1-2004 1:00 h Eind datum/tijd: 31-12-2008 24:00 h Aantal meteo-uren waarmee gerekend is : 43848 De windroos: frekwentie van voorkomen van de windsektoren(uren,. %) op receptor-lokatie met coördinaten: 173800 423902 gem. windsnelheid, neerslagsom sektor(van-tot) uren % ws neerslag(mm)
1
(-15- 15) ( 15- 45) ( 45- 75) ( 75-105) (105-135) 6 (135-165) 7 (165-195) 8 (195-225) 9 (225-255) 10 (255-285) 11 (285-315) 12 (315-345) gemiddeld/som
2 3 4 5
2065.0 2397.0 3444.0 1977.0 2350.0 2649.0 4630.0 7255.0 6865.0 4716.0 3029.0 2471.0 43848.0
5.0 len gtegraad: breedtegraad: : 52.0 Bodemvochtigheid-index:
4.7 5.5 7.9 4.5 5.4 6.0 10.6 16.5 15.7 10.8
3.3
3.5 3.8
3.0 3.0 3.0 3.8 4.8 5.1 4.1 3.6 3.4
6.9 5.6
4.0
112.80 89.60 83.30 92.30 108.40 189.80 426.40 629.80 747.30 769.10 311.60 238.10 3798.50
1.00
BEREKENING GEUREMISSIE EN GEURCONTOUREN
DE HEUS RAVENSTEIN Rapportage i.k.v. de aanvraag van een revisievergunning Wet milieubeheer
22
Rapportnr. BL2009.4917.02.V01 16 oktober 2009
Buro Blauw B.V.
Luchthygiëne, onderzoek en advies Albedo
(bodemweerkaatsingscoefficient):
0.20
Aantal receptorpunten 441 Terreinruwheid receptor gebied [m]: 0.1601 Terreinruwheid [m] op meteolokatie windrichtingsafhankelijk genomen Hoogte berekende concentraties [m]: 1.0 0.02467 Gemiddelde veldwaarde concentratie [ge/m3]: 0.21282 hoogste gem. concentratiewaarde in het grid: Hoogste uurwaarde concentratie in tijdreeks: 7.58543 Coördinaten (x,y): 173350, 423300 Datum/tijd (yy,mm,dd,hh): 2005 7 16 11 Aantal bronnen
:
l
********* Brongegevens van bron : l ** BRON PLUS GEBOUW ** Centrale schoorsteen X-positie van de bron [m]: 173328 Y-positie van de bron [m]: 423378 kortste zijde gebouw [m] 32.0 langste zijde gebouw [m] 46.5 Hoogte van het gebouw [m] 35.0 Oriëntatie gebouw [graden] 45.0 x_coordinaat van gebouw [m] 173338 y_coordinaat van gebouw [m] 423403 Schoorsteenhoogte (tov maaiveld) [m]: 38. 0 Inw. schoorsteendiameter (top): 1. 15 1. 16 Uitw. schoorsteendiameter (top): 1 Gem. volumeflux over bedrij fsuren (Nm3) 15.96500 Gem. uittree snelheid over bedrij fsuren (m/s) 18.18542 Temperatuur rookgassen (K) 323.00 0.837 Gem. warmte emissie over bedrij fsuren (MW) Warmte emissie voor deze bron constante - ingelezen - waarde Aantal bedrij fsuren: 29209 (Bedrijfsuren zijn uren met een emissie > 0) gemiddelde emissie over bedrij fsuren: (ge/s) 277778
BEREKENING GEUREMISSIE EN GEURCONTOUREN
DE HEUS RAVENSTEIN Rapportage i.k.v. de aanvraag van een revisievergunning Wet milieubeheer
23
Buro Blauw B.V.
Rapportnr. BL2009.4917.02.V01
Luchthygiëne, onderzoek en .advies
16 oktober 2009
COLOFON Titel rapport
BEREKENING GEUREMISSIE EN GEURCONTOUREN DE HEUS RAVENSTEIN
Subtitel
Rapportage i.k.v. de aanvraag van een
Rapport nummer
revisievergunning Wet milieubeheer BL2009.4917.02.V01
Datum
16 oktober 2009
Opdrachtgever
De Heus
Contactpersoon
Dhr. GJ. Schipper
Postadres
Postbus 396
Postcode en woonplaats
6710 BJ Ede
U i t v o e d e r s I r . F.B.H, de Bree Ir. F. Wijma Auteur(s)
Ir. F.B.H, de Bree
Datum
16 oktober 2009
Paraaf auteur Naam controleur
FJ. de Buy
Paraaf controleur Bestandsnaam
BL2009.4917.02.V01 .dooc
Deze versie vervangt de eventueel eerder uitgebrachte versie in zijn geheel.
BEREKENING GEUREMISSIE EN GEURCONTOUREN
DE HEUS RAVENSTEIN Rapportage i.k.v. de aanvraag van een revisievergunning Wet milieubeheer
24
blauw ondenodrcnodvto Nude 54 - 6702 DN Wageningen
telefoon 0317 425200 - fax 0317 426111 email info@buroblauw.nl - internet www.buroblauw.nl
n
tn
Victorialaan 1 I 5213 JG 's-Hertogenbosch
(088) 743 00 00 info@odbn.nl I www.odbn.nl
Omgevingsdienst Brabant Noord
Vergunningen, Toezicht
De Heus Voeders BV De heer J. Donkers Maasdijk 46 5371 AA RAVENSTEIN
Datum 12 april 2022 Bijlage(n) 1
Ons kenmerk Z/164167 Uw kenmerk
Geachte heer Donkers,
en Handhaving
Datum:
12 april 2022
Dossiernr.:
TH 60178
Telefoonnummer 088-7 430 000 Registratienummer CNI
Contactpersoon de heer D. Janssen Onderwerp Milieucontrole 2022
VERZONDEN 12 4PR. 2022
Op 11 maart 2022 heeft de heer D. Janssen van de Omgevingsdienst Brabant Noord uw bedrijf op het adres Maasdijk 46 te Ravenstein gecontroleerd. Deze controle valt onder het handhavingsprogramma van de provincie Noord-Brabant. In deze brief leest u onze conclusie en wat wij van u verwachten. Tijdens het bezoek hebben wij aandacht besteed aan de volgende onderdelen uit het Brancheplan 'Mengvoerbedrijven': • Productiecapaciteit van diervoeders in het kalenderjaar 2020; • Explosiegevaar; • Technische keuringen van de stoomketel, de stookinstallatie met brandstoftoevoerleiding en brandmeldinstallatie; • Klachtenprotocol met betrekking tot meldingen geuroverlast; • De registratie m.b.t. de afvoer van reststromen in 2020 die zijn vrijgekomen bij de productie van diervoeders; • Vergunningssituatie (zie onder kop 'vergunningen/meldingen'). Wat is onze conclusie?
Uw bedrijf voldoet voor een deel aan de gecontroleerde regels. Hieronder leest u welke actie wij nog van u verwachten. In het bezoekverslag vindt u een uitgebreide uitleg. Wij adviseren u dit door te lezen. Wat verwachten wij van u?
Wij vragen u om binnen twee maanden na de datum van deze brief: • De dieseltank te laten herkeuren, of te laten saneren door een erkend bedrijf. Wat is de volgende stap?
Na deze termijn voeren wij opnieuw een controle uit. Wij bekijken dan of u de acties heeft uitgevoerd.
Heeft u vragen?
Stelt uze gerust aan de heer D. Janssen. U bereikt hem op 088-7430 000. U kunt ook mailen naar info@odbn.nl.
Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,
De heer J.A.J. Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord
Bijlage(n)
•
Bezoekverslag
In afschrift aan
• •
Gemeente Oss (per e-mail) ODBN, mevrouw O. Winkler (per e-mail)
ODBN, Kenmerk
12 april 2022 Z/164167
2
BEZOEKVERSLAG
Bedrijfsnaam Bed rijfsad res Plaatsnaam Soort bedrijf Contactpersoon Telefoon
De Heus Voeders B.V. Maasdijk 46 Ravenstein Veevoerfabrieken:- mengvoeder, p.c. >= 100 t/u De heer J. Donkers 06-51203277
Kenmerk Bedrijfstype SBI-code Uitgevoerd door Bezoekdatum
Z/164167 IPPC-industrieel (type C+) 1091.6 de heer D. Janssen 11 maart 2022
Vergunningen/meldingen Soort vergunning/melding Revisievergunning Omgevingsvergunning (veranderen) Omgevingsvergunning (veranderen) Actualisatie
Omschrijving Soort/Activiteit Me ngvoede rbed rijf Milieu Het gedeeltelijk vervangen van de Milieu pluimveevoerproductie door de productie van concentraten Het plaatsen van een stikstofreservoir Milieu en en een kooldioxidereservoir Bouwen Opslag gevaarlijke stoffen Milieu
Datum 04-10-2010 15-04-2013
19-02-2017 21-03-2019
Het bedrijf is in werking conform de vigerende vergunningen. Tijdens de controle is door de heer Donkers aangegeven dat men in de toekomst een loading dock voor vrachtwagens wil realiseren, accu heftrucks en een hybride stoomketel wil aanschaffen. Deze plannen zijn op dit moment nog niet concreet. De voorschriften van de geldende omgevingsvergunningen zijn onder andere op het aspect energie, niet actueel. Tevens wordt er in de vergunning verwezen naar de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR) en de daaruit voortvloeiende bijzondere regeling Diervoederindustrie welke op 1 januari 2016 zijn ingetrokken. Op grond van artikel 2.30 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan het bevoegd gezag (op ons advies) de voorschriften actualiseren.
1. MILIEU 1.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht/Wet milieubeheer
De activiteiten zijn bedrijfsmatig. Uw bedrijf voldoet aan de definitie van een inrichting zoals omschreven in de Wet milieubeheer (artikel 1.1). Binnen uw bedrijf is de (hoofd)activiteit productie van diervoeders (categorie 9.1.e en 28.4.c.1 bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht) plaats. Hierdoor is uw bedrijf een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer.
ODBN, Kenmerk
12 april 2022 Z/164167
3
1.1.1 Activiteitenbesluit
Uw bedrijf valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna te noemen Activiteitenbesluit) en de bijbehorende Activiteitenregeling milieubeheer (hierna te noemen Activiteitenregeling). De Heus Voeders B.V. wordt aangemerkt als een inrichting type C, doordat de volgende activiteiten worden verricht die zijn genoemd in artikel 2.1 lid 2 (IPPC-installatie) van het Besluit omgevingsrecht: De bewerking en verwerking (anders dan uitsluitend verpakken) van de volgende grondstoffen, al dan niet eerder bewerkt of onbewerkt, voor de fabricage van levensmiddelen of voeders: I. Uitsluitend dierlijke grondstoffen (andere dan uitsluitend melk) met een productiecapaciteit van meer dan 75 ton per dag eindproducten; II. Uitsluitend plantaardige grondstoffen met een productiecapaciteit van meer dan 300 ton per dag eindproducten of 600 ton per dag eindproducten indien de installatie gedurende een periode van meer dan 90 opeenvolgende dagen in om het even welk jaar in bedrijf is; Ill. Dierlijke en plantaardige grondstoffen, zowel in gecombineerde als in afzonderlijke producten, met een productiecapaciteit in ton per dag van meer dan: • 75 indien A gelijk is aan of hoger is dan 10, of • [300- (22,5x4)} in alle andere gevallen, waarin A het aandeel dierlijk materiaal is (in gewichtspercentage) van de productiecapaciteit in eindproducten.
Dit houdt in dat uw bedrijf vergunningplichtig is en tevens onder het Activiteitenbesluit valt. Naast de vergunningvoorschriften gelden ook verschillende artikelen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling rechtstreeks. De eerder verleende vergunningen worden gedeeltelijk gezien als een melding voor het Activiteitenbesluit. Voor onder andere de volgende activiteiten zijn regels gesteld: Paragraaf Omschrijving 3.1.3 Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodem beschermende voorziening 3.2.1 Het in werking hebben van een stookinstallatie, niet zijnde een grote stookinstallatie 3.4.9 Opslaan van gasolie, smeerolie of afgewerkte olie in een bovengrondse opslagtank Zelfcontrole Wilt u weten of uw bedrijf voldoet aan de milieuregels uit het Activiteitenbesluit? Gebruik dan het E-loket van het Activiteitenbesluit (https://www.aimonline.nl). Nadat u de vragen heeft beantwoord, krijgt u de voorschriften die van toepassing zijn op uw bedrijf. 1.1.2 Controleaspecten
Tijdens de administratieve controle is in lijn met het branchetoezichtsplan Mengvoederbedrijven 2022 aandacht besteed aan: • Productiecapaciteit van diervoeders in het kalenderjaar 2021; • Explosiegevaar; • Technische keuringen van de stoomketel, de stookinstallatie met brandstoftoevoerleiding en brandmeldinstallatie; • Klachtenprotocol met betrekking tot meldingen geuroverlast; • De registratie m.b.t. de afvoer van reststromen in 2021 die zijn vrijgekomen bij de productie van diervoeders; • Opslag dieselolie in een bovengrondse tank; • Vergunningssituatie (zie kop 'vergunningen/meldingen'). ODBN, Kenmerk
12 april 2022 Z/164167
4
1.2.1 productiecapaciteit van diervoeders in het kalenderjaar 2021
Aangevraagd en vergund is een productiecapaciteit van 325.000 ton per jaar. Uit de opgave die door de heer Donkers tijdens de controle is gedaan, blijkt dat er in 2021 een hoeveelheid van 282.522 ton veevoeder is geproduceerd. Hiermee blijft het bedrijf ruim binnen de vergunde hoeveelheid. Op grond van voorschrift 7.2.3 van de revisievergunning van 4 oktober 2010 mag de maximale geuremissie niet meer dan 5.843.000 Moue per jaar bedragen. Tijdens de controle is aangetoond dat de geuremissie 5.668.817 Mou per jaar bedraagt. Hiermee wordt aan de vergunning voldaan. Als de vergunde hoeveelheid voer wordt geproduceerd, is het de vraag of het bedrijf aan de maximaal vergunde geuremissie kan voldoen. De controle van de geurnorm moet conform voorschrift 7.3.1 van de revisievergunning van 4 oktober 2010 overeenkomstig het daartoe gestelde in de Bijzondere Regeling Diervoederindustrie, plaats te vinden op basis van emissies die zijn bepaald aan de hand van de vergunde immissienorm en de daarbij behorende bedrijfstijden, diervoedersoort, eiwitgehalte en meeltemperatuur. Tijdens de controle is geconstateerd dat hieraan wordt voldaan. 1.2.2 Explosiegevaar/ ATEX
Binnen het bedrijf zijn ruimten met een verhoogd explosiegevaar {stofexplosies) aanwezig. Rielex Advies heeft op 9 september 2021 een explosieveiligheidsdocument opgesteld. Synergo heeft in september 2021 een explosieveiligheidsdocument conform de Europese richtlijn 1999/92/EG {ATEX 153) voor de vestiging Ravenstein opgesteld. Uit de ontstekingsanalyse blijkt dat alle risico's, direct, of na het treffen van maatregelen voldoen aan een aanvaardbaar risiconiveau. 1.2.3 SCIOS keuringen stookinstallaties en keuring brandmeldinstallatie
Binnen het bedrijf is een stookinstallaties aanwezig die goedgekeurd moeten worden volgens het SCIOS-regime. Dit betreft stoomketel met een vermogen van 1.720 kW. Stoomketel Tijdens de controle is aangetoond dat de stoomketel 0p 12-6-2020 is goedgekeurd door Monarch, voor 12-6-2020 moet de installatie herkeurd zijn. De emissiemeting is 0p 5-10-2017 uitgevoerd door Monarch. Uit de verklaring van uitvoering van de emissiemeting blijkt dat er een NOx waarde van 29,8 mg/Nm3 bij 3% 02 is gemeten. De aardgastoevoerleiding is 0p 30-4-2018 goedgekeurd, deze moet voor 30-4-2022 herkeurd worden. Het drukvat van de stoomketel is op is 0p 23-6-2021 gekeurd door Lloyd's Register, uiterlijk 12-2023 moet het drukvat herkeurd worden.
Keuring brandmeldinstallatie Tijdens de controle is aangetoond dat de brandmeldinstallatie in november 2021 is goedgekeurd door BD Service.
ODBN, Kenmerk
12 april 2022 Z/164167
5
1.2.4 Klachtenprotocol met betrekking tot meldingen geuroverlast
Op de vraag naar het klachtenprotocol is door de heer Donkers aangegeven dat er, voor zover bij hem bekend, weinig geurklachten worden ingediend. Een klachtenprotocol waarin de klachten van derden en de actie die door de vergunninghouder is ondernomen om de bron van de klachten te onderzoeken en eventueel weg te nemen, is niet aanwezig. In de vergunning voor uw activiteiten is geen voorschrift waarin u verplicht wordt om een klachtenprotocol te hebben. Wij adviseren u om een klachtenprotocol op te stellen en te gebruiken. Het klachtenprotocol is ervoor bedoeld, dat melders van overlast rechtstreeks klachten bij u kenbaar kunnen maken, zonder dat zo'n melding via de milieuklachtencentrale wordt ingediend. U registreert de bij u gemelde klachten en legt de behandeling/afhandeling hiervan vast. 1.2.5 Afvoer van reststromen
Tijdens de controle is geconstateerd dat er een reststroom wordt afgevoerd als gevolg van het produceren van diervoerders. Dit betreffen veevoerresten (gestofzuigd/geknoeid product). Deze stroom wordt afgegeven aan Aben uit Wanroij en wordt volgens de begeleidingsbrief voor vergisting aangeboden. Aben staat vermeld op de VIHB-lijst van het NIWO (Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie) onder nummer 533540 en beschikt over de V (vervoeren), I (inzamelen) H (handelen) en B (bemiddelen) codering. 1.2.6 Opslag dieselolie in bovengrondse tank
Binnen het bedrijf is een dubbelwandige bovengrondse stalen tank, met een inhoud van 1,15 m3 aanwezig. De tank beschikt over een installatiecertificaat en had uiterlijk 9 juni 2022 herkeurd moeten zijn. Deze keuring is niet uitgevoerd. De tank moet middels een sanering uit de inrichting worden verwijderd, of worden goedgekeurd door een erkend bedrijf. Dit is als overtreding opgenomen. 1.2 Overtreding Activiteitenbesluit milieubeheer
De navolgende artikelen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling worden niet, dan wel onvolledig, nageleefd: Artikel(en) Besluit Een stationaire bovengrondse opslagtank voor dieselolie, moet conform de frequentie uit tabel 3. 71d van de Activiteitenregeling worden herkeurd. 3.54d Artikel(en) Regeling 3.71d, lid 8 Constatering Binnen het bedrijf is een dubbelwandige bovengrondse stalen tank, met een inhoud van 1,15 m3 aanwezig. De tank beschikt over een installatiecertificaat. Conform dit installatiecertificaat had de tank uiterlijk 9 juni 2022 herkeurd moeten zijn. Deze keuring is niet uitgevoerd. De tank moet worden goedgekeurd overeenkomstig de BRL K903 door een persoon of instelling die is gecertificeerd overeenkomstig die BRL. Ook is het mogelijk om de tank niet te laten goedkeuren, in dat geval moet de tank gesaneerd worden en uit de inrichting worden verwijderd. In dat geval moet de sanering door een BRL-K902 of een BRL-K904 gecertificeerd bedrijf worden uitgevoerd. Tevens moet een saneringscertificaat worden overlegd. De volledige tekst van de genoemde artikelen en voorschriften kunt u terugvinden op www.wetten.nl en www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl. ODBN,
12 april 2022
Kenmerk
Z/164167
6
Victorialaan 1 I 5213 JG 's-Hertogenbosch
088- 743 00 00 info@odbn.nl I www.odbn.nl
Omgevingsdienst Brabant Noord
De Heus Voeders B.V. Vergunningen, Toezicht
De heer J. Donkers
en Handhaving
Postbus 396 6710 BJ EDE
Datum
Ons kenmerk
Telefoonnummer
23-03-2023
Z/189460
088-7430 150
Bijlage(n)
Uw kenmerk
Registratienummer
1
Datum:
4 april 2023
Dossiernr.:
TH 66446
Contactpersoon De heer H. Magielse Onderwerp Inspectie Milieu 2023
VERZONDEN 0 4 APR. 2023 Beste meneer Donkers, Op 9 maart 2023 heeft de heer H. Magielse van de Omgevingsdienst Brabant Noord uw inrichting op het adres Maasdijk 46 te Ravenstein gecontroleerd. Deze controle valt onder het handhavingsprogramma van de provincie Noord-Brabant. In deze brief leest u onze conclusie en wat wij van u verwachten. Welke onderdelen hebben wij gecontroleerd? Tijdens het bezoek hebben wij aandacht besteed aan de volgende aspecten: • Productiecapaciteit van diervoeders in het kalenderjaar 2021 en 2022; • Technische keuringen van de stookinstallatie met brandstoftoevoerleiding, drukvaten en brandmeldinstallatie; • Klachtenprotocol met betrekking tot meldingen van geuroverlast; • • •
De afvoer van reststromen; Koelinstallaties; Opslag van dieselolie in een bovengrondse opslagtank en het afleveren van dieselolie;
•
Opslag van gassen in stationaire opslagtanks;
• •
Opslag van LPG-wisselreservoirs; Opslag van gevaarlijke en/of bodembedreigende stoffen in verpakking;
•
Vergunningssituatie.
Wat is onze conclusie? Uw inrichting voldoet gedeeltelijk aan de gecontroleerde regels. Hieronder leest u welke acties wij nog van u verwachten. In het bezoekverslag vindt u een uitgebreide uitleg. Wij adviseren u dit door te lezen.
W at verw achten wij van u?
Wij vragen u om binnen drie maanden na de datum van deze brief de volgende maatregelen te nemen: •
U moet een overzicht van de productiecapaciteit en de geuremissie over het jaar 2022 aan ons overleggen (via info@odbn.nl);
•
U moet ervoor zorgdragen dat voor de vloeistofkerende vloer van het (voormalige) zuigerhuis zogenaamde incidentenmanagement wordt toegepast (eenduidige bedrijfsinterne procedures en werkinstructies);
•
U moet ervoor zorgen dat in het (voormalige) zuigerhuis de noodzakelijke absorptiemiddelen en andere materialen en middelen ter bescherming van de bodem aanwezig zijn; U moet ervoor zorgdragen dat de verpakkingen met bodembedreigende vloeistoffen in het magazijn worden opgeslagen boven een lekbak van voldoende grootte dan wel incidentenmanagement (eenduidige bedrijfsinterne procedures en werkinstructies en aanwezigheid van absorptiemiddelen) wordt toegepast; U moet ervoor zorgen dat de binnen uw inrichting opgeslagen gevaarlijke stoffen, niet zijnde werkvoorraad, worden opgeslagen in één of meerdere opslagvoorzieningen, welke voldoen aan hoofdstuk 3 van de richtlijn PGS 15.
•
•
Wat wij nog verder van u verwachten? Verder verwachten wij nog het volgende van u: • Indien meer dan 2.500 liter aan gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, moet u aantonen dat u of één of meerdere van uw medewerkers voldoende vakbekwaam is op het gebied omgaan met gevaarlijke stoffen. Indien niet het geval is, moet u ervoor zorgdragen dat dit zo snel mogelijk gebeurt; • Indien meer dan 2.500 liter aan gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, moet u ervoor zorgdragen dat binnen uw inrichting een journaal met de te verwachten gevaren als gevolg van de opgeslagen stoffen, welke voldoet aan voorschrift 3.15.1 van de richtlijn PGS 15, per opslagvoorziening aanwezig is. Wat is de volgende stap? Na deze termijn voeren wij opnieuw een controle uit. Wij bekijken dan of u de acties heeft uitgevoerd.
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
2
Heeft u vragen?
Stelt uze gerust aan de heer H. Magielse. U bereikt hem op 088-7430 150. U kunt ook mailen naar info@odbn.nl.
Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant Namens dezen,
ValiA r Merel de Goijer
-pf
Clustermanager Provincie Gereenschappelke Regeng Omgevingsdienst Brabant Noor (0DBN)
Dit document is digitaal ondertekend en bevat daardoor geen handtekening.
Bijlage(n)
•
Bezoekverslag
In afschrift aan
•
Gemeente Oss (per e-mail)
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
3
BEZOEKVERSLAG Bedrijfsnaam Bedrijfsadres Plaatsnaam Soort bedrijf Contactpersoon Telefoon E-mail
De Heus Voeders B.V. Maasdijk 46 Ravenstein Veevoederbedrijf De heer J. Donkers 0413-214234 en 06-51203277 jdonkers@deheus.com
Kenmerk Bedrijfstype SBI-code Uitgevoerd door Bezoekdatum
Z/189460 IPPC-industrieel (Type C+ 1091.6 De heer H. Magielse 9 maart 2023
Vergunningen/meldingen Tabel 1: Vergunningen Soort vergunning/melding
Soort/Activiteit
Omschrijving
Datum
Omgevingsvergunning (Ambtshalve aanpassing)
Milieu
De opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking engasflessen.
21-03-2019
Omgevingsvergunning
Bouwen en Milieu
Het buiten bedrijf stellen van de sprinklerinstallatie en de aanleg van een gelijkwaardigevoorziening, namelijk drie bluswatervoorzieningen.
17-08-2018
Omgevingsvergunning (Verandering)
Bouwen, Ruimtelijke Ordening en Milieu
Het plaatsen van een opslagtanks voor stikstof- en koolstofdioxide.
20-04-2017
Omgevingsvergunning (Verandering)
Bouwen en Milieu
Het gedeeltelijk vervangen van de productie van pluimveevoer door productie van concentraten; de totale productie neemt niet toe.
15-04-2013
Revisievergunning
Wet milieubeheer
Een mengvoederfabriek
08-04-2010
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
4
1.
M ILIEU
1.1. W et algem ene bepalingen om gevingsrecht /W et mili eubeheer
De activiteiten zijn bedrijfsmatig, of bedrijfsmatig van omvang. Het bedrijf voldoet daarom aan de definitie van een inrichting zoals omschreven in de Wet milieubeheer (artikel 1.1). Daarnaast vindt binnen het bedrijf de volgende (hoofd)activiteit(en) plaats: • Het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van voedingsmiddelen voor dieren of grondstoffen daarvoor (Categorie 9.1e, onderdeel C van bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). • Het opslaan van bedrijfsafvalstoffen, die ten aanzien daarvan een capaciteit hebben van 5 m3 of meer (categorie 28.1a, onder 2, onderdeel C van bijlage 1 van het Bor); • Het verwerken van afvalstoffen (categorie 28.lb, onderdeel C van bijlage 1 van het Bor). Hierdoor is het bedrijf een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. 1.2. Activiteitenbesluit Het bedrijf valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna te noemen Activiteitenbesluit) en de bijbehorende Activiteitenregeling milieubeheer (hierna te noemen Activiteitenregeling).
De Heus Voeders B.V., gelegen aan de Maasdijk 46 te Ravenstein wordt aangemerkt als een type Cinrichting, doordat de volgende activiteiten worden verricht, óf zijn vergund, die zijn genoemd in bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht: • Het ontwateren, microbiologisch of anderszins biologisch of chemisch omzetten, agglomereren, deglomereren, mechanisch, fysisch of chemisch scheiden, mengen, verdichten of thermisch behandelen- anders dan verbranden- van van buiten de inrichting afkomstige huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 15.000.000 kg per jaar of meer (Categorie 28.4c, onder 1, onderdeel C van bijlage 1 van het Bor); • De nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen (Categorie 28.10, onderdeel C van Bijlage 1 van het Bor). Dit houdt in dat Het bedrijf vergunningplichtig is en tevens onder het Activiteitenbesluit valt. Naast de vergunningvoorschriften gelden ook verschillende artikelen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling rechtstreeks. Voor onder andere de volgende activiteiten zijn regels gesteld:
Tabel 2: Actviteitenbesluit Paragraaf
Omschrijving
3.2.1
Het in werking hebben van een stookinstallatie, niet zijnde een grote stookinstallatie
3.3.2
Het afleveren van vloeibare brandstoffen aan motorvoertuigen voor het wegverkeer
3.4.3
Het op-/overslaan van goederen
3.4.9
Opslaan van olie en gasolie in bovengrondse opslagtanks
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
5
1.3. Rie-inrichting
Daarnaast vinden binnen het bedrijf activiteiten plaats die vallen onder artikel 2.1, tweede lid van het Bor en zijn genoemd in bijlage I van de Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissie (Richtlijn industriële emissies), te weten: • 6.4a) De bewerking en verwerking (anders dan uitsluitend verpakken) van de volgende grondstoffen, al dan niet eerder bewerkt of onbewerkt, voor de fabricage van levensmiddelen of voeders: i. Uitsluitend dierlijke grondstoffen (andere dan uitsluitend melk) met een productiecapaciteit van meer dan 75 ton per dag eindproducten; ii. Uitsluitend plantaardige grondstoffen met een productiecapaciteit van meer dan 300 ton per dag eindproducten of 600 ton per dag eindproducten indien de installatie gedurende een periode van meer dan 90 opeenvolgende dagen in om het even welk jaar in bedrijf is; iii. Dierlijke en plantaardige grondstoffen, zowel in gecombineerde als in afzonderlijke producten, met een productiecapaciteit in ton per dag van meer dan: • 75 indien A gelijk is aan of hoger is dan 10, of • [300- (22,5x4)} in alle andere gevallen, waarin A het aandeel dierlijk materiaal is (in gewichtspercentage) van de productiecapaciteit in eindproducten. 1.4.
Bevoegd gezag Doordat het bedrijf onder categorie 28.4a, onder 1, onder deel C van bijlage 1 van het Bor valt, in combinatie met een activiteit die voorkomt op bijlage I van de Richtlijn Industriële emissie is de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag dat toeziet op afgifte van vergunningen en toezicht houdt op de naleving van de voorschriften uit uw vergunningen en directe werkende milieuregels. 1.5. Bedrijfssituatie Tijdens dit controlebezoek is geconstateerd dat de laaddocks niet zijn gerealiseerd. Ook is de oude opslagtank voor dieselolie vervangen door een mobiele opslagtank voor dieselolie. Gelet op de doorgevoerde veranderingen binnen het bedrijf is geen nieuwe omgevingsvergunning nodig. Bij een volgende vergunningaanvraag moet deze veranderingen worden meegenomen.
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
6
2. CONTROLE-ASPECTEN Tijdens het controlebezoek is aandacht besteed aan de volgende aspecten: 1) Productiecapaciteit van diervoeders in het kalenderjaar 2021 en 2022; 2) Technische keuringen van de stookinstallatie met brandstoftoevoerleiding, de drukvaten en de brandmeldinstallatie; 3) Klachtenprotocol met betrekking tot meldingen van geuroverlast; 4) De afvoer van reststromen; 5) Koelinstallaties; 6) Opslag dieselolie in een bovengrondse tank en het afleveren van dieselolie; 7) Opslag van gassen in stationaire opslagtanks; 8) Opslag van gassen in bovengrondse stationaire opslagtank; 9) Opslag van LPG-wisselreservoirs; 10) Opslag van gevaarlijke en/of bodembedreigende stoffen in verpakking; 11) Vergunningssituatie (zie onder het kopje "bedrijfssituatie"). 2.1. Controle-aspect: Productiecapaciteit van diervoeders 2021 en 2022 Aangevraagd en vergund is een productiecapaciteit van 325.000 ton per jaar. Uit de opgave die door het bedrijf is overgelegd blijkt dat er in 2021 een hoeveelheid van 282.522 ton veevoeder is geproduceerd. Hiermee blijft de inrichting ruim binnen de vergunde hoeveelheid. Op grond van voorschrift 7.2.3 van de op 4 oktober 2010 verleende revisievergunning mag de maximale geuremissie niet meer dan 5.843.000 Mou per jaar bedragen. Tijdens het controlebezoek in 2022 is aangetoond dat de geuremissie 5.668.817 Mou, per jaar bedraagt.
Hiermee wordt voldaan aan voorschrift 7.2.3. De controle van de geurnorm moet conform voorschrift 7.3.1 van de op 4 oktober 2010 verleende revisievergunning van 4 oktober 2010 overeenkomstig het daartoe gestelde in de Bijzondere Regeling Diervoederindustrie, plaats te vinden op basis van emissies die zijn bepaald aan de hand van de vergunde immissienorm en de daarbij behorende bedrijfstijden, diervoedersoort, eiwitgehalte en meeltemperatuur. Tijdens de controle in 2022 is geconstateerd dat hieraan wordt voldaan. Het bedrijf heeft de productiecapaciteit en de geuremissie over het jaar 2022 (nog) niet beschikbaar. Wij verzoeken het bedrijf de hiervoor bedoelde gegevens (productiecapaciteit en geuremissie) vóór 1 april 2023 aan ons toe te sturen (via info@odbn.nl).
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
7
2.2. Controle-aspect: Stookinstallaties, drukvaten en brandmeldinstallatie
Stookinstallaties Binnen de inrichting een middelgrote stookinstallaties aanwezig. In de onderstaande tabel staan de betreffende installatie genoemd:
Tabel 3: Aanwezig stookinstallatie Installatiecode
Soort installatie
Type inspectie
Belasting onderwaarde (kW)
Scope
1.720
AEJ-AAA-93
Stoomketel
Pl
AEJ-AAA-93
Stoomketel
Emissiemeting
APZ-AAA-08
Brandstofleiding
Pl
n.v.t.
(Goed)keuringsdatum
Volgende keuring
3
12-06-2020
12-06-2024
6
05-10-2017
n.v.t.
7b
25-05-2022
25-05-2026
De keuring van de brandstofleiding is uitgevoerd door GEVOTEC INSPECTIE & ENGINERING. GEVOTEC is gecertificeerd voor Scope 7. De brandstofleiding is goedgekeurd op veilig functioneren. De keuring van stoomketel (drukvat) is uitgevoerd door Monarch Nederland B.V. Ook de emissiemeting van de stoomketel is uitgevoerd door Monarch. Monarch is gecertificeerd voor Scope 3 en 6. De stoomketel is goedgekeurd op veilig functioneren, optimale verbranding en energiezuinigheid. Daarnaast voldoet het rookgas van de stoomketel aan de hiervoor geldende emissiegrenswaarde voor stikstofoxiden.
Drukvaten (stoomketel) De stoomketels (drukvaten) moeten op grond van artikel 12b van het Warenwetbesluit Drukapparatuur (WBDA) door hiervoor aangewezen keuringsinstelling zijn voorzien van een Verklaring van Ingebruikneming (Vvl). Het toezicht op de naleving van het WBDA wordt uitgevoerd door de Nederlandse Arbeidsinspectie. Tijdens het controlebezoek in 2022 is geconstateerd dat het drukvat van de stoomketel op 23 juni 2021 is gekeurd door Lloyd's Register. Uiterlijk in december 2023 moet het drukvat zijn herkeurd. Daarnaast is tijdens dit controlebezoek geconstateerd dat de drukvaten met stikstof en koolstofstofdioxide (Stationaire opslagtanks) op 16 april 2020 zijn goedgekeurd door VINÇOTTE Nederland B.V. Uiterlijk in december 2026 moeten beide drukvaten zijn herkeurd.
Brandmeldinstal/atie Tijdens het controlebezoek in 2022 is aangetoond dat BD Service op 30 september 2022 de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie heeft goedgekeurd. 2.2.Controle-aspect: Klachtenprotocol met betrekking tot meldingen geuroverlast Op de vraag naar het klachtenprotocol is het bedrijf tijdens het vorige controlebezoek op 11 maart 2022 aangegeven dat er, voor zover bij het bedrijf bekend, weinig meldingen met betrekking tot geuroverlast worden ingediend. Een klachtenprotocol waarin de klachten van derden en de actie die door de vergunninghouder is ondernomen om de bron van de klachten te onderzoeken en eventueel weg te nemen, is niet aanwezig. In de revisievergunning is geen voorschrift waarin het bedrijf verplicht wordt om een klachtenprotocol te hebben. Wij adviseren het bedrijf om een klachtenprotocol op te stellen en te gebruiken. Het klachtenprotocol is ervoor bedoeld, dat melders van overlast rechtstreeks klachten bij ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
8
u kenbaar kunnen maken, zonder dat zo'n melding via de milieu klachtencentrale wordt ingediend. Het bedrijf registreert de bij het bedrijf gemelde klachten en legt de behandeling/afhandeling hiervan vast. Het bedrijf heeft aangegeven dat, het bedrijf niet altijd op de hoogte wordt gehouden van klachten en/of meldingen met betrekking tot geuroverlast in de (directe) omgeving van het bedrijf. Hierdoor hebben wij de werkinstructie voor onze toezichthouders aangepast. In 2022 zijn er zestien klachten met betrekking tot geuroverlast naar de omgeving via de Milieu Klachtencentrale (MKC) ingediend en geregistreerd in S@men. Bij dertien van de zestien klachten is geen geuroverlast vastgesteld. De (mogelijke) geuroverlast was volgende melders niet meer aanwezig of de geuroverlast is door ons niet vastgesteld. De melders zijn over de afhandeling door ons geïnformeerd. Bij drie klachten is wel geuroverlast vastgesteld. Hiervan is oorzaak niet vastgesteld. Uit de nog in te dienen gegevens (zie paragraaf 2.1) moet blijken of het bedrijf voldoet aan de geldende geurnormen In januari en februari 2023 zijn geen geurklachten bij de MKC ingediend. 2.3.Controle-aspect: Afvoer van reststromen In 2021 en 2022 is geconstateerd dat één reststroom (voor consumptie of verwerking ongeschikt materiaal) worden afgevoerd als gevolg van het produceren van diervoerders.
In december 2022 zijn ongeveer 5.000 kg voerresten afgevoerd naar GroenGas Gelderland B.V. te Bemmel. GroenGas Gelderland B.V. beschikt over een verwerkersnummer. 2.4. Controle-aspect: Koelinstallaties In het bedrijf zijn de onderstaande koelinstallaties, met synthetische koudemiddelen, aanwezig:
Tabel 3: Aanwezige koelinstallaties Installatie soort
Koudemiddel GWP-waarde hoeveelheid
Airco (Serverruimte)
R410a
2,9 kg
Airco (serverruimte)
R410a
2,9 kg
GWPtotaal
2088
6,06 ton CO,
2088
6,06 ton CO,
Europese F-gassenverordening De beide airco van de serverruimte met het koudemiddel R410a vallen onder de werkingssfeer van de Europese F-gassen verordening (EU nr. 517/2014). Handelingen in strijd met deze verordening zijn verboden. Er moet eveneens worden voldaan aan de bepalingen uit het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen en de Regeling gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen. De artikelen van de F-gassenverordening worden, voor zover controleerbaar, nageleefd. Er is een logboek aanwezig, de installatles zijn voorzien van een etiket/kenplaal en op 19 december 2022 0p lekkage gecontroleerd en in orde bevonden door Koelkracht B.V. te Ravenstein. Koelkracht B.V. is een hiervoor gecertificeerd bedrijf. De overige (kleine) airco's en de condensdroger in de stookruimte zijn voorzien van een etiket/kenplaat en worden ook onderhouden door Koelkracht B.V. Deze installaties hoeven niet op lekkage te worden gecontroleerd.
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
9
2.5. Controle-aspect: De opslag van dieselolie in een bovengrondse opslagtank en het afleveren van dieselolie
De opslag van dieselolie in een bovengrondse opslagtank De opslag van dieselolie vond plaats in een dubbelwandige bovengrondse stalen opslagtank. De betreffende opslagtank is in januari 2023 gesaneerd. Op 29 maart 2022 is een Meldingsformulier tanksanering ingediend door Wubben-Noord B.V. Op 29 maart 2022 is de opslagtank gesaneerd. Het tanksaneringscertificaat is overgelegd. Vervolgens heeft het bedrijf in het (voormalige) zuigerhuis een nieuwe (mobiele) opslagtank voor dieselolie geplaatst (KIWA-nummer: 191S2142) met een inhoud van 1.150 liter (zie foto 1). De opslagtank is 11 mei 2022 goedgekeurd (2,5-jaarlijkse inspectie) door IBCkeuringen.nl. De mobiele opslagtank moet vóór 9 april 2024 opnieuw worden goedgekeurd door een hiervoor erkend bedrijf. Het afleveren van dieselolie aan (motor)voertuigen Het afleveren van dieselolie aan (motor)voertuigen vindt plaats boven een vloeistofkerende voorziening in het (voormalige) zuigerhuis. Daarom moet het bedrijf incidentenmanagement toepassen als bedoeld in artikel 2.3 van de Activiteitenregeling. Dit incidentenmanagement wordt niet toegepast binnen de inrichting met betrekking tot het afleveren van dieselolie (zie onder het kopje NALEVING). 2.6.Opslag van gassen in stationaire opslagtanks Binnen de inrichting zijn twee stationaire opslagtanks voor respectievelijk stikstof en koolstofdioxide.
De betreffende stationaire opslagtanks moeten voldoen aan de richtlijn PGS 91. De minimumafstand van het reservoir tot de opslagplaats van de LPG-wisseltanks moet minimaal 6 meter bedragen2• De twee stationaire opslagtanks voldoen, voor zover controleerbaar, aan de hiervoor geldende voorschriften van de richtlijn PGS 9. Ook zijn opslagtanks op voldoende afstand geplaatst van opslagvoorziening voor LPG-wisseltanks. De stationaire opslagtanks {drukvaten) moeten op grond van artikel 12b van het Warenwetbesluit (zie paragraaf 2.2 Drukvaten) worden goedgekeurd door een hiervoor erkende instelling (zie paragraaf 2.2). 2. 7. Opslag van LPG-wisselreservoirs Binnen de inrichting is op minimaal 6 meter van de stationaire opslagtanks voor stikstof en koolstofdioxide een voorziening voor de opslag van LPG-wisselreservoirs (gasflessen). De opslag van gasflessen (ADR-klasse 2) moet in de speciaal daarvoor bestemde ruimte plaatsvinden en moet, voor zover niet anders geregeld in de hiernavolgende voorschriften, voldoen aan de voorschriften van de paragrafen 6.1.1, 6.1.2, 6.1.3 en 6.2 van de richtlijn PGS 15: 2016. De opslagvoorziening voldoet aan de geldende voorschriften van de PGS 15. 2.8.
Controle-aspect: Opslag van gevaarlijke en/of bodembedreigende vloeistoffen in verpakking In het magazijn worden IBC's (verpakkingen) met gevaarlijke en/of bodem bedreigende stoffen opgeslagen (zie foto 2). Ook is in diezelfde ruimte een werkvoorraad (met dossierunits) aan gevaarlijke en/of bodembedreigende stoffen aanwezig (zie foto 3). Deze werkvoorraad betreffen vijf IBC's. Ook wordt in het (voormalige) zuigerhuis benzine {Aspen) in jerrycans opgeslagen (zie foto 4).
Richtlijn PGS 9: Cryogene gassen: opslag van 0,125 m 3 -100 m 3 " (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 9:2014 versie 1.0
(april 2014).
zie tabel 3.1 in paragraaf 3.2.4 van de PGS 9; de opslagplaats van lpg-wisselreservoirs bevat maximaal 5 m3 gas ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
10
Binnen de inrichting worden de volgende gevaarlijke en/of bodembedreigende vloeistoffen in verpakking opgeslagen:
Tabel 4: Aanwezige gevaarlijke en/of bodembedreigende vloeistoffen
Naam stof
ADR-klasse
Verpakkingsgroep
QUANTUM Blue 20L
Deze stoffen zijn niet gereguleerd
UN-nummer
Soort stof
Ondergrens richtlijn PGS 15
Zuur
n.v.t.
Natugrain TS DL
Zuur
Pro Sid Ml 545
Zuur
ProPhorse SA Exclusive
8
Ill
UN3265
Zuur
250 liter
50 liter Brandbaar UN1203 II ASPEN 3 (Benzine) De werkvoorraad van de eerste vier genoemde stoffen zijn opgeslagen boven lekbakken. Ook de overige stoffen (exclusief benzine) zijn deels opgeslagen boven lekbakken opgeslagen. De verpakkingen met benzine zijn niet boven een lekbak opgeslagen. De opslag van gevaarlijke en/of bodem bedreigende stoffen in verpakking vindt wel plaats boven vloeistofkerende voorzieningen. Daarom moet het bedrijf incidentenmanagement toepassen als bedoeld in artikel 2.3 van de Activiteitenregeling. Dit incidentenmanagement wordt niet toegepast binnen de inrichting met betrekking tot de opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking (zie onder het kopje NALEVING). De aanwezige lekbakken voldoen niet aan artikel 2.4, derde lid van het Actviteitenbesluit milieubeheer. In dit artikel is aangegeven dat: een lekbak waarin vloeibare bodembedreigende
stoffen in verpakking of in een opslagtank wordt opgeslagen, heeft een opvangcapaciteit van ten minste 110% van de inhoud van de grootste verpakkingseenheid of opslagtank, met dien verstande dat de opvangcapaciteit ten minste 10% is van de inhoud van alle opgeslagen stoffen. IBC's en jerrycans worden aangemerkt als verpakking. Indien bodembedreigende stoffen in verpakking boven een vloeistofkerende vloer (met incidentenmanagement) worden opgeslagen hoeft geen lekbak te worden toegepast. De bodembedreigende vloeistoffen in verpakking worden niet boven een voldoende grootte lekbak opgeslagen. Dit is een overtreding van artikel 2.4 van de Activiteitenregeling milieubeheer. In het (voormalige) zuigerhuis wordt 60 liter aan benzine opgeslagen. Daarnaast worden/kunnen in de bedrijfsruimte één of meerdere IBC's (inhoud: 1.000 liter) aan ProPhorse SA Exclusive worden opgeslagen. Wij hebben vastgesteld dat minimaal een IBC ProPhorse wordt opgeslagen. Zowel benzine als ProPhorse worden aangemerkt als gevaarlijke vloeistof. De opslag van gevaarlijke stoffen voldoet niet aan de richtlijn PGS 15: 2016. De hiervoor genoemde stoffen worden opgeslagen in een opslagvoorziening als bedoeld in de PGS 15: 2016. (Voor de opslag van minder dan 10.000 liter en het ontbreken van een opslagvoorziening zie onder het kopje Naleving).
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
11
Binnen de inrichting kan meer dan 2.500 liter aan gevaarlijke stoffen (inclusief gasflessen) worden opgeslagen. Indien dit het geval is moeten één of meerdere van uw medewerkers voldoende vakbekwaam is op het gebied omgaan met gevaarlijke stoffen en een journaal met de te verwachten gevaren als gevolg van de opgeslagen stoffen (Voor de opslag van meer dan 2.500 liter zie onder het kopje Naleving).
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
12
3.
NALVING
De navolgende artikelen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling worden niet, dan wel onvolledig, nageleefd:
Vloeistofkerende vloer voor het afleveren van dieselolie (incidentenmanagement) Artikel(en) Besluit
2.9 Artikel(en) Regeling
De controle, het onderhoud en het beheer van bodembeschermende voorzieningen wordt in eenduidige bedrijfsinterne procedures en werkinstructies ter bescherming van de bodem vastgelegd
2.3, tweede lid Constatering
Voor de vloeistofkerende vloer van de loods wordt geen incidentenmanagement (eenduidige bedrijfsinterne procedures en werkinstructies) toegepast om bodemverontreiniging te voorkomen (bijvoorbeeld: lekkages van bodem bedreigende vloeistoffen).
Maatregel
U moet ervoor zorgdragen dat voor de vloeistofkerende vloer van het (voormalige) zuigerhuis incidentenmanagement wordt toegepast (eenduidige bedrijfsinterne procedures en werkinstructies) als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid van de Activiteitenregeling.
Vloeistofkerende vloer voor het afleveren van dieselolie (absorptiemiddelen) Artikel(en) Besluit 2.9 Artikel(en) Regeling 2.3, zevende lid
Degene die de inrichting drijft draagt er zorg voor dat de in het kader van de bedrijfsinterne procedures en werkinstructies noodzakelijke absorptiemiddelen en andere materialen en middelen ter bescherming van de bodem binnen de inrichting in voldoende mate aanwezig zijn en dat er voldoende, in het gebruik van deze middelen, geïnstrueerd personeel aanwezig is.
Constatering
Nabij de bovengrondse opslagtank voor dieselolie zijn geen absorptiemiddelen en andere materialen en middelen ter bescherming van de bodem aanwezig.
Maatregel
U moet ervoor zorgen dat in het (voormalige) zuigerhuis absorptiemiddelen aanwezig zijn.
Opslag van bodembedreigende vloeistoffen boven een lekbak Artikel(en) Besluit 2.9 Artikel(en) Regeling 2.4, derde lid
Een lekbak waarin vloeibare bodembedreigende stoffen in verpakking of in een opslagtank wordt opgeslagen, heeft een opvangcapaciteit van ten minste 110% van de inhoud van de grootste verpakkingseenheid of opslagtank, met dien verstande dat de opvangcapaciteit ten minste 10% is van de inhoud van alle opgeslagen stoffen.
Constatering
De verpakkingen met bodembedreigende vloerstoffen zijn niet boven lekbakken van voldoende grootte opgeslagen. Wel zijn deze boven een vloeistofkerende vloer opgeslagen. Echter hierbij wordt geen incidentenmanagement toegepast (artikel 2.3 van de Activiteitenregeling).
Maatregel
U moet ervoor zorgdragen dat de verpakkingen met bodembedreigende vloeistoffen worden opgeslagen boven een lekbak van voldoende grootte of incidentenmanagement toepassen.
De volledige tekst van de genoemde artikelen en voorschriften kunt u terugvinden op www.wetten.nl.
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
13
Het navolgende voorschrift, verbonden aan de op 11 januari 2019 omgevingsvergunning (verandering) worden niet, dan wel onvolledig, nageleefd:
Ontbreken van een opslagvoorziening voor de opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking Voorschrift
Vergunningvoorschrift 1.1.1 De opslag van verpakte gevaarlijke (afval)stoffen die vallen onder de ADRVoorschrift(en) PGS 15 categorieën zoals genoemd in de richtlijn PGS 15:2016 moet in de speciaal daarvoor bestemde ruimten plaatsvinden en moet, voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk 3 van voornoemde richtlijn, met uitzondering van de voorschriften van de paragrafen 3.4.4 {hygiëne, 'good housekeeping'), 3.8 (explosieveiligheid}, 3.19.2 tot en met 3.19.4 (nooddouche en oogspoelvoorziening, persoonlijke beschermingsmiddelen en bedrijfshulpverlening BHV). 1.1.1
Voorschrift 3.3.1 van de PGS 15 Verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-stoffen moeten worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening. De noodzakelijke werkvoorraad is hiervan uitgezonderd. Constatering
In het zuigerhuis wordt 60 liter aan benzine in diverse verpakkingen opgeslagen. Daarnaast wordt minimaal 1.000 liter aan ProPhorse SA Exclusive in een IBC opgeslagen. Zowel benzine als ProPhorse worden aangemerkt als gevaarlijke stof. Deze gevaarlijke stoffen worden niet opgeslagen in speciaal daarvoor bestemde ruimten, die voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk 3 van de PGS 15.
Maatregel
U moet ervoor zorgen dat de binnen uw inrichting opgeslagen gevaarlijke stoffen, niet zijnde werkvoorraad, worden opgeslagen in één of meerdere opslagvoorzieningen, welke voldoen aan hoofdstuk 3 van de richtlijn PGS 15.
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
14
De navolgende voorschriften, verbonden aan de op 11 januari 2019 omgevingsvergunning (verandering) zijn aan de orde geweest:
Vakbekwaamheid voor de opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking Vergunningvoorschrift 1.1.1 Voorschrift De opslag van verpakte gevaarlijke (afval}stoffen die vallen onder de ADR1.1.1 categorieën zoals genoemd in de richtlijn PGS 15:2016 moet in de speciaal Voorschrift(en) PGS 15 daarvoor bestemde ruimten plaatsvinden en moet, voldoen aan de 3.14.1 voorschriften van hoofdstuk 3 van voornoemde richtlijn, met uitzondering van de voorschriften van de paragrafen 3.4.4 (hygiëne, 'good housekeeping'), 3.8 (explosieveiligheid}, 3.19.2 tot en met 3.19.4 (nooddouche en oogspoelvoorziening, persoonlijke beschermingsmiddelen en bedrijfshulpverlening BHV). Voorschrift 3.14.1 van de PGS 15 Indien in een inrichting meer dan 2 500 kg verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen worden opgeslagen, moet tijdens het verrichten van werkzaamheden met gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen in een opslagvoorziening minimaal één door het bedrijf aangestelde deskundige in de inrichting aanwezig zijn. Deze deskundige moet aantoonbaar voldoende vakbekwaamheid hebben op het gebied van het omgaan met en het met aanwezige middelen bestrijden van een incident met de aanwezige gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen. Informatie over de vakbekwaamheid van de deskundige moet binnen de inrichting aanwezig zijn. Constatering
In de loods wordt meer dan 10.000 kg aan gevaarlijke stoffen opgeslagen. U of één of meerdere van uw medewerkers is niet aantoonbaar deskundig op het gebied van het omgaan met gevaarlijke stoffen.
Maatregel
Indien meer dan 2.500 liter aan gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, moet u aantonen dat u of één of meerdere van uw medewerkers voldoende vakbekwaam is op het gebied omgaan met gevaarlijke stoffen. Indien niet het geval is, moet u ervoor zorgdragen dat dit zo snel mogelijk gebeurt.
Stoffenjournaal voor de opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking Vergunningvoorschrift 1.1.1 Voorschrift De opslag van verpakte gevaarlijke (afval}stoffen die vallen onder de ADR1.1.1 categorieën zoals genoemd in de richtlijn PGS 15:2016 moet in de speciaal Voorschrift(en) PGS 15 daarvoor bestemde ruimten plaatsvinden en moet, voldoen aan de 3.15.1 voorschriften van hoofdstuk 3 van voornoemde richtlijn, met uitzondering van de voorschriften van de paragrafen 3.4.4 (hygiëne, 'good housekeeping'), 3.8 (explosieveiligheid), 3.19.2 tot en met 3.19.4 (nooddouche en oogspoelvoorziening, persoonlijke beschermingsmiddelen en bedrijfshulpverlening BHV). Voorschrift 3.15.1 Indien in een inrichting meer dan 2 500 kg verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen worden opgeslagen, moet per opslagvoorziening een representatiefjournaal aanwezig zijn. Dit journaal moet de hulpverlenende
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
15
diensten een beeld geven van de te verwachten gevaren als gevolg van de opgeslagen stoffen. Dit journaal moet direct toegankelijk zijn. Constatering
In de loods wordt meer dan 2.500 kg aan gevaarlijke stoffen opgeslagen. Binnen uw inrichting is geen journaal voor de opslag van gevaarlijke stoffen aanwezig. Tijdens de controle kon dit journaal niet worden getoond.
Maatregel
Indien meer dan 2.500 liter aan gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, moet u ervoor zorgdragen dat binnen uw inrichting een journaal met de te verwachten gevaren als gevolg van de opgeslagen stoffen, welke voldoet aan voorschrift 3.15.1 van de richtlijn PGS 15, per opslagvoorziening aanwezig is.
De volledige tekst van de genoemde artikelen en voorschriften kunt u terugvinden op www.wetten.nl en www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl. 4.
BRIKS
Tijdens het bezoek is vanuit de signaalfunctie ook gekeken naar de BRIKS aspecten. De signaalfunctie is vooral gericht op de bouwaspecten en brandveiligheidsaspecten in de gebruiksfase zoals stellingen, doorvoeren, legioblokken, vluchtroutes, nooddeuren en brandblusmiddelen. Tijdens het bezoek zijn geen bijzonderheden geconstateerd die een nader onderzoek nodig maken.
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
16
Bijlage 1: Foto's d.d. 9 maart 2023
Foto 1: Opslagtank voor dieselolie in het (voormalige) zuigerhuis
Foto 2: Opslag van gevaarlijke en/of bodembedreigende stoffen in het magazijn
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
17
Foto 3: Opslag van werkvoorraad (met dossierunits) aan gevaarlijke en/of bodem bedreigende stoffen in het magazijn
]_
'
I
i._, Ir
l
.,,
.
..f .
e
1 Foto 4: Opslag van Benzine (Aspen) in het (voormalige) zuigerhuis
ODBN,
23-03-2023
Kenmerk
Z/189460
18