Bijlage bij toelichting 08-Dorpsplan Ravenstein 2006
Tekst van het document
Dorpsplan
Ravenstein Demen, Dieden, Deursen-Dennenburg, Huisseling en Neerlangel
DORPSPLAN Ravenstein, Demen, Dieden, Deursen-Dennenburg, Huisseling en Neerlangel In opdracht van de gemeente Oss
Amsterdam / Houten juli 2006
Piraeusplein 37-39 1019 NM Amsterdam T 020-4194169
F 020-4190617
E bureau@strootman.net
I
www.strootman.net
Papiermolen 5 3994 DH Houten T 030 6927090
F 030 6927099
E info@laaglandadvies.nl
I
www.laaglandadvies.nl
Nijmegen Wijchen Ravenstein
Oss
Grave
Cuijk
Uden Plangebied: 1.700 ha.
INHOUD Samenvatting 1.
Inleiding
5
2.
Visie
9
3.
Uitwerkingen:
21
a) Ontwikkelingskader en hoofdstructuur
22
b) Kernen
35
c) Inrichtingsopgaven
63
d) Spelregels voor de openbare ruimte
71
Uitvoeringsprogramma en planningsschema
80
4.
Bijlage: Inventarisatie en analyse
83
a) Ontwikkelingsgeschiedenis
85
b) Beleidskader
93
c) Ruimte
97
d) Leefbaarheid
103
e) SWOT
113
Geraadpleegde (beleids-)stukken
116
Colofon
118
luchtfoto van het plangebied
4
SAMENVATTING De kernpunten uit dit Dorpsplan kunnen we als volgt
en prioriteiten aan. Duidelijk is dat het stadje
Het landelijk gebied is kostbaar en moet zijn
samenvatten:
Ravenstein de hoofdkern is met de belangrijkste
oorspronkelijke openheid behouden, zowel in de
functies. In de overige kernen komt het er vooral
kernen als de komgebieden en de uiterwaarden.
Ravenstein is een kostbaar oud stadje aan de Maas
op aan de scholen te behouden, de bestaande
De dorpen mogen niet op slot. Ze mogen groeien,
en moet dat blijven. De waarde van het plangebied
gemeenschapsvoorzieningen in stand te houden
maar dan wel op een dorpse wijze. Subtiel inbreiden
wordt vooral bepaald door de combinatie van het
(met name de Vlaam) en te zorgen dat overige
is dan ook het uitgangpunt voor het zoeken van
historische Stadje met het landelijke buitengebied.
voorzieningen goed bereikbaar dan wel leverbaar
toekomstige bouwlocaties.
Want ’t Stadje te midden van de rust, ruimte en
zijn. Steunpunten voor gemengde commerciële en
schoonheid van het landelijke gebied is aantrekkelijk
niet–commerciële voorzieningen moeten worden
voor zowel bewoner als toerist. Behoud en
onderzocht als oplossing voor het landelijk gebied.
versterking van de leefbaarheid en de ruimtelijke
Ruimtelijk moet het stedelijke karakter van ‘t
kwaliteit zijn het kernthema. Het Dorpsplan legt
Stadje worden gekoesterd. Vooral in de rand van
het zwaartepunt bij de toeristisch-recreatieve
‘t Stadje (Waterfront, vestingwerken) is nog veel
ontwikkeling van het gebied maar schept ruimte
winst te behalen voor het verhogen van haar
voor een bredere ontwikkeling van de economie. De
aantrekkelijkheid. Dat levert bij een zo kleine schaal
Reconstructie van het buitengebied is daarvoor een
veel uitdagingen op! Er moet vooral een evenwicht
belangrijke drager.
worden gevonden tussen rust en levendigheid, tussen
Een veelzijdig samengestelde bevolking met
wonen en economische activiteit, wil het plangebied
voldoende jonge aanwas heeft een gedifferentieerd
ook aantrekkelijk zijn voor mensen van elders, zowel
woningaanbod nodig. Voor het Dorpsplan heeft
toeristen als mensen die zich er willen vestigen.
bouwen om te wonen dan ook een hoge prioriteit.
Want alleen met eigen bewoners redt Ravenstein het
Starterswoningen om de ontgroening tegen te gaan,
niet meer, nu een stagnerende bevolkingstoename de
seniorenwoningen om de vergrijzing op te vangen.
landelijke trend is. De uitbreidingen van Ravenstein
En een zorgstructuur die welzijn en zorg op maat zo
(bedrijventerrein en woonwijken) moeten ruimtelijk
dicht mogelijk bij huis kan brengen.
worden verbeterd. Er zijn binnen de bestaande
De voorzieningen staan onder druk. Het Dorpsplan
bebouwingsgrenzen ontwikkelingsmogelijkheden,
brengt ze in beeld en geeft ontwikkelingsrichtingen
zoals bij De Kolk. 5
OPZET VAN HET DORPSPLAN
Om “snel met de deur in huis te vallen” heeft dit
Pas daarna vindt u in de bijlage de “Inventarisatie en
Dorpsplan eigenlijk een omgekeerde volgorde.
analyse”. Hierin wordt de ontwikkelingsgeschiedenis
Na een beknopte samenvatting geeft het eerst
van Ravenstein en omgeving beschreven (deel a).
in hoofdstuk 2 een visie op de toekomstige
Daarna wordt het beleidskader beschreven (deel
ontwikkeling van het plangebied Ravenstein (inclusief
b) en volgt een ruimtelijke analyse (deel c). In dit
buitengebied en de kernen dus). Onderdeel daarvan
deel en in de Leefbaarheidsanalyse (deel d) zijn ook
is de gewenste ruimtelijke hoofdstructuur van het
de resultaten van de diverse bewonerswerkgroepen
gebied. Deze visie wordt in hoofdstuk 3 uitgewerkt in
verwerkt. Deel d gaat ten slotte nader in op wonen
een reeks ruimtelijke voorstellen en voorstellen voor
en leefbaarheid in het plangebied. De analyse mondt
leefbaarheid. Deze worden gepresenteerd op vier
uit in een verzameling sterke en zwakke punten,
schaalniveaus: Ontwikkelingskader en hoofdstructuur,
kansen en bedreigingen (schema SWOT). De bijlage
kernen, inrichtingsopgaven, en enkele spelregels op
biedt hiermee een overzicht van alles wat er speelt,
straatniveau. In het Uitvoeringsprogramma met de
kan gaan spelen en speelde in het plangebied, voor
daarbij horende tabellen in hoofdstuk 4, worden de
zover relevant geacht voor het Dorpsplan. Het is een
belangrijkste onderwerpen en opgaven beschreven,
reservoir vol informatie, dat u tijdens het lezen als
die de komende jaren moeten worden aangepakt.
een naslagwerk kunt raadplegen.
HOOFDSTUK 1. INLEIDING Voor u ligt het Dorpsplan voor Demen, Deursen-
de gemeente over het Dorpsplan. De dorpsraad is
bijeenkomsten van de werkgroepen zijn er drie
Dennenburg, Dieden, Huisseling, Neerlangel en
immers een bestuurlijke schakel tussen de dorpen en
bewonersavonden georganiseerd: bij de start, de
Ravenstein en het tussenliggende landelijk gebied
het gemeentebestuur. De gemeente heeft de leden
tussenstand en het Dorpsplan.
(het geografische werkgebied van de dorpsraad
van de dorpsraad benoemd.
Ravenstein). Dit Dorpsplan slaat een brug tussen
Een belangrijk deel van inventarisatie en analyse
Het Dorpsplan Ravenstein staat niet op zichzelf.
het gemeentelijk beleid en de behoeften en
voor dit Dorpsplan is ingebracht door de bewoners,
Bewonerswensen en bestaand beleid moeten op
wensen in de dorpen. Het Dorpsplan heeft geen
lokale organisaties en ondernemers. In vijf
elkaar worden afgestemd. Uitgangspunten zijn
juridische status maar biedt wel een agenda voor
werkgroepen hebben zij een schat aan lokale kennis
onder andere het provinciaal beleid, de zogenaamde
de toekomst. Het Dorpsplan bevat de toekomstvisie
van het plangebied bijeengebracht, zowel op het
‘Top 10’ met wensen van de dorpsraad Ravenstein,
op het plangebied en een uitvoeringsprogramma.
gebied van ruimte als van leefbaarheid. Ook is een
de Toekomstvisie Oss 2020 en de ruimtelijke
Het zet de koers uit. Maar er staat bijvoorbeeld
groot aantal voorstellen gedaan. De werkgroepen
Structuurvisie Oss 2020. In de Toekomstvisie is de
geen uitgewerkt ontwerp in voor een wegkruising
hebben zich in een aantal bijeenkomsten gebogen
ambitie uitgesproken dat Oss vitale dorpen blijft
of voor een nieuwbouwlocatie. Het betekent dus
over de thema’s Wonen en Huisvesting, Sociale
houden: dorpen waar inwoners, verenigingen,
dat dit Dorpsplan lang niet voor alle problemen
Kwaliteit, Voorzieningen, Werken en economie, en
ondernemers en gemeente samen invulling geven
een korte-termijn oplossing biedt. Zo kan het zijn
Infrastructuur en Openbare ruimte. Opbouwwerk
aan het sociale klimaat en gemeenschappelijke
dat bouwplannen nog vrij lang moeten wachten
en de wijkcontactambtenaar zorgden voor
activiteiten.
op de herziening van bestemmingsplannen. Het
ondersteuning. Van al deze informatie is bij het
Het Dorpsplan Ravenstein is er, maar daarmee is
actiegerichte karakter van het Dorpsplan komt vooral
maken van dit Dorpsplan dankbaar gebruik gemaakt.
de klus nog niet geklaard. Er ligt een visie op de
tot uitdrukking in het Uitvoeringsprogramma. Hierin
Een groot deel van de voorstellen kon integraal
ruimtelijke ontwikkeling en leefbaarheid in het
worden prioriteiten gesteld en probleemeigenaren
worden overgenomen. Soms wijkt het Dorpsplan
gebied en er zijn voorstellen voor de komende
en/of projecttrekkers aangewezen.
af van de voorstellen van de bewoners. Over die
periode geformuleerd. Feitelijk staan gemeente
onderdelen is in de openbare bijeenkomsten met
Oss, dorpsraad Ravenstein, bewoners en andere
Het Dorpsplan is een goed voorbeeld van hoe
de bewoners gediscussieerd. Waar noodzakelijk
organisaties en instellingen nu aan het begin van de
binnengemeentelijke democratie en het wijkgericht
of verhelderend, is in de tekst aangegeven welke
uitvoering. Het Dorpsplan kijkt immers vijftien jaar
werken in de praktijk werkt. De dorpsraad
informatie van de bewoners afkomstig is. Voor
vooruit. Voor iedere betrokkene biedt het Dorpsplan
Ravenstein is nauw bij het planproces betrokken
degene die graag kennis wil nemen van de letterlijke
met uitvoeringsprogramma uitgangspunten voor het
geweest doordat enkele leden een vaste plaats
inbreng van de bewonerswerkgroepen, zijn de
geven van handen en voeten aan eigen projecten en
in de ambtelijke projectgroep hadden en heeft
verslagen van alle bijeenkomsten bij de gemeente
activiteiten. Er zijn immers concrete acties voor de
advies uitgebracht aan het College van B&W van
en de dorpsraad gebundeld beschikbaar. Naast de
korte termijn benoemd.
HOOFDSTUK 2. VISIE Waar moet het heen met het plangebied van Ravenstein en waarom? Zo eenvoudig de vraag, zo gecompliceerd is het antwoord. Hieronder vatten we onze visie kernachtig samen. In de bijlagen hebben we al het onderliggende materiaal gebundeld. In hoofdstuk 3 staan de uitwerking van deze visie en de ontwikkelingskaders uitvoerig beschreven. In bijlage 1 staan de Inventarisatie en analyse.
Wat is leefbaarheid? •
zowel in prijs als in woonvorm (huur, koop en
samen verantwoordelijk voelen voor hun kern,
tussenvormen)
kans geeft een eigen, zakelijke carrière te
Differentiatie ook in woningtypen:
ontwikkelen
die zowel individueel als gezamenlijk een
•
toekomstperspectief hebben, en die over de
starterswoningen, seniorenwoningen, reguliere
middelen beschikken om dat perspectief zowel
gezinswoningen
•
Een zorgvuldige overgang van agrarische productie naar agrarische productie en
individueel als gezamenlijk te ontwikkelen. Bij
natuurbeheer
de kern hoort ook het omliggende buitengebied.
Dit betekent voor de sociale samenhang:
Omdat de kwaliteiten van kernen en buitengebied
•
Sterke sociale cohesie
kwetsbaar zijn, is het begrip ‘duurzaam’ op alle
•
Sterk verenigingsleven
(beoogde) ontwikkelingen van toepassing.
•
Sterke sociale structuren op het terrein van zorg
Dit betekent voor infrastructuur en openbare
en welzijn
ruimte:
Zelfbewustzijn over de natuurlijke en
•
In het Dorpsplan Ravenstein staat de leefbaarheid centraal. De ruimtelijke en de sociaal-
•
economische componenten zijn naast elkaar
Dit betekent voor welzijn:
elk programmaonderdeel levert een bijdrage aan
•
de verbetering van het totaal.
Voldoende voorzieningen op het gebied van zorg,
Een dorpse ontwikkeling van de kernen en een landelijke ontwikkeling van het buitengebied
•
Een ontsluiting die (nieuwe) ontwikkelingen faciliteert (denk bijvoorbeeld
veiligheid
aan padenstelsels en natuur- en
Draagkrachtige infrastructuur voor zorg en
recreatieontwikkeling, economische
Een voldoende en gedifferentieerd
welzijn (mantelzorg, sociale en sociaal-culturele
ontwikkeling en verkeer en vervoer enz.)
woningaanbod, als thuisbasis voor een
netwerken)
•
veelzijdig samengestelde bevolking
•
Een samenhangende ontwikkeling van kernen en buitengebied
welzijn, onderwijs, gemeenschapsactiviteiten en
Dit betekent voor het wonen:
•
Een zorgvuldige ontwikkeling van toeristischrecreatieve waarden
•
opgaven en het programma met elkaar verweven:
•
•
cultuurhistorische waarden van de kern
geïnventariseerd en geanalyseerd, maar zijn in de
10
Bedrijvigheid die ook (jonge) bewoners de
In een leefbaar dorp wonen mensen die zich
Plaats voor eigen bewoners en plaats voor
Dit betekent voor de lokale economie:
nieuwe bewoners, die nodig zijn om de
•
Bedrijvigheid die bijdraagt aan een landelijke en
leefbaarheid te behouden
dorpse kern, waarin ook het dagelijks leven vitaal
Differentiatie van het woningaanbod,
is en niet slaapt
DOELSTELLING Het Dorpsplan is het richtsnoer om Ravenstein en het landelijk gebied duurzaam leefbaar te houden.
6. ‘t Stadje is door haar monumentenstatus statisch en dreigt louter een woonmilieu te worden. 7. De Reconstructie van het landelijk gebied is een
huisvesten. 4. De kracht van het plangebied zit in de evenwichtige samenhang van (cultuur-)historie,
PROBLEEMSTELLING
gigantische opgave met een grote ruimtelijke en
natuurontwikkeling en agrarisch gebruik, met
Wat zijn de problemen in het plangebied?
sociaal-economische impact. Hij moet dan ook
elkaar een aantrekkelijke basis voor versterkte
1. De landelijke trends: vergrijzing en ontgroening. Vergrijzing is een ontwikkeling die vooral een antwoord vraagt op het gebied van wonen en zorg. Ontgroening – het wegtrekken van de
deel uitmaken van het dorpsontwikkelingsplan. 8. In de kernen in het buitengebied zijn weinig ontwikkelingsmogelijkheden. 9. Ravenstein ligt ingekneld tussen A50, de
toeristisch-recreatieve ontwikkeling. 5. Wat we dus nodig hebben: dorpen die zich natuurlijk en op een open wijze ontwikkelen in een landelijke, agrarische en natuurlijke
jeugd – is een probleem, waarvoor een oplossing
Maas, de spoorlijn en Huisseling. Inbreiden en
omgeving, rondom het ruimtelijk naar binnen
moet worden gezocht in huisvesting voor
herstructureren is daarom het devies. Maar wie
gerichte en meer besloten stadje.
starters en jonge gezinnen, maar ook in een
de ruimte heeft, wil die graag behouden. Daarom
ontwikkelingsperspectief.
doet inbreiding vaak pijn.
3. Het achterblijven van woningbouwprojecten bij
behouden en waar mogelijk versterken. Groei zal altijd bescheiden zijn. Ravenstein is hoofdkern,
2. Het voorzieningenniveau is kwetsbaar en loopt terug.
6. De kleine kernen moeten hun kenmerken
UITGANGSPUNTEN Wat betekent leefbaarheid (zie kader) voor het
en zal het meeste groeien. 7. Een leefbaar plangebied heeft ook een sociaal-
prognoses en plannen heeft tot grote achterstand
plangebied?
economisch ontwikkelingsperspectief. De hele
geleid. Lange planprocedures spelen in deze
1. Leefbaarheid heeft ruimte nodig. Anders gezegd:
gemeenschap (van jong tot oud) heeft het hele
zonder een duurzame ruimtelijke ontwikkeling
gebied 24 uur per etmaal actief in gebruik en
geen duurzame leefbaarheid.
beheer voor hun eigen welzijn.
vertraging een belangrijke rol. 4. Dorpse en landelijke buitenruimten hebben andere kwaliteiten dan suburbane buitenwijken.
2. De kansen zitten vooral in de ontwikkeling
Recente ontwikkelingen (verkeersmaatregelen en
van het landschap en de agrarische sector (de
routinematige aanpassingen dreigen dat verschil
Reconstructie); de bedreigingen zitten vooral in
te nivelleren.
de landelijke trends: ontgroening en vergrijzing.
8. Voor leefbaarheid heb je ook een gedifferentieerd woningaanbod nodig. 9. Hoe meer cohesie de gemeenschap kent, hoe meer verantwoordelijkheid die gemeenschap zelf
5. Het behoud van het bestaande enerzijds en de
3. De stagnering van de bevolkingsgroei kun je met
voor de leefbaarheid kan en moet dragen.
wens tot ontwikkeling anderzijds kan leiden tot
dit plan niet beïnvloeden. Het plangebied moet
10. Pas het subsidiariteitsbeginsel onverkort toe:
impasses die het proces lam dreigen te leggen.
dus concurreren en zichzelf zo aantrekkelijk
regel op een hoger bestuurlijk niveau alleen
Met het Dorpsplan als leidraad moeten partijen er
maken dat jonge mensen van elders willen
datgene wat op het lagere niveau niet (goed)
uit proberen te komen.
komen. Daarnaast moet je je eigen mensen
geregeld kan worden. 11
HOE ZIEN WE HET PLANGEBIED?
een kwetsbaar evenwicht tussen de ontwikkeling
Het stadje contrasteert daarom mooi met de
De identiteit van het plangebied wordt bepaald door
en de exploitatie van deze eigenschappen. Maar de
omliggende kernen en het buitengebied. Zo kan het
het landschap en de historische kern van Ravenstein.
woonfunctie mag de werkfunctie nooit verdrijven:
stadje als levendige kern het middelpunt zijn van
Het heeft twee sferen: het natuurlijke landelijke
dat zou het stedelijk karakter doen verbleken en een
een toeristisch en agrarisch sterk buitengebied waar
gebied met de kleinere kernen met daarin als een
cultuurhistorische breuk veroorzaken. Stedelijkheid
rust de schoonheid van de ruimte beheerst.
´eiland´ ‘t Stadje Ravenstein met zijn uitbreidingen.
impliceert immers een mix aan functies, dynamiek
Tot voor kort was Ravenstein de hoofdkern van
Ravenstein is vooral stedelijk en suburbaan. Het
en verandering. De overige kernen hebben vooral
een zelfstandige gemeente. Nu ligt de bestuurlijke
landelijke deel wordt vooral bepaald door de Maas.
een woonfunctie, maar maken ook deel uit van
verantwoordelijkheid bij de gemeente Oss. Sinds
Op alle planniveaus moet ruimte zijn voor de invloed
de infrastructuur van het buitengebied (fysiek,
de dualisering stelt de gemeenteraad de kaders
van de Maas op het landschap. Het landschap en de
economisch en sociaal). De bewoners van het
en toetst ze of het beleid binnen die kaders wordt
historische kern van Ravenstein zijn de kwaliteiten
plangebied zijn vooral georiënteerd op Oss
ontwikkeld en uitgevoerd. Het contact tussen burger
van het gebied.
en Nijmegen (Wijchen), steden met een hoog
en bestuur moet zich vooral op het niveau van de
voorzieningenniveau.
volksvertegenwoordiging, dus de gemeenteraad,
Over ’t Stadje zelf zegt het Dorpsplan weinig. Er
12
afspelen. De verhouding tussen dorpsraad en
is namelijk al een uitstekend Beeldkwaliteitsplan
HOE ZIEN WE HET PLANGEBIED BESTUURLIJK?
bewoners van het plangebied enerzijds en de
inbreidingslocaties en Bestemmingsplan (nog in
Ravenstein heeft vergeleken bij de overige kernen
gemeente Oss anderzijds zou dezelfde moeten zijn:
concept) voor gemaakt door bureau Cuypers. Voor
een stedelijk karakter: een beetje regentesk,
de gemeente stelt de kaders en toetst, de dorpsraad
de randen van ‘t Stadje is veel minder beschreven,
meer middenstander dan ondernemer, en meer
en waar mogelijk bewoners vullen in, werken
terwijl daar nog veel winst is te behalen. Daar gaan
dienstverlenend dan producerend. Ook qua
uit en voeren uit. De diverse belangengroepen
we dus wel op in.
infrastructuur is het stedelijk: dicht bebouwd,
waken terecht over de vele kostbaarheden die het
en besloten, naar binnen gericht. Doordat het
plangebied te bieden heeft. Het risico daarvan is
HOE ZIEN WE DE POSITIE VAN DE KERNEN?
een erg klein stadje is kent ons ons. Dat is dorps.
dat er zo stevig posities in worden genomen dat
Ravenstein is de hoofdkern met de belangrijkste
Maar ondanks de korte lijnen kent het toch een
er uiteindelijk niets gebeurd. Om stagnatie te
voorzieningen. Het is ook een stadje met een meer
overlegcultuur. Het heeft dan ook allerlei actieve
voorkomen – waardoor bijvoorbeeld een ongewenste
stedelijke leefstijl dan de omliggende kernen. We
belangengroepen die zich bezighouden met
ontwikkeling tot slaapstadje zou kunnen optreden
zien voor deze stad een levendige ontwikkeling,
specifieke zaken zoals de Heemkundekring land
– moeten er keuzes worden gemaakt. Het motto
waarin ook ruimte is voor economische ontwikkeling
van Ravenstein en de Stichting Belangengroep Stad
daarbij moet zijn: behoud door ontwikkeling!
en toerisme. Omdat de kenmerken van het gebied
Ravenstein. En Ravenstein is statusgevoelig en
schoonheid, rust en ruimte zijn, is er sprake van
statusbewust! Dat is weer stedelijk.
HOE ZIEN WE WONEN EN LEEFBAARHEID?
dure locaties woningen en werkruimte betaalbaar
ten dienste staan van de leefbaarheid. Ravenstein
De Structuurvisie Oss 2020 streeft naar levende
door appartementen (´dorps´, dus veelal
moet zich richten op een basis voorzieningenniveau
dorpenclusters. Ten behoeve van de leefbaarheid
grondgebonden) en verzamelgebouwen voor wonen
voor de bewoners van het hele plangebied en
krijgt Ravenstein meer bouwmogelijkheden
en werken te bouwen. Daarbij willen we zoveel
speciale, exclusieve voorzieningen die zich richten
dan in het vigerend provinciaal beleid. Volgens
mogelijk levensloopbestendig bouwen, wat in
op het toerisme. Hiermee kan het zich onderscheiden
de Structuurvisie past het versterken van de
principe voor elke nieuwe woning mogelijk is.
en aantrekkelijk zijn voor een groot achterland.
kern Ravenstein, met De Kolk als belangrijkste
Leefbaarheid vereist ook een goede zorgstructuur.
‘Alle’ voorzieningen willen is niet realistisch,
ontwikkelingslocatie, in een planologische visie die
Ravenstein kan in het plangebied een steunpunt
kleinschaligheid kent zijn tol. In Oss en Nijmegen
de ontwikkelingspotenties van Ravenstein benut
vormen voor de zorgvoorziening in de hele regio. Dat
(Wijchen) zijn veel goed bereikbare voorzieningen,
en versterkt. Het kan daarmee een karakteristiek
biedt niet alleen een antwoord op de toenemende
die mogelijke leemten kunnen invullen. Combinaties
woon- en werkstadje met complete voorzieningen en
vergrijzing en de toenemende behoefte aan
van kleinschalige commerciële en niet-commerciële
een centrumfunctie voor het oostelijk deel van het
welzijnsvoorzieningen en zorg. Het kan tevens
voorzieningen kunnen wel levensvatbaar zijn. Diverse
landelijk gebied van Oss blijven.
economie en bedrijvigheid versterken, want ook aan
instellingen en bijvoorbeeld de Rabobank willen daar
Ondanks het gelijkblijvende inwonertal neemt
welzijn en zorg hebben veel mensen hun handen vol.
graag over meedenken.
vergrijzing en doordat steeds meer jongeren eerder
HOE ZIEN WE VOORZIENINGEN EN LEEFBAARHEID?
HOE ZIEN WE LEEFBAARHEID EN WERKEN?
zelfstandig èn langer alleen wonen steeds meer één-
Bouwen voor de instandhouding van (commerciële)
Leefbaarheid vraagt om een compleet palet:
en tweepersoons huishoudens bij. Daar moet het
voorzieningen op zich is geen realistische optie.
sociaal, economisch en fysiek. In ‘t Stadje dreigt
woningbouwprogramma op inspelen. De Woonvisie
Het principe van de economie blijft immers groei.
de economie in het slop te raken ten faveure van
van de gemeente die nu in productie is werkt dat
Bouwen en voorzieningen instandhouden doe je
het wonen. Toch blijkt ook het leeuwendeel van de
verder uit. Een gevarieerd woningaanbod vraagt om
omwille van de leefbaarheid. Ondernemersruimte
bewoners aan (nieuwe) economische ontwikkeling
bouwen voor (eigen) nieuwe aanwas bouwen voor
scheppen voor individuele starters draagt daar
te hechten. In zo’n kleine binnenstad past het om
eigen starters (zowel huur als koop) en voor starters
bijvoorbeeld aan bij. Dat versterkt de infrastructuur
de commerciële voorzieningen (zowel Horeca als
en jonge gezinnen van buiten. Doorstroming kan ook
van de voor de leefbaarheid onmisbare bedrijvigheid.
andere) door de hele binnenstad te verspreiden.
ruimte voor nieuwe import opleveren. Maar er moet
En het levert hopelijk nieuwe gezinnen op, die straks
Daarmee zijn ook in het hele historische Stadje
altijd ruimte zijn voor de eigen bewoners.
de kinderen naar school sturen.
wonen, voorzieningen en werken gemengd. In het
De combinatie van betaalbaar wonen met
Omdat zowel de kernen als het buitengebied erg
stedelijke gebied passen dienstverlenende functies
werkruimte geeft starters kansen en biedt
kwetsbaar zijn en snel hun aantrekkelijkheid kunnen
die de toeristisch-recreatieve ambities voor de regio
tegenwicht tegen de vergrijzing. Maak zonodig op
verliezen, moeten (nieuwe) voorzieningen dus altijd
ondersteunen: horeca, ambacht en cultuur. Een
het aantal huishoudens toe. Er komen door de
13
14
middenstand die gericht is op aan het water en de
buitengebied. Daarvoor is De Bulk beschikbaar. Om
niet-commerciële voorzieningen op het gebied van
natuur gerelateerd recreatie en toerisme. Daarnaast
het stedelijke karakter van Ravenstein te handhaven
onderwijs en zorg. De scholen mogen niet verdwijnen
moet ‘t Stadje de historie blijven koesteren en
moet je ook de werkgelegenheid die De Kolk biedt
door afnemend leerlingental, en de zorg in de kernen
ontsluiten en verder inzetten op een sterk aanbod
zoveel mogelijk behouden, maar waar het kan op
moet mee ontwikkelen met de vergrijzing en de
cultuur. Het combineren van nieuwe ontwikkelingen
ambachtelijke wijze of ondersteunend voor de
extra-muralisering. (Extra-muralisering is langer
met oude cultuurhistorsiche waarden is een
regionale ontwikkelingen. Nieuwe bedrijvigheid
thuiswonen door ouderen met zorg aan huis.) De
moeizame weg maar wel de meest duurzame.
moet in het plangebied zoveel mogelijk ontstaan
consequenties voor de woningbouw zijn hierboven al
Ontwikkeling van toerisme en recreatie zijn
uit ondernemerschap. Nieuwe bedrijvigheid moet
beschreven.
in Nederland een algemene trend geworden.
ook aansluiten op de reconstructie van het landelijk
Het vrijwilligerswerk, het verenigingsleven, de
Terecht, want het hele landelijk gebied wordt een
gebied. Daar past niet alleen ambachtelijke
mantelzorg en de netwerken die dit dragen zijn van
toeristische attractie, waarvoor ook steeds meer
bedrijvigheid die zich voegt in het aanbod voor
essentieel belang voor behoud en ontwikkeling van
emplooi ontstaat (o.m. door de vergrijzing). Maar
de toerist. Ook nieuwe vormen van landbouw
de leefbaarheid. Maar ook die staan onder druk. De
Ravenstein e.o. heeft op dat gebied een extra
(productie van speciale gewassen en het leveren
maatregelen van dit Dorpsplan moeten er daarom
goede kans, omdat het gebied veel te bieden heeft.
van streekeigen producten) kunnen de economie
een impuls aan geven.
Bovendien ligt het gebied in een gunstige positie
versterken, bijvoorbeeld in en om de VAB’s in de
tussen steden. Het behoud van suburbane, dorpse,
kernrandzones.
landschappelijke en natuurlijke waarden in het
HOE ZIEN WE LEEFBAARHEID, INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE?
plangebied moet daarom bedreigende vormen van
HOE ZIEN WE LEEFBAARHEID EN SOCIALE STRUCTUUR?
Mobiliteit is essentieel voor de ontwikkeling, zowel
bedrijvigheid uitsluiten. Deze waarden vormen
De leefbaarheid in het hele plangebied is nu
voor de eigen bewoners als voor de ondernemers
immers de aantrekkelijkheid. Het Dorpsplan sluit aan
nog goed. Maar ontgroening en vergrijzing
als voor toerist en recreant. Lastig, want juist de
op ‘Verbonden aan de Maas’, de beleidsnota toerisme
zijn bedreigingen. Bovendien bedreigt de
onbereikbaarheid van vooral de landelijke delen
en recreatie van de gemeenten Oss en Lith. Hierin
schaalvergroting – en dus het vertrek - van vooral de
van het plangebied is een kwaliteit. Daardoor
wordt onder meer speciale aandacht geschonken aan
commerciële voorzieningen het voorzieningenniveau
zijn de hechte gemeenschappen en de verstilde
allerlei vormen van routegebonden recreatie.
in de kernen. Die ontwikkeling kun je met
landschappen ontstaan. Op de lange termijn moet de
Maar de werkgelegenheid – zeker niet alleen de
woningbouw niet keren: voor commerciële
toename van de mobiliteit dan ook niet kritiekloos
toeristisch – recreatieve - moet je niet alleen
voorzieningen zul je leefbare alternatieven moeten
worden aanvaard. Op dit moment zijn mobiliteit en
handhaven, maar ook ontwikkelen, behalve
zoeken door combinaties met niet-commerciële
ontsluiting randvoorwaarden voor zowel het behoud
wanneer hij niet past in de kleine schaal van de
voorzieningen op kleinere schaal. Het Dorpsplan
als de ontwikkeling van het plangebied.
kernen of in de landschappelijke kwaliteit van het
moet daarnaast vooral de nadruk leggen op de 15
Wat is “dorps”? Dorpsgemeenschap
Dorpsranden
Dorpse kavels
Een dorpsgemeenschap is een hechte gemeenschap,
Dorpsranden zijn het gezicht van een dorp. Ze zijn
Dorpse kavels zijn ruim met ruimte voor grote bomen.
waarin alle bewoners van het dorp, zonder aanziens des
composities van gebouwen en beplanting. Landschap
Het openbaar gebied is klein. Ruime kavels, uitbreidbare
persoons, samen een deels door traditionele, deels door
en bebouwing groeien als geheel en kunnen alleen als
en splitsbare woningen en veel ruimte voor bijgebouwen
moderne sociale verbindingen geborgde gemeenschap
samengesteld geheel worden ontworpen. Dorpse randen
leggen de basis voor nieuwe gemengde dorpsbuurten.
vormen.
zijn niet hard maar vormen een geleidelijke overgang van
Dorpse architectuur
Dorpscohesie
dorp naar landschap. Het is vaak een ‘rafelzone’ waarin
Dorpse architectuur is niet nostalgisch of museaal, maar
In een dorp berust de sociale samenhang voor een deel
naast wonen ook andere functies als een paardenbak,
hedendaags. Dorps bouwen betekent ook het steeds
nog op intern overgeleverde dorpse waarden en normen.
moestuin en dergelijke liggen. In- of uitbreidingsplannen
opnieuw uitvinden van regionale architectuur. Traditie
Dorps leven
moeten ook visueel worden beoordeeld: hoe ziet de
blijft een levend begrip door vernieuwende architectuur
In een dorp leef je letterlijk en figuurlijk dicht bij elkaar.
nieuwe dorpsrand eruit, wat is de bijdrage aan het
met wortels in de cultuurgeschiedenis.
Je zit vaak in dezelfde vereniging, en je ziet in de kerk
landschap?
Dorpse menging
dezelfde mensen. Daar kun je tegen of niet!
Dorpse groei
Kleinschalige bedrijvigheid hoort in het dorp en worden
Dorps wonen
Dorpen groeien geleidelijk. De gemiddelde natuurlijke
bij voorkeur gecombineerd met woningen.
Dorps wonen is wonen met een dagelijks en
aanwas van de bevolking zou het bouwtempo moeten
Dorpse lucht
vanzelfsprekend contact met je buren en het landschap.
bepalen.
Dorpen hebben onbebouwde plekken in de vorm van
Dorpse rommeligheid
Dorpse kleinschaligheid
moestuinen, weitjes, begraafplaatsen, boomgaarden
In een dorp moet er ruimte zijn om “aan te rommelen”.
Dorpsbebouwing bestaat uit individuele huizen voor zeer
en grote tuinen, die ‘lucht’ brengen in de bebouwings-
Schuren, ponyweides, opstallen enz. moeten hun plek
uiteenlopende bewoners. Seriebouw is een uitzondering.
structuur. Dorpen hebben geen park.
hebben.
Dorpse verkaveling
Dorpse straten
Dorps landschap
Een dorpse verkaveling is een rijk mengsel van
Geen straat is standaard. Voetgangers, fietsers en auto’s
Dorpsontwikkeling is landschapsontwikkeling: een dorp
perceelvormen en –grootten. Door de groepering van
zijn gelijkwaardige verkeersdeelnemers. Straten zijn
bestaat niet zonder landschap, het is er in gebouwd en er
kavels ontstaan stedenbouwkundig unieke plekken.
smal.
van doordrongen. Bodem en geomorfologie liggen aan de
Rooilijnen verspringen. Woningen staan in linten, niet in
Dorpse vloer
basis van de dorpsstructuur.
vlekken.
De vloer van het dorp bestaat uit gebakken klinkers en gras. Geen beton en geen vakken met siergroen. Dorpse bomen In een dorp staan bomen die inheems zijn en breed en hoog kunnen uitgroeien. Ze staan vooral solitair.
Een andere randvoorwaarde voor een goed
kan er juist van alles veranderen. De kleine kernen
plangebied. Het Dorpsplan benadrukt dit verschil.
functioneren van ‘t Stadje is het verbeteren van de
en Ravenstein mogen niet op slot. De nieuwbouw,
Voor de uitbreidingswijken gelden andere spelregels
parkeervoorzieningen zowel functioneel als visueel.
vooral voor starters en senioren, is zeer urgent!
dan voor de dorpen.
De openbare ruimte vraagt om goed beheer, en niet
In de Structuurvisie Oss 2020 wordt voor de oeverwal
om grote ingrepen. Alleen de randen van ’t Stadje
gesproken over ‘landschappelijk aanvaardbare
De kleinschalige dorpse ontwikkeling
moeten flink worden opgepoetst. Voor het landelijk
intensivering met ruimtelijke en landschappelijke
staat overigens op gespannen voet met de
gebied is de dorpse schaal richtinggevend, voor de
kwaliteit als leidraad’. Met landschappelijk
woningbouwdoelstellingen. Betaalbaar bouwen
buitenwijken van Ravenstein een consequentere en
aanvaarbare intensivering wordt in het kader
doe je grootschalig en seriematig in vlekken of
ontspannen inrichting .
van dit Dorpsplan bedoeld dat er nieuwe vormen
vlakken. Dat is in strijd met wat het Dorpsplan wil.
De autobereikbaarheid is dankzij de snelwegafslag
van grondgebruik mogelijk zijn, voor zover die
Streekgebonden en kleinschalig ontwikkelen kost
nabij Ravenstein en de Dorpenweg uitstekend.
voortbouwen op de karakteristieken van het
extra energie en aandacht, maar levert kwaliteit
Ook het openbaar vervoer met het station
landschap. Bij nieuwe vormen van grondgebruik
op! Omdat kwaliteit langer meegaat, is het op lange
Ravenstein is goed geregeld. Het handhaven van
kan worden gedacht aan een kleinschalige menging
termijn toch voordeliger! Het vereist maatwerk en
het station is meer dan wenselijk. De fiets- en
van wonen, werken, recreatie en grondgebonden
de gemeente Oss is zich dat bewust. Het Dorpsplan
wandelbereikbaarheid is redelijk. De koppeling met
landbouw, in combinatie met de bestaande hoge
bevat de richtlijnen (Hoofdstuk 3) om het maatwerk
Herpen (Herperduin) moet beter.
landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
ruimtelijk te sturen.
Maar die nieuwe ontwikkelingen moeten kritisch en HOE ZIEN WE LEEFBAARHEID, INRICHTEN EN BOUWEN?
terughoudend tegemoet worden getreden. De goed
HOE ZIEN WE HET DORPSE BEELD VAN DE KLEINERE
Een van de belangrijkste opgaven van het
gelegen levensvatbare agrarische bedrijven in het
KERNEN?
Dorpsplan is het onderbouwen van de uitbreiding
komgebied worden grootschaliger. Op de oeverwal en
Alle ontwikkelingen in het landelijk deel van
van de woningvoorraad. Die uitbreiding is alleen
in delen van het komgebied verschuift de primaire
het plangebied (dus inclusief Huisseling) moeten
mogelijk met respect voor cultuurhistorie en
landbouw naar landbouw verweven met natuur
bijdragen aan een dorps beeld op dorpse schaal.
landschap. De verwevenheid van de kleine kernen
en recreatie. Kleinschalige woningbouw en nieuw
In het kader hiernaast is de ‘dorpse’ benadering
met het landschap moet centraal staan bij
landgebruik (kleinschalige recreatie en bedrijvigheid,
getypeerd. Niet uit nostalgie. Het is de bestaande
toekomstige ontwikkelingen. Maar het mag geen
landgoederen, alternatieve landbouw enz.) zijn
kwaliteit en identiteit van het plangebied die we
museumlandschap worden door alle ontwikkelingen
inpasbaar op de oeverwallen en in de kernen.
willen vasthouden en versterken.
te bevriezen. Wanneer er respectvol met het
’t Stadje en haar uitbreidingswijken hebben
landschap en haar cultuurhistorie wordt omgegaan
een totaal ander karakter dan de rest van het 17
ruimtelijke visiekaart Landschappelijke eenheden uiterwaard oeverwal terrasvlakte/ komgebied rivierduin oude Maasarm Structuurdrager snelweg spoor dijk Maas stadswal kerktoren molen Gewenste toekomstige ruimtelijke structuur open ruimte
Gewenste ontwikkelingen inbreidingslocatie wonen en voorzieningen zoekgebied wonen/werken NS
stationsgebied natuurontwikkeling verdichten met bomen natte natuurontwikkeling beplanting als vitrage herstructurering infrastructuur
18
RUIMTELIJKE VISIEKAART De ontwikkelingen in de komende 15 jaar moeten worden getoetst aan het Dorpsplan. Uiteraard zijn lang niet alle ontwikkelingen voor deze periode nu al duidelijk. In de hiernaast afgebeelde ruimtelijke visiekaart zijn daarom de grote lijnen uitgezet. Het geeft bijvoorbeeld aan waar kleinschalige ontwikkelingen mogelijk zijn en waar de openheid centraal staat. Deze ruimtelijke visiekaart is gefundeerd op vijf peilers. Deze peilers zijn voor de toekomstige ontwikkeling van het plangebied van groot belang. In het volgende hoofdstuk wordt de ruimtelijke visie nader toegelicht.
Peiler 1: De ondergrond De ondergrond is nog steeds een belangrijk sturend gegeven voor het gebruik van het landschap. De plekken waar wordt gewoond, waar grootschalige landbouw is, waar kerken staan etc. zijn in belangrijke mate bepaald door de ondergrond. Vrijwel overal in het plangebied is deze ondergrond nog steeds afleesbaar in het gebruik, dat is een grote kwaliteit. Zo is er vooral gebouwd op de oeverwal en op het zand van de rivierduinen. Vooral de ruilverkaveling, maar ook de technische mogelijkheid om overal te bouwen maken dat de sturende werking van de ondergrond verdwijnt. Zo is het verschil tussen het open komgebied en de halfopen oeverwallen in de loop der tijd minder sterk geworden. Voor de toekomstige ontwikkeling van het plangebied zal de ondergrond weer in belangrijke mate sturend zijn.
wijze. De cultuurhistorische waarden zijn door de provincie Brabant (Cultuurwaardenkaart 2005), het Erfgoedplan gemeente Oss (Bureau Cuypers, 2005) en het bestemmingsplan ’t Stadje (nog in ontwerp-fase, Bureau Cuypers, 2005) vastgelegd. Deze bestaande waarden worden omarmd door het Dorpsplan. Ook voor de toekomstige ingrepen wordt de nadruk gelegd op streekgebonden principes.
Peiler 2: Occupatiepatronen De informele, losse wijze van bouwen aan een weg of dijk is typisch voor een groot deel van het plangebied. De rijke historie van het gebied (archeologische vindplaatsen en zichtbare overblijfselen uit recentere eeuwen) is een gegeven om te koesteren. Het gebied herbergt een scala aan verwijzingen naar het verleden, zo heeft de strijd tegen het water (Beerse Overlaat) haar sporen achtergelaten in het plangebied. De geschiedenis is er nog leesbaar. Dit moet vooral zo blijven maar zonder er een museumlandschap van te maken. Ook deze tijd moet geschiedenis kunnen maken, op een bij het gebied passende
Peiler 4: De beleidskaders De Structuurvisie Oss 2020 biedt het belangrijkste beleidskader waarbinnen dit Dorpsplan opereert. Daarnaast zijn er diverse andere beleidsplannen (zie bijlage b). De voorstellen uit dit Dorpsplan zijn hier nauw aan gerelateerd.
Peiler 3: De aantrekkingskracht van ‘t Stadje De aantrekkingskracht van het Stadje voor bewoners en toeristen is groot, maar kan vooral in de randen ervan op verschillende punten nog aanzienlijk worden verbeterd. Met als motto ‘behoud door ontwikkeling’ worden nieuwe ontwikkelingen in en rondom ‘t Stadje mogelijk gemaakt juist door ze te combineren met het verbeteren van de cultuurhistorische waarden.
Peiler 5: De bewoners In diverse werkgroepbijeenkomsten en dorpsraadverslagen zijn de belangrijkste wensen en kenmerken van het gebied door de bewoners zelf in kaart gebracht. Deze vormen een belangrijke peiler van de ruimtelijke visiekaart.
19
20
HOOFDSTUK 3. UITWERKINGEN Dit uitgebreide hoofdstuk bevat een groot aantal uitwerkingen van de algemene visie voor het plangebied. Het gaat daarbij zowel om ruimtelijke als om leefbaarheidsaspecten. Omdat de visie en uitwerkingen zowel gaan over het plangebied als geheel, als over onderdelen daarvan, wordt het in beeld gebracht op vier schaalniveaus: 3 a.
Ontwikkelingskader en hoofdstructuur
3 b.
Kernen
3 c.
Inrichtingsopgaven
3 d.
Spelregels openbare ruimte
De voorstellen op de verschillende schaalniveaus hangen sterk met elkaar samen, zonder dat voorstellen op een lager schaalniveau direct zijn op te vatten als een uitwerking van voorstellen op een hoger schaalniveau. De voorstellen op de vier schaalniveaus zijn dus complementair. Per onderwerp worden telkens de randvoorwaarden beschreven. De belangrijkste opgaven die hieruit worden gedestilleerd zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma met de bijbehorende tabellen, zie hiervoor hoofdstuk 4 en inlegvel.
21
HOOFDSTUK 3a. ONTWIKKELINGSKADER EN HOOFDSTRUCTUUR ONTWIKKELINGSKADER
22
zijn. Ook meer horecavoorzieningen, vooral aan de
toerisme in de hele regio.
Maasdijk , in combinatie met een uitbreiding van de
Het buitengebied krijgt door de Reconstructie
IDENTITEIT: STEDELIJK- EN DORPSKARAKTER
haven kunnen deze positie versterken.
gedeeltelijk nieuwe landelijke functies. Ook daarin
Een stadje in het platteland: de mooie balans die
Het cultureel-kunstzinnige aanbod kan ook worden
kunnen toerisme en recreatie een belangrijke impuls
dat hier oplevert maakt het gebied ook toeristisch
versterkt. Infrastructuur is er al voor aanwezig:
geven. Zo kunnen VAB’s aan de kernranden ingezet
erg aantrekkelijk. Zoals al eerder opgemerkt is
de molen en het museum voor vlakglas vormen
worden voor kleinschalige verblijfsvoorzieningen
Ravenstein een echt stadje. Ook qua ruimtelijke
een mooie basis. Daarnaast kun je de toeristische
(bed and breakfast; recreatieboerderijen),
opbouw is het Stadje echt stedelijk: dicht
aantrekkelijkheid versterken door een nieuw aanbod,
waar mogelijk gekoppeld aan ambachtelijke
bebouwd en besloten, naar binnen gericht. In de
zoals bijvoorbeeld een Dom van der Laanmuseum
en kunstzinnige productie en extensieve
binnenstedelijke vernieuwing domineert de Bossche
(genoemd naar de grondlegger van de in Ravenstein
landbouwproductie (kaas, vlees, groenten en fruit uit
School, die naadloos aansluit op dit beeld. De kernen
sterk vertegenwoordigde architectuurschool de
grootmoeders tijd).
in het landelijk gebied zijn (zeer) klein, dorps,
Bossche School). Een verkennend overleg met het
ruimtelijk open in het landschap gelegen. Sociaal
Jan Cunen Museum over een mogelijk Museum voor
ECONOMIE EN BEDRIJVIGHEID
gezien echt dorps, met hechte gemeenschappen, een
Hedendaagse Kunst in het gebouw van De Heus
Leefbaarheid vraagt om een compleet palet:
sterk verenigingsleven en volop ondernemerschap,
in de verre toekomst is wenselijk. Volgens het
sociaal, economisch en fysiek. In Ravenstein dreigt
vooral in de agrarische sector. Het zijn ook
museum heeft de familie De Heus al een mooie
de economie in het slop te raken ten faveure
cultuurhistorisch mooie en waardevolle plekken.
kunstcollectie.
van het wonen. Toch blijkt ook het leeuwendeel
Er is verder ook al een uitgebreid aanbod voor
van de bewoners aan (nieuwe) economische
TOERISME EN RECREATIE
dagrecreatie (routes in Stadje en landelijk gebied).
ontwikkeling te hechten. Zoals onder het kopje
Voor de sociaal-economische toekomst van stadje
Op lange termijn heeft de instandhouding van het
‘Recreatie en toerisme’ al is aangegeven: in het
en regio zijn toerisme en recreatie speerpunt.
cultureel – kunstzinnige deel hiervan financiële steun
stedelijke gebied passen dienstverlenende functies
Ravenstein en omliggende regio hebben voldoende
van de gemeente nodig voor de organisatie.
als hotel en pension. De middenstand richt zich
kwaliteiten om toeristen aan te trekken. De
Ravenstein maakt voor toeristisch – recreatieve
meer op recreatie en toerisme. Vanwege het water
kernthema’s zijn historie, landschap en water.
doeleinden intensief gebruik van routes en paden.
en de bijbehorende bootjes èn omwille van de
De informatievoorziening door het T.I.R. is goed. Het
De aansluiting op de netwerken en paden van Herpen
kleinschaligheid (geen massatoerisme) op het wat
stadje zelf is zonder meer aantrekkelijk. Meer ruimte
en daarmee op Herperduin is van groot belang voor
duurdere segment.
voor kort verblijf is echter gewenst. Een uitbreiding
de toekomst. De bedrijvigheid in het buitengebied
Maar door uniek ontwerp en aansluiting bij een
van de camping met een deel dat ook voor niet leden
kan hierop ook aansluiten. Een fietsverhuurbedrijf
koopkrachtig publiek kun je een tweede doelgroep
van de NCC toegankelijk is zou bijvoorbeeld gunstig
bij het station zou een goede aanvulling zijn voor het
dienen, die goed aansluit en deels wellicht
samenvalt met de toerist over water: de kunst-
Voorzieningen): Een groter aantal ouderen zal een
Toch wil je omwille van de ontgroening een
en designliefhebber, die in een goed aanbod in
toenemende oriëntatie op de “thuismarkt” opleveren
specifieke doelgroep aantrekken: jonge gezinnen
de winkels voldoende aanleiding ziet om ook de
(bijvoorbeeld door bezorgdiensten vanuit een
met kinderen, die de leefbaarheid versterken.
omgeving te verkennen. Met het museum voor
winkelcentrum). Ook het toerisme zou een aandeel
Die zoek je zeer gericht, omdat je omwille van je
vlakglas en een aantal winkels op het gebied
kunnen leveren.
hechte dorpsstructuur eerst en vooral voor de eigen
van wonen en interieur ligt daarvoor een basis.
Tot slot kun je proberen een tegenbeweging vanuit
inwoners wil bouwen.
Verder kan de ambachtelijke productie in het
de omliggende regio te creëren. Wijchenaren die nu
Beide ontwikkelingen betekenen dat je actief moet
buitengebied hierop inspelen. Daarmee slaan Herpen
naar Nijmegen gaan voor een breed aanbod, vinden
werven. Nieuwe klanten, nieuwe bewoners. Wat
en Ravenstein de handen ineen! De VAB’s en de
hier wellicht een mooie aanvulling. “Fun-shopping”
die laatste groep betreft: omdat alle dorpen en
reconstructie kunnen hier ook op inspelen.
(maar dan voor het betere en duurdere product),
kleine steden met dit probleem kampen, bevinden
Wel moet ervoor worden gewaakt dat economie
gecombineerd met een tochtje door de regio Herpen
de nieuwe doelgroepen zich niet in het landelijk
niet wordt beperkt tot recreatie en toerisme.
– Ravenstein in plaats van de Ooijpolder.
gebied, maar in de (grote) steden en onder nieuwe
Bedrijvigheid en ondernemerschap uiten zich in
Nederlanders. Omdat de vraag naar nieuwe instroom
talloze nieuwe initiatieven, die volop de ruimte
Nieuwe vormen van concurrentie
absoluut gezien zeer bescheiden is, zou je je vooral
moeten krijgen. Deze initiatieven moeten zich wel
De nieuwe richting van de economische ontwikkeling
kunnen richten op de versterking van het aanbod in
voegen in het kleinschalige “regime” dat voor het
naar toeristisch-recreatief aanbod heeft als
de toeristisch – recreatieve sfeer en het culturele en
plangebied als algemeen uitgangspunt geldt.
consequentie dat de handel steeds meer in
kunstzinnige aanbod.
De ondernemers van Ravenstein hechten aan een
detailhandel verandert: de regio zal steeds meer
aanbod voor de eerste levensbehoeften. Nu gaan
kleinschaliger geproduceerde consumptiegoederen
Voorstellen voor economie, toerisme en recreatie
mensen steeds meer elders winkelen. Wanneer
(ook in de toeristische sfeer) direct aan de afnemer
1. Voor de samenhangende ontwikkeling van
de eigen economische activiteit wordt versterkt
aanbieden. De grootschalige (agrarische) productie
recreatie, toerisme en bedrijvigheid nemen de
door de inzet op toeristisch-recreatief aanbod, kan
doet een stap terug. En ook andere grootschalige
gezamenlijke dorpsraden in de regio het initiatief
het draagvlak daarvoor groeien. Niet zozeer door
productiebedrijven passen steeds minder in de
om een ondernemingsplan voor toerisme en
toename van bevolking en een daaraan gekoppelde
directe omgeving.
recreatie voor het plangebied op te stellen. Hier
grotere vraag, maar vooral door een intensievere
Voor het wonen geldt een andere ontwikkeling.
zou een alternatief als de ‘Stichting Landleven’
betrokkenheid van meer mensen op de eigen
De bevolkingstoename stagneert. Er is wel een
in Herpen heel goed bijpassen. Instandhouding
(economische) gemeenschap. Bovendien zou idealiter
toenemend aantal huishoudens. Dat levert geen
en versterking van de leefbaarheid staat daarin
ook de lokale welvaart moeten toenemen. Derde
toenemend aantal consumenten op, maar wel
centraal. Hierin worden de aard en de kwaliteit
factor is het antwoord op de vergrijzing (zie onder
meer lokaal georiënteerde consumenten (ouderen).
van toerisme en recreatie beschreven, de 23
Recreatie, toerisme en nieuwe bedrijvigheid De agrarische exploitatie van een deel van het
voor de doelgroepen die je graag wilt hebben:
buitengebied in het plangebied extensiveert . De
mensen die rust en schoonheid zoeken, en die een
kans is om bewust een overgang van intensieve
beetje exclusief willen zijn. Maak een keten samen
agrarische productie naar ambachtelijke productie
met (startende jonge) ondernemers in de kernen.
te maken. De toeristisch-recreatieve omgeving
Voor zo’n keten komen mensen gericht naar het
die voor het buitengebied gewenst is (zie elders
plangebied.
in dit plan) biedt daarvoor extra draagvlak.
24
Maak ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid
Ravenstein kan zijn Vlakglasmuseum koppelen aan
die het buitengebied levendig en aantrekkelijk
glazeniers die voor binnen en buiten het bewerkte
maakt, ook voor toeristen en recreanten. Vooral
vlakglas weer terug willen brengen. Je kunt ook nog
de oeverwallen en de dekzandrug zijn hiervoor
denken aan gebrandschilderd glas, waarmee je een
geschikt.
relatie legt met de talloze kerkjes in de omgeving.
Samenhang maakt synergie mogelijk. Geen
Om deze ontwikkeling op gang te brengen en een
eenheidsworst, wel afstemming. Designmeubelen
kwalitatieve slag te maken, zou je contact kunnen
in een VAB, handgeknoopte vloerkleden in een
leggen tussen jonge ondernemers in kernen en
ambachtelijk bedrijfje ‘aan huis’. Bijzondere
buitengebied en jonge designers van de Design
keukenaccessoires weer elders, en tot slot een
Academy in Eindhoven. Maak er een pilotproject van.
ambachtelijke weverij van gordijnstoffen. Je
Schep eenmalig gunstige randvoorwaarden, dan is
concurreert met een herkenbaar aanbod van hoge
het initiatief geboren. Habiforum, adviseur op het
kwaliteit en een stevige prijs, en niet met massa
gebied van meervoudig ruimtegebruik, wil graag
en lage prijs . Zo maak je samen een aanbod
helpen om dat contact op gang te brengen.
aanbieders, de doelgroepen en de beoogde
zorginstellingen. Combineer waar dat wenselijk
recreatieve en ecologische kwaliteiten van belang,
resultaten, zowel op het gebied van de
en mogelijk is commerciële en niet-commerciële
evenals de gewijzigde inzichten over een duurzaam
leefbaarheid in het algemeen als de economie in
voorzieningen.
waterbeheer. De grootste ontwikkelingen in het
het bijzonder. Als partijen worden ondernemers,
4. Habiforum wil meedenken over de implementatie
plangebied vinden plaats in Ravenstein.
gemeente en belanghebbende instellingen
van vernieuwende vormen van meervoudig
betrokken. Hierin wordt ook in beeld gebracht
ruimtegebruik. Het voorbeeld “Jong voor Jong in
LANDSCHAPPELIJKE EENHEDEN: HET KADER
welke nieuwe impulsen en mensen van buiten
recreatie, toerisme en bedrijvigheid” spreekt ze
Het plangebied bestaat in grote lijnen uit vier
daarbij nodig zijn.
zeer aan.
landschappelijke eenheden: uiterwaarden,
2. Grijp de ontwikkelingen in de agrarische
5. Maak in alle kernen op passende wijze
de oeverwal, de kommen en de rivierduinen.
sector met spoed aan als kans voor nieuwe
kleinschalig ondernemen mogelijk. De
De landschappelijke opbouw is in grote lijnen
ontwikkelingen. Betrek de agrariërs die in het
combinatie van wonen en werken is
gemakkelijk leesbaar. Ter hoogte van Ravenstein zijn
kader van de Reconstructie nieuwe producten
daarbij zeer aantrekkelijk. Ondersteun als
er echter afwijkingen van deze parallel aan de rivier
en productievormen willen ontwikkelen bij het
gemeente initiatieven op dit gebied. Betrek
gelegen opbouw. Een oude Maasarm en nog oudere
ondernemingsplan. Onderzoek samen met de
Woonmaatschappij Maasland bij de vraag of er in
rivierduinen maken dat de kernen Huisseling en
ondernemers uit de hoofdkernen in hoeverre
Ravenstein een gecombineerd woon-werkgebouw
Deurssen-Dennenburg ver landinwaarts liggen.
zij hierbij kunnen inspelen op ontwikkeling
ontwikkeld kan worden voor jonge startende
De ontwikkelingen van de komende jaren moeten
en aanbieding van bijzondere of streekeigen
woon-werkers. Wellicht kan de woningstichting
leiden tot het versterken van de identiteit van de
producten en diensten.
ook ondersteunen bij de herontwikkeling van de
eenheden en daarmee het vergroten van het contrast
VAB’s.
tussen de eenheden.
3. De Rabobank wil, waar mogelijk met inzet van zijn bestaande bankgebouwen, meewerken
Door de landschappelijke eenheden te versterken
aan nieuwe voorzieningen-concepten in het
RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR
zorgen ze voor een sterk kader waarbinnen er
plangebied. Ondersteuning bij dit soort projecten
Zoals ook blijkt uit bovenstaand ontwikkelingskader
(meer) vrijheid kan worden geboden aan wensen en
past bij de traditie van de bank. Besteed in het
is de ruimtelijke opgave om het plangebied op
ontwikkelingen.
bijzonder aandacht aan bedrijvigheid die ook het
hoofdstructuurniveau voor de komende decennia aan
voorzieningenniveau in de kern ten goede komt
te passen aan de zich wijzigende omstandigheden
Oeverwal
zoals winkels en diensten. Betrek als gemeente
en wensen. Dat betekent voor het landelijk
De oeverwal is een gevarieerd en relatief
en dorpsraad bij het ontwikkelen van nieuwe
gebied in ieder geval een meer multifunctionele
verdicht gebied met een sterke vermenging van
voorzieningenconcepten ook partijen als de
benadering. Naast de productieomstandigheden
wonen, werken, recreatie en grondgebonden
Rabobank, Woonmaatschappij Maasland en de
voor de landbouw zijn ook de landschappelijke,
landbouw en met hoge landschappelijke en 25
26
Zicht op spoorbrug Ravenstein
Jachthaven Ravenstein
Maasuiterwaard
Uiterwaard bij Ravenstein
cultuurhistorische waarden. Juist door haar
haven van Ravenstein, die verder kan worden
agrarisch natuurbeheer.
gevarieerde, dynamische en verdichte karakter is
ontwikkeld in combinatie met het uitgraven van
Ook de omgeving van de Hertogswetering moet in
het logisch dat dit landschapstype in de toekomst
de strang (zie hoofdstuk 3c). Op diverse plaatsen
ruimtelijk opzicht open blijven; opgaande beplanting
verder geïntensiveerd wordt. Hier is ruimte voor
in de uiterwaarden zullen oude rivierlopen worden
is hier ongewenst. De grote maat van het komgebied
kleinschalige terreinen voor extensieve recreatie
uitgegraven ten behoeve van ruimte voor de rivier,
moet hier in vol ornaat te beleven zijn, in contrast
zoals een landschapscamping en de ontwikkeling
natuur en extensieve of kleinschalige recreatie. De
met het halfopen landschap op de oeverwallen en
van toeristische attractiepunten. Enige woningbouw
Maasdijk blijft een belangrijke recreatieve route.
het rivierduin. De gewenste openheid sluit goed aan
gecombineerd met kleinschalige werkgelegenheid is
bij de ruimtelijke eisen van de kwetsbare soorten die
niet uitgesloten.
Kommen
hier voorkomen, zoals ganzen, weidevogels, zwanen,
Een extra weg parallel aan de Maasdijk, zoals in
De komgebieden bieden volgens de Structuurvisie
amfibieën, reptielen en kwelafhankelijke planten.
de vogelvluchtperspectieven van de Structuurvisie
Oss 2020 ruimte voor landbouw en natuur.
wordt geschetst, is vooralsnog niet wenselijk
Centraal staan de grootschalige openheid,
Rivierduinen
omdat er slechts een zeer beperkt aantal nieuwe
rust en natuurbeleving. In de plannen voor de
Deursen-Denneburg en een deel van Huisseling zijn
woningen zal worden gebouwd, die prima met de
Reconstructie van de zandgronden zijn de kommen
gebouwd op rivierduinen. Huisseling is daarnaast
bestaande wegen kunnen worden ontsloten. Verder
grotendeels aangeduid als verwevingsgebied (met
voor een deel gebouwd op een oeverwal. Daardoor
is een grote kwaliteit van het gebied, paradoxaal
uitbreidingsmogelijkheden voor de intensieve
is het een combinatie van twee dorpstypen:
genoeg, dat het niet erg goed ontsloten is. De
veehouderij) en extensiveringsgebied (waarin
dijkdorp en donkdorp (zie ook hoofdstuk 3b). De
relatieve onbereikbaarheid is een kwaliteit. Een
intensieve veehouderij geen duurzaam perspectief
gewenste ruimtelijke identiteit van het rivierduin
derde argument om voorlopig geen parallelweg
heeft). Het komgebied bij Dieden-Demen is een
lijkt sterk op de oeverwal. Ook hier is het gewenste
aan te leggen is het feit dat een grote lijn door dit
zoekgebied voor rivierverruiming. In het kader
beeld kleinschalig, gevarieerd en relatief verdicht
landschap een nivellerende werking zal hebben.
van de Integrale Verkenningen voor de Maas
met een sterke vermenging van wonen, werken,
De dorpen hebben allemaal hun specifieke opbouw
(zoekgebieden voor waterbergingsgebieden) en de
recreatie en grondgebonden landbouw en met hoge
en met een doorgaande lijn erbij gaan ze meer op
Rampenbeheersingstrategie (noodoverloopgebieden)
landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het
elkaar lijken.
kunnen maatregelen in dit gebied nodig zijn.
eilandkarakter van dit rivierduin kan sterker worden
Besluitvorming hierover wordt verwacht in 2006, en
aangezet. Het rivierduin kan worden ontwikkeld
Uiterwaarden en de rivier
is nu nog te ongewis om er rekening mee te houden.
als netwerkdorp (zie hoofdstuk 3b) met wonen in
De uiterwaarden zijn van belang voor de berging
Verbreding van de landbouw is mogelijk.
lage dichtheden, vergelijkbaar met het huidige
van rivierwater, natuurontwikkeling en landbouw.
De natuur (vooral leefgebieden voor vogels) is voor
Deursen-Dennenburg. De ruimte tussen de woningen
Een waardevol contactpunt met de Maas is de
een groot deel gebonden aan de landbouw via
zou zelfs kunnen worden ingeplant, waardoor een 27
Landschappelijke eenheden uiterwaard oeverwal terrasvlakte/ komgebied rivierduin
28
oude Maasarm Structuurdrager
Landschappelijke eenheden
aantrekkelijk nieuw woonmilieu ontstaat en het
ontwikkelingen van recreatieve aard, woningen of
rivierduin als bijzonderheid in het landschap meer
landgoederen zouden ook hieraan moeten worden
zichtbaar wordt. (zie hiervoor ook het voorstel in
gekoppeld. Zoals het al eeuwen gaat: op de oeverwal
hoofdstuk 3b)
met het gezicht naar de dijk. De Groenedijk ligt geheel in het landelijke gebied en
RUIMTELIJKE STRUCTUURLIJNEN
wordt omringd door weilanden. De dijk heeft geen
De belangrijkste lijnen in het plangebied zijn
structurerende rol in nieuwe ontwikkelingen.
de Maas, de Maasdijk, het spoor, de snelweg, de Dorpenweg en, in mindere mate, de Hertogswetering
ORIËNTATIEPUNTEN
en de Groenedijk.
De kerken, de molens, de radio/TV-toren bij
De spoorlijn, de snelweg en de Dorpenweg worden
Haren en de silo van De Heus zijn belangrijke
in dit Dorpsplan opgevat als autonome lijnen.
oriëntatiepunten in het plangebied. De kerken
Dat wil zeggen dat ze als doorsnijdingen van het
hebben ruimtelijk gezien een structurerende rol.
landschap worden beschouwd en niet als ruimtelijke
De kernen zijn om de kerken heen gebouwd en
dragers of ruggengraten waaraan andere elementen
in het silhouet van de kernen overheersen ze. In
en ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden
toekomstige plannen moeten zichtlijnen naar de
opgehangen.
kerken worden gerespecteerd en mag eventuele
De Hertogswetering en de Maasdijk daarentegen
hoogbouw niet detoneren in het silhouet. De overige
zijn wel belangrijke ruimtelijke dragers .
genoemde oriëntatiepunten zijn incidenten in het
De Hertogswetering is een natuurlint met
landschap zonder verdere structurerende werking.
watergebonden natuur, waar ruimte is voor regionale waterberging. Een zone van kwelgraslanden begeleidt de wetering. Het is, samen met de uiterwaarden, onderdeel van de Groene Hoofdstructuur (GHS). De Maasdijk is de belangrijkste ruimtelijke drager. Aan de dijk zijn al allerlei functies gekoppeld (wonen, boerderijen, akkers, boomgaarden). Nieuwe 29
beplanting 1840
open
beplanting 1840
open
plangrens
open met incidentele beplanting
.
.
gewenste zonering beplanting
open met incidentele beplanting half-open dicht
half-open dicht
beplanting 1975 beplanting 1975 plangrens
Uiterwaarden en oeverwal bij Demen
BEPLANTINGSSTRUCTUUR
Voorstel
en staan ter discussie onder andere door
De identiteit van de landschappelijke eenheden
In de komende jaren kan door een gericht beleid
natuurontwikkeling. De heggen zijn echter
wordt voor een deel bepaald door de dichtheid en
het contrast tussen de landschappelijke eenheden
cultuurhistorisch waardevol en verdienen
vorm van beplantingen. De identiteiten van de vier
weer toenemen. In grote lijnen komt dit neer op
bescherming door goed beheer.
landschappelijke eenheden kunnen dus worden
het versterken van de grootschalige openheid van
4. Het Rivierduin van Deursen-Dennenburg moet
versterkt door hier in de beplantingsstructuur bij
de komgebieden, het kleinschalig halfopen karakter
zich beter als een eiland in het open gebied
aan te sluiten. Die is de afgelopen decennia steeds
van de oeverwal en de rivierduinen, en openheid
manifesteren. Het voorstel is om op alle
meer losgekomen van de landschappelijke eenheden,
met incidentele beplanting in de uiterwaarden. Dat
‘restplekken’ bomen te planten.
waardoor ruimtelijke nivellering is opgetreden. Die
betekent concreet:
nivellering is goed zichtbaar wanneer de huidige
1. Dat er - afgezien van de erfbeplantingen - niet
De hiernaast afgebeelde zoneringskaart bevat de
beplantingsstructuur wordt vergeleken met die van
meer mag worden bijgeplant in het komgebied.
hoofdlijnen voor de beplantingstructuur in het
halverwege de 19e eeuw. De hiernaast afgebeelde
Als de mogelijkheid zich voordoet moeten
landelijk gebied. Het door de gemeente te maken
kaart laat in 1840 een beplantingsstructuur
bestaande beplantingen hier verdwijnen.
nieuwe Bomenplan/Landschapsplan moet het
zien met grote contrasten, die aansloot op de
2. Kleinschalige landbouw en wonen vormen de
landschappelijke eenheden. Op de oeverwallen en de
hoofdfuncties op de oeverwal. De kleinschalige
rivierduinen stond veel kleinschalige beplanting, die
percelering en beplanting (bomenrijen,
dit gebied een half open karakter gaf. De beplanting
boomgaarden, houtwallen, hagen) op de
bestond vooral uit perceelsafscheidingen (bomenrijen
oeverwallen moet worden beschermd en
en in mindere mate houtwallen). Op de oeverwal ook
plaatselijk worden aangevuld. Zichtlijnen naar
boomgaarden, hagen op erfscheidingen en bomen
het kommengebied vanaf de Maasdijk bieden een
op de Maasdijk. In het komgebied was beplanting
prachtige doorkijk van Maas naar achterland en