CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9A Toelichting BP Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 12 bestemmingsplannen, gebundelde procedure29.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. Het initiatief voorziet in het splitsen van een monumentale woonboerderij tot twee woningen. De gemeente Oss heeft in de woonvisie aangegeven dat zij meer mogelijkheden willen creëren voor het splitsen van grotere woningen. Daarnaast draagt het splitsen van woningen bij aan het tegengaan van het groeiende tekort aan woningen. Het splitsen van het monumentale pand is daarmee passend binnen de woonvisie van de gemeente Oss.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 25 van 74 30 augustus 2023

4.4.3 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie 2020. Er vindt periodiek een strategische afwegingen prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen uitvoerig geactualiseerd en deze wordt jaarlijks bijgesteld. Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen. In 2021 is de ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen.

Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant ( september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen gezien de grote tekorten op de woningmarkt. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken.

De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van enige extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone OssBerghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. • De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied -landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen.

In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente.

1 1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale

Woningmarktonderzoek (2019).

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 26 van 74 30 augustus 2023

•

Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies.

Verantwoording Wonen Het plangebied ligt in het gehucht Boveneind, in de kern Oijen. Boveneind valt in de PFM Wonen Oss onder het landelijk gebied. Voor het landelijk gebied is opgenomen dat in alle kernen ruimte is voor kleinschalige toevoegingen, die een aanvulling vormen op de aanwezige woningvoorraad en aansluiten op de behoefte of herontwikkeling van bestaande bebouwing. Met onderhavig initiatief wordt een bestaande woonboerderij gesplitst tot twee woningen. De woonboerderij heeft een dusdanige inhoud waardoor behoud van het pand op termijn problematisch is door de toenemende onderhoudskosten. Met de splitsing van het pand in twee woningen wordt de kans op behoud op lange termijn gewaarborgd. De onderhoudskosten kunnen dan namelijk worden verdeeld over twee huishoudens. Met de woningsplitsing wordt dan ook verval van de woonboerderij voorkomen. Het initiatief is passend in de PFM Wonen Oss. Uit jurisprudentie blijkt dat de toevoeging van een zeer beperkt aantal woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van Bro art. 3.1.6 lid 2. Een verantwoording volgens de ladder voor Duurzame verstedelijking is niet nodig. Met onderhavig initiatief wordt netto een nieuwe woning gerealiseerd. De woning is beoogd nabij andere woningen, waardoor het initiatief functioneel aansluit bij de huidige functie en dus passend is in de omgeving.

Het initiatief is passend binnen de ruimtelijke- en functionele structuur. De woning is passend binnen het PFM Wonen Oss. 4.4.4 Visie Toerisme en Recreatie In de nota toerisme & recreatie staat de economische ontwikkeling en het behoud van de leefbaarheid centraal. Daarbij wordt met name gericht op de het landelijk gebied in de gemeente Oss en de voormalige gemeente Lith. Binnen de gemeenten wordt onderscheid tussen verschillende zones. Deze zones zijn de Maasrand, het poldergebied, de stad Oss, Herperduin en de stadsrand. Per zone worden de sterke en zwakke punten beschreven, maar ook de onderlinge relatie tussen de verschillende zones. Het aanbod binnen Oss kenmerkt zich door haar veelzijdigheid. Er is zowel in de stad, in de kernen als ook in het buitengebied van alles te doen en te beleven voor inwoners en toeristen. Oss beschikt over mooie natuur en landschappen en een uitstekend routenetwerk voor wandelen en fietsen. Er vinden steeds meer evenementen plaats. Erfgoed met de vele monumenten en vestingstadjes bieden een prachtig decor. Het recreatief-toeristisch aanbod binnen de gemeente Oss is verdeeld in drie categorieën te weten de Maashorst, stad Oss en Maas. Het plangebied maakt onderdeel uit van het gebied ‘de Maas’. Dit gebied kenmerkt zich door het karakteristieke landschap met kleine kernen en historische stadjes.

In dit gebied is veel erfgoed aanwezig zoals kerken, kappelen en kloosters.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 27 van 74 30 augustus 2023

De dijk waaraan het plangebied ligt wordt gezien als recreatief lint. Door op deze locatie verblijfsrecreatie te realiseren in de vorm van een bed & breakfast kan een impuls worden gegeven aan de reeds aanwezige horeca en recreatie in de omgeving. In de omgeving zijn voldoende dagrecreatieve voorzieningen aanwezig zoals Kasteel van Ooijen en Bierbrouwerij Oijen. De bed & breakfast kan een nieuwe aantrekkende werking hebben op toerisme in de omgeving. 4.4.5 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: Bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; Monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); Bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht.

In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd. Het plangebied ligt wel in de nabijheid (op minder dan 25 meter) van een monument zodoende is een welstandsadvisering verplicht. Het voorliggende initiatief is besproken met de erfgoedcommissie en het initiatief kan op deze wijze doorgang vinden (zie ook paragraaf 5.3.4). 4.4.6 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon.

Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage 1 opgenomen bij de regels.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 28 van 74 30 augustus 2023

Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35 m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 29 van 74 30 augustus 2023

Hoofstuk 5.

5.1

Omgevingsaspecten

Landschap

5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst.

De locatie is volgens de Nota Landschapsbeleid gelegen op de oeverwal, op de rand met de uiterwaarden. De oeverwal is een hoger gelegen rug in het landschap en die hoog en droog ligt, binnendijks op enige afstand van de rivier de Maas. Het karakter van de oeverwal is kleinschalig en halfopen tot besloten. Het verkavelingspatroon op de oeverwal is blokvormig en overwegend regelmatig. Bebouwing (veelal geconcentreerd in kleine kernen en in bebouwingslinten), beplantingselementen (houtwallen, een enkele boomgaard) en grondgebruik (grasland, bouwland) bepalen hier de maat van de ruimte. De dijk is door zijn continuïteit een belangrijk visueel element in het rivierengebied. De dijk scheidt de uiterwaarden van de oeverwal en fungeert als ruimteverdeler in het landschap. Vanaf de dijk is er zowel zicht op de uitwaarden als op de oeverwal en zelfs op het komgebied. De dijk is voornamelijk bij de dorpen voorzien van dijkbeplanting. Vooral de lindebomen bij kasteel Oijen en de notenbomen bij Dieden hebben een bijzondere kwaliteit. Ze geven de dijk een visueel aantrekkelijk uiterlijk omdat de dijk ruimtelijk extra benadrukt wordt door de verticale elementen. Doorwerking plangebied Het initiatief voorziet in het inpandig verbouwen van een monumentale woonboerderij tot twee woningen. Een deel van de woonboerderij wordt daarnaast ingericht als bed & breakfast.

Zowel de nieuwe woning als de bed & breakfast worden inpandig gerealiseerd waardoor geen sprake is van de realisatie van nieuwe bebouwing. De bestaande doorzichten blijven daardoor behouden. Het initiatief is passend binnen de Nota Landschapsbeleid.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 30 van 74 30 augustus 2023

5.1.2 Kwaliteitsverbetering van het landschap Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is.

Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. De notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. Bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: Cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie Cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing Cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden.

Doorwerking plangebied Onderhavig initiatief voorziet in het splitsen van een bestaande woonboerderij tot twee woningen. In categorie 1 is opgenomen: “vestiging van of de splitsing in meerdere wooneenheden in monumentale/ karakteristieke/cultuurhistorisch waardevolle bebouwing”. De woonboerderij is door de gemeente Oss aangewezen als bebouwing met een cultuurhistorische waarde. Uit het cultuurhistorisch onderzoek blijkt eveneens dat de locatie cultuurhistorisch waardevol is (zie bijlage 1). Onderhavig initiatief voorziet daarnaast in de realisatie van een bed & breakfast. In categorie 1 is eveneens opgenomen: “bed & breakfast en kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in/bij (bedrijfs)woning binnen vigerende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen) en binnen geldend bestemmingsvlak wonen of nietagrarisch bedrijf tot een maximum van 200 m2”. De bed & breakfast wordt gerealiseerd in de bestaande woonboerderij en derhalve binnen het bestaande bestemmingsvlak ‘Wonen’.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 31 van 74 30 augustus 2023

Aangezien beide initiatieven zijn aangewezen als een categorie 1 ontwikkeling is een inpassing of tegenprestatie niet benodigd. Wel is een landschappelijke inpassing nodig, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, waarmee is gegarandeerd dat de locatie op een passende wijze onderdeel uitmaakt van het omringende landschap. Zie hiervoor paragraaf 3.4. 5.2

Natuur

5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ookbelangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020.

De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: - Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. - Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. - Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. - Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. - Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie van de regels en criteria voor een bijzondere boom is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”.

In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 32 van 74 30 augustus 2023

Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. De laatste actuele lijst van de bijzondere bomen is te vinden op www.oss.nl/bijzondereboom. 5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146).

Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. 5.2.3.1 Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb.

In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden. Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Rijntakken, ligt op 8,1 kilometer afstand van het plangebied. In de Wnb is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000gebieden een Wnb-vergunning vereist is. Over een afstand van 8 km of meer zijn negatieve effecten vanuit het plangebied op de Natura2000-gebieden uit te sluiten, behoudens wat betreft verzuring en/of vermesting.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 33 van 74 30 augustus 2023

Verzuring en vermesting zijn een van de mogelijk negatieve effecten van een initiatief op een Natura2000gebied en kan een groot bereik hebben daar stikstof (in de vorm van NO x of NH3), welke verzuring en vermesting veroorzaakt, door de atmosfeer kan neerslaan in een Natura2000-gebied. Voor ieder habitattype binnen een Natura2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Met onderhavig initiatief wordt één woning gesplitst tot twee woningen. Daarnaast wordt een deel van de woonboerderij ingericht als een bed en breakfast bestaande uit vier kamers. In het kader van het initiatief worden enkele bijgebouwen gesloopt. De exacte effecten van de sloop-, verbouw- en gebruiksfase op de Natura2000- gebieden is berekend middels AERIUS Calculator. Sloopfase Om de hoeveelheid stikstofdepositie op de aangewezen habitattypen en leefgebieden van aangewezen soorten (de instandhoudingsdoelen) te berekenen, wordt gebruik gemaakt van AERIUS Calculator. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling worden aan de Oijense Bovendijk enkele bijgebouwen gesloopt.

Bij de sloop van de bijgebouwen wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden van en naar de locatie verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze emissie is berekend. Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de sloop van de bebouwing (tabel 2).

Vermogen (kW)

Belasting (%)

Liters diesel per uur*

Draaiuren

Totale emissie

Graafmachine Laadschop Bulldozer Totaal

Brandstof

Werktuig

Bouwjaar

Tabel 1. Te gebruiken mobiele werktuigen voor de sloop van de stallen

2011 2011 2011

Diesel Diesel Diesel

200 200 200

69 55 55

39,01 31,35 31,35

120 40 40

1,2 0,8 0,7 2,7

* Op basis van de Emissiefactoren NOx en NH3 uitstoot mobiele machines van de TNO

Ten tijde van de sloopfase vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. Dagelijks zal personeel (bouwvakkers) de bouwlocatie bezoeken om bouwwerkzaamheden aldaar te verrichten. Daarnaast kunnen ook nog overige bezoekers naar de locatie komen. Er is uitgegaan van 2 bedrijfsbusjes per etmaal, dit betreft middelzwaar verkeer. Naar de locatie rijden ook diverse vrachtauto’s voor het aan- en afvoeren van materialen. Er wordt uitgegaan dat op de drukste dag 2 vrachtwagens aanwezig zijn.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 34 van 74 30 augustus 2023

Tijdens de sloopfase is sprake van een toename van 17,6 kg NOx. Dit leidt op basis van AERIUS Calculator niet tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden (bijlage 3). Er is derhalve geen merkbaar c.q. negatief effect voor wat betreft stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden door het initiatief. Verbouwfase Het voornemen bestaat om de woonboerderij aan de Oijense Bovendijk 36 inpandig te verbouwen tot twee woningen en een bed en breakfast bestaande uit vier kamers. Bij de realisatie van de woningen, de bed en breakfast en de inrichting van het perceel wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof, deze emissie is berekend. Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de aanpak van de openbare ruimte en de realisatie van woningen (tabel 3).

Belasting (%)

Liters diesel per uur*

Draaiuren

2014 2015 2014 2014 2014 2015 2013 2008

Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Benzine

200 100 200 200 160 60 60 20

50 50 60 60 60 55 40 40

27,78 14,02 33,09 33,09 26,58 9,42 7,19 2,93

8 8 20 20 2 2 3 10

Totale emissie

Vermoge n (kW)

Betonpomp Mobiele hijskraan Graafmachine Laadschop Asfaltfreesmachine Asfaltwerkinstallatie Wals Trilplaat Totaal

Brandstof

Werktuig

Bouwjaar

Tabel 2. Mobiele werktuigen

1,0 0,5 1,2 1,2 0,9 0,3 0,2 0,1 5,3

* Op basis van de Emissiefactoren NOx en NH3 uitstoot mobiele machines van de TNO

Ten tijde van de verbouwing vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. Dagelijks zal personeel (bouwvakkers) de bouwlocatie bezoeken om bouwwerkzaamheden aldaar te verrichten. Daarnaast kunnen ook nog overige bezoekers naar de locatie komen. Er is uitgegaan van 4 bedrijfsbusjes per etmaal (2 bedrijfsbusjes per woning). Naar de locatie rijden ook diverse vrachtauto’s voor het aan- en afvoeren van materialen. Er wordt uitgegaan dat op de drukste dag 6 vrachtwagens aanwezig zijn. Tijdens de verbouwfase is sprake van een toename van 51,5 kg NO x. Dit leidt op basis van AERIUS Calculator niet tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden (bijlage 4). Er is derhalve geen merkbaar c.q. negatief effect voor wat betreft stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden door het initiatief. Gebruiksfase Van zowel de huidige als nieuwe situatie is de uitstoot van NOx bepaald. Uitstoot van NOx vindt plaats door enerzijds de verwarming van de woningen en de bed en breakfast en anderzijds door het verkeer van en naar de locatie.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 35 van 74 30 augustus 2023

Huidige situatie Het gebruiken van de bestaande woning leidt tot een emissie NOx van 3,0 kg/jaar. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de huidige woning is gebruik gemaakt van de CROWpublicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’. Er is uitgegaan van de functie ‘koop, huis, vrijstaand’ en het gebiedstype ‘buitengebied in niet stedelijk gebied’. Op basis van de kencijfers genereert de vrijstaande woning per etmaal minimaal 7,8 en maximaal 8,6 verkeersbewegingen. Uitgaande van een worst-case benadering genereert de woning dagelijks 8,6 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 4,3 voertuigen. Vanwege het karakter van het initiatief wordt verondersteld dat de voertuigen van en naar de locatie lichte voertuigen betreffen (personenauto’s). Uit de ingevoerde gegevens blijkt dat de emissie NOx van het verkeer 2,6 kg/jaar bedraagt. Nieuwe situatie Het gebruiken van één halfvrijstaande woning leidt tot een emissie NO x van 2,15 kg/jaar. Het gebruiken van de twee halfvrijstaande woningen leidt tot een emissie NOx van 4,3 kg/jaar. Voor het bepalen van het aardgasverbruik van de bed & breakfast is gebruik gemaakt van standaarden, zoals onderzocht in het rapport ‘Nieuwe benchmark energieverbruik utiliteitsgebouwen en industriële sectoren’ van ECN (januari 2016). Oppervlakte 0 – 250 m² 250 – 500 m² 500 – 1.000 m² 1.000 – 2.500 m² 2.500 – 5.000 m² 5.000 – 10.000 m² 10.000 – 25.000 m²

Verbruik per jaar (m³/m²) 17,3 15,0 12,8 10,9 10,7 10,6 10,9

De bed & breakfast heeft een BVO van 80 m2 en verbruikt derhalve gemiddeld 17,3 m3 per m2 gas. Hiervan uitgaande kan er op de locatie per jaar circa 1.384 m 3 gas verbruikt worden. De calorische onderwaarde van aardgas in Nederland bedraagt 31.650 kJ/m³, waardoor bij verbranding voor de verwarming van dit deel van het plangebied circa 43,8 GJ aan warmte wordt afgeleverd. Een Hr-ketel emitteert 18 g NOx per GJ3 , wat overeenkomt met 0,8 kg NOx per jaar. Het initiatief voor het splitsen van de woonboerderij tot twee halfvrijstaande woningen en het realiseren van de bed en breakfast heeft een bepaalde verkeersgeneratie tot gevolg. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’. Voor de verkeersgeneratie van de woningen is uitgegaan van de functie ‘koop, huis, twee-onder-een-kap’ en het gebiedstype ‘buitengebied in niet stedelijk gebied’. Op basis van de kencijfers genereert één halfvrijstaande woning per etmaal minimaal 7,4 en maximaal 8,2 verkeersbewegingen. Uitgaande van een worst-case benadering genereren de twee woningen dagelijks samen 16,4 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 8,2 voertuigen. Vanwege het karakter van het initiatief wordt verondersteld dat de voertuigen van en naar de locatie lichte voertuigen betreffen (personenauto’s).

Uit de ingevoerde gegevens blijkt dat door de toename van het verkeer de emissie NOx 5,0 kg/jaar bedraagt.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 36 van 74 30 augustus 2023

De CROW-publicatie bevat geen kencijfers voor de verkeersgeneratie van de bed & breakfast. Er is derhalve gekeken naar een soortgelijke functie namelijk die van een 1-ster hotel en het gebiedstype buitengebied in een niet stedelijk gebied. Op basis van de kencijfers genereert een 1-ster hotel per etmaal minimaal 12,1 en maximaal 12,7 verkeersbewegingen per 10 kamers. Bij de bed & breakfast worden vier kamers gerealiseerd voor maximaal 8 personen. Uitgaande van een worst-case benadering genereert de bed & breakfast dagelijks samen 5,1 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 2,5 voertuigen. Vanwege het karakter van het initiatief wordt verondersteld dat de voertuigen van en naar de locatie lichte voertuigen betreffen (personenauto’s). Uit de ingevoerde gegevens blijkt dat door de toename van het verkeer de emissie NOx 1,6 kg/jaar bedraagt. Met onderhavig initiatief is sprake van een toename van 12,6 kg NO x. Dit leidt op basis van AERIUS Calculator niet tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden (bijlage 5). Er is derhalve geen merkbaar c.q. negatief effect voor wat betreft stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden door het initiatief.

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter)nationaal belang. Het doel van het NNN-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Voor het Natuurnetwerk Nederland geldt op basis van het Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Het Natuurnetwerk Nederland is veelal weer opgedeeld in provinciale natuurgebieden, zo ook Natuurnetwerk Brabant.

Afbeelding 9. Uitsnede kaart Natuurbeheerplan met daarop weergegeven het NNB

Het plangebied wordt omringd door diverse onderdelen van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het initiatief heeft betrekking op een bestaande woonboerderij. Deze woonboerderij wordt inpandig verbouwd tot twee woningen en vier bed & breakfast kamers. De woonboerderij is niet aangewezen als NNB. Daar de nieuwe woning en de bed & breakfast niet worden opgericht in het NNB vormt het initiatief derhalve geen belemmering voor de aanleg of instandhouding van het NNB.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 37 van 74 30 augustus 2023

5.2.3.2 Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. In de Wet natuurbescherming zijn dier- en plantsoorten beschermd tegen nadelige effecten van menselijk handelen. Indien de gesteldheid van beschermde dieren of planten wordt aangetast dienen er mogelijk maatregelen te worden genomen. Het initiatief heeft betrekking op een bestaande woonboerderij. De woonboerderij wordt inpandig verbouwd tot twee woningen. Een deel van de woonboerderij wordt daarnaast ingericht als bed en breakfast. In het kader van het initiatief worden tevens een overkapping en een bouwvallig kippenhok gesloopt.

Afbeelding 10. En Afbeelding 11. Impressie zolderverdieping woonboerderij

In de woonboerderij zijn geen bijzondere diersoorten aangetroffen. De zolderverdieping van de woonboerderij is geheel afgesloten en is zodoende niet geschikt voor vleermuizen. Bij de woonboerderij is sprake van een overstek hier zijn echter geen nesten of vleermuizen aangetroffen. De verbouwing voorziet niet in wijzigingen aan de dakpannen of de (spouw)muren. Mochten er toch wijzigingen aan de dakpannen of (spouw)muren plaats vinden en beschermde soorten in de spouwmuren of verblijfplaatsen onder de dakpannen aanwezig zijn dan dienen de werkzaamheden buiten de kwetsbare periode (van mei tot en met juli en november tot en met maart) plaats te vinden.

Afbeelding 12. En Afbeelding 13. Impressie te slopen overkapping

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 38 van 74 30 augustus 2023

De te slopen bebouwing biedt geen potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. Een van de te slopen gebouwen betreft een overkapping met open wanden en licht doorlatende golfplaten. Dit gebouw is zodoende niet geschikt voor vleermuizen en in het bijgebouw zijn geen vogelnesten aanwezig. Het andere bijgebouw dat wordt gesloopt betreft een bouwvallig kippenhok. In dit bijgebouw zijn eveneens geen vleermuizen of andere nesten aanwezig.

Afbeelding 14. En Afbeelding 15. Impressie te slopen kippenhok

Er zijn daarom geen belemmeringen vanuit het aspect flora & fauna voor het initiatief. 5.3

Archeologie en Cultuurhistorie

5.3.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 39 van 74 30 augustus 2023

5.3.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie tabel 4). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Tabel 3. Archeologische verwachtingswaarde en de vrijstellingsgrenzen

Verwachting/waarde

Vrijstellingsgrenzen

Archeologisch beschermd rijksmonument Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten Historische stads-/dorpskern Hoge verwachtingswaarde Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde

0 m2 / 30 cm -Mv

Reeds onderzocht

Afhankelijk van de resultaten uitgevoerde onderzoek. Geen onderzoeksplicht

Verstoord

35 m2 / 30 cm -Mv 50 m2 / 30 cm -Mv 100 m 2 / 30 cm -Mv 1000 m2 / 30 cm -Mv 5 hectare / 30 cm -Mv van

het

reeds

Volgens de archeologische beleidskaart is het plangebied gelegen in een gebied met een middelhoge verwachtingswaarde. Vanuit het archeologiebeleid geldt hier een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het huidige maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 1.000 m². 5.3.3 Archeologietoets Toetsing van de plannen Met onderhavig initiatief wordt een woonboerderij inpandig verbouwd tot twee woningen en vier bed & breakfast kamers. Doordat de verbouwing inpandig plaats vindt zijn waarschijnlijk geen bodemingrepen voorzien. Een archeologisch onderzoek lijkt dan ook niet nodig te zijn. Om het archeologisch traject te borgen is aan het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog’ opnieuw toegekend. Voor het plangebied blijft dan gelden dat bij bodemverstoringen groter dan 1.000 m² en dieper dan 30 cm beneden huidig maaiveld archeologisch onderzoek nodig is. Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde.

Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 40 van 74 30 augustus 2023

wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Om het archeologisch traject te borgen is aan het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog’ toegekend. Voor het gebied geldt dat bij bodemverstoringen groter dan 1.000 m² en dieper dan 30 cm beneden huidig maaiveld archeologisch onderzoek nodig is. 5.3.4 Cultuurhistorie Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald.

Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening. In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd.

Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2009. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen.

Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 41 van 74 30 augustus 2023

omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. De locatie is in het vigerende bestemmingsplan in zijn geheel aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Dit is toegekend aan een bouwwerk of een gebied die wordt gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. Het is van belang om behoud en/of herstel van cultuurhistorische, landschappelijke en/of architectonische waarden van gebouwen te behouden. Uit het cultuurhistorisch onderzoek blijkt eveneens dat de locatie cultuurhistorisch waardevol is (zie bijlage 1).

De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Op basis van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is onderhavige locatie gelegen in het cultuurhistorische landschap van de Beerse en Baardwijkse Overlaat. Direct ten oosten en zuidoosten van kasteel Ooijen is een uiterwaardengebied gelegen waarin vroeger een meander van de Maas lag. De meander is omstreeks 1935 afgesneden in het kader van de Maasverbeteringswerken en is in het landschap niet meer te herkennen. De ontwikkelingsstrategie voor het cultuurhistorisch landschap van de Beerse en Baardwijkse Overlaat is: Behoud open landschap; Behoud en beleefbaar maken van eendenkooien, dijken, waterlopen, wielen, en terpen; Natuurontwikkeling, waterberging en stedelijke uitbreiding afstemmen op de cultuurhistorische identiteit van de Beerse Overlaat; Vergroten cultuurhistorische waardering door vergroting van beleving. Het plangebied is daarnaast aangewezen als complex van cultuurhistorisch belang doordat het voorheen behoorde bij Kasteel Oijen.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 42 van 74 30 augustus 2023

Afbeelding 16.Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW)

Onderhavig initiatief heeft betrekking op een bestaande monumentale woonboerderij. Het onderhouden van de monumentale woonboerderij aan de Oijense Bovendijk 36 brengt hoge kosten met zich mee. Om de monumentale woonboerderij te behouden is het dan ook noodzakelijk om de woning in twee woningen te splitsen. Met de splitsing kunnen de kosten voor onderhoud en instandhouding (extra economische drager) over twee huishoudens worden gedeeld. Door het opnieuw opnemen van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ worden daarnaast regels gesteld ten aanzien van het behoud en herstel van dit monumentale pand en is tevens een sloopverbod opgenomen. Het initiatief is op in 2021 met de erfgoedcommissie besproken en positief beoordeeld. Vervolgens is het initiatief verder uitgewerkt en de tekeningen zijn ter beoordeling bij de erfgoedcommissie aangeboden. In samenspraak met de erfgoedcommissie is het initiatief verder uitgewerkt tot de huidige situatie waarin zowel initiatiefnemers als de erfgoedcommissie zich in kunnen vinden. De tekeningen zijn in het kader van het vooroverleg ook ter beoordeling bij de provincie Noord-Brabant aangeboden. De provincie had enkele opmerkingen waarna de tekeningen zijn aangepast. De aangepaste tekeningen zijn vervolgens opnieuw bij de provincie neergelegd ter controle.

De provincie heeft in de vooroverleg reactie van 23 januari 2023 (zie paragraaf 9.2.3) nog enkele punten aangegeven die verwerkt dienen te worden in de tekeningen. Deze opmerkingen zijn vervolgens verwerkt. 5.4

Mobiliteit en parkeren

5.4.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 43 van 74 30 augustus 2023

Verkeer: extra verkeersbewegingen Het initiatief heeft een effect op het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie. In de huidige situatie is slechts sprake van één woning. In de beoogde situatie is sprake van twee woningen, hierdoor verandert het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de huidige woning is gebruik gemaakt van de CROWpublicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’. Er is uitgegaan van de functie ‘koop, huis, twee-onder-eenkap’ en het gebiedstype ‘buitengebied in niet stedelijk gebied’. Op basis van de kencijfers genereert één halfvrijstaande woning per etmaal minimaal 7,4 en maximaal 8,2 verkeersbewegingen. Uitgaande van een worst-case benadering genereren de twee woningen dagelijks samen 16,4 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 8,2 voertuigen (elk arriverend voertuig vertrekt weer en genereert dus per saldo 2 verkeersbewegingen). Het plangebied is ontsloten aan de Oijense Bovendijk. De weg loopt in oostelijke richting naar de kern van Macharen en in westelijke richting naar de kern van Oijen. Het plangebied is daarmee uitstekend uitsloten. Gezien het profiel van de Oijense Bovendijk en de omliggende wegen zullen deze de geringe toename van het aantal verkeersbewegingen goed kunnen verwerken.

Verkeer: ontsluitingswegen Het plangebied wordt momenteel ontsloten via een verharde inrit aan de zuidzijde van het perceel. Deze inrit sluit direct aan op de Oijense Bovendijk. Deze inrit blijft behouden voor de ontsluiting van de bestaande woning, de nieuwe woning en de bed en breakfast. Het aspect verkeer vormt daarmee geen beperkende factor voor het initiatief. 5.4.2 Parkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Parkeernormen 2017’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. Met het initiatief wordt de monumentale woonboerderij gesplitst tot twee woningen. Voor halfvrijstaande woningen geldt een parkeereis van 2,2 parkeerplaatsen per woning. Voor het voorhuis zal één parkeerplaats worden gerealiseerd. In het bestaande bijgebouw, dat zal gaan behoren bij deze woning, is ruimte voor het parkeren van twee voertuigen. Met het realiseren van één extra parkeerplaats wordt voldaan aan de parkeernormen van de gemeente Oss. Voor het achterhuis zullen daarnaast nog drie parkeerplaatsen worden gerealiseerd zodat ook voor deze woning wordt voldaan aan de parkeernormen. Daarnaast dienen op eigen terrein nog parkeerplaatsen voor de bed- en breakfast te worden gerealiseerd. De nota van de gemeente Oss bevat geen parkeercijfers voor een bed & breakfast.

In dit geval is sprake van een 8-persoons bed- en breakfast bestaande uit vier kamers. Er wordt verondersteld dat de bed- en breakfast één auto per kamer genereert en dat zodoende vier parkeerplaatsen benodigd zijn. In afbeelding 28 is een situatie tekening van de inrichting van het perceel, inclusief de parkeerplaatsen, gegeven. Uit de tekening blijkt dat in totaal 10 parkeerplaatsen worden gerealiseerd waarvan 3 voor het voorhuis, drie voor het achterhuis en vier voor de bed- en breakfast.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 44 van 74 30 augustus 2023

Afbeelding 17. Impressie inrichting perceel met parkeerplaatsen.

5.5

Water

5.5.1 Wetgeving en beleid De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater.

Oijense Bovendijk 36 Oijen - 2023, pag. 45 van 74 30 augustus 2023

De gemeente Oss heeft in december 2022 een Water- en Rioleringsprogramma vastgesteld (WRP 20232029). Het programma biedt een kader voor de gemeentelijke watertaken en regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater, doelmatige verwerking van afvloeiend (overtollig) hemelwater en overtollig grondwater. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. In bebouwd gebied vraagt de zorg voor oppervlaktewater extra aandacht. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1.

Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaat robuust watersysteem waarin: schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=1692702f-0fe4-4dcd-b064-cebe6606c36e