Bijlage 9 bij toelichting rob Leiweg 5c-7 Geffen.PDF
Tekst van het document
woensdag 25 november 2020
Geurhinder (Wgv) De mogelijke geurhinder voor (nieuwe) ontwikkelingen hoeft alleen bepaald te worden als het een geurgevoelig object of functie betreft. Ten aanzien van onderhavige ontwikkeling is geen sprake van langdurige blootstelling aan geurhinder en bovendien betreft de nieuwe functie geen geurgevoelige functie. Derhalve heeft er geen toets plaatsgevonden met betrekking tot de ligging en afstand van de planlocatie ten opzichte van (nabijgelegen) veehouderijen.
Motivering en conclusies bedrijven en milieuzonering voor planlocatie Voorliggend planvoornemen betreft de oprichting van een parkeervoorziening en een landschappelijke ontwikkeling.
De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een intensieve veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object, bijvoorbeeld een woning. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning. Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. De Regeling geurhinder en veehouderij is gepubliceerd op 18 december 2006.
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen.
het woon- en leefklimaat en het functioneren van bedrijven – met één afstandsstap worden verlaagd.
4 Uitvoeringsaspecten
Externe veiligheid
Doelstelling en (wettelijk) beleidskader Het externe veiligheidsbeleid is bedoeld om de risico’s voor de omgeving ten aanzien van handelingen met gevaarlijke stoffen te beperken en te beheersen. De wetgeving is gericht op het gebruiken, opslaan en productie van gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen, als wel het transport van gevaarlijke stoffen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn de richtlijnen ten aanzien van inrichtingen opgenomen. Daarnaast zijn er richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In deze regelgeving is de verplichting opgenomen om in ruimtelijke plannen de ontwikkelingen te toetsen op het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
4.10
Dit betekent dat er vanuit het aspect milieuzonering geen belemmeringen zijn voor het plan.
oogpunt van ‘uitwaartse zonering, ook geen belemmering op voor omliggende bedrijven. Dit betekent dat er vanuit de aspecten milieuzonering en hinderlijke bedrijvigheid geen belemmeringen zijn voor het plan.
In en nabij de planlocatie zijn geen bedrijven gelegen die een belemmering zouden kunnen vormen voor de planvorming (en andersom). Naast de ruimtelijke ordeningsaspecten is verder het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (Barim/Wm/Bor) van toepassing. In dit besluit zijn voorschriften opgenomen waaraan de bedrijven zich dienen te houden om schade, gevaar of hinder naar de omgeving te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken.
17
Externe veiligheid heeft dus betrekking op situaties waar iets mis zou kunnen gaan met gevaarlijke stoffen, waardoor mensen gevaar lopen. Voorbeelden van risicobronnen en risicovolle activiteiten zijn: productie, gebruik of opslag en transport van gevaarlijke stoffen (LPG-tankstations en fabrieken, routes voor gevaarlijke stoffen, leidingen). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een onbeschermd individu overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit plaatsgebonden risico wordt vertaald naar Bezien vanuit het oogpunt van ‘inwaartse milieuzonering’ komt een risicocontour rondom een risicobron (bijvoorbeeld een iner in de nabijheid van de planlocatie dus geen bedrijvigheid richting of een weg). voor welke een mogelijke belemmering vormt voor het onderliggende initiatief. Daarnaast levert het initiatief, vanuit het
Algehele conclusie In de nabijheid van de planlocatie komt geen bedrijvigheid voor welke een mogelijke belemmering vormt voor het initiatief. Daarnaast levert het initiatief ook geen belemmering op voor omliggende agrarische bedrijven en woonfuncties.
De afstand van de dichtstbijzijnde woningen ten opzichte van de planlocatie is ruim voldoende. Vanaf de parkeervoorziening en landschappelijke ontwikkeling vindt niet of nauwelijks geluidproductie plaats. Daarnaast geldt dat onderhavige ontwikkeling aanvullend is op een reeds bestaande toeristische recreatieve functie en er in een eerder stadium al een duidelijke afweging ten aanzien van activiteiten in relatie tot de omgeving heeft plaatsgevonden. Een onderzoeksplicht is derhalve niet aan de orde. Een en ander betekent dat onaanvaardbare geluidbelasting door de recreatieve voorziening tot een minimum beperkt blijft en de gestelde grenswaarden niet worden overschreden.
Milieuzonering (categorie-indeling bedrijven) De planlocatie en de omgeving ervan kunnen worden aangemerkt als het omgevingstype ‘rustig buitengebied’.
Actualisatie ruimtelijke onderbouwing buitengebied bijenmuseum Geffen
woensdag 25 november 2020
De grootste kans op een beschadiging aan een buisleiding ontstaat door graafwerkzaamheden. Denk hierbij aan werkzaamheden aan gas-, olie- en waterleidingen in de grond, of
Kabels en (buis)leidingen Transport van gevaarlijke stoffen vindt plaats over de weg, het spoor, het water en door buisleidingen. Tijdens het transport kunnen dingen misgaan waardoor de gevaarlijke lading kan ontbranden of exploderen of waardoor er bijvoorbeeld giftige gassen ontsnappen via een lek of breuk. Bij risicovolle buisleidingen kan gedacht worden aan (hogedruk) transport van aardgas, maar ook van olie, benzine, kerosine, chemische producten en industriële gassen. Deze stoffen kunnen giftig, lichtontvlambaar, of brandbaar zijn. Buisleidingen lopen meestal ondergronds, maar kunnen soms ook bovengronds voorkomen.
Elke verandering van het groepsrisico in het invloedsgebied van een risicobron moet verantwoord worden. Hierbij moet ingegaan worden op de wijze waarop deze verandering in het groepsrisico is betrokken bij de besluitvorming. Tevens moeten kwalitatieve aspecten beoordeeld worden, zoals zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.
Groepsrisico Het groepsrisico is de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is bedoeld om een inschatting te maken ten aanzien van de maatschappelijke ontwrichting in het geval van een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt een orientatiewaarde in de verantwoording (dit betekent dat er gemotiveerd van mag worden afgeweken).
De maatgevende grens is de 10-6 contour, dit is de kans van 1 op 1 miljoen dat een onbeschermd persoon omkomt per jaar.
4 Uitvoeringsaspecten
Kabels en (buis)leidingen Transport van gevaarlijke stoffen vindt plaats over de weg, het spoor, het water en door buisleidingen. Tijdens het transport kunnen dingen misgaan waardoor de gevaarlijke lading kan ontbranden of exploderen of waardoor er bijvoorbeeld giftige gassen ontsnappen via een lek of breuk. Bij risicovolle buisleidingen kan gedacht worden aan (hogedruk) transport van aardgas, maar ook van olie, benzine, kerosine, chemische producten en industriële gassen.
Motivering en conclusies externe veiligheid voor planlocatie Externe veiligheid inrichtingen en vervoer Afgaande op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant blijkt dat de planlocatie niet gelegen is in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen. Ook de omliggende wegen zijn niet onderhevig aan risico’s van eventueel transport van gevaarlijke stoffen.
Het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) is op 1 januari 2011 in werking getreden. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zoals dit per 1 januari 2011 geldt, staan veiligheidseisen voor de exploitant en de gemeente. Exploitanten hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun buisleidingen veilig zijn. Gemeenten moeten buisleidingen in hun bestemmingsplan opnemen en bij nieuwbouw zorgen voor genoeg afstand tot de buisleidingen.
kabels voor stroom, TV, telefoon en internet. De risicokaart toont alle aardgasleidingen vanaf een diameter van 50 mm en een druk van 16 bar, alle buisleidingen voor brandbare vloeistoffen vanaf een diameter van 100 mm en alle overige buisleidingen waarvan geldt dat er een overschrijding van de wettelijke norm is op 5 meter afstand van de buis. Deze wettelijke norm is het plaatsgebonden risico 10-6.
18
Het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) is op 1 januari 2011 in werking getreden. In het geval van ruimtelijke ontwikkelingen die voorzien in een ‘nieuw kwetsbaar object’ dient aangetoond te worden dat het plaatsgebonden risico niet overschreden wordt en dient tevens het groepsrisico binnen het invloedsgebied van de buisleiding te worden verantwoord.
De grootste kans op een beschadiging aan een buisleiding ontstaat door graafwerkzaamheden. Denk hierbij aan werkzaamheden aan gas-, olie- en waterleidingen in de grond, of kabels voor stroom, TV, telefoon en internet. De risicokaart toont alle aardgasleidingen vanaf een diameter van 50 mm en een druk van 16 bar, alle buisleidingen voor brandbare vloeistoffen vanaf een diameter van 100 mm en alle overige buisleidingen waarvan geldt dat er een overschrijding van de wettelijke norm is op 5 meter afstand van de buis. Deze wettelijke norm is het plaatsgebonden risico 10-6.
Deze stoffen kunnen giftig, lichtontvlambaar, of brandbaar zijn. Buisleidingen lopen meestal ondergronds, maar kunnen soms ook bovengronds voorkomen.
Figuur 4.1. Uitsnede risicokaart Noord-Brabant
Actualisatie ruimtelijke onderbouwing buitengebied bijenmuseum Geffen
woensdag 25 november 2020
Conclusie De toeristisch-recreatieve functie die met het onderliggende plan wordt geoptimaliseerd, is een beperkt kwetsbaar object. Dit betekent dat er getoetst dient te worden aan het BEVI en
Elke verandering van het groepsrisico in het invloedsgebied van een risicobron moet verantwoord worden. Hierbij moet ingegaan worden op de wijze waarop deze verandering in het groepsrisico is betrokken bij de besluitvorming. Tevens moeten kwalitatieve aspecten beoordeeld worden, zoals zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. In het kader van de verantwoording van het groepsrisico moet advies gevraagd worden aan de regionale brandweer.
Groepsrisico Het groepsrisico is de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is bedoeld om een inschatting te maken ten aanzien van de maatschappelijke ontwrichting in het geval van een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt een oriëntatiewaarde in de verantwoording (dit betekent dat er gemotiveerd van mag worden afgeweken).
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een onbeschermd individu overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit plaatsgebonden risico wordt vertaald naar een risicocontour rondom een risicobron (bijvoorbeeld een inrichting of een weg). De maatgevende grens is de 10-6 contour, dit is de kans van 1 op 1 miljoen dat een onbeschermd persoon omkomt per jaar.
De risicokaart toont geen aanwezigheid van een (hoge druk) gasleiding op korte afstand van de planlocatie. De kleinere leidingen worden voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden middels een KLIC-melding in kaart gebracht.
4 Uitvoeringsaspecten
Dit betekent dat er geen belemmeringen voor het initiatief bestaan vanuit het aspect Externe Veiligheid.
de richtlijnen voor transport van gevaarlijke stoffen. Op basis van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant is beoordeeld of er risicobronnen in de nabijheid van de planlocatie gelegen zijn. Hieruit blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen of transportroutes in de nabijheid van de planlocatie gelegen zijn.
19
Actualisatie ruimtelijke onderbouwing buitengebied bijenmuseum Geffen
Economische uitvoerbaarheid
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
woensdag 25 november 2020
De procedure(s) zijn door de wetgever geregeld. Er is een landelijke voorziening waar in elektronische vorm de ruimtelijke visies, plannen, besluiten, verordeningen of algemene maatregelen van bestuur van gemeenten, provincies en Rijk, voor en ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn.
5.2
Planschade Om de economische uitvoerbaarheid te waarborgen, dient inzicht te worden verkregen of in onderhavige situatie sprake is van planschade. Eventuele tegemoetkomingen in de planschade die uit de omgevingsvergunning voortvloeien, zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe wordt met de gemeente Oss een overeenkomst gesloten.
Exploitatie Behoudens kosten voor ambtelijke voorbereiding en begeleiding van de (project)omgevingsvergunningprocedure zijn er voor de uitvoerbaarheid van de voorgestane ontwikkeling geen andere kosten voor de gemeente in de exploitatiesfeer.
Uitvoeringsaspecten
5
5 Uitvoeringsaspecten
20
Actualisatie ruimtelijke onderbouwing buitengebied bijenmuseum Geffen
Slotconclusie
woensdag 25 november 2020
Met deze ruimtelijke onderbouwing is een basis gelegd voor het opnemen van een passende planologisch-juridische regeling in de aanstaande actualisatie van het bestemmingsplan “Buitengebied Oss - 2020” voor het mogelijk maken van de in deze ruimtelijke onderbouwing beschreven planontwikkeling aan de Leiweg te Geffen.
Aan de volgende voorwaarden is voldaan: het motiveren van de afwijking van de geldende bestemming middels het opstellen van onderliggende ruimtelijke onderbouwing; het met een bestemmingsplan aantonen van de ruimtelijkfysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid.
In deze ruimtelijke onderbouwing is nadrukkelijk gemotiveerd dat het onderliggende plan zich verhoudt, zowel in negatieve als positieve zin, tot de aanwezige functies en waarden in de planlocatie en de directe omgeving ervan. Naast het ruimtelijkplanologische beleid, de stedenbouwkundige en landschappelijke toets zijn alle ruimtelijke en milieu- hygiënische deelaspecten onderzocht.
6
6 Slotconclusie
21
Actualisatie ruimtelijke onderbouwing buitengebied bijenmuseum Geffen
Landschappelijk inpassing
Bijlage 1
woensdag 25 november 2020
www.bro.nl | info@bro.nl
6 Slotconclusie
T +31 (0)77 373 06 01
5931 PK Tegelen
Industriestraat 94
Vestiging Tegelen
T +31 (0)20 506 19 99
1018 TX Amsterdam
Rhijnspoorplein 38
Vestiging Amsterdam
T +31 (0)411 850 400
5282 WV Boxtel
Bosscheweg 107
Hoofdvestiging Boxtel
Actualisatie ruimtelijke onderbouwing buitengebied bijenmuseum Geffen
24