CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8A Toelichting BP Oijense Benedendijk 58-60 Oijen - 2023

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 12 bestemmingsplannen, gebundelde procedure22.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Oijense Benedendijk 58-60 Oijen - 2023 Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 1 van 58 vastgesteld

Bestemmingsplan Oijense Benedendijk 58-60 Oijen – 2023 Vastgesteld Toelichting

Gemeente Oss, 6 oktober 2023

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 2 van 58 vastgesteld

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Inleiding ............................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 1 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 1.2 Plangebied .................................................................................................................................... 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................... 6 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ................................................................................................................ 7 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ................................................................................................................. 10 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ....................................................................................................... 13 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................ 13 4.2 Rijksbeleid ..................................................................................................................................

14 4.3 Provinciaal beleid ....................................................................................................................... 14 4.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 19 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ........................................................................................................... 25 5.1 Landschap .................................................................................................................................. 25 5.2 Natuur ......................................................................................................................................... 27 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ................................................................................................... 29 5.4 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................. 32 5.5 Water .......................................................................................................................................... 33 5.6 Defensie......................................................................................................................................

37 5.7 Niet gesprongen explosieven ..................................................................................................... 37 5.8 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 39 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................... 50 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels .................................................................................................... 52 6.1 Algemeen.................................................................................................................................... 52 6.2 Regels......................................................................................................................................... 52 Hoofdstuk 7 Handhaving........................................................................................................................ 54 7.1 Beleidskader ............................................................................................................................... 54 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ............................................................. 54 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht ..........................................................

55 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 56 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................. 57 9.1 Omgevingsdialoog ...................................................................................................................... 57 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................ 57 9.3 Inspraak ...................................................................................................................................... 57 9.4 Zienswijzen ................................................................................................................................. 58

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN

zie separaat bijlagenboek

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 3 van 58 vastgesteld

TOELICHTING Bestemmingsplan Oijense Benedendijk 58-60 Oijen – 2022

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 4 van 58 vastgesteld

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 5 van 58 vastgesteld

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De locatie Oijense Benedendijk 58 is betreft een betreft een voormalige woning met bijgebouw en is onlangs aangekocht. De eigenaar is voornemens is om de bestaande bebouwing (100 m2) op Oijense Benedendijk te renoveren en gebruiken als overnachtingsaccommodatie voor kortdurend toeristisch verblijf voor maximaal 10 personen in maximaal 5 slaapkamers, als ondergeschikte nevenactiviteit bij de woning aan Oijense Benedendijk 60. Ten behoeve van het gebruik wordt de bebouwing van Oijense Benedendijk 58 betrokken bij de woning aan Oijense Benedendijk 60. Het totaal aantal m2 bijgebouwen (maximaal 300 m2) blijft hierbij gelijk. Voor de beoogde ontwikkeling is op 5 januari 2022 een principeverzoek ingediend bij de gemeente Oss. In het principebesluit van 4 mei 2022 (kenmerk 4854722) heeft de gemeente Oss te kennen geven mee te willen werken aan de beoogde ontwikkeling. 1.2

Plangebied

De locaties Oijense Benedendijk 58 en 60 zijn kadastraal bekend als gemeente Oijen, sectie E, perceel nummers 262 (Oijense Benedendijk 58), 349 en 337 (Oijense Benedendijk 60). De locaties zijn gelegen in het buitengebied van de gemeente Oss, in het buurtschap Benedeneind dat behoort tot het dorp Oijen. Op navolgende afbeelding is de ligging van de locaties weergegeven.

Afbeelding 1: weergave locaties (bron: kadastralekaart.com)

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 6 van 58 vastgesteld

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan ‘Oijense Benedendijk 58-60’ gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan

Datum vaststelling

Buitengebied Oss – 2020

16-04-2020

Parapluplan Geitenhouderijen – 2019

05-03-2020

Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen deze plannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht.

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 7 van 58 vastgesteld

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

Oijense Benedendijk 58 De locatie Oijense Benedendijk 58 is betreft een betreft woonbestemming (ongeveer 222 m2) met een voormalige woning met bijgebouw. De woonbestemming is onlangs aangekocht. Op de locatie is een voormalige woning gelegen met een oppervlakte van ongeveer 48 m2 en een bijgebouw van ongeveer 40 m2. De voormalige woning op de Oijense Benedendijk 58 is volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) rond 1880 opgericht en heeft volgens BAG viewer het gebruiksdoel ‘logiesfunctie’. Dit betreft een oorspronkelijke woning die aan haar woonfunctie onttrokken is. De voormalige woning is niet bedoelt voor permanente bewoning. Binnen de woonbestemming mag in totaal maximaal 100 m2 aan vrijstaande bijgebouwen gerealiseerd worden. Dit is vastgelegd in de regels en verbeelding van het vigerend bestemmingsplan. De gronden binnen het bestemmingsvlak ‘Wonen’ op locatie Oijense Benedendijk 58 zijn uitsluitend bestemd voor tuin en erf. De gebouwen worden momenteel gebruikt ten behoeve de verblijfsfunctie, anders dan wonen. Het bijgebouw en de erfverharding op de locatie Oijense Benedendijk 58 ligt gedeeltelijk buiten het bestemmingsvlak ‘Wonen’. Op navolgende afbeelding is een recentere luchtfoto weergegeven (2022). Hierop is het bijgebouw van de locatie Oijense Benedendijk 58 weergegeven.

De enkelbestemming ‘Wonen’ is indicatief weergegeven doormiddel van een rode arcering. Het bijgebouw en de erfverharding liggen (deels, ongeveer 20 m2) buiten de enkelbestemming ‘Wonen’.

Bijgebouw nr. 58, oppervlakte 48 m2 Voormalige woning nr. 58, Oppervlakte 48 m2

Afbeelding 2: weergave luchtfoto 2022 Oijense Benedendijk 58, bestemming wonen is indicatief weergegeven, (bron: kadastrale kaart.com)

Oijense Benedendijk 60 Oijense Benedendijk 60 te Oijen betreft een voormalig agrarisch bedrijf. Met het saneren van het agrarisch bedrijf is de agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en is de locatie gewijzigd naar een woonbestemming. Binnen de woonbestemming (1.474 m2) is een woning aanwezig (zie navolgende afbeelding). Ten behoeve van de woonbestemming, mag naast de bestaande woning, maximaal 200 m2 aan vrijstaande bijgebouwen gerealiseerd worden. Dit is vastgelegd in de regels en verbeelding van het vigerend bestemmingsplan. Binnen het perceel, buiten de woonbestemming, is een tuinhuisje van 20 m2 aanwezig. Op navolgende afbeeldingen zijn de locaties weergegeven met daarop de bestaande bebouwing weergegeven. Op afbeelding 2 is een luchtfoto weergegeven. De nummers op de luchtfoto corresponderen met navolgende streefviewfoto’s.

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 8 van 58 vastgesteld

3

2

Bijgebouw nr. 58, oppervlakte 48 m2 Voormalige woning nr. 58, Oppervlakte 48 m2 Woning nr. 60, oppervlakte 215 m2 Tuinhuis nr. 60 Oppervlakte 20 m2

1 Afbeelding 3: weergave luchtfoto 2022 locaties (bron: kadastralekaart.com)

Afbeelding 4: weergave Oijense Benedendijk 60 (jul. 2022) vanaf zuidelijke richting, nr. 1 op luchtfoto (bron: Google Maps)

Afbeelding 5: weergave Oijense Benedendijk nr. 58 en 60 (jul. 2022) vanaf westelijke richting, nr. 2 op luchtfoto (bron: Google Maps)

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 9 van 58 vastgesteld

Afbeelding 6: weergave Oijense Benedendijk nr. 58 en 60 (jul. 2022) vanaf noordelijke richting, nr. 3 op luchtfoto (bron: Google Maps)

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 10 van 58 vastgesteld

Hoofdstuk 3

Beoogde situatie

De locatie Oijense Benedendijk 58 is betreft een betreft een voormalige woning met bijgebouw en is onlangs aangekocht. De eigenaar is voornemens is om de bebouwing te renoveren en te gebruiken van een recreatief nachtverblijf als ondergeschikte nevenactiviteit bij de woning aan Oijense Benedendijk 60. Ten behoeve van het gebruik wordt de bebouwing van Oijense Benedendijk 58 betrokken bij de woning aan Oijense Benedendijk 60. Het totaal aantal m2 bijgebouwen is in de beoogde situatie maximaal 300 m2 (100 m2 + 200 m2). De twee bestemmingsvlakken worden samengevoegd tot één bestemmingsvlak waarbij het bestemmingsvlak met 206 m2 wordt vergroot zodat erfverharding en (beoogde) bijgebouwen binnen het bestemminsvlak gesitueerd zijn. In de beoogde situatie is er één bestemmingsvlak van ongeveer 1.879 m2 met één woning en maximaal 300 m2 aan bijgebouwen. Het woonhuis en de (toekomstige) bijgebouwen op Oijense Benedendijk 60 en de gebouwen op Oijense Benedendijk 58 zijn in de beoogde situatie binnen het bestemmingsvlak gesitueerd zijn. De voormalige woning en bijgebouw op de locatie Oijense Benedendijk 58 (100 m2) worden gebruikt als overnachtingsaccommodatie voor kortdurend toeristisch verblijf voor maximaal 10 personen in maximaal 5 slaapkamers, als ondergeschikte recreatieve nevenactiviteit bij de woning aan Oijense Benedendijk 60.

De overnachtingsaccommodatie kunnen afzonderlijk van elkaar verhuurd worden. Per accommodatie wordt 1 parkeerplaats beschikbaar gesteld. Hierdoor parkeren slechts 2 auto’s ter hoogte van Oijense Benedendijk 58 ten behoeve van het kortdurend toeristisch verblijf. Dit om overlast van auto’s te voorkomen. De accommodaties zijn elk voorzien van een eigen terras en één gezamenlijke tuin (perceel 262). De gasten kunnen gebruik maken van een ontbijtservice. Gezinnen met kinderen kunnen in goed overleg met de eigenaren gebruik maken van de tuin van Oijense Benedendijk 60, waarin zijn kunnen lopen en spelen. De recreatieve nevenactiviteiten zijn daarnaast vergelijkbaar met een bed and breakfast. Gelet op de capaciteit van de kleinschalige overnachtingsaccommodatie voor kortdurend toeristisch verblijf is er geen sprake van een grote verkeer/publiek aantrekkende functie. De eigenaren zijn zelf woonachtig op Oijense Benedendijk 60 en houden toezicht op de overnachtingsaccommodatie. Het geheel wordt voorzien van een goede landschappelijke inpassing. De beoogde situatie wordt vastgelegd in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan.

Voor de beoogde situatie zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming: Wonen (gedeeltelijk, ongeveer 1.879 m2); - Enkelbestemming: Agrarisch met waarden - Landschap (gedeeltelijk); - Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog (gedeeltelijk); - Functieaanduiding: recreatiewoning (gedeeltelijk); - Maatvoering: maximum bebouwd oppervlak: 300 m2 (gedeeltelijk); - Gebiedsaanduiding: overige zone – bebouwingsconcentratie; - Gebiedsaanduiding: overige zone – dijkzone woningen; - Gebiedsaanduiding: overige zone – overwal; - Gebiedsaanduiding: overige zone – inrichtingsplan (gedeeltelijk); - Gebiedsaanduiding: vrijwaringszone – dijk (gedeeltelijk). In navolgende afbeelding is een uitsnede van het landschappelijk inpassingsplan (inrichtingsplan) weergegeven met daarop de beoogde situatie. Hierop is tevens de vormverandering van de woonbestemming (bouwvlak) weergegeven. In totaal heeft 1.902 m2 de bestemming ‘Wonen’.

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 11 van 58 vastgesteld

Afbeelding 7: uitsnede landschappelijk inpassingsplan met daarop indicatief de beoogde situatie weergegeven

In navolgende afbeelding is bebouwing en verharding weergegeven die gesloopt/verwijderd wordt. Dit is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan.

Afbeelding 8: weergave te slopen/verwijderen bebouwing en verharding

In het principebesluit van 4 mei 2022 (kenmerk 4854722) heeft de gemeente Oss te kennen geven mee te willen werken, onder voorwaarden, aan de beoogde ontwikkeling. Hieronder worden de voorwaarden genoemd. Voorwaarden: - Het is voorstelbaar om de bestemmingsvlakken van nummer 58 en 60 samen te voegen. Het contingent bijgebouwen dat volgens het bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020 gerealiseerd mag worden op nr. 58 (100 m2) kan dan opgeteld worden bij het bestaande contingent bijgebouwen van nr. 60 (220 m2). In totaal mag er dan op het nieuwe (samengevoegde) bestemmingsvlak 300 m2 aan bijgebouwen toegestaan worden.

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 12 van 58 vastgesteld

-

-

-

Het nieuwe bestemmingsvlak Wonen moet landschappelijk goed ingepast worden. De precieze inpassing moet in overleg met de gemeente nog uitgewerkt worden. De exacte vorm van het nieuwe bestemmingsvlak moet in nader overleg uitgewerkt worden. Hierbij merken wij op dat alle bebouwing binnen het nieuwe bestemmingsvlak dient te worden gesitueerd. Wanneer de totale oppervlakte van de twee bestemmingsvlakken na samenvoeging in totaliteit gelijk blijft aan de oppervlakte zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020 is de regeling kwaliteitsverbetering uit de provinciale verordening niet van toepassing. Wanneer er sprake is van een (beperkte) toename van de oppervlakte van het bestemmingsvlak is deze regeling wel van toepassing. Dat betekent dat er een berekende kwaliteitsverbetering moet worden geleverd. Het verzoek voldoet aan de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten (artikel 20.4 van het bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020). Het plan moet onderbouwd. In deze onderbouwing staan alle belangrijke onderzoeken en aandachtspunten voor uw plan. Daaruit blijkt of er (milieu)bezwaren tegen uw plan zijn en of uw plan door kan gaan.

Uit voorliggende toelichting blijkt dat het plan voldoet aan de gestelde voorwaarden.

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 13 van 58 vastgesteld

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijk beleidskader

Wettelijk kader

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kostenverhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: - In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. - De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen.

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 14 van 58 vastgesteld

Voorliggend plan vindt plaats op een bestaand bouwperceel, in bestaande bebouwing. Er wordt geen nieuwe woning toegevoegd. De bestaande bouwpercelen worden samengevoegd tot één, daarnaast worden kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten binnen het plangebied toegestaan. Het maximum aantal m2 bijgebouwen wijzigt niet binnen het plangebied. Op basis van jurisprudentie blijkt echter dat een dergelijk initiatief niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling zoals gedefinieerd in het Bro. Dit betekent dat in onderhavig plan niet verder aan de Ladder behoeft te worden getoetst. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug.

De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: - Rijksvaarwegen - Grote rivieren - Defensie - Hoofdwegen en landelijke spoorwegen - Elektriciteitsvoorziening - Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen - Natuurnetwerk Nederland - Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren.

Ditzelfde geldt voor de regels in titel 2.11 Primaire waterkeringen buiten het kustfundament die feitelijk de doorwerking vormen van de Beleidsregels Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. Voorliggend plan vindt (gedeeltelijk) plaats binnen de vrijwaringszone van de Maasdijk. In het voorliggend bestemmingsplan zijn regels opgenomen met betrekking tot onderhoud, instandhouding en de versterking van de aangrenzende primaire waterkering. Deze vrijwaringszone is tevens opgenomen in de verbeelding behorende bij het voorliggend plan. Voorliggend plan voldoet hiermee aan de regels in het Barro. 4.2

Rijksbeleid

Gezien het initiatief dusdanig klein van aard is dat het geen invloed heeft op nationaal beleid, wordt dit beleidskader niet beschreven. 4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 15 van 58 vastgesteld

Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: 1. Werken aan de Brabantse energietransitie 2. Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant 3. Werken aan de slimme netwerkstad 4.

Werken aan een concurrerende, duurzame economie In dit plan wordt de bouwpercelen van Oijense Benedendijk 58 en 60 samengevoegd en het gebruik van bebouwing ten behoeve van kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten toegestaan. Het plan is passend binnen de doelstelling ‘een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen’. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling wordt het plangebied landschappelijk ingepast. Dit komt ten goede aan de omgevingskwaliteiten en de biodiversiteit. Het plan is daarom passend binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant. 4.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: - Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten.

Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding; - Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een locatie in

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 16 van 58 vastgesteld

ligt. In dit geval ligt het plangebied (globaal rood omlijnd) binnen de aanduidingen ‘Gemengd landelijk gebied’, Landelijk gebied’, ‘stalderingsgebied’. Op navolgende afbeelding is dit weergegeven.

Plangebied

Afbeelding 9: uitsnede viewer Iov (kaartlagen hst. 3) (bron: viewer Iov 15-04-2022)

De voorwaarden behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de volgende artikelen: - 3.52 aanvullende regels stalderen; - 3.68 wonen in Landelijk gebied; - 3.73 vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied. Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst. Aangezien er geen sprake is van een agrarische bedrijf, is een toetsing aan artikel 3.52 niet noodzakelijk. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: - zorgvuldig ruimtegebruik; - de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; - meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel.

Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Bij voorliggend plan is sprake van een bestaand bouwperceel. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Het bouwperceel blijft in omvang gelijk. Ook de bebouwingsmogelijkheden blijven gelijk. Er is op deze locatie daarom sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op:

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 17 van 58 vastgesteld

-

de ondergrond; de netwerklaag; de bovenste laag.

Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 5 van deze toelichting. Hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op ondergrond, netwerklaag en bovenste laag. Gezien de kleinschalige aard van kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve en/of beperkende effecten heeft op de omgeving.

Ten aanzien van artikel 3.7 van de Iov zijn er geen bezwaren Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door het samenvoegen van de bouwpercelen en gebruik van gebouwen ten behoeve van kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten te combineren met een goede landschappelijke inpassing. Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9) Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. De beoogde kwaliteitsverbetering van voorliggend initiatief is nader uitgewerkt in paragraaf 5.1.2.

Hieruit volgt dat voldaan wordt aan artikel 3.9 van de Iov. Ontwikkeling van niet-agrarische functies (paragraaf 3.6.7) In de beoogde situatie worden kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten mogelijk gemaakt in het landelijk gebied. In paragraaf 3.6.7 bevat de voorwaarden voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies in het landelijk gebied. Het initiatief moet getoetst worden aan artikel 3.68 Wonen in landelijk gebied en 3.73 ten aanzien van vestiging van een niet agrarische functie in landelijke gebied. Wonen in Landelijk gebied (artikel 3.68) In artikel 3.68, eerste lid, van de Iov is vastgelegd dat alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten als er voldaan wordt aan de voorwaarden in lid 2. In dit bestemmingsplan wordt geen nieuwe woning of woonbestemming mogelijk gemaakt. Dit plan voorziet enkel in het samenvoegen van twee bestaande woonbestemmingen. De bestaande bijgebouwen worden daarbij gebruikt ten behoeve van een recreatief nachtverblijf. Dit wordt vastgelegd in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Recreatiewoningen mogen niet voor permanente bewoning gebruikt worden.

Daarmee wordt voldaan aan de regels van artikel 3.68 van de Iov. Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied (artikel 3.73) In artikel 3.73, eerste lid, van de Iov is vastgelegd dat op een bestaand bouwperceel binnen het landelijk gebied kan worden voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie als dit past binnen de

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 18 van 58 vastgesteld

ontwikkelingsrichting van het gebied. Daarbij dienen, conform lid a, de volgende aspecten te worden betrokken: Een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; De beoogde ontwikkeling van het landelijke gebied betreft een gemengde plattelandseconomie met in hoofdzaak een agrarische economie met daarbij passende bestemmingen. Er is naast land en tuinbouw in een gemengde plattelandseconomie ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties et cetera. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. De gemeente heeft daarnaast in haar toeristisch-recreatief beleid opgenomen dat zij een versterking wil van kleinschalige vormen van (verblijf)recreatie, met name op het binnen het gebiedstype ‘Oeverwal’ waarin het plangebied gelegen is. Dit wordt nader beschreven in paragraaf 4.4.6. Met de beoogde ontwikkeling wordt kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in de vorm van een recreatief nachtverblijf mogelijk gemaakt binnen bestaande bijgebouwen, binnen de bestemming ‘Wonen’, wat passend is binnen het gemeentelijk toeristisch-recreatief beleid.

De bestaande gebouwen op de locatie Oijense Benedendijk 58 kunnen hierdoor gebruikt worden als recreatief nachtverblijf, als ondergeschikte nevenactiviteit bij de woning aan Oijense Benedendijk 60. Hierdoor kan de voormalige woning op 58 verbouwd worden. Op deze manier kan de voormalige woning behouden blijven en wordt verloedering van het buitengebied voorkomen. Waardoor de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de ontwikkeling van een gemengde plattelandseconomie. De beoogde ontwikkelingen zijn tevens passend binnen de ontwikkelingsrichting van de omgeving die de gemeente heeft opgesteld. Welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders. Voorliggend plan betreft het samenvoegen van twee bouwpercelen met de enkelbestemming ‘Wonen’. Het bouwperceel neemt daarbij toe met 206 m2. De bebouwingsmogelijkheden binnen het bouwperceel wijzigt daarbij niet. Daarnaast wordt kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten toegestaan binnen het plangebied. Gezien de aard en omvang van beoogde ontwikkeling heeft deze weinig effect op de omgeving. Het initiatief heeft geen grote verkeer/publiek aantrekkende functie gelet op de capaciteit van de voorziening. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de genoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 5 van deze toelichting.

Ten aanzien van de aspecten mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders zijn er geen bezwaren Hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het landelijk gebied. In de toetsing aan artikel 3.6 tot en met 3.9 van de Iov is reeds aangetoond dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit door het gebruik van een bestaand bouwperceel en gebouwen te combineren met een goede landschappelijke inpassing. Verder moet worden aangetoond dat: a. er geen splitsing van het bouwperceel plaatsvindt; Er is geen sprake van splitsing van het bouwperceel. De bestaande bouwpercelen van Oijense Benedendijk 58 en 60 worden samengevoegd tot één bouwperceel. b. overtollige bebouwing wordt gesloopt; Er is geen sprake van overtollige bebouwing. De bestaande bebouwing zijn bijgebouwen behorende bij de woning aan Oijense Benedendijk 60. c.

de vestiging geen betrekking heeft op een kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking. Met de beoogde ontwikkeling wordt geen kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking gerealiseerd.

Conform artikel 3.73, tweede lid, dient een bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt te borgen dat de functie, ook op lagere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting. Er dienen daartoe regels te worden gesteld: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking;

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 19 van 58 vastgesteld

Het gebruik van (bestaande) bijgebouwen als recreatief nachtverblijf als ondergeschikte nevenactiviteit bij de woning aan nummer 60. Het recreatief nachtverblijf voldoet aan de afwijkingsbevoegdheid zoals opgenomen in het vigerend bestemmingsplan in artikel 20.4 onder ‘Kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten’. Daarmee wordt dit als passende omvang gezien voor een niet-agrarische functie in het buitengebied. Het initiatief zal geen grote verkeer/publiek aantrekkende functie hebben gelet op de capaciteit van de voorziening. b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; In de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan wordt de specifieke gebruiksactiviteit en het bestemmingsvlak vastgelegd. c.

dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; In de regels van het bestemmingsplan wordt buitenopslag als strijdig gebruik aangemerkt.

d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. In de regels van het bestemmingsplan wordt niet voorzien in uitbreidingsmogelijkheden voor het initiatief waardoor de niet-agrarische functie bij uitbreiding genoodzaakt is om elders op een passende locatie te vestigen. Er kan derhalve worden geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan de voorwaarden voor de vestiging van een niet-agrarische functie in het landelijk gebied Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die in werking treedt als de Omgevingswet in werking treedt. Wij hebben voor dit initiatief de wijzigingen van de Interim Verordening doorgenomen en geconstateerd dat het toetsingskader hetzelfde is gebleven. 4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.2 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied.

Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen; - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid; - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug; - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen; - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied; - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers; - Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 20 van 58 vastgesteld

-

uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk; Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit;

De bovenstaande doelstellingen worden vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden; - Oeverwal; - Komgebied; - Dekzandrand; - Dekzandrug; - Primair agrarisch gebied. Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen in de Structuurvisie. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. Het plangebied is gelegen in het landschapstype Oeverwal.

De oeverwal is een hooggelegen rug, parallel aan de Maas. Van oorsprong worden de oeverwallen gekenmerkt door een relatief kleinschalig cultuurlandschap met een grote diversiteit. Door de aanwezigheid van veel landschapselementen heeft de oeverwal over het algemeen een groen en halfopen karakter. Hierdoor is het gebied rond de oeverwal zeer geschikt voor recreatie en toerisme. Naast de acht kleine kernen liggen op de oeverwal ook een zevental bebouwingsconcentraties. Het plangebied is gelegen in de bebouwingsconcentratie ‘Benedeneind’, dit is een buurtschap behorende bij het dorp Oijen. Benedeneind ligt op de oeverwal aan de noordzijde van de Oijense polder. Op korte afstand liggen een drietal straten parallel aan elkaar. Aan de Oijense Benedendijk ligt de meeste bebouwing. Het kronkelige westelijk deel van de Oijense Benedendijk komt nog grotendeels overeen met de situatie van rond 1800. In de omgeving liggen enkele grote agrarische bedrijven. Het gebied is vrij kaal en lijkt daarom op het landschap van het komgebied. Er komt historische bebouwing voor. Hierbij gaat het voornamelijk om agrarische bebouwing of soms kleinschalige dijkbebouwing. In de structuurvisie worden voornamelijk kansen gezien voor recreatie en toerisme en het verhogen van de woonkwaliteit. De bebouwing ligt op en aan de dijk.

Mede door de aanwezige cultuurhistorische waarde van het gebied en de contrasten tussen de kleinschalige bebouwing op de dijk en de agrarische bebouwing onder aan de dijk in combinatie met erfbeplanting maakt dit gebied interessant voor recreatie en toerisme. Het is in dit gebied voorstelbaar, ter ondersteuning van de landschapsstructuur, bebouwing toe te voegen. Dit zou mogelijk kunnen op locaties langs de dijk waar nu grootschalige bebouwing aanwezig is. Recreatieve functies zijn kansrijk mede door de natuurontwikkeling van de Hemelrijkse Waard en de nabijheid van de entree voor bezoekers van dit natuurgebied. Het plangebied is gelegen in een bebouwingscluster van het buurtschap Benedeneind. Zoals eerder beschreven, is de voormalige woning op Oijense Benedendijk 58 rond 1880 opgericht en maakt het onderdeel uit van de oorspronkelijke (historische) bebouwing van de Oijense Benedendijk. Om de voormalige dijkwoning te kunnen behouden is verbouw en aanpassen aan de huidige tijd noodzakelijk. Dit om verdere verval van de woning te voorkomen. In de beoogde situatie wenst de eigenaar de voormalige woning te (blijven) gebruiken als recreatief nachtverblijf. Door de bebouwing van Oijense Benedendijk 58 te betrekken bij Oijense Benedendijk 60, kan deze bebouwing gebruikt worden als ondergeschikte nevenactiviteit bij de woning aan nummer 60.

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 21 van 58 vastgesteld

Wat passend is binnen kansen die voor dit gebied worden gezien in de structuurvisie. De beoogde ontwikkeling, het behoud van de voormalige woning op Oijense Benedendijk 58 en het gebruik als recreatief nachtverblijf, is passend binnen de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. 4.4.5 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: - bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; - monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); - bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument.

Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd. 4.4.6 Visie Toerisme en Recreatie In de nota toerisme & recreatie staat de economische ontwikkeling en het behoud van de leefbaarheid centraal. Daarbij wordt met name gericht op het landelijk gebied in de gemeente Oss en de voormalige gemeente Lith. Binnen de gemeenten wordt onderscheid tussen verschillende zones. Deze zones zijn de Maasrand, het poldergebied, de stad Oss, Herperduin en de stadsrand. Per zone worden de sterke en zwakke punten beschreven, maar ook de onderlinge relatie tussen de verschillende zones. Het plangebied is gelegen in de Maasrand. De Maas met zijn natuur, landschap, cultuur(historie) en water/ rivier vormt 'het goud' waarop recreatieve beleving in het gebied is gebaseerd. De grootste troeven zijn de natuurlijke aantrekkingskracht van de Maas en de Maasdijk gecombineerd met de vestingstadjes Megen en Ravenstein. Er is veel recreatieve bedrijvigheid aanwezig, veelal kleinschalig en met een nadruk op dagrecreatie. Met dit plan wordt een recreatief nachtverblijf mogelijk gemaakt als ondergeschikte nevenactiviteit bij een woning.

Kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in de vorm van een nachtverblijf zijn passend binnen de visie Toerisme en Recreatie waarin gestreefd wordt naar het versterken van de vrijetijdseconomie in het Maasgebied door andere het creëren van extra recreatieve verblijfsvoorzieningen. 4.4.6

Bestemmingsplan

Zoals al in de inleiding van deze toelichting beschreven is voor het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ van toepassing. Locatie Oijense Benedendijk 58 te Oijen Voor de locatie Oijense Benedendijk 58 te Oijen de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming: Wonen (gedeeltelijk, ongeveer 223 m2); - Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Landschap (gedeeltelijk); - Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog; - Functieaanduiding: specifieke vorm van wonen – oijense benedendijk 58; - Gebiedsaanduiding: overige zone – bebouwingsconcentratie; - Gebiedsaanduiding: overige zone – dijkzone woningen;

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 22 van 58 vastgesteld

-

Gebiedsaanduiding: overige zone – overwal; Gebiedsaanduiding: vrijwaringszone – dijk.

In het vigerend bestemmingsplan is de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - oijense benedendijk 58' opgenomen. Deze gronden zijn uitsluitend bestemd zijn voor tuin en erf. De voormalige woning mag niet permanent bewoond worden. Tevens zijn er bouwregels opgenomen. Zo mag maximaal 100 m2 aan vrijstaande bijgebouwen gerealiseerd worden, met een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 6 meter. Dit is vastgelegd in de regels en verbeelding van het vigerend bestemmingsplan. In navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ weergegeven ter plaatse van de Oijense Benedendijk 58 te Oijen. Een deel van de aanwezige bebouwing en erfverharding is buiten het bouwperceel gelegen, in de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’.

Afbeelding 10: uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied Oss - 2020' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Oijense Benedendijk 60 te Oijen In het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ zijn voor de locatie Oijense Benedendijk 60 te Oijen de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming: Wonen (ongeveer 1.474 m2); - Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Landschap (gedeeltelijk); - Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog (gedeeltelijk); - Maatvoering: maximum bebouwd oppervlak: 200 m2; - Gebiedsaanduiding: overige zone – bebouwingsconcentratie; - Gebiedsaanduiding: overige zone – dijkzone woningen; - Gebiedsaanduiding: overige zone – overwal; - Gebiedsaanduiding: vrijwaringszone – dijk (gedeeltelijk). In navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ weergegeven ter plaatse van de Oijense Benedendijk 60 te Oijen.

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 23 van 58 vastgesteld

Afbeelding 11: uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied Oss - 2020' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

In het bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling niet rechtstreeks mogelijk. Voor het samenvoegen van twee bouwpercelen en het vergroten is in het bestemmingsplan geen bevoegdheid opgenomen. Om deze reden wordt een herziening van het bestemmingsplan voorbereid. De regels van deze herziening zullen zo veel mogelijk aansluiten bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’. Voor het gebruik van bestaande gebouwen als recreatief nachtverblijf is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen in het vigerend bestemmingsplan waarmee de activiteit kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten mogelijk wordt gemaakt (art. 20.4). Aan deze afwijkingsbevoegdheid zijn onderstaande voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden worden in deze paragraaf waar nodig nader toegelicht. Artikel 20.4 afwijken van de gebruiksregels Indien wordt aangetoond dat een dialoog is gevoerd met de direct aanwonenden kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 20.1 (vigerend bestemmingsplan) voor de activiteit kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten onder de voorwaarde dat de ruimtelijke en/of stedenbouwkundige inpasbaarheid en de milieuhygiënische aanvaardbaarheid zijn aangetoond en mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de ruimtelijke kwaliteit; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c. het straat- en/of bebouwingsbeeld; d.

de landschappelijke en natuurwaarden; e. de verkeersveiligheid; f. de woonsituatie; Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een dialoog gevoerd met de direct aanwonenden (zie bijlage 8). De bebouwingsmogelijkheden in dit bestemmingsplan blijven gelijk. Er worden geen nieuwe gebouwen opgericht. Uit paragraaf 5.7 milieuaspecten blijkt dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet worden aangetast. Het plangebied wordt daarnaast voorzien van een landschappelijke inpassing (zie paragraaf 5.1). In de beoogde situatie wijzigt de woonsituatie in het plangebied en de directe omgeving niet. Uit voorliggende toelichting blijkt dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de hierboven genoemde aspecten. De specifieke voorwaarden voor kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in artikel 20.4 zijn nader toegelicht: Artikel 20.4 Kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten Het betreft uitsluitend kleinschalige activiteiten die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals het bieden van overnachtingsaccommodatie voor kortdurend toeristisch verblijf voor maximaal 10 personen in maximaal 5 slaapkamers: - buitenopslag is niet toegestaan; in de beoogde situatie is geen sprake van buitenopslag.

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 24 van 58 vastgesteld

-

er is geen sprake van onevenredige verkeersaantrekkende werking; uit hoofdstuk 5.4 Mobiliteit en parkeren blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen onevenredige verkeertrekkende werking heeft.

-

het parkeren dient op eigen terrein binnen het bestemmingsvlak 'Wonen' plaats te vinden; uit paragraaf 5.4 Mobiliteit en parkeren blijkt dat binnen het plangebied voldoende ruimte is om op eigen terrein, binnen het bestemmingsvlak ‘Wonen’ te parkeren.

-

er is geen sprake van milieuhygiënische bezwaren; uit voorliggende toelichting blijkt dat er geen milieuhygiënische bezwaren zijn. In paragraaf 5.7 milieuaspecten wordt dit nader toegelicht.

-

de nevenactiviteit wordt landschappelijk ingepast; voor het beoogde plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit landschappelijk inpassingsplan is als separate bijlage (bijlage 1) toegevoegd aan voorliggende toelichting.

-

het betreft uitsluitend gronden die niet zijn aangeduid als 'overige zone - primair agrarisch gebied' n.v.t. het plangebied beschikt niet over deze aanduiding.

-

het betreft geen activiteiten die vergunningsplichtig zijn op grond van de Drank- en Horecawet. n.v.t. De beoogde ontwikkeling betreft het gebruik van bestaande bijgebouwen ten behoeve van een recreatief nachtverblijf.

Oijense Benedendijk 58-60 – 2023, pag. 25 van 58 vastgesteld

Hoofdstuk 5 5.1

Omgevingsaspecten

Landschap

5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid 2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: - Uiterwaarden; - Oeverwal; - Komgebied; - Dekzandrand; - Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst.

Het plangebied is gelegen in het landschapstype Oeverwal. De Oeverwal kenmerkt zich als een kleinschalig halfopen landschap. Op de oeverwal zijn de belangrijkste natuurwaarden te vinden in de bosjes, struwelen en boomgaarden rondom de dorpen. De steenuil is een typische hier voorkomende soort van het kleinschalige landschap. Ook vleermuizen zijn hier veel aangetroffen. Doorzichten zijn ten slotte ook kenmerkend binnen dit landschapstype. In het beleidsplan is de wens opgenomen om de kleinschaligheid van de oeverwal te behouden en te versterken door het terugbrengen (of toevoegen) van kleinschalige landschapselementen. De aanleg van nieuwe landschapselementen wordt gestimuleerd. Ten behoeve van het plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (bijlage 1). In navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van het landschappelijk inpassingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=d834ff8b-6b1e-4a33-808a-014f42a07d7f