CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7A Toelichting BP Molenstraat 56-58 Lith - 2023

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 12 bestemmingsplannen, gebundelde procedure19.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Molenstraat 56-58 Lith - 2023 Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 1 van 61 30 september 2023

Bestemmingsplan Molenstraat 56-58 Lith – 2023 vastgesteld Toelichting

Gemeente Oss, 30 september 2023

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 2 van 61 30 september 2023

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................................ 6 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................................. 6 1.2 Plangebied ................................................................................................................................................. 6 1.3 Geldende bestemmingsplannen ............................................................................................................. 7 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ............................................................................................................................

8 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie .............................................................................................................................13 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader .................................................................................................................14 4.1 Wettelijk kader .........................................................................................................................................14 4.2 Rijksbeleid ................................................................................................................................................16 4.3 Provinciaal beleid ....................................................................................................................................16 4.4 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................21 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ......................................................................................................................24 5.1 Landschap................................................................................................................................................24 5.2 Natuur

.......................................................................................................................................................28 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ..............................................................................................................29 5.4 Mobiliteit en parkeren .............................................................................................................................34 5.5 Water ........................................................................................................................................................36 5.6 Defensie ...................................................................................................................................................38 5.7 Milieuaspecten ........................................................................................................................................39 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ..............................................................................................................54 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels ...............................................................................................................55 6.1 Algemeen

.................................................................................................................................................55 6.2 Regels .......................................................................................................................................................55 Hoofdstuk 7 Handhaving ....................................................................................................................................57 7.1 Beleidskader ............................................................................................................................................57 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ....................................................................57 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht ................................................................58 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid .....................................................................................................59 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ..........................................................................60 9.1 Omgevingsdialoog ..................................................................................................................................60 9.2

Vooroverleg..............................................................................................................................................60 9.3 Inspraak ....................................................................................................................................................60 9.4 Zienswijzen ..............................................................................................................................................61

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN Bijlage 1 – Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 – Aeriusberekening + notitie Bijlage 3 – Akoestisch onderzoek industrielawaai

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 3 van 61 30 september 2023

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 4 van 61 30 september 2023

TOELICHTING Bestemmingsplan Molenstraat 56-58 Lith – 2023

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 5 van 61 30 september 2023

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 6 van 61 30 september 2023

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan Molenstraat 56-58 is een grote bedrijfsbestemming gelegen, waar in het vigerende bestemmingsplan een bouwbedrijf is toegelaten. Het bouwbedrijf is op de locatie echter niet meer gevestigd. Nu de locatie van eigenaar is gewisseld en de nieuwe eigenaar niet de intentie heeft om op deze plek een bouwbedrijf te vestigen is dit bestemmingsplan opgesteld. De nieuwe eigenaar heeft het idee opgevat om ter plaatse ruimte te gaan bieden aan meerdere ondernemers die zowel een werkplaats, opslagruimte als kantoorruimte nodig hebben (minimaal 250 m2 per bedrijf). Kortom, het is de bedoeling om een bedrijfsverzamelplek te realiseren. Dit is op dit moment op basis van het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan. Voor het planvoornemen is met die reden in overleg met de gemeente een principeverzoek opgesteld, waarop de gemeente positief heeft gereageerd. Om een en ander juridisch planologisch vast te leggen is voor de huidige bedrijfslocatie een herziening van het bestemmingsplan nodig.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt aan Molenstraat 56-58 in Lith en wordt ten noorden begrensd door de dijk, ten oosten door weilanden, ten zuiden door de Molenstraat en ten oosten door de percelen behorende bij Molenstraat 54 een woning met tuin. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Lith, sectie A, nummers 2796, 2795, 2996, 4616, 2994, 4614, 2805 en 2691. Op de afbeelding hieronder is het plangebied met groene arcering weergegeven op de luchtfoto met kadastrale ondergrond.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 7 van 61 30 september 2023

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan ‘Molenstraat 56-58 Lith – 2023’ geldt binnen het plangebied het bestemmingsplan dat is opgenomen in onderstaande tabel. Naam bestemmingsplan

Datum vaststelling

Buitengebied Oss - 2020

16 april 2020

Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest dit plan, binnen het plangebied, haar rechtskracht.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 8 van 61 30 september 2023

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

2.1 Bestaande situatie Aan Molenstraat 56-58 in Lith was geruime tijd een bouwbedrijf gevestigd. Het bouwbedrijf is op deze locatie niet meer aanwezig. De locatie is van eigenaar gewisseld en de nieuwe eigenaar heeft ter plaatse geen bouwbedrijf gevestigd en heeft ook niet die intentie. Dat betekent dat de locatie in haar huidige vorm is bestemd voor een specifieke functie die niet in gebruik genomen zal worden. Op dit moment is ter plaatse een bouwmaterialenhandel gevestigd en er zijn nog wat ruimtes niet gevuld/ beschikbaar. De bouwmaterialenhandel is legaal in het plangebied gevestigd. In het plangebied is ook een bedrijfswoning aanwezig. De bedrijfswoning wordt op dit moment bewoond door een ter plaatse werkende. De afbeeldingen hieronder geven inzicht in de huidige situatie ter plaatse.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 9 van 61 30 september 2023

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 10 van 61 30 september 2023

2.2 Ligging, bereikbaarheid en ontstaansgeschiedenis Het plangebied is gelegen aan de rand van het dorp Lith, in het buitengebied van de gemeente Oss. Het plangebied is goed bereikbaar via de Molenakkerstraat en de Lithse Dijk (N625). De locatie is gelegen op een Oeverwal. Oeverwallen zijn van oudsher plekken waarop dorpen e.d. werden gevestigd. Sinds halverwege de jaren 50 is op de kaart bebouwing in het plangebied zichtbaar. Hieronder is een afbeelding van die kaart opgenomen en zijn enkele kaarten van de perioden daarna weergegeven, zodat zichtbaar is hoe het plangebied zich ontwikkeld heeft tot wat het nu is.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 11 van 61 30 september 2023

2.3 Vigerend bestemmingsplan Op dit moment is de locatie in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’, bestemd als ‘Bedrijf’. Specifiek geldt dat een bouwbedrijf/timmerfabriek, inclusief biomassavergistingsinstallatie is toegelaten, met een bebouwingsoppervlakte van 3.900 m2 voor het bouwbedrijf/ de timmerwerkfabriek en 288 m2 voor een biomassavergistingsinstallatie. Een bedrijf van deze omvang wordt gecategoriseerd als een categorie 3.2 bedrijf. In het bestemmingsplan is geregeld dat ter plaatse ook andere (niet agrarisch technische hulbedrijven en niet agrarisch verwante) bedrijven zijn toegelaten, mits ze van een gelijke of lagere milieucategorie zijn. Er is echter niet meer dan één bedrijf toegestaan.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 12 van 61 30 september 2023

Verder gelden ter plaatse van het plangebied in de vigerende situatie nog allerlei dubbelbestemmingen (i.v.m. archeologie) en gebiedsaanduidingen (beperking veehouderij, inrichtingsplan 18, oeverwal, stadsen dorpsranden, vrijwaringszone molenbiotoop, vrijwaringszone dijk, dijkzone woningen). Hieronder is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied opgenomen.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 13 van 61 30 september 2023

Hoofdstuk 3

Beoogde situatie

3.1 Planvoornemen Het planvoornemen bestaat uit een functiewijziging waardoor ter plaatse van het plangebied de mogelijkheid bestaat om meer dan één niet agrarisch technisch hulpbedrijf of niet agrarisch verwant bedrijf te vestigen. Het gaat om maximaal 8 bedrijven die een minimale omvang van 250 m2 aan bedrijfsbebouwing per bedrijf nodig hebben. De locatie blijft volledig in eigendom bij één partij en de aanwezige bedrijfswoning blijft als bedrijfswoning intact en in gebruik. De doelgroep van het planvoornemen zijn bedrijven die zowel werkplaatsruimte, opslagruimte als kantoorruimte nodig hebben en uit de regio komen. De bedrijvigheid kent maximaal milieucategorie 2 (vermindering t.o.v. huidige situatie waarin een categorie 3.2 bedrijf is toegelaten). De afbeelding hieronder geeft de in het plangebied in te zetten ruimte voor deze bedrijven weer.

Voor het planvoornemen is het niet nodig om in het plangebied meer bebouwing toe te voegen of het bestemmingsvlak uit te breiden.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 14 van 61 30 september 2023

Hoofdstuk 4

4.1

Ruimtelijk beleidskader

Wettelijk kader

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; Er is een drempel voor planschade van 2%; De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen.

4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 15 van 61 30 september 2023

De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Het plan ‘Molenstraat 56-58 Lith – 2023’ maakt de realisering van meerdere bedrijven op een bestaande bedrijfslocatie mogelijk. Het voorliggende plan is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder, omdat er geen nieuw beslag op de ruimte wordt gelegd. Bestaande bebouwing die op dit moment is bedoeld voor één groot bedrijf wordt, gezien de grote behoefte aan kleine units ten opzichte van grote units, ingezet voor meerdere kleinere bedrijven. In Lith zijn de afgelopen jaren veel woningen bijgebouwd.

De beschikbare vierkante meters voor bedrijvigheid zijn niet meegegroeid. Lithenaren zijn ondernemend. Als ze beginnen vanuit huis, hebben ze echter geen doorgroeilocatie voor hun bedrijf in eigen regio. Het Wargaren, het bedrijventerrein van Lith, is vol. De eigenaar van onderhavige locatie krijgt dan ook vaak het verzoek om bedrijfsruimte te verhuren. Gezien het planvoornemen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is in het kader van de ladder, is het niet nodig om de ladder voor duurzame verstedelijking voor dit bestemmingsplan te doorlopen.

4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen.

In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 16 van 61 30 september 2023

Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

De Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Onderhavig planvoornemen is niet strijdig met De Nationale Omgevingsvisie.

4.3

Provinciaal beleid

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 17 van 61 30 september 2023

4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Met dit plan worden ter plaatse van het plangebied meer bedrijven toegelaten dan één zodat een bedrijfsverzamelplek ontstaat. Het aantal bedrijven wordt gemaximeerd tot 8 en per bedrijf moet minimaal sprake zijn van 250 m2 in gebruik genomen bebouwingsoppervlak. Door deze ontwikkeling te realiseren wordt een grote bedrijfslocatie bereikbaar voor meerdere kleine bedrijven. Gezien de behoefte aan kleine bedrijfsunits voor bedrijven die zowel een werkplaats als opslag- en kantoorruimte nodig hebben (veel vraag, weinig aanbod) en de ligging (stads- en dorpsrand, aan de N625) van het plangebied is het planvoornemen logisch en passend in de ambities die o.a. de provincie heeft als het gaat om concurrerende duurzame economie en verstedelijking.

Het planvoornemen is niet strijdig met de Brabantse Omgevingsvisie.

4.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In oktober 2019 is de eerste Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld, waarna diverse herzieningen hebben plaatsgehad. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt,

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 18 van 61 30 september 2023

vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Onderhavige locatie is gelegen in het Landelijk Gebied. Ook is de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’ van toepassing. De uitsneden van de kaart behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn hieronder opgenomen.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 19 van 61 30 september 2023

Het planvoornemen heeft betrekking op een functiewijziging van een bestaande niet agrarische bedrijfslocatie met bedrijfswoning in Lith. Het gaat om de ontwikkeling van de bestaande bedrijfslocatie voor één bedrijf zijnde een bouwbedrijf tot een bedrijfsverzamelplek voor maximaal 8 bedrijven met een minimaal gebruiksoppervlak (bebouwing) van 250 m2. De bestaande bedrijfswoning blijft daarbij behouden. Met die redenen is op het planvoornemen specifiek artikel 3.73 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aan de orde. Daarop wordt hieronder eerst ingegaan. In artikel 3.73 van de Interim omgevingsverordening is geregeld dat een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied.

Het plangebied is gelegen in het buitengebied, aan de rand van het dorp Lith. Er wordt hier volop uitgebreid voor wonen (Lith Oost). Het plangebied kent een goede ontsluiting, het is vrijwel direct aangesloten op de Lithsedijk (N625). Het gebied is aangeduid als stads- en dorpsrand in het vigerende bestemmingsplan. Gebieden zijn als zodanig aangeduid omdat ze liggen op de rand van stad/dorp en buitengebied en er ruimte is voor ontwikkelingen passend op dergelijke ‘randen’. Op een locatie zoals onderhavige (grote bedrijfslocatie) is het voorstelbaar om deze beschikbaar te maken voor meerdere kleine bedrijven. Een dergelijke invulling past door de kleinschaligheid die daardoor optreedt beter aan de rand van Lith dan een groot bedrijf met een daarbij horende milieubelasting en verkeersaantrekkende werking. Doordat al geruime tijd in Lith geen bedrijfslocaties zijn ontwikkeld (en wel woningen zijn gerealiseerd) en Het Wargaren (bedrijventerrein van Lith) vol is, is leegstand elders in onderhavige situatie niet aan de orde. Het initiatief zal leefbaarheidsbevorderend werken, omdat bedrijven uit Lith en

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 20 van 61 30 september 2023

omgeving die nu bijvoorbeeld nog vanuit huis werken de mogelijkheid krijgen binnen hun eigen regio door te groeien. In onderhavige situatie is geen sprake van nieuwe m2’s aan bedrijfsbebouwing. Ook wordt het bestemmingsvlak niet uitgebreid. Een bestaande niet agrarische functie wordt anders maar nog steeds met een niet agrarische functie ingevuld. Door herinvulling met een passende invulling ter plaatse wordt een bijdrage geleverd aan het deels (want niet de gehele locatie staat leeg) overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Aanvullend op bovenstaande geldt dat de ontwikkelingsrichting die voor onderhavig gebied is vastgelegd in de structuurvisie buitengebied is opgenomen. Voorliggende functiewijziging past in deze visie. Heel specifiek is opgenomen dat niet-agrarische bedrijvigheid naar andere niet-agrarische bedrijvigheid kan omschakelen. Uiteraard zijn daaraan wel voorwaarden verbonden: 1. er mag bij omschakeling van nietagrarische bedrijvigheid naar andere niet agrarische bedrijvigheid geen zwaardere milieucategorie ontstaan; 2. er wordt terughoudend omgegaan met uitbreiding van zowel bestemmingsvlak als bebouwingsoppervlak van niet buitengebied gebonden bedrijvigheid. De omvorming voldoet aan beide voorwaarden. Er ontstaat geen zwaardere milieucategorie en het bestemmingsvlak en bebouwingsoppervlak worden niet uitgebreid. b.

er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Ten aanzien van deze regels het volgende: geen sprake zal zijn van splitsing van het bouwperceel. Het blijft in eigendom van één eigenaar én blijft door het behoud van één bestemmingsvlak een onlosmakelijk van elkaar verbonden cluster van bedrijvigheid. Wel worden meerdere BV’s gevestigd. In de toelichting van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is opgenomen dat het provinciale beleid dit niet in de weg staat. Er is geen sprake van overtollige bebouwing. Het is verder niet de bedoeling een kantoor met baliefunctie te vestigen. Lawaaisporten en mestbewerking zijn niet aan de orde. Dit is op basis van het juridisch bindende gedeelte van dit bestemmingsplan (regels en verbeelding) dan ook niet mogelijk. Dit bestemmingsplan stelt verder regels die erop toezien dat de functie ook op langere termijn past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Voldaan wordt aan artikel 3.73 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing.

Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt, omdat het een in het gebied passende herontwikkeling betreft, hieraan invulling gegeven. Sprake is van een functiewijziging waardoor in plaats van één groot bedrijf meerdere kleine bedrijven worden toegelaten. Het planvoornemen past door de kleinschaligheid die hiermee wordt gerealiseerd goed op de rand van het stad/ dorp met het buitengebied en ook bij de behoefte aan de functie. Een en ander binnen het bestaande bestemmingsvlak en de bestaande bedrijfsbebouwing. Ook wordt invulling gegeven aan de regeling kwaliteitsverbetering van het landschap, daarop wordt verderop in deze toelichting ingegaan. Dit geldt ook voor alle van toepassing zijnde milieuaspecten, die in het volgende hoofdstuk van deze toelichting aan de orde komen. Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 21 van 61 30 september 2023

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied.

Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers - Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk - Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit De bovenstaande doelstellingen worden vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype.

We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug - Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen in de Structuurvisie. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 22 van 61 30 september 2023

mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. In de structuurvisie Buitengebied – 2015 wordt onderhavig plangebied getypeerd als ‘Oeverwal’. De oeverwal is een hooggelegen rug, parallel aan de Maas. Van oorsprong worden de oeverwallen gekenmerkt door een relatief kleinschalig cultuurlandschap met een grote diversiteit. Door de aanwezigheid van veel landschapselementen heeft de oeverwal over het algemeen een groen en halfopen karakter. Naast de acht kleine kernen liggen op de oeverwal ook een zevental bebouwingsconcentraties. Onderhavig plangebied ligt niet in één van deze kernen, maar in het buitengebied, niet zijnde een bebouwingsconcentratie. Hieronder zijn de kwaliteiten en bedreigingen van de Oeverwal opgenomen. Kwaliteiten • Het kleinschalige, halfopen karakter van de oeverwal heeft een hoge belevingswaarde • De oeverwal heeft een grote cultuurhistorische waarde, door monumentale gebouwen, wielen, grienden, de Maasdijk en oude paden • De Maasdijk vormt de drager van de oeverwal, waarop de dorpen zijn gelegen als een kralensnoer.

Hierdoor is een optimale wisselwerking tussen dorp en het landschap mogelijk • De afwisseling van functies maakt de oeverwal een prettig gebied om te wonen, werken en recreëren • De oeverwal heeft grote toeristisch-recreatieve waarde Bedreigingen • Op de oeverwal dreigen de kleinschaligheid en cultuurhistorisch waardevolle gebieden te verdwijnen door functieveranderingen. Dit is bijvoorbeeld te zien aan verkavelingsstructuren, boomgaarden en wielen. Door het verdwijnen van deze kleinschalige landschapselementen verdwijnt de kleinschaligheid van de oeverwal. • Het toegenomen aantal burgerbewoningen kan de aanwezige agrarische bedrijven belemmeren • De sterk toegenomen recreatie op de Maasdijk kan het woongenot en verkeersveiligheid aantasten Onderhavig initiatief past binnen de kwaliteiten van de Oeverwal, omdat het de kleinschaligheid ten opzichte van de huidige situatie bevordert. Bedrijvigheid In de structuurvisie wordt aangegeven dat niet-agrarische bedrijvigheid naar andere niet-agrarische bedrijvigheid kan omschakelen. De voorwaarden die hieraan verbonden zijn zijn de volgende: 1. er mag bij omschakeling van niet-agrarische bedrijvigheid naar andere niet agrarische bedrijvigheid geen zwaardere milieucategorie ontstaan; 2. er wordt terughoudend omgegaan met uitbreiding van zowel bestemmingsvlak als bebouwingsoppervlak van niet buitengebied gebonden bedrijvigheid.

De omvorming voldoet aan beide voorwaarden. Er ontstaat geen zwaardere milieucategorie en het bestemmingsvlak en bebouwingsoppervlak worden niet uitgebreid. Het planvoornemen is niet strijdig met de Structuurvisie Buitengebied.

4.4.2 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 23 van 61 30 september 2023

Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd, met de eenvoudige reden dat er geen nieuwbouw plaatsvindt.

4.4.3 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen bij de regels.

Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 24 van 61 30 september 2023

Hoofdstuk 5

5.1

Omgevingsaspecten

Landschap

5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid 2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst.

In de Nota Landschapsbeleid – 2015 is een matrix opgenomen t.b.v. sterke en zwakke punten en kansen en bedreigingen per gebiedstype. Hieronder zijn deze punten, kansen en bedreigingen voor het gebiedstype ‘Oeverwal’ overgenomen. Sterk • • • • • • • Zwak

Cultuurhistorisch gevormd landschap met onregelmatig verkavelingspatroon Prachtige authentieke dorpen Belvedere stadjes Megen en Ravenstein Historisch waardevolle beplanting op de dijk en in de dorpen Wielen en kleiputten Afwisseling open en besloten plekken Bos waterwingebied Macharen

• • • • Kans

Kleinschaligheid van het landschap gaat verloren Veel houtsingels zijn verdwenen Leefbaarheid in dorpen Onvoldoende focus op Belvedere stadjes Megen en Ravenstein

• • • •

Terugbrengen hoogstamboomgaarden Ontwikkeling open kleinschaligheid bos waterwingebied Macharen Inzetten landbouwgronden voor nieuwe cultuurhistorische ontwikkelingen Recreatieve uitloop kleine kernen

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 25 van 61 30 september 2023

• Ontwikkeling nieuwe landgoederen Bedreiging • •

Mogelijke dijkverzwaring Kleinschaligheid dreigt verder verloren te gaan

Op basis van deze kansen en bedreigingen is per gebiedstype de landschappelijke ontwikkelingsvisie opgesteld. Voor de ‘Oeverwal’ betekent dit, samengevat naar aard van onderhavig plangebied, dat het ruimtelijk gezien wenselijk is om de hoogteligging van de oeverwal in het landschap duidelijker te laten zien. Daarnaast is het wenselijk om de kleinschaligheid en het groene karakter van de oeverwal te versterken. Op grotere afstand van de kernen verschuift het beeld geleidelijk van besloten naar halfopen. Verder van de kernen af zal het zicht op het open komgebied gehandhaafd blijven. Bomenrijen staan vooral loodrecht op de dijk. Streven naar kleinschaligheid en een groen karakter kan op verschillende manieren: door het weren van grootschalige bebouwing en grote percelen, maar ook door de schaal te verkleinen, door de aanleg van houtwallen, houtsingels, bosjes, laanbeplanting en (hoogstam)boomgaardjes en door het behoud (en de versterking) van bestaande landschapselementen (zoals grienden, wielen, houtwallen en hakhoutbosjes). Hierdoor ontstaat een afwisseling tussen open en besloten gebieden. Het onregelmatige, kleinschalige verkavelingspatroon moet versterkt worden. Door de aanleg van kavelgrens- en erfbeplantingen wordt het kleinschalige verkavelingspatroon benadrukt en kunnen droge ecologische verbindingszones ontstaan.

Door het versterken van verkavelingspatronen wordt het oorspronkelijke karakter van het landschap op de oeverwal verduidelijkt. Het aanleggen van hoogstamboomgaarden zal bijdragen aan een afwisselend beeld op de oeverwal. Voor de uitwerking en uitvoering zijn diverse aandachtspunten genoemd. Algemeen geldt: -

Herstel landschapselementen als voorwaarde bij ontwikkelingen in bestemmingsplan opnemen Nieuwe ontwikkelingen landschappelijk inpassen Bij ruimtelijke ontwikkelingen landschappelijke eisen stellen toetsen: o Behoud van karakteristieke dijkenpatroon; o Bestaande landschapselementen beschermen in het bestemmingsplan stimuleren; o In dit gebied is ruimte voor vernieuwing, bijvoorbeeld voor nieuwe landgoederen; o Toevoegen nieuwe landschapselementen, zoals houtwallen, grienden en bosjes stimuleren; o Aanleg hoogstamboomgaarden stimuleren; o Onregelmatige blokstructuur versterken; o Herstel oude padenstructuur (kerkepaden); o In het Maasbandproject rekening houden met de landschappelijke eenheden.

Verder zijn ook richtlijnen voor erfbeplanting op de ‘Oeverwal’ opgenomen. Dit zijn de volgende: De oeverwallen hebben een kleinschalig, halfopen karakter. Beplanting in het algemeen, en erfbeplanting in het bijzonder, kan dit karakter versterken door toepassing van dichte opgaande beplanting. Ook hoogstamfruitbomen voor of naast de bebouwing zijn elementen die fraai passen bij de kenmerken van de oeverwal. De bodem van de oeverwal bestaat vaak uit zavelachtig zand (relatief voedselrijk en vochtig) en is geschikt voor een groot assortiment bomen en struiken. Geschikte bomen als overstaanders in houtwallen of -singels zijn bijvoorbeeld inlandse eik, veldesdoorn en esdoorn. Voor afschermend groen kunnen bijvoorbeeld meidoorn, hazelaar en sleedoorn worden gebruikt. Meidoorn of veldesdoorn kunnen als haag worden toegepast. Daar waar fruitbomen staan geen meidoorn toepassen, vanwege het overdragen van ziekten. Ter plaatse van onderhavig plangebied is sprake van een goede landschappelijke inpassing. Het landschapsplan is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 1). De inpassing vindt aansluiting bij de

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 26 van 61 30 september 2023

richtlijnen die in de Nota Landschapsbeleid voor de Oeverwal zijn opgenomen (toevoeging bosplantsoen/versterking onregelmatige blokstructuur). Geconcludeerd kan worden dat in het plangebied sprake is van karakteristieke inheemse bij de ‘Oeverwal’ passende beplanting, welke als een goede landschappelijke inpassing dient. Hiermee wordt voldaan aan de Nota Landschapsbeleid – 2015.

5.1.2

Kwaliteitsverbetering van het landschap

Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is.

Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden.

In onderhavige situatie gaat het om een categorie 2 ontwikkeling. Dat betekent dat landschappelijke inpassing aan de orde is. Zie de afbeelding daarvan hieronder.

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 27 van 61 30 september 2023

Het landschappelijk inpassingsplan is ook bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 1). Dit landschappelijk inpassingsplan is ook via het juridisch bindende gedeelte van dit bestemmingsplan geborgd (regels en verbeelding).

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 28 van 61 30 september 2023

5.2

Natuur

5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming.

5.2.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020. De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Routekaart Groen, Blauw en Natuur In deze nota is aangegeven dat we de natuur en de biodiversiteit willen verbeteren door in te zetten op een gemeentelijk natuurnetwerk, aanvullend op het provinciaal netwerk. Het landschap en de ontstaansgeschiedenis van de gemeente Oss vormen daarbij de basis. Daarbij onderscheiden we de vijf gebieden die ook in de Natuur- en Landschapsvisie worden genoemd.

Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie van de regels en criteria voor een bijzondere boom is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 29 van 61 30 september 2023

omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. De laatste actuele lijst van de bijzondere bomen is te vinden op www.oss.nl/bijzondereboom. Het plangebied is niet gelegen in het gemeentelijk natuurnetwerk. In onderhavige situatie is geen sprake van sloop of nieuwbouw. Ook worden geen bomen gekapt. De Routekaart Groen, Blauw en Natuur, Natuurinclusief bouwen en Bijzonder waardevolle bomen zijn gezien het planvoornemen niet relevant.

5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet ertoe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. 5.2.3.1 Gebiedsbescherming Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Er mogen door een ontwikkeling geen directe negatieve effecten, zoals areaalverlies, versnippering, verstoring of bijv. verandering van de waterhuishouding, optreden. Verder moet aangetoond worden dat door een ontwikkeling geen sprake is van indirecte negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Het gaat dan om de depositie van stikstof op de Natura 2000-gebieden die hiervoor gevoelig zijn. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en).

Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden. Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling). In of in de nabijheid van het plangebied is geen sprake van Natuur Netwerk Brabant. Geen sprake is dan ook van directe aantasting of externe werking van de ontwikkeling op het Natuur Netwerk Brabant. Het plangebied ligt buiten beschermde Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Rijntakken ligt op een afstand van ca. 4 kilometer. Omdat het plangebied buiten beschermde gebieden ligt zijn directe effecten, zoals areaalverlies en versnippering, uitgesloten. Tevens kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Wel moet nog aangetoond worden dat indirecte effecten niet aan de orde zijn.

Berekend moet worden of het initiatief in zowel de gebruiks- als realisatiefase geen negatief effect (stikstofdepositie) heeft op Natura 2000gebieden. Dat de gebruiksfase moet worden berekend is vastgelegd in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Voor de realisatiefase (bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten om het initiatief te realiseren) is hierin een vrijstelling opgenomen. Deze vrijstelling is op 2 november 2022 echter tenietgedaan via de uitspraak van de Raad van State inzake Porthos (ECLI:NL:RVS:2022:3159).

Molenstraat 56-58 Lith – 2023, pag. 30 van 61 30 september 2023

Sindsdien geldt de vrijstelling niet meer en moet ook voor de realisatiefase een berekening gemaakt worden. Voor zowel de realisatie- als gebruiksfase is voor deze ontwikkeling een aeriusberekening uitgevoerd en een notitie van de invoergegevens opgesteld. De notitie en berekeningen zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 2). De conclusie hiervan is als volgt: “Uit de berekeningen volgt dat door de gebruiksfase geen sprake is stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. De AERIUS-berekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000 gebied. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming of verder onderzoek naar de stikstofdepositie is niet nodig.” Gebiedsbescherming ingevolge de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 5.1.3.2 Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f8df41c7-ca5f-484a-9ace-597b4cebbf66