Bijlage 7 - Zienswijze 146
Tekst van het document
Ploum AANGETEKEND EN PER GEWONE POST Het cotlege van burgemeester en wethouders van s-Hertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ S-HERTOGENBOSCH
GEMEENTŠ POSTKAMER
Het college van burgemeester en wethouders van Oss afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling
Datum:
Postbus 5
Afdehna
7 JAN O5
5340 BA OSS
Rotterdam, 24januari 2025 Referentie Uw referentie
: 695.25.0003 AM / advies Rosmalen Oost : 17252559 (gemeente s-Hertogenbosch) - Ontwerpprogramma en milieueffectrapportage Duurzame Polder (gemeente Oss)
Van
: mrs. A. Danopoulos, L. Hoeben en T. Vlug,advocaten
Telefoon
: +316 3922 3800, +316 3031 8977 en +316 8331 5984
: a.danopoulos@ploum.nl,l.hoeben@ploum.nlent.vlug@ploum.nl
Geachte heer, mevrouw, Namens cliënten, 1
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gebiedsontwikkeling s-Hertogenbosch-oost Beheer B.V., handelend als beherende vennoot van de commanditaire vennootschap Gebiedsontwikkeling s-Hertogenbosch-oost C.V., beiden gevestigd aan de Ptolemaeuslaan 80 te (3528 BP) Utrecht, (GHO);
2
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AM B.V., gevestigd aan de Ptolemaeuslaan 80 te (3528 BP) Utrecht (AM);
3
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BPD Ontwikkeling B.V. (Regio Zuid), gevestigd aan de Melkfabriekstraat 11J te (5613 MW) Eindhoven (BPD); De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hoedemakers Ontwikkeling B.V., handelend als bestuurder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Grote Elst B.V., beiden gevestigd aan De Grote Elst 40, te (5246 JP) Rosmalen (Hoedemakers);
Bìaak 28 NL - 3011 TA Rotterdam
P.o. Box 711 NL - 3000AS Rotterdam
T +31 10 440 6440
info@ploum.nl www.ploum.nl
BflN: NL.8040.02.204.B,01 KvK: 24466720
Ploum
5. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEM Rosmalen Beheer B.V., handelend als beherend vennoot van de commanditaire vennootschap GEM Rosmalen C.V., beiden gevestigd aan de Zeeburgkade 1184, te (1019 VK) Amsterdam (GEM Rosmaien), (hierna gezamenlijk, met uitzondering van AM, de Grondeigenaren en alle gezamenlijk de Grondeigenaren c.s.) te dezer zake alle domicilie kiezende aan de Blaak 28 te (3011 TA) Rotterdam, ten kantore van Ploum, van welk kantoor mrs. A. Danopoulos, L. Hoeben en T. Vlug tot advocaat-gemachtigden worden gesteld, zulks met het recht van plaatsvervanging, berichten wii u als volgt. Op 13 en 16 december 2024 hebben de gemeenten sHertogenbosch en Oss (de Gemeenten) het ontwerpprogramma Duurzame Polder (het Ontwerpprogramma) en de daarbij horende milieueffectrapportage (MER) ter inzage gelegd voor een periode van zes weken (bijlage 1). Tot en met 27 januari 2025 is eenieder ¡n de gelegenheid gesteld om tegen het Ontwerpprogramma en de MER een zienswijze in te dienen. Ter zake dienen wij tijdig de navolgende zienswijze in.
1.
lnleiding en feiteiijke achtergrond Het Ontwerpprogramma en de MER
1.1.
Het voorliggende Ontwerpprogramma is een programma in de zin van artikel 3.4 van de Omgevingswet. Het Ontwerpprogramma bouwt voort op de eerdere beleidsdocumenten van de Gemeenten, zoals de Visie Energielandschap van de gemeente s-Hertogenbosch (Visie Energielandschap), de provinciale regionale energiestrategie 1.0 (RES 1.0) en de ontwerp-omgevingsvisie van de gemeente s-Hertogenbosch (de Ontwerp-omgevingsvisie). Omdat het Ontwerpprogramma voor de projectfase kaderstellend is, is ingevolge artikel 16.36 van de Omgevingswet een MER voor het Ontwerpprogramma vereist, welke ook is opgesteld en ter inzage is gelegd.
1.2.
Het Ontwerpprogramma biedt de kaders voor de (ruimtelijke) realisatie van het Windpark. Uit het Ontwerpprogramma volgt allereerst uit hoofdstuk 2 de visie van de Gemeenten voor het plangebied. ln hoofdstuk 3 is het voorkeursalternatief (VKA) van de Gemeenten weergegeven met bijbehorende belangenafweging. Hieruit volgt dat de Gemeenten circa 24 windturbines wensen toe te staan binnen het VKA, welke grenst op een afstand van één kilometer van de nieuwbouwwijk Groote Wielen en een deel van deze windturbines dus feitelijk direct op en naast de percelen van de Grondeigenaren gesitueerd kunnen worden.
1.3.
ln hoofdstuk 4 ziin de (voorlopige) inhoudelijke beoordelingscriteria voor omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) ten behoeve van het Windpark opgenomen. ln hoofdstuk 5 is de visie voor een
PloumN
integrale benadering van de gemeente s-Hertogenbosch beschreven. ln hoofdstuk 6 is de integrale benadering van de gemeente Oss beschreven. ln de hoofdstukken 7 en 8 wordt kort gerefereerd aan de doorlopen participatietrajecten en het vervolg van het Ontwerpprogramma en de daaropvolgende projectfase voor de realisatie van het Windpark. De positie van de Grondeigenaren c.s. (eigendom en ontwikkelingsrechten) 1.4.
De Grondeigenaren zijn (mede-)eigenaar van verschiilende percelen binnen en het plangebied waarop het Ontwerpprogramma betrekking heeft (de Percelen). Het betreft de volgende Percelen in en rond het plangebied die hieronder
schetsmatig (in blauw) inzichtelijk zijn gemaakt. Voorts zijn verschillende percelen in de zogenaamde Noordoosthoek van De Groote Wielen verkocht en is het eigendom overgedragen aan de gemeente s-Hertogenbosch, waarbij de gemeente s-Hertogenbosch ontwikkelingsrechten heeft toegekend bij de realisatie van dat deelgebied van De Groote Wielen. De Noordoosthoek is hieronder schetsmatig aangegeven in groen.
1.5.
De Grondeigenaren hebben hun Percelen aangekocht met als doel (grootschalige) woningbouw op deze percelen mogelijk te maken. ln dat verband participeren AM Grondbedrijf B.V. en de woningcorporatie stichting BrabantWonen in GHO en participeren AMVEST Management B.V. en ING Vastgoed Ontwikkeling
Ploum R
B.V in GEM Rosmalen. Het doel van de Grondeigenaren is om een significant aantal sociale huurwoningen en middenhuurwoningen op de Percelen te realiseren, volledig ïn lijn met de bestaande woningbouwafspraken op gemeentelijk, provinciaal en landelijk niveau. 1.6.
Daarnaast participeert AM gezamenlijk met andere partijen in de rechtspersoon Vier Hertogen Beheer B.V., welke rechtspersoon beherend vennoot is van de commanditaire vennootschap Hertogbouw 3 (Hertogbouw 3).1 Daarnaast is AM door middel van een dochtervennootschap betrokken als commanditaire vennoot in Hertogbouw 3. Deze commanditaire vennootschap is actief bij de ontwikkeling en realisatie van circa 270 woningen in het centrumgebied van de nieuwbouwwijk Groote Wielen en circa 75 woningen in de Noordoosthoek. Daarbij is Hertogbouw 3 momenteel ook bezig met de ontwikkeling en realisatie van 128 grondgebonden woningen in het centrum van De Groote Wielen. Ook Hoedemakers is met de ontwikkeling en realisatie van ruim 400 woningen betrokken in de Noordoosthoek. Deze ontwikkelingen en realisaties vertegenwoordigen een deel van de hiervoor onder randnummer 1.4 genoemde ontwikkelrechten. Deze ontwikkelrechten vinden hun oorsprong onder meer (ten dele) in een raamovereenkomst die in 2001 is gesloten met de gemeente s-Hertogenbosch inzake de ontwikkeling van De Groote Wielen, welke raamovereenkomst onder meer in 2018 en 2020 is gewijzigd en aangevuld. De voornoemde ontwikkelingen en realisaties zijn hieronder schetsmatig (rood omlijnd) inzichteiijk gemaakt.
Deze zienswijze wordt uitdrukkelijk niet namens Vier Hertogen Beheer B.V. of Hertogbouw 3 c.V. ingediend.
Ploum1
í f :r\ VL1
Ìfl\,
/ GPOOTE VUET
SCt40Ctlt S000-rot
\__
/
C) zooc
A59 l![l1MlI•
i-roc,mocH
Woningnood 1.7.
Het behoeft geen uitleg meer dat sprake is van een gigantisch tekort aan (betaalbare) woonruimte, óók in de Gemeenten. De Gemeenten onderkennen dat ook.2 Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (het Ministerie van VRO) heeft in het nationale Programma Woningbouw tot doel gesteld dat er in 2030 900.000 (betaalbare) woningen gebouwd moeten worden om te voorzien in de dringende woningbehoefte. Daarvan dienen meer dan 130.000 woningen in de provincie Noord-Brabant (de Provincie) te worden bijgebouwd. Daarnaast maakt de gemeente s-Hertogenbosch (en omgeving) deel uit van de
Dit volgt onder meer uit de Woonvisie s-Hertogenbosch 2020, p. 26 e.v. en de Woonagenda Oss 20222024, p. 7 e.v.
Ploum
••
17 NOVEX-locaties die op nationaal niveau als geschikt zijn aangewezen voor grootschalige woningbouw op korte termijn.3 ln de Stedelijke Regio s-Hertogenbosch bestaat op grond van de Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant een opgave om 50.000 tot 60.000 woningen te realiseren in de periode tot 2040. 1.8.
Op provinciaal en gemeentelijk niveau is eveneens tot doel gesteld om op korte termijn een significant aantal nieuwe en betaalbare (huur)woningen te realiseren in de Gemeenten. De Provincie heeft zich in dat verband in de Regionale Woondeal Noordoost-Brabant op 9 maart 2023, gezamenlijk met de verschillende stakeholders en de Gemeenten1 verbonden aan de realisatie van meer dan 5.000 extra woningen in de gemeente Oss en meer dan 11.000 extra woningen in de gemeente 1s-Hertogenbosch in 2030, waarvan een groot aantal betaalbare (huur)woningen.5
1.9.
De gemeente 1s-Hertogenbosch heeft zich daarbij in de Meerjarige prestatieafspraken 1s-Hertogenbosch 2021-2025 tot doel gesteld om tussen 2020 en 2030 10.500 nieuwbouwwoningen te realiseren, waarvan een groot deel betaaibare (huur)woningen.6 De gemeente s-Hertogenbosch geeft daarbij ook aan deze woningbouwopgave te koppeien aan de opgaven rondom, transformatie, natuurontwikkeling en energietransitie.
1.10.
Bovengenoemde Uitvoeringsagenda voorziet in grootschalige woningbouw in de periode tot 2040. Voorts is aannemelijk dat na 2040 eveneens behoefte zal bestaan aan de realisatie van woningbouw in gemeente s-Hertogenbosch. De Grondeigenaren zijn van mening dat de locatie van in ieder geval een deel van hun Percelen een ideale locatie vormt om te voorzien in de woningbouwnoodzaak in de gemeente s-Hertogenbosch in de periode tot 2040 en daarna. Het Ontwerpprogramma staat in de weg aan de realisatie van woningen op de Percelen gedurende een periode van 25 jaar na de realisatie van het Windpark. Mede gelet op de benodigde tijd voor de realisatie van het Windpark is niet te verwachten dat voor 2055 gebruik kan worden gemaakt van de Percelen om te voorzien in de woningbehoefte van de gemeente s-Hertogenbosch
1.11.
De ontwikkelvisie van Grondeigenaren is ook meermaals met de gemeente sHertogenbosch besproken. ln 2011 is in dat verband de presentatie Visie op sHertogenbosch- Oost (bijiage 2) gedeeld en besproken met de gemeente s-
Zie: https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/grootschalige-woningbouwgebieden. Daarbij volgt uit een Kamerbrief van 16 oktober 2023 dat daarbovenop nog meer woningbouwmogelijkheden op deze locaties worden gezien op nationaal niveau: Kamerstukken 11, 2023/24, 32847 en 34682, nr. 1106, p. 3. Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant, versie 1.0 van 17 oktober 2024, p. 52. Regionale Woondeal Noordoost-Brabant, bijlage 4. Meerjarige prestatieafspraken s-Hertogenbosch 2021-2025, p. 32.
Ploum v:1
Hertogenbosch. Voorts is het visiedocument van 5 februari 2015 besproken met de gemeente s-Hertogenbosch. De Grondeigenaren benadrukken nogmaals dat de locatie van de Percelen één van de laatste locaties is binnen de gemeente sHertogenbosch die kansrijke mogelijkheden biedt tot stedelijke uitbreiding. ln dit verband hebben Grondeigenaren zeer recent een gebiedsvisie voor woningbouw op (een deel van hun) Perceien opgesteld (Gebiedsvisie). Hieruit volgt onder meer een woningbouwpotentieel van 1500 tot 1650 woningen bij een benutting van de Percelen van GHO en zelfs een woningbouwpotentieel van 5000 tot 5500 woningen als alle Percelen van de Grondeigenaren worden benut.7 Deze Gebiedsvisie is bijgevoegd als bijiage 3. Vanzelfsprekend staan Grondeigenaren ervoor open om de Gebiedsvisie nader toe te tichten. Eerdere acties van de Grondeigenaren 1.12.
De Grondeigenaren hebben op alle mogelijke manieren getracht het voorgaande onder de aandacht van de gemeente s-Hertogenbosch te brengen. ln dat verband heeft GHO verzocht om de invloed van het windpark waarop het Ontwerpprogramma ziet (het Windpark) - door het in acht nemen van bepaalde afstand tot de Percelen - op de ontwikkelplannen te beperken, onder andere via de volgende ondernomen acties: -
Het op 13 december 2019 indienen van een gezamenlijke zienswijze met BrabantWonen tegen de Ontwerpvisie Energielandschap van de gemeente s-Hertogenbosch (bijlage 4);
-
Het inspreken op de gemeenteraadsvergadering van s-Hertogenbosch van 18 mei 2020 (bijiage 5) (inspreken Visie Energielandschap)
-
Het op 28 september 2020 indienen van een gezamenlijke brief met verschillende betrokken markpartijen tegen het raadsvoorstel Duurzame Polder (bijlage 4);
-
Het inspreken op de gemeenteraadsvergadering van s-Hertogenbosch van 14 september 2020 (Duurzame Potder) (bijlage 6);
-
Het op 13 juii 2021 indienen van een gezamenlijke brief met BrabantWonen, aan de gemeenteraad van s-Hertogenbosch, waarín AM de woningbouwplannen voor de Percelen toelicht (bijlage 4);
-
Het laten opnemen van de Percelen in de uitgave Aanbod Versnellen buitenstedelijk bouwen 2030 door de brancheorganisatie van maatschappelijk betrokken project- en gebiedsontwikkelaars (NEPROM) (bijlage 7);
Een en ander met betrekking tot de categorisering van woonruimte (sociaie huur, middenhuur en betaalbare koop) in lijn met de bestaande woningbouwafspraken op gemeentelijk, provinciaal en IandeIijk niveau.
Ploum 1 1 ••
Het op 24ju1i 2023 indienen van een gezamenlijke brief met BrabantWonen, waarin AM nogmaals verzoekt om participatie met betrekking tot het Ontwerpprogramma en haar onvrede uit over het uitblijven van reactie van de Gemeenten op de bovenstaande correspondentie (bijlage 4). 1.13.
Het moet de Grondeigenaren van het hart dat de gemeente s-Hertogenbosch nimmer überhaupt de moeite heeft genomen om ¡nhoudelijk te reageren op de brieven, zienswijzen en andere communicatievormen waarin de Grondeigenaren hun ontwikkelvisie met betrekking tot de Percelen kenbaar hebben gemaakt en dat dit voor hen, mede gezien de aanhoudende woningbouwnoodzaak, absoluut onbegrijpelijk is. De Grondeigenaren komen later in deze zienswijze op dit punt terug.
1.14.
Daarnaast hebben Grondeigenaren reeds vóór de planvorming voor het Windpark bezwaren geuit tegen de uitbreiding van onder meer de planologische mogelijkheden voor agrarische functies ¡n het plangebied om dezelfde redenen als hierboven uiteengezet en is de ontwikkelvisie van GHO met haar percelen (opnieuw) duidelijk richting de gemeente s-Hertogenbosch gecommuniceerd. Zo heeft GHO op 11 april 2012 een inspraakreactie ingediend tegen het voorontwerp van het bestemmingsplan Buitengebied noord en Kloosterstraat (bijlage 8). Ook heeft GHO op 25 september 2013 een inspraakreactie ingediend tegen de herziening n 2013 van de gemeentelijke structuurvisie Stad tussen Stromen uit 2003 (bijlage 9). Na de vaststelling van voornoemd bestemmingsplan en wijziging van de ruimtelijke structuurvisie heeft GHO, nota bene in samenspraak met de gemeente s-Hertogenbosch, in 2015 een nieuw visiedocument opgesteld voor woningbouwontwikkelingen voor haar Percelen in het plangebied (bijlage 10).
1.15.
Mede gelet op het voorgaande kunnen de Grondeigenaren c.s. kunnen zich niet verenigen met het Ontwerpprogramma en de MER en voeren ter zake het navolgende aan.
1.16.
Voorts hebben de Grondeigenaren c.s. kennisgenomen van de terinzagelegging van de Ontwerp-omgevingsvisie op 13 januari 2025 en zullen hiertegen eveneens een zienwijze indienen.
2.
Onzorgvuldige voorbereiding en afstemming Ontwerpprogramma Be/angen Grondeigenaren zijn volledig miskend en niet betrokken
2.1.
ln de eerste plaats heeft de voorbereiding en afstemming van het Ontwerpprogramma gebrekkig plaatsgevonden. Sinds de voorbereiding van de Visie Energielandschap en al ver voor dit moment hebben de Grondeigenaren, zoals hiervoor
PIoum
al genoemd, meermaals en uitgebreid aan de gemeente s-Hertogenbosch kenbaar gemaakt wat hun ontwikkelvisie voor de Percelen is en waarom de Percelen naar hun mening zeer geschikt zijn daarvoor. Het is de gemeente s-Hertogenbosch daarom dan ook meer dan genoegzaam bekend wat de ontwikkelvisie van de Grondeigenaren was en is met betrekking tot hun Percelen. Deze gewenste ontwikkelingen en de kennis daarvan bij de gemeente s-Hertogenbosch volgt echter ten onrechte op geen enkele wijze uit het Ontwerpprogramma. Dit getuigt van een zeer gebrekkige feitenvergaring en als gevolg daarvan een zeer onvolledige en onrechtmatige belangenafweging aan de zijde van de Gemeenten bij de totstandkoming van het Ontwerpprogramma. Negeren Bestuursovereenkomst 2.2.
De gemeente s-Hertogenbosch heeft zich eraan verbonden om bij de ontwikkeling van het Ontwerpprogramma rekening te houden met andere functies binnen het plangebied, waarbij koppelkansen worden benut. ln artikel 2 lid 3 van de Bestuursovereenkomst Project Duurzame Polder (de Bestuursovereenkomst) die is gesloten tussen de Gemeenten, de Provincie en de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat is daarover het volgende opgenomen: Partijen onderschrijven de ambitie om ¡n het Duurzame Polder Gebied tot een integrale afweging te komen, waarbij de prioritaire energieambitie wordt gerealiseerd en koppe/kansen worden benut met betrekking tot andere belangen zoals klimoatadaptatie, wonen, landbouw, natuur, recreatie en cultuurhistorie. (onderstreping advocaten) Negeren motie gemeenteraad
2.3.
Ook is in de gemeenteraadsvergaderingvan s-Hertogenbosch op 6 oktober 2020 door de voltallige gemeenteraad een motie aangenomen waarin het college van B&W uitdrukkelijk wordt verzocht bij de uitwerking van de scenarios voor het Windpark de mogelijkheid tot eventuele toekomstige woningbouw in het gebied van verschiliende Percelen van de Grondeigenaren te betrekken (bijlage 11). Handelswijze onzorgvuldig
2.4.
De handelswijze van de gemeente s-Hertogenbosch is gelet op het voorgaande zeer onzorgvuldig. ln het Ontwerpprogramma wordt met geen woord gesproken over de mogelijkheden voor toekomstige woningbouw op de Percelen van de Grondeigenaren. Dit is overduidelijk in strijd met artikel 2 lid 3 van de Bestuursovereenkomst en de voornoemde motie. Voor zover woningbouw wél in het Ontwerpprogramma is betrokken gaat het slechts over bestaande woningbouw
Ploum .••
in en buiten het plangebied. Ten onrechte wordt in hoofdstuk 3 van het Ontwerpprogramma daarom gesteld dat álle betrokken belangen zijn afgewogen bij de keuze voor het VKA. De belangen van de Grondeigenaren als eigenaar van hun Percelen zijn op geen enkele wijze kenbaar meegewogen bij het opstellen van het Ontwerpprogramma, terwijl deze belangen bij de gemeente s-Hertogenbosch evident bekend zijn. 2.5.
Dit had wel op de weg van de Gemeenten gelegen, nu het Ontwerpprogramma overduidelijk ernstig negatieve gevolgen voor de Grondeigenaren zai hebben. Met de komst van het Windpark, conform het VKA, wordt woningbouw op de Perceien van de Grondeigenaren voor de toekomst immers juridisch en feitelijk onmogeiijk gemaakt. Omdat de Percelen van de Grondeigenaren precies binnen de 1 kilometer-zonering liggen die in het Ontwerpprogramma voor de gemeente s-Hertogenbosch wordt aangehouden vanaf bestaande woonkernen of zelfs binnen het VKA, kan op de Percelen evident niet meer worden voldaan aan de (rijks)regels met betrekking tot onder meer geluidhinder, slagschaduw en lichthinder als gevolg van de windturbines.8
2.6.
De Gemeenten hebben daarentegen ten onrechte niet onderzocht welke mogelijkheden bestaan om het Windpark te situeren met inachtneming van een zonering van twéé kilometer vanaf de bestaande woonkernen in de gemeente sHertogenbosch. Dit terwijl de Grondeigenaren in de verschillende zienswijzen en andere correspondentie met de gemeente s-Hertogenbosch meermaals concrete voorstellen daartoe hebben gedaan en expliciet verzocht hebben om hier nader onderzoek naar te laten verrichten en ook expliciet hebben verzocht om een dermate afstand van de bestaande woonkernen en van de Percelen aan te houden dat uitbreidingsmogelijkheden op deze locaties mogelijk blijven. Ook dit is overduidelijk in strijd met de zorgvuldigheid die bij het opstellen van het Ontwerpprogramma in acht moet worden genomen. Koppelkansen evident onuitvoerbaar
2.7.
ln het Ontwerpprogramma wordt in paragrafen 2.1.3 en 5.3.1 aangegeven welke koppelkansen de gemeente s-Hertogenbosch ziet in het deelgebied Stadsrand s-Hertogenbosch, in welk deelgebied de Percelen van de Grondeigenaren zijn gelegen. lngezet wordt op vormen van extensieve landbouw, (collectieve) landbouw, landschapsbeheer, voedselbos, strokenteelt, teelt van lokale producten en voor de ontwikkeling van een of meerdere kleine (productie-) bossen. Ook is
Hoewel deze rijksregels op dit moment geen verbindende status hebben, werken deze momenteel (indirect) alsnog door bij de vraag of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast is de verwachting dat op termijn er opnieuw rijksregels met betrekking tot deze aspecten worden opgesteld.
Pioum
•
er ruimte voor natuurontwikkeling en aanvullende nevenfuncties gericht op stedelijke functies (zoals moestuinen, recreatie, educatie, kleinschalige horeca, etc.). Ten onrechte wordt, zoals hiervoor ai gesteld, met geen woord gerept over (nieuwe) woonfuncties in dit deelgebied. ln het Bestuursakkoord gemeente sHertogenbosch 2022-2026 (het
Bestuursakkoord) wordt zelfs met zoveel
woorden het volgende gesteld: Er komt een klimaatbos tussen de Groote Wielen en de Grintweg. 9 2.8.
Afgezien van het feit dat deze visie van de gemeente s-Hertogenbosch haaks staat op het ontwikkelperspectiefvan de Grondeigenaren met hun Percelen, zijn de Grondeigenaren op geen enkele wijze betrokken bij het invullen van de ontwikkelperspectieven voor het deelgebied Stadsrand s-Hertogenbosch. Omdat dit deelgebied grotendeels in eigendom is van de Grondeigenaren, is hun medewerking van het ontwikkelperspectief van de gemeente s-Hertogenbosch ook noodzakelijk. Alleen hierom al is dit ontwikkelperspectief op voorhand evident onuitvoerbaar te noemen. Dit maakt onder meer de belofte aan de bestaande woonkernen dat tussen De Groote Wielen en de Grintweg mitigerende en compenserende maatregelen worden getroffen, zoals de realisatie van een park met hoge bomen°, niets meer dan een lege huls. Overigens is het de Grondeigenaren compleet onduidelijk hoe er een bomenrij kan worden gerealiseerd die hoog genoeg is om windturbines met een tiphoogte tussen circa 190 en 260 (!) meter ook maar enigszins te maskeren. Participa tie traject is ondeugdelijk
2.9.
ln hoofdstuk 7 van het Ontwerpprogramma wordt gesteld dat alle belanghebbenden in het plangebied vroegtijdig zijn betrokken bij de publieksparticipatie, waardoor voldaan zou zijn aan het (wettelijke) participatievereiste uit artikel 16.139 Omgevingswet jo. artikel 10.8 lid 1 van het Omgevingsbesluit.
2.10.
De Grondeigenaren kunnen zich, zeker bezien het voorgaande, allerminst in deze stellingname vinden. Vanzelfsprekend begrijpen de Grondeigenaren dat participatie niet zonder meer betekent dat bezwaren worden ingewilligd, maar Grondeigenaren menen dat de gemeente s-Hertogenbosch in het geheel geen oog heeft gehad voor hun bezwaren. De Grondeigenaren hebben veel inspanning geleverd om hun belangen aan de gemeente s-Hertogenbosch in deze situatie kenbaar te maken, binnen en buiten het door de gemeente georganiseerde inspraakmogelijkheden. GHO heeft zelfs per brief nog expliciet verzocht om een
Bestuursakkoord, p. 11. 10
Paragraaf3.1.1 Ontwerpprogramma.
Ploum R
aanvullende vorm van participatie, op welke brief niet is gereageerd door de gemeente s-Hertogenbosch. Op geen enkel moment, ook niet in het participatieproces, heeft de gemeente s-Hertogenbosch zich ook maar in enige mate rekenschap gegeven van de belangen van de Grondeigenaren en dit is volledig aan haarzelf te wijten. Dit blijkt ook overduidelijk uit de onbesproken en onuitvoerbare plannen voor het deelgebied Stadsrand s-Hertogenbosch. 2.11.
De stelling in hoofdstuk 7 van het ontwerpprogramma dat (...) maatschappelijke organisaties vanaf een vroeg stadium zijn betrokken bij de totstandkoming van het ontwerpprogramma is dan ook onjuist. De Grondeigenaren zijn in het geheel niet betrokken bij de totstandkoming, hoewel zij hiertoe zelfstandig alle mogelijke pogingen hebben ondernomen. De Grondeigenaren menen daarom dat het ontwerpprogramma op dit punt in strijd is met onder meer het bepaalde in artikel 10.8 lid 1 van het omgevingsbesluit. Ten onrechte níet aan ander (relevant) beleid getoetst
2.12.
Voorts is in het ontwerpprogramma niet expliciet getoetst aan relevant ander gemeentelijk, provinciaal en nationaal beleid, zoals de provinciale en nationale omgevingsvisie. Zo volgt uit de omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant uit 2018 (de Provinciale Omgevingsvisie) dat windenergieprojecten op land slechts beleidsmatig door de Provincie worden ondersteund, indien deze breed gedragen zijn en hiervoor ook draagvlak bestaat. Daarbij is in de Provinciale 0mgevingsvisie expliciet overwogen dat de situering van windturbines binnen Brabantse natuurgebieden uitgesloten is, tenzij deze de natuurwaarden juist versterken: Er ¡s geen plek voor (grootschalige) zonneparken of windturbines in de Brabantse natuurgebieden, tenzij dit geen afbreuk doet aan de aanwezige natuurwaarden (denk bijvoorbeeld aan tijdelijke installaties in nog niet ¡ngerichte gebieden) en/of een bijdrage levert aan het vergroten en versterken van die natuurwaarden. Want we realiseren ons dat die natuurgebieden de Backbone van Brabant zijn. Dat is wat Brabant aantrekkelijk maakt als plek om te wonen en te werken. 12
2.13.
Zoals onder meer uit de MER (zie hierna) en het 0ntwerpprogramma zélf volgt, is van een verbetering van de natuurwaarden in het geheel geen sprake. Zoals onder meer uit paragraaf 3.2.3 van het ontwerpprogramma volgt, is immers aannemelijk dat het Windpark zal leiden tot een vernietiging en verstoring van de beschermde natuurwaarden in het plangebied. 0p dit punt komen de
11 12
Provinciale Omgevingsvisie, p. 52. Provinciale Omgevingsvisie, p. 55.
Pioum
Grondeigenaren nog later in deze zienswijze terug. Duidelijk moge in ieder geval zijn dat het Ontwerpprogramma op dit punt in strijd is met de Provinciale Omgevingsvisie en de Gemeenten dit niet (kenbaar) hebben overwogen. Alleen daarom is het Ontwerpprogramma al reeds onzorgvuldig tot stand gekomen. 2.14.
Verder constateren de Grondeigenaren c.s. zoals gezegd dat het Ontwerpprogramma evident in strijd is met de ontwerp-omgevingsvisie van de gemeente sHertogenbosch.13 Zo volgt bijvoorbeeld uit de ontwerp-omgevingsvisie dat de open- en weidsheid van Rosmalense en Nulandse polder een kwaliteit is die beschermd moet worden, waarin ruimte is om stad en ommeland te verweven. Daarbij dienen nieuwe ontwikkelingen aiti!d bij te dragen aan behoud, herstel en/of opbouw van het oude cultuurlandschap, zo volgt uit de ontwerp-omgevingsvisie. De Grondeigenaren c.s. zien niet in hoe dit alles zich verhoudt tot een grootschalig windpark in de Duurzame Polder en constateren vele andere tegenstrijdigheden. Gelet hierop zullen zij een separate zienswijze opstellen met betrekking tot deze ontwerp-omgevingsvisie.
2.15.
Evenmin is (kenbaar) overwogen hoe het Ontwerpprogramma zich verhoudt tot het uitvoerige gemeentelijke, provinciale en nationale woningbouwbeleid met betrekking tot de regio s-Hertogenbosch, zoals dat hiervoor in de inleiding uiteengezet is. Ook dit getuigt van een gebrekkige voorbereiding van het Ontwerpprogramma.
3.
Beleid gemeente s-Hertogenbosch wijkt ten onrechte af van gemeente Oss
3.1.
Het Ontwerpprogramma is gezamenlijk door de Gemeenten opgesteld. Zoals de Gemeenten het zelf omschrijven in paragraaf 1.2 van het Ontwerpprogramma, pogen de Gemeenten uniformiteit in de realisatie van het Windpark te faciliteren, terwijl de Gemeenten ook een eigen visie voor hun eigen grondgebieden handhaven. Als gevolg hiervan handhaaft de gemeente Oss onder meer een zonering tussen de situering van het Windpark en de bestaande woonkernen van twee kilometer, terwijl de gemeente s-Hertogenbosch slechts een zonering van één kilometer handhaaft.
3.2.
De Grondeigenaren c.s. kunnen dit onderscheid geenszins volgen. Het is onbegrijpelijk voor de Grondeigenaren waarom de gemeente s-Hertogenbosch er zelfstandig voor kiest om zichzelf nog strengere verplichtingen op te leggen dan de strenge verplichtingen zoals vastgesteld in de RES 1.0. Onderscheid in energiebehoefte onhaalbaar
13
Deze ligt momenteel ter inzage.
Ploum
3.3.
••
Bekend s dat het plangebied van het Ontwerpprogramma voor het overgrote deel gelegen is in het grondgebied van de gemeente Oss. Uit de notitie Energieopbrengsten voorkeursalternatief windenergie Duurzame van Witteveen + Bos van 27 februari 2024 volgt dat de gemeente Oss op dat moment nog een resterende RES 1.0-energieopgave had van 0,514 PJ en de gemeente s-Hertogenbosch 086 PJ. De Gemeenten wensen kennelijk beiden om deze restopgaven (bijna) volledig te realiseren met het Windpark, ieder het eigen deel op het eigen grondgebied én dat de gemeente s-Hertogenbosch hier nog een zelfstandige verhoogde opwekdoelstelling aan toevoegt. Concreet betekent dit dat er op het deel van het plangebied dat deel uitmaakt van het grondgebied van de gemeente s-Hertogenbosch 16 windturbines zullen worden gerealiseerd, aldus paragraaf 3.1.1 van het Ontwerpprogramma in samenhang met het Bestuursakkoord. 4 ln combinatie daarmee wordt door de gemeente s-Hertogenbosch niet langer ingezet op de realisatie van (grootschalige) zonne-energieopwekking.
3.4.
De Grondeigenaren c.s. menen dat de gemeente s-Hertogenbosch ten onrechte vast blijft houden aan het (niet nader onderbouwde) aantal van zestien windturbines zonder een concrete koppelingte maken aan de restopgaven op grond van de RES 1.0, in tegenstelling tot de gemeente Oss, die het aantal windturbines juist koppelt aan de toekomstige resterende RES 1.0-opwekdoelstelling. Dit al helemaal omdat het aandeel aan grondoppervlak van de gemeente s-Hertogenbosch binnen het plangebied veel te beperkt is om de (verhoogde) opwekdoelsteilingen in redelijkheid te kunnen halen op een ruimtelijk in te passen wijze. Voor de beeldvorming: uit paragraaf 3.6 van het Ontwerpprogramma volgt dat de gemeente Oss zichzelftot doel stelde om maximaalzes ofzeven windturbines toe te staan binnen het deel van het plangebied dat binnen het grondgebied van de gemeente Oss tigt. Het grondgebied van de gemeente Oss binnen het plangebied behelst immers een veel groter oppervlakte. Negatieve effecten windturbines
3.5.
Daar komt bij dat windturbines ais vorm van hernieuwbare energieopwekking zeer destructief zijn voor álle nabije kwetsbare functies, zoals wonen, natuur en landbouw in tegenstelling tot bijvoorbeeld de opwekking van zonne-energie. Dit heeft de gemeente s-Hertogenbosch ook meermaals erkend in onder meer de Visie energielandschap15, het Bestuursakkoord16 en het Ontwerpprogramma zélf.17 Als gevolg van de eigen, zeer ambitieuze en niet transparante opwekdoelstellingen op een minimaal grondoppervtakte doet de gemeente zeer
14
Bestuursakkoord, p. 11. Visie energielandschap (deel A), par. 3.2.2. 16 Bestuursakkoord, p. 11. Onder meer paragrafen 3.2.3 en 3.2.5 van het Ontwerpprogramma. 15
PIoum(
ingrijpende concessies met betrekking tot de aantasting van de voornoemde kwetsbare functies, welke concessies mogelijk niet nodig zijn als slechts bij de opwekdoelstellingen uit de RES 1.0 wordt gebleven én ook op andere, minder ingrijpende vormen van hernieuwbare energieopwekking wordt ingezet. Daarbij kan worden gedacht aan zonne-energie. 3.6.
ln het Ontwerpprogramma worden de reeds wetenschappelijk te verwachten zeer negatieve effecten van het Windpark door bijvoorbeeld slagschaduw, geluid- en lichthinder en zichthinder (horizonvervuiling) op onder meer de omliggende woonkernen, waaronder maar niet beperkt tot De Groote Wielen en de Noordoosthoek, en de beschermde natuur in het plangebied weggeschreven met een kale overweging dat deze effecten nader in de projectfase dienen te worden onderzocht. Dit is de omgekeerde wereld. Het lïgt in de rede om bij een zeer ingrijpend beleidsstuk, zoals hier aan de orde, en waarbij de realisatie van het totale Windpark afhankelijk is van verschillende complexe besluitvormingstrajecten, vóóraf de haalbaarheid ervan te onderzoeken. Op dit punt komen de Grondeigenaren c.s. later in de zienswijze nog terug. Concessies gemeente s-Hertogenbosch zijn een ongelijke en onevenredige last
3.7.
De concessies die met betrekking tot de nadelige gevolgen van het Windpark door de gemeente s-Hertogenbosch wél zijn gedaan en door de gemeente Oss uitdrukkelijk niet, vormen een onevenredige en ongelijke last voor de Grondeigenaren c.s.. ln het VKA is door de verhoogde opwekdoelstelling van de gemeente s-Hertogenbosch gekozen voor de situering van de windturbines direct grenzend aan of zelfs op de Percelen van de Grondeigenaren, zo volgt ook met zoveel woorden uit paragraaf 3.7 van het Ontwerpprogramma. Hiermee komen álle ontwikkelmogelijkheden die de Grondeigenaren voor ogen hadden met hun Percelen te vervallen, zoals zij reeds hiervoor al uiteengezet heeft. De lusten die de omwonenden zullen verkrijgen als gevolg van het Windpark in de vorm van bijvoorbeeld lokaal eigendom, kennelijk ter compensatie van de zeer negatieve gevolgen op hun woon- en leefklimaat, zijn niet aan de Grondeigenaren besteed. De Grondeigenaren zuilen daarom ook geen enkele positieve gevolgen ondervinden als gevolg van het Windpark en meent daarom dat zij ongelijk wordt behandeld ten opzichte van de grondeigenaren aan de rand van het plangebied in de gemeente Oss.
3.8.
Nu de Gemeenten ervoor hebben gekozen om een gezamenlijk programma op te stellen om één Windpark te realiseren dat dienstig zal zijn aan beide Gemeenten, had het evenzeer op hun weg gelegen om gezamenlijk de ruimtelijke inpassingseisen daartoe vast te stellen en de lokale belangen in kaart te brengen om te voorkomen dat één specifieke groep, in dit geval de Grondeigenaren (c.s.),
Ploum il•
onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Van een evenwichtige verdeling van de pijn als gevolg van het Windpark in beide Gemeenten kan dan ook geenszins worden gesproken. Dat de gemeenten in hun eigen beleid andere uitgangspunten voor het Windpark hanteren vormt daarvoor geen enkele rechtvaardiging, nu zij dus kennelijk wel de realisatie van het Windpark uniform en in samenspraak willen realiseren. 4.
Het Ontwerpprogramma ¡s niet uitvoerbaar
4.1.
Voorts menen de Grondeigenaren c.s. dat het Ontwerpprogramma niet vastgesteld kan worden, omdat het onuitvoerbaar is op verschillende aspecten. Dit lichten de Grondeigenaren c.s. hierna nader toe. Juridisch onuitvoerbaor Beschermde natuurwaarden
4.2.
Naar de mening van de Grondeigenaren c.s. gaan de Gemeenten veel te gemakkelijk voorbij aan de verstoring van beschermde natuurwaarden als gevolg van het Windpark en wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat het Windpark eenvoudigweg ingepast kan worden in lijn met de wet- en regelgeving over de voornoemde beschermde natuurwaarden. ln paragraaf 3.5 is in twee afbeeldingen duidelijk weergegeven hoe het plangebied zich verhoudt tot omliggende Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere gebieden die van belang zijn voor de bescherming van natuurwaarden. Deze afbeeldingen zijn volledigheidshalve hieronder nogmaals inzichtelijk gemaakt:
Ploum(
t.u
Kerkdr fl\
Oss \
= Plangebied Natura 2000 i.geIrichtlijn Natura 2OOO Voge$- en habitatrlchtHjn Rust- en foerageergebied ganzen err smienten Ecologiscle verbindingszone ._ Natuurnetwerk Nederiand — Groenblauwe waarden
•-h--
-
Lag.naa
•• -
•-
— . 8iN
S.,
NNB
-
•
NNR R4M 1lR,,, fl
- ,
lvspo-, fl, l
;:.
.
g...fl.J..NRi .Jl.., -, 8IO
i ln)
%pdol waio.- go
8.ÅN. 4\Rg,,
Vg.*
lrogNN O2N. 2rRn
nl
l 2 ____________ P0eer 23-oaol
.
Ploum ir•
_.n
..c
...-
,,4
.,t
¡
/
s..-
.-..
(.,
Pìangeb.ed Ontwerp Prograrrrre
/
O -
LjiI Rust- eo foerageergeb.ed gann eo srrienterr ,
-
--
OOO :.
A
6.OOfTm ,
Ganzen en smienten 4.3.
Op grond van artikel 3.90 van de omgevingsverordening van de Provincie (de Omgevingsverordening) mogen ganzen en smienten in de periode van 1 november tot 1 april niet opzettelijk gestoord worden, waardoor een noodzaak bestaat om het rust- en foerageergebied van ganzen en smienten naar buiten het VKAte verplaatsen. Afgezien van het feit dat door de Gemeenten op geen enkele wijze is onderzocht of deze noodzakelijke verplaatsingfeite/ijk dan welfinancieel in enig opzicht haalbaar zal zijn, is de Provincie bij een dergelijk besluit vanzelfsprekend ook gebonden aan haar eigen beleid. Volledig conform het provinciaal ganzenbeleid op dit punt, volgend uit onder meer de Nota faunabeheer 2022, zijn er zes rust- en foerageergebieden aangewezen om de ganzen- (en smienten)populatie op peil te houden. 8 De Gemeenten steilen slechts dat de Provincie in beginsel bereid is daartoe medewerking te verlenen, mits voldoende onderbouwd. 9 Niet is echter onderzocht in hoeverre een dergelijke onderbouwing juridisch, feitelijk dan wel financieel mogelijk is, waardoor op dit punt de realisatie van het Windpark allerminst uitvoerbaar kan worden geacht. 11.
Natuurnetwerk Brabant
18
Nota faunabeheer 2022, p. 35.
19
Ontwerpprogramma, p. 34.
Ploum
4.4.
Daarnaast is een groot deel van het VKA gelegen in het Natuurnetwerk Nederland, voor de Provincie geldend als Natuurnetwerk Brabant (NNB). Aangezien de Gemeenten er kenneiijk voor kiezen om het Windpark te realiseren door middel van omgevingsvergunningen voor een BOPA, zal de nee, tenzij-beoordeling uit artikel 5.34 van de Omgevingsverordening per individueel initiatief dat de natuurlijke kenmerken van NNB-gebieden kan aantasten moeten worden beoordeeld. Ook hier is volledig onbekend in hoeverre dit juridisch, feitelijk dan wel financieel haalbaar is.. Overigens vragen de Grondeigenaren c.s. zich in sterke mate af in hoeverre er sprake is van een groot openbaar belang bij de private realisatie van windturbines voor het realiseren van de door de gemeente s-Hertogenbosch zelfstandig n het leven geroepen versnelling van de opwekdoelstellingen van de RES 1.0 en in hoeverre daarvoor geen alternatieven voorhanden zijn. Uit de toelichting op artikel 5.34 van de Omgevingsverordening volgt ook dat vanuit het oogpunt van de bescherming van het NNB deze uitzondering zéér terughoudend dient te worden toegepast. 111.
4.5.
Vogels en vleermuizen
Ook zal het Windpark (naar alle waarschijnlijkheid) leiden tot een verhoogde sterfte van vleermuizen en vogels, wat ook met zoveel woorden volgt uit de door Waardenburg Ecology uitgevoerde ecologische risicoanalyse.2° Daarom is zonder meer voor ieder individueel project een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit in de zin van artikel 5.1 lid 2 sub g Omgevingswet jo. artikel 11.37 lid 1 van het Besluit activiteiten leefomgeving vereist. Vervolgens moet ook worden voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.74j Bkl, waardoor onder meer is vereist dat de situering van een windturbine niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van deze vleermuizen en (verschillende soorten van) vogels. Daarbij moeten de cumulatieve effecten van het gehele Windpark in deze individuele beoordelingen worden betrokken.21 Nergens uit volgt in hoeverre aan deze beoordelingsregels zal kunnen voldaan, slechts wordt gesteld dat dit in de projectfase onderzocht zal moeten worden.22 Dit terwijl het voldoen aan de beoordelingsregels van artikel 8.74j Bkl voor ieder initiatief afzonderlijk noodzakelijk is voor de uitvoerbaarheid van het Windpark als geheel. lV.
20 21 22
Stikstofdepositie en Natura 2000-gebieden
Bijlage xvi bij de MER, p. 36-37. ABRvS 7 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2384, r.o. 10.4. Bijlage xvi bij de MER, p. 36-37.
Pioum
4.6.
Tot slot blijkt uit de door TAUW uitgevoerde passende beoordeling ten behoeve van de MER, in combinatie met de door Witteveen + Bos uitgevoerde stikstofdepositieberekening23, dat er in de aanlegfase van het Windpark een dusdanige hoeveelheid stikstofdepositie als gevolg van NOx- en NH3-emissies is te verwachten dat significante nadelige gevolgen op omliggende Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten.24 Aangezien intern salderen (opnieuw) vergunningplichtig i525, i5 voor in ieder geval het Windpark ais geheel (en mogelijk voor ieder individueel initiatief) dus een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit vereist in de zin van artikel 5.1 lid 1 sub e van de Omgevingswet. De stellingname van TAUW dat interne saldering in de voortoets vergunningvrij mogelijk is, is derhalve met terugwerkende kracht onjuist.26 Daarnaast moge het duidelijk zijn dat de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 22 januari 2025 voor projecten die stikstofemissie veroorzaken een zeer negatieve invloed zal hebben op het nationale en provinciale stikstofbeleid.27 Aangezien nog allerminst duidelijk is of de stikstofdeposities tijdens de aanlegfase kunnen worden verlaagd dan wel worden gemitigeerd in de passende beoordeling ten behoeve van de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit, staat ook hierom de uitvoerbaarheid van het Ontwerpprogramma geenszins vast.
Gezondheid (toekomstige) bewoners Groote Wielen en Noordoosthoek
4.7.
Ten westen buiten het plangebied ligt de (nog niet volledig afgeronde) nieuwbouwwijk Groote Wielen. ln het centrum van de Groote Wielen geldt het bestemmingsplan De Groote Wielen, Centrum, welk bestemmingsplan van rechtswege deel uitmaakt van het omgevingsplan van de gemeente s-Hertogenbosch. Op basis hiervan geldt in het centrum van De Groote Wielen grotendeels de bestemming Woongebied - 2, zoals in de onderstaande uitsnede van het bestemmingsplan inzichtelijk is gemaakt.
23
Bijlage x bij de MER.
24
Bijlage xvii bij de MER, p. 24 en 63.
25
ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923, r.o. 16.2 e.v.
26
Dit wordt gesteld in bijlage xvii bij de MER, p. 63.
27
Rb. Den Haag 22januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:578.
Ploum
De Groote wieten, Centrum + —
Besiemmrngspian Gemeente s Hertogenbosch men; enmerken v vasigesteid 08122020 - geheei onhenoepelik èn wel*fng Piebrnfo Rre
Brpiagee brp toelrchtrng (ereIaiee,ð Overrg
Bestemnongsviabhen (1)
\
îoelrchtrng .s
wnongebred - 2
? 8oowvlakken (1)
...
bouwvlah
4.8.
Boven De Groote Wielen ligt het gebied Noordoosthoek. Op grond van het bestemmingsplan Groote Wielen Noordoosthoek, dat van rechtswege deel uitmaakt van het omgevingsplan van de gemeente s-Hertogenbosch, geldt de bestemming Woongebied, zoals in de onderstaande uitsnede van het bestemmingsplan inzichtelijk is gemaakt.
Pioum
•
D De Groote wïelen Noordoosthoek fnee. EerneWnrn —
aotse,,etd 310S 201 Pjel,nlo
,,.
ietee) rn we,b,.
bjL.eo Sj
5a..ep/be
t,
je).e).fcn.d
.
iescee.rn.,,i.claktee tj [jjj]woeeeto.d >
teb,eaeedo,d,og.n jt) ooerjgeaonea,,heotog,e )
Ma.tse,,..ge, (1) Maoeoorn boo*hoogce jrnj jlj Ma..rnornboowhooge)mj17 >
4.9.
Zoals uit de MER volgt, waarover verderop in deze zienswijze meer, is er ook met het VKA significante hinder op onder meer de factoren geluidhinder en slagschaduw te verwachten in De Groote Wielen en de Noordoosthoek. Hierover overwegen Grondeigenaren c.s., maar in het bijzonder AM en Hoedemakers, het navolgende. Geluidhinder
4.10.
Zoais hierna ook uit randnummer 5.20 van deze zienswijze volgt, is bij het opstellen van het Ontwerpprogramma en de MER ten onrechte géén rekening gehouden met de nieuwe geluidsnormen van windturbines welke zullen gelden op grond van het Besluit windturbines leefomgeving dat naar alle waarschijnlijkheid in 2025 in werking zal gaan treden. Het is daarmee geenszins aannemelijk dat de vanaf dat moment geldende standaardwaarde van 45 dB Lden (in plaats van 47 dB Lden) ten opzichte van de bestaande woonkernen én de toekomstige woningen in De Groote Wielen en de Noordoosthoek kan worden voldaan. Slechts wordt in het Ontwerpprogramma gesteld dat de nieuwe standaardwaarde een streefwaarde is voor de Gemeenten bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een BOPA, waarvan in bepaalde gevallen van kan worden afgeweken. Daarmee ¡s op geen enkele wijze gewaarborgd dat er sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Slechts wordt gesteld dat deze essentiële aspecten pas in de projectfase dienen te worden onderzocht. 11.
Slagschaduw
Ploum1
4.11.
Evenmin zijn in het Ontwerpprogramma expiiciet de nieuwe regels voor slagschaduw betrokken welke eveneens zullen gaan gelden op grond van het Besluit windturbines leefomgeving. Het is evident dat de (toekomstige) bewoners van onder meer De Groote Wielen en de Noordoosthoek hinder zullen ondervinden als gevolg van slagschaduw. Dit volgt ook uit de notitie van Witteveen + Bos van 21 december 202328 en de MER. Naar verwachting zullen als gevolg van een Windpark conform het VKA mogelijk meer dan 1100 (!) woningen ernstige slagschaduwhinder ondervinden. Dit volgt met zoveel woorden ook uit de MER, zoals hieronder opnieuw weergegeven.29
Var1a,rt
Inlurd
bavr,
Larrdschap
halour
Restrurnr,e
03(6
7orbinetypo aantal gelurdg.vo.Ilge g.houwen 40 dt contoll,
037
141
135
89.4
111
225
0
5477
61
7463
—
5757
463:
94
286
797
115,
ertecten op laagtreguent geiuid ellecten vp t7n1nl n luflululr
- ______________
etlepten 0p91agtchad0w 04rlc 0 chadu,eteunehge gebouwn,r minuip,l.,u r..;]iigenevuuerig)
4.12.
S .iu, en 40
120
69
10190
3006 l
l
Uit de onderstaande, door GHO opgestelde schetsmatige weergave blijkt dat het VKA significant gewijzigd zou moeten worden om slagschaduwhinder in de bestaande en toekomstige woonkernen te voorkomen (het alternatieve VKA hieronder in lichtblauw weergegeven).
28 29
Bijlage xiv bij de MER. MER, p. 29.
Ploum
••)•..:• .....
¡
I l l , S •
... ....
l
, l
l
i
l.• i
•.--
, _•4._
/
,
: •••
/
• ,,
S, l, l,
l
.L.
,*
.< . .
••t•
.
\
----
.J
..•....-
4.13.
.. .••• \
Zoals hierna ook volgt uit randnummer 5.21 is het nog altijd onbekend hoe gewaarborgd zal worden dat voldoende mitigerende maatregelen worden getroffen in de vorm van een stilstandvoorziening en welke gevolgen deze stilstandvoorziening heeft voor de (financiële) uitvoerbaarheid van het Windpark en daarmee ook het Ontwerpprogramma. Op dit moment zijn Grondeigenaren c.s. van mening dat de hinder als gevolg van slagschaduw op de bestaande woonkernen én de woningen binnen het VKA een onaanvaardbare aantasting vormt van het plaatselijke woon- en leefklimaat. Op dit punt is het Ontwerpprogramma daarom ook voorshands onuitvoerbaar. Feitelijk c.q. technisch onuitvoerbaar Netcongestie
Ploum 4••
4.14.
ln hoofdstuk 8 van het Ontwerpprogramma wordt terioops nog aangegeven dat voor het Windpark een uitbreiding van de netcapaciteit zal moeten worden gerealiseerd binnen het plangebied, aldus netbeheerders TenneT en Enexis. De Gemeenten menen dat dit probleem kennelijk vóór de realisatie van het Windpark wordt weggenomen met een kale verwijzing naar het Meerjarenprogramma lnfrastructuur, Energie en Klimaat. Hieruit zou de realisatie van een nieuw hoogspanningsstation nabij Wijchen (het Hoogspanningsstation), volgen, welke de netcongestie in het plangebied zou verhelpen. Een nadere uitleg daaroverwordt door de Gemeenten niet gegeven.
4.15.
ln de eigen planning van TenneT met betrekking tot de realisatie van het Hoogspanningsstation is te lezen dat deze in het beste scenario pas vanaf 2032 operationeel zou zijn.3° Dit terwijl uit het plan van aanpak met betrekking tot het Windpark uit mei 2022 tot doelstelling heeft dat het Windpark feitelijk vóór 1 januari 2030 gerealiseerd te hebben. Dit volgt in gelijke zin uit de Bestuursovereenkomst. Daarbij is het zelfs ongewis of het Hoogspanningsstation in 2032 feitelijk gerealiseerd zal zijn. ln de eerste plaats zijn de Gemeenten niet het bevoegde gezag voor de realisatie ervan, waardoor zii geen enkeie invloed op de realisatie van het Hoogspanningsstation kunnen uitoefenen.
4.16.
Daarnaast bevindt de ontwikkeling voor het Hoogspanningsstation zich nog in een zeer pril stadium. Uit een informatienota van 14 mei 2024 voor de gemeenteraad van Wijchen (bijlage 12) volgt dat er nog niet eens een locatie voor het Hoogspanningsstation is vastgesteld. Voor zover de tijdsplanning van de voorbereidende fase al wordt gehaald door TenneT en het ministerie van Klimaat en Groene Groei, wat absoluut onzeker is, is het allerminst uitgesloten dat tegen de formele besiuitvorming door belanghebbenden in rechte zal worden opgekomen, met (forse) vertragingen tot gevolg. lndien en alleen voor zover het Hoogspanningsstation al zou leiden tot de noodzakelijke uitbreiding van de netcapaciteit voor het Windpark is zeker niet uitgesloten dat het nog minstens tien jaar duurt voordat daarvan sprake is. (Grond)eigendom
4.17.
ln het Ontwerpprogramma is het VKA geschetst, waarbinnen het Windpark gerealiseerd zal moeten worden. Uit paragraaf 4.2.1 van het Ontwerpprogramma volgt daarbij dat initiatiefnemers bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een BOPA bij de gemeente s-Hertogenbosch bij voorkeur minimaal vijftig procent lokale eigendom zullen realiseren. Dit alles impliceert dat de gemeente s-Hertogenbosch (bij voorkeur) niet zelf als grondeigenaar zal optreden, wat de uiteindelijke realisatie alleen daarom al sterk onder druk zet. lngezet
° Zie:
https://www.tennet.eu/nl/projecten/provincies/gederland/hoogspanningsstatjon-bjj-wjjchen.
Ploum
••
wordt kennelijk op de bundeling van verscheidene private initiatieven binnen het VKA, die alie gezamenlijk dus moeten leiden tot de realisatie van de (verhoogde) opwekdoelstellingen van de gemeente s-Hertogenbosch in de vorm van zestien windturbines op het eigen deel van het grondgebied. Het ligt vanuithet perspectief van uitvoerbaarheid en doorlooptijd voor de hand om bij een gezamenlijk project van de Gemeenten om circa 24 windturbines te realiseren binnen het VKA absoluut niet ¡n te zetten op een salamitactiek in de vorm van individuele projectbeoordelingen bij het verlenen van de omgevingsvergunningen voor BOPAs. Grondeigenaren c.s. kunnen zich niet van de indruk onttrekken dat de Gemeenten blijkbaar onvoldoende middelen en zeggenschap over de gronden in het VKA hebben om het Windpark door middel van een ander, meer integraal planologisch besluitvormingstraject te realiseren. 4.18.
Ook dit levert een zeer groot risico voor de uitvoerbaarheid op. De uiteindelijke uitvoerbaarheid van het totale Windpark valt of staat dan immers bij de juridische, feitelijke en financiële uitvoerbaarheid van alle losse initiatieven tezamen, voor zover deze er al zijn. Uit het Ontwerpprogramma volgt immers geenszins wat de grondposities binnen het VKA zijn en welke potentiële (haalbare) initiatieven binnen het VKA zouden bestaan. Ongewis is daarom of de voorziene zestien windturbines binnen het VKA überhaupt gerealiseerd zullen worden zonder dat de gemeente s-Hertogenbosch hiertoe zélf gronden binnen het VKA verwerft. Zonder een dergelijk minnelijk grondverwervingstraject is de realisatie van het Windpark bij te weinig initiatiefnemers ook uitgesloten, nu de gemeente s-Hertogenbosch, anders dan onteigening, geen publiekrechtelijke instrumenten toekomt om windturbines binnen het VKA te realiseren.31
4.19.
Voorts is het de Grondeigenaren c.s. ongewis hoe de gemeente s-Hertogenbosch denkt het vereiste van lokale eigendom publiekrechtelijk te kunnen waarborgen bij het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning voor een BOPA. Deze omgevingsvergunning wordt, de Gemeenten genoegzaam bekend, immers op grond van artikel 8.0a lid 2 Bkl en verder uitsluitend verleend als sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en voldaan is aan de provinciale en nationale instructieregels. De (door de Gemeenten gewenste) eigendomsconstructie en de financiële lusten- en lastenverdeling van het Windpark valt volledig buiten dit toetsingskader, waardoor de Gemeenten hieraan dus niet mogen toetsen bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een BOPA en hierover evenmin vergunningvoorschriften mogen stellen. De stelligheid waarmee de (on)mogelijkheid wordt gebracht in hoofdstuk 4 van het
Een gedoogplicht voor het realiseren van windturbines kan ingevolge artikel 10.14 lid 2 sub b Omgevingswet io. artikel 9b Elektriciteitswet 1998 slechts worden opgelegd in combinatie met een projectbesluit van de minister van Klimaat en Groene Groei op grond van Afdeling 5.2 Omgevingswet. Daarvan is hier in het geheel geen sprake.
-
-.
-----
--
Ontwerpprogramma om een vergunningvoorschrift aari ning hierover te verbinden is dan ook absoluut onbegrijpelijk en evidentjuridtscTh onjuist. Laagvlieggebied Defensie 4.20.
Het plangebied en het VKA bevinden zich gedeeltelijk binnen het laagvlieggebied Maas/waai (GLV 9) op grond van de Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters (het Laagvlieggebied). Deze is hieronder inzichtelijk gemaakt.
LEK EST MIL) GND 150 AGL
/
fN15A.GL
_ç
ERGSE-MÄAS 3 (MIL) GND-ISOAGL MAAS 2 (MIL) -GND-1SOAGL --
4.21.
j_
/-
-
.
De Grondeigenaren c.s. hebben kennisgenomen van een briefvan het Rijksvastgoedbedrijf namens het ministerie van Defensie in verband met een vergelijkbare ontwikkeling in de Overdiepse Polder in Waalwijk, waarbij Defensie haar standpunt uit op de gevolgen voor hetzelfde Laagvlieggebied (bijlage 13). ln deze brief zijn in niet mis te verstane bewoordingen de ernstige bezwaren van
____=_
--
____________
Ploum
Defensie tegen het situeren van een Windpark in het Laagvlieggebied zijn geuit. ln deze brief wordt onder meer gesteld: Dezerzijds is de indruk ontstaan dat partijen rond het initiatief om de Overdiepse Polder aan te wijzen als voorkeurslocatie voor een nieuw windpark, er bewust op aansturen dat het beeld ontstaat alsofDefensie zijn belangen niet qoed heeft geborgd en dat er bovendien met Defensie wel te praten zou zijn over het beëindigen van het laagvliegen in de polder. Wat hier ook van zij, met het bovenstaande moge duidelijk zijn gemaakt dat de Overdiepse Polder een voor Defensie onvervangbaar operationeel belang vertegenwoordigt en dat dit belang voldoende is beschermd. Op dit punt is Defensie dan ook niet genegen te praten over een vertrek uit de polder. Het stoppen met laagvliegen in de polder zou namelijk onvermijdelijk zijn wanneer er windmolens zouden komen te staan. Dit betekent dat wanneer de gemeenteraad van mening zou zijn dat het een goede zaak is om het voorkeursalternatief voor een nieuw windpark in de Overdiepse Polder te projecteren, dat Defensie zich gedwongen ziet hiertegen in te gaan op het moment dat zich daarvoor de gelegenheid voordoet. Dit zal zijn bij een formele procedure voor een ruimtelijk plan en/of bij een vergunningaanvraag.
Het is goedzich te realiseren dat wanneer Defensie zo in verzet gaat tegen een plan, dat het dit verzet tot de hoogste instantie zal gaan volhouden. (onderstreping advocaten) 4.22.
ln het Ontwerpprogramma is deze ferme tegenstand van Defensie tegen een eventueel (gedeeltelijk) vertrek uit hetzelfde Laagvlieggebied in het geheel niet terug te lezen. Slechts wordt overwogen dat dit aspect nader in de projectfase dient te worden onderzocht en dat de aan de ter zake geldende wet- en regelgeving moet worden voldaan. Het is echter op basis van het bovenstaande evident dat er geen windturbines in een deel van het VKA gesitueerd kunnen worden zonder Defensie een inbreuk te maken op het Laagvlieggebied. Kennelijk is dit onaanvaardbaar voor Defensie. Hoewel er geen (rijks)instructieregels op grond van het Bkl gelden voor het handelen in strijd met een Laagvlieggebied, is de regering (op voordracht van de minister van Defensie) ingevolge artikel 268 van de Gemeentewet bevoegd de vervolgbesluitvorming na het Ontwerpprogramma bij koninkiijk besluit te vernietigen dan wel hiertegen in rechte op te
Ploum
komen. Ook hierdoor staat de uitvoerbaarheid van het Ontwerpprogramma allerminst vast. 5.
MER is onvolledig c.q. onjuist en onzorgvuldig tot stand gekomen
5.1.
ln het verlengde van het voorgaande stellen de Grondeigenaren c.s. zich op het standpunt dat de MER onvolledig c.q. onjuist is en daarmee onzorgvuldig tot stand is gekomen. Dit wordt hierna toegelicht aan de hand van verschillende onderwerpen. Leesbaarheid
5.2.
De Grondeigenaren c.s. constateren dat diverse figuren in de MER niet goed leesbaar zijn. Het betreft veelal contourlijnen en legendas behorende bij diverse figuren, waaronder de verschillende varianten. De Grondeigenaren c.s. zijn van mening dat zij op deze manier de MER niet goed kunnen beoordelen. Alleen al vanwege deze reden is de MER onzorgvuldig en kan deze niet ten grondslag worden gelegd aan het Ontwerpprogramma. Participatie
5.3.
Zoals hiervoor reeds aangegeven zijn de Grondeigenaren van mening dat zij onvoldoende betrokken zijn bij het participatieproces en ontbreekt inzicht in de diverse belangen en de afweging van deze belangen. Dit geldt des te meer nu in ieder - geval de gemeente s-Hertogenbosch op de hoogte was van de ontwikkelvisie van de Grondeigenaren met betrekking tot hun Percelen. De Grondeigenaren vinden dit onbegrijpelijk, gelet op de woningbouwopgave.
5.4.
Verder lezen de Grondeigenaren dat er (kennelijk), om tot een afgewogen VKA te komen, een intensief participatieproces is georganiseerd om zo breed mogelijk alle opties voor de inrichting van de polder met windturbines te verkennen, lokale kennis te benutten en afwegingen vanuit verschilende perspectieven te maken.32 ln de stukken wordt meermaals gesteld dat belanghebbenden meegekeken en -gedacht hebben. Zo hebben er verschillende ateliers, spreekuren en bijeenkomsten plaatsgevonden. Zoals al eerder aangehaald (zie randnummer 1.12) hebben AM en BrabantWonen in een gezamenlijke brief d.d. 24 juli 2023 wederom kenbaar gemaakt dat zij graag willen deelnemen aan het participatieproces. Hier is nimmer op gereageerd, waarna op bestuurlijk niveau (tevergeefs)
32
Bijlage xv bij de MER, p. 6.
Ploum
navraag is gedaan. Hoedemakers heeft enkel een algemene informatiebrief ontvangen met verwijzing naar de website. 5.5.
Los daarvan is het is voor de Grondeigenaren volstrekt onduideiijk in hoeverre deze inspraakrondes daadwerkelijk tot aanpassingen hebben geleid, en zo nee, waarom niet.
5.6.
Tot slot is er ten onrechte geen rekening gehouden met onder andere het verzoek van Grondeigenaren om de voor woningbouw benodigde afstanden tot de Percelen in acht te nemen, zoals concreet verzocht in de gezamenlijke zienswijze van 13 december 2019 (zie randnummer 2.6) Alternatieve locaties
5.7.
In paragraaf 1.1.5 van de MER is getracht om de locatiekeuze voor de Duurzame Polder te verantwoorden.
5.8.
De Grondeigenaren c.s. menen dat de gemeente s-Hertogenbosch, anders dan de gemeente Oss, geen deugdelijke ruimtelijke verkenning heeft uitgevoerd naar potentiële alternatieve locaties voor de opwek van grootschalige windenergie. Zonder een dragende motivering wordt simpelweg gesteld dat de Bokhovense Polder en de Dungense Polder minder geschikt zijn voor de opwek van grootschalige windenergie. Dit wordt nauwelijks toegelicht, en uit de overwegingen die hierover wél zijn opgenomen in het MER wordt met geen woord gerept over het problematische tekort aan woningen in Nederland (zie ook randnummer 1.7 en verder), hetgeen volgens de Grondeigenaren c.s. even zo goed een belangrijke maatschappelijke reden of afweging is die evident zou moeten worden meegewogen bij de locatiekeuze voor een dergelijk windturbinepark. Dit is ten onrechte niet gebeurd.
5.9.
Wél heeft de gemeenteraad van s-Hertogenbosch kenneiijk overwogen dat de Dungense Polder niet geschikt is als locatie voor de opwek van grootschalige windenergie vanwege de mogelijke toekomstige woningbouwontwikkeling van Iocatie Meerendonk (op lange termijn). De Grondeigenaren kunnen ¡n dit verband niet begrijpen waarom mogelijke toekomstige woningbouw op haar Percelen, zoals meermaals besproken en voorgelegd aan de gemeente (zie randnummer 1.12 en verder), kennelijk géén belemmering vormt om ter plaatse een windpark te realiseren.
5.10.
Anders gezegd, de Grondeigenaren ziin van mening dat i) de overige locatiealternatieven in de MER niet (voldoende) zijn onderzocht33 en ii) voor wat betreft de locatiekeuze ten onrechte geen rekening is gehouden met de plannen voor
Dit wordt overigens bevestigd in het MER, zie pagina 38.
pÏoum
woningbouw op de Percelen van de Grondeigenaren. Gelet hierop is de locatieonderbouwing voor een windturbinepark in de Duurzame Poider onvolledig; als gevolg waarvan de MER onzorgvuldig tot stand is gekomen. Daarbij verwijzen de Grondeigenaren ook naar het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage d.d. 5 juli 2023, waarin is aangegeven dat de MER een navolgbare locatieonderbouwing dient te bevatten. Onjuiste referentiesituatie 5.11.