Bijlage 7 Vastgestelde Jaarstukken 2024 VRBN
Tekst van het document
Het ministerie van J&V zal in samenspraak met de veiligheidsregio’s bepalen wat de consequenties zijn en welke acties hieruit volgen.
2.5.2
Prestaties Bedrijfsvoering
De bezetting/formatie en het ziekteverzuim van de organisatie is in 2024 als volgt: Indicator Bezetting/ Formatie*
Realisatie 2024 (YTD) Formatie 31-122024: 318,85
Realisatie 2023
Toelichting/ maatregelen
Formatie 31-122023: 298,3
De toename in de formatie met 20,55 fte betreft onder meer de formatie voor de versterking van de crisisbeheersing, duurzaamheid, informatiegestuurd werken/informatiebeheer, functioneel beheer en adviesfunctie automatisering/P&O. Uit de bezetting wordt 1,56 fte bekostigd uit het Participatiebudget. Het gemiddelde verzuimpercentage voor 2024 bedroeg 2,97%, een aanzienlijke daling ten opzichte van het gemiddelde van 3,75% in 2023. De daling was het meest significant in de eerste helft van het jaar, met name in de maanden januari, februari en maart. In de tweede helft van het jaar zagen we een lichte stabilisatie.
Bezetting 31-122024: 316,88
Ziekteverzuim
Percentage ziekteverzuim VRBN: 2,97
Percentage ziekteverzuim VRBN: 3,75
*De medewerkers van GHOR zijn in dienst bij GGD Hart voor Brabant en komen in bovenstaande cijfers over de formatie niet terug. De centralisten van Meldkamer Brandweer Oost-Brabant (MKBOB) en de Calamiteiten Coördinatoren (CaCo’s) komen wel terug in bovenstaande cijfers. Zowel de centralisten als de CaCo’s zijn in dienst van VRBN, maar werken ook voor Veiligheidsregio BrabantZuidoost. 2.5.3 •
Grote ontwikkelingen en projecten Verbetering kantoorautomatiseringsomgeving: In 2024 is de kantoorautomatiseringsomgeving aanzienlijk verbeterd, mede dankzij de extra middelen voor formatie. Hierdoor is VRBN beter
25 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
•
•
•
•
•
2.5.4
in staat om zowel beroepskrachten als vrijwilligers te ondersteunen bij het gebruik van de aangeboden softwareoplossingen en hen advies en begeleiding te bieden bij diverse vraagstukken. Deze verbeteringen hebben bijgedragen aan een efficiëntere en effectievere werkomgeving. Voltooiing programma Digitale werkplek: Het programma Digitale werkplek, inclusief de overstap van Citrix naar Microsoft 365, is afgerond. Er loopt nog een adoptietraject om collega's verder wegwijs te maken en de digitale samenwerking met onder andere Teams verder te optimaliseren. Daarnaast is aandacht besteed aan oplossingen om de samenwerking met externen en partners richting de toekomst te verbeteren. Dit draagt bij aan een modernere en beter geïntegreerde digitale werkomgeving. Visie Mens & Organisatie: De visie Mens & Organisatie is opgeleverd en geeft richting aan beleids- en instrumentontwikkeling binnen het vakgebied van HRM. We vinden het belangrijk dat de mens in onze organisatie centraal staat en daarom omarmen wij de ‘werknemersreis’ als het gaat om de loopbaan binnen VRBN. We willen de juiste nieuwe collega’s aan ons binden en duurzaam inzetbaar houden voor onze organisatie, waarbij werkplezier hoog in het vaandel staat.
Om onze beleidsdoelstellingen te behalen, hebben we gezorgd dat ons formatieplan kloppend is en functietaken beter aansluiten bij wat nodig is om het werk uit te kunnen voeren. Deze visie draagt bij aan een betere personeelsbezetting en verhoogd werkplezier. Extra taken door landelijke ontwikkelingen rondom schadeverzekeringen: Door landelijke ontwikkelingen rondom schadeverzekeringen hebben we als organisatie extra taken gekregen. We zien ook een toename van inkooporders in onze organisatie, wat leidt tot een grotere verwerking van facturen. Met veel toewijding en aandacht worden deze extra taken opgepakt. Strategische samenwerking met bouwmanagementbureau: Door een strategische samenwerking aan te gaan met een bouwmanagementbureau en de uitvoering van projecten uit het huisvestingsplan, zijn we in staat om aan zes (ver-)nieuwbouwprojecten tegelijkertijd te werken. Dit draagt bij aan een snellere en efficiëntere realisatie van onze bouwprojecten. Voorbereidingen nieuwbouw kazernes: De voorbereidingen voor de nieuwbouw van de kazernes in Drunen en Oss zijn opgestart. Met de gemeente Boxtel wordt gezocht naar een nieuwe locatie voor de kazerne in Liempde. Wat heeft het gekost?
Onderstaande tabel geeft de inzet van financiële middelen weer.
Bedrijfsvoering bedragen * € 1.000
Bedrijfsvoering VR Totaal lasten Totaal baten Saldo van baten en lasten Bedrijfsvoering Dotaties aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo mutatie reserves Saldo Bedrijfsvoering na verrekening reserves
Totaal Bedrijfsvoering
26 Samenwerken aan veiligheid.
Begroting 2024 Primair 12.715 104 -12.611 93 93 -12.518
Begroting 2024 na wijziging 13.103 110 -12.994 243 827 584 -12.410
Werkelijk 2024
Werkelijk 2023
13.052 113 -12.939 284 538 254 -12.685
12.828 11 -12.817 199 2.880 2.681 -10.137
-12.518
-12.410
-12.685
-10.137
Jaarstukken 2024
2.6
Totale verantwoorde realisatie en algemene middelen
Het totaal van de lasten die we over de toegelichte programma’s verantwoorden telt op tot het volgende saldi, voor en na reservemutaties.
Totaal programmaverantwoording Begroting 2024 Primair
Begroting 2024 na wijziging
Werkelijk 2024
Werkelijk 2023
-54.225 -
-54.690 -
-53.212 -
-49.465 -
Totaal saldo reservemutaties programma's
-2.276
-1.636
-2.804
-163
Totaal saldo programma's na verrekening reserves
-56.501
-56.326
-56.017
-49.628
Begroting 2024 Primair 6.854 1.323 46.755 766 806 56.504 -3
Begroting 2024 na wijziging 7.782 1.323 46.755 775 816 57.451 513
Werkelijk 2024
Werkelijk 2023
7.782 1.323 46.755 775 816 57.451 505
7.033 1.323 40.662 989 745 50.752 402
Totaal Algemene Middelen
56.501
57.965
57.957
51.153
Gerealiseerd resultaat
-
1.639
1.940
1.526
Totaal saldo van baten en lasten programma's 0
Daartegenover zijn de volgende dekkingsmiddelen gerealiseerd.
Algemene Middelen Algemene Middelen BDUR Veiligheidsregio algemeen BDUR GHOR Gemeentelijke bijdrage Veiligheidsregio algemeen Gemeentelijke bijdrage GHOR Gemeentelijke bijdrage Bevolkingszorg totaal bijdragen Saldo financieringsfunctie
* Weergave GHOR: voor het onderdeel GHOR zijn enkel nog de baten en lasten van de veiligheidsregio weergegeven (waarbij de lasten overeenkomen met 94,9% van de door de GGD gerealiseerde kosten).
Daarmee is in 2024 een voordelig saldo gerealiseerd van € 1.940.000, wat € 301.000 hoger is dan het begrote voordeel volgens de prognoses bij de bestuursrapportage. De prognose van de bestuursrapportage die in de gewijzigde begroting over 2024 is verwerkt, was € 1.639.000 positief. In 4.5.2 Toelichting op de baten en lasten worden de oorzaken van dit verschil toegelicht. De overhead van de veiligheidsregio maakt in de realisatie 24,8% uit van het lastenvolume, hetgeen iets hoger is dan dit percentage in de begrotingen. Een specificatie is opgenomen in het financieel overzicht op taakvelden (zie 4.10).
27 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
3. Jaarverslag: Paragrafen
In dit hoofdstuk komen de paragrafen aan bod. Het doel van een paragraaf is om voor thema overstijgende onderwerpen één totaalbeeld te geven. Volgens het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) zijn de volgende paragrafen verplicht: - lokale heffingen, - weerstandsvermogen en risicobeheersing, - onderhoud kapitaalgoederen en investeringen, - financiering, - bedrijfsvoering, - verbonden partijen, - grondbeleid. Omdat wij als veiligheidsregio geen lokale heffingen heffen en niet over grondposities beschikken, zijn de paragrafen ‘lokale heffingen’ en ‘grondbeleid’ niet opgenomen in de jaarstukken. Het overzicht investeringen is toegevoegd aan de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’ om een eenduidig en volledig beeld te geven betreffende dit onderwerp.
3.1
Bedrijfsvoering
3.1.1
Algemeen
Formatie In onderstaand overzicht is onze formatie opgenomen. De realisatie van de gegevens heeft betrekking op de stand van zaken per 31 december 2024.
28 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
Beroepsformatie
Formatie FTE's 33,6 41,4 163,6 80,3 318,8
Crisisbeheersing (excl. GHOR) Risicobeheersing Brandweer Bedrijfsvoering/directie Totaal
De medewerkers van GHOR zijn in dienst bij GGD Hart voor Brabant en komen in bovenstaande cijfers niet terug. De centralisten van Meldkamer Brandweer Oost-Brabant (MKBOB) en de Calamiteiten Coördinatoren (Caco’s) komen wel terug in bovenstaande cijfers. Zowel de centralisten als de Caco’s zijn in dienst van VRBN, maar werken ook voor Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Ziekteverzuim Het gemiddelde verzuimpercentage voor 2024 bedroeg 2,97%, een aanzienlijke daling ten opzichte van het gemiddelde van 3,75% in 2023. De daling was het meest significant in de eerste helft van het jaar, met name in de maanden januari, februari en maart. In de tweede helft van het jaar zagen we een lichte stabilisatie.
Ziekteverzuim
Ziekteverzuimpercentage Meldingsfrequentie Gemiddelde verzuimduur in dagen
2024
2023
2,97%
3,75% 0,78 15,83
Instroom
Uitstroom
45 59 15
21 43 5
Mobiliteit
Mobiliteit
Beroeps Vrijwilligers Jeugdbrandweer
Algemene Verordening Gegevensbescherming In 2024 hebben geen datalekken plaatsgevonden die tot significante schade of verstoringen hebben geleid. Wel zijn een zestal kleinere incidenten voorgevallen. Het snel opmerken, melden en adequaat oppakken van beveiligingsincidenten en datalekken is een prioriteit. Dit gebeurde al in 2024 maar gaan we in 2025 verder organiseren. Met de komst van een Privacy adviseur, die we delen met veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, halen we in 2025 ook de achterstand in op een aantal nog uit te voeren risicoanalyses (DPIA's) aangaande de verwerkingen van persoonsgegevens. Informatieveiligheid De nieuwe IT-omgeving, die in 2023 in gebruik is genomen, biedt de mogelijkheid om de informatiebeveiligingsmaatregelen te monitoren, verder uit te rollen en te versterken. Dit is essentieel voor de digitale weerbaarheid van de organisatie. Verschillende verbeteringen zijn toegepast onder andere op gebied van e-mailbeveiliging. Er zijn stappen gezet op gebied van security monitoring. Zo is er een SOC (Security Operations Centre) dienstverlening afgesloten. Afwijkend gedrag op de IT29 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
omgeving wordt hiermee waargenomen, onderzocht en actie op ondernomen. Daarnaast wordt actief toegewerkt naar de implementatie van een Information Security Management System (ISMS) op basis van de ISO 27001-norm. Deze norm biedt een kader voor het beheren en beschermen van gevoelige informatie, en helpt de organisatie om systematisch en continu de informatiebeveiliging te verbeteren. Inkoop In 2024 heeft VRBN een aantal Europese en niet-Europese aanbestedingen doorlopen. Een overzicht hiervan is opgenomen in bijlage 5.4. De meerjarige verplichtingen die zijn aangegaan, zijn opgenomen in de toelichting op de balans.
3.1.2 Nadere toelichting financiële rechtmatigheid In deze paragraaf Bedrijfsvoering is, op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur, aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid en is ook beschreven welke actie zal worden ondernomen om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Het totaal aan afwijkingen, fouten en onduidelijkheden ten aanzien van het begrotings-, voorwaarden- en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium komt boven de, door het AB vastgestelde, verantwoordingsgrens van € 593.000 (1% van de totale lasten en dotaties) en wordt daarom vermeld. De individuele rechtmatigheidsfouten en individuele onduidelijkheden worden hier toegelicht, voor zover deze boven de rapportagegrens van € 50.000 liggen en toelichting behoeven. In paragraaf 4.5.2 van de jaarrekening worden de volgende afwijkingen vermeld: Geconstateerde rechtmatigheidsafwijkingen
bedragen * € 1.000
Geconstateerde afwijking
Begrotingscriterium 1A. 1B. 2. 3.
Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door het algemeen bestuur vastgesteld autorisatieniveau) Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) Nog niet door het algemeen bestuur geautoriseerde reservemutaties (via melding, wijziging of goedgekeurde verantwoording) Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het algemeen bestuur zijn gemeld.
Voorwaardencriterium Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed (inhoudelijk toegelicht in jaarrekening en in paragraaf bedrijfsvoering)
Passend binnen vastgesteld beleid of gemeld nog vóór verantwoording
Saldo toe te lichten onrechtmatigheden
-
-
-
1.112
1.112
-
1.545
1.545
-
2.657
2.657
313
-
313
M&O criterium Geen bevindingen
Totaal van onrechtmatigheden
2.970
2.657
313
Begrotingscriterium In de financiële verordening is als uitgangspunt vastgelegd dat iedere overschrijding van de lasten als onrechtmatig wordt beschouwd. Een overschrijding van lasten wordt als acceptabel aangemerkt (maar nog steeds onrechtmatig) in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het algemeen bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor 30 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. De recentere Kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV 6 stelt echter dat overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten, investeringen en baten, die op zichzelf niet onrechtmatig zijn, onrechtmatig kunnen zijn doordat die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het bestuur zijn gemeld. Dit omdat het bestuur op basis van tijdig verstrekte informatie (mogelijk) een aanvullend (ander) besluit had kunnen nemen. De invulling van het begrip tijdig hangt af van de afspraken die zijn vastgelegd met het bestuur. Vooruitlopend op aanpassingen in de verordeningen heeft de veiligheidsregio afspraken gemaakt middels het Verantwoordingsprotocol begrotingsrechtmatigheid. Daarin is afgesproken dat tijdigheid alleen voordelen op de baten of lasten betreft en als deze na de (laatste) bestuursrapportage en begrotingswijziging zijn ontstaan, worden ze in de jaarrekening toegelicht en worden daarmee tijdig en dus rechtmatig beschouwd. De begroting van VRBN kent één programma (Veiligheid), maar de begrote baten en lasten zijn vastgesteld op thema’s en deelprogramma’s. Dat betekent dat op dit lagere niveau de rechtmatigheid ten aanzien van het begrotingscriterium wordt getoetst.
Een afwijking op deelprogrammaniveau is een saldo van meerdere programmaonderdelen en van baten en lasten. Het is daarom onvermijdelijk dat de optelling van individuele afwijkingen leidt tot een hoger totaal aan afwijkingen dan het saldo op het programma. De tabel laat zien dat er in totaal € 2.657.000 aan afwijkingen zijn opgetreden die aan het begrotingscriterium moeten worden getoetst. Al deze afwijkingen passen binnen vastgesteld beleid, hetgeen we toelichten met verwijzingen naar de afwijkingenanalyse in paragraaf 4.5.2. van de jaarrekening. Daarom vereist geen enkele afwijking binnen deze verantwoording ten aanzien van het begrotingscriterium een nadere toelichting als onrechtmatigheid. De volgende toelichting bij de vermelde bedragen dient ter onderbouwing van deze conclusies. Overschrijdingen op de lasten van de programma’s (1A) en investeringsbudgetten (kredieten)(1B) In deze categorieën hebben zich geen relevante afwijkingen voorgedaan. Ongeautoriseerde reservemutaties € 1.112.000 (2) De overschrijdingen van de reservedotaties houden alle verband met onderschrijdingen van de lasten in het kader van door het bestuur vastgestelde besluiten en zijn daarmee ook tijdig gemeld in deze jaarrekening.
• Crisisbeheersing en Rampenbestrijding: een overschrijding van dotaties met €133.000 binnen vastgesteld beleid aangaande het saldo van de BDUR-middelen voor Versterking crisisbeheersing (openeinderegeling). • Brandweerzorg: een overschrijding van dotaties met € 690.000, welke samenhangt met een onderschrijding van de kapitaallasten materieel, groot onderhoud-huisvesting, en de saldi van de activiteitenbudgetten voor vrijwilligers. De dotaties van deze saldi betreffen openeinderegelingen en worden binnen bestaand beleid toegelicht in 4.5.2. • Bedrijfsvoering: een onderschrijding van onttrekkingen met € 289.000, welke samenhangt met de lagere gerealiseerde incidentele kosten voor Informatiegestuurd Werken en voor de Digitale Werkplek. De onttrekkingen van deze saldi betreffen openeinderegelingen en worden binnen bestaand beleid toegelicht in 4.5.2. Voordelige afwijkingen ten opzichte van de begroting € 1.545.000 (3)
6 Pagina 34 van de Kadernota rechtmatigheid 2024 (Commissie BBV, oktober 2024).
31 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
Voordelige afwijkingen die nog niet zijn gemeld via de bestuursrapportage en/of begrotingswijziging vallen uiteen in twee delen. Voor € 874.000 betreft dit onderschrijdingen die conform vastgestelde besluiten leiden tot hierboven genoemde reserveringen (toegelicht in 4.5.2). Gezien deze besluiten, is het bestuur hiervan op de hoogte en was er geen aanleiding tot herbestemming. De overige € 671.000 aan onderschrijdingen zijn voorafgaand aan de jaarrekening aan het bestuur gemeld (AB 20 maart 2025) en dus tijdig. •
•
•
Het eerste geval betreft een voordeel van € 337.000 door met name lagere dotaties door sector Brandweerzorg. Dit is ontstaan doordat de kapitaallasten zijn toegenomen door de activering van nieuwbouwlocatie Zeeland. De dotatie had hiervoor al gecorrigeerd kunnen worden, maar dat is niet gebeurd. Daarnaast een voordeel van € 252.000 op het salarisbudget van Risicobeheersing wat deels is veroorzaakt doordat medewerkers zonder aankondiging zijn vertrokken en de vacatures nog niet konden worden ingevuld. Ten slotte zijn de kosten van de GHOR BN € 82.000 lager dan de begroting door achterblijvende personele kosten en projectkosten.
Maatregelen Om de afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde en geautoriseerde begroting te beperken, kennen we gedurende het jaar verschillende momenten waarop de uitputting van de beschikbare budgetten wordt gemonitord en geanalyseerd. Binnen de P&C-cyclus van VRBN gebruiken we op een tweetal momenten financiële rapportages. De verwachte uitputting wordt eerst bepaald aan de hand van de uitputting over de eerste vijf maanden van het jaar. Een tweede moment is bij het opstellen van de bestuurlijke rapportage, waarbij die analyse van de verwachte jaarprognose wordt bepaald op basis van de uitputting van ruwweg de eerste acht maanden van het jaar. Bij het opstellen van de jaarrekening vindt de laatste toetsing plaats. De budgethouders kunnen zelfstandig gedurende het jaar op elk moment real-time informatie uit het financieel systeem halen. Door nauwkeurige prognoses op te nemen voor de (neutrale) openeinderegelingen met betrekking tot te reserveren overschotten, kan het totaal aan afwijkingen wat verantwoord moet worden verder verkleind worden. Voorwaardencriterium Dit criterium heeft betrekking op het naleven van de externe wetgeving en interne, door het bestuur, besloten richtlijnen. Specifieke aandacht gaat daarbij uit naar de naleving van de Aanbestedingswet 2012 en aanbestedingsbeleid. Vanuit het management wordt de naleving hiervan strak gemonitord.
Met onze verbijzonderde interne controles sluiten we aan bij de goedkeurings- en rapporteringstoleranties die de accountant hanteert. In nauwe samenspraak met de accountant hebben we de omvang van de steekproeven en de uit te voeren controles bepaald. De controles zijn uitgevoerd op de volgende processen: lonen en salarissen, inkopen, materiële vaste activa, voorzieningen en reserves, gemeentelijke bijdrage en rijksbijdrage, memoriaalboekingen, transitorische boekingen en frauderisico’s. Rechtmatigheidsfouten moeten in de verantwoording opgenomen en toegelicht worden indien zij boven het door het algemeen bestuur vastgestelde verantwoordingspercentage uitkomen. Wij hanteren de rapporteringstolerantie die het bestuur ook met de accountant heeft afgesproken. Aanbestedingsrechtmatigheid De regels over aanbesteden staan in de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit. In de Gids Proportionaliteit (flankerend beleid bij de aanbestedingswet 2012) zijn de voorschriften uitgewerkt
32 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
over de eisen, voorwaarden en criteria die aan inschrijvers en inschrijvingen worden gesteld. Een aanbestedende dienst dient de voorschriften toe te passen of een afwijking in de aanbestedingsstukken te motiveren. Het ten onrechte niet toepassen van de Aanbestedingswet 2012 met betrekking tot deze Europese aanbestedingsnormbedragen bij een aanbesteding van opdrachten, leidt tot een financiële rechtmatigheidsfout. Het dagelijks bestuur is van mening dat voldoende beheersmaatregelen zijn genomen om onrechtmatigheid op aanbestedingen te voorkomen. Al jaren wordt gebruik gemaakt van de Dynamische Inkoopkalender, waarin de uit te voeren aanbestedingen voor de verschillende jaren zijn vastgelegd. Deze kalender wordt met regelmaat geactualiseerd op basis van de actuele bestedingen (zowel eventuele nieuwe aanbestedingen als ook bestaande aanbestedingen waarvan de vorm wijzigt). Vanuit Inkoop wordt ondersteuning verleend aan de managers, die in formele zin verantwoordelijk blijven voor het op de juiste wijze naleven van de regelgeving rondom Inkoop. Bij alle managers is voldoende kennis en bewustzijn aanwezig om alert te zijn op de juiste wijze van aanbesteden. Ook wordt bij verwachte uitgaven van meer dan €25.000 aan opdrachtwaarde in nagenoeg alle gevallen gebruik gemaakt van het Startformulier Inkoopproces.
Indien hierin wordt verzaakt, dan wordt de betreffende budgethouder hierop aangesproken. Bij het Startformulier wordt op basis van de beschikbare informatie een reële inschatting gemaakt van de verwachte opdrachtwaarde. Vanuit Inkoop wordt vervolgens onder meer geadviseerd welke aanbestedingsvorm van toepassing is. Groen onderhoud De uitgaven in 2024 rondom het groenonderhoud ad €106.000 zijn onrechtmatig. Groenonderhoud was ook in 2023 onrechtmatig en in de rechtmatigheidsverantwoording van 2023 was een onrechtmatigheid gerapporteerd. De totale uitgaven hebben de EU-drempel overschreden. In de afgelopen jaren zijn successievelijk de brandweerkazernes in eigendom bij VRBN gekomen. Bij elke overdracht is ook het budget voor groenonderhoud overgedragen maar (uiteraard) de gemeentelijke contracten voor groenonderhoud niet. In 2024 is er een nieuwe aanbesteding voor groenonderhoud doorlopen en dit contract is per januari 2025 ingegaan. Vanaf 2025 zullen de uitgaven rechtmatig zijn. Onrechtmatigheid is dus opgelost middels een nieuwe aanbesteding. Document Management Systeem (DMS) De kosten voor het DMS (JOIN/Decos) hebben in 2024 EU-aanbestedingsdrempel overschreden. De totale kosten van afgelopen vier jaar (2021-2024) ad €334.000 zijn afgelopen jaren fors toegenomen. De totale kosten die EU drempel hebben overschreden ad €123.000 zijn onrechtmatig over boekjaar 2024.
In 2024 is een Europees aanbestedingstraject (EA) afgerond voor vervanging van een nieuw zaaksysteem. Per 1 januari 2025 is het nieuwe DMS in gebruik genomen door sector Risicobeheersing. In de komende maanden gaan de andere sectoren over. Dit betekent dat het huidige zaaksysteem tot die tijd in gebruik blijft, waardoor ook de uitgaven van 2025 voor die duur onrechtmatig zullen zijn. De onrechtmatigheid zal naar verwachting eind 2025 ophouden. Pagers Al in de jaarrekening 2023 is een (on)rechtmatigheidsrisico gesignaleerd omtrent het verlopen van een door het Ministerie van J&V gedane aanbesteding voor communicatieapparatuur. Het eerder benoemde risico doet zich daadwerkelijk voor. Vanwege het zeer waarschijnlijk vitaal worden aangemerkt als veiligheidsregio’s is het op korte termijn niet realistisch en/of wenselijk om de ontstane onrechtmatigheid teniet te doen. De huidige bij VRBN in gebruik zijn de pagers zijn op dit moment maximaal 1,5 jaar oud. Dat betekent dat vanuit technisch optiek nu nog geen vervanging noodzakelijk is. Overschrijding heeft in 2024 plaatsgevonden en daarmee is totaalbedrag ad €84.000 onrechtmatig. Doordat nog enkele jaren (verwachting is tot 2027/ 2028) sprake zal zijn van beperkte, nu nog niet in te schatten, uitgaven (aan onderhoud, reparatie, abonnement) zal de onrechtmatigheid nog iets oplopen.
In het licht van vitale aanbieder worden en de ervaring dat onze huidige pagers naar 33 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
verwachting geen vijf jaar meer meegaan bestaat de mogelijkheid van toch vervroegd aanbesteden, waarmee de onrechtmatigheid teniet wordt gedaan. Deze vervroegde afschrijvingskosten kunnen dan ten laste komen van de bestemmingsreserve Materiaal en Materieel. Het bewustzijnsniveau om scherp te zijn op de juiste wijze van aanbesteden en de wijze waarop, is hoog. De vastlegging van de documentatie van de aanbestedingen voldoet. De informatie wordt wel op meerdere plaatsen vastgelegd (deels bij managers, bij Inkoop op de g-schijf en in JOIN). Met de komst van het nieuwe zaaksysteem wordt verwacht dat de vastlegging meer centraal (in de nieuwe applicatie) zal plaatsvinden. Bij de controle als budgethouder wordt gecontroleerd op de wijze van prestatieverklaring door de prestatieverklaarder goed is vastgelegd (minimaal bij facturen groter dan € 2.500). De vastlegging is merkbaar verbeterd. Daarbij wordt ook een check gedaan op de juiste toepassing van de tarifering conform de overeenkomst (vastlegging hiervan door of de overeenkomst bij te voegen of de link naar het document). Wet FIDO In 2024 is voldaan aan de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). VRBN maakt gebruik van de BNG-bank, waardoor de overtollige saldi in het kader van de Wet Schatkistbankieren automatisch worden afgeroomd. Per kwartaal toetsen we of we voldoen aan de kasgeldlimiet.
Deze is in 2024 niet overschreden. Ook het renterisico op het begrotingstotaal van VRBN overschrijdt de renterisiconorm in 2024 niet. Misbruik en oneigenlijk gebruik Dit criterium heeft voornamelijk betrekking op het misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies en uitkeringen, zoals die door gemeenten worden verstrekt. Dit speelt niet bij VRBN. Er is over 2024 geen fraude geconstateerd.
3.2
Financiering
Het beleid van de veiligheidsregio inzake de financiering is vastgelegd in het Treasurystatuut Veiligheidsregio Brabant-Noord 2024 (AB, 30 november 2023). De actualisatie van dit statuut is met ingang van 2024 van kracht geworden. De belangrijkste doelstellingen van het (huidige) treasurybeleid zijn: - De toegang tot de vermogensmarkten tegen de scherpst mogelijke condities. - Het vermijden van ongewenste financiële risico’s zoals rente-, valuta-, koers-, intern liquiditeits- en kredietrisico. - Het minimaliseren van de hiermee gemoeide interne verwerkingskosten en externe kosten. - Het realiseren van een flexibel en controleerbaar liquiditeitenbeheer in de organisatie. Bij de uitvoering van het beleid streeft de organisatie naar zekerheid en stabiliteit en kent ze haar beperkingen bij het inspelen op marktontwikkelingen. Daarom wordt langetermijnfinanciering verkozen boven rentevoordelen, die op korte termijn te behalen vallen door kort te financieren. Ook omdat deze voordelen op middellange termijn kunnen verdwijnen als sneller geherfinancierd moet worden. Bovendien zou de voorspelbaarheid nadelig worden beïnvloed. Terwijl deze keuze ervoor zorgt dat op de korte termijn het kredietrisico onder de kasgeldlimiet blijft, wordt op de lange termijn het renterisico beperkt door de langlopende leningen lineair af te lossen en zo een optimale spreiding te bewerkstelligen.
Liquiditeitspositie Normaal liquiditeitsbeheer betekent voor de veiligheidsregio dat nieuwe financieringen worden aangetrokken om te compenseren voor aflossingen en daarnaast pieken in de bestedingen worden gemonitord ten opzichte van de ontvangsten. Doordat de lange financieringen ver voor de al dan niet
34 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
vertraagde uitgaven van de bouwprojecten zijn aangetrokken, was in 2023 en 2024 het schatkistsaldo dusdanig hoog dat op de korte termijn geen maatregelen nodig waren. In 2024 zijn geen kortlopende financiële middelen ingezet en is niet of nauwelijks gebruik gemaakt van de kredietfaciliteit. Kasgeldlimiet Op grond van de wet Fido dienen de begroting en de jaarverantwoording inzicht te verschaffen in de kasgeldlimiet over het afgelopen jaar en de renterisiconorm voor de komende vier jaar van de organisatie. Bij de berekening is de primaire (programma)begroting van het betreffende jaar uitgangspunt. De kasgeldlimiet beperkt de omvang van de vlottende schulden ten opzichte van de begroting en de vlottende middelen. Aangezien geen korte financiering of roodstand binnen de kredietfaciliteit aan de orde is geweest, is het kasgeldniveau in alle kwartalen van 2024 ruim onder de limiet gebleven. bedragen * € 1.000
Toets kasgeldlimiet 2024 Begrotingstotaal Voorgeschreven percentage Kasgeldlimiet
57.296 8,2% 4.698 1e kwartaal 2024
2e kwartaal 2024
3e kwartaal 2024
4e kwartaal 2024
Gem vlottende schuld Gem vlottende middelen Gem netto vlottende schuld
3.641 27.193 23.552-
4.639 26.060 21.422-
5.185 25.526 20.340-
5.595 22.320 16.725-
Ruimte onder kasgeldlimiet
28.251
26.120
25.039
21.424
Met de huisbankier, BNG-bank, is een krediet- en depotarrangement vastgelegd van € 3.300.000 voor de kortlopende negatieve saldi in rekening-courant. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt voor de periode langer dan een jaar het bedrag waarvoor maximaal aflossingsverplichtingen aangegaan mogen worden, die in één boekjaar vallen. bedragen * € 1.000
Toets renterisiconorm 2024 Jaar
2024
2025
2026
2027
Begrotingstotaal Voorgeschreven percentage Renterisiconorm Renteherzieningen Aflossingen Renterisico
57.293 20% 11.459 2.250 2.250
59.503 20% 11.901 2.750 2.750
59.808 20% 11.962 3.150 3.150
60.490 20% 12.098 3.150 3.150
Ruimte onder renterisiconorm
9.209
9.151
8.812
8.948
Uit het overzicht blijkt dat de veiligheidsregio in de huidige situatie ruim binnen de limiet blijft. Bij grotere investeringen (bv. in huisvesting) is voor maximale spreiding van aflossingen over de looptijd van de investeringen gekozen om binnen de renterisiconorm te blijven. De GHOR heeft geen aparte liquiditeitspositie. De kas- en bankmutaties lopen volledig via de subrekeningen van GGD Hart voor Brabant. Rentelasten, Renteresultaat en Rentetoerekening 35 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
Het financieel overzicht op taakvelden (paragraaf 4.10) laat een gerealiseerd totaal van € 478.000 aan rentelasten zien ten opzichte van een begroot totaal van € 487.000 en een nadeel van 17.000 op de rentebaten. Het renteresultaat, wat uit hetzelfde overzicht afgelezen kan worden als het verschil van de rente baten en rentelasten, bedroeg € 505.000. Door de uitzonderlijk hoge rentebaten (over een hoog schatkisttegoed wegens vooraf aangetrokken leningen) en dit resulterend positief rentesaldo, is de toerekening van netto-rentelasten aan de taakvelden in lijn met de voorschriften vervallen. Anders gezegd, om de rente om te slaan over de genoemde activa wordt de omslagrente berekend conform de notitie Activabeleid en dat resulteert voor 2024 in een omslagrente van 0%. Volgens de systematiek wordt nettorente (nu dus 0) doorbelast aan de (sub)programma’s waarin de betreffende activa worden benut. Elk activum is slechts aan één programma toegewezen en dit programma maakt deel uit van slechts één taakveld. Er worden dan ook geen verdeelsleutels toegepast. Financieringsbehoefte In verband met belangrijke investeringen in de huisvestingsprojecten diende in 2022 de leningenportefeuille uitgebreid te worden met twee langlopende leningen voor een totaal van € 36 miljoen. De inzet van de liquiditeiten liep in 2024 nog steeds achter op de toenmalige planning.
Deze vertraging heeft als gevolg dat de herfinanciering van bestaande leningen uitgesteld kon worden. Met de aanstaande afronding van de bouwprojecten het komende jaar, zal gedurende het jaar het overschot aan liquide middelen verdwijnen en ontstaat de behoefte aan herfinanciering van de gedane aflossingen. EMU-saldo VRBN EMU-saldo Lasten Saldo van baten en lasten
bedragen x € 1.000
Werkelijk 2024 53.212
Bij: Afschrijvingen ten laste van exploitatie
4.596
Dotaties aan voorzieningen
915
Af: Investeringen
21.621
Voorzieningen voorzover transacties met derden Totaal EMU-saldo
3.3
789 36.312
Onderhoud kapitaalgoederen
In artikel 12 van het BBV wordt aangegeven wat de beleidskaders zijn van het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. VRBN beschikt over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze kapitaalgoederen bestaan uit gebouwen, materieel en voertuigen. Gebouwen Sinds 2019 zijn 34 kazernes in eigendom overgedragen. Daarnaast worden 3 kazernes gehuurd en 1 kazerne wordt om niet gebruikt. Hiermee berust het eigendom en beheer van deze kazernes bij de veiligheidsregio. Naast de brandweerkazernes wordt gebruik gemaakt van een kantoorpand aan de Kooikersweg in ’s-Hertogenbosch.
36 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
Bij het voorstel tot resultaatbestemming over 2019 is destijds een beslispunt opgenomen om een bestemmingsreserve groot onderhoud kazernes te vormen. Dit voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. De reserve wordt gevoed op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), dat voor elke kazerne is opgesteld. Materiaal en voertuigen De veiligheidsregio heeft een grote vloot aan voertuigen en ander werkmaterieel. Het onderhoud aan zowel de voertuigen als de bepakking wordt voor een deel extern gedaan en voor een deel in eigen beheer. Er is een Materieelbeheerssysteem voor de registratie van gebouwen, materieel en materiaal. Er is door de veiligheidsregio een bestemmingsreserve kapitaallasten ingesteld ten behoeve van vervanging van materieel en materiaal.
3.4
Weerstandsvermogen
3.4.1
Weerstandscapaciteit
Het weerstandsvermogen geeft aan hoe goed de onderdelen in staat zijn om financiële tegenvallers (risico's) op te vangen. Het weerstandsvermogen wordt ingegeven door de hoogte van de weerstandscapaciteit (o.a. de algemene reserve) in verhouding tot potentiële risico’s. De algemene reserve dient om onvoorziene risico’s op te vangen. De stand van de algemene reserve was op 31-12-2023 € 2,40 miljoen en per 31-12-2024 € 3,20 miljoen (zie ook paragraaf 4.6.2 Toelichting op de balans). Bevolkingszorg Bij het van start gaan van Bevolkingszorg als een van de hoofddomeinen van de veiligheidsregio in 2015, is een reserve ingesteld waarmee jaarlijks overschotten en tekorten binnen dit programma verrekend worden. Deze reserve heeft een plafond van € 150.000. De stand van de reserve per 3112-2023 was € 150.000 en deze is per 31-12-2024 ongewijzigd. 3.4.2
Financiële kengetallen VRBN
De financiële kengetallen zijn gedefinieerd in het BBV en maken daarom deel uit van de jaarverantwoordingen en begrotingen. Kengetallen VR Verloop van de kengetallen Werkelijk
Begroot
Werkelijk
Ultimo 2023
Ultimo 2024
Ultimo 2024
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
63% 63% 21%
73% 73% 19%
69% 69% 24%
Structurele exploitatieruimte VR
1,1%
3,8%
Correctie voor incidentele onderuitputting van versterking CB/BV Correctie voor incidentele onderuitputting van structurele kapitaallasten Materieel en Huisvesting Structurele exploitatieruimte gecorrigeerd voor incidentele effecten
6,4% -1,1%
1,1%
3,8%
-2,4% 3,0%
Opm.: de incidentele kosten voor de doorontwikkeling van de veiligheidsregio zijn geneutraliseerd, omdat deze niet uit de structurele middelen zijn gedekt.
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de organisatie ten opzichte van de eigen middelen. Daarmee geeft deze een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto 37 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen wordt voor de volledigheid weergegeven, maar de veiligheidsregio verstrekt geen leningen zodat beide kengetallen gelijk zijn. Hoewel de hoogte van de schuldquote afhankelijk is van bestuurlijke keuzes en het investeringsritme, kan ruwweg worden gesteld dat bij een schuldquote van 130% of hoger de houdbaarheid van de financiële positie in gevaar is (rood) en bij waarden tussen 100% en 130% de capaciteit om tegenvallers op te vangen of grote investeringen te doen een aandachtspunt is (oranje). Voor de veiligheidsregio zijn in 2024 geen zorgwekkende schuldenlasten aan de orde, zoals blijkt uit de waarden onder de 100%. De hogere begrote ratio wordt verklaard door de voorziene leningen voor de bouwprojecten, welke wat later gerealiseerd worden. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft binnen de totale baten het percentage weer waarmee de structurele baten de structurele lasten overschrijden. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
De incidentele onttrekking uit de reserves Doorontwikkeling Veiligheidsregio en Digitale werkplekken zijn net als voorheen als incidentele baat meegeteld, zodat de betreffende incidentele kosten zijn geneutraliseerd. Dat geldt ook voor de rentebaten over het incidenteel hogere schatkistsaldo, hetgeen na afronding van de bouwprojecten genormaliseerd zal zijn. Voorts blijkt uit deze kengetallen voor de veiligheidsregio dat in de begroting de structurele lasten zijn achtergebleven bij de structurele inkomsten. Dat wordt in belangrijke bepaald door de onderschrijdingen op kapitaallasten wegens vertraagde investeringen en op de recent versterkte budgetten voor Crisisbeheersing en Informatievoorziening die nog niet volledig benut konden worden. Omdat dit deel van de ruimte niet beschikbaar is om anders te bestemmen, is ook de daarvoor gecorrigeerde exploitatieruimte weergegeven. 3.4.3
Risico’s
Het benodigde weerstandsvermogen wordt berekend door de het niet afgedekte financieel gevolg van een manifestatie, die een (negatief) effect heeft op de bedrijfsvoering en/of de financiële positie, te vermenigvuldigen met de kans op optreden, het bijbehorende risicoprofiel en daarna te wegen of het effect meerjarig of eenmalig is. In 2023 heeft het AB een geactualiseerde nota Weerstandsvermogen en risicomanagement vastgesteld. Daarin is de weging van de onderscheiden risico’s ietwat gewijzigd ten opzichte van de vorige methodiek. Met name het effect of een risico een meerjarige impact heeft is in de nieuwe methodiek meegenomen. In de tabel hieronder hebben we onze belangrijkste risico’s opgenomen. Daarna wordt een toelichting gegeven op de risico’s die nieuw zijn, of vervallen zijn of waarvan de omvang van het financieel gevolg is gewijzigd.
38 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
Het totale bedrag aan risico’s komt op € 3,75 miljoen. Met name door de gewijzigde systematiek van risicokwantificering is dit bedrag hoger uitgekomen. We komen hoger uit dan de huidige stand van de algemene reserve en onze weerstandsratio is ook lager dan het bestuurlijk vastgestelde minimum. In de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2024 is de boven- en ondergrens van de algemene reserve gebaseerd op het totaal van de baten in de begroting van VRBN. In de begrotingen vanaf 2024 is het totaal van de lasten boven de € 60 miljoen gekomen en daardoor zijn de onder- en bovengrens hoger komen te liggen op respectievelijk € 2,4 en € 3,2 miljoen. Nieuwe, gewijzigde of vervallen risico’s Fiscaal risico (gewijzigd) Op fiscaal gebied zijn er een aantal wijzigingen geweest de afgelopen jaren. De laatste daarvan is bijvoorbeeld dat de Belastingdienst vanaf 2025 gaat handhaven op schijnzelfstandigheid. We hebben dit risico verhoogd, omdat we zien dat we een aantal fiscale processen weer tegen het licht moeten houden. Dit willen we in 2025 gaan doen. Bezuinigingstaakstelling vanuit Rijk / deelnemende gemeenten (nieuw) Vanuit het Rijk blijft de mogelijkheid bestaan dat de voorgenomen 10% bezuiniging op de bijdrage aan de Veiligheidsregio’s gehandhaafd blijft. Ook is vanaf het ravijnjaar 2026 de kans aanwezig dat vanuit
39 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
de deelnemende gemeenten een bezuinigingstaakstelling wordt opgelegd (bijvoorbeeld door het niet indexeren van de gemeentelijke bijdrage, terwijl de lonen en de prijzen wel stijgen). Ontwikkelingen huisvesting nieuwbouw/ renovatie (gewijzigd) Dit risico is verhoogd vanwege het aantal nieuwbouw- en renovatie projecten, die er bij zijn gekomen vanuit het nieuwe huisvestingsplan. Het risico zit dan op de onvoorspelbare prijsontwikkelingen. Niet verzekerde schade materiaal (vervallen) De niet verzekerde schade aan materieel blijkt op grond van de ervaringen in 2024 opgevangen te kunnen worden binnen de daarvoor beschikbare budgetten en is in balans met de ruimte die ontstaat door een lagere te betalen verzekeringspremie. Vakbekwaam blijven (gewijzigd) Dit risico is verhoogd o.a. door de forse prijsstijgingen van realistisch oefenen (huur oefencentra). Op dit moment is de tijdelijke maatregel genomen dat er minder wordt geoefend (eens in de 2 jaar één dag i.p.v. 2 dagen), maar komende jaren moet worden bezien of dit houdbaar is. Aansprakelijkheid werkgever bij psychotrauma (nieuw) In onze regio is er een solide basis voor mentale ondersteuning en PTSS door een sterk team collegiale opvang (TCO), een goed netwerk en aandacht voor ingrijpende gebeurtenissen.
Toch blijft de kans aanwezig dat een medewerker psychische gevolgen ondervindt als gevolg van zijn of haar optreden als hulpverlener. De financiële gevolgen van een aansprakelijkheidsstelling zijn momenteel niet gedekt in de landelijke collectieve verzekering van de veiligheidsregio’s. Binnen ons beleidsplan is duurzame inzetbaarheid als focuspunt genoemd. Wij willen onze mensen graag langdurig goed inzetbaar houden. Toch kunnen wij ondanks onze inspanningen een aansprakelijkheidsstelling niet aan de voorkant uitsluiten. Tot op heden gaan veiligheidsregio’s overigens verschillend om met medewerkers met PTSSsymptomen. Voor veiligheidsregio’s wordt op dit moment een landelijke regeling voor PTSS uitgewerkt. Met deze regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan de regeling. Verder is de minister gevraagd bij te dragen aan de collectieve kosten voor uitvoering van de regeling. Afhankelijk van de parlementaire besluiten over de voorjaarsnota worden hiervoor gelden toegekend.
Bij het ingaan van deze regeling bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht en de mogelijke negatieve uitkomst over de voorjaarsnota waardoor alle inspanningen en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door de eigen veiligheidsregio moeten worden gedragen. Impact vitaal verklaring proces inzet brandweer (nieuw) Zoals het er nu naar uitziet wordt het proces inzet brandweer in de nabije toekomst vitaal verklaard. Daarnaast zien we in toenemende mate verstoringen binnen de landelijke meldkamersamenwerking wat om flankerend beleid vraagt. Wat dit betekent voor onze bedrijfsvoering en welke financiële investering hiervoor nodig is, is op dit moment nog onbekend. 3.4.4
Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's
Iedere vier jaar wordt de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement herzien, of eerder als onverwachte grote wijzigingen in de risicosfeer hiertoe aanleiding geven. De meest recente nota is 30 november 2023 vastgesteld.
40 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
Bij VRBN bestaat de weerstandscapaciteit uit de algemene reserve, die per 31-12-2024 de stand van € 3,2 miljoen had. Bij een benodigde weerstandscapaciteit van € 3,75 miljoen op basis van de risico’s, komt het weerstandsvermogen daarmee uit op 0,9. Volgens de kwalificatie van het Nederlands Adviesbureau is de omvang van een weerstandsratio in relatie tot geïdentificeerde risico’s daarmee matig (tussen 0,8 en 1 is matig, onder de 0,8 is onvoldoende).
3.5
Verbonden partijen
Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er sprake is van zowel een bestuurlijk als een financieel belang voor VRBN. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. VRBN is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 11 gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat VRBN over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor is VRBN een verbonden partij voor de 11 gemeenten. Strikt genomen zijn er geen rechtspersonen waarin VRBN een bestuurlijk en financieel belang heeft en dus heeft de veiligheidsregio geen verbonden partijen. Om in de geest van de regelgeving toch zoveel mogelijk inzicht te verschaffen, is een overzicht opgenomen van de rechtspersonen waarin VBBN enige vorm van bestuurlijk en/of financieel belang heeft:
Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV)
Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's
Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's
Doel
Belang
De WVSV is de werkgeversvereniging voor arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veilgheidsregio's. De veiligheidsregio's willen door samenwerking een beter antwoord bieden op interne en externe ontwikkelingen omtrent verzekeringsaangelegenheden.
De WVSV is zelfstandig en onafhankelijk, juridisch vormgegeven als vereniging. Statuten en huishoudelijk reglement zijn beschikbaar op de website (www.wvsv.nl).
De veiligheidsregio's hebben een fonds opgericht waarmee zij gezamenlijk de (landelijke) aanspraken na dienstongevallen willen financieren, voor zover deze niet verzekerd zijn en de hardheidsclausule wordt toegepast (in het kader van goed werkgeverschap).
Deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's, die door mioddel van het Expertisebureau Risicobeheer Veiligheidsregio's (ERVRS) namens VRBN ondersteuning biedt bij ondermeer de (fnanciële) afhandeling bij aanspraken na ongevallen en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering. Deelname aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's voor het financieren van uitkeringen na dienstongevallen bij veiligheidsregio's, voor zover niet door een andere voorziening afgedekt. Middelen komen voort uit jaarlijkse bijdragen door de veiligheidsregio's.
Eigen en vreemd vermogen voor bestemming 2024 Nog niet bekend
Jaarresultaat 2024 Nog niet bekend
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's is de werkgeversvereniging van de 25 veiligheidsregio’s die met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s (met uitzondering van het personeel dat onder een eigen Cao valt bijvoorbeeld Cao Ambulancezorg). De WVSV is per 1 januari 2022 officieel van start gegaan. De WVSV maakt namens haar leden afspraken met de vakbonden
41 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Deze afspraken worden vastgelegd in de “CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s” (voorheen CAR-UWO). Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s De veiligheidsregio’s hebben in de loop van 2022 een gezamenlijk Expertisebureau Risicobeheer Veiligheidsregio’s (ERVRS) in de vorm van een stichting opgericht, waarmee zij collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt en vindt ook de schadebehandeling centraal plaats. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van de veiligheidsregio’s. Het Expertisebureau Risicobeheer Veiligheidsregio’s heeft bovendien samenwerkingsverbanden afgesloten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s De veiligheidsregio’s hebben gezamenlijk op 29 september 2023 de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s opgericht. Het waarborgfonds voorziet in financiële dekking van aanspraken op grond van de LRD.
Het betreft die aanspraken waarbij we de keus hebben gemaakt om die collectief als regio’s in eigen beheer te dragen (een beperkt deel via collectieve verzekering de rest voor eigen risico). Het fonds wordt gevoed vanuit de bijdragen van veiligheidsregio’s op basis van aantal inwoners per regio. In een beperkt aantal individueel gewogen gevallen (hardheidsclausule) kan ook in geval van twijfel na bespreking in een onafhankelijke commissie een aanspraak worden toegekend die in eerste instantie onder de standaardregeling tot een afwijzing zou kunnen leiden. Als de liquiditeit van het Waarborgfonds alsnog onder druk komt te staan, dan zal op dat moment een extra bijdrage van de veiligheidsregio’s wordt gevraagd. Daarnaast zijn er partijen waar sprake is van een structureel samenwerkingsverband. Deze worden hieronder toegelicht. Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een overeenkomst kosten voor gemene rekening afgesloten met de GGD Hart voor Brabant. Daar zijn de activiteiten van de GHOR in ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD Hart voor Brabant en VRBN maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR.
Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. VRBN participeert voor een aandeel van 94,9% in de gemene rekening. Het instellen en in stand houden van een GHOR is een taak van de veiligheidsregio. De GHOR is organisatorisch een onderdeel van de GGD. Gemene rekening Meldkamer Brandweer Oost-Brabant Met ingang van 1 januari 2018 is voor de Meldkamer Brandweer Oost-Brabant (MKBOB) (centralisten en leiding) een overeenkomst kosten voor gemene rekening afgesloten met Veiligheidsregio BrabantZuidoost. Daar zijn de activiteiten van de MKBOB in ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en VRBN maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag) en de overige kosten van de MKBOB. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. De MKBOB is ondergebracht bij VRBN en beide veiligheidsregio’s participeren voor een aandeel van 50% in de
42 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
gemene rekening. Daarnaast wordt Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost een opslag van 8% voor de overhead in rekening gebracht. Gemene rekening Calamiteiten-coördinatoren Met ingang van 1 september 2019 is voor het 24/7 organiseren van de Calamiteiten Coördinator (CaCo) functionaliteit op de MKOB een overeenkomst kosten voor gemene rekening afgesloten met Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Daar zijn de activiteiten van de CaCo’s in ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en VRBN maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag) en de overige kosten van de CaCo’s. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. De CaCo’s zijn ondergebracht bij VRBN en beide veiligheidsregio’s participeren voor een aandeel van 50% in de gemene rekening.
3.6
Declarabele meerkosten Opvang Oekraïners
In het kader van het Bekostigingsbesluit opvang ontheemden Oekraïne van de minister van J&V zijn in de veiligheidsregio in 2023 declarabele meerkosten gemaakt door gemeenten, GGD en de veiligheidsregio. Deze zijn conform SISA-verantwoording verantwoord (paragraaf 4.9, Jaarstukken 2023). Op basis van de verantwoording over 2023 werd een vordering opgenomen van € 164.626, welke openstaat voor afwikkeling in 2025.
3.7
Openbaarheid – Wet open overheid
De Wet open overheid (Woo) richt zich op het actief openbaar maken van informatie en het op orde brengen van de informatiehuishouding van bestuursorganen. Eén van de verplichtingen van de Woo is dat bestuursorganen jaarlijks in de verantwoording verslag doen van de uitvoering van de wet, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) In 2024 zijn drie Woo-verzoeken geregistreerd, daarvan loopt er in één zaak nog een beroepsprocedure. Actieve openbaarmaking Op 1 november 2024 gold de verplichting dat informatiecategorieën ‘organisatie en werkwijze’ en ‘bereikbaarheidsgegevens’ actief openbaar moesten zijn, VRBN heeft aan deze verplichting voldaan. Verbetering van de informatiehuishouding In 2023 heeft VRBN een implementatieplan opgesteld om de informatiehuishouding te verbeteren, waarbij de richtlijnen uit het actieplan 'Open op Orde' van de Rijksoverheid zijn meegenomen. In 2024 lag de uitvoering tijdelijk stil, maar in 2025 zal het plan weer worden opgepakt. Dit draagt bij aan een betere transparantie en toegankelijkheid van informatie binnen de organisatie.
43 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
4. Jaarrekening
4.1
Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de het algemeen bestuur op d.d. 30 november 2023 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.
4.2
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij in deze grondslagen anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor
44 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
latente verplichtingen die voorvloeien uit afspraken met (ex-) personeelsleden die een betalingsverplichting in de toekomst tot gevolg hebben, wordt een voorziening gevormd. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht
4.3
Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording
De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten; • De financiële rechtmatigheid, waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium, omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 28 november 2024 door het algemeen bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. In aanvulling hierop zijn voor de praktische toepassing afspraken vastgelegd in het Verantwoordingsprotocol begrotingsrechtmatigheid van 28 november 2024: • alle afwijkingen die via een begrotingswijziging worden vastgesteld beschouwen we als rechtmatig.
• alle afwijkingen binnen beleid en/of tijdig gemeld die acceptabel genoemd worden beschouwen we als rechtmatig. o Ten aanzien van het M&O criterium is alleen bij misbruik sprake van een onrechtmatigheid. Daarom zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede de financiële verordening van VRBN. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 1% (zijnde € 593.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van €50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen
4.4
Technische uitgangspunten van de jaarrekening
Uitgegaan is van de volgende technische uitgangspunten: Afschrijvingen • Investeringen beneden € 10.000 worden doorgaans niet geactiveerd. • Investeringen boven € 10.000 worden op grond van economische levensduur tegen historische aanschafwaarde lineair afgeschreven. Btw-compensatie • De door VRBN betaalde btw inzake brandweertaken is vanaf 2014 niet meer compensabel. • De door VRBN betaalde btw inzake taken die vallen onder Bevolkingszorg is daarentegen wel compensabel.
45 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2024
Ten aanzien van weergegeven bedragen en toelichtingen: • Waar in dit document bedragen in duizenden euro’s worden getoond, worden deze bedragen niet tussentijds afgerond; weergegeven totalen zijn daarom de optelling van de exacte bedragen. • Per hoofddomein worden afwijkingen van meer dan € 25.000 toegelicht. De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. De terminologie die in deze jaarrekening voor de posten in de Balans en het Overzicht van baten en lasten wordt gehanteerd, wijkt op enkele onderdelen af van het voorgeschreven jaarrekeningmodel volgens het BBV. Wij zijn echter van mening dat deze afwijkende terminologie voor de gebruikers het inzicht in de jaarrekening ten goede komt, omdat hiermee meer recht wordt gedaan aan de verantwoording over de specifieke activiteiten van de veiligheidsregio. Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut Op 2 november 2022 is de Nota Activabeleid Veiligheidsregio Brabant-Noord 2022 vastgesteld die per 1 januari 2022 in werking trad. In deze nota zijn de uitgangspunten geformuleerd zoals die worden gehanteerd op grond van het activabeleid. In de nota zijn uitgebreide tabellen voor de afschrijftermijnen per object opgenomen.