CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6A Toelichting BP Lithse Dijk 38 Lith - 2023

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 12 bestemmingsplannen, gebundelde procedure18.443 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Planspecifiek Het plangebied betreft in de huidige situatie een woning met in de uitbouw een fietsenwinkel. De bebouwing van dit pand is niet cultuurhistorisch waardevol volgens de Monumentenlijst van de gemeente Oss. Op circa 50 m van het plangebied ligt het gemeentelijk monument 'Lithse Dijk 42'. Dit betreft een herenhuis.

Aan de Lithse Dijk zijn verder nog enkele gemeentelijke- en Rijksmonumenten gevestigd. Het gaat hierbij om woonhuizen en dijkwoningen. Met de waarde van deze monumenten dient vanuit historisch perspectief rekening gehouden te worden. De te realiseren (senioren)woning zal daarom in lijn met de huidige bouwstijl aan de Lithse Dijk gebouwd worden. Op die manier leidt onderhavig plan niet tot afbreuk van de cultuurhistorische waarde van de genoemde monumenten. Het plangebied ligt niet in of nabij een locatie die door de provincie Noord-Brabant vanuit cultuurhistorisch oogpunt is aangemerkt. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect cultuurhistorie. 5.4

Mobiliteit en parkeren

5.4.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 28 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

Planspecifiek Verkeersbewegingen Voorliggend plan betreft het realiseren van een (senioren)woning binnen het plangebied, wat leidt tot een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied. Voor een koopwoning in weinig stedelijk gebied (rest bebouwde kom) kan volgens de CROW publicatie 381 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' het aantal motorvoertuigenbewegingen ingeschaald worden op maximaal 8,2 per dag. Voor de fietsreparatie geldt een maximale verkeersgeneratie van 5,7 (arbeids- en bezoekersextensief). Daarbij dient opgemerkt te worden dat deze in de praktijk lager zal liggen dan bij de fietsenwinkel. Een totale verkeersgeneratie van 22,1 is te verwachten. Dit leidt tot een toename van slechts maximaal 8,2 verkeersbewegingen. Ontsluitingswegen Het plangebied wordt ontsloten door de Lithse Dijk. Daarnaast verliest de locatie door het verdwijnen van de fietsenwinkel een andere verkeersaantrekkende functie. Er blijft een kleinschalige fietsreparatieservice in de aanbouw van de bestaande woning aanwezig. Deze service kent echter een zeer beperkte verkeersaantrekkende functie, minder dan bij de huidige fietsenwinkel het geval is. In het Mobiliteitsplan 2020 van de gemeente Oss wordt gesteld dat op het grondgebied van Lith geen significante verschuivingen van verkeersstromen waar te nemen zijn.

Daarnaast is er geen sprake van afwikkelingsknelpunten op wegvakken in de voormalige gemeente Lith. De verkeerssituatie levert daarmee geen uitvoeringsproblemen op voor dit plan. Aangenomen wordt dat weggebruikers en omwonenden daarom geen merkbare gevolgen ondervinden van het plan. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect verkeer 5.4.2 Parkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota 'Parkeernormen 2017' geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. Omdat onderhavig plan voorziet in het toevoegen van een nieuwe (senioren)woning aan het plangebied, op een plek die daarvoor grotendeels gebruikt werd voor parkeren, dient het plan tevens te voorzien in voldoende parkeergelegenheid in de toekomstige situatie. Voor de woningen geldt een parkeerbehoefte van 2,3 parkeerplaats per woning. Daarnaast bestaat voor de fietsparkeerservice een parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats (maximaal 1 bezoeker tegelijk aanwezig). Daarmee komt de totale parkeerbehoefte voor het plangebied op 5,6 parkeerplaatsen (afgerond 6). Op het ontwerp zichtbaar in hoofdstuk 3 is te zien dat het plan voorziet in het realiseren van 6 parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarmee wordt voldaan aan de geldende parkeernormen. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect parkeren. 5.5

Water

5.5.1 Wetgeving en beleid De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGRP een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in bebouwd gebied. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 29 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol.

Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: • schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; • de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; • de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; • de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen.

Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 30 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; Voorkomen van vervuiling van water; Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1. Hergebruik 2. Infiltratie/bergen 3. Afvoer Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: 1. De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2. De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; 3. Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; 4. De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; 5. Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied. 5.5.2 Watertoets Voor onderhavig plan is de digitale watertoets ingevuld. Het resultaat hiervan is te vinden in bijlage 7. Hieruit blijkt dat voor het plan een normale procedure nodig is.

Beschermde waterkeringen Uit de watertoets blijkt dat het plangebied zich binnen een waterkering (Maasdijk). De te realiseren (senioren)woning komt te liggen in de primaire waterkering en de beschermingszone A. Deze activiteiten zijn vergunningsplichtig en moeten voldoen aan de beleidsregels voor waterkeringen. Bij het opstellen van het plan is rekening gehouden met deze eisen. Deze zijn hieronder beschreven. Omdat waterkeringen een belangrijke rol spelen bij het waarborgen van onze veiligheid, zijn er regels opgesteld over de werkzaamheden die verricht mogen worden op, bij en in waterkeringen. Het plan wordt hierom aangemeld bij het betreffende waterschap. Ook wordt de waterkering opgenomen in de verbeelding van dit plan. Volgens artikel 15.2.5. uit de Keur van waterschap Aa en Maas zijn permanente ontgravingen in de waterkering en de beschermingszones A en B op voorwaarden toegestaan: 1. 2. 3. 4.

de ontgraving buiten/boven het leggerprofiel of profiel van vrije ruimte plaatsvinden en de ontgraving geen negatief effect heeft op de waterkerende functie en de bereikbaarheid van de waterkering voor onderhoud en inspectie niet wordt belemmerd en doelmatig beheer en onderhoud van de waterkering mogelijk blijft.

Op navolgende afbeelding is te zien dat de woning buiten het leggerprofiel van de dijk wordt gebouwd. De woning komt te liggen in Beschermingszone A .Hierdoor heeft de bouw van de woning aan de dijk geen negatief effect op de waterkering. De bereikbaarheid van de waterkering blijft gewaarborgd door de Lithse Dijk. Aan deze weg wordt niet gebouwd. Doelmatig beheer en onderhoud blijven mogelijk. Tevens valt op navolgende afbeelding te zien dat het plangebied in het profiel van vrije ruimte valt. Om te bouwen binnen deze ruimte dient een vergunning aangevraagd te worden bij het betreffende waterschap. De aanvraag wordt getoetst aan de Keur.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 31 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

Globale ligging nieuwe woning ten opzichte van waterkering (bron: waterschap Aa en Maas) Materiaal gebruik Het advies naar aanleiding van de watertoets luidt om af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee wordt in het plan rekening gehouden. Hemelwater De gemeente Oss heeft het beleid dat, ongeacht de bestaande situatie, alle toekomstige verharding gecompenseerd moet worden. In de nieuwe situatie is er sprake van 700 m2 aan verharding van daken en terrein. De gemeente Oss heeft als eis 25 mm per m2 te bergen. Dit komt neer op (700 m2 x 0,025 m1 =) 17,5 m3 hemelwaterberging. Uitgangspunt is dat het hemelwater in de toekomstige situatie op eigen terrein geborgen wordt. Infiltratievoorzieningen worden niet in beschermingszone A toegevoegd. Gelet op de beperkte benodigde bergingscapaciteit, wordt aangenomen dat op eigen terrein (buiten beschermingszone A) voldoende ruimte voor het verwerken van hemelwater aanwezig is. Uit het bodemonderzoek (bijlage 1) blijkt dat voor uitvoering van het plan geen klei(houdende) grond wordt verwijderd. Bij het aanvragen van de vergunning wordt de exacte voorziening uitgewerkt (op basis van verhard oppervlak zoals opgenomen in het bouwplan). Afvalwater Het hemelwater wordt gescheiden van het afvalwater. Het afvalwater wordt aangesloten op het bestaande vrijverval riool in de Lithse Dijk.

Voor de aansluiting op dit riool wordt rekening gehouden met de leiding die hoger ligt dan het perceel. Een aansluitvergunning wordt bij het bevoegd gezag aangevraagd.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 32 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

Conclusie Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect water. 5.6

Defensie

Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: -

Radarverstoringsgebieden;

-

Obstakelbeheergebieden;

-

Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen;

-

Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen.

Planspecifiek Het plangebied ligt niet in een gebied waar één of meerdere van voorgaande vier aandachtspunten van belang zijn. Een nadere toetsing van het initiatief vanuit het aspect defensie is niet aan de orde. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect defensie. 5.7

Milieuaspecten

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: -

Bedrijven en milieuzonering

-

Bodem

-

Externe veiligheid

-

Geurhinder: agrarisch

-

Geur: industrieel

-

Luchtkwaliteit

-

Straling

-

Weg-, spoor-, en industrielawaai

-

Gezondheid

-

Spuitzones

5.7.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uit te voeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen. Planspecifiek Het plangebied ligt in een woonwijk in Lith, net naast het centrum van deze kern. Het plan voorziet in het toevoegen van een nieuwe woning binnen het plangebied. Dit betreft een milieugevoelig object. Voor de locatie is het dus van belang vast te stellen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In de omgeving van het plangebied zijn enkele bedrijven en instellingen aanwezig met een beperkt milieueffect op de omgeving. De dichtstbij gelegen milieubelastende functie betreft een horecagelegenheid (café) aan de Lithse Dijk 21, op circa 30 m van het plangebied. Navolgende tabel geeft de overige milieubelastende functies in de omgeving van het plangebied weer, met de daarbij horende VNG-richtafstanden.

Hiermee wordt vastgesteld of voor de locatie sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 33 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

Functie en adres

SBI

Categorie

Café

563

1

Restaurant

561

1

Kerk Basisschool Buurthuis

9491 852, 8531 94991

2 2 2

Minimale richtafstand 10 m (geluid, gevaar) 10 m (geluid, geur, gevaar) 30 m (geluid) 30 m (geluid) 30 m (geluid)

Feitelijke afstand tot plangebied ca. 30 m ca. 30 m ca. 110 m ca. 140 m ca. 140 m

Voorgaande tabel geeft aan dat het plangebied ruimschoots voldoet aan de door de VNG gestelde richtafstanden. Nadere toetsing aan andere functies zijn, gezien hun grote afstand tot het plangebied en de aard van de functie, niet nodig. Hiermee is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. De nieuwe woning komt te liggen tussen reeds bestaande woningen. De omliggende milieubelastende functies dienen reeds rekening te houden met deze woningen. Het toevoegen van een nieuwe woning aan de Lithse Dijk leidt daarmee niet tot belemmeringen in de ontwikkelingsmogelijkheden van deze bedrijven en instituties. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect milieuzonering. 5.7.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Planspecifiek Voor voorliggend plan is verkennend bodemonderzoek verricht. De rapportage hiervan is terug te vinden in bijlage 1.

Hieronder staan de belangrijkste conclusies beschreven. Bodemverontreiniging Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er sterk verhoogde gehalten aan PCB, minerale olie en PAK aangetroffen zijn in een separaat onderzocht monster. Naar aanleiding van het verkennend onderzoek is nader onderzoek verricht (zie bijlage 2). Uit het onderzoek blijkt dat, gelet op de beschikbare informatie over de vervuiling, vervolgwerkzaamheden (bodemsanering) benodigd zijn ten behoeve van de ontwikkeling. De gemeente Oss stemt hiermee in. Een andere mogelijke vervolgwerkzaamheid betreft het realiseren van de verticale afperking om uitspraken te kunnen doen over de volledige omvang van de verontreiniging. Hiervan kan eventueel worden afgezien door direct over te gaan op het starten van een saneringsprocedure. De kosten voor het saneren van de bodem liggen bij de initiatiefnemer. In hoofdstuk 8 van voorliggend plan is de economische uitvoerbaarheid van het plan geborgen. De bodemsituatie vormt daarmee geen belemmering voor het plan. Asbest Uit het verkennend asbestonderzoek (bijlage 2) blijkt dat er geen sprake is van (een verdenking) op asbestverontreiniging. Dit aspect levert geen belemmeringen op. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem.

5.7.3 Niet gesprongen explosieven Het gebied is verdacht van artillerie, mortier en/of raketbeschieting vanwege zijn ligging binnen het voormalig front richting Kerkdriel op de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten WOII en het daaraan gekoppelde vooronderzoek van AVG uit 2016. Op navolgende afbeelding is het plangebied met

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 34 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

groene arcering aangegeven en de rode markering geeft het verdachte gebied aan. Hierdoor is de kans op munitie aanwezig. Voor dit plan wordt er gegraven voor de bouw van een seniorenwoning.

Plangebied (groen gearceerd) op bodembelastingkaart Uit de feitenkaart in het gemeente brede vooronderzoek blijkt dat er direct ten zuiden een melding bekend is van oorlogshandelingen (A45 op navolgende afbeelding). Met aanvullend vooronderzoek kan worden vastgesteld of ter plaatse van de werkzaamheden oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Een dergelijk onderzoek is niet verplicht. De gemeente Oss adviseert voor voorliggend plan onderzoek uit te (laten) voeren naar de eventuele aanwezigheid van explosieven. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is te allen tijde de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.

Uitsnede feitenkaart gemeente breed vooronderzoek Het kan voorkomen dat bij toeval een artikel wordt gevonden wat eruit ziet als een explosief of munitie. In dat geval geldt het protocol toevalsvondsten: de werkzaamheden worden gestopt, iedereen verlaat lopend het terrein en de politie wordt gebeld. De Explosieven Verkenner (EV) of Teamleider Explosieven en Veiligheid (TEV) van de politie komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat, wat moet worden opgeruimd. Indien dit het geval is, schakelt deze de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) in. Anders kunnen de werkzaamheden worden hervat. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect explosieven.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 35 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

5.7.4 Externe veiligheid Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: -

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)

-

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)

-

het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt.

Planspecifiek Kwetsbaar object Het plan voorziet in het toevoegen van een (senioren)woning binnen het plangebied. Dit betreft een kwetsbaar object in de zin van het Bevi. Ligging plangebied Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de risicokaart. Onderhavig plangebied is aangegeven met de blauwe cirkel.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 36 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

Uitsnede risicokaart omgeving plangebied (bron: atlasleefomgeving.nl) Buisleidingen De kaart toont dat het plangebied niet in de nabijheid ligt van buisleidingen, die vanuit het aspect externe veiligheid een belemmering kunnen opleveren voor het initiatief. Transportroutes gevaarlijke stoffen Uit de kaart valt op te maken dat het plangebied niet ligtin de omgeving van transportroutes voor gevaarlijke stoffen over weg of spoor. Deze transportourtes leveren daarmee geen belemmeringen op voor het plan. Het plan ligt daarnaast wel in de omgeving van een transportroute voor gevaarlijke stoffen over water (Maas). Hiervoor geldt een risicocontour (PR 10-6) van 0 m. De afstand van het plangebied is zo'n 100 m. Uit de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen blijkt verder dat er voor de Maas (categorie: zware vaarroute) een invloedsgebied van 1070 meter-8geldt, gebaseerd op het vervoer van toxische stoffen. Voor dit invloedsgebied geldt volgens de Beleidsvisie Externe Veiligheid van de gemeente Oss onder de 'standaard verantwoording bij grotere afstand'. Deze luidt: Indien een ruimtelijk plan tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dit dat:  vanwege de afstand tot de plaats van het mogelijk incident  de aard van incident (blootstelling aan toxisch gas), het groepsrisico niet significant zal toenemen.

De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is geen item.  Toename van de personenedichtheid heeft geen significant effect op het groepsrisico.  De kans op overlijden door een incidient met gevaarlijke stoffen hier bijzonder klein. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval. Voor deze gebieden speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op afstand van deze gebieden. Ten aanzien van de algemene mogelijkheden van de bestrijdbaarheid wordt verwezen naar het door de regionale brandweer/de Veiligheidsregio opgestelde 'risicoprofiel'.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 37 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Bij bestaande bouwwerken worden geen aanvullende maatregelen getroffen om mogelijke indringing van toxisch gas te verminderen. Aanpassing van bijvoorbeeld oude woningen op dit punt is ingrijpend en kostbaar. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelinginstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS29 als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. De zone III gebieden in de bebouwde kom van Oss vallen geheel binnen het dekkingsgebied van het WAS. Risicovolle bedrijven/inrichtingen De kaart toont aan dat in de omgeving van het plangebied geen risicovolle bedrijven en inrichtingen gelegen zijn. Dit onderdeel vormt dan ook geen belemmering voor het initiatief.

Conclusie Het plan is uitvoerbaar vanuit het aspect externe veiligheid 5.7.5 Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: -

de burger beschermen tegen geurhinder;

-

de veehouderijen niet onnodig beperken;

ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. -

In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 wordt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd. Conform Artikel 3 Waarden voor de geurbelasting van de verordening zijn de volgende waarden vastgelegd: Lid 1. Op grond van artikel 6, lid 1 van de wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2, lid 1 van deze verordening: A. Stad Oss

1,0 Ou

B. Woonkern met geen/enige intensieve veehouderij

2,0 Ou

C. Plangebied (bij kern A en B)

3,0 Ou

D. Woonkern met intensieve veehouderij

6,0 Ou

E. Zoekgebied + plangebied Maren-Kessel West en Liesdaal

6,0 Ou

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 38 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

F. Recreatiegebieden

8,0 Ou

G. Extensiveringsgebieden

8,0 Ou

H. Bedrijventerreinen

8,0 Ou

I. Bedrijventerrein Vorstengrafdonk

12,0 Ou

J. Verwevingsgebied

14,0 Ou

K. Landbouwontwikkelingsgebied

14,0 Ou

Planspecifiek Het plan betreft het toevoegen van een geurgevoelig object binnen het plangebied, in de vorm van een (senioren)woning. De ontwikkeling vindt plaats in een bestaande woonwijk, op ruime afstand (meer dan 800 m) van de dichtstbijgelegen veehouderij. Tussen deze veehouderij en het plangebied zijn reeds vele andere woningen gevestigd. Deze zijn maatgevend met betrekking tot de bedrijfsvoering. Uitgesloten wordt dat onderhavig plan geurhinder ondervindt of belemmeringen voor het bedrijf oplevert. Ten beoordeling van de achtergrondbelasting geur is de meest actuele achtergrondbelastingkaart van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) gehanteerd. Navolgende afbeelding geeft een uitsnede van deze kaart met daarop het plangebied indicatief met rood omcirkeld.

Achtergrondbelasting geur (bron: ODZOB) Op voorgaande afbeelding is te zien dat voor het plangebied een zeer goede kwaliteit van de leefomgeving geldt. Gelet op deze kwaliteit wordt aangenomen dat voor het plangebied een goed woonen leefklimaat geldt. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur (agrarisch). 5.7.6 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 39 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. Planspecifiek In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven- of industrieterreinen gelegen. Industriële geurhinder vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling. Het plan is uitvoerbaar vanuit het aspect geur (industrieel). 5.7.7 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen.

Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBMproject is. Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.

Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten.

Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 40 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

Planspecifiek Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met de NSL Monitoringstool. Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het rekenpunt 16027001 (ter hoogte van Kerkstraat 11 in Lith) komen de volgende concentraties naar voren: NO2 (stikstofdioxide) Gemeten totale concentratie 13,1 µg/m³ jaargemiddelde 2020 (µg/m³) Grenswaarde concentratie 40 µg/m³ (µg/m³)

PM10 (fijnstof) 16,4 µg/m³

PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 9,3 µg/m³

40 µg/m³

25 µg/m³

De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief (één woning) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3% toevoegen, 1500 woningen). Op basis van de te verwachten beperkte toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het plan, is te concluderen dat het plan 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 5.7.8 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt.

Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Planspecifiek In de omgeving van het plangebied zijn geen hoogspanningslijnen gelegen. Hierdoor is ter hoogte van het plangebied geen sprake van een zone met een magnetisch veld van 0,4 microtesla. Straling levert geen belemmeringen op voor het plan. Het plan is uitvoerbaar vanuit het aspect straling. 5.7.9 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren.

Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 41 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen. De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.

Planspecifiek De nieuwe (senioren)woning is aan te merken als een geluidgevoelig object. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen spoorwegen of industriële bedrijven. Geluidshinder vanuit deze bronnen wordt voor onderhavig plangebied daarom uitgesloten. Met betrekking tot wegverkeerslawaai is akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 8) Uit het rapport blijkt dat ter plaatse van de gevels van de beoogde (senioren)woning de geluidsbelasting afkomstig van de zoneplichtige wegen ten hoogste 33 dB bedraagt. Daarmee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De gecumuleerde geluidbelasting bij de beoogde (senioren)woning bedraagt ten hoogste 55 dB. Met een gevelwering welke ten minste 20 dB bedraagt op basis van het Bouwbesluit, zal het binnenniveau ten hoogste 35 dB bedragen. Daarmee wordt niet voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit. Door middel van gevelweringonderzoek moet worden aangetoond dat een voldoende karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructies gerealiseerd kan worden om een aan binnenniveau van 33 dB te voldoen. Ter hoogte van de buitenruimte aan de noordgevel van de (senioren)woning heerst een matige milieukwaliteit. Dit is echter alleen bij de voorgevel aan de kant van de weg. Ter hoogte van de overige buitenruimte heerst een redelijke tot goede milieukwaliteit.

Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een redelijk tot goed woon- en leefklimaat. Vanuit een goede ruimtelijke ordening staat geluid het plan niet in de weg. Het plan is uitvoerbaar vanuit het aspect geluid. 5.7.10 Gezondheid Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is.

Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 42 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij.

Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. ‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Planspecifiek Om te bepalen of er sprake is van een risico op gezondheidseffecten is het Stappenplan in de 'Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0' gehanteerd. Per stap is een onderbouwing gegeven. 1. In de VGO-onderzodken werd aangetoond dat omwonenden gezondheidsrisico's lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen.

Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stofemissie afkomstig van veehouderijen. Aan de hand van het endotoxinetoetsinskader 1.0 is beoordeeld in hoeverre het planvoornemen voldoet aan de richtafstand tussen een veehouderij en een gevoelige bestemming. Binnen 500 m is geen pluimveehouderij aanwezig en binnen 200 m is geen varkenshouderij aanwezig. Daarmee wordt aan de richtafstanden voldaan. 2. Het plan betreft het realiseren van een (senioren)woning. De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor fijnstof en/of ammoniak. 3. In paragraaf 5.7.5 is geconcludeerd dat voor het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot het aspect geur. 4. Er zijn geen bedrijven in de omgeving van het plangebied die bedrijfsmatig meerdere diersoorten houden. 5. Uit de VGO-onderzoeken komt naar voren dat omwonenden van met name pluimveebedrijven een grote kans hebben op het krijgen van longontsteking. Naar aanleiding van de VGO-onderzoeken adviseert de GGD aan gemeenten om geen nieuwe gevoelige objecten mogelijk te maken binnen een afstand van 2 km van een geitenhouderij, binnen 1 km van een pluimveebedrijf en binnen 250 m van overige veehouderijen. Aan de richtafstanden voor pluimveebedrijven en overige veehouderijen wordt voldaan.

Het plangebied ligt op minder dan 2 km van een geitenhouderij, maar het toestaan van een woning is op de locatie wel verantwoord. Dit is nader toegelicht in het vervolg van deze paragraaf, onder het kopje 'Geitenhouderij'.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 43 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

6. Er zijn geen mestbe- en verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit rond het plangebied. 7. Bij omwonenden is voor zover bekend geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Geitenhouderij Aan de Valkseweg 36 in Lithoijen is een geitenhouderij gevestigd. Deze bevindt zich op ruim 1,3 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Het beleid ten aanzien van geitenhouderijen staat toe wenselijke ontwikkelingen te realiseren, mits hiervoor een zorgvuldige afweging heeft plaatsgevonden. Voor voorliggend plan kan gesteld worden dat de gehele kern Lith gelegen is binnen een afstand van 2 km van een geitenhouderij, zie navolgende afbeelding. Rekening houdend met de aanzienlijke behoefte naar nieuwe woningen in het dorpencluster Lith (zie paragraaf 4.4.4), kan gesteld worden dat er een behoorlijk belang is bij het realiseren van nieuwe woningen, ondanks ligging binnen deze 2 kilometer. Het is wenselijker om de ontwikkeling te laten plaatsvinden binnen bestaand bebouwd gebied dan in het buitengebied. In het Paraplubestemmingsplan Geitenhouderijen is daarnaast opgenomen dat geitenhouderijen (tijdelijk) niet mogen uitbreiden qua aantal stallen. Hiermee wordt het eventuele risico op gezondheidseffecten verkleind. Gelet op de spelende belangen en beperkingen van geitenhouderijen, wordt geconcludeerd dat er sprake is van een wenselijke ontwikkeling.

Geitenhouderijen omgeving plangebied Met de bovenstaande onderbouwing is het stappenplan succesvol doorlopen. Het opvragen van een GGD-advies is niet nodig. Voorliggend plan heeft in het kader van de volksgezondheid geen negatieve invloed op de omgeving van het plangebied. De gemeente heeft beoordeeld dat er in het plangebied sprake is van een gezonde leefomgeving. Het initiatief is uitvoerbaar op het gebied van volksgezondheid.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 44 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

5.7.11 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een richtafstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kleinere afstanden zijn mogelijk mits er een locatie specifiek onderzoek wordt uitgevoerd. Planspecifiek Het plan betreft het toevoegen van één (senioren)woning in het plangebied. Dit is een gevoelige functie in het kader van spuitzones. Binnen een richtafstand van 50 m bevinden zich geen bedrijven die vanuit dit aspect een risico vormen voor het woon- en leefklimaat. Dit levert geen belemmeringen op voor het plan. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect spuitzones. 5.8

Milieueffectrapportage (M.e.r.)

Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.

Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen. Verantwoording Onderhavig initiatief betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject dat m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig is volgens onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Het opstellen van een milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling is niet nodig. Het plan is uitvoerbaar vanuit het aspect milieueffectrapportage.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 45 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

Hoofdstuk 6

Toelichting op de regels

6.1 Algemeen Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het bestemmingsplan Lithse Dijk 38, Lith is gekozen voor een gedetailleerde regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 3 tot en met 5) de algemene regels (artikelen 6 tot en met 12) en de overgangs- en slotregels (de artikelen 13 en 14). Bij de regels horen twee bijlagen, te weten de Milieuzoneringslijst en Lijst van rechtstreeks aan huis gebonden activiteiten. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht. 6.2

Regels

Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: Artikel 3: Tuin Dit artikel geeft de regels met betrekking tot de bestemming 'Tuin' aan. Artikel 4: Wonen - Vrijstaand Dit artikel geeft de regels met betrekking tot de bestemming 'Wonen - Vrijstaand' aan. Artikel 5: Waarde - Archeologie Historische Kern Dit artikel geeft de regels met betrekking tot de bestemming 'Waarde - Archeologische Kern' aan. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: Artikel 6: Anti-dubbeltelregel Dit artikel verhindert dat grond dubbel geteld wordt bij de beoordeling van latere bouwplannen. Artikel 7: Algemene bouwregels Dit artikel regelt algemene regels voor bouwen binnen het plangebied.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 46 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

Artikel 8: Algemene gebruiksregels Dit artikel regelt algemene regels voor het gebruik binnen het plangebied. Artikel 9: Algemene aanduidingsregels Dit artikel regelt algemene regels rond de aanduidingen in het plangebied. Artikel 10: Afwijken van de bouwregels algemeen Dit artikel regelt zaken waarvoor afgeweken kan worden van de geldende bouwregels. Artikel 11: Algemene wijzigingsregels Dit artikel regelt de mogelijkheden voor het bevoegd gezag om het plan te wijzigen. Artikel 12: Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 13: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 14: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald. Bijlage: milieuzoneringslijst In deze bijlage zijn de bedrijfsactiviteiten genoemd die volgens de regels toelaatbaar zijn. De lijst is opgesteld vanuit de typering van het plangebied als een rustige woonwijk.

Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 47 van 50 Vastgesteld 14 december 2023

Hoofdstuk 7 7.1

Handhaving

Beleidskader

Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=2ec7ed08-a01c-499e-9b78-702eddc0f6b5