Bijlage 6A Toelichting BP Lithse Dijk 38 Lith - 2023
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Lithse Dijk 38 Lith - 2023 Toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 1 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Bestemmingsplan Lithse Dijk 38 Lith – 2023 Vastgesteld Toelichting
Gemeente Oss, 14 december 2023
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 2 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 5 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen..................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie.................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie .................................................................................................................. 10 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ........................................................................................................ 13 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................. 13 4.2 Rijksbeleid ....................................................................................................................................
14 4.3 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 15 4.4 Gemeentelijk beleid...................................................................................................................... 17 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ............................................................................................................ 22 5.1 Landschap ................................................................................................................................... 22 5.2 Natuur .......................................................................................................................................... 22 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ..................................................................................................... 25 5.4 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................... 27 5.5 Water ........................................................................................................................................... 28 5.6 Defensie .......................................................................................................................................
32 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................. 32 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ..................................................................................................... 44 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels ...................................................................................................... 45 6.1 Algemeen ..................................................................................................................................... 45 6.2 Regels .......................................................................................................................................... 45 Hoofdstuk 7 Handhaving ......................................................................................................................... 47 7.1 Beleidskader ................................................................................................................................ 47 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ............................................................... 47 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht ............................................................
48 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................. 49 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................... 50 9.1 Omgevingsdialoog ....................................................................................................................... 50 9.2 Vooroverleg .................................................................................................................................. 50 9.3 Inspraak ....................................................................................................................................... 50 9.4 Zienswijzen .................................................................................................................................. 50
REGELS VERBEELDING BIJLAGEN
zie separaat bijlagenboek
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 3 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
TOELICHTING Bestemmingsplan Lithse Dijk 38 Lith – 2023
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 4 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 5 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op de locatie aan de Lithse Dijk 38 in Lith zijn momenteel een woning en een fietsenwinkel aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens om naast deze woning een (senioren)woning te realiseren, die alle functies op de begane grond heeft. Daarnaast komt de functie detailhandel te vervallen. Deze ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een wijziging van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom aan de Lithse Dijk in Lith, te midden van de huisnummers 36 en 38. De locatie maakt deel uit van de lintstructuur op de dijk. De navolgende afbeelding geeft de ligging van het plangebied globaal aan.
Globale ligging plangebied (bron: openstreetmap.nl) 1.3
Geldende bestemmingsplannen
Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan Lithse Dijk 38, Lith gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 6 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Naam bestemmingsplan
Datum vaststelling
Twee kernen - 2018
15 november 2018
Parapluplan Geitenhouderijen - 2019
5 februari 2020
Voorbereidingsbesluit huisvesting arbeidsmigranten Oss
25 februari 2022
Twee kernen - 2018 Binnen het plangebied gelden volgens het bestemmingsplan 'Twee kernen - 2018' de enkelbestemmingen 'Wonen' en 'Tuin'. Verder is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie historische kern' van toepassing. Binnen het plangebied bevindt zich momenteel één bouwvlak. Het achterste deel van het bouwvlak is aangeduid met de functie 'Detailhandel'. Binnen het bouwvlak is een maximale bouwhoogte van 7,5 m en een maximale goothoogte van 4 m toegestaan. Verder kent het plangebied ook nog de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Dit is van toepassing op de strook langs de Lithse Dijk. De rest van het plangebied heeft de gebiedsaanduiging 'Vrijwaringszone - dijk' meegekregen. Navolgende afbeelding toont de vigerende planologische situatie ter plaatse van het plangebied.
Huidige planologische situatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan Op de huidige locatie is de realisering van een nieuwe (senioren)woning niet toegestaan. Het plan is daarmee in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Parapluplan Geitenhouderijen - 2019 Op basis van de locatie is het 'Parapluplan Geitenhouderijen - 2019' van toepassing op het plangebied. Het parapluplan heeft betrekking op gebruik ten behoeve van houden van geiten. Omdat daar in voorliggend plan geen sprake van is, heeft het parapluplan geen verdere relevantie voor voorliggend plan.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 7 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Voorbereidingsbesluit huisvesting arbeidsmigranten Oss Op basis van de locatie is het 'Voorbereidingsbesluit huisvesting arbeidsmigranten Oss' van toepassing op het plangebied. Dit besluit verklaart voor het gehele grondgebied van de gemeente Oss een bestemmingsplan voor te bereiden met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten. Omdat hier in voorliggend plan geen sprake van is, heeft dit besluit geen verdere relevantie voor voorliggend plan. Rechtskracht Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest het bestemmingsplan 'Twee kernen 2018', binnen het plangebied, haar rechtskracht. Het 'Parapluplan Geitenhouderijen - 2019' geldt als een aanvulling op de vigerende bestemmingsplannen en blijft daarmee ook van toepassing op het plangebied.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 8 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
Het plangebied is gelegen aan de Lithse Dijk 38 in de kern Lith. De locatie maakt onderdeel uit van het bebouwingslint en de structuur van de dijk in het noorden van de kern. De woningen in de omgeving zijn voornamelijk aaneengesloten. De Lithse Dijk oogt smal, vooral ook door de ontbrekende of ondiepe voortuinen. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een woonwijk. Momenteel bevindt zich binnen het plangebied één woning, die is georiënteerd op de Lithse Dijk. De woning is, in tegenstelling tot de woningen aan de overzijde van de woning, vrijstaand. De woning kent een voor het dorp authentieke stijl. De achterzijde van de woning is hoger dan de voorzijde, gezien de ligging van de woning op de dijk. Aan de achterzijde van de woning zit een uitbouw. Hierin is een fietsenwinkel gevestigd. De woning en de fietsenwinkel zijn te bereiken door middel van een inrit aan de Lithse Dijk. Daar vindt men ook een parkeerterrein. Dit parkeerterrein is nu een open plek in de bebouwingsstructuur. Navolgende afbeelding geeft de situatie van het plangebied weer. Hierbij is het plangebied globaal omkaderd met de rode lijn:
Huidige situatie plangebied (bron: PDOK viewer)
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 9 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Het plangebied naast Lithse Dijk 38 (bron: Google Streetview)
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 10 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Hoofdstuk 3
Beoogde situatie
De initiatiefnemer is voornemens om tussen de Lithse Dijk 36 en 38 in Lith een nieuwe (senioren)woning te realiseren. Deze woning komt te liggen op de dijk van de Maas, op een lege plek in de ter plekke bestaande lintstructuur. Alle functies van de woning komen op de begane grond en de woning kent tevens brede doorgangen. Om de dijk te beschermen, komt de onderkant van de fundering van de woning niet onder het leggerprofiel. Hier wordt in paragraaf 5.5 dieper op ingegaan. Qua materiaalkeuze en vormgeving is de woning afgestemd op de omgeving. De woning krijgt een langskap, die het kleinschalige karakter van de dijkwoningen uitstraalt. Daarnaast wordt bij de bouw van de woning rekening gehouden met flora en fauna. In de spouwmuur en ingebouwde kasten van de woning kunnen soorten zich vestigen. Onder de dakpannen komt een vogelvide. Langs de woning komen dichte struiken. De woning levert daarmee een bijdrage aan de hoeveelheid groen in de wijk. De woning komt op de plaats van het huidige parkeerterrein. In de nieuwe situatie wordt parkeren op een andere manier geregeld. Het plan voorziet in vijf parkeerplaatsen aan de achterzijde van de woningen en een parkeerplaats aan de Lithse Dijk. De bestaande woning blijft ontsloten door de Lithse Dijk, net als in de huidige situatie, en ook de nieuwe sluit hier op aan. Meer hierover in paragraaf 5.4.
Aan de buitenkant van de huidige bebouwing van de Lithse Dijk 38 verandert ruimtelijk niets. Wel verandert het gebruik van de aanbouw. De fietsenwinkel (detailhandel) maakt plaats voor een kleinschalige fietsreparatieservice met een maximaal vloeroppervlak van 35 m2. Bezoekers van de fietsreparatieservice maken in de toekomstige situatie gebruik van de parkeervoorzieningen op het eigen terrein. Er zal nooit meer dan een klant tegelijk bij de fietsenreparatie aanwezig zijn. Navolgende afbeelding geeft een impressie van de toekomstige situatie.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 11 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Impressie toekomstige situatie (bron: Buro Ariëns) Duurzame stedenbouw Het voornemen is de nieuwe woning op duurzame wijze te bouwen. Voor de bouw wordt gebruikt gemaakt van bijvoorbeeld FSC-houtsoorten als gevelbekleding en constructieve onderdelen. Ook natuursteen, keramiek en CO2-neutraal beton worden voor de bouw gebruikt. De woning maakt gebruik van hogere isolatiewaarden dan de Bouwbesluit-eisen. Door het toepassen van zonnepanelen wordt voorzien in de elektrische energiebehoefte. Door het gebruik van een warmtepomp wordt energie van een duurzame bron onttrokken.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 12 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 13 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss:
Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament
De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. 4.1.2 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn:
-
Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit;
-
Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing;
-
Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer;
-
De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen;
-
Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden;
-
Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan;
-
Er is een drempel voor planschade van 2%;
-
De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd;
-
Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt.
-
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 14 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2.
De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Planspecifiek Het plan Lithse Dijk 38, Lith maakt de realisering van één woning mogelijk. Jurisprudentie wijst uit dat ontwikkelingen van deze omvang geen nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder zijn. Verdere toetsing aan de ladder is voor voorliggend plan dus niet aan de orde. 4.2
Rijksbeleid
4.2.1
De Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn:
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 15 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
-
Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden;
-
De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden;
-
-
Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies;
-
Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
Planspecifiek Het plan voorziet in het realiseren van een (senioren)woning op een inbreidingslocatie binnen een bestaande woonwijk. Daarmee is sprake van duurzaam ruimtegebruik. In het plan wordt daarnaast rekening gehouden met verschillende duurzame elementen (zie hoofdstuk 3) op het gebied van energie , bouw en aanplanting van onder meer struiken. Van de andere speerpunten is geen sprake in het plan. Daarmee staat de NOVI voorliggend initiatief niet in de weg. 4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 16 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: -
Werken aan de Brabantse energietransitie
-
Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant
-
Werken aan de slimme netwerkstad
-
Werken aan een concurrerende, duurzame economie
Planspecifiek Het uitgangspunt van de provincie Noord-Brabant bij nieuwe ontwikkelingen is dat er zorgvuldig met ruimtegebruik wordt omgegaan. Aangezien de woning op een inbreidingslocatie gerealiseerd wordt, is hiervan sprake. De woning komt te staan op een lege plek in de lintstructuur aan de dijk. Daarnaast wordt door het gebruik van zonnepanelen en een warmtepomp een bijdrage geleverd aan de Brabantse energietransitie. Ook levert de aandacht voor flora en fauna een bijdrage aan een 'klimaatproof' Brabant. Het plan past daarmee binnen de Brabantse Omgevingsvisie. 4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld.
Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Planspecifiek Stedelijke ontwikkeling en erfgoed Het plangebied ligt volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant binnen stedelijk gebied. Voor stedelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen gelden de volgende regels, krachtens artikel 3.42 eerste lid van de verordening: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
Gezien de regionale afspraken dient er in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik sprake te zijn van een realistische, flexibele en vraaggerichte planning en programmering van woningbouw. Omdat voorliggend initiatief betrekking heeft op een inbreidingslocatie en een vraaggestuurde ontwikkeling, is hiervan sprake. Tevens betreft het plan een duurzame ontwikkeling, waarvan in hoofdstuk 3 de uitwerking benoemd is.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 17 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Landbouw en agrarische ontwikkelingen Het plangebied is gelegen in een gebied dat is aangemerkt als 'stalderingsgebied'. Omdat voorliggend plan geen agrarische ontwikkeling betreft, zijn de regels hiervoor niet van toepassing. Waterschappen, watersystemen, -veiligheid en berging Het plangebied ligt binnen een gebied dat is aangemerkt als 'Norm wateroverlast Stedelijk gebied'. Het plan voldoet aan de instructieregels voor Waterschappen die hierin gesteld worden. Daar wordt dieper op ingegaan in pargaraaf 5.5. Conclusie Het initiatief past binnen de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. Planspecifiek Het plan betreft het realiseren van een (senioren)woning aan de kern Lith. Daarmee vergroot het de diversiteit van het woonaanbod in de kern en voorziet het in de woningbehoefte van ouderen. Het initiatief past daarmee binnen de Structuurvisie van de gemeente Oss. 4.4.2 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. In 2022 is daar met de Woonagenda 2022-2024 een actualisatie op gemaakt.
De Woonagenda 2022-2024 geeft richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren en borduurt voort op de Woonvisie van 2020. Zo wordt uitvoering gegeven aan vier ambities: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. Het plan voorziet in de ambities van de Woonvisie gemeente Oss op de volgende manieren: • Complete woongemeente: de nieuwe woning wordt gerealiseerd in een bestaande wijk in de kern Lith. • Comfortabele woningvoorraad: de nieuwe woning sluit aan op de behoefte van ouderen. De woning wordt duurzaam en toekomstbestendig gebouwd (hoofdstuk 3) • Een (t)huis van alle groepen inwoners: de woning vergroot het aanbod woningen voor mensen met een zorgbehoefte.
Door alle functies op de begane vloer te hebben, kunnen zij langer in een 'reguliere' woning blijven wonen.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 18 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
•
Versterking van de woonfunctie van Oss: met de komst van een nieuwe woning wordt de woonfunctie versterkt.
Het initiatief is daarmee passend binnen de Woonvisie gemeente Oss. 4.4.3 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen uitvoerig geactualiseerd en deze wordt jaarlijks bijgesteld. Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen. In 2021 is de ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen.
Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant (september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen gezien de grote tekorten op de woningmarkt. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken.
De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. • De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen.
In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente. • Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde 1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale
Woningmarktonderzoek (2019).
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 19 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. Het plan Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Lith. De woningbouwopgave voor de Gemeente Oss tot en met 2032 bedraag 5.500 woningen. De bestaande plancapaciteit bedraagt ruim 5.300 woningen. De nadruk in de opgave ligt bij de goedkopere woningen, zowel in de huur als koop. Voor het toevoegen van woningen ligt de nadruk onder andere op (binnenstedelijke) herstructurering. Met herstructurering worden bestaande gebouwen of terreinen aangepast aan de behoeften van een nieuwe markt. Met onderhavig initiatief wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Hiermee is sprake van de toevoeging van één woning. Aangezien in alle kernen ruimte is voor kleinschalige toevoegingen is het oprichten van één woning binnen Lith passend in de PFM Wonen Oss.
De toevoeging van een enkele woning is vanuit het beleid voor wonen toelaatbaar mits de ontwikkeling passend is bij de organische ruimtelijke structuur van de kernen (ruimtelijk en stedenbouwkundig voorstelbaar). Uit jurisprudentie blijkt dat de toevoeging van een zeer beperkt aantal woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van Bro art. 3.1.6 lid 2. Een verantwoording volgens de ladder voor Duurzame verstedelijking is niet nodig. Met onderhavig initiatief wordt een nieuwe woning gerealiseerd. De woning is beoogd nabij andere woningen, waardoor het initiatief functioneel aansluit bij de huidige functie en dus passend is in de omgeving. Het initiatief is passend binnen de ruimtelijke- en functionele structuur. De woning is passend binnen het PFM Wonen Oss. De behoefte aan woningen Conform de provinciale Interim Omgevingsverordening en de bestuurlijke afspraken in het Regionaal Overleg Noordoost Brabant (RO NOB) is de meest actuele provinciale prognose de richtlijn voor de gemeentelijke woningbouwplanning- en programmering. De prognose van de provincie is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bevolking en huishoudens per gemeente. Hieruit is de verwachte behoefte aan woningen afgeleid. Daarbij wordt een bandbreedte gehanteerd. Variant ‘Hoog’ gaat uit van het inlopen van de huidige tekorten, in variant ‘Laag’ blijft deze verhouding constant.
De meest actuele provinciale woningbehoefteprognose is van mei 2017. Op basis daarvan heeft RO NOB regionale afspraken gemaakt in het regionaal perspectief wonen (geactualiseerd op 28 november 2019. Onder andere zijn afspraken gemaakt over de maximale programmering van woningen. Daarbij richten de gemeenten zich op een woningbouwprogramma van maximaal 100% harde plancapaciteit in verhouding tot de woningbehoefte voor de komende 10 jaar. Een lagere harde plancapaciteit is wenselijk om meer flexibiliteit in de planontwikkeling te houden, onder andere om invulling te geven aan de opgave vanuit de transformatie van leegkomende gebouwen. Voor de periode 2019 tot en met 2028 bedraagt de maximale programmering voor de gehele gemeente Oss ongeveer 4.400 woningen, exclusief vervangende nieuwbouw. In onderstaande tabel is de bandbreedte van de woningbehoefte afgezet tegen de plancapaciteit van de gemeente Oss. Behoefte woningen versus capaciteiten gemeente Oss 2019 t/m 2028 bandbreedte toevoeging woningen gemeente Oss prognose prognose periode laag 2019 hoog 2019 2019 t/m 2023 2.402 1.777 2024 t/m 2028 1.955 1.551 Totaal 4.357 3.287 *PFM Oss, januari 2019
Waarvan Totale Capaciteit* harde Capaciteit* 2.348 1.490 554 338 2.902 1.728
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 20 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
De totale capaciteit in woningbouwplannen voor de hele gemeente Oss tot en met 2028 bedraagt bijna 3.000 woningen (actualisatie 2019). Dit is zowel de harde capaciteit (juridisch bindend) als woningen die zijn opgenomen in zogenaamde zachte plannen. De zachte plannen variëren van bijna rijp tot groen: van uitgewerkte en concrete plannen tot eerste ideeën. Ook alle bekende mogelijkheden voor herontwikkeling of transformatie van bestaande bebouwing zijn hierin opgenomen (inventarisatie januari 2019). Daarmee is de woningbouwprogrammering van Oss ook nadrukkelijk gericht op benutten van de mogelijkheden voor transformatie van leegkomende gebouwen of herontwikkeling van gebieden. De harde plancapaciteit voor woningen in de gemeente Oss is per 1 januari 2019 ongeveer 1.730 woningen. Aanvullend is de harde capaciteit in de loop van 2019 met ongeveer 340 woningen vergroot in verschillende procedures. Met de toevoeging van één woning in dit bestemmingsplan blijft het totaal van de aldus berekende harde capaciteit voor woningen voor de hele gemeente Oss tot 2029 binnen de kaders van de regionale afspraken voor nieuwbouw. De woningbehoefte in het dorpencluster Lith De provinciale woningbouwprognose is doorberekend naar de verschillende gebiedsdelen van Oss (systematiek PFM Wonen Oss, 2019).
Onderstaande tabel geeft de behoefte en capaciteiten voor woningen in het dorpencluster Lith weer. Uit het overzicht blijkt dat dit type woningen qua omvang passen in de bandbreedte van de behoefte van het cluster Lith.
Woningbehoefte in Lith (bron: PFM, Oss) Ook in kwalitatieve zin voldoen de nieuwe woningen aan de behoefte. Bij de doorrekening van de woningbehoefte is door Oss ook een indicatieve raming gemaakt van de behoefte aan verschillende kwaliteiten (PFM Wonen Oss 2019). Hierbij is een onderscheid gemaakt naar woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. De indicatieve raming is gebaseerd op recente woningmarktonderzoeken en ontwikkelingen in de woningmarkt van Oss en de regio (zie paragraaf 4.4.2. Hierbij is ook rekening gehouden met de wisselwerking met de bestaande woningvoorraad en de behoefte vanuit de verschillende doelgroepen (starters, gezinnen, ouderen, inkomensklassen e.d.). Zoals in veel dorpen bestaat de woningvoorraad ook in Lith vooral uit koopwoningen. Voor de komende periode wordt een toenemende behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens en ouderen voorzien, als gevolg van vergrijzing van de samenleving en gezinsverdunning. In de kwalitatieve raming is dit vertaald naar een toenemende behoefte aan appartementen of levensloopbestendige woningen. Ook is er sprake van een blijvende behoefte aan goedkopere woningen, zowel koop als huur. Dit is onder andere het gevolg van veranderde regels voor financiering, de beperking van de toegang tot de sociale sector, extramuralisering en de toenemende behoefte aan kleinere woningen.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 21 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Planspecifiek Woningbehoefte in het dorpencluster Lith Uit de voorgaande tabel bij dit onderdeel van de PFM Oss blijkt dat de capaciteit voor levensloopbestendige woningen lager ligt dan de gestelde prognoses in de kern. Voorliggend plan betreft het toevoegen van een (senioren)woning in Lith, waar bewoners gebruikmaken van alle functies op de begane grond. Hierdoor is de ontwikkeling passend bij de PFM Oss. Ook in kwalitatieve zin voldoen de nieuwe woningen aan de behoefte Voor de komende periode wordt in volgens de kwalitatieve raming een toenemende behoefte aan levensloopbestendige woningen in Lith voorzien. Het toevoegen van een (senioren)woning aan het woningaanbod levert een belangrijke bijdrage aan het voorzien in deze behoefte. De conclusie is dan ook dat het plan aansluit bij de toekomstbestendige en duurzame woonambities in de kern Lith. Conclusie Het plan sluit aan bij het Portefeuillemanagement Wonen van de gemeente Oss. 4.4.4 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid.
Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Planspecifiek Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zijn niet aan het Adviesteam Architectuur voorgelegd. Het initiatief past binnen het welstandsbeleid van de gemeente Oss.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 22 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Hoofdstuk 5
5.1
Omgevingsaspecten
Landschap
5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid 2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst.
Planspecifiek Het plangebied is gelegen in de kern Lith, dat volgens de Nota Landschapsbeleid binnen het deelgebied 'Oeverwal' ligt. De dijk (aan de Maas) is door zijn continuïteit een belangrijk visueel element in het landschap. De dijk scheidt de uiterwaarden van de oeverwal en fungeert als ruimteverdeler in het landschap. Vanaf de dijk is er uitzicht op de uiterwaarden en de oeverwal. Het plangebied is gelegen aan deze dijk. Uitgangspunten binnen het deelgebied 'Oeverwal' zijn kleinschaligheid en een groen karakter. Aan deze voorwaarden wordt voldaan door het toevoegen van de langskap en het aanplanten van struiken. Zie daarvoor ook hoofdstuk 3. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect landschap. 5.2
Natuur
5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 23 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Planspecifek Onderhavig plan is niet gelegen in een al dan niet te ontwikkelen natuurnetwerk. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig die als waardevol zijn aangemerkt. Wel voorziet het plan in het aanplanten van onder meer struiken en het toevoegen van fauna-voorzieningen aan de woning (zie hoofdstuk 3). Aanbevelingen hiervoor zijn opgenomen in de Quickscan Flora en Fauna (bijlage 3). In paragraaf 5.2.2 wordt nader ingegaan op het plan in het kader van gebieds- en soortenbescherming. 5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat.
De uitspraak komt er op neer dat de PAS 'gesneuveld' is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Hoewel er geen directe relatie lag en ligt tussen een bestemmingsplan en de PAS, is het sneuvelen van de PAS ook voor RO en bestemmingsplannen van belang, met name ook door de aandacht voor stikstof. Tot nu toe werd als ondergrens waaronder je geen Natuurvergunning nodig had (0,05 Mol/ha) ook in de RO vaak gebruikt om aan te tonen dat stikstof geen probleem was voor de voorgenomen planontwikkeling. Planspecifiek Gebiedsbescherming Om de gevolgen van gebiedsbescherming te beoordelen is de website atlasleefomgeving.nl geraadpleegd. Navolgende afbeelding geeft een uitsnede van de kaart met Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Te zien is dat onderhavig plangebied op circa 4,5 km verwijdert ligt van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Rijntakken'. Ten aanzien van stikstofdepositie op dit gebied zijn AERIUS-berekeningen voor de aanlegfase (bijlage 4) en gebruiksfase (bijlage 5) uitgevoerd. Uit beide berekeningen blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Het project heeft geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Gelet op de ruime afstand en de kleinschaligheid van het plan kan het optreden van andere negatieve externe effecten eveneens worden uitgesloten.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 24 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Uitsnede kaart 'Natura 2000-gebieden Nederland' (bron: atlasleefomgeving.nl) Soortenbescherming In het kader van het beschermen van soorten is een Quickscan Flora en Fauna verricht. Deze rapportage is terug te vinden in Bijlage 3. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten uit het onderzoek beschreven. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied niet geschikt is voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten. Wel is het plangebied potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en voor algemene broedvogels. De voorgenomen ontwikkelingen leiden niet tot een negatief effect op vleermuizen. Het plangebied is ongeschikt voor overige habitarirchtlijnsoorten en tevens zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig. Er is geen aanleiding om een aanvullend flora- en faunaonderzoek te verrichten voorafgaand aan de geplande werkzaamheden. Met de adviezen uit het onderzoek wordt bij het ontwerp van het plan rekening gehouden. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie wordt een ecoloog ingeschakeld. Conclusie Het plan is uitvoerbaar vanuit het aspect Natuur.
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 25 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
5.3
Archeologie en Cultuurhistorie
5.3.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.
5.3.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld.
Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten Historische stads-/dorpskern Hoge verwachtingswaarde Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde Reeds onderzocht Verstoord
Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv 35 m2 / 30 cm -Mv 50 m2 / 30 cm -Mv 100 m 2 / 30 cm -Mv 1000 m2 / 30 cm -Mv 5 hectare / 30 cm -Mv Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek. Geen onderzoeksplicht
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 26 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Planspecifiek Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Oss ligt het bestemmingsplangebied in de historische kern van Lith. In het bestemmingsplangebied is volgens de beleidskaart archeologisch onderzoek uitgevoerd. De eventuele archeologische onderzoeksplicht voor deze gebieden is afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek (zie voorgaande tabel). Uit raadpleging van Archis blijkt dat in het bestemmingsplangebied alleen een archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd in 2006 door de Steekproef. Het onderzoek is zo oud dat deze niet meer voldoet aan de eisen van deze tijd. Een vervolgonderzoek (veldwerk) is er nooit uitgevoerd. Aangezien het plangebied in de historische kern van Lith ligt en het uitgevoerde onderzoek onvoldoende is, is volgens het beleid archeologisch onderzoek nodig. Maar dit onderzoek is alleen nodig als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het huidige maaiveld én de omvang van het te verstoren gebied groter is dan 50 m2 (zie bovenstaande tabel). 5.3.3 Archeologietoets Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels.
Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Om het archeologisch traject te borgen is aan het bestemmingsplangebied een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie historische kern' toegekend. Voor het gebied geldt dat bij bodemverstoringen groter dan 50 m² en dieper dan 30 cm beneden huidig maaiveld archeologisch onderzoek nodig is. Planspecifiek Het initiatief overschrijdt de eisen voor archeologisch onderzoek. Voor de bouw van de woning wordt archeologisch onderzoek verricht, zoals beschreven in het vastgestelde Programma van Eisen in bijlage 6 (Van der Klooster, d.d. 08-01-2022). Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect archeologie.
5.3.4 Cultuurhistorie Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.
In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde
Lithse Dijk 38 Lith – 2023, pag. 27 van 50 Vastgesteld 14 december 2023
Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten.